Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 17 december 2016 tot 18 december 2016

Weihnachtsbäume (Gustav Falke)

 

Bij de vierde zondag van de Advent

 

 1988217-f8c7a969c36446819147b65ae6e05e67.jpg
The Christmas Tree door Elizabeth Forbes (1859–1912)

 

 

Weihnachtsbäume

Nun kommen die vielen Weihnachtsbäume
aus dem Wald in die Stadt herein.
Träumen sie ihre Waldesträume
wieder beim Laternenschein?

Könnten sie sprechen! Die holden Geschichten
von der Waldfrau, die Märchen webt,
was wir uns erst alles erdichten,
sie haben das alles wirklich erlebt.

Da steh'n sie nun an den Straßen und schauen
wunderlich und fremd darein,
als ob sie der Zukunft nicht trauen,
es muß doch was im Werke sein!

Freilich, wenn sie dann in den Stuben
im Schmuck der hellen Kerzen stehn,
und den kleinen Mädchen und Buben
in die glänzenden Augen sehn.

Dann ist ihnen auf einmal, als hätte
ihnen das alles schon mal geträumt,
als sie noch im Wurzelbette
den stillen Waldweg eingesäumt.

Dann stehen sie da, so still und selig,
als wäre ihr heimlichstes Wünschen erfüllt,
als hätte sich ihnen doch allmählich
ihres Lebens Sinn enthüllt;

Als wären sie für Konfekt und Lichter
vorherbestimmt, und es müßte so sein,
und ihre spitzen Nadelgesichter
sehen ganz verklärt darein.

 

 1988217-e88b1b153c969fb87c4c78dcbac25f0b.jpg
Gustav Falke (11 januari 1853 - 8 februari 1916)
Lübeck in de Kersttijd. Gustav Falke werd geboren in Lübeck.

 

 

Zie voor de schrijvers van de 18e december ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 10:13 1 reactie Reageer op dit bericht

A. M. Homes, Mazarine Pingeot, Viktor Rydberg, Miles Marshall Lewis

De Amerikaanse schrijfster Amy Michael Homes werd geboren op 18 december 1961 in Washington DC. Zie ook alle tags voor A. M. Homes op dit blog.

Uit: Vergeef ons (Gerda Baardman en Wim Scherpenisse)

“Wil je mijn recept voor rampspoed?
De waarschuwing: vorig jaar, Thanksgiving bij hen thuis. Twintig, dertig mensen aan tafeltjes die vanuit de eetkamer de zitkamer in zwermden en bij het pianobankje abrupt ophielden. Hij zat aan het hoofd van de grote tafel stukjes kalkoen tussen zijn tanden uit te peuteren en over zichzelf te praten. Ik bleef naar hem kijken terwijl ik met dienbladen heen en weer liep tussen de keuken en de eetkamer, en mijn vingertoppen in allerlei onbenoembare troep terechtkwamen: cranberrysaus, zoete aardappelen, een koud zilveruitje, kraakbeen. Bij elk tripje van de eetkamer naar de keuken haatte ik hem meer. Elke zonde uit onze jeugd, te beginnen met zijn geboorte, kwam weer terug. Hij kwam elf maanden na mij ter wereld, meteen al ziekelijk – zuurstoftekort tijdens de bevalling – en daardoor heeft hij veel te veel aandacht gekregen. Ik heb herhaaldelijk geprobeerd hem duidelijk te maken hoe afschuwelijk hij is, maar hij blijft zich gedragen alsof hij een geschenk van de goden aan de mensheid is. Ze noemden hem George. Hij werd graag Geo genoemd, want dat klonk interessant, wetenschappelijk, wiskundig, analytisch. Ik noemde hem Geode, sedimentair gesteente. Zijn bovennatuurlijke zelfvertrouwen en zijn goddelijk arrogante hoofd met de blonde, rechtopstaande plukken haar trokken de aandacht, maakten de indruk dat hij iets wist. Mensen vroegen zijn mening, wilden dat hij met hen meedeed, maar ik heb zijn charme nooit gezien. Tegen de tijd dat we respectievelijk tien en elf waren, was hij langer dan ik, breder, sterker. ‘Weet je wel zeker dat hij niet van de slager is?’ vroeg mijn vader weleens voor de grap. Dan lachte niemand.
Ik liep af en aan met zware schalen, borden en aangekoekte ovenschotels, en niemand merkte dat er hulp nodig was, George niet en ook zijn twee kinderen niet, of zijn belachelijke vrienden die eigenlijk zijn werknemers zijn, onder wie een jonge weervrouw en diverse nieuwslezers, zowel mannelijk als vrouwelijk, die stijf rechtop zaten met hun Ken- en Barbie-haar strak in de lak, en ook mijn Chinees-Amerikaanse vrouw Claire niet, die een hekel aan kalkoen had en nooit naliet ons eraan te herinneren dat een feestmaal in haar familie uit geroosterde eend met kleefrijst bestond. George’ vrouw, Jane, had de hele dag gekookt, schoongemaakt en eten opgediend, en stond nu botjes en etensrestjes van de borden en schalen in een gigantische vuilnisbak te schrapen.”

 

 1988211-c293a6e3c6f795fd0b06b262fb722057.jpg
A. M. Homes (Washington DC, 18 december 1961)

 

 

De Franse schrijfster Mazarine Pingeot werd geboren in Avignon op 18 december 1974. Zie ook alle tags voor Mazarine Pingeot op dit blog.

Uit: Les invasions quotidiennes

“Une nuit a passé et je suis une autre. Une autre que celle-de-la-veille victorieuse, c'est-à-dire que je suis redevenue l'ancienne, celle qui hésite devant sa tenue, qui regarde sa montre pour faire avancer le temps comme si l'observation du cadran avait un quelconque pouvoir d'accélération (en l'occurrence cela a plutôt un pouvoir inverse), celle qui se sent incapable de travailler car autre chose travaille son esprit, celle qui trouve que sa coupe fraîche après une bonne nuit de sommeil ressemble à un saint-honoré, et qui n'arrive pas à y remettre de l'ordre, parce que le pli de la mèche de dessus que l'oreiller a modelé sept heures durant est indestructible, comme sculpté dans la pierre, celle qui se gratte la tête parce que le brushing pulvérisant d'un coiffeur à bout de patience est pour le pou ce que le spa jet d'eau chaude, enrobage de boue et massage aux pierres chaudes est pour la femme de quarante ans célibataire et work addict, celle qui trouve soudain ses trente pages écrites en une soirée nulles, vaines, voire honteuses, celle qui se dégoûte d'avoir accepté si promptement un déjeuner avec son nouvel éditeur qu'elle a la faiblesse de trouver attirant, celle qui se regarde dans la glace et a envie de pleurer, celle qui reçoit un SMS de son ex-mari lui demandant si elle peut récupérer ses enfants en début d'après-midi car il doit passer un scanner.
(…)

"Tu ne peux pas dire bonjour au père de tes enfants, Charlotte ?"
C'est comme ça qu'il m'appelle, désormais. Retournant contre moi une confidence que je lui avais faite du temps de l'entente cordiale, quand les amants se racontent leurs petites et grandes humiliations qui les ont construits, et qu'ils n'imaginent pas encore la bombe à retardement qu'ils fabriquent dans cet instant de complicité merveilleuse."

 

 1988211-0036069f53de9ec4d9319651503a5223.jpg
Mazarine Pingeot (Avignon, 18 december 1974)

 

 

De Zweedse dichter en schrijver Viktor Rydberg werd geboren op 18 december 1828 in Jönköping, Zweden. Zie ook alle tags voor Viktor Rydberg op dit blog.

 

Tomten (Fragment)

För sin hand genom skägg och hår,
skakar huvud och hätta ---
»nej, den gåtan är alltför svår,
nej, jag gissar ej detta» ---
slår, som han plägar, inom kort
slika spörjande tankar bort,
går att ordna och pyssla,
går att sköta sin syssla.

 

 1988211-84ff010fdecf59790db1f4aa9d8e3583.jpg
 Illustratie bij Tomten door Jenny Nyström

 

Rubs his hand through his beard and hair,
Shakes his head and his cap.
“No, that question is much too deep,
I cannot fathom that.”
Then making his mind up in a hurry,
He shrugs away the annoying worry;
Turns at his own command,
Turns to the task at hand.

 

 1988211-89e771f6ee5e7c654d9825d6cd3d96c8.jpg
Viktor Rydberg (18 december 1828 – 21 september 1895)
In 1858

 

 

De Amerikaanse schrijver Miles Marshall Lewis werd geboren op 18 december 1970 in The Bronx, New York. Zie ook alle tags voor Miles Marshall Lewis op dit blog.

Uit: Paris Noir

“Opening a show for MC-poet Saul Williams (a Parisian transplant as of last year) back in 2005, Mike Ladd commanded the stage of Élysée Montmartre with his raucous blend of hip-hop and hard-core music. His satin baseball jacket told me serendipity was at work; this Boston-born MC was repping the Mustangs team of my old Bronx high school by sheer coincidence. I soon discovered that both our girlfriends were French, and pregnant. Our first sons would be born weeks apart.
Ladd left his Brooklyn enclave for Paris months before I did, to commit to his woman, escape the restrictive air of post-9/11 New York City and live out artistic fantasies of the American abroad. More commonalities then; our reasons for relocating to Europe were pretty much the same. My first exposure to the titre de séjour, the French residency card for non-European Union immigrants, came from Ladd years before I was issued my own 10-year permit.
Jake Lamar invited me to the home of 60-something Morehouse College graduate Tannie Stovall one Friday night, for a weekly gathering of black-male bonding. For years, this elder statesman (an expatriate since the 1970s) has been hosting African-American males-Parisians and out-of-towners-to his apartment for current-events barbershop talk accentuated with bottles of wine and sandwiches. Lamar and the Tannie Stovall events exposed me early on to how a long-term life in Paris might be."
Laplante-Collins founded Paris Soirées in 1994 as African-American Literary Soirées, settling into its current moniker in 1999. Held in her living room every Sunday, the weekly get-togethers feature a wide range of guest speakers. Writers, photographers, singers, painters and businessmen give spirited talks over the hostess’ own Southern-style soul food. Like the famed French salon gatherings of writers Gertrude Stein and Madame de Sévigné, Laplante-Collins carries on the storied tradition of basking in the arts by rarified Parisian sunlight.”

 

 1988211-cf941b773328e62624c630086df17679.jpg
Miles Marshall Lewis (New York, 18 december 1970)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e december ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 10:13 Reageer op dit bericht

Saki, Christopher Fry, Thomas Strittmatter, Gatien Lapointe, Heinrich Smidt

De Birmees - Britse schrijver Saki (pseudoniem van Hector Hugh Munro, een naam gekozen uit de Rubaiyat van Omar Khayyam) werd geboren op 18 december 1870 in Akyab, Birma. Zie ook alle tags voor Saki op dit blog.

Uit: The toys of peace

"What does he do?" asked Eric wearily.
"He sees to things connected with his Department," said Harvey. "This box with a slit in it is a ballot-box. Votes are put into it at election times."
"What is put into it at other times?" asked Bertie.
"Nothing. And here are some tools of industry, a wheelbarrow and a hoe, and I think these are meant for hop-poles. This is a model beehive, and that is a ventilator, for ventilating sewers. This seems to be another municipal dust-bin -- no, it is a model of a school of art and public library. This little lead figure is Mrs. Hemans, a poetess, and this is Rowland Hill, who introduced the system of penny postage. This is Sir John Herschel, the eminent astrologer."
"Are we to play with these civilian figures?" asked Eric.
"Of course," said Harvey, "these are toys; they are meant to be played with."
"But how?"
It was rather a poser. "You might make two of them contest a seat in Parliament," said Harvey, "and have an election --"
"With rotten eggs, and free fights, and ever so many broken heads!" exclaimed Eric.
"And noses all bleeding and everybody drunk as can be," echoed Bertie, who had carefully studied one of Hogarth's pictures.
"Nothing of the kind," said Harvey, "nothing in the least like that. Votes will be put in the ballot-box, and the Mayor will count them -- and he will say which has received the most votes, and then the two candidates will thank him for presiding, and each will say that the contest has been conducted throughout in the pleasantest and most straightforward fashion, and they part with expressions of mutual esteem. There's a jolly game for you boys to play. I never had such toys when I was young."
"I don't think we'll play with them just now," said Eric, with an entire absence of the enthusiasm that his uncle had shown; "I think perhaps we ought to do a little of our holiday task. It's history this time; we've got to learn up something about the Bourbon period in France."

 

 1988208-04ae68a3f5fea9f3d2e51f4e31abe568.jpg
Saki (18 december 1870 – 14 november 1916)
Cover 

 

 

De Britse toneelschrijver Christopher Fry, pseudoniem van Christopher Harris, werd geboren in Bristol op 18 december 1907. Zie ook alle tags voor Christopher Fry op dit blog.

Uit: The Lady's Not for Burning

„RICHARD:
Name
And business.
THOMAS:
Thomas Mendip. My well-born father,
If birth can ever be said to be well, maintains
A castle as draughty as a tree. At every sunset
It falls, reflecting down into the river, and fish swim
Through its walls. They swim into the bosom of my grandmother,
Who sits late, watching for the constellation of Orion
Because my dead grandfather, she believes,
Is situated somewhere in the Belt.
That is part of the glory of my childhood.
RICHARD:
I like you as much as I've liked anybody.
Perhaps you're a little drunk. But here, I'm afraid,
They may not take to you.
THOMAS:
That's what I hope.
RICHARD:
Who told you to come here?
You couldn't have chosen a less fortunate afternoon.
They're expecting company ... well, a girl. Excuse me,
I must get back to the books.
THOMAS:
I'll wait.
RICHARD:
He'll not
See anybody; I'm sure of it.
THOMAS:
Dear boy,
I only want to be hanged. What possible
Objection can he have to that? "

 

 1988208-09a42ef6d070197b7e65e5da0be0b71d.jpg
Christopher Fry (18 december 1907 - 30 juni 2005)
Scene uit een opvoering in New York, 2011

 

 

De Duitse schrijver Thomas Strittmatter werd geboren op 18 december 1961 in St. Georgen in het Zwarte Woud. Zie ook alle tags voor Thomas Strittmatter op dit blog.

Uit: Thomas Strittmatter zu „Polenweiher“

“Anna, eine in den Schwarzwald dienstverpflichtete Magd, wird tot in einem Weiher gefunden. Ganz besonders schlimm nimmt der Vorfall Rot mit, einen ehemaligen Landstreicher und Korbflechter.
Rot findet recht bald heraus, daß Hungerbühler, der Bauer, bei dem er als „Schlafgänger“ wohnt, für Annas Tod verantwortlich ist.
Auch der Kommissar, der in dem Fall ermittelt, ist recht bald im Bild; zum einen aber findet er Gefallen an Hungerbühlers Frau Antonia, zum anderen sieht er den nahenden Zusammenbruch voraus und braucht einen Unterschlupf, den er in dem abgelegenen Schwarzwaldhof zu finden hofft. Außerdem wäre es peinlich, wenn von dem Fall etwas an die Öffentlichkeit käme, denn es widerspräche der Nazipropaganda über die Lage der Ostarbeiter.
Rot reagiert mit einem körperlichen Zusammenbruch profaner Art: Darmverschluß.
Da bald das ganze Dorf über Hungerbühlers Tat Bescheid weiß, da er auch mit seinen Gewissenskonflikten zwischen Nazi-Ideologie und Menschlichkeit nicht mehr zurecht kommt, meldet er sich an die Front. Er fällt bald.
Rot stirbt an seiner Krankheit.”

 

 1988208-f54df35a3f14000b60a69562bda724dd.jpg
Thomas Strittmatter (18 december 1961 - 29 augustus 1995)
Scene uit een opvoering van “Der Polenweiher” in München, 1993 

 

 

De Canadese dichter en schrijver Gatien Lapointe werd geboren op 18 december 1931 in Québec. Zie ook alle tags voor Gathien Lapointe op dit blog.

 

Ode au Saint-Laurent (Fragment)

Ô que je m’embarque sur la mer verte et bleue
Ô que je saisisse les reflets qui m’aveuglent
Le temps dispersé en mille figures
Le mot prisonnier de la chair
L’accord caché au fond du sang
L’infini de l’univers et du cœur
La solitude sans fin de chaque être
Trouverai-je le secret de ma vie

Trouverai-je un jour l’événement qui commence

Être homme est déjà une tragédie
Et j’ai pleuré en découvrant le monde

J’ai allumé un feu sur la haute clairière
Je suis descendu dans l’aine des sources
Le parfum du sol me frappe au visage
La femme aux hanches brillantes d’aurore
L’homme à genoux inventant Dieu
Je suivrai la marche du fleuve
Je connais ensemble hier et demain
Et c’est aujourd’hui qu’il me faut construire

Je découvre ma première blessure
Je plante dans le sol ma première espérance

Espace et temps ô très charnelle phrase

Toutes les routes dans une même figure
L’instant et toute l’année en un pas


 1988208-d63d4761ff75389840328097fd2e5c00.jpg
Gatien Lapointe (18 décember 1931 – 15 september 1983)
Rue du Petit Champlain tijdens de kersttijd, Lower Town, Quebec City

 

 

De Duitse schrijver Heinrich Smidt werd geboren op 18 december 1798 in Altona. Zie ook alle tags voor Heinrich Schmidt op dit blog.

Uit: Das Pestschiff

„Jerta saß auf einer Steinbank, die auf der äußersten Spitze des Gartens errichtet war. Neben ihr stand Skuld, eine blühende, junge Nordländerin. Sie war mehr Gespielin, als Dienerin. Die Blicke der jungen Herrin schweiften längs des Horizontes. Sie beugte sich vornüber und die Gespielin zog sie erschrocken zurück und rief:
»Siehst du nicht die Brandung unter dir? Wie leicht faßt dich ein Schwindel und du stürzest hinab in die Tiefe.«
»Fürchtest du dich vor der brandenden See und bist eine Tochter des Nordens?« fragte Jerta lachend. »Ich bin im Süden geboren, wo die goldenen Äpfel an immergrünen Bäumen reifen, und fürchte sie nicht, sie ist mir von Jugend auf treu gewesen und hat mich oft auf ihren Wellen gewiegt. Sie wird auch jetzt meine Bitten erhören und mir meinen Osrick bringen.«
»Sie wird es,« antwortete Skuld. »Aber sie tut es erst dann, wenn sie ihn mit ihren Armen zu fassen vermag. Wer weiß, wo der Ruhelose jetzt weilt, woran er denkt und was er treibt. Die Menschen werden anders, wenn sie es zu etwas bringen und Osrick ist ein vornehmer Kapitän geworden.«
»Ich bin dir böse, weil du mir den Freund verdächtigen willst,« sagte Jerta und eine Wolke des Unmuts flog über ihre Stirn. »Aber es gelingt dir nicht.«
Sie sah der Freundin in das treue Auge und fuhr fort:
»Nein, ich zürne dir nicht, da ich weiß, daß du diesen Zweifel nur aussprichst, um meine Sehnsucht zu mildern, denn du siehst wohl, daß sie mich verzehrt.«
Die beiden Jungfrauen umarmten sich und Jerta sagte, durch Tränen lächelnd, nach einer Weile:
»Wenn mein Osrick aus dem schönen Süden heimkehrt, dann sollen auch für dich Freudentage anbrechen. Ich habe es wohl gesehen, daß Ole Steen, wenn er mit einer Botschaft von dem Sarge herüberkommt, nur Augen für dich hat. Und du, Schelmin, siehst das Boot, welches ihn trägt, immer zuerst, wenn es auch noch so weit entfernt ist. Osrick wird auf seinem Schiffe einen Platz für den schmucken, jungen Matrosen haben, und du ziehst dann mit mir in die blumenduftigen Täler, wo die Sterne golden blinken und die See vom Purpur widerstrahlt.«

 

 1988208-fe7ecdc8d3229c1a4aca14af18e7ff55.jpg
Heinrich Smidt (18 december 1798 - 3 september 1867)
Cover

Geschreven door Romenu om 10:03 Reageer op dit bericht

Jakov Polonski

De Russische dichter en schrijver Jakov Petrovitsj Polonski werd geboren in Rjazan op 18 december 1819 als zoon van een ambtenaar en studeerde aan de Universiteit van Moskou, waar hij de jonge dichters Apollon Grigojev en Afanasi Fet leerde kennen. In 1844 publiceerde hij zijn eerste bundel met lyrische poëzie, welke geplaatst kan worden in de school van de ‘zuivere kunst’, welke in die periode, in navolging van van Aleksandr Poesjkin, opgang deed. Polonski werkte in de jaren 1840 als secretaris voor Michail Vorontsov, onder andere in Tiflis en Odessa. De nabijheid van de Zwarte Zee leek zijn romantische gevoelens alleen maar verder aan te wakkeren en in deze periode schreef hij volgens velen zijn beste gedichten. In 1851 vestigde hij zich in Sint-Petersburg, deed daar aanvankelijk vooral journalistiek werk en trad vanaf 1860 in overheidsdienst, bij het departement voor de censuur. Zijn latere gedichten vertonen in toenemende mate een sociale betrokkenheid. Op late leeftijd voerde Polonski nog een correspondentie met Anton Tsjechov. Hij overleed op 78-jarige leeftijd in Sint-Petersburg en werd begraven in zijn geboortestad Rjazan. Hoewel Polonski in het Rusland van voor de revolutie grote bekendheid genoot is hij in de Twintigste Eeuw enigszins in de vergetelheid geraakt. Tegenwoordig is hij vooral nog bekend door zijn gedichten die aan het einde van de negentiende eeuw op muziek werden gezet door vooraanstaande componisten als Pjotr Tsjaikovski, Sergej Rachmaninov, Sergej Tanejev en Anton Rubinstein.

 

Der Morgen

Seht, ob steilen Bergen,
die zum Himmel streben,
dort aus Blüthenthalen
Nebel sich erheben!

Seht, wie er gleich Rauch
sich zu den Wolken windet,
die mit Gold sich säumen,
bis er unter ihnen,
den verwandten, schwindet!

Und jetzt zittert unten
Frühroth auf den Wellen.
Schon beginnt der Osten
flammend sich zu hellen.

Ha, schon strahlt des Morgens,
jungen Morgens Sonne!
Nacht entweicht und alles
grüßt den Tag mit Wonne,
grüßt die Sonne!

Am Azur, den blauen,
ist nur Licht zu schauen.

Genius der Menschheit,
freue dich! zur Trauer
seit jeher verurtheilt,
fühle Wonneschauer!

Freue dich und glaube,
enden muß das Leiden,
wenn auch währt das Ringen,
enden muß das Leiden!

Vertaald door Josef Wenzig

 

 

De Zwaan (Fragment)

Een park, een strijkstok, lampionnen,
Mensen maken blij gerucht,
Alleen de wind sliep, aardedonker
Was de nachtelijke lucht.

Ook donker was de groene vijver
En het dichte oeverriet,
Waar een gedoemde zwaan verkwijnde
In de stilte, onbespied.

Gebroken, tam, volslagen eenzaam,
Is hem stervende ontgaan
Dat ergens boven hem een vuurpijl
Vonkenregens deed ontstaan.

 

Vertaald door Peter Zeeman

 

 2098685-a9a7f95814129c3e368da792cd9475e2.jpg
Jakov Polonski (18 december 1819 – 30 oktober 1898)
Portret door Ivan Kramskoy, 1875

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Ronald Giphart, Yvonne Keuls, Jón Kalman Stefánsson, Frank Martinus Arion, Paul Snoek

De Nederlandse schrijver Ronald Giphart werd geboren op 17 december 1965 in Dordrecht. Zie ook alle tags voor Ronald Giphart op dit blog.

Uit: Lieve

“Uitgerekend op de eerste draaidag van Lieve moesten ze de scène spelen waar ze beiden het meest tegen opzagen. Overigens zonder dat ze dat van elkaar wisten. Zelfs zonder dat ze elkaar persoonlijk kenden. Ze woonden al twee jaar in dezelfde stad, waar ze dezelfde winkels, koffiehuizen, feesten en premières bezochten. Achteraf gezien was het vreemd dat ze elkaar nooit tegen het lijf waren gelopen in de nachtkroegen waar ze met hun collega’s na afloop van voorstellingen en opnames samenschoolden. Dat ze elkaar niet kenden voelde later als een hoger ingrijpen. Het moest zo zijn, hun ontmoeting. Althans, dat vond hij.
Uiteraard had zij Bison gezien in Vertedering, de Nederlandse Oscarinzending waarin hij de hoofdrol speelde van een filosofische postkamermedewerker die tijdens zijn lunchpauze een doos met kittens had gevonden. Het was zijn grote doorbraak, en natuurlijk spraken ook zijn uiterlijk en bijzondere voornaam bij het grote publiek tot de verbeelding. Zijn ouders — jong in de jaren tachtig — hadden de naam Bison voor hem gekozen omdat hij was verwekt op doortocht over de prairies van Amerika. ‘Bison blijft plakken’, kopte Vice bij de juichrecensie van zijn debuutrol. Sindsdien werd hij door meisjes- en vrouwenbladen genoemd in lijstjes met cuties en begeerlijke vrijgezellen. Een foto van Bison van Beerschot gezeten in zijn sierlijke zwarte Triumph cabrio uit 1967 — een sportwagentje dat hij zichzelf had toegestaan na het succes van Vertedering — was dat jaar de meestbekeken foto van een Nederlandse acteur, aldus een onderzoeksbureau dat dit soort zaken bijhield (of verzon).
Op zijn beurt kende hij Liv Minnema eigenlijk niet, behalve haar gezicht en naam. Ze was het model van een opvallende mascarareclame en hij wist dat ze was vernoemd naar Liv Ullmann. ‘De Nederlandse Liv’ werd ze in de Volkskrant betiteld. Toen ze de naam bedacht had haar moeder uiteraard niet kunnen vermoeden dat haar dochter daadwerkelijk uiterlijke overeenkomsten met Ingmar Bergmans lievelingsactrice zou delen. De uiteenlopende rollen die Liv bij Het Zuidwestelijk had gespeeld, waren door kenners lovend besproken. Bison had geen van haar voorstellingen gezien. Met enige afgunst had hij gelezen dat Liv werd getipt voor de tweejaarlijkse Jonge Toneelturk, een ereprijs die hij niet had gekregen toen zijn naam een paar jaar geleden rondging.”

 

 1987975-d68884f147159010fb9d8aa37381b327.jpg
Ronald Giphart (Dordrecht, 17 december 1965)

 

 

De Nederlandse schrijfster Yvonne Keuls werd geboren op 17 december 1931 in Batavia, toen nog een onderdeel van Nederlands-Indië. Zie ook alle tags voor Yvonne Keuls op dit blog.

Uit: Familiegedoe

“Wij weten al dat P.J. en Carolus vooruitstrevende kooplieden zijn. P.J. koopt grootschalig in en Carolus doet de promotie; kortom, de broers doen dingen die in die jaren zeer ongewoon zijn voor kleine zelfstandigen. Daarbij hoort ook dat P.J. eenmaal per jaar een lange reis maakt. Met paard en wagen trekt hij naar Frankrijk om vaten wijn in te kopen. Met een volgeladen wagen keert hij een week of zes later naar huis en hij gunt zichzelf onderweg een goed glas, want ach, het paard kent de weg zo langzamerhand zelf wel, dus het is niet zo erg als P.J. in zoete dommel op de bok zit.
In het jaar 1898 slaat het noodlot echter toe. P.J. is wederom naar Frankrijk vertrokken en op de terugreis die zijn laatste zal worden, schrikt het paard omdat een wijnvat losraakt en op de Belgische kasseien kapotspat. Het paard slaat op hol en P.J. - nog half in zijn middagroes - raakt in paniek. Hij springt van de bok om het paard vast te grijpen maar hij valt. Helaas niet te pletter op de Belgische kasseien zoals het wijnvat, want dan zou het ‘bittere, smartelijke lijden’ waarvan zijn bidprentje melding maakt, hem bespaard zijn gebleven.
Nee, P.J. blijft met een voet aan de treeplank hangen en wee o wee, hij wordt honderden meters over de kasseien meegesleurd, voordat iemand het paard kan bedwingen. Zwaargewond wordt P.J. in een ziekenhuis opgenomen - het is niet bekend of dit een Nederlands of Belgisch ziekenhuis is, doch ik vermoed een Belgisch want daar is altijd direct plaats. Na acht maanden krijgt hij er ook nog een longontsteking bij die hem uiteindelijk fataal wordt. Zijn vrouw moet nu samen met broer Carolus voor de wijnhandel en de twintig kinderen zorgen. En een van hen is mijn schoonvader Aat, hij wordt geboren in december 1898, enkele maanden voor het overlijden van zijn vader P.J.”

 

 1987975-6ac623a706d756296e5fc94c920406a8.jpg
Yvonne Keuls (Batavia, 17 december 1931)
Cover

 

 

De IJslandse schrijver Jón Kalman Stefánsson werd geboren in Reykjavík op 17 december 1963. Zie ook alle tags voor Jón Kalman Stefánsson op dit blog.

Uit: Heaven and Hell (Vertaald door Philip Roughton)

“Bárur sighs, looks off to the left, looks at the ocean itself, deep and dark, he doesn’t think at all about the end of the world and the eternal cold, but instead about long, dark hair, how it blew in her face in early January and how the most precious hand in the world brushed it aside, her name is Sigríur, and Bárur trembles a bit inside when he speaks the name to himself. The boy follows his friend’s glance and sighs as well. He wants to accomplish something in life, learn languages, see the world, read a thousand books, he wants to discover the core, whatever that might be, he wants to discover whether there is any core, but sometimes it’s hard to think and read when one is stiff and sore after a difficult fishing voyage, wet and cold after twelve hours’ working in the meadows, when his thoughts can be so heavy that he can hardly lift them, then it’s a long way to the core.
The west wind blows and the sky slowly darkens above their heads.
Dammit, the boy blurts out, because he is standing there alone with his thoughts, Bárur has set off down the slope, the wind is blowing, the sea churns and Bárur is thinking about dark hair, about warm laughter, about big eyes bluer than the sky on a clear June night. They have come down to the beach. They clamber over large rocks, the afternoon continues to darken and press in on them, they keep going and hurry the final minutes, and are a hair’s breadth ahead of the twilight to the huts.“

 

 1987975-166900ac60382e8339a5a8b922c07d42.jpg
Jón Kalman Stefánsson (Reykjavík, 17 december 1963)

 

 

De Antilliaanse dichter en schrijver Frank Martinus Arion werd geboren op 17 december 1936 op Curaçao. Frank Martinus Arion overleed op 27 september jongstleden. Zie ook alle tags voor Frank Martinus Arion op dit blog.

 

Economie

Ik houd van economie
Economie is als een sprookje.
Zij is belangeloos als een dichter
En zij kan zelfs waarzeggen

Economie kan kaartlezen
En kan kaartleggen
Maar economie kan niet kaarten
En is daarom ook niet volledig.

Zoals de dichter die daarbij een kaartspeler is
Zo is economie dus ook een wonderdoener
Als patiënten van psychiaters die tevens mensen zijn
Want zij zijn ook zieners.

Ik ben die al die doeners bij elkaar doe
Die dan ook zo wonderwel toe doe ben
Zeggend wat iedereen al weet –
Want economie heeft allang voorspeld:

Eens zal poëzie ook duurder worden mensen
Paarser op haar beurt en schaarser;
Voor de prijs van poëzie
Komt dit op hetzelfde neer

Die prijs van goede poëzie zal waarschijnlijk liggen
Ver boven de prijs van goede prostituees
En die zijn al zo duur
Per uur tegenwoordig    

 

 1987975-d93f1a6f87d23ccae25673ef2d1b54d1.jpg
Frank Martinus Arion (17 december 1936 - 27 september 2015)
Borstbeeld bij de nationale bibliotheek van Curaçao

 

 

De Vlaamse dichter, schrijver en schilder Paul Snoek werd geboren in Sint-Niklaas op 17 december 1933. Zie ook alle tags voor Paul Snoek op dit blog.

 

Conversatie met mijn bloemen

I
Ik weet het bloemen,
gij die aan mijn venster staat
en luistert naar de houten stemmen in de straat,
langer dan mijn naam zult gij bestaan
en luisteren naar de straat,
die mij smorgens als een vogel
loslaat in de tuinen van de dag
en die me savonds,
als de bloemen aan hun venster slapen,
vraagt of ik gelukkig was.

Gij weet het bloemen,
gij die aan de kleuren namen geeft
en luistert
naar mijn klein gebeuren in de straat,
dat ik een wezen ben
dat tussen mensen staat
en dat alleen is, meer alleen
dan aan mijn venster in zijn kleine kooi
de blinde vogel die zijn meester haat.

Wij weten bloemen
dat er in de droefheid
vreugde en wat kleur bestaat
en daarom bloemen
zijn wij soms gelukkig,
gij en ik.

 

 

Levensgevaarlijk gedicht

Er zijn woorden die sissen als slangen.
Vleesetende woorden met een muil vol tanden.
Woorden die gevaarlijk slapen onder hete stenen
Of die webben weven om hun prooi te vangen.

Sommige zijn doorzichtig als glazen kwallen
en spuiten giftige inkt uit je mond.
Andere zijn geslepen tot vlijmscherpe messen
of druipen als etter uit verzworen ogen.

Woorden dragen soms bedrieglijke maskers.
Zij kennen de knepen van de camouflage
om als wandelende takken vruchten te dragen
of om een ander woord bekoorlijk te betoveren.

Het is maar een woord voor een woord
om eensklaps van gedaante te verwisselen,
om als een tijdbom duizend eeuwen
te overwinteren in een klompje ijs.

Want leg 's avonds een onschuldig woord
als een wicht in zijn wieg te slapen,
's morgens stoot je tussen de lauwe lakens
op een koude, splinternieuwe handgranaat.

 

 1987975-56bf0a949539df76393908b549944857.gif
Paul Snoek (17 december 1933 – 19 oktober 1981)
Portret door Jean-Pierre Vandenberghe, 1973

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e december ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:28 Reageer op dit bericht

John Kennedy Toole, Albert Drach, John Whittier, Thomas Haliburton, Władysław Broniewski, Érico Veríssimo

De Amerikaanse schrijver John Kennedy Toole werd geboren op 17 december 1937 in New Orleans. Zie ook alle tags voor John Kennedy Toole op dit blog.

Uit: Een samenzwering van idioten (Vertaald door Paul Syrier)

“Een grote jagerspet zat om de bovenkant van een vlezig, ballonrond hoofd geklemd. De groene oorkleppen, gevuld met grote oren en ongeknipt haar en met de fijne borstels die uit de oren zelf groeiden, staken aan weerszijden uit als richtingaanwijzers die beide kanten tegelijk op wezen. Volle,
opeengeknepen lippen stulpten uit onder de struikachtige zwarte snor en verzonken in de hoeken in kleine plooien die overstroomden van misprijzen en kruimels chips. In de schaduw onder de groene klep van de pet keken de hooghartige blauw-met-gele ogen van Ignatius]. Reilly aflandere wachtenden onder de klok van D.H. Holmes-warenhuis en bestudeerden de menigte mensen, speurend naar tekenen van slechte smaak in kleding. Enkele van de uitmonsteringen, zo merkte Ignatius op, waren nieuw en duur genoeg om in alle redelijkheid als een aanslag op de goede smaak en het fatsoen te worden beschouwd. Het bezit van iets nieuws of duurs was slechts een weerspiegeling van het gebrek aan theologie en geometrie bij de betreffende. Het deed zelfs twijfel rijzen met betrekking tot diens ziel.
Ignatius zelf was comfortabel en verstandig gekleed. De jagerspet behoedde hem voor verkoudheid. De volumineuze tweed broek was duurzaam en bood een ongewone bewegingsvrijheid. De plooien en hoekjes herbergden bellen warme, bedorven lucht, die Ignatius op zijn gemak stelden. Het flanellen
plaidhemd maakte een jasje overbodig, terwijl de shawl het stuk blootliggende Reilly-huid tussen de oorkleppen en de boord beschermde. De uitmonstering was aanvaardbaar volgens iedere theologische en geometrische maatstaf, hoe duister ook, en suggereerde een rijk innerlijk leven.
Door zijn gewicht op zijn logge, olifanteske manier van de ene heup op de andere te verplaatsen stuurde Ignatius golven vlees op en neer onder het tweed en flanel, golven die kapotsloegen op knopen en zomen. Aldus herschikt overwoog hij hoe lang hij nu al op zijn moeder stond te wachten.”
In de eerste plaats besteedde hij aandacht aan het ongemak dat hij begon te voelen. Het leek of zijn hele wezen op het punt stond uit zijn met wol gevoerde, suède woestijnlaarzen te barsten, en, als om dit te controleren, richtte Ignatius zijn merkwaardige ogen op zijn voeten. Deze zagen er inderdaad gezwollen uit. Hij nam zich vo or zijn moeder de aanblik van deze uitpuilende laarzen te bieden
als bewijs van haar onnadenkendheid.”

 

 1987966-155d55a00f404dd825deeff82f9a458a.jpg
John Kennedy Toole (17 december 1937 – 26 maart 1969)

 

 

De Oostenrijkse schrijver Albert Drach werd op 17 december 1902 in Mödling geboren. Zie ook alle tags voor Albert Drach op dit blog.

Uit: Das Goggelbuch

„In Ableitung des Gesehenen aus dieser mittelbaren Anschauung macht er sogar auf folgende Besonderheiten Anspruch. Sein Antlitz sei von einer stumpfen Beschaffenheit, daher nicht als Waffe (Schneide oder Spitze), wohl aber als Schutz oder Schild zu gebrauchen. Die gut eingehöhlten, rostbraunen Augen seien bereit, einen in deren Reichweite eingetretenen, fangbaren Gegenstand zu umklammern und sich nicht so leicht wieder entwinden zu lassen. Die tückisch niedere Stirn mache den Kopf widerspenstig gegen das freche Eindringen frische Gedanken begünstigender, natürlicher Luftzüge, aber ebenso unnachgiebig gegen Aufgeben eines einmal eingenommenen Standpunkts. Das dunkelblonde Haar zeige zwar nicht den Anreiz der Sonnenfarbe, noch das verführerische Dunkel der Beize des Ebenholzes, halte aber das gute Mittel der Unauffälligkeit. Der stämmig dicke Nacken samt breit angelegtem Halse bekenne gleich dem untersetzten, ein wenig abgebogenen Gestelle den Ehrenstolz eines, der sich auch auf krummen Wegen nicht unterkriegen lasse. Der breite Busen und der noch in der Knospe befangene Bauch zeigten durch ihre Buchtung beide mit Deutlichkeit Stoßkraft und kämpferische Gesinnung ihres Inhabers. Hände und Füße, hart und groß, gedächten die einen anzupacken, die zweiten sich anzusetzen und bewiesen darüber hinaus Erziehung zur Arbeit durch Notwendigkeit und Herkunft.
Aber der trotz niederer Stirn nicht mit minderem Witz ausgerüstete Goggel bleibt bei der Darstellung dieser seiner Äußerlichkeiten nicht stehen, sondern er sucht, sich auf irgendeine Weise einzugliedern und einzureihen, wie es einem deutschen Manne entspreche. Siegfried unähnlich, aber doch dem Volk der Nibelungen angehörend, der Masse gleich an Beschaffenheit, aber überlegen durch Kenntnis dieses Umstandes, beschließt er, von Haus aus nicht zu erben bestimmt, der Bestimmung langsam und beharrlich ein ande-res Bette zu graben.“

 

 1987966-e7a5058365dde828796d3aaefe502e67.jpg
Albert Drach (17 december 1902 – 27 maart 1995)

 

 

De Amerikaanse dichter en hervormer John Greenleaf Whittier werd geboren in Haverhill, Massachusetts op 17 december 1807. Zie ook alle taggs voor John Greenleaf Whittier op dit blog.

 

In School-Days

Still sits the school-house by the road,
A ragged beggar sleeping;
Around it still the sumachs grow,
And blackberry-vines are creeping.

Within, the master's desk is seen,
Deep-scarred by raps official;
The warping floor, the battered seats,
The jack-knife's carved initial;

The charcoal frescoes on its wall;
Its door's worn sill, betraying
The feet that, creeping slow to school,
Went storming out to playing!

Long years ago a winter sun
Shone over it at setting;
Lit up its western window-panes,
And low eaves' icy fretting.

It touched the tangled golden curls,
And brown eyes full of grieving,
Of one who still her steps delayed
When all the school were leaving.

For near it stood the little boy
Her childish favor singled;
His cap pulled low upon a face
Where pride and shame were mingled.

Pushing with restless feet the snow
To right and left, he lingered;---
As restlessly her tiny hands
The blue-checked apron fingered.

He saw her lift her eyes; he felt
The soft hand's light caressing,
And heard the tremble of her voice,
As if a fault confessing.

"I'm sorry that I spelt the word:
I hate to go above you,
Because,"---the brown eyes lower fell,---
"Because, you see, I love you!"

Still memory to a gray-haired man
That sweet child-face is showing.
Dear girl! the grasses on her grave
Have forty years been growing!

He lives to learn, in life's hard school,
How few who pass above him
Lament their triumph and his loss,
Like her, because they love him.



 1987966-bd4cd2757cbb166823fe80a12010163c.jpg
John Greenleaf Whittier (17 december 1807 – 7 september 1892)
Portret door Deacon Robert Peckham, 1833

 

 

De Canadese schrijver Thomas Chandler Haliburton werd geboren op 17 december 1796 in Windsor, Nova Scotia. Zie ook alle tags voor Thomas Haliburton op dit blog.

Uit: The Clockmaker

“Now folks say you are a considerable of a candid man, and right up and down in your dealins, and do things above board, handsum--at least so I've hearn tell. That's what I like; I love to deal with such folks. Now spose you make me an offer? You'll find me not very difficult to trade with, and I don't know but I might put off more than half of the books myself, tu. I'll tell you how I'd work it. I'd say, "Here's a book they've namesaked arter me, Sam Slick the Clockmaker, but it tante mine, and I can't altogether jist say rightly whose it is. Some say it's the General's, and some say its the Bishop's, and some say its Howe himself; but I aint availed who it is. Its a wise child that knows its own father. It wipes up the Blue Noses considerable hard, and don't let off the Yankees so very easy neither, but it's generally allowed to be about the prettiest book ever writ in this country; and although it aint altogether jist gospel what's in it, there's some pretty home truths in it, that's a fact. Whoever wrote it must be a funny feller, too, that's sartin; for there are some queer stories in it that no soul could help larfin at, that's a fact. Its about the wittiest book I ever seed. Its nearly all sold off, but jist a few copies I've kept for my old customers. The price is just 5s. 6d. but I'll let you have it for 5s. because you'll not get another chance to have one." Always ax a sixpence more than the price, and then bate it, and when Blue Nose hears that, he thinks he's got a bargain, and bites directly. I never see one on 'em yet that didn't fall right into the trap.
Yes, make me an offer, and you and I will trade, I think. But fair play's a jewel, and I must say I feel ryled and kinder sore. I han't been used handsum atween you two, and it don't seem to me that I had ought to be made a fool on in that book, arter that fashion, for folks to laugh at, and then be sheered out of the spec. If I am, somebody had better look out for squalls, I tell you. I'm as easy as an old glove, but a glove aint an old shoe to be trod on, and I think a certain person will find that out afore he is six months older, or else I'm mistakened, that's all. Hopin to hear from you soon, I remain yours to command,
SAMUEL SLICK.
Pugnose's Inn, River Philip, Dec. 25,1836.”

 

 1987966-4f7749d32005f14975461eb6e219d609.jpg
Thomas Haliburton (17 december 1796 – 27 augustus 1865)
Portret door Beatham, ca. 1860

 

 

De Poolse dichter en militair Władysław Broniewski werd geboren op 17 december 1897 in Plock. Zie ook alle tags voor Władysław Broniewski op dit blog.

 

Ich verneige mich vor der Oktoberrevolution

Ehre der russischen Revolution!
Ich verneige mich mit polnischer Grußgebärde
vor ihr: meine Mütze berührt die Erde.
Voll Ehrfurcht vor den sowjetischen Taten
verneig ich mich heute als Polens Sohn
vor den Arbeitern, Bauern und Soldaten.

Diese Mütze trug niemals ein Feldherr. Nicht ledern
noch mit Reiherfedern und Pfauenfedern.
Waryński, steifnackig, ungeschlagen,
hat sie als Schlüsselburgs Häftling getragen.

Unsre Steifnacken geben nicht nach,
hielten stand allem Brechen und Biegen,
bis die Peitsche des Zaren zerbrach,
ohne uns krumm zu kriegen.

Ich verneige mich vor der Asche Rylejews,
ich verneige mich vor der Asche Zelabows,
ich verneige mich vor der Asche aller
Revolutionäre.

Schlicht wie Gedanke ist Lenins Grab,
schlicht wie Tat ist Lenins Gedanke,
schlicht und groß wie die Revolution
ist Lenins Tat.

Ich verneige mich vor den Gräbern um Stalingrad,
um Moskau, um jede befreite Stadt,
Ihre Hügel sind Pfeiler, Brücken zu tragen –
laßt uns Brücken zur Zukunft darüber schlagen!

Aus russischem und polnischen Boden,
dem heißgeliebten, umkämpften Boden
wachsen Blumen,
die Lebensboten,
durch das Gebein der Toten.

 

Vertaald door Alfred Edgar Thoss

 

 1987966-664fd082ba972276fbe292db3b54ea1a.jpg
Władysław Broniewski (17 december 1897 – 10 februari 1962)

 

 

De Braziliaanse schrijver Érico Veríssimo werd geboren op 17 december 1905 in Rio Grande do Sul. Zie ook alle tags voor Érico Veríssimo op dit blog.

Uit: Mexico (Vertaald door Linton Barrett)

"Shall we go to Mexico?"
I launched the question when I reached home that April evening. It was in Washington, and the cherry trees were in bloom on the banks of the Potomac. My wife, who was reading the Evening Star, raised her head and fixed her blue eyes on me.
" Mexico?" she repeated vaguely. And she bent her head again, her eyes and her attention on the newspaper.
I took off my jacket and dropped the whole weight of accumulated weariness, together with my body, into an easy chair. Gradually the family sounds wrapped about me. On the floor above, my daughter was reciting a passage from Macbeth, preparing her lesson for the following day at the dramatic school of the university. On the ground floor my boy was nursing the mouthpiece of a saxophone, sucking from it the thick warm milk of a blues tune. From the kitchen the thin crepitation of a lamb roast on the stove came to my ears. I closed my eyes.
Strange world, Master Shakespeare! The slow fire of the Washington Gas Company is gilding the ribs of a lamb possibly born in the meadows of Montana. Through the labour and the art of the blues composer, and thanks to the skill and the lips of the young saxophonist, at this moment, in this room, I listen to the moan of the lament that many years ago tore at the heart of a slave on a Mississippi plantation. Upstairs yonder Lady Macbeth is trailing her re-morse around the room, imagining she sees blood on her white, sinner's hands. A singular world, my old poet, in which madame is reading the latest speech of John Foster Dulles, while here am I, eaten up with yearning for a holiday. Yes, a holiday, William Shakespeare, a vacation. Have you ever seen a tired man? Well, here's one. Tired in body and mind. I don't want to play tragedy. I am no candidate for Hamlet or King Lear, and I'm too old for Romeo.”

 

 1987966-d0c0f2bb07638c681cfff950252578bc.jpg
Érico Veríssimo (17 december 1905 – 28 november 1975)

Geschreven door Romenu om 12:24 Reageer op dit bericht

Hans Henny Jahnn, Jules de Goncourt, Ford Madox Ford, Penelope Fitzgerald, Alphonse Boudard

De Duitse schrijver Hans Henny Jahnn werd geboren op 17 december 1894 in Hamburg.Zie ook alle tags voor Hans Henny Jahn op dit blog.

Uit: Werke und Tagebücher

"Seit Tagen wieder habe ich einen Spaziergang gemacht, um mich zu beruhigen. Nebel verhüllte die Landschaft. Allmählich löste sich Regen daraus. Ich ging wie im Traum. Ich kenne diesen Zustand aus der Norweger Zeit. Es ist eigentlich das einzige Glücksgefühl, das ich kenne, in das Unwirkliche, in das Unmögliche unterzutauchen. Ich nehme keinerlei Beziehung zur Landschaft auf. Sie bleibt etwas Fremdes, und doch ist sie das Mittel, durch das meine Vorstellungen geweckt werden. Es ist eigentlich etwas ganz Unnatürliches, Erschöpfendes, seine bewußten Gedanken auf etwas zu konzentrieren, das in keiner Umsetzung Wirklichkeit werden kann. Eine krankhafte Zuflucht, die mich davon entbindet, etwas zu schaffen, weil sie mich ähnlich erschöpft wie das Schreiben. Aber es ist ein unmittelbares Glücksgefühl, das nur allmählich dem Katzenjammer weicht."
(…)

"Der Anlaß zu meinem expansiven und (vielleicht darf ich es sagen) tieferen Werken ist mein persönliches Leben. Meine Angst, meine Trauer, meine Verlassenheit, meine Gesundheit, die Störungen in mir und die Zeiten des Gleichgewichts, die Art meiner Sinne und meiner Liebe, meine Besessenheit in ihr, haben auch meine musikalischen Gedanken und Empfindungen gestaltet. Kunst wächst auf dem Felde des Eros; darum einzig haftet ihr die Schönheit an."

 

 2102436-5c998e1a551bc3d8ac44e69f584c5cfc.jpg
Hans Henny Jahnn (17 december 1894 – 29 november 1959)
Monument in Hamburg

 

 

De Franse schrijver Jules de Goncourt werd geboren op 17 december 1830 in Parijs. Zie ook alle tags voor Jules de Goncourt op dit blog.

Uit: Germinie Lacerteux (Door Jules en Edouard de Goncourt)

« — Sauvée ! vous voilà donc sauvée, mademoiselle ! fit avec un cri de joie la bonne qui venait de fermer la porte sur le médecin, et, se précipitant vers le lit où était couchée sa maîtresse, elle se mit avec une frénésie de bonheur et une furie de caresses à embrasser, par-dessus les couvertures, le pauvre corps tout maigre de la vieille femme, tout petit dans le lit trop grand comme un corps d’enfant.
La vieille femme lui prit silencieusement la tête dans ses deux mains, la serra contre son cœur, poussa un soupir, et laissa échapper : — Allons ! il faut donc vivre encore !
Ceci se passait dans une petite chambre dont la fenêtre montrait un étroit morceau de ciel coupé de trois noirs tuyaux de tôle, des lignes de toits, et au loin, entre deux maisons qui se touchaient presque, la branche sans feuilles d’un arbre qu’on ne voyait pas.
Dans la chambre, sur la cheminée, posait dans une boîte d’acajou carrée une pendule au large cadran, aux gros chiffres, aux heures lourdes. À côté deux flambeaux, faits de trois cygnes argentés tendant leur col autour d’un carquois doré, étaient sous verre. Près de la cheminée, un fauteuil à la Voltaire, recouvert d’une de ces tapisseries à dessin de damier que font les petites filles et les vieilles femmes, étendait ses bras vides. Deux petits paysages d’Italie, dans le goût de Bertin, une aquarelle de fleurs avec une date à l’encre rouge au bas, quelques miniatures, pendaient accrochés au mur. Sur la commode d’acajou, d’un style Empire, un Temps en bronze noir et courant, sa faux en avant, servait de porte-montre à une petite montre au chiffre de diamants sur émail bleu entouré de perles. Sur le parquet, un tapis flammé allongeait ses bandes noires et vertes. À la fenêtre et au lit, les rideaux étaient d’une ancienne perse à dessins rouges sur fond chocolat. À la tête du lit, un portrait s’inclinait sur la malade, et semblait du regard peser sur elle. Un homme aux traits durs y était représenté, dont le visage sortait du haut collet d’un habit de satin vert, et d’une de ces cravates lâches et flottantes, d’une de ces mousselines mollement nouées autour des têtes par la mode des premières années de la Révolution. La vieille femme couchée dans le lit ressemblait à cette figure. Elle avait les mêmes sourcils épais, noirs, impérieux, le même nez aquilin, les mêmes lignes nettes de volonté, de résolution, d’énergie. Le portrait semblait se refléter sur elle comme le visage d’un père sur le visage d’une fille. Mais chez elle la dureté des traits était adoucie par un rayon de rude bonté, je ne sais quelle flamme de mâle dévouement et de charité masculine."

 

 2102436-01df47a096ff0ccfd0de217fe4242bb4.jpg
Jules de Goncourt (17 december 1830 - 20 juni 1870)
Cover

 

 

De Engelse dichter, schrijver en publicist Ford Madox Ford werd geboren op 17 december 1873 in Merton, Surrey. Zie ook alle tags voor Ford Madox Ford op dit blog.

Uit: Parade’s End

“This was a war of attrition...A mug's game! A mug's game as far as killing men was concerned, but not an uninteresting occupation if you considered it as a struggle of various minds spread all over the broad landscape in the sunlight. They did not kill many men and they expended an infinite number of missiles and a vast amount of thought. If you took six million men armed with loaded canes and stockings containing bricks or knives and set them against another six million men similarly armed, at the end of three hours four million on the one side and the entire six million on the other would be dead. So, as far as killing went, it really was a mug's game. That was what happened if you let yourself get into the hands of the applied scientist. For all these things were the products not of the soldier but of hirsute bespectacled creatures who peer through magnifying glasses. Or of course, on our side, they would be shaven-cheeked and less abstracted. They were efficient as slaughterers in that they enabled the millions of men to be moved. When you had only knives you could not move very fast. On the other hand, your knife killed at every stroke: you would set a million men firing at each other with rifles from eighteen hundred yards. But few rifles ever registered a hit. So the invention was relatively inefficient. And it dragged things out!
And suddenly it had become boring.”

 

 2102436-5f9df2e9c8590b67f0ab9fdb24544e99.jpeg
Ford Madox Ford (17 december 1873 - 26 juni 1939)
Scene uit de Britse tv-serie “Parade’s End”uit 2012 met o.a. Benedict Cumberbatch (2e van rechts)

 

 

De Engelse dichteres, schrijfster en essayiste Penelope Fitzgerald werd geboren op 17 december 1916 in Lincoln. Zie ook alle tags voor Penelope Fitzgerald op dit blog.

Uit: Worlds Apart

“Mr. Bergen had been “got”, though indirectly, through the Red Cross. Hester had a secretarial. job for three mornings a week, and did some typing for the Red Cross Centre on Fridays. It wasn’t, she thought, wanting to be honest in all things, that she deeply cared about the work, but that she didn’t like to feel guilty about not caring. She really would have liked to have volunteered out of sheer good nature, like Maisie Meade, whom she had met there, and who had evidently escaped any kind of hardening process.
Shapeless, or rather not bothered by her shape, Maisie went everywhere with three large bags: one for shopping; one containing “my life”, as she called it-keys,‘ addresses, lists, and so on; one in case she should be given something which had to be taken to somebody else.
“Your spare room, Hester dear ‘. . . I know you don’t have to let it
“If I did have to, it wouldn’t worry me,” said Hester. “I don’t mind talking about money.”
Now she had been sharp with Maisie, which was not forgivable.
“Of course I’ll help out, Maisie.”
“He’s from Poland, dear, and he’ll be out every day. He has a job, to do with refugee families over here in fact, but it’s so difficult to find anywhere for him that’s not too expensive
“What’s his name?”
“Ernst or Ernest Bergen, I‘mnot absolutely sure which…“
“What am I going to call him then?”
“I thought you might say his name rather quickly and quietly clear, so that it might be either.“

 

 2102436-c10e3166b221c2a4cbf8405dba0209f1.jpg
Penelope Fitzgerald (17 december 1916 - 28 april 2000)
Cover biografie

 

 

De Franse schrijver Alphonse Boudard werd geboren op 17 december 1925 in Parijs. Zie ook alle tags voor Alphonse Boudard op dit blog.

Uit:L’Hôpital

« Elle m'ordonne, tutoie d'office... que j'aille pas rouscailler, me croire au palace, dans les Claridge pis quoi encore ! Elle est rougeaude, le teint, les pognes... triple menton, mamelle altière, les yeux pas du tout en amande ! On est là, deux autres avec moi, un petit vieux qui quitte sa petite vieille et un Kabyle tout ahuri. Faut laisser ses fringues à l'étuve. En échange on reçoit la chemise rêche, sans col, sans bouton, le troc en toile grise trop court ou trop long, la capote bleue luisante d'usure. On est admis, paperasses en ordre. Personne à prévenir en cas de... On signe, on suit le guide, l‘homme aux bassins, aux pistolets, le convoyeur de la morgue. M'sieur Louis, mettons, ou M'sieur Albert. S'il se meut à l’aise, cézig, entre la vie et la mort, la consultation, les cuisines, la douche épuration, le bloc opératoire... Familier, jovial, trogne à Gévéor, ses bras velus manches retroussées, le calot blanc posé cascadeur sur ses tifs plaqués à la gomina. Au passage, escortant le crevard, poussant son macchab quotidien, ça l'empêche pas de vanner grivois les filles de salle, les plus loucheuses, les plus tocardes aussi bien que les jolis sujets.
Casanova, Don Juan de banlieue, séducteur garanti Biscaille, il enjambe, déflore, sodomise à la bonne braguette... ainsi dire !
Que c'est pas le mec à se complexer, se cuire la conscience au court-bouillon pour œci cela, toutes vos broutilles métaphysiques. Il bande, il boit, donc il est. Il nous précède sous la voûte... une autre cour, d'autres arcades. Les bâtiments autour, minute de silence alors !... respectables, mastards... les piliers, les murs ! Des siècles et des siècles que ça résiste… vents et marées, révolutions ! Il nous arrive, notre hôpital, de la nuit des rois. L'Histoire ici qui transpire, pas de la broutille, du pince-fesses, de la partouze aristocratique ! On ferrait là les bagnards avant leur départ pour Toulon, on guillotinait
Lacenaire... l'Abbaye de Monte-à-Regret dressée dans la cour d'honneur..."

 

 2102436-f4622ef17153ca2a7756c59eab08298e.jpeg
Alphonse Boudard (17 december 1925 – 14 januari 2000)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e december ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten