Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 28 januari 2017 tot 29 januari 2017

Hans Plomp, Saskia de Coster, Willem Hussem, Lennaert Nijgh, Anton Tsjechov

De Nederlandse dichter en schrijver Hans Plomp werd op 29 januari 1944 in Amsterdam geboren. Zie ook alle tags voor Hans Plomp op dit blog.

Uit: Taras Bustos en de eeuwigheid

“Pas vele slopende weken nadat hij de fatale diagnose had, durfde dokter Poliot, lijfarts van de bekende vrijgezel-miljardair Taras Bustos (Doctor Honoris Causa), zijn Baas te vertellen aan welke vreselijke ziekte hij leed.
De baas reageerde als een ware stier, en zou Poliot met een tafelaansteker de hersens ingebeukt hebben, als deze niet met een wanhopige falsetto had gekrijst: ‘Wacht, wacht, Baas Bustos. Al is mijn nietswaardige leven niet waard verder geleefd te worden, als u mocht komen te overlijden, wacht toch op mijn laatste raadgeving voordat u mij verplettert.’
Bustos gooide de massieve tafelaansteker in het open vuur. Sinds hij ziek was geworden, bivakkeerde Bustos onder de kap van de reusachtige schouw in zijn landhuis. Op een simpele ligstoel zat hij de hele dag nors voor zich uit te kijken. En hij had de vreemde gewoonte ontwikkeld om alles wat hij had aangeraakt in het vuur te werpen, ongeacht waarde of schoonheid. Dokter Poliot hield het erop dat de Baas een ontsmettingsneurose had, dat hij alles wat hij met zijn zieke handen had aangeraakt, voorgoed onschadelijk wilde maken. Maar het was toch alweer weken geleden dat hij de Baas had ingelicht dat de ziekte niet besmettelijk was, en sindsdien was de verbrandingsmanie alleen maar groter geworden. Baas Bustos ging nu zelfs zover zijn hele bed te laten verbranden, meteen als hij zich 's ochtends in de nieuwe ligstoel onder de schouw had laten zakken. Urenlang zat hij te kijken, hoe zijn personeel iedere dag het slaapkamerinterieur verbrandde in de haard. En als de voorraad brandbaar materiaal op was, kwam Bustos uit zijn stoel en bewoog zich kriskras door het huis, somber neuriënd. En alles wat hij op zijn korte wandeling aanraakte, moest vernietigd worden, tot de vloerkleden die hij met zijn sloffen had aangeraakt toe.
Vanaf de gaanderij sloeg Poliot hem soms urenlang onopgemerkt gade, doodsbang de Baas definitief in te lichten over de aard van zijn ziekte. En langzamerhand had Poliot ontdekt, dat de Baas de fatale aard van zijn kwaal moest kennen. Er was iets woests over Bustos gekomen, iets verwoestends, iets dat op een naderend einde duidde. In het huis was niets te merken van de maniakale aanval van de miljardair. Nog geen vijf minuten nadat de slaapkamer ontruimd was, droegen de mannen van een prominente firma een identiek meubelement binnen, iedere ochtend met dezelfde matte grap: ‘het wegwerpinterieur voor Doctor Bustos. Wilt u even tekenen alstublieft’.”

 

 2002725-0abf4d6510246794c8d3f2a3dd4cdbec.jpg
Hans Plomp (Amsterdam, 29 januari 1944)
Portret door Hennie van der Vegt. 2002

 

 

De Vlaamse schrijfster Saskia de Coster werd geboren in Leuven op 29 januari 1976. Zie ook alle tags voor Saskia de Coster op dit blog.

Uit:Wij en ik

‘Dag, lieve Heer, goedemorgen. Het is lang geleden, maar hier ben ik weer. Laat mij beginnen mel u te feliciteren met uw verpletterende overwinning in Ooszuitsland. Ik heb op de radio gehoord dat de christenen daar fameus gewonnen hebben met de verkiezingen.
Dank u voor deze dag. Ik heb nel mijn koflìe gedronken, dus het zou hier moeten lukken.
Het lijkt alsofik alleen maar bij u kom als ik iets wil wagen, wanneer ik problemen heb of weer iets gedaan wil krijgen. Ik besef dat.
Maar zie mij hier zitten. met mijn vierentachtig jaar. Het kost mij gewoon al elke dag zo veel moeite om mijn mijn ogen open tehouden dat ik aan de rest niet eens toekom. Ik geloof echt in u, lieve Meer, ook al hoort u zo weinig van mij, dat wil ik echt duidelijk maken. Het feit dat ik hier nu met u zit te praten alleen al, bewijst dat.
Ik heb u iels te vragen. Iets echts dit keer. Ik weet dat ik u al vaak met onbenulligheden heb lastiggevallen. Te vaak, achteraf bekeken.
Die keer tnen ik veertien was en examen huishoudkunde had bijvoorbeeld, het was ongepast om uw hulp daarvoor in te roepen. U zou groot gelijk hebben gehad als u me toen niet geholpen had. Ik had uw hulp trouwens niet nodig. Zo’n eenvoudig examen. Ik had de beste punten van heel de klas. De beste van eenenveertig meisjes.
Ik herinner me nog goed hoe zenuwachtig ik was de dag voor het examen. Zodra ik de vragen zag‚wist ik spek voor mijn bek. Ik wist ook dat ik nooit zou mogen verder studeren, zo slim was ik wel, om dat te weten. Ik ben ook niet dom hè, hoe had ik anders zulke slimme kinderen kunnen krijgen. Dank u daarvoor, God.”

 

 2002725-dddcf3d7334545e8cbff8816371ccc48.jpg
Saskia de Coster (Leuven, 29 januari 1976)

 

 

De Nederlandse schilder en dichter Willem Hussem werd geboren in Rotterdam op 29 januari 1900. Zie ook alle tags voor Willem Hussem op dit blog.

 

al ben ik zeventig ik plant nog bomen
laten de buren mij niet bespotten
in de geboorte schuilt de dood
het is goed het sterfuur niet te weten

we gaan
we gaan verder
het afscheid tussen ons in

 

schuimen
dagdromen
ruiters doemen uit
de zeedamp op
en verdwijnnen

 

 2002725-9cf2dbc7d29f0319afecadb502839424.jpg
Willem Hussem (29 januari 1900 - 21 juli 1974)
Willem Hussem, Boulevard, strand en zee van Scheveningen, 1936

 

 

De Nederlandse tekstdichter, columnist en schrijver Lennaert Nijgh werd geboren in Haarlem op 29 januari 1945. Zie ook alle tags voor Lennaert Nijgh op dit blog.

Uit: Heren (Column)

'Jajaja, Meneer. Neemt u het Uw personeel a.u.b. niet kwalijk. Alstublieft!'
Vijf minuten later, toen ik inmiddels vanuit de woonkamer naar buiten stond te kijken, waar de kleine rooie nog altijd dapper zat te wezen, hing Meneer weer om me heen.
'Mrôawhgnkaaa!'
Kat en mens leven niet bij brood alleen. Geloof me, er is in dit ondermaanse meer dan platweg vreten en zuipen.
Toen sprong Meneer in de vensterbank. Meteen reageerde de rooie rakker aan de andere kant van de ruit. Ik bleef roerloos staan, benieuwd wat er nu ging gebeuren. De rooie klauterde onvervaard op de tuinbank en Meneer draaide zijn enorme hoofd naar hem toe. Ze keken elkaar aan.
Het bleek weer eens dat het niet uitmaakt hoe oud een kat is, of hoe groot. Meneer verviel in hetzelfde domme tekenfilm-gedrag als jonge katjes. Hij wendde zijn blik van de rode duivel daarbuiten af, gaf een niet ter zake doend kopje aan een toch al zieltogend plantje dat bijna op de grond lazerde en keek vervolgens mij aan. Één en al liefde.
'Kom maar, Neerie. Bedje toe.'
Hij dribbelde verrukt met me mee. Ik deed het licht uit. Achter het raam zag ik nog steeds het gedrongen profiel van de jonge rooie. Ik kon hem bijna horen schreeuwen: 'Slappe Aerdenhoutse bal! Dikke zwarte kakker! Vuile VVD-er! Kom 's buiten als je durft!'
In een flits zag ik mijn eigen kleine rooie voor me, vijftien jaar geleden als één van de zes op de Westelijke Randweg overreden katten door mij in tranen van het asfalt geschraapt. Wat deed een omgevallen kamerplant er dan toe?
Even later lag Meneer naast me in bed. In zijn rokkostuum. Wijdbeens op zijn rug, snurkend. Buiten begon het te regenen. Ik sliep in met een plaatsvervangend schuldgevoel.
Meneer, de Heren hebben niet te klagen.

 

 2002725-e1d56f5e669bb44b229bd666c8d658ad.jpg
Lennaert Nijgh (29 januari 1945 - 28 november 2002)
 

 

De Russische schrijver Anton Tsjechov werd geboren op 29 januari 1860 in Taganrog, een havenstad in Zuid-Rusland. Zie ook alle tags voor Anton Tsjechov op dit blog.

Uit:The Lady with the Dog (Vertaald door Constance Garnett)

“It was said that a new person had appeared on the sea-front: a lady with a little dog. Dmitri Dmitritch Gurov, who had by then been a fortnight at Yalta, and so was fairly at home there, had begun to take an interest in new arrivals. Sitting in Verney's pavilion, he saw, walking on the sea-front, a fair-haired young lady of medium height, wearing a béret; a white Pomeranian dog was running behind her.
And afterwards he met her in the public gardens and in the square several times a day. She was walking alone, always wearing the same béret, and always with the same white dog; no one knew who she was, and every one called her simply "the lady with the dog."
"If she is here alone without a husband or friends, it wouldn't be amiss to make her acquaintance," Gurov reflected.
He was under forty, but he had a daughter already twelve years old, and two sons at school. He had been married young, when he was a student in his second year, and by now his wife seemed half as old again as he. She was a tall, erect woman with dark eyebrows, staid and dignified, and, as she said of herself, intellectual. She read a great deal, used phonetic spelling, called her husband, not Dmitri, but Dimitri, and he secretly considered her unintelligent, narrow, inelegant, was afraid of her, and did not like to be at home. He had begun being unfaithful to her long ago — had been unfaithful to her often, and, probably on that account, almost always spoke ill of women, and when they were talked about in his presence, used to call them "the lower race."
It seemed to him that he had been so schooled by bitter experience that he might call them what he liked, and yet he could not get on for two days together without "the lower race." In the society of men he was bored and not himself, with them he was cold and uncommunicative; but when he was in the company of women he felt free, and knew what to say to them and how to behave; and he was at ease with them even when he was silent. In his appearance, in his character, in his whole nature, there was something attractive and elusive which allured women and disposed them in his favour; he knew that, and some force seemed to draw him, too, to them.
Experience often repeated, truly bitter experience, had taught him long ago that with decent people, especially Moscow people — always slow to move and irresolute — every intimacy, which at first so agreeably diversifies life and appears a light and charming adventure, inevitably grows into a regular problem of extreme intricacy, and in the long run the situation becomes unbearable. But at every fresh meeting with an interesting woman this experience seemed to slip out of his memory, and he was eager for life, and everything seemed simple and amusing "

 2002725-56890116768fd69d9f0a798d7c555989.jpg
Anton Tsjechov (29 januari 1860 – 15 juli 1904)
In 1887

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e januari ook mijn twee vorige blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 14:47 Reageer op dit bericht

Olga Tokarczuk, Hubert K. Poot, Romain Rolland, Germaine Greer, Mirjam Müntefering

De Poolse schrijfster Olga Tokarczuk is in Sulechów, dichtbij Zielona Góra, geboren op 29 januari 1962. Zie ook alle tags voor Olga Tokarczuk op dit blog.

Uit: Runners (Vertaald door Jennifer Croft)

“Kunicki has a good job. At work he’s a free man. He works as a sales representative for a big Warsaw publisher–representative, meaning he peddles books. He has several spots in town he has to stop by every so often to tout his wares; he always brings them the latest stuff and makes them special offers.
He drives up to a little store on the outskirts of town and gets the order he’s fulfilling out of the trunk of his car. The store is called Book and School Supplies Store, it’s too small to give itself such airs as a specific name, and anyway, most of what it sells is just notebooks and textbooks.
The order fits into a plastic box: guidebooks, two copies of the sixth volume of the encyclopedia, the memoirs of a famous actor, and the latest bestseller by the unrevealing title of Constellations–a whopping three copies of this. Kunicki promises himself he’s going to read it. They serve him coffee and a slice of cake. They like him. Washing down mouthfuls of cake with the coffee, he shows them the new catalog. This sells well, he says, and this right here gets ordered all the time. Such is Kunicki’s job. As he’s leaving he purchases a calendar that’s on clearance.
In the evening in his tiny office he fills in the publisher’s corporate forms with the orders he’s gotten; he sends the forms by email. He’ll receive the books in the morning.
He takes deep, relieved breaths, inhaling the smoke from his cigarette: the work day is done. He’s been waiting for this moment since morning so he can look through the pictures in peace. He hooks up the camera to the computer.”

 

 2002721-bd222d6ebde84833ffd918a014d659fd.jpg
Olga Tokarczuk (Sulechów, 29 januari 1962)

 

 

De Nederlandse dichter Hubert Kornelisz. Poot werd geboren in Abtswoude op 29 januari 1689. Zie ook alle tags voor Hubert K. Poot en ook voor Hubert Poot op dit blog.

 

Zomerse Avond

De moede zonnewagen
Staat vrachtloos, d' avondzon
Zinkt in de westerpekelbron.
Aldus ontglippen ons de wentelende dagen.
De star der Mingodin
Ziet d' eerste op 't aardtrijk neder.
Mineias dochters vliegen weder:
Ook spant de stille Nacht zijn zwarte paarden in.
Wij zien de schemeringen
Verdikken, waar we staan.
Alrede heft de gulden maan
Haar horens op, en rukt ter bane in harer kringen.
Hoe rust het hangend loof
Der luisterende bomen!
Geen wind beroert de vlakke stromen.
Het slaperige veld wordt blind en stom en doof.
Thans telt de herder blijer
't Gestalde vee, half vet.
De melkmeid schikt haar hoofddoek net,
En wacht met ongeduld de komst van hare vrijer.
De stad, het woelen moe,
Sluit, angstig voor gevaren
Die in 't bedrieglijk duister waren,
Haar logge poorten, en elk huis zijn deuren toe.
Voort biên de heuse bedden
De matte werkliên rust.
De halve wereld voelt met lust
Zich uit de dichte drom der daagse zorgen redden.
Ware Amaril nu mijn,
Wij zouden onder 't schuilen
Voorwaar geen droge kusjes ruilen;
Maar och! zal mij 't geluk wel ooit zo gunstig zijn?

 

 2002721-c64c732964606f3eb273bdc1f17255f9.jpg
Hubert K. Poot (29 januari 1689 - 31 december 1733)
Poot op dertigjarige leeftijd geschilderd door Thomas van der Wilt

 

 

De Franse schrijver Romain Rolland werd geboren op 29 januari 1866 in Clamecy. Zie ook alle tags voor Romain Rolland op dit blog.

Uit: Jean Christophe

“Telle est l’infirmité de la nature humaine! Soyez bon, pitoyable, intelligent, ayez souffert mille morts : vous ne sentirez pas la douleur de votre ami qui a mal aux dents. Si la maladie se prolonge, on est tenté de trouver que le malade exagère ses plaintes. Combien plus, lorsque le mal est invisible, au fond de l’âme! Celui qui n’est pas en cause trouve irritant que l’autre se fasse tant de bile pour un sentiment qui ne lui importe guère. Et enfin, l’on se dit , pour mettre sa conscience en repos :
“Qu’y puis-je? Toutes les raisons ne servent de rien.”
Toutes les raisons, cela est vrai. On ne peut faire du bien qu’en aimant celui qui souffre, en aimant bêtement, sans chercher à le convaincre, sans chercher à la guérir, en l’aimant et en le plaignant. L’amour est le seul baume aux blessures de l’amour. Mais l’amour n’est pas inépuisable, même chez ceux qui aiment le mieux; ils n’en n’ont qu’une provision limitée. Quand les amis ont dit ou écrit une fois tout ce qu’ils ont pu trouver de paroles d’affection, quand à leurs propres yeux ils ont fait leur devoir, ils se retirent prudemment, ils font le vide autour d’un patient, ainsi que d’un coupable. Et comme ils ne sont pas dans une honte secrète de l’aimer aussi peu, ils l’aident de moins en moins; il cherchent à se faire oublier, à oublier eux-mêmes. Et si le malheur importun s’obstine, si un écho indiscret pénètre jusqu’à leur retraite, ils en viennent à juger sévèrement cet homme sans courage, qui supporte mal l’épreuve. Soyez sûrs que s’il succombe, il se trouvera au fond de leur pitié sincère cette sentence dédaigneuse:
“Le pauvre diable! J’avais de lui une meilleur opinion.”

 

 2002721-dc7843535d151083e7a6a074ce691471.jpg
Romain Rolland (29 januari 1866 – 30 december 1944)
In 1921

 

 

De Australische literatuurwetenschapper en publiciste Germaine Greer werd geboren in Melbourne op 29 januari 1939. Zie ook alle tags voor Germasine Greer op dit blog.

Uit: The Female Eunuch

“Maybe I couldn’t make it. Maybe I don’t have a pretty smile, good teeth, nice tits, long legs, a cheeky arse, a sexy voice. Maybe I don’t know how to handle men and increase my market value, so that the rewards due to the feminine will accrue to me. Then again, maybe I’m sick of the masquerade. I’m sick of pretending eternal youth. I’m sick of belying my own intelligence, my own will, my own sex. I’m sick of peering at the world through false eyelashes, so everything I see is mixed with a shadow of bought hairs; I’m sick of weighting my head with a dead mane, unable to move my neck freely, terrified of rain, of wind, of dancing too vigorously in case I sweat into my lacquered curls. I’m sick of the Powder Room. I’m sick of pretending that some fatuous male’s self-important pronouncements are the objects of my undivided attention, I’m sick of going to films and plays when someone else wants to, and sick of having no opinions of my own about either. I’m sick of being a transvestite. I refuse to be a female impersonator. I am a woman, not a castrate.”
(…)

“In the struggle to remain a complete person and to love from her fullness instead of her inadequacy a woman may appear hard. She may feel her early conditioning tugging her in the direction of surrender, but she ought to remember that she was originally loved for herself; she ought to hang on to herself and not find herself nagging, helpless, irritable and trapped. Perhaps I am not old enough yet to promise that the self-reliant woman is always loved, but she cannot be lonely as long as there are people in the world who need her joy and her strength, but certainly in my experience it has always been so. Lovers who are free to go when they are restless always come back; lovers who are free to change remain interesting. The bitter animosity and obscenity of divorce is unknown where individuals have not become Siamese twins. A lover who comes to your bed of his own accord is more likely to sleep with his arms around you all night than a lover who has nowhere else to sleep.”

 

 2002721-21c744f2e520473d06613343c532c0e7.jpg
Germaine Greer (Melbourne, 29 januari 1939)

 

 

De Duitse schrijfster Mirjam Müntefering werd geboren op 29 januari 1969 in Neheim. Zie ook alle tags voor Mirjam Müntefering op dit blog.

Uit: Ada sucht Eva

„Sie will den Roman mit einer Sexszene beginnen lassen.
Nicht etwa, weil sie im wirklichen Leben auch so schnell zur Sache kommt. Sondern weil sie es liebt, wenn die Ordnung der Dinge auf den Kopf gestellt wird.
Niemand beginnt einen Roman mit einer Sexszene. Also will sie es tun.
Aber zu der Zeit, zu der diese Geschichte beginnt, lebt sie allein. Sie hat keinen Sex.
In dem orange beleuchteten Tunnel stank es nach Pisse und Autoabgasen. Ich ging so langsam, wie es gerade noch erträglich war. Wenn ich Glück hatte. würde jetzt einer kommen. Es war nach Mitternacht. und ich war allein im Tunnel.
Ich hatte Glück. Ein Zug donnerte über meinen Kopf hinweg. Seine Räder rumpelten über die Gleise. Aber es waren die Verbindungen, die das Donnern machten. Die Verbindungen zwischen zweien und allen anderen. Dieses Badong-Badong-Badong.“
Das ist die einzige Möglichkeit im Leben eines normalen Menschen, aus vollem Halse zu schreien. Weil einfach niemand es hört. Niemand nimmt Anstoß. Niemand sagt »Die spinnt« und erklärt einen damit zum Anormalen. Was fiir eine Gelegenheit! Ich legte den Kopf in den Nacken und schrie. Nur die Lautstärke zählte. Ich ließ meine Lungen zittern. Dann sah ich mich um und lachte. Du kannst nie sicher sein, ob nicht doch einer hinter dir geht."

 

 2002721-5e7daaae3679fcd2abde6862a9f73f2b.jpg
Mirjam Müntefering (Neheim, 29 januari 1969)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e januari ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 14:47 Reageer op dit bericht

Vicente Blasco Ibáñez, Serap Çileli, Gert Hofmann, Muna Lee, Johann Seume

De Spaanse schrijver Vicente Blasco Ibáñez werd geboren op 29 januari 1867 in Valencia. Zie ook alle tags voor Vicente Blasco Ibáñez op dit blog.

Uit:  The Four Horsemen of the Apocalypse  (Vertaald door Charlotte Brewster Jordan)

"And Julio, in his special delivery letter, had proposed meeting in this place, supposing that it would be as little frequented as in former times. She, too, with the same thoughtlessness, had in her reply, set the usual hour of five o’clock, believing that after passing a few minutes in the Printemps or the Galeries on the pretext of shopping, she would be able to slip over to the unfrequented garden without risk of being seen by any of her numerous acquaintances.
Desnoyers was enjoying an almost forgotten sensation, that of strolling through vast spaces, crushing as he walked the grains of sand under his feet. For the past twenty days his rovings had been upon planks, following with the automatic precision of a riding school the oval promenade on the deck of a ship. His feet accustomed to insecure ground, still were keeping on terra firma a certain sensation of elastic unsteadiness. His goings and comings were not awakening the curiosity of the people seated in the open, for a common preoccupation seemed to be monopolizing all the men and women. The groups were exchanging impressions. Those who happened to have a paper in their hands, saw their neighbors approaching them with a smile of interrogation. There had suddenly disappeared that distrust and suspicion which impels the inhabitants of large cities mutually to ignore one another, taking each other’s measure at a glance as though they were enemies.
“They are talking about the war,” said Desnoyers to himself. “At this time, all Paris speaks of nothing but the possibility of war.”
Outside of the garden he could see also the same anxiety which was making those around him so fraternal and sociable. The venders of newspapers were passing through the boulevard crying the evening editions, their furious speed repeatedly slackened by the eager hands of the passers—by contending for the papers. Every reader was instantly surrounded by a group begging for news or trying to decipher over his shoulder the great headlines at the top of the sheet."

 

 2002716-525a9eb4878b399d80a40f100bba5f00.png
Vicente Blasco Ibáñez (29 januari 1867 – 28 januari 1928)
Portret door Joaquin Sorolla, 1906

 

 

De Turks-Duitse dichteres en schrijfster Serap Çileli werd geboren op 29 januari 1966 in Mersin. Zie ook alle tags voor Serap Çileli op dit blog.

Uit: Eure Ehre - unser Leid

„Das war meine einzige Chance auf ein eigenständiges, selbst bestimmtes Leben. Trotz all dem Leid, das sie mir angetan hatten, war die Abnabelung von Mutter und Vater, von den Geschwistern und den übrigen Verwandten nicht einfach und kostete mich viele schlaflose Nächte und noch viel mehr Tränen. Ich war in einem ständigen Widerstreit zwischen Verstand und Gefühl, zwischen Kopf und Bauch. Ein Prozess, der sich schwer in Worte fassen lässt. Lange konnten mein Herz und mein Verstand nicht zueinander finden.
Aber das Schreiben hat mir geholfen, es hatte therapeutischen Wert für mich. Mich dem stummen Blatt Papier anzuvertrauen, war der einzige Weg für mich, den inneren Frieden zu finden.
Es war ein Abschiednehmen von meinen Wurzeln und meiner alten Geschichte. Während ich schrieb, habe ich natürlich auch viel gelesen. Ich entdeckte die Frauenliteratur, las über die Rolle der Frau als Mutter und »Hüterin des Hauses« und darüber, dass man uns seit Jahrhunderten weiszumachen versuchte, dies läge in der »Natur der Frau«. Und dass dieses »Naturgesetz« unter keinen Umständen zu missachten sei. Die Lektüre von Betty Friedan, Simone de Beauvoir, Rosalind Miles und Christa Mulack ebenso wie Oriana Fallaci und Taslima Nasrin haben mir nicht nur in meiner Selbstfindung sehr geholfen, ich konnte plötzlich meine eigene Geschichte besser einordnen, und ich begann zu begreifen, dass muslimisch-türkische Frauen seit Jahrhunderten im Namen der Religion unterdrückt und versklavt wurden.
Im Schreiben hatte ich jetzt endlich eine Möglichkeit gefunden, meine Gefühle, Gedanken, Erinnerungen, Eindrücke, Erfahrungen und meinen Zorn gegen jegliche Unterordnung der muslimischen Frauen festzuhalten. Wenn ich alles, was mir widerfahren war, aufschrieb, konnte ich möglicherweise meine muslimischen Leidensgenossinnen vor ähnlichen Ungerechtig-keiten bewahren.“

 

 2002716-f2a69ce0128fbebb9e36049d8b28e0dd.jpg
Serap Çileli (Mersin, 29 januari 1966)

 

 

De Duitse schrijver Gert Hofmann werd geboren op 29 januari 1931 in Limbach in Sachsen. Zie ook alle tags voor Gert Hofmann op dit blog.

Uit: Zur Phänomenologie des Snobs

„Etwas später, nun haben wir uns gewaschen und angezogen, nun steht die Sonne am Himmel, sage ich zu meiner Frau: Das mache ich schon! und gehe, weil der Sänger noch singt, durch den Korridor zu Kaspars Tür. Ich klopfe, werde lange nicht gehört, dann ruft eine Stimme: Herein! Aufs neue erschrocken, daß es nicht Kaspar ist, der in seinem Zimmer ruft, stoße ich die Tür auf, trete ein. Und sehe statt Kaspar, mit dem ich insgeheim immer noch rechne – obwohl ich ihn mit eigenen Augen in die Erde habe fahren sehen – einen Mann in Kaspars Alter, wenn auch sonst ganz anders, auf Kaspars Stuhl vor Kaspars Klavier sitzen, sehe, er lächelt mich an. Ich bin Popper, sagt er. Dann die Begrüßung, der Händedruck, er ist aufgestanden, ich sage ihm, wer ich selber bin, er freut sich und klopft mir auf die Schulter und faßt mich, als er hört, daß ich komponiere, an einer Operette bin, beim Ellenbogen und führt mich in seinen Zimmern herum, deren Möbel er, um sich von Kaspar abzusetzen, umgestellt hat, aber er erklärt mir alles, auch wo sie gestanden haben. Schließlich, mit einer großen Geste, zeigt er mir, wo bei ihm der Whisky steht.“

 

 2002716-28c11271207462c63b9b9befd3ebe8ea.jpg
Gert Hofmann (29 januari 1931 – 1 juli 1993)

 

 

De Duitse schrijver en dichter Johann Gottfried Seume werd geboren op 29 januari 1763 in Posema, Sachsen-Anhalt. Zie ook alle tags voor Johann Gottfried Seume op dit blog.

 

Die Aehnlichkeit

Frau Rose nahm den kleinen Jungen,
Der jubelnd um sie hergesprungen,
Mit mütterlichem Wohlbehagen,
Um ihn mit Trommel, Flint' und Wagen
Zu Töffeln, ihrem Mann, zu tragen.
Sieh sieh doch, Töffel, sprach Frau Rose,
Wie rasch er ist, wie flink und lose;
Schau nur einmahl dem kleinen Wichte
Auf jeden Zug im Angesichte;
Er ist von Kopf bis zu den Sohlen
Im Ebenbild mir abgestohlen:
So schelmisch, sieh doch nur zum Spaße
Das Kinn, die Stirn, den Mund, die Nase! -
Ey, daran ist nun wohl kein Zweifel,
Sprach Töffel, und schob seine Mütze
Ein wenig von dem Grillensitze;
Nur daß er mir nicht gleicht, das ist der Teufel.

 

 

Nach dem Regen

Es hatten die Raben geächzet,
Es hatten die Fluren gelechzet,
Der Pflüger zog traurig vorbei;
Der Regen war niedergesunken,
Es hatte nun Alles getrunken,
Und Alles war fröhlich und frei.

Der Schmelz der erfreulichen Saaten,
Als wären sie nun schon gerathen,
Entzückte das Auge mit Lust;
Die Blüthe der herrlichen Pfirsche,
Des röthlichen Apfels, der Kirsche,
Erweiterte heilend die Brust.

Der Furcher mit seinen Genossen,
Den muthigen, wiehernden Rossen,
Verdoppelt den Schritt im Gesang;
Die ehrlichen, häuslichen Stiere,
Als wären's vernünftige Thiere,
Gehn stolz den beschwerlichen Gang.

Die Gärtner mit Rechen und Kannen
Besehen die Pflanzung der Tannen;
Es hat sie der Himmel getränkt,
Und, wie den verdursteten Fluren,
Hat Gott den bessern Naturen
Zum Mai noch ein fröhliches Antlitz geschenkt.

 

 2002716-42f5ddd71664416f7e31adab48b3626b.jpg
Johann Gottfried Seume (29 januari 1763 – 13 juni 1810)
Portret door Veit Hanns Schnorr von Carolsfeld, 1798

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Muna Lee werd geboren op 29 januari 1895 in Raymond, Mississippi. Zie ook alle tags voor Muna Lee op dit blog.

 

Caribbean Marsh

Acres of mangrove, crowding the sea-streaked marsh,
Acres of mangrove, wading toward the beaches,
And here and there a milky-white bloom tossed
On fragile boughs above the flooded reaches.
Mangrove thrusts deep in salty mud,
Balances uneasily upon its three-pronged roots,
Huddles from wind in its dissonance of leaves.
Tempest and drought it has withstood,
This straggling orchard that bears no fruits,
This field where none will garner sheaves.
Sucking life up from the acrid marsh,
Drawing life down from the burning sun,
All the year offers of crude and harsh
There between sea and shore it has known.
Wave and glare, sea-urge, sea-drift,
It has been their victim, proved their power,
Persisting bleakly for one end alone—
Through an unheeded hour
Briefly, awkwardly, to lift
This frail, inconsequent flower.

 

 2002716-3ff4eccc848ad1d0b96024e77f3214d8.jpg
Muna Lee (29 januari 1895 – 3 april 1965)
Lee (links) met de Duitse politica Louise Schroeder, 1921

 

Geschreven door Romenu om 14:37 Reageer op dit bericht

Ramsey Nasr, Peter Verhelst, Maik Lippert, Thierry Baudet, Ismail Kadare

De Nederlandse dichter, schrijver en acteur Ramsey Nasr werd geboren in Rotterdam op 28 januari 1974. Zie ook alle tags voor Ramsey Nasr op dit blog.

 

Domme Julia

domme julia
wat heb je gedaan
je grote oogjes uitgedoofd
je keeltje gestikt
je navel doorboord
je vingers verknipt
je lijfje vermoord
door domme domme gedachten
ik ben hier
wil je dat ik naar jou toe
wil je dat ik opgestegen kom
om je verder te duwen
om je mee te trekken
om je te helpen
om samen te leren vliegen
zonder los te laten
om samen te klinken
twee kamers van hetzelfde hart
ik kom eraan liefste
ik trek mijn zware vleugels aan
en stijg
en stijg
en onderweg zal ik voor jou de sterren tellen
en planeten
water zal sprenkelen uit mijn tenen
tien tenen bewaar ik voor jou
en uit mijn hielen allebei spuit lichtblauw gas
om hoger te geraken tot bij jou
vuil sijpelt uit mijn beide ogen
over mijn beide wangen
en allebei mijn handen vullen zich ermee
en gieten het uit
ver onder mij
dood vuil over dode aarde
ik kom eraan
ik versnel
ik ben al in donkere luchten en roep om jou
ik zie hoe sterren achter mij steken blijven
en langzaam doven
terwijl ik vuur uit mijn duizenden haren pers
dunne buizen over mijn gehele lijf
mijn hoofd brandt voor jou
mijn handen zijn tien pennen van stralend vuur
ik stijg op eigen kracht
dit is niet meer naar boven
ik kom eraan
mijn lichaam smelt
mijn botten ontploffen als hete lucht ontploft uit een moeras
ik straal
voel hoe mijn lichaam barst en knalt
mijn aderen slagaderen capillairen
nerven van licht gestold in licht voor jou
ik ben voor jou veranderd
ik zoek je
ik verlicht je van binnen
ik zoek de randen van je holle lijf
ik zoek je vingers
tien vingers voor mij
ik brand
ik ben hel lichtend in je
voel je mij
ik kom eraan liefste
ik kom eraan

 

 2002380-78507b773d5aadcce319f79afc802ccf.jpg
Ramsey Nasr (Rotterdam, 28 januari 1974)

 

 

De Vlaamse dichter, romancier en theatermaker Peter Verhelst werd geboren op 28 januari 1962 in Brugge. Zie ook alle tags voor Peter Verhelst op dit blog.

 

Ik herinner me niets

Ik herinner me niets
en zelfs dat niet,
zelfs niet de wereld
en zoals ik de wereld
niets meer te zeggen heb
heeft de wereld mij
op zijn beurt niets meer te zeggen
en toch blijven woorden uit mij stromen
even nutteloos en even belachelijk.
Vergeet die woorden nu
onmiddellijk.
Ik wil door niemand herinnerd worden.
Zelfs niet door mijzelf.

 

 

Uren waren we aan het klimmen

Je vingertoppen op je gezicht en daarna in je ooghoeken
om het vel vaster aan te drukken,

is dat jouw manier van denken?
Wat een prachtige, stille plek.

Hoe moet het verder, denk je. In de vallei klopt ochtendmist
zich boven de rivier op. Verlangen

in iets te verdwijnen
wat er altijd zal zijn.

Het gras is hier zo anders.
Hoe moet het verder met ons? fluister je.

Bloemen met verglaasde kelken.
Ik ga met gespreide armen op sterrenmos liggen.

Hoe zou jij dat noemen, verlangen naar iets moois?
Je schudt je hoofd. Naar iets wat er altijd zal zijn, fluister je.
droom je weg, je pink streelt je mond en ergens

moeten nu verdrietige vormen ontstaan
van glimlach, magnolia, halsbandparkiet. Onverwoestbaar

vanzelfsprekend en onzinnig tegelijk
lijkt de vallei van hierboven.

 

 2002380-02a927e43a2a4d30dfbc062d87095fb1.jpg
Peter Verhelst (Brugge, 28 januari 1962)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Maik Lippert werd geboren op 28 januari 1966 in Erfurt. Zie ook alle tags voor Maik Lippert op dit blog.

 

woher diese beilhoffnung

woher diese beilhoffnung
auf fleisch
das der fessel aufwärts
steigt
ist es die geometrie
der fasern
die äderung
das messer an der sehne
hier löst sich das fleisch
leicht
die zunge ist auch nur ein muskel
zum schreien
überflüssig

 

 

urin urin

urin urin
fließt nicht ab
zwischen den bordsteinen
riechst du das nicht
urin urin
und du kriechst
mit dem feuerzeug
auf und ab
dein glück fiel
in eine der fugen
ein krumen in stanniol
woher nimmst du
diese nacht
dein synapsenfeuer
urin urin
fließt nicht ab
zwischen den bordsteinen

 

 2002380-cbab5c1e4b43dfc327446d75b56d25ef.jpg
Maik Lippert (Erfurt, 28 januari 1966)
Erfurt

 

 

De Nederlandse schrijver, historicus en jurist Thierry Baudet werd geboren in Heemstede op 28 januari 1983. Zie ook alle tags voor Thierry Baudet op dit blog.

Uit:Voorwaardelijke liefde

- ‘Nog op kantoor?’
‘Ze moest iets afmaken,’ knikte ze. ‘Maar ze kon bijna weg.’ Ze legde haar telefoon omgekeerd op tafel. Kon goed nieuws zijn. Wat langer de tijd met z’n tweeën. ‘We zien haar wel verschijnen.’ Ik fronste mijn wenkbrauwen als Marlon Brando in The Godfather. Komt nonchalant over. Je bent een man, je ziet de wereld aan je voorbij trekken. Ik wenkte de ober en bestelde witte wijn.
‘Weet je Gregor, als ik zie wat voor uren Tessa maakt...’ Madelon rechtte haar rug, haar borsten kwamen wat naar voren. ‘Heerlijk gewoon om nog even student te zijn!’ ‘Je eigen tijd indelen, geen anderen die je agenda bepalen!’ Ze kon doen wat ze wilde, ‘in de ochtend wat langer blijven liggen, met mensen afspreken voor de lunch’ en terwijl ze aan haar scriptie werkte in de ub was dit café haar tweede huiskamer geworden. Ze keek me weer aan. ‘Kun jij je agenda eigenlijk zelf bepalen? Hoe is het in Utrecht?’
- ‘Goed. Erg leuk...’ Ik haalde even adem. ‘Ik kan veel thuis werken, maar Amsterdam-Utrecht is ook goed te doen. De universiteit ligt alleen zo ver uit het centrum. Elke keer die volle bus naar de Uithof...’
‘Je deed onderzoek naar de evolutiepsychologie, toch?’ zei Madelon. ‘We zijn dieren...’ Ze keek me samenzweerderig aan.
- ‘We zijn alles door elkaar,’ lachte ik zo ontspannen mogelijk. ‘Maar wat willen we zijn?’
Een fles en twee glazen kwamen op tafel. De ober haalde een kurkentrekker tevoorschijn en pakte de fles weer op. Ontkurken, inschenken, eerste slok. Wanneer hadden we elkaar voor het laatst gezien?
- ‘Ja, wanneer?’ Madelon draaide met haar ogen. ‘Een paar jaar geleden? Time flies! Heb je Tess in de tussentijd nog gesproken?’

 

 2002380-4c4c564e5a3a0a16ed7e149c9cbc75ea.jpg
Thierry Baudet (Heemstede, 28 januari 1983)

 

 

De Albanese dichter en schrijver Ismail Kadare werd geboren in Gjirokastër op 28 januari 1936. Zie ook alle tags voor Ismail Kadare op dit blog.

 

Sehnsucht

Regentropfen pochten auf das Glas
Als jähe Sehnsucht mich nach dir ergriff.
Wir beide leben in der gleichen Stadt,
Doch unsre Wege kreuzen sich nicht oft.

Und wie der Herbst und dieser Morgen kam
Erschien in hohem Maß mir sonderbar.
Ein trüb verhangner Himmel ohne Störche,
Kein Regenbogen zwischen starken Schauern.

Warum wohl kommt das alte Wort des Heraklit
Mir ausgerechnet heute in den Sinn:
„Den Wachenden ist eine Welt gemeinsam,
Doch jeder Schlafende hat eine Welt für sich.“

In welchen Traum sind wir so tief versunken,
Daß wir daraus nicht mehr erwachen können?
Die Regentropfen pochten auf das Glas
Als jähe Sehnsucht mich nach dir ergriff.

 

 

Wenn meine Erinnerung

Wenn meine Erinnerung, die müde, dann
Wie eine Straßenbahn zu später Mitternacht
Nur noch an wichtigen Stationen hält:
Dich werd ich nicht vergessen!

Erinnern werd ich mich
Des Abends, unendlich schweigsam, deiner Augen,
Des Schluchzens, das erstickt auf meine Schulter sank
Wie fester Schnee.

Nun ist der Abschied da,
Ich gehe fort, und weit.
So ist es oft, nur dass
Des Nachts sich einmal Finger
Mit deinem Haar verflechten,
Die längsten Finger, meine, kilometerlang.

 

Vertaald door Joachim Röhm

 

 2002380-d19f2a6ecda31cd7df30f86329a86338.jpg
Ismail Kadare (Gjirokastër, 28 januari 1936)


 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e januari ook mijn twee vorige blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:27 Reageer op dit bericht

Wies Moens, José Martí, Miguel Barnet, Hermann Kesten, David Lodge

De Vlaamse dichter en schrijver Wies Moens werd geboren in Sint-Gillis-bij-Dendermonde op 28 januari 1898. Zie ook alle tags voor Wies Moens op dit blog.

 

Vers voor de jonge monnik
Aan Pieter en Christine van der Meer de Waleheren.

De meiavond is in de boomgaard gegleden
waar hij de stammen omhelst,
de kruinen vastmeert in aandachtigheid.
Over het gras en de boterbloemen die slapen gaan
- wind-vermoeide kinderen -
in verre blinkende transen, diep heiligdom van de vliedende dag,
kom ik tot U, Heilige Vader Benedictus,
zooals ik U ken uit de verhalen van moeder
en de Vijf schitterende Wonden geslagen in mijn kindsheid.

De doornen dragen bloemkladden uw vlees
vurig-bedropte hagedoorn: het opstandige bloed geperst uit uw witheid
- de roodborstjes schreiden om U in het hout! -
O de wierook van uw gekastijde lichaam
in het midden der heilige zusteren,
de vlam van uw woord
als een Godslamp onder hen.
Het Monasterium blauw op de berg
en de witte duiven
die komen pikken uit uw handen!

Een lieve kameraad, een verre onbekende broeder
legt heden zijn hoofd in uw schoot.
Zo komen er velen en altijd weer:
de rinkelende wereld hebben zij gelaten
voor de stille sneeuw waarin uw voeten staan,
de glinsterende gletsjer Gods,
en de nijpende wind der Armoede
die de mantels vreet van het lijf.

Dat hun naaktheid worde gekleed
met de warme wol van het Lam,
Zijn gulpend bloed tot een lafenis
aan de lippen van hen
die het leven hebben aanvaard van het blad,
dat zich verdorren laat in onderworpenheid
- doorruisend de morgenden en de nachten -
en met zijn broeders te gronde gaat
voor de eeuwige terugkeer van Uw lenten,
Uw veropenbaarde majesteit, Heer,
in groen en gewas over de aarde!

 

 2002376-7b36cc2fdc3a9c049e6c8590289b04d1.jpg
Wies Moens (28 januari 1898 – 5 februari 1982)
 

 

De Cubaanse dichter en schrijver José Martí werd geboren op 28 januari 1853 in Havanna. Zie ook alle tags voor José Martí op dit blog.

 

I wish to leave the world

I wish to leave the world
By its natural door;
In my tomb of green leaves
They are to carry me to die.
Do not put me in the dark
To die like a traitor;
I am good, and like a good thing
I will die with my face to the sun

 

 

I'm So Frightfully Unhappy

I'm so frightfully unhappy,
I feel, oh stars, I am dying!:
I want to live, and I'm sighing
A beauteous woman to see.

Like a helmet, her headdress
A beautiful face protects:
Her black hair the light reflects
Like the sword of Damascus.

What of that one?… Well, find all
The world's gall, and then enmesh,
Cover it in so much flesh,
And you have a soul that's all gall!

Well, this one?… What a disgrace!
The creature red slippers wears,
Paints her lips red if she cares,
And puts on a barnished face.

The sorrowful soul then screamed:
Damn you, woman, twice damn you!'
I know not which of the two
The more accursed should be deemed!

 

 2002376-bb0d5311a48d4d6f6ffdf7c962844454.jpg
José Martí (28 januari 1853 – 19 mei 1895)
Portret door Rene Mederos, z.j.

 

 

De Cubaanse dichter en schrijver Miguel Barnet werd geboren op 28 januari 1940 in Havanna. Zie ook alle tags voor Miguel Barnet op dit blog.

Uit: Biography of a Runaway Slave (Vertaald door W. Nick Hil)

“Runaways, there weren’t many. People were afraid of the woods. They said that if some slaves escaped, they would be caught anyway. But for me that idea went around in my head more than any other. I always had the fantasy that I would enjoy being in the forest. And I knew that working in the fields was like living in hell. You couldn’t do anything on your own. Everything depended on the master’s orders.
One day I began to watch the overseer. I had already been studying him. That dog got stuck in my eyes, and I couldn’t get him out. I think he was a Spaniard. I remember that he was tall and never took his hat off. All the blacks had respect for him because one of the whippings he gave could strip the skin off of just about anybody. The thing is, one day I was riled up, and I don’t know what got into me, but I was mad, and just seeing him set me off.
I whistled at him from a distance, and he looked around and then turned his back. That’s when I picked up a rock and threw it at his head. I know it hit him because he shouted for someone to grab me. But he never saw me again because that day I made it into the woods.
I traveled many days without any clear direction. I was sort of lost. I had never left the plantation. I walked uphill and downhill, all around. I know I got to a farm near Siguanea, where I had no choice but to camp. My feet were full of blisters and my hands were swollen. I camped under a tree. I stayed there no more than four or five days. All I had to do was hear the first human voice close by, and I would take off fast. It would have been real shitty if you got caught right after escaping.“


2002376-57d928d9f78a54c861f3167fa349e684.jpg
Miguel Barnet (Havanna, 28 januari 1940)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Hermann Kesten werd geboren op 28 januari 1900 in Podwoloczyska (tegenwoordig Oekraïne). Zie ook alle tags voor Hermann Kesten op dit blog.

Uit:Dichter im Café

„Ich habe einen guten Teil meines Lebens im Kaffeehaus verbracht, und ich bedauere es nicht. Das Kaffeehaus ist ein Wartesaal der Poesie. Das Beste am Kaffeehaus ist sein unverbindlicher Charakter. Da bin ich in einer Gesellschaft, und keiner kennt mich. Man redet, und ich brauche nicht zuzuhören. Ich sehe einen nach dem andern an und erkenne alle. Für mich agieren sie wie Komödianten. Wenn mir der erste Beste missfällt, greife ich nach meinem Hut und gehe ins nächste Kaffeehaus.
Zuweilen statte ich mir selber einen Besuch im Kaffeehaus ab. Manchmal gehe ich in ein halbes Dutzend Kaffeehäuser, ehe ich mich finde. Ringsum sind Spiegel mit zahlreichen gespiegelten Spiegeln, ich nicke meinem Bilde zu und sage: Guten Abend, alter Freund!
Wenn ich in Laune bin, ziehe ich mein altes Schulheft und einen Bleistift aus der Tasche, beginne zu schreiben und vergesse alle, die Kellner, die Gäste und mich. Das Kaffeehaus wird mein Parnass. Ich bin Apoll. Ich schlage die Leier.
Oft leiht mir das Kaffeehaus eine geheime Unabhängigkeit. Ich bin der Fremde in einer Stadt, wo jeder jeden kennt. Ich bin der Gast an einem Ort, wo jeder andre zu Hause ist.
Für wenig Geld setze ich mich an einen Tisch, der mir nicht gehört, neben fremde Menschen, die nichts mit mir verbindet, ich nehme einen Schluck oder esse einen Bissen und beobachte das leidenschaftliche Getümmel auf den Straßen und den Gesichtern. Ich sehe in einer Stunde ein
Dutzend Komödien und höre ein Echo von Tragödien, die keiner schreibt.
Ein großer Teil des Lebens hat Platz im Kaffeehaus, von der Liebe zum Tod, vom Spiel zum Geschäft, nur leiht das Café dem großen Publikum die falsche Leichtigkeit eines Balletts. Die meisten Leute gehn ins Café wie auf Urlaub vom täglichen Leben.“

 

 2002376-e91145745b987306f78e257868038f9e.jpg
Hermann Kesten (28 januari 1900 – 3 mei 1996)
Standbeeld bij de stadsbibliotheek van Neurenberg

 

 

De Engelse schrijver en literatuurwetenschapper David Lodge werd geboren op 28 januari 1935 in Londen. Zie ook alle tags voor David Lodge op dit blog.

Uit:Changing Places

“All I'm saying is that there is a generation gap, and I think it revolves around this public/private thing. Our generation -- we subscribe to the old liberal doctrine of the inviolate self. I'ts the great tradition of realistic fiction, it's what novels are all about. the private life in the foreground, history a distant rumble of gunfire, somewhere offstage. In Jane Austen not even a rumble. Well, the novel is dying, and us with it. No wonder I could never get anything out of my novel-writing class at Euphoric State. It's an unnatural medium for their experience. Those kids...are living a film, not a novel.”
(…)

“Life was transparent, literature opaque. Life was open, literature a closed system. Life was composed of things, literature of words. Life was what it appeared to be: if you were afraid your plane would crash it was about death, if you were trying to get a girl into bed it was about sex. Literature was never about what it appeared to be about, though in the case of the novel cosiderable ingenuity and perception were needed to crack the code of realistic illusion, which was why he had been professionally attracted to the genre (even the dumbest critic understood that Hamlet wasn't about how the guy wanted to kill his uncle, or the Ancient Mariner about cruelty to animals, but it was surprising how many people thought Jane Austen's novels were about finding Mr Right).”

 

 2002376-c067b87c6382bf8c8c820b934e9ffb19.jpg
David Lodge (Londen, 28 januari 1935) 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e januari ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:25 Reageer op dit bericht

Manfred Jendryschik, Mo Rocca, Hermann Peter Piwitt, Colette, Christian Felix Weiße

De Duitse dichter en schrijver en uitgever Manfred Jendryschik werd geboren op 28 januari 1943 in Dessau. Zie ook ook alle tags voor Manfred Jendryschik op dit blog.

 

Vorm Bahnhof

Iduna / Nova, e’plus – Wahnsinn! Super!
Und Völckers King & Co., ja: Wir vermieten im Alleingang, das
heißt: selbst. Der Krane Glieder greifen in die Nacht
daneben, die Ellenbogenkugellager grellbeleuchtet
(ein großer Glanz von innen). Und aus dem Rohbau
stolpert seine Herrlichkeit Methusalem, der Veteran
des Alkohols, und wirft die Arme auf gleich einer Menschheit
mit einer Kurzhaardame schlurfend die Geleise, worauf
sich Monds Geschling getreu bescheidet, spiegelnd (es
kommt die 11 nun, wie gerufen), so
Leipzigs Pflastermitte mit dem Kosmos knüpfend.

 

 

Für William C.W.*

Der Tisch der Stuhl das Bett der Schrank
das Fenster klein die Herde Blumen
und die Lampe im August ein Blitz
das steht für Sie bereit Herr Williams
der Nagel in der Wand für Ihren Hut
(daneben dieses Bild das machte einer sich
für uns] das Wasserglas und Whisky
Brot das Messer Zigaretten auch
der Türspalt für den Neugierwind:
hier sind vier Wände also die ich geben kann:
das andre Zimmer brauch ich selbst
mit Tisch Stuhl Bett und Ihnen nebenan.

 

* William Carlos Williams

 

 2002371-9f5ed1a439250aa1f38e212a101f3ed4.jpg
Manfred Jendryschik (Dessau, 28 januari 1943)

 

 

De Amerikaanse schrijver, satiricus en komiek Mo Rocca werd geboren op 28 januari 1969 in Washington, DC. Zie ook alle tags voor Mo Rocca op dit blog.

Uit: All the Presidents' Pets

“But like it or not, Phil was my cameraman, and I needed his cooperation if I was ever going to prove that I was worthy of a meatier assignment. I picked up a copy of the Washington Post I’d been keeping behind the counter. “Hey, Phil, did you know that Amtrak requested $1.82 billion in federal assistance last year?”
Phil didn’t hear me. He was polishing off a pack of peanut M&M’s and staring at the café car TV, which was tuned to CNN.
Earlier that day, President Bush had once again dropped his dog Barney, this time at a gathering of Hispanic businesswomen. (It had happened once before, at an airfield in Waco.) It didn’t seem like a particularly remarkable event—and playing it over and over didn’t make it more so. In fact the only thing that was remotely interesting was the split-second startled look on Bush’s face before he dropped the Scottie. But Phil didn’t notice that.
“Poor doggie,” he whimpered. I tried again to get his attention.
“So anyway, Amtrak requested over $1.8 billion and yet its on-time record continued to decline.”
“And?” Phil snapped without looking at me.
“And that’s pretty outrageous,” I said defensively. “This is the story we should look into.” Phil finally turned to me with a look one-quarter compassionate, three-quarters belittling that read, “You sad deluded clown. You really think they want you to be a real reporter?” But before I could respond, a woman’s voice piped in.
“And yet it’s still faster than the shuttle door to door. How are you, cutie?” My cover was blown, by none other than CBS’s Lesley Stahl, a former network “colleague.”
“Hey, Les,” I said, forcing a casual smile, then remembering it was no use pretending I wasn’t embarrassed. I was wearing a fake mustache."

 

 2002371-b207b19788c966b1db060cd153910fd8.jpg
Mo Rocca (Washington, 28 januari 1969)

 

 

De Duitse schrijver Hermann Peter Piwitt werd geboren op 28 januari 1935 in Wohldorf bij Hamburg. Zie ook alle tags voor Hermann Peter Piwitt op dit bog.

Uit: Die Gärten im März

„Daß ich mir so was doch verkneifen solle, sagte Zange, solche Unternehmen, solche Gefühle. Daß es geradezu unsolidarisch sei, sich an so was zu verzetteln, wo sie selbst oft nicht wüßten, wo die Zeit hernehmen für die Sache. Nein, er sagt nicht bloß >unsolidarisch<, er sagt >objektiv unsolidarisch<, die Chance läßt er mir, mich subjektiv im Recht zu fühlen, - ehrlich, was ich mir davon verspräche? Ponto: ein hoffnungsloser Fall, wem der denn nun wohl nütze, was denn daran wohl noch zu beweisen sei?
Wirklich, ein privatistischer Luxus, sagt Lea.
Immerhin, sage ich, wir waren Freunde.
Gut, sagt Zange, aber ob ich denn wirklich glaubte, daß das ausreiche, daß das irgend jemanden interessiere, wo doch die großen Themen auf der Straße lägen. Löhne, Preise, Mieten, Wohnraumvernichtung Der drohende Abriß der Häuser hier, sagt Zange.
Ja, wen ich überhaupt damit erreichen wolle, sagt Lea.
Ich weiß es nicht, sage ich. Ich weiß nur, daß ich es zu Ende schreiben muß.
Da stehen sie, die beiden, schon in Mänteln. Sind eben aufgestanden, wollen gehen,nun, dann gehen wir wohl besser, da ist ja dann alles gesagt, sagt er, steht auf und schlüpft.“

 2002371-4aa2e5695b65b4f074cab550a3c17b5f.jpg
Hermann Peter Piwitt (Wohldorf, 29 januari 1935)
Cover

 

 

De Franse schrijfster Colette werd geboren op 28 januari 1873 in Saint-Sauveur-en-Puisaye. Zie ook alle tags voor Colette op dit blog.

Uit: La vagabonde

"Oh, je peux chercher partout, dans les coins, et sous le lit, il n’y a personne ici, personne que moi. Le grand miroir de ma chambre ne me renvoie plus l’image maquillée d’une bohémienne pour music-hall, il ne reflète… que moi.
Me voilà donc, telle que je suis. Je n’échapperai pas, ce soir, à la rencontre du long miroir, au soliloque cent fois esquivé, accepté, fui, repris et rompu… Hélas, je sens d’avance la vanité de toute dispersion. Ce soir, je n’aurai pas sommeil, et le charme du livre, -oh ! le livre nouveau, le livre tout frais dont le parfum d’encre humide et de papier neuf évoque celui de la houille, des locomotives, des départs !- le charme du livre ne me détournera pas de moi…
Me voilà donc, telle que je suis ! Seule, seule, et pour la vie entière sans doute. Déjà seule ! C’est bien tôt. J’ai franchi, sans m’en croire humiliée, la trentaine ; car ce visage-ci, le mien, ne vaut que par l’expression qui l’anime, et la couleur du regard, et le sourire défiant qui s’y joue, ce que Marinetti appelle ma gaiezza volpina… Renard sans malice, qu’une poule aurait su prendre ! Renard sans convoitise, qui ne se souvient que du piège et de la cage… Renard gai, oui, mais parce que les coins de sa bouche et de ses yeux dessinent un sourire involontaire… Renard las d’avoir dansé, captif, au son de la musique…
C’est pourtant vrai que je ressemble à un renard ! Mais un joli renard fin, ce n’est pas laid, n’est-ce pas ?… Brague dit aussi que j’ai l’air d’un rat, quand je mets ma bouche en pointe, en clignant des paupières pour y voir mieux… Il n’y a pas de quoi me fâcher.
Ah, que je n’aime pas me voir cette bouche découragée et ces épaules veules, et tout ce corps morne qui se repose de travers, sur une seule jambe… Voilà des cheveux pleureurs, défrisés, qu’il faut tout à l’heure brosser longtemps pour leur rendre leur couleur de castor brillant. Voilà des yeux qui gardent un cerne de crayon bleu, et des ongles où le rouge a laissé une ligne douteuse… Je ne m’en tirerai pas à moins de cinquante bonnes minutes de bain et de pansage…"

 

 2002371-8b1df131da2fe5a64f6915789bdf52c8.jpg
Colette (28 januari 1873 – 3 augustus 1954)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Christian Felix Weiße werd geboren op 28 januari 1726 in Annaberg, in het Erzgebergte. Zie ook alle tags voor Christian Felix Weiße opdit blog.

 

Der bescheidne Schäfer

Mein Schäfer, ach! der ist bescheiden!
Er liebt mich, zärtlich liebt er mich!
Der Innbegriff von seinen Freuden,
Sagt er mir öfters, sey nur ich:
Doch bleibt er allezeit bescheiden.

Jüngst ließ die Mutter uns alleine;
Was denkst du, ist alsdenn geschehn?
Da stand er starr, gleich einem Steine,
Guckt in den Hut, und wolte gehn,
Und ach! wir waren ganz alleine!

 

 

An den Schlaf

Komm, süsser Schlaf, erquicke mich!
mein muedes Auge sehnet sich
Der Ruhe zu geniessen,
Komm, sanft es zuzuschliessen.

Wie aber, Freund, o schlössest Du
Von nun an es auf ewig zu,
und diese Augenlider
Sähn nie den Morgen wieder?

So weiss ich, daß ein schöner Licht
Einst meinen Schlummer unterbricht,
Das ewig, ewig glänzet,
Und keine Nacht begrenzet.

 

2002371-2b694c72989a439f1d48ad7964065c4c.jpg
Christian Felix Weiße (28 januari 1726 – 16 december 1804)
Annaberg

Geschreven door Romenu om 12:24 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten