Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 10 december 2016 tot 11 december 2016

Sint-Jan (Guido Gezelle)

 

Bij de derde zondag van de Advent

 

 1985795-afecb205b03426b034aa71c264c38dda.jpg
Salome bezoekt Johannes de Doper in de gevangenis door Il Guercino, 1619

 

 

Sint-Jan (Fragment)

In dien tijde en in die streken
een ontuchtig koning was,
die zijn huwlijk kwam te breken:
hiet Herodes Anti-pas.

‘t Was zijns broeders eigen vrouwe,
die hem hielp in dat verkeer;
zijns wel willens, en geen’ rouwe
noch geen’ ruste en had hij meer.

En Sint Jan, die zulke zaken
onbesproken nooit en liet,
zei: ‘Herodes, staken, staken
zal dat!’ Maar ‘t en staakte niet.

Dan, om ‘t lastig wijf te krijgen
tot bedaarnisse, en voortaan
dien Sint Jan te leeren zwijgen,
heeft hij hem in ‘t kot gedaan.

Staande om ‘t oude recht te plegen
zijns verjarens, korts nadien,
zond Herodes allerwegen
volk ter maaltijd inontbiên.

‘t Kwamen vele en groote mannen,
diepe drinkers dan te gaar;
volle berden, hooge kannen,
breede schalen stonden daar.

‘t Wierd gezongen, ‘t wierd gevedeld,
‘t wierd gedeeld en deurgedaan
menig vat; en, al ontedeld,
ging de blijdschap verder gaan.

Want, ‘t oneerlijk wijfgebroedsel,
Herodias’ dochter koen,
kwam, tot ‘s konings oogenvoedsel,
dansen daar, en dertel doen.

‘Kind, wat lust u? ‘k Zal ‘t u laten,’
zei de ontaarde booswicht nu:‘
g’hebt de helft van al mijn’ staten,
zoo gij wilt! Dat zwere ik u!’

Aanstonds uit de bruiloftzale
vloog de dochter: ‘Eischt den hals,
zeg ik, die met lastertale
kwetste uw’ moeder, vuil en valsch!’

‘Eischt den hals!’ Dat hoorden ze allen,
die daar zaten, buiten een’,
een’ die lag in ‘t slot gevallen
van des konings gijzelsteen.

‘Haalt het hoofd mij,’ sprak de deerne,
‘van Johannes hier beneên:
dat, o koning, hadde ik geerne,
in een snijberd afgesneên!’

Al te schriklijk woord! Het brandde
deur Herodes veege vleesch,
om zijne eedspreuke en de schande
van dien vrouwelijken eesch.

‘’k Heb ‘t gezworen, ‘t moet gebeuren!
Doch, en wete ‘t volk daarvan,
want het zou me in stikken scheuren,
roerde ‘t hoofd ik van sint Jan!’

Hij wordt boos. ‘Den beul!’ En boven
kwam dat hoofd, met eere omstraald,
daar het koninklijk beloven
mee zijn danswijf heeft betaald.

Verder weet het volk te dichten
nog een lang vertellingsnoer;
hoe die booze vrouwe sich ten
loon naar werken wedervoer.

Hoe zij, schaatsende eens bedorven,
liep een lomme in; zulker wijs,
dat, den hals intween gekorven,
‘t hoofd vloog op, zij onder ‘t ijs.

Hoe ze, in wervelwind veranderd,
maalt het mul meê van den grond;
en, verwenscht, voor eeuwig pandert,
port en pijnt, de wereld rond.

‘t Heilig hoofd, en ‘t lijk mitsgaders,
van Gods edelen boetgezant.
wierd ontweerd zijne euveldaders,
en gewijd in ‘t heilig Land.

‘Onder al die moeder minden,’
zei ‘t Lam Gods, ‘en was ooit man,
hier op ‘t aarderijk, te vinden,
die was grooter als sint Jan!’

 

 

 1985795-013d1bcb6e3bd0ca2d1f057326d38654.jpg
Guido Gezelle (1 mei 1830 - 27 november 1899)
Brugge in de kersttijd. Guide Gezelle werd geboren in Brugge.

 

 

Zie voor de schrijvers van de 11e december ook mijn vorige drie blogs van vandaag.



Geschreven door Romenu om 12:17 Reageer op dit bericht

Andrea De Carlo, Naguib Mahfouz, Marie Kessels, J.C. van Schagen, Paul Rigolle, Ludwig Laher

De Italiaanse schrijver Andrea De Carlo werd geboren in Milaan op 11 december 1952. Zie ook alle tags voor Andrea De Carlo op dit blog.

Uit:Villa Metaphora (Vertaald door Maja Pflug)

“Von der Schiffsbriicke blickt Lara Laremi auf die glitzernde Weite des Meeres. Das grelle Licht bricht sich vielfach auf der Wasserfläche, dringt durch die dunklen Gläser ihrer Sonnenbrille, überflutet ihre Gedanken. Es ist der einundzwanzigste Juni, Sommeranfang, der längste Tag des Jahres, der Tag, an dem die Sonne ihren Höchststand erreicht, und der einzige Tag, an dem die Sonne am nördlichen Polarkreis nie untergeht. Zwar sind das hier technisch gesehen italienische Gewässer, doch die geographische Breite ist afrikanisch, und das merkt man: Es sind etwa vierzig Grad, ihre alte Sonnenbrille und der in einem kleinen Geschäfl am Hafen von Lampedusa erworbene Strohhut schützen sie nur ungenügend. Hier und da auf dem Schiff haben sich Leute mit Schirmmützen, Getränken, Brötchen, MP3-Playern, Zigaretten niedergelassen. Vier Kinder albern herum, rennen hin und her und schubsen sich, lauthals getadelt von Müttern, die jedoch keine ernsthaften Anstalten machen, die Sprösslinge zu zügeln. Zwei Männer in kurzen Hosen rauchen und blicken sich träge um, zwei von der Sonne schon krebsrote Frauen reiben sich ständig mit Cremes und Lotionen ein. Lara Laremi tritt in den Schatten eines Vordaehs, setzt sich auf eine rostige weiße Metallkiste und zieht die Beine an. Ihre Mutter wirft ihr bei jedem Streit ihren »italienischen Charakter-z vor, den sie rein genetisch von ihrem Vater geerbt habe, doch an der irischen Herkunft ihrer Haut besteht keine Zweifel. Selbsr wenn sie sich der prallen Sonne ausset2te, wiirde sie wahrscheinlich eher einen Sonnenstieh bekommen, als braun zu werden, und ihre Sommersprossen würden in wenigen Tagen so zunehmen, dass sie aussähe wie eine kleine Giraffe. Sie lässt ihren Blickschweifen, schnuppcrt in der Luft; je nach Windrichtung riecht es nach Salz, Schweiß, schlechtem Parfüm, Dieselabgasen aus dem rußigen Schlot.
Sie fragt sich, ob es eine gute Idee war, Lynn Lou Shaws Einladung anzunehmen, eine Woche mit ihr auf der Insel Tari zu verbringen, als Freundin, Vertraute und Stütze für deren schwankendes psychisches Gleichgewicht. Wamm hat sie sich verpflichtet gefühlt, auf die Forderungen einer verwöhnten, labilen Schauspielerin einzugehen, die alle anderen Castmitglieder nicht ausstehen können oder sogar hassen? Nun, sie neigt dazu, Gelegenheiten, die das Schicksal ihr bietet, beim Schopf zu packen, da sie meint, sie könnten vielleicht einen verborgenen, tieferen Sinn haben.“

 

 1985788-85c6334149409abdb714cf61a4d652bf.jpg
Andrea De Carlo (Milaan, 11 december 1952)

 

 

De Egyptische schrijver Naguib Mahfouz werd geboren op 11 december 1911 in Caïro. Zie ook alle tags voor Naguib Mahfouz op dit blog.

Uit:Palace Walk (Vertaald door William M. Hutchins)

“She had been terrified of the night when she first lived in this house. She knew far more about the world of the jinn than that of mankind and remained convinced that she was not alone in the big house. There were demon who could not be lured away from these spacious, old rooms for long. Perhaps they had sought refuge there before she herself had been brought to the house, even before she saw the light of day. She frequently heard their whispers. Time and again she was awakened by their warm breath. When she was left alone, her only defense was reciting the opening prayer of the Qur'an and sura one hundred and twelve from it, about the absolute supremacy of God, or rushing to the latticework screen at the window to peer anxiously through it at the lights of the carts and the coffeehouses, listening carefully for a laugh or cough to help her regain her composure.
Then the children arrived, one after the other. In their early days in the world, though, they were tender sprouts unable to dispel her fears or reassure her. On the contrary, her fears were multiplied by her troubled soul's concern for them and her anxiety that they might be harmed. She would hold them tight, lavish affection on them, and surround them, whether awake or asleep, with a protective shield of Qur'an suras, amulets, charms, and incantations. True peace of mind she would not achieve until her husband returned from his evening's entertainment.
It was not uncommon for her, while she was alone with an infant, rocking him to sleep and cuddling him, to clasp him to her breast suddenly. She would listen intently with dread and alarm and then call out in a loud voice, as though addressing someone in the room, "Leave us alone. This isn't where you belong. We are Muslims and believe in God." Then she would quickly and fervently recite the one hundred and twelfth sura of the Qur'an about the uniqueness of God. Over the course of time as she gained more experience living with spirits, her fears diminished a good deal. She was calm enough to jest with them without being frightened. If she happened to sense one of them prowling about, she would say in an almost intimate tone, "Have you no respect for those who worship God the Merciful?
He will protect us from you, so do us the favor of going away." But her mind was never completely at rest until her husband returned. Indeed, the mere fact of his presence in the house, whether awake or asleep, was enough to make her feel secure. Then it did not matter whether the doors were open or locked, the lamp burning brightly or extinguished.”

 

 1985788-debbdfb29eee1245a8126808ed3c0c53.jpg
Naguib Mahfouz (11 december 1911 – 30 augustus 2006)

 

 

De Nederlandse schrijfster Marie Kessels werd geboren in Nederweert op 11 december 1954. Zie ook alle tags voor Marie Kessels op dit blog.

Uit: Brullen

“De fanatiekste supporters verzamelden zich vanavond al uren voor het begin van de voetbalwedstrijd in de Begijnsteeg in het centrum van de stad en goten zich daar vol bier, zodat de terrasjes in de nauwe straat met de vele cafés niet alleen bonkten van de beat uit de luidsprekers, maar ook van de steeds harder schreeuwende jongens met hun begroetingsrituelen en hun saamhorigheidsrituelen. Algauw kon ik uit de aard van hun gebrul opmaken wat ze samen te vieren hadden, daar in het beruchtste uitgaanscentrum van het land: of ze een laat gearriveerde medesupporter met gejuich en glasgerinkel binnenhaalden, of dat ze te snel te veel gedronken hadden en louter uit vrijheidsdrang hun vreugdekreten slaakten, nu ze zich voor een dag of toch minstens voor een paar uur verlost waanden van hun geldzorgen, hun relatiebeslommeringen, hun ontslagperikelen. Ze schreeuwden bij iedere gelegenheid die zich maar voordeed, nog niet als collectief, zoals later in het stadion, nog niet compleet verbroederd en machtig met hun duizenden bij elkaar en helemaal in extase, maar verdeeld in steeds verder aangroeiende groepjes, waarin ze met een steeds verder toenemende aanhankelijkheid en een steeds sterker wordend verlangen naar zelfuitwissing opgingen.
De Begijnsteeg kon al die jongens in hun vrijheidsroes maar amper omvatten, zo dicht stonden en zaten ze nu al op elkaar geperst, hutjemutje, happend naar adem. Maar zo vroeg in de avond waren de oplaaiende hartstochten nog jong en de driften nog eensgezind. De vlam sloeg nog niet zo snel in de pan. De vuist- en messengevechten worden hier ’s nachts gevoerd, aan het eind van de lange, lange bierketen, die ook het sterkste saamhorigheidsgevoel ten slotte kapottrekt, alsof er geen andere manier is om de groepsgeest tot bedaren te brengen en de omhoogkolkende energie van de eensgezinde massa te dempen, de gezworen kameraden uiteen te laten stuiven en ze hun roes te laten uitslapen.”

 

1985788-88d52d39009b602bcedb5ee734265251.jpg 
Marie Kessels (Nederweert, 11 december 1954)

 

 

De Nederlandse schrijver, dichter en graficus Johan Christiaan Jacob (Chris) van Schagen werd geboren in Vlissingen op 11 december 1891. Zie ook alle tags voor J.C. van Schagen op dit blog.

 

Aan de Geul

twee koeien lagen koei te wezen
en aan de stilte te genezen

ze zagen dat het leven goed was
waar nergens hier een moet of spoed was

ze dachten niets, dat was volkomen overbodig
een koei heeft geen gedachten nodig

't gesprek ging enkel maar per staart
zo'n staart is expressief veel waard

het gras, de vliegen en de regen
volkomen zeggen gaat alléén verzwegen

die koeien hádden het, gewoon zo met haar beiden
ik, op mijn bankje, zat ze te benijden

wat een figuur, als homo sapiens miserabilis
bij zo een Mamma onbevlekt amabilis -

 

 

Wet

En ieder leven wacht het oud verraad.
En elke bloei vervalt den ouden smaad.
En uit den schellen waanzin van den dood
Rijst eeuwig nieuw het zegevierend Zaad.



 1985788-632815d91170eac9bc681d744eddcc25.jpg
 J.C. van Schagen (11 december 1891 - 17 april 1985)
Cover

 

 

De Vlaanse dichter Paul Rigolle werd geboren in Roeselaere op 11 december 1953. Zie ook mijn blog van 11 december 2010 en ook alle tags voor Paul Rigolle op dit blog.

 

Palet
"don't be afraid of the dark" (The Robert Cray band)

Zoveel dagen zijn er. Zoveel nachten waarop ik
niet meer weet hoe, of waar ik de bergen wil.
Er is het blauw waarbij ik aarzel of ik naar
de hemel ga. Er zijn het omber en het oker.

Het geel uit Napels. Er is het schreeuwen
van het rood. Wit dat blind en stom aan al
mijn handen likt. En toch ben ik het niet.
Op hun ovaal ben ik de menger niet. De kleuren

mengen mij. Reeds aanvaardt de spiegel dat ik
in hem mijn ogen doe. En de huizen, de huizen
weten best dat ik in hen geen wanhoop, geen angst
voor het donker wil, als ik hen met zorg tussen
de sneldrogende heuvels van hun keuze schuif.

 

 

Vleugels

En of we van de wereld zijn en van de kleuren.
Pas gestart droogt de zon alweer de ochtend op.
We trappen in de boter. Maar wat ons wacht
heeft ons nu al zwaar te pakken. We kijken schuw

naar boven, vangen alsnog wind en dichten gaten,
rijden weg om niet te worden weggereden.
Lange kilometers wassen onze breinen. Denken is 
niet goed. Niet te denken is wat we moeten leren.

Tot de klim begint en we niet meer weten van waar
en van welk dorp we komen. Joel en duw ons voort,
kijk naar ons zolang het nog kan want fietsen
is behagen en louter liefde kan ons vleugels geven.

 

 1985788-fde50f27a321f5b61b9874a1e0fca2d8.jpg     
Paul Rigolle (Roeselare, 11 december 1953)
 

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver en vertaler Ludwig Laher werd geboren op 11 december 1955 in Linz. Zie ook alle tags voor Ludwig Laher op dit blog en ook mijn blog van 11 december 2010.

Uit: Überführungsstücke

“Mahlzeit, erinnert sich Brunngraber und lugt dabei sowohl über den Rand der Lesebrille wie über jenen der Speisekarte, das Wort Mahlzeit verwendete meine Großmutter mit Vorliebe zweckentfremdet, und zwar, wenn etwas gründlich danebenging und so angerichtet war, dass die Beseitigung des Schadens einen wohl eine ganze Weile beschäftigen würde. Sofern das überhaupt im Bereich des Möglichen lag.
Na Mahlzeit! hieß es da zum Beispiel, wenn es in der Küche erbärmlich stank und die Herdplatte versaut war, weil sie die aufgestellte Milch vergessen hatte. Na Mahlzeit! lautete ihr Befund, wenn ich ihr mein neuerliches Mathematik-Scheitern beichtete, das mich mit beiden Beinen in den Abgrund zu stoßen drohte.
Sie gestatten mir an dieser Stelle einen scheinbar weiten Gedankensprung: Drüben im Justizzentrum finden sich am Stechuhrterminal, von dem vorher schon ausführlich die Rede war, mittags oft mehrere Leute zugleich ein und stellen sich brav an, um ihre Fingerabdrücke einzuspeisen, bevor sie hungrig rausströmen und ihre Pause in der dislozierten Kantine oder eben hier verbringen. Und was bekommen sie da ohne Unterlass voneinander zu hören? Richtig, alle grüßen einander mit Mahlzeit. Das kommt mir aber jedesmal wie ein Fatalitätenkommentar aus Omas Mund vor.
Vor fünfundzwanzig Jahren noch standen Fingerabdrücke fast ausschließlich für ein Verbrechen, das es aufzuklären galt. Heute dienen die wohl persönlichsten Körperdaten unter anderem längst ganz selbstverständlich als unumgängliche Touristeneintrittskarte ins gelobte Land der unbegrenzten Möglichkeiten wie als Austrittsvoraussetzung fürs Personal bei Ämtern und Behörden. Und was wird in fünfundzwanzig Jahren sein? Um mit der Oma zu sprechen: Na Mahlzeit! Ich möchte es mir gar nicht ausmalen.
Eigentlich kann ich rundweg alles empfehlen, was da auf der Karte steht. Eine exzellente Küche, Sie werden sehen oder sehen es indirekt schon jetzt. Von wegen Abstimmung mit den Füßen. Kaum noch ein Platz frei. Besonders günstig natürlich die Menüs, drei Wahlmöglichkeiten, eines davon vegetarisch, mit kleinem Nachtisch. Noch vor dem speziellen Aromadessert der Asservatenkammer.”

 

 1985788-7bd83918b62ba24140e5a613c58e740c.jpg
Ludwig Laher (Linz, 11 december 1955)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e december ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:16 Reageer op dit bericht

Janko Ferk, Alain de Benoist, Christoph W. Bauer, Jim Harrison, Aleksandr Solzjenitsyn

De Oostenrijkse dichter, schrijver en rechter Janko Ferk werd geboren op 11 december 1958 in Sankt Kanzian am Klopeiner See, Kärnten. Zie ook alle tags voor Janko Ferk op dit blog en ook mijn blog van 11 december 2010.

Uit: Eine forensische Trilogie

„Das Recht an sich, sagt der Richter, dieses Wort klingt übergroß, wie ich bemerken muss, sei unsichtbar. Darin kann ich ihm im ersten Augenblick zwar leicht folgen, denke ich aber gründlicher nach und an meinen Aufenthaltsort in der letzten Zeit, muss ich erwidern, dass es doch mehr als spürbar ist. Fast greifbar. Allerdings nicht erreichbar. Das Recht. Unsichtbar. Lächerlich.
Auch meint der Rechtsanwender, das Recht, diese Kraft, sei eine nur im Geistigen lebende Macht, welche Erkenntnis natürlich nicht seine sei, sondern die eines viel bekannteren Berufsfreundes. Hier entgegne ich schnell, blitzschnell, dass ich nicht nur geistig in Haft war. Ich war nicht hinter geistigen Mauern verbannt. Meine Mauerwerke waren ziemlich feucht und steinern. Eigentlich unziemlich hart. Unüberwindlich und undurchlässig. Fast unvergänglich. Ekelhaft. Jedenfalls auf Dauer unerträglich.
Im Übrigen sei das Recht der zusammengefasste Inbegriff von Gesetzen für das Zusammenleben der Menschen, für die Möglichkeit von Gemeinschaftsdasein überhaupt. Es sei die stufenweise Gliederung von Rechtsregeln, die sich aus Rechtssetzungen und Entscheidungen ableiten. Dabei betonte er, dass dies alles auch für mich Geltung habe, was immer ich getan hätte.“

 

 1985786-5599625f99d5f691e7804e2fb89c5192.jpg
Janko Ferk (Sankt Kanzian, 11 december 1958)

 

 

De Franse schrijver, politiek filosoof en journalist Alain de Benoist werd geboren in Saint-Symphorien op 11 december 1943. Zie ook alle tags voor Alain de Benoit op dit blog.

Uit: Aufstand gegen die Eliten

„Die Menschen merken, daß die Europäische Union, je größer sie wird, um so weniger imstande ist, Politik zu machen, ohne sich in die Logik des Marktes zu flüchten oder Kompromisse zu schließen, die niemanden zufriedenstellen. Sie sehen, wie statt einer Macht Europa eine völlig ungeschützte Freihandelszone entsteht, die heute unfähig ist, der Marktschwemme durch chinesische Textilien Einhalt zu gebieten, und morgen ohnmächtig sein wird, das Sozialdumping innerhalb Europas und die Standortverlagerungen in Nicht-EU-Länder mit ihren Negativfolgen für die europäische Lohnentwicklung unter Kontrolle zu bringen. Ihr "Nein" zur Verfassung ist in Wirklichkeit ein "Nein" zur Globalisierung.
Ihre Haltung ist also keineswegs Ausdruck einer grundsätzlichen Ablehnung aller europäischen Institutionen. Zur Veranschaulichung mag die Stellungnahme der Politologin Chantal Delsol dienen, einer langjährigen Fürsprecherin des europäischen Föderalismus, die sich dennoch gegen die Verfassung ausgesprochen hat, weil sie sich weigere, zuzusehen, wie die Europäische Union sich verwandelt in "eine riesige Republik nach französischem Vorbild, die sich durch Zentralismus und Undurchschaubarkeit auszeichnet".
An der Wurzel dieses ganzen Unbehagens stößt man auf die grundsätzliche Frage nach den Zwecken des europäischen Einigungsprozesses. Ein Europa, das als autonome Macht einen regulierenden Einfluß auf die Globalisierung ausüben wollte, das den Nationalstaaten gewisse Vorrechte in der Frage ihrer Souveränität nur abspräche, um sie auf eine höhere politische Ebene zu verlagern und ihnen damit größeres Gewicht zu geben, schließlich ein Europa, in dem die notwendige Angleichung der Sozial- und der Steuergesetzgebung nach oben statt nach unten geschähe - durch mehr Verteilungsgerechtigkeit und Solidarität statt durch Wettbewerb und Standortverlagerungen - ein solches Europa würde bei der Mehrheit der Bürger auf Zustimmung stoßen.”

 1985786-e9b4b4ab04015ace5b56af3582e68d6b.png
Alain de Benoist (Saint-Symphorien, 11 december 1943)

 

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver en vertaler Christoph W. Bauer werd geboren in Kolbnitz op 11 december 1968 (niet 26 september). Zie ook mijn blog van 26 september 2010 en ook alle tags voor Christoph W. Bauer op dit blog.

 

fremd bin ich eingezogen unter meine haut

fremd bin ich eingezogen unter meine haut
so lässt sich das am anschaulichsten sagen
im spiegel das visavis es bleibt unvertraut
besser so als anders kein grund, zu klagen

das hirn vollgepumpt mit sehnsuchtsdrogen
mit chimären die den winter pulverisieren
der blick hat sich den raum zurechtgebogen  
um die tür nicht aus den augen zu verlieren

sitze ich in mir mit dem rücken zur wand  
tu so als hätte es sich zwangsläufig ergeben
die koffer griffbereit den pass in der hand

wie ein schlafgänger im körpereigenen haus
keine ahnung wer mich treibt so zu leben
ich weiß nur eins fremd zieh ich wieder aus

 

 

doch manche augenblicke nisten ohne datum

doch manche augenblicke nisten ohne datum
in den stimmbändern wo alles in bezeichnung
zerfällt eine so gut wie die andere lächerlich

mag sein untiefen noch länger beschreiben zu
wollen die farben das meer ein land ist mir in
grenzen wortwärts gezogen doch mein atlantik

heisst kopf und wo böhmen ufert ist woanders
zu lesen am gaumen fahren wünsche durchs
nebelhorn auf der zunge die schiffe ahoi

 

 1985786-4029661e549d14239ed3c5b96a101f56.jpg
Christoph W. Bauer (Kolbnitz, 11 december 1968)

 

 

De Amerikaanse schrijver James "Jim" T. Harrison werd geboren op 11 december 1937 in Grayling, Michigan. Zie ook alle tags voor Jim Harrison op dit blog.

Uit: Revenge

“The coyotes would follow the vulture’s descent out of curiosity whether or not they were hungry from the night’s hunt. As the morning thermals developed more vultures would arrive until the man’s dying would have an audience.
As the dawn deepened into midmorning and the heat dried and caked the blood on the man’s face, the blood lost most of its fresh coppery odor. The man was dying fitfully now, more from the heat and dehydration than from his injuries: an arm twisted askew, chest a massive blue bruise, one cheekbone crushed in with a hematoma rising like a purple sun, his testicles inflated from a groining. And a head wound that darkened the sand and pebbles and drew him down into his near-fatal sleep of coma. Still, he kept breathing, and the hot air whistled past a broken tooth and when the whistle was especially loud the vultures were disturbed. A female coyote and her recently weaned pups stopped by but only for a moment: she snapped at the pups saying this pitiful beast is normally dangerous.
She nodded in passing to a very large, old male coyote who watched with intense curiosity from the shadow of a boulder. He watched, then dozed, even in sleep owning an alertness unknown to us. His belly was full of javelina and watching this dying man was simply the most interesting thing to happen his way in a long time. It was all curiosity though: when the man died the coyote would simply walk away and leave it to the vultures. And it had been a long vigil for him, having been close by when the naked man had been thrown from the car the night before.”

 

 1985786-35e619f62e1def4f3f2a723d1b4b260a.jpg
Jim Harrison (Grayling, 11 december 1937)

 

 

De Russische schrijver en historicus Aleksandr Isajevitsj Solzjenitsyn werd geboren in Kislovodskb op 11 december 1918. Zie ook alle tags voor Aleksandr Solzjenitsyn op dit blog.

Uit: The Gulag Archipelago 1918-1956

“This social stratum … has, during recent years, undergone the trial of universal re-evaluation.” Yes, yes, re-evaluation, as was so often said at the time. And how did that re-evaluation occur? Here’s how: “The Russian intelligentsia which entered the crucible of the Revolution with slogans of power for the people [so it had something to it after all!] emerged from it an ally of the black [not even White!] generals, and a hired [!] and obedient agent of European imperialism. The intelligentsia trampled on its own banners [as in the army, yes?] and covered them with mud.”
How, indeed, can we not cry out our hearts in repentance? How can we not lacerate our chests with our fingernails?
And the only reason why “there is no need to deal out the death blow to its individual representatives” is that “this social group has outlived its time.”
Here, at the start of the twentieth century! What power of foresight! Oh, scientific revolutionaries! (However, the intelligentsia had to be finished off anyway. Throughout the twenties they kept finishing them off and finishing them off.)
We examine with hostility the twenty-eight individual allies of the black generals, the hirelings of European imperialism. And we are especially aroused by the stench of the word Center. Now we see a Tactical Center, now a National Center, and now a Right Center. (And in our recollection of the trials of two decades, Centers keep creeping in all the time, Centers and Centers, Engineers’ Centers, Menshevik Centers, Trotskyite-Zinovievite Centers, Rightist-Bukharinite Centers, but all of them are crushed, all crushed, and that is the only reason you and I are still alive.) Wherever there is a Center, of course, the hand of imperialism can be found.”

 

 1985786-2f48a1ebf1db857a381fb221b1cf7bb2.jpg
<Aleksandr Solzjenitsyn (11 december 1918 – 3 augustus 2008)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e december ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:15 Reageer op dit bericht

Ernst van Altena, Alfred de Musset, Christian Grabbe, Maximilian von Schenkendorf, Paul Kornfeld, Marco Kugel

De Nederlandse dichter, schrijver en vertaler Ernst van Altena werd geboren in Amsterdam op 11 december 1933. Zie ook alle tags voor Ernst van Altena op dit blog.

 

Nederlandse ballade

Als ik het zie, die eindeloze lintbebouwing
van Spa tot Hasselt en van Tienen tot aan Gent
en als ik voel hoe in kleinsteedse denkvernauwing
de Vlaming altijd door zijn eigen straatje rent
als ik per auto over de kasseien martel
met om de duizend meter een gekneusde band
dan denk ik: Vlaanderen mag dan lustig zijn en dartel
maar lieve heer geef mij het nette Nederland.

Als ik zie, die eindeloze blokkedozen
van Weesp tot Arnhem, van Terneuzen tot Terlet
en als ik merk hoe uitgekauwd en uitgeplozen
de Nederlander altijd op zijn buurman let
als ik zie die tuintjes zonder avonturen
gras zonder onkruid en liguster langs de rand
dan denk ik Nederland mag schoon zijn voor de buren
maar lieve heer geef mij het dolle Vlaanderland.

Als ik de Vlaming vol van bier naar huis zie keren
de gang te wankel en de tong wat al te luid
als ik hem bitter humorloos zie opmarcheren
achter de klauwaard met te militair geluid
als ik ze hoor de Vlaamse grappen al te drollig
vaak langs, vaak op, en heel vaak ook voorbij de rand
dan denk ik: Vlaanderen mag dan driftig zijn en lollig
maar lieve heer geef mij het kalme Nederland.

Als ik ze zie, de Nederlanders in hun kerken,
hervormd, gereformeerd, nazaten van calvijn
met hun gezichten stijf als witgekalkte zerken
en met hun zekerheden uitgemalen fijn
als ik ze galmende hun waarheid hoor verkonden
nooit uit de nette plooi en nimmer uit de band
dan denk ik: Nederland mag vrij zijn van de zonde
maar lieve heer geef mij het zondig Vlaanderland.

Oh lieve god geef ons een kilo Vlaamse blijheid
een kilo trouw en plichtsbesef uit Nederland
dan mengen wij dat zelf in onze eigen vrijheid
tot vriendschap zonder oog om oog en tand om tand.


 1985783-eabd81b730589363037f0195d0e05527.jpg
Ernst van Altena (11 december 1933 – 14 juni 1999)
Cover LP 

 

 

De Franse dichter en schrijver Alfred de Musset werd geboren op 11 december 1810 in Parijs. Zie ook alle tags voor Alfred de Musset op dit blog.

 

Une promenade au Jardin des Plante

Sous ces arbres chéris, où j'allais à mon tour
Pour cueillir, en passant, seul, un brin de verveine,
Sous ces arbres charmants où votre fraîche haleine
Disputait au printemps tous les parfums du jour ;

Des enfants étaient là qui jouaient alentour ;
Et moi, pensant à vous, j'allais traînant ma peine ;
Et si de mon chagrin vous êtes incertaine
Vous ne pouvez pas l'être au moins de mon amour.

Mais qui saura jamais le mal qui me tourmente ?
Les fleurs des bois, dit-on, jadis ont deviné !
Antilope aux yeux noirs, dis, quelle est mon amante ?

Ô lion, tu le sais, toi, mon noble enchaîné ;
Toi qui m'as vu pâlir lorsque sa main charmante
Se baissa doucement sur ton front incliné.

 

 

Dans dix ans d'ici seulement

Dans dix ans d'ici seulement,
Vous serez un peu moins cruelle.
C'est long, à parler franchement.
L'amour viendra probablement
Donner à l'horloge un coup d'aile.

Votre beauté nous ensorcelle,
Prenez-y garde cependant :
On apprend plus d'une nouvelle
En dix ans.

Quand ce temps viendra, d'un amant
Je serai le parfait modèle,
Trop bête pour être inconstant,
Et trop laid pour être infidèle.
Mais vous serez encor trop belle
Dans dix ans.

 

 1985783-903d1e9daaa7043e2b01519b2f88944c.jpg
Alfred de Musset (11 december 1810 - 2 mei 1857)
Bronzen medaille door David d'Anger, 1831

 

 

De Duitse toneelschrijver Christian Dietrich Grabbe werd geboren in Detmold op 11 december 1801. Zie ook alle tags voor Christian Grabbe op dit blog.

Uit: Hannibal

“BRASIDAS. Du liebst mich?
ALITTA. Ewiges Gefrag. Muß ich stündlich wiederholen, was man kaum sagt, ohne die Tiefe des Herzens zu entweihn?
BRASIDAS. So werde mir wieder ein heiterer Stern!
ALITTA.. Ich? Die Waise?
BRASIDAS. Nicht das – Hat Dir auch die Pest furchtbar rasch die Eltern entrissen, Dir blieb –
ALITTA. Was?
BRASIDAS Der Freund. Und Karthago, die allgemeine Mutter.
ALITTA.. Ja, Die! von Stein, mit einer Menge teilnahmsloser Geschwister! – Ach, nichts Schrecklicheres als des Hauses einzige Tochter mit ihren Tränen an der Bahre der Eltern, und Millionen Volks draußen im fremden Getrieb: ein Totenlichtlein in wüster, weiter Nacht!
BRASIDAS. Zerstreue –
ALITTA.. Des kleinlichen Worts!
BRASIDAS Laß uns die alten Abende erneun, wo wir hier saßen, von Hannibal sprachen und seinen Siegen.
ALITTA.. Die beiden Sessel sind leer, in welchen die Eltern dabei saßen – – Doch! wie? – Du sprichst von dem Schwarzgelben vor Rom? Was aber tust Du?
BRASIDAS. Du zürnst? so plötzlich? Ich zittre!
ALITTA.. Vor der Stirnfalte eines Mädchens? Nun ists mir klar.
BRASIDAS. Was?
ALITTA. Das Rätsel wär einem echten Manne nicht schwer. Erbebst Du vor dem Stirnfalten der Geliebten, wie eher vor den Toren Roms!
BRASIDAS Ha!
Alitta. Zu den Stutzern, zu dem Ungeziefer erniedrigst Du Dich, das sich hier auf den Gassen brüstet, sie beschmutzt, wie Fliegen die Teller, welche an den Siegen mäkeln, bei denen mitzufechten sie sich gehütet. Der Schützer, Sieger, brauch ich ihn zu nennen? Hannibal, schändlich wird er unterstützt. Nicht zweitausend Bürger sind bei ihm, mit Negern, Nomaden, Gesindel jeder Art muß er sich von Sieg zu Sieg quälen, ohne Frucht und ohne Dank. – Sei besser, gib ein Beispiel, freiwillig zu ihm, und kämpf ihm zur Seite! (Sie ringt die Hände.) Heilige Astaroth, was hab ich gesagt!“

 

 1985783-770cdfc2b2a370bb755386978a62068e.jpg
Christian Grabbe (11 december 1801 - 12 september 1836)
Scene uit een opvoering in Senftenberg, 2009

 

 

De Duitse dichter Maximilian Gottfried von Schenkendorf werd geboren op 11 december 1783 in Tilsit in Oost-Pruisen. Zie ook alle tags voor Maximilian von Schenkendorf op dit blog.

 

Christ, ein Gärtner
Nach einem alten Bilde.

Ein Gärtner geht im Garten,
Wo tausend Blumen blühn,
Und alle treu zu warten,
Ist einzig sein Bemühn.

Der gönnt er sanften Regen,
Und jener Sonnenschein:
Das nenn' ich treues Pflegen,
Da müssen sie gedeihn.

In liebenden Gedanken
Sieht man sie fröhlich blühn,
Sie möchten mit den Ranken
Den Gärtner all umziehn.

Und wann ihr Tag gekommen,
Legt er sie an sein Herz,
Und zu den Sel'gen, Frommen
Trägt er sie himmelwärts;

Zu seinem Paradiese,
Zu seiner schönen Welt,
Die nimmermehr, wie diese,
In Staub und Asche fällt.

Hier muß das Herz verglühen,
Das Weizenkorn verdirbt;
Dort oben gilt ein Blühen,
Das nimmermehr erstirbt.

Du Gärtner, treu und milde,
O laß uns fromm und fein
Zum himmlischen Gefilde,
Zum ew'gen Lenz gedeihn!

 


 1985783-94e9b2fffd31b9c686537c3c9a5150a8.jpg
Maximilian von Schenkendorf (11 december 1783 – 11 december 1817)
Borstbeeld in Koblenz 

 

 

De Duitse schrijver Paul Kornfeld werd geboren op 11 december 1889 in Praag. Zie ook alle tags voor Paul Kornfeld op dit blog.

Uit: Legende

“lm Jahre l6l3 lebte im südlichen Böhmen, dort, wo die letzten Hügel des Böhmerwaldes in Ebene vergehen, auf seinem Cute, das groß und blühend und. von der Sonne beschienen, in allen Farben schillcrte, Graf Wratislav; außer ihm noch, neben den vielen Knechtcn, Mägden und Bauern, sein Freund und Diener Wladislav. Gemeinsam verbrachte Kindheit verband diesen und jenen ; freundlich gemeinsam verbrachte Zeiten blieben für beide eine gern getragene Fessel. Sie hatten die selben Spiele gespielt, miteinander den gleichen Unfug getrieben, die selben Felder durchflogen. die selben Wälder gerochen, und als sie allmählich Männer geworden waren, hatte sich auch allmählich ernste Freundschaft zwischen sie gestellt.
Waren alle Angelegenheiten des Tages getan, hatte Wladislav, der Diener, seine Pflichten erfüllt, war als letzter seiner Dienste das Geschirr vom Abendtisch getragen und lag Stille über der Erde und Nacht vor den Fenstern, dann saßen inmitten des großen Saales als gute Freunde die beiden, Wein vor sich, den Arm auf den Tisch gestützt, den Kopf in die Hände gelegt, von einem Flämmchen, auf den Tisch gestellt, zart nur und flaclcernd beschienen und berieten männlich, lachten dröhnend oder schwiegen freundlich miteinander.
In des Grafen Innern war vor Monaten plötzlich, wie durch Zauber, ein Gedanke aufgetaucht, der, von der Zeit genährt, von seiner Freundschaft getragen und durch sie von immer neuen Argumenten gestützt, ihm Qual und, durch seine wachsende Uberzeugungskraft, immer mehr Qual verursachte und längst schon begonnen hatte. ihm seine Ruhe zu nehmen.“

 

 1985783-1bf17099a2c2171219394ee493d4f97f.jpg
Paul Kornfeld (11 dezember 1889 - † januari 1943)
Cover

 

 

De Duitse dichter Marco Kugel werd geboren op 11 december 1979 in Stuttgart. Zie ook alle tags voor Marco Kugel op dit blog.

 

am rande des testfeldes (fragment)

waren viehhaft in den bergen
birnen – wolken – gab es auch soldaten
die versuchten was erfühlt werden konnte
und geigen gespielt was waren das flachheiten / von außen
nichts an haftung gegeben nicht an / einwirken
in beton schmelze runter gelaufen
von den bergen vom vieh blitzhaft getrennt alles /
in den ebenen gestanden

 

 1985783-f3ce69a7d544c71e731edaf139d6ec29.jpg
Marco Kugel (Stuttgart, 11 december 1979)
Kersttijd in Stuttgart

Geschreven door Romenu om 12:14 Reageer op dit bericht

Helene Uri

De Noorse schrijfster en taalkundige Helene Uri werd geboren op 11 december 1964, in Stockholm. Zij groeide echter op in Oslo. In 1996 promoveerde zij aan de Universiteit van Oslo in de taalkunde. Zij schreef zowel non-fictie- boeken als romans en kinderboeken. In haar eerste roman “Anna på fredag” (Anna op vrijdag, uit 1995) bracht zij kinderen dichter bij de aard van de taal, zoals Jostein Gaader dat met filosofie deed in “De wereld van Sofie”. Tot haar romans behoren “Dyp rød 315” (Diep rood 315) uit 2001, en “Honningtunger” (Honingtongen) uit 2002. Haar roman “De beste blant oss” (De besten onder ons) uit 2006, die zich bezighoudt met machtsstrijd, intriges en laster in academische kringen werd door de critici goed ontvangen.Terwijl ze werkte voor haar roman “Rydde ut” (Uitruimen), die speelt in Finnmark, ontdekte Uri dat haar familie deels Sami is. Dat was door het normalisatieproces van haar familie in Noorwegen in de vergetelheid geraakt. Uri was adjunct-hoogleraar aan het departement taalkunde van de universiteit van Oslo van 1998 tot 2005 toen ze stopte om een fulltime schrijver te worden. Vanaf 2012 was zij professor II in creatief schrijven aan het College van Kristiania. Zij is lid van de Noorse Academie voor Taal en Literatuur, bestuurslid van de Noorse Taalraad en jury lid van de Literatuurprijs van de Noorse Raad.

Uit: Anna am Freitag (Vertaald door Gabriele Haefs)

"Das klingt aber nicht sehr spannend", sagte ich und schaute zu dem dicken grauen Buch hinüber.
"Ist es aber! Linguistik ist ein anderes Wort für Sprach- wissenschaft. Wir studieren unterschiedliche Sprachen. Wir sehen, wie Sprachen aufgebaut sind, wie sie sich im Laufe der Zeit verändern und noch vieles andere. Was wir hier in der letzten Stunde gemacht haben, war auch Sprachwissenschaft. Und das hat doch Spaß gemacht, oder?" fragte Anna und wurde wieder ein wenig rot.
(…)

„Anna hatte mir gerade erzählt, dass so eine Kuh aus purem Zufall Kuh heiße. Sie könnte auch „Uk“ oder „Skruff“ heißen, behauptete Anna. Ich verstand nicht so ganz, wie sie das meinte. „Ich kann doch nicht plötzlich alle Kühe Skruff nennen. Dann würde mich kein Mensch mehr verstehen“, protestierte ich. „Die Skruff gibt uns Milch, das geht doch nicht.“ „Nein, stimmt“, sagte Anna. „Was ich meine, ist, dass der Klang eines Wortes nichts mit seiner Bedeutung zu tun hat. Die Laute k und u stehen in keiner logischen Verbindung zum Tier Kuh.“ „Das nicht“, sagte ich, wusste aber zugleich immer noch nicht so recht, was sie meinte. „Dass Kuh in anderen Sprachen anders heißt, ist eigentlich schon ein Beweis. Auf Französisch heißt sie vache, auf Spanisch vaca, auf Türkisch inek und auf Irisch bó.“ „Aber auf Englisch heißt sie cow, und das hat, finde ich, große Ähnlichkeit mit der Kuh.“ „Stimmt, auf Norwegisch heißt sie ku. Das liegt daran, dass Deutsch, Englisch und Norwegisch eng miteinander verwandt sind. Aber es besteht keine logische Verbindung zwischen den Klängen und ihrer Bedeutung, in keiner Sprache. Vache, vaca und bó waren ursprünglich übrigens auch dasselbe Wort.“ Ich runzelte die Stirn und versuchte, das zu begreifen. „Bist du immer noch nicht überzeugt?“, fragte Anna und latschte mitten durch eine Pfütze. „Dann versuchen wir die ganze Sache auf den Kopf zu stellen. Die beiden Buchstaben or bedeuten auf Norwegisch eine Baumsorte, auf Englisch dagegen oder und auf Französisch Gold. Verstehst du, wie zufällig das ist? Was sagt übrigens die Kuh?“ „Die sagt muuuuuh!“, antwortete ich und Helle fuchtelte beglückt mit den Händen. „Hat das etwas mit der Sache zu tun?“ „Ja, es ist nämlich kein Zufall, dass die Kuh muh sagt. Lautmalende Wörter sind niemals zufällig entstanden. Das Wort Krähe haben wir uns ausgesucht, weil es so ähnlich klingt wie der Krähenruf. Der Wind saust, sagen wir. Sausen ist auch ein lautmalendes Wort. Aber Wörter müssen sich nicht nach ihrer Bedeutung anhören. Die meisten tun das eben nicht.“.


2073199-f04dde5660e8adc64eb9e9d1b8e42397.jpg
Helene Uri (Stockholm, 11 december 1964)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Birago Diop

De Senegalese dichter en schrijver Birago Diop werd geboren op 11 december 1906 in Ouakam, een wijk in Dakar. Zijn vader verdween om onbekende redenen, twee maanden voordat Diop geboren was. De kindertijd van Diop heeft hem blootgesteld aan vele volksverhalen die hij later in zijn literaire werk gebruikt heeft. In 1920 kreeg Diop een beurs om de Franstalige school Lycée Faidherbe in Saint-Louis te bezoeken, dat toen de hoofdstad van Senegal was. Gedurende deze tijd werd hij gefascineerd door de gedichten van Victor Hugo, Charles Baudelaire, Edgar Allan Poe en diverse anderen en begon hij zelf te schrijven. In de late jaren 1920 diende hij als een verpleegkundige in een militaire ziekenhuis en later ging hij veterinaire geneeskunde aan de Universiteit van Toulouse in Frankrijk studeren. Hij werkte als dierenarts voor de Franse koloniale regering in verschillende West-Afrikaanse landen, gedurende zijn loopbaan in de burgerlijke dienst verzamelde hij volksverhalen, en schreef ook poëzie, memoires en een toneelstuk. Hij was ook van 1960 tot 1965 de eerste Senegalese ambassadeur in Tunesië. Tijdens zijn tijd in Frankrijk als veterinaire student ontmoette Diop tal van Afrikaanse en Afro-Amerikaanse studenten, waaronder Léopold Sédar Senghor, die later naar Senegal's eerste president zou worden toen het land onafhankelijk werd. Geïnspireerd door deze jonge zwarte intellectuelen, kunstenaars en dichters publiceerde Diop zijn vroegste gedichten in “L'étudiant noir”, een studentenblad, dat protesteerde tegen de assimilatieteorie ten gunste van Afrikaanse culturele waarden. In de vroege jaren veertig werd Birago Diop tijdens WO II gedwongen om twee jaar terug te keren naar Frankrijk. Ziek van heimwee begon hij bewerkingen van volksverhalen op ​​te schrijven op advies van zijn mede-Negritude schrijvers. Toen Diop eindelijk terugkeerde naar Afrika werkte hij als directeur van zoologische technische diensten in Ivoorkust en Opper Volta (hedendaags Burkina Faso). Zijn drie delen tellende “Les Contes D'Amadou Koumba “werd in 1947 gepubliceerd. Hij ontving er de Grand Prix littéraire voor. Elk van de drie delen bevatte een verzameling korte verhalen rondom dieren, waarbij de grens tussen overlevering en zijn eigen literaire inbreng niet vast te stellen is.

 

Souffles

Ecoute plus souvent
Les Choses que les Etres
La Voix du Feu s’entend,
Entends la Voix de l’Eau.
Ecoute dans le Vent Le Buisson en sanglots :
C’est le Souffle des ancêtres.

Ceux qui sont morts ne sont jamais partis :
Ils sont dans l’Ombre qui s’éclaire
Et dans l’ombre qui s’épaissit.
Les Morts ne sont pas sous la Terre :
Ils sont dans l’Arbre qui frémit,
Ils sont dans le Bois qui gémit,
Ils sont dans l’Eau qui coule,
Ils sont dans l’Eau qui dort,
Ils sont dans la Case, ils sont dans la Foule :
Les Morts ne sont pas morts.

Ecoute plus souvent
Les Choses que les Etres
La Voix du Feu s’entend,
Entends la Voix de l’Eau.
Ecoute dans le Vent
Le Buisson en sanglots :
C’est le Souffle des Ancêtres morts,
Qui ne sont pas partis
Qui ne sont pas sous la TerreQui ne sont pas morts.

Ceux qui sont morts ne sont jamais partis :
Ils sont dans le Sein de la Femme,
Ils sont dans l’Enfant qui vagit
Et dans le Tison qui s’enflamme.
Les Morts ne sont pas sous la Terre :
Ils sont dans le Feu qui s’éteint,
Ils sont dans les Herbes qui pleurent,
Ils sont dans le Rocher qui geint,
Ils sont dans la Forêt, ils sont dans la Demeure,
Les Morts ne sont pas morts.

Ecoute plus souvent
Les Choses que les Etres
La Voix du Feu s’entend,
Entends la Voix de l’Eau.
Ecoute dans le Vent
Le Buisson en sanglots,
C’est le Souffle des Ancêtres.

Il redit chaque jour le Pacte,
Le grand Pacte qui lie,
Qui lie à la Loi notre Sort,
Aux Actes des Souffles plus forts
Le Sort de nos Morts qui ne sont pas morts,
Le lourd Pacte qui nous lie à la Vie.
La lourde Loi qui nous lie aux Actes
Des Souffles qui se meurent
Dans le lit et sur les rives du Fleuve,
Des Souffles qui se meuvent
Dans le Rocher qui geint et dans l’Herbe qui pleure.
Des Souffles qui demeurent
Dans l’Ombre qui s’éclaire et s’épaissit,
Dans l’Arbre qui frémit, dans le Bois qui gémit
Et dans l’Eau qui coule et dans l’Eau qui dort,
Des Souffles plus forts qui ont pris
Le Souffle des Morts qui ne sont pas morts,
Des Morts qui ne sont pas partis,
Des Morts qui ne sont plus sous la Terre.

Ecoute plus souvent
Les Choses que les Etres
La Voix du Feu s’entend,
Entends la Voix de l’Eau.
Ecoute dans le Vent
Le Buisson en sanglots,
C’est le Souffle des Ancêtres.

 

 2037637-1e3cb217262019c1c78f4fc80c843475.jpg
Birago Diop (11 december 1906 – 25 november 1989)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Emily Dickinson, Karl Heinrich Waggerl, Reinhard Kaiser Mühlecker, Jorge Semprún, Gertrud Kolmar

De Amerikaanse dichteres Emily Dickinson werd geboren op 10 december 1830 in Amherst, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Emily Dickinson op dit blog.

 

Hope Is The Thing With Feathers

'Hope' is the thing with feathers—
That perches in the soul—
And sings the tune without the words—
And never stops—at all—

And sweetest—in the Gale—is heard—
And sore must be the storm—
That could abash the little Bird
That kept so many warm—

I've heard it in the chillest land—
And on the strangest Sea—
Yet, never, in Extremity,
It asked a crumb—of Me.

 

"Faith" Is A Fine Invention

"Faith" is a fine invention
When Gentlemen can see—
But Microscopes are prudent
In an Emergency.

 

Love is anterior to life

Love is anterior to life,
Posterior to death,
Initial of creation, and
The exponent of breath.



 1985444-61120eb841708903a14cb62f523875f6.jpg
Emily Dickinson (10 december 1830 – 15 mei 1886)
Portret door Jerry Breen, ca.2006

 

 

De Oostenrijkse schrijver Karl Heinrich Waggerl werd geboren op 10 december 1897 in Bad Gastein. Zie ook alle tags voor Karl Heinrich Waggerl op dit blog.

Uit: Die stillste Zeit im Jahr 

„Das Gloria sangen wir selber dazu. Es klang vielleicht ein bißchen grob in unserer breiten Mundart, aber Gott schaut seinen Kindern ja ins Herz und nicht in den Kopf oder aufs Maul. Und es ist auch gar nicht so, daß er etwa nur Latein verstünde.
Mitunter stimmten wir auch noch das Lieblingslied der Mutter an, das vom Tannenbaum. Sie beklagte es ja oft, daß wir so gar keine musikalische Familie waren. Nur sie selber konnte gut singen, hinreißend schön für meine Begriffe, sie war ja auch in ihrer Jugend Kellnerin gewesen. Wir freilich kamen nie über eine Strophe hinaus. Schon bei den ersten Tönen fing die Schwester aus übergroßer Ergriffenheit zu schluchzen an. Der Vater hielt ein paar Takte länger aus, bis er endlich merkte, daß seine Weise in ein ganz anderes Lied gehörte, etwa in das von dem Kanonier auf der Wacht. Ich selber aber konnte in meinem verbohrten Grübeln, wieso denn ein Tannenbaum zur Winterzeit grüne Blätter hatte, die zweite Stimme nicht halten. Daraufhin brachte die Mutter auch mich mit einem Kopfstück zum Schweigen und sang das Lied als Solo zu Ende, wie sie es gleich hätte tun sollen. Advent, sagt man, sei die stillste Zeit im Jahr. Aber in meinem Bubenalter war es keineswegs die stillste Zeit. In diesen Wochen lief die Mutter mit hochroten Wangen herum, wie mit Sprengpulver geladen, und die Luft in der Küche war sozusagen geschwängert mit Ohrfeigen. Dabei roch die Mutter so unbeschreiblich gut, überhaupt ist ja der Advent die Zeit der köstlichen Gerüche. Es duftet nach Wachslichtern, nach angesengtem Reisig, nach Weihrauch und Bratäpfeln. Ich sage ja nichts gegen Lavendel und Rosenwasser, aber Vanille riecht doch eigentlich viel besser, oder Zimt und Mandeln.
Mich ereilten dann die qualvollen Stunden des Teigrührens. Vier Vaterunser das Fett, drei die Eier, ein ganzer Rosenkranz für Zucker und Mehl. Die Mutter hatte die Gewohnheit, alles Zeitliche in ihrer Kochkunst nach Vaterunsern zu bemessen, aber die mußten laut und sorgfältig gebetet werden, damit ich keine Gelegenheit fände, den Finger in den köstlichen Teig zu tauchen. Wenn ich nur erst den Bubenstrümpfen entwachsen wäre, schwor ich mir damals, dann wollte ich eine ganze Schüssel voll Kuchenteig aufessen, und die Köchin sollte beim geheizten Ofen stehen und mir dabei zuschauen müssen! Aber leider, das ist einer von den Knabenträumen geblieben, die sich nie erfüllt haben.“

 

 1985444-b4e848cb69d954e2eff051c338ff2bba.jpg
Karl Heinrich Waggerl (10 december 1897 – 4 november 1973)
Cover

 

 

De Oostenrijkse schrijver Reinhard Kaiser Mühlecker werd geboren op 10 december 1982 in Kirchdorf an der Krems. Zie ook alle tags voor Reinhard Kaiser Mühlecker op dit blog.

Uit: Fremde Seele, dunkler Wald

»Diese verdammten Russen«,sagte Alexander Fischer nach langem Schweigen und schob sein leeres Glas über die Theke, an der er seit dem späten Vormittag stand. »Welche Schwierigkeiten haben wir mit denen schon gehabt! Und welche werden wir erst noch haben ...«
Es war zwei Uhr; außer ihnen war niemand im Gasthaus, nur hinten am Stammtisch, in dem Halbdunkel kaum zu erkennen, saß die hochaufgeschossene Gestalt des Postboten, der Zeitung lesend zu Mittag aß; obwohl er bereits vor einer ganzen Weile gekommen war, waren seine Schuhabdrücke auf den Bodendielen noch nicht aufgetrocknet. Unter der Tür wurde ein Blatt her-
eingeweht – Birke.
»Meinst du? Hört man doch schon lange nichts mehr von dort«, sagte der Wirt, ohne Alexander anzusehen.
Er stand hinter der Theke und las ebenfalls in einer Zeitung. Seine gebräunte, pigmentfleckige Glatze glänzte, leuchtete wie aus sich selbst heraus. Er schlug die Zeitung zu und nahm Alexanders Glas. Sorgfältig spülte er es aus, hielt es unter den Zapfhahn und füllte es und schob es wieder hinüber.
»Ich lese gerade ein Buch«, sagte Alexander und umfasste das Glas. »In den vergangenen Jahrzehnten sind immer wieder russische U-Boote in schwedischen Gewässern aufgetaucht. Sogar in den letzten Jahren noch. Aber das ist nur ein Beispiel dafür, wie sie sind. Provokateure. Sie provozieren in einem fort.«
»Die Russen meinst du?«
»Ja doch. Wen denn sonst?«
»Von dieser U-Boot-Geschichte habe ich noch nie gehört.«
»Das hat schon in den Sechzigern begonnen«, sagte Alexander, ließ das Glas los und richtete sich den spiegelbesetzten Kragen seiner Uniform. »Ich muss meine Schwester einmal dazu fragen, vielleicht weiß sie mehr.
Sie lebt ja seit ein paar Jahren dort oben, mit einem Amerikaner.«
»In Schweden?«, fragte der Wirt. »Hast du nicht gesagt, sie ist in Wien?«

 

 1985444-ea04fc0ff343ccd8bf5ab2ac0cd6968b.jpg
Reinhard Kaiser Mühlecker (Kirchdorf an der Krems, 10 december 1982)

 

 

De Spaanse schrijver en politicus Jorge Semprún Maura werd geboren in Madrid op 10 december 1923. Zie ook alle tags voor Jorge Semprún op dit blogen ook mijn blog van 10 december 2010.

Uit: Was für ein schöner Sonntag! (Vertaald door Johannes Piron)

„Man kam ganz verschreckt aus Compiègne in dieser sagenhaften, unvorstellbaren Welt von Buchenwald an. Man war, schien es, ganz allein und wurde von links und rechts getriezt. Die Quarantäne, das Ungeziefer, die Schläge der SS und der grünen Kapos, sogar von einigen roten Kapos. Die Scheibe Brot, die man oft mit Fäusten gegen den Nachbarn verteidigen musste. Merde! Dein Nachbar, ein braver Büroangestellter, ein Oberst der französischen Armee, ein Professor für Zivilrecht, einfach ein Mann, der zum gierigen Raubtier geworden war, unbarmherzig, nur auf sein eigenes Überleben bedacht, offenbar zu allem bereit für einen zusätzlichen Happen Brot, einen Rest Suppe! Und dann – zwei, drei, vierzehn Tage danach: der Kontakt.
Die Partei nahm sich deiner wieder an.
Die große Überraschung in Buchenwald war das Vorhandensein einer illegalen Organisation der Partei.“
(…)

In diesem Dezember 1944 ist die Strategie der mit der Leitung des Lagers Buchenwald betrauten SS-Offiziere leicht zu erraten. Sie wollen um jeden Preis vermeiden, an die Front geschickt zu werden. Sie wollen weiter als Etappenschweine leben, in der Bequemlichkeit ihrer Sinekure. Deshalb müssen sie um jeden Preis alles vermeiden, was die Aufmerksamkeit von Berlin auf ihre Amtsführung in Buchenwald lenken und Disziplinarmaßnahmen auslösen könnte.
Aber wie lässt sich all das vermeiden? Die beste Lösung besteht darin, die internen Dinge des Lagers den deutschen Kommunisten zu überlassen, die seit Jahren die Schlüsselstellungen der Verwaltung innehaben, seit sie die normalen Strafgefangenen in einem hinterhältigen und blutigen Kampf eliminiert haben.“

 

 1985444-cf08a3ba45ec87cbbb568a99cae9e23e.jpg
Jorge Semprún (10 december 1923 - 7 juni 2011)
Cover 

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Gertrud Kolmar (pseudoniem van Gertrud Käthe Chodziesner) werd op 10 december 1894 in Berlijn geboren. Zie ook alle tags voor Gertrud Kolmar op dit blog.

 

Schrebergärten

Du schaust hinein. Am Zaun die Laube
In Sonntagsstimmung, frisch und blank:
Ein grünes Haus mit weißer Haube
Und ringsum wilden Weins Gerank.

Dazu zwei Mädchen mit Soldaten;
Drum lacht die Sonnenblume auch -
Ein Apfelbaum, ein Beet Tomaten,
Ein Rosenstock, ein Himbeerstrauch:

Und mitten in der Pracht ein Kleinchen,
Das kaum noch halb sein Hemdchen deckt
Und das zwei ros'ge, runde Beinchen
Aus seinem Kinderwagen streckt.

 

 

Wiegenlied

Schlafe wohl unter dem silbernen Schild,
Unter der rotroten Rose!
Sanft scheint der Mond, und das Sternlein glänzt mild -
Weich ist dein Bettchen im Moose.
:, : Abendwind,
Wieg' ein mein Kind,
Meine süße, dunkle Rose! :, :

Schmetterling gaukelt durchs Schattenblau,
Zitternd duftet der Flieder,
Rings säet glitzernde Perlen der Tau,
Nachtigall singt ihre Lieder.
:, : Vögelein,
Sing' ein, sing' ein
Die lieblichen, jungen Glieder! :, :

Träume entfliehn, und Gedanken gehn,
Zahllos und klar wie die Sterne.
Mag, was mir nah', auch im Düster verwehn,
Licht bleibt doch ewig die Ferne!
:, : Guckäuglein,
Nun schließt euch fein,
Meine lieben, schwarzen Sterne!

 

 1985444-a071e592291221cba4adbcbb7b0713e4.jpg
Gertrud Kolmar (10 december 1894 – (?) maart 1943)
Cover biografie

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e december ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 11:38 Reageer op dit bericht

Jacquelyn Mitchard, Nelly Sachs, Cornelia Funke, Carolyn Kizer, Pierre Louÿs

De Amerikaanse schrijfster Jacquelyn Mitchard werd geboren in Chicago, Illinois, op 10 december 1951. Zie ook alle tags voor Jacquelyn Mitchard op dit blog.

Uit: Christmas, Present 

"But he could not frame a question that would elicit the date from Laura's cool and sharp-eyed mother. She was a busy realtor, a woman of few words except where they concerned post-and-beam construction or Carrera marble in the master bath. She would not burble forth, "And that was the last time Helen and David went anywhere together as husband and wife ... " or "I'd just bought that silver Volvo ... " or "Do you remember how adorable Laurie's sister Angela looked; she was only a junior ... " -- remarks that could be checked against a family timeline.
Their wedding album had been no help.
It was inscribed with their names, the month and day -- but, at Laura's behest, not the year. For the same reason, the photos all were in black-and-white. "Color makes pictures look dated. I want this to be always new," she'd said.
They were married December 23, and all the women, including Laura, wore red velvet, the men gray morning clothes, with top hats -- even without the help of color film, he could remember the splash they all made, like bright cardinals and sparrows against the snow. The photographer spread huge sheets of clear plastic beneath an evergreen bower for outdoor shots. Laura peeked from under the hood of a wool merino cape trimmed with rabbit fur, like a character from Little Women.
The photos were timeless; not even a single car with an identifiable grille or body shape was visible.
He might have asked his own mother outright, and she would have felt no impulse to chide him. She would have been moved by his diligence.
He had missed his mother, more or less constantly, for two years, with the persistence of a low-grade fever that spiked in spring or at moments of acute need or tenderness. Laura resembled his mother in no way; she had different habits, preferences, and talents. But his wife still somehow recalled Amy, in common sense, in pure spirit. Laura still teased him about their first date: He had confessed he might never marry at all, never find a woman the equal of his mother. Amy had died of ovarian cancer, hadn't even lived to hear Amelia, the daughter they had named for her, say her grandmother's name.”

 1985439-c7a31c6b32e76fc66aa475705ed5e3c8.png
Jacquelyn Mitchard (Chicago, 10 december 1951)

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Nelly Sachs werd op 10 december 1891 in Berlijn geboren. Zie ook alle tags voor Nelly Sachs op dit blog.

 

Diese Kette von Rätseln

Diese Kette von Rätseln
um den Hals der Nacht gelegt
Königswort weit fort geschrieben
unlesbar
vielleicht in Kometenfahrt
wenn die aufgerissene Wunde des Himmels
schmerzt

da
in dem Bettler der Raum hat
und auf Knieen gehend
ausgemessen hat alle Landstraßen
mit seinem Leib

denn es muß ausgelitten werden
das Lesbare
und Sterben gelernt
im Geduldigsein −

 

 

Auf und ab gehe ich

Auf und ab gehe ich
in der Stubenwärme
Die Irren im Korridor kreischen
mit den schwarzen Vögeln draußen
um die Zukunft
Unsere Wunden sprengen die böse Zeit
aber die Uhren gehen langsam -

 

 1985439-4b9bfe4ce948a1ddad77e3978adf750e.jpg
Nelly Sachs (10 december 1891 – 12 mei 1970)
Portret Helga Tiemann, 1968

 

 

De Duitse schrijfster en illustratrice Cornelia Funke werd geboren in Dorsten op 10 december 1958. Zie ook alle tags voor Cornelia Funke op dit blog.

Uit: Tintenherz

“Es fiel Regen in jener Nacht, ein feiner, wispernder Regen. Noch viele Jahre später musste Meggie bloß die Augen schließen und schon hörte sie ihn, wie winzige Finger, die gegen die Scheibe klopften. Irgendwo in der Dunkelheit bellte ein Hund, und Meggie konnte nicht schlafen, so oft sie sich auch von einer Seite auf die andere drehte.
Unter ihrem Kissen lag das Buch, in dem sie gelesen hatte. Es drückte den Einband gegen ihr Ohr, als wollte es sie wieder zwischen seine bedruckten Seiten locken. "Oh, das ist bestimmt sehr bequem, so ein eckiges, hartes Ding unterm Kopf", hatte ihr Vater gesagt, als er zum ersten Mal ein Buch unter ihrem Kissen entdeckte. "Gib zu, es flüstert dir nachts seine Geschichte ins Ohr." - "Manchmal!", hatte Meggie geantwortet. "Aber es funktioniert nur bei Kindern." Dafür hatte Mo sie in die Nase gezwickt. Mo. Meggie hatte ihren Vater noch nie anders genannt.
In jener Nacht - mit der so vieles begann und so vieles sich für alle Zeit änderte - lag eins von Meggies Lieblingsbüchern unter ihrem Kissen, und als der Regen sie nicht schlafen ließ, setzte sie sich auf, rieb sich die Müdigkeit aus den Augen und zog das Buch unter dem Kissen hervor. Die Seiten raschelten verheißungsvoll, als sie es aufschlug. Meggie fand, dass dieses erste Flüstern bei jedem Buch etwas anders klang, je nachdem, ob sie schon wusste, was es ihr erzählen würde, oder nicht. Aber jetzt musste erst einmal Licht her. In der Schublade ihres Nachttisches hatte sie eine Schachtel Streichhölzer versteckt. Mo hatte ihr verboten, nachts Kerzen anzuzünden. Er mochte kein Feuer. "Feuer frisst Bücher", sagte er immer, aber schließlich war sie zwölf Jahre alt und konnte auf ein paar Kerzenflammen aufpassen. Meggie liebte es, bei Kerzenlicht zu lesen. Drei Windlichter und drei Leuchter hatte sie auf dem Fensterbrett stehen. Sie hielt das brennende Streichholz gerade an einen der schwarzen Dochte, als sie draußen die Schritte hörte. Erschrocken pustete sie das Streichholz aus - wie genau sie sich viele Jahre später noch daran erinnerte! -, kniete sich vor das regennasse Fenster und blickte hinaus. Und da sah sie ihn.“

 

 1985439-f917e7663ece17cfd2ff0ab31d27e172.jpg
Cornelia Funke (Dorsten, 10 december 1958)

 

 

De Amerikaanse dichteres Carolyn Ashley Kizer werd geboren op 10 december 1925 in Spokane, Washington. Zie ook alle tags voor Carolyn Kizer op dit blog.

 

Where I've Been All My Life

I.
Sirs, in our youth you love the sight of us.
Older, you fall in love with what we've seen,
Would lose yourselves by living in our lives.
I'll spin you tales, play the Arabian girl;
Working close, alone in the blond arena,
Flourish my cape, the cloth on the camera.
For women learn to be a holy show.

I'll tell you where I've been, not what I am:
In Rotterdam, womb where my people sprang,
I find my face, my father, everywhere.
New cousins I must stoop to greet, the get
Of tall, whey-colored burghers, sturdy dams,
As children fed on tulip bulbs and dirt,
Tugged at dry dugs and sucked at winter's rind.

My cousins, dwarfed by war! Your forms rebuke
The butcher and the bystander alike.
To ease you I can't shrink this big Dutch frame
Got of more comfortable ancestors.
But from my Southern side I pluck a phrase,
"I'll carry you." And it means "rest in me,"
To hold you as I may, in my mind's womb.

But snap the album, get the guidebook out!
Rotterdam: her raw, gray waterfront,
Zadkine's memorial burning on the quay;
This bronze is mortal, gaping in defeat,
The form that wombed it split to let it be.
It mends; he lurches up, in blood reborn,
The empty heavens his eternal frame.

 

 1985439-7184be3ffdf3081fe978b38d5d97e3d8.jpg
Carolyn Kizer (10 december 1925 – 9 oktober 2014)

 

 

De Franse dichter en schrijver Pierre Louÿs werd geboren op 10 december 1870 in Gent. Zie ook alle tags voor Pierre Louÿs op dit blog.

 

Chanson

Le premier me donna un collier, un collier de perles qui
vaut une ville, avec les palais et les temples, et les trésors
et les esclaves.

Le second fit pour moi des vers. Il disait que mes cheveux
sont noirs comme ceux de la nuit sur la mer et mes yeux
bleus comme ceux du matin.

Le troisième était si beau que sa mère ne l'embrassait pas
sans rougir. Il mit ses mains sur mes genoux, et ses lèvres
sur mon pied nu.

Toi, tu ne m'as rien dit. Tu ne m'as rien donné, car tu es
pauvre. Et tu n'es pas beau, mais c'est toi que j'aime

 

 

Pégase
À José Maria de Heredia.

De ses quatre pieds purs faisant feu sur le sol,
La Bête chimérique et blanche s'écartèle,
Et son vierge poitrail qu'homme ni dieu n'attelle
S'éploie en un vivace et mystérieux vol.

Il monte, et la crinière éparse en auréole
Du cheval décroissant fait un astre immortel
Qui resplendit dans l'or du ciel nocturne, tel
Orion scintillant à l'air glacé d'Éole.

Et comme au temps où les esprits libres et beaux
Buvaient au flot sacré jailli sous les sabots
L'illusion des sidérales chevauchées,

Les Poètes en deuil de leurs cultes perdus
Imaginent encor sous leurs mains approchées
L'étalon blanc bondir dans les cieux défendus.

 

 1985439-6d728907d47832e045d5da87a9b5fa98.jpg
Pierre Louÿs (10 december 1870 – 6 juni 1925)
Kerstmarkt in Gent 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e december ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 11:35 Reageer op dit bericht

Clarice Lispector, Thomas Lux, Ara Baliozian, Christine Brückner, Rumer Godden

De Braziliaanse schrijfster Clarice Lispector werd geboren op 10 december 1925 in Podolia (Oekraïne). Zie ook alle tags voor Clarice Lispector op dit blog.

Uit: Why This World (Biografie door Benjamin Moser)

“In 1946, the young Brazilian writer Clarice Lispector was returning from Rio de Janeiro to Italy, where her husband was vice consul in Naples. She had traveled home as a diplomatic courier, carrying dispatches to the Brazilian Ministry of Foreign Relations, but with the usual routes between Europe and South America disrupted by the war, her journey to rejoin her husband followed an unconven-
tional itinerary. From Rio she flew to Natal, on the northeastern tip of Brazil, then onward to the British base at Ascension Island in the South Atlantic, to the American air station in Liberia, to the French bases in Rabat and Casablanca, and then via Cairo and Athens to Rome.
Before each leg of the trip, she had a few hours, or days, to look around. In Cairo, the Brazilian consul and his wife invited her to a cabaret, where they were amazed to see the exotic belly dance performed to the familiar strains of a hit of Rio's 1937 Carnival, Carmen Miranda's "I Want Mommy."
Egypt itself failed to impress her, she wrote a friend back in Rio de Janeiro.
"I saw the pyramids, the Sphinx--a Mohammedan read my palm in the `desert sands' and said I had a pure heart. . . . Speaking of sphinxes, pyramids, piasters, it's all in horribly bad taste. It's almost immodest to live in Cairo. The problem is trying to feel anything that hasn't been accounted for by a guide."1
Clarice Lispector never returned to Egypt. But many years later she recalled her brief sightseeing tour, when, in the "desert sands," she stared down no one less than the Sphinx herself.
"I did not decipher her," wrote the proud, beautiful Clarice. "But neither did she decipher me."
By the time she died in 1977, Clarice Lispector was one of the mythical figures of Brazil, the Sphinx of Rio de Janeiro, a woman who fascinated her countrymen virtually from adolescence. "The sight of her was a shock," the poet Ferreira Gullar remembered of their first meeting. "Her green almond eyes, her high cheekbones, she looked like a she-wolf, a fascinating wolf. . . . I thought that if I saw her again I would fall hopelessly in love with her." "There were men who couldn't forget me for ten years," she admitted.”

 

 1985434-c56999ea301b565fb3e57c1390666cb4.jpg
Clarice Lispector (10 december 1925 – 9 december 1977)

 

 

De Amerikaanse dichter Thomas Lux werd geboren op 10 december 1946 in Northampton, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Thomas Lux op dit blog.

 

Refrigerator, 1957

More like a vault -- you pull the handle out
and on the shelves: not a lot,
and what there is (a boiled potato
in a bag, a chicken carcass
under foil) looking dispirited,
drained, mugged. This is not
a place to go in hope or hunger.
But, just to the right of the middle
of the middle door shelf, on fire, a lit-from-within red,
heart red, sexual red, wet neon red,
shining red in their liquid, exotic,
aloof, slumming
in such company: a jar
of maraschino cherries. Three-quarters
full, fiery globes, like strippers
at a church social. Maraschino cherries, maraschino,
the only foreign word I knew. Not once
did I see these cherries employed: not
in a drink, nor on top
of a glob of ice cream,
or just pop one in your mouth. Not once.
The same jar there through an entire
childhood of dull dinners -- bald meat,
pocked peas and, see above,
boiled potatoes. Maybe
they came over from the old country,
family heirlooms, or were status symbols
bought with a piece of the first paycheck
from a sweatshop,
which beat the pig farm in Bohemia,
handed down from my grandparents
to my parents
to be someday mine,
then my child's?
They were beautiful
and, if I never ate one,
it was because I knew it might be missed
or because I knew it would not be replaced
and because you do not eat
that which rips your heart with joy.

 

 1985434-2d050e68635fd5b1bd577b1c78a50582.jpg
Thomas Lux (Northampton, 10 december 1946)

 

 

De Armeense schrijver Ara Baliozian werd geboren op 10 december 1936 in Athene. Zie ook alle tags voor Ara Baliozian op dit blog.

Uit: Pages From My Diary, 1986-1995

« Sometimes in the middle of the night I receive telephone calls from distant places by individuals in search of immortality. These individuals seem to think that I have influence in those places where immortality is dispensed. I try to explain to them that I have problems of my own, that I can't even make ends meet, that my so-called influence is a figment of their imagination, that the status of an Armenian writer in our communities is that between a janitor and an unemployable misfit, and that even if I were to write to a flunky, the chances are I would be completely ignored.
The Arabs castrate rapists and cut off the hands of thieves. Both procedures may be viewed as forms of censorship. Literary censorship is even more barbaric because it attempts to castrate or maim the expression of man's mind and soul. Literary censorship is the first step on the road that leads to massacre.
Some of our academics appear to have made the brilliant discovery that, the more useless and irrelevant their field of expertise, the more they can count on institutional support. I am personally acquainted with academics who know everything that happened to us 70 or even 700 years ago but pretend to know nothing about what's happening today in their own community.
"Why have you given up writing?" I ask a friend who until very recently contributed regularly to our press.
"How can you go on writing?" he replies.
A good question. I wish I knew the answer.”

 

 1985434-eb970cc7362b9f1a6341b0d199afca66.png
Ara Baliozian (Athene, 10 december 1936)

 

 

De Duitse schrijfster Christine Brückner werd geboren op 10 december 1921 in Schmillinghausen bij Bad Arolsen in Hessen. Zie ook alle tags voor Christine Brückner op dit blog.

Uit: Jauche und Levkojen

„Vor wenigen Minuten wurde auf Poenichen ein Kind geboren. Es kniff die Augen fest zu, als wäre ihm das Licht der Morgensonne zu grell, und war nicht einmal durch leichte Schläge auf das Hinterteil zum Schreien zu bringen. Aber: Es bewegte sich, atmete, lebte. Die Hebamme hatte die Länge: 42 Zentimeter, mit Hilfe der Küchenwaage auch das Gewicht: 2450 Gramm, festgestellt und zusammen mit dem Datum, dem 8. August 1918, und der Uhrzeit: 7 Uhr 30, auf dem Formular eingetragen, und nun lag das Kind gewindelt und mit blauem Jäckchen und Mützchen bekleidet in den blaugestickten Kissen der Quindtschen Familienwiege und schlief.
Die Mutter des Kindes, Vera von Quindt geborene von Jadow, für zwei Wochen eine Wöchnerin und dann nie wieder, hatte darauf bestanden, daß ihr Kind - zum Zeitpunkt dieser Abmachung allerdings nicht einmal gezeugt - in der Charite zur Welt kommen sollte, wo ein junger unterschenkelamputierter Arzt in der Entbindungsstation arbeitete, einer ihrer Bewunderer, aber als Ehemann nicht geeignet:
bürgerlich und ohne Aussicht auf eine baldige Niederlassung in einer guten Wohngegend des Berliner Westens. Aus begreiflichen Gründen war von ihm nicht die Rede gewesen, als diese Abmachung
getroffen wurde. Die Erinnerung an den Steckrübenwinter und eine erneute Herabsetzung der Lebensmittelrationen hatten die junge Berlinerin ein pommersches Rittergut mit anderen Augen sehen
lassen. Sie war 24 Jahre alt, dunkelhaarig, hübsch, aber unvermögend, und ihre Tänzer waren an der Somme undMarne gefallen, "reihenweise" wie ihre Mutter zu sagen pflegte. ...“

 

 1985434-a488403f8b9e84bd7a7bac7a8550602d.jpg
Christine Brückner (10 december 1921 – 21 december 1996)
Scene uit de gelijknamige film uit 1978

 

 

De Engelse schrijfster Margaret Rumer Godden werd geboren op 10 december 1907 in Eastbourne, East Sussex. Zie ook alle tags voor Rumer Godden op dit blog.

Uit: In This House of Brede

“From the air. it would seem that it was the Abbey that had space, the old town below that was enclosed; steep and narrow streets ran between the ancient battlements and its houses were huddled, roof below roof, windows and eaves jutting so that they almost touched; garden yards were overlooked by other garden yards while the Abbey stood in a demesne of park, orchard, farm and garden. Its walls had been heightened since the nuns came, trees planted that had grown tall; now it was only from the tower that one could look into the town, though atnight a glow came up from the lights seeming, from inside the enclosure, to give the Abbey walls a nimbus.
The traffic made a continual hum too, heard in the house but not in the park that stretched away inland towards the open fields; it was a quiet hum because the town was quiet and old- fashioned; besides, no car or lorry could be driven quickly through Its narrow cobbled streets.
The sparrow voices of children, when they were let out of school, were heard too, but the only sound that came from the Abbey was dropped into the town by bells measuring, not the hours of time as did the parish church clock, but the liturgical hours from Lauds to Compline; the bells rang the Angelus, the call to Chapter and the Abbey news of entrances and exits; sometimes of death. There was a small bell. St John, almost tinkling by contrast; it hung in the long cloister and summoned the nuns to the refectory. The bells of the Abbey, the chimes of the parish church clock, coming across each other, each underlining the other, gave a curious sense of time outside time, of peace, and the only quarrel the town had with the Abbey now was that the nuns insisted on feeding tramps.
A winding stone stair led up to the tower, going through the belfry above the bell tribune where the hanging bell ropes had different coloured tags. Though the bells were numbered, they had names. ‘Dame Ursula says they are baptized,’ sald Sister Cecily. Dame Clare, the zelatrix, Dame Ursula's assistant, was more exact. ‘There is a ceremony in the pontifical which is called baptizing the bells; It is, rather, a consecration,‘ but to Cecily they seemed personalities. "

 

 1985434-7b1aed1806214c751ed0e007c0458715.jpg
Rumer Godden (10 december 1907 – 8 november 1998)

Geschreven door Romenu om 11:34 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten