Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 8 maart 2017 tot 9 maart 2017

Peter Altenberg, Ed Hoornik, Peter Zantingh, Heere Heeresma, Vita Sackville-West, Josef Weinheber, Taras Sjevtsjenko, Umberto Saba, Agnes Miegel

De Oostenrijkse schrijver Peter Altenberg werd geboren op 9 maart 1859 in Wenen. Zie ook alle tags voor Peter Altenberg op dit blog.

Uit: Erinnerung

“Ich verstehe das alles nicht von der Kindheit, von diesem Gegensatze nämlich der Kindertage und der späteren. Das verstehe ich nicht. Denn hierin habe ich doch eine Kontrolle, da ich 49 Jahre alt bin und mit 9 Jahren nach Vöslau kam im Sommer. Der Arzt hatte zu meiner wunderbar schönen überzarten Mama gesagt: »Da Sie also Ihren geliebten Gatten während der Sommermonate nicht in Wien für sich einsam arbeiten lassen wollen, andererseits aber Sie und Ihr Söhnchen sehr zart organisiert sind, so rate ich Ihnen dringend zu Vöslau. Es ist trockene staubfreie Luft, stundenlange Tannenwälder, ein Bad von 22 Grad Réaumur, und ihr geliebter Gatte kann jeden Abend hinausgelangen.« Ich lernte das grünbewachsene Geländer des kleinen Bahnhofes damals fanatisch lieben, die lange eigentlich melancholische Bahnhofstraße mit dem braunen Bache, in welchem Wäsche gewaschen wurde oder Enten ein Bad nahmen, das nur die letzte Vorbereitung war zum Abgestochenwerden. Rechts war die riesige Spinnfabrik. Man wußte nichts von ihr, als daß der Direktor ein persönlicher Freund meines Vaters sei. Man war erstaunt, an einem Landaufenthalt eine große Spinnfabrik anzutreffen, mit Gärten und Blumenbeeten und stark vergittert und schweigsam. Man sah Rauch aus langen dünnen Schloten und dachte nicht weiter nach. Dann kam man zum Bade, wo es nach Linden roch und nach den sonngedörrten Planken, die das Bad umfriedeten. Bänke waren da für die Ausruhenden vom Bade, für die Wartenden und Erwartenden. Die graublaue Quelle kam aus dem Innern der Erde und floß über Kieselgrund. Die Natur bot nirgends eine Pracht und Fülle, aber jede Eiche war bekannt und beliebt auf dem schütteren trockenen Wiesengrunde. Im Walde waren Büsche mit roten Beeren, mit schwarzen Beeren und mit hellgrünen Beeren, und Blumen waren nur zu zählen. Die Tannen würzten an heißen Stellen die Luft. Dem Boden fehlte entschieden Wasser, und die angeschnittenen Tannen gaben Harz von sich, ihren Lebensbalsam. »In drei Jahren müssen sie daran zugrunde gehen«, sagte unser Hofmeister, »aber der Herr Baron wird davon leben.« »Es tut ihnen aber wenigstens nicht weh«, erwiderte ich. – »Weißt du es?!« sagte mein geliebter Hofmeister. Bei der »Waldandacht« begann eigentlich erst für mich die Wildnis. Diese Waldschlucht bis Merkenstein kam mir vor wie unentdeckte Wege zum Viktoria-Nyanza. Ich war erstaunt, daß man keine scharfen Beile benötigte, um sich durch undurchdringliches Gestrüppe einen Weg zu bahnen. Immerhin war es eine Waldschlucht, die sich hinzog ins Unendliche. Der Name »Merkenstein«, dort, wo das Tal endete, war wie der Name »Ewigkeit«. In Vöslau selbst liebte ich alles, alles, jeden Gartenzaun, und die Blicke in die trostlose Ebene, wo das Bahngeleise war.“

 

 2016255-b941116ecf12ee377b803e7ffe254605.jpg
Peter Altenberg (9 maart 1859 – 8 januari 1919)
Cover

 

 

De Nederlandse dichter en prozaïst Ed Hoornik werd geboren in Den Haag op 9 maart 1910. Zie ook alle tags voor Ed Hoornik op dit blog en ook mijn blog van 8 december 2006.

 

Revolutie in het café

Europa is aan Burgos opgehangen,
dat is de zin van 't Reuter-telegram,
dat wij, om middernacht ontvangen,
ontvluchten in een kroeg in Amsterdam.

Over het borrelglas gaan commentaren,
maar geen weet het bevrijdend woord;
het glimlicht in de oude klare
wordt in een wilde teug vermoord.

Dit beeld heeft mij niet losgelaten:
de vriendenschaar, die plotseling zweeg,
en voor de krijtwitte gelaten
het glas: verbijsterend en leeg.

 

 

De zwemmer

Hij liep de polders door en zag den plas,
waarop het avondlicht in rimpels vloeide,
waarop een boer, pijp-rookend, huiswaarts roeide,
en eenzaamheid der dingen aanschijn was.

En zich ontkleedend werd hij zelf gewas,
dat vleezig neven riet en andoorn groeide,
waar klaver geurde en de wind licht stoeide,
en vogelroep over de wijdte was.

Hij zwom ver uit, keerde, en liet zich drijven
over het water naar het wolkenland,
hij was hun beider zoon, en wilde blijven.

Maar damp steeg snel, onrust en bangheid kwamen,
wilgen en elzen krompen aan den kant,
een vluchtend grutto riep verwarde namen.

 

 2016255-14a57055a8f2025d9feed6f7593f6861.jpg
Ed Hoornik (9 maart 1910 – 1 maart 1970)
Hier met uitgever en schrijver Bert Bakker

 

 

De Nederlandse schrijver, columnist en blogger Peter Zantingh werd geboren op 9 maart 1983 in Heerhugowaard. Zie ook alle tags voor Peter Zantingh op dit blog.

Uit: De eerste maandag van de maand

“SeQure was een verzekeringsmaatschappij die alleen auto’s deed.
Het logo was een getekend lichtblauw autotje met een lijntje eromheen, alsof er een beschermende zeepbel omheen hing. Daaronder de naam. De Q was een van de wieltjes.
We waren een kleine maatschappij, maar wel onderdeel van een van de grootste bankverzekeraars van het land. De verliezen waren een schijntje vergeleken bij de winsten die ze met hun andere bedrijfstakken maakten. Ik had weleens van een collega gehoord dat ze een paar jaar eerder een portefeuille levensverzekeringen hadden overgenomen van een Amerikaanse bank en dat wij alleen al met de rente daarvan overeind gehouden konden worden. We waren het proeflokaal, de speeltuin. Wij mochten struikelen. Het zou weinig uitmaken.
Ik schat dat ongeveer één op de tien mensen op het hoofdkantoor wist dat wij bestonden. Toen ik een vast contract kreeg, moest ik daar een introductiedag doorlopen. Ik was de enige van SeQ1re en moest aan de rest uitleggen wat we deden. ‘Alleen auto’s,’ zei ik. En aan de cursusleider die de naam op een schoolbord geschreven had: ‘Het is een Q in plaats van een c. Een hoofdletter Q.`

 

 2016255-bc0e6618bef3ac0b0f7ed3185745fc8b.jpg
Peter Zantingh (Heerhugowaard, 9 maart 1983)
Heerhugowaard

 

 

De Nederlandse schrijver en dichter Heere Heeresma werd geboren in Amsterdam op 9 maart 1932. Zie ook alle tags voor Heere Heeresma op dit blog.

Uit:Bleib Gesund! Brieven

“Aan James Brockway
‘s-Gravenhage, 18 april ’65

Beste
Hoe stom van mij niet veel eerder kontakt met je te hebben gezocht! Nu moet ik schrijven en steeds je antwoord afwachten en hopen dat je de animo kunt opbrengen om me te schrijven. Ik ben weer het slachtoffer geweest van mijn eigen verlegenheid, d.w.z. steeds wanneer mij een feit, een doel, een toestand, iemand mij werkelijk aangaat overvalt me een mentale verlamming. Anders storm ik met een plaat voor mijn kop overal doorheen.
Natuurlijk ga ik volledig met jouw adviezen akkoord wat betreft het proza voor de Engelse lezer. ]e behoeft die adviezen voor mij nooit met redenen te omkleden. Het advies, jouw keuze is mij voldoende.
Ik ben erg blij en ook wel een beetje trots dat je t.z.t. je over mijn werk wilt buigen en ik wilje alle hulp en informatie geven die misschien noodzakelijk is. Geen moeite zal mij hiervoor te veelzijn.
Uit het vervolg van je brief klinkt verbittering. Weinig is zo halsstarrig en moeilijk te verdrijven als de herinnering aan ondervonden onrecht. Vertel mij wat! Vooral wanneer je niet de kans krijgt of de mogelijkheid zich voordoet de situatie te saneren en ‘recht’ te trekken. Je blijft met een ellendige smaak in de mondholte achter, een smaak die langzaam maar zeker de gele kleur van gal aanneemt en werkelijk je leven verzuurt. Ik zou je saillante voorbeelden ‘uit eigen ervaring’ kunnen vertellen. Als het maar hielp. Maar het helpt jou niet, evenmin als het mij geholpen heeft. Achterklap, halve waarheden, onbegrip, kwaaddunkendheid, jalousie de metier, verdachtmaking, dat alles in de schemer van het heimelijk gefluister. Dan wordt een gebaar van overtuiging een slag in de lucht, dan wordt een beslissing die getuigt van een totale persoonlijke inzet ridicuul.”

 

 2016255-b0247f5b1834a4e77dcc8b1826f7f22f.jpg
Heere Heeresma (9 maart 1932 – 26 juni 2011)

 

 

De dichteres en schrijfster Vita Sackville-West werd geboren op 9 maart 1892 in Kent. Zie ook alle tags voor Vita Sackville-West op dit blog.

 

Bee-Master (Fragment)

Look, too, when summer hatches out the brood,
In tardy May or early June,
And the young queens are strong in the cocoon,
Watch, if the days be warm,
The flitting of the swarm.
Follow, for if beyond your sight they stray
Your bees are lost, and you must take your way
Homeward disconsolate, but if you be at hand
Then you may take your bees on strangers' land.
Have your skep ready, drowse them with, your smoke,
Whether they cluster on the handy bough
Or in the difficult hedge, be nimble now,
For bees are captious folk
And quick to turn against the lubber's touch,
But if you shake them to their wicker hutch
Firmly, and turn towards the hive your skep,
Into the hive the clustered thousands stream,
Mounting the little slatted sloping step,
A ready colony, queen, workers, drones,
Patient to build again the waxen thrones
For younger queens, and all the chambered cells
For lesser brood, and all the immemorial scheme.
And still they labour, though the hand of man

Inscrutable and ravaging descend,
Pillaging in their citadels,
Defeating wantonly their provident plan,
Making a havoc of their patient hoard;
Still start afresh, not knowing to what end,
Not knowing to what ultimate reward,
Or what new ruin of the garnered hive
The senseless god in man will send.
Still their blind stupid industry will strive,
Constructing for destruction pitiably,
That still their unintelligible lord
May reap his wealth from their calamity.

 

 2016255-26e4ae572f855f1dad453216ed5039e5.jpeg
Vita Sackville-West (9 maart 1892 – 2 juni 1962)
Janet McTeer als Vita (rechts) en Cathryn Harrison als Violet Trefusis in de BBC miniserie "Portrait of a Marriage", 1992

 

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver en essayist Josef Weinheber werd geboren op 9 maart 1892 in Wenen. Zie ook alle tags voor Josef Weinheber op dit blog.

 

Herbstzeitlose

Kränklicher Kelch,
steigst in die Welt,
wenn das Jahrblau
rauchigem Rot verfällt.
Ach, wenn es morgen schneit !
Zitternder Hauch !

Zeitloses Leid
weiß um Weisheit auch;
weiß um letztes Licht,
lebt von der Not.
Schicksal schändet nicht:
Groß ist der Tod !

Aber Vergängliches
gibt schmaler Schönheit Kraft,
eh sie ein herbstlicher Stern
ewig entrafft.

 

 2016255-2b644e27f06358512643956704d85f8b.jpg
Josef Weinheber (9 maart 1892 - 8 april 1945)

 

 

De Oekraïense dichter, schrijver en schilder Taras Sjevtsjenko werd geboren op 9 maart 1814 in Morynzi bij Kiev. Zie ook alle tags voor Taras Sjevtsjenko op dit blog.

 

It’s not that I’m of God complaining

It’s not that I’m of God complaining
Or any other person blaming.
I just deceive myself. I trow.
And even sing the while I plow
My pauper field forlorn and fallow!
I sow the word. Good crops will follow
In days to come. Yet will they? No!
Myself alone, I have the feeling,
And no one else am I deceiving...
Unfold, my field, fold in furrows,
Black earth set for seeding!
Hill and valley plowed in furrows,
Sown with seeds of freedom!
Unfold, my field, cultivated.
Green with verdure covered,
With gold grain inseminated,
With good fortune watered!
So unfold in all directions,
Spread, my fertile meadow,

Seeded not with empty gestures
But with wisdom mellow!
Folks will come the crop to garner....
Oh harvest of plenty!...
So unfold, with green be covered,
My field poor and scanty!!
But am I not myself deceiving
With fancies of my own conceiving?
I am! Because it’s better so,
To strive, though it should be but vainly,
Than make my peace with bitter foes
And idly keep or God complaining!

 

Vertaald door John Weir

 

 2016255-4b6872f1cb91d6fea409dd9bccdfd76e.jpg
Taras Sjevtsjenko (9 maart 1814 - 10 maart 1861)
Portret door Ivan Kramskoi, 1871 (naar een foto uit 1859)

 

 

De Italiaanse dichter en schrijver Umberto Saba werd geboren op 9 maart 1883 in Triëst. Zie ook alle tags voor Umberto Saba dit blog.

 

The broken pane

It all conspires against you. Nasty weather,
lights that keep going out, and the old house
jolted by every gust. It’s dear to you
for what you suffered in it, for the hopes
dashed there, and for a few good times as well.
Survival seems to you a refusal to obey
the way of things.
                                And in the shattering
of a window pane, you hear a judgment passed.

 

 

The sapling

Today is made of rain.
Morning looks like evening,
spring like autumn,
and a great wind is blasting
a sapling that holds—surprisingly—steady;
it stands above the plants like a boy
grown too tall for his green age.
You watch, filled with pity,
perhaps, for all those pale flowers
stripped by the gales; they are fruit,
they are winter’s sweet
preserves, those flowers that fall now
to the grass. And you grieve in your vast
maternity.

 

Vertaald door Geoffrey Brock

 

 2016255-aceaebda0212c744a26e4339f6249dc5.jpg
Umberto Saba (9 maart 1883 – 25 augustus 1957)
Portret door Vittorio Bolaffio, 1946

 

 

De Duitse dichteres Agnes Miegel werd op 9 maart 1879 in Königsberg geboren. Zie ook alle tags voor Agnes Miegel op dit blog.

 

Es war ein Land... (Fragment)

Es war ein Land, - der Nebel zog
Wie Spinnweb, das um den Wacholder flog,
Die Birken leuchteten weiß und golden,
Und korallen die schweren Quitschendolden,
Die Eicheln knirschten bei Deinem Gehen
In den harten Furchen der Alleen.
Ein Stern nur blinkte, fern und allein,
Und Du hörtest im Forst die Hirsche schrein
In der kalten Nacht, - der Septembernacht

Es war ein Land, - der Ostwind pfiff,
Da lag es still wie im Eis das Schiff.
Wie Daunen deckte der Schnee die Saat
Und deckte des Elchs verschwiegenen Pfad,
Grau fror die See an vereister Buhne.

 

 2016255-9092e21cf3de835c1e2f454cb8f2921e.jpg
Agnes Miegel (9 maart 1879 - 26 oktober 1964)
Hier met de latere bondskanselier Willy Brandt in 1961

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e maart ook mijn blog van 9 maart 2014 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:43 Reageer op dit bericht

Koen Peeters

De Vlaamse schrijver Koen Peeters werd geboren in Turnhout, 9 maart 1959 als een van de vijf zoons van volksvertegenwoordiger Renaat Peeters, Hij studeerde communicatiewetenschappen en antropologie aan de Katholieke Universiteit Leuven. Na zijn studies werkte hij in verschillende bedrijven. Op dit moment werkt hij op de afdeling communicatie van een bank. Peeters is gehuwd en heeft drie kinderen. In 1988 verscheen zijn debuutroman “Conversaties met K”., een losse collectie Belgische anekdotes. Het hoofdpersonage was Robert Marchand. Deze keerde ook in latere romans terug. In 1991 werd “Bezoek onze kelders” genomineerd voor de NCR Literatuurprijs. In 1994 kreeg hij deze prijs (AT&T literair ondertussen) inderdaad voor “De postbode”. In 1996 verscheen “Het is niet ernstig, mon amour”, een roman over een viertal vrienden à la Titaantjes die volwassen worden en de wereld willen veroveren. Een jaar later schreef Peeters samen met Kamiel Vanhole (auteur van onder meer de roman “Overstekend Wild”), de novelle “Bellevue, Schoonzicht, of De kunst van het wandelen”. Het is een verslag van een wandeling door industrieel Brussel, een oefening in anarchisme en burgerlijkheid. “In Acacialaan” (2001) ging Peeters op zoek naar de straten waar Louis Paul Boon ooit woonde. In zijn werk “Mijnheer sjamaan” (2004) rekende hij af met new age in onze samenleving, maar bekende dat hij als schrijver een modern sjamaan wil zijn. Eind 2006 verscheen met “Fijne motoriek” zijn poëziedebuut. In 2007 liet Peeters zich inspireren door Europa in zijn “Grote Europese Roman” die werd vertaald in het Sloveens, Italiaans, Bulgaars en Hongaars. In 2009 verscheen “De Bloemen”. In 2012 verscheen “Duizend heuvels” waarin hij een beeld schetst van Rwanda. In 2017 verscheen “De Mensengenezer”, waarin hij vertelt hoe een West-Vlaamse boerenzoon de ouderlijke boerderij ontvlucht, intreedt in een streng klooster en uiteindelijk in Congo belandt waar hij gefascineerd raakt door genezingsrituelen van de Yaka.

Uit:Grote Europese Roman

“BERN
Brussel, de nieuwe eeuw was begonnen en in september werd overal in de kantoren de eerste budgettering voor het nieuwe jaar opgemaakt. Men bedacht plannen voor marktuitbreiding, bestelde marktonderzoek en draaide de laatste vakantieverhalen achteloos de nek om. De geesten van de mensen: ambitieus, meer en meer gefocust. Het zakenleven is geen kinderspel. Theo Marchand sloot de deur van zijn kantoor en wenste, op zijn hartelijkst, zijn secretaresse het beste toe. Hij vertrok voor een autorit van drie uur, zei hij tegen haar. Ze glimlachte bescheiden, hield afstand. Exact drie uur later kwam Theo op zijn bestemming. Een berg, met daarbovenop het exclusieve Hotel des Roses. Door de voorruit zag hij hoe de avondzon zilveren linten en spiegeltjes over de omgeving strooide. Niets kwam verkeerd in beeld. Theo stapte uit zijn auto en ging op het terras staan kijken naar het onwezenlijke landschap. Hij zag iets uit een film, een mistige prent. Romantische wolken waren de uitdrukking van liefde, eeuwigheid, godsbewijzen. Theo Marchand was ruim zeventig. Rijzig, gebruind, uitstulpende mannelijke lippen. Ook al was hij oud, hij had nog altijd het gevoel dat iedereen in zijn bedrijf hem begreep en volgde. Alles was altijd onder controle. Hij hield zijn hand boven zijn ogen en luisterde naar de wind die om de heuvel waaide. Het was er onwezenlijk stil. Toch steeg daarginds muziek op, als rook. Een boodschap, losgesneden van de bron. Op Theo's voorhoofd tekenden de rimpels zich dieper af. In zijn bedrijf was alles onder controle, maar er waren sinds een tijdje sectorproblemen met budgetten, de globale besteding, overaanbod. Er bleek plotseling niet genoeg werk voor zijn mensen te zijn. De conjunctuur, mijnheer, the economy, stupid. Een gebochelde garçon kwam gedienstig zeggen dat de berg een restant was van een prehistorische duin, en dat er dáár, voor hen, ooit een voorwereldse zee had gelegen. Theo voelde zich betrapt en ging naar binnen. Hij gaf zijn leren overjas af. Daaronder had hij een zwart, driedelig pak en rode, fors geknoopte das. Ja, de toestand was redelijk dramatisch. Het rendement slonk overal. De focus lag tegenwoordig op lawaaierige, dure overnames en te weinig op integratie. De markt was veranderd, maar niemand kon exact zeggen in welke richting en hoe snel. Het interieur van Hotel des Roses was een donkere wieg van comfort en ouderwetse huiselijkheid. Op de vloer lag wijnrood tapijt met symmetrische ruiten. Bij de koffie werd een koffertje sigaren gepresenteerd. 'Van het merk Bal Morale', zei de bultenaar knipogend. Andere collega-ondernemers waren al aanwezig. Net als Theo hadden ze grijs haar en droegen ze de juiste maatpakken. Iedereen praatte, rookte, dronk koffie. Ze kletsten in het Duits, het Engels en het Frans over acquisities en verzelfstandiging. Deze heren waren courtiers, handelsagenten, en zij noemden zichzelf jongens. Entrepreneurs!”

 

 2090756-7d50853dabed4e8ec75d2b3b8416a1d9.jpg
Koen Peeters (Turnhout, 9 maart 1959)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Jeffrey Eugenides, Walter Jens, Hafid Bouazza, A. Marja, Aslı Erdoğan, John McPhee, Mouloud Feraoun, Mechtilde Lichnowsky, Dominic Angeloch

De Amerikaanse schrijver Jeffrey Eugenides werd geboren op 8 maart 1960 in Detroit. Zie ook alle tags voor Jeffrey Eugenides op dit blog.

Uit: The Marriage Plot

“All over College Hill, in the geometric gardens of the Georgian mansions, the magnolia-scented front yards of Victorians, along brick sidewalks running past black iron fences like those in a Charles Addams cartoon or a Lovecraft story; outside the art studios at the Rhode Island School of Design, where one painting major, having stayed up all night to work, was blaring Patti Smith; shining off the instruments (tuba and trumpet, respectively) of the two members of the Brown marching band who had arrived early at the meeting point and were nervously looking around, wondering where everyone else was; brightening the cobblestone side streets that led downhill to the polluted river, the sun was shining on every brass doorknob, insect wing, and blade of grass. And, in concert with the suddenly flooding light, like a starting gun for all the activity, the doorbell in Madeleine’s fourth-floor apartment began, clamorously, insistently, to ring.
The pulse reached her less as a sound than as a sensation, an electric shock shooting up her spine. In one motion Madeleine tore the pillow off her head and sat up in bed. She knew who was ringing the buzzer. It was her parents. She’d agreed to meet Alton and Phyllida for breakfast at 7:30. She’d made this plan with them two months ago, in April, and now here they were, at the appointed time, in their eager, dependable way. That Alton and Phyllida had driven up from New Jersey to see her graduate, that what they were here to celebrate today wasn’t only her achievement but their own as parents, had nothing wrong or unexpected about it. The problem was that Madeleine, for the first time in her life, wanted no part of it. She wasn’t proud of herself. She was in no mood to celebrate. She’d lost faith in the significance of the day and what the day represented.
She considered not answering. But she knew that if she didn’t answer, one of her roommates would, and then she’d have to explain where she’d disappeared to last night, and with whom. Therefore, Madeleine slid out of the bed and reluctantly stood up.
This seemed to go well for a moment, standing up. Her head felt curiously light, as if hollowed out. But then the blood, draining from her skull like sand from an hourglass, hit a bottleneck, and the back of her head exploded in pain.“

 

 2015813-0ac7f1be06cde8e344df535f2009dd12.JPG
Jeffrey Eugenides (Detroit, 8 maart 1960) 

 

 

De Duitse schrijver, classicus, literair historicus, criticus en vertaler Walter Jens werd geboren op 8 maart 1923 in Hamburg.Zie ook alle tags voor Walter Jens op dit blog.

Uit: Frau Thomas Mann

„Die vielfach mit den Attributen ‹schön›, ‹klug› und – im Allgemeinen jedenfalls – ‹liebenswürdig› charakterisierte Frau Hedwig war die 1855 geborene Tochter des Schriftstellers und Kladderadatsch
-Redakteurs Ernst Dohm und der Frauenrechtlerin Hedwig Dohm, geb. Schleh. Alfred Prinheim hatte seine spätere Frau als Mitglied des berühmten Meininger Hoftheater-Ensembles, Mitte der siebziger Jahre des 19. Jahrhunderts, kennen gelernt. Aber auch frühere Begegnungen wären – im Zeichen einer dem Dohm’schen Hause und dem jungen Mathematiker gemeinsamen Liebe zur Musik Richard Wagners – durchaus denkbar gewesen. Sowohl Hedwig Dohms Vater wie auch Alfred Pringsheim gehörten zu den frühesten Förderern von Bayreuth und halfen bereits im Jahr 1872 bei der Grundsteinlegung des Festspielhauses. Ernst Dohm war Präsident des Berliner Wagner-Vereins und galt, wie Alfred Pringsheim, als leidenschaftlicher Vorkämpfer des damals so heftig umstrittenen Musikers Richard Wagner. Dieser Umstand verschaffte auch der in Meiningen debütierenden Tochter – wie sie 1930 in einem ihrer für die Vossische Zeitung geschriebenen Feuilletons erzählt – im Sommer 1876 Einladungen ins Haus Wahnfried: «Der Familienkreis machte einen [. . . ] gemütlichen, behaglichen Eindruck. Richard Wagner sprach ein unverfälschtes Sächsisch und erzählte manch lustige Anekdote; Frau Cosima,durchaus grande dame, präsidierte mit Anmut und Sicherheit [. . . ] Die Abendempfänge in Wahnfried aber waren überaus interessant und glänzend; alles, was gut und schön und teuer war, fand sich da zusammen. [. . . ] Ich entsinne mich einer Soirée, in der Franz Liszt, Vater und Schwiegevater des Hauses, wunderbar spielte.»

 

 2015813-179cd4ad7fd9516919598ebad8e2ccec.jpg
Walter Jens (8 maart 1923 - 9 juni 2013)
De jonge Katia Mann

 

 

De Marokkaans-Nederlandse schrijver Hafid Bouazza werd geboren op 8 maart 1970 in Oujda, Marokko. Zie ook alle tags voor Hafid Bouazza op dit blog.

Uit: Paravion (Vertaald door Ira Wilhelm)

„Die Frauen von Paravion zeigten viel nackte Haut, die Palmsprößlinge ihrer durchsichtigen Gliedmaßen und meist bepunkteten Busen waren appetitlich anzusehen und erfüllten die Besucher des Teehauses mit Geilheit und Ekel gleichermaßen. Doch wirklich schamlos waren erst die Wesen im grünen Zentrum von Paravion, dort, wo jegliche Bekleidung verboten zu sein schien. Zum Glück befand sich das Teehaus im Ostteil des Parks, also weit von diesem Ort des Sittenverfalls entfernt.
Gegenüber befand sich die Pizzeria Süzülien, wo die schnauzbärtigen Ober ein merkwürdiges Italienisch sprachen, und wiederum daneben stand ein weiteres Gasthaus, Shalaam - Marijkens Lieblingsrestaurant -, es war auf Falafel spezialisiert. Die Teehäusler unterhielten kaum Kontakte zu den Gästen des Shalaam. Die Bauarbeiter erhoben sich und trugen das Tablett mit der Teekanne und den Gläsern hinein. Pffft, sie seien müde, jetzt erst mal ein kleines Schläfchen, am frühen Nachmittag werden sie wiederkommen, um weiterzuarbeiten. Der Wirt nickte und grüßte zurück. Durch einen Wasserfall bunter Perlen hindurch traten sie auf die Straße. Der Postbote bastelte an seinem Solex herum, wie jeden Tag. In Paravion gab es keine Ersatzteile dafür, und so mußte er sich mit Draht, Bindfaden und sogar Klebeband behelfen. Den Traum, sich ein neues Solex anzuschaffen, hatte er schon längst aufgegeben. Die Marke gab es hier nicht. Und sollte sich sein Solex nur noch auf Krücken vorwärtsbewegen, er würde sich trotzdem nie davon trennen. Er war in Paravion zu einer Sehenswürdigkeit geworden, und man hatte ihm schon viel Geld für seinen fahrenden Untersatz geboten, doch er wollte es nicht verkaufen. Er hätte es zu gern gegen ein anderes Solex eingetauscht, doch das einzige, das er je zu Gesicht bekommen hatte, stand im Schaufenster eines Museums oder einer Kunstausstellung oder in einer ähnlich verrückten Institution, von denen es in Paravion so viele gab.“

 

 2015813-b648d7db9020b975390290823e81bfb8.jpg
Hafid Bouazza (Oujda, 8 maart 1970)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver A. Marja (pseudoniem van Arend Theodoor Mooij) werd geboren in Oude Leije op 8 maart 1917. Zie ook alle tags voor A. Marja op dit blog.

 

Bekentenis

Je bent nu dood; je geloofde altijd
dat er een hemel was waar je zou leven,
daar woon je nu, en ik ben hier gebleven
en weet niet waar dit eenzaam pad heenleidt.

Een pad? maar dan een dat ik zelf moet banen,
waar ieder helder uitzicht mij ontbreekt;
jij zei altijd: jongen, wat heb je aan een
leven, waarin niet God Zijn woord meespreekt.

Jij hebt nu rust, die ik nergens kan vinden,
misschien ligt het aan mij, misschien aan Hem:
wij luisteren niet naar elkanders stem
en Hij laat Zich en ik laat mij niet binden.

En jij bent dood; - sla je nu toch een brug
tussen Zijn rijk en mijn verwarde wegen?
want telkens aan het eind kom ik jou tegen
en wijs je mij naar 'tzelfde doel terug.

 

 

Het kind
aan Martin Leopold

Wie van ons heeft het dromen niet bemind:
te zwerven ver, te wachten op een lied,
dat aanstroomt op de lentewind, dat niet
te grijpen valt, maar ook in ons begint.

Dat ons doorzingt, vervoert naar een gebied
zo wijd en open in die lentewind,
dat ergens in ons aarzelend een kind
mee instemt en de dingen anders ziet.

Maar eenmaal zijn wij blind en blijven staan,
gedwongen tot dat andere bestaan,
waarin niet meer gedroomd wordt of verwacht.

Soms zien wij dan onszelf verwonderd aan,
dat altijd nog hetzelfde hart blijft slaan
nu kind en dromen werden omgebracht.

 

 2015813-dc29058ce2012c87241b496809f96540.jpg
A. Marja (8 maart 1917 – 10 januari 1964)
Oude Leije, de Feinsumer Feart

 

 

De Turkse schrijfster, journaliste en natuurkundige Aslı Erdoğan werd geboren op 8 maart 1967 in Istanbul. Zie ook alle tags voor Aslı Erdoğan op dit blog.

Uit: Die Stadt mit der roten Pelerine (Vertaald door Angelika Gillitz-Acar en Angelika Hoch)

„Noch vorgestern hatte sie diese Schüsse bloß als eine weitere Lärmquelle in diesem unablässig dröhnenden Rio angesehen, als eine weitere Störung, die sie daran hinderte, sich auf ihren Roman zu konzentrieren, oder sie glaubte zunächst, sie als solche zu sehen. Bis es mit ihren Nervenzusammenbrüchen losging.
Heute war irgendein Sonntag. Ein ganz normaler Sonntag. Wieder so ein trister, trostloser Tag, der, wie schon die Tage zuvor, ohne irgendeine Hoffnung, Erwartung oder Bedeutung verstrich. Der Tag der Feuerwerke.
Obwohl es erst Anfang Dezember war, hatte sich eine entsetzliche Hitze über der Stadt ausgebreitet, die anschwoll und in Wellen über sie hereinbrach. Die Temperatur sollte nun wochen- und monatelang nicht mehr unter vierzig Grad sinken. Die überall in den Straßen der Stadt angebrachten Thermometer sollten jetzt wie unter der Achsel eines Gelbfieberkranken Werte um die zweiundvierzig Grad anzeigen. Wie im Wahn stürzt sich die Hitze auf die Menschen, drückt ihnen die Kehle zu und raubt ihnen den Atem. Die Stadt verwandelt sich dann in einen riesigen Ofen, in dem die Menschen bei lebendigem Leib langsam schmoren. Die Sonne reißt sich die Maske der freigiebigen Königin, die sie das ganze Jahr getragen hat, herunter und gebärdet sich wie eine mordlüsterne Tyrannin. Die Luft saugt so viel Feuchtigkeit wie möglich auf und kondensiert sie zu Wasser. Die legendäre Feuchtigkeit der Tropen.
Özgürs Unterkunft bestand aus einem Wohnraum, so schmal und lang wie ein Trog, einer Küche, die sie »Gruft« nannte, und einem Bad voller Blutegel, die sie nicht umbringen konnte, weil sie sich so vor ihnen ekelte. Die Wohnung war eine von sechs Appartements einer schneeweißen, mit Säulen und ähnlichem Schnickschnack verzierten Villa, die den hochtrabenden Namen »Villa Branca« trug. Der Abhang ins Tal von Santa Teresa war derart steil, dass sich die hinteren Fenster ebenerdig zu einem Dschungel aus wilden Gräsern und dornigen Sträuchern hin öffneten, während sich der Balkon auf der Vorderseite mindestens drei Meter über dem Boden befand. Durch die Fenster, die wegen der Hitze Tag und Nacht geöffnet waren, drangen Termiten, Eidechsen, Heuschrecken, handtellergroße Kakerlaken und manchmal sogar herrenlose, vom Hunger geschwächte Katzen ein. Auch Özgür war einmal hinausgeklettert und hatte versucht, sich durch diesen Dschungel zu kämpfen, aber sie hatte noch keine zwei Schritte getan, da waren ihre Hände und ihr Gesicht schon völlig zerkratzt.“

 

2015813-19498121974a34a077818a078d801b0e.jpg
Aslı Erdoğan (Istanbul, 8 maart 1967)

 

 

De Amerikaanse schrijver John Angus McPhee werd geboren op 8 maart 1931 in Princeton. Zie ook alle tags voor John McPhee op dit blog.

Uit: Coming into the Country

“We passed first through stands of fireweed, and then over ground that was wine-red with the leaves of bearberries. There were curlewberries, too, which put a deep-purple stain on thehand. We kicked at some wolf scat, old as winter. It was woolly and white and filled with the hair of a snowshoe hare. Nearby was a rich inventory of caribou pellets and, in increasing quantity as we moved downhill, blueberries--an outspreading acreage of blueberries. Bob Fedeler stopped walking. He touched my arm. He had in an instant become even more alert than he usually was, and obviously apprehensive. His gaze followed straight on down our intended course. What he saw there I saw now. It appeared to me to be a hill of fur. "Big boar grizzly," Fedeler said in a near-whisper. The bear was about a hundred steps away, in the blueberries, grazing. The head was down, the hump high. The immensity of muscle seemed to vibrate slowly--to expand and contract, with the grazing. Not berries alone but whole bushes were going into the bear. He was big for a barren-ground grizzly. The brown bears of Arctic Alaska (or grizzlies; they are no longer thought to be different) do not grow to the size they will reach on more ample diets elsewhere. The barren-ground grizzly will rarely grow larger than six hundred pounds.
"What if he got too close?" I said.
Fedeler said, "We'd be in real trouble."
"You can't outrun them," Hession said.
A grizzly, no slower than a racing horse, is about half again as fast as the fastest human being. Watching the great mound of weight in the blueberries, with a fifty-five-inch waist and a neck more than thirty inches around, I had difficulty imagining that he could move with such speed, but I believed it, and was without impulse to test the proposition. Fortunately, a light southerly wind was coming up the Salmon valley. On its way to us, it passed the bear. »

 

 2015813-87939b69e2c3caf72a61265f24bae180.jpg
John McPhee (Princeton, 8 maart 1931)

 

 

De Algerijnse schrijver Mouloud Feraoun werd geboren op 8 maart 1913 in het bergdorp Tizi Hibel, Kabylie. Zie ook alle tags voor Mouloud Feraoun op dit blog.

Uit:Mon village

«Eh bien ! De tels discours ne me concernent jamais. Non qu’il me tienne en particulière estime ou qu’il me juge différant des autres. Simplement parce qu’il en a assez de me narguer, à force de me revoir. Même si, par extraordinaire, il lui prenait la fantaisie de lire du mépris dans mon regard, il ne ferait que hausser les épaules. Si l’on peut dire.
— Ah ! C’est toi encore ? Pas tant de façon, va ! Tu ne me déranges pas… rentre chez toi en vitesse. C’est au bout, là-bas, le quartier des aît-flane, la ruelle la plus longue, la plus étroite, celle où les maisons ressemblent à des cages aux barreaux de bois parce que chacun a tenu à s’isoler une cloison de piquets. Je sais que tu n’es pas fier. Tu peux lorgner mon agoudou* et constater qu’il a raisonnablement grossi. Tu verras aussi la murette qui protégeait la maison de votre vieille voisine : Elle s’est effondrée l’hiver dernier mais on l’a rafistolée à l’aide de roseaux… Ne t’inquiète pas, il y a encore assez de boue dans les rues pour maculer tes chaussures cirées et même le bas de ton pantalon. Pas seulement de la boue, d’ailleurs. Quand tu viendras t’asseoir sur les dalles de tajmaat*… Il me murmure ces petites méchancetés d’un ton si amical qu’il réussit chaque fois à me troubler. Alors il se tait sur un bout de phrase et me laisse tranquille. Mais mon trouble je le lui cache et je lui dis avec malice :
— Tu radotes, vieux père ! J’ai bien remarqué que tu te modernises. Cette route arrive au cimetière, on l’a retouchée aussi. Ce n’est pas mal. Elle est de bonne largeur et caillassée. Tu en es un peu fier, avoue-le. Voilà un garage qui n’existait pas l’an dernier. Et à côté, il y a un pressoir à huile, ainsi qu’un moulin à grain avec son bruit de motocyclette."

 2015813-0379071a1cb9af80698859ae14293f41.jpg
Mouloud Feraoun (8 maart 1913 – 15 maart 1962)

 

 

De Duitse schrijfster Mechthilde Christiane Marie Gravin von und zu Arco-Zinneberg, beter bekend als Mechtilde Lichnowsky, werd geboren op geboren op 8 maart 1879 op slot Schönburg. Zie ook alle tags voor Mechtilde Lichnowsky op dit blog.

Uit: Gott betet

“Ich beuge mein Haupt in vollkommener Liebe zu Dir, o Mensch, ich beuge es, denn ich fühle kein Leid.
Du aber lebst davon und erfandest die Freude.
Ich bete zu Dir. Das ist die vollkommene Liebe.
Ich erflehe nichts. Deine Arbeit erwarte ich nicht.
Ich klage mich nicht an. Der Strom meiner Liebe zu Dir ist einer Säule gleich, fließend und unbewegt.
Beten ist Lieben. So bete ich Dich an. So bete ich zu Dir, lieber Mensch, denn Du bist allgütig und unsichtbar.
Wer weiß von Dir?
Du selbst nicht. Und die andern nicht.
Du siehst Dich nicht. Du atmest den Wohlgeruch nicht, der aus der Tiefe Deines Seelenkelches zu mir dringt.
Schöner warmer Kelch. Dein Leben perlt an den goldenen Wänden.
Und außerhalb des Bechers steht ein kühler Schweiß, der mich erbarmt.
Ich trinke Dich zur Neige in vollkommener Liebe.
Du liebst meine Geschöpfe. Ich fühle es, wenn ich Dich trinke.
Du fandest eine Sprache im Wind, den ich rief um meine Welt zu trocknen, als ich sie schuf. Ich höre Deine Musik, wenn ich Dich trinke.
Du griffst nach meinen Sonnenstrahlen, die ich brach zu Deinem Spielzeug. Ich begrüße die tausend Farben in Dir, wenn ich Dich trinke.“

 

 2015813-2905f78dd0673492d7a5ceeec9c082d3.jpg
Mechtilde Lichnowsky (8 maart 1879 - 4 juni 1958)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

De Duitse dichter, schrijver en literatuurwetenschapper Dominic Angeloch werd in 1979 in Stuttgart geboren. Zie ook alle tags voor Dominic Angeloch op dit blog.

Uit: Blinder Passagier

„Über dir eine Lei$te goldgerahmter Spiegel. vor dir die schwarze Tischfläche. auf der ein Brotkriimel liegt. Nach einer Weile verschwindet der Krümel unter der Speisekarte, die dir die irgend wie auch glatzköplige Hand des Kellners zuschiebt. „Ein Glas Bier, bitte“: Als du aulhlickfst, siehst du diese neblige Kugel ‚.Bitte“ durch den Raum zwischen dir und dem Kellner wabern. einen Moment seine Glatze einhüllen ... und an jenem „Sofort“ zerplatzen, das der Kellner durch ein bedauerndes Lächeln drückt.
Dann gelingt es dir nur noch mit Mühe. deinen immer schwerer werdenden Kopf aufrecht zu halten. Als du der immer stärrkeren Versuchung, ihn nur ein wenig zu senken, nachzugeben beginnst, versagen dir für einen Augenblick die Nackenmuskeln - so daß dein Kopf fast auf die Speisekarte fällt, abgestützt allenfalls noch durch die Buchstaben dazwischen:
Viktoriabarsch in Buttersauce mit Siedekartofleln- Lachsfilet am Kaviarschmand mit frischem Baguette. Gebratene Hähnchenbrust auf Blattsalaten der Saison in Kräuter vinaigrette, Lammhäxle in Paprikasud an Serviettenknödeln. Zwiebelrostbraten in Rotweinsauce mit hausgemachten Spätzle. Marillenknödel mit Vanillesauce, Vanifleeis mit heißen Himbeeren.

Ein ganz schönes Brimborium, denkst du. diese Wirbel, diese Schnörkel, diese Unteriängen - und als der Kellner wieder am deinen Tisch herantritt und die Haut seiner nackten Stirn so zusammenzieht, daß sich die buschligen Augenbrauen leicht auf und ab bewegen, weißt du aufeinmal, daß die Handschrift auf der Speisekarte niemandes anderen Handschrift sein kann als die seine. Du gibst die Karte nebst einer Bestellung an den Kellner zurück und schließt die Lider:-„

 

 2015813-554f26cafa919dbb75ed2662cefb24ae.jpg
Dominic Angeloch (Stuttgart, 1979)
Cover

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e maart ook mijn blog van 8 maart 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:30 Reageer op dit bericht

Cándani

De Surinaamse schrijfster Cándani werd geboren in District Suriname op 8 maart 1965. Cándani betekent in het Sarnami: “Esthetica van de maan”. Vanaf 1982 tot 2007 was Cándani het pseudoniem van Asha van den Bosch-Radjkoemar. Cándani debuteerde in 1990 met een dichtbundel in het Sarnami en het Nederlands: “Ghunghru tut gail/De rinkelband is gebroken” in 1990. De bundel werd uitgebracht door de Volksboekwinkel (Paramaribo) en het NBLC (Den Haag) en de auteur kwam voor de presentatie naar Nederland. Zij ging niet meer terug naar haar geboorteland vanwege de familieomstandigheden daar. Zij was als illegaal in Nederland en kwam terecht bij Scientology. Wel ging zij door met publiceren. Na Cándani's debuutbundel volgden haar eveneens tweetalige bundel “Ghar ghar ke khel/Het spel van huisje huisje” (2002) en de Nederlandstalige bundels “Vanwaar je dacht te vertrekken sta je geplant” (1993), “Zal ik terugkeren als je bruid” (1999) en “Een zoetwaterlied” (2000). Zij schreef ook twee romans, “Oude onbekenden” (2001) en “Huis van as” (2002) waarin de zoektocht naar het verleden en het antwoord op de vraag wie-ben-ik geplaatst wordt binnen de historische context van de hindostaanse migratie en hermigratie naar Nederland. “Geef mij het land dat in jou woont” (2004) is een historische dichtbundel over de geschiedenis van Suriname. Na jarenlang stilzwijgen trad zij in juni 2013 weer naar buiten, nu met schilderijen die zij maakt onder de naam Saya D.L. Amores.

Uit: Relaas voor S.

“Je kijkt naar de planken muren zonder iets te zien. Je praat zonder je eigen stem te horen. Jij beseft onze realiteit en denkt dat ik niets begrijp. Maar ik begrijp jou, je vraagt naar de man die geen vaderschap over jou verdient. Je wilt veel weten. Vol verwachting kijk je naar mij op alsof ik je een sprookje ga vertellen. Ik wil het wel maar kan het niet. Het valt buiten ons boek.
Het leven gaat langzaam. Ik weet me geen raad in dit kleine huis. Ik heb geen kracht om wat te doen. Het vaatwerk wacht op mij. Mijn boeken en schriften liggen overal. Ik heb geen eetlust; jij dwingt me om te eten. Zèlf wilde je kerrie-ei en ik kan je niets weigeren. Na het eten blijf je op mijn schoot spelen. Na vijf minuten zet ik je in bed. Nu slaap je.
Ik ga terug naar de keuken, zak op een stoel naast de door mij in elkaar gespijkerde tafel. Het vieze, kleine hok staart naar mij. Ik val in slaap, maar na een uur maken mijn vrienden, de muskieten, mij wakker. De ramen staan nog open, de stroom is uitgevallen. Ik kijk naar de overkant, daar brandt wel licht, dus iemand heeft mijn zekering weggehaald. Morgen naar de ebs om voor tien gulden een nieuwe te halen. In het donker tast ik naar de aansteker en probeer het gas aan te maken. Het lukt niet, de gasbom is dus ook verdwenen. Goed, maar laat die dieven niet in mijn huis komen, ik kap ze aan stukken.
Gisteravond voelde ik me beroerd. Telkens schrok ik wakker. Wat heb ik misdaan? Ik ben bang. Alsof de dood mij elk moment wil versieren. Ik wil niet dood. Niet nu. Van jou maak ik een geëmancipeerde, zelfstandige vrouw. Mijn maag was opgezwollen van de zenuwen, maar omdat de bussen staakten kon ik niet direct naar de dokter.
Vanochtend vroeg heb ik je gewassen en gekleed. We zijn samen naar de dokter geweest. Ik wist niet waar ik moest kijken in de kale behandelkamer. Je zeurde en zat overal aan. Er lag een bloeddrukmeter. Hé, dacht ik, ik moet mijn kindertijd inhalen. Ik pakte het apparaat, draaide het stoffen gedeelte om mijn arm en pompte het op. Plotseling kwam de dokter binnen.
‘Hallo meisje', zei hij, wat doe je?’ Hij is heel jong.
‘Dokter’, viel ik met de deur in huis, ‘ik heb altijd 't idee gehad dat u oud was.’ ‘Waarom?’ vroeg hij.
‘Omdat u zo'n groot huis hebt. Vanwaar hebt u het geld gediekt?’
‘O, dat heb ik gestolen’, zei hij en hij lachte. ‘Wat scheelt je?’
Toen ik wegging - de arts schreef me kalmeringstabletten voor - vroeg ik: ‘Dokter, u zei dat ik een man moet nemen, heeft u broers?’
‘Ja’, zei hij.
‘Goed, stuur ze dan maar, ik zal met ze trouwen.’
‘Maar ze zijn allemaal ouder dan ik en ze wonen in Nederland.’ Van ergens dook een assistente op.”

 

 2044313-603da66b89d93d84e75ccedf99b1527f.jpg
Cándani (District Suriname, 8 maart 1965)
In 1992

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten