Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 9 januari 2017 tot 10 januari 2017

Antonio Muñoz Molina, Annette von Droste-Hülshoff, Dennis Cooper, Saskia Stehouwer, Adrian Kasnitz, Mies Bouhuys, Harrie Geelen, Jared Carter, Yasmina Khadra

De Spaanse schrijver Antonio Muñoz Molina werd geboren op 10 januari 1956 in Úbeda in de provincie Jaén. Zie ook alle tags voor Antonio Muñoz Molina op dit blog.

Uit: A Manuscript of Ashes (Vertaald door Edith Grossman)

“She closed the door very slowly and went out with the stealth of someone leaving a sick person who has just fallen asleep at midnight. I listened to her slow steps along the hallway, fearing or wishing she would return at the last minute to leave her suitcase at the foot of the bed and sit down on the edge with a gesture of surrender or fatigue, as if she had already returned from the journey she had never been able to take until tonight. When the door closed the room was left in darkness, and now my only illumination is the thread of light that enters from the hall and slides in a tapering line to the legs of the bed, but at the window there is dark blue night and through the open shutters comes the breeze of a night that is almost summer, crossed in the far distance by the whistles of express trains that travel under the moon along the livid valley of the Guadalquivir and climb the slopes of Mágina on their way to the station where he, Minaya, is waiting for her now without even daring to hope that Inés, slim and alone, with her short pink skirt and her hair pulled back into a ponytail, will appear at a corner of the platform. He is alone, sitting on a bench, smoking perhaps as he looks at the red lights and the tracks and the cars stopped at the end of the station and of the night. Now, when she closed the door, I can, if I want, imagine him for myself alone, that is, for no one, I can bury my face beneath the turned-down bedclothes that Inés smoothed with so much secret tenderness before she left, and then, waiting in the darkness and in the heat of my body under the sheets, I can imagine or recount what happened and even direct their steps, those of Inés and his, on the way to their encounter and mutual acknowledgment on the empty platform, as if at this moment I had invented and depicted their presence, their desire, and their guilt.”

 

 1996392-ea35684a6db107ae284646a52aaf4ce6.jpg
Antonio Muñoz Molina (Úbeda, 10 januari 1956)

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Annette von Droste-Hülshoff werd op 10 januari 1797 op het slot Hülshoff in Westfalen geboren. Zie ook alle tags voor Annette von Droste-Hülshoff op dit blog.

Uit: Die Judenbuche

„In diesen Umgebungen ward Friedrich Mergel geboren, in einem Hause, das durch die stolze Zugabe eines Rauchfangs und minder kleiner Glasscheiben die Ansprüche seines Erbauers sowie durch seine gegenwärtige Verkommenheit die kümmerlichen Umstände des jetzigen Besitzers bezeugte. Das frühere Geländer um Hof und Garten war einem vernachlässigten Zaune gewichen, das Dach schadhaft, fremdes Vieh weidete auf den Triften, fremdes Korn wuchs auf dem Acker zunächst am Hofe, und der Garten enthielt, außer ein paar holzichten Rosenstöcken aus besserer Zeit, mehr Unkraut als Kraut. Freilich hatten Unglücksfälle manches hiervon herbeigeführt; doch war auch viel Unordnung und böse Wirtschaft im Spiel. Friedrichs Vater, der alte Hermann Mergel, war in seinem Junggesellenstande ein sogenannter ordentlicher Säufer, das heißt einer, der nur an Sonn- und Festtagen in der Rinne lag und die Woche hindurch so manierlich war wie ein anderer. So war denn auch seine Bewerbung um ein recht hübsches und wohlhabendes Mädchen ihm nicht erschwert. Auf der Hochzeit gings lustig zu. Mergel war gar nicht so arg betrunken, und die Eltern der Braut gingen abends vergnügt heim; aber am nächsten Sonntage sah man die junge Frau schreiend und blutrünstig durchs Dorf zu den ihrigen rennen, alle ihre guten Kleider und neues Hausgerät im Stich lassend. Das war freilich ein großer Skandal und Ärger für Mergel, der allerdings Trostes bedurfte. So war denn auch am Nachmittage keine Scheibe an seinem Hause mehr ganz, und man sah ihn noch bis spät in die Nacht vor der Türschwelle liegen, einen abgebrochenen Flaschenhals von Zeit zu Zeit zum Munde führend und sich Gesicht und Hände jämmerlich zerschneidend. Die junge Frau blieb bei ihren Eltern, wo sie bald verkümmerte und starb. Ob nun den Mergel Reue quälte oder Scham, genug, er schien der Trostmittel immer bedürftiger und fing bald an, den gänzlich verkommenen Subjekten zugezählt zu werden.
Die Wirtschaft verfiel; fremde Mägde brachten Schimpf und Schaden; so verging Jahr auf Jahr. Mergel war und blieb ein verlegener und zuletzt ziemlich armseliger Witwer, bis er mit einemmale wieder als Bräutigam auftrat. War die Sache an und für sich unerwartet, so trug die Persönlichkeit der Braut noch dazu bei, die Verwunderung zu erhöhen.“

 

 1996392-51a6604f72d011c389d31e231015ca5b.jpg
Annette von Droste-Hülshoff (10 januari 1797 – 24 mei 1848)
Cover

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Dennis Cooper werd geboren op 10 januari 1953 in Arcadia, Californië. Zie ook alle tags voor Dennis Cooper op dit blog.

 

Abba

We snort all our coke
on the way to the party.
We bring the new album.
We dance while we listen.

The band is two women
whose husbands control them.
They do not speak our language.
Each syllable’s an obstacle.

They are in love with a man.
He is in love with another.
But they’re in no hurry.
They could wait forever.

And when they are out
on the make for a lover,
they’ll always find him.
They are the tigers.

We are stoned too stoned to.
We dance till we’re tired
and listen to lyrics
we mouth like a language.

What we feel, when we
hear them, is inexpressible.
We can’t put into words.
Maybe our dances show it.

ABBA lives for their music.
We long for each other.
They see what we’re doing.
They put it on record.

They play it, we listen.
We are absolutely stunned.
We feel, and they know
more than anyone can say.

 

 1996392-485556119ee2de60a1479021ca75cf86.jpg
Dennis Cooper (Arcadia, 10 januari 1953)
 

 

De Nederlandse dichteres Saskia Stehouwer werd geboren op 10 januari 1975 in Alkmaar. Zie ook alle tags voor Saskia Stehouwer op dit blog.

 

groef

de putten waar het leven
er lekker op los hakt
ze halen ons uit elkaar
of hangen onze verhalen
samen op een haak

soms pak je een bakje vroeger
achter uit een kast
en roer je langzaam
tot het zijn geur vrijgeeft
en je weer weet

hoe je handen het bed raakten
je voeten de trap af liepen
naar een nieuwe dag
wat je niet meer kunt
of nu pas

we zijn er nog
zien de maan hoger staan

welke stem krijgt de leiding

*

er staat een stad rond je huis
maar er zit een dorp in je hoofd

je ziet de reuzen die je moet doden
niet de schouders om op te staan

leg je hand op je hoofd en laat hem daar
in elke val zit een dans verborgen



 1996392-a384172753c79c062731c551a5126500.jpg
Saskia Stehouwer (Alkmaar, 10 januari 1975)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Adrian Kasnitz werd geboren op 10 januari 1974 in Orneta, Polen. Zie ook alle tags voor Adrian Kasnitz op dit blog.

 

der nachrichtensprecherin

scheinwerfer lächeln lampenlicht erblühter mund
das auge ein wäßriges sternchen am abend (22:30)
himmel über serbien wo bomber sich
übergeben / aus müll scherb und schutt weist du
auf das menschliche hin auf den darunter ver-
grabenen körperteil / ein schluchzen dann off

 

Zerknüllen

Um diese Zeit fällt draußen der Regen
eine Schale darin schwimmt ein Papier
bloß ein Stück ein zerknülltes Briefchen
mit geschwärzten Rändern handschriftlich
selbst das Vernichten gelingt dir nicht

 


 1996392-aa5dbf857a4cba08a7f78bed33e9dfc8.jpg
Adrian Kasnitz (Ometa, 10 januari 1974)

 

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Mies Bouhuys werd geboren op 10 januari 1927 in Weesp. Zie ook alle tags voor Mies Bouhuys op dit blog.

 

De vlieger

Vlieger, vlieger, rode vlieger,
voor wie ga je op de vlucht?
Verder, verder altijd verder
door de blauwe zomerlucht.

Hoger ga je dan de vogels,
hoger dan die vliegmachien,
hoger dan de hoogste wolken
tot geen mens je meer kan zien.

'k Wou dat iemand mij eens even
op kon laten aan een touw,
om daar boven rond te zweven
en te schommelen naast jou.

Maar ik heb helaas geen vleugels
en geen jas van rood papier
waar je in omhoog kunt vliegen.
Ach, daarom blijf ik maar hier.

 

 1996392-d2f17c5a8d4639faf930b248f1ffa4c0.jpg
Mies Bouhuys (10 januari 1927 – 30 juni 2008)

 

 

De Nederlandse schrijver, dichter, tekenaar, illustrator, regisseur, animator, en vertaler Harrie Geelen werd geboren in Heerlen op 10 januari 1939. Zie ook alle tags voor Harrie Geelen op dit blog.

 

Ik ging met ma naar Maastricht

Ik ging met ma naar Maastricht. Bij de trein,
vlak langs de spoorbaan, lag de brouwerij.
Mijn vader zat daar op kantoor, dus hij
zorgde ervoor op het platdak te zijn.

Het klopte allemaal bizonder fraai.
Daar stond hij. Dik. Hij maakte een gebaar,
dat leek op wuiven, maar hij wist niet waar
ik zat. Ma lachte wat. Zwaai, zei ze, zwaai...

Ik denk nog vaak aan hem. De brouwerij,
hij heft zijn hand, terwijl de trein wegschuift.
Zwaai, zegt mijn moeder, zwaai. Hij glijdt voorbij.
Ziet hij me? Ja, hij ziet me, want hij wuift...

 

 

Wel, vader is niet langer om ons heen

Wel, vader is niet langer om ons heen.
Een tuinman kwam zijn goede broeken halen
en iemand bracht een foto van de steen.

Het kerkhof zwijgt hem dood in alle talen.
Nooit is hij meer vergeten en alleen.
Alles keert terug naar het normale.

Het is een opluchting voor iedereen.

Wie wil zijn goudvis,
wie wil zijn parkiet?
De buren hebben een kat
en wij moeten ze niet.

 

 1996392-7cd1bed679cffa43348c6d18ee800de4.jpg
Harrie Geelen (Heerlen, 10 januari 1939)

 

 

De Amerikaanse dichter Jared Carter werd geboren op 10 januari 1939 in Elwood, een dorpje in Indiana, VS. Zie ook alle tags voor Jared Carter op dit blog.

 

December

It is not out of sleep that I
          remember how
You were so lovely once, or why,
          awakened now,

I know a light has vanished from
          these wintry days.
Lately my quest has found no one
          who still might praise

What we two shared. Forgetting, though,
          is far more kind,
And leaves no pattern in the snow
         that falls behind.

 

 

Omega

In that same moment, something stirred,
       as though the place,
The time, the feelings long deferred
      had been erased,

Leaving two opposites to draw
      together like
The demonstration of a law
      whose numbers spike

Into infinity, yet show
      a simple proof –
Something beyond what we can know
      arrives at truth.

 

 

 1996392-342c957429ed496bb5efd9da2f481577.JPG
Jared Carter (Elwood, 10 januari 1939)
 

 

De Algerijnse schrijver Yasmina Khadra (pseudoniem van Mohammed Moulessehoul) werd geboren op 10 januari 1955 in Kenadsa. Zie ook alle tags voor Yasmina Khadra op dit blog.

Uit: Die Sirenen von Bagdad (Vertaald door Regina Keil-Sagawe)

“Beirut versinkt in der Nacht und verhüllt das Gesicht. Die blutigen Krawalle vom Vortag haben die Stadt keineswegs wachgerüttelt, was beweist, dass sie selbst im Gehen noch schläft. Und nach alter Väter Sitte stört man keinen Schlafwandler, auch dann nicht, wenn er ins eigene Verderben rennt.
Ich hatte mir Beirut anders vorgestellt, arabisch, und stolz darauf. Ich hatte mich geirrt. Das hier ist eine Stadt, die sich auf keinen Nenner bringen lässt, die mehr in ihren Phantasien als in der eigenen Geschichte zu Hause ist, eine Falschspielerin, unstet und flatterhaft, immer zu üblen Scherzen aufgelegt.
Vielleicht haben Beiruts Schutzpatrone die Stadt deshalb sich selbst überlassen, sie den Traumata des Krieges und einer ungewissen Zukunft ausgeliefert, weil sie sich darauf versteift, ein Abklatsch der Städte der Feinde zu sein. Sie hat den Alptraum in voller Größe durchlebt. Doch was hat es ihr genützt?
Je länger ich sie beobachte, umso weniger verstehe ich sie. Ihrer Ungezwungenheit haftet etwas Unverschämtes an, das nicht weit führt. Die Stadt lügt mit jedem Atemzug. Ihre Allüren sind nichts als Bauernfängerei. Das Charisma, das man ihr zuschreibt, steht im Widerspruch zu ihrer Launenhaftigkeit. Es ist, als hätte man welkes Gewebe mit kostbarer Seide umhüllt.
Jedem Tag seine eigene Plage, skandiert sie halbherzig. Gestern ergoss sie ihre gesammelte Wut zwischen verbarrikadierten Schaufenstern über die Prachtboulevards. Und heute Abend macht sie einen drauf, inszeniert ihre Nächte aufs Neue als strahlenden Erfolg. Schon jetzt bieten Leuchtreklamen und Neonschilder ein kunterbuntes Schauspiel, schießen Luxuslimousinen im Slalom ihrer Scheinwerfer wie Geistesblitze daher."

 

 1996392-7f584ada7a267915a2c1a6aa10f571b8.jpg
Yasmina Khadra (Kenadsa, 10 januari 1955)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e januari ook mijn blog van 10 januari 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:34 Reageer op dit bericht

Bas Heijne, Benjamin Lebert, Wessel te Gussinklo, Nora Bossong, Theodor Holman, Danny Morrison, Brian Friel, Simone de Beauvoir, Kurt Tucholsky

De Nederlandse schrijver, essayist, columnist en vertaler Bas Heijne werd geboren op 9 januari 1960 in Nijmegen. Zie ook alle tags voor Bas Heijne op dit blog.

Uit:Moeten wij van elkaar houden?

“Ergens in een kast bij mijn ouders thuis ligt een super8-filmpje met het geheim van mijn jeugd. Ik weet dat het er moet zijn. Als het was weggegooid, was het me zeker verteld. Ik heb het al meer dan dertig jaar niet gezien. Het was te druk. Ik bezit geen ouderwetse projector om het af te kunnen draaien. Ik ben te lui, te weinig sentimenteel of nostalgisch, niet technisch genoeg om het op mijn computer over te zetten. Lange tijd had ik niet de behoefte om terug te kijken. Inmiddels is het een herinnering aan een herinnering geworden.
Die herinnering is als volgt: we zitten met z’n vieren bij elkaar in de huiskamer met de gordijnen dicht. Ik en mijn zuster drinken limonade van Riedel, mijn ouders een glas bier. Mijn vader haalt de film uit een geel, in de hoeken uitgescheurd kartonnen doosje. Ik mag het spoeltje in de projector zetten en het uiteinde van de film door het mechaniek loodsen. Wanneer alles gereed is en we allemaal klaarzitten, onze ogen op het witte projectiescherm gericht, zet ik op een teken van mijn vader de projector aan.
We kijken zwijgend naar wat we al zo vaak gezien hebben: ik en mijn zusje toen we nog heel klein waren, spelend op het strand bij Bloemendaal. Twee kleuters in het zand, met schepjes en een lach op ons gezicht, de wind in ons vlassige blonde haar. Mijn moeder lezend onder een parasol.
Het filmpje is in kleur. Er is geen geluid. Het zand ziet er geel uit. Achter ons een paarsblauwe zee.
We kijken naar losse, woordloze scènes. In een ervan zie je ons wegrennen voor de uitlopers van een grote golf in de branding. In een andere staan we tot onze knieën in rustig water. Mijn zusje houdt een schepnetje omhoog, waar ik geboeid maar ook een beetje angstig naar kijk. Ze heeft iets gevangen.
We kijken in het donker naar een zonovergoten wereld, gevangen in een eeuwig moment. Mijn vader was een verwoed amateurfilmer, hij heeft zijn gezin ontelbare keren vastgelegd, maar dit is het enige filmpje dat me helder voor de geest staat. Zowel de beelden zelf als het kijken ernaar. Mijn herinneringen aan mijn dagen aan het strand zijn onlosmakelijk verbonden met de rituele vertoning van het filmpje in onze huiskamer. Waarom hebben we er zo vaak samen naar gekeken? Wat zochten we in die beelden? “

 

 1996063-49070f824e4f626755fc9b0473d5991f.jpg
Bas Heijne (Nijmegen, 9 januari 1960)

 

 

De Duitse schrijver Benjamin Lebert werd geboren op 9 januari 1982 in Freiburg im Breisgau. Zie ook alle tags voor Benjamin Lebert op dit blog.

Uit: Crazy

„Meine Eltern mögen das Gebäude. Sie sagen, der Klang der Schritte auf dem Holzbelag sei schön.
Was weiß ich schon davon. Im Sekretariat erwartet uns eine dicke Frau. Sie heißt Angelika Lerch. Pausbacken und mächtig steht sie vor mir. Ich fürchte mich. Sie schenkt mir ein paar Aufkleber vom Internat. Überall ist ein Adler abgebildet, der lacht und einen Schulranzen trägt. Darunter steht in kursiv gedruckter Schrift: Internat Neuseelen – der Beginn einer neuen Schulära.
Ich werde sie meinen Eltern schenken. Sollen sie sie in die Küche pappen oder ... ach, weiß Gott wohin. Angelika Lerch reicht mir die Hand und heißt mich im Schloss willkommen. Sie sei selbst schon dreißig Jahre hier und habe sich noch nie beklagt. Ich beschließe, darauf nicht zu antworten. Neben meinen Eltern nehme ich auf einem rotbraunen Canapé Platz und schmiege mich ungewöhnlich nah an sie heran. So etwas habe ich schon lange nicht mehr gemacht. Doch es tut gut, sie sind warm, und ich fühle mich beschützt. Ich nehme die Hand meiner Mutter. Der Internatsleiter sei gleich persönlich hier, um mich in Empfang zu nehmen, sagt Frau Lerch. Sie kneift sich dabei die Nasenflügel zu. Nun ist es also nicht mehr zu ändern. Nun sitze ich hier und werde bald abgeholt.
In meinem Verdruss schaue ich auf den Boden.
Doch ich sehe den Boden nicht. Ich sehe ... ach, ist ja eigentlich auch egal. Knapp fünf Minuten sitze ich hier.
Dann kommt der Internatsleiter. Jörg Richter ist ein junger Mensch, um die dreißig schätze ich ihn, vielleicht auch ein bisschen älter. Ungefähr 1,85 m groß. Sein schwarzes Haar ist in der Mitte gescheitelt, sein Gesicht sieht freundlich aus. Er kommt herein und lässt sich auf den nächstbesten Stuhl fallen. Dann, als hätte er es vergessen, springt er wieder auf, um uns zu begrüßen. Seine Hand ist feucht. Er bittet uns, mit in sein Büro zu kommen. Es ist nicht weit vom Sekretariat entfernt. Unterwegs achte ich auf den Klang des Holzbelags. Ich finde ihn nicht schön. Aber wen interessiert das.“

 

 1996063-cda32cccb267f7dccadadfa5ff5a2829.png
Benjamin Lebert (Freiburg im Breisgau, 9 januari 1982)

 

 

De Nederlandse schrijver Wessel te Gussinklo werd geboren in Utrecht op 9 januari 1941. Zie ook alle tags voor Wessel te Gussinklo op dit blog.

Uit: Wij zullen aan God gelijk zijn

“Allereerst iets over categorieën als volk, geloof en cultuur; categorieën waar rampzalige verrassingen als Hitler, Lenin, Stalin of Mao, Pol Pot en Castro, of in deze tijd bijvoorbeeld Bin Laden uit voortkomen, maar die ook ten grondslag liggen aan grootse prestaties en wonderen van verlichting en vernieuwing. En hier voer ik u mee naar een paar in deze tijd onderschatte en deels uit angst voor dat nationalisme of voor culturele en religieuze onverdraagzaamheid genegeerde achtergronden die het lot van volken, culturen en geloven bepalen, en natuurlijk ook van de mensen, de deelhebbers daaraan. Men is onderdeel van een volk, een cultuur, een geloof; die grote, machtige gestalte die ver boven de enkeling uitgaat. Men dient die grote machtige gestalte al is het maar door burger te zijn, of gelovige, de taal te spreken, gewoonten en gebruiken te volgen, waarden te delen; want ook zoiets is dienen. En tegelijk wordt men gevormd door dat grotere geheel, door de aanwensels, de hebbelijkheden, je zou kunnen zeggen de tics die die gestalte zijn eigenheid geven, die zijn cultuur zijn, en die eigenlijk het karakter van die gestalte met zijn zwakke kanten en zijn kracht, zijn gebreken, zijn onvermogens en zijn talenten uitmaken. En nog iets: men is onderdeel van zijn succes en zijn tegenslagen, zijn zelfvertrouwen, zijn depressies en zijn manieren – ach ik som maar wat op –, men is er onderdeel van, men deelt de sfeer, het timbre. En natuurlijk deelt men de beelden, de verwachtingen, de hoop en de melancholie; want daar niet bij betrokken zijn betekent eenzaamheid, betekent onkenbaar zijn en eigenlijk níét bestaan. Ontsnappen is nauwelijks mogelijk. Honderd meter van de Belgische grens, om het klein en dichtbij te houden, staat men met zijn gezicht naar de Randstad en niet werkelijk naar het nabije België en de wereld daar – want in de Randstad gebeuren de dingen, daarvandaan komen de scheppende, voedende beelden. En honderd meter over die grens staat men met zijn gezicht naar Brussel; of verderop, voorbij de Nederlandse oostgrens, met zijn gezicht naar Berlijn – omdat, met wat afleidend geschitter en geblikker van elders tussendoor, daar de voedende en scheppende impulsen vandaan komen.”

 

 1996063-6c276e1d5a422c9f457065f634b10565.jpg
Wessel te Gussinklo (Utrecht, 9 januari 1941)

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Nora Bossong werd geboren op 9 januari 1982 in Bremen. Zie ook alle tags voor Nora Bossong op dit blog.

 

Besuch

Die alte Frau sitzt tagelang am Fenster
und hält ein Taschentuch, zu träg,
hinaus in eine Welt zu winken,
die sie nicht mehr betritt. Das Draußen
ist ein Fernsehbild. Wie es mir glückt,
von dort ihr Zimmer zu betreten,
bleibt ihr ein Rätsel,
sie fragt mich nicht danach,
sagt nur:
Es gibt so vieles,

das ich nicht versteh,
ach Mädchen, weißt,
die Klügste bin ich eben nicht.
Und hinter ihrem Schatten klafft
die Wohnung,
die zu große Schale einer Muschel, vergraben
in dem Zeitschlick, der nicht mehr zur Stadt gehört.
Es begann damit, dass sie verzwergte
Jahr um Jahr, nicht mehr zu finden
Ihr mondäner Gang, ihr Blinzeln,
als brenne ihr verrauchte Luft
eines Kasinos in den Augen.
Vielleicht, sagt sie und irgendwann
und will nicht weg von ihrem Fenster,
sie ist so dünn geworden,
dass sie keinen Tag mehr spürt.
Ach Mädchen, sagt sie,
weißt, wir ham ja Zeit.

 

 1996063-90c7df04f5b8a0309503630772fdaf4a.jpg
Nora Bossong (Bremen, 9 januari 1982)

 

 

De Nederlandse schrijver, columnist, dichter, scenarioschrijver en radiopresentator Theodor Holman werd geboren in Amsterdam op 9 januari 1953. Zie ook alle tags voor Theodor Holman op dit blog.

 

De kistenmaker

Ik zag u grimmig binnenkomen,
Het ellemaatje stevig in uw hand.
Beroepshalve liet u tranen stromen
En mat meteen mijn linkerhand.

‘Van binnen hout, of zacht fluweel?’,
Vroeg u een huilend vrouwspersoon.
Terstond greep zij u naar de keel
En sprak niet droevig, doch ongewoon:

‘Het beste voon kem is bordkarton,
Zodat de maden zich makkelijk naar binnen vreten!
Of leg zijn naakte lijk pal in de zon;
Zijn leven lang heeft hij al op fluweel gezeten!’

 

 1996063-00fef4fde6e7766fde6346dc6a76368b.JPG
Theodor Holman (Amsterdam, 9 januari 1953)

 

 

De Noordierse schrijver en journalist Danny Morrison werd geboren op 9 januari 1953 in Belfast. Zie ook alle tags voor Danny Morrison op dit blog.

Uit: You Haven’t Changed A Bit

“Henry thought the shopper, the middle-aged woman at the dairy section seemed unsure of where things were stocked and was a stranger to the store, though she looked vaguely familiar. He watched her scrutinise the small print of a packet of cheese. She turned around for a second as if looking for help but Henry quickly
picked at random a tub of cherry yoghurt and placed it in his basket.
Her lower lip seemed to be in a permanent pout suggesting permanent indecisiveness. He studied her features for a clue to her identity and then the penny dropped and he realised who she was and tried to work out how long it had been since he had last seen her.
The Thursday dances in Clondara Hall. Maureen… Hayes! That’s it! I must have gone out with her for two or three months, he thought. My God, thirty five years ago. Maybe even thirty six. Should he say hello?
I don’t believe it! Maureen! Maureen Hayes. It is Maureen? You probably don’t remember me. We used to go out together but then we sort of drifted.
But what if this upset her?
What if her husband – for she was wearing a wedding ring – had died many years previously leaving her childless? Or left her burdened with half a dozen children who were all now up and living abroad for whom she had worked herself to the bone? What if she was now extremely lonely and ripe for the rekindling of some old flame and that they got together only for Henry to feel ensnared after a bit, with her driving him out of his wits? But he was way too far ahead of himself.
Her hair was slightly grey at the temples but brown overall, probably dyed. And she wore glasses, which she never had before. She was not unlike the spinster in that James Stewart film, It’s A Wonderful Life, who never married because her husband wished he hadn’t been born and was granted his wish. Although it all turned out happy ever after in the end when he wished he were alive again.”

 

1996063-afb7f1f6fded70e7187534f65333d114.jpg
Danny Morrison (Belfast, 9 januari 1953)

 

 

De Ierse schrijver Brian Friel werd geboren op 9 januari 1929 geboren in Omagh, Noord-Ierland, in een katholiek onderwijzersgezin. Zie ook alle tags voor Brian Friel op dit blog.

Uit: Fathers and Sons

“FENICHKA Don’t go, Dunyasha. Stay with me.
DUNYASHA You're well fit to handle that old goat. And Dunyasha's place is in the kitchen.
FENICHKA Please.
DUNYASHA You’re too gentle. Tell him straight out to bugger
off.
She rises, makes a curtsy to Pavel and exits quickly left, leaving her basket behind her.
The relationship between Pavel and Fenichka is uneasy. He looks into the pram and then at Fenichka.
PAVEL Am I intruding?
FENICHKA No. Not at all.
PAVEL Will you be sending into town for groceries today?
FENICHKA Yes.
PAVEL Would you order something for me?
FENICHKA What do you want?
PAVEL Tea. Green tea. If you would.
FENICHKA Of course.
PAVEL Half a pound would suffice.
FENICHKA I’ll see to that.
PAVEL Merci bien. (into pram) Hello-hello-hello-hello. He has very strong fingers. Maybe he'll be a cellist like his father. How do you like your new bedroom, Fenichka?
FENICHKA I love it. It gets the sun in the early morning.
PAVEL I see your light on very often in the middle of the night.
She rises and gathers her things.
FENICHKA That’s his lordship - cutting a new tooth. Aren't you cutting a new tooth, you rascal, and keeping your mother awake at night?
PAVEL Tu es trés belle.
FENICHKA Sorry?
PAVEL Look - he won’t let me go.
FENICHKA Let your uncle go, Mitya."

 

1996063-9237504659b55d3025b5587271a7c3a0.jpg
Brian Friel (9 januari 1929 - 2 oktober 2015)
Scene uit een opvoering in Boston, 2013

 

 

De Franse schrijfster Simone de Beauvoir werd geboren op 9 januari 1908 in Parijs. Zie ook alle tags voor Simone de Beauvoir op dit blog.

Uit: L’invitée

“C’était cela que signifiait trente ans, une femme faite. Elle était pour l’éternité une femme qui ne sait pas danser, une femme qui n’a eu qu’un amour dans sa vie, une femme qui n’a pas descendu en canoë les canons du Colorado ni traversé à pied les plateaux du Tibet. Ces trente années, ce n’était pas seulement un passé qu’elle traînait derrière elle, elles s’étaient déposées tout autour d’elle, en elle-même, c’était son présent, son avenir, c’était la substance dont elle s’était faite. Aucun héroïsme, aucune absurdité n’y pourrait rien changer. Certes, elle avait tout le temps avant sa mort d’apprendre le Russe, de lire Dante, de voir Bruges et Constantinople ; elle pouvait encore semer ça et là dans la vie des incidents imprévus, des talents neufs ; mais ça n’en resterait pas moins jusqu’à la fin cette vie-ci et pas une autre ; et sa vie ne se distinguait pas d’elle-même. »
(…)

Notre passé, notre avenir, nos idées, notre amour… Jamais elle ne disait « je » ; et cependant Pierre disposait de son propre avenir, et de son propre cœur ; il s’éloignait, il reculait aux confins de sa propre vie. Elle demeurait là, séparée de lui, séparée de tous, et sans lien avec soi-même ; délaissée et ne retrouvant dans ce délaissement aucune véritable solitude… La solitude, ce n’était pas une denrée friable qui se laissât consommer par petits morceaux ; elle avait été puérile d’imaginer qu’elle pourrait s’y réfugier pendant une soirée ; elle devait totalement y renoncer tant qu’elle ne l’aurait pas totalement reconquise."

 

 1996063-b9630036ed7261b8e7020c767d2e13da.jpg
Simone de Beauvoir (9 januari 1908 – 14 april 1986)

 

 

De Duitse dichter, schrijver, columnist en journalist Kurt Tucholsky werd geboren in Berlijn op 9 januari 1890. Zie ook alle tags voor Kurt Tucholsky op dit blog.

 

Ideal und Wirklichkeit

In stiller Nacht und monogamen Betten
denkst du dir aus, was dir am Leben fehlt.
Die Nerven knistern. Wenn wir das doch hätten,
was uns, weil es nicht da ist, leise quält.
Du präparierst dir im Gedankengange das,
was du willst – und nachher kriegst dus nie . . .
Man möchte immer eine große Lange,
und dann bekommt man eine kleine Dicke –
C'est la vie –!

Sie muß sich wie in einem Kugellager
in ihren Hüften biegen, groß und blond.
Ein Pfund zu wenig – und sie wäre mager,
wer je in diesen Haaren sich gesonnt . . .
Nachher erliegst du dem verfluchten Hange,
der Eile und der Phantasie.
Man möchte immer eine große Lange,
und dann bekommt man eine kleine Dicke –
Ssälawih –!

Man möchte eine helle Pfeife kaufen
und kauft die dunkle – andere sind nicht da.
Man möchte jeden Morgen dauerlaufen
und tut es nicht. Beinah . . . beinah . . .
Wir dachten unter kaiserlichem Zwange
an eine Republik . . . und nun ists die!
Man möchte immer eine große Lange,
und dann bekommt man eine kleine Dicke –
Ssälawih –!


 1996063-5b7900e828ae4f9ee60ff67b01f6a296.jpg
Kurt Tucholsky (9 januari 1890 - 21 december 1935)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e januari ook mijn blog van 9 januari 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:30 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten