Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 5 januari 2017 tot 6 januari 2017

Driekoningen – Epifanie (Inge Boulonois)

 

Bij het feest van Driekoningen

 

 1994922-93335bcf336f81810e89839379205be1.jpg
De aanbidding van de drie koningen door Rogier van der Weyden,  ca. 1455
Middenpaneel van het Driekoningen altaar, Alte Pinakothek, München

 

 

Driekoningen – Epifanie

De opmaat van het verse jaar bespant
de grond met flinterdun wit vilt. De lucht
kneedt winterharde wolken, dicht beplant.
Een toverhazelaar pakt uit. Berucht

bericht van kale klauwen waar als vaan
een gele sjerp in hangt. Zo schel als goud
van ver. Van dichtbij zie je sterren staan,
van bloemblad, warm gekruld. Het hout blijft koud.

Kijk daar: drie spreeuwen hebben opgelet,
hun wijze kelen krijsen om het fel
geluk dat plaatselijk is ingezet.

Een rijk begin op arm hout, gaaf en wel
kwartier gemaakt, bewonderd. Straks ontzet:
door wind van stam gejaagd - op hoog bevel.

 


1994922-30d11abb54002b996df988ea8658bf0d.jpg

Inge Boulonois (Alkmaar, 23 september 1945)
Alkmaar, Langestraat in Kersttijd. Inge Boulonois werd geboren in Alkmaar.

 

Zie voor de schrijvers van de 6e januari ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 11:34 Reageer op dit bericht

Hester Knibbe, Khalil Gibran, Romain Sardou, Carl Sandburg, Jens Johler, E. L. Doctorow, Benedikt Livshits, Joachim Specht

De Nederlandse dichteres Hester Knibbe werd geboren op 6 januari 1946 in Harderwijk. Zie ook alle tags voor Hester Knibbe op dit blog.

 

Ik zit in de kilte

Ik zit in de kilte van steen.
Wit zijn de muren bedoeld, maar ze
breken; andere levens krioelen
erover, erdoorheen.

Op mijn schoot je marmeren lichaam.
Houd je ogen niet zo gesloten
wil ik je vragen, lach naar je moeder
sta op, wees wat lichter.

Nee.
Altijd zal ik je dragen.

 

 

Ja

Liefde, ja er zit altijd een lichaam aan vast
en dat maakt het en maakt het, maakt het

soms lastig. Maar het geeft niet, we zijn
al zo lang samen dat we ons in elkaar hebben
opgeslagen, niet meer zoek niet weg kunnen raken.

Natuurlijk, voorbodes kruipen onder de huid, dansen
mee als je danst, rennen mee als je rent, hangen

ook op de bank, zitten daar en later gaat Haper
aan de haal met je dromen, teistert een winter
de oude rivier die wil stromen. Maar het

geeft niet en de sfinx die ons het raadsel
opgeeft wie van wie het meest is niks

om je druk om te maken, we houden elkaar gewoon
bij de hand en waar de weg ophoudt zullen we slapen.

 

1994918-f62fe65e6c20ad7e091615b6231cabb4.jpg 
Hester Knibbe (Harderwijk, 6 januari 1946)

 

 

De Libanese dichter en romanschrijver Khalil Gibran werd geboren op 6 januari 1883 in Bischarri. Zie ook alle tags voor Khalil Gibran op dit blog.

 

Aarde (Fragment)

Hoe prachtig ben je, aarde, en hoe verheven!
Hoe volmaakt is je gehoorzaamheid aan het licht en
Hoe nobel is je overgave aan de zon!

Hoe liefelijk ben je, gehuld in schaduw, en hoe
Charmant is je gelaat, gemaskerd met duisternis!

Hoe rustgevend is het lied van de
Morgen en hoe
Wrang zijn de lofzangen van het avondrood!
Hoe volmaakt ben je, aarde, en hoe machtig!

Ik heb gewandeld over je vlakten en
Je stenen bergen
Beklommen; ik ben afgedaald in je valleien;
Ik ben je grotten binnengegaan.
In de vlakten vond ik je droom. Op de berg
Vond ik je trots. In de vallei was ik getuige van je
Rust. In de rotsen zag ik je vastberadenheid, in de
Grotten je geheimzinnigheid.

Je bent zwak en machtig en nederig en hooghartig.
Je bent volgzaam en onbuigzaam,
Helder en mysterieus.
Ik heb over je zeeën gevaren en je rivieren verkend en
Je beekjes gevolgd.
Ik hoorde eeuwigheid spreken in eb en vloed,
En de eeuwen weerkaatsten je liederen tussen de heu¬vels.
Ik luisterde naar leven dat naar leven riep in jouw val¬leien en langs je hellingen.
Je bent de mond en de lippen van de eeuwigheid,
De snaren en de vingers
Van de tijd,
Het mysterie en de oplossing
Van het leven.


 1994918-98eff8b76a3b96ad108b52cc14489c8a.png
Khalil Gibran (6 januari 1883– 10 april 1931)
Borstbeeld in Jerevan, Armenië

 

 

De Franse schrijver Romain Sardou werd geboren op 6 januari 1974 in Boulogne-Billancourt. Zie ook alle tags voor Romain Sardou op dit blog.

Uit: Sauver Noël

"Au 1er décembre, la distribution tant espérée du mot du père Noël se renouvela de la même manière que l'année passée !
Ceux qui doutaient de l'existence du père Noël furent rassurés, ceux qui avaient gardé la foi furent comblés.
Cependant cette année, une phrase était ajoutée au texte : le père Noël recommandait aux familles qui comptaient sur sa venue de décorer un sapin le plus lumineusement possible et de le laisser scintiller de tous ses feux au cours de la nuit de Noël, afin que, du haut du ciel, il ne puisse pas manquer la moindre habitation."
(…)

"Je crois que le don d'observation chez un grand nombre de tout jeunes enfants est d'une précision et d"une rigueur tout à fait merveilleuses. En vérité je pense qu'il est plus juste de dire, de la plupart des adultes qui sont remarquables à cet égard, qu'ils n'ont pas perdu cette faculté, plutôt que de dire qu'ils l'ont acquise ; d'autant plus que je remarque généralement chez ces hommes-là la persistance d'une certaine fraicheur, d'une certaine douceur, d'un certain pouvoir d'être satisfaits qui sont aussi un héritage conservé depuis l'enfance."
(…)

"En ce siècle lointain, un homme ne pouvait franchir une forêt sans croiser des gnomes ou des sylphes, boire à une fontaine sans entendre la voix de l’esprit qui l’habitait… Mais il arriva en cette époque reculée (et je vous parle d’un temps que les moins de 974 ans ne peuvent pas connaître) que les hommes, tâchant de percer les mystères et les pouvoirs de leurs voisins magiques, atteignirent presque leur but et risquèrent de devenir comme des dieux ; terrifiés par cette hypothèse, tous les êtres extraordinaires abandonnèrent du jour au lendemain notre planète. Anges et démons, hyppogriffes et feux follets, dragons et petites fées des rivières s’exilèrent (…) L’homme vit depuis dans un monde privé de magie. On ne trouve plus trace d’elle que dans les contes pour enfants."

 

 1994918-70c2908df041df7d1a24af1007aeb6a3.jpg
Romain Sardou (Boulogne-Billancourt, 6 januari 1974)

 

 

De Amerikaanse dichter Carl Sandburg werd geboren op 6 januari 1878 in Galesburg, Illinois. Zie ook alle tags voor Carl Sandburg op dit blog.

 

Blizzard Notes

I don‘t blame the kettle drums-they are hungry.
And the snare drums-I know what they want-they are empty too.
And the harring booming bass drums-they are hungriest of all.. . .
The howling spears of the Northwest die down.
The lullabies of the Southwest get a chance, a mother song.
A cradle moon rides out of a torn hole in the ragbag top of the sky.

 

 

Autumn Movement

I cried over beautiful things knowing no beautiful thing lasts.

The field of cornflower yellow is a scarf at the neck of the copper
sunburned woman, the mother of the year, the taker of seeds.

The northwest wind comes and the yellow is torn full of holes,
new beautiful things come in the first spit of snow on the northwest wind,
and the old things go, not one lasts.

 

 

River Roads

Let the crows go by hawking their caw and caw.
They have been swimming in midnights of coal mines somewhere.
Let 'em hawk their caw and caw.

Let the woodpecker drum and drum on a hickory stump.
He has been swimming in red and blue pools somewhere hundreds of years
And the blue has gone to his wings and the red has gone to his head.
Let his red head drum and drum.

Let the dark pools hold the birds in a looking-glass.
And if the pool wishes, let it shiver to the blur of many wings, old swimmers from old places.

Let the redwing streak a line of vermillion on the green wood lines.
And the mist along the river fix its purple in lines of a woman's shawl on lazy shoulders.

 

 1994918-cfb472bc771dd2526f67f4280dd22882.jpg
Carl Sandburg (6 januari 1878 - 22 juli 1967)
Collage

 

 

De Duitse schrijver Jens Johler werd geboren op 6 januari 1944 in Neumünster. Zie ook alle tags voor Jens Johler op dit blog.

Uit: Kritik der mörderischen Vernunft

„Er trippelte mit kleinen, sehr schnellen Schritten auf die Wand zu, stieß mit dem Kopf dagegen, hörte aber nicht auf zu laufen, seine Beine trippelten weiter, ohne dass er von der Stelle kam. Dann, endlich, kamen sie zur Ruhe. Er stand einen Augenblick still, drehte sich dann ruckartig um neunzig Grad nach rechts. Er sah auf seine Füße. Sah, wie sie ihn noch einmal um exakt neunzig Grad drehten und anschließend in die Richtung trippelten, aus der er gekommen war. Er befand sich jetzt auf dem Trottoir einer belebten Straße. Passanten wichen ihm aus, blieben stehen, machten große Augen, schüttelten die Köpfe. Er schämte sich, so viel
Auf sehen zu erregen. Kinder liefen hinter ihm her, flitzten seitlich an ihm vorbei, zeigten auf ihn und kicherten mit hohen Stimmen. Er wollte fliehen, fing aber an, im Kreis zu laufen, schneller, immer schneller, mit diesen kleinen atemlosen Schritten. Wie aufgezogen und abgespult. Es war beängstigend. Vor einer Schaufensterscheibe blieb er stehen. Er sah sein Bild im Spiegel. Was war das da auf seinem Kopf? Erneut drehte er sich ruckartig in zwei Etappen um. Seine Beine führten ihn jetzt direkt auf die Straße, mitten zwischen all die fahrenden Autos. Er wich ihnen nicht aus, sie wichen ihm aus.
Er trippelte weiter auf die andere Straßenseite zu. Ohne sein Tempo zu drosseln oder zu beschleunigen. Das kann nicht gut gehen, dachte er, als ein Lastwagen direkt auf ihn zukam.
Sein Kopf drehte sich nach rechts. Auf die Kühlerhaube zu. Nur noch Zentimeter, dachte er und schlug die Augen auf.
Troller starrte auf den Schatten des Fensterkreuzes an der Decke. Sein Herz klopfte. Er spürte den Schweiß auf seiner Stirn. Seine Beine schmerzten vom vielen Trippeln.
Er tastete mit der Hand nach rechts. Wo war Jane? Ein Schreck durchzuckte ihn, dann fiel es ihm ein. Jane war in London. Dies war nicht ihre Wohnung, es war seine. Er lauschte auf das hohe, sirrende Geräusch, das von den Heizungsrohren her kam.“

 

 1994918-378d1e63e55f19438d2d6e7dec8c4a87.jpg
Jens Johler (Neumünster, 6 januari 1944)

 

 

De Amerikaanse schrijver Edgar Laurence Doctorow werd geboren op 6 januari 1931 in New York. Zie ook alle tags voor E. L. Doctorow en alle tags voor EL Doctorow op dit blog.

Uit: Homer & Langley

“I'm Homer, the blind brother, I didn't lose my sight all at once, it was like the movies, a slow fade-out. When I was told what was happening I was interested to measure it, I was in my late teens then, keen on everything. What I did this particular winter was to stand back from the lake in Central Park where they did all their ice skating and see what I could see and couldn't see as a day-by-day thing. The houses over to Central Park West went first, they got darker as if dissolving into the dark sky until I couldn't make them out, and then the trees began to lose their shape, and then finally, this was toward the end of the season, maybe it was late February of that very cold winter, and all I could see were these phantom shapes of the ice skaters floating past me on a field of ice, and then the white ice, that last light, went gray and then altogether black, and then all my sight was gone though I could hear clearly the scoot scut of the blades on the ice, a very satisfying sound, a soft sound though full of intention, a deeper tone than you'd expect made by the skate blades, perhaps for having sounded the resonant basso of the water under the ice, scoot scut, scoot scut. I would hear someone going someplace fast, and then the twirl into that long scurratch as the skater spun to a stop, and then I laughed too for the joy of that ability of the skater to come to a dead stop all at once, going along scoot scut and then scurratch.
Of course I was sad too, but it was lucky this happened to me when I was so young with no idea of being disabled, moving on in my mind to my other capacities like my exceptional hearing, which I trained to a degree of alertness that was almost visual. Langley said I had ears like a bat and he tested that proposition, as he liked to subject everything to review.”

 

 1994918-425e41fa0563aeae85ae156babf21935.jpg
E. L. Doctorow (6 januari 1931 – 21 juli 2015)

 

 

De Russische dichter, schrijver en vertaler Benedikt Konstantinovich Livshits werd geboren op 6 januari 1887 in een ​​geassimileerd joods gezin in Odessa. Zie ook alle tags voor Benedikt Livshits op dit blog.

 

Kuokkala

Roses in silken bouillon:
Opening onto the azure silk
A line of cabins on a yellow bed -
Shells of Aphrodite.

Who wouldn't feel the heat,
Or drink golden grog,
If the bulldog of tango
Were to spray its orange spit?

A lily-white Anglosaxon
with a straw-hat raquet catches
A blot-turned-comet -
A dog's dance! Blot tennis!

Seething foam, pods of boats
Snaking sunny rapiers -
And a swollen satyr
Points his kodak at the water.

Only you with a childish smile,
Standing in the hot stern,
Search for the fan of Sestroretsk
In the pale bronze smoke.

 

 1994918-cdb3a171a0de40fa23df8d4489e28681.jpg
Benedikt Livshits (6 januari 1887 - 21 september 1938)
Toonaangevende futuristische dichters in Moskou in 1911. Met de klok mee vanaf linksonder: Aleksej Kroetsjonych, David Boerljoek, Vladimir Majakovski, Nikolai Boerljoek en Benedikt Livshits.

 

 

De Duitse schrijver Joachim Specht werd geboren op 6 januari 1931 in Weinböhla/Kreis Meißen. Zie ook alle tags voor Joachim Specht op dit blog.

Uit: Kreuz und quer aus meinem Leben

„Ich sah ihn elastisch über die Trümmer klettern und trat unwillkürlich zurück. Herr Löbner war nicht kleinzukriegen. Gegen den Horizont hob sich seine Gestalt ab wie ein beweglicher Finger. Der Herzog Widukind spricht zu den Gaufürsten. Hinter ihm stieg dünnes Gewinsel hoch, eine Sirene, und zugleich fiel mir der Feldwebel ein. „Herr Studienrat, Herr Studienrat!“ Meine Stimme bellte, das Geräusch flackerte von den Mauern wider, er musste es gehört haben, winkte kollegial zu mir herunter und begriff nicht, was mein Rudern mit den Armen bedeuten sollte. Die Explosion presste mich nieder. Ich bekam nichts ab. Als ich suchen wollte, hörte ich schon von weitem den Feldwebel fluchen und verdrückte mich.
Zwei Monate später war die Volkssturmherrlichkeit vorbei, der Führer gefallen, und die Russen kassierten Radios, Telefone und Luftgewehre. Mit meinem Vater, einem Buchhalter, der wegen seines Alters nicht mehr an die Front hatte ziehen müssen, sammelte ich im Moritzburger Forst Brennholz für unseren Küchenofen. Dabei wurden wir plötzlich von Russen kontrolliert: Hände hoch, umdrehen! Mich übersahen sie glücklicherweise.
Da war es wieder, das Engelchen, das mich schützte. In der rechten Tasche meiner kurzen Hose steckte ein sechsschüssiger Nagant-Trommelrevolver, Kaliber 7,62, wie ihn die russischen Offiziere trugen.“

 

 1994918-21ee2061646b3f8b42b8de3e52ee7a84.jpg
Joachim Specht (Weinböhla, 6 januari 1931)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e januari ook mijn blog van 6 januari 2015 en ook mijn blog van 6 januari 2014 en eveneens mijn blog van 6 januari 2013 deel 2.

Geschreven door Romenu om 11:30 Reageer op dit bericht

Philipp Friedrich Hiller

De Duitse dominee en dichter van (geestelijke) liederen Philipp Friedrich Hiller werd geboren op 6 januari 1699 Mühlhausen an der Enz, nu een voorstad van Mühlacker. Ook Hillers vader was dominee. Deze stierf echter al, toen hij twee jaar oud was. Zijn moeder huwde in 1706 de burgemeester van Vaihingen an der Enz, die een goede stiefvader voor hem werd. Vanaf 14-jarige leeftijd bezocht Hiller de kloosterschool in Denkendorf. Hier werd hij beslissend beïnvloed door zijn leermeester Johann Albrecht Bengel. Vanaf 1716 was hij op de kloosterschool in Maulbronn, vanaf 1719 studeerde hij aan het Theologisch Instituut in Tübingen. Na zijn studies was Hiller in 1724 parochie-assistent aan de Ägidiuskirche in Brettach. Na drie jaar keerde hij terug naar zijn ouders in Vaihingen. Hier onderwees hij zijn broer en viel hij in voor naburige voorgangers. Vervolgens was hij een tijdlang vicaris in Schwaigern, voordat hij in 1729 als privéleraar naar Neurenberg ging, waar hij tot 1731 bleef. Zijn eerste poëtische publicatie valt in de periode Neurenberg: Johann Arndt's " Paradiesgärtlein geistreicher Gebete" in liederen. Eind 1731 ging Hiller als dominee naar Hessigheim aan de Neckar. Daar ontmoette hij Maria Regina Schickhardt, een dochter van de plaatselijke voorganger, die in 1732 zijn vrouw werd. Van 1732-1736 was hij pastor in Neckargröningen in de buurt van Ludwigsburg, daarna in Mühlhausen an der Enz en vanaf 1748 in Steinheim in de buurt van Heidenheim. Vanwege het lage salaris en de vele ziektes binnen zijn familie was hij erg bezorgd over het dagelijkse brood. In 1751 werd hij zelf ziek en kreeg hij keelklachten. Ondanks medische inspanningen dreigde hij zijn stem te verliezen. Vanwege de constante heesheid moest hij de prediking opgeven. Hij bleef verder de pastorale zorg voor zijn rekening nemen. Voor de openbare diensten stelde hij een vicaris aan. Vanwege zijn ziekte had hij wel meer tijd voor de Bijbelstudie en voor zijn poëtische werken. Als meesterwerk geldt zijn lied „Jesus Christus herrscht als König, alles wird ihm untertänig“ (EG 123)." (EG 123).  Philipp Friedrich Hiller geldt als de belangrijkste lieddichter van het pietisme in Wuerttemberg. Daarom werd hij ook wel de Zwabische Paul Gerhardt genoemd.

 

 

Ich will streben nach dem Leben

Ich will streben nach dem Leben, wo ich selig bin;
ich will ringen, ein zudringen, bis daß ich’s gewinn.
Hält man mich, so lauf ich fort;
bin ich matt, so ruft das Wort:
Fortgerungen, durchgedrungen
bis zum Kleinod hin.

Als berufen zu den Stufen vor des Lammes Thron,
will ich eilen; das Verweilen bringt oft bösen Lohn.
Wer auch läuft und läuft zu schlecht,
der versäumt sein Kronenrecht.
Was dahinten, das mag schwinden;
ich will nichts davon.

Jesus, richte mein Gesichte nur auf jenes Ziel;
lenk die Schritte, stärk die Tritte, wenn ich Schwachheit fühl‘!
Lockt die Welt, so sprich mir zu,
schmäht sie mich, so tröste Du;
Deine Gnade führ‘ gerade
mich aus ihrem Spiel!

Du musst ziehen, mein Bemühen ist zu mangelhaft.
Wo ihr’s fehle, fühlt die Seele; aber Du hast Kraft,
weil Dein Wort ein Leben bringt
und Dein Geist das Herz durchdringt.
Dort wird’s tönen bei dem Krönen:
Gott ist’s, der es schafft.

 

 2095812-2cdf23dace239b9d98f9cb51477e2ee9.jpg
Philipp Friedrich Hiller (6 januari 1699 - 24 april 1769)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Elizabeth Strout

De Amerikaanse schrijfster Elizabeth Strout werd geboren op 6 januari 1956 in Portland, Maine.
Elizabeth Strout studeerde na haar opleiding aan Bates College en een jaar studeren in Oxford rechten aan de Universiteit van Syracuse en studeerde in 1982 cum laude. Daarnaast behaalde zij ook een graad in de gerontologie en begon na het afstuderen met het schrijven van korte verhalen voor tijdschriften New Letters, Redbook en Seventeen. Ze publiceerde in 1999 haar eerste roman “Amy and Isabelle”, die werd bekroond met de Los Angeles Times Book Prize voor het beste deduut. De roman gaat over een moeder-dochter relatie in Massachusetts en de liefde van de minderjarige dochter voor haar wiskundeleraar. In 2001 werd een tv-film van het boek gemaakt. Na haar roman “Abide with me” (2005) had ze haar grootste literaire succes met “Olive Kitteridge” (2007). Voor deze roman over het leven-leven in Maine van de gepensioneerde wiskundeleraar Olive Kitteridge ontving zij in 2009 de Pulitzer Prize voor fictie en in 2010 de Premio Bancarella. De roman werd verfilmd in 2014 door Lisa Cholodenko voor televisie met Frances McDormand in de hoofdrol. Naast haar literaire carrière was Strout ook docent creatief schrijven aan Colgate University en aan Queens University of Charlotte.

Uit: Olive Kitteridge

“For many years Henry Kitteridge was a pharmacist in the next town over, driving every morning on snowy roads, or rainy roads, or summertime roads, when the wild raspberries shot their new growth in brambles along the last section of town before he turned off to where the wider road led to the pharmacy. Retired now, he still wakes early and remembers how mornings used to be his favorite, as though the world were his secret, tires rumbling softly beneath him and the light emerging through the early fog, the brief sight of the bay off to his right, then the pines, tall and slender, and almost always he rode with the window partly open because he loved the smell of the pines and the heavy salt air, and in the winter he loved the smell of the cold.
The pharmacy was a small two-story building attached to another building that housed separately a hardware store and a small grocery. Each morning Henry parked in the back by the large metal bins, and then entered the pharmacy’s back door, and went about switching on the lights, turning up the thermostat, or, if it was summer, getting the fans going. He would open the safe, put money in the register, unlock the front door, wash his hands, put on his white lab coat. The ritual was pleasing, as though the old store—with its shelves of toothpaste, vitamins, cosmetics, hair adornments, even sewing needles and greeting cards, as well as red rubber hot water bottles, enema pumps—was a person altogether steady and steadfast. And any unpleasantness that may have occurred back in his home, any uneasiness at the way his wife often left their bed to wander through their home in the night’s dark hours—all this receded like a shoreline as he walked through the safety of his pharmacy. Standing in the back, with the drawers and rows of pills, Henry was cheerful when the phone began to ring, cheerful when Mrs. Merriman came for her blood pressure medicine, or old Cliff Mott arrived for his digitalis, cheerful when he prepared the Valium for Rachel Jones, whose husband ran off the night their baby was born. It was Henry’s nature to listen, and many times during the week he would say, “Gosh, I’m awful sorry to hear that,” or “Say, isn’t that something?"

 

 2058317-3c531f58ebd98306b6e4503e51263615.jpg
Elizabeth Strout (Portland, 6 januari 1956)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Umberto Eco, Joris van Casteren, Paul Ingendaay, Ngũgĩ wa Thiong'o, Xu Xiake, László Krasznahorkai, Luisa Futoransky, Friedrich Dürrenmatt, Forough Farokhzad

De Italiaanse schrijver Umberto Eco werd geboren op 5 januari 1932 in Allasandria. Zie ook alle tags voor Umberto Eco op dit blog.

Uit:Het nulnummer (Vertaald door Yond Boeke en Patty Krone)

“Nadat iedereen zich had voorgesteld zette Simei de opzet van de krant uiteen.
‘We gaan dus een krant maken. Waarom Morgen? Omdat traditionele kanten altijd het nieuws van de avond tevoren brachten, en helaas nog steeds brengen, en dat is dan ook de reden dat ze Corriere della Sera, Evening Standard of Le Soir heten. Tegenwoordig hebben we het nieuws van de vorige dag al gezien op het achtuurjournaal, en dus staan er altijd dingen in de krant die je al weet, en daarom worden er steeds minder van verkocht. In de Morgen zal dat nieuws, dat inmiddels al over de datum is, natuurlijk wel kort worden aangestipt en samengevat, maar daarvoor volstaat één kolommetje dat je zo hebt gelezen.’
‘En wat moet er dan wél in de krant komen?’ vroeg Cambria.
‘Het lot van een dagblad van tegenwoordig is dat het op een weekblad moet lijken. Wij berichten over wat er morgen zou kunnen gebeuren, met achtergrondartikelen, onderzoeksbijlagen, verrassende vergezichten… Ik geef een voorbeeld. Om vier uur ontploft er een bom, en de dag daarop weet iedereen dat al. Dus moeten wij tussen vier uur en middernacht, voordat we ter perse gaan, zien uit te vinden wie er iets nieuws te melden heeft over de mogelijke verantwoordelijken, iets wat zelfs de politie nog niet weet, en moeten we een scenario schetsen van hetgeen er door toedoen van die aanslag in de weken daarna zal voorvallen…’
Braggadocio: ‘Maar om een dergelijk onderzoek binnen acht uur op te tuigen heb je een redactie nodig die minstens tien keer zo groot is als de onze, plus een waanzinnige hoop contacten, informanten of weet ik het…’
‘Precies, en als de krant daadwerkelijk gaat verschijnen zal dat ook het geval moeten zijn. Maar het komend jaar hoeven we alleen maar te bewijzen dat het mogelijk is. En het is mogelijk omdat een nulnummer elke willekeurige datum kan hebben en heel goed als voorbeeld kan dienen van hoe de krant er maanden geleden uit had kunnen zien, bijvoorbeeld toen ze die bom lieten ontploffen. We weten al wat er daarna zal gebeuren, maar schrijven erover alsof de lezer dat nog niet weet. En zo zullen al onze onthullingen iets opzien - barends krijgen, iets verrassends, iets orakelachtigs, zou ik bijna willen zeggen. Oftewel, we moeten tegen de opdrachtgever zeggen: zo zou de Morgen eruit hebben gezien als die gisteren was uitgekomen. Duidelijk? En desgewenst zouden we, ook als niemand ooit een bom had gegooid, heel goed een nummer kunnen maken alsof dat wel zo was.’

 

 1994710-14143b12095bd65686a92874b9a362fe.jpg
Umberto Eco (5 januari 1932 - 19 februari 2016)

 

 

De Nederlandse schrijver, dichter en journalist Joris van Casteren werd geboren in Rotterdam op 5 januari 1976. Zie ook alle tags voor Joris van Casteren op dit blog.

Uit: Mensen op Mars

“De Deen die is doorgegaan naar de derde ronde heet Christian O. Knudsen. Hij woont in een leverkleurige portiekflat in Hellerup, een voorstad van Kopenhagen. Op de mat voor zijn deur staat ‘Oh no, not you again’.
Knudsen, een lijzige man van vijfendertig, loopt op zwarte sokken door zijn woning. Hij draagt een camouflagebroek en een t-shirt waar de Hulk en Spiderman op staan. Knudsen werkt als systeembeheerder bij een Deens internetbedrijf dat domeinennamen registreert. ‘We hebben ook vestigingen in Dubai en India,’ zegt hij.
Het is niet erg inspirerend werk. Maar hij kan het vanuit huis doen en het levert genoeg geld op om zijn belangrijkste hobby, live role playing, te bekostigen. Live role playing is een rollenspel waar meer dan honderd mensen aan kunnen deelnemen en dat meerdere dagen duurt.
Op de vloer voor Knudsens schrijftafel ligt een plastic mat, zodat de wieltjes van zijn bureaustoel het laminaat niet beschadigen. Op de schrijftafel staat een 3d-printer. Aan de muur hangen zes computerschermen. Knudsen laat zien hoe de schermen gezamenlijk één beeld kunnen vertonen.
Vanuit de woonkamer is er uitzicht op een Shell-benzinestation en de Tuborgflasken: een bierfles ter grootte van een vuurtoren. ‘Vroeger kon je erin, tegenwoordig is hij gesloten,’ zegt Knudsen. Ik ga op een blauwe bank zitten, onder het raam.
Knudsen vertelt dat hij gepest werd op school. Hij gelooft niet dat hij er psychische schade aan heeft overgehouden. ‘Ik bouwde een soort muur om mij heen en trok mij daarachter terug.’ Van buiten spelen hield hij niet, liever zat hij binnen. ‘Te knutselen aan iets.’
Omdat hij groter was, durfden de pestkoppen hem niet te lijf te gaan. ‘Feit is wel dat ze me buitensloten.’ Daardoor ontging hem van alles, zoals wat in de mode was. ‘Altijd droeg ik de verkeerde schoenen en kleren.’ Ook stotterde hij een beetje. ‘Er werd gefluisterd dat ik niet goed bij mijn hoofd zou zijn.’
Op de middelbare school had hij een vriend: Kip. Met Kip speelde hij computerspelletjes. ‘Net als ik hield Kip erg van elektronica.’ Knudsens vader werkte als technicus bij Defensie. Toen computers belangrijk werden, ging hij bij een Deens informaticabedrijf in dienst. ‘Daar werkt hij nog steeds."

 

 1994710-b898d771692f296f565d836d11820300.jpg
Joris van Casteren (Rotterdam, 5 januari 1976)

 

 

De Duitser schrijver, criticus en literatuurwetenschapper Paul Ingendaay werd geboren op 5 januari 1961 in Keulen. Zie ook alle tags voor Paul Ingendaay op dit blog.

Uit: Die romantischen Jahre

“Wenn ich über die Kempener Straße in Kleinhoek einfahre, kurz bevor ich die Niers überquere, denke ich manchmal: Nur tausendfünfhundert Kilometer weiter, und ich wäre in Weißrussland. Und die Verlängerung der Wilhelm-Bolten-Straße in Richtung Nordwesten würde mich irgendwann nach Grönland bringen. Doch am liebsten schaue ich vor meinem Büro die Niederstraße nach Süden hinunter, bis sie beim Schuhhaus Schüth eine leichte Linkskurve macht. Anderthalb Tagesreisen, sage ich mir, und ich bin in der Provence. Und dann denke ich daran, wie mein Kumpel Motte und ich vor fast zwanzig Jahren in Südfrankreich auf Mädchenjagd gegangen sind, mit Pferden, Pistolen und allem. Eine tiefe Enttäuschung, würde Motte sagen. Ich denke an die Villa über den Hügeln, an meinen Vater, der uns in jenem Jahr seine schöne Freundin vorstellte, meinen Bruder Robert, der sich wie ein kleiner Erwachsener benahm, und an den Sommer 1979, meinen ersten Urlaub mit Führerschein.
Vormittags gingen wir zum Strand und brieten in der Sonne. Von der Villa aus sahen wir Palmen mit Stämmen, die aussahen wie Elefantenbeine, und weil sie in einer Doppelreihe gepflanzt worden waren und schnurgerade zum Meer hinunterführten, nannten wir sie Elefantenallee. Das war unser Weg zum Strand, ein staubiger Pfad mit Hundehaufen und verrottenden Früchten, gesäumt von mächtigen Palmen.
Am späten Nachmittag gingen wir zurück in die Villa, mit Sand im Haar, zum Duschen und Eincremen. Wir nahmen uns eine Stunde oder anderthalb, um das Nachlassen der Hitze und die länger werdenden Schatten zu genießen. Jeder von uns muss an etwas anderes gedacht, jeder dasselbe empfunden haben.
Kurz vor dem Abendessen legten Motte und ich unsere Bücher weg, um ein Kronenbourg aufzuknacken. Wir hielten das Bier in die Abendsonne und betrachteten die Welt durch das grüne Flaschenglas. Und tatsächlich schien alles leicht und sommerlich zu werden, nur durch den kurzen Blick durch unser Kronenbourg. Ich sah die Jahreszahl auf dem Etikett dieses alten Bieres, mit dem mein Vater mich ein paar Jahre zuvor hier in La Croix-Valmer bekannt gemacht hatte, und stellte mir die vielen Generationen junger Biertrinker vor, die schon mit einem Kronenbourg in der Hand über das unermessliche Universum nachgedacht hatten, so wie Motte und ich es taten.“

 

 1994710-0b133c6b614db6e49800133897ec23b9.jpg
Paul Ingendaay (Keulen, 5 januari 1961)

 

 

De Keniase schrijver Ngũgĩ wa Thiong'o werd geboren op 5 januari 1938 in Kamiriithu, Limuru, Kenia. Zie ook alle tags voor Ngũgĩ wa Thiong'o op dit blog.

Uit: Träume in Zeiten des Krieges (Vertaald door Thomas Brückner)

„Der Pfad führte an meiner alten Grundschule Manguo vorbei nach Kĩhingo, hinab ins Tal und schließlich über einen mit Gras und Schwarzakazien bestandenen Hügel. Heute jedoch nahmen wir, während wir wie Schafe dem Geschichtenerzähler folgten, einen anderen, etwas längeren Weg, an der Umzäunung der Limuru Bata Shoe Company entlang, vorbei an ihrem stinkenden Müllberg aus Gummiabfällen und verrottenden Häuten und Fellen, zu einer Kreuzung von Eisenbahngleisen und Straßen, von denen eine zum Marktplatz führte. An dieser Kreuzung hatten sich viele Männer und Frauen versammelt, die vermutlich vom Markt gekommen waren und aufgeregt diskutierten. Die Menschenmenge wuchs, weil auch Arbeiter aus der Schuhfabrik stehen blieben und sich einmischten. Ein oder zwei Schüler erkannten Verwandte in der Menge. Neugierig folgte ich ihnen, um alles mitzubekommen.
"Man hat ihn auf frischer Tat ertappt", behaupteten einige.
"Stellt euch vor, der hatte Patronen bei sich. Am helllichten Tag."
Alle, sogar wir Kinder, wussten, dass es als Hochverrat galt, wenn ein Afrikaner auch nur mit einer einzigen Patrone oder Patronenhülse erwischt wurde; sofort wurde er zum Terroristen erklärt und sein Tod am Strang war die logische Folge.
"Wir haben Gewehrfeuer gehört", sagten andere.
"Ich habe mit eigenen Augen gesehen, wie sie auf ihn geschossen haben."
"Aber gestorben ist er nicht!"
"Gestorben? Hmmm! Die Kugeln flogen auf die zurück, die auf ihn geschossen haben."
"Stimmt nicht, er flog in den Himmel und verschwand in den Wolken."
Die Meinungsverschiedenheiten zwischen den Erzählern lösten die Menge in kleinere Gruppen aus drei, vier oder fünf Personen auf, die sich um einen Erzähler scharten, der seine Sicht der Ereignisse dieses Nachmittags zum Besten gab. Ich zog von einer Gruppe zur anderen und schnappte hier das eine, da das andere Detail auf. Nach und nach setzte ich die Stränge der Geschichte zusammen, und es entstand die Erzählung, die die Menge fesselte, ein spannendes Märchen über einen Namenlosen, der nahe der indischen Läden verhaftet worden war.“

 

 1994710-70ef3dd3c4b6812bcbdb4edb0802669c.jpg
Ngũgĩ wa Thiong'o (Kamiriithu, 5 januari 1938)

 

 

De Chinese schrijver Xu Xiake werd geboren op 5 januari 1587 in Jiangyin (provincie Jiangsu). Zie ook alle tags voor Xu Xiake op dit blog.

Uit: The Travel Diaries of Xu Xiake (Vertaald door Li Chi)

« Ever since my childhood, I have cherished a desire to see all five sacred mountains. The Prime Sacred Mountain being rated above the five sacred ones, my longing to see this one has been even greater. I also have long wished to travel to Xiang and Yun, to pass my hands over the mountain Taihua, and to set off from jianke (Sword Pavilion) through the whole length of Lianyun (Covered Plank Way) to Emei Shan. But the increasing age of my mother limits my ambitions, and my tours have to be made according to pre-arranged plans. It would take an inordinate amount of time to travel by boat. It would be faster if I went by land and returned by boat, but if I travelled both ways by land, I could include both Song Shan and Taihua in one pilgrimage.
Accordingly, I set out on my journey on March 1, 1623, in the year of Guihai (1623), and made Song my first objective. After nineteen days I reached Huangzong Tien, a small village of Zhengzhou in Henan. Here I went up the stone slope on the right of the village, and viewed Shengseng Chi (Holy Monk’s Pool), which is a pool from a spring, collecting its clear green water halfway up the hill. Under it is a maze of deep gorges, all so dried that there was not a drop of water in them. I went down and walked on its floor, following the winding turns of Xianglu Shan (Incense Burner Mountain) southward. This mountain is shaped like an inverted incense burner with its three legs sticking up in the sky. Surrounding it are other mountains, charming the visitor with their gently beautiful colours. The bottom of the gorge is filled with masses of stones with the colour of purple jade, rocky cliffs rising on both sides.”

 

 1994710-33e919707598523b5b100cae328fbf07.jpg
Xu Xiake (5 januari 1587 - 8 maart 1641)
Standbeeld in Ninghai

 

 

De Hongaarse schrijver László Krasznahorkai werd geboren op 5 januari 1954 in Gyula. Zie ook alle tags voor László Krasznahorkai op dit blog.

Uit:The Melancholy of Resistance (Vertaald doorGeorge Szirtes)

“Catastrophe! Of course! Last judgement! Horseshit! It's you that are the catastrophe, you're the bloody last judgement, your feet don't even touch the ground, you bunch of sleepwalkers. I wish you were dead, the lot of you. Let's make a bet,' and here he shook Nadaban by the shoulders, ‘that you don't even know what I'm talking about!! Because you don't talk, you "whisper" or "expostulate"; you don't walk down the street but "proceed feverishly"; you don't enter a place but "cross its threshold", you don't feel cold or hot, but "find yourselves shivering" or "feeling the sweat pour down you"! I haven't heard a straight word for hours, you can only mew and caterwaul; because if a hooligan throws a brick through your window you invoke the last judgement, because your brains are addled and filled up with steam, because if someone sticks your nose in shit all you do is sniff, stare and cry "sorcery!”
(…)

“He gained height, grew thin, the hair on his temples had begun to grey, but, now as then, he had none of that useful sense of proportion, nor could he ever develop anything of the sort, which might have helped him distinguish between the continuous flux of the universe of which he constituted a part (though a necessarily fleeting part) and the passage of time, the perception of which might have led to an intuitive and wise acceptance of fate. Despite vain efforts to understand and experience what precisely his 'dear friends' wanted from each other, he confronted the slow tide of human affairs with a sad incomprehension, dispassionately and without any sense of personal involvement, for the greater part of his consciousness, the part entirely given over to wonder, had left no room for more mundane matters, and (to his mother's inordinate shame and the extreme amusement of the locals) had ever since then trapped him in a bubble of time, in one eternal, impenetrable and transparent moment. He walked, he trudged, he flitted - as his great friend once said, not entirely without point - 'blindly and tirelessly... with the incurable beauty of his personal cosmos' in his soul."

 

 1994710-ce7c42fc75d8652ee4479543e075e3e0.jpg
László Krasznahorkai (Gyula, 5 januari 1954)

 

 

De Argentijnse dichteres en schrijfster Luisa Futoransky werd geboren op 5 januari 1939 in Buenos Aires. Zie ook alle tags voor Luisa Futoransky op dit blog.

Uit: The Formosa

“Vast and vague that which irritates and destabilizes her so that we start bickering endlessly, ancient quarrels, never to be done with yet which clearly don’t begin with genealogy but rather with phrases that get tangled, draw blood and change tone and orbit in mid-stream. Sourness, tears, slamming doors, over and over. Apology and promises to never start again with the arguments, as well.
Papa, on the other hand, prefers the accusing finger:
“Masquerades, you and your masquerades. Pichi, stop upsetting me, will you.” Papa’s like that, you can show him the phonebook with a page of people who have the same name as you, who live in the same city, neighborhood, and street that we do and he’s capable of insisting: we’re the only ones, nobody has our name. Maybe deep down he’s right, he arrived by a certain rocky path that he alone knows, beyond any search, and some time I’ll discover, I would like that, that I too am the only one.
For now, end of the lineage on the genealogical tree. The branches above, the trunks as well, separated and each off on their own. Now and then, however, frayed edges appear, remains of charred metal, hanging quarters of sheep filing by on mythological meathooks. The whole thing arrayed on nickel counters. Impeccable. Above, signs in bakelite speckled by fly droppings: today no credit, tomorrow yes.
Among the men the university graduates were very few and those who lived by their own devices, many. The majority were small businessmen or modest shop assistants. Professionals and laborers were also scarce. Nonetheless, we boasted an bookkeeper, a police inspector, a habitual racketeer and also an occasional one; suicides and crazies, plenty. A generation after we managed to include a pair of lawyers, doctors and musicians, an electrical engineer, a public auctioneer, a few librarians, a pair of psychologists, certified public accountants and tax collectors. Housewives, almost none.”

 

 1994710-46f6c26aa9a9d39f296dc3d5110558b1.jpg
Luisa Futoransky (Buenos Aires, 5 januari 1939)
In 1993

 

 

De Zwitserse schrijver Friedrich Dürrenmatt werd geboren op 5 januari 1921 in Konolfingen. Zie ook alle tags voor Friedrich Dürrenmatt op dit blog.

Uit: Der Besuch der alten Dame

„Glockenton eines Bahnhofs, bevor der Vorhang aufgeht. Dann die Inschrift: Güllen. Offenbar der Name der kleinen Stadt, die im Hintergrund angedeutet ist, ruiniert, zerfallen. Auch das Bahnhofgebäude verwahrlost, je nach Land mit oder ohne Absperrung, ein halbzerrissener Fahrplan an der Mauer, ein verrostetes Stellwerk, eine Türe mit der Aufschrift: Eintritt verboten. Dann, in der Mitte, die erbärmliche Bahnhofstraße. Auch sie nur angedeutet. Links ein kleines Häuschen, kahl, Ziegeldach, zerfetzte Plakate an der fensterlosen Mauer. Links Tafel: Frauen, rechts: Männer. Alles in eine heiße Herbstsonne getaucht. Vor dem Häuschen eine Bank, auf ihr vier Männer. Ein fünfter, aufs unbeschreiblichste verwahrlost, wie die andern, beschreibt ein Transparent mit roter Farbe, offenbar für einen Umzug: Willkommen Kläri. Das donnernde, stampfende Geräusch eines vorbeirasenden Schnellzuges. Vor dem Bahnhof der Bahnhofsvorstand salutierend. Die Männer auf der Bank deuten mit einer Kopfbewegung von links nach rechts an, daß sie den vorbeirasenden Expreß verfolgen.
DER ERSTE Die ›Gudrun‹, Hamburg–Neapel.
DER ZWEITE Um elfuhrsiebenundzwanzig kommt der ›Rasende Roland‹, Venedig–Stockholm.
DER DRITTE Das einzige Vergnügen, das wir noch haben: Zügen nachschauen.
[14] DER VIERTE Vor fünf Jahren hielten die ›Gudrun‹ und der ›Rasende Roland‹ in Güllen. Dazu noch der ›Diplomat‹ und die ›Lorelei‹, alles Expreßzüge von Bedeutung.
DER ERSTE Von Weltbedeutung.
Glockenton.
DER ZWEITE Nun halten nicht einmal die Personenzüge. Nur zwei von Kaffigen und der Einuhrdreizehn von Kalberstadt.
DER DRITTE Ruiniert.
DER VIERTE Die Wagnerwerke zusammengekracht.
DER ERSTE Bockmann bankrott.
DER ZWEITE Die Platz-an-der-Sonne-Hütte eingegangen.
DER DRITTE Leben von der Arbeitslosenunterstützung.
DER VIERTE Von der Suppenanstalt.
DER ERSTE Leben?
DER ZWEITE Vegetieren.
DER DRITTE Krepieren.
DER VIERTE Das ganze Städtchen.“

 

 1994710-473c7af64f3c96622814d238475ed5d6.jpg
Friedrich Dürrenmatt (5 januari 1921 – 14 december 1990)
Scene uit de gelijknamige Duits-Oostenrijkse film uit 2008

 

 

De Iraanse dichteres Forough Farokhzad werd geboren op 5 januari 1935 in Teheran. Zie ook alle tags voor Forough Farokhzad op dit blog.

 

Midden in het donker

midden in het donker
heb ik je geroepen
het was stil en de bries
nam de gordijnen mee
in de vermoeide hemel
verbrandde een ster
stierf een ster

ik heb je geroepen
ik heb je geroepen
als een glas melk
was mijn hele bestaan
in mijn handen
de blauwe blik van de maan
raakte de ramen

een droevig lied
steeg op als rook
uit de stad van de krekels
als rook gleed het
langs de ramen

de hele nacht daar
midden op mijn borst
hijgde
iemand wanhopig

iemand stond op
iemand verlangde naar je
twee koude handen
weigerden haar weer

de hele nacht daar
druppelde het verdriet
van de zwarte takken
iemand verloor zichzelf
iemand riep je
de lucht stortte als puin
op haar neer

mijn kleine boom
was verliefd op de wind
op de dakloze wind

waar is het huis van de wind?
waar is het huis van de wind?


Vertaald door Nafiss Nia en Ronald Bos

 

 1994710-cba2b4f36227fa7b413ad41f9382d08c.jpg
Forough Farokhzad (5 januari 1935 – 13 februari 1967)
Cover 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e januari ook mijn blog van 5 januari 2016 en ook mijn blog van 5 januari 2014 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 19:04 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten