Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 30 januari 2017 tot 31 januari 2017

Anton Korteweg, Hasso Krull, Alfred Kossmann, Anna Blaman, Henk van Straten, Jozef Eijckmans, Marcus Roloff, Norman Mailer, Stefan Beuse

De Nederlands dichter en neerlandicus Anton Korteweg werd geboren in Zevenbergen op 31 januari 1944. Zie ook alle tags voor Anton Korteweg op dit blog.

 

Zee

Ze is zo groot.

En, hoewel grijs in middels,
Zo mooi in haar groenblauwe jurk nog.

We mogen met z'n allen aan haar zitten,
nog steeds. Vindt ze niet erg.

We mogen er zelfs in, helemaal.
Merkt ze niet eens.

Ze is zo groot.

Haar kou gooit ons terug als een visje.

 

 

Bij het zien van een weegbree in een scheur van het asfalt

Een weegbree - drie ovale blaadjes -
gebroken uit een asfaltscheur

Nu je er toch bij stil moet staan,
wil je er niets van denken.

Of, moest het toch, iets als allicht,
de weegbree immers is heel algemeen
op asfalt, tussen puin en bij gebouwen.

Maar wat je ziet ben je natuurlijk zelf,
door je omgeving wreed gefnuikt maar niet
vergeefs naar volle wasdom strevend, toch,
de Zeeuwse wapenspreuk, zeg maar, maar anders,
zoiets, en anders is het die etterbak die steeds
waar je het niet verwacht z'n kop opsteekt
of, evenmin onaardig, 't onweerlegbaar teken
dat het het leven is dat altijd wint.

Enfin, het is je blijkbaar niet gegeven
een overblijvend, veel voorkomend plantje
in z'n natuurlijke omgeving waar te nemen
als wat het is: gewoon een weegbree. Jammer.

 

 2003435-14a72d6129a46b38f2459b269629aab7.jpg
Anton Korteweg (Zevenbergen, 31 januari 1944)
Portret door Lia Laimbock, 1996

 

 

De Estse dichter Hasso Krull werd geboren op 31 januari 1964 in Tallinn. Zie ook alle tags voor Hasso Krull op dit blog.

 

De zee kabbelt zachtjes, als een deinende rivier

De zee kabbelt zachtjes, als een deinende rivier,
geen rivier, het is de zee, wolken deinen
boven een bos, een jeneverbesbosje, ze deinen als een rivier,
maar middenin zit een gat, in de wolken zit een gat
 
waar je witte hondsroosbloesems doorheen ziet,
nee, je ziet ze niet, nu lieg ik, maar
toch bloeit de hondsroos, de wolken deinen
en liegen zo met mij mee, dat de aarde zwart ziet,
 
het gras groen, de lelies geel,
de pioenrozen rood, dit liegen de wolken allemaal
en zodoende is de kunst van het liegen niet verlopen,
maar heeft, in tegendeel, een nog nimmer behaalde hoogte bereikt,
 
ze doet de zee kabbelen, de vogels zingen,
rode pioenrozen bloeien, de zee kabbelt zachtjes
en het is geen rivier, de rivier is hoog boven in de wolken,
die wolken liegen dat ze barsten, maar er zit een gat in.

 

 

In de bron drijven stuifmeel en graszaadjes

In de bron drijven stuifmeel en graszaadjes.
Een heldere bron. Als ik mijn arm met de kan uitsteek,
merk ik dat op het water ook een slak meedeint
en op een steen wacht een rode kikker, klaar om te vluchten.
 
Een heldere bron. Ik zie hoe dicht de bodem met algen is bedekt,
ze wervelen om de stenen als een zacht tapijt
met prachtige strepen. Ondertussen besluit de kikker
midden in het water te springen, hij doet een paar flinke slagen
 
en klautert er aan de overkant uit. Nu ben ik ontdekt
door de muggen, haastig schep ik met de kan ook de slak mee,
vlug maak ik de emmers vol, een paar groene
luizen en een spin badderen in het heldere water.
 
Het bronwater is schoon, het is als water uit een droom.
De droom van de aarde, helder en heel oud. Als een balans
met twee schalen haast ik me de heuvel op, dan drink ik,
met in mijn mond graszaadjes, het water uit een glas.

 

Vertaald door Iris Réthy en Jan Sleumer

 

2003435-ff6119f8e73ee4b13a2a1648ae341523.JPG
Hasso Krull (Tallinn, 31 januari 1964)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Alfred Kossmann werd geboren op 31 januari 1922 in Leiden. Zie ook alle tags voor Alfred Kossmann op dit blog.

Uit: Aschenbach's onrechtvaardigheid

“Gustav von Aschenbach, de schrijver die volgens Thomas Mann's verhaal in Venetië eerloos en op middelbare leeftijd stierf, had een belangwekkende maatstaf voor het achtenswaardige van kunstenaarslevens. Hij meende dat ‘wahrhaft gross, umfassend, ja wahrhaft ehrenwert nur das Künstlertum zu nennen sei, dem es beschieden war, auf allen Stufen des Menschlichen charakteristisch fruchtbar zu sein’.
Het is subtiel en voorzichtig uitgedrukt. De jonggestorven genieën, de vroege zwijgers en de artiesten van één werk hoeven zich er niet door beledigd te voelen, want op hun persoon wordt geen smet geworpen. Niet zijzelf, maar hun ‘Künstlertum’ wordt uit de elite van het ‘ehrenwerte’, het achtbare gestoten. Zijzelf kunnen heel achtenswaardig zijn geweest. Hun werk kan het nog altijd zijn. Hun kunstenaarschap, hun artistieke produktiviteit is het echter niet.
Er is voor Aschenbach's stelling veel te zeggen. Al was het uitsluitend omdat de oud-wordende volhouders die er door worden geëerd toch al moeite hebben om zich in de publieke opinie tegen de vroege stervers te verweren. Voor hen zweet, inspanning, zorg een heel leven lang. Voor de anderen de pijnlijke zaligheid van één geweldig orgasme. Voor hen de ervaring dat hun volhouden verkeerd wordt uitgelegd, door jongere generaties enigszins betreurd, op zijn minst ietwat belachelijk gevonden. Voor de anderen roem zonder naijver bij vele generaties, de zekerheid van eeuwig jonge lokken, een lauwerkrans en een onoplosbaar geheim.
Het samenbrengen van de woorden ‘gross’, ‘umfassend’ en ‘ehrenwert’ geeft aan deze een sympathieke betekenis. Aschenbach is zonder twijfel een moralist, die met vooronderstellingen van esthetische en artistieke verdiensten een ‘Künstlertum’ in laatste instantie op buiten-artistieke gronden beoordeelt. Het zou dan ook flauw zijn om de drie woorden van elkander los te maken en te demonstreren dat men met hetzelfde gemak ‘groot’ kan noemen wat niet ‘achtbaar’ is, dat grootheid en achtbaarheid elkaar zelfs kunnen uitsluiten en dat niet het ‘umfassende’, het horizontale, maar het diep stekende, het verticale in de kunst aandacht verdient. Aschenbach heeft in zijn bepaalde zin volkomen gelijk. ‘Groot’ kan men worden door moeite te doen, door te woekeren met zijn talenten; dat men er achtbaar door wordt zal wel niemand ontkennen.”

 

 2003435-5bc34aeae8024eadfba9d101beb3ce3f.jpg
Alfred Kossmann (31 januari 1922 - 27 juni 1998)
De schepper van Gustav von Aschenbach, Thomas Mann, op de cover van “Duurzame gewoonten”

 

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Anna Blaman werd geboren op 31 januari 1905 te Rotterdam. Zie ook alle tags voor Anna Blaman op dit blog.

Uit: Eenzaam avontuur

“Plotseling hielden ze beiden stil. Ze grepen elkaars handen, naderden elkaar en stonden roerloos, lijf aan lijf, wang aan wang, zonder elkaar te kussen...
Ik durfde niet meer in het licht te treden en liep weer tastend terug het donker in. Het kon me niet meer schelen waar ik terecht zou komen. Ik voelde me beschaamd, maar vooral zonderling ontdaan. Ik had niet mogen blijven kijken, ik had van mijn aanwezigheid blijk moeten geven; of beter nog, ik had me onmiddellijk, stil en kuis, moeten terugtrekken. Ik wist thans een geheim zonder dat te kunnen doorgronden. Ik had het idee dat me dat altijd op mijn ziel zou blijven drukken als iets onontwarbaars dat niet aflaten zou mij te intrigeren... Ik vond de weg naar het Toeristenhuis terug. Ik kwam diep in de nacht en doodmoe aan. Ik viel in een droomloze slaap, maar 't was een slaap die me niet verkwikte. Later, veel later, toen ik me eens waarachtig ongelukkig voelde, Alide, sliep ik net zo. De volgende morgen hervond ik een stemming tussen onvree en verlangen. Het kwam niet in me op het blauwe paleis terug te zoeken om het met mijn herinnering te confronteren. Zelfs dacht ik er niet aan dat ik het op mijn wandelingen toevallig weer zou kunnen zien. Ik had het diep teruggedrongen tot in het oord van mijn geheimste leven en sprak er niet over. Zo was er veel dat ik beleefd en nooit gezegd had. Ik was bijvoorbeeld Winnetou geweest, edel, naïef en wijs. Ik was ook magiër geweest, kon me onzichtbaar maken en drong binnen in paleizen. Ik was ook mezelf geweest, maar op een fantastische wijze die geducht en prachtig was. Mijn waakdromen waren hymnen aan mezelf. Maar nu wist ik van een nieuwe hymne, niet aan mezelf gericht, duister en lotsbeslissend, en waarvan ik later de fatale zin peilen zou...”

 

 2003435-ef1a2d250fd783f9c0ab121adc41f6f1.jpg
Anna Blaman (31 januari 1905 - 13 juli 1960)
Portret door Yme Mary Bosma, 2004

 

 

De Nederlandse schrijver, journalist en columnist Henk van Straten werd geboren in Rotterdam op 31 januari 1980. Zie ook alle tags voor Henk van Straten op dit blog.

Uit: Bidden en vallen

‘Voor honderd euro pijp ik je.’
De woorden vormden in eerste instantie geen coherente zin. Het waren zelfs geen woorden; slechts losse klanken zonder betekenis. Torn kneep in het lege blikje; het dunne metaal klakte. Ze keken elkaar een tijdje aan. De werkelijkheid leek te scheuren, van zichzelf te worden losgetrokken. Torn had het heet en kreeg het benauwd. Hij schrok toen zijn hand zijn adamsappel raakte; hij wilde zijn stropdas losser trekken maar er was geen stropdas. Het was zondag. Hij was een fles sap gaan kopen. Hij was op weg naar huis.
De jongen spuugde op de grond. Een kloddertje wit tuf, tussen zijn voortanden door, op het gebarsten asfalt. Zelfs dat spugen had iets moois, was soepel. ‘Ja of nee?’
Tom lachte. Een nerveus lachje. ‘Pardon?’
‘Pardon? Welke flikkertje zegt pardon? Ja of nee? Je hoorde me wel.’
‘Ehm, ik denk niet, dat ik.-’
De jongen praatte hem na, karikaturaal. ‘Ik denk niet, dat ik...’ Hij spuugde nog een keer, plaatste zijn linkervoet op het skateboard en zette af. ‘Ja, doe maar alsof.’
Tom bleef even zitten en veerde toen op. ‘Wacht even.’ Hij zei het met een raspende, wankele stem. En nog een keer. ‘Wacht even.’ De stem leek van vlak achter hem te komen, van iemand anders, alsof hij bij diegene op schoot zat. Toch zadelde het universum hém op met de consequentie; de jongen trapte op de staart van het board, kwam schrapend tot stilstand en keek hem aan. Hij zou kunnen opstaan en weglopen. ‘Laat maar,’ zou hij kunnen zeggen, en dan keihard wegrennen Maar hij zat hier nog, en hij vroeg: ‘Hoe heet je?’
‘Ik heet: gaat je geen kanker aan.'
‘Oké, prima, oké.’ Zijn oren suisden. Bezweet en duizelig. Droge mond. En daarnaast een gewaarwording die hij zelfs in gedachten niet durfde aan te raken; hij had een erectie.
‘Waar?’ vroeg hij. ‘Waar wil je het doen?’
‘Wat?’

 

 2003435-731a57bb5ef0445d5e699795507fea37.jpg
Henk van Straten (Rotterdam, 31 januari 1980)

 

 

De Nederlandse dichter Josephus Egidius Eijckmans werd geboren in Gorinchem op 31 januari 1907. Zie ook alle tags voor Jozef Eijckmans op dit blog.

 

Passage inderdit

lang gewacht
met ouderdomspoëzie
de jonge gezichten om mij
heen
hebben het belet
weerzin tegen het verval (die
dooddoener)
heeft het belet
het licht van elke dichter
en van de hoge muziek (tijdeloos)
hebben het belet
de paradox (altijd redder in de nood)
heeft het belet
nu
dit uiteindelijk
(op eigen risico dan)
heeft het toegestaan
liet er mijn handen niet meer
van af

 

 2003435-3a03c60054666000c594875e0c23228d.jpg
Jozef Eijckmans (31 januari 1907 – 12 november 1996)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Marcus Roloff werd geboren op 31 januari 1973 in Neubrandenburg. Zie ook alle tags voor Marcus Roloff op dit blog.

 

carte

das flurstück, ein schönes
totales wie staude + blatt-
spreite + vorderhand
lebenslinien, später dann
quirlende weltallachse

bei umeå dort bei uppsala
(bei prinzipiell u.)
drehen die flüsse um
zerfließen wie wasser in tinte
auf dem gesteiften blatt

papier, ein schönes totales
wie teppichkanäle + fransen-
ekliptik + grün das grün
der verdrängung, es war
einmal selbstbildniswert

 

 

meyer heißen

will ich beziehungsweise mich klein
machen geduckt dem schicksal entrinnen
im windschutz der stube verborgen der
zweiten jahrhunderthälfte rauscht mir der
kopf von den gruben hinter den linien
loderte doch nur bohnensuppe der post-
kartenstapel vermoderte im gepäck mein
kopf ein feindsender ich alter rentner
ich pfeife auf meine ich sterbe an meiner
nachkriegsehe auf dieser pritsche auf
diesem heimatboden mit all seinen birken
& eichen gleicht sich aufs haar halb
europa halb tue ich als gelte es
durchzuhalten bis moskau.

 

 2003435-9294817af7215f546d8df0d79113d926.jpg
Marcus Roloff (Neubrandenburg, 31 januari 1973)

 

 

De Amerikaanse schrijver Norman Mailer werd op 31 januari 1923 in Long_Branch, New Jersey geboren. Zie ook alle tags voor Norman Mailer op dit blog

Uit:Oswald’s Tale

“When Valya was three years old, she fell on a hot stove and burned her face and was ill for a whole year, all that year from three to four. Her mother died soon after, and her father was left with seven children.
When they buried her mother, Valya’s father said, “Now, look at her and remember her.” He put them all around the coffin and told them again, “Try to remember your mother.” There they were, all seven children, dressed in black. Valya’s dress had an ornament like a small cross. She remembers that, and how all her brothers and sisters cried. Their mother had died giving birth to her eighth baby.
She passed away at a hospital fifty kilometers from where they lived, and when her mother felt she was at her last, she asked somebody to call Guri, her husband, and tell him that she wished to say a few words. So, she lay in bed waiting, her eyes on the door, and when she saw that door open, she was so weak she could only say, “Guri, please take care of our children,” and then she died. She couldn’t live a moment longer. Of course, she still comes back to Valya in her dreams.
While Valya was only the fifth child in this family, she was the second sister, so when her oldest sister left home a couple of years later, Valya had to take care of the house. It was a good family all the same, and they were kindhearted, and approximately everybody was equal. When Valya was seven, she could already bake bread in a stove where you had to use a flat wooden spade to insert your loaf of dough, and everybody was happy when she made her bread because it was tasty.
Her father was a switchman and worked on the Smolenskaya section of the Soviet rail system at a town called Pridneprovsk. Since his children had no older woman to help them now, Guri married again. And his children were not upset by this new wife but loved her, for she was a nice person, and they even called her Mama. She was very kind to them, even if she was not healthy and had been married twice already; but her only child, from her second marriage, had died and now this was a third marriage, and Guri and this new wife did not have children together.
It is possible the stepmother married Valya’s father so she wouldn’t have to stay on a collective farm but could live with a man who did not need a wife to work outside. Sometimes Valya wondered why he did marry her, because she was sick a lot, even hospitalized; but though she did not help so much as hoped, these children needed her to feel like a family, and so they waited each time for her to return from her sickness. She did care for Guri’s children.”

 

2003435-77574f8dcec02cdcd174815094e7e8f6.jpg
Norman Mailer (31 januari 1923 – 10 november 2007)
 

 

De Duitse schrijver Stefan Beuse werd geboren op 31 januari 1967 in Münster. Zie ook alle tags voor Stefan Beuse op dit blog.

Uit: Das Buch der Wunder

„Was glaubst du?«
Penny hielt den Stein genau vor die Sonne.
»Was glaubst du, wie viel Karat sind das?«
Sie betrachtete die Einschlüsse. Kleine Bläschen, winzige Äste in einem sattgrün strahlenden Meer.
Einschlüsse bedeuten nicht immer eine Wertminderung, hatte ihr Vater gesagt. Sie verleihen dem Stein oft erst seine Einzigartigkeit.
Penny drehte den Smaragd vor dem Licht. Er wog schwer in der Hand und wies ein lebhaftes Feuer auf.
»Was meinst du, was ist der wert?«
Sie zog einen Ärmel ihres Kleides über die Hand, befeuchtete das Stück Stoff über ihrem Zeigefinger und polierte damit eine Stelle, die stumpf geworden war von der Erde.
»Meinst du, wir sind jetzt gemachte Leute?«
Tom stieß Luft durch die Nase.
»Gemachte Leute.«
Er warf einen Blick auf das, was sie in der Hand hielt.
»Das ist Glas, Penny. Wahrscheinlich von einer Flasche.«
Seine Schwester kniff ein Auge zu, wie ihr Vater, wenn er am Werktisch saß und die Lupe vor das andere Auge klemmte.
»Sieh dir das an.«
Sie bewegte den Stein so langsam, dass jede Facette einzeln aufblitzte.
»Das ist ein echtes Prachtstück.«
Grünes Licht zitterte über ihr Gesicht, und Tom musste an dieses Bild aus der Kinderbibel denken: Eva im Paradies.“

 

 2003435-e3cd58225a31a76bfabec09f488f9318.jpg
Stefan Beuse (Münster, 31 januari 1967

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e januari ook mijn blog van 31 januari 2016 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:11 Reageer op dit bericht

Bernard Dewulf, Tijs Goldschmidt, Anne-Gine Goemans, Shirley Hazzard, Adelbert von Chamisso, Les Barker, Karl Gerok, Michael Dorris, Anton Hansen Tammsaare

De Vlaamse dichter, schrijver en journalist Bernard Dewulf werd op 30 januari 1960 in Brussel geboren. Zie ook alle tags voor Bernard Dewulf op dit blog.

 

Impression soleil manquant

in straten, leeg van plezier, horen wij
de wind door de hagen, en weten:
eens gaat hij liggen, ook hij;

wij zoeken naar steun in
de stenen, die ons dragen
als schouders, zo zeldzaam,

en vinden de stemmen terug, van
vroeger, van later, van regen
op zeer fijne planten, en

denken: waar zullen wij
belanden, na dit behoedzaam
verlaten van weerom ons huis,

en waar na dit geduldig
verkennen van lanen, lang
van geheugen, en zonder een lucht
om te reiken, wellicht.

 

Choreografie

als het zo is, dat, wanneer wij in
het sluw geslaap verzeilen, onze ogen
nog gesloten moeten, en de handen
vlug gevouwen,

waarom dan verzoeken wij hier,
zeldzaam gretig soms, de vreugden
en bijwijlen zelfs de woorden
met de meest gemeende sier,

of zijn wij slechts de dwaze dansers,
zeer gracieus en eeuwig soms,
maar van muziek de stille slaven,
van de droeve dans nog slechts
de licht gebogen hand of spaarzaam
uitgevoerde pas?

 

 

Door liefde

Ik zeg als zij slaapt mijn naam
in de nacht. Zo duid ik mij aan.
Ik spreek hem door liefde gehard
tot ver binnen haar lichaam uit.

Daar wil ik bestaan, uit niets
dan mijn naam en haar lichaam.
Als niemand en woelig er wonen,
als haar schoonheid voorbijgaan.

Slaap is haar stem en zij zucht
tot antwoord niet eens. Buiten haar
houdt zij mij diep in haar vast.
Men heeft haar lief om haar heen.

 2003008-6959eb86d9c14ac6f63b3f14c0cac69a.jpg
Bernard Dewulf (Brussel, 30 januari 1960

 

 

De Nederlandse schrijver Tijs Goldschmidt werd geboren op 30 januari 1953 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Tijs Goldschmidt op dit blog.

Uit: Darwins hofvijver

`Langzaam verdwijnt het net onder water. Drie rode bollen van plastic, de drijvers, dobberen naar hun plaats veertig meter achter het houten bootje. Mhoja geeft een beetje gas, zodat de staalkabels tussen het net en de boot worden strak getrokken. Als ze druipend boven water komen, kijkt hij in mijn richting zonder iets te zeggen. Ik teken een cirkel in de lucht. Mhoja kijkt op zijn horloge en geeft vol gas.
Het is 1985, grote regentijd. We varen op de Mwanzagolf, een zuidelijke uitloper van het Victoriameer. Over tien minuten zullen we het sleepnet binnenboord halen. Elimo, die de boot heeft leeggehoosd met een roestig blik Africafé, gaat naast Mhoja zitten. Ze turen door de vlonders naar de bodem. Water sijpelt op verschillende plaatsen naar binnen. De bodem is in korte tijd veranderd in een labyrint van gangen, een gesamtknaagwerk van insektelarven. Mhoja haalt een pluk ruwe katoen uit zijn broekzak en wurmt die met een stokje in een lek. Intussen overweeg ik wat erger is, hozend voortgaan in dit vergiet, of het werk stilleggen en de boot repareren. Een reparatie die zonder twijfel lang zal duren. Jarenlang was benzine op de bon en nu het land eindelijk wat brandstof heeft, lekt de boot.
Ik wil deze dag niet bederven en kijk omhoog. Boven de Mwanzagolf staat een zeventiende-eeuwse Hollandse lucht.
Kijk daar eens: ‘Mawingu kama picha ya mbwana Salomoni Ruysdael, m'Holanzi, een lucht als in een schilderij van meneer Salomon Ruysdael, een Hollander.’
‘Sawa, sawa, dat kan weinig kwaad,’ zeggen Mhoja en Elimo vriendelijk, maar zonder erop in te gaan gorgelen ze verder in het Sukuma. Het is amusant, eindelijk ben ik zover dat ik hun gesprekken in het Swahili moeiteloos volgen kan en nu vallen ze terug op hun moedertaal, die ik veel moeilijker versta. Zal ik Sukuma gaan leren, of de achtervolging uit beleefdheid staken? Ik ben benieuwd naar die taal. Een grammatica heb ik nergens kunnen vinden, maar Clementi, een Frans-Canadese pater die hier al zijn halve leven woont, beloofde een kopie van zijn gestencilde aantekeningen. Hij vertelde een bijzonderheid: mannen die in het Sukuma tellen, gebruiken daarvoor andere woorden dan vrouwen, en veehoedende jongens tellen weer anders."

 2003008-0fbe17004c125a6392c0891ac7a1920e.jpg
Tijs Goldschmidt (Amsterdam, 30 januari 1953)

 

 

De Nederlandse schrijfster Anne-Gine Goemans werd geboren in Heemstede op 30 januari 1971. Zie ook alle tags voor Anne-Gine Goemans op dit blog.

Uit: De toegift

“My heart goes out to you.
Hij zei het echt, met die typische grijns van hem waardoor zijn te grote kunstgebit bijna uit zijn mond klapte. Cok Bakker schalde door de microfoon op het plein in het stadje Sassari ‘My heart goes out to you.’ Hij spreidde euforisch zijn armen alsof hij heel Sardinië in zijn hart wilde sluiten en zeeg neer. Piepende speakers. Het applaus verstomde. Vanuit het publiek kwam een kleine donkere man ‘Sono il dottore! Sono il dottore!’ aangesneld.
Hij hees zichzelf op het podium, knielde voor Cok en bevrijdde hem van zijn gitaar. Zachtjes schudde hij aan zijn schouders, terwijl hij op bezwerende toon tegen hem sprak. Daarna kantelde il dottore Coks hoofd naar achteren en trok het kunstgebit uit zijn mond. Handen op de borst. Hij duwde zo hard en fanatiek dat de overige drie Honolulu Kings dachten dat Coks lichaam zou leeglopen. Mond-op-mondbeademing. De rode hibiscusbloemen op zijn hawaïhemd gingen op en neer. Een nieuwe ronde borstcompressie. De dokter telde prevelend in het Italiaans. Het publiek, minstens tweehonderd Sardijnen, hield zijn adem in. De Kings wendden hun hoofd af. Het was niet om aan te zien. Daar lag hun vriend, met dat belachelijke haaiengebit naast zijn bleke gelaat, zijn lijf gereduceerd tot een lege fietsband die hardhandig werd op gepompt. Sirenes. Meer kleine donkere mannen op het podium die zich over Cok bogen. Zijn nieuwe hemd werd met een ruk opengetrokken. Handgemaakte knoopjes vlogen in het rond.
Zelfklevende elektroden op zijn ingevallen borstkas. Vanuit een koffertje werd een elektrische schok afgevuurd. Coks lichaam knalde omhoog als vuurwerk, het publiek kreunde en bad. Meer schokken, meer vuurwerk, meer biddende handen.
My heart goes out to you.”

 

 2003008-5c33e9a7e703846c7dfbed1ab9548edc.jpg
Anne-Gine Goemans (Heemstede, 30 januari 1971)

 

 

De Australische schrijfster Shirley Hazzard werd geboren op 30 januari 1931 in Sydney. Zij overleed op 12 december jongstleden op 85-jarige leeftijd. Zie ook alle tags voor Shrley Hazzard op dit blog.

Uit: The Ancient Shore

“My worktable faced a blank wall, for the sights of Siren Land are no aid to concentration. Even so, throughout the day my husband and I would call one another—to see the light on Vesuvius, the red ship, the colored sails, the fishermen hauling nets, and the wave breaking over Roman walls.
The “reality” prefigured to me, like a spread of wet cement, never did “set in.” But by definition a leap through the looking glass disturbs one’s self-image, and I had to learn something of my own ignorance. Intimacy with another country is ripened by pleasures but also by loneliness and error. It is nurtured through long wet winters as well as radiant days and through the fluctuations of mood inevitable to any strong attachment. The colorful scene will not compensate indefinitely for a sense of exclusion from the exchange of thought and wit. The early hospitality of the Italian tongue in daily matters is little preparation for its exigency in the expression of ideas, and the outsider genially praised for his declarative sentences cannot suspect that years may pass before this elusive language becomes as flexible and spontaneous as his own. The many resident foreigners who remain visitors forever, hovering eternally at a rim, have recoiled from these rigors and may applaud Italian joys or deplore Italian ills, themselves being responsible for neither. Yet a life without responsibility can pall, and most such people will go home at last, having exhausted not Italy but their own capacity for aimlessness.
In Italy we learn, as W. H. Auden noted, “That surfaces need not be superficial/Nor gestures vulgar” and that, since Italian life is to some extent a performance—an idea of the self played out with style—responsiveness and good manners do not guarantee depth and consistency. We learn, too, that the ability to rise to the moment, to the human occasion, is linked to a sense of mortality intrinsic, in Italy, to all that pleases us.
Life in Italy is seldom simple. One does not go there for simplicity but for interest: to make the adventure of existence more vivid, more poignant. I have known that country through dire as well as golden times and have dwelt in town and country, north and south. Whether I wake these mornings in Naples to the Mediterranean lapping the seawall or on Capri to the sight of a nobly indifferent mountain, it is never without realizing, in surprise and gratitude, that it all came to pass and that I—like Goethe, like Byron—am living in Italy.”

 

 2003008-a9cfe96464267cec0284940b26443150.jpg
Shirley Hazzard (30 januari 1931 – 12 december 2016)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Adelbert von Chamisso werd op het slot Boncourt in de Champagne geboren op 30 januari 1781. Zie ook alle tags voor Adelbert von Chamisso op dit blog.

Uit:Peter Schlemihls wundersame Geschichte

„Man hätte sich gern auf den Rasen, am Abhange des Hügels, der ausgespannten Landschaft gegenüber gelagert, hätte man die Feuchtigkeit der Erde nicht gescheut. Es wäre göttlich, meinte wer aus der Gesellschaft, wenn man türkische Teppiche hätte, sie hier auszubreiten. Der Wunsch war nicht so bald ausgesprochen, als schon der Mann im grauen Rock die Hand in der Tasche hatte, und mit bescheidener, ja demütiger Geberde einen reichen, golddurchwirkten türkischen Teppich daraus zu ziehen bemüht war. Bediente nahmen ihn in Empfang, als müsse es so sein, und entfalteten ihn am begehrten Orte. Die Gesellschaft nahm ohne Umstände Platz darauf; ich wiederum sah betroffen den Mann, die Tasche, den Teppich an, der über zwanzig Schritte in der Länge und zehn in der Breite maß, und rieb mir die Augen, nicht wissend, was ich dazu denken sollte, besonders da niemand etwas Merkwürdiges darin fand.
Ich hätte gern Aufschluß über den Mann gehabt, und gefragt, wer er sei, nur wußt ich nicht, an wen ich mich richten sollte, denn ich fürchtete mich fast noch mehr vor den Herren Bedienten, als vor den bedienten Herren. Ich faßte endlich ein Herz, und trat an einen jungen Mann heran, der mir von minderem Ansehen schien als die andern, und der öfter allein gestanden hatte. Ich bat ihn leise, mir zu sagen, wer der gefällige Mann sei dort im grauen Kleide. – »Dieser, der wie ein Ende Zwirn aussieht? der einem Schneider aus der Nadel entlaufen ist?« Ja, der allein steht – »den kenn ich nicht«, gab er mir zur Antwort, und, wie es schien, eine längere Unterhaltung mit mir zu vermeiden, wandt er sich weg und sprach von gleichgültigen Dingen mit einem andern.
Die Sonne fing jetzt stärker zu scheinen an, und ward den Damen beschwerlich; die schöne Fanny richtete nachlässig an den grauen Mann, den, so viel ich weiß, noch niemand angeredet hatte, die leichtsinnige Frage: ob er nicht auch vielleicht ein Zelt bei sich habe? Er beantwortete sie durch eine so tiefe Verbeugung, als widerfahre ihm eine unverdiente Ehre, und hatte schon die Hand in der Tasche, aus der ich Zeuge, Stangen, Schnüre, Eisenwerk, kurz, alles, was zu dem prachtvollsten Lustzelt gehört, herauskommen sah. Die jungen Herren halfen es ausspannen, und es überhing die ganze Ausdehnung des Teppichs – und keiner fand noch etwas Außerordentliches darin.“

 

 2003008-96cf20140db51bb8ff06d441b2b5186a.jpg
Adelbert von Chamisso (30 januari 1781 - 21 augustus 1838)
Cover

 

 

De Engelse dichter Les Barker werd op 30 januari 1947 geboren in Manchester. Zie ook alle tags voor Les Barker op dit blog.

 

Disaster at Sea                      

It was a calm, still day in Yarmouth,
The channel clear and wide,
As the last of the timber sailing ships
Sailed out on the evening tide.

They never saw that ship again;
They searched when it was light,
But that fine old timber vessel sank
That clear and peaceful night.

No one knows what happened
On that night in 1910;
But the crew and her cargo of woodpeckers
Were never seen again.

 

 

Hard Cheese Of Old England

There's Cheddar and Cheshire and Lancashire too,
Leicester's bright orange and Stilton is blue.
It waxes so lyrical, what can you do but sing,

Oh the hard cheese of old England,
In old England very hard cheese.

Derby got green bits because of the sage,
And when it gets older its kept in a cage.
What does it hum when it reaches this age but,

They say double Gloucester is twicest as nice,
They say double Gloucester there, I've said it twice,
Its nice in potatoes but nicest in mice.

Those damn foreigners aren't worth a mention,
Old Gorgonzolas is renowned for it stenchen,
His brother Emil wrote novels in French and sing,

There's Swaledale and Wendslydale, Rutland to add,
Shropshire and Cornish you may not have had,
It's not bad on salads this ballad's not sad and sing,

My young love said to me my mother won't mind,
And my father once liked you for your lack of rind,
No cheese greater love for his food than mankind.

 

 2003008-2d2a887bc22ec4cc4976d141fbd2da35.jpg
Les Barker (Manchester, 30 januari 1947)

 

 

De Duitse dichter en theoloog en Karl Friedrich von Gerok werd geboren op 30 januari 1815 in Vaihingen an der Enz. Zie ook alle tags voor Karl Gerok op dit blog.

 

Jakobs Traum

2.
Die Last auf dem Rücken, den Stab in der Hand,
So wandr‘ ich wie Jakob als Pilger durchs Land.

Das Land ist so fremd und sauer der Gang,
Doch wandr‘ ich getrost und doch ist mir nicht bang.

Und fragst du mich, was mich so mutig gemacht,
Es ist nur ein Traum, ein Gesichte der Nacht.

Ein Traum ist mein Glaube, mein Hoffen ein Traum,
Nicht wurzelts im Staube, im irdischen Raum.

Kein Aug hats gesehen, kein Ohr hats gehört,
Was Gott in den Höhen den Seinen beschert.

Und was ich in Stunden des Glaubens gehofft,
Mir selbst ists entschwunden gleich Träumen schon oft.

Doch tief ein dem Innern, da dämmert mir froh,
Ein selig Erinnern: es ist ja doch so.

Es ist ja kein Traum, der den Träumer berückt,
Es ist ja kein Schaum, was den Geist mir entzückt.

Es gilt was im Hoffen, im Glauben ich sah:
Der Himmel ist offen, die Engel sind nah.

Der Gott meiner Väter hält über mir Wacht,
Bis dass er den Beter nach Hause gebracht.

Und leg ich am Ziele mich schlafen im Feld,
Die Erde zum Pfühle, den Himmel zum Zelt,

Dann öffnet sich wieder das himmlische Tor,
Dann tragen mich Brüder, die Engel empor.

Dann darf ich entschweben zum lichteren Raum,
Zum Traum wird das Leben, zum Leben der Traum.

 2003008-4a164db247f619d1e31b6443d655bc8b.jpg
Karl Gerok (30 januari 1815 - 14 januari 1890)
Jacobs droom door Giuseppe de Ribera, 1639

 

 

De Amerikaanse schrijver Michael Anthony Dorris werd geboren op 30 januari 1945 in Louisville, Kentucky. Zie ook alle tags voor Michael Dorris op dit blog.

Uit: The Broken Cord

“Then, on the best days, the usually ferocious water is tamed into the stillness of a mirror that reflects the red and violet light of the clouds. Immersed in this experience, renowned among Native peoples of the region as a moment out of ordinary time, the only possible response is surrender.
I rose from the table I used for a desk, and stood at the open front door. My cabin perched on a bank above the beach, high enough so that I seemed entirely surrounded by improbable light, awhirl in the energy of star and sea. The colors above and below merged incoherently, washed into each other and into me. It was not that I had a vision of any sort, but rather that my mind was temporarily cleansed, made ready for new writing; and on that board I read with no ambiguity that I wanted a baby. The message was so certain, so unwavering, that I did not once question it. Instead, when I shut the door, I put aside my work and composed four letters to social welfare agencies, asking if adoption were possible for a single man, and if so, how and when.
Single-parenthood had, for generations, been the practical norm in my family. My grandfathers and father had all died young, leaving widows to raise children alone and through extended family networks. My role models were strong, capable mothers, aunts, and grandmothers, and I saw no compelling reason not to continue the tradition. I imagined vaguely that I would someday 'marry, but there were no immediate prospects. For some women, especially in the 1960s, babies preceded husbands. Why couldn't a child come for me before a wife ?"

 

 2003008-e97e8bcbf2f7da028b2eba4ad2725fe4.png
Michael Dorris (30 januari 1945 – 10 april 1997)

 

 

De Estlandse schrijver Anton Hansen Tammsaare werd geboren op 30 januari 1878 in Albu. Zie ook alle tags voor Anton Hansen Tammsaare op dit blog.

Uit: The Misadventures of the New Satan (Vertaald door Christopher Moseley)

“Tears welled from his eyes when he lowered the little coffin into the grave, and when the clods of earth fell with a hollow thud on the lid. Jürka’s tears were the talk of the village, for it was a sight no one ever expected to see—imagine that huge bear of a man weeping! . . .
There was one thing that Jürka knew very clearly now—one’s own children meant something entirely different from the calves and lambs one had, from baby birds in the nest, from new, tender shoots on a tree, from grass sprouting in the woods and rye in the fields. None of this had ever brought tears to his eyes.
(…)

‘Well, that’s how it goes in the world,’ Ants said instructively. ‘A small man slaves for a big man, a weak one for a strong one, a fool for a clever man. It’s God Himself who arranged it like that. And whoever goes against this order, goes against God, and anyone who goes against God shall perish. Remember this well, Jürka, and teach this truth to your children. And then you shall build your house on rock, and your herds shall graze in rich pastures.’
Jürka heard him out and said to himself: ‘You keep running up against God everywhere, and He’s always on the side of whoever’s stronger and smarter.’

 

 2003008-b643a6d0ab18624fce1f338241776de5.jpg
Anton Hansen Tammsaare (30 januari 1878 – 1 maart 1940)
Standbeeld in Tallin

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e januari ook mijn blog van 30 januari 2016 deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:19 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten