Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 19 februari 2017 tot 20 februari 2017

P. C. Boutens, David Nolens, Ellen Gilchrist, Julia Franck, Georges Bernanos, William Carleton, Cornelis Sweerts, Johann Heinrich Voß

De Nederlandse dichter Pieter Cornelis Boutens werd geboren in Middelburg op 20 februari 1870. Zie ook alle tags voor P. C. Boutens op dit blog.

 

De ruchtige belijders van een naam

De ruchtige belijders van een naam
Zijn grif ook tot verloochenen bekwaam.
Die `t onuitspreeklijke niet leert verzwijgen,
Verslingert tussen ijdel woordgekraam.

 

Leeuwerik

Blijft gij nooit één blanke uchtend,
Leeuwrik, zingen hier beneên,
Die uw nachtlijk nest ontvluchtend
Door de zilvren neevlen heen

Vleuglings vindt de gouden wegen
Waar uw aadmen juichen wordt,
Tot uw zang in vuren regen
Naar de koele vore stort;

Zingt gij nooit de rode smarten
Van de duistre aardenacht,
Wordt het bloeden onzer harten
Wel gestelpt, maar nooit verklacht?...

In het ijle blauw verloren
Volgt mijn oog niet meer uw vlucht,
Maar uw antwoord dwaast mijn oren
Met zijn zaligend gerucht:

Steeds, uit vreugd of smart gerezen,
Heeft de ziel uw vreugd verstaan,
En tot uwe vreugd genezen,
Ons gemeen geheim geraên:

Alle smart omhooggedragen
Meerdert vreugdes gouden schat:
Slechts de vleuglen die ons schragen,
Zijn van aardes tranen nat.

 

 

Uit: Strofen en andere verzen uit de nalatenschap van Andries de Hoghe

Achtste strofe

Soms als de nachten zonder sterren zijn,
zwelt door het donker voor mijn slaaplooze oogen
een groote trage hartstochtsombre maan
en schijnt de stille wereld schemerleêg
met lichteloozen violetten gloed
en drenkt mijn weerloos hart in zwoele wanhoop
van namelooze pijnen. Want ik voel
in elken nieuwen straal die mij bestelpt,
den blik van telkens andre lang vergeten
oogen die eens vergeefs mijn liefde vroegen,
en ademkorte ontmoetingen nooit herdacht
doen éen voor éen als sombre bloemen open
haar onvergeetlijke beteekenis...
Zóo in den vollen beker van geluk
mengt liefde voor het hart dat haar belijdt
als soeverein, zijn onontkoombaar deel
van levens bitterheid, leed zoo ondraaglijk
als peilloos schoon en goddelijk noodwendig,
en leidt het binnen in haar groot heelal,
de wereld van haar onverklaard geheim
waar in de duizellichte oneindigheid
hoogheerelijke willekeur bestelt
volkomen, ondoorgrondlijk evenwicht,
en ieder onverminderd schuldig blijft
ook wat hij anderen onthouden moet.

 

 2010364-185f52443c30de02c03c9d1f2ce21ee4.jpg
Pieter Cornelis Boutens (20 februari 1870 – 14 maart 1943)
Portert door door Max von Seydewitz, 1923

 

 

De Vlaamse schrijver David Nolens werd geboren in Antwerpen op 20 februari 1973. Zie ook alle tags voor David Nolens op dit blog.

Uit: De waan van Cotard

“De nacht nadat Anna de foto ‘Jean en de appel’ online plaatste, droomt ze voor het eerst van haar ongeboren kind. Als ze tegen haar gewoonte in op haar buik gaat liggen, begint haar baarmoeder ritmisch samen te trekken, waarop de rijpe Graafse follikel barst en een eicel vrijkomt, die zich naar de eileider toe werkt, waar ze gedurende ongeveer tweeënzeventig uren zal blijven. In die enkele minuten van haar ovulatie droomt ze over een kind als een levende dode, dat haar niettemin benadert en aanspreekt. Hoewel ze eruitziet alsof ze is gemaquilleerd   voor   een   horrorfilm   van   derde   categorie,   klinkt haar stem als die van het zoetsappigste meisje, dat herhaaldelijk   het   oerwoord   ‘mama’   uitspreekt,   in   Anna’s droom duidelijk geconnoteerd aan het woord voor borst (‘mamma’), niet het minst omdat de droomster zich ziet uitgebeeld met een cupmaat buiten proportie. Het meisje, weet Anna, heet Apple, niet toevallig vanuit de associatie met de foto die Anna eerder die dag van Jean en de vallende appel maakte. Dat het ‘apple’ en niet ‘appel’ is (we horen dat ook in de uitspraak), hangt dan weer samen met de laptop, de telefoon en de muziekdrager die Anna als vurige fan van het genoemde merk in haar bezit heeft. Apple vertelt dat ze het moeilijk heeft met papa, die zich steeds meer naar haar toe beweegt. Hij is te veel met zijn sterfelijkheid bezig. Daarom vraagt Apple aan mama of ze niet eens met papa zou kunnen praten, maar ook: het zal een tijdje duren voor het gebeuren zich ten volle manifesteert.”

 

2010364-a50d4cd4916cec1cb73ab74cf827dea5.jpg
David Nolens (Antwerpen, 20 februari 1973)

 

 

De Amerikaanse schrijfster Ellen Gilchrist werd geboren op 20 februari 1935 in Vicksburg, Mississippi. Zie ook alle tags voor Ellen Gilchrist op dit blog.

Uit: Acts of God

“At eighty-six they were still in love and they did not forget what they had done on the front seat of Will’s daddy’s Ford car or on the screened-in porch of Amelie’s Aunt Lucy’s house in the country.
Walkerrest, the house was called, with two r’s, and it was there that things first got out of hand. Amelie was caring for her aunt one football weekend while her aunt’s husband was at a Coca-Cola board meeting in Atlanta. The aunt was crippled from a childhood illness and had no children of her own, but she had a face as lovely as an angel’s and never complained or blamed God for having to stay in a wheelchair most of the time.
Will and Amelie did not forget that night at Walkerrest, or later, lying in bed in their new house with Amelie’s stomach the size of a watermelon, sleeping in the four-poster bed in the house where they would live for seventy years.
The first baby was a boy named William Tucker, so he wouldn’t be a junior, and after him were Daniel and Morgan and Peter and Walker and then Jeanne and Jessica and Olivia and Anne.
In all the years Will and Amelie lived in the house they never went to bed without burying their hatchets and remembering they loved each other. They had a gift for being married and they were lucky and they knew it. They even kept on knowing it when their twin boys died at birth and had to be buried out at Walkerrest with their ancestors.
The sitter had come to live with them when they were eighty-four, a year after they had to quit driving and a year before they made their children get the sitter a house of her own.
“Or we shall surely go insane,” Amelie protested. “She watches television all day long or listens to the radio. She is not always nice to us. We cannot live with that all day and night.”
“Night and day,” William added. “We have telephones in every room. We won’t both break our hips at once with no one looking. Or if we did then the laws of chance will have triumphed over human caution and we will accept our fate.”
“Amen,” Amelie said. “We cannot have her here all day and night. We do not deserve this unkindness.”

 

 2010364-b326011da73ec75b5ea054a5ea057fdd.jpg
Ellen Gilchrist (Vicksburg, 20 februari 1935)
Cover 

 

 

De Duitse schrijfster Julia Franck werd geboren op 20 februari 1970 in Oost-Berlijn. Zie ook alle tags voor Julia Frank op dit blog.

Uit: Liebediener

„Jeder seiner Gesichtsmuskeln schien angespannt. Aber weit und breit konnte ich keinen Menschen sehen, dem die Aufregung galt. Ich stieg wieder vom Stuhl, nahm Tüte,
Sonnenbrille und Schlüssel – den Rucksack mit Jonglierbällen und Picknickdecke hatte ich auf dem Rücken behalten – und trug mein Fahrrad die steinerne Treppe zur Tür hinauf. Wieder hörte ich die Autohupe, lang und anhaltend, er ließ sie nicht mehr los. Das Licht blendete von
einem der Fenster des gegenüberliegenden Hauses, ich rückte die Sonnenbrille zurecht, weißes Frühlingslicht, braun gefärbt. Der Mann hatte wütend ausgesehen, das amüsierte mich. Ich schloß die Tür hinter mir ab, und als ich mich umdrehte und gerade mit den Achseln zucken wollte, um ihm zu zeigen, daß mir kein Auto gehörte und ich nicht diejenige war, auf die er wartete, er also keineswegs mich meinen könne, da hatte er sich längst abgewendet, setzte zurück – und hatte es geschafft. Mit einem Hops sprang er aus der Parklücke. Ich bin sicher, sein Auto berührte die Frau nicht einmal. Sie hatte die Straße überqueren wollen, wenige Meter vor ihm, ich meinte, er habe sie nicht gesehen, so, wie er aus seiner Lücke sprang – den Kopf vielleicht noch nach hinten gewendet, um sich zu vergewissern, daß von dort kein Auto die Straße heraufkam, oder er sah mich an –, aber als es ihn mit einem Satz nach vorne warf, sprang sie vor seinem Auto davon, zur Straßenmitte. Die Straßenbahn quietschte in der Kurve. Der dumpfe Aufschlag war kaum hörbar. Der Mann mußte viel Zeit durch das Ausparken verloren haben, er hatte es gewiß eilig. Er hielt nicht an. Einen Moment nur, meine ich, wurde sein Auto langsamer, einen gedehnten Moment, aus dem heraus er davonfuhr, hinter ihm: eine Sekunde Stille.
Vielleicht hatte er eine Kassette im Handschuhfach gesucht oder sich nach einer Zigarette gebückt, die ihm brennend aus dem Mund gefallen war, weil ihn die Mühe ums Ausparken aus dem Rhythmus gebracht hatte und er in Gedanken schon dort war, wo er hinwollte.“


2010364-b85d1ed6304e002b57d6258db984ad56.jpg
Julia Franck (Oost-Berlijn, 20 februari 1970)

 

 

De Franse schrijver Georges Bernanos werd geboren in Parijs op 20 februari 1888. Zie ook alle tags voor Georges Bernanos op dit blog.

Uit:Journal d’un curé de campagne

« Oui, quelle bêtise ! J’espérais que ce journal m’aiderait à fixer ma pensée qui se dérobe toujours aux rares moments où je puis réfléchir un peu. Dans mon idée, il devait être une conversation entre le bon Dieu et moi, un prolongement de la prière, une façon de tourner les difficultés de l’oraison, qui me paraissent encore trop souvent insurmontables, en raison peut-être de mes douloureuses crampes d’estomac. Et voilà qu’il me découvre la place énorme, démesurée, que tiennent dans ma pauvre vie ces mille petits soucis quotidiens dont il m’arrivait parfois de me croire délivré. J’entends bien que Notre-Seigneur prend sa part de nos peines, même futiles, et qu’il ne méprise rien. Mais pourquoi fixer sur le papier ce que je devrais au contraire m’efforcer d’oublier à mesure ? Le pire est que je trouve à ces confidences une si grande douceur qu’elle devrait suffire à me mettre en garde. Tandis que je griffonne sous la lampe ces pages que personne ne lira jamais, j’ai le sentiment d’une présence invisible qui n’est sûrement pas celle de Dieu – plutôt d’un ami fait à mon image, bien que distinct de moi, d’une autre essence… Hier soir, cette présence m’est devenue tout à coup si sensible que je me suis surpris à pencher la tête vers je ne sais quel auditeur imaginaire, avec une soudaine envie de pleurer qui m’a fait honte.
Mieux vaut d’ailleurs pousser l’expérience jusqu’au bout – je veux dire au moins quelques semaines. Je m’efforcerai même d’écrire sans choix ce qui me passera par la tête (il m’arrive encore d’hésiter sur le choix d’une épithète, de me corriger), puis je fourrerai mes paperasses au fond d’un tiroir et je les relirai un peu plus tard à tête reposée."

 

2010364-1ea932793529fa57f8e3dda3cf9ecbad.jpg
Georges Bernanos (20 februari 1888 - 5 juli 1948)

 

 

De Ierse schrijver William Carleton werd geboren op 20 februari 1794 in Glogher, in het graafschap Tyrone. Zie ook alle tags voor William Carleton op dit blog.

Uit: The Midnight Mass

“Christmas-eve, as the day preceding Christmas is called, has been always a day of great preparation and bustle. Indeed the whole week previous to it is also remarkable, as exhibiting the importance attached by the people to those occasions on which they can give a loose to their love of fun and frolic. The farm-house undergoes a thorough cleansing.
Father and sons are, or rather used to be, all engaged in repairing the out-houses, patching them with thatch where it was wanted, mending mangers, paving stable-floors, fixing cow-stakes, making boraghs, removing nuisances, and cleaning streets.
On the ether hand, the mother, daughters and maids, were also engaged in their several departments; the latter scouring the furniture with sand: the mother making culinary preparations, baking bread, killing fowls, or salting meat; whilst the daughters were unusually intent upon the decoration of their own dress, and the making up of the family linen.
All, however, was performed with an air of gayety and pleasure; the ivy and holly were disposed about the dressers and collar beams with great glee; the chimneys were swept amidst songs and laughter; many bad voices, and some good ones, were put in requisition; whilst several who had never been known to chaunt a stave, alarmed the listeners by the grotesque and incomprehensible nature of their melody.“

 

 2010364-8f20b57f6819f7be73854090db8475db.jpg
William Carleton (20 februari 1794 – 30 januari 1869)
De kathedraal van Glogher

 

 

De Nederlandse dichter, liedtekstschrijver, toneelschrijver en boekhandelaar Cornelis Sweerts werd geboren in Amsterdam op 20 februari 1669. Zie ook alle tags voor Cornelis Sweerts op dit blog.

 

't Watertje dat zyn volle vloet

1.
't Watertje dat zyn volle vloet
Sraag met levende aders voedt,
En zyn spruytje
Loost op 't kruytje
Dat aan de aard haar siersel leent.
Springt uyt geen aders, zo gy meent.

2
't Wort niet met pypen onder't zant
Heen getrokken door het lant,
Noch de gaatjes,
Van zyn plaatjes,
En het loot, geen zuygen moe,
Dryven het ooit naar boven toe.


3.
Droevige traenen, dit het wicht
Parst door't minnend oogenlicht,
Van zyn slaaven,
Syn de graven
Waer uyt hy zyn water puurt,
En daar de springaer steets van duurt.

 

 2010364-e44dea16818da964b83db75809c835af.jpg
Cornelis Sweerts (20 februari 1669 - 23 maart 1749)

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Johann Heinrich Voß werd geboren op 20 februari 1751 in Sommersdorf / Mecklenburg. Zie ook alle tags voor Johann Heinrich Voß op dit blog en eveneens alle tags voor Johann Voß.

 

Der Rosenkranz

An des Beetes Umbuschung
brach sie Rosen zum Kranz,
feurig prangte die Mischung
rings im tauigen Glanz.
Ros’ auf Ros’ in das Körbchen sank,
purpurrot und wie Silber blank.

Zwar den Grazien heilig,
sang sie, blühet ihr dort,
warum aber so eilig abgeblüht und verdorrt.
Die so eben geöffnet stehn,
werden bald in dem Winde wehn.

Du rotstreifiges Knöpfchen
zitternd schaust du dein Grab,
und ein perlendes Tröpfchen
hängt als Träne herab.
Bleib, du sollst in dem Sonnenschein
dich des flüchtigen Lebens freun.

Mit tiefsinniger Säumniß
flocht das Mädchen den Kranz,
in der Laube Geheimnis
Lieb’ und Zärtlichkeit ganz.
Als auf’s Haupt sie das Kränzchen nahm,
wohl mir Seligen,
wohl mir, daß ich kam.

 

 2010364-d3475cca429d8290f06194240d7ff9fd.jpg
Johann Heinrich Voß (20 februari 1751 – 29 maart 1826)
Monument in Penzlin

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e februari ook mijn blog van 20 februari 2016 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:32 Reageer op dit bericht

J.M.A. Biesheuvelprijs voor Maarten “t Hart

J.M.A. Biesheuvelprijs voor Maarten “t Hart

De Nederlandse schrijver Maarten 't Hart heeft de J.M.A. Biesheuvelprijs gewonnen voor de beste bundel korte verhalen. Hij ontvangt de prijs voor ‘De moeder van Ikabod’. Aan de prijs is een geldbedrag verbonden dat volledig door crowdfunding bij elkaar is gebracht. Dit jaar gat het om 5105 euro en 70 cent. De prijs werd zondag voor de derde keer uitgereikt. In 2015 won Rob van Essen, in 2016 Marente de Moor. Maarten 't Hart werd geboren op 25 november 1944 in Maassluis. Zie ook alle tags voor Maarten ’t Hart op dit blog evenals mijn blogs van 25 november 2010 en eerder.

Uit: De moeder van Ikabod

 ‘En stipt om één minuut over half drie reed onze bakker Stoof Schelvisvanger, psalmzingend de straat in. Hij was van onze kerk. Bij alle gereformeerden bezorgde hij aan huis brood en banket. In onze straat bediende hij nog één ander gereformeerd gezin. Bij ons belde hij het eerst aan en slofte dan neuriënd terug naar zijn kar en haalde daar een melkwit en een vloerbruin. Wij kregen dat aangereikt (‘zaterdag betalen’) en vervolgens reed hij door naar de familie Marchand. Daar leverde hij acht regeringswit af.’
(…)

‘Ik was daar nog net op tijd voor iets wat ik niet graag gemist zou hebben. Op het moment namelijk dat ik de deur opende, greep de transpirerende dominee met beide handen vlak achter haar schouders haar toga op twee plaatsen vast en trok hem toen met één vloeiende beweging over haar hoofd. Ze had het vaker gedaan, dat was duidelijk, want het ging zo snel, zo behendig, ik keek mijn ogen uit. (…) . En toen stond ze daar, die Ilonka de Priester, in een lichtblauw mouwloos hemdje en een zwart kokerrokje, waaronder lange gebruinde, van zweet vochtig glinsterende benen afdaalden naar sandaaltjes die voornamelijk uit dunne riempjes waren opgetrokken.’

 

 2010018-57a9e943b83ae380bcfb6e7732acb795.jpg
Maarten ’t Hart (Maassluis, 25 november 1944)

Geschreven door Romenu om 18:46 Reageer op dit bericht

Siri Hustvedt, Helen Fielding, Jaan Kross, Helene Hegemann, Björn Kuhligk, Dmitri Lipskerov, Wolfgang Fritz, Herbert Rosendorfer, Carson McCullers

De Amerikaanse schrijfster en essayiste Siri Hustvedt werd geboren op 19 februari 1955 in Northfield, Minnesota. Zie ook alle tags voor Siri Hustvedt op dit blog.

Uit:What I Loved

« Yesterday, I found Violets letters to Bill. They were hidden between the pages of one of his books and came tumbling out and fell to the floor. I had known about the letters for years, but neither Bill nor Violet had ever told me what was in them. What they did tell me was that minutes after reading the fifth and last letter, Bill changed his mind about his marriage to Lucille, walked out the door of the building on Greene Street, and headed straight for Violet's apartment in the East Village. When I held the letters in my hands, I felt they had the uncanny weight of things enchanted bystories that are told and retold and then told again. My eyes are bad now, and it took me a long time to read them, but in the end I managed to make out every word. When I put the letters down, I knew that I would start writing this book today.
"While I was lying on the floor in the studio," she wrote in the fourth letter, "I watched you while you painted me. I looked at your arms and your shoulders and especially at your hands while you worked on the canvas. I wanted you to turn around and walk over to me and rub my skin the way you rubbed the painting. I wanted you to press hard on me with your thumb the way you pressed on the picture, and I thought that if you didn't, I would go crazy, but I didn't go crazy, and you never touched me then, not once. You didn't even shake my hand."
I first saw the painting Violet was writing about twenty-five years ago in a gallery on Prince Street in SoHo. I didn't know either Bill or Violet at the time. Most of the canvases in the group show were thin minimalist works that didn't interest me. Bill's painting hung alone on a wall. It was a large picture, about six feet high and eight feet long, that showed a young woman lying on the floor in an empty room. She was propped up on one elbow, and she seemed to be looking at something beyond the edge of the painting. Brilliant light streamed into the room from that side of the canvas and illuminated her face and chest."

 

 2009854-d8ec5eb340d4e148716824d6948b30f3.jpg
Siri Hustvedt (Northfield, 19 februari 1955)

 

 

De Engelse schrijfster Helen Fielding werd geboren in Morley, Yorkshire op 19 februari 1958. Zie ook alle tags voor Helen Fielding op dit blog.

Uit:Bridget Jones: Mad About the Boy

“Even then, you think you don’t look like you should. Sometimes look at billboards of beautiful models, and the real people underneath, and think it’s a bit like if we were on a planet where all the space creatures were short, green and fat. Except a very few of them were tall, thin and yellow. And all the advertising was of the tall, yellow ones, airbrushed to make them even taller and yellower. So all the little green space creatures spent their whole time feeling sad because they weren’t tall, thin and yellow.
‘Jones? Are you still inhabiting your head? I said, I suppose a ____ would be out of the question?’
‘Yes!’ I said, jerking back to the present. ‘Yes, it would. Though this is in no way a sign of my lack of gratitude for the babysit.’ Rattled through a gabble of instructions and thanks and shot out of the door, feeling outraged as a feminist by Daniel’s complex fattist pass, but uplifted as a female.
When I arrived at Talitha’s, however, Tom burst out laughing. ‘Seriously? Dolly Parton?’
‘You can’t rely on your arse in jeans at our age,’ said Talitha briskly, sweeping in with a tray of mojitos. ‘You’ve got to have something else going on.’
‘I don’t want to look like mutton,’ I said. ‘Or a prostitute.’
‘Well, quite, but you need something to start the idea of sexuality. Legs or boobs. Not both.’
‘What about one leg and one boob?’ said Tom.
Eventually I ended up in a very expensive short black silk tunic of Talitha’s and insanely high Yves Saint Laurent thigh boots.”
‘But I can’t walk in them.’
‘Honey,’ said Talitha, ‘you’re not going to need to walk.’
In the cab started to think about how much Mark would have loved the thigh boots.
‘Stoppit,’ said Tom, seeing my face. ‘He would want you to have a life’

 2009854-532881282d1056afaf66319314769f61.jpg
Helen Fielding (Morley, 19 februari 1958)
 

 

De Estlandse schrijver Jaan Kross werd geboren op 19 februari 1920 in Tallin. Zie ook alle tags voor Jaan Kross op dit blog.

Uit:De kring van Mesmer (Vertaald doorFrans van Nes)

“We hadden net een punt bereikt waarop het geestrijk vocht een gevoel van bevrijding gaat geven. We waren net even verlost van de kou, een gevoel dat nu eens door merg en been ging en dan weer nauwelijks merkbaar was, maar dat altijd aanwezig was en werd veroorzaakt door de gebrekkige of zelfs geheel niet verwarmde ruimtes in die strenge vroege winter en misschien nog meer door het beeld van de kosmische gespletenheid van de wereld. In ieder geval was het ook in de eetkamer van de familie Kallaspool niet warmer dan een graad of veertien. Terwijl het buiten vijftien graden vroor en er, half oktober, een pak sneeuw lag. We hadden al met al net het moment bereikt waarop mensen, voor zover ze drinken, voelen dat ze bevrijd worden van de last afval die de realiteiten benadrukt, dat ze daarboven uitstijgen en al vermoeden en zelfs al zien dat er aan de einder stukjes blauwe hemel gloren. En extra opvallend: ze realiseren zich nu dat vrouwen werkelijk onvoorstelbaar aantrekkelijk zijn. Zou het overigens kunnen dat de dikwijls zelfvernietigende liefde voor de drank in elk geval voor een noorderling niets anders is dan een poging om over zijn onbeholpenheid heen te springen? Om moed in te nemen voor seksuele (maar ook politieke) avonturen?”

 

 2009854-606341006ab3ced01c359fd5cabce453.jpg
Jaan Kross (19 februari 1920 – 27 december 2007)

 

 

De Duitse schrijfster, regisseuse en actrice Helene Hegemann werd geboren in Freiburg im Breisgau op 19 februari 1992. Zie ook alle tags voor Helene Hegemann op dit blog.

Uit: Axolotl Roadkill

„Annika sitzt gemeinsam mit ihrer High-Definition-Mascara am Küchentisch und guckt mich an, als hätte sich meine Dünnhäutigkeit innerhalb kürzester Zeit zu einer nicht mehr nachvollziehbaren Skrupellosigkeit entwickelt.
"Ich muss nicht mehr in die Schule, Annika.“
„Das ist jetzt das Ende.“
„Ja, das ist wirklich das Ende. Draußen sind alle ohnmächtig.“
„Das glaube ich dir nicht.“
„Es ist total egal, ob du mir glaubst oder nicht. Draußen sind alle ohnmächtig.“
Sie guckt sich paranoid um.
„Atomkrieg?“
„Chemieangriff?“
„Mach das Fenster zu, Mifti.“
„Zu spät.“
Annika wird ohnmächtig, ich falle um. Jeder von uns denkt, er sei der alleinige Simulant. Das ist ungemein sexy.
Ja, da waren wir auch den Tränen ein bisschen nahe, und das muss ich auch ganz offen zugeben, auch wenn man bei mir das jetzt nicht oft gesehen hat, aber wenn es diese Momente gibt, in denen man den Tränen nahe ist, dann war das da schon einer davon, also da waren wir alle echt den Tränen nahe.
Um 8 Uhr 10 steht Lars gemeinsam mit seinem zweijährigen Scheißblag und einer unübertrefflichen Erwartungshaltung in unserem Wohnungsflur.“

 

 2009854-3bddf1df29a8d5cbf96742bd0cb84229.jpg
Helene Hegemann (Freiburg im Breisgau, 19 februari 1992)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Björn Kuhligk werd geboren op 19 februari 1975 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Björn Kuhligk op dit blog.

 

Pécser Rhapsodie

Da kommt die Frau, die ich liebe
unter den blühenden Kastanien
ist ihr Gang ein leichter

sie setzt sich zu mir an den Tisch, ach
gelobt und ins Museum der Schönheit
gebracht sei der Himmel

unter dem sie schimpft, als der Kellner
den Wein verschüttet, gelobt
sei ihr voller Mund

unter dem Bogen der rechten Schulter trägt sie
ein faustgroßes Muttermal, ich küsse sie
wenn vor dem Park die Trambahn hält

da kommt die Frau, die ich liebe, um die Ecke
sie wird bald graues Haar bekommen, wenn ich
sie anseh von der Seite, wird sie schöner

da kommt die Frau und ist sies nicht, soll es
die nächste sein, vielleicht vom Hügel, aus dem Fliederduft
die ich liebe, wie sie langsam um die Ecke

 

 

Keine Ansprachen
(für Tom Schulz)

KEINE ANSPRACHEN, das Licht
sollte sich nach den Schatten richten

nichts Klares, kein Fahrplan
ein Gewirr aus Stimmen

ein Anfang aus jenem, vielleicht auch
etwas völlig anderes, wer weiß

z. B. Schneewehen im August oder
eine Bowling-Bahn, die nicht gemietet wird

anderen Tags, so wünscht man, einen Mund
der spricht, ein Ohr, dem etwas zu versprechen ist

 

 2009854-53d3f2a5850fd1cc26e3f67fe60dcb14.jpg
Björn Kuhligk (Berlijn, 19 februari 1975)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Thomas Brasch werd geboren in Westow,Yorkshire (Engeland) op 19 februari 1945. Zie ook alle tags voor Thomas Brasch op dit blog.

Uit: Vor den Vätern sterben die Söhne

„Schönen Dank, sagte der Kleine und lächelte wieder.
Der Mann begann sich zum Fahrer durchzudrängen, und Robert stieg aus.
Morgen wird sie warten, und übermorgen wird sie ein Ferngespräch anmelden. Meine Mutter wird Angst haben. Das erste, woran sie denken wird, ist der Krach, den sie im Betrieb kriegt. Oder sie denkt an Vater: Wenn der noch leben würde, wäre das nicht passiert. Und ich bin vielleicht tot. Aber wenn ich es schaffe, wird alles anders. Ich rufe an. Das ist gut. Mutter, werde ich sagen. Nein, zuerst rufe ich im Betrieb an. Hallo, sage ich. Ja, Robert, wo bist du? Warum warst du nicht am Tor. Du kannst mich doch nicht. Dann werde ich sie unterbrechen und sagen, ganz ruhig, so, als ob nichts passiert wäre: Ich bin im Westen. Und dann nichts mehr. Ich werde warten, daß sie etwas sagt. Ganz einfach warten.
Hallo, Sie, hallo. Bleiben Sie doch mal stehen. Ja, Sie meine ich. Aus. Sie haben mich die ganze Zeit beobachtet. Sie wußten von Anfang an alles.
Robert spürte, wie der Schweiß unter seinen Achselhöhlen herausschoß. Er drehte sich um. Aus dem Fenster des Neubaublocks sah ein Mann heraus und streckte den Arm nach unten.
Da unten liegt mein Kissen. Es ist herausgefallen. Der Fahrstuhl ist kaputt. Ich bin nicht mehr gut auf den Beinen. Kannst du es mir heraufbringen? Vierter Stock rechts: Werner. Die Tür ist angelehnt.
Schon gut, sagte Robert, hob das Kissen auf und ging auf das Haus zu. Vor der Fahrstuhltür standen zwei Jungen, und Robert ging hinter ihnen in die Kabine. Sie stießen einander an. Zu Werner, sagte der eine und beide lachten. Im vierten Stock stieg Robert aus, ging den Flur hinunter, öffnete die Tür am Ende des Ganges und trat in die Wohnung. Der Geruch von altem Fett schlug ihm entgegen.
Lassen Sie die Tür offen, hörte er.
Robert ging an der Kochnische vorbei ins Zimmer. Auf dem zerwühlten Bett saß der Alte, nur mit einer Pyjamahose und einem Unterhemd bekleidet.“

 

 2009854-37f0246a2378bc6919dac9c484821b51.jpg
Thomas Brasch (19 februari 1945 – 3 november 2001)
Cover 

 

 

De Russische schrijver Dmitri Lipskerov werd geboren op 19 februari 1964 in Moskou. Zie ook alle tags voor Dmitri Lipskerov op dit blog.

Uit: The Last Sleep of Reason (Vertaald door Dmitri Priven)

"You son of a bum!" the major was elated. "And -
"Looks like it matches the ear," deduced Volodya.
"And - "
"That's it."
Karapetian mumbled something in Armenian, which caused Pogosian to explode like a landmine. He was yelling in Russian that even his grandpa Tigran never swore like that, and who does everybody think they are, and he'll take everybody's you know what and stick it you know where!
"It wasn't you sir, major sir," Karapetian was making excuses apathetically, scratching his sideburns.
"Sinichkin is the only one who gets the job done!" the senior officer was all fired up. "And you, you shave your freaking ugly mug right now! Got it?!!" (no pause) "You stick the aqualung on and don't you come up till you fish out that body! Bloody bastard!"
The recovered foot was then wrapped up in a plastic bag and placed in the jeep to take it for tests. Already sitting in the car, Pogosian instructed Sinichkin to be sure to ask around if any of the residents in the neighbourhood had gone missing. Then he hit Zubov's elbow as hard as he could, which made the pumpkin seeds fly out the window and scatter freely on the autumn shore. The sergeant-major stepped on the gas, and the car jerked forward with the siren screaming.
For the whole day Sinichkin diligently scoured the blocks of flats in the neighbourhood, talking with the residents, mostly senior citizens, who were retired and therefore knew a lot.
The detective found out that in this world a lot of people do go missing, but then they come back. These are mostly married people trying to run away from their other halves, or alcoholics who forget how to get to their sweet home. But there was no one who had gone missing for good.
It was towards the evening that coming down the stairs of a sixteen-storey block of flats, Volodya Sinichkin ran into a female resident relentlessly ringing the bell at one of the doors.
"No one in there?" asked the captain.”

 

 2009854-f7d26e0382aaa0e0a628849356f2d99f.jpg
Dmitri Lipskerov (Moskou, 19 februari 1964)

 

 

De Oostenrijkse schrijver Wolfgang Fritz werd geboren op 19. Februar 1947 in Innsbruck. Zie ook alle tags voor Wolfgang Fritz op dit blog.

Uit: Zur schwarzen Gondel

„Ich reiste noch am selben Abend nach Venedig ab, wo ich in einer geradezu spartanischen Pension Aufenthalt nahm. Ich wollte dort in der nötigen Ruhe ein bestimmtes Spiel, für dessen Entwicklung ich bereits Vorschuss genommen hatte, ablieferungsreif machen. Ich bin nämlich im - wenn man das so sagen kann - bürgerlichen Beruf Erfinder von Spielen, Kunstsprachen und dergleichen.
Ich verließ, die nebelig-trübe Stadt nicht eher, als bis ich mit meiner Arbeit fertig war. Nur Penthesilea wusste meine Telefonnummer, aber auch sie hatte die Liebenswürdigkeit, mich ungestört zu lassen, obwohl damals ein kniffliger Fall eigentlich meine Anwesenheit als wünschenswert erscheinen hätte lassen. Ein gewisser Herr Ottokar hat dieses Faktum auf seine schleimige Art gewiss schamlos ausgenützt. Aber das ist ein anderes Kapitel.
Wieder gesehen habe ich meinen Eisenstein bei meiner Rückkehr von Italien am Südbahnhof. Es kann sich da eigentlich nur um einen Zufall gehandelt haben, weil der Tag meiner Ankunft niemandem bekannt war. Niemandem außer Penthesilea, und die hat von Eisensteins Existenz ja damals noch gar nichts gewusst. Ich stehe also mit meinem fahrbaren Koffer auf dem Rollweg, als sich besagter Herr zu mir hindrängelt.
"Entschuldigen Sie, dass ich Sie hier so anquatsche. Sie werden sich nicht an mich erinnern. Mein Name ist Eisenstein. Ich würde so gerne eine geschäftliche Besprechung mit Ihnen führen."
"Lieber Herr", erwidere ich, "ich entschuldige es niemals, wenn man mich anquatscht. Und ich wüsste auch nicht, welche Geschäfte ich mit Ihnen treiben könnte. Lassen Sie mich also bitte in Ruhe." Und von da an ist der Herr Luft für mich. Ich schaue angelegentlich in die Halle hinunter, so als würde ich da jemanden erwarten, und bis ich wirklich unten bin, ist er auch schon verschwunden.“

 

 2009854-aa1d0df80b6557420b2447bc79dbc466.jpg
Wolfgang Fritz (Innsbruck, 19 februari 1947)

 

 

De Duitse schrijver en historicus Herbert Rosendorfer werd op 19 februari 1934 in Gries geboren. Zie ook alle tags voor Herbert Rosendorfer op dit blog.

Uit: Deutsche Geschichte. Ein Versuch (Das Jahrhundert des Prinzen Eugen)

„Die nicht unbedeutende Landgrafschaft Hessen zum Beispiel, eines der größeren Fürstentümer Mitteldeutschlands, spaltete sich - durch Erbteilung – nach dem Tod des letzten gesamthessischen Landgrafen, Philipps des Großmütigen (der im Zusammenhang mit der Reformation im vorangegangenen Band dieser Darstellung erwähnt ist), 1567 in vier Teil-Landgrafschaften auf: Hessen-Kassel, Hessen-Marburg, Hessen-Rheinfels und Hessen-Darmstadt. Hessen-Kassel bildete schon in der übernächsten Generation vier Unter-Nebenlinien aus: das eigentliche Kassel, Rotenburg, Eschwege und wiederum Rheinfels (*1) vom eigentlichen Kassel spaltete sich dann in der übernächsten Generation Hessen-Philippsthal ab, das sich dann in Philippsthal und Philippsthal-Barchfeld teilte. Und selbst das landkartlich kaum bemerkbare Rheinfels teilte sich ein weiteres Mal: in Rheinfels und Rheinfels-Wanfried (was selbstredend nichts mit Richard Wagner zu tun hat). Mit Hessen-Darmstadt lief es nicht besser. Diese Linie brachte die Seitenäste Butzbach, Homburg (aus welchem der durch Kleist berühmte Prinz stammte, von dem noch die Rede sein wird), Braubach, Itter und Bingenheim hervor. Alles mehr oder weniger selbstänge Fürstentümer, die nur ganz theoretisch weiterhin dem fernen Kaiser in Wien unterstanden.
*1) Das 1567 »entstandene« Hessen-Rheinfels fiel nach dem Tod des kinderlosen Landgrafen Philipp II. an die Hauptlinie zurück und verschwand für einhundertundeins Jahre.“
Mit der Selbständigkeit der Nebenlinien war es manchmal allerdings eine ungeklärte Sache. So zum Beispiel behauptete der Landgraf von Hessen-Homburg, dessen Fürstentum praktisch nur aus der Kleinstadt (heute: Bad) Homburg bei Frankfurt bestand, daß er, abgesehen von der Zugehörigkeit zum Reich, selbständig, also reichsunmittelbarer Fürst sei. Sein Bruder, der über größere Ländereien gebietende Landgraf von Darmstadt, sagte aber: keineswegs, Homburg sei nur eine Apanage. Dem Bruder (und seinen Nachkommen) seien nur die Steuereinkünfte aus Homburg und, damit das Geld ordentlich fließt, der Sitz dort in der Burg zugestanden worden, nicht die Landesherrschaft.“

 

 2009854-5688a9ac978e7f5e18c4f2f93c8c2e78.jpg
Herbert Rosendorfer (19 februari 1934 – 20 september 2012)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e februari ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:02 Reageer op dit bericht

Carson McCullers, Alfredo Bryce Echenique, Kay Boyle, Wolfgang Fritz, Yuri Olesha, André Breton, Paul Zech, Mark Prager Lindo, Heinrich L. Wagner

De Amerikaanse schrijfster Carson McCullers werd geboren als Lula Carson Smith 19 februari 1917 in Columbus, Georgia. Zie ook alle tags voor Carson McCullers op dit blog.

Uit: The Heart is a Lonely Hunter

“They shared the upstairs of a small house near the business section of the town. There were two rooms. On the oil stove inthe kitchen Antonapoulos cooked all of their meals. There were straight, plain kitchen chairs for Singer and an overstuffed sofa for Antonapoulos. The bedroom was furnished mainly with a large double bed covered with an eiderdown comforter for the big Greek and a narrow iron cot for Singer.
Dinner always took a long time, because Antonapoulos loved food and he was very slow. After they had eaten, the big Greek would lie back on his sofa and slowly lick over each one of his teeth with his tongue, either from a certain delicacy or because he did not wish to lose the savor of the meal — while Singer washed the dishes.
Sometimes in the evening the mutes would play chess. Singer had always greatly enjoyed this game, and years before he had tried to teach it to Antonapoulos. At first his friend could not be interested in the reasons for moving the various pieces about on the board. Then Singer began to keep a bottle of something good under the table to be taken out after each lesson. The Greek never got on to the erratic movements of the knights and the sweeping mobility of the queens, but he learned to make a few set, opening moves. He preferred the white pieces and would not play if the black men were given him. After the first moves Singer worked out the game by himself while his friend looked on drowsily. If Singer made brilliant attacks on his own men so that in the end the black king was killed, Antonapoulos was always very proud and pleased.”

 

2009862-14aa55e55bac25d6448e627c7eb3d7d6.jpg
Carson McCullers (19 februari 1917 - 29 september 1967)
Portret door Emanuel Romano, ca. 1949

 

 

De Peuaanse schrijver Alfredo Bryce Echenique werd op 19 februari 1939 in Lima geboren. Zie ook alle tags voor Alfredo Bryce Echenique op dit blog.

Uit:L'Amygdalite de Tarzan (Vertaald door Jean Marie Saint-Lu)

“J'étais tombé amoureux d'elle, de sa peau de pêche bronzée toute l'année, de sa silhouette à vous réveiller un mort, de sa longue et rousse chevelure, de ses sourcils et de ses yeux très noirs à Lima, un soir que je chantais dans une fête à l'université catholique où elle était "Miss Faculté", ou quelque chose comme ça, et moi une sorte de Nat King Cole en espagnol, et à force de viens plus près de moi, plus près, plus près encore, je finis par tant la rapprocher de moi que je n'ai pas encore réussi à l'écarter complètement, bien que plus de mille ans, bien plus encore aient passé depuis ce temps-là, ce qui fait que je crois pouvoir répondre à l'auteur de ce boléro que oui, il semble bien que l'amour existe dans l'éternité."
(…)

"Mais bien entendu, Tarzan, c’est elle, cela a toujours été elle, et maintenant c’est comme si Tarzan venait de découvrir la voracité totale de chaque cellule vivante de la forêt vierge. C’est comme si Tarzan commençait enfin à mûrir, une bonne fois pour toutes, pour s’occuper de ses gosses parmi les frondaisons et les eaux tourbillonnantes et leurs habitants dévorateurs, comme la hyène, ou venimeux, comme la tarentule. Et c’est maintenant comme si Tarzan avait pris conscience d’être l’objet de milles horribles et pervers affûts à la Rambo et que, s’apercevant que son cri dans la forêt n’a pas encore l’énergie suffisante, qu’il manque de férocité ou d’huile de foie de morue, appelez ça comme vous voudrez, il venait de s’inscrire dans un gymnase."

 

 2009862-d7700206a2d0fc273f50b69c404623a9.jpg
Alfredo Bryce Echenique (Lima, 19 februari 1939)

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Kay Boyle werd geboren op 19 februari 1902 in Saint Paul, Minnesota. ook alle tags voor Kay Boyle op dit blog.

 

Mothers

In the still of night
Have we wept,
And our hearts, shattered and aching
Have prayed.
In the cold, cold moonlight
Have we sobbed
And dreamed of what might have been.
And our hearts have bled from stabs
Given unheeding.
We are the women who have suffered alone -
Alone and in silence.

 

 

What Parents Do Not Yet Know

The tree that lingers at the window is just sixteen,
And you, uneasy parent of its wanton ways,
Eavesdrop upon the whispering of three-fingered leaves.

The pale pink squirrel who dances in the nude,
Chattering of nuts, with eyes that see five ways,
Is not related to the tree’s anomalies, nor grieves

That you, tormented guardian of bark and roots
And leaves, must seek for words to ratify the pace.
You were once witness to departing wings that fled defiantly

One winter night; hear now the fragile music as it waves
Like ivy through the cawing of the crows. Not wasp, or cattle ant, or bee
Is hesitant, for each believes his paragon of industry is what
Transforms a tree to a child, and child to tree again (with softly whispering leaves).

 

 2009862-677fe0a14eacabd15b1d219438b12fbc.png
Kay Boyle (19 februari 1902 – 27 december 1992)

 

 

De Russische schrijver Yuri Olesha werd geboren op 19 februari 1899 in Elizavetgrad (nu Kirovohrad, Oekraïne). Zie ook alle tags voor Yuri Olesha op dit blog.

Uit: Envy

"Comrades! They are trying to take your most treasured possessions away from you: your homes. The steeds of the Revolution, thundering up the back stairs, are trampling over your children and your cats, breaking into your kitchens, smashing your beloved stoves and sinks. Women, your pride and your glory--your homes--are in danger. Mothers and wives, the elephants of the Revolution are stampeding, and they will raze your kitchens!
. . . .
He [Andrei] wants to turn you into homeless tramps, roaming the wilderness of history.
Wives, he is spitting into your soup. Mothers, he dreams of wiping family resemblances from your babies' little faces, the beautiful, sacred family resemblance. He violates your lilttle secret corners, scurries like a rat along your shelves, pokes under your bed, crawls under your shirts, sniffs at the hair of your armpits. You must send him to hell!
See this pillow? I am the king of pillows. Tell him: We wish to sleep, each of us on her own pillow. Don't you dare touch our pillows! Our heads have rested on them, our kisses have fallen on them during our nights of love, we have died on them and those whom we have killed have died on them, too. Keep your hands off our pillows! Stop calling to us! Stop beckoning to us, trying to lure us! What can you offer us to replace our capacity to love, to hate, to hope, to cry, to pity, to forgive? See this pillow? It is our coat of arms. Our symbol. Bullets get buried in a pillow. With a pillow we shall smother you."

 

 2009862-d83327c2d181c84cadfb8b1c4ef01540.jpg
Yuri Olesha (19 februari 1899 – 10 mei 1960)
Cover

 

 

De Franse dichter en essayist André Breton werd geboren in Tinchebray in het departement Orne op 19 februari 1896. Zie ook alle tags voor André Breton op dit blog.

 

La Porte Bat

La por por porte por
La fe ne tre
Sur l'odeur arrière du limurerre
Qui me rappelle
Milady de
Winter
Lissant son cheautru derrière les losanges de la pluie
Brifrouse-bifrousses le plancher est si vieux
Qu'à travers on voit le feu de la terre
Toutes les belles à leur coumicouroir
Comme les hirondelles
Sur les fils où je joue dans les gouttes
D'un instrument inconnu
Oum yoblisoett iste
Au cœur de ce nœud de serpents
Qu'est la croix ses quatre gueules fuyantes suspendues aux pis cardinaux

 

 

La Poétesse - Constellation

La
Belle
Cordière de nos jours retrouve sa mission, qui est de faire grésiller le sel de la terre.
Elle mire l'instant où le soleil'doit devenir a noir comme un sac fait de poil » et le vent joncher la terre de figues vertes.
C'est, il semble, amorcé, quoique la lune persiste à répandre l'odeur de seringa.
Les jeux de l'amour et de la mort se poursuivent sous le péristyle dans des détonations d'armes à feu.

Des taillis où couve une chanson ensorcelante perce par éclairs et ondule la pointe du sein de la belladone.
Lamiel, le tison aux doigts, s'apprête à incendier le
Palais de
Justice.

 

 

Intérieur

Une table servie du plus grand luxe
Démesurément longue
Me sépare de la femme de ma vie
Que je vois mal
Dans l'étoile des verres de toutes tailles qui la tient
renversée en arrière
Décolletée en coup de vent

 

 2009862-f2501b1ee2278818a4f559547966feb8.png
André Breton (19 februari 1896 – 28 september 1966)
Portret door Victor Brauner, 1934

 

 

De Duitse dichter en schrijver Paul Zech werd geboren op 19 februari 1881 in Briesen. Zie ook alle tags voor Paul Zech op dit blog.

 

Fabrikstraße Tags

Nichts als Mauern. Ohne Gras und Glas
zieht die Straße den gescheckten Gurt
der Fassaden. Keine Bahnspur surrt.
Immer glänzt das Pflaster wassernass.

Streift ein Mensch dich, trifft sein Blick dich kalt
bis ins Mark; die harten Schritte haun
Feuer aus dem turmhoch steilen Zaun,
noch sein kurzer Atem wolkt geballt.

Keine Zuchthauszelle klemmt
so in Eis das Denken wie dies Gehn
zwischen Mauern, die nur sich besehn.

Trägst Du Purpur oder Büßerhemd -:
immer drückt mit riesigem Gewicht
Gottes Bannfluch: uhrenlose Schicht.

 

2009862-62cc39345288a02e5ec203b15d50f7f2.jpg
Paul Zech (19 februari 1881 – 7 september 1946)

 

 

De Nederlandse schrijver Mark Prager Lindo, beter bekend als Den Ouden Heer Smits werd geboren in Londen op 19 februari 1819. Zie ook alle tags voor Mark Prager Lindo op dit blog.

Uit: Familie van ons

“Zie de jonge moeder met haar eerstgeboren kindje. Zelfopoffering, eindelooze zorgen, kwellende angst zijn de geschenken, welke het hulpelooze wichtje reeds met den eersten snik zijne moeder aanbiedt. Ze worden met dankbaarheid en liefde aangenomen, - en met eene hemelsche sterkte gedragen.
En hetgeen mij mede het meest boeit als ik de jonge moeder beschouw, is, dat zij tot die klasse van wezens behoort, welke wij, stervelingen, zoo goed begrijpen en tevens zoo zeer beminnen en bewonderen moeten. Zij is inderdaad de eenige ‘engel,’ welken ik sedert mijn achttiende jaar, toen ik alle jonge meisjes gaarne dien eeretitel verleende, ontmoet heb. En zij is een engel, met wien wij op een gemeenzamen voet staan. Zij heeft geen vleugels noodig om zich boven ons te verheffen, - en zij is juist het meest verheven, als zij zich het meest tot ons nederbuigt. Voor alle andere engelen koester ik een eerbiedig opzien; - ik ben, als mensch, op mijn gemak, ik ben geheel en al tehuis bij eene ‘moeder.’
Haar kleine zwakheden en hare moederlijke ijdelheid maken haar maar te menschelijker en verstaanbaarder en beminnelijker.
Ik kom bij haar en begin met te lachen over het heel kleine kindje, dat zulk eene heel groote rol in huis speelt. Ik kan ook niet vinden, dat er iets schoons is in die roode, gerimpelde handjes, of in die kromme, spartelende beentjes, en de eenige merkwaardigheid van de oogjes, die zoo geroemd worden, is, voor mij, dat het ééne gewoonlijk gesloten is, terwijl het andere openstaat en rondrolt als dat van een dronkaard, - terwijl het mondje, dat de moeder zoozeer roemt, nu eens in de hoogte, dan in de breedte zich uitzet, en trekt en pruilt, alsof het coquetteerde met het knobbeltje vleesch, dat een neus voorstelt. Maar de moeder is bezield, en de bezieling is aanstekelijk, en de liefde, welke uit het oog van de moeder straalt, verspreidt haar glans over de gelaatstrekken van het kindje en verblindt mijn zwakke blikken, en de misvormde, of liever nog ongevormde trekken worden schoon, en de onnoozelheid van de gelaatsuitdrukking wordt in heilige onschuld veranderd, en het leelijke mondje en de schelle stem, in plaats van wanluidend en oorverdoovend te gillen, doen heerlijke beloften voor de toekomst, welke in het hart der moeder weerklinken, van waar eene zwakke echo mijn oor bereikt.”

 2009862-cec225638fae911ee878b7fe6ad76b6e.jpg
Mark Prager Lindo  (19 februari 1819 - Den Haag, 9 maart 1877)
Cover

 

 

De Duitse schrijver Heinrich Leopold Wagner werd geboren op 19 februari 1747 in Straatsburg. Zie ook alle tags voor Heinrich Leopold Wagner op dit blog.

Uit: Die Kindermörderin

„EVCHEN. Du! seit wann so vertraut?
v. GRÖNINGSECK. Zank nicht Evchen! zank nicht! müßt mir heut nichts übel nehmen Leutchen, ich hab ein Gläschen Liqueur zuviel.
FR. HUMBRECHT. Was ich fragen wollt, Herr Leutenant, sie stehn mir doch davor, daß wir in einem honetten Haus sind?
v. GRÖNINGSECK. So soll mich der Teufel lebendig zerreißen, Frau Humbrecht! wenn hier nicht täglich alles, was beau monde heißt, zusammenkommt: – sehn sie nur an, wie schlecht das Zimmer meublirt ist. –
FR. HUMBRECHT. Ebendrum!
v. GRÖNINGSECK. Eben drum! freilich, eben drum! Das macht die guten Zimmer sind alle schon besetzt. Meynt sie denn pardieu! der Lieutenant von Gröningseck würde sich sonst in einen solchen Stall weisen lassen. Drey Stühl, und ein Tisch, den man nicht anrühren darf! (er stößt daran, der Tisch fällt um, das Licht mit, geht aus.)
FR. HUMBRECHT. Herr Jemine das Licht! Herr Leutenant, das Licht!
v. GRÖNINGSECK. (ihr nachäffend.) Das Licht! das Licht! hat der Henker das geholt, so gibts noch andre. – Wo ist der Leuchter? – (sucht.)
EVCHEN Hier hab ich ihn schon.
v. GRÖNINGSECK. Wo? wo?
EVCHEN Ey hier! sie greifen ja dran vorbey – pfuy! –
FR. HUMBRECHT. Was ist? was giebts?
v. GRÖNINGSECK. Gar nichts! (nimmt den Leuchter ab, und geht nach der Thüre) Hola, des flambeaux!
(Ein altes Weib hält ihm ohne sich recht sehn zu lassen ein Licht hin, er steckt seines an.)
EVCHEN (sich die Hände am Schnupftuch abwischend) Ey da hab ich mir die Hände am Inschlitt beschmiert. (Wirft dem Lieutenant heimlich einen drohenden Blick zu: er lächelt).“

 

 2009862-c93604b1f2c9b5ce43887e2aef79715f.gif
Heinrich Leopold Wagner (19 februari 1747 – 4 maart 1779)
Scene uit een schoolopvoering in Schwäbisch Hall, 2003



Geschreven door Romenu om 12:00 Reageer op dit bericht

Michiel Stroink

De Nederlandse schrijver Michiel Stroink werd geboren in Oss op 19 februari 1981. Hij studeerde journalistiek en literatuurwetenschappen in Utrecht. Stroink debuteerde in 2012 met de roman 'Of ik gek ben'. Het boek werd in 2016 verfilmt door Frank Lammers. In 2013 verscheen zijn tweede roman: 'Tilt'. Het boek werd genomineerd voor de Dioraphte literatuurprijs 2014 en won de publieksprijs. In 2015 schreef Stroink “Exit”, dat opnieuw erg positief werd ontvangen. “De notaris en het meisje” (2017) is zijn nieuwste roman

Uit: Tilt

“De wc-vloer van het Gran Casino is niet de beste plek om bij te komen. Mannelijke gokkers plassen haastig en ongericht. Ze willen snel weer tussen de neonlampen, het rumoer en de andere zenuwachtig zwetende mensen staan. De laatste druppels urine raken dan ook altijd verdeeld tussen de bril, de vloer en hun oudemannenslips. Het maakt de vloer kleverig en ranzig, maar je bewustzijn verliezen gebeurt meestal niet op een plek die je zelf uitkiest.
Max heeft de toiletpot nodig om overeind te komen. Met moeite gaat hij op de bril zitten en wurmt zijn rechterhand in zijn broekzak om de sleutel van zijn appartement te pakken. Met de sleutel zoekt hij in een klein wit envelopje naar wat laatste restjes coke. Snuifgeluiden zijn niet uitzonderlijk op deze wc’s. Hij maakt de sleutel schoon in zijn mond en voelt de drug in zijn tandvlees branden. Bij de wasbak vindt hij zijn whisky-cola en daarmee slikt hij drie paracetamols door.Wat een onzin dit; even doorzetten nog.
‘Waar bleef je?’vraagt Sven als Max terugkeert bij de pokertafel. ‘Ze wilden je stoel bijna aan een spleetoog geven.’ Sven is geen vriend, maar eerder een collega. Net als Max hoort hij bij het meubilair van de vier vaste pokertafels van het Gran Casino. Dit is de beste plek in Europa. De hoge blinds trekken spelers aan die snel rijk willen worden, en juist die spelers zijn interessant voor de professionals.
‘Ik kwam een oude vriend tegen,’ zegt Max. ‘En hou maar op met je gefakete interesse. Heb ik veel gemist?’
‘Niks. Hetis een Chinees feestje hier.’
Sinds een paar jaar lijkt er een Chinese invasie plaats te vinden in de Europese casino’s. Mahjong is uit, poker is in. Ze spelen voorspelbaar en zonder risico. Een tafel vol Chinezen is saaier dan een bejaardentehuis tijdens Lingo, maar hun aanwezigheid is handig als je de tafel wilt controleren. Ze brengen rust. Daar begint het spel eigenlijk al. Een goede pokerspeler bestudeert de tafels, kiest zijn veld en kiest zijn spelers. De enige variabele factor zijn de kaarten die hij krijgt, maar die doen er eigenlijk niet toe, dat weet zelfs de twaalfjarige internetspeler: poker speel je met mensen en niet met kaarten.
Dat is ook precies de reden dat een pokerprofessional altijd alles en iedereen moet kunnen zien. Alleen amateurs en eikels gaan vrijwillig naast de dealer zitten. Stoel drie en stoel zes hebben het beste uitzicht. En vanaf die plek is het vervolgens een kwestie van wachten. De professional speelt alleen maar de beste combinaties van kaarten, en die krijgt hij statistisch gezien een op de vijf keer.”

 

 2118852-fee786302f2337ce9386048a314ded98.png
Michiel Stroink (Oss, 19 februari 1981)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten