Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 24 februari 2017 tot 25 februari 2017

Amin Maalouf, Aldo Busi, Gabriël Smit, Anthony Burgess, Robert Rius, Karl May, Lesja Oekrajinka, Vittoria Colonna

De Libanese (Franstalige) schrijver Amin Maalouf werd geboren in Beiroet, Libanon, op 25 februari 1949. Zie ook alle tags voor Amin Maalouf op dit blog.

Uit: De ontheemden (Vertaald door Marianne Gossije)

“Vaak dachten zijn gesprekspartners dat hij ‘een oude vriend’ bedoelde. Maar Adam koos zijn woorden niet lichtvaardig. Mourad en hij waren vrienden geweest en daarna waren ze geen vrienden meer. In zijn ogen was ‘vroegere vriend’ dus de enige juiste woordkeus.
Wanneer hij die benaming gebruikte in haar bijzijn volstond Dolores met een meewarige glimlach. Maar die ochtend glimlachte ze niet.
‘Als ik morgen ruzie krijg met mijn zus, wordt ze dan ineens mijn vroegere zus? En mijn broer mijn vroegere broer?’
‘Met familie is het anders, dan heb je geen keus …’
‘In dit geval heb je ook geen keus. Een jeugdvriend, dat is een aangenomen broer. Je kunt er spijt van hebben dat je hem hebt aangenomen, maar je kunt hem niet ontaannemen.’
Adam had haar omstandig kunnen uitleggen dat bloedbanden van een heel andere orde waren, maar dan had hij zich op glibberig terrein begeven. Per slot van rekening was er tussen hem en zijn vriendin ook geen bloedverwantschap. Hield dat dan in dat zij op een dag ook van elkaar konden vervreemden, al stonden zij elkaar nu nog zo na? En dat als de een de ander aan zijn sterfbed riep, hij een weigering kon krijgen? Alleen al het ter sprake brengen van die mogelijkheid zou onterend geweest zijn. Hij verkoos te zwijgen.
Het had trouwens geen enkele zin om in discussie te gaan. Vroeg of laat zou hij toch moeten toegeven. Hij had redenen genoeg om Mourad van alles en nog wat kwalijk te nemen, om zijn vriendschap met hem op te zeggen en zelfs om hem te ‘ontaannemen’, ongeacht wat zijn vriendin daarvan vond, maar al die redenen stelden niets meer voor zodra de dood nabij was. Als hij niet naar het ziekbed van zijn vroegere vriend ging, zou hij daar tot zijn laatste snik spijt van hebben.
En dus had hij het reisbureau gebeld om een plaats te reserveren op de eerstvolgende rechtstreekse vlucht – diezelfde dag, ’s middags om half zes, met aankomst om elf uur ’s avonds. Sneller kon bijna niet.”

 

 2011939-17ccfc57e7d1b326b7fe125d0051934c.jpg
Amin Maalouf (Beiroet, 25 februari 1949)

 

 

De Italiaanse schrijver en vertaler Aldo Busi werd geboren op 25 februari 1948 in Montichiari, Brescia. Zie ook alle tags voor Aldo Busi op dit blog.

Uit: Standard Life of a Temporary Pantyhose Salesman (Vertaald door Ercole Guidi)

"And so you're going to stick it up our colleague's ass."
"I demand a «Sir», or you won't hear a word from me."
"And so, sir, you're going to stick it up our colleague's ass, are you mother fag?"
"And not only a «Sir». As soon as I'm out of here I'm filing a complaint with the questura (4) and then right on to the newspapers. Either waste me or leave me be."
"Hear that? nice, our «Signor»..."
"I'm nice, I know. So is your colleague in Naples. You don't throw it up a schmuck's ass. That of the «slur» is an excuse good for a terrone."
The attack had been the best sorcery. Entrance them, in order to avoid a good thrashing in places where the bruises won't show.
It was the submissive who usually came out bashed, for they didn't know how to stick to the rules.
"Don't you know, you mother faggot, that we can lock you up for offence of public official? Or else hold you here as long as we want? Or..."
"Hands off of me! To begin with, don't you ever forget to address me with a «Sir», and you had better call the police station of my home town, so you'll see that I'm clean and I can even make my train.
"Second, to get it up one's ass is not a crime, and if it were I'd be carrying a machine-gun. It's rather a pastime now accessible to everyone, even to the Arma (6).
"Third, I know another colleague of yours, car plate and all, whom one night here in Verona forced me to give him a blowjob at gun point. I'd be compelled to talk, give out his name. And, who knows, it may even turn out he's one of your commanding officers, with wife and kids..."
Angelo loved to hear himself speak; panic created irresistible concatenations at hearing self-evident charms."

 

 2011939-4afb18e1a5aeb2854156c70268df5950.jpg
Aldo Busi (Montichiari, 25 februari 1948)

 

 

De Nederlandse dichter, essayist, toneelschrijver, vertaler, kunstcriticus, journalist, redacteur en politicus Gabriël Wijnand Smit werd geboren in Utrecht op 25 februari 1910. Zie ook alle tags voor Gabriël Smit op dit blog

 

Conflict
Voor Vader

Vader, deze woorden zijn geen trots-verwaten weten,
zij zijn de steigerende wil van mijn geslacht;
geen liefdeloosheid, maar de verbeten
kentering van mijn jonge kracht.

Vader, weet je dat de wereld met haar lichtreclame,
voor mij meer spreekt van God dan sterrenpracht?
en dat het starend uitzien vanuit donkere ramen
over drukke avondstraten, mij de stilte bracht?

Vader, helle schreeuwen van sirenen,
grijpend met machtig klauwen in de sterke dag,
doen jou herinneren een verdwenen
bezonkenheid - mij een dageraadslach.

Vader, dit leven is één eindeloos geven,
overdragen, geslacht op geslacht;
een korte innigheid - oneindig-diep beleven -
en dan vervreemding - noodzaak - zonder klacht.

Vader, dit kàn geen troosten zijn, alleen berusten:
dit leven kent slechts de bedwongen pijn.
Maar weet: wij landen beiden aan de zelfde kusten,
en zullen beiden, Vader, eens geroepen zijn. -

 

 

Tien sonnetten

III
Gij zijt het, Heer, die alle ding vervult.
Niets is het zonder U, ontzield, verloren
in blind verzuchten, dat Gij niet kunt hooren
omdat het niets dan barre leegte onthult,

leegte en wanhoop, doodgemarteld keeren
naar een waanzinnig opgezweept begin,
dat geen voltooien kent, geen recht, geen zin
dan in één sarrend, radeloos ontberen.

Doch Gij, Verlosser, hebt den nacht gebroken,
den steen gewenteld en het starre donker
verlaten voor uw eeuwig morgenlicht,

uw vuur in alle dingen ons ontstoken,
dat achter hun doorzichtig, stil geflonker
de glorie oplaait van uw vergezicht.

 

 2011939-2dd4e25fc0c27b707e5de2aa8b3dcbaa.jpg
Gabriël Smit (25 februari 1910 – 23 mei 1981)
Portret door J.H. Moesman, 1931

 

 

De Britse dichter en schrijver Anthony Burgess werd geboren op 25 februari 1917 in Manchester, Engeland. Zie ook alle tags voor Anthony Burgess op dit blog.

Uit: Napoleon Symphony

"The fucking heat and the flies and scorpions and all this fucking sand....These fucking great swarms of black flies had plenty to drink, which was the sweat on our necks and faces. In a way you could see that a man could laugh at the extremes of the misery of it, stumbling through all this white sand like hot snow, the dried shit in our breeches, and knowing we were marching on on on on only to get cut to pieces with fucking axes and scimitars at the end of it....Once or twice we came to villages, but they were all empty or full of dead that the Bedouin had left to the flies and the ants, and the wells had been filled in with stones....and the only sound was the buzzing of those fucking great black flies....and the sun was like a great round arse shitting fire."
(...)

"Defiling their shadows, infidels, accursed of Allah, with fingernails that are foot-long daggers, with mouths agape like cauldrons full of teeth on the boil, with eyes all fire, shaitans possessed of Iblis, clanking into their wars all linked, like slaves, with iron chains. Murad Bey, the huge, the single-blowed ox-beheader, saw without too much surprise mild-looking pale men dressed in blue, holding guns, drawn up in squares six deep as though in some massed dance depictive of orchard walls. At the corners of the squares were heavy giins and gunners. There did not seem to be many horsemen. Murad said a prayer within, raised his scimitar to heaven and yelled a fierce and holy word. The word was taken up, many thousandfold, and in a kind of gloved thunder the Mamelukes threw themselves on to the infidel right and nearly broke it. But the squares healed themselves at once, and the cavalry of the faithful crashed in three avenging prongs along the fire-spitting avenues between the walls. A great gun uttered earthquake language at them from within a square, and, rearing and cursing the curses of the archangels of Islam on to the uncircumcized, they wheeled and swung towards their protective village of Embabeh. There they encountered certain of the blue-clad infidel horde on the flat roofs of the houses, coughing musket-fire at them. But then disaster sang along their lines from the rear as shell after shell crunched and the Mamelukes roared in panic and burden to the screams of their terrified mounts, to whose ears these noises were new. Their rear dissolving, their retreat cut off, most sought the only way, that of the river. They plunged in, horseless, seeking to swim across to join the inactive horde of Ibrahim, waiting for .action that could now never come. Murad Bey, with such of his horsemen as were left, yelped off inland to Gizeh."

 

 2011939-d54ea43ecfd31ecd71dca058003f8b15.jpg
Anthony Burgess (25 februari 1917 – 22 november 1993)

 

 

De Franse dichter Robert Rius werd geboren op 25 februari 1914 in Château-Roussillon. Zie ook alle tags voor Robert Rius op dit blog

Uit: Picasso

LE TELEPHONE. - Je suis un cercueil qui sert de cible.
LE MANNEQUIN.- Ex-premier mannequin de l'entourage de l'impératrice ! (il agite une cloche … Le silence se fait). Veuillez, s'il vous plaît, regagner votre place. Le jour est proche.
LA PATINETTE. - Ma mère m'a fait trottinette.  Des enfants m'ont cassée. Picasso m'a fait grue ! …
Picasso se lève, sort lentement de la pièce où le bruit de cette conversation s'estompe et s'éteint au fur et à mesure que le bruit de ses pas décroît.
Le jour se lève.
Picasso est maintenant dans la rue. Il relève sur les trottoirs les dessins d'enfants abandonnés par la nuit.
Puis il revient et s'endort. Il continue le rêve des objets et des enfants.

 

L’herbe sans couture

L’étincelle n’a duré
que l’espace d’une tempête ensevelie
en travail de minuit
Le regard de ta vie
frappe
les murailles de lumière
Noir
rayon de chair
appelé au destin de vivre
du croupissement onirique
dans le coffret satiné de ma dernière nuit
Ma vie de plaisirs entomologiques
a vu le fond des labyrinthes
villes entières cantharides
les fontaines jaillissent pendant vos amours

Mais les horloges mâchent tous les passants

 

 2011939-6029d43d546da26f8b53a535c4efde77.jpg
Robert Rius (25 februari 1914 - 21 juli 1944)
Château-Roussillon op een oud schilderij

 

 

De Duitse schrijver Karl May werd geboren op 25 februari 1842 in Hohenstein-Ernstthal. Zie ook alle tags voor Karl May op dit blog.

Uit: Winnetou

„Ein Greenhorn notiert sich achthundert Indianerausdrücke, und wenn er dem ersten Roten begegnet, so bemerkt er, daß er diese Notizen im letzten Couvert nach Hause geschickt und dafür den Brief aufgehoben hat. Ein Greenhorn kauft Schießpulver, und wenn er den ersten Schuß tun will, erkennt er, daß man ihm gemahlene Holzkohle gegeben hat. Ein Greenhorn hat zehn Jahre lang Astronomie studiert, kann aber ebenso lang den gestirnten Himmel angucken, ohne zu wissen, wie viel Uhr es ist. Ein Greenhorn steckt das Bowiemesser so in den Gürtel, daß er, wenn er sich bückt, sich die Klinge in den Schenkel sticht. Ein Greenhorn macht im wilden Westen ein so starkes Lagerfeuer, daß es baumhoch emporlodert, und wundert sich dann, wenn er von den Indianern entdeckt und erschossen worden ist, darüber, daß sie ihn haben finden können. Ein Greenhorn ist eben ein Greenhorn – – und ein solches Greenhorn war damals auch ich.
Aber man denke ja nicht etwa, daß ich die Überzeugung oder auch nur die Ahnung gehabt hätte, daß diese kränkende Bezeichnung auf mich passe! O nein, denn es ist ja eben die hervorragendste Eigentümlichkeit jedes Greenhorns, eher alle andern Menschen, aber nur nicht sich selbst für "grün" zu halten.
Ich glaubte ganz im Gegenteile, ein außerordentlich kluger und erfahrener Mensch zu sein; hatte ich doch, so was man zu sagen pflegt, studiert und nie vor einem Examen Angst gehabt! Daß dann das Leben die eigentliche und richtige Hochschule ist, deren Schüler täglich und stündlich geprüft werden und vor der Vorsehung zu bestehen haben, daran wollte mein jugendlicher Sinn damals nicht denken. Unerquickliche Verhältnisse in der Heimat und ein, ich möchte sagen, angeborener Tatendrang hatten mich über den Ozean nach den Vereinigten Staaten getrieben, wo die Bedingungen für das Fortkommen eines strebsamen jungen Menschen damals weit bessere und günstigere waren als heutzutage.“

 

 2011939-abf9d827a672e72e48e95cd1b7244628.jpg
Karl May (25 februari 1842 – 30 maart 1912)
Pierre Brice als Winnetou en Lex Barker als Old Shatterhand in de Winnetou-films, 1962-1968

 

 

De Oekraïense dichteres, schrijfster en vertaalster Lesja Oekrajinka werd geboren op 25 februari 1871 in Novograd-Volynsky. Zie ook alle tags voor Lesja Oekrajinka op dit blog.

 

Hoffnung

Kenn weder die Freiheit noch Freude und Glück,
Im Herzen blieb mir nur die Hoffnung zurück.

Die Heimat noch einmal wiederzusehen,
Wo Winde und Stürme die Hüttenumwehen,

Zu sehen den Dneper durchbrausen die Ferne –
Ach, leben und sterben möcht‘ ich dort so gerne, –

Die Steppen zu sehen, der Trauben Geranke
Und dort auch zu denken den letzten Gedanken.

Kenn weder die Freiheit noch Freunde und Glück,
Im Herzen blieb mir nur die Hoffnung zurück.

 

 

Sonett

Fantasie, du zaubervolle Macht,
bautest auf die Welt aus leeren Fernen,
gabst Gefühl den seelenlosen Sternen,
und erwecktest Tote aus der Nacht.

Führst die Wellen, und sie folgten gerne –
an dich wend’ ich mich in meiner Schmach,
sage, Wundervolle, wie man’s macht,
dass den Menschen leicht sei, wie man’s lerne.

Wie erneut man, sag, die alte Welt,
was der Gleichgültigen Herz erhellt?
Sag, wie weckt man den Verstand der Toren,

wo den Tag man findet, der verloren,
wie man denen helfe, die verzagen.
Sag: Wie soll das Unglück man ertragen?

Vertaald door Yaroslava Black

 

 2011939-5e5a01045e50474311019791c64cf7e8.jpg
Lesja Oekrajinka (25 februari 1871 – 1 augustus 1913) 
Monument in Loetsk

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Italiaanse dichteres Vittoria Colonna werd in april 1490 in Marino, bij Rome, geboren. Zie ook alle tags voor Vittoria Colonna op dit blog.

 

Sonnet

O WHEN the tender breeze and my sweet light
Made beautiful the day and pure and clear
The air, by paths secure in daring flight
I sought to raise myself on wings from here.

The glory disappeared, and early ways
Perforce I then abandoned and am sore
Troubled, for through dark skies and wildering maze
A friendly, guiding flame doth shine no more.   

Lost is the vigour that my wings did raise,
And the desire, that hope despiseth, grown
Helpless, in vain, in vain doth lift its gaze;
I tarry here below for, mortal pain
Defeating, I still live but loveless, lone,
The while thought soareth where my Sun doth reign.

 

Vertaald door Lorna de Lucchi

 

 2011939-0864c877c1935e2ef3c63a805644b5f8.jpg
Vittoria Colonna (april 1492 – 25 februari 1547)
Portret door Girolamo Muziano. 16e eeuw

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e februari ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:11 Reageer op dit bericht

Franz Xaver Kroetz, Gérard Bessette, Mary Chase, Karl Wilhelm Ramler, Friedrich von Spee, Carlo Goldoni, Quirinus Kuhlmann

De Duitse dichter, schrijver, regisseur en acteur Franz Xaver Kroetz werd geboren op 25 februari 1946 in München. Zie ook alle tags voor Franz Xaver Kroetz op dit blog.

 

Welle

Etz is vobei,
daßi Reiter war,
und i gä nimma
auf vier Eisn.

As Roß gäd zum Metzga,
da Summa aa.
Aso gäd ois hoam,
und i gä mid.

Bloß mei Kind
raunzt »Baba drong«
und i hebs ummanand,
bis eischlaft.

Da Herrgod hodma
a kranks Pferd gem
und a gsunds Dirndl.

Am Deife ware vafoin,
dade mi beklong.

De Nachd hodda Angsd
an Garaus gmacht.
Finsta muaß sei,
wenne mi seng muaß.

Iwaseng
koname
grod am Dog.

 

 2011936-37cbff7b16e6f48f8a2fdb914edc2366.jpg
Franz Xaver Kroetz (München, 25 februari 1946)

 

 

De Canadese schrijver Gérard Bessette werd geboren op 25 februari 1920 in Sainte-Anne-de-Sabrevois, Quebec. Zie ook alle tags voor Gérard Bessette op dit blog.

Uit: La Bagarre

“Bouboule nourrissait une haine féroce contre les trustards en général et la Compagnie de Transport en particulier, et il proférait contre eux, de sa petite voix calme, sans un geste, sans un tressaillcmcnt, des violences à faire se pâmer d’aise un communiste.
Comme il avait entendu la remarque de Bill sur le goudron, il s’empressa d’enchaîner
R’marque ben c’que j’te dzis, Bill : si ça contsinue, ils vont les emplir de marde, nos chârs, pis ils vont nous faire netteyer ça avec note langue.
Du goudron, ça entre dans l’bois, ça enfonce creux, t’a pas idée, serpent…!
Pis v’là-t-y pas que c’maudit râleux de fiche-cul de Lc'vêquc, v’là-t-y pas qu’il vient me dire que c’est pas assez net ! Il faudrait, mon cher, passer un mal chié comme ça dans l’moulin à viande
Tout en parlant de sa petite voix calme, Bouboule ouvrait sa boîte à lunch et disposait soigneusement ses sandwiches devant lui.
J’te dzis, moé, continua-HI, j’te dis que si ça continue, ils vont remplir nos chârs de marde!
Ouais ! dit Lebeuf, tu viendras tout de même pas me dire que la compagnie s’amuse à jeter du goudron dans les tramways pour le plaisir de la chose.
Ils en sont ben capables, ronchonna Bouboulc, ça me surprendrait pas &ne miette. Ils en sont ben...
Coute donc, interrompit Bill qui avait enfin réussi à se débarrasser d’un de ses sandwiches, ’coutc donc, c’L’beuf, tu jases què’qucfois avec l’inspecteur, toue', c’est-y vrai qu’on va p’tête ben striker?”
De nouveaux balayeurs entraient peu à peu et s’installaient sur les banquettes. Bouboule cessa de manger.
On va striker?
H’ai lu ça dans un bout de journal qui traînait, expliqua Bill. Il paraît que ça se brasse.
Comment ! Tu lis les journaux à c’t’heure ‘? Je pensais que ton pére t’avait pas montré à lire!
C’était le caissier qui venait de passer sa grosse tête chauve par le guichet.”

 

 2011936-73f844392797cd51f77e657d29a26573.jpg
Gérard Bessette (25 februari 1920 – 21 februari 2005)

 

 

De Amerikaanse schrijfster Mary Chase werd geboren op 25 februari 1907 in Denver, Colorado. Zie ook alle tags voor Mary Chase op dit blog.

Uit: Harvey

“ELWOOD answers the phone. (Note: If you do this monologue, bring a cell phone to use. Also place HARVEY in an actual chair nearby.)
ELWOOD: (To HARVEY.) Excuse me a moment. I have to answer the phone. Make yourself comfortable. (In Phone.) Hello. No, you’ve got the wrong number. But how are you anyway? This is Elwood P. Dowd speaking. (Listens) I’ll do? Why, thank you, dear. And what is your name, my dear? (To HARVEY.) It’s a Miss Elsie Greenawalt. (In phone.)And how are you today, Miss Greenawalt? (Listens) Yes, that does sound like an offer too good to pass up. (To HARVEY.) Harvey, I can get the Ladies Home journal, Good Housekeeping, and the Open Road for Boys for just pennies a day . (In phone.) It sounds good, Miss Greenawalt. (Listens to HARVEY, who has clearly interrupted, and then speaks in the phone.) And Harvey says it sounds good to him, too. Yes, two subscriptions, please. Mail everything to this address—343 Temple Drive. And I do hope I’ll have the pleasure of meeting you face to face someday. (Listens, and then to HARVEY.) She says she’d like to meet me. (In phone.) When? (Listens.) When would you like to meet me? Why not right now? My sister seems to be having a few friends in, and we would consider it an hour if you would join us. The same address as the magazine subscriptions’. I hope to see you in a few minutes. Goodbye, my dear. (Hangs up.) She’s coming right over. Harvey, don’t you think you and I better go freshen up? (Exits the way he came in. As soon as he’s gone, MYRTLE escorts ETHEL in.)

 2011936-9d48dc599fd313b2912187c185e92464.jpg
Mary Chase (25 februari 1907 – 20 oktober 1981)

 

 

De Duitse jezuïet en dichter Friedrich von Spee werd op 25 februari 1591 in Kaiserswerth bij Düsseldorf geboren. Zie ook alle tags voor Friedrich von Spee op dit blog.

 

Trutz-Nachtigal

1.
Wan Morgenröt sich zieret
Mitt zartern Rosenglantz,
Vnd gar sich dan verlieret
Der Nächtlich Sternentantz:
Gleich lüstet mich spatziren
Jn grünen LorberWald,
Alda dan Musiciren
Die pfeifflein mannigfalt.

2.
Die Flügelreiche Schaaren,
Das FederBürschlein zart
Jn süssem Schlag erfahren
Noch kunst, noch athem spart:
Mitt Schnäblein wolgeschliffen
Erklingens wunder fein,
Vnd frisch in Lufften schiffen
Die schöne Mütterlein.

3.
Der grüne Wald ertönet
Von krausem Vogelsang;
Mitt Stauden stoltz gekrönet
Die Krufften geben klang:
Die Bächlein krumb geflochten
Auch lieblich stimmen ein,
Von Steinlein angefochten
Gar süßlich sausen drein.

4.
Die sanffte Wind in Lufften
Auch ihre Flügel schwach
An händen, Füß, vnd Hufften
Erschüttlen mitt gemach:
Da sausen gleich an bäumen
Die findgerührte Zweig,
Zur Music sich nitt säumen;
O woll der süssen Streich!

 

 2011936-6660af799a2d56d3037cb058b5b75b20.jpg
Friedrich von Spee (25 februari 1591 – 7 augustus 1635)
Postzegel bij zijn 400e geboortedag in 1991

 

 

De Duitse dichter en filosoof Karl Wilhelm Rạmler werd geboren in Kolberg op 25 februari 1725. Zie ook alle tags voor Karl Wilhelm Ramler op dit blog.

Das Ewige

Das Ewige ist stille,
laut die Vergänglichkeit,
schweigend geht Gottes Wille
über den Erdenstreit.

 

Der Fuchs und die Trauben

Ein Fuchs, der auf die Beute ging,
fand einen Weinstock, der voll schwerer Trauben
an einer hohen Mauer hing.
Sie schienen ihm ein köstlich Ding,
allein beschwerlich abzuklauben.
Er schlich umher, den nächsten Zugang auszuspäh’n.
Umsonst! Kein Sprung war abzuseh’n.
Sich selbst nicht vor dem Trupp der Vögel zu beschämen,
der auf den Bäumen saß, kehrt er sich um und spricht
und zieht dabei verächtlich das Gesicht:
»Was soll ich mir viel Mühe geben?
Sie sind ja herb und taugen nicht.«

 

 2011936-a511c7e01819b8fd00b6c6df4957580a.jpg
Karl Wilhelm Rạmler (25 februari 1725 – 11 april 1798)
Kolberg

 

 

De Italiaanse toneelschrijver Carlo Goldoni werd geboren in Venetië op 25 februari 1707. Zie ook alle tags voor Carlo Goldoni op dit blog.

Uit:Der Diener zweier Herren

„DOKTOR- Hier haben sie meine Hand - es bleibt dabei. Sie schlagen ein.
PANDOLFO. Es bleibt dabei. - Heute Verlobung und morgen Hochzeit. Unser junges Volk ist so ineinander verliebt, daß sie uns gern die weitläufigen Vorbereitungen und Zeremonien schenken werden. - Sie sollen Zeuge sein, alter Krugvaterl
TEBALDO- Viel Ehre!
PANDOLFO- Man kann wohl sagen, hier hat der Himmel seine Hand im Spiele gehabt. Ohne den plötzlichen Tod des jungen Rasponi wären wir wohl nie Schwäger geworden.
DOKTOR. Accidit in puncto - TEBALDO. Was? der junge Rasponi ist tot?
PANDOLFO- Tot! - Er ist ermordet worden - in einer Gesellschaft wilder junger Leute - der Liebhaber seiner Schwester, den er nicht leiden konnte, war auch dabei. Ich weiß die eigentliche Geschichte nicht; aber tot ist er.
TEBALDO- Der arme brave junge Mensch!
PANDOLFO- Haben Sie ihn gekannt?
TEBALDO- Wie das Mutterfäßchen in meinem Keller. Ich habe vier Jahre in Turin gewirtschaftet, und er war mein täglicher Gast. Ich hab’ auch seine Schwester gekannt, ein prächtiges Mädchen! nur zu männlich erzogen. Sie trieb alle Übungen ihres Bruders. - Wer hätte das denken sollen!“

 2011936-1670755ecd1f983122e94668300f259d.jpg
Carlo Goldoni (25 februari 1707 – 6 februari 1793)
Scene uit een opvoering in Wenen, 2016

 

 

De Duitse dichter en mysticus Quirinus Kuhlmann werd geboren op 25 februari 1651 in Breslau. Zie ook alle tags voor Quirinus Kuhlmann op dit blog.

Uit: Der Kühlpsalter

Der 2. Gesang

1
Erbarme dich, Heiligstgerechter Gott!
Ach wende weg den schongedräuten Todt!
Las mich doch nicht so kläglich untergehn!
Hilf, Jesus, hilf! wer kan vor dir bestehn?

2.
Schau, Vater, her auf meine Trauernacht!
Das Hertze bebt! di matte Lippe schmacht!
O herbes Weh! Es klagt mich alles an!
Ach, Jesus, ach! was habe ich gethan?

3.
Dort öffnet sich das schwartze Teufelhaus!
Abscheulich Ort! Ich werde Asch und graus!
Welch schwermen hegt di grause Höllenschaar?
Komm, Jesus, komm! Es nahet di Gefahr!

 

 2011936-d85dfc1b1235e3a4369e29e4477b04d0.jpg
Quirinus Kuhlmann (25 februari 1651 – 4 oktober 1689)
Cover

Geschreven door Romenu om 12:09 Reageer op dit bericht

Karel Toman

De Tsjechische dichter, journalist en vertaler Karel Toman werd geboren 25 februari 1877 in Kokovice. Toman bezocht het gymnasium in Slaný en later het aartsbisschoppelijk seminarie in Příbram. Hij begon aan een studie rechten, maar brak deze af, ging werken als bediende in de archieven van de Nationale Assemblee, verhuisde naar Wenen, en reisde door Duitsland, Engeland, Frankrijk en Nederland. Zijn poëtische carrière begon in de literaire kring Moderne Revue rond Arnošt Procházka, Jiří Karásek ze Lvovic, Karel Hlaváček, František Gellner, Stanislav Kostka Neumann, Jiří Mahen, Fráňa Šrámek, Rudolf Těsnohlídek en Viktor Dyk. In 1917 werd hij redacteur van de krant Národní listy. Hij publiceerde ook in andere tijdschriften. Na de Eerste Wereldoorlog werkteToman met de Lidové noviny samen. Toman werd lid van de Tsjechische democratische literaire beweging en wordt gerekend tot de groep van de anarchistische rebellen. Als dichter debuteerde hij op 1 februari 1895 in het Moravische tijdschrift Niva. Hij beschreef de hedendaagse maatschappij met het oog op de socialistische beweging, de conflicten van mensen die hun traditionele omgeving verlaten, rebelleren tegen de maatschappij, lijden in de oorlog, of aan een onbeantwoorde liefde.

 

April

A joyous springtide shower of rain
And God's first rainbow o'er the countryside!
The sower lays the seed-cloth down

And trustfully
Paces the soil where he has sown.

Though frosts may come, yet shall the sacred tilth

Be never marred.

For its one statute is to burgeon and to thrive,
To thrive though storm and sleet befall,

Defying all.

The worthy grandsires warm them by the chimney-side
And ancient wisdom, ancient ways they ponder o'er
And ancient weather-lore.

 


Vertaald door P. Selver

 

 

September

My brother has finished his ploughing, unharnessed the horses;
and now, in the gathering darkness
has quietly laid his head on the mane of his comrade
smoothing the neck; and begins to listen
to the voice of the country around him.

Far away sound the bells for the peaceful Eve of the Festival.
Through chill evening air arises the prayer of the villagers,
and the soul of the earth is in song: all anguish and faith and sorrow
are blended in one great hymn, and are soaring
up to the eternal skies.

Wenceslas, Holy one,
do not leave it to die into silence
for ourselves, or for men hereafter.

 

Vertaald door O. Elton

 

 2020484-2eee9c47034b76e74e16e54f4ae31fc8.jpg
Karel Toman (25 februari 1877 - 12 juni 1946)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Leon de Winter, Alain Mabanckou, George Moore, Erich Loest, Herman Maas, Luc Verbeke, Wilhelm Grimm, Friedrich Spielhagen, Jacques Presser

De Nederlandse schrijver Leon de Winter werd geboren in ’s-Hertogenbosch op 24 februari 1954. Zie ook alle tags voor Leon de Winter op dit blog.

Uit: Geronimo (Vertaald door Hanni Ehlers)

„Usama bin Laden lebte fünf Jahre lang hinter den Mauern seines Verstecks, lautet die offizielle Geschichte.
Das ist unrichtig. Er ist nachts regelmäßig ins Freie gegangen.
Auch am frühen Morgen des 11.September 2010 – acht Monate vor Operation Neptune Spear - schlüpfte er aus seinem Haus und fuhr das Moped aus dem Lagerraum. Wie üblich steuerte er ein Lebensmittelgeschäft an, das nie die Türen schloss.
ln Abbottabad, Pakistan, war es Viertel nach zwei in der Nacht, und JBL - so die vom amerikanischen Geheimdienst für ihn benutzre Abkürzung, die seine jüngste Braut, Amal, ihm auch manchmal hcrausfordcrnd ins Ohr flüstcrte: »UBL, mein Scheich, kommst du?« - war ein glücklicher Mensch.
Jetzt bloß keine übereilten Schritte tun, sagte er sich.
Er durfte sich nicht von dem wunderbaren Gedanken verleiten lassen, dass er morgen schon erreichen konnte, worauf er dreißig Jahre lang hingearbeitet hatte; länger noch, eigentlich sein ganzes Leben lang, seit er das Licht der Welt erblickt hatte. Das Blatt würde sich wenden. Geduld, dachte er, Geduld. Es wäre dumm, wenn er seinen Trumpf nach Jahren der Isolation und der Rückschläge nun Hals über Kopf ausspielen würde. Mit dem, was er jetzt wusste, war er in der Lage, seine Gegner schachmatt zu setzen.
Allah belohnte seinen Glauben und seine Demut. Ihm war eine Waffe geschenkt worden, vor der sich niemand schützen konnte.
UBL hätte seine Freude am liebsten laut herausgeschrien und den stillen Straßen und schlafenden Häusern zugerufen: Ich weiß es, ich weiß es, ich habe es entdeckt, ich weiß, was niemand weiß! Grinsend fuhr er auf seinem klapprigen Moped dahin und dachte: Es ist wahr, um. wird sich die Welt wieder gefügig machen!“

 

 2011769-548382abcedc6a1d615d47e559d98e49.JPG
Leon de Winter (’s-Hertogenbosch, 24 februari 1954)

 

 

De Duitse schrijver Erich Loest werd geboren op 24 februari 1926 in Mittweida. Zie ook alle tags voor Erich Loest op dit blog.

Uit: Jungen die übrigblieben

„Vor drei Tagen hatten Uhlig und Gietzel die Worte »Zeithain, Hauptlager« zum ersten Mal gelesen. Sie standen auf dem lange und nicht gerade sehnsüchtig erwarteten Einziehungsbefehl: »Sie haben sich am 3. Juni 44, bis 18 Uhr, in Zeithain über Riesa. Hauptlager einzufinden ...!« Diese Zettel waren eines Tages dagewesen und hatten eine jähe Änderung im täglichen Einerlei hervorgerufen. Telefonanruf in der Schule, überstürzter Abschied von den Lehrern und den letzten wenigen Schülern der Klasse. Gespielte Schadenfreude der Väter (»Zeithain, da könnt ihr was erleben!«)‚ durch die Besorgnis hindurchklang, zwei Tage wilden Trubels, ausgefüllt mit wichtigen Verrichtungen, Abschied hier und da. Schließlich eine Bahnfahrt mit unklaren, gemischten Gefühlen.
Dort war also Zeithain. Im Schatten schirmförmiger Kiefern glänzten die 'I‘eerdächer nackter Ziegelbauten.Sie waren niedrig, dunkelrot und unfreundlich. Nur wo die Straße den geflickten Lattenzaun traf . boten ein weißes Haus und eine Säule dem Auge einige Abwechslung.
Die Sonne brannte über die graugelbe Landschaft.
Links vor dem Hauptlager dehnte sich eine Fläche, besetzt mit allerlei Dingen, die wohl mit dem Militärdienst zusammenhingen. Künstliche Hecken, zerbrochene Mauern und niedrige Zäune, hölzerne Giebel imaginärer Häuschen, buntbemalte quadratische Scheiben mit Soldatenkögfen in der Mitte. Figuren aus Pappe und kleine Flugzeuge auf hohen Stangen gaben der Ebene ein eigenartiges Aussehen. Aber man würde ja wohl noch lernen, wozu das alles da war.
Uhlig kam, zwei Eisenbahnstunden weit, aus Chemnitz. Er trug die kurze schwarze Hose der Hitlerjugend mit dem dazugehörigen Koppel, ein blaukariertes Hemd und breitgetretene Halbschuhe ohne Strümpfe. Die Haare hatte er sich am Tage vorher noch etwas kürzer schneiden lassen. als er sie ohnehin schon getragen hatte. »Nur nicht auffallen«‚ hatte ihm sein Vater immer wieder gesagt. »Immer schön in der Mitte, nicht zu schnell und nicht zu langsam. Wenn du am ersten Tage auffällst, hängst du die ganze Zeit!« Und so war auch sein immerhin noch etwas ziviler Haarschnitt gefallen.“

 

2011769-588dbcc9965d3b018eca0ecbf125b2a5.jpg
Erich Loest (24 februari 1926 - 12 september 2013)
Cover

 

De Congolese dichter en schrijver Alain Mabanckou werd geboren op 24 februari 1966 in Congo-Brazzaville (Frans Congo). Zie ook alle tags voor Alain Mabanckou op dit blog.

Uit:Petit Piment

«Tout avait débuté à cette époque où, adolescent, je m’interrogeais sur le nom que m’avait attribué Papa Moupelo, le prêtre de l’orphelinat de Loango : Tokumisa Nzambe po Mose yamoyindo abotami namboka ya Bakoko. Ce long patronyme signifie en lingala « Rendons grâce à Dieu, le Moïse noir est né sur la terre des ancêtres », et il est encore gravé sur mon acte de naissance...
Papa Moupelo était un personnage à part, sans doute l’un de ceux qui m’avaient le plus marqué pendant les années que j’avais passées dans cet orphelinat. Haut comme trois pommes, il chaussait des Salamander à grosses semelles – nous les appelions des «chaussures à étages» – et portait de larges boubous blancs qu’il se procurait auprès des commerçants ouest-africains du Grand Marché de Pointe-Noire. Il ressemblait alors à un épouvantail de champ de maïs, en particulier au moment où il traversait la cour centrale et que les vents secouaient les filaos qui entouraient l’enceinte de l’orphelinat.
Chaque week-end nous attendions son arrivée avec impatience et l’applaudissions dès que nous apercevions sa vieille 4L dont le moteur, disions-nous, souffrait de tuberculose chronique. Le prêtre se débattait pour se garer dans la cour, reprenait cinq à six fois sa manœuvre alors que n’importe quel chauffard se serait parqué au même endroit les yeux fermés. Ce n’était pas par plaisir qu’il livrait cette bataille grotesque: c’était parce qu’il souhaitait, se justifiait-il, que « la tête de la voiture regarde déjà vers la sortie » et qu’il n’ait pas à se compliquer l’existence deux heures plus tard lorsqu’il regagnerait Diosso, la localité où il résidait, à une dizaine de kilomètres de Loango...
Une fois que nous étions à l’intérieur du local mis à sa disposition par l’institution juste en face des bâtiments qui nous servaient de salles de classe, nous formions un cercle autour de lui tandis qu’il nous distribuait des feuillets sur lesquels nous découvrions les paroles de la chanson à apprendre. Un vacarme traversait aussitôt la pièce car nous avions pour la plupart du mal à nous habituer au vocabulaire précieux de ce lingala tiré des livres écrits par les missionnaires européens et dans lesquels ces derniers avaient recueilli nos croyances, nos légendes, nos contes et nos chants des temps immémoriaux."

 

2011769-603a56c7d6fe21959af442324439432b.jpg
Alain Mabanckou (Congo-Brazzaville, 24 februari 1966)

 

 

De Ierse schrijver en kunstcriticus George Augustus Moore werd geboren op 24 februari 1852 in Ballyglass. Zie ook alle tags voor George Moore op dit blog.

Uit: The Untilled Field (A Letter To Rome)

“Ireland was passing away. In five-and-twenty years, if some great change did not take place, Ireland would be a Protestant country. “There is no one in this parish except myself who has a decent house to live in,” he murmured; and then an idea broke suddenly in his mind. The Greek priests were married. They had been allowed to retain their wives in order to avoid a schism. Rome had always known how to adapt herself to circumstances, and there was no doubt that if Rome knew Ireland’s need of children Rome would consider the revocation of the decree — the clergy must marry.
 He walked very slowly, and looking through the peat stacks he saw St. Peter’s rising above a rim of pearl-coloured mountains, and before he was aware of it he had begun to consider how he might write a letter to Rome. Was it not a fact that celibacy had only been made obligatory in Ireland in the twelfth century?
 When he returned home, his housekeeper was anxious to hear about James Murdoch, but the priest sat possessed by the thought of Ireland becoming a Protestant country; and he had not moved out of his chair when the servant came in with his tea. He drank his tea mechanically, and walked up and down the room, and it was a long time before he took up his knitting. But that evening he could not knit, and he laid the stocking aside so that he might think.
 Of what good would his letter be? A letter from a poor parish priest asking that one of the most ancient decrees should be revoked! The Pope’s secretary would pitch his letter into the waste paper basket. The Pope would be only told of its contents! The cardinals are men whose thoughts move up and down certain narrow ways, clever men no doubt, but clever men are often the dupes of conventions. All men who live in the world accept the conventions as truths. And the idea of this change in ecclesiastical law had come to him because he lived in a waste bog.”

 

 2011769-01550674d88514cae211321527f3da8a.jpg
George Moore (24 februari 1852 – 20 januari 1933)
George Moore in de tuin van de kustenaar door Edouard Manet, ca. 1879

 

 

De Nederlandse schrijver en journalist Herman Hubertus Joannes (Herman) Maas werd geboren in Venray op 24 februari 1877. Zie ook alle tags voor Herman Maas op dit blog.

Uit: Verstooteling

“Floortje Belmans was als jong meisje een knap postuurtje met een frisch-mooi gezichtje. Door haar natuurlijke bevalligheid en zuivere lijfbelijning had zij de aandacht getrokken van den burgemeester, sedert zij uit haar stadschen dienst thuis was. Nauwelijks vijftien jaren oud, had zij in de stad een dienst gevonden als kindermeisje. Zij was er vier jaren gebleven, van den eenen dienst in den anderen gegaan. Daarna moest zij een tijdje thuis komen, omdat haar moeder aan het sukkelen was geraakt. Maar zoodra zij gemist kon worden, zou ze toch weer een nieuwen dienst zoeken. Altijd thuis blijven was niet mogelijk; als ze allebei gezond waren, hadden haar ouders haar niet thuis noodig. En nu zij eenmaal van-huis-weg gewend was, beviel haar dat ook heel wat beter dan altijd bij vader en moeder, die maar met moeite konden rondkomen, en haar met dagelijksch gezeur over haar kleeding de stemming aanhoudend vergemelijkten.
Van vijftien tot negentien jaar had haar lichaam zich heel voordeelig ontwikkeld. De snit van haar kleeren deed haar gevulde slankheid goed uitkomen. Met wat coquetterie, omdat zij wist daarmee de meisjes van het dorp de oogen uit te steken, hield zij haar rok op, dat het om de beenen lichtzwaaiende witte onderrokje met volant, de dunne zwarte kousen, die de beenen vast omstrakten, en de kleine nauw-passende knoopschoentjes met verlakte puntjes, zichtbaar bleven, zooals zij dat van de stadsche dames had afgezien. 't Haar deed zij ook volgens de stadsche mode. Dat stond haar zoo goed, zei haar meesteres. En zij zelf zei het ook, als zij voor den spiegel stond.
Zóó zag de burgemeester haar en was dadelijk verliefd op haar mooie, lenige jongheid. Lekkerbekkend gretigden zijn oogen op haar gestalte aan. De blankheid van haar gelaat wekte zijn begeerte op en haar frisch-roode snoetje deed hem watertanden.”

 

 2011769-10c6c72181a89bb56d809dec97fa4196.jpg
Herman Maas (24 februari 1877 - 27 januari 1958)

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Luc Verbeke werd geboren in Wakken op 24 februari 1924. Zie ook alle tags voor Luc Verbeke op dit blog.

 

Reis

Het landschap vloeit voorbij
in sneeuw en ijs,
in rook
en wolken waterdamp.
De naakte bomen snellen aan
en vluchten ijlings weg
van alle waan ontdaan.
En dode palen
spannen draden
op en neer
tussen mijn heengaan
en mijn wederkeer.

Langs velden,
wit of vaal,
langs vaarten,
met water als staal,
langs huizen,
samen eenzaam,
schuiven mijn ogen,
met alle dingen gemeenzaam,
achter het spiegelglas
van het raam.

Geluiden denderen onder mij door.
De wielen halen zich op aan hun spoor:
een suizen en schuifelen
van ijzer en wind,
tot de avond valt
en de nacht begint,
en de stad met zijn vuur
en opwindend licht
mij plots beangst
voor het naderend uur
van het einde der reis.

Heer,
na de laatste witte winter,
aan de rode halte
van de donkre dood,
genees mij
van de vrees
voor wat mij van dit leven scheidt
en nog zijn laatste luister is.
Laat mij van doem en duisternis
voorgoed bevrijd,
volmaakt gelukkig
in Uw Licht geborgen zijn
en eeuwig met U licht zijn
in Uw zonneschijn.

 

 2011769-65926132574da43fbcd7a852608d8ccd.jpg
Luc Verbeke (24 februari 1924 – 30 september 2013)

 

 

De Duitse schrijver en taalwetenschapper Wilhelm Karl Grimm werd geboren in Hanau op 24 februari 1786. Zie ook alle tags voor Wilhelm Grimm op dit blog.

Uit: Hänsel und Gretel

„Vor einem großen Walde wohnte ein armer Holzhacker, der hatte nichts zu beißen und zu brechen, und kaum das tägliche Brod für seine Frau und seine zwei Kinder, Hänsel und Gretel. Einmal konnte er auch das nicht mehr schaffen, und wußte sich nicht zu helfen in seiner Noth. Wie er Abends vor Sorge sich im Bett herumwälzte, da sagte seine Frau zu ihm: »höre Mann, morgen früh nimm die beiden Kinder, gieb jedem noch ein Stückchen Brod, dann führ sie hinaus in den Wald, mitten inne, wo er am dicksten ist, da mach ihnen ein Feuer an, und dann geh weg und laß sie dort, wir können sie nicht länger ernähren.« »Nein Frau, sagte der Mann, das kann ich nicht über mein Herz bringen, meine eigenen lieben Kinder zu den wilden Thieren zu führen, die sie bald in dem Wald zerreißen würden.« »Wenn du das nicht thust, sprach die Frau, so müssen wir alle miteinander Hungers sterben;« da ließ sie ihm keine Ruhe, bis er Ja sagte.
Die zwei Kinder waren auch noch wach von Hunger, und hatten alles gehört, was die Mutter zum Vater gesagt hatte. Gretel dachte, nun ist es um mich geschehen und fing erbärmlich an zu weinen, Hänsel aber sprach: »sey still, Gretel, und gräm dich nicht, ich will uns helfen.« Damit stieg er auf, zog sein Röcklein an, machte die Unterthüre auf und schlich hinaus. Da schien der Mond hell und die weißen Rieselsteine glänzten wie lauter Batzen. Hänsel bückte sich und machte sich sein ganz Rocktäschlein voll davon, so viel nur hinein wollten, dann ging er zurück ins Haus: »tröste dich, Gretel, und schlaf nur ruhig,« legte sich wieder ins Bett und schlief ein.
Morgens früh, ehe die Sonne noch aufgegangen war, kam die Mutter und weckte sie alle beide: »steht auf, ihr Kinder, wir wollen in den Wald gehen, da habt ihr jedes ein Stücklein Brod, aber haltets zu Rathe und hebts euch für den Mittag auf.« Gretel nahm das Brod unter die Schürze, weil Hänsel die Steine in der Tasche hatte, dann machten sie sich auf den Weg in den Wald hinein. Wie sie ein Weilchen gegangen waren, stand Hänsel still und guckte nach dem Haus zurück, bald darauf wieder und immer wieder. Der Vater sprach: »Hänsel, was guckst du zurück und hältst dich auf, hab Acht und marschir zu.«

 

 2011769-2b297b04b2906a04b365f6f2fd385eac.jpg
Wilhelm Grimm (24 februari 1786 – 16 december 1859)
Illustratie door Ludwig Richer, 1853

 

 

De Duitse schrijver Friedrich Spielhagen werd geboren op 24 februari 1829 in Magdeburg. Zie ook alle tags voor Friedrich Spielhagen op dit blog.

Uit: Sturmflut

„Sonst hatte er, meinte Else, nicht viel, was ihn besonders ausgezeichnet hätte. Und Else sagte sich, daß sie den Mann in einer größeren Gesellschaft schwerlich beachtet, sicherlich nicht beobachtet, vielleicht nicht einmal gesehen haben würde und daß, wenn sie ihn heute im Laufe des Tages zahllose Male angesehen und recht eigentlich studiert hatte, dies doch nur in dem Umstande seinen Grund haben konnte, daß nicht gar viel zu sehen, zu beobachten und zu studieren gewesen war.
Ihr Skizzenbuch, in dem sie eben blätterte, bewies es. Das sollte ein Stück Hafen von Stettin sein – es gehört viel Phantasie dazu, um daraus klug zu werden, meinte Else. – Dies hier ist besser herausgekommen: die flachen Wiesen, die Kühe, die Leuchtbake, dahinter glattes Wasser mit ein paar Segeln; abermals ein Wiesenstreifen – endlich in der Ferne das Meer. – Auch der Mann am Steuer ist nicht übel: Er hat still genug gehalten. – Aber der Unermüdliche ist schrecklich mißraten: die reine Karikatur! Das kommt davon, wenn man immer in Bewegung ist! Endlich! Nur fünf Minuten, Herr So und So! Das kann wirklich gut werden – die Stellung ist vortrefflich!
Else hielt das Buch in einiger Entfernung, um ihre Skizze als Bild zu sehen: Sie war höchlichst zufrieden. – Da sieht man, daß ich doch etwas zustande bringen kann, wenn ich mit Liebe arbeite, sagte sie bei sich und notierte unter das Bild: Der Unermüdliche. Mit Liebe. 26. August 72. E. v. W.
Während die junge Dame so eifrig die Züge und die Gestalt des jungen Mannes auf das Papier zu bringen suchte, hatte auch ihr Bild vor seiner Seele gestanden. Und da war es ganz dasselbe, ob er die Augen schloß oder offen hielt: Er sah sie immer gleich deutlich und immer gleich anmutig und entzückend: Jetzt in dem Moment bei der Abfahrt von Stettin, als der Vater sie dem Herrn Präsidenten vorstellte und sie sich so zierlich verneigte; – dann, wie sie mit den beiden Herren frühstückte und so fröhlich lachte und das Glas an den Mund führte; – und wie sie oben auf dem Laufbrette neben dem Kapitän stand und der Wind die Kleider so fest an die schlanke Gestalt drückte und den grauen Schleier wie eine Flagge hinter ihr her peitschte. – „

 

 2011769-4b356f5f1afb0b5b17eb9adbaf66e28c.jpg
Friedrich Spielhagen (24 februari 1829 – 25 februari 1911)
Cover

 

 

De Nederlandse historicus, schrijver en dichter Jacques (Jacob) Presser werd geboren in Amsterdam op 24 februari 1899. Zie ook alle tags voor Jacques Presser op dit blog.

Uit: Ondergang

“Het gezicht op de 'J.P. Coen', die 'langzaam en statig, getrokken door enkele sleepboten door het Noordzeekanaal gleed' , deed bij zeer velen een hoop opleven, die slechts plaats maakte voor des te groter verbittering, toen ook deze hoop ijdel bleek. Wie zal het loven en bieden kunnen schilderen van diegenen, die in elk geval nog de kans kregen, dat aan de haven te doen? Is het waar, dat mensen duizenden, tienduizenden hebben geofferd, dat zij met sieraden, met paarlen hebben betaald? En hoevelen dankten hun leven aan onbaatzuchtige hulp, zonder vergoeding, tegen geringe vergoeding? Hoevelen verloren het niet door het ook hier zo begrijpelijke en noodlottige tekort aan enige organisatie? Zeer velen werden naar Velzerbeek en elders gestuurd en kregen de zee niet of nauwelijks te zien. Is het misschien (ook) zo te verklaren, dat zij in IJmuiden, waar de commandant de havenwerken moest laten springen, te veel in de weg liepen? Later op de dag lukte het vrij velen toch weer, het water te bereiken, Joden en niet- Joden (want die laatsten waren er ook). Niet iedereen vertrok toen tenslotte; dr. I.H.J. Vos (een bekende Joodse notabele en liberaal politicus) zette op 14 mei, ' 10 minuten voor 20 uur', zijn vrouw en twee zoons op de boot naar Engeland, waar de laatsten nog woonachtig zijn. Zelf bleef hij in Nederland achter, omdat hij dat als zijn plicht beschouwde.
Het drama van IJmuiden. Het is te begrijpen, dat na de oorlog met smart en verbittering hierover geschreven is, dat er onwil, tegenwerking en erger verondersteld is bij verantwoordelijke autoriteiten en hun minderen. De schrijver van dit boek beschikt niet over overtuigende bewijzen daarvoor.”

 

 2011769-efa20e48700387ce3f0df0fc63ecce52.jpg
Jacques Presser (24 februari 1899 - 30 april 1970)
Cover biografie

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e februari ook mijn blog van 24 februari 2015 en ook mijn blog van 24 februari 2013 deel 1 en deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:32 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten