Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 31 december 2016 tot 1 januari 2017

New Year (Ella Wheeler Wilcox)

 

Alle bezoekers en mede-bloggers een gelukkig Nieuwjaar!

 

 1993222-4b7ede86029712eada027d874973d85a.jpg
Vianen, Grote Kerk en Landpoort in de winter door Willem Koekoek, 1880

 

 

New Year

The New Year dawns again upon the earth,
And all our land re-echoes with its mirth.
From east to west, from north to south, we hear
The sounds of merriment and goodly cheer-
With feast and revelry, with dance and song,
The golden hours slip happily along,
And eyes are bright, and hearts are blithe and gay,
And all seems well upon this New Year Day.

Alas! alas! all is not well; for, oh!
White hands will plant the seeds of sin and woe-
Fair maids, with smiles and glances half divine,
Will lift the muddy glass of poison wine
To manly lips, and plead of them to quaff,
And loud will grow the careless jest and laugh;
And firm resolves, that gird up manly hearts
To brave the devil and withstand his arts,
Will fail before these fiends in forms so sweet,
And they will drain the glass and think it meet.

O shame too deep for tongue or pen to tell!
That woman opens wide the door of hell
For man to enter-woman, who should be
As true as truth and pure as purity.

But when they pass the drunkard in the street,
They lift their robes, lest they shall touch his feet,
And turn from him with scornful eye and lip,
Forgetting that perchance some maiden bade him sip-
Bade him with thrilling glance and tender tone,
Until the deadly habit, mighty grown,
Had mastered all his manhood, and he fell
Lower and lower to the depths of hell.

Go shout aloud fair woman's shame, O wind!
Tell it to nature, and to all mankind,
To hill and vale, and every forest tree,
To bird and beast, and to the mighty sea;
And let them all unite and sing her shame,
Until, with streaming eyes and cheeks aflame,
She makes a vow, and calls on God to hear,
That evermore her record shall be clear,
And she, with all her strength, will strive to save
Instead of aiding to the drunkard's grave.

 

 1993222-fc25811adc16800e87ecd8cea54b530d.jpg
Ella Wheeler Wilcox (5 november 1850 – 30 oktober 1919)
Winter in de Rotary Gardens in Janesville, Wisconsin. Ella Wheeler Wilcox werd geboren in het nabijgelegen Johnstown.

 

 

Zie voor de schrijvers van de 1e januari ook mijn drie vorige blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 10:44 Reageer op dit bericht

Ernest van der Kwast, Adonis, Jonas T. Bengtsson, Chantal van Gastel, Inge Schilperoord, Juan Gabriel Vásquez

De Nederlandse schrijver Ernest van der Kwast werd geboren in Bombay, India, op 1 januari 1981. Zie ook alle tags voor Ernest van der Kwast op dit blog.

Uit: De IJsmakers

“Mijn vader liet zijn afstandsbediening vallen. Het klepje aan de achterkant kwam los, één batterij rolde over de houten vloer. De Turkse commentator sprak lovend over de worp, maar de zangerige woorden gingen langs hem heen. De herhaling liet zijn breedgeschouderde ballerina nogmaals zien. Haar pirouette, die steeds sneller ging en eindigde in een korte, maar verbazing-wekkend sierlijke buiging.
Het was alsof hij mee had gedraaid. Sneller en sneller. En nu zat hij op zijn sofa, verpletterd en verliefd, alsof híj de kogel van vier kilo op zijn kop had gekregen.
Ze heette Betty Heidler en was de houdster van het wereldrecord, dat ze een jaar eerder met 112 centimeter had verbeterd tijdens een internationale wedstrijd in Halle, Duitsland. Het was een warme meidag; haast geen wind, zonnebrillen, korte mouwen. De atlete liep met vederlichte pas naar de ring met groene netten en wierp bijna terloops een astronomische afstand. De kogel sloeg geen krater, maar stuiterde een paar maal op, zoals de kiezels die kinderen in de zomer over het water gooiden van de nabijgelegen Hufeisensee. Tussen de grote wedstrijden werkte ze voor de politie, een donkerblauw uniform met vier sterren op beide epauletten, het rode haar strak in een knot. Polizeihauptmeisterin Heidler.
In Londen wierp Betty Heidler een afstand die goed was voor een bronzen medaille, maar het meetsysteem faalde waardoor de afstand niet kon worden vastgesteld. Het duurde veertig minuten voordat er uitsluitsel kwam. Deze veertig minuten waren als een romantische film voor mijn vader. Zwijmelend keek hij naar de roodharige kogelslingeraarster die steeds weer in beeld werd gebracht, soms bijna in tranen. Haar concurrente, de vlezige Chinese Zhang Wenxiu, had de rode vlag met de gele sterren al om haar brede schouders geslagen en was begonnen aan een ererondje.”

 

 1993208-8e50311a24744d4c7337976eccc811f7.jpg
Ernest van der Kwast (Bombay, 1 januari 1981)

 

 

De Syrische schrijver Adonis (pseudoniem van Ali Ahmad Sa'id) werd geboren op 1 januari 1930 in Qassabin in het noorden van Syrië. Zie ook alle tags voor Adonis op dit blog.

 

Desert (Fragment)

Maybe there will come a time in which you’ll accept
to live deaf and mute, maybe
they’ll allow you to mumble: death
and life
resurrection
and peace unto you.

From the wine of the palms to the quiet of the desert . . . et cetera
from a morning that smuggles its own intestines
and sleeps on the corpses of the rebels . . . et cetera
from streets, to trucks
from soldiers, armies . . . et cetera
from the shadows of men and women . . . et cetera
from bombs hidden in the prayers of monotheists and infidels . . . et cetera
from iron that oozes iron and bleeds flesh . . . et cetera
from fields that long for wheat, and grass and working hands . . . et cetera
from forts that wall our bodies
and heap darkness upon us . . . et cetera
from legends of the dead who pronounce life, who steer our life . . . et cetera
from talk that is slaughter and slaughter and slitters of throats . . . et cetera
from darkness to darkness to darkness
I breathe, touch my body, search for myself
and for you, and for him, and for the others

and I hang my death
between my face and this hemorrhage of talk . . . et cetera

 

Vertaald door Khaled Mattawa



 1993208-06235daefb38092ac45c448fcd0f3833.jpg
Adonis (Qassabin, 1 januari 1930)

 

 

De Deense schrijver Jonas T. Bengtsson werd geboren op 1 januari 1976 in Kopenhagen. Zie ook alle tags voor Jonas T. Bengtsson op dit blog.

Uit: Wie keiner sonst (Vertaald doorFrank Zuber)

„Mein Vater friert selten. Ich friere fast immer. Ich finde, dass ich ihm ähnlich sehe. Wenn ich groß bin, will ich auch den Bart wachsen lassen.
Er findet, dass ich meiner Mutter ähnlicher sehe. Gut so, sagt er, denn sie war schön.
Wenn ich groß bin, will ich auch den Bart wachsen lassen, sage ich, aber wieder bläst der Wind die Worte weg, zerrt an den Bäumen und spielt auf Fallrohren Flöte.
Wir kommen zum einzigen Fernsehladen der Stadt. Alle Apparate im Fenster zeigen dasselbe Bild, manche in Farbe, andere in Schwarz-Weiß. Schon sind wir drinnen, mein Vater lässt mich erst los, als wir vor der Wand voller Fernseher stehen. Große und kleine Preisschilder mit langen Zahlen. Wenn die Frau im Fernsehen den Kopf bewegt und auf ihr Papier guckt, machen die Frauen in den übrigen Apparaten die Bewegung nach. Es erinnert mich an ein Spiel, das wir im Kindergarten einer anderen Stadt gespielt haben.
Der Verkäufer steht ein paar Meter neben uns, er trägt ein gestreiftes Hemd mit Namensschild auf der Brust und schaut auf einen der oberen Bildschirme, den Mund leicht geöffnet. Eine alte Dame hat ihre Plastiktüten abgestellt und nicht bemerkt, dass vier Äpfel herausgekullert sind. Mein Vater blickt sich suchend um, kann sich nicht entscheiden. Dann wählt er einen großen Farbfernseher in der Mitte. Die Lautstärke ist schon hoch, aber er dreht noch lauter. Jetzt steht mein Vater ganz still, wie die anderen. Der Erste, der sich bewegt, hat verloren.
Im Fernsehen laufen Bilder einer dunklen Straße mit Verkehrsschildern und Schnee. Stockholm. Ein Bürgersteig ist mit rot-weißem Plastikband abgesperrt, rundherum stehen Menschen. Auch sie bewegen sich nicht. Manche halten die Hand vor den Mund. Die Frau im Fernsehen spricht langsam, als wäre sie gerade aufgewacht. Sie sagt, Olof Palme sei mit seiner Frau auf dem Heimweg vom Kino gewesen. Sie hatten sich Die Gebrüder Mozart angesehen.“

 1993208-f206aab001204c3ac98f808aa81b05dc.jpg
Jonas T. Bengtsson (Kopenhagen, 1 januari 1976)
Cover 

 

 

De Nederlandse schrijfster Chantal van Gastel werd geboren op 1 januari 1980 in Breda. Zie ook alle tags voor Chantal van Gastel op dit blog.

Uit: Zwaar verguld!

“Waaraan heb jij zoveel geluk verdiend, Isa Verstraten, vraag ik me af. Het is alsof alles op zijn plaats gevallen is en ik zou bijna willen dat ik een foto kon nemen van dit moment en even terug kon reizen in de tijd om die te laten zien aan het vreselijk ongelukkige en onzekere meisje dat ik vroeger was, zodat ik kon zeggen: ‘Maak je niet druk. Het komt helemaal goed met jou. Zie je wel?’
Ik ga zo op in mijn eigen gedachten dat ik niet merk dat Floor binnenkomt en in één beweging het toilethokje van Daphne opentrekt. Pas als ik hen beiden hoor gillen, schrik ik op. ‘Isa! Je zou de deur dichthouden!’ schreeuwt Daphne uit.
‘Sorry, sorry,’ mompelt Floor, terwijl ze een ander hokje probeert.
‘Daar is geen wc-papier,’ waarschuwt Daphne.
‘Nou, schiet op dan. Deze baby ligt al de hele avond tegen mijn blaas te duwen. Ik moet om de vier minuten naar de wc. Ik mis het grootste deel van mijn eigen bruiloftsfeest!’
Ik hoor Daphne een lang stuk papier afscheuren. ‘Pak aan. Je hebt nu toch alles al gezien.’
‘Het spijt me dat ik niet oplette, Daph,’ zeg ik schuldbewust.
Floor neemt de strook wc-papier van Daphne aan en duikt het andere hokje in. Na wat gestommel komt Daphne naar buiten. ‘Je wordt bedankt, Ies. Van schrik heb ik me op de toiletbril laten vallen. Lekker fris!’
‘Jij kunt tenminste nog hangen,’ antwoordt Floor. ‘Probeer dat maar eens met zo’n monster in je buik, dat het leuk vindt om zijn moeder haar halve bruiloft op de plee door te laten brengen.’
‘Ach Floor, dat ben je straks allemaal vergeten,’ zeg ik.
‘Ha!’ brengt ze uit. ‘Dat is de grootste leugen die ze je wijs proberen te maken, dat weet ik nu al. En sinds vanavond weet ik ook wat ze bedoelen met die harde buiken.’
‘Harde buiken?’ vraagt Daph en ze trekt een verafschuwd gezicht naar mij.”

 

 1993208-53f1302954f4a6b4c3fa021e10bd683f.jpg
Chantal van Gastel (Breda, 1 januari 1980)

 

 

De Nederlandse schrijfster Inge Schilperoord werd geboren op 1 januari 1973. Zie ook alle tags voor Inge Schilperoord op dit blog.

Uit: Muidhond

“Tussen hem en de wereld zat het glas en achter het glas het kustlandschap. Het mooiste land dat hij kende. Hier was hij ruim dertig jaar geleden op een onbeduidende zondagmorgen uit zijn moeder gekropen. Hier zou hij nooit weggaan. Hij keek naar het landschap zoals hij er nog nooit naar had gekeken. Geen enkel detail ontsnapte hem. De toppen van de dennen en het licht van de zon dat de achterste zandheuvels precies uitlichtte, het gras langs de kant van de weg, het water van de vennetjes in de verte. Het licht gleed met de bus mee over de weg en verhitte het asfalt. Het was zo heet dat het hem niet had verbaasd als het teer voor zijn ogen zou openbarsten, begon te kraken en van binnenuit zou gaan smelten. Zachte, kleverige klonten als modder aan zijn schoenzolen.
Hij sloot zijn ogen even, deed ze opende en richtte zijn blik opnieuw op de lucht. Het licht deed haast pijn, zo schel wit.
Voorbij de watertoren nam de bus een ruime bocht naar rechts en daar daalde de weg, om na de volgende bocht weg weer langzaam omhoog te lopen. Hij wist het allemaal precies, had met zijn ogen dicht elke bocht en buts in de weg kunnen voorspellen. Nu nog maar een paar minuten tot de haven, dacht hij, en dan het dorp. Door het halfopen dakraampje rook hij de licht stinkende zeelucht. Vis, wier, olie, rotting. Touw.
Hier, in de duinen, zou hij vanmiddag rondlopen. Misschien over een uur al. Eindelijk. De mensen moesten hem niet, dat was altijd zo geweest. Maar de natuur nam hem zoals hij was. Hij kneep zijn handen samen, hield de spanning vast en rekte toen zijn vingers een voor een uit tot hij ze bij de gewrichten hoorde kraken. Zijn moeder zou thuis op hem wachten. Ze zat op de bank, dat kon niet anders, en keek naar een ochtendprogramma op televisie. Hij hoorde bijna het geluid van het apparaat dat het al jaren ieder moment kon begeven. Al die avonden dat hij naast haar had gezeten, op zijn vaste stoel, de geur van de hond in de kamer.”

 

 1993208-32f54fcde150c1a38da1ce97679a97ad.jpg
Inge Schilperoord (Den Haag(?), 1 januari 1973)

 

 

De Colombiaanse schrijver Juan Gabriel Vásquez werd geboren in Bogotá op 1 januari 1973. Zie ook alle tags voor Juan Gabriel Vásquez op dit blog.

Uit: The Sound of Things Falling (Vertaald door Anne McLean)

“I’ve often wondered since what would have happened if Ricardo Laverde had asked one of the other billiards players rather than me. But it’s a meaningless question, like so much of what we wonder about the past. Laverde had good reasons to choose to ask me. Nothing can change that fact, just as nothing can change what happened afterward.
I had met him at the end of the previous year, a couple of weeks before Christmas. I was about to turn twenty-six,
I’d graduated from law school two years earlier, and, although I knew very little about the real world, the theoretical world of legal studies held no secrets for me. After graduating with honors—a thesis on madness as grounds for exemption from legal responsibility in Hamlet: I still wonder today how I got them to accept it, let alone award it a distinction—I had turned into the youngest lecturer ever to teach in the faculty, or that’s what my elders had told me when proposing the idea, and I was convinced that being professor of Introduction to Law, teaching the basics of the career to generations of frightened children just out of high school, was the only possible horizon in my life. There, standing in front of a wooden lectern, facing rows and rows of baby-faced and disoriented boys and impressionable, wide-eyed girls, I received my first lessons on the nature of power. I was barely eight years older than these inexperienced students, but between us opened the double abyss of authority and knowledge, things that I had and they, recently arrived in the world, entirely lacked. They admired me, feared me a little, and I realized that one could get used to this fear and admiration, that they were like a drug. I told my students about the spelunkers who were trapped in a cave and after several days began to eat one another to survive: can the Law defend them or not? I told them about old Shylock, about the pound of flesh he wanted, about the astute Portia, who managed to prevent him from taking it with a pettifogging technicality: I enjoyed watching them gesticulate and shout and lose themselves in ridiculous arguments in their attempts to find, in the thicket of the anecdote, the ideas of Law and Justice.”

 

 1993208-68f767ba2c1ad343915132cba8990e55.png
Juan Gabriel Vásquez (Bogotá, 1 januari 1973)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e januari ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 10:41 Reageer op dit bericht

J.D. Salinger, E. M. Forster, Douglas Kennedy, Rascha Peper, Carry van Bruggen, Paul Hamilton Hayne

De Amerikaanse schrijver Jerome David Salinger werd in New York geboren op 1 januari 1919. Zie ook alle tags voor J. D. Salinger op dit blog.

Uit:The Catcher in the Rye

“What I did do, though, I told the waiter to ask old Ernie if he'd care to join me for a drink. I told him to tell him I was D.B.'s brother. I don't think he ever even gave him my message, though. Those bastards never give your message to anybody.
All of a sudden, this girl came up to me and said, "Holden Caulfield!" Her name was Lillian Simmons. My brother D.B. used to go around with her for a while. She had very big knockers.
"Hi," I said. I tried to get up, naturally, but it was some job getting up, in a place like that. She had some Navy officer with her that looked like he had a poker up his ass.
"How marvelous to see you!" old Lillian Simmons said. Strictly a phony. "How's your big brother?" That's all she really wanted to know.
"He's fine. He's in Hollywood."
"In Hollywood! How marvelous! What's he doing?"
"I don't know. Writing," I said. I didn't feel like discussing it. You could tell she thought it was a big deal, his being in Hollywood. Almost everybody does. Mostly people who've never read any of his stories. It drives me crazy, though.
"How exciting," old Lillian said. Then she introduced me to the Navy guy. His name was Commander Blop or something. He was one of those guys that think they're being a pansy if they don't break around forty of your fingers when they shake hands with you. God, I hate that stuff. "Are you all alone, baby?" old Lillian asked me. She was blocking up the whole goddam traffic in the aisle. You could tell she liked to block up a lot of traffic. This waiter was waiting for her to move out of the way, but she didn't even notice him. It was funny. You could tell the waiter didn't like her much, you could tell even the Navy guy didn't like her much, even though he was dating her. And I didn't like her much. Nobody did. You had to feel sort of sorry for her, in a way. "Don't you have a date, baby?" she asked me. I was standing up now, and she didn't even tell me to sit down. She was the type that keeps you standing up for hours. "Isn't he handsome?" she said to the Navy guy. "Holden, you're getting handsomer by the minute." The Navy guy told her to come on. He told her they were blocking up the whole aisle. "Holden, come join us," old Lillian said. "Bring your drink."

 

 1993203-dfb5fe9076e31c9acb797b59a12281fb.jpg
J.D. Salinger (1 januari 1919 – 27 januari 2010)
Cover

 

 

De Engelse romanschrijver en essayist Edward Morgan Forster werd geboren op 1 januari 1879 in Londen. Zie ook alle tags voor Edward Morgan Forster op dit blog.

Uit: A Room with a View

"Race you round it, then," cried Freddy, and they raced in the sunshine, and George took a short cut and dirtied his shins, and had to bathe a second time. Then Mr. Beebe consented to run--a memorable sight.
They ran to get dry, they bathed to get cool, they played at being Indians in the willow-herbs and in the bracken, they bathed to get clean. And all the time three little bundles lay discreetly on the sward, proclaiming: "No. We are what matters. Without us shall no enterprise begin. To us shall all flesh turn in the end."
"A try! A try!" yelled Freddy, snatching up George's bundle and placing it beside an imaginary goal-post.
"Socker rules," George retorted, scattering Freddy's bundle with a kick.
"Goal!"
"Goal!"
"Pass!"
"Take care my watch!" cried Mr. Beebe.
Clothes flew in all directions.
"Take care my hat! No, that's enough, Freddy. Dress now. No, I say!"
But the two young men were delirious. Away they twinkled into the trees, Freddy with a clerical waistcoat under his arm, George with a wide-awake hat on his dripping hair.
"That'll do!" shouted Mr. Beebe, remembering that after all he was in his own parish. Then his voice changed as if every pine-tree was a Rural Dean. "Hi! Steady on! I see people coming you fellows!"
Yells, and widening circles over the dappled earth.
"Come this way immediately," commanded Cecil, who always felt that he must lead women, though knew not whither, and protect them, though he knew not against what. He led them now towards the bracken where Freddy sat concealed."

 

 1993203-6448167e8f34d0d30c7311566d4e05bd.jpg
Edward Morgan Forster (1 januari 1879 - 7 juni 1970)
Scene uit de gelijknamige film van regisseur James Ivory uit 1985

 

 

De Amerikaanse schrijver Douglas Kennedy werd geboren op 1 januari 1955 in New York. Zie ook alle tags voor Douglas Kennedy op dit blog.

Uit: The Heat of Betrayal

“The sky outside: was it a curved rotunda of emerging blue? The world was still blurred at its edges. I tried to piece together my whereabouts, the exact geographic location within which I found myself. A sliver of emerging clarity. Or maybe just a few basic facts.
Such as:
I was on a plane. A plane that had just flown all night across the Atlantic. A plane bound for a corner of North Africa, a country which, when viewed cartographically, looks like a skullcap abreast a continent. According to the Flight Progress Monitor illuminating the back-of-the-seat screen facing me, we were still seventy-three minutes and eight hundred and forty-two kilometres (I was flying into a metric world) from our destination. This journey hadn’t been my idea. Rather I’d allowed myself to be romanced into it by the man whose oversize (as in six-foot-four) frame was scrunched into the tiny seat next to mine. The middle seat in this horror movie of an aircraft. No legroom, no wiggle room, every seat taken, at least six screaming babies, a husband and wife fighting in hissed Arabic, bad ventilation, bad air conditioning, a one-hour wait for the bathroom after the plastic meal they served us, the rising aroma of collective night sweats hanging over this hellhole of a cabin. Thank God I made Paul pack his Zopiclone. Those pills really do induce sleep in even the most impossible conditions. I put aside all my concerns about pharmaceuticals and asked him for one, and it gave me three hours’ respite from this high-altitude sweat-box confinement.
Paul. My husband. It’s a new marriage – just three years old. Truth be told, we love each other. We are passionate about each other. We often tell ourselves that we are beyond fortunate to have found each other. And I do truly believe that. He is the right man for me. Just as, the day before we legalised our relationship and committed to each other for the rest of our lives, I was silently convincing myself that I could change some of Paul’s worrying inclinations; that, in time, things would tick upwards, stabilise. Especially as we are now trying to become parents.”

 

 1993203-ea1344412a7f4779f6e29939e2c9ac05.jpg
Douglas Kennedy (New York, 1 januari 1955)

 

 

De Nederlandse schrijfster Rascha Peper (pseudoniem van Jenneke Strijland) werd geboren op 1 januari 1949 in Driebergen. Zie ook alle tags voor Rascha Peper op dit blog.

Uit: Zwartwaterkoorts

“De keerzijde van de frisheid was dat allerlei virussen de kamer in konden waaien. Je moest er niet aan denken dat de hele boel draaihalsziekte kreeg van de een of andere besmette volière uit de buurt. Maar de sijzen pikten alweer levendig in de appels en de witkuifgaai joeg iedereen bij de wormen weg, dus het zou wel meevallen.
Boven op het ladenkastje waarin hij de vogelspullen bewaarde lag een lila angoratruitje dat hij vorige week bij de vuilniszakken had weggehaald. Het duurde altijd een poosje voordat de vogels aan iets nieuws gewend waren, maar de laatste dagen hadden de zilverbekjes, de aardigste be woners van deze kamer, er de val op gekregen. Uit de nestbollen aan het plafond hingen de plukken lila wol naar buiten. Hij kreeg veel te veel zilverbekjes. Zelfs de man op de Overtoom wilde ze niet meer hebben. Maar aan de reigers voeren deed hij niet graag.
Het was eind april, na drie dagen regen was het vandaag de mooiste lentedag die te bedenken viel, de zon reflecteerde blikkerend op de gevels aan de overkant. Dit werd een boodschappendag: onkruid plukken in het park, op de Albert Cuyp groenten en eendagskuikens halen en in de dierenwinkel vitaminedruppels.
Toen hij met Scheffer aan de keukentafel de laatste schraapsels uit een korst kaas soldaatmaakte, ging de telefoon. Zo snel als zijn heup het toeliet, kwamhij overeind en haastte zich naar de voorkamer. Het kon Hilde zijn.
‘Goedemorgen, meneer Stutijn van der Wal,’ zei een overdreven articulerende mannenstem die hij direct herkende, alwas het een half jaar geleden dat hij zijn huisbaas voor het laatst had gesproken.”

 1993203-62f3d976e6258df36b9d55b3e8c7d1f0.jpg
Rascha Peper (1 januari 1949- 16 maart 2013)

 

 

De Nederlandse schrijfster Carry van Bruggen (eig. Caroline Lea de Haan) werd geboren in Smilde op 1 januari 1881. Zie ook alle tags voor Carry van Bruggen op dit blog.

Uit: Heleen: een vroege winter

“Heleen's moeder was tenger, dmk en bleek, ze zong met een schrille stem treurige Fransche liedjes‚ die ze als klein kind van haar grootmoeder had geleerd, doch waarvan ze den zin vergeten of nimmer geweten had, ook Heleen begreep ze dus niet, maar het deerde haar weinig; met het gelaat naar grootmoeders portret, luisterde ze peinzend en indachtig= onthield ze op den klank en neuriede ze bij zichzelf‚ zoo vaak ze alleen was: net zoo lang tot ze een weekheid in zich voelde als gegraven en schreien moest. De ontroering en het schreien wilden niet altijd komen. Toen ze later de beteekenis van die liedj es wist= stelden ze haar teleur en kon ze er niet meer om schreien; het was of een diepte in haar voorgoed geëfi'end was -‚ ze had ze zich donker en woest als rotsen en ravijnen gedacht.
Heleen's vader was forsch en stil, zijn handen alleen waren smal en zacht, hij lachte zelden, maar als hij lachte, deed die lach Heleen goed tot in haar hart en ze lachte mee, met vochtige oogen= doch ze hield niet van haar moeders drukke vroolijkheid, die maakte haar schichtig en stil en doofde gemeenlijk in dagenlange neerslachtigheid uit.
Over dingen als braaf oppassen, plicht-doen en vooruitkomen werd in huis nagenoeg niet gesproken, Heleen dacht er uit zichzelf nimmer over na. Ze was van aard meegaande, fel en onverzettelijk alleen tegen geringschatting en dwang van aanleg bevattelijk; het schoolleven deerde haar dus niet, straf was iets dat daarbijuitteraard behoorde en geen indruk op haar maakte, evenmin als het preeken en praten vooraf en daarna. Wanneer ze haar vader haar rapporten van de school toonde, lette hij weinig op de waardeeringen voor vlijt en goed gedrag en Heleen nam gauw genoeg die geringschatting voor het een en het ander over, zonder dat dit evenwel van invloed op haar doen en laten werd. Belooning of bijzondere lof voor hooge cijfers kwam niet voor, zoodat Heleen-zelf ook daaraan weinig waarde hechtte.”

 

 1993203-cd3f9f3e87e4903e9dca413c53f19c7f.jpg
Carry van Bruggen (1 januari 1881 - 16 november 1932)
Portret door Herman Hanna. 1916. 

 

 

De Amerikaanse dichter Paul Hamilton Hayne werd geboren in Charleston, South Carolina, op 1 januari 1830. Zie ook alle tags voor Paul Hamilton Hayne op dit blog.

 

Cloud Pictures (Fragment)

Here in these mellow grasses, the whole morn,
I love to rest; yonder, the ripening corn
Rustles its greenery; and his blithesome horn

Windeth the frolic breeze o'er field and dell,
Now pealing a bold stave with lusty swell,
Now falling to low breaths ineffable

Of whispered joyance. At calm length I lie,
Fronting the broad blue spaces of the sky,
Covered with cloud-groups, softly journeying by:

An hundred shapes, fantastic, beauteous, strange,
Are theirs, as o'er yon airy waves they range
At the wind's will, from marvelous change to change;

Castles, with guarded roof, and turret tall,
Great sloping archway, and majestic wall,
Sapped by the breezes to their noiseless fall!

Pagodas vague! above whose towers outstream
Banners that wave with motions of a dream—
Rising, or drooping in the noontide gleam;

Gray lines of Orient pilgrims: a gaunt band
On famished camels, o'er the desert sand
Plodding towards their prophet's Holy Land;

Mid-ocean,—and a shoal of whales at play,
Lifting their monstrous frontlets to the day,
Thro' rainbow arches of sun-smitten spray;


 1993203-7a3523bb8ea7deefdf3b1f127f934435.jpg
Paul Hamilton Hayne (1 januari 1830 – 6 juli 1886)
Charleston 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e januari ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 10:37 Reageer op dit bericht

Rüdiger Safranski, Joe Orton, Mariano Azuela, René de Ceccatty, Sven Regener

De Duitse schrijver en filosoof Rüdiger Safranski werd geboren op 1 januari 1945 in Rottweil. Zie ook alle tags voor Rüdiger Safranski op dit blog.

Uit: Goethe - Kunstwerk des Lebens

„Besucher strömen nach Frankfurt, um dort den schönen, beredten und genialischen jungen Mann zu sehen und zu hören. Eine Generation vor Lord Byron fühlt er sich als Liebling der Götter, und wie jener pflegt auch er poetischen Umgang mit seinem Teufel. Noch in Frankfurt beginnt er mit der lebenslangen Arbeit am »Faust«, diesem kanonischen Drama der Neuzeit. Nach der Genie-Zeit in Frankfurt wird Goethe des literarischen Lebens überdrüssig, riskiert den radikalen Bruch und zieht 1775 ins kleine Herzogtum Sachsen-Weimar, wo er, als Freund des Herzogs, zum Minister aufsteigt. Er dilettiert in Naturforschungen, flüchtet nach Italien, lebt in wilder Ehe – und bei alledem schreibt er die unvergeßlichsten Liebesgedichte, tritt in edlen Wettstreit mit dem Freund und Schriftstellerkollegen Schiller, schreibt Romane, macht Politik, pflegt Umgang mit den Großen aus Kunst und Wissenschaft. Bereits zu Lebzeiten wird Goethe eine Art Institution. Er wird sich selbst historisch, schreibt die – nach Augustins »Confessiones« und Jean-Jacques Rousseaus »Confessions« – für das alte Europa wohl bedeutendste Autobiographie, »Dichtung und Wahrheit«. Doch so steif und würdevoll er sich auch bisweilen gibt, so zeigt er sich in seinem Alterswerk auch als kühner und sardonischer Mephisto, der alle Konventionen sprengt.
Dabei blieb ihm stets bewußt, daß die literarischen Werke das eine sind, ein anderes das Leben selbst. Auch ihm wollte er den Charakter eines Werkes geben. Was ist das – ein Werk? Es ragt aus den Zeitläuften heraus, mit Anfang und Ende, und dazwischen eine festumrissene Gestalt. Eine Insel der Bedeutsamkeit im Meer des Zufälligen und Gestaltlosen, das Goethe mit Schrecken erfüllte. Für ihn mußte alles eine Gestalt haben. Entweder er entdeckte sie, oder er schuf sie, im alltäglichen menschlichen Verkehr, in den Freundschaften, in Briefen und Gesprächen. Er war ein Mensch der Rituale, Symbole und Allegorien, ein Freund von Andeutung und Anspielung – und doch wollte er immer auch zu einem Ergebnis, einer Gestalt, eben zu einem Werk kommen. Das galt besonders bei den Dienstpflichten.”

 

 1993200-9f8a5cb1aeaf7ef40e9e75277885589c.jpg
Rüdiger Safranski (Rottweil, 1 januari 1945)
Cover

 

 

De Britse schrijver Joe Kingsley Orton werd geboren in Leicester op 1 januari 1933. Zie ook alle tags voor Joe Orten op dit blog.

Uit: Entertaining Mr Sloane

“Silence.
KEMP: He was healthy. Sound as a bell.
SLOANE: How do you know?
KEMP: He won cups for it. Looked after himself.
SLOANE: A weak heart.
KEMP: Weak heart, my arse. You murdered him.
SLOANE: He fell.
KEMP: He was hit from behind.
SLOANE: I had no motive.
KEMP: The equipment.
SLOANE: I never touched it.
KEMP: You meant to.
SLOANE: Not me, Pop. (Laughs.) Oh, no.
KEMP: Liar… lying little bugger. I knew what you was from the start.
Pause.
SLOANE: What are you going to do? Are you going to tell Ed? (KEMP makes no reply.) He won't believe you. (KEMP makes o reply.) He'll think you're raving.
KEMP: No… you’re finished. (Attempts to rise. SLOANE pushes him back. KEMP raises his stick. SLOANE takes it from him.)
SLOANE: You can't be trusted I see. I've lost faith in you. (Throws the stick out of reach.) Irresponsible. Can't give you offensive weapons.
KEMP: Ed will be back soon. (Rises to go.)
SLOANE: He will.“

 

 1993200-bdf528f76fb1f4209bf64fc7bc3239b6.jpg
Joe Orton (1 januari 1933 - 9 augustus 1967)
Scene uit een opvoering in Leicester, 2012

 

 

De Mexicaanse schrijver en medicus Mariano Azuela González werd geboren in Lagos de Moreno op 1 januari 1873. Zie ook alle tags voor Mariano Azuela op dit blog.

Uit: The Underdogs (Vertaald door E. Munguia jr.)

“They went out together; she bore the child in her arms. At the door, they separated, moving off in different directions.
The moon peopled the mountain with vague shadows. As he advanced at every turn of his way Demetrio could see the poignant, sharp silhouette of a woman pushing forward painfully, bearing a child in her arms.
When, after many hours of climbing, he gazed back, huge flames shot up from the depths of the canyon by the river. It was his house, blazing....
Everything was still swathed in shadows as Demetrio Macias began his descent to the bottom of the ravine. Between rocks striped with huge eroded cracks, and a squarely cut wall, with the river flowing below, a narrow ledge along the steep incline served as a mountain trail.
“They’ll surely find me now and track us down like dogs,” he mused. “It’s a good thing they know nothing about the trails and paths up here.... But if they got someone from Moyahua to guide them ...” He left the sinister thought unfinished. “All the men from Limon or Santa Rosa or the other nearby ranches are on our side: they wouldn’t try to trail us. That cacique who’s chased and run me ragged over these hills, is at Mohayua now; he’d give his eyeteeth to see me dangling from a telegraph pole with my tongue hanging out of my mouth, purple and swollen....”
At dawn, he approached the pit of the canyon. Here, he lay on the rocks and fell asleep.
The river crept along, murmuring as the waters rose and fell in small cascades. Birds sang lyrically from their hiding among the pitaya trees. The monotonous, eternal drone of insects filled the rocky solitude with mystery.
Demetrio awoke with a start. He waded the river, following its course which ran counter to the canyon; he climbed the crags laboriously as an ant, gripping root and rock with his hands, clutching every stone in the trail with his bare feet.“

 

 1993200-207f31700df0c9e6bd2767de43231653.jpg
Mariano Azuela (1 januari 1873 - 1 maart 1952)

 

 

De Franse schrijver, essayist en vertaler René de Ceccatty werd geboren op 1 januari 1952 in Tunis. Zie ook alle tags voor René de Ceccatty op dit blog.

Uit: Mes argentins de Paris

"Qu’ont apporté les Argentins à la vie culturelle française, au théâtre, à la littérature, à la peinture, au cinéma ? René de Ceccatty tente d’apporter une réponse dans un essai personnel qui évoque le parcours de nombreux artistes, écrivains, acteurs, dramaturges qui ont fui, parfois dans des conditions dramatiques, leur pays pour créer librement en France. Parmi ces figures, se détachent trois amis proches de l’auteur : l’écrivain Hector Bianciotti, le metteur en scène Alfredo Arias et la traductrice et poétesse Silvia Baron Supervielle, qu’il a rencontrés séparément dans des circonstances fortuites, mais qui ont accompagné son propre cheminement littéraire et privé à travers les années. Ces trois portraits très intimes donc dominent ces pages, qui cependant consacrent aussi des analyses à d’autres Argentins, de Copi à Cortázar, sans lesquels la culture française de ces cinquante dernières années aurait été tout autre. Ces trois amitiés de l’auteur ont parfois abouti, comme dans le cas d’Alfredo Arias à des collaborations très fécondes. Il s’agit donc d’un livre d’hommage à la culture argentine devenue française, mais aussi d’un retour sur toute l’histoire du rapport de l’Argentine à la France, à partir des voyageurs du XIXe siècle, des revues franco-argentines, du travail de pionnier de Victoria Ocampo et du grand Borges. Le récit, écrit de manière continue, comme un livre de Mémoires sous l’angle de l’amitié argentine, est suivi d’un historique de la vie politique argentine qui a expliqué bien des exils, d’un bref dictionnaire des Argentins exilés (en France et dans le reste du monde), d’une liste d’adresses argentines à Paris et d’une bibliographie succincte : trente et un livres indispensables pour connaître l’Argentine. Une trentaines de photographies illustrent l’ouvrage. D’Adolfo Bioy Casares à Copi, en passant par Jorge Lavelli, Leonor Fini, Haydée Alba, Marilú Marini, Astor Piazzolla, Seguí, Arnaldo Calveyra, Alberto Manguel, Julio Cortázar et tant d’autres. D’un hémisphère à l’autre, d’une rive à l’autre de l’Océan, il semble qu’un pont invisible mais durable ait réuni les cultures. Le tango, la poésie, le roman, la scène, tous les domaines artistiques semblent s’être, de part et d’autre, regardés en miroir."

 

 1993200-f5f406aeae5258a5c78280d9d2fd48a9.jpg
René de Ceccatty (Tunis, 1 januari 1952)

 

 

De Duitse schrijver en musicus Sven Regener werd geboren op 1 januari 1961 in Bremen. Zie alle tags voor Sven Regener op dit blog.

Uit:Magical Mystery oder: Die Rückkehr des Karl Schmidt

„Wieso hat der geschrien?“
„Dem hatte einer die Hand in der Tür eingeklemmt, in der Tür von dem Auto. Jedenfalls können wir jetzt nicht mehr da hin, wenn einer von uns da jetzt hingeht, dann ist der ja der Fahrer und dann Drogenkontrolle und was weiß ich, Alkohol, was die da alles machen, das können wir doch gar nicht riskieren. Außerdem haben wir die Papiere nicht und ich meinen Führerschein auch nicht dabei. Das ging um die Ecke, das Taxi ist vorausgefahren …“
„Welches Taxi?“
„Wir wussten ja nicht, wo ein Krankenhaus ist, da haben wir ein Taxi angehalten und das ist dann vorausgefahren und wir hinterher.“
„Warum habt ihr denn dann nicht Basti in das Taxi gesetzt, hätte er doch damit ins Krankenhaus …“
„Haben wir ja, aber erst später, also jetzt, weil ja unser Auto auf den Schienen ist. Also Basti ist jetzt weg, jedenfalls ist der blöde Taxifahrer so schnell um die Ecke und wir hinter ihm her, aber der war so schnell, dass wir dann weiter geradeaus, und da war dann nur noch für die Straßenbahn, also keine Straße mehr, nur noch das Schotterbett mit den Schienen und da ist jetzt das Auto drauf. Also ich glaube, im Augenblick kommt noch keine Straßenbahn, aber das ist ziemlich dunkel da, ich mach mir Sorgen, wenn da die Straßenbahn um die Ecke kommt, da sind ja auch die Meerschweinchen hinten drin.“
„Bist du gefahren, Raimund?“
„Ich sag nicht, wer gefahren ist, Charlie.“
„Natürlich bist du gefahren, wieso willst du das nicht sagen, ich bin doch nicht die Bullen?“

 

 1993200-a60ff39d47bdd99b3f4cdeb3cf6a1d92.jpeg
Sven Regener (Bremen, 1 januari 1961)

Geschreven door Romenu om 10:34 Reageer op dit bericht

Rhidian Brook

De Britse schrijver Rhidian Brook werd geboren op 1 januari 1964 in Tenby. Zie ook alle tags voor Rhidian Brook op dit blog.

Uit: The Aftermath

“Lewis nodded and waved the captain on, saving his words. The cold and the calories had taught him to ration these.
 “The house belongs to a family called Lubert. Loo-bear-t. Hard ‘T.’ The wife died in the bombings. Her family were bigwigs in the food trade. Connections with Blohm and Voss.
They also owned a series of flour mills. Herr Lubert was an architect. He’s not been cleared yet but we think he’s a probable white or, at worst, an acceptable shade of grey; no obvious direct Nazi connections.”
 “Bread.”
 “Sir?”
 Lewis had not eaten all day and had taken the short leap from “flour mill” to bread without thinking; the bread he pictured in his head was suddenly more present, more real, than the captain stand- ing at the map on the other side of the desk.
 “Go on—the family.” Lewis made an effort to look as if he was listening, nodding and setting his jaw at an inquisitive tilt.
 Wilkins continued: “Lubert’s wife died in ’43. In the firestorm. One child—a daughter. Freda, fifteen years old. They have some staff—a maid, a cook and a gardener. The gardener is a first-rate handyman—ex-Wehrmacht. The family have some relatives they can move in with. We can billet the staff, or you can take them on. They’re clean enough.”
 The process by which the soul-sifters of the Control Commis-sion’s Intelligence Branch assessed cleanliness was the Fragebogen, or questionnaire: 133 questions to determine the degree of a German citizen’s collaboration with the regime. From this, they were categorized into three colour-coded groups—black, grey and white, with intermediate shades for clarity—and dispatched accordingly.
 “They’re expecting the requisition. It’s just a matter of you viewing the place then turfing them out. I don’t think you’ll be disappointed, sir.”
 “You think they will be disappointed, Captain?”
 “They?”
 “The Luberts? When I turf them out.” “They’re not allowed the luxury of disappointment, sir. They’re Germans.”
 

2042451-53b4131ad9606fd5cffb60968ba78868.jpg
Rhidian Brook (Tenby, 1 januari 1964)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

De wagen des tijds (Guido Gezelle)

 

Alle bezoekers en mede-bloggers een prettige jaarwisseling en een gelukkig Nieuwjaar!

 

 1992908-1dd7fae599d70f27f34962f28b7574dc.jpg
Winter met schaatsers, arreslee en koek-en-zopie door Andreas Schelfhout, 1857

 

 

De wagen des tijds

Daar kwam er een wagen
vol nachten en dagen,
vol maanden en uren en stonden gereen,
fel trokken en weerden
hen' de edele peerden,
die zesmaal vier hoefijzers kletteren deen.
Al rijdend, al rotsend,
al bokkend
en botsend,
al piepend en krakend, zo vloog hij door stee;
en, als hij was henen
en verre verdwenen,
toen waren de dagen en maanden ook mee.
Het spreken en 't peinzen,
het gaan en het reizen,
en al wat wij deden, 't zij droef, het zij blij;
't mocht tijlijk
of laat zijn,
of goed zijn of kwaad zijn,
't was al op de wagen, 't was alles voorbij.
Toch nimmer vergaat het
en altijd bestaat het,
wat God door zijn heilige gratie ons geeft,
het deugdzame leven
dat is ons gebleven,
al 't ander, hoe zoet en hoe schoon, het begeeft.
Nooit zal ons de wagen
der tijden ontdragen
't sieraad en de rijkdom der edele ziel;
de deugd zal geduren,
schoon rotsen en muren
en torens en al wat maar vallen kan - viel.

 

 1992908-f465977e1f69c681e86a9ab50a0d9392.png
Guido Gezelle (1 mei 1830 – 27 november 1899)
Brugge in de kersttijd. Guido Gezelle werd geboren in Brugge

 

 

Zie voor de schrijvers van de 31e december ook mijn drie vorige blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:12 Reageer op dit bericht

Anne Vegter, Arjen Duinker, Bastian Böttcher, Jacob Israël de Haan, August van Cauwelaert, Paula Dehmel

De Nederlandse dichteres en schrijfster Anne Vegter werd geboren in Delfzijl op 31 december 1958. Zie ook alle tags voor Anne Vegter op dit blog.

 

We weten nog niet hoe

snel alles, hoe snel je zicht verandert
tot je bent wat je verandert,
hoe snel het kind zich in je opbergt.

We weten nog niet hoe ver alles,
hoe ver de echo van je zang reikt,
hoe ver je gaat of buigt.

We weten nog niet hoe licht alles-
hoe licht het dragen van je geluk-
hoe licht van details het gewicht-

We weten nog niet hoe vaak alles,
hoe vaak de stad schittert in je ogen,
hoe vaak de liefde een daad is van genot.

“Kijk, de stad drijft langs!”
“Zie je iets?”
“Zei je iets?”

Je tekent een bed op het water.
“Wacht je daar op me?”
We weten nog niet wanneer je een godensprong waagt.

 

 

Het geheim van de boekhandelaar

Je verkoopt boeken maar eigenlijk geef je liefde door
je geeft adviezen maar eigenlijk wijs je op vergezichten
je noemt een auteur maar eigenlijk raad je een verlangen
je wacht op een vraag maar eigenlijk stel je vragen

Je verkoopt boeken maar eigenlijk verplaats je taal
je wijst op de kasten maar eigenlijk zijn het horizonnen
je zegt omzet maar eigenlijk fluister je kapitaalbandje
je noemt een titel maar eigenlijk deel je vleugels uit

Je verkoopt boeken maar eigenlijk vertel je verhalen
je wordt getipt maar eigenlijk ben je een lezers lezer
je citeert ‘mooi is de menselijke rede, en onoverwinnelijk’
je bent een eiland maar eigenlijk verkoop je lifelines

 

 1992901-fd867d151fb27fc5b13e5bbab832ee1c.jpg
Anne Vegter (Delfzijl, 31 december 1958)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Arjen Duinker werd geboren in Delft op 31 december 1956. Zie ook alle tags voor Arjen Duinker op dit blog.

 

Fabriek

Hoe zeg ik dit precies en goed,
Op enig moment begreep iemand
Dat licht niet in water ontstaat,
Maar dat je voor het maken van licht
Wel veel naar water moet kijken,
Hij gaf de voorkeur aan mooi water
Dat geen voorzetsels nodig heeft,
Water dat een bloem is, een hand,
Een paar schoenen, een mol,
Er waren nog meer dingen
Die hij meende te begrijpen
Maar die hadden niet zoveel
Met licht te maken.

 

 

Gedicht voor een kameel

Morgen is de dag van de kleine dingen,
Van de speld en de gele verf.
Je zult je blij voelen.

Morgen is de dag van de heel kleine dingen,
Van de druppeltjes en het koord.
Je zult vriendschap voelen.

Morgen is de dag van geslenter
Langs de vrucht van schaduwen.
Kom er niet aan.

Morgen is de dag van de liedjes
Die in het geheim worden gezongen.
Je zult zingen met de juwelier.

Morgen is de dag van de kleine jongens
En hun abstracte lawaai in de straten.
Spits je oren.

Ze roepen: ‘Leve de mooiste markt van de wereld!’
Ze roepen: ‘Zo eeuwig zijn de rotsen van trouw!’
Ze roepen: ‘Als je ijdel bent, ga dwalen!’

 

 1992901-4811bba4a6b84d09071a4d5a20a94c02.jpg
Arjen Duinker (Delft, 31 december 1956)

 

 

De Duitse dichter schrijver Bastian Böttcher werd op 31 december 1974 in Bremen geboren. Zie ook alle tags voor Bastian Bötcher op dit blog.

 

Nach dem Loop: Leben

Leute laufen im Loop, ihr Blut läuft im Loop
Sie tanzen zu Loops, sind im Loop gefangen!
Wenn-er-sich-nicht-meldet-meld-ich-mich-nicht-Loop
Wenn-sie-sich-nicht-meldet-meld-ich-mich-nicht-Loop
Ich-brauch-den-Kick-also-besorg-ich's-mir-Loop
Vom-ersten-Programm-bis-zum-letzten-zapp-Loop
Im täglichen Welt-um-sich-selber-dreh-Loop
Im jährlichen Welt-um-die-Sonne-lauf-Loop
Uhren laufen im Loop, Zahnräder laufen im Loop
Leute laufen nach Uhren, sind im Loop gefangen!
Im Kaffee-am-Morgen-am-Abend-Bier-Loop
Ich-krieg-keinen-Job-also-mach-ich-nichts-Loop
Im Kampf-gegen-Terror-und-Gegenschlag-Loop
Im Haltbarkeitsdatum-Ablauf-Neukauf-Loop
Im täglichen Welt-um-sich-selber-dreh-Loop
Im jährlichen Welt-um-die-Sonne-lauf-Loop
Loops laufen im Loop, die ,Os‘ im Wort Loop
Sind selber zwei Loops, und die wiederum haben wieder zwei ,Os‘
Macht also insgesamt 4, 8, 16, 32, 64, 128 und mehr Loops!
Den Geld-verdienen-und-ausgeben-Loop
Wie-Hamster-im-quietschenden-Laufrad-lauf-Loop
Den Wir-sind-schon-so-lang-zusammen-also-bleiben-wir-auch-zusammen-Loop
Den Bitte-haben-Sie-noch-einen-Moment-Geduld-
der-nächste-freie-Mitarbeiter-ist-gleich-für-Sie-da-Loop
Den Wie-du-mir-so-ich-dir-so-du-mir-so-ich-dir-so-du-mir-
so-ich-dir-so-du-mir-so-du-mir-so-ich-dir-so-ich-dir-Loop
Im täglichen Welt-um-sich-selber-dreh-Loop
Im jährlichen Welt-um-die-Sonne-lauf-Loop
Dieser Text läuft im Loop, dieser Text läuft im Loop
Dieser Text läuft im Loop, dieser Text läuft im Loop
Bis zum Break, bis zum Cut, bis zum Schluss, bis zum Bruch
Bis zum Aufbruch

 

 

 1992901-88abe70320244c36b54c86bb73e67087.jpg
Bastian Böttcher (Bremen, 31 december 1974)

 

 

De Nederlandse schrijver, dichter, publicist, rechtsgeleerde Jacob Israël de Haan werd geboren in Smilde op 31 december 1881. Zie ook alle tags voor Jacob Israël de Haan op dit blog.

 

Terugkeer

Weet Gij nog, moeder, hoe ik jong
Schatten-verlangend u verliet?
Wereld en weelde lokten, mij bedwong
Uw smeken niet.

Ik ging en wierf mij menig schat
Van goed metaal en gave steen,
Rijker dan ik in wereldstad
Was er niet een.

Maar schat verwervende verloor
Ik morgenvrede en avondrust
En wist dat niet. Leefde fel door
Op schat belust.

Zó leed ik pijn, doofde pijn fel
Met wijn en wierook. Nimmer vond
Ik van het leed de gulle wel:
Mijn hartewond.

Dan: ene avond, dat de lucht
Zoetmild was met een matte schijn
En mist van maan, de stad ontvlucht
Zag ik mijn pijn

Het was mijn hart open, het bloedde,
Want niemand heeft mijn hart getroost.
Toen voelde ik rijke, schattenmoede,
Leed eindeloost.

Lang bleef ik stil... die milde lucht
Verfijnd van geur... het maanlicht diep,
Hoorde ik een stem en zachte zucht?
Uw stem, die riep?

En ik bezon mij, moeder, en ik liet
Mijn schatten liggen, voor wie weelde wil.
Wereld en weelde wil ik niet
Maar vrede stil.

Die schatten zocht en schatten vond
In 't rustloos werven buiten huis,
Keert bedel-arm en hartgewond
Moeder, weer thuis.

En vraagt, dat in het oud gezin,
Hem weder worde een plaats bereid.
Ik wil uw vrede en stille min
Thans en altijd.

 

 1992901-d0e718fe79881d203a0111beca622be5.jpg
Jacob Israël de Haan (31 december 1881 - 30 juni 1924)

 

 

De Vlaamse dichter, advocaat en rechter August van Cauwelaert werd geboren in Onze-Lieve-Vrouw-Lombeek op 31 december 1885. Zie ook alle tags voor August van Cauwelaert op dit blog.

 

Voor mijn jongens (Fragment)
1 Januari 1916

II
En al wat aan haat in uw borst heeft gebroeid
Rukt los in getier, lijk een stier die loeit;
En ge stormt op den vijand, man tegen man,
En velt wie de vlucht niet meer redden kan.

Ge slaat met het staal en ge schopt met den hiel,
Ge vecht met uw vuist en ge'n ziet wie er viel
Aan uw zij, met een zucht op den daavrenden grond
En zoekt met zijn hand naar den beet van een wond.

Weer voelt ge de ruimte, weer rukt ge vrij
Door het veld en weer hoort ge uit de huizenrij,
Daar ge roepend door straten en stegen rent,
De taal en de stem van een volk dat ge kent.

Geen regen van kogels, geen dondrend gevaart'
En dempt of en damt meer ’t geweld van uw vaart;
Reeds ziet ge, zoo stoer naar den hemel gebouwd,
Het Belfort van Brugge op een lucht van goud.

Uw adem is heet en uw hijgende borst
Is schor van geschreeuw en heesch van dorst;
Een haastige dronk en weer voort met uw vlag:
De nacht valt te vroeg op dees heerlijken dag.


 1992901-002a219c4826674f5eb58ab0846ebfd2.jpg
August van Cauwelaert (31 december 1885 - 4 juli 1945)
In 1918

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Paula Dehmel werd geboren op 31 december 1862 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Paula Dehmel op dit blog.

 

Gutenachtliedchen

Leise, Peterle, leise,
Der Mond geht auf die Reise,
Er hat sein weißes Pferd gezäumt,
Das geht so still, als ob es träumt,
Leise, Peterle, leise.
Stille, Peterle, stille,
Der Mond hat eine Brille,
Ein graues Wölkchen schob sich vor,
Das sitzt ihm grad auf Nas und Ohr,
Stille, Peterle, stille,
Träume, Peterle, träume,
Der Mond guckt durch die Bäume,
Ich glaube gar, nun bleibt er stehn,
Um unser Peterle im Schlaf zu sehn -
Träume, Peterle, träume.

 

 

Siebenschläfer

Ihr Siebenschläfer in den Höhlen,
Reckt euch, streckt euch, aufgewacht!
Der Frühling leuchtet in den Himmel
Nach dieser ersten warmen Nacht!
Ja, schüttelt nur die dicken Zotteln
Und blinzelt in das blaue Licht;
Herr Gott, wer wird so langsam trotteln,
Ich lauf voraus, ich warte nicht.
Die Amsel übt schon ihre Lieder,
Ich sing sie mit, ich kann sie auch;
Und denkt euch nur, der blaue Flieder
Hat Knospen, und der Haselstrauch.
Der Teckel bellt vor lauter Wonne
Und wühlt die frische Erde um;
Na?! seid ihr noch nicht in der Sonne,
Ihr Siebenschläfer, faul und dumm?!

 

 1992901-295b3c3aab0cb9a9057c67902b838053.jpg
Paula Dehmel (31 december 1862 - 9 juli 1918)
Illustratie van Hans Thoma in een uitgave van de verzamelde “Kindergedichte”, 1919

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e december ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:08 Reageer op dit bericht

Nicolas Born, Dieter Noll, Dal Stivens, Connie Willis, Giovanni Pascoli, Marie d'Agoult

De Duitse dichter en schrijver Nicolas Born werd geboren op 31 december 1937 in Duisburg. Zie ook alle tags voor Nicolas Born op dit blog.

 

Zeitmaschine

Ohne daß es jemals angefangen hat
bin ich mit einer Menge von Leuten zusammen
Gleichaltrige
meinen Körper scheinen sie für die Heimat zu halten
auch liebe Verstorbene Alte Bekannte
Vielgenannte
Verschollene Auf Rollen Rollende
Zeitamputierte Einbalsamierte Bis auf die Knochen
Geschichtsblamierte
                                  Ich habe das deutliche Gefühl
daß keiner fehlt
        die Büsche teilen sich der Himmel flackert
Gestirne blenden auf das Tier erhebt sich
und die Wolken rennen hin und her
        Wir begegnen einer reisenden Theatergruppe
ein junger Herr Den Tod in den Augen
stellt sich vor: W. Shakespeare
        wie er leibt und schreibt
Oh ja wir kennen ihn alle
        »Warum schreiben Sie« fragt einer von uns
der sich sein Interesse bewahrt hat
        Shake wendet sich angewidert ab
und macht sich an den Kostümen zu schaffen
        »Warum soviel Tod auf so vielen Brettern?«
Das scheint hier irgendwie nicht anzukommen.
Eine von unseren Damen Deren Schwierigkeiten
        technische Schwierigkeiten sind Sagt
»Wir kommen an der historischen Distanz nicht vorbei«
        Sie ist bekannt dafür daß sie in Krisen
hysterisch reagiert
                              Wie ein Bleistift gehen wir
durch die Zeit
        »Mir ist« rufe ich »als träten wir auf der Stelle«
»Schon möglich« brummt ein Vierschrötiger
        Gleich erscheinen wir als helle Punkte
im technischen Zeitalter
in einer riesigen Haschischwolke besetzt von
kichernden Industriellen
»Es ist zum Piepen Es ist
zum Piepen«
        Berlin 10.30 Uhr Guten Tag Nehmen Sie Platz!
Es handelt sich um einen Herrn von der Volkshochschule
der mich abdrängt und ruft »Ich bin immer für
        die Trennung von Werk und Autor eingetreten«
Ich erzähle ihm unvermittelt eine Geschichte
        aus der Kindheit meiner Mutter
ein schlagender Beweis meiner Ganzheit
        und wirklich ist sein Schweigen vieldeutig.
Aus dieser Ewigkeit dämmert er herauf in braunem
        Cord »Kennen Sie César Vallejo in der Nachdichtung
des Hans Magnus Enzensberger?«
        Vermutlich weiß er daß man ihn für diese Frage
gern haben könnte Er protzt und sollte gegangen sein
        »Wenn Sie nicht bald verschwinden« protze ich
»mache ich Sie zur Zeile«
        Aber er besteht auf einem Zitat
». . .wär ich nicht geboren, eine andere arme Haut
würde diesen Kaffee trinken!«

 

 1992897-c0010a8c41fb759ff918f15ed5ad08ae.jpg
Nicolas Born (31 december 1937 – 7 december 1979)
Duisburg, oudejaarsavond

 

 

De Duitse dichter en schrijver Dieter Noll werd geboren op 31 december 1927 in Riesa. Zie ook alle tags voor Dieter Noll op dit blog. 

Uit:Die Abenteuer des Werner Holt

Das Auswechseln hatte Dieter, der zugegebenermaßen nicht unter Waschzwang litt, zum wiederholten Male vergessen.
Hauptmann K.: "Noll, Sie elende Wildsau, wie laufen Sie rum?! Da hat ja jeder Kaffer einen saubereren Hals! Ich werde Ihnen schon beibringen, was Reinlichkeit bei den Soldaten heißt, Sie nachgemachter Mensch!" Noll, von der freundlichen Ansprache ziemlich erschüttert: "Jawohl, Herr Hauptmann! Ich versichere Herrn Hauptmann, daß es nicht wieder vorkommen wird." (Offiziere mußten von ihren Untergebenen in der Dritten Person angesprochen werden). Der Batteriechef: "So billig kommen Sie mir nicht davon, Noll." Dann, plötzlich losschreiend: "Luftwaffenhelfer Schreiber (Name geändert), Sie sorgen dafür, daß der Noll jeden Morgen einen blitzsauberen Hals hat - und zwar mit der Wurzelbürste. Und lassen Sie sich dabei von Ihren Stubenkameraden helfen!" Nach zwei, drei neuerlichen Appellen glich Dieters Hals einem rohen Beefsteak.
Die scharfe Bürste hatte ihm den Hals fast bis aufs Blut aufgescheuert. Warum die Kameraden sich an dieser Marterung beteiligten? Die Antwort ist simpel: Hätten sie nicht wunschgemäß verfahren, wäre für sie eine ähnliche Schikane angeordnet worden. So hat der Schreiber dieser Zeilen beispielsweise wegen eines lächerlichen "Vergehens", das in keiner Weise seine oder die Einsatzbereitschaft der Batterie gefährdete, mit einer Zahnbürste (!) die Latrine reinigen müssen.“

 

 1992897-800b0a1ce020431a3a43282a7647dab1.jpg
Dieter Noll (31 december 1927 – 6 februari 2008)
Cover DVD

 

 

De Australische schrijver Dal Stivens werd geboren op 31 december 1911 in Blayney, New South Wales. Zie ook alle tags voor Dal Stivens op dit blog.

Uit: When Trumper Went to Billabong (The Demon Bowler)

“It wasn’t much of a day after that. Victor Trumper’s team got themselves out fairly quickly and we got ourselves out very quickly, but it was no go for a second innings by Victor Trumper. At four o’clock a dust storm got up and that was the end.
By five o’clock Metho Bill wasn’t the only one shickered. Mayor Pook, Tom Jones, and the whole team except Mallee Mick had joined him. Mallee Mick was probably shickered too but we didn’t know because at twelve o’clock he had left the field and gone bush.
A couple of kids had heaved gibbers and a dead cat at him as he made off in Swampy Joe’s buggy.”

 

 1992897-af78978b29a9b07187ee1efcd577ba02.jpg
Dal Stivens (31 december 1911 - 16 juni 1997)
Cover

 

 

De Amerikaanse (sciencefiction) schrijfster Connie Willis werd geboren in Denver (Colorado) op 31 december 1945. Zie ook alle tags voor Connie Willis op dit blog.

Uit: Doomsday Book

“She didn't know what time she had come through. It had been a quarter to eleven when she came out of prep—she had seen Ms. Montoya looking at her digital and asked her what time it was—but she had no idea how long it had taken after that. It had seemed like hours.
The drop had been scheduled for noon. If she had come through on time and Probability was right about the slippage, it would be six o'clock in the evening, which was too late for vespers. And if it were vespers, why did the bell go on tolling?
It could be tolling for mass, or for a funeral or a wedding. Bells had rung almost constantly in the Middle Ages—to warn of invasions or fires, to help a lost child find its way back to the village, even to ward off thunderstorms. It could be ringing for any reason at all.
(…)

She was beginning to feel stiff with cold though she had been lying there only a little while. Whatever was poking her in the side felt like it had gone through her rib cage and was puncturing her lung. Mr. Gilchrist had told her to lie there for several minutes and then stagger to her feet, as if coming out of unconsciousness."

 

 1992897-4f4c9766561d8e08cff2066022f9171c.jpg
Connie Willis (Denver, 31 december 1945)

 

 

De Italiaanse dichter Giovanni Pascoli werd geboren op 31 december 1855 in San Mauro di Romagna. Zie ook alle tags voor Giovanni Pascoli op dit blog.

 

Passage

The swan sings. From deep in the marshes,
its voice chimes sharp and clear
like the striking of copper cymbals.

This is the endless polar darkness.
Great mountains of eternal frost
lean against the ice plates of the ocean.

The swan sings; and slowly the sky
fades into the darkness and tints itself yellow.
A green light rises from star to star.

The swan’s metal voice rings like a harp
caressed here and there; already the green
northern lights glaze the icy mountain peaks.

And in the deepening night,
an immense iridescent arc grows
into huge ladders that spread open the aurora.

The green and vermillion glow catches fire,
shoots rays, pulsates, subsides, rises again,
exploding, all in utter silence.

With a sound like the bell’s final
angelus chime, the swan shakes its wings:
the wings open, and lift, enormous,
pure white, into the boreal night.

 1992897-7a5055cbe375dcb93d5e50cec9d5f8ed.jpg
Giovanni Pascoli (31 december 1855 – 6 april 1912)
San Mauro di Romagna, Villa Torlonia tijdens een festival

 

 

De Franse schrijfster gravin Marie de Flavigny d'Agoult werd in 1805 geboren in Frankfurt Am Main. Zie ook alle tags voor Marie d'Agoult op dit blog.

Uit: Mes souvenirs

“Celui-ci, qui paraît avoir été, entre tous, loyal et vaillant homme de guerre, était doué aussi d’un rare instinct d’écrivain. Je trouve dans ses écrits le style fier comme la pensée, des saillies de moraliste, des tours vifs à la Montaigne; je le vois familier avec les bons auteurs. Il cite fréquemment Aristote et Épicure. Il entremêle sa prose de vers de Ronsard, de Garnier, de
Du Bellay. Lui-même, et non sans grâce, il rime à l’occasion; il est musicien; il se peut vanter, dit-il, d’avoir maintes fois, aux sons de son luth, passionné diversement les escoutants. Son art de bien dire s’en accroît. D’elle - même sa phrase se rythme ; l’harmonie naît sous sa plume. Il est coloriste aussi, imagier avec hardiesse. Veut-il décrire les Pyrénées, par exemple, il dira la pâle frayeur de leurs profonds précipices . Ailleurs, il racontera une entreprise consommée à la faveur d’une nuit sombrement endormie. Ailleurs encore, il exhortera son fils à brider le cheval indompté de la trépignante jeunesse . Il ne voudrait pas qu’à ce fils, fait prisonnier, il restât quelque gravier en l’âme.
«Vouloir guérir, lui dit-il avec une fierté stoïque, c’est demi-guérison. »

 

 1992897-83558d15d21ace236c70748763ba9682.jpg
Marie d'Agoult (31 december 1805 – 5 maart 1876)
Portretfoto door Adam-Salomon, ca. 1861

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e december ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:05 Reageer op dit bericht

Irina Korschunow, Nicholas Sparks, Gottfried August Bürger, Alexander Smith, Horacio Quiroga, Stephan Krawczyk, Kingbotho

De Duitse schrijfster Irina Korschunow werd geboren op 31 december 1925 in Stendal in Sachsen-Anhalt. Zie ook alle tags voor Irina Korschunow op dit blog. 

Uit: Langsamer Abschied

„Aber woher sollte ich wissen, was in Pierres zerstörtem Hirn vor sich gegangen war in der letzten Phase und ob er sich auch jetzt noch die grüne Wiese gewünscht hätte oder doch lieber ein Grab hinter der alten Dorfkirche. Eins konnte so richtig oder falsch sein wie das andere, es gab keine schriftlichen Verfügungen. Weil aber Schwester Gudas Entschlossenheit jeden Einwand zunichte gemacht hatte, stand nun der blumenumwucherte Sarg an dem Altar, wo Pastor Kröger, ein etwas mickriger Mann mit erstaunlich sonorer Stimme, darauf beharrte, den langen Leidensweg eine göttliche Prüfung wie die des Hiob zu nennen, un- erträglich, dieser Vergleich. Nein, das nicht, dachte ich oder murmelte es sogar, denn Schwester Guda neben mir, aufrecht, ihre frisch gestärkte Haube über dem Scheitel, griff nach meiner Hand, es sei doch eine schöne Predigt, der Herr Professor würde sich freuen.
Ich war ohne verwandtschaftlichen Tross gekommen, zwei Einzelkinder, Pierre und ich, jeder von uns hatte nur den anderen gehabt. Nun saß ich allein inmitten der Menge, die darauf wartete, Erde hinter ihm herzuwerfen, Nachbarn aus dem Ort, in dem wir unser Haus gebaut hatten, die Universität mit ihrem Umfeld, sein Institut natürlich in voller Besetzung, dazu die große Zahl der Freunde und Weggefährten aus vergangenen Zeiten, viel zu viele Menschen für die kleine Friedhofskapelle. Sie drängten sich in den Bankreihen und an den Wänden, und während die Predigt weiterhin um Hiob kreiste, sah ich plötzlich Leo unter der Empore stehen. Unsere Blicke trafen sich, ich wandte mich ab, warum musste er kommen nach allem, was passiert war. »Lass ihn endlich los«, hatte er gesagt, »es ist doch Zeit, wirf dich nicht immer wieder dazwischen«, und nun stand der Sarg am Altar, nein, Leo hätte nicht kommen dürfen.“

 

 1992890-6c9d6d546e784abf999b8001df5714bc.jpg
Irina Korschunow (31 december 1925 – 31 december 2013)
Cover

 

 

De  Amerikaanse schrijver Nicholas Sparks werd geboren in Omaha, Nebraska op 31 december 1965. Zie ook alle tags voor Nicolas Sparks op dit blog.

Uit: The Notebook

“I have no complaints about my path and the places it has taken me; enough complaints to fill a circus tent about other things, maybe, but the path I've chosen has always been the right one, and I wouldn't have had it any other way.
Time, unfortunately, doesn't make it easy to stay on course. The path is straight as ever, but now it is strewn with the rocks and gravel that accumulate over a lifetime. Until three years ago it would have been easy to ignore, but it's impossible now. There is a sickness rolling through my body; I'm neither strong nor healthy, and my days are spent like an old party balloon: listless, spongy, and growing softer over time.
I cough, and through squinted eyes I check my watch. I realize it is time to go. I stand from my seat by the window and shuffle across the room, stopping at the desk to pick up the notebook I have read a hundred times. I do not glance through it. Instead I slip it beneath my arm and continue on my way to the place I must go. I walk on tiled floors, white in color and speckled with gray. Like my hair and the hair of most people here, though I'm the only one in the hallway this morning. They are in their rooms, alone except for television, but they, like me, are used to it. A person can get used to anything, if given enough time.
I hear the muffled sounds of crying in the distance and know exactly who is making those sounds. Then the nurses see me and we smile at each other and exchange greetings. They are my friends and we talk often, but I am sure they wonder about me and the things that I go through every day.
I listen as they begin to whisper among themselves as I pass. "There he goes again," I hear, "I hope it turns out well." But they say nothing directly to me about it. I'm sure they think it would hurt me to talk about it so early in the morning, and knowing myself as I do, I think they're probably right.”

 

 1992890-76170d180c5e7cc28e94e7a48674e19b.jpg
Nicholas Sparks (Omaha, 31 december 1965)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Gottfried August Bürger werd geboren op 31`december 1747 in Molmerswende. Zie ook alle tags voor Gottfried August Bürger op dit blog.

 

Die Schatzgräber

Ein Winzer, der am Tode lag,
rief seine Kinder an und sprach:
"In unserm Weinberg liegt ein Schatz,
grabt nur danach!" -"An welchem Platz?"
schrie alles laut den Vater an. -
"Grabt nur!" - O weh! Da starb der Mann.

Kaum war der Alte beigeschafft,
so grub man nach aus Leibeskraft.
Mit Hacke, Karst und Spaten ward
der Weinberg um und um gescharrt.
Da war kein Kloß, der ruhig blieb;
man warf die Erde gar durchs Sieb
und zog die Harken kreuz und quer
nach jedem Steinchen hin und her.
Allein, da ward kein Schatz verspürt,
und jeder hielt sich angeführt.

Doch kaum erschien das nächste Jahr,
so nahm man mit Erstaunen wahr,
daß jede Rebe dreifach trug.
Da wurden erst die Söhne klug
und gruben nun jahrein, jahraus
des Schatzes immer mehr heraus.

 

 1992890-38a94a3415bfdc415beb1001023ed267.jpg          
Gottfried August Bürger (31 december 1747 – 8 juni 1794)
Molmerswende, kerk en voormalige schoolgebouw

 

 

De Schotse dichter Alexander Smith werd geboren op 31 december 1830 in Kilmarnock. Zie ook alle tags voor Alexander Smith op dit blog.

 

Glasgow (Fragment)

And through thy heart as through a dream,
Flows on that black disdainful stream;
All scornfully it flows,
Between the huddled gloom of masts,
Silent as pines unvexed by blasts -
'Tween lamps in streaming rows,
O wondrous sight! O stream of dread!
O long, dark river of the dead!

Afar, the banner of the year
Unfurls: but dimly prisoned here,
Tis only when I greet
A dropt rose lying in my way,
A butterfly that flutters gay
Athwart the noisy street,
I know the happy Summer smiles
Around thy suburbs, miles on miles.

'Twere neither pæan now, nor dirge,
The flash and thunder of the surge
On flat sands wide and bare;
No haunting joy or anguish dwells
In the green light of sunny dells,
Or in the starry air.
Alike to me the desert flower,
The rainbow laughing o'er the shower

 

 1992890-c3afa5a23b83a919a8edda3cbf6ec5e8.jpg
Alexander Smith (31 december 1830 - 5 januari 1867)
Portret door James Archer, 1856

 

 

De Uruguayaanse schrijver Horacio Quiroga werd geboren op 31 december 1878 in Salto. Zie ook alle tags voor Horacio Quiroga op dit blog.

Uit: The Son (Vertaald door F. Wufferz)

« The father suppresses a scream. He's seen, rising in the air...Oh, he's not your son! And he returns to the other side, and the other and the other. Nothing would be gained by seeing the color of his skin or the anguish in his eyes. That man has not even called to his son. Although his heart cries out for him at the top of his lungs, his mouth remains mute. Well he knows that the act of speaking his name, of crying it aloud, will be confession of his death. “Chiquito!” escapes all of a sudden. And if the voice of a man of character is capable of crying, we must cover our ears in mercy before the anguish that sounds in that voice. No one or nothing has responded. Through the sour red of the sun, aged over ten years, goes the father in search of his son, who has just died. “My son! Chiquito mio!” he cries out in a diminutive that rises from the depths of his entrails. Before this moment, in the midst of peace and happiness, that father has suffered the halucination of his son rolling around with his forehead opened by a chrome-nickel bullet. Now, in every gloomy corner of the forest, he sees flashings of wire: and at the foot of a pole, with the unloaded rifle by his side, he sees his – “Chiquito! My son!” The forces that allow a poor halucinating father to step in to the most atrocious nightmare also have a limit. And ours feels that his are escaping him, when he sees all of as sudden a steep side path leading him down to his son. To a thirteen-year-old boy, it is enough to see, at a distance of fifty meters, the expression of his moist-eyed father, without a machete to speed up his step, inside the forest. “Chiquito,” the man whispers. And, exhausted, he lets himself fall to the white sand, wrapping his arms around his son's legs. The boy, though tightly held, comes to his feet. And as he understands his father's pain, he slowly caresses his father's head. “Poor father.” Finally, time has passed. It's already about to be three. »

 

 1992890-97b95cde221bb3750b0b1e431fee6f7d.jpg
Horacio Quiroga (31 december 1878 – 19 februari 1939)
Cover

 

 

De Duitse schrijver en musicus Stephan Krawczyk werd geboren op 31 december 1955 in Weida in Thüringen. Zie ook alle tags voor Stephan Krawczyk op dit blog.

Uit: Steine hüten

„Die Drei seien stadtbekannt, in der Öffentlichkeit zeigten sie sich nur gemeinsam - wegen des albanischen Rekords. Vom Knast bleibt die weggenommene Zeit. Wie dünnhäutig mag ich ihnen erschienen sein, meinen kläglichen Versuch eingesperrt zu werden, überhaupt erwähnt zu haben.
Wie dünnhäutig ich vor elf Jahren wirklich war, weiß nur mein Rechtsanwalt, an dessen Brust ich im Knast geweint hatte, die, wie sich später herausstellte, eine recht verlogene Brust gewesen ist - in ihr schlug das Herz des Spitzels Wolfgang Schnur - ein Freund meiner Familie. Ein reichliches Jahr bevor sich mir das Gefängnis geöffnet hatte, saß er plötzlich bei uns am Kaffeetisch. Er wirkte konzentrierter, als es der Anlass erforderte. Sein vornehmes Gemisch aus Berlinerisch und dem Dialekt des Nordens nahm mich, neben der zurückhaltenden zuvorkommenden Art, für ihn ein. Die leise, dringliche Sprache, so als ob er nie alles sagen konnte, rechnete ich den schwierigen Zeiten an: Bedrohung hing über meiner Abenteurerexistenz wie ein Bienenstock am Bindfaden. Schnur bot mir nach der ersten Tasse seine Anwaltsdienste und seinen Beistand als Christ an, nach der zweiten eilte er zu seinem wahren Herrn, dem Führungsoffizier. Hätte ich nicht gedacht, hätte keiner gedacht - unser Wolfgang, wie der sich für uns den Arsch aufriss - kein Wunder, dass er trotz des Kaffees häufig gähnen musste, was man seinen treuen Hundeaugen ansah, nicht seinem geschlossenen Mund.
Wäre das Verhältnis zu meinem Anwalt unpersönlich gewesen, hätte ich im Knast nicht geheult. So dünnhäutig war ich gar nicht. Er hat mich in die Arme genommen, was soll man machen? Ein Spitzel muss auch mal Mitleid haben. Danach duzten wir uns. Will man mehr in dieser Abgeschiedenheit? Zigaretten hatte er mitgebracht.“

 

 1992890-24e5ba72881b89c02fe6f2eb7926b8cc.jpg
Stephan Krawczyk (Weida, 31 december 1955)

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 31 december 2015.

De Surinaamse dichter, percussionist, beeldend kunstenaar, Surinamist, toneelschrijver, regisseur, acteur en maatschappelijk werker Noeki André Mosis (Kingbotho) werd geboren in het District Marowijne op 31 december 1954.

Geschreven door Romenu om 12:03 Reageer op dit bericht

Junot Díaz

De Amerikaans-Dominicaans schrijver Junot Díaz werd geboren in Santo Domingo op 31 december 1968. Hij was het derde kind in een gezin van vijf. Gedurende het grootste deel van zijn vroege jeugd, woonde hij met zijn moeder en grootouders, terwijl zijn vader in de Verenigde Staten werkte. Díaz emigreerde met zijn familie naar New Jersey toen hij zes jaar oud was. Hij bezocht Kean College in Union, New Jersey, en behaalde een Bachelor of Arts graad aan de Rutgers University, en kort na zijn afstuderen creëerde hij het personage "Yunior", dat als verteller van een aantal van zijn latere boeken optreedt. Na het behalen van zijn MFA aan Cornell University publiceerde Diaz in 1995 zijn eerste boek, de verhalenbundel “Drown” Een doordringende thema in deze verhalenbundel is de afwezigheid van een vader, die de gespannen verhouding van Diaz met zijn eigen vader weerspiegelt, In 2007 publiceerde hij zijn eerste roman “The Brief Wondrous Life of Oscar Wao”, in 2012 gevolgd door een tweede verhalenbundel, “This Is How You Lose Her”. “The Brief Wondrous Life of Oscar Wao” werd in meerdere talen uitgebracht en won verscheidene prijzen. Verder won won een Eugene McDermott Award, een beurs van de John Simon Guggenheim Memorial Foundation, een Lila Acheson Wallace Readers Digest Award, in 2002 won hij de Pen/Malamud Award, in 2003 de US-Japan Creative Artist Fellowship van het National Endowment for the Arts, een beurs aan de Radcliffe Institute for Advanced Study aan de Harvard University en de Rome Prize van de American Academy of Arts and Letters. In 2007 won hij de Sargant First Novel Prize en werd hij aangewezen als één van de 39 belangrijkste Latijns-Amerikaanse schrijvers jonger dan 39 jaar door het Bogotá Book Capital of World and the Hay Festival. In september 2007 kocht Miramax de filmrechten van het boek “The Brief and Wondrous Life of Oscar Wao”. In 2008 ontving hij de Pulitzer Prize voor fictie.

Uit:The Brief Wondrous Life of Oscar Wao

“Our hero was not one of those Dominican cats everybody’s always going on about - he wasn’t no home-run hitter or a fly bachatero, not a playboy with a million hots on his jock.
And except for one period early in his life, dude never had much luck with the females (how very un-Dominican of him).
He was seven then.
In those blessed days of his youth, Oscar was something of a Casanova. One of those preschool loverboys who was always trying to kiss the girls, always coming up behind them during a merengue and giving them the pelvic pump, the first nigger to learn the perrito and the one who danced it any chance he got. Because in those days he was (still) a “normal” Dominican boy raised in a “typical” Dominican family, his nascent pimpliness was encouraged by blood and friends alike. During parties - and there were many many parties in those long-ago seventies days, before Washington Heights was Washington Heights, before the Bergenline became a straight shot of Spanish for almost a hundred blocks - some drunk relative inevitably pushed Oscar onto some little girl and then everyone would howl as boy and girl approximated the hip-motism of the adults.
You should have seen him, his mother sighed in her Last Days. He was our little Porfirio Rubirosa.4
All the other boys his age avoided the girls like they were a bad case of Captain Trips. Not Oscar. The little guy loved himself the females, had “girlfriends” galore. (He was a stout kid, heading straight to fat, but his mother kept him nice in haircuts and clothes, and before the proportions of his head changed he’d had these lovely flashing eyes and these cute-ass cheeks, visible in all his pictures.) The girls - his sister Lola’s friends, his mother’s friends, even their neighbor, Mari Colón, a thirty-something postal employee who wore red on her lips and walked like she had a bell for an ass - all purportedly fell for him. Ese muchacho está bueno! (Did it hurt that he was earnest and clearly attention-deprived? Not at all!) In the DR during summer visits to his family digs in Baní he was the worst, would stand in front of Nena Inca’s house and call out to passing women - Tú eres guapa! Tú eres guapa! - until a Seventh-day Adventist complained to his grandmother and she shut down the hit parade lickety-split. Muchacho del diablo! This is not a cabaret!
It truly was a Golden Age for Oscar, one that reached its apotheosis in the fall of his seventh year, when he had two little girlfriends at the same time, his first and only ménage à trois. With Maritza Chacón and Olga Polanco.”

 

 1999551-f6ecf9b4cbd67afc9a0b93b41fafef35.jpg
Junot Díaz (Santo Domingo, 31 december 1968)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten