Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 18 februari 2017 tot 19 februari 2017

J.M.A. Biesheuvelprijs voor Maarten “t Hart

J.M.A. Biesheuvelprijs voor Maarten “t Hart

De Nederlandse schrijver Maarten 't Hart heeft de J.M.A. Biesheuvelprijs gewonnen voor de beste bundel korte verhalen. Hij ontvangt de prijs voor ‘De moeder van Ikabod’. Aan de prijs is een geldbedrag verbonden dat volledig door crowdfunding bij elkaar is gebracht. Dit jaar gat het om 5105 euro en 70 cent. De prijs werd zondag voor de derde keer uitgereikt. In 2015 won Rob van Essen, in 2016 Marente de Moor. Maarten 't Hart werd geboren op 25 november 1944 in Maassluis. Zie ook alle tags voor Maarten ’t Hart op dit blog evenals mijn blogs van 25 november 2010 en eerder.

Uit: De moeder van Ikabod

 ‘En stipt om één minuut over half drie reed onze bakker Stoof Schelvisvanger, psalmzingend de straat in. Hij was van onze kerk. Bij alle gereformeerden bezorgde hij aan huis brood en banket. In onze straat bediende hij nog één ander gereformeerd gezin. Bij ons belde hij het eerst aan en slofte dan neuriënd terug naar zijn kar en haalde daar een melkwit en een vloerbruin. Wij kregen dat aangereikt (‘zaterdag betalen’) en vervolgens reed hij door naar de familie Marchand. Daar leverde hij acht regeringswit af.’
(…)

‘Ik was daar nog net op tijd voor iets wat ik niet graag gemist zou hebben. Op het moment namelijk dat ik de deur opende, greep de transpirerende dominee met beide handen vlak achter haar schouders haar toga op twee plaatsen vast en trok hem toen met één vloeiende beweging over haar hoofd. Ze had het vaker gedaan, dat was duidelijk, want het ging zo snel, zo behendig, ik keek mijn ogen uit. (…) . En toen stond ze daar, die Ilonka de Priester, in een lichtblauw mouwloos hemdje en een zwart kokerrokje, waaronder lange gebruinde, van zweet vochtig glinsterende benen afdaalden naar sandaaltjes die voornamelijk uit dunne riempjes waren opgetrokken.’

 

 2010018-57a9e943b83ae380bcfb6e7732acb795.jpg
Maarten ’t Hart (Maassluis, 25 november 1944)

Geschreven door Romenu om 18:46 Reageer op dit bericht

Siri Hustvedt, Helen Fielding, Jaan Kross, Helene Hegemann, Björn Kuhligk, Dmitri Lipskerov, Wolfgang Fritz, Herbert Rosendorfer, Carson McCullers

De Amerikaanse schrijfster en essayiste Siri Hustvedt werd geboren op 19 februari 1955 in Northfield, Minnesota. Zie ook alle tags voor Siri Hustvedt op dit blog.

Uit:What I Loved

« Yesterday, I found Violets letters to Bill. They were hidden between the pages of one of his books and came tumbling out and fell to the floor. I had known about the letters for years, but neither Bill nor Violet had ever told me what was in them. What they did tell me was that minutes after reading the fifth and last letter, Bill changed his mind about his marriage to Lucille, walked out the door of the building on Greene Street, and headed straight for Violet's apartment in the East Village. When I held the letters in my hands, I felt they had the uncanny weight of things enchanted bystories that are told and retold and then told again. My eyes are bad now, and it took me a long time to read them, but in the end I managed to make out every word. When I put the letters down, I knew that I would start writing this book today.
"While I was lying on the floor in the studio," she wrote in the fourth letter, "I watched you while you painted me. I looked at your arms and your shoulders and especially at your hands while you worked on the canvas. I wanted you to turn around and walk over to me and rub my skin the way you rubbed the painting. I wanted you to press hard on me with your thumb the way you pressed on the picture, and I thought that if you didn't, I would go crazy, but I didn't go crazy, and you never touched me then, not once. You didn't even shake my hand."
I first saw the painting Violet was writing about twenty-five years ago in a gallery on Prince Street in SoHo. I didn't know either Bill or Violet at the time. Most of the canvases in the group show were thin minimalist works that didn't interest me. Bill's painting hung alone on a wall. It was a large picture, about six feet high and eight feet long, that showed a young woman lying on the floor in an empty room. She was propped up on one elbow, and she seemed to be looking at something beyond the edge of the painting. Brilliant light streamed into the room from that side of the canvas and illuminated her face and chest."

 

 2009854-d8ec5eb340d4e148716824d6948b30f3.jpg
Siri Hustvedt (Northfield, 19 februari 1955)

 

 

De Engelse schrijfster Helen Fielding werd geboren in Morley, Yorkshire op 19 februari 1958. Zie ook alle tags voor Helen Fielding op dit blog.

Uit:Bridget Jones: Mad About the Boy

“Even then, you think you don’t look like you should. Sometimes look at billboards of beautiful models, and the real people underneath, and think it’s a bit like if we were on a planet where all the space creatures were short, green and fat. Except a very few of them were tall, thin and yellow. And all the advertising was of the tall, yellow ones, airbrushed to make them even taller and yellower. So all the little green space creatures spent their whole time feeling sad because they weren’t tall, thin and yellow.
‘Jones? Are you still inhabiting your head? I said, I suppose a ____ would be out of the question?’
‘Yes!’ I said, jerking back to the present. ‘Yes, it would. Though this is in no way a sign of my lack of gratitude for the babysit.’ Rattled through a gabble of instructions and thanks and shot out of the door, feeling outraged as a feminist by Daniel’s complex fattist pass, but uplifted as a female.
When I arrived at Talitha’s, however, Tom burst out laughing. ‘Seriously? Dolly Parton?’
‘You can’t rely on your arse in jeans at our age,’ said Talitha briskly, sweeping in with a tray of mojitos. ‘You’ve got to have something else going on.’
‘I don’t want to look like mutton,’ I said. ‘Or a prostitute.’
‘Well, quite, but you need something to start the idea of sexuality. Legs or boobs. Not both.’
‘What about one leg and one boob?’ said Tom.
Eventually I ended up in a very expensive short black silk tunic of Talitha’s and insanely high Yves Saint Laurent thigh boots.”
‘But I can’t walk in them.’
‘Honey,’ said Talitha, ‘you’re not going to need to walk.’
In the cab started to think about how much Mark would have loved the thigh boots.
‘Stoppit,’ said Tom, seeing my face. ‘He would want you to have a life’

 2009854-532881282d1056afaf66319314769f61.jpg
Helen Fielding (Morley, 19 februari 1958)
 

 

De Estlandse schrijver Jaan Kross werd geboren op 19 februari 1920 in Tallin. Zie ook alle tags voor Jaan Kross op dit blog.

Uit:De kring van Mesmer (Vertaald doorFrans van Nes)

“We hadden net een punt bereikt waarop het geestrijk vocht een gevoel van bevrijding gaat geven. We waren net even verlost van de kou, een gevoel dat nu eens door merg en been ging en dan weer nauwelijks merkbaar was, maar dat altijd aanwezig was en werd veroorzaakt door de gebrekkige of zelfs geheel niet verwarmde ruimtes in die strenge vroege winter en misschien nog meer door het beeld van de kosmische gespletenheid van de wereld. In ieder geval was het ook in de eetkamer van de familie Kallaspool niet warmer dan een graad of veertien. Terwijl het buiten vijftien graden vroor en er, half oktober, een pak sneeuw lag. We hadden al met al net het moment bereikt waarop mensen, voor zover ze drinken, voelen dat ze bevrijd worden van de last afval die de realiteiten benadrukt, dat ze daarboven uitstijgen en al vermoeden en zelfs al zien dat er aan de einder stukjes blauwe hemel gloren. En extra opvallend: ze realiseren zich nu dat vrouwen werkelijk onvoorstelbaar aantrekkelijk zijn. Zou het overigens kunnen dat de dikwijls zelfvernietigende liefde voor de drank in elk geval voor een noorderling niets anders is dan een poging om over zijn onbeholpenheid heen te springen? Om moed in te nemen voor seksuele (maar ook politieke) avonturen?”

 

 2009854-606341006ab3ced01c359fd5cabce453.jpg
Jaan Kross (19 februari 1920 – 27 december 2007)

 

 

De Duitse schrijfster, regisseuse en actrice Helene Hegemann werd geboren in Freiburg im Breisgau op 19 februari 1992. Zie ook alle tags voor Helene Hegemann op dit blog.

Uit: Axolotl Roadkill

„Annika sitzt gemeinsam mit ihrer High-Definition-Mascara am Küchentisch und guckt mich an, als hätte sich meine Dünnhäutigkeit innerhalb kürzester Zeit zu einer nicht mehr nachvollziehbaren Skrupellosigkeit entwickelt.
"Ich muss nicht mehr in die Schule, Annika.“
„Das ist jetzt das Ende.“
„Ja, das ist wirklich das Ende. Draußen sind alle ohnmächtig.“
„Das glaube ich dir nicht.“
„Es ist total egal, ob du mir glaubst oder nicht. Draußen sind alle ohnmächtig.“
Sie guckt sich paranoid um.
„Atomkrieg?“
„Chemieangriff?“
„Mach das Fenster zu, Mifti.“
„Zu spät.“
Annika wird ohnmächtig, ich falle um. Jeder von uns denkt, er sei der alleinige Simulant. Das ist ungemein sexy.
Ja, da waren wir auch den Tränen ein bisschen nahe, und das muss ich auch ganz offen zugeben, auch wenn man bei mir das jetzt nicht oft gesehen hat, aber wenn es diese Momente gibt, in denen man den Tränen nahe ist, dann war das da schon einer davon, also da waren wir alle echt den Tränen nahe.
Um 8 Uhr 10 steht Lars gemeinsam mit seinem zweijährigen Scheißblag und einer unübertrefflichen Erwartungshaltung in unserem Wohnungsflur.“

 

 2009854-3bddf1df29a8d5cbf96742bd0cb84229.jpg
Helene Hegemann (Freiburg im Breisgau, 19 februari 1992)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Björn Kuhligk werd geboren op 19 februari 1975 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Björn Kuhligk op dit blog.

 

Pécser Rhapsodie

Da kommt die Frau, die ich liebe
unter den blühenden Kastanien
ist ihr Gang ein leichter

sie setzt sich zu mir an den Tisch, ach
gelobt und ins Museum der Schönheit
gebracht sei der Himmel

unter dem sie schimpft, als der Kellner
den Wein verschüttet, gelobt
sei ihr voller Mund

unter dem Bogen der rechten Schulter trägt sie
ein faustgroßes Muttermal, ich küsse sie
wenn vor dem Park die Trambahn hält

da kommt die Frau, die ich liebe, um die Ecke
sie wird bald graues Haar bekommen, wenn ich
sie anseh von der Seite, wird sie schöner

da kommt die Frau und ist sies nicht, soll es
die nächste sein, vielleicht vom Hügel, aus dem Fliederduft
die ich liebe, wie sie langsam um die Ecke

 

 

Keine Ansprachen
(für Tom Schulz)

KEINE ANSPRACHEN, das Licht
sollte sich nach den Schatten richten

nichts Klares, kein Fahrplan
ein Gewirr aus Stimmen

ein Anfang aus jenem, vielleicht auch
etwas völlig anderes, wer weiß

z. B. Schneewehen im August oder
eine Bowling-Bahn, die nicht gemietet wird

anderen Tags, so wünscht man, einen Mund
der spricht, ein Ohr, dem etwas zu versprechen ist

 

 2009854-53d3f2a5850fd1cc26e3f67fe60dcb14.jpg
Björn Kuhligk (Berlijn, 19 februari 1975)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Thomas Brasch werd geboren in Westow,Yorkshire (Engeland) op 19 februari 1945. Zie ook alle tags voor Thomas Brasch op dit blog.

Uit: Vor den Vätern sterben die Söhne

„Schönen Dank, sagte der Kleine und lächelte wieder.
Der Mann begann sich zum Fahrer durchzudrängen, und Robert stieg aus.
Morgen wird sie warten, und übermorgen wird sie ein Ferngespräch anmelden. Meine Mutter wird Angst haben. Das erste, woran sie denken wird, ist der Krach, den sie im Betrieb kriegt. Oder sie denkt an Vater: Wenn der noch leben würde, wäre das nicht passiert. Und ich bin vielleicht tot. Aber wenn ich es schaffe, wird alles anders. Ich rufe an. Das ist gut. Mutter, werde ich sagen. Nein, zuerst rufe ich im Betrieb an. Hallo, sage ich. Ja, Robert, wo bist du? Warum warst du nicht am Tor. Du kannst mich doch nicht. Dann werde ich sie unterbrechen und sagen, ganz ruhig, so, als ob nichts passiert wäre: Ich bin im Westen. Und dann nichts mehr. Ich werde warten, daß sie etwas sagt. Ganz einfach warten.
Hallo, Sie, hallo. Bleiben Sie doch mal stehen. Ja, Sie meine ich. Aus. Sie haben mich die ganze Zeit beobachtet. Sie wußten von Anfang an alles.
Robert spürte, wie der Schweiß unter seinen Achselhöhlen herausschoß. Er drehte sich um. Aus dem Fenster des Neubaublocks sah ein Mann heraus und streckte den Arm nach unten.
Da unten liegt mein Kissen. Es ist herausgefallen. Der Fahrstuhl ist kaputt. Ich bin nicht mehr gut auf den Beinen. Kannst du es mir heraufbringen? Vierter Stock rechts: Werner. Die Tür ist angelehnt.
Schon gut, sagte Robert, hob das Kissen auf und ging auf das Haus zu. Vor der Fahrstuhltür standen zwei Jungen, und Robert ging hinter ihnen in die Kabine. Sie stießen einander an. Zu Werner, sagte der eine und beide lachten. Im vierten Stock stieg Robert aus, ging den Flur hinunter, öffnete die Tür am Ende des Ganges und trat in die Wohnung. Der Geruch von altem Fett schlug ihm entgegen.
Lassen Sie die Tür offen, hörte er.
Robert ging an der Kochnische vorbei ins Zimmer. Auf dem zerwühlten Bett saß der Alte, nur mit einer Pyjamahose und einem Unterhemd bekleidet.“

 

 2009854-37f0246a2378bc6919dac9c484821b51.jpg
Thomas Brasch (19 februari 1945 – 3 november 2001)
Cover 

 

 

De Russische schrijver Dmitri Lipskerov werd geboren op 19 februari 1964 in Moskou. Zie ook alle tags voor Dmitri Lipskerov op dit blog.

Uit: The Last Sleep of Reason (Vertaald door Dmitri Priven)

"You son of a bum!" the major was elated. "And -
"Looks like it matches the ear," deduced Volodya.
"And - "
"That's it."
Karapetian mumbled something in Armenian, which caused Pogosian to explode like a landmine. He was yelling in Russian that even his grandpa Tigran never swore like that, and who does everybody think they are, and he'll take everybody's you know what and stick it you know where!
"It wasn't you sir, major sir," Karapetian was making excuses apathetically, scratching his sideburns.
"Sinichkin is the only one who gets the job done!" the senior officer was all fired up. "And you, you shave your freaking ugly mug right now! Got it?!!" (no pause) "You stick the aqualung on and don't you come up till you fish out that body! Bloody bastard!"
The recovered foot was then wrapped up in a plastic bag and placed in the jeep to take it for tests. Already sitting in the car, Pogosian instructed Sinichkin to be sure to ask around if any of the residents in the neighbourhood had gone missing. Then he hit Zubov's elbow as hard as he could, which made the pumpkin seeds fly out the window and scatter freely on the autumn shore. The sergeant-major stepped on the gas, and the car jerked forward with the siren screaming.
For the whole day Sinichkin diligently scoured the blocks of flats in the neighbourhood, talking with the residents, mostly senior citizens, who were retired and therefore knew a lot.
The detective found out that in this world a lot of people do go missing, but then they come back. These are mostly married people trying to run away from their other halves, or alcoholics who forget how to get to their sweet home. But there was no one who had gone missing for good.
It was towards the evening that coming down the stairs of a sixteen-storey block of flats, Volodya Sinichkin ran into a female resident relentlessly ringing the bell at one of the doors.
"No one in there?" asked the captain.”

 

 2009854-f7d26e0382aaa0e0a628849356f2d99f.jpg
Dmitri Lipskerov (Moskou, 19 februari 1964)

 

 

De Oostenrijkse schrijver Wolfgang Fritz werd geboren op 19. Februar 1947 in Innsbruck. Zie ook alle tags voor Wolfgang Fritz op dit blog.

Uit: Zur schwarzen Gondel

„Ich reiste noch am selben Abend nach Venedig ab, wo ich in einer geradezu spartanischen Pension Aufenthalt nahm. Ich wollte dort in der nötigen Ruhe ein bestimmtes Spiel, für dessen Entwicklung ich bereits Vorschuss genommen hatte, ablieferungsreif machen. Ich bin nämlich im - wenn man das so sagen kann - bürgerlichen Beruf Erfinder von Spielen, Kunstsprachen und dergleichen.
Ich verließ, die nebelig-trübe Stadt nicht eher, als bis ich mit meiner Arbeit fertig war. Nur Penthesilea wusste meine Telefonnummer, aber auch sie hatte die Liebenswürdigkeit, mich ungestört zu lassen, obwohl damals ein kniffliger Fall eigentlich meine Anwesenheit als wünschenswert erscheinen hätte lassen. Ein gewisser Herr Ottokar hat dieses Faktum auf seine schleimige Art gewiss schamlos ausgenützt. Aber das ist ein anderes Kapitel.
Wieder gesehen habe ich meinen Eisenstein bei meiner Rückkehr von Italien am Südbahnhof. Es kann sich da eigentlich nur um einen Zufall gehandelt haben, weil der Tag meiner Ankunft niemandem bekannt war. Niemandem außer Penthesilea, und die hat von Eisensteins Existenz ja damals noch gar nichts gewusst. Ich stehe also mit meinem fahrbaren Koffer auf dem Rollweg, als sich besagter Herr zu mir hindrängelt.
"Entschuldigen Sie, dass ich Sie hier so anquatsche. Sie werden sich nicht an mich erinnern. Mein Name ist Eisenstein. Ich würde so gerne eine geschäftliche Besprechung mit Ihnen führen."
"Lieber Herr", erwidere ich, "ich entschuldige es niemals, wenn man mich anquatscht. Und ich wüsste auch nicht, welche Geschäfte ich mit Ihnen treiben könnte. Lassen Sie mich also bitte in Ruhe." Und von da an ist der Herr Luft für mich. Ich schaue angelegentlich in die Halle hinunter, so als würde ich da jemanden erwarten, und bis ich wirklich unten bin, ist er auch schon verschwunden.“

 

 2009854-aa1d0df80b6557420b2447bc79dbc466.jpg
Wolfgang Fritz (Innsbruck, 19 februari 1947)

 

 

De Duitse schrijver en historicus Herbert Rosendorfer werd op 19 februari 1934 in Gries geboren. Zie ook alle tags voor Herbert Rosendorfer op dit blog.

Uit: Deutsche Geschichte. Ein Versuch (Das Jahrhundert des Prinzen Eugen)

„Die nicht unbedeutende Landgrafschaft Hessen zum Beispiel, eines der größeren Fürstentümer Mitteldeutschlands, spaltete sich - durch Erbteilung – nach dem Tod des letzten gesamthessischen Landgrafen, Philipps des Großmütigen (der im Zusammenhang mit der Reformation im vorangegangenen Band dieser Darstellung erwähnt ist), 1567 in vier Teil-Landgrafschaften auf: Hessen-Kassel, Hessen-Marburg, Hessen-Rheinfels und Hessen-Darmstadt. Hessen-Kassel bildete schon in der übernächsten Generation vier Unter-Nebenlinien aus: das eigentliche Kassel, Rotenburg, Eschwege und wiederum Rheinfels (*1) vom eigentlichen Kassel spaltete sich dann in der übernächsten Generation Hessen-Philippsthal ab, das sich dann in Philippsthal und Philippsthal-Barchfeld teilte. Und selbst das landkartlich kaum bemerkbare Rheinfels teilte sich ein weiteres Mal: in Rheinfels und Rheinfels-Wanfried (was selbstredend nichts mit Richard Wagner zu tun hat). Mit Hessen-Darmstadt lief es nicht besser. Diese Linie brachte die Seitenäste Butzbach, Homburg (aus welchem der durch Kleist berühmte Prinz stammte, von dem noch die Rede sein wird), Braubach, Itter und Bingenheim hervor. Alles mehr oder weniger selbstänge Fürstentümer, die nur ganz theoretisch weiterhin dem fernen Kaiser in Wien unterstanden.
*1) Das 1567 »entstandene« Hessen-Rheinfels fiel nach dem Tod des kinderlosen Landgrafen Philipp II. an die Hauptlinie zurück und verschwand für einhundertundeins Jahre.“
Mit der Selbständigkeit der Nebenlinien war es manchmal allerdings eine ungeklärte Sache. So zum Beispiel behauptete der Landgraf von Hessen-Homburg, dessen Fürstentum praktisch nur aus der Kleinstadt (heute: Bad) Homburg bei Frankfurt bestand, daß er, abgesehen von der Zugehörigkeit zum Reich, selbständig, also reichsunmittelbarer Fürst sei. Sein Bruder, der über größere Ländereien gebietende Landgraf von Darmstadt, sagte aber: keineswegs, Homburg sei nur eine Apanage. Dem Bruder (und seinen Nachkommen) seien nur die Steuereinkünfte aus Homburg und, damit das Geld ordentlich fließt, der Sitz dort in der Burg zugestanden worden, nicht die Landesherrschaft.“

 

 2009854-5688a9ac978e7f5e18c4f2f93c8c2e78.jpg
Herbert Rosendorfer (19 februari 1934 – 20 september 2012)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e februari ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:02 Reageer op dit bericht

Carson McCullers, Alfredo Bryce Echenique, Kay Boyle, Wolfgang Fritz, Yuri Olesha, André Breton, Paul Zech, Mark Prager Lindo, Heinrich L. Wagner

De Amerikaanse schrijfster Carson McCullers werd geboren als Lula Carson Smith 19 februari 1917 in Columbus, Georgia. Zie ook alle tags voor Carson McCullers op dit blog.

Uit: The Heart is a Lonely Hunter

“They shared the upstairs of a small house near the business section of the town. There were two rooms. On the oil stove inthe kitchen Antonapoulos cooked all of their meals. There were straight, plain kitchen chairs for Singer and an overstuffed sofa for Antonapoulos. The bedroom was furnished mainly with a large double bed covered with an eiderdown comforter for the big Greek and a narrow iron cot for Singer.
Dinner always took a long time, because Antonapoulos loved food and he was very slow. After they had eaten, the big Greek would lie back on his sofa and slowly lick over each one of his teeth with his tongue, either from a certain delicacy or because he did not wish to lose the savor of the meal — while Singer washed the dishes.
Sometimes in the evening the mutes would play chess. Singer had always greatly enjoyed this game, and years before he had tried to teach it to Antonapoulos. At first his friend could not be interested in the reasons for moving the various pieces about on the board. Then Singer began to keep a bottle of something good under the table to be taken out after each lesson. The Greek never got on to the erratic movements of the knights and the sweeping mobility of the queens, but he learned to make a few set, opening moves. He preferred the white pieces and would not play if the black men were given him. After the first moves Singer worked out the game by himself while his friend looked on drowsily. If Singer made brilliant attacks on his own men so that in the end the black king was killed, Antonapoulos was always very proud and pleased.”

 

2009862-14aa55e55bac25d6448e627c7eb3d7d6.jpg
Carson McCullers (19 februari 1917 - 29 september 1967)
Portret door Emanuel Romano, ca. 1949

 

 

De Peuaanse schrijver Alfredo Bryce Echenique werd op 19 februari 1939 in Lima geboren. Zie ook alle tags voor Alfredo Bryce Echenique op dit blog.

Uit:L'Amygdalite de Tarzan (Vertaald door Jean Marie Saint-Lu)

“J'étais tombé amoureux d'elle, de sa peau de pêche bronzée toute l'année, de sa silhouette à vous réveiller un mort, de sa longue et rousse chevelure, de ses sourcils et de ses yeux très noirs à Lima, un soir que je chantais dans une fête à l'université catholique où elle était "Miss Faculté", ou quelque chose comme ça, et moi une sorte de Nat King Cole en espagnol, et à force de viens plus près de moi, plus près, plus près encore, je finis par tant la rapprocher de moi que je n'ai pas encore réussi à l'écarter complètement, bien que plus de mille ans, bien plus encore aient passé depuis ce temps-là, ce qui fait que je crois pouvoir répondre à l'auteur de ce boléro que oui, il semble bien que l'amour existe dans l'éternité."
(…)

"Mais bien entendu, Tarzan, c’est elle, cela a toujours été elle, et maintenant c’est comme si Tarzan venait de découvrir la voracité totale de chaque cellule vivante de la forêt vierge. C’est comme si Tarzan commençait enfin à mûrir, une bonne fois pour toutes, pour s’occuper de ses gosses parmi les frondaisons et les eaux tourbillonnantes et leurs habitants dévorateurs, comme la hyène, ou venimeux, comme la tarentule. Et c’est maintenant comme si Tarzan avait pris conscience d’être l’objet de milles horribles et pervers affûts à la Rambo et que, s’apercevant que son cri dans la forêt n’a pas encore l’énergie suffisante, qu’il manque de férocité ou d’huile de foie de morue, appelez ça comme vous voudrez, il venait de s’inscrire dans un gymnase."

 

 2009862-d7700206a2d0fc273f50b69c404623a9.jpg
Alfredo Bryce Echenique (Lima, 19 februari 1939)

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Kay Boyle werd geboren op 19 februari 1902 in Saint Paul, Minnesota. ook alle tags voor Kay Boyle op dit blog.

 

Mothers

In the still of night
Have we wept,
And our hearts, shattered and aching
Have prayed.
In the cold, cold moonlight
Have we sobbed
And dreamed of what might have been.
And our hearts have bled from stabs
Given unheeding.
We are the women who have suffered alone -
Alone and in silence.

 

 

What Parents Do Not Yet Know

The tree that lingers at the window is just sixteen,
And you, uneasy parent of its wanton ways,
Eavesdrop upon the whispering of three-fingered leaves.

The pale pink squirrel who dances in the nude,
Chattering of nuts, with eyes that see five ways,
Is not related to the tree’s anomalies, nor grieves

That you, tormented guardian of bark and roots
And leaves, must seek for words to ratify the pace.
You were once witness to departing wings that fled defiantly

One winter night; hear now the fragile music as it waves
Like ivy through the cawing of the crows. Not wasp, or cattle ant, or bee
Is hesitant, for each believes his paragon of industry is what
Transforms a tree to a child, and child to tree again (with softly whispering leaves).

 

 2009862-677fe0a14eacabd15b1d219438b12fbc.png
Kay Boyle (19 februari 1902 – 27 december 1992)

 

 

De Russische schrijver Yuri Olesha werd geboren op 19 februari 1899 in Elizavetgrad (nu Kirovohrad, Oekraïne). Zie ook alle tags voor Yuri Olesha op dit blog.

Uit: Envy

"Comrades! They are trying to take your most treasured possessions away from you: your homes. The steeds of the Revolution, thundering up the back stairs, are trampling over your children and your cats, breaking into your kitchens, smashing your beloved stoves and sinks. Women, your pride and your glory--your homes--are in danger. Mothers and wives, the elephants of the Revolution are stampeding, and they will raze your kitchens!
. . . .
He [Andrei] wants to turn you into homeless tramps, roaming the wilderness of history.
Wives, he is spitting into your soup. Mothers, he dreams of wiping family resemblances from your babies' little faces, the beautiful, sacred family resemblance. He violates your lilttle secret corners, scurries like a rat along your shelves, pokes under your bed, crawls under your shirts, sniffs at the hair of your armpits. You must send him to hell!
See this pillow? I am the king of pillows. Tell him: We wish to sleep, each of us on her own pillow. Don't you dare touch our pillows! Our heads have rested on them, our kisses have fallen on them during our nights of love, we have died on them and those whom we have killed have died on them, too. Keep your hands off our pillows! Stop calling to us! Stop beckoning to us, trying to lure us! What can you offer us to replace our capacity to love, to hate, to hope, to cry, to pity, to forgive? See this pillow? It is our coat of arms. Our symbol. Bullets get buried in a pillow. With a pillow we shall smother you."

 

 2009862-d83327c2d181c84cadfb8b1c4ef01540.jpg
Yuri Olesha (19 februari 1899 – 10 mei 1960)
Cover

 

 

De Franse dichter en essayist André Breton werd geboren in Tinchebray in het departement Orne op 19 februari 1896. Zie ook alle tags voor André Breton op dit blog.

 

La Porte Bat

La por por porte por
La fe ne tre
Sur l'odeur arrière du limurerre
Qui me rappelle
Milady de
Winter
Lissant son cheautru derrière les losanges de la pluie
Brifrouse-bifrousses le plancher est si vieux
Qu'à travers on voit le feu de la terre
Toutes les belles à leur coumicouroir
Comme les hirondelles
Sur les fils où je joue dans les gouttes
D'un instrument inconnu
Oum yoblisoett iste
Au cœur de ce nœud de serpents
Qu'est la croix ses quatre gueules fuyantes suspendues aux pis cardinaux

 

 

La Poétesse - Constellation

La
Belle
Cordière de nos jours retrouve sa mission, qui est de faire grésiller le sel de la terre.
Elle mire l'instant où le soleil'doit devenir a noir comme un sac fait de poil » et le vent joncher la terre de figues vertes.
C'est, il semble, amorcé, quoique la lune persiste à répandre l'odeur de seringa.
Les jeux de l'amour et de la mort se poursuivent sous le péristyle dans des détonations d'armes à feu.

Des taillis où couve une chanson ensorcelante perce par éclairs et ondule la pointe du sein de la belladone.
Lamiel, le tison aux doigts, s'apprête à incendier le
Palais de
Justice.

 

 

Intérieur

Une table servie du plus grand luxe
Démesurément longue
Me sépare de la femme de ma vie
Que je vois mal
Dans l'étoile des verres de toutes tailles qui la tient
renversée en arrière
Décolletée en coup de vent

 

 2009862-f2501b1ee2278818a4f559547966feb8.png
André Breton (19 februari 1896 – 28 september 1966)
Portret door Victor Brauner, 1934

 

 

De Duitse dichter en schrijver Paul Zech werd geboren op 19 februari 1881 in Briesen. Zie ook alle tags voor Paul Zech op dit blog.

 

Fabrikstraße Tags

Nichts als Mauern. Ohne Gras und Glas
zieht die Straße den gescheckten Gurt
der Fassaden. Keine Bahnspur surrt.
Immer glänzt das Pflaster wassernass.

Streift ein Mensch dich, trifft sein Blick dich kalt
bis ins Mark; die harten Schritte haun
Feuer aus dem turmhoch steilen Zaun,
noch sein kurzer Atem wolkt geballt.

Keine Zuchthauszelle klemmt
so in Eis das Denken wie dies Gehn
zwischen Mauern, die nur sich besehn.

Trägst Du Purpur oder Büßerhemd -:
immer drückt mit riesigem Gewicht
Gottes Bannfluch: uhrenlose Schicht.

 

2009862-62cc39345288a02e5ec203b15d50f7f2.jpg
Paul Zech (19 februari 1881 – 7 september 1946)

 

 

De Nederlandse schrijver Mark Prager Lindo, beter bekend als Den Ouden Heer Smits werd geboren in Londen op 19 februari 1819. Zie ook alle tags voor Mark Prager Lindo op dit blog.

Uit: Familie van ons

“Zie de jonge moeder met haar eerstgeboren kindje. Zelfopoffering, eindelooze zorgen, kwellende angst zijn de geschenken, welke het hulpelooze wichtje reeds met den eersten snik zijne moeder aanbiedt. Ze worden met dankbaarheid en liefde aangenomen, - en met eene hemelsche sterkte gedragen.
En hetgeen mij mede het meest boeit als ik de jonge moeder beschouw, is, dat zij tot die klasse van wezens behoort, welke wij, stervelingen, zoo goed begrijpen en tevens zoo zeer beminnen en bewonderen moeten. Zij is inderdaad de eenige ‘engel,’ welken ik sedert mijn achttiende jaar, toen ik alle jonge meisjes gaarne dien eeretitel verleende, ontmoet heb. En zij is een engel, met wien wij op een gemeenzamen voet staan. Zij heeft geen vleugels noodig om zich boven ons te verheffen, - en zij is juist het meest verheven, als zij zich het meest tot ons nederbuigt. Voor alle andere engelen koester ik een eerbiedig opzien; - ik ben, als mensch, op mijn gemak, ik ben geheel en al tehuis bij eene ‘moeder.’
Haar kleine zwakheden en hare moederlijke ijdelheid maken haar maar te menschelijker en verstaanbaarder en beminnelijker.
Ik kom bij haar en begin met te lachen over het heel kleine kindje, dat zulk eene heel groote rol in huis speelt. Ik kan ook niet vinden, dat er iets schoons is in die roode, gerimpelde handjes, of in die kromme, spartelende beentjes, en de eenige merkwaardigheid van de oogjes, die zoo geroemd worden, is, voor mij, dat het ééne gewoonlijk gesloten is, terwijl het andere openstaat en rondrolt als dat van een dronkaard, - terwijl het mondje, dat de moeder zoozeer roemt, nu eens in de hoogte, dan in de breedte zich uitzet, en trekt en pruilt, alsof het coquetteerde met het knobbeltje vleesch, dat een neus voorstelt. Maar de moeder is bezield, en de bezieling is aanstekelijk, en de liefde, welke uit het oog van de moeder straalt, verspreidt haar glans over de gelaatstrekken van het kindje en verblindt mijn zwakke blikken, en de misvormde, of liever nog ongevormde trekken worden schoon, en de onnoozelheid van de gelaatsuitdrukking wordt in heilige onschuld veranderd, en het leelijke mondje en de schelle stem, in plaats van wanluidend en oorverdoovend te gillen, doen heerlijke beloften voor de toekomst, welke in het hart der moeder weerklinken, van waar eene zwakke echo mijn oor bereikt.”

 2009862-cec225638fae911ee878b7fe6ad76b6e.jpg
Mark Prager Lindo  (19 februari 1819 - Den Haag, 9 maart 1877)
Cover

 

 

De Duitse schrijver Heinrich Leopold Wagner werd geboren op 19 februari 1747 in Straatsburg. Zie ook alle tags voor Heinrich Leopold Wagner op dit blog.

Uit: Die Kindermörderin

„EVCHEN. Du! seit wann so vertraut?
v. GRÖNINGSECK. Zank nicht Evchen! zank nicht! müßt mir heut nichts übel nehmen Leutchen, ich hab ein Gläschen Liqueur zuviel.
FR. HUMBRECHT. Was ich fragen wollt, Herr Leutenant, sie stehn mir doch davor, daß wir in einem honetten Haus sind?
v. GRÖNINGSECK. So soll mich der Teufel lebendig zerreißen, Frau Humbrecht! wenn hier nicht täglich alles, was beau monde heißt, zusammenkommt: – sehn sie nur an, wie schlecht das Zimmer meublirt ist. –
FR. HUMBRECHT. Ebendrum!
v. GRÖNINGSECK. Eben drum! freilich, eben drum! Das macht die guten Zimmer sind alle schon besetzt. Meynt sie denn pardieu! der Lieutenant von Gröningseck würde sich sonst in einen solchen Stall weisen lassen. Drey Stühl, und ein Tisch, den man nicht anrühren darf! (er stößt daran, der Tisch fällt um, das Licht mit, geht aus.)
FR. HUMBRECHT. Herr Jemine das Licht! Herr Leutenant, das Licht!
v. GRÖNINGSECK. (ihr nachäffend.) Das Licht! das Licht! hat der Henker das geholt, so gibts noch andre. – Wo ist der Leuchter? – (sucht.)
EVCHEN Hier hab ich ihn schon.
v. GRÖNINGSECK. Wo? wo?
EVCHEN Ey hier! sie greifen ja dran vorbey – pfuy! –
FR. HUMBRECHT. Was ist? was giebts?
v. GRÖNINGSECK. Gar nichts! (nimmt den Leuchter ab, und geht nach der Thüre) Hola, des flambeaux!
(Ein altes Weib hält ihm ohne sich recht sehn zu lassen ein Licht hin, er steckt seines an.)
EVCHEN (sich die Hände am Schnupftuch abwischend) Ey da hab ich mir die Hände am Inschlitt beschmiert. (Wirft dem Lieutenant heimlich einen drohenden Blick zu: er lächelt).“

 

 2009862-c93604b1f2c9b5ce43887e2aef79715f.gif
Heinrich Leopold Wagner (19 februari 1747 – 4 maart 1779)
Scene uit een schoolopvoering in Schwäbisch Hall, 2003



Geschreven door Romenu om 12:00 Reageer op dit bericht

Michiel Stroink

De Nederlandse schrijver Michiel Stroink werd geboren in Oss op 19 februari 1981. Hij studeerde journalistiek en literatuurwetenschappen in Utrecht. Stroink debuteerde in 2012 met de roman 'Of ik gek ben'. Het boek werd in 2016 verfilmt door Frank Lammers. In 2013 verscheen zijn tweede roman: 'Tilt'. Het boek werd genomineerd voor de Dioraphte literatuurprijs 2014 en won de publieksprijs. In 2015 schreef Stroink “Exit”, dat opnieuw erg positief werd ontvangen. “De notaris en het meisje” (2017) is zijn nieuwste roman

Uit: Tilt

“De wc-vloer van het Gran Casino is niet de beste plek om bij te komen. Mannelijke gokkers plassen haastig en ongericht. Ze willen snel weer tussen de neonlampen, het rumoer en de andere zenuwachtig zwetende mensen staan. De laatste druppels urine raken dan ook altijd verdeeld tussen de bril, de vloer en hun oudemannenslips. Het maakt de vloer kleverig en ranzig, maar je bewustzijn verliezen gebeurt meestal niet op een plek die je zelf uitkiest.
Max heeft de toiletpot nodig om overeind te komen. Met moeite gaat hij op de bril zitten en wurmt zijn rechterhand in zijn broekzak om de sleutel van zijn appartement te pakken. Met de sleutel zoekt hij in een klein wit envelopje naar wat laatste restjes coke. Snuifgeluiden zijn niet uitzonderlijk op deze wc’s. Hij maakt de sleutel schoon in zijn mond en voelt de drug in zijn tandvlees branden. Bij de wasbak vindt hij zijn whisky-cola en daarmee slikt hij drie paracetamols door.Wat een onzin dit; even doorzetten nog.
‘Waar bleef je?’vraagt Sven als Max terugkeert bij de pokertafel. ‘Ze wilden je stoel bijna aan een spleetoog geven.’ Sven is geen vriend, maar eerder een collega. Net als Max hoort hij bij het meubilair van de vier vaste pokertafels van het Gran Casino. Dit is de beste plek in Europa. De hoge blinds trekken spelers aan die snel rijk willen worden, en juist die spelers zijn interessant voor de professionals.
‘Ik kwam een oude vriend tegen,’ zegt Max. ‘En hou maar op met je gefakete interesse. Heb ik veel gemist?’
‘Niks. Hetis een Chinees feestje hier.’
Sinds een paar jaar lijkt er een Chinese invasie plaats te vinden in de Europese casino’s. Mahjong is uit, poker is in. Ze spelen voorspelbaar en zonder risico. Een tafel vol Chinezen is saaier dan een bejaardentehuis tijdens Lingo, maar hun aanwezigheid is handig als je de tafel wilt controleren. Ze brengen rust. Daar begint het spel eigenlijk al. Een goede pokerspeler bestudeert de tafels, kiest zijn veld en kiest zijn spelers. De enige variabele factor zijn de kaarten die hij krijgt, maar die doen er eigenlijk niet toe, dat weet zelfs de twaalfjarige internetspeler: poker speel je met mensen en niet met kaarten.
Dat is ook precies de reden dat een pokerprofessional altijd alles en iedereen moet kunnen zien. Alleen amateurs en eikels gaan vrijwillig naast de dealer zitten. Stoel drie en stoel zes hebben het beste uitzicht. En vanaf die plek is het vervolgens een kwestie van wachten. De professional speelt alleen maar de beste combinaties van kaarten, en die krijgt hij statistisch gezien een op de vijf keer.”

 

 2118852-fee786302f2337ce9386048a314ded98.png
Michiel Stroink (Oss, 19 februari 1981)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Nick McDonell, Robbert Welagen, Bart FM Droog, Maarten Mourik, Huub Beurskens, Gaston Burssens, Toni Morrison, Elke Erb, Charlotte Van den Broeck

De Amerikaanse schrijver Nick McDonell werd geboren op 18 februari 1984 in New York. Zie ook alle tags voor Nick McDonell op dit blog.

Uit: The Third Brother

“Mike tries to decode this and can't. Analect tells him again to stay out of trouble and that Bishop will take care of him. It seems to Mike that Bishop is pleased to have the help, but that there is more to it. When they are leaving the office, Analect tells Mike to wait for a moment, and when they are alone, he tells Mike that Dorr had been a friend of Mike's father, years ago. That they had all been good friends, actually, the three of them practically brothers, and that Mike's father would be glad for news of Dorr.
Mike looks out the window. He notices for the first time how really extraordinary the view from Analect's office is. Mike can see the whole city, enormous and smogged and throbbing. For a moment he can't believe the sound of it doesn't blow in the windows. But Analect's office sits quietly above it all, humming coolly. Mike is suddenly uneasy, with only the inch of glass between the two of them and the loud, empty space above the city. He looks back at Analect, who is frowning.
"Dorr and your father were sparring partners, when they boxed back in college," says Analect.
Mike looks back out over the city. He knew about the boxing, but his father had never mentioned Dorr. It all surprises him, but maybe it's just seeing his own features reflected in the glass, and the long drop to Hong Kong from fifty stories up.
When Mike was a small boy, his parents often entertained. In New York City in their world, they were famous for the dinners they gave in their big beach house at the end of Long Island, especially Thanksgiving. Mike remembered the candlelight and gluey cranberry sauce, which he would wipe off his hands into his hair. His older brother, Lyle, remembered the same things. There were servants, who disciplined Mike when his parents did not. One Filipino lady in particular boxed his ears. When he was older he remembered how it hurt but not her name. Their parents gave these dinners several years in a row. There were mostly the same guests, adults who would tousle Mike's fine but cranberried hair, and their children, a crew of beautiful, spoiled playmates whom Mike assumed he would know forever. He still saw some of them, at parties and dinners of their own on school breaks. At hearing that one or two of them had slid into addiction, Mike would remember chasing them through his mother's busy kitchen. His mother was never in the kitchen, of course, but it was definitely hers. Small paintings of vegetables and an antique mirror hung on its walls.”

 

 2009533-d185fec7f7cda0b21bf1810de16e6b41.jpeg
Nick McDonell (New York, 18 februari 1984)

 

 

De Nederlandse schrijver Robbert Welagen werd geboren in Dordrecht op 18 februari 1981. Zie ook alle tags voor Robbert Welagen op dit blog.

Uit: In goede handen

“Verdomd, daar loop ik. Op perron 4 van station Amstel. Ik ben het, geen twijfel mogelijk. Ik zit in de trein op weg naar Amsterdam Centraal en we staan stil, pal naast de roltrappen. Het is half zeven ’s avonds. Ik kijk door het raam naar buiten en tussen de mensen op het perron – bellend, etend, in de weer met hun OV-pas, uitgeblust voor zich uit starend – zie ik mezelf. Ik, althans, een man die als twee druppels water op mij lijkt, sluit netjes aan bij de mensenmassa en glijd daarna langzaam met de roltrap naar beneden.
De man kijkt anders uit zijn ogen en draagt kleding die ik nooit zou dragen, maar toch ben ik het: hetzelfde gezicht, ongeveer één meter negentig lang, begin dertig, licht gebogen. Onder een bijpassende jas draagt hij een pak met stropdas. Hij heeft zijn haar iets korter geknipt dan ik het meestal heb. Door de ongewoon gezonde teint in het gezicht lijkt het alsof hij onlangs op wintersportvakantie is geweest. In zijn hand heeft hij een leren aktetas. Zelf zou ik nooit een leren aktetas dragen of op wintersport gaan.
Ik moet mezelf volgen; ik wil beslist weten wie hij is en waar hij naartoe gaat. Snel stap ik de trein uit, net nadat de conducteur op zijn fluitje heeft geblazen. De deuren schuiven pal achter me dicht.
Eigenlijk ben ik op weg naar de kunstacademie waar ik elke donderdagavond van zeven tot tien uur een cursus geef. Dat is een van de losse baantjes die ik heb omdat mijn illustraties en tekeningen niet zo veel opbrengen. Lesgeven op de academie waar ik zelf les heb gehad geeft me een gemengd gevoel van vooruitgang en stilstand. Vanavond zullen we het lijnperspectief behandelen. ‘Het is een misverstand dat het perspectief een uitvinding is uit de vijftiende eeuw. Het werd toen herontdekt. Nieuw is een relatief begrip.’ Negen cursisten zullen in het lokaal op me zitten wachten en naar de lege lerarenstoel kijken. Als ik mezelf snel inhaal, kan ik nog net op tijd zijn.”

 

 2009533-0c60520fbf702bcee09b795c85120fd4.jpg
Robbert Welagen (Dordrecht, 18 februari 1981)

 

 

De Nederlandse dichter Bart FM Droog werd geboren in Emmen op 18 februari 1966. Zie ook alle tags voor Bart FM Droog op dit blog.

 

Blauwe maan

We zijn er blauw van afgekomen
met blauwe bloempjes van witteboord
de blauwe begijn lag er blauw van
en dat een blauwe maandag lang

blauwe maan was een blauwe baby
een blauwe bliksem waar niemand zich
zijn vingers blauw aan telde, alhier
en dat een blauwe maandag lang

blauwboorden kregen blauwe schenen
van blauwe boodschap van witteboord
we zijn er blauw van afgekomen
en dat een blauwe maandag lang.

 

 

Mens op planeet aarde

Europa, Azië, Afrika - ik verzamel
continenten werkgewijs - ik wijs
toerisme af en waan me werker
in een wereld die naar rotting stinkt

ach, hoe mooi de sterren, hoe onbedorven
de planeten waar nooit mensen waren
met machines die aarde vraten, wateren
ontvisten en vergiftigen, ja voordien

'k zou me moeten schamen, 'k zou
zoveel excuses aan moeten bieden
maar aan wie o wie o wie.

 

 2009533-4b295c9cf358292dac875e26057b4ee2.jpg
Bart FM Droog (Emmen, 18 februari 1966)

 

 

De Nederlandse dichter, publicist en diplomaat Maarten Mourik werd geboren in Streefkerk op 18 februari 1923. Zie ook alle tags voor Maarten Mourik op dit blog.

 

Indian Summer

Gloeiende kleuren op alle heuvels
van Virginië, maar nergens bloemen;
in het dorre gras alleen nog stervend blad.
Wel is er elke dag opnieuw
die heldere stilte, ver en hoog,
maar aan de open hemel hangt,
in ijle rook van brandend loof,
onzekerheid: wat doet het hart zo laat
nog in oktober met een zomer:
toegift, elegische, na brio van ’t concert,
waarvoor men toch betaalt:
met aftrek op het jaar.
Want elke nieuwe dag laten ons de gordijnen
van ochtendmist en avondnevel
een smaller doorkijk op de kammen
der Alleghenies in het Westen, waarachter
lang al donkere wolkenruggen dringen.
En in het niemandsland van de seizoenen
wordt schraler steeds de krekelzang.

 

 

Stormvloed

Ons is van ’t eenmaal onbegrensd gebied
van ‘t gemeenschappelijke samenleven
nog slechts een uiterst smalle strook gebleven
wat ons de stormvloed van de dood nog liet:

een zwakke terp, aan alle kanten omgeven
door ’t zwarte water van de nacht, meer niet.
Al slaan de golven sissend in ’t riet,
hier zijn w’ een ogenblik de hel ontheven.

Het is de droom, dat allerlaatst domein
waar we nog even kunnen samenzijn
en jouw verlorenheid niet wordt gevoeld.

Maar wordt de droom gebroken als mijn hand
jou tastend zoekt en niets vindt dan de wand
dan word ook ik door ’t stormtij overspoeld.

 

 2009533-8acec70c37ff0c75ca3723383a375457.jpg
Maarten Mourik (18 februari 1923 - 30 september 2002)
Cover

 

 

De Nederlandse dichter,vertaler en schilder Huub Beurskens is geboren in Tegelen op 18 februari 1950. Zie ook alle tags voor Huub Beurskens op dit blog.

 

Tederheid van wolven

Wij liggen in het gras
Op het Wolvenveld boven Vršac

Men zegt
Dat hier alle wolven
Zijn doodgeslagen
Tot op de laatste

Levend bleef
Alleen hun naam

Een soort dierlijke tederheid dringt
Vanonder opgeschrikt gras
En beroert onze ledematen
Lippen en bloed

Wij beminnen elkaar zonder woorden
Mijn jonge wolvin en ik

 

 

Alleenspraak in de herfst

In de warme oktoberzon in een stadspark gezeten
met schrik beseffen hoeveel najaren voordien je al
wist dat, in tegenstelling tot jij nu, geen wesp die
zwermt het zwermen der wespen van de herfst

tevoren mist, geen kruisspin zich kruisspinnen
herinnert, daar zij er niet waren in hun eertijds
dat je kent. Van den beginne maak ik deel uit
van het einde der dagen, wat intussen niet went

hoewel ik er de afgrond zelve toe ben. Stiller
spelen kinderen in hun vragen waarvan de klanken
verder dragen. Dat ik mensen in het gras zie liggen
als na hun laatste val, ligt aan mij en niet aan hen.

 

 2009533-e954ffb4d5bb31d363be464f812ff755.JPG
Huub Beurskens (Tegelen, 18 februari 1950)
Tegelen 

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Gaston Burssens werd geboren in Dendermonde op 18 februari 1896. Zie ook alle tags voor Gaston Burssens op dit blog.

 

Amazone

Over de zomerweide drijft geur van drogend hooi
ons trouwe schouwers eenzaam toewaarts
langs den weg staan blakende papavers passieloos
en bloeien anemonen hun laatsten stond
van eenzaamheid.

Zag ik hun laatsten stond?
den laatsten stond van laaiende papavers
in 't aanschijn van het drogend hooi
alover de zomerweide waart ook de geur van 't hooi
den weg langs waar een amazone rijdt
ons trouwe schouwers toewaarts
een rit van eenzaamheid.

Als onder paardenhoeven thans lillende papavers
hun stengels niet bestendig weten
bloeien hun laatsten stond de anemonen
en glijdt de anemonenblik der amazone
het oogenblik der eenzaamheid van beiden voorbij.

 

 

Ontsnapping

De spijker van mijn lichaam is verroest.
De suiker opgelost in vet en water.
De spijker heb ik in mijn kist geslagen.
Mijn kist met zeep en water opgepoetst.

Dies is van mij niet méér gebleven
dan niets [maar met een majuscuul].
Of niets. Wat zit ik hier dan te beweren?
Zoiets is radicaal òf ridicuul.

Welnee. Welnee. Gezelle zei het reeds:
‘Niets is een kouse voeteloos
en zonder been d'r an’.

Wat dan?
Zo'n Niets is zo maar niets. Het is het iets
dat ons altijd nog juist ontsnappen kan.

 

 2009533-e9166c4f985ff367e6c10977a1948baf.jpg
Gaston Burssens (18 februari 1896 – 29 januari 1965)
Cover

 

 

De Afro-Amerikaansschrijfster Toni Morrison werd geboren op 18 februari 1931 in Lorain, Ohio. Zie ook alle tags voor Toni Morrison op dit blog.

Uit: The Bluest Eye

“The puke swaddles down the pillow onto the sheet -- green-gray, with flecks of orange. It moves like the insides of an uncooked egg. Stubbornly clinging to its own mass, refusing to break up and be removed. How, I wonder, can it be so neat and nasty at the same time?
My mother's voice drones on. She is not talking to me. She is talking to the puke, but she is calling it my name: Claudia. She wipes it up as best she can and puts a scratchy towel over the large wet place. I lie down again. The rags have fallen from the window crack, and the air is cold. I dare not call her back and am reluctant to leave my warmth. My mother's anger humiliates me; her words chafe my cheeks, and I am crying. I do not know that she is not angry at me, but at my sickness. I believe she despises my weakness for letting the sickness "take holt." By and by I will not get sick; I will refuse to. But for now I am crying. I know I am making more snot, but I can't stop.
My sister comes in. Her eyes are full of sorrow. She sings to me: "When the deep purple falls over sleepy garden walls, someone thinks of me. . . ." I doze, thinking of plums, walls, and "someone."
But was it really like that? As painful as I remember? Only mildly. Or rather, it was a productive and fructifying pain. Love, thick and dark as Alaga syrup, eased up into that cracked window. I could smell it -- taste it -- sweet, musty, with an edge of wintergreen in its base -- everywhere in that house. It stuck, along with my tongue, to the frosted windowpanes. It coated my chest, along with the salve, and when the flannel came undone in my sleep, the clear, sharp curves of air outlined its presence on my throat. And in the night, when my coughing was dry and tough, feet padded into the room, hands repinned the flannel, readjusted the quilt, and rested a moment on my forehead. So when I think of autumn, I think of somebody with hands who does not want me to die.”

 

 2009533-7df3ab9b0c06cc1e279acc8d8615c0b4.jpg
Toni Morrison (Lorain, 18 februari 1931)

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Elke Erb werd geboren op 18 februari 1938 in Scherbach in de Eifel. Zie ook alle tags voor Elke Erb op dit blog.

 

Erwägung

Stelle ich mir vor, was ich sehe, seien Erscheinungen.

Und die Erscheinungen seien nur Schein.

Und der Schein sei nichts als die Oberfläche.

Und die Oberfläche sei glatt.

Aber die Erscheinung «suspekt»
sei nicht glatt wie die Gesamtheit der anderen,

sondern schrumplig, ein schrumplig verdecktes Loch
in der Gesamtheit der andern.

Als brodele etwas, ohne zu kochen,
brodele kalt – suspekt.

Werfe Blasen auf.
Diese Stelle verdecke die Hölle.

Und wäre ein Denkprozeß
adäquat so beschreibbar,

und man beschriebe ihn so –
fände er sich diffamiert.

 

 

Sich äussern

Warum spricht man nicht so, wie man denkt bei sich:

flugs, andeutend, aber zielstrebig,
konzentriert, aber weich, so daß
bei sich heißen könnte in nuce?

Ausgeführt sprechen ist
gesellschaftlich positioniert sprechen.

Gedichte schreiben ist – in nuce, aber nicht weich,
sondern strategisch gehärtet: wie als spräche man positioniert
(Impetus, kommunikative Provokations-, Vermittlungs-&
Verführungstechniken).

Das Unternehmen, so zu sprechen, nämlich in nuce,
aber wie positioniert,

ist selbst Poesie.

 

 2009533-329b94016fbb942a98533d543b8bd761.jpg
Elke Erb (Scherbach, 18 februari 1938)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Vlaamse dichteres Charlotte Van den Broeck werd in 1991 geboren in Borgerhout. Zie ook alle tags voor Charlotte van den Broeck op dit blog.

 

Flamingo

Ik heb onlangs ontdekt, dat ik slaap
zoals flamingo’s staan:
met één been gestrekt, het ander
in een krul en dan op mijn zij.

Op dit donzen bed dook ik
de liefde in, wankel in donkerroze,
nek aan nek, als twee verstrengelde
worsten, snakken naar adem.

Flamingo’s veroveren elkaar synchroon,
een hoofse paringsdans: minstens twaalf
wimperblikken een monogaam leven lang.
Een steekspel, dat we vooral kennen van
televisieprogramma’s.

Eerst waren we nog grijs,
nu zijn we bijna piloten.
Bijna een ode aan vogels.

 

 2009533-d66a8ad85a9520d490d0f5d2b1bb362f.jpg
Charlotte Van den Broeck (Borgerhout, 1991)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e februari ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 11:45 Reageer op dit bericht

Níkos Kazantzákis, Jean M. Auel, Mór Jókai, Hedwig Courths-Mahler, Alexander Kielland, Audre Lorde, Wallace Stegner, Leone Battista Alberti

De Griekse dichter en schrijver Níkos Kazantzákis werd geboren in Heraklion op 18 februari 1883. Zie ook alle tags voor Níkos Kazantzákis op dit blog.

Uit: The Odyssey (Vertaald door Kimon Friar)

O Sun, my quick coquetting eye, my red-haired hound,
sniff out all quarries that I love, give them swift chase,
tell me all that you've seen on earth, all that you've heard,
and I shall pass them through my entrails' secret forge
till slowly, with profound caresses, play and laughter,
stones, water, fire, and earth shall be transformed to spirit,
and the mud-winged and heavy soul, freed of its flesh,
shall like a flame serene ascend and fade in sun.

You've eaten and drunk well, my lads, on festive shores,
until the feast within you turned to dance and laughter,
love-bites and idle chatter that dissolved in flesh;
but in myself the meat turned monstrous, thewine rose,
a sea-chant leapt within me, rushed to knock me down,
until I longed to sing this song- make way, my brothers!
Oho, the festival lasts long, the place is small;
make way, let me have air, give me a ring to stretch in,
a place to spread my shinbones, kick up my heels,
so that my giddiness won't wound your wives and children.
As soon as I let my words loose along the shore
to hunt all mankind down, I know they'll choke my throat,
and when my full neck smothers and my pain grows vast
I shall rise up- make way!- to dance on raging shores.

 

 2009526-86421c2f25bd5f47bbf857b688039ac8.jpg
Níkos Kazantzákis (18 februari 1883 - 26 oktober 1957)



De Amerikaanse schrijfster Jean Marie Auel werd geboren op 18 februari 1936 in Chicago. Zie ook alle tags voor Jean M. Auel op dit blog.

Uit: Het lied van de grotten (Vertaald door Henny van Gulik en Ingrid Tóth)

“Ayla en Jondalar liepen achteraan in de stoet, met achter zich drie paarden, en ze keken op om te zien wat de oorzaak van het oponthoud was. ‘Ik vraag me af waarom we halt houden,’ zei Jondalar, met een zorgelijke frons.
Ayla keek nauwlettend naar de leider en de mensen die om hem heen stonden en bracht instinctief haar hand beschermend naar het warme bundeltje in de zachte leren draagdoek op haar buik. Jonayla had pas de borst gekregen en sliep, maar ze bewoog even bij de aanraking van haar moeder. Ayla had een buitengewoon vermogen om lichaamstaal te lezen, dat had ze op jonge leeftijd geleerd toen ze bij de Stam leefde.
Ze wist dat Joharran verontrust was en Th efona bang. Ayla had ook een uitzonderlijk scherp gezichtsvermogen. Daarbij kon ze geluiden horen die boven het bereik van het menselijk gehoor lagen, en de diepe tonen voelen van de geluiden daaronder. Haar reuk- en smaakzin waren eveneens buitengewoon scherp, maar ze had zich nooit met iemand vergeleken en besefte dus niet hoe bijzonder haar waarnemingen waren. Ze was geboren met uiterst fi jngevoelige zintuigen, wat ongetwijfeld had bijgedragen tot haar kans op overleving nadat ze op haar vijfde haar ouders en alles wat haar vertrouwd was had verloren.
Al haar kennis had ze opgedaan uit het leven zelf. Ze had haar aangeboren vaardigheden ontwikkeld gedurende de jaren dat ze dieren had bestudeerd, met name carnivoren, toen ze zichzelf had leren jagen. In de stilte bespeurde ze de nauwelijks waarneembare, maar vertrouwde bromgeluiden van leeuwen. Ze rook in een zachte bries hun kenmerkende geur, en ze zag dat verschillende mensen vooraan in de groep naar voren keken. Toen ze hun blik volgde, zag ze iets bewegen. Plotseling leken de katten in het hoge gras scherp in beeld te komen. Ze onderscheidde nu twee jonge en drie of vier volwassen holenleeuwen.
Terwijl ze naar voren liep ging haar ene hand naar haar speerwerper die aan een lus aan haar riem hing, en met de andere pakte ze een speer uit de houder op haar rug.
‘Waar ga je heen?’ vroeg Jondalar.”

 

 2009526-bcac10513194dd1992f6853102ccc337.jpg
Jean M. Auel (Chicago, 18 februari 1936)

 

 

De Hongaarse schrijver en journalist Mór Jókai werd geboren op 18 februari 1825 in Komárom. Zie ook alle tags voor Mór Jókai op dit blog.

Uit: The Baron’s Sons (Vertaald door Percy Favor Bicknell)

“The final words of this peroration were drowned in a storm of cheers, an outburst of music, and the confused din caused by the pushing back of chairs and the dashing of wine-glasses against the wall, while the guests fell into one another’s arms in an ecstasy of enthusiasm.
“Long life to him!” they cried; “may he live a thousand years!”
He to whom the assembled company wished so long a life was the renowned and honoured Baron Casimir Baradlay, lord lieutenant of his county, the owner of large estates, and the leader of a powerful party. The high dignitaries assembled about his hospitable board had gathered from far and near to determine upon a programme which should ensure their country’s welfare for the coming years. As a fitting close to this important conference, Baron Baradlay was treating his partisans to a banquet in the great hall of his castle, and in the unavoidable absence of the host himself his wife was presiding at the festive board. The administrator, however, Benedict Rideghváry, had taken the absentee’s place at the conference.
At the close of the toast, when those near the head of the table turned to touch glasses with the hostess, her absence was noticed, and the butler who stood behind her empty chair explained that the physician had just entered and whispered something in the lady’s ear, whereupon she had left the room. Probably, said he, her husband had sent for her. Upon this information a number of the guests made anxious inquiry whether their honoured host was seriously ill; and the administrator hastened to reassure all present, as far as his voice could reach down the long table, by telling them that it was merely a return of the baron’s chronic ailment. Some of the better-informed supplemented this announcement by explaining to their neighbours that the gentleman had, for perhaps ten years, been subject to frequent attacks of heart-failure, but could nevertheless, by observing very regular habits, be expected to live for another ten years or more.”

 

 2009526-82600a87315f99ec3d43880acddadc4e.jpg
Mór Jókai (18 februari 1825 – 5 mei 1904)
Hier met zijn tweede vrouw Bella Nagy

 

 

De Duitse schrijfster Hedwig Courths-Mahler werd geboren in Nebra (Saksen-Anhalt) op 18 februari 1867. Zie ook alle tags voor Hedwig Courths-Mahler op dit blog.

Uit: Ich lieb' in dir die ganze Welt

„Graf Lothar seufzte. „Ja, Baroness, auf Rosen sind wir hier nicht gebettet. Und das wird in Zukunft sogar noch schlimmer werden. Der Treubruch seiner Frau hat Rüdiger noch griesgrämiger gemacht. Wir werden hier ein Leben in Sack und Asche führen müssen.“
„Ich wollte, ich könnte Sie davon erlösen. Wenn ich könnte, wie ich wollte, würde ich, noch ehe Graf Rüdiger heimkommt, meine Sachen packen und nach Rottberg fahren. Sie müssten mich dann begleiten, und wir würden froh und vergnügt sein.“
Graf Lothar sah ihr mit einem tiefen Blick in die Augen. „Das klingt wie ein schönes Märchen, in dem eine gute Fee zwei Geschwister von einem bösen Zauber erlöst.“
„Ja, liebe Annedore“, sagte nun auch die Komtess, „wunderschön wäre das! Sie sind so gut und haben ein edles, empfängliches Herz.“
Annedore wurde verlegen. „Das müssen Sie nicht sagen. Ich bin gar nicht gut und edel, sondern oft recht trotzig und unliebenswürdig. Nur wen ich gern habe, der hat es leicht mit mir.“
Graf Lothar fasste ihre Hand. „Wenn ich doch zu den Menschen gehörte, die Sie gern haben!“
Errötend zog Annedore ihre Hand zurück. „Ganz sicher gehören Sie dazu, Graf Lothar, und Lilly auch. Sie haben es mir so leicht gemacht durch Ihr freundliches Entgegenkommen. Es musste ja nach Ihren Beschreibungen ganz schrecklich in Lindeck sein unter Graf Rüdigers Herrschaft.“
„Nun, schließlich hat ja Rüdiger auch manche gute Seiten“, erwiderte Graf Lothar in lauer Verteidigung, nur um sich den Anschein des Edelmuts zu geben.
Annedores Augen leuchteten warm in die seinen. „Es ehrt Sie, Graf Lothar, dass Sie trotz allem, was Ihr Bruder Ihnen angetan hat, noch für ihn eintreten.“
Einen Moment sah Graf Lothar ein wenig verlegen vor sich hin. Die ehrlichen Mädchenaugen genierten ihn. Doch solche Gefühle waren in seiner Situation vollkommen fehl am Platz …“

 

 2009526-75784daa8e1c7de9788c9db52d787a57.jpg
Hedwig Courths-Mahler (18 februari 1867 - 26 november 1950)
Cover

 

 

De Noorse schrijver Alexander Lange Kielland werd geboren in Stavanger op 18 februari 1849. Zie ook alle tags voor Alexander Kielland op dit blog.

Uit: Tales of Two Countries (Vertaald door William Archer)

“It was not difficult to obtain control of her, as she belonged to no one. He gave her a name, and placed her in one of the best convent schools. Before long her benefactor had the satisfaction of observing that the seeds of evil died away and disappeared. She developed an amiable, rather indolent character, correct and quiet manners, and a rare beauty.
When she grew up he married her. Their married life was peaceful and pleasant; in spite of the great difference in their ages, he had unbounded confidence in her, and she deserved it.
Married people do not live in such close communion in France as they do with us; so that their claims upon each other are not so great, and their disappointments are less bitter.
She was not happy, but contented. Her character lent itself to gratitude. She did not feel the tedium of wealth; on the contrary, she often took an almost childish pleasure in it. But no one could guess that, for her bearing was always full of dignity and repose. People suspected that there was something questionable about her origin, but as no one could answer questions they left off asking them. One has so much else to think of in Paris.
She had forgotten her past. She had forgotten it just as we have forgotten the roses, the ribbons, and faded letters of our youth—because we never think about them. They lie locked up in a drawer which we never open. And yet, if we happen now and again to east a glance into this secret drawer, we at once notice if a single one of the roses, or the least bit of ribbon, is wanting. For we remember them all to a nicety; the memories are as fresh as ever—as sweet as ever, and as bitter.
It was thus she had forgotten her past—locked it up and thrown away the key.
But at night she sometimes dreamed frightful things. She could once more feel the old witch with whom she lived shaking her by the shoulder, and driving her out in the cold mornings to work at her artificial flowers.”

 

 2009526-9d96f00777965947787bf16fa46af559.jpg
Alexander Kielland (18 februari 1849 - 6 april 1906)

 

 

De Afro-Amerikaanse schrijfster, dichteres en lesbisch-feministische, anti-racistische activiste Audre Geraldine Lorde werd geboren op 18 februari 1934 in New York. Zie ook alle tags voor Audre Lorde op dit blog.

 

Father Son and Holy Ghost

I have not ever seen my father’s grave.

Not that his judgment eyes
have been forgotten
nor his great hands’ print
on our evening doorknobs
           one half turn each night
           and he would come
           drabbled with the world’s business
           massive and silent
           as the whole day’s wish
           ready to redefine
           each of our shapes
but now the evening doorknobs
wait and do not recognize us
as we pass.

Each week a different woman
regular as his one quick glass
each evening
pulls up the grass his stillness grows
calling it weed.
Each week a different woman
has my mother’s face
and he
who time has changeless
must be amazed
who knew and loved
but one.

My father died in silence
loving creation
and well-defined response
he lived still judgments
on familiar things
and died knowing
a January 15th that year me.

Lest I go into dust
I have not ever seen my father’s grave.

 

 2009526-c24e0900d464290e7f1d918248bc7e68.jpg
Audre Lorde (18 februari 1934 – 17 november 1992)

 

 

De Amerikaanse schrijver Wallace Stegner werd geboren op 18 februari 1909 in Lake Mills, Iowa. Zie ook alle tags voor Wallace Stegner op dit blog.

Uit: Wat behouden blijft (Vertaald door Edzard Krol)

“Terwijl ik uit verwarrende dromen en herinneringen naar boven kom, slingerend als een forel opduik door de kringen van eerdere stijgingen, bereik ik het oppervlak. Mijn ogen gaan open. Ik ben wakker.
Mensen die lijden aan grauwe staar zullen na afloop van de operatie, als het verband wordt verwijderd, iets dergelijks zien: elk detail heeft de scherpte van iets wat voor het eerst wordt waargenomen, toch is het ook bekend, van de tijd die aan de blindheid voorafging, het herinnerde en het waargenomen beeld vallen samen als in een stereoscoop.
Het is duidelijk nog heel vroeg. Het licht dat door de kieren van de jaloezieën lekt, is niet meer dan een schemering. Maar ik zie, of herinner me, of beide, de gordijnloze ramen, de kale dakspanten, de houten wanden die leeg zijn, op een kalender na, die er acht jaar geleden geloof ik ook hing, toen we hier voor het laatst waren.
Wat ooit opvallend spartaans was, is nu sjofel. Sinds Charity en Sid het terrein aan de kinderen hebben overgedragen, is er niets bij gekomen of opgeknapt. Ik zou het gevoel moeten hebben wakker te worden in een goedkoop hotelletje in crisistijd, maar dat is niet het geval. Ik heb te veel goede dagen en nachten in dit huisje doorgebracht om mij er ontmoedigd door te voelen.
Als mijn ogen zich aan de schemering hebben aangepast en ik mijn hoofd van het kussen til om rond te kijken, is er iets wonderbaarlijk geruststellends, behaaglijks aan de kamer, zelfs in het halfduister. Door de associaties wellicht, maar ook door de kleur.
In de loop van de jaren is het onafgewerkte grenen van de wanden en plafonds verzacht tot een rijke honingkleur, alsof ze geverfd zijn door de warmte van de mensen die er een wijkplaats voor hun vrienden van maakten. Ik vat het op als een voorteken; en hoewel ik mezelf eraan herinner waarom we hier zijn, kan ik het heerlijke gevoel van vertrouwdheid waarmee ik zojuist wakker werd niet van me afschudden.”

 

 2009526-5cf30ad90a3c81eaecdbfb9a2bdb4d91.jpg
Wallace Stegner (18 februari 1909 – 13 april 1993)

 

 

De Italiaanse dichter en schrijver Leone Battista Alberti werd geboren in Genua op 18 februari 1404. Zie ook alle tags voor Leone Battista Alberti en voor Leone Alberti op dit blog.

Uit: On Painting (Vertaald door Cecil Grayson)

“I used to marvel and at the same time to grieve that so many excellent and superior arts and sciences from our most vigorous antique past could now seem lacking and almost wholly lost. We know from [remaining] works and through references to them that they were once widespread. Painters, sculptors, architects, musicians, geometricians, rhetoricians, seers and similar noble and amazing intellects are very rarely found today and there are few to praise them. Thus I believed, as many said, that Nature, the mistress of things, had grown old and tired. She no longer produced either geniuses or giants which in her more youthful and more glorious days she had produced so marvelously and abundantly.
Since then, I have been brought back here [to Florence]from the long exilein which we Alberti have grown old into this our city, adorned above all others. I have come to understand that in many men, but especially in you, Filippo, and in our close friend Donato the sculptor and in others like Nencio, Luca and Masaccio, there is a genius for [accomplishing] every praiseworthy thing. For this they should not be slighted in favor of anyone famous in antiquity in these arts. Therefore, I believe the power of acquiring wide fame in any art or science lies in our industry and diligence more than in the times or in the gifts of nature. It must be admitted that it was less difficult for the Ancients--because they had models to imitate and from which they could learn to come to a knowledge of those supreme arts which today are most difficult for us. Our fame ought to be much greater, then, if we discover unheard-of and never-before-seen arts and sciences without teachers or without any model whatsoever.”

 

 2009526-bacecc6ba2187e17266777b3a7121a08.jpg
Leone Battista Alberti (14 februari 1404 — 25 april 1472)
Florentijnse school, 1e helft 17e eeuw

Geschreven door Romenu om 11:44 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten