Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 19 januari 2017 tot 20 januari 2017

In Memoriam Robert Anker

 

In Memoriam Robert Anker

 

De Nederlandse schrijver, dichter en literair criticus Robert Anker is vrijdag op 70-jarige leeftijd in zijn woonplaats Amsterdam overleden. Robert Anker werd geboren in Oostwoud op 27 april 1946. Zie ook alle tags voor Robert Anker op dit blog.

 

Nee

wij gaan godverdomme geen lijkrede schrijven voor elkaar
met grinnikende anekdotes, pijnlijke verzwijgingen
de elegie van weer gevonden, later toch verloren maar
wij laten ons niet kisten, het was een GOED leven
dat wij gaan begraven met een MOOIE begrafenis, nee
grijnzend groeten wij elkaar tot de volgende reünie, bij wie
maar niet bij ons, wij hebben juist weer iemand overleefd
en nee, wij gaan geen gedichten maken godverdomme
waarin we de bezongene niet bezingen maar zijn lot
ontvormen tot een stem van weemoed, zich verstamelend
tot onschadelijke schoonheid geschikt voor in de krant
wij gaan met bekkens en pauken woede drijven
door het smoelbeeld van de dood als door de Schelfzee
naar het beloftevolle heden dat ons dan geheel bewoont.

 

 

Vergeetkist

Ik vond in de beroemde boekenkist op zolder
Een telefoonboek waar jouw naam nog in stond
Snel dichtgeklapt maar zoals de snelle stofjes
Die ontsnapten aan het zonlicht zo kolkten
Mijn gedachten om je stralende naam en om
Je gapende gestalte waar die zijn kon
In de tijd en natuurlijk heb ik toch nog
Snel je nummer ingetoetst en een kind nam op
En of het door dat kind kwam dat ik plotseling

Trok ik uit dezelfde boekenkist te voorschijn
Het busboekje van toen mijn moeder nog haar tijd
Geheel bewonen moest en die ze moest bereizen
Met de bus die langs dorpsweg en binnendijk
Trillend overhellend stoppend voor een geit
Leer en dieselolie hoofdpijn verspreidend -
O al die tijden en daartussen al die lijnen
Alles wat beschreven was en dan verdwijnt

 

 1999665-0590c6ff7c26428136099f44141b11e4.jpg
Robert Anker (27 april 1946 – 20 januari 2017)

Geschreven door Romenu om 19:57 Reageer op dit bericht

Edward Hirsch, Stefan Popa, Guy Helminger, André Kubiczek, Batya Gur, Nazim Hikmet, Qurratulain Hyder, Robert Olen Butler Jr., Axel Hacke

De Amerikaanse dichter en letterkundige Edward Hirsch werd geboren op 20 januari 1950 in Chicago. Zie ook alle tags voor Edward Hirsch op dit blog.

 

To Poetry

Don’t desert me
just because I stayed up last night
watching The Lost Weekend.

I know I’ve spent too much time
praising your naked body to strangers
and gossiping about lovers you betrayed.

I’ve stalked you in foreign cities
and followed your far-flung movements,
pretending I could describe you.

Forgive me for getting jacked on coffee
and obsessing over your features
year after jittery year.

I’m sorry for handing you a line
and typing you on a screen,
but don’t let me suffer in silence.

Does anyone still invoke the Muse,
string a wooden lyre for Apollo,
or try to saddle up Pegasus?

Winged horse, heavenly god or goddess,
indifferent entity, secret code, stored magic,
pleasance and half wonder, hell,

I have loved you my entire life
without even knowing what you are
or how—please help me—to find you.

 

 

Gabriel: A Poem (Fragment)

Grief broke down in phrases
And extrapolated lines
From me without myself

Tear-stained pillow of stone
I felt I was lying
Beside him in the coffin

Wormy mother
Who takes us into the ground
With her whenever and wherever

She wants the grass glistens
And grows over us in the heat
Of late summer in the country

 

 1999620-a4e966aafe94c38e056c38c222607f14.jpg
Edward Hirsch (Chicago, 20 januari 1950)
 

 

De Nederlandsche schrijver en journalist Stefan Popa werd op 20 januari 1989 geboren in Vleuten. Zie ook alle tags voor Stefan Popa op dit blog.

Uit: De verovering van Vlaanderen

“Dus, hier volgt een gepaste introductie: ik ben geboren in een middelhoog aangeschreven ziekenhuis in de hoofdstad van het land en werd van daaruit overgeplaatst naar een arbeidershuisje in gelid aan de buitenrand van Amsterdam, waar ik op mijn zeventiende uittrok omdat ik dankzij de toegenomen welgesteldheid van mijn vader een pand aan de Herengracht toegewezen kreeg, en vanuit die basis doorstond ik mijn opleiding tot journalist, studeerde vervolgens drie jaar Geschiedenis (propedeuse) en twee jaar Filosofie (bijna), vervulde uiteenlopende functies en trok kortgeleden na een jaar werken bij een reclamebureau de conclusie dat ik mezelf elders moest ontplooien. Of nou ja, ik werd ontslagen omdat ik om halftwaalf in de ochtend het kantoor binnenstrompelde en met dubbele tong de ongetalenteerde maar charmante copywriter probeerde te verleiden (ik besloop haar vanachter en jongleerde zonder toestemming met haar door anderen geroemde tietjes). Zij was niet geheel toevallig de dochter van de baas en de baas was op zijn beurt weer een volle broer van mijn vriendin haar vader. De ingewikkelde situatie kort samengevat was ik tegen het einde van de ochtend mijn baan en mijn vriendin kwijt, hoewel dit alles nauwelijks invloed had op mijn gemoed.
Ik was namelijk al verdomd ongelukkig.
Mooi, dan hebben we dat vast gehad. Ik had hier met gemak een roman over kunnen schrijven zoals u er al zoveel bent tegengekomen. Wat zullen we eens zeggen? Tweehonderddertig pagina’s? Een duimdikke paperback voor een euro of twintig te veel met op de voorkant schreeuwerige kleuren of een gordelmol en de flauwe titel Het bestaan is klote en ik maakte er al het beste van, met op de achterflap een blurb waarin de uitgeverij de schrijver lauwert als een literaire sensatie, de meest besproken Nederlandse debutant sinds de vorige meest besproken Nederlandse debutant, afgeblust met een aanmoediging van een bijzonder bekend onbekend persoon.
Die besmetting gaat mij voorbij, alsjeblieft-dankjewel. Om de recyclemachines en de bleek voor te zijn kan ik u inwijden in mijn fuiverij, soit, ik zal u niet vermoeien met de ongemakken uit mijn verleden. Kom, ik wil verder.”

 

 1999620-35e8da48e3588aa5a0f421333be85fac.jpg
Stefan Popa (Vleuten, 20 januari 1989)

 

 

De Duitse (Luxemburgse) schrijver Guy Helminger werd geboren op 20 januari 1963 in Esch-sur-Alzette. Zie ook alle tags voor Guy Helminger op dit blog.

Uit:Venezuela. Drei Stücke

„TONI:
Und dann sagt Jesus, ich revidiere das mit der linken Backe.
Du bist ein Tier, sage ich zu ihm. Gott ist alles, sagt er. Deshalb kann er auch anders. Du bist ein Tier, sage ich erneut. Und er trinkt seine Bloody Mary auf ex, kippt sie so runter, den Ellenbogen weit abgestreckt, Posing, aber cool, du weißt ganz genau, dass er das nur für die Galerie macht, diese Art zu trinken, aber, verdammt nochmal, es wirkt. Und ich denke, klar, kann ich mir vorstellen, wie der am Kreuz hängt, aber der macht Millionen, hat ein Händchen für jede Aktie, die er beschnuppert. Ich mein’, ich auch, aber Jesus kannst du nicht schlagen. Das ist, als wolltest du ein Rennen mit einem Geparden machen oder mit einem Elefanten um die Wette fressen. Und er stellt das leere Glas mit einem feinen Klickgeräusch auf den Tisch und ich sehe, dass er aus der Seite blutet.
Ein kleiner Fleck auf’m weißen Hemd, eigentlich zwei kleine Flecken nebeneinander, winzig wie ein Schlangenbiss. Du hast gekleckert, sage ich. Und er: Was? Du hast gekleckert, sage ich, schaue auf den Schlangenbiss und er schaut auch, schaut, noch immer, dann hebt er langsam den Kopf und sagt: Nein. Sagt einfach: Nein! Das war der Hammer. Ich hab’ dann meine Virgin Mary genommen und dran genippt. Die hat mir den Mund so zusammengezogen, dass ich sauer wurde.
Ich meine, das ist jetzt kein Wortspiel, verstehst du. Ich bin aufgesprungen und zur Bar hin und hab’ gewartet, bis dieser Barmannpisser zu mir kommt, dann habe ich den Drink über die gespülten Gläser gekippt.“

 

 1999620-fa610e95ea2ac49e6d90d295540e33d3.jpg
Guy Helminger (Esch-sur-Alzette, 20 januari 1963)
Scene uit een opvoering in Saran, 2016

 

 

De Duitse schrijver André Kubiczek werd op 20 januari 1969 geboren in Potsdam. Zie ook alle tags voor André Kubiczek op dit blog.

Uit: Skizze eines Sommers

„Keine Ahnung, wer zuerst zu wem kam, die Melancholie zu mir oder ich zur Melancholie. Aber eines stand fest: Seit einem Jahr war sie da. Und das andere: Sie ging seitdem nicht mehr weg.
Nicht mehr freiwillig.
Ich guckte in den Badezimmerspiegel, als mir dieser Gedanke in den Kopf schoss. Nicht dass jemand glaubt, ich würde mir solche Sachen aus den Fingern saugen, um mich interessanter zu machen oder wozu auch immer. Diese Ideen kamen einfach, und zwar aus dem Nichts, sie schlugen dann quasi in mein Gehirn ein wie der sogenannte Blitz aus heiterem Himmel.
Im Moment vorher überlegst du noch, ob du die Haare heute lieber nach links legst oder besser nach rechts wie immer, wo sie das Segelohr, was dort blöderweise wächst, wenigstens ein bisschen kaschieren. Und dann denkst du vielleicht noch so was wie: Nehm ich heute einfach nur Seife, was schneller geht, oder die teure Frisiercreme oder aber beides zusammen, und plötzlich – du hast gerade die Hände voller Schmadder und fuhrwerkst damit in deinen Haaren herum –, zack, ist er da, dieser Melancholie-Einfall oder irgendeine andere komische Idee. Und mit einem Mal ist dir total egal, in welche Richtung deine Haare heute stehen werden, denn mit einem Mal ist dir klar: Mensch, René, es gibt so viel Wichtigeres auf der großen, weiten Welt als den Sitz deiner dämlichen Frisur.
Jedenfalls ein, zwei Momente lang.
Das mit den Blitzeinfällen hatte stark zugenommen, seit wir vor einem Jahr angefangen hatten, diese Bücher zu lesen, Dirk, Michael und ich. Baudelaire und diesen ganzen Kram. Auch unseren Wortschatz hatten die Lektüren ziemlich aufgemotzt. Wir sagten jetzt Equipage statt Kutsche, wir sagten heutzutage, jemand sei impertinent, der uns früher einfach nur auf die Ketten gegangen war, und unser Segelohr, das heißt, meines, versteckte ich nicht mehr unter den Haaren, sondern kaschierte es.
Durch sie.”

 

 1999620-636e29b050faaf718ba6d97c077204ec.jpg
André Kubiczek (Potsdam, 20 januari 1969)

 

 

De Israëlische schrijfster, journaliste en literatuurwetenschapster Batya Gur werd geboren op 20 januari 1947 in Tel Aviv. Zie ook alle tags voor Batya Gur op dit blog.

Uit:Denn am Sabbat sollst du ruhen (Vertaald door Margalit Zibaso)

“Es würde, das wußte Schlomo Gold, noch Jahre dauern, bis er sein Auto vor dem Institut parken könnte, ohne eine kalte Hand zu spüren, die nach seinem Herzen griff. Er dachte manchmal sogar, das Institut solle seinen Sitz verlegen, damit ihm diese immer wiederkehrende Panik erspart bliebe. Auch die Möglichkeit, seine Patienten an einem anderen Ort zu behandeln, hatte er schon erwogen. Aber seine Supervisoren waren der Ansicht, daß in seiner Situation innere Prozesse nötig seien, keine äußeren Veränderungen.
Noch immer klangen die Worte des alten Hildesheimer in ihm nach. Es gehe doch nicht um das Gebäude, hatte der Alte gesagt, nicht das Gebäude versetze ihn in Angst, sondern das, was jenes Ereignis in ihm ausgelöst habe. Seit jenem Tag hörte Gold den Alten jedesmal, wenn er sich dem Haus näherte, er hörte den schwerfälligen deutschen Akzent, er hörte diesen einen Satz: Mit seinen Gefühlen solle er sich auseinandersetzen, nicht mit Wänden aus Stein.
Allerdings, so hatte Hildesheimer dann gesagt, sei es eine Tatsache, daß es um seine, Golds, Analytikerin gegangen sei, und das müsse man in Rechnung stellen. Vielleicht sollte er versuchen, sich den "Schwierigkeiten zu stellen und dann an ihnen zu wachsen", hatte der alte Mann gesagt und Gold mit einem kühlen, durchdringenden Blick angesehen. Schlomo Gold aber, der einmal sehr stolz gewesen war, als man ihm die Schlüssel zum Gebäude ausgehändigt hatte, konnte sein Zimmer im Institut nicht mehr betreten, ohne von Entsetzen gepackt zu werden.
Wenn er nur daran dachte, was er alles hatte durchmachen müssen, bis man ihm die Schlüssel überhaupt anvertraute. Erst Ende seines zweiten Jahres als Kandidat trat die Unterrichtskommission zusammen und fand ihn geeignet, sich tatsächlich als voller Analytiker zu versuchen und seinen ersten Patienten (selbstverständlich unter Supervision) zu behandeln. Und nun war alles dahin, der Stolz über die Schlüssel und die Freude über das Besitzrecht an dem Haus, die ihn jedesmal überkommen hatte, wenn er die Tür öffnete - nichts würde wieder so werden wie es war, seit jenem Sabbat.
Einige machten sich lustig über Golds gefühlsbetonte Beziehung zu dem Gebäude, das sich das Institut zum Sitz gewählt hatte. Bis zu jenem Sabbat pflegte Gold jedem Gast, der nach Jerusalem kam, das Haus zu zeigen. Er tat das immer aus freien Stücken und verbarg nie sein Zugehörigkeitsgefühl zu dem Ort. Er hatte seine Arme ausgebreitet, als wolle er das Haus umarmen, seine beiden Stockwerke, die runde Veranda, den kleinen Park, in dem zu jeder Jahreszeit Rosen blühten, die Steintreppen, die sich zu beiden Seiten der Veranda wanden und zur Haustür führten. Dann hielt er inne und erwartete einen Ausdruck der Begeisterung, die Zustimmung, daß dieses herrliche Gebäude wirklich seinem Zweck gerecht wurde.“

 

 1999620-870e4c9b2610503d1cb5bcc7ff2cff66.jpg
Batya Gur (20 januari 1947 – 19 mei 2005)
Cover

 

 

De Turkse schrijver Nazim Hikmet werd op 20 januari 1902 geboren in Thessaloniki. Zie ook alle tags voor Nazim Hikmet op dit blog.

 

Over Leven

2
Stel, je krijgt een zware chirurgische ingreep,
met de kans niet meer
op te staan van de witte operatietafel.
Al voel je je droef bedrukt om een te vroeg heengaan
toch lach je om een Bektaşi-grap,
kijk je uit het raam of het gaat regenen
of wacht je toch ongeduldig op
de laatste nieuwsberichten.

Stel, ten behoeve van iets waarvoor het waard is te strijden
bevind je je aan het front.
Het kan dat je de eerste dag al, bij de eerste aanval
vooroverstort en sterft.
Je weet dit met een vreemde wrok,
maar toch ben je razend benieuwd
hoe deze mogelijk nog jaren slepende strijd zal aflopen.

Stel, je zit achter tralies,
loopt al tegen de vijftig,
en over achttien jaar pas zal de stalen poort zich openen.
Toch koester je de band met buiten,
met mens en dier, met strijd en wind,
met alles dus wat zich buiten de muren bevindt.

Dus in welke toestand, op welke plek ook
moet je leven als ging je nooit dood...

 


Vertaald door Wim van den Munkhof

 

 1999620-c78278363dc38295a970dbb3903417a5.jpg
Nazim Hikmet (20 januari 1902 – 3 juni 1963)
Portret door Durmuş Bahar, 2012

 

 

De Indiaase schrijfster Qurratulain Hyder werd geboren op 20 januari 1927 in Aligarh, Uttar Pradesh. Zie ook alle tags voor Qurratulain Hyder op dit blog.

Uit: River of Fire

“She had promised the Rajkumar she would wait for him. She had rejected many a fine suitor and was fast turning into a grumpy old maid. Soon, she may also have no option but to become a sanyasin or even a Buddhist nun. The princess shuddered.
Men who go away on long journeys are awaited anxiously in the rainy season by the women they leave behind. That's what all the rain songs say. But he had not come back, even in this year's Sawan and Bhadon, to end Champak's long vigil. How much more was her brother going to study, the princess wondered. Whether you acquire the wisdom of the three worlds or remain ignorant like this dasi, Jamuna, you die all the same. So why waste your precious youth squatting under the trees, cramming? I must not feel depressed so early in the morning. She said aloud: "Today I would like to try out a new hair-style when I get home."
"The other day I saw some snooty women from Pataliputra. They wore fan-like turbans jauntily fixed to one side, big-city women. They think we are dowdy and provincial." Champak, too, changed the subject. "My father says there is political trouble brewing in Pataliputra, so they have come here."
It began to drizzle.
Both of them gazed wistfully at the further side of the river. The unknown scholar had vanished behind a moving curtain of rain.
Gautam reached midstream. He turned his head once to catch a last glimpse of the girl with the champak blossoms. Then he began swimming with all his strength and reached the other bank where cranes stood about sorrowfully, drenched in rain. He spread his wet mantle on a shrub to dry. The sun was coming up. He went to the riverside village, a peacock-rearers' hamlet where they made fans from peacock feathers. Gautam stopped at the first house in the lane and knocked on the door. A jovial-looking householder peered out and seemed relieved to see a white-robed mendicant.”

 1999620-b8ca5731da29993d989ba4fa40a24bf7.jpg
Qurratulain Hyder (20 januari 1927 – 21 augustus 2007)

 

 

De Amerikaanse schrijver Robert Olen Butler Jr. Werd geboren op 20 januari 1945 in Granite City, Illinois. Zie ook alle tags voor Robert Olen Butler Jr. en voor Robert Butler op dit blog.

Uit: Hell

“From Broadcast Central in the Great Metropolis where all rivers converge, all storms make a beeline, and all the levees look a little fragile, it’s the Evening News from Hell. And now here’s your anchorman, looking a little fragile himself, Hatcher McCord.” The voice of Beelzebub, Satan’s own station manager, mellifluously fills Hatcher McCord’s head from the feed in his ear. He squeezes the sheaf of papers with both hands, and he knows even without looking that they’re blank by now and he’ll be on his own—the last thing he wants is to rely on the teleprompter, though he will be compelled to try—and yes, he’s feeling a little fragile—and the three dozen monitors arrayed before him burst into klieg-light brightness with his face pasty and splashed with razor burn and dark around the eyes.
“Good evening,” Hatcher says, from the teleprompter. “Good evening, good evening, good evening,” he continues to read. “Poopy butt, poopy butt, poopy butt.” And he wrenches his eyes from the scroll that is about to drop its baby-talk irony and get into some serious obscenity. Hatcher has been allowed to keep his anchorman ability to improvise, though even in his earthly life when he had to do this, which he did most every night—to cut or expand to fit the time hole—we’re eleven seconds heavy, we’re twenty seconds light—he churned with anxiety at the grasp of every phrase. He understands, of course, that his anxiety is why he’s allowed to keep the skill. And Satan does indeed seem to want the news to be the news every night. Hatcher knows he gets to pulls this off, though that doesn’t lessen his worry.”

 

 1999620-d2fca829557f36180649c377f9b73350.jpg
Robert Olen Butler Jr. (Granite City, 20 januari 1945)

 

 

De Duitse schrijver en journalist Axel Hacke werd geboren op 20 januari 1956 in Braunschweig. Zie ook alle tags voor Axel Hacke op dit blog.

Uit:Die Tage, die ich mit Gott verbrachte

„Diese ganze seltsame Geschichte begann mit einer Reise, die ich unternahm. Ich fuhr mit dem Zug in eine andere Stadt. hatte dort zu tun, und als das erledigt war, saß ich wieder im Zug und fuhr nach Hause. Es war Nacht, es war dunkel, ich sah zum Fenster hinaus…
Nein, das ist nicht richtig!
Ich sah nicht zum Fenster hinaus, denn ich sah im Fenster nur mich selbst. Das kennt jeder. der schon einmal mit dem Zug durch die Nacht gefahren ist: dass man von seinem Spiegelbild begleitet wird. Man schaut es an, und das Bild schaut zurück und man selbst schaut auch wieder zurück; so geht das hin und her, und irgendwann vergisst man, wer man ist, der hier oder der da drüben. Oder ist hier, so fragt man sich nach einer Weile, gar nicht hier, sondern eben - drüben?
Aber was nun kam, isr vielleicht noch niemandem passiert, und das, was danach geschah, schon gar nicht.
Deshalb erzähle ich es hier.
Denn nach einem Moment, in dem das Spiegelbild und ich besonders viel hin und her und her und hin geschaut hatten und ich eben, wie gesagt, schon gar nicht mehr wusste, wer jetzt das Spiegelbild war und wer ich selbst, und in dem ich mich fragte, warum ich mich die ganze Zeit selb5t betrachtete und was ich eigentlich zu sehen hoffte, wenn ich mich selbst so ansah, und nachdem (also nach diesem einen Moment) ichwohl ein bisschen eingenickt war und fiir Sekunden nicht mehr recht wusste, ob ich nun noch schlief oder schon wach war – da fuhr einer von uns beiden allmählich schneller und schneller und dem anderen davon.“

 

 1999620-539bee43945b4a78bf88d57b19bc688e.JPG
Axel Hacke (Braunschweig, 20 januari 1956)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e januari ook mijn blog van 20 januari 2013 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Julian Barnes, Bert Natter, Edgar Allen Poe, Edwidge Danticat, Patricia Highsmith, Marie Koenen, Gustav Meyrink, Eugénio de Andrade, Thomas Gsella

De Engelse schrijver Julian Barnes werd geboren op 19 januari 1946 in Leicester. Zie ook alle tags voor Julian Barnes op dit blog.

Uit:Het tumult van de tijd (Vertaald door Ronald Vlek)

“Het gebeurde midden in de oorlog, op een perron, even vlak en stoffig als de eindeloze steppe die het omringde. De wachtende trein was twee dagen geleden uit Moskou vertrokken, in westelijke richting; nog twee of drie dagen te gaan, afhankelijk van kolenvoorraad en troepenbewegingen. Het was kort na zonsopgang, maar de man – in werkelijkheid maar een halve man – was al bezig zich op een platte lorrie met houten wielen naar de slaaprijtuigen te stuwen. Er was geen andere manier om het geval voort te bewegen dan aan de voorkant te wrikken, en om te voorkomen dat hij zijn evenwicht verloor had hij een touw onder de lorrie door gehaald en door zijn broeksband gestoken. De handen van de man waren omzwachteld met smerige repen stof en zijn huid was gehard door het bedelen op straten en stations.
Zijn vader was een overlevende geweest van de vorige oorlog. Hij was vertrokken met de zegen van de dorpspriester om te gaan vechten voor het vaderland en de tsaar. Toen hij terug was gekomen waren de priester en de tsaar inmiddels verdwenen, en was zijn vaderland niet meer hetzelfde geweest. Zijn vrouw had gegild toen ze zag wat de oorlog met haar man had gedaan. Nu woedde er opnieuw een oorlog, en was dezelfde indringer weer terug, al waren de namen veranderd; de namen aan beide kanten.
Maar verder was er niets veranderd: jonge mannen werden nog steeds door kanonnen aan flarden geschoten en vervolgens door chirurgen ruw opengesneden. Zijn eigen benen waren afgezet in een veldhospitaal te midden van kapotgeschoten bomen. Allemaal voor een hoger doel, zoals dat de vorige keer ook het geval was geweest. Het liet hem koud. Laat anderen daar maar over twisten; zijn enige zorg was het einde halen van de volgende dag. Hij was verworden tot een techniek om te overleven. Beneden een bepaald niveau werden alle mannen dat: een techniek om te overleven.
Enkele passagiers waren uitgestapt om zich even te vertreden in de stoffige lucht; andere zaten met hun gezicht voor de ramen van de rijtuigen. Terwijl de bedelaar naderbij kwam, hief hij luidkeels een obsceen soldatenlied aan. Sommige passagiers zouden hem misschien een paar kopeken toewerpen als dank voor het vertier; andere hem betalen om zich te verwijderen.”

 

 1999303-7cb9a3b59a0e60c883f7d6215ee6d4a4.jpg
Julian Barnes (Leicester, 19 januari 1946)

 

 

De Nederlandse schrijver, uitgever en journalist Bert Natter werd geboren in Baarn op 19 januari 1968. Zie ook alle tags voor Bert Natter op dit blog.

Uit: Goldberg

“Goldberg beschouwde ik als een volkomen oninteressant fenomeen. Niet meer dan een voetnoot bij Bach, de componist op wie ik wilde afstuderen. Een onderzoek naar wat we echt weten over de grootste componist die ooit heeft geleefd, leek mij een prachtig onderwerp voor een scriptie aan de faculteit Muziekwetenschappen te Utrecht, bedacht ik op de fiets naar de afspraak met mijn docent. Als we spreken over wat zeker is met betrekking tot het leven van Johann Sebastian Bach zijn we namelijk snel uitgeluld, dat is ongeveer evenveel als wat bekend is over het bestaan vanwillekeurig welke andere achttiende-eeuwer: vrijwel niets. En nog minder weten we trouwens over Goldberg.
Ik legde mijn docent uit dat ik me aan de feiten wilde houden die we kunnen bewijzen met behulp van bronnen, zoals archiefstukken, brieven, dagboeken, contemporaine publicaties die op Bach betrekking hebben. ‘De rest is ruis,’ zei ik.
Toebos was gematigd enthousiast en zei: ‘Je geeft zelf al aan dat je scriptie aan de magere kant zal zijn, maar vooruit.’ Misschien gaf hij me alleen toestemming om dit onderwerp te nemen omdat hij vond dat ik zo aanstekelijk stond te orakelen aan zijn lege bureau.
Drs. Toebos was zelf in de jaren zeventig afgestudeerd, vast in een vaal en rafelig spijkerpak, met baard en vette haren, een sjekkie achter het oor, op De première van de Bach-Variationen für großes Orchester van Paul Dessau door de Mecklenburg Staatskapelle onder Klaus Tennstedt te Schwerin in 1963. Het is een nog eindeloos veel saaier geschrift dan deze toch al niet sexy omschrijving doet vermoeden. Het werk klinkt ook alsof de toondichter door de Oost-Duitse Stasi onder bedreiging van automatische wapens werd gedwongen deze orkestrale slaappil te schrijven, maar in zijn scriptie wekt Toebos de indruk dat het gaat om een compositorische oerknal die nog in het muzikale universum nadreunt en waarbij vergeleken de première van Stravinsky’s Le Sacre du Printemps een machteloze muggenscheet is”.

 

 1999303-8384169b4b4ce3bb11d1163c96efa2bf.jpg
Bert Natter (Baarn, 19 januari 1968)

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Edgar Allen Poe werd geboren op 19 januari 1809 in Boston. Zie ook alle tags voor Edgar Allen Poe op dit blog

 

The Raven (Fragment)

Back into the chamber turning, all my soul within me burning,
Soon again I heard a tapping somewhat louder than before.
“Surely,” said I, “surely that is something at my window lattice;
Let me see, then, what thereat is, and this mystery explore—
Let my heart be still a moment and this mystery explore;—
’Tis the wind and nothing more!”

Open here I flung the shutter, when, with many a flirt and flutter,
In there stepped a stately Raven of the saintly days of yore;
Not the least obeisance made he; not a minute stopped or stayed he;
But, with mien of lord or lady, perched above my chamber door—
Perched upon a bust of Pallas just above my chamber door—
Perched, and sat, and nothing more.

Then this ebony bird beguiling my sad fancy into smiling,
By the grave and stern decorum of the countenance it wore,
“Though thy crest be shorn and shaven, thou,” I said, “art sure no craven,
Ghastly grim and ancient Raven wandering from the Nightly shore—
Tell me what thy lordly name is on the Night’s Plutonian shore!”
Quoth the Raven “Nevermore.”

Much I marvelled this ungainly fowl to hear discourse so plainly,
Though its answer little meaning—little relevancy bore;
For we cannot help agreeing that no living human being
Ever yet was blessed with seeing bird above his chamber door—
Bird or beast upon the sculptured bust above his chamber door,
With such name as “Nevermore.”

But the Raven, sitting lonely on the placid bust, spoke only
That one word, as if his soul in that one word he did outpour.
Nothing farther then he uttered—not a feather then he fluttered—
Till I scarcely more than muttered “Other friends have flown before—
On the morrow he will leave me, as my Hopes have flown before.”
Then the bird said “Nevermore.”


 1999303-4d934d6de2d9d92b197bff23cdca9caf.jpg
Edgar Allen Poe (19 januari 1809 – 7 oktober 1849) 
Cover 

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Edwidge Danticat werd geboren in Port-au-Prince op Haïti op 19 januari 1969. Zie ook alle tags voor Edwidge Danticat op dit blog.

 

Tourist

Tourist, don’t take my picture
Don’t take my picture, tourist
I’m too ugly
Too dirty
Too skinny
Don’t take my picture, white man
Mr. Eastman won’t be happy
I’m too ugly
Your camera will break
I’m too dirty
Too black
Whites like you won’t be content
I’m too ugly
I’m gonna crack your Kodak
Don’t take my picture, tourist
Leave me be, white man
Don’t take a picture of my burro
My burro’s load’s too heavy
And he’s too small
And he has no food here
Don’t take a picture of my animal
Tourist, don’t take a picture of the house
My house is of straw
Don’t take a picture of my hut
My hut’s made of earth
The house already smashed up
Go shoot a picture of the Palace
Or the Bicentennial grounds
Don’t take a picture of my garden
I have no plow
No truck
No tractor
Don’t take a picture of my tree
Tourist, I’m barefoot
My clothes are torn as well
Poor people don’t look at whites
But look at my hair, tourist
Your Kodak’s not used to my color
Your barber’s not used to my hair
Tourist, don’t take my picture
You don’t understand my position
You don’t understand anything
About my business, tourist
“Gimme fie cents”
And then, be on your way, tourist.

 

 1999303-7506ed9f6f007e40ce92490537f26ba6.jpg
Edwidge Danticat (Port-au-Prince, 19 januari 1969)

 

 

De Amerikaanse schrijfster Patricia Highsmith werd geboren als Mary Patricia Plangman in Fort Worth (Texas) op 19 januari 1921. Zie ook alle tags voor Patricia Highsmith op dit blog.

Uit:Strangers on a Train

“The train rushed along angrily. Guy was thinking about Miriam.
He saw her round pink face, her cruel mouth ... he started to hate her.
'Perhaps Miriam doesn't want a divorce,' Guy thought unhap­pily. 'But she's pregnant and it's not my child, and she must want to marry the father. Why does she want to see me, though? She can get a divorce without that. Perhaps she doesn't want a divorce, only money.'
Miriam sometimes asked him for money and he always sent it because she was good at making trouble and Guy didn't want his mother to be unhappy. In Metcalf, Guy's home town, Miriam pretended that Guy lived in New York so he could succeed as an architect before he sent for her.
Guy thought about his girlfriend Anne and how much he loved her, and about the important job he had in Florida. He felt happy.
'Soon . . .' Guy said to himself. 'Soon . . .' He started to read his book.
After he had read half a page Guy looked up and saw a young man sitting opposite him. The young man was very tall and thin, and he smiled shyly at Guy as if he did not know whether to speak or not. Guy moved in his seat and accidentally touched the young man's foot.
'Sorry,' Guy said.
'That's all right,' the man said. 'Say, where are we? Do you know?'
'Texas.'
The young man took a small bottle of whisky from his pocket and offered it to Guy with a friendly smile. He had a very large head, his face did not look stupid or intelligent, or young or old. His eyes were red and tired, but his skin was as smooth as a girl's.
'No, thanks,' Guy said.
The young man drank some of the whisky, then he asked, very politely, 'Where are you going?'
'Metcalf.' Guy wanted to read his book.
'Nice town, Metcalf,' the young man said. 'Are you going on business?'
'Er, yes.' Guy turned the page of his book.
'What business?' the young man asked, like a child.
'I'm an architect.'
'That's interesting,' he said. He put his hand forward. 'My name's Bruno, Charles Anthony Bruno.'

 

 1999303-2ddeb990d48ce6797bee8b7e9da15cee.jpg
Patricia Highsmith (19 januari 1921 - 4 februari 1995)
Bruno Anthony (Robert Walker) en Guy Haines (Farley Granger) in de gelijknamige film van Alfred Hitchcock uit 1951

 

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Marie Koenen werd geboren in ’s-Hertogenbosch op 19 januari 1879. Zie ook alle tags voor Marie Koenen op dit blog.

Uit: Het Pardon der Heiligen

“Wanneer in den nacht van Maria-Hemelvaart de vreugdevuren en alle kaarsen- en fakkelvlammen van het vigilie gedoofd zijn rondom de kerk van la Clarté, dat in de landstaal Sklerder heet, - als daarbinnen alleen nog de kleine goudster der Godslamp haar schemerschijnen laat spelen over de gouden sterren van Maria's bruidskleed, over de gouden lelies van haar weidschen blauwen koninginne-mantel, in de edelsteenen van haar kroon en van de kroon van haar lief Kind, den Koning der Wereld, - dan komen, hoog boven de zee en toch lager dan de sterren, die groote witte wolken naderdrijven, een vloot van hemelschepen. Bij den diepen samenzang van den vloed en den nachtwind varen ze aan, recht op Maria's heiligdom toe, dat op den hoogsten kustheuvel, halverwegen de bocht tusschen Perros en Trégastel, zijn doorzichtigen torenflits opheft tot wegwijzer voor allen te-land of ter-zee.
Rustig en welbestierd zeilen de wolkenschepen over de Zeven-Eilanden en de rotsbaai van Ploumanach heen, om ergens ginds tegen de paarse heideheuvels te landen. Na hun voorbijgang is de nachthemel boven aarde en water van het droomverzonken Bretagne meteen weer helder, groen en blauw maar ijler en doorzichtiger dan de zee bij dag, en véél wijder nog, grenzeloos-wijd en zuiver in den schijn van Godslichtende waaklamp, de maan.
Alleen over de hollewegen, de voetpaden, de breedere banen, die van alle hemelstreken naar de kerk van Sklerder geleiden, bewegen schaduwen voort, bij het geschuifel van vele voeten en het geprevel van vele biddende stemmen. Want dichte scharen van beevaartgangers brachten de wolkenschepen aan, alle Hemelingen, - en geen bleef er achter - die op de altaren, tegen de pilaren of in de portieken der kerken van Bretagne, in veldkapel of deur-nis, bij de bronnen in de bosschen of op de rotsen van de kust hun beeld weten staan.”

 

 1999303-68080b79126c807f1bc36ad952197096.jpg
Marie Koenen (19 januari 1879 - 11 juli 1959)
Getekend portret door Jan Bogaerts, 1932

 

 

De Oostenrijkse schrijver Gustav Meyrink werd op 19 januari 1868 te Wenen geboren. Zie ook alle tags voor Gustav Meyrink op dit blog.

Uit: Walpurgisnacht

"Ich war unten! In der Welt!" platzte der Hofrat von Schirnding heraus und betupfte seine Stirn mit einem riesigen, rot-gelb-gefleckten Taschentuch. "Und bei der Gelegenheit hab' ich mir die Haare schneiden lassen." – er fuhr sich mit dem Finger hinter den Kragen, als jucke ihn der Hals.
Derartige auf einen angeblich nur schwer zu bändigenden Haarwuchs abzielende Bemerkungen pflegte er jedes Vierteljahr zu machen, in dem Wahn, man wisse nicht, daß er Perücken trage – einmal langlockige, dann wieder kurzgeschorene –, und immer bekam er auch in solchen Fällen staunenerfülltes Gemurmel zu hören. Aber diesmal blieb es aus: Die Herrschaften waren zu verblüfft, als sie vernahmen, wo er gewesen sei.
"Was? Unten? In der Welt? In Prag? Sie?" Der kaiserliche Leibarzt Flugbeil war erstaunt herumgefahren. "Sie?"
Den beiden anderen blieb der Mund offen. "In der Welt! Unten! In Prag!"
"Da – da haben Sie ja ieber die Brücke missen!" brachte die Gräfin endlich stockend heraus. "Was denn, wenn sie eingestirzt wäre?!"
"Eingestirzt!! No servus!" krächzte Baron Elsenwanger und wurde blaß. "Unberufen" – er ging zittrig zur Ofennische, vor der noch aus der Winterszeit her ein Scheit Holz lag, nahm es, spuckte dreimal darauf und warf es in den kalten Kamin – "Unberufen."
Bo¸ena, das Dienstmädchen, in zerlumpten Kittel, ein Kopftuch um und barfuß, wie es in altmodischen Prager Patrizierhäusern üblich ist, brachte eine prunkvolle Schüssel aus schwerem getriebenem Silber herein.
"Aha! Wurstsuppe!" brummte die Gräfin und ließ befriedigt ihre Lorgnette fallen. – Sie hatte die Finger des Mädchens, die in viel zu weiten, weißen Glacéhandschuhen staken und in die Brühe hineinhingen, für Würste gehalten. –
"Ich bin mit – der Elektrischen gefahren", stieß der Herr Hofrat gepreßt hervor, immer noch voll Aufregung des überstandenen Abenteuers eingedenk.“

 

 1999303-8fdca9fdeb865accf717680888c2b856.jpg
Gustav Meyrink (19 januari 1868 – 4 december 1932)
Walpurgisnacht door Albert Welti, 1896-97

 

 

De Portugese dichter Eugénio de Andrade (eig. José Fontinhas) werd geboren op 19 januari 1923 in Póvoa de Atalaia. Zie ook alle tags voor Eugénio de Andrade op dit blog.

 

An Lissabons Jacarandabäume

Sie kündigen den Sommer an.
Ich kenne keine andere Pracht, kein weiteres
Paradies: an seinem Eingang stehen die Jacarandabäume
in voller Blüte, einer an jeder Seite.
Und ein Lächeln, ruhige Wohnstatt,
erwartet mich.
Der Raum in ihrer Umgebung
vervielfacht seine Spiegel, öffnet
Balkone zum Meer.
Und wie in den kindlichsten Träumen:
kann ich fliegen und die hohen Wolken
fast berühren – Bruder der Vögel –,
mich in der Luft verlieren

 

Vertaald door Juana und Tobias Burghardt

 

 

Er was...

Er was
een woord
in het duister.
Minuscuul. Onbekend.

Het hamerde in het duister.
Het hamerde
op de bodem van het water.

Vanuit het diepste van de tijd,
hamerde het.
Tegen de muur.

Een woord.
In het duister.
Dat mij riep.

 

Vertaald door Toon Cappuyns en Germain Droogenbroodt

 

 1999303-f157923f440437f001b96ce70fa61e42.jpg
Eugénio de Andrade (19 januari 1923 – 13 juni 2005)

 

 

De Duitse dichter en satiricus Thomas Gsella werd geboren op 19 januari 1958 in Essen. Zie ook alle tags voor Thomas Gsella op dit blog.

 

Karlsruhe

In Karlsruhe leben heißt Trauer und Tod.
Nach Karlsruhe ziehen heißt Schrecken.
Aus Karlsruhe herkommen heißt voller Not
An Herkommen zittend verrecken.

Von Karlsruhe lesen macht Ekel und Wut
Im Erdrund der Menschengemeinde.
Von Karlsruhe Schlechtes zu schreiben tut gut.
Für Karlsruhe sprechen macht Feinde.

In Karlsruhe wüten mit grauem Gesicht
Und blutroten Roben und Tonnengewicht
Die Herren der eisernen Worte.

Sie nennen sich Bundesverfassungsgericht
Und brennen und schänden und schonen dich nicht
Im furchtbarsten Ort aller Orte.

 

 

Gummersbach

Zehn Männer spielten Fußball nicht
Wie Müller, ich und du.
Die Männer waren nicht ganz dicht:
Sie warfen (!) ihn sich zu.

Das hat die Männer krank gemacht
An Seele, Hirn und Nerven.
Die Armen übten Tag und Nacht
Das Fangen und das Werfen,

Obwohl doch Handball um und um
In blankem Wahnsinn mündet.
Um dieses Irrenhaus herum
Wurd Gummersbach gegründet.

 

 1999303-65ecac154ed3bceed0c509f1f11ea5ff.jpg
Thomas Gsella (Essen,19 januari 1958)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e januari ook mijn blog van 19 januari 2014 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:16 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten