Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 2 februari 2017 tot 3 februari 2017

Georg Trakl, Paul Auster, Katja Petrovskaya, Jan Willem Holsbergen, Henning Mankell, Richard Yates, Gertrude Stein, Ferdinand Schmatz

De Oostenrijkse dichter Georg Trakl werd op 3 februari 1887 in Salzburg geboren. Zie ook alle tags voor Georg Trakl op dit blog.

 

Romanze zur Nacht

Einsamer unterm Stenenzelt
Geht durch die Mitternacht.
Der Knab aus Träumen wirr erwacht,
Sein Antlitz grau im Mond verfällt.

Die Närrin weint mit offnem Haar
Am Fenster, das vergittert starrt.
Im Teich vorbei auf süßer Fahrt
Ziehn Liebende sehr wunderbar.

Der Mörder lächelt bleich im Wein,
Die Kranken Todesgrausen packt.
Die Nonne betet wund und nackt
Vor des Heilands Kreuzespein.

Die Mutter leis’ im Schlafe singt.
Sehr friedlich schaut zur Nacht das Kind
Mit Augen, die ganz wahrhaft sind.
Im Hurenhaus Gelächter klingt.

Beim Talglicht drunt’ im Kellerloch
Der Tote malt mit weißer Hand
Ein grinsend Schweigen an die Wand.
Der Schläfer flüstert immer noch.

 

 

Amen

Verwestes gleitend durch die morsche Stube;
     Schatten an gelben Tapeten; in dunklen Spiegeln wölbt
     Sich unserer Hände elfenbeinerne Traurigkeit.
Braune Perlen rinnen durch die erstorbenen Finger.
     In der Stille
     Tun sich eines Engels blaue Mohnaugen auf.
Blau ist auch der Abend;
     Die Stunde unseres Absterbens, Azraels Schatten,
     Der ein braunes Gärtchen verdunkelt.

 

 

Het onweer

Jullie wilde gebergten, de verheven
Droefheid van adelaars.
Gouden bewolking
Rookt boven stenen leegte.
Geduldige stilte ademen de dennen,
De zwarte lammeren bij de afgrond,
Waar plotseling de blauwte
Merkwaardig verstomt,
Het tere zoemen van hommels.
O groene bloem -
O zwijgen.

Droomachtig ontroeren de donkere geesten
Van de bergbeek het hart,
Duisternis,
Die zich op de ravijnen stort!
Witte stemmen
Dwalend door ijzige voorhoven,
Verscheurde terrassen,
De geweldige wrok van de vaders, de klacht
Van de moeders,
Van de jongen de gouden strijdkreet
En wat ongeboren is
Zuchtend uit blinde ogen.

O pijn, jij vlammend aanschouwen
Van de grote ziel!
Reeds flitst in het zwarte gewoel
Van paarden en wagens
Een rozenijzige bliksem
De klinkende spar in.
Magnetische koelte
Zweeft om dit trotse hoofd,
Gloeiende melancholie
Van een toornende God.

Angst, jij giftige slang,
Zwarte, sterf in het gesteente!
Daar storten de wilde stromen
Van tranen omlaag,
Storm - erbarmen,
Galmen in dreigende donderslagen
De besneeuwde toppen rondom.
Vuur
Loutert verscheurde nacht.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 2004558-d6801b6a4f0460cd0417025baadb96c3.jpg
Georg Trakl (3 februari 1887 – 4 november 1914)
Portret door Albert Bloch, 1943

 

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en essayist Paul Auster werd geboren op 3 februari 1947 in Newark, New Jersey. Zie ook alle tags voor Paul Auster op dit blog.

Uit: 4 3 2 1

“According to family legend, Ferguson’s grandfather departed on foot from his native city of Minsk with one hundred rubles sewn into the lining of his jacket, traveled west to Hamburg through Warsaw and Berlin, and then booked passage on a ship called the Empress of China, which crossed the Atlantic in rough winter storms and sailed into New York Harbor on the first day of the twentieth century. While waiting to be interviewed by an immigration official at Ellis Island, he struck up a conversation with a fellow Russian Jew. The man said to him: Forget the name Reznikoff. It won’t do you any good here. You need an American name for your new life in America, something with a good American ring to it. Since English was still an alien tongue to Isaac Reznikoff in 1900, he asked his older, more experienced compatriot for a suggestion. Tell them you’re Rockefeller, the man said. You can’t go wrong with that. An hour passed, then another hour, and by the time the nineteen-year-old Reznikoff sat down to be questioned by the immigration official, he had forgotten the name the man had told him to give. Your name? the official asked. Slapping his head in frustration, the weary immigrant blurted out in Yiddish, Ikh hob fargessen (I’ve forgotten)! And so it was that Isaac Reznikoff began his new life in America as Ichabod Ferguson.
He had a hard time of it, especially in the beginning, but even after it was no longer the beginning, nothing ever went as he had imagined it would in his adopted country. It was true that he managed to find a wife for himself just after his twenty-sixth birthday, and it was also true that this wife, Fanny, née Grossman, bore him three robust and healthy sons, but life in America remained a struggle for Ferguson’s grandfather from the day he walked off the boat until the night of March 7, 1923, when he met an early, unexpected death at the age of forty-two—gunned down in a holdup at the leather-goods warehouse in Chicago where he had been employed as a night watchman.”

 

 2004558-0d749da94c31902361fdfe5ec11b4151.jpg
Paul Auster (Newark, 3 februari 1947)

 

 

De Oekraïens-Duitse schrijfster, literatuurwetenschapster en journaliste Katja Petrovskaya werd geboren op 3 februari 1970 in Kiev. Zie ook alle tags voor Katja Petrovskaya op dit blog.

Uit: Vielleicht Esther

"Er suche dringend nach einer Erklärung, denn er fahre gleich ab. Ich antwortete, etwas erstaunt darüber, dass meine innere Stimme sich in Gestalt eines alten Mannes mit schwarzen Augen und amerikanischem Akzent an mich wandte, atemlos und immer aufgeregter, fast ungezügelt mit Fragen mich bewarf, die ich selbst schon hundertmal durchgespielt hatte, play it again, dachte ich, immer weiter in diese Fragen versinkend, in diese Ferne der Fragen auf dem Bahnsteig, und ich antwortete, dass auch ich sofort an Krieg denke, keine Altersfrage also, ich denke sowieso immer an den Krieg, besonders hier in diesem Durchgangsbahnhof, der für keinen Zug Endstation ist, keine Sorge, man fährt immer weiter, dachte ich, und dass er nicht der erste sei, der sich das frage und auch mich. Ich bin zu oft hier, dachte ich kurz, vielleicht bin ich ctrelovnik, strelotschnik, ein Weichensteller, und immer ist der Weichensteller schuld, aber nur auf Russisch, dachte ich, als der alte Mann sagte, my name is Samuel, Sam.
Und dann erzählte ich ihm, dass Bombardier ein französisches Musical sei, das in Berlin erfolgreich laufe,viele Menschen kommen deshalb in diese Stadt, stellen Sie sich vor, nur wegen Bombardier, die Pariser Kommune oder so von damals, zwei Nächte im Hotel plus Musical alles inklusive von heute, und dass es schon Probleme gegeben habe, weil im Hauptbahnhof für Bombardier geworben wird, nur mit diesem einen Wort, kommentarlos, es stand schon in der Zeitung, sagte ich, ich erinnere mich, sagte ich, dort stand, das Wort wecke falsche Assoziationen, sogar einen Gerichtsfall hat es gegeben im Streit der Stadt mit dem Musical, es wurden Linguisten beigezogen, stellen Sie sich vor, die das Wort auf sein Gewaltpotential hin überprüften, und das Gericht hat das Urteil zu Gunsten der freien Werbung ausgesprochen. Ich glaubte immer mehr an meine Worte, obwohl ich keine Ahnung hatte, was dieses Bombardier am Dachbogen des Bahnhofs bedeutete und woher es kam, aber das, was ich so begeistert und fahrlässig erzählte und was ich auf keinen Fall als Lüge bezeichnen würde, beflügelte mich, und ich schweifte immer weiter ab, ohne die geringste Angst abzustürzen, ich drehte mich immer weiter in den Kurven dieses niemals gesprochenen Urteils, denn wer nicht lügt, kann nicht fliegen.“

 

 2004558-fffe9648f9b505c96a48573e109034ad.jpg
Katja Petrovskaya (Kiev, 3 februari 1970)

 

 

De Nederlandse schrijver Jan Willem Holsbergen werd geboren in Rotterdam op 3 februari 1915. Zie ook alle tags voor Jan Willem Holsbergen op dit blog.

Uit: Het pistool van de rekening

“Een antieke, met goud versierde fles, een pronkstuk, kan vergif bevatten, voldoende om alle bewoners van een wereldstad uit te roeien. En er zullen zeker mensen zijn die een ongebruikte atoombom een prachtding vinden voor hun tuin: kijk dáár, naast de vijver, midden op het gazon, de rododendrons als achtergrond. Zo is ook een pistool, als je het eens bekijkt, iets aanvaardbaars en niet eens lelijk, integendeel. Het zou best een sigarettenautomaat, een aansteker, een verfspuit of een nietmachine kunnen zijn.
Hoewel ik niet kan zeggen met het pistool te zijn opgegroeid, als cowboy, gangsterjong of maffiazoon, ik ben er vroeg mee vertrouwd geraakt. Dan bedoel ik niet de klappertjespistolen, waarmee Wij gevechten leverden, met vertrokken gezicht naar de getroffen plaats grijpend neervallen, grootmoeders en tantes hartslag op hartklop bezorgend, maar het echte wapen. Het hoorde bij mijn vader, zoals zijn glimmende sleutelbos, zijn hoge zwarte schoenen, sigarenkoker en de zakdoek die bitter rook. De sleutelbos glom, net als het pistool, blauw en zilverachtig; hij droeg gezond, zei men. Hij liet wel eens zien hoe je het moest afschieten, nadat hij er eerst de patronen, vriendelijke, ook alweer glimmende kleine pijpjes in een soort cassette, had uitgehaald. Daardoor wist ik al vroeg wat weinigen weten: het verschil met de revolver.
Cowboys hebben revolvers, in een draaiende cilinder zitten de patronen. De slagpen slaat in het slaghoedje, een koperen ronde kern aan de achterzij, de kogel vliegt eruit, de huls blijft zitten. Haal je weer de trekker over, draait de cilinder, komt de volgende patroon voor. Dat kun je meestal zes keer doen. Als je weer wilt schieten, moetje de hulzen uit de cilinder halen en er nieuwe in stoppen. Bij een automatisch pistool steek je een cassette vol patronen onder in de kolf. Een veertje drukt de patroon naar boven; na het vuren vliegt de huls naar buiten en de volgende komt voor de slagpen, enzovoort. Eenmaal leeggeschoten laad je hem opnieuw door er een nieuwe cassette in te schuiven.”

 

 2004558-2e0235c3a124d0d1a9c60819d4bb2b89.jpg
Jan Willem Holsbergen (3 februari 1915 – 20 mei 1995)
Holsbergen (rechts) bij de uitreiking van de Vijverbergprijs in 1962

 

 

De Zweedse schrijver Henning Mankell werd geboren in Stockholm op 3 februari 1948. Hij woont afwisselend in Mozambique en in zijn vaderland Zweden. Zie ook alle tags voor Henning Mankell op dit blog.

Uit: Drijfzand (Vertaald door Ceciel Verheij)

“Opeens was het alsof mijn leven zich vernauwd had. Op een vroege ochtend in 2014, net na Nieuwjaar, kreeg ik te horen dat ik kanker had. Het was alsof mijn leven ineenschrompelde. Mijn gedachten stokten, een leeg landschap breidde zich uit in mijn hoofd.
Misschien was het wel dat ik niet aan de toekomst durfde te denken. Die was ongewis, een mijnenveld. Wel voerden mijn gedachten me steeds terug naar mijn kindertijd.
Een periode, ik was zo'n acht of negen jaar oud, dacht ik veel na over welk soort dood ik het meest angstaanjagend vond. Op zich niets bijzonders, dat soort gedachten heb je op die leeftijd. Leven en dood worden centrale kwesties om je toe te bepalen. Kinderen zijn uiterst serieus. Zeker als ze de leeftijd hebben waarop ze zich bewust worden van hun eigen ik. Bewust van het feit dat ze een eigen identiteit hebben die niet inwisselbaar is met die van een ander. Hoe je er in de spiegel uitziet zal in de loop van je leven steeds veranderen. Maar degene die je werkelijk bent, zit daar goed achter verborgen.
Onze identiteit vormt zich als we ons met wezenlijke problemen bezighouden. Dat weet iedereen die zijn kindertijd niet totaal vergeten is.
Mijn grootste angst was op een bevroren meer of rivier door het ijs te zakken.” 

 

 2004558-34a5a630490444d622b2497f359e110f.jpg
Henning Mankell (3 februari 1948 – 5 oktober 2015)

 

 

De Amerikaanse schrijver Richard Yates werd geboren op 3 februari 1926 in Yonkers, New York. Zie ook alle tags voor Richard Yates op dit blog.

Uit: Revolutionary Road

“He was doing his fervent best and delivering each line with a high semi-professional finish, but there was no denying that he looked all wrong in the part of Alan Squiers--squat and partly bald and all but unable to see without his glasses, which he'd refused to wear on stage. From the moment of his entrance he had caused the supporting actors to interrupt each other and forget where to stand, and now in the middle of his important first-act speech about his own futility--"Yes, brains without purpose; noise without sound; shape without substance--" one of his gesturing hands upset a glass of water that flooded the table. He tried to cover it with a giggle and a series of improvised lines--"You see? That's how useless I am. Here, let me help you wipe it up--" but the rest of the speech was ruined. The virus of calamity, dormant and threatening all these weeks, had erupted now and spread from the helplessly vomiting man until it infected everyone in the cast but April Wheeler.
"Wouldn't you like to be loved by me?" she was saying.
"Yes, Gabrielle," said the director, gleaming with sweat. "I should like to be loved by you."
"You think I'm attractive?"
Under the table the director's leg began to jiggle up and down on the spring of its flexed foot. "There are better words than that for what you are."
"Then why don't we at least make a start at it?"

 2004558-c79ac1aace5270727aaee1b819e079a5.jpg
Scene uit de film uit 2008 met Kathryn Hayn, Kate Winslet, David Harbour en Leonardo DiCaprio

 

She was working alone, and visibly weakening with every line. Before the end of the first act the audience could tell as well as the Players that she'd lost her grip, and soon they were all embarrassed for her. She had begun to alternate between false theatrical gestures and a white-knuckled immobility; she was carrying her shoulders high and square, and despite her heavy make-up you could see the warmth of humiliation rising in her face and neck.
Then came the bouncing entrance of Shep Campbell, the burly young red-haired engineer who played the gangster, Duke Mantee. The whole company had worried about Shep from the beginning, but he and his wife Milly, who had helped with the props and the publicity, were such enthusiastic and friendly people that nobody'd had the heart to suggest replacing him. The result of this indulgence now, and of Campbell's own nervous guilt about it, was that he forgot one of his key lines, said others in a voice so quick and faint that it couldn't be heard beyond the sixth row, and handled himself less like an outlaw than an obliging grocery clerk, bobbing head, rolled-up sleeves and all.”

 

 2004558-c7d712d34055a4bf86fb8a612861de8d.jpg
Richard Yates (3 februari 1926 – 7 november 1992)

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Gertrude Stein werd geboren op 3 februari 1874 in Allegheny (Pennsylvania). Zie ook alle tags voor Gertrude Stein op dit blog.

 

Hotel François 1er (Fragment)

It was a very little while and they had gone in front of it. It was that they had liked it
would it bear. It was a very much adjoined a follower. Flower of an adding where
a follower.
Have I come in. Will in suggestion.
They may like hours in catching.
It is always a pleasure to remember.
Have a habit.
Any name will very well wear better.
All who live round about there.
Have a manner.
The hotel François Ier.
Just winter so.
It is indubitably often that she is as denied to soften help to when it is in all in midst of which in vehemence to taken given in a bestowal show than left help in double.
Having noticed often that it is newly noticed which makes older often.
The world has become smaller and more beautiful.
The world is grown smaller and more beautiful. That is it.

 

 2004558-16c4cdc76b058f5081525f51b610f9f8.jpg
Gertrude Stein (3 februari 1874 – 27 juli 1946)
Portret door Pablo Picasso, 1905

 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Ferdinand Schmatz werd geboren op 3 februari 1953 in Korneuburg. Zie ook alle tags voor Ferdinand Schmatz op dit blog.

 

zahnschliff, jetzt

es - hahn -, feilt
im zahn schliff
auf sehen zu lesen
der ernte brief, auf:
lippenblatt
wink und stoss,
stappelt des
bambusbambus (=bambus)
baumkuss
am salztag und wendet
der süssnacht bestand,
allen ganges zu sammeln:
schattengüsse,
fein schliff wesen zu rahmen,
der münder zu
- zahnblut kapselt -
lautet:
wortwort
zu wenden vokale
zu tönen kon-, sorten,
zu lippen überm palmfuss
nageln die liedfrucht -
halb winpernd,
die kauhand (=nichts)
schliessen,
zu kosten die stunde,
aus: augen
aus: sonne
aus: tag
weg lesen, ver
- salzen, -sprechen und –stehen
zu raten
spruchspruch,
welche berinnen
die blattblatt,
zu wandeln takt -
los jagend im furchtstrom
gemeinsam!

 

 2004558-b31ae0146a026668ca81bcdac08a7fbc.jpg
Ferdinand Schmatz (Korneuburg, 3 februai 1953)
In 2013 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e februari ook mijn blog van 3 februari 2015 en ook mijn blog van 3 februari 2013 deel 1 en ook deel twee en eveneens deel drie.

Geschreven door Romenu om 18:15 Reageer op dit bericht

Dorien de Wit wint Turing Nationale Gedichtenwedstrijd

 

Dorien de Wit wint Turing Nationale Gedichtenwedstrijd

De Nederlandse dichteres, schrijfster en beeldend kunstenaar Dorien de Wit heeft de Turing Gedichtenwedstrijd 2017 gewonnen. Voor haar gedicht 'Legenda' ontving ze de geldprijs van 10.000 euro. Dat werd woensdagavond bekendgemaakt in het NOS-radioprogramma Met het Oog op Morgen. Dorien de Wit publiceerde gedichten en kort proza in Hollands Maandblad, De Optimist en Tortuca. Bij dit laatste tijdschrift was zij een aantal jaren redacteur. In 2010 was zij een jaar lang medewerker bij Meander Magazine.

 

Legenda

Een lijn op papier is een grens tussen twee vlakken
Een golvende lijn betekent dat de grens beweegt
Twee golvende lijnen onder elkaar zijn water

Mijn vingertoppen maken afdrukken op alles wat ik aanraak
Elke vinger heeft een eigen patroon als hoogtelijnen op een plattegrond
Ik laat een spoor achter op de tafel, de potloden, mijn glas

In de bergen is de horizon een golvende lijn
Staand op een berg ben ik onderdeel van die lijn
Ik pak de bovenste steen op en verander de horizon

De steen is een bergtop die in mijn handpalm past
Een bergtop die ik in het dal gooi

 

 

 2004377-7a8182c6911e7c9e0cac6746d2618180.jpg
Dorien de Wit (’s-Hertogenbosch 1980)

Geschreven door Romenu om 08:27 Reageer op dit bericht

Hella Haasse, Willem van Zadelhoff, Esther Gerritsen, Kees Torn, Norbert Bugeja, James Joyce, Eriek Verpale, Santa Montefiore, Monica Camuglia

De Nederlandse schrijfster Hella Haasse werd geboren op 2 februari 1918 in Batavia. Zie ook alle tags voor Hella Haasse op dit blog.

Uit: Gentlemen of Tea (Vertaald doorJane Fenoulhet)

“He stood at the edge of the jungle in the deep, cool shade. Patches of sunlight dappled the ground at his feet. When he looked up he could see the fierce gleam of the midday sky behind the mass of foliage moving above him. The ground was still damp from the last rainfall. He inhaled the smell of greenness, of Gambung. He heard the wind whispering in the treetops, a rustling and a soft cracking and creaking from within the tangle of vegetation.
A stone with her name and dates had been set into the stonework before him. The stone to the right bore no name. A little further was another grave without a stone. Forty-five years ago, on this spot among the trees, he had planted his first tea.
He leaned on the walking stick which for some time now he had been unable to do without. The dull, gnawing sensation deep inside him was not a pain – not yet. He knew it would always be there, that something (he didn’t know the name of his illness) was consuming him from within, was hollowing him out. The limits of his existence had come into view. This would be his last visit to Gambung.
For a year he had been living in Bandung with Bertha, in the house he had bought there in 1907, but had never moved into. The tenant had handed it over to him temporarily. Not far from there his third stone-built house, a grand edifice where Jenny would have been happy, with spacious verandahs, high ceilings, marble floors, was taking shape. Disguising the seriousness of his condition, he had taken a trip to Batavia together with Bertha, to order the furniture and lamps that Jenny would have chosen. The house stood in splendid grounds called Kebun Karet which the local population revered as an almost holy place because of a group of ancient waringin trees which grew there. He would leave this white house, built in a balanced, modern style, to his children, a place where they could meet one another when they came to the town from Gambung, Malabar or Negla: a Kerkhoven family house, a Netherlands Indies ‘Hunderen’.
He was here to say goodbye to Gambung. One last time he had gone round the factory, that row of sheds with their new machines for withering, drying and sorting. Among the people working there he had seen men and women who had grown up in Gambung village, children of Martasan and Muhiam and Kaidan and Muntayas and Sastra, the first inhabitants.”

 

 2004231-be571c8b9fe46715d650683e8e108a6f.png
Hella Haasse (2 februari 1918 - 29 september 2011)
Hier met Godfried Bomans op een boekenmarkt in 1966

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Willem van Zadelhoff werd geboren in Arnhem op 2 februari 1958. Zie ook alle tags voor Willem van Zadelhoff op dit blog.

 

dikke duitsman

een geur van seringen ruiken we graag
wenn der weiße flieder wieder blüht zingt
de dikke duitsman met bloesem in zijn haar
o dikke duitsman is er dan niemand die je zegt
hoe belachelijk je bent niemand die dat op zich
neemt moet ik daarvoor dienen? o seringen

 

 

circusverhaal

opa hield niet van artiesten
allemaal temeiers en poten
toen oom bij het circus wilde
riep opa met overslaande stem
en schuim op de mond:
als jij te pletter valt
dank ik god op mijn blote knieën
als jij te pletter valt op die rode neus van jou

 

 2004231-6dfeaf784b76b49f68646f9fe0258455.jpg
Willem van Zadelhoff (Arnhem, 2 februari 1958)

 

 

De Nederlandse schrijfster Esther Gerritsen werd op 2 februari 1972 geboren in Nijmegen. Zie ook ook alle tags voor Esther Gerritsen op dit blog.

Uit: De Dag en de Nacht en de Dag na de Dood

“BROER Ik red de wereld. Dat is mijn vak. Ik red de wereld. Dat doe ik niet met één grote heldendaad die ons voor de definitieve ondergang behoedt. Er is geen Apocalyps aanstaande die ik met bovenmenselijke kracht zal voorkomen. Ik ben ook Gods zoon niet die met één grote offerdaad onze zielen zal redden. Toch behoed ik, en alleen ik, de wereld voor zijn ondergang. Dat doe ik met relatief kleine reddingswerkzaamheden. Ik persoonlijk zorg voor al die keren dat het net goed gaat. Ik zorg voor die keren dat de doktoren tegen iemand zeggen: “U heeft geluk gehad, u had wel dood kunnen zijn.” Ik ben die jongen die een kleuter opvangt die van vier hoog naar beneden valt. Ik ben het bewijs dat zelfs zoiets goed kan aflopen. Ik zorg ervoor dat je de trein mist die even later een ongeluk krijgt. Zonder mij liep elke risicovolle situatie gegarandeerd verkeerd af. Het fatalisme dat de mensheid dan zou bevangen zou de wereld uiteindelijk ten onder doen gaan. Mijn reddingswerkzaamheden zorgen voor het evenwicht in de wereld tussen gezond realisme en broodnodig optimisme. Ik zorg ervoor dat je ineens wel een parkeerplaats vindt op een zomerdag in Scheveningen. Zoiets klinkt arbitrair. Maar het houdt de hoop levend. Hoop op het onmogelijke. Zonder onverwachtse parkeerplaatsen hebben de pessimisten altijd gelijk. Zonder ‘hebben wij even mooi geluk gehad’ was het slechte veel te goed geregeld. Was het slechte waterdicht geweest. Zonder het geluk - waar ik voor zorg – had elk ongeluk, elke ziekte een dodelijke afloop. Werd een brand nooit bij toeval op tijd ontdekt. Ik zorg voor die dingen. Ik houd de hoop levend. Dat doe ik onbaatzuchtig. Ik mag deze gave niet voor mijzelf of mijn familie gebruiken. Eén keer… één keer!…. voor eigen belang het geluk een handje helpen, en ik ben voor altijd van mijn gave verlost. Dan kan ik niemand meer redden, niets meer voorkomen. Dan krijgen de zwartkijkers gelijk en in afzienbare tijd gaat de wereld ten onder aan droefenis. De wereld die ik nu red. Keer op keer.
Ik mag mijzelf een gelukkig mens prijzen. Ik heb een mooie taak. Ik mag daar trots op zijn. Dat mag ik. Mag ik best. Maar daar gaat het nu niet om. Dat snap ik. Soms zijn er belangrijkere dingen aan de hand, dan de wereld redden. Lijkt het. Is zo. Zou... zo moeten zijn...
Ik was liever meubelmaker geworden. Kasten… maken. Dressoirs, tv-meubels, bureau’s, keukentafels, bijzettafels, tuinbankjes. Als ik meubelmaker was geworden… dan was het niet zo erg dat er soms belangrijkere dingen aan de hand waren, dan meubels maken, dan een kast op tijd afleveren. Had ik niet erg gevonden.”

 

 2004231-6f0a7e8effa2ff6eac50a34325f9fc61.jpg
Esther Gerritsen (Nijmegen, 2 februari 1972)

 

 

De Nederlandse dichter, tekstschrijver en cabaretier Kees Torn werd geboren in Oostburg op 2 februari 1967. Zie ook alle tags voor Kees Torn op dit blog.

 

De lezer

Des avonds, van zijn taak ontlast
beziet de man zijn boekenkast.
Hij maakt zijn keuze niet meteen,
maar leest de titels één voor één.
Een ware rijkdom aan romans,
de meeste in het Nederlands.

Eline Vere ziet hij daar,
de Reynaart, de Max Havelaar.
Karakter en De Avonden
(dat mensen daar iets aan vonden).
Hij heeft het werk van Bordewijk,
van Vestdijk en van Bilderdijk.
Hij weet niet wat hij kiezen moet.
De man vindt alles even goed.

Hij heeft ook veel gedichten staan.
Vooral Vasalis spreekt hem aan,
maar ook Gezelle's poëzie
en Bloem en nog een stuk of drie.

Ook leest hij graag een kort verhaal,
daarvan staan er een hele straal.
Zo vindt hij die van Lampoo sterk.
En beter nog Belcampo's werk.
Titaantjes. Alle dagen feest.
Bekende titels die hij leest.
Hij pakt een schaduw van Havank
en zet hem op de juiste plank.
De aanslag. In de bovenkooi.
De man vindt alles even mooi.

Maar Goethe, Schiller en von Kleist,
die vindt hij toch het allerfraaist.
Of toch maar iets van Bertolt Brecht?
De man, hij peinst en overlegt:
als hij de bijbel toch eens las?
En pakt dan toch maar Tros Kompas.

 

 2004231-b00d80c72885d17e5602bcddeaf73f79.jpeg
Kees Torn (Oostburg, 2 februari 1967)

 

 

De Maltese dichter Norbert Bugeja werd geboren in Siġġiewi op 2 februari 1980. Zie ook alle tags voor Norbert Bugeja op dit blog.

 

Ein Tango für die Stufen von Valletta

1.Präludium an die Stadt unter uns

Als wir realisierten,
die Stadt ist geschlossen,
waren wir bereits in ihr.

Bevor ihre Lippen erzitterten,
bevor ihre Finger versteiften
bevor sie ihre Augen senkte,

trotteten wir bereits über die Rose ihres Gesichtes,
hatten wir bereits vermessen,
Straße um Straße,

die schmierigen Stadtränder ihrer Augen,
die gewundenen Stufen ihrer Figur
und den
Blue Angel-Junkie, kreidebleich,
zweimal die Woche
die gleiche alte Ader abpressend.

Du hast mir selbst erzählt,
sagte er zu mir,
die Zungen dieser Stadt werden niemals auch nur einen schonen:


Sind wir mit einer Frau zusammen, sagen sie, wir sind so und so,
und mit einem Mann, so müssten wir schwul sein.
Sehen sie dich alleine, würden sie sagen »er ist so seltsam«
Und wenn du mit mir bist, werden sie behaupten du bist ein Faultier.

Jetzt sag mir, meine Stadt,
du, die jedes Loch kennt,
das ich in meinen Arm gegraben habe,
sind es Tränen oder Heineken,
die meine Wangen heruntertropfen?

Und wir schreiten hinunter, in dich hinein,
in das schmerzende, grenzenslose Reich
deiner Sehnsüchte,
Welcome to our Country
und die in der Dunkelheit geflüsterten verbleibenden Märchen –
die Stufen überflutet,
die klaffenden Vorhänge,
oder ein Kabarett wie ein vergossenes Glas Wein.
Unsere Augen rollend,
schmierige Münzen aus der Unterwelt,
eine trunkene ausgelassene Lust,
unsere Kraft träge wie eine gefesselte Geige,
die markerschütternde Kühle
durch die Geschichten unserer Kindheit flatternd,
unsere Leben entlang der Schneide einer Klinge reisend ...

Manchmal erspähte er eine Ausstellung von Fotos
und starrte sie an, entgeistert
wie ein alter Mann, sich sehnend nach einem Tabernakel
überfüllt von Strömen von Verlangen und Traum –

Schatz, oh Schatz,

welches Chaos hat diese Straßen erfüllt
seit Du gegangen bist!

 

 2004231-27b7124b81c8731eeed2fda7d9b35914.jpg
Norbert Bugeja (Siġġiewi, 2 februari 1980)

 

 

De Ierse schrijver James Joyce werd geboren in Dublin op 2 februari 1882. Zie ook ook alle tags voor James Joyce op dit blog.

Uit: A Portrait of the Artist as a Young Man

“Rody Kickham was a decent fellow but Nasty Roche was a stink. Rody Kickham had greaves in his number and a hamper in the refectory. Nasty Roche had big hands. He called the Friday pudding dog-in-the-blanket. And one day he had asked:
—What is your name?
Stephen had answered: Stephen Dedalus.
Then Nasty Roche had said:
—What kind of a name is that?
And when Stephen had not been able to answer Nasty Roche had asked:
—What is your father?
Stephen had answered:
—A gentleman.
Then Nasty Roche had asked:
—Is he a magistrate?
He crept about from point to point on the fringe of his line, making little runs now and then. But his hands were bluish with cold. He kept his hands in the side pockets of his belted grey suit. That was a belt round his pocket. And belt was also to give a fellow a belt. One day a fellow had said to Cantwell:
—I'd give you such a belt in a second.
Cantwell had answered:
—Go and fight your match. Give Cecil Thunder a belt. I'd like to see you. He'd give you a toe in the rump for yourself.
That was not a nice expression. His mother had told him not to speak with the rough boys in the college. Nice mother! The first day in the hall of the castle when she had said goodbye she had put up her veil double to her nose to kiss him: and her nose and eyes were red. But he had pretended not to see that she was going to cry.
She was a nice mother but she was not so nice when she cried. And his father had given him two five-shilling pieces for pocket money. And his father had told him if he wanted anything to write home to him and, whatever he did, never to peach on a fellow. Then at the door of the castle the rector had shaken hands with his father and mother, his soutane fluttering in the breeze, and the car had driven off with his father and mother on it.”

 

 2004231-48e749341fa0cdc8d7c188ba66e10549.jpg
James Joyce (2 februari 1882 – 13 januari 1941)
Cover

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Eriek Verpale werd geboren op 2 februari 1952 te Zelzate. Zie ookook alle tags voor Eriek Verpale op dit blog.

Uit: Olivetti 82

“Míjn stamkroeg in die tijd heette ’t Kantientje: een smal en lang café op het inmiddels totaal verkraterde Wilsonplein waar vadertje Anseele, de Gentse socialistische voorman, thans met zijn kont naar het arbeiderspaleis van de Vooruit gedraaid, naar de restanten van het kapitaal wijst – cinema Capitole. (Ik heb er Bécaud nog zien optreden, en Adamo, en waar is Sacha Distel gebleven?) Het Kantientje, ooit begonnen als – ook – een studentencafé, was in 1972 al verworden tot een duistere louche pijpenla waar ’s avonds laat de maquereaux hun whisky’s en de wijvekens ’s uchtends vruug hun koffie kwamen bestellen. Legendarische figuren: de Poeze, Pol Maigret, Zan den Bokseur, en niet te vergeten, de zanger van het intussen compleet vergeten "Concerto voor jou, Natasja" – Johan Stolz. Deze laatste had op donderdagavond zijn vaste stek in de Weinstube, een deprimerend donker hol dat deel uitmaakte van de voormalige film- en variétézaal ’t Coliseum aan de Kuiperskaai: in 1911 door architect Geo Henderick verbouwd tot een van de belangrijkste art-nouveau-gebouwen van het land, maar je moet nu ’s gaan kijken. Alles moet weg. Alles moet kapot.
Mirabelle.
Een blauwe maandag lang ben ik verliefd op haar geweest: op Mirabelle, op de waardin van ’t Kantientje. Een knappe blondine, nauwelijks vijf jaar ouder dan ik, maar wel al moeder van een ééncellige meisjestweeling, samen zes à zeven jaar oud. Ik ben wel ’s met ze naar Sneeuwwitje en de Zeven Dwergen geweest, in ciné Capitole. En één keer naar de dierentuin, mét Mirabelle. (Is dit ook niet de naam van een geel-groene, overrijpe vrucht?)
In het café van Mirabelle stond een jukebox en bij dezer heb ik geen catalogus van node om, twintig jaar later, nog altijd te weten: A 7: Le plat pays van Jacques Brel. D 19: Just like a woman van Bob Dylan. Het waren de begindagen van Studioskoop, de zogenaamde studentencinema waar ik Dylans Don’t look back zou zie, en Woodstock, en de films van Bunuel. De zoldering beslagen met lege kartonnen eierdozen en aan de muren uiteraard de voor die tijd onontbeerlijke Chinese waaiers en parasols. Eén keer met Mirabelle naar de bioscoop geweest: Elvira Madigan. Handje in handje. Zweten. Muziek van Mozart. Mooi. Maar alles moet kapot, alles moet vooral lelijk worden.”

 

 2004231-6918e8dbbca3cc550618b5d19e272462.jpg
Eriek Verpale (2 februari 1952 – 10 augustus 2015)

 

 

De Britse schrijfster Santa Montefiore (eig. Santa Palmer-Tomkinson) werd geboren op 2 februari 1970 in Hampshire. Zie ook alle tags voor Santa Montefiore op dit blog.

Uit: Als de rododendron bloeit (Vertaald door EricaFeberwee)

“Een zilte wind streek over de witte stranden van Ballinakelly Bay. Hij scheerde over de grimmige, hoog oprijzende kliffen en voerde het sombere gekrijs van zeemeeuwen en het beukende geraas van de golven met zich mee. Grijze wolken dreven laag langs de hemel, een zachte motregen hing als mist boven het land. De lieflijke groene weiden en de geel bloeiende gaspeldoorn leken hun gewelddadige geschiedenis te loochenen, want zelfs in het doffe, vroege lentelicht bezat lerland een volmaakte, onschuldige schoonheid. En terwijl Barton Deverill, de eerste Lord Deverill van Ballinakelly, zag hoe een streep zonlicht de ogenschijnlijk massieve groene baldakijn doorboorde, zwoer hij de littekens van Cromwells wreedheid te zullen uitwissen en de mensen die onder zijn gezag waren geplaatst troost en welvaart te brengen.
Schrijlings op zijn paard gezeten, in een fluwelen mantel van het diepste karmozijnrood, met een wuivende veer in zijn zwierige, breedgerande hoed, zijn voeten in hoge leren laarzen met zilveren sporen en met zijn zwaard aan zijn riem, liet hij zijn blik over het uitgestrekte gebied gaan dat koning Karel u hem recentelijk bij diens kroning had geschonken, uit dankbaarheid voor zijn loyaliteit. Want Barton Deverill was een van de belangrijkste legeraanvoerders geweest in de strijd tegen Cromwell.
Na de nederlaag bij Worcester was Barton met de koning naar Frankrijk gevlucht, waar ze jarenlang in ballingschap hadden doorgebracht. Een adellijke titel en een stuk land vormden een bevredigende compensatie voor de familiebezittingen in Engeland die Cromwell had geconfisqueerd en voor de vele jaren waarin Barton zich in dienst had gesteld van de kroon.”

 

 2004231-f761af06e104f56612fa92e63645374e.jpg
Santa Montefiore (Hampshire, 2 februari 1970)
Cover

 

 

De Zwitserse schrijfster Monica Camuglia werd geboren op 2 februari 1960 in St. Gallen. Zie ook ook alle tags voor Monica Camuglia op dit blog.

Uit: Irrtum 2012

„Rosa ist hier aufgewachsen, und ihre Liebe zu der Insel ist unverkennbar.
Die Pension bleibt im Winter geschlossen. Wir sind die einzigen Gäste, beziehungsweise von Rosa und Gianni, einem Freund von ihr, eingeladen. Gianni ist vermutlich um die 75. Ich habe ihn nie nach seinem Alter gefragt, aber aus seinen Erzählungen kann ich mir das so ungefähr ausrechnen.
Er ist Römer, klein, aber stolz in seiner Haltung, seine einfache Bekleidung hat Stil und die schneeweißen, immer noch dichten Haare trägt er wie eine Krone. Ich denke, er schlief früher in großen, weichen Betten und dinierte an langen, edlen Tafeln, auch wenn er jetzt hier ganz einfach in einem kleinen, gut erhaltenen Haus lebt. Er kam vor 15 Jahren hierher, um seinem Tod in Würde zu begegnen. Die Ärzte konnten ihm nicht mehr helfen, Prostatakrebs, noch ein paar Monate, hatten sie gesagt.
Seither lebt er in Frieden und ohne Schmerzen auf dieser Insel, steht mit der Sonne auf und legt sich zur Ruhe, wenn es dunkel wird, pflegt seinen prachtvollen Garten, erntet das ganze Jahre irgendwelche Früchte seiner Arbeit und lebt mehr oder weniger vom Tauschgeschäft mit anderen Insulanern und Touristen. Er hat für jeden ein paar freundliche Worte bereit.“

 

 2004231-6320f9eeccfb223182b04da56b259501.jpg
Monica Camuglia (St. Gallen, 2 februari 1960)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e februari ook mijn blog van 2 februari 2014 deel 2 en ook deel 3.

 

Geschreven door Romenu om 18:30 Reageer op dit bericht

Candlemass (Malcolm Guite)

Bij Maria Lichtmis

 

 2004404-4b6e753105acdc9cb3bfea43957f956e.jpg
Presentatie van de Heer in de Tempel door Fra Bartolomeo, 1516

 

 

Candlemas

They came, as called, according to the Law.
Though they were poor and had to keep things simple,
They moved in grace, in quietness, in awe,
For God was coming with them to His temple.

Amidst the outer court’s commercial bustle
They’d waited hours, enduring shouts and shoves,
Buyers and sellers, sensing one more hustle,
Had made a killing on the two young doves.

They come at last with us to Candlemas
And keep the day the prophecies came true
We glimpse with them, amidst our busyness,
The peace that Simeon and Anna knew.

For Candlemas still keeps His kindled light,
Against the dark our Saviour’s face is bright.

 

 

 2004404-7b027947c0002586f9c51e5849e1b209.jpg
Malcolm Guite (Ibanda, 12 november 1957)
Ibadan, Nigeria. Oritamefa Baptist Church. Malcolm Guite werd geboren in Ibadan.

 

 

Zie voor de schrijvers van de 2e februari ook mijn vorige blog van vandaag.






Geschreven door Romenu om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten