Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 10 maart 2017 tot 11 maart 2017

Leena Lehtolainen, Karl Krolow, Daan de Ligt, Frans Vogel, Willem Claassen, Amal Karam

De Finse schrijfster Leena Lehtolainen werd geboren op 11 maart 1964 in Vesanto. Zie ook alle tags voor Leena Lehtolainen op dit blog.

Uit: Das Echo deiner Taten (Vertaald door Gabriele Schrey-Vasara)

„Die Birkenzweige hingen schlaff in der silbernen Vase. Die ersten Blätter waren bereits abgefallen: Im April gab es nur tiefgekühlte Birkenquaste vom vorigen Sommer zu kaufen. Irgendwer hatte ein Stück Fleischwurst auf den Touren-schlittschuh gespießt. Vielleicht gab es ja im Norden noch Eis, auf dem Oberkommissar Jyrki Taskinen das Geschenk zu sei-ner Pensionierung testen konnte. Koivu, Puupponen und ich hatten unserem ehemaligen Chef zum Abschied Schlittschuhe geschenkt. Er hätte von nun an Zeit genug, nicht nur an Ma-rathonläufen, sondern auch an Eismarathons teilzunehmen.
Im Kabinett des Hotels Scandic in Espoo war den ganzen Abend lang keine ausgelassene Stimmung aufgekommen, ob-wohl der Polizeichef und die Vertreter des Personals Taskinen über den grünen Klee gelobt hatten. Ich hatte mich geweigert, eine Rede zu halten. Mit Taskinens Eintritt in den Ruhestand endete gewissermaßen eine ganze Epoche. Er hatte bereits in den 1990er Jahren, als die Espooer Polizei das neue Polizei-gebäude in Kilo bezog, eine Führungsposition gehabt, er hatte die Strukturreformen, Zusammenlegungen und Kürzungen miterlebt und in all dem Trubel seine Untergebenen verteidigt wie ein Löwe. Wie oft hatte er vermittelt, wenn ich mit den höchsten Chefs aneinandergeraten war? Natürlich konnte ich selbst für mich eintreten, aber Taskinens Unterstützung war unersetzlich gewesen. Unsere Freundschaft würde nicht mit seiner Pensionierung enden, doch sie würde eine andere Fär-bung annehmen.
Die Hauptperson des Abends war dabei, sich zu verabschieden, der Polizeichef bestellte ein Taxi. Zwar hatte Tas-kinen erst das Mindestrentenalter für leitende Polizeibeamte erreicht, doch sein Weggang war für manche eine Erleichte-rung. Jeder natürliche Abgang schuf die Möglichkeit, die frei gewordene Stelle zu streichen oder mit einer anderen zusam-menzulegen. Die Bezahlung im Staatsdienst war immer noch mager, aber nicht mehr langfristig gesichert, das Staatsbrot war in Häppchen zerschnitten worden, die man den Hung-rigen jederzeit entziehen konnte.“

 

 2016748-f3963b12b1ae11cdb8b32c5fd8a9e5f6.jpg
Leena Lehtolainen (Vesanto, 11 maart 1964)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Karl Krolow werd geboren op 11 maart 1915 in Hannover. Zie ook alle tags voor Karl Krolow op dit blog.

 

Das Hindernis des Lebens 

Das Hindernis des Lebens −
eine beiläufige Notiz Kants.
Man muß auch heute noch
mit bürgerlicher Melancholie rechnen.
In die Nähe von Gärten
gehört der Augenblick der Phantasie:
ein Tulpenbeet, eine Terrasse
mit Mandelbäumen,
während Handlungshemmung
sich fortsetzt.
Schmerz und Gegenschmerz −
mein Herz habe ich allein,
schreibt Werther, wie man
seine konstitutionelle Depression
behält oder
der Einbruch der Nacht
eine Aufhebung von Ordnung
bewirkt.

 

 

Es war die Nacht

Es war die Nacht, in der sie nicht mehr lachten,
die Nacht, in der sie miteinander sprachen
wie vor dem Abschied und in der sie dachten,
dass sie sich heimlich aus dem Staube machten,
die Nacht, in der sie schweigend miteinander brachen.

Es war die Nacht, in der nichts übrig blieb
von Liebe und von allen Liebesstimmen
im Laub und in der Luft. Wie durch ein Sieb
fielen die Gefühle: niemandem mehr lieb
und nur noch Schemen, die in der Nacht verschwimmen.

Es war die Nacht, in der man sagt: gestehe,
wasm it uns war. Ist es zu fassen?
Was bleibt uns künftig von der heißen Nähe
der Körper? Es wird kalt. Ich sehe,
wie über Nacht wir voneinander lassen.

 

 2016748-bdba58f9411005004139dbb855676221.jpg
Karl Krolow (11 maart 1915 – 21 juni 1999)
Monument in Darmstadt

 

 

De Nederlandse dichter Daan de Ligt werd geboren op 11 maart 1953 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Daan de Ligt op dit blog.

 

Vierluik

I Contactadvertentie

beschaafde heer, wat grijzend langs de slapen
en bovenop de schedel, zeg maar kaal
wel lief, niet noemenswaardig geniaal
de levenslust nog niet op apegapen

geen lichaamsbouw als goedgetrainde knapen
het maandsalaris uitgesproken schraal
de woning, tja … geen villa, meer modaal
de buik is daarentegen welgeschapen

zou graag, omdat het maar niet lukt te sparen
eens kennismaken met een rijke taart
geen kinderen en hogelijk bejaard
derhalve niet van plan nog te verjaren

dus bent u rijk en bijna doodverklaard
dan heb ik tegen trouwen geen bezwaren


II Reactie

Geachte Heer Modaal, hier schrijft een fan
van de contactrubriek in menig krant,
door uw annonce aangesproken want
het toeval wil dat ik van adel ben:

Gravin van-Eberstad-in-Nederland,
al meer dan tachtig, maar nog vlot ter pen,
fortuinlijk, kinderloos, bemind door hen
die willen erven langs groottantes kant.

U zoekt een rijke “taart” die weldra sterft?
Ik wens geen luiaard-in-verfrommeld-pak,
alleen een jonge, energieke vent

die liefst de hele kamasutra kent.
Pas na bewezen diensten op dit vlak
wordt er gehuwd en na verloop... geërfd!

 

 2016748-32325d2b52b36648105653667b11af86.jpg
Daan de Ligt (11 maart 1953 – 22 augustus 2016)

 

 

De Nederlandse schrijver, dichter, columnist, het fotomodel, de beeldend kunstenaar en copywriter Frans Vogel werd op 11 maart 1935 geboren in Haarlem. Zie ook alle tags voor Frans Vogel op dit blog.

 

Way back home

(Wo gehen wir denn hin?
Immer nach Hause.
- Novalis)

Ver na middernacht, in het pikkedonker
van doodstil Delfshaven per benenwagen
onderweg naar huis (maison d'être)
passeer ik het café De Grootste Slok -
dat al lang dicht had moeten wezen,
echter (de pleuris voor Peper?) nog volop
in bedrijf is: krijg ter plekke plens
tl-licht over me heen.

Voor de deur
staat een gitzwarte stretch limo,
waar een nogal uitbundig gezelschap
dames & heren (‘Emme ga nonnie
naar huis!’) wankelend in plaats neemt.

De chauffeur, op het punt
om ook zelf in te stappen,
ontwaart mijn persoon
en roept mij toe (met een stem
die me niks zegt, noch dat ik
's mans verschijning thuis kan brengen),
hij noemt eerst nog mijn voornaam:
‘Je had al lang thuis moeten wezen.
Plantjes water geven.’

Verrek. Hoe hij dat wéet.

 

 2016748-3b72c6ae2627414d7d0ac206ff057899.jpg
Frans Vogel (11 maart 1935 – 19 februari 2016)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

De Nederlandse schrijver Willem Claassen werd geboren in Beuningen in 1982. Zie ook alle tags voor Willem Claassen op dit blog.

Uit: De koe die over de Waal zwom

“…de andere kant van de boomgaard waar onze hond voor twee dagen in verdween, het blauwe bord met ‘Beuningen’ waar een flinke deuk in zit, de grote weg waar onze kat werd doodgereden toen we verkleed waren als Zwarte Pieten en de weg overstaken en het zagen gebeuren, de grote weg waar ik tweehonderd meter met de tractor op heb gereden terwijl ik geen rijbewijs had en niet wist hoe ik moest schakelen, de vluchtheuvel, de afslag die ik het vaakst heb genomen, de afdaling die voelt als thuiskomen, de brandnetels, de rotte lucht waarvan ik nooit heb geweten waar die vandaan komt, de reiger naast de sloot, onze oprit, de brievenbus met daarin alleen maar post voor mijn vader, de tuin met aan de rand de knotwilgen, de stal, mijn vader met de hogedrukspuit, de achterdeur, de laarzen en de klompen bij de achterdeur, de mat, de wc, de jassen op de grond onder een veel te volle kapstok, het schilderij van Anton Pieck, de keuken, mijn moeder aan tafel met thee en de koekjestrommel, mijn verhuisdozen in de hoek, mijn broer die uit de computerkamer komt en vraagt: ‘Ben je nog niet weg?’, mijn gehandicapte zus die uit de woonkamer komt en zegt: ‘Ik ben blij als je weg bent’, mijn vader die in zijn overall in de deuropening staat en vraagt: ‘Ga jij de koeien omjagen? Het is de laatste keer dat je dat kunt doen’, en ik die even aarzel, ze alle vier op mij zie wachten, mijn moeder, mijn broer, mijn zus, mijn vader, en dan zeg: ‘Ja, da’s goed, ik ga ze halen’.

 

 2016748-bca85eb05df941bc8dc565578402a94c.jpg
Willem Claassen (Beuningen, 1982)

 

 

De Nederlands- Palestijnse dichteres Amal Karam groeide op in Beiroet, Libanon. Op haar achttiende verhuisde ze naar Syrië om Engelse literatuur te studeren. Na haar studie werkte ze als journalist, was ze politiek actief en schreef ze gedichten en verhalen. In 1996 kwam ze als vluchteling naar Nederland. Onder het pseudoniem Ama Karma schreef ze van 2006 tot 2013 wekelijkse columns voor de Gelderlander. In 2012 won Karam met haar gedicht ‘De Haatpostbode’ de El Hizjra Literatuurprijs voor poëzie. Haar poëzie werd in verschillende verzamelbundels opgenomen en eind 2014 verscheen haar debuutbundel, eveneens De Haatpostbode genaamd. Hierin staan zowel Nederlandse als Arabische gedichten. Naast haar schrijverschap is Karam als docente verbonden aan ROC Nijmegen. Amal Karam is de zevende stadsdichter van Nijmegen.

 

Haatpostbode

Alle duiven zijn vertrokken
Toen de haatpostbode…
kogels en bommen bezorgde.

Een schok bij het eerste lijk…
Tranen bij het tweede…
Schreeuw je ziel je keel uit…
bij een slachtpartij…
Een stil gebed…
Bij een oorlog.

En je lacht als het stil wordt
Als je nog leeft.

Geen gedicht is een schuilplaats
Geen lied is een schild

De haatpostbode is ontslagen…
Maar hij woont in onze wijk
En als een chronische pijn
In onze stem en gedachten

Hij eet van ons brood…
Drinkt onze thee…
Luistert naar ons zelfde lied.
En lacht ook,
omdat hij nog leeft.

De kogels en de bommen zijn ontvangen
De lijken verzonden
De haatpostbode loopt op straat.

 

 2016748-9c08a4a5ded859b301b6763ae84271c7.jpg
Amal Karam (Beiroet, 1960)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e maart ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 11:32 Reageer op dit bericht

Ernst Wichert, Douglas Adams, Torquato Tasso, Georg Maurer, Josef Martin Bauer

De Duitse schrijver Ernst Wichert werd geboren op 11 maart 1831 in Insterburg. Zie ook alle tags voor Ernst Wichert op dit blog.

Uit:Der Bürgermeister von Thorn

“In der Marienburg, dem Haupthause des Deutschen Ordens in Preußen, lag im Oktober des Jahres 1449 der ehrwürdige Hochmeister Herr Konrad v. Erlichshausen zum Tode krank. Er hatte schon bei Beginn der Krankheit, die rasch einen schlimmen Verlauf zu nehmen drohte, seine fürstliche Wohnung im Mittelschloß verlassen und die einfacheren, aber wohnlicheren Räume bezogen, die im alten Hochschloß, dem mächtigen Mauerviereck daneben, für die Landmeister des Deutschen Ordens hergerichtet waren, bevor zu Anfang des vierzehnten Jahrhunderts der Hochmeister Siegfried von Feuchtwangen seine Residenz von Venedig an die Nogat verlegte und die Marienburg diesem Zweck entsprechend ausbauen ließ. Er hatte hier auch die Kirche in der Nähe, die der fromme Mann ungern versäumte, solange es ihm noch möglich war, sie auf einem Tragsessel zu erreichen. Jetzt freilich sah er sich schon seit Wochen an sein Schmerzenslager gefesselt.
Es waren nur zwei kleine zellenartige Räume, auf die der Meister sich beschränkt hatte. Wenn auch die Ordensregel ihn nicht hinderte, sich jede seinem fürstlichen Stande angemessene Bequemlichkeit zu gestatten, so liebte er es doch, sich der alten Rittersitte treu zu beweisen und den Brüdern, die zu Abweichungen aller Art nur zu geneigt waren, ein gutes Beispiel von Einfachheit und Mäßigkeit zu geben. Nur schwer und auf dringenden Wunsch der Ärzte hatte er sich entschließen können, ein Federbett anzunehmen und eine wärmere Decke als seinen weißen Mantel über sich breiten zu lassen. Das Holzgestell, auf dem er lag, unterschied sich nur wenig von der Lagerstätte der Konventsbrüder. Die Wände des Schlafzimmers waren aber mit Teppichen behängt und die Steinfliesen mit Matten belegt. Ein Bettschirm von Leder hielt den Zugwind gegen die Tür hin ab, und das hoch angebrachte Fenster in der dicken Mauer war durch einen mit geöltem Pergament überzogenen Rahmen geschlossen, der zwar selbst bei hellem Tage nur spärliches und dämmeriges Licht einließ, aber doch Kälte und Nässe abhielt, über dem Fußende des Bettes hing ein Kruzifix, die treffliche Holzschnitzerei eines deutschen Künstlers, der seine Werkstube in Nürnberg hatte. Auf der Decke lag ein Rosenkranz von großen Bernsteinperlen, ein Geschenk des Paternoster-Gewerks in Danzig. Ein in der Fensternische stehender Lehnsessel von reicher Schnitzarbeit und weich gepolstert, aus den Prunkgemächern des Mittelbaues hierhergebracht, wurde nur noch benutzt, wenn der Kranke umgebettet werden mußte. Ein paar einfache Stühle und Schemel waren für Besuchende bestimmt. Auf einem kleinen Tisch am Kopfende des Bettes hatten Flaschen und Büchsen mit Medikamenten neben einer Lampe und einem Weinkrug Platz. Auch wurde dorthin das Brett mit den Speisen aus der Hospitalküche gestellt, die jedoch der Kranke meist unberührt wieder abtragen ließ. Eine Glocke stand ihm nahe zur Hand.”

 2016744-759cf4dc78cbd653947953cc628f4acc.jpg
Ernst Wichert (11 maart 1831 – 21 januari 1902)
Cover

 

 

De Engelse schrijver Douglas Noel Adams werd geboren in Cambridge op 11 maart 1952. Zie ook alle tags voor Douglas Adams op dit blog.

Uit: The Hitchhikers Guide to the Galaxy

“Trillian read this longingly, but reluctantly decided that Zaphod wasn’t really in the right frame of mind for attempting to fly, or for walking through mountains or for trying to get the Brantisvogan Civil Service to acknowledge a change-of-address card, which were the other things listed under the heading “Recreational Impossibilities”.
Instead, she flew the ship to Allosimanius Syneca, a world of ice, snow, mind-hurtling beauty and stunning cold. The trek from the snow plains of Liska to the summit of the Ice Crystal Pyramids of Sastantua is long and gruelling, even with jet skis and a team of Syneca Snowhounds, but the view from the top, a view which takes in the Stin Glacier Fields, the shimmering Prism Mountains and the far ethereal dancing icelights, is one which first freezes the mind and then slowly releases it to hitherto unexperienced horizons of beauty, and Trillian, for one, felt that she could do with a bit of having her mind slowly released to hitherto unexperienced horizons of beauty.
They went into a low orbit. There lay the silver-white beauty of Allosimanius Syneca beneath them. Zaphod stayed in bed with one head stuck under a pillow and the other doing crosswords till late into the night.
Trillian nodded patiently again, counted to a sufficiently high number, and told herself that the important thing now was just to get Zaphod talking.
She prepared, by dint of deactivating all the robot kitchen synthomatics, the most fabulously delicious meal she could contrive - delicately oiled meals, scented fruits, fragrant cheeses, fine Aldebaran wines.
She carried it through to him and asked if he felt like talking things through.
– Zark off, - said Zaphod.”

 

 2016744-736d65c264f8c5c53c58bdbf2b9481de.jpg
Douglas Adams (11 maart 1952 - 11 mei 2001)
Cover 

 

 

De Italiaanse dichter Torquato Tasso werd geboren op 11 maart 1544 in Sorrento bij Napels. Zie ook alle tags voor Torquato Tasso op dit blog.

Uit: Jeruzalem bevrijd (Fragment)

O Vader, Zoon en Geest, u riepen ze aan,
en u, Moeder van God en van de mensen,
O Maagd Maria tot wie allen gaan
voor de vervulling van hun diepste wensen
en u, o engelen, die ons bestaan
in drievoud en in negenvoud begrenzen,
en u, o doper, die, zoals ’t u paste,
’t goddelijke hoofd van de Messias waste.

En u, o steenrots, waarop tegelijk
de hoge Heer zijn kerk en woning bouwde,
waar uw zeer waardige opvolger als blijk
van liefde onlangs nog Gods genade ontvouwde,
en u, apostelen, die ’t koninkrijk
van Christus aan de wereld toevertrouwden,
en u, o martelaren, die gedreven
uw leven voor de waarheid hebt gegeven;

en u, kerkvaders, die met pen en tong
ons allen ’t rechte pad ten hemel wezen,
en u, tweede Maria, die de sprong
aandurfde naar een wereld boven deze,
en u, nonnen en zusters, die nog jong
door met de Heer te huwen de aarde ontrezen,
en u martelaressen, die geslachten
van koningen en volkeren verachtten.

 

Vertaald door Frans van Dooren

 

 2016744-da8d1183c0028fe27fd68d3b0bd20a91.jpg
Torquato Tasso (11 maart 1544 – 25 april 1595)
Tasso in het ziekenhuis van St. Anna in Ferrara door Eugène Delacroix, 1839

 

 

De Duitse dichter en essayist Georg Maurer werd geboren op 11 maart 1907 in Siebenburgen (Roemenië). Zie ook alle tags voor Georg Maurer op dit blog.

 

Spätes Aufwachen

Mir geht’s schlecht, schlecht geht’s mir.
Von diesem Lager erheb ich mich nicht mehr. Vor acht Wochen
da war ich noch ein Kerl. – Aber vor acht Wochen
sagtest du auch, du wärest vor acht Wochen ein Kerl gewesen,
und du stürzst jetzt, wie heute. Was soll ich glauben? –
Alles, was ich sage. Ich spaß nicht. – Ich hol den Arzt. –
Bist du wahnsinnig ? Was soll mir ein Arzt? Die Augen
kannst du mir zudrücken. – Sieh mich mal an. –
Meine Lider sind wie Blei. Ich mag kein Licht sehn,
das ist es ja. Wahrhaftig ich fürcht mich vorm Licht.
Ich könnt mich sterben sehn. Unerträglich. Ich wache lieber
mit geschlossenen Augen. Da kann ich mich konzentrieren.
Solang sich einer konzentriert, stirbt er nicht. –

Dann konzentrier dich. Ich mach währenddes das Essen. –
Aber wenn ich einschlafe und der Tod kommt?
Seit altersher waren sie Brüder und schieben sich gegenseitig
die Menschen zu. Infame Brüder. Richtige Verschwörer.
Ich will nicht schlafen. Dösen, ja! Da wird man wenigstens
nicht so überrascht, – Gut. Ich mach jetzt das Essen. –
Was gibt’s denn? – Blumenkohl! – Gut, aber gebacken
und mit Bröseln. Da ist wenigstens noch eine Hoffnung.
Und schau nach Post. – Aber du kannst ja die Augen nicht öffnen. –
Du liest mir vor. Vielleicht schreibt mir einer,
daß ich ein Kerl war. Da stirbt sich’s leichter. –
Du brauchst also keinen Blumenkohl mehr? – Was,
die eigne Frau läßt einen verhungern?
O Welt, Welt!

 

 2016744-e4e5fe6f9dadc7d31914296dc6ab62bf.jpg
Georg Maurer (11 maart 1907 – 4 augustus 1971)

 

 

De Duitse schrijver Josef Martin Bauer werd geboren op 11 maart 1901 in Taufkirchen. Zie ook alle tags voor Josef Martin Bauerop dit blog.

Uit: So weit die Füsse tragen 

„Daß die Hölle so schön sein kann!
Das Schreien am Zug entlang ist nicht weniger laut als sonst, und die Türen der Waggons werden nicht freundlicher aufgestoßen. Nach sechsundzwanzig Tagen hat das Ohr unterscheiden gelernt, was für Kernstücke der Schwall rauher russischer Worte hat, und nach dem bloßen Klang verstehen die Männer, deren Leiber beim Aufreißen der Tür durch die Öffnung quellen, daß sie fürs erste die Toten herauszulegen haben, damit man sie abbucht, daß sie Schnee in den Kochtopf fassen dürfen und daß es erlaubt ist, von dem Holzstoß da drüben zu nehmen, zwar nur ein paar Arme voll für jeden Waggon, aber eben doch Holz, nachdem seit neun Tagen der Kanonenofen nicht mehr angeheizt werden konnte.
Vor dem Rechteck der offenen Tür liegt ein sichtig kalter Tag, der mild zum Abendwerden eingerötet ist.
Der Weg in die Ewigkeit hat seine festen Stationen, die schon mit in die Ewigkeit eingeplant sind und keine verlorene, aber auch keine gewonnene Zeit mehr kennen, ob der Zug drei Stunden oder vier Tage hier verhält. Diese Station nun heißt Omsk.
Der Tag der Fahrt ist der sechsundzwanzigste. Aus den Waggons, die der Tod seit dem letzten Anhalten besucht hat, werden die Leichen in den kalten Tag hinausgehoben und an die Böschung eines etwas höher liegenden Nachbargeleises gelegt. Holz wird hereingenommen. Die Handreichungen sind gewohnt und eingelemt. Aber die Stadt jenseits der Toten und der Geleise ist schön: eine von romantisierenden Adventzeichnem auf rosaroten Abendhimmel gemalte und mit Schneebehang überzuckerte Silhouette von Türmen und Hochhäusern“.

 

 2016744-d7592e87fd02eaf8cf8b55d7ad68cc11.jpg
Josef Martin Bauer (11 maart 1901 – 15 maart 1970)
Cover

Geschreven door Romenu om 11:31 Reageer op dit bericht

John Rechy, Joseph von Eichendorff, Hilde Van Cauteren, Jakob Wassermann, Karel van de Woestijne, Chloé Delaume, Friedrich Schlegel, Boris Vian, Manolis Anagnostakis

De Amerikaanse schrijver John Rechy werd geboren op 10 maart 1934 in El Paso, Texas. Zie ook alle tags voor John Rechy op dit blog.

Uit: Bodies and Souls

"Ten days before the slaughter on the freeways, and on an afternoon in late spring, early summer, Orin, Lisa, and Jesse James stood before the gates of an abandoned mansion on Sunset Boulevard in Beverly Hills. Many tourists milled about the notorious house. From behind the elaborate gates, burly guards stares at the game sweaters.
Although unpredictable, June is often murky, even cool; but a Southern California day can go through a mild version of the four seasons-the blue coolness of morning moving to sweaty warmth. Today in that seasonless month, a breeze containing a hint of heat kept the smog against the watery horizon of an azure sky.
“It reminds me of Tara in Gone with the Wind,” Lisa said. She had just turned eighteen. She had a prettiness saved from cuteness and nudged toward beauty by a full, sensual mouth.
She had cultivated a crooked half-smile like Lauren Bacall’s in To Have and Have Not.
You’re crazy,” Jesse James laughed. The jagged angles of his twenty-one-year-old face gave him a composite handsomeness his individual features did not possess. Under his cowboy hat, darkish hair licked his forehead. He opened another button of his shirt, exposing his chest to more sun. “Gone with the Wind had tall columns, and it sure didn’t have those statues.”
Beyond the iron-grill fencing of intricate fleurs-de-lis looping over stone-embossed walls, the mansion is painted green, smeared now by buried smoke. A large tree, killed by fire, lies over a long veranda. Statues of naked bodies line the cracked balustrade. muscular figures of men, curved bodies of women, almost life-size, once painted in flesh tones, with rosy lips and cheeks and eyelashed tinted eyes, and pubic hair, drawn black and realistic. Now the colored bodies are faded; only the painted hair over exposed genitals remains bold and dark. Defiantly the mansion faces the strip of coiffed grass that divides the wide boulevard as it curves and swerves along miles of green, flowered wealth and stops far away in Malibu at the frothing edge of the Pacific Ocean.”

 

 2016583-acf9af8834d3e076e2c1246cc63b6445.jpg
John Rechy (El Paso, 10 maart 1934)
In 1963

 

 

De Duitse dichter en schrijver Joseph von Eichendorff werd op 10 maart 1788 op het slot Lubowitz in Ratibor geboren. Zie ook alle tags voor Joseph von Eichendorff op dit blog

Uit: Aus dem Leben eines Taugenichts

„Ich griff nach der Weste; meine paar Groschen, weiß Gott, sie müssen beim Herumtanzen auf dem Wagen aus der Tasche gesprungen sein, waren weg, ich hatte nichts als mein Geigenspiel, für das mir überdies auch der Herr mit dem Stabe, wie er mir im Vorbeigehn sagte, nicht einen Heller geben wollte. Ich sagte daher in meiner Herzensangst zu der Kammerjungfer: ja; noch immer die Augen von der Seite auf die unheimliche Gestalt gerichtet, die immerfort wie der Perpendikel einer Turmuhr in der Halle auf und ab wandelte und eben wieder majestätisch und schauerlich aus dem Hintergrunde heraufgezogen kam. Zuletzt kam endlich der Gärtner, brummte was von Gesindel und Bauernlümmel unterm Bart und führte mich nach dem Garten, während er mir unterwegs noch eine lange Predigt hielt: wie ich nur fein nüchtern und arbeitsam sein, nicht in der Welt herumvagieren, keine brotlosen Künste und unnützes Zeug treiben solle, da könnt ich es mit der Zeit noch einmal zu was Rechtem bringen. – Es waren noch mehr sehr hübsche, gutgesetzte, nützliche Lehren, ich habe nur seitdem fast alles wieder vergessen. Überhaupt weiß ich eigentlich gar nicht recht, wie das alles so gekommen war, ich sagte nur immerfort zu allem: ja – denn mir war wie einem Vogel, dem die Flügel begossen worden sind. – So war ich denn, Gott sei Dank, im Brote.
In dem Garten war schön leben, ich hatte täglich mein warmes Essen vollauf und mehr Geld, als ich zum Weine brauchte, nur hatte ich leider ziemlich viel zu tun. Auch die Tempel, Lauben und schönen grünen Gänge, das gefiel mir alles recht gut, wenn ich nur hätte ruhig drin herumspazieren können und vernünftig diskurrieren, wie die Herren und Damen, die alle Tage dahinkamen.“

 

 2016583-94a689de3e203eaa2e8bdc3f89ad4100.jpg
Joseph von Eichendorff (10 maart 1788 – 26 november 1857)
Monument in Eichendorf, Beieren

 

 

De Vlaamse dichteres Hilde Van Cauteren werd geboren 10 maart 1967 in Hamme. Zie ook alle tags voor Hilde Van Cauteren op dit blog.

 

Observatie

Ze draaien rond in hun glazen lokaal,
terwijl god in een hoek zit te gluren.
Hoe de witte flappen van hun jassen
zwierig hun beweging onderstrepen,

het zegt hem niets. Hij leest het happen
van hun lippen, ziet hoe zijn naam
op elke tong verschijnt. Hoe hij alleen
de zaal in puin, een volle ziekenboeg

en alle hens aan dek. Daar is de naald,
daar zijn de lange mouwen. De woede
is voorbij, god reikt sereen zijn handen.

Hij wil alleen nog weten hoe ze vechten
voor hun leven. Wenen ze? vraagt hij.
Of knarsen ze met hun tanden?

 

 

Barst

Er zit een barst in ons bestaan,
het is zo duidelijk dat niemand
hem ziet zitten. Iedereen kijkt
iemand anders aan. Een hond

haalt vrolijk een schouderbot
op en plots wil iedereen leren
apporteren. Wat kan een barst
de dartele tweevoeter schelen?

Er zit een barst in ons bestaan,
een camera staat vierentwintig
zeven aan, een waakhond blaft
naar vierentwintig schermen.

Elk scherm vertoont een identieke
barst. Een werkgroep stelt geen
onregelmatigheden vast.

 

 2016583-05e4397a39a8e48b4441bf81c334a49f.jpg
Hilde Van Cauteren (Hamme, 10 maart 1967)

 

 

De Duitse schrijver Jakob Wassermann werd geboren op 10 maart 1873 in Fürth. Zie ook alle tags voor Jakob Wassermann op dit blog.

Uit: Caspar Hauser oder Die Trägheit des Herzens (Der fremde Jüngling) 

„Welch ein armseliges Ding, sagten die Leute; viele waren der Ansicht, daß man eine neue Spezies entdeckt habe, eine Art Höhlenmensch etwa, und unter den berichteten Seltsamkeiten war nicht die geringste die, daß der Knabe jede andre Nahrung als Wasser und Brot mit Abscheu zurückwies.
Nach und nach wurden die einzelnen Umstände, unter denen der Fremdling aufgetaucht war, allgemein bekannt. Am Pfingstmontag gegen die fünfte Nachmittagsstunde war er plötzlich auf dem Unschlittplatz, unweit vom Neuen Tor, gestanden, hatte eine Weile verstört um sich geschaut und war dann dem zufällig des Weges kommenden Schuster Weikmann geradezu in die Arme getaumelt. Seine bebenden Finger wiesen einen Brief mit der Adresse des Ritt-meisters Wessenig vor, und da nun einige andre Personen hinzukamen, schleppte man ihn mit ziemlicher Mühe bis zum Haus des Rittmeisters. Dort fiel er erschöpft auf die Stufen, und durch die zerrissenen Stiefel sickerte Blut.
Der Rittmeister kam erst um die Dämmerungsstunde heim, und seine Frau erzählte ihm, daß ein verhungerter und halbvertierter Bursche auf der Streu im Stall schlafe; zugleich übergab sie ihm den Brief, den der Rittmeister, nachdem er das Siegel erbrochen, mit größter Verwunderung einige Male durchlas; es war ein Schriftstück, ebenso humoristisch in einigen Punkten wie in andern von grausamer Deutlichkeit. Der Rittmeister begab sich in den Stall und ließ den Fremdling aufwecken, was mit vieler Anstrengung zustande gebracht wurde. Die militärisch gemessenen Fragen des Offiziers wurden von dem Knaben nicht oder nur mit sinnlosen Lauten beantwortet, und Herr von Wessenig entschied sich kurzerhand, den Zuläufer auf die Polizeiwachtstube bringen zu lassen.
Auch dieses Unternehmen war mit Schwierigkeiten verknüpft, denn der Fremdling konnte kaum mehr gehen; Blutspuren bezeichneten seinen Weg; wie ein störrisches Kalb mußte er durch die Straßen gezogen werden, und die von den Feiertagsausflügen heimkehrenden Bürger hatten ihren Spaß an der Sache. »Was gibts denn?« fragten die, welche den ungewohnten Tumult nur aus der Ferne beobachteten. »Ei, sie führen einen betrunkenen Bauern«, lautete der Bescheid.“

 

 2016583-488d8716d0300fc5e82494209c1ca16f.jpg
Jakob Wassermann (10 maart 1873 – 1 januari 1934)
Cover

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Karel van de Woestijne werd geboren te Gent op 10 maart 1878. Zie ook alle tags voor Karel van de Woestijne op dit blog

 

Er komt iemand bij mij

Er komt iemand bij mij, die 'k nimmer zag,
en uit-der-mate vriendlijk, die mij zegt:
‘Gij weet, ik berg iemand in mijne woon.
Neen: er verbergt zich iemand in mijn woon.
Ik zie hem niet, maar ben in hem begaan.
Ik ken hem, en hij is mijn liefst bezit...’
- Ik durf niet zeggen dat die vreemdling liegt.
Ik durf niet zeggen dat zijn gast de mijne is. Ach!
ik durf niet zèggen dat hij niet bestaat, misschien.

Want hij bestaat in mij.

 

 

Een vrucht die valt

Een vrucht die valt...
- Waar ‘k wijle in ‘t onontwijde zwijgen,
buigt statiglijk de nacht zijn boog om mijn gestalt.
De tijd is dood, omhoog, omlaag. Geen sterren rijgen
haar paarlen aan ‘t stramien der roereloze twijgen.
En geen gerucht, dan deze vrucht, die valt.

Een vrucht.
- En waar ik sta, ten zatte levens-zome,
vol als de nacht, maar even stil; blind als de lucht
hoe rijk ook aan ‘t verholen licht van mijne dromen,
voel ‘k - lomer dan in ‘t loof der luideloze bomen
een vrucht die valt, - mijn hart, gelijk een vrucht
die valt...

 

 

Wat ben ik, dan een vogel

Wat ben ik, dan een vogel in de schemering?...
Ik ben verliefd, o mijne vriende', en, wen ik zing,
hoor ik de avond-dauw uit zware beuken leken
en, dof geplets, de rillend-diepe stilte breken;
en - 't is of mijn geluid in mijne kele breekt...
Ben ik bedroefd? - Hoor hoe een nachtegaalke spreekt
mistroostig en gerust, met droeve en staêge ijver,
gelijk de zang van dwalend-verre schapen-drijver.

 

 2016583-dc0240aab506332bc122374f78de4850.jpg
Karel van de Woestijne (10 maart 1878 - 24 augustus 1929)
Portret door Jozef Cantré uit 1935, Koningin Fabiolazaal, Antwerpen

 

 

De Franse schrijfster en performance artieste Chloé Delaume werd geboren als Nathalie Dalain op 10 maart 1973 in Parijs. Zie ook alle tags voor Cloé Delaume op dit blog

Uit: Dans ma maison sous terre

« Je suis une fin de règne. Il reste une troisième place. La concession est ainsi faite, urgence et tiercé imposés. Je voulais la rejoindre, j’explique à Théophile, je voulais être contre, déjouer l’ordre établi. Perpétuer l’inversion, être fille et seconde. Sûrement pour la toucher. Encore et malgré tout. Un dernier rapprochement, ultime et terminal, est-ce que vous comprenez, je dis à Théophile, est-ce que vous comprenez même si c’est ridicule. Mon grand-père sur maman c’est tellement dégoûtant, de l’inceste imposé en terreau post-mortem.
Il est mort un 13 mars. J’ai pleuré de dépit. La semaine précédente je m’étais encore ratée, mais là c’était trop tard, l’immonde entre nous deux. Je voulais m’effondrer dans les bras de ma mère ulna radius thorax, résidus végétaux vasculaires. À l’enterrement je me souviens d’une pulsion extrêmement vivace avant que le cercueil ne rejoigne la tranchée. Dans ma poche un couteau, mais je n’ai pas osé. Me donner en spectacle me posait un problème, je redoutais aussi leur interventionnisme. Sein gauche marqué d’une croix j’abandonnais encore une option destinée de crainte de terminer mes jours dans un asile.
Il reste une troisième place et ce n’est pas la mienne, les branches ne s’élaguent pas sans l’accord du grand garde des généalogies. Quand la hache reviendra elle m’ignorera encore. Son manche me chuchotera : la forêt est hantée. Soudoyer le passeur est l’unique solution. Je dois en finir avec ça, je dois en finir avec elle, je dois en finir avec toi. Je vis dans l’ombre d’un deuil qui refermerait Pandore.”

 

 2016583-1a819ad9921bc5ededb36b214ff35baa.jpg
Chloé Delaume (Parijs, 10 maart 1973)

 

 

De Duitse dichter, vertaler en filosoof Karl Wilhelm Friedrich von Schlegel werd geboren op 10 maart 1772 in Hannover. Zie ook alle tags voor Friedrich Schlegel op dit blog.

 

Erstes Sonett

Um meiner Mannheit Tiefgang auszuloten,
Ging ich mit nacktem Glied zu Keuschgesinnten.
Ich glaubte, diese deutlichste der Finten
Sei zwingender als Zahlen oder Zoten.

Ich trat zu Mädchen unversehns von hinten,
Sprach sanft sie an und spielte den Zeloten.
Dann fragt' ich plötzlich, wann sie denn den roten
Gewaltherrn hätten, und wie lang sie minnten.

Sie sehn verdrehten Auges auf den Stecken,
Der ihnen doch galant entgegensteht.
Ich hebe sie, darauf zu stülpsen.

Zuerst wohl würgen, schreien sie, und rülpsen,
Dann fließt die Lust, und alles Weh vergeht.
Bis sie zutiefst gekitzelt drauf verrecken.

 

 

Der Sänger

Nimmer wird das Leid geendet,
Dem die Lieder nur gefallen,
Die von ferne leise hallen,
Wo es gern sie hingesandt,
Daß sie wieder zu ihm wallen.

Will mich Gegenwart umfangen,
Schöne Liebe gleich betören,
Muß ich Fernes doch verlangen,
Und nur auf das Echo hören.

So wird nie mein Sinn gewendet,
Wenn er hört die Lieder schallen,
Die von ferne leise hallen,
Wo er gern sie hingesendet,
Saß sie wieder zu ihm wallen.

 

 2016583-4e7a50811a4fe4fdcfb28bf3d416d58e.jpg
Friedrich von Schlegel (10 maart 1772 – 11 januari 1829) 
De Marktkirche in Hannover door Domenico Quaglio, ca. 1832

 

 

De Franse schrijver, ingenieur, dichter, zanger en jazztrompettist Boris Vian werd geboren in Ville-d'Avray op 10 maart 1920. Zie ook alle tags voor Boris Vian op dit blog

 

Pourquoi que je vis

Pourquoi que je vis
Pour la jambe jaune
D'une femme blonde
Appuyée au mur
Sous le plein soleil
Pour la voile ronde
D'un pointu du port
Pour l'ombre des stores
Le café glacé
Qu'on boit dans un tube
Pour toucher le sable
Voir le fond de l'eau
Qui devient si bleu
Qui descend si bas
Avec les poissons
Les calmes poissons
Ils paissent le fond
Volent au-dessus
Des algues cheveux
Comme zoizeaux lents
Comme zoizeaux bleus
Pourquoi que je vis
Parce que c'est joli

 

 2016583-b3c09c2c13bab71440645fbe7b2744d1.jpg
Boris Vian ( 10 maart 1920 - 23 juni 1959)

 

 

De Griekse dichter Manolis Anagnostakis werd geboren op 10 maart 1925 in Thessaloniki. Zie ook alle tags voor Manolis Anagnostakis op dit blog.

 

The decision

Are you for or against?
At least answer with a yes or with a no.
You have thought about the problem
I believe of course it has tortured you
Everything tortures in life
Children women insects
Harmful plants lost hours
Difficult passions rotten teeth
Average films. And this tortured you of course.
So speak with authority then. At least with yes or no.
To you belongs the decision.
We are not asking you anymore to stop
The things you occupy yourself with, to interrupt your life
Your beloved newspapers; the discussions
At the barbershop; your Sundays at the stadium.
One word only. So let's go:
Are you for or against?
Think about it well. I will wait.

 

Vertaald door Eva Johanos

 

 2016583-787b418d26b4efb9a812fb60f13763a9.png
Manolis Anagnostakis (10 maart 1925 – 22 juni 2005)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e maart ook mijn blog van 10 maart 2013 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:24 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten