Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 18 januari 2017 tot 19 januari 2017

Julian Barnes, Bert Natter, Edgar Allen Poe, Edwidge Danticat, Patricia Highsmith, Marie Koenen, Gustav Meyrink, Eugénio de Andrade, Thomas Gsella

De Engelse schrijver Julian Barnes werd geboren op 19 januari 1946 in Leicester. Zie ook alle tags voor Julian Barnes op dit blog.

Uit:Het tumult van de tijd (Vertaald door Ronald Vlek)

“Het gebeurde midden in de oorlog, op een perron, even vlak en stoffig als de eindeloze steppe die het omringde. De wachtende trein was twee dagen geleden uit Moskou vertrokken, in westelijke richting; nog twee of drie dagen te gaan, afhankelijk van kolenvoorraad en troepenbewegingen. Het was kort na zonsopgang, maar de man – in werkelijkheid maar een halve man – was al bezig zich op een platte lorrie met houten wielen naar de slaaprijtuigen te stuwen. Er was geen andere manier om het geval voort te bewegen dan aan de voorkant te wrikken, en om te voorkomen dat hij zijn evenwicht verloor had hij een touw onder de lorrie door gehaald en door zijn broeksband gestoken. De handen van de man waren omzwachteld met smerige repen stof en zijn huid was gehard door het bedelen op straten en stations.
Zijn vader was een overlevende geweest van de vorige oorlog. Hij was vertrokken met de zegen van de dorpspriester om te gaan vechten voor het vaderland en de tsaar. Toen hij terug was gekomen waren de priester en de tsaar inmiddels verdwenen, en was zijn vaderland niet meer hetzelfde geweest. Zijn vrouw had gegild toen ze zag wat de oorlog met haar man had gedaan. Nu woedde er opnieuw een oorlog, en was dezelfde indringer weer terug, al waren de namen veranderd; de namen aan beide kanten.
Maar verder was er niets veranderd: jonge mannen werden nog steeds door kanonnen aan flarden geschoten en vervolgens door chirurgen ruw opengesneden. Zijn eigen benen waren afgezet in een veldhospitaal te midden van kapotgeschoten bomen. Allemaal voor een hoger doel, zoals dat de vorige keer ook het geval was geweest. Het liet hem koud. Laat anderen daar maar over twisten; zijn enige zorg was het einde halen van de volgende dag. Hij was verworden tot een techniek om te overleven. Beneden een bepaald niveau werden alle mannen dat: een techniek om te overleven.
Enkele passagiers waren uitgestapt om zich even te vertreden in de stoffige lucht; andere zaten met hun gezicht voor de ramen van de rijtuigen. Terwijl de bedelaar naderbij kwam, hief hij luidkeels een obsceen soldatenlied aan. Sommige passagiers zouden hem misschien een paar kopeken toewerpen als dank voor het vertier; andere hem betalen om zich te verwijderen.”

 

 1999303-7cb9a3b59a0e60c883f7d6215ee6d4a4.jpg
Julian Barnes (Leicester, 19 januari 1946)

 

 

De Nederlandse schrijver, uitgever en journalist Bert Natter werd geboren in Baarn op 19 januari 1968. Zie ook alle tags voor Bert Natter op dit blog.

Uit: Goldberg

“Goldberg beschouwde ik als een volkomen oninteressant fenomeen. Niet meer dan een voetnoot bij Bach, de componist op wie ik wilde afstuderen. Een onderzoek naar wat we echt weten over de grootste componist die ooit heeft geleefd, leek mij een prachtig onderwerp voor een scriptie aan de faculteit Muziekwetenschappen te Utrecht, bedacht ik op de fiets naar de afspraak met mijn docent. Als we spreken over wat zeker is met betrekking tot het leven van Johann Sebastian Bach zijn we namelijk snel uitgeluld, dat is ongeveer evenveel als wat bekend is over het bestaan vanwillekeurig welke andere achttiende-eeuwer: vrijwel niets. En nog minder weten we trouwens over Goldberg.
Ik legde mijn docent uit dat ik me aan de feiten wilde houden die we kunnen bewijzen met behulp van bronnen, zoals archiefstukken, brieven, dagboeken, contemporaine publicaties die op Bach betrekking hebben. ‘De rest is ruis,’ zei ik.
Toebos was gematigd enthousiast en zei: ‘Je geeft zelf al aan dat je scriptie aan de magere kant zal zijn, maar vooruit.’ Misschien gaf hij me alleen toestemming om dit onderwerp te nemen omdat hij vond dat ik zo aanstekelijk stond te orakelen aan zijn lege bureau.
Drs. Toebos was zelf in de jaren zeventig afgestudeerd, vast in een vaal en rafelig spijkerpak, met baard en vette haren, een sjekkie achter het oor, op De première van de Bach-Variationen für großes Orchester van Paul Dessau door de Mecklenburg Staatskapelle onder Klaus Tennstedt te Schwerin in 1963. Het is een nog eindeloos veel saaier geschrift dan deze toch al niet sexy omschrijving doet vermoeden. Het werk klinkt ook alsof de toondichter door de Oost-Duitse Stasi onder bedreiging van automatische wapens werd gedwongen deze orkestrale slaappil te schrijven, maar in zijn scriptie wekt Toebos de indruk dat het gaat om een compositorische oerknal die nog in het muzikale universum nadreunt en waarbij vergeleken de première van Stravinsky’s Le Sacre du Printemps een machteloze muggenscheet is”.

 

 1999303-8384169b4b4ce3bb11d1163c96efa2bf.jpg
Bert Natter (Baarn, 19 januari 1968)

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Edgar Allen Poe werd geboren op 19 januari 1809 in Boston. Zie ook alle tags voor Edgar Allen Poe op dit blog

 

The Raven (Fragment)

Back into the chamber turning, all my soul within me burning,
Soon again I heard a tapping somewhat louder than before.
“Surely,” said I, “surely that is something at my window lattice;
Let me see, then, what thereat is, and this mystery explore—
Let my heart be still a moment and this mystery explore;—
’Tis the wind and nothing more!”

Open here I flung the shutter, when, with many a flirt and flutter,
In there stepped a stately Raven of the saintly days of yore;
Not the least obeisance made he; not a minute stopped or stayed he;
But, with mien of lord or lady, perched above my chamber door—
Perched upon a bust of Pallas just above my chamber door—
Perched, and sat, and nothing more.

Then this ebony bird beguiling my sad fancy into smiling,
By the grave and stern decorum of the countenance it wore,
“Though thy crest be shorn and shaven, thou,” I said, “art sure no craven,
Ghastly grim and ancient Raven wandering from the Nightly shore—
Tell me what thy lordly name is on the Night’s Plutonian shore!”
Quoth the Raven “Nevermore.”

Much I marvelled this ungainly fowl to hear discourse so plainly,
Though its answer little meaning—little relevancy bore;
For we cannot help agreeing that no living human being
Ever yet was blessed with seeing bird above his chamber door—
Bird or beast upon the sculptured bust above his chamber door,
With such name as “Nevermore.”

But the Raven, sitting lonely on the placid bust, spoke only
That one word, as if his soul in that one word he did outpour.
Nothing farther then he uttered—not a feather then he fluttered—
Till I scarcely more than muttered “Other friends have flown before—
On the morrow he will leave me, as my Hopes have flown before.”
Then the bird said “Nevermore.”


 1999303-4d934d6de2d9d92b197bff23cdca9caf.jpg
Edgar Allen Poe (19 januari 1809 – 7 oktober 1849) 
Cover 

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Edwidge Danticat werd geboren in Port-au-Prince op Haïti op 19 januari 1969. Zie ook alle tags voor Edwidge Danticat op dit blog.

 

Tourist

Tourist, don’t take my picture
Don’t take my picture, tourist
I’m too ugly
Too dirty
Too skinny
Don’t take my picture, white man
Mr. Eastman won’t be happy
I’m too ugly
Your camera will break
I’m too dirty
Too black
Whites like you won’t be content
I’m too ugly
I’m gonna crack your Kodak
Don’t take my picture, tourist
Leave me be, white man
Don’t take a picture of my burro
My burro’s load’s too heavy
And he’s too small
And he has no food here
Don’t take a picture of my animal
Tourist, don’t take a picture of the house
My house is of straw
Don’t take a picture of my hut
My hut’s made of earth
The house already smashed up
Go shoot a picture of the Palace
Or the Bicentennial grounds
Don’t take a picture of my garden
I have no plow
No truck
No tractor
Don’t take a picture of my tree
Tourist, I’m barefoot
My clothes are torn as well
Poor people don’t look at whites
But look at my hair, tourist
Your Kodak’s not used to my color
Your barber’s not used to my hair
Tourist, don’t take my picture
You don’t understand my position
You don’t understand anything
About my business, tourist
“Gimme fie cents”
And then, be on your way, tourist.

 

 1999303-7506ed9f6f007e40ce92490537f26ba6.jpg
Edwidge Danticat (Port-au-Prince, 19 januari 1969)

 

 

De Amerikaanse schrijfster Patricia Highsmith werd geboren als Mary Patricia Plangman in Fort Worth (Texas) op 19 januari 1921. Zie ook alle tags voor Patricia Highsmith op dit blog.

Uit:Strangers on a Train

“The train rushed along angrily. Guy was thinking about Miriam.
He saw her round pink face, her cruel mouth ... he started to hate her.
'Perhaps Miriam doesn't want a divorce,' Guy thought unhap­pily. 'But she's pregnant and it's not my child, and she must want to marry the father. Why does she want to see me, though? She can get a divorce without that. Perhaps she doesn't want a divorce, only money.'
Miriam sometimes asked him for money and he always sent it because she was good at making trouble and Guy didn't want his mother to be unhappy. In Metcalf, Guy's home town, Miriam pretended that Guy lived in New York so he could succeed as an architect before he sent for her.
Guy thought about his girlfriend Anne and how much he loved her, and about the important job he had in Florida. He felt happy.
'Soon . . .' Guy said to himself. 'Soon . . .' He started to read his book.
After he had read half a page Guy looked up and saw a young man sitting opposite him. The young man was very tall and thin, and he smiled shyly at Guy as if he did not know whether to speak or not. Guy moved in his seat and accidentally touched the young man's foot.
'Sorry,' Guy said.
'That's all right,' the man said. 'Say, where are we? Do you know?'
'Texas.'
The young man took a small bottle of whisky from his pocket and offered it to Guy with a friendly smile. He had a very large head, his face did not look stupid or intelligent, or young or old. His eyes were red and tired, but his skin was as smooth as a girl's.
'No, thanks,' Guy said.
The young man drank some of the whisky, then he asked, very politely, 'Where are you going?'
'Metcalf.' Guy wanted to read his book.
'Nice town, Metcalf,' the young man said. 'Are you going on business?'
'Er, yes.' Guy turned the page of his book.
'What business?' the young man asked, like a child.
'I'm an architect.'
'That's interesting,' he said. He put his hand forward. 'My name's Bruno, Charles Anthony Bruno.'

 

 1999303-2ddeb990d48ce6797bee8b7e9da15cee.jpg
Patricia Highsmith (19 januari 1921 - 4 februari 1995)
Bruno Anthony (Robert Walker) en Guy Haines (Farley Granger) in de gelijknamige film van Alfred Hitchcock uit 1951

 

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Marie Koenen werd geboren in ’s-Hertogenbosch op 19 januari 1879. Zie ook alle tags voor Marie Koenen op dit blog.

Uit: Het Pardon der Heiligen

“Wanneer in den nacht van Maria-Hemelvaart de vreugdevuren en alle kaarsen- en fakkelvlammen van het vigilie gedoofd zijn rondom de kerk van la Clarté, dat in de landstaal Sklerder heet, - als daarbinnen alleen nog de kleine goudster der Godslamp haar schemerschijnen laat spelen over de gouden sterren van Maria's bruidskleed, over de gouden lelies van haar weidschen blauwen koninginne-mantel, in de edelsteenen van haar kroon en van de kroon van haar lief Kind, den Koning der Wereld, - dan komen, hoog boven de zee en toch lager dan de sterren, die groote witte wolken naderdrijven, een vloot van hemelschepen. Bij den diepen samenzang van den vloed en den nachtwind varen ze aan, recht op Maria's heiligdom toe, dat op den hoogsten kustheuvel, halverwegen de bocht tusschen Perros en Trégastel, zijn doorzichtigen torenflits opheft tot wegwijzer voor allen te-land of ter-zee.
Rustig en welbestierd zeilen de wolkenschepen over de Zeven-Eilanden en de rotsbaai van Ploumanach heen, om ergens ginds tegen de paarse heideheuvels te landen. Na hun voorbijgang is de nachthemel boven aarde en water van het droomverzonken Bretagne meteen weer helder, groen en blauw maar ijler en doorzichtiger dan de zee bij dag, en véél wijder nog, grenzeloos-wijd en zuiver in den schijn van Godslichtende waaklamp, de maan.
Alleen over de hollewegen, de voetpaden, de breedere banen, die van alle hemelstreken naar de kerk van Sklerder geleiden, bewegen schaduwen voort, bij het geschuifel van vele voeten en het geprevel van vele biddende stemmen. Want dichte scharen van beevaartgangers brachten de wolkenschepen aan, alle Hemelingen, - en geen bleef er achter - die op de altaren, tegen de pilaren of in de portieken der kerken van Bretagne, in veldkapel of deur-nis, bij de bronnen in de bosschen of op de rotsen van de kust hun beeld weten staan.”

 

 1999303-68080b79126c807f1bc36ad952197096.jpg
Marie Koenen (19 januari 1879 - 11 juli 1959)
Getekend portret door Jan Bogaerts, 1932

 

 

De Oostenrijkse schrijver Gustav Meyrink werd op 19 januari 1868 te Wenen geboren. Zie ook alle tags voor Gustav Meyrink op dit blog.

Uit: Walpurgisnacht

"Ich war unten! In der Welt!" platzte der Hofrat von Schirnding heraus und betupfte seine Stirn mit einem riesigen, rot-gelb-gefleckten Taschentuch. "Und bei der Gelegenheit hab' ich mir die Haare schneiden lassen." – er fuhr sich mit dem Finger hinter den Kragen, als jucke ihn der Hals.
Derartige auf einen angeblich nur schwer zu bändigenden Haarwuchs abzielende Bemerkungen pflegte er jedes Vierteljahr zu machen, in dem Wahn, man wisse nicht, daß er Perücken trage – einmal langlockige, dann wieder kurzgeschorene –, und immer bekam er auch in solchen Fällen staunenerfülltes Gemurmel zu hören. Aber diesmal blieb es aus: Die Herrschaften waren zu verblüfft, als sie vernahmen, wo er gewesen sei.
"Was? Unten? In der Welt? In Prag? Sie?" Der kaiserliche Leibarzt Flugbeil war erstaunt herumgefahren. "Sie?"
Den beiden anderen blieb der Mund offen. "In der Welt! Unten! In Prag!"
"Da – da haben Sie ja ieber die Brücke missen!" brachte die Gräfin endlich stockend heraus. "Was denn, wenn sie eingestirzt wäre?!"
"Eingestirzt!! No servus!" krächzte Baron Elsenwanger und wurde blaß. "Unberufen" – er ging zittrig zur Ofennische, vor der noch aus der Winterszeit her ein Scheit Holz lag, nahm es, spuckte dreimal darauf und warf es in den kalten Kamin – "Unberufen."
Bo¸ena, das Dienstmädchen, in zerlumpten Kittel, ein Kopftuch um und barfuß, wie es in altmodischen Prager Patrizierhäusern üblich ist, brachte eine prunkvolle Schüssel aus schwerem getriebenem Silber herein.
"Aha! Wurstsuppe!" brummte die Gräfin und ließ befriedigt ihre Lorgnette fallen. – Sie hatte die Finger des Mädchens, die in viel zu weiten, weißen Glacéhandschuhen staken und in die Brühe hineinhingen, für Würste gehalten. –
"Ich bin mit – der Elektrischen gefahren", stieß der Herr Hofrat gepreßt hervor, immer noch voll Aufregung des überstandenen Abenteuers eingedenk.“

 

 1999303-8fdca9fdeb865accf717680888c2b856.jpg
Gustav Meyrink (19 januari 1868 – 4 december 1932)
Walpurgisnacht door Albert Welti, 1896-97

 

 

De Portugese dichter Eugénio de Andrade (eig. José Fontinhas) werd geboren op 19 januari 1923 in Póvoa de Atalaia. Zie ook alle tags voor Eugénio de Andrade op dit blog.

 

An Lissabons Jacarandabäume

Sie kündigen den Sommer an.
Ich kenne keine andere Pracht, kein weiteres
Paradies: an seinem Eingang stehen die Jacarandabäume
in voller Blüte, einer an jeder Seite.
Und ein Lächeln, ruhige Wohnstatt,
erwartet mich.
Der Raum in ihrer Umgebung
vervielfacht seine Spiegel, öffnet
Balkone zum Meer.
Und wie in den kindlichsten Träumen:
kann ich fliegen und die hohen Wolken
fast berühren – Bruder der Vögel –,
mich in der Luft verlieren

 

Vertaald door Juana und Tobias Burghardt

 

 

Er was...

Er was
een woord
in het duister.
Minuscuul. Onbekend.

Het hamerde in het duister.
Het hamerde
op de bodem van het water.

Vanuit het diepste van de tijd,
hamerde het.
Tegen de muur.

Een woord.
In het duister.
Dat mij riep.

 

Vertaald door Toon Cappuyns en Germain Droogenbroodt

 

 1999303-f157923f440437f001b96ce70fa61e42.jpg
Eugénio de Andrade (19 januari 1923 – 13 juni 2005)

 

 

De Duitse dichter en satiricus Thomas Gsella werd geboren op 19 januari 1958 in Essen. Zie ook alle tags voor Thomas Gsella op dit blog.

 

Karlsruhe

In Karlsruhe leben heißt Trauer und Tod.
Nach Karlsruhe ziehen heißt Schrecken.
Aus Karlsruhe herkommen heißt voller Not
An Herkommen zittend verrecken.

Von Karlsruhe lesen macht Ekel und Wut
Im Erdrund der Menschengemeinde.
Von Karlsruhe Schlechtes zu schreiben tut gut.
Für Karlsruhe sprechen macht Feinde.

In Karlsruhe wüten mit grauem Gesicht
Und blutroten Roben und Tonnengewicht
Die Herren der eisernen Worte.

Sie nennen sich Bundesverfassungsgericht
Und brennen und schänden und schonen dich nicht
Im furchtbarsten Ort aller Orte.

 

 

Gummersbach

Zehn Männer spielten Fußball nicht
Wie Müller, ich und du.
Die Männer waren nicht ganz dicht:
Sie warfen (!) ihn sich zu.

Das hat die Männer krank gemacht
An Seele, Hirn und Nerven.
Die Armen übten Tag und Nacht
Das Fangen und das Werfen,

Obwohl doch Handball um und um
In blankem Wahnsinn mündet.
Um dieses Irrenhaus herum
Wurd Gummersbach gegründet.

 

 1999303-65ecac154ed3bceed0c509f1f11ea5ff.jpg
Thomas Gsella (Essen,19 januari 1958)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e januari ook mijn blog van 19 januari 2014 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:16 Reageer op dit bericht

Sascha Kokot, Peter Stamm, Franz Blei, Jon Stallworthy, Montesquieu, Ioan Slavici, Rubén Darío, Paul Léautaud, Alan Alexander Milne

De Zwitserse schrijver Peter Stamm werd geboren op 18 januari 1963 in Weinfelden. Zie ook alle tags voor Peter Stamm op dit blog.

Uit: Agnes

„Die Bilder scheinen mir wirklicher als die dunkle Wohnung, die mich umgibt. Es ist ein seltsames Licht in ihnen, das Licht einer weiten Ebene an einem Nachmittag im Oktober.
Eine leere Ebene, weit und breit keine Stadt, kein Dorf, nicht einmal eine Farm. Kurz geschnittene Sequenzen, ohne dass das Bild sich wesentlich verändert. Immer neue Ansätze, Versuche, die Landschaft zu erfassen. Manchmal erahne ich, weshalb Agnes die Kamera eingeschaltet hat: eine seltsam geformte Wolke, eine Reklametafel, in der Ferne ein Streifen Wald, fast unsichtbar durch das Weitwinkelobjektiv. Einmal ein Schwenk zu mir, wie ich am Steuer sitze. Ich mache eine Grimasse. Und dann wohl der Versuch, sich selbst zu zeigen: der Rückspiegel, darin gross die Kamera und dahinter, kaum zu sehen, Agnes selbst. Dann noch einmal ganz kurz Agnes, am Steuer diesmal, wie sie eine abwehrende Handbewegung macht.
Der Parkaufseher. Auch er macht abwehrende Handbewegungen, aber im Gegensatz zu Agnes lacht er dabei. Ein Zoom auf seine Hände, die über ein Kartenblatt fahren, einen Weg zeigen, der im Bild nicht zu erkennen ist. Der Aufseher lässt sich auf seinen Stuhl fallen, öffnet eine Schublade, zieht einige Broschüren heraus. Er lacht und hält eine davon in die Kamera: How to survive Hoosier National Forest. Das Bild wackelt, dann greift von unten eine Hand nach dem Faltblatt. Der Parkaufseher spricht unentwegt, sein Gesicht wird ernst. Die Kamera wendet sich von ihm ab, streift mich kurz. Plötzlich Wald, ein lockerer Baumbestand. Ich liege auf dem Boden, scheine zu schlafen oder habe zumindest die Augen geschlossen. Die Kamera nähert sich mir von oben, kommt immer näher, bis das Bild unscharf wird, weicht zurück. Dann wandert sie über meinen Körper bis zu den Füssen und wieder zum Kopf. Lange bleibt sie auf dem Gesicht stehen, versucht, noch einmal näherzukommen, aber das Bild wird wieder unscharf, und sie weicht von neuem zurück“.

 

 1998988-bf236cf854ca4c637323c1909ae53815.jpg
Peter Stamm (Weinfelden, 18 januari 1963)

 

 

De Duitse dichter, schrijver en fotograaf Sascha Kokot werd geboren op 18 januari 1982 in Osterburg. Zie ook alle tags voor Sascha Kokot op dit blog.

Uit: Rodung

der Winter weht fleißig ein frostiges Tuch
zwischen meine Fensterfliigel keine Handbreit
fiir das Temperaturgefälle reicht der Lack
schon seit dem Vermieter kaum noch aus der
Straße sichert das Achsenrumpeln wenn da
nicht die Kälte dieser Tage wäre ich lieber ein
befelltes Tier auf der Fährte im Park dicht über
der Decke zwischen all den Schneemännern
den gelben Bmiergremen junger Familien dem
Geäst vorgelagerter Jahre falle ich noch immer
deinem Pfeifen zum Opfer ganz fern bleibst du
nur mir


*

vor dem Haus ist wieder ein Platz
für den Wind die gleitenden Vögel
wenn die Kinder heimgetrieben werden
Stiefelspuren in alle Richtungen zeigen
bleibt auf den Platten in Schnee und Salz
die Grausamkeit liegen mit der sie lachend
sich gegenseitig Frost an die roten Köpfe werfen

 

 1998988-947bbd9f73a6dfb2aa364fcc33d59651.jpg
Sascha Kokot (Osterburg, 18 januari 1982)

 

 

De Oostenrijkse schrijver, vertaler en uitgever Franz Blei werd geboren op 18 januari 1871 in Wenen. Zie ook alle tags voor Franz Blei op dit blog.

Uit: Das große Bestiarium der modernen Literatur

„Der Borchardt.
Ist ein sehr sporadisch vorkommender, immer allein und hoch fliegender schöngefiederter Vogel aus der Gattung der Edelfasane. Er zeigt nur in der Höhe sein über alle Maßen kostbares Gefieder, im Busche kriechend weiß er es so geschickt zu verbergen, daß man nur die graue Unterseite seines Federschmuckes sieht, was Beobachter, welche den Borchardt im Fluge nicht gesehen haben, sondern nur manchmal im Buschwerk, zu der Behauptung veranlaßte, der Borchardt sei grau und nicht so prächtig. Es gehören aber klare und scharfe Augen dazu, ihn in der Höhe zu sehen. Auch das solitäre Vorkommen des Borchardts haben einige bestritten und behauptet, er sei ein Gefolgsvogel der George. Doch stimmt dieses mit nichten. Denn daß der Borchardt zuweilen hoch über den George hinfliegt, darin kann Gefolgschaft nicht gesehen werden. Darin ganz unähnlich den Fasanen ist des Borchardts Schrei von prächtigem Klange und fast ein Gesang zu nennen, in dem manche vieler Singvögel Singweise zu entdecken meinen. Aber die wenigen, die sich ohrbegabt genauer mit dem Gesang des Borchardts befaßt haben, sprechen, er habe eine ihm durchaus eigene Melodie, nur singe er viel zu selten, als daß man sie sich merken könne.

Das Brod.
Oder auch Maxbrod genannt ist ein neuerdings viel in jüdischen Tempeln gehaltenes Haustier. Es ist harmlos und nimmt, auch wenn es gereizt wird, das Futter aus der Hand. Woraus man eben auf seine Eignung zu einem religiösen Tier geschlossen hat. Einige wollen voraussagen, daß das Maxbrod noch einmal die Verehrung genießen werde wie das Buber, das bekannte heilige Tier der Juden. Doch fehlt dazu dem kleinen, gar nicht stattlichen Maxbrod das Format, so große Mühe es sich dazu auch gibt. Vergleichsweise gesprochen: das Format der Gartenlaube wird nicht dadurch größer, daß ich den heftenden Bindfaden durchschneide und den Bogen auseinanderfalte. Vergleichsweise gesprochen.”

 

 1998988-b7963636269a51689bfb7f3b13cbdd5c.jpg
Franz Blei (18 januari 1871 – 10 juli 1942)
Cover

 

 

De Engelse dichter en letterkundige Jon Stallworthy werd geboren op 18 januari 1935 in Londen. Zie ook alle tags voor Jon Stallworthy op dit blog.

 

Burning the stubble

Another harvest gathered in
Worse than the last; only a bin
of rotten grain for all our trouble.
But there is a time for the plough,
a time for harvesting, and now
a time for burning the stubble.

Flames snap at the wind, and it
etches the eye with a bitter
mirage of summer. Returning
I looked for the dip in the ground,
the nest, the unfurled poppy; found
nothing but stubble burning

And charred ground hardening towards frost.
Fire before ice; and the ground must
be ploughed after burning the stubble,
the ground must be broken again.
There can be no new grain
without, first, burning the stubble.

 

 

Rounding the Horn

Rounding the Horn, such seas
as made my mother wince.
I slept on down below,
but have been on deck since.

 

 1998988-bd57b9b90f15fbb0ccb2b6417ad263c8.jpg
Jon Stallworthy (18 januari 1935 – 19 november 2014)
 

 

 

De Franse schrijver en filosoof Charles Louis de Secondat, baron de La Brède et de Montesqieu werd geboren op 18 januari 1689 op het kasteel La Brède bij Bordeaux. Zie ook alle tags voor Montesquieu op dit blog.

Uit  Lettres Persanes

« Lettre IX. Le premier eunuque à Ibbi, à Erzeron.
Tu suis ton ancien maître dans ses voyages ; tu parcours les provinces et les royaumes ; les chagrins ne sauroient faire d’impression sur toi ; chaque instant te montre des choses nouvelles ; tout ce que tu vois te récrée, et te fait passer le temps sans le sentir.
Il n’en est pas de même de moi, qui, enfermé dans une affreuse prison, suis toujours environné des mêmes objets et dévoré des mêmes chagrins. Je gémis accablé sous le poids des soins et des inquiétudes de cinquante années ; et, dans le cours d’une longue vie, je ne puis pas dire avoir eu un jour serein et un moment tranquille.
Lorsque mon premier maître eut formé le cruel projet de me confier ses femmes, et m’eut obligé, par des séductions soutenues de mille menaces, de me séparer pour jamais de moi-même ; las de servir dans les emplois les plus pénibles, je comptai sacrifier mes passions à mon repos et à ma fortune. Malheureux que j’étois ! Mon esprit préoccupé me faisoit voir le dédommagement, et non pas la perte : j’espérois que je serois délivré des atteintes de l’amour par l’impuissance de le satisfaire. Hélas ! on éteignit en moi l’effet des passions, sans en éteindre la cause ; et, bien loin d’en être soulagé, je me trouvai environné d’objets qui les irritoient sans cesse. J’entrai dans le sérail, où tout m’inspiroit le regret de ce que j’avais perdu : je me sentois animé à chaque instant : mille grâces naturelles sembloient ne se découvrir à ma vue que pour me désoler : pour comble de malheurs, j’avois toujours devant les yeux un homme heureux. Dans ce temps de trouble, je n’ai jamais conduit une femme dans le lit de mon maître, je ne l’ai jamais déshabillée, que je ne sois rentré chez moi la rage dans le cœur, et un affreux désespoir dans l’âme."

 

 1998988-cad353ea6f43f9405c03fa0c64cbc070.jpg
Montesquieu (18 januari 1689 – 10 februari 1755)
Cover

 

 

De Roemeense schrijver en journalist Ioan Slavici werd geboren op 18 januari 1848 in Siria. Zie ook alle tags voor Ioan Slavici op dit blog.

Uit: Die schlaue Ileane (Vertaald door Mite Kremnitz)

„„Es war einmal. was einmal war, wäre es nicht gewesen, wurde es nicht erzählt.
Es war einmal ein Kaiser, der hatte drei Töchter. von denen die älteste schön war, die mittlere schöner. die jüngste. lleane. aber so schön. daß sogar die heilige Sonne stehen blieb. um sie zu sehen und sich an ihrer Schönheit zu erfreuen.
Eines Tages erhielt der Kaiser Nachricht und Kunde von seinem Nachbar. einem großen und mächtigen Kaiser. daß. - schau an! daß es nicht mehr gut sei. nämlich daß er sich mit ihm schlagen wollte wegen einer großen, kaiserlichen Fehde. Der Kaiser hielt Rath mit den Alten des Landes, und als er sah, daß er nicht anders könne, befahl er den Tapferen allen. das Streitroß zu besteigen. ihre Waffen zu ergreifen und sich auf die furchtbare Schlacht vorzubereiten. die geschlagen werden sollte.
Ehe er selbst zu Pferd stieg, rief der Kaiser seine Töchter zu sich. sägte ihnen eindringliche und väterlichc Worte und gab dann einer jeden je eine schöne Blume, ein munteres Vögelein und einen rothbäckigen Apfel.
Wem die Blume welkt. wem das Vögelchen traurig wird und wem der Apfel l'ault. von dem werde ich wissen daß er die Treue nicht bewahrt hat«, sprach der kluge Kaiser bestieg dann wieder das Pferd. wünschte ihnen »Gutes Wohlergehen« und machte sich mit seinen Tapferen auf den schweren Weg.
Als die drei Söhne des Nachbar-Kaisers die Kunde bekamen. daß der Kaiser sich auf den Weg gemacht und von llause aufgebrochen sei, verständigten sie sich unter einander und bestiegen ihr Roß. um zu dem Schloß mit den drei Kaisertöchtem zu eilen. die Töchter ihrer Treue abspenstig zu machen und dem Kaiser Aergerniß zu bereiten. Der älteste der Kaisersöhne, muthig. heldenhalt und schön wie er war. ging voran. um zu sehen. wie es sei und stehe, um nachher Kunde zu bringen und Nachricht darüber zu geben.“

 

 1998988-5bf5a66fc2f1e4762c4ae3ab19fd9a20.jpg
Ioan Slavici (18 januari 1848 – 17 augustus 1925) 
Postzegel uit 1973 

 

 

De Nicaraguaanse schrijver Rubén Darío werd geboren in Metapa, tegenwoordig Ciudad Darío, op 18 januari 1867. Zie ook alle tags voor Rubén Darío op dit blog.

 

Far Away

Ox that I saw in my childhood, as you steamed
in the burning gold on the Nicaraguan sun,
there on the rich plantation filled with tropical
harmonies; woodland dove, of the woods that sang
with the sound of the wind, of axes, of birds and wild bulls:
I salute you both, because you are both my life.

You, heavy ox, evoke the gentle dawn
that signaled it was time to milk the cow,
when my existence was all white and rose;
and you, sweet mountain dove, cooing and calling,
you signify all that my own springtime, now
so far away, possessed of the Divine Springtime.

 

 

A Sonnet on Cervantes

In all my days of troubled loneliness
And fretted grief Cervantes is to me
A faithful friend, and none so true as he,
That brings me precious gifts of quietness.

All nature his, and life. Of his largesse
My dreams, that are knight-errants bold and free,
Have golden casques to crown them gloriously.
He is, for me: sigh, prayer, joyousness.

He speaks as runs a brook, so amorous
And very gentle is this Christian knight,
Even undaunted. And I love him thus,

Beholding how the world, by fate's design,
Reaps, from his deathless sorrow, rich delight,
And laughter from a madness so divine!

 

 1998988-06b688f1cb240d38b9d14c8bbf8ea1eb.JPG
Rubén Darío (18 januari 1867 - 6 februari 1916)
Borstbeeld in de Paseo de los Poetas, Buenos Aires

 

 

De Franse schrijver Paul Léautaud werd geboren op 18 januari 1872 in Parijs. Zie ook alle tags voor Paul Léautaud op dit blog.

Uit:Journal littéraire

“6 février 1930
Cette lecture m'a donné une grande rêverie à son propos et au mien. Singulière situation. Nous avons été extrêmement liés et nous ne nous voyons plus. Il ne m'envoie pas ses livres et je ne lui envoie pas les miens. (De mon côté, c'est à la fois embarras sur le caractère de nos relations et souci de ne pas l'encombrer et l'obliger à m'écrire pour des choses qui ne peuvent l'intéresser.) En un mot, sauf le hasard des rencontres, et récemment la question de ses vers dans la nouvelle édition des Poètes, nous sommes presque comme si nous ne nous connaissions pas, à cela près que nous parlons mutuellement l'un de l'autre quand nous nous trouvons chez des gens qui savent que nous nous connaissons. Il est vrai que c'est moi qui ai commencé (les petites choses désagréables) avec ce que j'ai écrit à son propos, au sujet du monument à Paul Adam, et peut-être même avec mon compte rendu de la Jeune Parque, c'était pendant la guerre, je crois, quand j'ai fait dans le Mercure un Interim de la rubrique des Poèmes. Il n'y a rien à faire. Je suis ainsi, capable de dire des choses désagréables sur mes meilleurs amis, quand cela me fait plaisir. Ce serait à refaire, pour Valéry, que je le referais. Il y a eu aussi ma vente de ses lettres, qui me donnait une certaine gêne vis-à-vis de lui, même quand je pouvais douter qu'il la connût. Enfin, il y a quelque chose d'un peu chagrin pour moi, quand l'occasion m'est donnée d'y penser, dans le fait d'avoir cessé toutes relations après avoir été si liés. Je m’interroge : le regret du plaisir de fréquenter Un écrivain célèbre, membre de l'Académie, d'être avec lui sur le pied de la plus entière cama­raderie ? Non. Pas du tout. Pour de bon. Je me fiche complètement de toutes ces bêtises extérieures."

 

 1998988-164e5cbd2b29d05594a899f7846867f6.jpg
Paul Léautaud (18 januari 1872 – 22 februari 1956)
Portret door Emile Bernard. 1929

 

 

De Britse dichter en schrijver Alan Alexander Milne werd geboren op 18 januari 1882 in Londen. Zie ook alle tags voor Alan Alexander Milne op dit blog.

 

Wind On The Hill

No one can tell me,
Nobody knows,
Where the wind comes from,
Where the wind goes.

It's flying from somewhere
As fast as it can,
I couldn't keep up with it,
Not if I ran.

But if I stopped holding
The string of my kite,
It would blow with the wind
For a day and a night.

And then when I found it,
Wherever it blew,
I should know that the wind
Had been going there too.

So then I could tell them
Where the wind goes…
But where the wind comes from
Nobody knows.

 

 1998988-4ea104102d9e58678d3ffce794be2f08.png
Alan Alexander Milne (18 januari 1882 - 31 januari 1956)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e januari ook mijn blog van 18 januari 2015 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:15 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten