Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 29 januari 2017 tot 30 januari 2017

Bernard Dewulf, Tijs Goldschmidt, Anne-Gine Goemans, Shirley Hazzard, Adelbert von Chamisso, Les Barker, Karl Gerok, Michael Dorris, Anton Hansen Tammsaare

De Vlaamse dichter, schrijver en journalist Bernard Dewulf werd op 30 januari 1960 in Brussel geboren. Zie ook alle tags voor Bernard Dewulf op dit blog.

 

Impression soleil manquant

in straten, leeg van plezier, horen wij
de wind door de hagen, en weten:
eens gaat hij liggen, ook hij;

wij zoeken naar steun in
de stenen, die ons dragen
als schouders, zo zeldzaam,

en vinden de stemmen terug, van
vroeger, van later, van regen
op zeer fijne planten, en

denken: waar zullen wij
belanden, na dit behoedzaam
verlaten van weerom ons huis,

en waar na dit geduldig
verkennen van lanen, lang
van geheugen, en zonder een lucht
om te reiken, wellicht.

 

Choreografie

als het zo is, dat, wanneer wij in
het sluw geslaap verzeilen, onze ogen
nog gesloten moeten, en de handen
vlug gevouwen,

waarom dan verzoeken wij hier,
zeldzaam gretig soms, de vreugden
en bijwijlen zelfs de woorden
met de meest gemeende sier,

of zijn wij slechts de dwaze dansers,
zeer gracieus en eeuwig soms,
maar van muziek de stille slaven,
van de droeve dans nog slechts
de licht gebogen hand of spaarzaam
uitgevoerde pas?

 

 

Door liefde

Ik zeg als zij slaapt mijn naam
in de nacht. Zo duid ik mij aan.
Ik spreek hem door liefde gehard
tot ver binnen haar lichaam uit.

Daar wil ik bestaan, uit niets
dan mijn naam en haar lichaam.
Als niemand en woelig er wonen,
als haar schoonheid voorbijgaan.

Slaap is haar stem en zij zucht
tot antwoord niet eens. Buiten haar
houdt zij mij diep in haar vast.
Men heeft haar lief om haar heen.

 2003008-6959eb86d9c14ac6f63b3f14c0cac69a.jpg
Bernard Dewulf (Brussel, 30 januari 1960

 

 

De Nederlandse schrijver Tijs Goldschmidt werd geboren op 30 januari 1953 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Tijs Goldschmidt op dit blog.

Uit: Darwins hofvijver

`Langzaam verdwijnt het net onder water. Drie rode bollen van plastic, de drijvers, dobberen naar hun plaats veertig meter achter het houten bootje. Mhoja geeft een beetje gas, zodat de staalkabels tussen het net en de boot worden strak getrokken. Als ze druipend boven water komen, kijkt hij in mijn richting zonder iets te zeggen. Ik teken een cirkel in de lucht. Mhoja kijkt op zijn horloge en geeft vol gas.
Het is 1985, grote regentijd. We varen op de Mwanzagolf, een zuidelijke uitloper van het Victoriameer. Over tien minuten zullen we het sleepnet binnenboord halen. Elimo, die de boot heeft leeggehoosd met een roestig blik Africafé, gaat naast Mhoja zitten. Ze turen door de vlonders naar de bodem. Water sijpelt op verschillende plaatsen naar binnen. De bodem is in korte tijd veranderd in een labyrint van gangen, een gesamtknaagwerk van insektelarven. Mhoja haalt een pluk ruwe katoen uit zijn broekzak en wurmt die met een stokje in een lek. Intussen overweeg ik wat erger is, hozend voortgaan in dit vergiet, of het werk stilleggen en de boot repareren. Een reparatie die zonder twijfel lang zal duren. Jarenlang was benzine op de bon en nu het land eindelijk wat brandstof heeft, lekt de boot.
Ik wil deze dag niet bederven en kijk omhoog. Boven de Mwanzagolf staat een zeventiende-eeuwse Hollandse lucht.
Kijk daar eens: ‘Mawingu kama picha ya mbwana Salomoni Ruysdael, m'Holanzi, een lucht als in een schilderij van meneer Salomon Ruysdael, een Hollander.’
‘Sawa, sawa, dat kan weinig kwaad,’ zeggen Mhoja en Elimo vriendelijk, maar zonder erop in te gaan gorgelen ze verder in het Sukuma. Het is amusant, eindelijk ben ik zover dat ik hun gesprekken in het Swahili moeiteloos volgen kan en nu vallen ze terug op hun moedertaal, die ik veel moeilijker versta. Zal ik Sukuma gaan leren, of de achtervolging uit beleefdheid staken? Ik ben benieuwd naar die taal. Een grammatica heb ik nergens kunnen vinden, maar Clementi, een Frans-Canadese pater die hier al zijn halve leven woont, beloofde een kopie van zijn gestencilde aantekeningen. Hij vertelde een bijzonderheid: mannen die in het Sukuma tellen, gebruiken daarvoor andere woorden dan vrouwen, en veehoedende jongens tellen weer anders."

 2003008-0fbe17004c125a6392c0891ac7a1920e.jpg
Tijs Goldschmidt (Amsterdam, 30 januari 1953)

 

 

De Nederlandse schrijfster Anne-Gine Goemans werd geboren in Heemstede op 30 januari 1971. Zie ook alle tags voor Anne-Gine Goemans op dit blog.

Uit: De toegift

“My heart goes out to you.
Hij zei het echt, met die typische grijns van hem waardoor zijn te grote kunstgebit bijna uit zijn mond klapte. Cok Bakker schalde door de microfoon op het plein in het stadje Sassari ‘My heart goes out to you.’ Hij spreidde euforisch zijn armen alsof hij heel Sardinië in zijn hart wilde sluiten en zeeg neer. Piepende speakers. Het applaus verstomde. Vanuit het publiek kwam een kleine donkere man ‘Sono il dottore! Sono il dottore!’ aangesneld.
Hij hees zichzelf op het podium, knielde voor Cok en bevrijdde hem van zijn gitaar. Zachtjes schudde hij aan zijn schouders, terwijl hij op bezwerende toon tegen hem sprak. Daarna kantelde il dottore Coks hoofd naar achteren en trok het kunstgebit uit zijn mond. Handen op de borst. Hij duwde zo hard en fanatiek dat de overige drie Honolulu Kings dachten dat Coks lichaam zou leeglopen. Mond-op-mondbeademing. De rode hibiscusbloemen op zijn hawaïhemd gingen op en neer. Een nieuwe ronde borstcompressie. De dokter telde prevelend in het Italiaans. Het publiek, minstens tweehonderd Sardijnen, hield zijn adem in. De Kings wendden hun hoofd af. Het was niet om aan te zien. Daar lag hun vriend, met dat belachelijke haaiengebit naast zijn bleke gelaat, zijn lijf gereduceerd tot een lege fietsband die hardhandig werd op gepompt. Sirenes. Meer kleine donkere mannen op het podium die zich over Cok bogen. Zijn nieuwe hemd werd met een ruk opengetrokken. Handgemaakte knoopjes vlogen in het rond.
Zelfklevende elektroden op zijn ingevallen borstkas. Vanuit een koffertje werd een elektrische schok afgevuurd. Coks lichaam knalde omhoog als vuurwerk, het publiek kreunde en bad. Meer schokken, meer vuurwerk, meer biddende handen.
My heart goes out to you.”

 

 2003008-5c33e9a7e703846c7dfbed1ab9548edc.jpg
Anne-Gine Goemans (Heemstede, 30 januari 1971)

 

 

De Australische schrijfster Shirley Hazzard werd geboren op 30 januari 1931 in Sydney. Zij overleed op 12 december jongstleden op 85-jarige leeftijd. Zie ook alle tags voor Shrley Hazzard op dit blog.

Uit: The Ancient Shore

“My worktable faced a blank wall, for the sights of Siren Land are no aid to concentration. Even so, throughout the day my husband and I would call one another—to see the light on Vesuvius, the red ship, the colored sails, the fishermen hauling nets, and the wave breaking over Roman walls.
The “reality” prefigured to me, like a spread of wet cement, never did “set in.” But by definition a leap through the looking glass disturbs one’s self-image, and I had to learn something of my own ignorance. Intimacy with another country is ripened by pleasures but also by loneliness and error. It is nurtured through long wet winters as well as radiant days and through the fluctuations of mood inevitable to any strong attachment. The colorful scene will not compensate indefinitely for a sense of exclusion from the exchange of thought and wit. The early hospitality of the Italian tongue in daily matters is little preparation for its exigency in the expression of ideas, and the outsider genially praised for his declarative sentences cannot suspect that years may pass before this elusive language becomes as flexible and spontaneous as his own. The many resident foreigners who remain visitors forever, hovering eternally at a rim, have recoiled from these rigors and may applaud Italian joys or deplore Italian ills, themselves being responsible for neither. Yet a life without responsibility can pall, and most such people will go home at last, having exhausted not Italy but their own capacity for aimlessness.
In Italy we learn, as W. H. Auden noted, “That surfaces need not be superficial/Nor gestures vulgar” and that, since Italian life is to some extent a performance—an idea of the self played out with style—responsiveness and good manners do not guarantee depth and consistency. We learn, too, that the ability to rise to the moment, to the human occasion, is linked to a sense of mortality intrinsic, in Italy, to all that pleases us.
Life in Italy is seldom simple. One does not go there for simplicity but for interest: to make the adventure of existence more vivid, more poignant. I have known that country through dire as well as golden times and have dwelt in town and country, north and south. Whether I wake these mornings in Naples to the Mediterranean lapping the seawall or on Capri to the sight of a nobly indifferent mountain, it is never without realizing, in surprise and gratitude, that it all came to pass and that I—like Goethe, like Byron—am living in Italy.”

 

 2003008-a9cfe96464267cec0284940b26443150.jpg
Shirley Hazzard (30 januari 1931 – 12 december 2016)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Adelbert von Chamisso werd op het slot Boncourt in de Champagne geboren op 30 januari 1781. Zie ook alle tags voor Adelbert von Chamisso op dit blog.

Uit:Peter Schlemihls wundersame Geschichte

„Man hätte sich gern auf den Rasen, am Abhange des Hügels, der ausgespannten Landschaft gegenüber gelagert, hätte man die Feuchtigkeit der Erde nicht gescheut. Es wäre göttlich, meinte wer aus der Gesellschaft, wenn man türkische Teppiche hätte, sie hier auszubreiten. Der Wunsch war nicht so bald ausgesprochen, als schon der Mann im grauen Rock die Hand in der Tasche hatte, und mit bescheidener, ja demütiger Geberde einen reichen, golddurchwirkten türkischen Teppich daraus zu ziehen bemüht war. Bediente nahmen ihn in Empfang, als müsse es so sein, und entfalteten ihn am begehrten Orte. Die Gesellschaft nahm ohne Umstände Platz darauf; ich wiederum sah betroffen den Mann, die Tasche, den Teppich an, der über zwanzig Schritte in der Länge und zehn in der Breite maß, und rieb mir die Augen, nicht wissend, was ich dazu denken sollte, besonders da niemand etwas Merkwürdiges darin fand.
Ich hätte gern Aufschluß über den Mann gehabt, und gefragt, wer er sei, nur wußt ich nicht, an wen ich mich richten sollte, denn ich fürchtete mich fast noch mehr vor den Herren Bedienten, als vor den bedienten Herren. Ich faßte endlich ein Herz, und trat an einen jungen Mann heran, der mir von minderem Ansehen schien als die andern, und der öfter allein gestanden hatte. Ich bat ihn leise, mir zu sagen, wer der gefällige Mann sei dort im grauen Kleide. – »Dieser, der wie ein Ende Zwirn aussieht? der einem Schneider aus der Nadel entlaufen ist?« Ja, der allein steht – »den kenn ich nicht«, gab er mir zur Antwort, und, wie es schien, eine längere Unterhaltung mit mir zu vermeiden, wandt er sich weg und sprach von gleichgültigen Dingen mit einem andern.
Die Sonne fing jetzt stärker zu scheinen an, und ward den Damen beschwerlich; die schöne Fanny richtete nachlässig an den grauen Mann, den, so viel ich weiß, noch niemand angeredet hatte, die leichtsinnige Frage: ob er nicht auch vielleicht ein Zelt bei sich habe? Er beantwortete sie durch eine so tiefe Verbeugung, als widerfahre ihm eine unverdiente Ehre, und hatte schon die Hand in der Tasche, aus der ich Zeuge, Stangen, Schnüre, Eisenwerk, kurz, alles, was zu dem prachtvollsten Lustzelt gehört, herauskommen sah. Die jungen Herren halfen es ausspannen, und es überhing die ganze Ausdehnung des Teppichs – und keiner fand noch etwas Außerordentliches darin.“

 

 2003008-96cf20140db51bb8ff06d441b2b5186a.jpg
Adelbert von Chamisso (30 januari 1781 - 21 augustus 1838)
Cover

 

 

De Engelse dichter Les Barker werd op 30 januari 1947 geboren in Manchester. Zie ook alle tags voor Les Barker op dit blog.

 

Disaster at Sea                      

It was a calm, still day in Yarmouth,
The channel clear and wide,
As the last of the timber sailing ships
Sailed out on the evening tide.

They never saw that ship again;
They searched when it was light,
But that fine old timber vessel sank
That clear and peaceful night.

No one knows what happened
On that night in 1910;
But the crew and her cargo of woodpeckers
Were never seen again.

 

 

Hard Cheese Of Old England

There's Cheddar and Cheshire and Lancashire too,
Leicester's bright orange and Stilton is blue.
It waxes so lyrical, what can you do but sing,

Oh the hard cheese of old England,
In old England very hard cheese.

Derby got green bits because of the sage,
And when it gets older its kept in a cage.
What does it hum when it reaches this age but,

They say double Gloucester is twicest as nice,
They say double Gloucester there, I've said it twice,
Its nice in potatoes but nicest in mice.

Those damn foreigners aren't worth a mention,
Old Gorgonzolas is renowned for it stenchen,
His brother Emil wrote novels in French and sing,

There's Swaledale and Wendslydale, Rutland to add,
Shropshire and Cornish you may not have had,
It's not bad on salads this ballad's not sad and sing,

My young love said to me my mother won't mind,
And my father once liked you for your lack of rind,
No cheese greater love for his food than mankind.

 

 2003008-2d2a887bc22ec4cc4976d141fbd2da35.jpg
Les Barker (Manchester, 30 januari 1947)

 

 

De Duitse dichter en theoloog en Karl Friedrich von Gerok werd geboren op 30 januari 1815 in Vaihingen an der Enz. Zie ook alle tags voor Karl Gerok op dit blog.

 

Jakobs Traum

2.
Die Last auf dem Rücken, den Stab in der Hand,
So wandr‘ ich wie Jakob als Pilger durchs Land.

Das Land ist so fremd und sauer der Gang,
Doch wandr‘ ich getrost und doch ist mir nicht bang.

Und fragst du mich, was mich so mutig gemacht,
Es ist nur ein Traum, ein Gesichte der Nacht.

Ein Traum ist mein Glaube, mein Hoffen ein Traum,
Nicht wurzelts im Staube, im irdischen Raum.

Kein Aug hats gesehen, kein Ohr hats gehört,
Was Gott in den Höhen den Seinen beschert.

Und was ich in Stunden des Glaubens gehofft,
Mir selbst ists entschwunden gleich Träumen schon oft.

Doch tief ein dem Innern, da dämmert mir froh,
Ein selig Erinnern: es ist ja doch so.

Es ist ja kein Traum, der den Träumer berückt,
Es ist ja kein Schaum, was den Geist mir entzückt.

Es gilt was im Hoffen, im Glauben ich sah:
Der Himmel ist offen, die Engel sind nah.

Der Gott meiner Väter hält über mir Wacht,
Bis dass er den Beter nach Hause gebracht.

Und leg ich am Ziele mich schlafen im Feld,
Die Erde zum Pfühle, den Himmel zum Zelt,

Dann öffnet sich wieder das himmlische Tor,
Dann tragen mich Brüder, die Engel empor.

Dann darf ich entschweben zum lichteren Raum,
Zum Traum wird das Leben, zum Leben der Traum.

 2003008-4a164db247f619d1e31b6443d655bc8b.jpg
Karl Gerok (30 januari 1815 - 14 januari 1890)
Jacobs droom door Giuseppe de Ribera, 1639

 

 

De Amerikaanse schrijver Michael Anthony Dorris werd geboren op 30 januari 1945 in Louisville, Kentucky. Zie ook alle tags voor Michael Dorris op dit blog.

Uit: The Broken Cord

“Then, on the best days, the usually ferocious water is tamed into the stillness of a mirror that reflects the red and violet light of the clouds. Immersed in this experience, renowned among Native peoples of the region as a moment out of ordinary time, the only possible response is surrender.
I rose from the table I used for a desk, and stood at the open front door. My cabin perched on a bank above the beach, high enough so that I seemed entirely surrounded by improbable light, awhirl in the energy of star and sea. The colors above and below merged incoherently, washed into each other and into me. It was not that I had a vision of any sort, but rather that my mind was temporarily cleansed, made ready for new writing; and on that board I read with no ambiguity that I wanted a baby. The message was so certain, so unwavering, that I did not once question it. Instead, when I shut the door, I put aside my work and composed four letters to social welfare agencies, asking if adoption were possible for a single man, and if so, how and when.
Single-parenthood had, for generations, been the practical norm in my family. My grandfathers and father had all died young, leaving widows to raise children alone and through extended family networks. My role models were strong, capable mothers, aunts, and grandmothers, and I saw no compelling reason not to continue the tradition. I imagined vaguely that I would someday 'marry, but there were no immediate prospects. For some women, especially in the 1960s, babies preceded husbands. Why couldn't a child come for me before a wife ?"

 

 2003008-e97e8bcbf2f7da028b2eba4ad2725fe4.png
Michael Dorris (30 januari 1945 – 10 april 1997)

 

 

De Estlandse schrijver Anton Hansen Tammsaare werd geboren op 30 januari 1878 in Albu. Zie ook alle tags voor Anton Hansen Tammsaare op dit blog.

Uit: The Misadventures of the New Satan (Vertaald door Christopher Moseley)

“Tears welled from his eyes when he lowered the little coffin into the grave, and when the clods of earth fell with a hollow thud on the lid. Jürka’s tears were the talk of the village, for it was a sight no one ever expected to see—imagine that huge bear of a man weeping! . . .
There was one thing that Jürka knew very clearly now—one’s own children meant something entirely different from the calves and lambs one had, from baby birds in the nest, from new, tender shoots on a tree, from grass sprouting in the woods and rye in the fields. None of this had ever brought tears to his eyes.
(…)

‘Well, that’s how it goes in the world,’ Ants said instructively. ‘A small man slaves for a big man, a weak one for a strong one, a fool for a clever man. It’s God Himself who arranged it like that. And whoever goes against this order, goes against God, and anyone who goes against God shall perish. Remember this well, Jürka, and teach this truth to your children. And then you shall build your house on rock, and your herds shall graze in rich pastures.’
Jürka heard him out and said to himself: ‘You keep running up against God everywhere, and He’s always on the side of whoever’s stronger and smarter.’

 

 2003008-b643a6d0ab18624fce1f338241776de5.jpg
Anton Hansen Tammsaare (30 januari 1878 – 1 maart 1940)
Standbeeld in Tallin

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e januari ook mijn blog van 30 januari 2016 deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:19 Reageer op dit bericht

Hans Plomp, Saskia de Coster, Willem Hussem, Lennaert Nijgh, Anton Tsjechov

De Nederlandse dichter en schrijver Hans Plomp werd op 29 januari 1944 in Amsterdam geboren. Zie ook alle tags voor Hans Plomp op dit blog.

Uit: Taras Bustos en de eeuwigheid

“Pas vele slopende weken nadat hij de fatale diagnose had, durfde dokter Poliot, lijfarts van de bekende vrijgezel-miljardair Taras Bustos (Doctor Honoris Causa), zijn Baas te vertellen aan welke vreselijke ziekte hij leed.
De baas reageerde als een ware stier, en zou Poliot met een tafelaansteker de hersens ingebeukt hebben, als deze niet met een wanhopige falsetto had gekrijst: ‘Wacht, wacht, Baas Bustos. Al is mijn nietswaardige leven niet waard verder geleefd te worden, als u mocht komen te overlijden, wacht toch op mijn laatste raadgeving voordat u mij verplettert.’
Bustos gooide de massieve tafelaansteker in het open vuur. Sinds hij ziek was geworden, bivakkeerde Bustos onder de kap van de reusachtige schouw in zijn landhuis. Op een simpele ligstoel zat hij de hele dag nors voor zich uit te kijken. En hij had de vreemde gewoonte ontwikkeld om alles wat hij had aangeraakt in het vuur te werpen, ongeacht waarde of schoonheid. Dokter Poliot hield het erop dat de Baas een ontsmettingsneurose had, dat hij alles wat hij met zijn zieke handen had aangeraakt, voorgoed onschadelijk wilde maken. Maar het was toch alweer weken geleden dat hij de Baas had ingelicht dat de ziekte niet besmettelijk was, en sindsdien was de verbrandingsmanie alleen maar groter geworden. Baas Bustos ging nu zelfs zover zijn hele bed te laten verbranden, meteen als hij zich 's ochtends in de nieuwe ligstoel onder de schouw had laten zakken. Urenlang zat hij te kijken, hoe zijn personeel iedere dag het slaapkamerinterieur verbrandde in de haard. En als de voorraad brandbaar materiaal op was, kwam Bustos uit zijn stoel en bewoog zich kriskras door het huis, somber neuriënd. En alles wat hij op zijn korte wandeling aanraakte, moest vernietigd worden, tot de vloerkleden die hij met zijn sloffen had aangeraakt toe.
Vanaf de gaanderij sloeg Poliot hem soms urenlang onopgemerkt gade, doodsbang de Baas definitief in te lichten over de aard van zijn ziekte. En langzamerhand had Poliot ontdekt, dat de Baas de fatale aard van zijn kwaal moest kennen. Er was iets woests over Bustos gekomen, iets verwoestends, iets dat op een naderend einde duidde. In het huis was niets te merken van de maniakale aanval van de miljardair. Nog geen vijf minuten nadat de slaapkamer ontruimd was, droegen de mannen van een prominente firma een identiek meubelement binnen, iedere ochtend met dezelfde matte grap: ‘het wegwerpinterieur voor Doctor Bustos. Wilt u even tekenen alstublieft’.”

 

 2002725-0abf4d6510246794c8d3f2a3dd4cdbec.jpg
Hans Plomp (Amsterdam, 29 januari 1944)
Portret door Hennie van der Vegt. 2002

 

 

De Vlaamse schrijfster Saskia de Coster werd geboren in Leuven op 29 januari 1976. Zie ook alle tags voor Saskia de Coster op dit blog.

Uit:Wij en ik

‘Dag, lieve Heer, goedemorgen. Het is lang geleden, maar hier ben ik weer. Laat mij beginnen mel u te feliciteren met uw verpletterende overwinning in Ooszuitsland. Ik heb op de radio gehoord dat de christenen daar fameus gewonnen hebben met de verkiezingen.
Dank u voor deze dag. Ik heb nel mijn koflìe gedronken, dus het zou hier moeten lukken.
Het lijkt alsofik alleen maar bij u kom als ik iets wil wagen, wanneer ik problemen heb of weer iets gedaan wil krijgen. Ik besef dat.
Maar zie mij hier zitten. met mijn vierentachtig jaar. Het kost mij gewoon al elke dag zo veel moeite om mijn mijn ogen open tehouden dat ik aan de rest niet eens toekom. Ik geloof echt in u, lieve Meer, ook al hoort u zo weinig van mij, dat wil ik echt duidelijk maken. Het feit dat ik hier nu met u zit te praten alleen al, bewijst dat.
Ik heb u iels te vragen. Iets echts dit keer. Ik weet dat ik u al vaak met onbenulligheden heb lastiggevallen. Te vaak, achteraf bekeken.
Die keer tnen ik veertien was en examen huishoudkunde had bijvoorbeeld, het was ongepast om uw hulp daarvoor in te roepen. U zou groot gelijk hebben gehad als u me toen niet geholpen had. Ik had uw hulp trouwens niet nodig. Zo’n eenvoudig examen. Ik had de beste punten van heel de klas. De beste van eenenveertig meisjes.
Ik herinner me nog goed hoe zenuwachtig ik was de dag voor het examen. Zodra ik de vragen zag‚wist ik spek voor mijn bek. Ik wist ook dat ik nooit zou mogen verder studeren, zo slim was ik wel, om dat te weten. Ik ben ook niet dom hè, hoe had ik anders zulke slimme kinderen kunnen krijgen. Dank u daarvoor, God.”

 

 2002725-dddcf3d7334545e8cbff8816371ccc48.jpg
Saskia de Coster (Leuven, 29 januari 1976)

 

 

De Nederlandse schilder en dichter Willem Hussem werd geboren in Rotterdam op 29 januari 1900. Zie ook alle tags voor Willem Hussem op dit blog.

 

al ben ik zeventig ik plant nog bomen
laten de buren mij niet bespotten
in de geboorte schuilt de dood
het is goed het sterfuur niet te weten

we gaan
we gaan verder
het afscheid tussen ons in

 

schuimen
dagdromen
ruiters doemen uit
de zeedamp op
en verdwijnnen

 

 2002725-9cf2dbc7d29f0319afecadb502839424.jpg
Willem Hussem (29 januari 1900 - 21 juli 1974)
Willem Hussem, Boulevard, strand en zee van Scheveningen, 1936

 

 

De Nederlandse tekstdichter, columnist en schrijver Lennaert Nijgh werd geboren in Haarlem op 29 januari 1945. Zie ook alle tags voor Lennaert Nijgh op dit blog.

Uit: Heren (Column)

'Jajaja, Meneer. Neemt u het Uw personeel a.u.b. niet kwalijk. Alstublieft!'
Vijf minuten later, toen ik inmiddels vanuit de woonkamer naar buiten stond te kijken, waar de kleine rooie nog altijd dapper zat te wezen, hing Meneer weer om me heen.
'Mrôawhgnkaaa!'
Kat en mens leven niet bij brood alleen. Geloof me, er is in dit ondermaanse meer dan platweg vreten en zuipen.
Toen sprong Meneer in de vensterbank. Meteen reageerde de rooie rakker aan de andere kant van de ruit. Ik bleef roerloos staan, benieuwd wat er nu ging gebeuren. De rooie klauterde onvervaard op de tuinbank en Meneer draaide zijn enorme hoofd naar hem toe. Ze keken elkaar aan.
Het bleek weer eens dat het niet uitmaakt hoe oud een kat is, of hoe groot. Meneer verviel in hetzelfde domme tekenfilm-gedrag als jonge katjes. Hij wendde zijn blik van de rode duivel daarbuiten af, gaf een niet ter zake doend kopje aan een toch al zieltogend plantje dat bijna op de grond lazerde en keek vervolgens mij aan. Één en al liefde.
'Kom maar, Neerie. Bedje toe.'
Hij dribbelde verrukt met me mee. Ik deed het licht uit. Achter het raam zag ik nog steeds het gedrongen profiel van de jonge rooie. Ik kon hem bijna horen schreeuwen: 'Slappe Aerdenhoutse bal! Dikke zwarte kakker! Vuile VVD-er! Kom 's buiten als je durft!'
In een flits zag ik mijn eigen kleine rooie voor me, vijftien jaar geleden als één van de zes op de Westelijke Randweg overreden katten door mij in tranen van het asfalt geschraapt. Wat deed een omgevallen kamerplant er dan toe?
Even later lag Meneer naast me in bed. In zijn rokkostuum. Wijdbeens op zijn rug, snurkend. Buiten begon het te regenen. Ik sliep in met een plaatsvervangend schuldgevoel.
Meneer, de Heren hebben niet te klagen.

 

 2002725-e1d56f5e669bb44b229bd666c8d658ad.jpg
Lennaert Nijgh (29 januari 1945 - 28 november 2002)
 

 

De Russische schrijver Anton Tsjechov werd geboren op 29 januari 1860 in Taganrog, een havenstad in Zuid-Rusland. Zie ook alle tags voor Anton Tsjechov op dit blog.

Uit:The Lady with the Dog (Vertaald door Constance Garnett)

“It was said that a new person had appeared on the sea-front: a lady with a little dog. Dmitri Dmitritch Gurov, who had by then been a fortnight at Yalta, and so was fairly at home there, had begun to take an interest in new arrivals. Sitting in Verney's pavilion, he saw, walking on the sea-front, a fair-haired young lady of medium height, wearing a béret; a white Pomeranian dog was running behind her.
And afterwards he met her in the public gardens and in the square several times a day. She was walking alone, always wearing the same béret, and always with the same white dog; no one knew who she was, and every one called her simply "the lady with the dog."
"If she is here alone without a husband or friends, it wouldn't be amiss to make her acquaintance," Gurov reflected.
He was under forty, but he had a daughter already twelve years old, and two sons at school. He had been married young, when he was a student in his second year, and by now his wife seemed half as old again as he. She was a tall, erect woman with dark eyebrows, staid and dignified, and, as she said of herself, intellectual. She read a great deal, used phonetic spelling, called her husband, not Dmitri, but Dimitri, and he secretly considered her unintelligent, narrow, inelegant, was afraid of her, and did not like to be at home. He had begun being unfaithful to her long ago — had been unfaithful to her often, and, probably on that account, almost always spoke ill of women, and when they were talked about in his presence, used to call them "the lower race."
It seemed to him that he had been so schooled by bitter experience that he might call them what he liked, and yet he could not get on for two days together without "the lower race." In the society of men he was bored and not himself, with them he was cold and uncommunicative; but when he was in the company of women he felt free, and knew what to say to them and how to behave; and he was at ease with them even when he was silent. In his appearance, in his character, in his whole nature, there was something attractive and elusive which allured women and disposed them in his favour; he knew that, and some force seemed to draw him, too, to them.
Experience often repeated, truly bitter experience, had taught him long ago that with decent people, especially Moscow people — always slow to move and irresolute — every intimacy, which at first so agreeably diversifies life and appears a light and charming adventure, inevitably grows into a regular problem of extreme intricacy, and in the long run the situation becomes unbearable. But at every fresh meeting with an interesting woman this experience seemed to slip out of his memory, and he was eager for life, and everything seemed simple and amusing "

 2002725-56890116768fd69d9f0a798d7c555989.jpg
Anton Tsjechov (29 januari 1860 – 15 juli 1904)
In 1887

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e januari ook mijn twee vorige blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 14:47 Reageer op dit bericht

Olga Tokarczuk, Hubert K. Poot, Romain Rolland, Germaine Greer, Mirjam Müntefering

De Poolse schrijfster Olga Tokarczuk is in Sulechów, dichtbij Zielona Góra, geboren op 29 januari 1962. Zie ook alle tags voor Olga Tokarczuk op dit blog.

Uit: Runners (Vertaald door Jennifer Croft)

“Kunicki has a good job. At work he’s a free man. He works as a sales representative for a big Warsaw publisher–representative, meaning he peddles books. He has several spots in town he has to stop by every so often to tout his wares; he always brings them the latest stuff and makes them special offers.
He drives up to a little store on the outskirts of town and gets the order he’s fulfilling out of the trunk of his car. The store is called Book and School Supplies Store, it’s too small to give itself such airs as a specific name, and anyway, most of what it sells is just notebooks and textbooks.
The order fits into a plastic box: guidebooks, two copies of the sixth volume of the encyclopedia, the memoirs of a famous actor, and the latest bestseller by the unrevealing title of Constellations–a whopping three copies of this. Kunicki promises himself he’s going to read it. They serve him coffee and a slice of cake. They like him. Washing down mouthfuls of cake with the coffee, he shows them the new catalog. This sells well, he says, and this right here gets ordered all the time. Such is Kunicki’s job. As he’s leaving he purchases a calendar that’s on clearance.
In the evening in his tiny office he fills in the publisher’s corporate forms with the orders he’s gotten; he sends the forms by email. He’ll receive the books in the morning.
He takes deep, relieved breaths, inhaling the smoke from his cigarette: the work day is done. He’s been waiting for this moment since morning so he can look through the pictures in peace. He hooks up the camera to the computer.”

 

 2002721-bd222d6ebde84833ffd918a014d659fd.jpg
Olga Tokarczuk (Sulechów, 29 januari 1962)

 

 

De Nederlandse dichter Hubert Kornelisz. Poot werd geboren in Abtswoude op 29 januari 1689. Zie ook alle tags voor Hubert K. Poot en ook voor Hubert Poot op dit blog.

 

Zomerse Avond

De moede zonnewagen
Staat vrachtloos, d' avondzon
Zinkt in de westerpekelbron.
Aldus ontglippen ons de wentelende dagen.
De star der Mingodin
Ziet d' eerste op 't aardtrijk neder.
Mineias dochters vliegen weder:
Ook spant de stille Nacht zijn zwarte paarden in.
Wij zien de schemeringen
Verdikken, waar we staan.
Alrede heft de gulden maan
Haar horens op, en rukt ter bane in harer kringen.
Hoe rust het hangend loof
Der luisterende bomen!
Geen wind beroert de vlakke stromen.
Het slaperige veld wordt blind en stom en doof.
Thans telt de herder blijer
't Gestalde vee, half vet.
De melkmeid schikt haar hoofddoek net,
En wacht met ongeduld de komst van hare vrijer.
De stad, het woelen moe,
Sluit, angstig voor gevaren
Die in 't bedrieglijk duister waren,
Haar logge poorten, en elk huis zijn deuren toe.
Voort biên de heuse bedden
De matte werkliên rust.
De halve wereld voelt met lust
Zich uit de dichte drom der daagse zorgen redden.
Ware Amaril nu mijn,
Wij zouden onder 't schuilen
Voorwaar geen droge kusjes ruilen;
Maar och! zal mij 't geluk wel ooit zo gunstig zijn?

 

 2002721-c64c732964606f3eb273bdc1f17255f9.jpg
Hubert K. Poot (29 januari 1689 - 31 december 1733)
Poot op dertigjarige leeftijd geschilderd door Thomas van der Wilt

 

 

De Franse schrijver Romain Rolland werd geboren op 29 januari 1866 in Clamecy. Zie ook alle tags voor Romain Rolland op dit blog.

Uit: Jean Christophe

“Telle est l’infirmité de la nature humaine! Soyez bon, pitoyable, intelligent, ayez souffert mille morts : vous ne sentirez pas la douleur de votre ami qui a mal aux dents. Si la maladie se prolonge, on est tenté de trouver que le malade exagère ses plaintes. Combien plus, lorsque le mal est invisible, au fond de l’âme! Celui qui n’est pas en cause trouve irritant que l’autre se fasse tant de bile pour un sentiment qui ne lui importe guère. Et enfin, l’on se dit , pour mettre sa conscience en repos :
“Qu’y puis-je? Toutes les raisons ne servent de rien.”
Toutes les raisons, cela est vrai. On ne peut faire du bien qu’en aimant celui qui souffre, en aimant bêtement, sans chercher à le convaincre, sans chercher à la guérir, en l’aimant et en le plaignant. L’amour est le seul baume aux blessures de l’amour. Mais l’amour n’est pas inépuisable, même chez ceux qui aiment le mieux; ils n’en n’ont qu’une provision limitée. Quand les amis ont dit ou écrit une fois tout ce qu’ils ont pu trouver de paroles d’affection, quand à leurs propres yeux ils ont fait leur devoir, ils se retirent prudemment, ils font le vide autour d’un patient, ainsi que d’un coupable. Et comme ils ne sont pas dans une honte secrète de l’aimer aussi peu, ils l’aident de moins en moins; il cherchent à se faire oublier, à oublier eux-mêmes. Et si le malheur importun s’obstine, si un écho indiscret pénètre jusqu’à leur retraite, ils en viennent à juger sévèrement cet homme sans courage, qui supporte mal l’épreuve. Soyez sûrs que s’il succombe, il se trouvera au fond de leur pitié sincère cette sentence dédaigneuse:
“Le pauvre diable! J’avais de lui une meilleur opinion.”

 

 2002721-dc7843535d151083e7a6a074ce691471.jpg
Romain Rolland (29 januari 1866 – 30 december 1944)
In 1921

 

 

De Australische literatuurwetenschapper en publiciste Germaine Greer werd geboren in Melbourne op 29 januari 1939. Zie ook alle tags voor Germasine Greer op dit blog.

Uit: The Female Eunuch

“Maybe I couldn’t make it. Maybe I don’t have a pretty smile, good teeth, nice tits, long legs, a cheeky arse, a sexy voice. Maybe I don’t know how to handle men and increase my market value, so that the rewards due to the feminine will accrue to me. Then again, maybe I’m sick of the masquerade. I’m sick of pretending eternal youth. I’m sick of belying my own intelligence, my own will, my own sex. I’m sick of peering at the world through false eyelashes, so everything I see is mixed with a shadow of bought hairs; I’m sick of weighting my head with a dead mane, unable to move my neck freely, terrified of rain, of wind, of dancing too vigorously in case I sweat into my lacquered curls. I’m sick of the Powder Room. I’m sick of pretending that some fatuous male’s self-important pronouncements are the objects of my undivided attention, I’m sick of going to films and plays when someone else wants to, and sick of having no opinions of my own about either. I’m sick of being a transvestite. I refuse to be a female impersonator. I am a woman, not a castrate.”
(…)

“In the struggle to remain a complete person and to love from her fullness instead of her inadequacy a woman may appear hard. She may feel her early conditioning tugging her in the direction of surrender, but she ought to remember that she was originally loved for herself; she ought to hang on to herself and not find herself nagging, helpless, irritable and trapped. Perhaps I am not old enough yet to promise that the self-reliant woman is always loved, but she cannot be lonely as long as there are people in the world who need her joy and her strength, but certainly in my experience it has always been so. Lovers who are free to go when they are restless always come back; lovers who are free to change remain interesting. The bitter animosity and obscenity of divorce is unknown where individuals have not become Siamese twins. A lover who comes to your bed of his own accord is more likely to sleep with his arms around you all night than a lover who has nowhere else to sleep.”

 

 2002721-21c744f2e520473d06613343c532c0e7.jpg
Germaine Greer (Melbourne, 29 januari 1939)

 

 

De Duitse schrijfster Mirjam Müntefering werd geboren op 29 januari 1969 in Neheim. Zie ook alle tags voor Mirjam Müntefering op dit blog.

Uit: Ada sucht Eva

„Sie will den Roman mit einer Sexszene beginnen lassen.
Nicht etwa, weil sie im wirklichen Leben auch so schnell zur Sache kommt. Sondern weil sie es liebt, wenn die Ordnung der Dinge auf den Kopf gestellt wird.
Niemand beginnt einen Roman mit einer Sexszene. Also will sie es tun.
Aber zu der Zeit, zu der diese Geschichte beginnt, lebt sie allein. Sie hat keinen Sex.
In dem orange beleuchteten Tunnel stank es nach Pisse und Autoabgasen. Ich ging so langsam, wie es gerade noch erträglich war. Wenn ich Glück hatte. würde jetzt einer kommen. Es war nach Mitternacht. und ich war allein im Tunnel.
Ich hatte Glück. Ein Zug donnerte über meinen Kopf hinweg. Seine Räder rumpelten über die Gleise. Aber es waren die Verbindungen, die das Donnern machten. Die Verbindungen zwischen zweien und allen anderen. Dieses Badong-Badong-Badong.“
Das ist die einzige Möglichkeit im Leben eines normalen Menschen, aus vollem Halse zu schreien. Weil einfach niemand es hört. Niemand nimmt Anstoß. Niemand sagt »Die spinnt« und erklärt einen damit zum Anormalen. Was fiir eine Gelegenheit! Ich legte den Kopf in den Nacken und schrie. Nur die Lautstärke zählte. Ich ließ meine Lungen zittern. Dann sah ich mich um und lachte. Du kannst nie sicher sein, ob nicht doch einer hinter dir geht."

 

 2002721-5e7daaae3679fcd2abde6862a9f73f2b.jpg
Mirjam Müntefering (Neheim, 29 januari 1969)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e januari ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 14:47 Reageer op dit bericht

Vicente Blasco Ibáñez, Serap Çileli, Gert Hofmann, Muna Lee, Johann Seume

De Spaanse schrijver Vicente Blasco Ibáñez werd geboren op 29 januari 1867 in Valencia. Zie ook alle tags voor Vicente Blasco Ibáñez op dit blog.

Uit:  The Four Horsemen of the Apocalypse  (Vertaald door Charlotte Brewster Jordan)

"And Julio, in his special delivery letter, had proposed meeting in this place, supposing that it would be as little frequented as in former times. She, too, with the same thoughtlessness, had in her reply, set the usual hour of five o’clock, believing that after passing a few minutes in the Printemps or the Galeries on the pretext of shopping, she would be able to slip over to the unfrequented garden without risk of being seen by any of her numerous acquaintances.
Desnoyers was enjoying an almost forgotten sensation, that of strolling through vast spaces, crushing as he walked the grains of sand under his feet. For the past twenty days his rovings had been upon planks, following with the automatic precision of a riding school the oval promenade on the deck of a ship. His feet accustomed to insecure ground, still were keeping on terra firma a certain sensation of elastic unsteadiness. His goings and comings were not awakening the curiosity of the people seated in the open, for a common preoccupation seemed to be monopolizing all the men and women. The groups were exchanging impressions. Those who happened to have a paper in their hands, saw their neighbors approaching them with a smile of interrogation. There had suddenly disappeared that distrust and suspicion which impels the inhabitants of large cities mutually to ignore one another, taking each other’s measure at a glance as though they were enemies.
“They are talking about the war,” said Desnoyers to himself. “At this time, all Paris speaks of nothing but the possibility of war.”
Outside of the garden he could see also the same anxiety which was making those around him so fraternal and sociable. The venders of newspapers were passing through the boulevard crying the evening editions, their furious speed repeatedly slackened by the eager hands of the passers—by contending for the papers. Every reader was instantly surrounded by a group begging for news or trying to decipher over his shoulder the great headlines at the top of the sheet."

 

 2002716-525a9eb4878b399d80a40f100bba5f00.png
Vicente Blasco Ibáñez (29 januari 1867 – 28 januari 1928)
Portret door Joaquin Sorolla, 1906

 

 

De Turks-Duitse dichteres en schrijfster Serap Çileli werd geboren op 29 januari 1966 in Mersin. Zie ook alle tags voor Serap Çileli op dit blog.

Uit: Eure Ehre - unser Leid

„Das war meine einzige Chance auf ein eigenständiges, selbst bestimmtes Leben. Trotz all dem Leid, das sie mir angetan hatten, war die Abnabelung von Mutter und Vater, von den Geschwistern und den übrigen Verwandten nicht einfach und kostete mich viele schlaflose Nächte und noch viel mehr Tränen. Ich war in einem ständigen Widerstreit zwischen Verstand und Gefühl, zwischen Kopf und Bauch. Ein Prozess, der sich schwer in Worte fassen lässt. Lange konnten mein Herz und mein Verstand nicht zueinander finden.
Aber das Schreiben hat mir geholfen, es hatte therapeutischen Wert für mich. Mich dem stummen Blatt Papier anzuvertrauen, war der einzige Weg für mich, den inneren Frieden zu finden.
Es war ein Abschiednehmen von meinen Wurzeln und meiner alten Geschichte. Während ich schrieb, habe ich natürlich auch viel gelesen. Ich entdeckte die Frauenliteratur, las über die Rolle der Frau als Mutter und »Hüterin des Hauses« und darüber, dass man uns seit Jahrhunderten weiszumachen versuchte, dies läge in der »Natur der Frau«. Und dass dieses »Naturgesetz« unter keinen Umständen zu missachten sei. Die Lektüre von Betty Friedan, Simone de Beauvoir, Rosalind Miles und Christa Mulack ebenso wie Oriana Fallaci und Taslima Nasrin haben mir nicht nur in meiner Selbstfindung sehr geholfen, ich konnte plötzlich meine eigene Geschichte besser einordnen, und ich begann zu begreifen, dass muslimisch-türkische Frauen seit Jahrhunderten im Namen der Religion unterdrückt und versklavt wurden.
Im Schreiben hatte ich jetzt endlich eine Möglichkeit gefunden, meine Gefühle, Gedanken, Erinnerungen, Eindrücke, Erfahrungen und meinen Zorn gegen jegliche Unterordnung der muslimischen Frauen festzuhalten. Wenn ich alles, was mir widerfahren war, aufschrieb, konnte ich möglicherweise meine muslimischen Leidensgenossinnen vor ähnlichen Ungerechtig-keiten bewahren.“

 

 2002716-f2a69ce0128fbebb9e36049d8b28e0dd.jpg
Serap Çileli (Mersin, 29 januari 1966)

 

 

De Duitse schrijver Gert Hofmann werd geboren op 29 januari 1931 in Limbach in Sachsen. Zie ook alle tags voor Gert Hofmann op dit blog.

Uit: Zur Phänomenologie des Snobs

„Etwas später, nun haben wir uns gewaschen und angezogen, nun steht die Sonne am Himmel, sage ich zu meiner Frau: Das mache ich schon! und gehe, weil der Sänger noch singt, durch den Korridor zu Kaspars Tür. Ich klopfe, werde lange nicht gehört, dann ruft eine Stimme: Herein! Aufs neue erschrocken, daß es nicht Kaspar ist, der in seinem Zimmer ruft, stoße ich die Tür auf, trete ein. Und sehe statt Kaspar, mit dem ich insgeheim immer noch rechne – obwohl ich ihn mit eigenen Augen in die Erde habe fahren sehen – einen Mann in Kaspars Alter, wenn auch sonst ganz anders, auf Kaspars Stuhl vor Kaspars Klavier sitzen, sehe, er lächelt mich an. Ich bin Popper, sagt er. Dann die Begrüßung, der Händedruck, er ist aufgestanden, ich sage ihm, wer ich selber bin, er freut sich und klopft mir auf die Schulter und faßt mich, als er hört, daß ich komponiere, an einer Operette bin, beim Ellenbogen und führt mich in seinen Zimmern herum, deren Möbel er, um sich von Kaspar abzusetzen, umgestellt hat, aber er erklärt mir alles, auch wo sie gestanden haben. Schließlich, mit einer großen Geste, zeigt er mir, wo bei ihm der Whisky steht.“

 

 2002716-28c11271207462c63b9b9befd3ebe8ea.jpg
Gert Hofmann (29 januari 1931 – 1 juli 1993)

 

 

De Duitse schrijver en dichter Johann Gottfried Seume werd geboren op 29 januari 1763 in Posema, Sachsen-Anhalt. Zie ook alle tags voor Johann Gottfried Seume op dit blog.

 

Die Aehnlichkeit

Frau Rose nahm den kleinen Jungen,
Der jubelnd um sie hergesprungen,
Mit mütterlichem Wohlbehagen,
Um ihn mit Trommel, Flint' und Wagen
Zu Töffeln, ihrem Mann, zu tragen.
Sieh sieh doch, Töffel, sprach Frau Rose,
Wie rasch er ist, wie flink und lose;
Schau nur einmahl dem kleinen Wichte
Auf jeden Zug im Angesichte;
Er ist von Kopf bis zu den Sohlen
Im Ebenbild mir abgestohlen:
So schelmisch, sieh doch nur zum Spaße
Das Kinn, die Stirn, den Mund, die Nase! -
Ey, daran ist nun wohl kein Zweifel,
Sprach Töffel, und schob seine Mütze
Ein wenig von dem Grillensitze;
Nur daß er mir nicht gleicht, das ist der Teufel.

 

 

Nach dem Regen

Es hatten die Raben geächzet,
Es hatten die Fluren gelechzet,
Der Pflüger zog traurig vorbei;
Der Regen war niedergesunken,
Es hatte nun Alles getrunken,
Und Alles war fröhlich und frei.

Der Schmelz der erfreulichen Saaten,
Als wären sie nun schon gerathen,
Entzückte das Auge mit Lust;
Die Blüthe der herrlichen Pfirsche,
Des röthlichen Apfels, der Kirsche,
Erweiterte heilend die Brust.

Der Furcher mit seinen Genossen,
Den muthigen, wiehernden Rossen,
Verdoppelt den Schritt im Gesang;
Die ehrlichen, häuslichen Stiere,
Als wären's vernünftige Thiere,
Gehn stolz den beschwerlichen Gang.

Die Gärtner mit Rechen und Kannen
Besehen die Pflanzung der Tannen;
Es hat sie der Himmel getränkt,
Und, wie den verdursteten Fluren,
Hat Gott den bessern Naturen
Zum Mai noch ein fröhliches Antlitz geschenkt.

 

 2002716-42f5ddd71664416f7e31adab48b3626b.jpg
Johann Gottfried Seume (29 januari 1763 – 13 juni 1810)
Portret door Veit Hanns Schnorr von Carolsfeld, 1798

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Muna Lee werd geboren op 29 januari 1895 in Raymond, Mississippi. Zie ook alle tags voor Muna Lee op dit blog.

 

Caribbean Marsh

Acres of mangrove, crowding the sea-streaked marsh,
Acres of mangrove, wading toward the beaches,
And here and there a milky-white bloom tossed
On fragile boughs above the flooded reaches.
Mangrove thrusts deep in salty mud,
Balances uneasily upon its three-pronged roots,
Huddles from wind in its dissonance of leaves.
Tempest and drought it has withstood,
This straggling orchard that bears no fruits,
This field where none will garner sheaves.
Sucking life up from the acrid marsh,
Drawing life down from the burning sun,
All the year offers of crude and harsh
There between sea and shore it has known.
Wave and glare, sea-urge, sea-drift,
It has been their victim, proved their power,
Persisting bleakly for one end alone—
Through an unheeded hour
Briefly, awkwardly, to lift
This frail, inconsequent flower.

 

 2002716-3ff4eccc848ad1d0b96024e77f3214d8.jpg
Muna Lee (29 januari 1895 – 3 april 1965)
Lee (links) met de Duitse politica Louise Schroeder, 1921

 

Geschreven door Romenu om 14:37 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten