Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 12 februari 2017 tot 13 februari 2017

M. Vasalis, Jan Arend, Georges Simenon, Nynke van Hichtum, Friedrich Christian Delius, Urs Faes, Katja Lange-Müller

De Nederlandse dichteres en psychiater M. Vasalis werd geboren in Den Haag op 13 februari 1909. Zie ook alle tags voor M. Vasalis op dit blog.

 

Cannes

In een woestijn van zon, dicht langs de zee
staan de platanen in een brede allee;
dorstige herten, plotseling betoverd
en in hun ren naar ’t water star gebleven,
het groene lichaam wit gevlekt, hoornen geloverd,
het wit gewei breed opgeheven.

Langs lopend, te gezond, te naakt
en door een lichte wijn in een soort droom bewegend,
besef ik plotseling de enig werkelijke zonde:
dat ik door het verwonderlijkste nauw geraakt,
zonder besef door het bestaan gezegend
en door de schadelijkste dingen nauw geschonden,
ver van de werkelijkheid ben weggeraakt.

 

 

Cet age est sans pitié

Links naast ons - midscheeps - woonde de ex-kapitein
ter zee, weduwnaar, purper van het drinken.
Hij had een dochtertje, dat opzienbarend lelijk was,
zo opgestopt, verkeerd begroeid en kruislings scheel,
dat iedereen wel graag met haar zou willen spelen
alleen al om dichtbij iets zo uitzonderlijks te zijn.
Haar vader maakte dat onmooglijk, want hij bood ons geld
voor als ze mee mocht doen; zo dachten wij
dat het een soort van werkje was - en wilden niet.
Ze glimlachte zo trots en raadselachig bovendien
dat het gevaarlijk leek - wij zagen niets van het verlangen
in 't uren lang met krabben-armpjes uit het venster handen.
Maar moeder wel - ze bleef vaak even staan, zei wat
en vroeg wat, nauwelijks te verstaan, en op een dag
vertelde zij: ze vroeg of ze me moeder noemen mag.
Je hebt toch zeker nee gezegd! Waarom? zei zij
ik zei natuurlijk: graag. Ze was heel blij.

 

 

Zoals een hond, verdrinkend in zijn redders handen bijt

Zoals een hond, verdrinkend in zijn redders handen bijt,
bijt mijn gevoel de reddende gedachte,
dat deze nood voorbij gaat en dat zulke nachten
eenmaal weer zullen blussen in de tijd.

Het eerst verdronkene is de verwachting,
de hoop zieltoogt. Maar de herinnering
vecht het hardnekkigst. Lieveling!

 

 2008081-0da4668cb37bc3b236a885f11630c33a.jpg
M. Vasalis (13 februari 1909 - 6 oktober 1998)
Portret door Egbert Bakker, z.j.

 

 

De Nederlandse schrijver en dichter Jan Arends werd geboren op 13 februari 1925 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Jan Arends en voor J. Arends op dit blog.

 

Ik heb een huis

Ik heb
een huis

Het huis
dat ik heb
is mijn leven.

Wat ik gedaan heb.

Wat ik ben.

Ik vraag
geen mensen
bij mij thuis.

Ik weet
dat wie koffie
bij mij drinkt
zich later ophangt.

 

 

De hele v.v.l.

Terwijl
ik schrijf
staat
de hele v.v.l.
achter mij
en
zegt honend
Jan Arends
jij kan niet schrijven.

Jawel
de v.v.l
dat is
mijn vakbond.

 

 2008081-7c5e8567bdcc55f666842141fee6d243.jpg
Jan Arends (13 februari 1925 – 21 januari 1974)
Cover biografie

 

 

De Nederlandse journalist en schrijver Arjan Visser werd geboren in Werkendam, Noord-Brabant, op 13 februari 1961. Zie ook alle tags voor Arjan Visser op dit blog.

Uit:Der blaue Vogel kehrt zurück (Vertaald doorBettina Bach)

„Ich bin fast da.

Nur ein Schritt trennt mich noch von der Unendlichkeit. Im dunklen Blau lässt sich eine flaumige Wolkendecke erahnen. Darauf kann ich mich ausruhen, wenn ich müde bin von meinen Bahnen um die Erde. meiner frei schwebenden Weltkugel.
Allerdings müsste ich mich dafür noch von einer Gruppe Menschen losreißen: meinen Mitreisenden und der Flugzeugbesatzung, zusammen etwas über hundert Personen.
Ich könnte den Notausgang nehmen. Wer sich in seine Nähe setzt. muss versprechen. anderen im Bedarfsfall zu helfen. Na gut, dann helft mir mal. Danke fürs Mitnehmen. Hier will ich raus.
So nah bei den Sternen war ich noch nie. Wenn ihr mich gehen lasst, komme ich aus eigener Kraft noch höher hinauf. Höher, als ich in meinen Träumen je war.
Der Himmel wird immer heller. Der Mann auf dem Fensterplatz wendet sich mir zu. Er öffnet den Mund. klappt ihn wieder zu. rückt sein Kissen zurecht und zieht eine Plastikwand vor meine Aussicht.
Ein Miniatur- Flugzeug folgt einer gestrichelten Linie zum Wort München«. Den Angaben unten im Bild zufolge werden meine alten Knochen mit einer Durchschnittsgeschwindigkeit von neunhundert Stundenkilometern durch die Luft befördert. Und der Flieger, der gestern um 19:10 Uhr in Brasilien abgehoben hat, wird heute um 10:50 Uhr in Deutschland landen.
Ich stelle die Beine schräg in den Gang und ziehe die blaue Decke der Fluggesellschaft etwas höher. Dabei streife ich mit dem Ellbogen die Fernbedienung in der Armlehne. letzt sind zwei Menschen aufdem Monitor zu sehen, Kinder noch, die sich wild küssen. ich probiere alle Knöpfe durch und erwische wohl den Aus-Schalter, denn der Bildschirm wird schwarz.
Es ist sehr beengt und mir ist entweder zu warm oder zu kalt.
Der freundliche Chefsteward. der mich vor vielen Stunden zu meinem Sitz begleitet und versprochen hat, mir einen besseren Platz zu suchen, ist nicht wiedergekommen. Die Stewardessen mit ihren Waigelchen will ich nicht behelligen.“

 

 2008081-a22af8b74396ed36cf486dfa719cd8d6.jpg
Arjan Visser (Werkendam, 13 februari 1961)

 

 

De Belgische (Franstalig) schrijver Georges Simenon werd geboren in Luik op 13 februari 1903. Zie ook alle tags voor Georges Simenon op dit blog.

Uit: Le chat

“« - Tu vas me dire pourquoi ça t’a pris un jour de ne plus me regarder que comme un objet, de me préférer un chat trouvé dans la rue. Qu’est-ce qui s’est passé ?
- Il ne s’est rien passé ! J’ai changé et c’est tout, voilà !
- Pourquoi tu as changé ? Tu as changé de quoi ?
- J’ai changé comme le monde entier a changé !
- Qu’est-ce que j’ai fait de mal ?
- Rien, tu as été parfaite, et moi j’ai été dégueulasse, dégueulasse comme tous les hommes. Je n’ai rien à te reprocher mais je ne peux plus te voir devant moi ! Je t’avais dit que je t’aimerais toujours. Et bien, je me suis gouré, j’ai vieilli, je ne t’aime plus !
- Mais moi si !
- Oh, je t’en prie, ne sois pas grotesque, pas à notre âge ! Maintenant, le temps nous a séparés et dis-toi bien qu’il nous séparera pour de bon un jour ou l’autre !
- Je préfère tout de suite !
- Tu n’as qu’à te suicider ! »
Il lui donne son pistolet.
« Tiens, ça fera un chouette fait divers : l’acrobate tue son mari parce qu’il l’a trompée avec le chat ! »

 

 2008081-6b3041bc8f2456af003360a6c1bf7f73.jpg
Georges Simenon (13 februari 1903 - 4 september 1989)
 

 

 

De Nederlandse schrijfster Nynke van Hichtum (pseudoniem van Sjoukje Troelstra-Bokma de Boer) werd geboren in Nes op 13 februari 1860. Zie ook alle tags voor Nynke van Hichtum op dit blog.

Uit: Afke's tiental

“Maar zoover was het nog niet, al was 't dan ook nòg zoo koud. Oude Saapke trok haar omslagdoekje dichter om de schouders, en de wollen muts verder over de ooren. Het tochtte toch zóó door dat raam, en de koude Oostenwind had ook vrijen toegang door een paar reten in de deur! Brr, wat was 't koud! Saapke deed haar toffels uit, en liep zacht over den met matten bedekten vloer naar de kookkachel onder den schoorsteen. Daarin stonden eenige turven bij elkaar te smeulen. Een er van was doorgebrand, - een prachtige kool! Saapke nam de tang, en borg dien in de blank gepoetste doofpot. Er moest nu noodzakelijk een nieuwe turf bij, zou 't vuur niet uitgaan, maar - de turfbak was leeg! Saapke opende voorzichtig de kamerdeur, en sloop de ladder op naar boven. Foei, wat kraakten die sporten! Die arme Afke zou er stellig wakker van worden!
Daar hoorde ze al wat in de bedstee! - nee - toch niet, - en gelukkig, nu was ze al boven! - O wee, daar lagen nog maar twaalf kleine turfjes! Saapke's gezicht betrok. Ze begreep wel dat ze héél zuinig moest zijn, want wanneer zouden deze menschen ooit weer geld hebben voor turf? Het schrale weekloon, dat de vader Zaterdags thuisbracht, reikte al bijna niet voor eten en drinken en schoeisel, om van kleeren nog niet eens te spreken!
Met drie turven in de hand, kwam Saapke weêr voorzichtig langs de ladder naar beneden, - voetje voor voetje - altijd nog op kousen, om Afke niet wakker te maken, hoewel ze haar oude voeten flink pijn deed op de smalle laddersporten.
Daar was ze beneden; de kamerdeur kraakte weer even, maar gelukkig, er bewoog zich niets in de bedstee!
Nu een van de turfjes nog gauw in de kachel gelegd, even gekeken of ‘de pop’ goed toegedekt lag, - ja, alles was in orde!”

 

 2008081-f7f2de43c32d369eb38592b4e37da51d.jpg
Nynke van Hichtum (13 februari 1860 - 9 januari 1939)
Cover

 

 

De Duitse dichter en schrijver Friedrich Christian Delius werd geboren in Rome op 13 februari 1943. Zie ook alle tags voor Friedrich Christian Delius op dit blog.

Uit: Der Reichtum Europas

„Im Frühjahr 1988 versammelten sich in Berlin, im Westen Berlins, etwa vierzig Schriftsteller zu einem Kongress „Ein Traum von Europa“. Sie kamen aus Ost und West, Süd und Nord, dazu Susan Sontag aus den USA und Kuma Ndumbe III aus Kamerun. Ich weiß nicht, ob außer mir hier noch andere Veteranen sitzen, die an diesem Kongress teilgenommen haben. György Konrád stiftete uns damals an, die Regierungschefs der Unterzeichner-Staaten des Helsinki-Abkommens mit Fragen zu belästigen wie: „Sind Sie nicht auch der Ansicht, daß die Überwindung der Spaltung Europas auf die Tagesordnung der Politik gehört?“ Konrád und die meisten von uns versuchten, ein Europa ohne Teilung zu denken. Wir ahnten nicht, wie nah wir der Utopie waren. Aber das Nachdenken hat, wie wir heute wissen, geholfen.
Seitdem sind keine 17 Jahre vergangen, und ein Wunder ist geschehen, was freilich nicht allein der Phantasiekraft der Schriftsteller zu danken ist. Europa ist ein neuer Kontinent geworden, fast ohne Grenzen, vital und rau, selbstbewusst und mürrisch, sentimental und bürokratisch, sich ständig neu mischend und widersprechend, jede Region in anderer Balance zwischen lokalen, nationalen und globalen Gewichten. Probleme, Gefahren, Reibungen gibt es genug, aber da Schriftsteller die ohnehin nicht lösen werden, haben wir heute, hier in Rom, hoffentlich Besseres zu tun, als die bekannten Sorgen und Klagen über Europa auszubreiten und zu einer Jammer-Olympiade anzutreten, oder bescheidener, zu einer Europameisterschaft im Lamentieren. Ich möchte jedenfalls darauf verzichten, obwohl gerade den Deutschen in dieser olympischen Disziplin besondere Talente nachgesagt werden, auch den Italienern, ich weiß. Es scheint mir fruchtbarer, die Gedanken von 1988 fortzuspinnen. Denn das neue Europa muss sich noch selbst entdecken und seine Vorzüge zu würdigen und zu stärken lernen.“

 

 2008081-dd4451819104495df13685ef4c479571.jpg
Friedrich Christian Delius (Rome, 13 februari 1943)

 

 

De Zwitserse schrijver Urs Faes werd geboren op 13 februari 1947 in Aarau. Zie ook alle tags voor Urs Faes op dit blog.

Uit:Sommer in Brandenburg

„Da entdeckte er das Mädchen am Brunnen, das zum Fenster hinaufstrahlte, wo zwei andere sich herauslehnten und mit ausgebreiteten Armen winkten. Er wollte sich schon abwenden, um die Pferde in den Stall zu treiben und um endlich das Tor zu schließen. So war es ihm aufgetragen an diesem Abend. Mit der Madricha war nicht zu spaßen, das wußten alle; auch wenn sie ihre jeweiligen Anweisungen mit weicher Stimme gab, mitfreundlichen Blicken. Auch sie, die da lachte, würde das noch lernen müssen.
Wieder schaute er hin. Die Mädchen am Fenster verschwanden; und sie stand allein da, nah am Brunnenbecken, aus dem ein Strahl hoch aufschoß und niederfiel in die Marmorschale. Das Lachen war verstummt.
Das Mädchen drehte sich zögernd in seine Richtung, den Fuß nach innen gerichtet. Er schaute aufdie Seidenstrümpfe, keine hier im Landwerk trug Seidenstriimpfe. Arbeitshose, knöchellang, auch für die Mädchen: Feldarbeit war zu tun, hacken und rechen, jäten und Tomaten einbringen, Spargel stechen, die letzten der Saison. Diese hier am Brunnen zupfte leicht an ihrem Kleid, ein feiner Stoff zweifellos, zog und zupfte an den Falten, als wolle sie, daß der Saum weiter nach unten falle und möglichst viel von den Beinen bedecke.
Seine Schritte verlangsamten sich, bis er sich ihr aufjene Distanz genähert hatte, die schicklich einer Fremden gegenüber war. Er ahnte die Blicke hinter den Gardinen aufden Vorhofhinunter und wollte keine mahnende Stimme hören, nicht von der Madricha ertappt werden, die das Mädchenhaus im Auge hatte.
So standen sie einander gegenüber, derjunge Mann mit den wirbelwilden Locken von dunklem Braun und die junge Frau mit dem halblangen hellen Haar, das mit einer Spange im Nacken zusammengefaßt war. Ihre dunklen Augen überraschten ihn, ließen auch ihr Gesicht hell erscheinen. Eine Tasche hing von ihrer Schulter, schmale Finger umklammerten die schnurähnlich gewundenen Träger.
Sie hatte sich ihm zugewandt, als hätte er sie beim Namen gerufen.“

 

 2008081-dcca78e0f320c2c48127c527097fe9fd.jpg
Urs Faes (Aarau,13 februari 1947)

 

 

De Duitse schrijfster Katja Lange-Müller werd geboren op 13 februari 1951 in Berlijn-Lichtenberg. Zie ook alle tags voor Katja Lange-Müller op dit blog.

Uit: Drehtür

„Blitzgewitter. denkt Asta. das Wort ist mir lange nicht mehr. jetzt aber tatsächlich blitzartig eingefallen. Artiger Blitz? Bullshit. Also: Unter einem Blitzgewitter versteht man ein jäh einsetzendes. hefliges Gewitter, das ebenso plötzlich aufhört. - Aufltören. wieder so ein Wort. das Asta irritiert. sie stört in ihrem Bemühen. sich daran zu erinnern. was ein Blitzgewitter eigentlich genau ausmacht. Aulhören. Denkt sie. könnte ja wohl noch etwas anderes bedeuten: doch würde man dann nicht eher aufhorchen sagen. in meiner Muttersprache. die ich nicht vergessen. nur kaum gebraucht habe. während der letzten zwanzig. nein. zweiundzwanzig Jahre. die ich wo verbrachte? In der Fremde. In der Fremde? Ach, in all den Fremden. - Muttersprache. auch dies zusammengesetzte Substantiv tritt sogleich eine Assoziationslawine los. Das Hauptwort Mutter, eben noch ganz fern, kommt ihr unangenehm nahe. Haupt = Kopf. denkt sie; mein Kopf hat seinen eigenen Kopf. Und der behauptet. er müsse sich Wörter fangen. deutsche Wörter jetzt. Aber ist es nicht vielmehr so. dass all diese deutschen Wörter bereits gefangen wa- ren in meinem Trotzköpt’chen, Kapitalverbrecher, schweigsame Knastgreise. die längst resigniert hatten; doch nun. da ich zurückgekehrt bin ins Land meiner Herkunft. rühren sie sich wieder. – Apropos Muttersprache. wie oder was hat Mutter eigentlich gesprochen? Dazu fällt ihr nichts ein. gar nichts. jedenfalls nicht im Moment. Sie weiß bloß noch. warum die schon seit 1980 tote Mutter sie Asta genannt hatte. In ihrer Familie. nein. nicht in ihrer. sie ist ja mann- und kinderlos. in der Familie der Mutter. meine Mutter kann sie nicht mal denken, soll einst eine hübsche, freundliche Schäferhiindin mit eben diesem Namen gelebt und jene irgendwie der dänischen Schauspielerin Asta Nielsen ähnlich gesehen haben. - Wenigstens das Wort Wort ist frei. denkt Asta. zumindest frei von jeder Doppelbedeutung. und ein Blitzgewittcr heißt Blitzgewitter, weil es blitzschnell Iosbricht und abrupt endet. nicht wegen der Blitze, die es begleiten. Gewitter. aber keine Blitze. gibt es das? Und den Blitzen folgt Donner. Donnergrollen. Donnerschläge.“

 

 2008081-6308a260bdd7ab7a8138aff9145d8d03.jpg
Katja Lange-Müller (Berlijn, 13 februari 1951)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e februari ook mijn blog van 13 februari 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:43 Reageer op dit bericht

Gerard Keller

De Nederlandse schrijver en krantenredacteur Gerard Keller werd geboren op 13 februari 1829 in Gouda. Keller studeerde aan de Technische hogeschool te Delft, maar was door omstandigheden genoodzaakt zijn studie af te breken. In 1850 werd hij stenograaf van de Staten-Generaal en 1864 werd hij redacteur van de "Arnhemsche Courant". Keller was een voor zijn tijd buitengewoon productief schrijver. Zijn werken omvatten romans, korte verhalen, reisverhalen en kunsthistorische artikelen. Bovendien werkte Keller als redacteur van het "Kunstkroniek" op het gebied van de Nederlandse kunstgeschiedenis en daarnaast was hij ook nog een populaire schrijver voor de jeugd en schreef hij komedies als: »De dochter van den barbier« (1878), »Het blauwe lint« (1881) en »Het gevaarlijk nichtje« (1884).

Uit: Het Servetje

‘Die ‘kleine leelijke Jood’, zooals hij wel eens genoemd werd, imposeerde niet door houding, gelaat of zeggingskracht, maar hij had iets in zich, dat terstond den indruk maakte, dat hij meer was dan wij allen. Groot geleerde, dichter in de hoogste beteekenis, maar bovenal man des geloofs en held zijner overtuiging.
Als men hem voor het eerst zag optreden en zijne eerste volzinnen hoorde op schreeuwenden, oosterschen toon met eenigszins joodsch dialect uitgesproken en men zag hem zich in zijn katheder bewegen, alsof er nooit regelen voor uiterlijke welsprekendheid waren vastgesteld, dan was men geneigd te glimlachen over zulk een redenaar.
Maar had men hem tien minuten aangehoord, dan werd men medegesleept door die vurige voordracht, door dat tintelen en flikkeren en bliksemen van zijn geest; men hoorde niet meer dat heesche schreeuwende orgaan, maar slechts de bezielde woorden, die met wonderlijke afwisseling van diepen ernst en hooge vlucht en alledaagschheid – trivialiteit zou men bijna zeggen – scherpe satire en gemoedelijken humor elkander volgden en verdrongen, zoodat men schier bedwelmd werd door die overstelpende welsprekendheid, die gepaard ging met groote rusteloosheid van beweging en de meest onverwachte en ongekendste gebaren’.
(…)

‘Hij (Da Costa) hield zich niet altijd ver van feestelijke of gezellige maaltijden met geestverwanten. Eens dat hij te Amsterdam aanzat en zijne plaats had in de buurt van Van Lennep, vroeg deze in antwoord op eene geloofstheorie van den antirevolutionair: ‘En indien ik U dan zeg, mijnheer da Costa, dat deze kippen zullen vliegen, gelooft gij dat dan ook?’ en hij wees op de gebraden kippen die op den schotel voor hem lagen.
‘Indien een geloofwaardig man als gij, mijnheer Van Lennep, mij dit in vollen ernst zegt, ja, dan geloof ik het’, was Da Costa’s antwoord. ‘Zeg het; ik zal gelooven’. Maar Van Lennep wachtte wel die verzekering te geven, omdat hij ze niet geven kon en hij verklaarde ridderlijk zich overwonnen’.

 

 2019469-31828b19f832ef7ded024a93a53bb4ac.gif
Gerard Keller (13 februari 1829 – 10 januari 1899)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Barbara Honigmann, Detlev Meyer, Lou Andreas-Salomé, Sabahattin Ali, Friedrich de la Motte-Fouqué, Joachim Meyerhoff, John Hennessy

De Duitse schrijfster Barbara Honigmann werd geboren op 12 februari 1949 in Oost-Berlijn. Zie ook alle tags voor Barbara Honigmann op dit blog.

Uit: Chronik meiner Straße

„Wenn wir sagen, daß wir in der Rue Edel wohnen, antwortet man uns meistens, ach ja, da haben wir am Anfang auch gewohnt.
Unsere Straße scheint also eine Straße des Anfangs und des Ankommens zu sein, bevor man nämlich in die besseren Viertel umzieht, die ruhiger sind und in deren Häusern nur zwei, drei Parteien wohnen, Häuser, die von kleinen oder größeren Gärten umgeben sind und in der Nähe von Parks liegen oder des Europa Parlaments, oder aus deren Fenster man einen Blick auf die Kathedrale hat oder auf die Ill, die ein Nebenfluß des Rheins ist und die Altstadt von Straßburg einschließt.
Von alldem hat unsere Straße gar nichts, Bäume oder Sträucher oder sonst etwas Grünes gibt es in unserer Straße nicht, keine Gärten, keine Parks in unmittelbarer Nähe, kein Europa Parlament, keine Kathedrale und keine Ill, dem Blick bietet sich nichts als die baumlose Straße und die gegenüberliegenden Häuser, von denen einige sehr häßliche Betonklötzer sind, schnell in eine Baulücke gesetzt; eine Freundin, die mit ihren Eltern hier auch am Anfang gewohnt hat, erinnert sich noch, daß sie als Kind in einer solchen Lücke Ball spielte.
Als wir einzogen, am Anfang, vor langer Zeit, sagten wir ja auch, das Haus ist häßlich, die Straße triste, die Gegend öde, nahe dem öden Neubauviertel, wir ziehen jetzt nur schnell ein, damit wir erst einmal einen Platz für uns und die Kinder und unsere Kisten und Kartons haben und unsere Koffer auspacken können, nach Wochen, in denen wir in provisorischen Unterkünften nur aus dem Koffer gelebt haben, und danach, bald, in den nächsten Monaten, werden wir in Ruhe eine neue Wohnung in einer anderen, schöneren Gegend suchen. Und haben nur das Nötigste ausgepackt, Küchengerätschaften und Kleider und Spielsachen und Bücher. Vieles andere ließen wir in den Kisten und Kartons liegen, wo es zum Teil immer noch liegt, denn wir sind hier nie ausgezogen und wohnen heute noch in der Straße, in der man eigentlich nur »am Anfang« wohnt.“

 

 2007672-f2291fc37593f215a966150b02e6a6f1.jpg
Barbara Honigmann (Oost-Berlijn, 12 februari 1949)

 

 

De Duitse schrijver en dichter Detlev Meyer werd geboren op 12 februari 1950 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Detlev Meyer op dit blog.

Uit: Das Sonnenkind

„Mensch, Papa, das sollte die Überraschung sein, du solltest doch raten, wen wir getroffen haben.
Georg Scholze nimmt den Jungen in den Arm und sagt: Und Grandseigneur hast du dir wieder gleich gemerkt, wie ich dich kenne.
Klar, Papa, das mach ich ja immer.
Vor einiger Zeit hatte die Großmutter im Kreise ihrer Damen, schlichtere Seelen würden sagen:
beim Kaffeeklatsch, durchblicken lassen, ihr Max sei in seinen frühen Jahren ein Filou gewesen.
Jeder wisse das, und vor dem Kind wolle sie das nicht näher ausführen. Wieder erstattete Carsten um gehend Bericht: Opa war früher ein Filou, Papa.
PG war er auch - früher, dein feiner Herr Großvater, sagt Georg Scholze, aber darüber wird im
Hause Wollin ungern gesprochen.
Eine Erklärung dieses komischen Wortes folgt nicht. Der Vater sagt, so etwas könne ein kleiner
Junge noch nicht verstehen. Und im übrigen möge Carsten das für sich behalten. Kein Wort über PG. Versprochen?
Ich schwöre, Papa!
Mein Gott, denkt der Junge abends im Bett, was man sich alles merken muß. Grandseigneur
darf man sagen, PG darf man nicht sagen. Hoffentlich bringe ich das nicht durcheinander.
Quatsch, sagt er laut, ich doch nicht! Andere Kinder vielleicht.
Und dann denkt er noch, daß er schon wieder mehr weiß als gestern. Vielleicht muß er gar nicht warten, bis er erwachsen ist, vielleicht weiß er schon als großer Junge alles. Die Städte und Länder, die Flüsse und die Präsidenten.“

 

 2007672-bea3972b28af337281bc7ccc2d2f0b1c.jpg
Detlev Meyer (12 februari 1950 – 30 oktober 1999)
Cover

 

 

De Russisch-Duitse dichteres en schrijfster Lou Andreas-Salomé werd geboren op 12 februari 1861 in Sint Petersburg. Zie ook alle tags voor Lou Andreas-Salomé op dit blog.

Uit: Aus fremder Seele

„Als sie auf die Dorfstraße trat, holte ein andres Mädchen sie ein und schob die Hand in ihren Arm.
»Laß die Mannsleute reden, Trudel, - deinem lieben Himmelspastor geschieht nichts«, sagte es tröstend und hob das blatternarbige Gesicht zu ihr auf, »aber wahr ist s schon: die Kathrine hat Unrecht getan. Man muß doch seinen Stolz haben und etwas auf sich halten.«
»Mag sein. Aber es gibt mancherlei Versuchungen, das kannst du glauben!« bemerkte Gertrud einsilbig.
»Wo denn, Trudchen? wenn man brav ist? Ich war auch im Dienst.«
»Ja, - du!« ein halb mitleidiger, halb geringschätziger Blick streifte die Gefährtin; »übrigens ist das gewiß auch verschieden. Aber das sage ich dir: wenn er nicht wäre, - wenn unser Pastor nicht wäre, - und so gut, und so eindringlich -, dann - weiß Gott! Man will doch leben!« -
Durch die Seitentür der Sakristei, wo er sein Ornat abgelegt, hatte Pastor Arnsfeldt sich auf den Heimweg begeben. Er ging raschen Schrittes an den beiden Mädchen vorüber, ihren Gruß nur mit freundlichem Nicken erwidernd, denn ihm blieb keine Hand frei: die Rechte wie die Linke waren von je einem kleinen Mädel erwischt worden, und andre Kinder folgten noch dicht hinterdrein. Das war meistens so, wenn er sich auf der Dorfstraße zeigte.
Die Kleine an seiner Rechten, die sich vergeblich abmühte, Schritt mit ihm zu halten, sagte bedenklich: »Wenn du so läufst, Herr Pastor, dann bist du schon gleich zu Hause.«
»Das will ich auch, Gretchen. Ich eile sehr. Denn denk doch: zu Hause ist ja mein Junge angekommen. Kurt ist angekommen! Und ich hab’ ihm noch kaum guten Tag sagen können."

 

 2007672-2f32e11469d93b2fe153f82cad60d75f.jpg
Lou Andreas-Salomé (12 februari 1861 – 5 februari 1937)
Cover 

 

 

De Turkse dichter en schrijver Sabahattin Ali werd geboren op 12 februari 1906 in Gümülcine, tegenwoordig, Komotini, Griekenland. Zie ook alle tags voor Sabahattin Ali op dit blog.

Uit: The Madonna in the Fur Coat (Vertaald door David Gramling en Ilker Hepkaner)

„I replied: “Nowhere… Just around, then I saw an exhibition of modern artists.”
The people in the dining room promptly took to conversing about modern art, and I took the next opportunity to go up to my room.
While undressing, a newspaper leaf fell from my pocket onto the floor. When I picked it up and put it on the table, my heart flushed. It was the newspaper that I had bought that morning, in which I had seen the article about the exhibition. I tore open the pages to see what this article had to say about the painting and its artist. Even I was taken aback by how excited such a slow and intractable man like me could become, given the situation. I skimmed the article from top to bottom. By the middle of the article, my eyes were fixed on the words I had seen: Maria Puder…
The piece talked at length about this young artist, whose paintings were being exhibited for the first time. The author of the article spoke of the great expressive talents of this woman, who wished to follow in the footsteps of the classicists. Apparently, the painter was not inclined toward the kind of beautification, nor toward the deliberate uglification, that was common among many self-portraitists. After a couple of technical digressions, the author claimed that, thanks to a strange equivalence of posture and facial expression, the woman looked so much like the depiction of Mother Mary in Andreas del Sarto’s painting Madonna delle Arpie that the resemblance could give someone the chills. Then, with a rather tongue-in-cheek turn of phrase, the author wished this “Madonna in a Fur Coat” great success, and moved on to another artist.“

 

 2007672-5a40e37ca14cc33895599790b71546a7.jpg
Sabahattin Ali (12 februari 1906 – 2 april 1948)
Cover 

 

 

De Duitse schrijver Friedrich Heinrich Karl Freiherr de la Motte-Fouqué werd geboren in Brandenburg an der Havel op 12 februari 1777. Zie ook alle tags voor Friedrich de la Motte-Fouqué op dit blog.

Uit: Undine

„Der weiße, nickende Mann ward nämlich urplötzlich zu einem ihm längst wohlbekannten Bächlein, das schäumend aus dem Forste hervorrann und sich in den Landsee ergoß. Wer aber das Geräusch verursacht hatte, war ein schön geschmückter Ritter, der zu Roß durch den Baumschatten gegen die Hütte vorgeritten kam. Ein scharlachroter Mantel hing ihm über sein veilchenblaues goldgesticktes Wams herab; von dem goldfarbigen Barette wallten rote und veilchenblaue Federn, am goldnen Wehrgehenke blitzte ein ausnehmend schönes und reichverziertes Schwert. Der weiße Hengst, der den Ritter trug, war schlankeren Baues, als man es sonst bei Streitrossen zu sehen gewohnt ist, und trat so leicht über den Rasen hin, daß dieser grünbunte Teppich auch nicht die mindeste Verletzung davon zu empfangen schien. Dem alten Fischer war es noch immer nicht ganz geheuer zumut, obwohl er einzusehn meinte, daß von einer so holden Erscheinung nichts Übles zu befahren sei, weshalb er auch seinen Hut ganz sittig vor dem näherkommenden Herrn abzog und gelassen bei seinen Netzen verblieb. Da hielt der Ritter stille und fragte, ob er wohl mit seinem Pferde auf diese Nacht hier Unterkommen und Pflege finden könne? – »Was Euer Pferd betrifft, lieber Herr«, entgegnete der Fischer, »so weiß ich ihm keinen bessern Stall anzuweisen als diese beschattete Wiese und kein besseres Futter als das Gras, welches darauf wächst. Euch selbst aber will ich gerne in meinem kleinen Hause mit Abendbrot und Nachtlager bewirten, so gut es unsereiner hat.« – Der Ritter war damit ganz wohl zufrieden, er stieg von seinem Rosse, welches die beiden gemeinschaftlich losgürteten und loszügelten, und ließ es alsdann auf den blumigen Anger hinlaufen, zu seinem Wirte sprechend: »Hätt ich Euch auch minder gastlich und wohlmeinend gefunden, mein lieber alter Fischer, Ihr wäret mich dennoch wohl für heute nicht wieder losgeworden, denn, wie ich sehe, liegt vor uns ein breiter See, und mit sinkendem Abende in den wunderlichen Wald zurückzureiten, davor bewahre mich der liebe Gott!« – »Wir wollen nicht allzuviel davon reden«, sagte der Fischer und führte seinen Gast in die Hütte.“

 

 2007672-cff478aea0a5acad29fe1a848a73aec8.png
Friedrich de la Motte-Fouqué (12 februari 1777 – 23 januari 1843)
Cover

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Duitse schrijver, acteur en regisseur Joachim Philipp Maria Meyerhoff werd geboren in 1967 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Joachim Meyerhoff op dit blog.

Uit: Ach, diese Lücke, diese entsetzliche Lücke

„Es wurde ein Platz für sie gesucht, und da blieben sie dann für immer. So als hätte die freie Stelle geduldig auf genau diesen Gegenstand gewartet.
Das Haus war immer blitzeblank-sauber. Da jedoch die Putzfrau, Frau Schuster, immer dieselbe blieb, die Bügelfrau alt und taub wurde, Herr Moser, der ebenfalls betagte Gärtner und Alleskönner, irgendwann nur noch im Schneckentempo den Rasenmäher kreuz und quer durch den Garten schob, schlichen sich Unebenheiten ein, die aber meine Großeltern durch ihr eigenes Noch-Älter-Sein nicht bemerkten. Wollmäuse in den Ecken, heruntergefallene Nüsse, schiefe Bügelfalten, ungemähte Raseninseln. Die Putzfrau wurde vergesslich, ließ überall ihr Zeug liegen und vollbrachte sogar einmal das Kunststück, den Staubsauger ohne ihn auszuschalten in den Schrank zurückzustellen. Stundenlang saugte er dort verzweifelt vor sich hin, bis mein Großvater sagte: »Spinn ich, oder brummt da was?«
Meine Großeltern waren immer sehr gut gekleidet, sehr gepflegt, sahen blendend aus. Sie waren auf fast schon exotische Weise kultiviert. Doch in dieser Kultiviertheit auch ein wenig weltfremd und aus der Zeit gefallen.
Meine Großmutter war Schauspielerin, hatte aber das Theaterspielen schon Mitte der Sechzigerjahre aufgegeben. Zu abgeschmackt sei alles geworden. Dieses Wort benutzte sie gerne, wenn sie über das heutige Theater sprach: abgeschmackt. Dabei hatte sie sich seit Jahren schon nichts mehr angesehen. Und sowenig sie sich, will man ihren Beteuerungen Glauben schenken, jemals auf eine Bühne zurückgesehnt hatte, so sehr war das Theatralische, ja, Dramatische in ihr alltägliches Dasein hinübergerutscht. Selbst wenn sie von den profansten Dingen sprach, verliehen ihre Sprechweise, ihre Kopfhaltung, ihre Gestik dem Gesagten etwas Grandioses.
Wobei meine Großmutter nie schrill oder gar operettig wirkte. Nein, ihre gesamte Persönlichkeit tendierte zielsicher in Richtung großes Drama.“

 

 2007672-1fe89d7dd57657a09262b826581603c7.jpg
Joachim Meyerhoff (Hamburg, 1967)

 

 

De Amerikaanse dichter John Hennessy werd geboren in 1965 in New Jersey. Zie ook alle tags voor John Hennessy op dit blog.Zie ook alle tags voor John Hennessy op dit blog.

 

Netflix Green Man

Netflix the Green Man and any screen
becomes a vineyard. Episodes cluster
and climb, trellis narrative. Between
the corn and lichen, creepers muster

nine lives. They grow, divide, and splice,
steal scenes by running fox grape, bittersweet,
return on any handheld device
as moonseed, woodbine, dodder, buckwheat — 

false buckwheat — note, though star- and heart-shaped.
He trucks some mascot for our kids, glad-hands
a sidekick dressed to burrow, root, and take
them through their lessons rattling dad’s

bouzouki nerves, mom’s percussive bones.
Return, that ritual button, pressed like wine
in HD, when end credits jolt. Stop time,
we’re keyed up. Eternal return? Eternal jones.

 

 2007672-2c94154460ee10562fec75a3c5b48019.jpg
John Hennessy (New Jersey, 1965)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e februari ook mijn twee vorige blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 11:25 Reageer op dit bericht

Janwillem van de Wetering, Hans Dieter Baroth, Otto Ludwig, Michel de Saint Pierre, R. F. Delderfield, George Meredith

De Nederlandse schrijver Janwillem Van de Wetering werd geboren in Rotterdam op 12 februari 1931. Zie ook alle tags voor Janwillem van de Wetering op dit blog.

Uit: Inspector Saito’s Small Satori

„Inspector Saito felt a bit better when the constable had switched off the Datsun’s siren, but just a trifle better for his headache throbbed on. Once more he felt sorry about having visited the Willow Quarter the night before, and about the sixth jug of sake. He should have remembered his limit was five jugs. But it had been a good bar and there had been good people in the bar. And the difference between six jugs and five jugs is only one jug, yet that one small jug had caused the headache, which even after sixteen hours showed no sign of abating.
He forced himself to walk over to the uniformed sergeant, a middle-aged man in a crisp green uniform waiting under the large ornamental gate. The sergeant bowed. Saito bowed back. “In that direction, sir, in the alley next to the temple.” Saito grunted. There was a corpse in the alley, a female corpse—a gaijin body, white, limp, and lifeless. This much he knew from Headquarters. It was all very unfortunate, a miserable conglomeration of circumstances, all of them bad. He shouldn’t have a hangover, he shouldn’t have been on the night shift, and he shouldn’t be trying to solve a murder case. But he had had too much to drink the night before, his colleague was ill, and there had been a murder. And the three events now met in the person of Saito, only a short distance from an alley between two temples in Daidharmaji, the most beautiful and revered of all temple complexes in the holy city of Kyoto.”

          

 2007668-d9853b4cb0ac4f716c37e4112a288016.jpg
Janwillem van de Wetering (12 februari 1931 – 4 juli 2008)

 

 

De Duitse schrijver Hans Dieter Baroth werd geboren op 12 februari 1937 in Oer-Erkenschwick. Zie ook alle tags voor Hans Dieter Baroth op dit blog.

Uit: Aber es waren schöne Zeiten

„Ein Gleichnis habe ich nicht vergessen. Er hatte aus der Bibel über die Probleme des Zweifels am Glauben gelesen. Natürlich hatte das niemand verstanden, bei unserer Ausdrucksarmut verständlich. Der Rektor, der Schwarzhaarige mit den Goldzähnen und der Drohgebärde, der Mann mit der gewaltigen Stimme, machte uns klar, wie es mit dem Zweifel bestellt sei.
Vor der Kirche war an dem Sonntag eine Kirmes aufgebaut. Also kam in seinem Gleichnis eine Kirmes vor. Der Herrscher, der König also, befahl, ein Glas Wasser randvoll über die Kirmes zu tragen und keinen Tropfen zu vergießen. Herrscher und König waren seine Lieblingsbeispiele. Der Knabe aber widersprach dem König und Herrscher, es sei Kirmes und da werde er abgelenkt durch die Buden und Lustbarkeiten. Dabei könne er sich nicht auf das Glas Wasser konzentrieren, er könne den Auftrag nicht erfüllen. Da sei der König und Herrscher streng geworden, so der Rektor, er habe gesagt, wenn er auch nur einen Tropfen des vollen Glases verschütte, so lasse der König und Herrscher ihm den Kopf abschlagen. Und der König und Herrscher sei für seine Strenge bekannt. Daraufhin habe sich der Knabe mit dem vollen Glas Wasser über den Kirmesplatz bewegt und dort hätten viele versucht, ihn abzulenken. Die Gaukler, die Glücksspieler und ähnliche Figuren des Vergnügens. Doch der Knabe habe sich nicht ablenken lassen, er habe auf sein Glas geschaut, ganz konsequent. Er habe weder nach rechts noch nach links geschaut. Er sei ganz konzentriert gewesen.
Seht ihr, so hat der Rektor argumentiert, so sei es auch mit dem Glauben: Gott der Herrscher sei streng und hart, er sei der Richter. Scharfrichter hat er nicht gesagt. Wer sich von seinem Glauben ablenken lasse, der verliere das ewige Glück, wie der Knabe seinen Kopf verloren hätte. Und dann hatte er mit theatralisch erhobener Hand wiederum gedroht: “So sei euer Glaube, laßt euch davon nicht abbringen, denkt an den Knaben, schaut unbeirrt auf euren katholischen Glauben und schaut nicht nach rechts oder links. Laßt euch nicht von den Verführern ablenken, denn am Ende steht die ganze Strenge des Herrn.” Die Orgel spielte, Punktum, die Predigt des Kindergottesdienstes war beendet.“

 

 2007668-0a4623ee59ebef86f32c4f8b5f445fa2.jpg
Hans Dieter Baroth (Oer-Erkenschwick, 12 februari 1937)
Cover CD

 

 

De Duitse schrijver Otto Ludwig werd geboren op 12 februari 1813 in Eisfeld. Zie ook alle tags voor Otto Ludwig op dit blog.

Uit: Das Fräulein von Scuderi

“Miossens: Meister Serons,
Daß Eu'r Vertrauen ich zu schätzen weiß,
Beweist, daß ich es argwohnlos erwidre.
Denn hier beschützt mich die Geburt so wenig,
Als Euch der Ruf von Eurer Meisterschaft
Als Arzt. Den Pair des Reichs, den Grafen trennt
Kein Vorrecht mehr von dem gemeinen Pöbel.
Die Kammer ist's nicht mehr der Pairs, die ihre
Mitglieder richtet. Vor ein königlich
Tribunal wie den Bürger und den Bauer
Schleppt man den Herzog, Grafen und Baron.
Dem König konnte nichts gelegner kommen
Als dies Verbrechen, das dem neuen Griff
In unser Recht erwünschten Vorwand lieh.
Ein Stückchen Staatskunst, das dem schlauen Schüler
Des schlauen Lehrers Ehre macht. Das ist
Ein Kunststück noch aus Mazarinis [Fußnote] Schule.
Damit bricht er des Adels Ansehn vollends,
Und sichert sich zugleich des Pöbels Gunst,
Und spielt uns dieses Werkzeug aus den Händen,
Und wie erst wir es gegen ihn gebraucht,
Wird er's zu brauchen wissen gegen uns.
Der Ananas lebt von gemeinem Dünger –
Und dieser große Ludwig ward so groß,
Weil er es nicht verschmäht, so klein zu sein,
Dem Kote schön zu thun an seinen Sohlen.Alt,
uralt ist die Wahlverwandtschaft zwischen
Der Hefe und dem Schaum.
Serons: Und wirklich war es nur des Volkes Gunst,
Was dies Tribunal möglich machen konnte,
Das sich herausnimmt, was der König selbst
Nicht wagt, und seine Eifersucht heraustrotzt,
Die keine Macht im Staate sonst mag dulden,
Als die wie Strahlen von der einen Sonne
Ausgeht allein vom Königsdiadem.
Doch schon beginnt die leichtgeschürzte Gunst
Des Volks den alten Günstling zu verlassen.”

 

 2007668-e81d680e56e8f3d137099735b17d34ff.jpg
Otto Ludwig (12 februari 1813 – 25 februari 1865)
Borstbeeld in het theater van Meiningen

 

 

De Franse schrijver Michel de Saint Pierre werd geboren op 12 februari 1916 in Blois. Zie ook alle tags voor Michel de Saint Pierreop dit blog.

Uit: Les nouveaux aristocrates

«Vous êtes pire qu'au Moyen Age, pire qu'au Moyen Age! Et j'en ai assez, moi, vous entendez? J'ai vingt-cinq ans. Je sais ce que j'ai à faire! Mais vous êtes là, toujours, comme une espèce d'ombre sur moi. Et vous ne comprenez pas que j'en ai assez, non? Que j'étouffe? Oh, je devine bien ce que vous allez encore trouver pour m'avoir à votre merci : vous me renverrez de Maubrun pour toujours si j'épouse Conti. Même cela, vous entendez, je suis prête à le subir pour vous échapper!... Tout le monde commence à en avoir marre, ici...»
(…)

“Le révérend père Raphaël Menuzzi, dit " La Tigresse ", faisait sa ronde matutinale.
Dans les corridors déserts, il allait, fantôme grassouillet et noir. Le père Menuzzi, préfet des études et de discipline au collège Pierre-Favre, aimait beaucoup son métier. " Autorité, ponctualité, information ", tels étaient ses maîtres-mots. Il eût fait un extraordinaire meneur de jeu dans un réseau d'espionnage - et rien de ce qui se passait entre les hauts murs du collège ne lui était étranger. Petit, dodu, il roulait en silence le long des couloirs. Dans son visage au teint de suif, les yeux de fauve, qui ne cillaient jamais, reflétaient un calme sans pitié. Il devait son surnom à ce regard - à sa tête de chat, toute ronde, aux oreilles bizarrement pointues et velues - et à sa voix souple, volontiers ronronnante, qui parfois mêlait de grondantes menaces à l'on ne savait quelles intonations féminines. Les enfants le redoutaient.
" Un collège de huit cents élèves, disait-il, s'administre comme une ville et se mène comme une armée."

 

 2007668-a2be537e83bfa35172e956263019f638.jpeg
Michel de Saint Pierre (12 februari 1916 – 19 juni 1987)

 

 

De Engelse schrijver Ronald Frederick Delderfield werd geboren op 12 februari 1912 in Bermondsey, London. Zie ook alle tags voor R. F. Delderfield op dit blog.

Uit:God Is an Englishman

“They stormed out ofthe dustcloud in a solid, scurrying mass, horse and foot in about equal proportions, but in no sort of formation; a mob of armed fugitives, with nothing in mind but to escape the hangman, or the bayonets of the Highlanders who had nished the town at first light and had now fought their way as far as the Ranee’s palace.
Swarm, sitting his horse a few lengths in front of the extended squadron, recognised the badges and uniforms of the foremost, men of the 12th Native Infantry and the 14th Irregular Cavalry, the murderers of women who had entertained him here when he had ridden over from Allahabad less than a year ago. But before he could use his spurs the leading mounted man was bearing down on him and Swarm noticed that he was encumbered by a curved-topped casket, balanced on the bow ofhis saddle.
The casket registered as an incongruity. It seemed ridiculous that a man flying for his life should encumber himself with luggage but this man had, so much so that his tulwar swung loose from his wrist on its sword-knot, and before he could find its hilt, Swann had sent him tumbling from the saddle with a single, backhanded slash.
The box went flying, and even in that terrible uproar Swann heard the splintering crack of shattered wood as it bounced across the ground. Then he was engulfed, horse and foot streaming past himon either side, and his bay pivoted and was carried forward, gyrating and bucketing as her rider threw his weight this way and that parrying the random thrusts of sepoy bayonets and the sweep of the horsemen’s swords”.

 

 2007668-e67a3634eab7b3cbedae79a74b816690.jpg
R. F. Delderfield (12 februari 1912 – 24 juni 1972)
Cover

 

 

De Engelse dichter en schrijver George Meredith werd geboren op 12 februari 1828 in Portsmouth. Zie ook alle tags voor George Meredith op dit blog.

 

The State Of Age

Rub thou thy battered lamp: nor claim nor beg
Honours from aught about thee. Light the young.
Thy frame is as a dusty mantle hung,
O grey one! pendant on a loosened peg.
Thou art for this our life an ancient egg,
Or a tough bird: thou hast a rudderless tongue,
Turning dead trifles, like the cock of dung,
Which runs, Time's contrast to thy halting leg.
Nature, it is most sure, not thee admires.
But hast thou in thy season set her fires
To burn from Self to Spirit through the lash,
Honoured the sons of Earth shall hold thee high:
Yea, to spread light when thy proud letter I
Drops prone and void as any thoughtless dash.

 

 

To A Nightingale

O nightingale! how hast thou learnt
The note of the nested dove?
While under thy bower the fern hangs burnt
And no cloud hovers above!
Rich July has many a sky
With splendour dim, that thou mightst hymn,
And make rejoice with thy wondrous voice,
And the thrill of thy wild pervading tone!
But instead of to woo, thou hast learnt to coo:
Thy song is mute at the mellowing fruit,
And the dirge of the flowers is sung by the hours
In silence and twilight alone.

O nightingale! 'tis this, 'tis this
That makes thee mock the dove!
That thou hast past thy marriage bliss,
To know a parent's love.
The waves of fern may fade and burn,
The grasses may fall, the flowers and all,
And the pine-smells o'er the oak dells
Float on their drowsy and odorous wings,
But thou wilt do nothing but coo,
Brimming the nest with thy brooding breast,
'Midst that young throng of future song,
Round whom the Future sings!

 

 2007668-d0ff13184e1edb7f594a3a75ecca8356.jpg
George Meredith (12 februari 1828 - 18 mei 1909)
Karikatuur door Max Beerbohm in Vanity Fair, september 1896

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e februari ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 11:24 Reageer op dit bericht

Thomas Campion, C. Barlaeus, Charles Duclos, Kazimierz Przerwa-Tetmajer, Theodor Plevier, Reinhard Federmann

De Engelse dichter, schrijver, componist en medicus Thomas Campion werd geboren op 12 februari 1567 in Londen Zie ook alle tags voor Thomas Campion op dit blog.

 

Integer Vitae

The man of life upright,
Whose guiltless heart is free
From all dishonest deeds,
Or thought of vanity;

The man whose silent days
In harmless joys are spent,
Whom hopes cannot delude,
Nor sorrow discontent;

That man needs neither towers
Nor armour for defence,
Nor secret vaults to fly
From thunder's violence:

He only can behold
With unaffrighted eyes
The horrors of the deep
And terrors of the skies.

Thus, scorning all the cares
That fate or fortune brings,
He makes the heaven his book,
His wisdom heavenly things;

Good thoughts his only friends,
His wealth a well-spent age,
The earth his sober inn
And quiet pilgrimage.

 

 

 2007663-7fba190a5316f04074f312ad580a3047.png
Thomas Campion (12 februari 1567 – 1 maart 1620) 
Cover 

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver en predikant Casparus Barlaeus werd geboren op 12 februari 1584 te Antwerpen. Zie ook alle tags voor Casparus Barlaeus op dit blog.

 

De rooktabak spreekt

Men drinkt my nimmer, en nóchtans ik word gedronken:
’k Ben drank by ’t vólk genaamt, schoon ’k nooit wierd ingeschonken.
In ’t Westen werd ik veel gekaauwt, en ’k was nooit spys,
De dorst by die my drinkt, vermeerdert op die wys.
Slachtóffer van ’t Gemeen. Ik word geroost, doorsneeden,
Gepynigt, en voor ’t laatst verbrand met al myn leden.
’t Gezélschap zet zich nêer op ’t zien der Hemelgaaf,
En tot myn ondergang toont elk zich even braaf.
Dees kerft my fyn en gróf, die legt myn vogte blad’ren
Op ’t vuur: een ander doet me aan kaers of vlamme nad’ren.
Hy zoekt de ledigheid in my, die ’t meest haar mydt;
En voert, hoe zeer hy slooft, niets uit met al zyn vlyt.
’k Word door een zelven mond ontfangen en verlooren,
En weêr verdreven van die me insloot korts te vooren
Ja hy die myn banké t recht goed en smaak’lyk vondt,
Blaast my, eene yd’le rook, veracht’lyk uit den mond,
De Juffers, die voor my geen best salét verschoonen,
Zal ik voor al heur dank met spóg en quyl beloonen.

 

 2007663-73eb19f76984f7b65d3dee0c28cdadf4.jpg
Casparus Barlaeus (12 februari 1584 - 14 januari 1648)
Lithografie door W. P. Hoevenaar. 

 

 

De Franse schrijver Charles Pinot Duclos werd geboren op 12 februari 1704 in Dinan. Zie ook alle tags voor Charles Pinot Duclos op dit blog.

Uit: Mémoires sur la vie de Duclos, écrits par lui-même

« Celle de ma mère n’était pas si facile à tourner : elle réunissait des qualités qui vont rarement ensemble : avec un caractère singulièrement vif une imagination brillante et gaie , elle avait un jugement prompt, juste et ferme. Voilà déjà une femme assez rare; mais , ce qui est peut-être sans exemple , elle a en , à cent ans passés , la tête qu’elle avait à quarante. Qui que ce soit de ceux qui l’ont connue ne me contredirait. Une telle femme n’était pas faite pour sacrifier sa liberté à une vanité ridicule. Mais un autre motif que je ne pourrais pas taire sans ingratitudé , fut sa tendresse pour ses enfans. Elle déclara donc au dit marquis et autres , qu’elle avait autant d’enfans qu’elle en pouvait élever et établir honnêtement pour leur état , et ne voulait pas leur donner un beau-père qui avec les meilleurs sentimens , n’aurait pourtant jamais pour eux ceux d’un père. Dès ce moment , ceux qui l’avaient recherchée renoncizrent à leurs prétentions , restèrent ses amis , et plusieurs lui ont rendu service. Mon père qui , avec un bou esprit , reconnaissait la supériorité de celui de ma mère , lui avait toujours laissé diriger les opérations de commerce. Ainsi , maîtresse de tout duvivant de son mari, devenue veuve , elle n'eut rien à changer dans son plan de conduite.
Le commerce de St.-Malo était alors dans sa plus grande activité par celui de la mer du Sud, et par la course. Tout y était négociant ou corsaire, et souvent l’un et l’autre. Au milieu des malheurs de la guerre qui désolait, accablait et ruinait la France, les armateurs maloiu-s , etceuxqui s’y associaient, voyaient leurs entreprises réussir sur toutes sur toutes les mers. Je ne rappellerai point les Duguay-Trouin , les Magon , les Loquet , les Vincent les Purée , les Moreau , les Lefer et tant d’autres. La liste en serait trop longue, et je ne suis pas ici historiograplm , mais un petit particulier qui écrit ses souvenirs. On sait du moins que par le courage , l’habileté et l’opuleuce , jamais St.-Malo ne fut dans un état plus brillant."

 

 2007663-948218e565f9dbdbdf73e1db29348027.png
Charles Pinot Duclos (12 februari 1704 – 26 maart 1772)
Portret door Quentin de La Tour, 1e helft 18e eeuw

 

 

De Poolse dichter en schrijver Kazimierz Przerwa-Tetmajer werd geboren op 12 februari 1865 in Ludźmierz. Zie ook alle tags voor Kazimierz Przerwa-Tetmajer op dit blog.

 

The End Of The 19th Century

A curse?... But only savages in pain
abuse their god that’s hiding in the air.
An irony?... but how can you compare
most dreadful scorns with every day’s disdain?

Contempt?... but only fools despise the weight
that is too heavy for their feeble arms.
Despair?... so hearing danger’s grim alarms
just like a scorpion we end our fate?

Struggle?... but how an ant succeed in strife
when thrust upon a rail before the train?
Resignation?... but can there be less pain
when we acquiesce to the butcher’s knife?

The future life?... The stars who can explore,
and who can guess the ending of the world?
Joy?... but at the bottom of our souls lie furled,
those thoughts that mid enjoyment cry for more.

So what is left? In all the faiths of yore
we find no comfort. Things for us are clear.
What is your shield against the evil’s spear,
man of the fin-de-siècle?... He spoke no more.

 

Vertaald door Jarek Zawadzki

 

 2007663-ef8b89eaac163db3361885d54e689e4a.jpg
Kazimierz Przerwa-Tetmajer (12 februari 1865 – 18 januari 1940)

 

 

De Duitse schrijver Theodor Plievier werd geboren op 12 februari 1892 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Theodor Plievier op dit blog.

Uit Stalingrad

“Guderian allein gegen Hitler, das ist zu ungleich. Guderian ist ein ausgezeichneter Truppenoffizier, ein Meister grosser Bewegungen, hat grosse Konzeptionen, beherrscht die moderne Panzertaktik souverän, doch darüber hinaus geht seine Phantasie nicht. Er ist ausserstande, einen Mann wie Hitler zu begreifen, er sieht ihn, als ob er ein Wilhelm II. oder ein Wilhelm III. wäre und klammerte dabei die ganze Einmaligkeit Hitlers, die zeitgebundene Problematik und die Dämonie seines Auftretens aus !
In der politischen Konzeption noch ein Weltkriegsoffizier wie viele andere. Auch unser Bomelbürg sagt sich : Ich muß mich doch darauf verlassen können, dass der Staat in Ordnung ist ! Der Inhalt ist nicht seine Sache, geht ihn nichts an, darum bekümmert er sich nicht !
Ja, das ist wohl unsere Tragik : von Politik verstehen wir nichts, doch wenn die Aussenpolitik eine Katastrophe herbeibeschwört, dann sollen plötzlich die Waffen das Ergebnis dieser falschen Aussenpolitik wieder in Ordnung brigen, und das geht nicht, das stellt sich immer wieder heraus. Im ersten Weltkrieg ist das Heer überfordert worden, und wir dürfen nur hoffen, dass es diesmal nicht wieder so sein wird.”

 

 2007663-dfa735b6c0688ae3a6b9fe4b57879791.jpg
Theodor Plievier (12 februari 1892 – 12 maart 1955)
Cover

 

 

De Oostenrijkse schrijver Reinhard Federmann werd geboren op 12 februari 1923 in Wenen. Zie ook alle tags voor Reinhard Federmann op dit blog.

Uit: Die Stimme

“Leo erinnerte sich seiner Mutter nur als einer äußerst empfindlichen Dame, auf die man in jeder Weise Rücksicht zu nehmen hatte. Seit ihrer Scheidung von seinem Vater Dr. Heymerle lebte sie in Rom. Von dort aus sandte sie Leo zu Weihnachten und zu seinem Geburtstag kleine lila Kärtchen, die sie in ebensolche Kuverts steckte. Außer den jeweils indizierten Glückwünschen stand auf diesen Kärtchen mit geringfügigen Variationen stets das Folgende:
"Mein liebster Sohn! Ich hoffe, daß Du große Fortschritte machst und Deinem geplagten Vater keine Sorgen bereitest. Mir geht es hier im sonnigen Italien ausgezeichnet, die Leute sind alle so rücksichtsvoll. Mein einziger Kummer ist, daß ich Dich, mein liebster Sohn, nicht hier bei mir habe. Zu gerne würde ich Dir einmal das ewige Rom zeigen."
Sooft Leo diesen nichtssagenden Text zu Gesicht bekam, ärgerte er sich darüber. Manchmal sammelte er die Kärtchen, die in seiner Tischlade durcheinandergeworfen herumlagen, und betrachtete sie konzentriert.”

 

 2007663-b9cc1242b97d717509624b5929595fe0.jpg
Reinhard Federmann (12 februari 1923 – 29 januari 1976)

Geschreven door Romenu om 11:23 Reageer op dit bericht

Mariana Leky

De Duitse schrijfster Mariana Leky werd geboren op 12 februari 1973 in Keulen. Naast een opleiding voor het boekenvak studeerde Leky vanaf 1993 Duits en empirisch cultuurwetenschappen in Tübingen. Van 1994 tot 1996 bezocht zij het universitaire "Studio Literatur und Theater". Vanaf 1999 studeerde zij aan de universiteit van Hildesheim creatief schrijven en culturele journalistiek. Terwijl ze nog studeerde, won ze prijzen voor korte verhalen, o.a. bij de Allegra-Wettbewerb en bij de Niedersächsische Literaturwettbewerb Junge Literatur in Neder-Saksen. Zij debuteerde met de verhalenbundel "Liebesperlen" in 2001. In 2004 verscheen haar eerste roman "Erste Hilfe". In 2010 volgde haar tweede roman Die Herrenausstatterin“.

Uit:Erste Hilfe

»Ich liebe dich«, sagt Sylvester, und er sagt das, als würde ihn jemand dabei fotografieren. Wir sind in der Küche. Ich sitze auf der Spüle, Sylvester hat zerknittertes Geschenkpapier in der Hand. An dem Geschenkpapier hängt ein Kärtchen, »Alles Gute«, steht darauf.
Sylvester und ich sind kein Paar, und ich kann es nicht leiden, wenn Sylvester »Ich liebe dich« sagt. Vor allem, weil ich ihm dann »Ich liebe dich« zurücksagen soll, und zwar möglichst prompt.
Früher habe ich Sylvester gefragt, ob auch »Ich hab dich lieb« gilt, aber Sylvester behauptet, das gelte nicht. Früher habe ich Sylvester erklärt, dass »Ich liebe dich« sich abnutzt, je öfter man es sagt. Die Amerikaner beispielsweise, habe ich erklärt, sagen »Ich liebe dich« so oft, dass »Ich liebe dich« auf amerikanisch nicht mehr bedeutet als »Bis nachher«.
Es klingelt. Sylvester legt das glatt gestrichene Geschenkpapier auf den Kühlschrank, ich rutsche von der Spüle und gehe durch den Flur, in dem kleine Kartons mit Luftlöchern stehen. Sylvester geht mir hinterher, überholt mich und stellt sich vor die Wohnungstür. »Du willst also sagen«, sagt er, »dass du eine bist, die alles, was kostbar ist, verwahrt und aufspart für seltene Sonntagsbesuche.«
Um den Betrieb nicht aufzuhalten, weil es noch mal klingelt und seltene Sonntagsbesuche nach Kondensmilch klingt, sage ich Sylvester »Ich liebe dich« zurück, wie er es mir beigebracht hat, nicht zu laut, nicht zu leise, und Sylvester sagt: »Mit Namen.«
Ich sage: »Du hast auch nicht mit Namen.«
Sylvester sagt: »Natürlich habe ich mit Namen.«
Also sage ich: »Ich liebe dich, Sylvester«, wegen des Betriebes. Sylvester grinst, und ich frage: »Können wir dann jetzt bitte aufmachen?«
»Gern«, sagt Sylvester und öffnet die Tür.
Vor der Tür steht Matilda und sagt: »Guten Tag, es tut mir leid, dass ich so wenig gesagt habe.«
Matilda sagt aber eigentlich nie viel, und wenn, dann sagt sie es sehr leise. Wir haben uns daran gewöhnt und halten unsere Ohren nahe an ihr Gesicht. Nur manchmal sagen wir: »ein bisschen, nur ein bisschen lauter bitte, Matilda.«
»Ihr spinnt ja«, sagt Matilda dann, »ich schreie.« Wir sagen, sie schreie ganz und gar nicht, dann redet sie ein bisschen lauter, wir lehnen uns zwei Sätze lang zurück, bis Matilda wieder leise wird.“

 

 2080475-9ed2998d69d90bb18fa00fd6b8d3c138.jpg
Mariana Leky (Keulen, 12 februari 1973)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten