Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 22 februari 2017 tot 23 februari 2017

César Aira, Ljoedmila Oelitskaja, Robert Gray, Jef Geeraerts, Bernard Cornwell, Toon Kortooms, Erich Kästner, Sonya Hartnett, Maxim Februari

De Argentijnse schrijver en vertaler César Aira werd geboren op 23 februari 1949 in Coronel Pringles. Zie ook alle tags voor César Aira op dit blog.

Uit: Hoe ik een non werd (Vertaald door Adri Boon)

“Mijn vader had zich er zo op verheugd me blij te kunnen maken, en dat was zo ongewoon voor hem, een afstandelijke, driftige man zonder merkbare zachtaardige kanten, dat het niet aangrijpen van zo’n gelegenheid me misdadig leek. Even overwoog ik zelfs, hoe vreselijk de gedachte ook, het hele ijsje op te eten, alleen om hem een plezier te doen. Het was een kuipje, het kleinste, voor kleine kinderen, maar het kwam me voor als een ton.
Ik weet niet of mijn heldhaftigheid zoiets zou kunnen opbrengen maar ik kon die niet eens op de proef stellen. De eerste hap had mijn gezicht onwillekeurig van walging doen vertrekken, en dat kon hem onmogelijk zijn ontgaan. Het was haast een overdreven grimas, de fysiologische reactie gepaard gaande met een psychische component van teleurstelling, angst en de tragische droefenis zelfs wat dit soort genoegens betreft mijn vader niet te kunnen volgen. Pogen dat te verbergen zou dwaas zijn geweest; zelfs op dit moment zou het onmogelijk zijn, want die grimas is niet meer van mijn gezicht verdwenen.
‘Wat is er?’
In zijn toon school meteen al alles wat erna kwam.
In normale omstandigheden zouden tranen me hebben verhinderd hem antwoord te geven. Ik huilde altijd heel snel, zoals veel hypergevoelige kinderen. Maar een oprisping van die vreselijke smaak, die was weggegleden naar mijn keel en nu als een zweepslag terugkwam, bezorgde me een schok.
‘Gggh…’
‘Wat is er?’
‘Het is… vies.’
‘Het is wat?’
‘Vies!’ gilde ik wanhopig.
‘Vind je het ijsje niet lekker?’
Ik herinnerde me dat hij onderweg, naast andere dingen die aangename verwachtingen schiepen, had gezegd: ‘Ik ben benieuwd of je ijs lekker vindt.’ Uiteraard in de veronderstelling dat ik het lekker zou vinden. Welk kind vindt ijs nou niet lekker?”

 

 2011477-ca3698b5786727b1e11d0fecc70e623b.jpg
 César Aira (Coronel Pringles, 23 februari 1949)

 

 

De Russische schrijfster Ljoedmila Jevgenjevna Oelitskaja werd geboren in Davlenkanovo, Basjkirostan, op 23 februari 1943. Zie ook alle tags voor Ljoedmila Oelitskaja op dit blog.

Uit:The Big Green Tent (Vertaald door Polly Gannon)

“Contrary to his regular school, at music school everyone sang the praises of Sanya. In his second year there, he played Grieg at his recital with a skill that few fifth-year students could muster. The small stature of the performer was also touching. At eight years old he was mistaken for a preschooler, and at twelve he looked like he was eight. For this reason, they dubbed him Gnome at his regular school. And the nickname was not an affectionate one; they made fun of him mercilessly. Sanya consciously avoided Ilya, not so much because of his teasing—which was not directed at Sanya, but which sometimes grazed him nonetheless—but because of their humiliating difference in size.
Mikha was the one who brought Sanya and Ilya together when he appeared in their midst in the fifth grade. His arrival was greeted with delight. A classic redhead, he was the ideal target for gibes.
His head was shaved bare, except for a crooked, reddish-gold tuft in front. He had translucent magenta-colored ears that stuck out from the sides of his head like sails; but they were in the wrong place, too close to his cheeks, somehow. He had milky white skin and freckles, and his eyes even had an orangey hue. As if all that weren’t enough, he was bespectacled, and a Jew, to boot.
The first time Mikha got beaten up was on the first day of school. The beating, which took place in the bathroom during recess, was a mild one—just a formality, to give him something to think about. It wasn’t even Murygin and Mutyukin who did it—they had better things to do—but their sidekicks and underlings. Mikha stoically took what was coming to him, then opened his book bag to take out a handkerchief and wipe away his snot. At that moment, a kitten squirmed out of the bag. The other boys grabbed the kitten and started tossing it back and forth. Just then, Ilya, the tallest boy in the class, walked in. He managed to intercept the kitten in midair, over the heads of the makeshift volleyball team, when the bell sounded, putting an end to the game.”

 

 2011477-03f629db0f211c6df6a3316388f1cf22.jpg
Ljoedmila Oelitskaja (Davlenkanovo, 23 februari 1943)

 

 

De Australische dichter Robert Gray werd geboren op 23 februari 1945 in Port Macquarie. Zie ook alle tags voor Robert Gray op dit blog.

 

In Departing Light (Fragment)

We sit and listen to the bird-song, which is like wandering lines
of wet paint –
it is like an abstract expressionist at work, his flourishes and
then
the touches
barely there,
and is going on all over the stretched sky.
If I read aloud skimmingly from the newspaper, she immediately falls asleep.
I stroke her face and she wakes
and looking at me intently she says something like, ‘That was
a nice stick.’
In our sitting about
she has also said, relevant of nothing, ‘The desert is a tongue.’
‘A red tongue?’
‘That’s right, it’s a
it’s a sort of
you know – it’s a – it’s a long
motor car.’
When I told her I might go to Cambridge for a time, she said to me, ‘Cambridge
is a very old seat of learning. Be sure –’
but it became too much –
‘be sure
of the short Christmas flowers.’ I get dizzy,
nauseous,
when I try to think about what is happening inside her head. I keep her
out there for hours, propping her
straight, as
she dozes, and drifts into waking; away from the stench and
the screams of the ward. The worst
of all this, for me, is that despite such talk, now is the most peace
I’ve known her to have. She reminisces,
momentarily, thinking that I am one of her long-dead
brothers. ‘Didn’t we have some fun
on those horses, when we were kids?’ she’ll say, giving
her thigh a little slap. Alzheimer’s
is nirvana, in her case.

 

 2011477-6a03d705c238790552e74dd26c13d5a7.jpg
Robert Gray (Port Macquarie, 23 februari 1945)

 

 

De Vlaamse schrijver Jef Geeraerts werd geboren op 23 februari 1930 in Antwerpen. Zie ook alle tags voor Jef Geeraerts op dit blog.

Uit: Gangreen 1 / Black Venus

“…ik had toen, gelukkig maar. een ijzeren kofier vol boeken bij me en als ik niet op jacht ging of als het stortregende‚ lag ik op mijn veldbed, naakt. nerveus, onzeker en soms. als de wind plotseling opstak, sprong ik zwetend van angst naar buiten en keek omhoog, naar de zwarte muur van lianen, dode takken, bladeren zwammen, slangen, spinnen. zestig meter of hoger boven mij ergens aan vastgehaakt om me eenmaal te verpletteren, als alles tijdens een onweer los zou schieten terwijl ik naast die vrouw lag als een boa of een groene leguaan en dan rookte ik hele dagen, verdoofd, amorf. geen mens en las en liet me drijven op de trage uren van eten, slapen, de avond voelen nakomen en dus beginnen te denken aan wat we tijdens de nacht zouden spelen en ze heette Marie-Jeanne en ze was erg lief, speels als een antiloope, en jong en mooi. o zo mooi en ze lachte veel en praatte honderduit en ze had gave tanden als een kudde ooien die opkomen uit het wed en ze had de haren in lange dunne knoetjes gebonden als de antennes van een weersattelíet en ze had dichte krulletjes op haar venusberg en stevige schaamlipjes en een koele spannende kont onder het dunne katoentje en na de eerste trage, allesomvattende, de wereld begrenzende kus, één gretige zuignap, was haar clitoris een bolletje kwik dat steeds maar de top van mijn middelvinger trachtte te ontsnappen en na drie nachten kende ze grondig alles wat veel later zogenaamd ervaren vrouwen verheugd zou doen opkijken en haar vader, een beschaafde stille timmerman(hij heette niet Jozef, maar Cyprien), was erg opgetogen over deze verhouding en in plaats van aan de weg te arbeiden zoals het zijn plicht was, ging hij op jacht voor zijn nieuwe schoonzoon…”

 

 2011477-d9a1dbecb78c75135e04ee406520105a.jpg
Jef Geeraerts (23 februari 1930 – 11 mei 2015)
Cover 

 

 

De Britse schrijver Bernard Cornwell werd geboren op 23 februari 1944 in Londen. Zie ook alle tags voor Bernard Cornwell op dit blog.

Uit: The Pagan Lord

“There is a way of battle. In the end the shield walls must meet and the slaughter will begin and one side will prevail and the other will be beaten down in a welter of butchery, but before the blades clash and before the shields crash, men must summon the nerve to make the charge. The two sides stare at each other, they taunt and insult each other. The young fools of each army will prance ahead of the wall and challenge their enemy to single combat, they will boast of the widows they plan to make and of the orphans who will weep for their fathers’ deaths. And the young fools fight and half of them will die, and the other half strut their bloody victory, but there is still no true victory because the shield walls have not met. And still the waiting goes on. Some men vomit with fear, others sing, some pray, but then at last one side will advance. It is usually a slow advance. Men crouch behind their shields, knowing that spears, axes and arrows will greet them before the shields slam together, and only when they are close, really close, does the attacker charge. Then there is a great bellow of noise, a roar of anger and fear, and the shields meet like thunder and the big blades fall and the swords stab and the shrieks fill the sky as the two shield walls fight to the death. That is the way of battle.
And Cnut broke it.
It began in the usual way. My shield wall stood at the very edge of the ford which was no more than twenty paces across. We were on the western bank, Cnut’s men were arriving from the east and, as they reached the crossroads, they dismounted. Boys took the horses and led them to a pasture while the warriors unslung their shields and looked for their battle-companions. They were arriving in groups. It was plain they had hurried and were strung out along the road, but their numbers grew swiftly. They gathered some five hundred paces from us where they formed a swine-head. I had expected that.
‘Confident bastards,’ Finan muttered.
‘Wouldn’t you be?’

 2011477-3f1484ed0b7c49d6002e10c198e2eb49.jpg
Bernard Cornwell (Londen, 23 februari 1944) 

 

 

De Nederlandse schrijver Toon Kortooms werd op 23 februari 1916 in Deurne geboren. Zie ook alle tags voor Toon Kortooms op dit blog.

Uit: Beekman en Beekman

‘Wat is ’t, Hendrik?’ vroegen de gebroeders.
‘Stik,’ zei Hendrik.
Dat was nou echt onredelijk! Zij meenden het zo goed, zij hadden zelfs daarnet een warme genegenheid voor Van Ham gevoeld, toen hij zijn leven voor hen in de waagschaal stelde.
‘Wij konden er niks aan doen. ’t Was d’n Haas zijn schuld,’ zeiden de gebroeders deemoedig.
‘Stik,’ gromde Hendrik weer.
En ja, daar had hij beet! Hij viste aan het uiteinde van zijn stuk boonstaak een vormloos voorwerp uit het water. Hij greep het in zijn hand en sloeg er eerst de modder af. Toen wrong hij het vocht eruit en bracht dan een beetje perspectief in het ding. Kijk, dachten de gebroeders, dat is zijn pet geweest. Er kwam weinig van terecht, zo weinig zelfs dat Hendrik het hoofddeksel tussen duim en wijsvinger nam en het terug in het kanaal zwierde. Toen toog hij brullend op huis aan.
‘Wij zullen ervoor moeten boeten,’ zeiden de gebroeders tegen elkander.
Hun vermoeden was echter voorlopig ongegrond. Wantvader en moeder Van Ham waren niet flauw gevallen. Dat zijn Friezen nooit, zegt men.
‘Het zal je eigen schuld wel zijn,’ zei de oude Van Ham in zijn onvervalst noordelijk dialect, dat door Hendrik nog juist op het randje af verstaan werd, daar hij op school dat Brabants had aangeleerd.
Hendrik brulde.
‘Zwijg stil!’ zei de boer. Het had toch waarachtig niks om het lijf. Noem eens één jongen in deze streken, die niet een paar keer in zijn jeugd het kanaal in duvelde! Dat hoorde erbij. Het zou dwaasheid zijn: in Peelland, en niet af en toe je buik vol veenwater!”

 

 2011477-e5d87d4fc05a329660f15a9e69935ec7.jpg
Toon Kortooms (23 februari 1916 – 5 februari 1999)  
Cover

 

 

De Duitse schrijver, dichter en cabaretier Erich Kästner werd geboren in Dresden op 23 februari 1899. Zie ook alle tags voor Erich Kästner op dit blog.

 

Der März

Sonne lag krank im Bett.
Sitzt nun am Ofen.
Liest, was gewesen ist.
Liest Katastrophen.

Springflut und Havarie,
Sturm und Lawinen, -
gibt es denn niemals Ruh
drunten bei ihnen.

Schaut den Kalender an.
Steht drauf: "Es werde!"
Greift nach dem Opernglas.
Blickt auf die Erde.

Schnee vom vergangenen Jahr
blieb nicht der gleiche.
Liegt wie ein Bettbezug
klein auf der Bleiche.

Winter macht Inventur.
Will sich verändern.
Schrieb auf ein Angebot
aus andern Ländern.

Mustert im Fortgehn noch
Weiden und Erlen.
Kätzchen blühn silbergrau.
Schimmern wie Perlen.

In Baum und Krume regt
sich's allenthalben.
Radio meldet schon
Störche und Schwalben.

Schneeglöckchen ahnen nun,
was sie bedeuten.
Wenn Du die Augen schließt,
hörst Du sie läuten.

 

 2011477-e6bcd0a76177810602f4128b1b5f7e17.jpg
Erich Kästner (23 februari 1899 - 29 juli 1974)
Affiche voor een tentoonstelling in München

 

 

De Australische schrijfster Sonya Hartnett werd geboren op 23 februari 1968 in Box Hill, Melbourne. Zie ook alle tags voor Sonya Hartnett op dit blog.

Uit: Of A Boy

“The youngster's had rounded the first corner, a right turn, when they were seen again. This witness, a woman shaking crumbs from her kitchen mat, also recognised them, having walked on countless occasions past the Metfords' picket-fenced front yard, where the children often played. She saw that the eldest girl, ten-year-old Veronica, was holding her brother's hand. The girl's pale hair caught the light, a flag of sunshine down her spine; the boy's blue shadow yearned out from his feet, lean and gangle-limbed. The middle child, Zoe, wandered behind her siblings, lashing a eucalypt switch through the air. Following her was a man, fair, quite tall, thin. He wore his lank hair fashionably long. The witness assumed the man was with the children, for he walked just a step behind.
Two corners later, the Metfords were seen for a third time. The frenzied barking of a terrier made its owner look up from a crossword. Through a window he saw the children step uneasily onto the nature strip, putting distance between themselves and the unfenced canine. He saw the older girl say something to the small ones, stern and reasuring. The children kept to the grass, Veronica shepherding her brother protectively, until they were beyond sight of the house. The dog did not chase them, but gave a final militant bark. It trotted across the nature strip and sniffed the footprints in the weeds. There were other smells that must be investigated too. The owner watched until his pet returned satisfied to the veranda, resuming its vigil. This witness would insist that at no time while he was looking into the street did he see a man of any description trailing the three children.”

 

 2011477-62fd69438e7e647ccf928c92833e0a5f.jpg
Sonya Hartnett (Box Hill, 23 februari 1968)
Cover

 

 

De Nederlandse schrijver, filosoof en columnist Maxim Februari (eig. M. Drenth) werd geboren in Coevorden op 23 februari 1963. Zie ook alle tags voor Maxim Februari op dit blog en eveneens mijn blog van 23 februari 2012.

Uit:Nawoord bij Franz Kafka, Verzameld werk

“Je hoort wel eens zeggen dat Kafka zijn roem voor een deel te danken heeft aan de grappige klank van zijn naam. Zo’n kwieke trochee met zulke krachtige k-klanken. Hoe kun je die ooit vergeten? Maar ook die naam blijkt al te zijn geoccupeerd door zijn vader en wordt door Kafka graag aan hem afgestaan. Zelf, schrijft hij, is hij namelijk niet echt een Kafka. Hij aardt meer naar zijn moeder, die Löwy heet, en uit een schroomvallige familie stamt. Jij, daarentegen, schrijft hij, jij bent ‘een echte Kafka wat betreft kracht, gezondheid, eetlust, stemvolume, welbespraaktheid, zelfvoldaanheid, zelfverzekerdheid, uithoudingsvermogen, tegenwoordigheid van geest, mensenkennis, een zekere gulheid, natuurlijk ook met alle bij die deugden horende zwakheden, waartoe je temperament en je driftbuien je drijven.’
Het is al met geen imposant beeld dat Franz Kafka hier van zijn eigen leven schetst. In de brief aan zijn vader ontbreekt de zwarte humor die het vluchten, wegduiken en sterven in zijn overige werk zoveel wranger en indrukwekkender maakt. Als je de brief gebruikt als aanknopingspunt om de rest van zijn werk autobiografisch te lezen, gaat dan ook veel teloor van de spot die Franz Kafka op de wereld loslaat. Op het moment dat je zijn werk stikt persoonlijk gaat zien, en niet als het commentaar van een superieure geest die de wereld tot in de diepste krochten en kieren doorziet, kan het gebeuren dat de neuroses van de schrijver op je overslaan en dat je naar adem begint te snakken. Zoveel angst, zo weinig licht en lucht!
Nu zijn er wel goede redenen om de autobiografie over de romans en verhalen heen te leggen en te kijken of het allemaal past. Je kunt gemakkelijk zinnen uit zijn proza koppelen aan beschrijvingen van zijn leven. Zijn vader is inderdaad precies die redeloze tiran, ‘de hoogste instantie’, die Franz Kafka steeds weer in zijn werk laat terugkeren. Hermann Kafka vergelijkt de vrienden van zijn zoon met ongedierte - daarin herken je de eerste zin uit De gedaanteverwisseling: ‘Toen Gregor Samsa op een morgen uit onrustige dromen ontwaakte, ontdekte hij dat hij in zijn bed in een monsterachtig ongedierte was veranderd."

 

 2011477-d70ffbc964121ce58d5d73e83cea97ca.jpg
Maxim Februari (Coevorden, 23 februari 1963)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e februari ook mijn blog van 23 februari 2015 en ook mijn blog van 23 februari 2014 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:54 Reageer op dit bericht

Jo Ypma

De Nederlandse schrijfster Johanna Margaretha Wela (Jo) Ypma werd geboren in Haastrecht op 23 februari 1908. Zij groeide op in Haastrecht in een milieu waar de protestantse mystiek van de Zuid-Hollandse polders goed merkbaar was, onder andere via haar grootmoeder die bij het gezin in huis woonde. Ze was de dochter van een hoofdonderwijzer. Ze kreeg een voor haar tijd en milieu vooruitstrevende opvoeding en ging bijvoorbeeld met haar vader naar de Rotterdamse Cineac voor films en wereldnieuws. Ze kreeg een opleiding tot onderwijzeres aan de normaalschool in Zetten, maar ze heeft nooit voor de klas gestaan. Ze ging verhalen schrijven. Haar eerste verhalen werden gepubliceerd in De Rotterdammer, een Rotterdams dagblad dat later zou worden opgenomen in het dagblad Trouw. Ze werd op grond van die publicaties gevraagd de persoonlijke redactrice van Colijn te worden, wat ze deed. In 1937 verhuisde ze naar Zeist. Ze werd de secretaresse van Roel Houwink, de eindredacteur van het christelijk-literaire tijdschrift Opwaartsche wegen en ontmoette langs die weg veel christelijke literatoren als Klaas Heeroma, Wilma Vermaat, Anne de Vries, Klaas Norel, Henk van Randwijk, Kees Rijnsdorp, Willem de Mérode, Rie van Rossum en Gerrit Achterberg. In 1940 keerde ze met haar man Karel van Dorp, die dichter was, terug naar Haastrecht. Samen met haar man heeft ze in de oorlog verzetswerk gedaan. Ze was een "recalcitrante protestant". Haar eerste roman heette “Boven de polder de hemel” (1938), een soort 'boerenroman'. Ze schreef in een mengeling van dialect en algemeen beschaafd Nederlands, net als bijvoorbeeld Herman de Man.

Uit: Miet van Dijk

- En zal de Here Jezus op de bruiloft magge komme, want der bin der zat, die in de kerk trouwe, maar die het Opperwezen niet bij hun bruiloft uitnodige.
Ik kin je vrijer, meid, hij is een dooie christen, en ik mot zegge, hij is dood voor de dood, maar omdat jij ok geen asie leve in je hebt en niet weet wat een Hemansziel is, die nog kerme kin, is dat zo erg niet. Jullie zulle wel goed van leve zijn, maar je mot gekind weze, meid, je mot gekind weze, want nou lijkent het allegaar prachtig en is ter geen vuiltje an de lucht, maar je mot maar is voor de dood komme te staan, zoas je moeder, en dan komt het ter op an, dan mot je meer wete en meer bevinding hebbe, dan mot je niet allenig kinne zegge, dat je naar de kerk gegaan bin, want daar kin een dooje zondaar ook kom me, maar dan mot je gekind en doorgeleid zijn. Je moeder het verstand van kerme, maar die mist de terugstuitende daad, maar jij, ja meid, ik mot mijn eige vrijmake, jij bin zo dood as een pier. En wou ie dan in de hemel komme, bij het volkie?
(…)

Eentonig dreunt de stem van Klaas Geneuchelijk.
- We onderwinden ons om tot je te komen, hoewel we van ons eigen niks niemendal hebbe dan een hoop vodden en todden om bij te brengen.
- En wij, die wurmpjes zijn, hebbe niet met al in te brenge, als dat we door je eeuwig welbehagen es gearresteerd benne geworden, en nou bij tijen en ogenblikkies een liettie op ons weggie moge komme te zien, als je ons weer met woretjes uit je lieve waarheid wil komme heiligen aan onze zielen. Zo heb je je dienstknecht, die nou tot je roept, bepaald bij de waarheid, dat je de jonge dochter, die hier als Martha bezig is met veel dienens... - Miet maakt een onwillekeurige beweging - nou tot een Maria zal laten worden. En dan heb je je knecht erbij bepaald dat deze maagd hem tot een echtvriendin zal worden, want toen hij vanmorgen uit zijn legerstede verrees, kreeg hij het versie van den psalmist waarin de koning komt te zingen, dat de echtvriendin zal bloeien... Miet ziet plotseling, dat Klaas Geneuchelijk tussen de kieren van zijn oogleden naar haar kijkt.
Hij weet dat ik hier sta, dien onterik, denkt ze.
- En Here, toen het uwe dienstknecht zijn kniegies geboge, en gevroege, of ie nog een tekentje wou geve, wie die echtvriendin mocht weze, want het is een stap, Here, een stap die een zondaar van zijn eige niet kin doen, zonder dat tie geleid wordt... en toen ik vanmiddag bij deze broeder en zuster was, en deze Martha het volkie zag dienen, toen heb je mijn bepaald dat deze een uitverkoren vat is.
Miet huivert ervan. Zulke praat doen, as je bidt! Dat is spotten, dat is gruwelijk spotten en hij doet het, omdat hij weet dat ik hier sta."

 

 2019806-cae5143284533086a2c2ae631057e64b.jpg
Jo Ypma (23 februari 1908 - 19 februari 1986)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Arnon Grunberg, Rob Schouten, Ruben van Gogh, Paul van Ostaijen, Hugo Ball, Danilo Kis, Sean O'Faolain, Ishmael Reed, Edna St. Vincent Millay

De Nederlandse schrijver Arnon Grunberg werd geboren in Amsterdam op 22 februari 1971. Zie ook alle tags voor Arnon Grunberg op dit blog.

Uit: Moedervlekken

“Kadoke wil aanbellen, maar het gras doet hem aarzelen. Hij pakt de tuinslang en begint de voortuin water te geven, de bomen, de planten, het gazon. De zoon die, zoals dat van hem werd verwacht, psychiater is geworden verzorgt de tuin. Vroeger speelde hij weleens badminton met zijn vader in de voortuin. Die tijd is voorbij, er wordt nu voornamelijk naar het gras gekeken als naar een vertrouwd en toch nog altijd mooi schilderij. Het heeft al bijna tien dagen niet geregend, op het gras zijn gele plekken ontstaan. Jarenlang is het hier goed onderhouden, met liefde is aan deze tuin gewerkt, in elk geval met een volharding en een verantwoordelijkheidsgevoel die niet van liefde te onderscheiden zijn. Doorzettingsvermogen is ook liefde – de weigering om op te geven, de weerzin om te verliezen, om te sterven, allemaal vormen van liefde. Tragisch dat een korte periode van droogte zo’n ravage aanricht.
Het is vroeg in de ochtend maar nu al warm. Een buurvrouw staart naar hem, maar Kadoke doet alsof hij haar niet ziet. Er is niets merkwaardigs aan dit tafereel: de zoon geeft de verdorde tuin water, de goede zoon, de zich om alles en nog wat bekommerende zoon, de zoon die leeft opdat anderen niet hoeven te sterven.
Maar hij kan zich nu juist niet om alles bekommeren, of beter gezegd: zijn zorg leidt niet altijd tot het gewenste resultaat. Dát is het probleem. Hij heeft de meisjes instructies gegeven, sommige heeft hij in het Engels opgeschreven en in de keuken op een kast gehangen en terwijl hij het gras water geeft, begint hij zich af te vragen waarom zijn simpele instructies niet zijn opgevolgd. ‘Please, water the garden when the lawn is dry’; zo moeilijk is dat toch niet te begrijpen? De jonge vrouwen die zijn moeder verzorgen kunnen best tussendoor de tuin besproeien. Zo intensief hoeft moeder ook weer niet in de gaten te worden gehouden, dat er geen tijd meer is voor het gras.
Kadoke weet wie hij is: Otto Kadoke, kalm, toegewijd maar niet té empathisch, dat is slecht voor de kalmte, slecht voor de behandeling, de arts moet niet te nabij komen. De nadruk ligt op de derde lettergreep, het is Kadoké, maar als mensen zijn naam verkeerd uitspreken corrigeert hij hen niet. Wat is een naam? Hooguit een geschiedenis waartoe je je moet verhouden. Ze mogen hem ook ‘dokter’ noemen. Officiële papieren ondertekent hij met O. Kadoke.”

 

 2011071-81c3cb63df1c5c0d2bf3cd1e408c5ff9.jpg
Arnon Grunberg (Amsterdam, 22 februari 1971)

 

 

De Nederlandse schrijver, dichter, literatuurcriticus en columnist Rob Schouten werd geboren in Hilversum op 22 februari 1954. Zie ook alle tags voor Rob Schouten op dit blog.

 

Vroeger

Lang geleden, maar wel na de oorlog
- Want die ken ik slechts van horen zeuren -,
Die tijd die heette toen het heden nog,
Kon het navolgende octaaf gebeuren:

'De huizen klappertandden met hun deuren,
In elke hoek zat een ontstellende Moloch
Jongens van mijn leeftijd te verscheuren
En aan mijn bed waakte een krom gedrocht.

Sliep ik bij toeval in, dan kwamen de Harpijen
Om elk tot bloedens toe met mij te vrijen
En 's ochtends knaagde een enorme beverrat

Aan alles wat ik op mijn lever had',
Omdat ik met het geld voor de collecte
Mijn potje voor dichtbundels spekte.

 

 

In Paradisum

Prima bedenksel is het hoofd
en verre van gevangenis:
gedachten lopen in en uit,
over de balustraden hangen
oude en dierbare momenten,
nu eens geprononceerd en geurig
dan weer verzadigd achterover.
Alles heel smaakvol ingericht
met de geschiedenis der mensheid,
en praktisch ook: opdrachten komen binnen
en worden uitgevoerd, instincten stompen af
en groeien aan. Geen flauw idee
wanneer het maar eens afgelopen moet zijn.

Daar is net iets acht-, negenjarige gaande,
een dichtbegroeide schutting in de zon
tussen burgermansschuurtjes
en onbedorven buren in de uni,
kat en vlinder, 'komen jullie binnen?'
tevredenheid straalt er vanaf
in het holst van het hoofd,
alles rimpelt, ritselt en veert op
als ik even kom binnenrijven.

 

 

Ziel

Ik zou liever een kwaliteitsziel hebben
die ik niet kende; niet dit inruilding
uit mensen die ik maar bekeken heb,
dat het alleen doet als ik ernaar kijk.

Mijn ziel zou ouderwets onzichtbaar zijn
en in mij zitten. Alles wat ik zweeg
en riep zou er duurzaam vervuld van zijn.
Ik zou er niet aan denken haar te wensen.

Zo'n ziel die je nog eens verkopen kunt.

 

 2011071-e08a16625d8eb22642dfc49cf3645d0b.jpg
Rob Schouten (Hilversum, 22 februari 1954)

 

 

De Nederlandse dichter Ruben van Gogh werd geboren in Dokkum op 22 februari 1967. Zie ook alle tags voor Ruben van Gogh op dit blog.

 

Vlinders

we smeten je
papierwinkel de afvalcontainer in
je hele hebben en houwen
(aanmaningen, afschriften, herinneringen)
vloog als een cluster dartelende vlinders
een onbestemde toekomst tegemoet
opgetogen bijna

dat het zware soms zo licht kan zijn
net als die dakpan toen
die ik van boven zag komen, in vertraging haast
vriendelijk naar me zigzaggend,
blinkend in de zon

vlak voor hij vlak voor mijn voeten
met een rotklap aan gruzelementen sloeg

 

 

Een avond in de polder

neem mij mee, riep ik

maar geen schip kwam voor mij

links & rechts werd men opgestraald,
maar geen schip kwam voor mij

de liefde werd bedreven met
struise dames op ongekende hoogtes,
maar geen schip kwam voor mij

gefaseerd, gemuteerd & verbouwereerd
keerde men weer terug op aarde, met een
duidelijk waarneembare blijere blik in de ogen

maar geen schip kwam voor mij

 

 2011071-df38a68055cfae9409656d8160b60f01.png
Ruben van Gogh (Dokkum, 22 februari 1967)

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Paul van Ostaijen werd geboren in Antwerpen op 22 februari 1896. Zie ook alle tags voor Paul van Ostaijen op dit blog.

 

Vreugde

Onder de gloedende zoen van mijn levenscheppende vreugde ligt de stad;
vreugde in mij, niet om welke oorzaak ook, maar om zich zelf:
zo is elke grote liefde. Mijn vreugde is een absolute liefde.
Dat weet ik: ik ben een schepper die een warme golf over de stad laat varen.

Op schaliedaken ligt maanlicht dol in vreugde, goud-gelukkig.
Ik weet: moest de verzoeking mij op een hoogte brengen
van al de schaliedaken zou ik maanlicht stromen zien:
een ziedende zee van zilveren golven uit licht lopend goud.

Veni Creator van het leven: vreugde om de vreugde!
Voel ik nu niet rusten de lippen van mijn geliefde op mijn mond?
Alles stroomt naar mij toe, - gelijk het maanlicht schept een zee: haar eigen leven, -
nu ben ik een beeld der volle vreugde.

Mijn moeder heeft mij tans bekeken met haar warmste ogen;
nooit was de handdruk van mijn vriend hechter als deze al is mijn vriend ook ver,
en nooit zoende mij zó een geliefde als deze die ik niet ken.
Van de avondlike bomen valt licht vol schittering.

Een koets zou over mijn lichaam kunnen heenrijden,
dit zou mijn vreugde niet even kwetsen.
Mijn vreugde zou gaan en het klingelen der sukkel-belletjes
door het geschal van bazuinen vertalen.

 

 2011071-9845c1fc89594170b1da917818f06283.png
Paul van Ostaijen (22 februari 1896 – 18 maart 1928)
Standbeeld in Antwerpen 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Hugo Ball werd geboren op 22 februari 1886 in Pirmasens. Zie ook alle tags voor Hugo Ball op dit blog.

 

Gadji beri bimba

gadji beri bimba glandridi laula lonni cadori
gadjama gramma berida bimbala glandri galassassa laulitalomini
gadji berl bin blassa glassala laula lonni cadorsu sassala bim
gadjama tuffm i zimzalla binban gligla wowolimai bin beri ban
o katalominai rhinozerossola hopsamen laulitalomini hoooo
gadjama rhinozerossola hopsamen
bluku terullala blaulala loooo

zimzim urullala zimzim urullala zimzim zanzibar zimzalla zam
elifantolim brussala bulomen brussala bulomen tromtata
velo da bang bang affalo purzamai affalo purzamal lengado tor
gadjama bimbalo glandridi glassala zingtata pimpalo ögrögöööö
viola laxato viola zimbrabim viola uli paluji malooo

tuffm im zimbrabim negramai bumbalo negramai bumbalo tuffm i zim
gadjama bimbala oo beri gadjama gaga di gadjama affalo pinx
gaga di bumbalo bumbalo gadjamen
gaga di bling blong
gaga blung

 

 2011071-301a6321b141d0405ab190756a69d600.png
Hugo Ball (22 februari 1886 – 14 september 1927)
Cover

 

 

De Servische schrijver Danilo Kiš werd geboren op 22 febrari 1935 in Subotica. Zie ook alle tags voor Danilo Kiš op dit blog.

Uit: Hourglass (Vertaald door Ralph Manheim)

“Thanks to suffering and madness, I have had a finer, richer life than any of you, and I wish to go to my death with dignity, as befits the great moment after which all dignity and majesty cease. Let my body be my ark and my death a long floating on the waves of eternity. A nothing amid nothingness. What defense have I against nothingness but this ark in which I have tried to gather everything that was dear to me, people, birds, animals, and plants, everything that I carry in my eye and in my heart, in the triple-decked ark of my body and soul. Like the pharaohs in the majestic peace of their tombs, I wanted to have all those things with me in death, I wanted everything to be as it was before; I wanted the birds to sing for me forever, I wanted to exchange Charon's bark for another, less desolate and less empty; I wanted to ennoble eternity's unconscionable void with the bitter herbs that spring from the heart of man, to ennoble the soundless emptiness of eternity with the cry of the cuckoo and the song of the lark. All I have done is to develop that bitter poetic metaphor, carry it with passionate logic to its ultimate consequence, which transforms sleep into waking (and the converse); lucidity into madness (and the converse); life into death, as though there were no borderline, and the converse; death into eternity, as if they were not one and the same thing. Thus my egoism is only the egoism of human existence, the egoism of life, counterweight to the egoism of death, and, appearances to the contrary, my consciousness resists nothingness with an egoism that has no equal, resists the outrage of death with the passionate metaphor of the wish to reunite the few people and the bit of love that made up my life.”

 

 2011071-83a8f01345fb0a7cd8dba633fa935d7d.jpg
Danilo Kiš (22 februari 1935 – 15 oktober 1989) 

 

 

De Ierse schrijver Sean O'Faolain werd geboren op 22 februari 1900 in Cork. Zie ook alle tags voor Sean O'Faolain op dit blog.

Uit:The Fur Coat

“One thousand guineas? For a coat? Sure, that’s a whole year’s salary.”
“It is.”
Paddy drew into himself. “And,” he said, in a cautious voice, “is that the kind of coat you had in mind?”
She laughed, satisfied at having taken him off perch.
“Yerrah, not at all. I thought I might pick up a nice little coat for, maybe, thirty or forty, or at the outside, fifty quid. Would that be too much?”
“Go down to Switzers in the morning and bring it home on your back.”
But, even there, she thought she detected a touch of bravo, as if he was still feeling himself a great fellow. She let it pass. She said she might have a look around. There was no hurry.
She did not bring up the matter again for quite fifteen minutes again.
“Paddy! About that fur coat. I sincerely hope you don’t think I’m being vulgar?
“How could you be vulgar?”
“Oh, sort of nouveau riche. I don’t want a fur coat for a show-off.” She leaned forward eagerly. “Do you know the reason why I want a fur coat?”
“To keep you warm. What else?”
“Oh, well, that too, I suppose, yes,” she agreed shortly, “But you must realize that from this on we’ll be getting asked out to parties and receptions and so forth. And - well - I haven’t a rag to wear!”

 2011071-e2e99fd9d67e70fb1e58542673ca4d44.jpg
Sean O'Faolain (22 februari 1900 – 20 april 1991)

 

 

De Afro-Amerikaanse dichter, schrijver en essayist Ishmael Scott Reed werd geboren op 22 februari 1938 in Chattanooga, Tennessee. Zie ook alle tags voor Ishmael Reed op dit blog.

 

Dialog Outside the Lakeside Grocery

The grocery had provided him with
boxes of rotten lettuce
He was loading them onto a
yellow pick-up truck
He was a frail white man and
wore a plaid woolen shirt and
frayed dungarees
I was sitting in a gray chevrolet
rent-a-dent
"I have eight adult geese and
twenty-six ducks," he said
and i said
"I'll bet you have a big management
problem," and he said
"They're no trouble at all. My
wife raised two of them in the house.
When she goes near their pen
the geese waddle towards her
and nibble the lettuce out of her
hand"
"I'd never think of killing them"
he said
"They keep me out of the bars"

 

 2011071-0bd40c114be35239d36677435d299384.jpg
Ishmael Reed (Chattanooga, 22 februari 1938)
 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Edna St. Vincent Millay werd geboren op 22 februari 1892 in Rockland, Maine. Zie ook alle tags voor Edna St. Vincent Millay op dit blog.

 

Sonnet VII

When I too long have looked upon your face, 
Wherein for me a brightness unobscured 
Save by the mists of brightness has its place, 
And terrible beauty not to be endured, 
I turn away reluctant from your light, 
And stand irresolute, a mind undone, 
A silly, dazzled thing deprived of sight 
From having looked too long upon the sun. 
Then is my daily life a narrow room 
In which a little while, uncertainly, 
Surrounded by impenetrable gloom, 
Among familiar things grown strange to me 
Making my way, I pause; and feel, and hark, 
Till I become accustomed to the dark. 


Sonnet VIII

And you as well must die, belovèd dust, 
And all your beauty stand you in no stead; 
This flawless, vital hand, this perfect head, 
This body of flame and steel, before the gust 
Of Death, or under his autumnal frost, 
Shall be as any leaf, be no less dead 
Than the first leaf that fell,–this wonder fled, 
Altered, estranged, disintegrated, lost. 
Nor shall my love avail you in your hour. 
In spite of all my love, you will arise 
Upon that day and wander down the air 
Obscurely as the unattended flower, 
It mattering not how beautiful you were, 
Or how belovèd above all else that dies. 

 

 2011071-2b0eb8a34aafccb78bb7fd22839aaed7.jpg
Edna St. Vincent Millay (22 februari 1892 – 19 oktober 1950)
 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e februari ook mijn blog van 22 februari 2015 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:26 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten