Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 29 maart 2017 tot 30 maart 2017

Gerrit Komrij, Paul Verlaine, Milton Acorn, Milton Acorn, Erika Mitterer, Uwe Timm, Tom Sharpe, Gert Heidenreich, Theo Breuer, Luise Hensel

De Nederlandse dichter, schrijver, criticus, polemist en toneelschrijver Gerrit Komrij werd geboren op 30 maart 1944 in Winterswijk. Zie ook alle tags voor Gerrit Komrij op dit blog.

 

Europa is een woord

Europa is een woord, als alle woorden
Verjaagd, vernederd. Aan de horizon
Dwarrelen nog wat vage slotaccoorden.
Geen die ze hoort. Van niets meer ziel of bron.

Arm troetelkind, te vaak, te schril geprezen
Met slechte adem, achterna gezeten
Door charlatans, bemind met bullepezen.
Alleen nog kermisvolk wist hoe je heette.

In het lawaai verdween je. Onbetreurd.
Achter de bergen, ver weg, waar ik woon,
Heeft niemand je zelfs maar gekend. Het geurt
Naar hout hier en men spreekt op zachte toon.

 

 

Boemerang

Hij is bewusteloos. Vrouw Niets ontwaakt.
Het niets versmelt zich met de sprookjesprins
En wordt ook door begeerte aangeraakt.
Nu, niet verliefd, maar toch wel enigszins.

Het niets komt uit de slaap en de begeerte
Uit niets. Verschrikkelijk zijn deze drie.
De zon is dof, de wereld omgekeerd,
Er zit een haarscheur in de harmonie.

De jeugd wordt nagezeten door demonen,
De ouderdom wiegt zich in zoet gezang,
De builenpest bezoekt de godenzonen
En liefde staat gelijk aan levenslang.

 

 

Verplaatsing

Ik ken een man die uit zijn stoel opstaat,
Zich kalm verheft, zich bukt en met zijn hand
Het stof bedachtzaam van zijn broekspijp slaat,
Voelt of zijn buikriem naar believen spant,

Opnieuw zijn rug strekt, door een niemandsland
Van meubelen en schemerlampen waadt,
Bij een van kruk voorziene deur belandt
Waar hij zijn kamer zonder erg verlaat –

En die, in het aangrenzende vertrek,
waar geen gezeur of hindernis hem wacht
En alles hem doodvriendelijk toelacht,

Een ruimte, kortweg, waar hem niets bedreigt,
Een heimwee - alverterend, knettergek -
Naar de zojuist verlaten kamer krijgt.

 

 2022570-0d32c21db26f54a85deae65fbb017289.png
Gerrit Komrij (30 maart 1944 - 5 juli 2012)

 

 

De Franse dichter Paul Marie Verlaine werd geboren in Metz op 30 maart 1844. Zie ook alle tags voor Paul Verlaine op dit blog.

 

Bibliophilie

Le vieux livre qu’on a lu, relu tant de fois !
Brisé, navré, navrant, fait hideux par l'usage,
Soudain le voici frais, pimpant, jeune visage
Et fin toucher, délice et des yeux et des doigts.

Ce livre cru bien mort, chose d'ombre et d'effrois,
Sa résurrection « ne surprend pas le sage ».
Qui sait, ô Relieur, artiste ensemble et mage,
Combien tu fais encore mieux que tu ne dois.

On le reprend, ce livre en sa toute jeunesse,
Comme l’on reprendrait une ancienne maîtresse
Que quelque fée aurait revirginée au point ;

On le relit comme on écouterait la Muse
D'antan, voix d'or qu'éraillait l'âge qui nous point :
Claire à nouveau, la revoici qui nous amuse.

 

 

Bibliofilie

Het oude boek dat jij al zó vaak hebt herlezen!
Geknakt, mismaakt, gebroken in gebruikte staat.
Ziedaar, het heeft ineens een sprankelend gelaat,
Het voelt weer zacht en oogt in fijnheid onvolprezen.

Dit dood gewaande boek, dit duister, treurig wezen,
Herrees – voor ingewijden geenszins wonderbaar:
Zij weten, Binder, magiër en kunstenaar,
Hoezeer je jouw sublieme kunde hebt bewezen.

Je neemt het boek, in al zijn prilheid, weer ter hand,
Alsof een eens beminde op je schoot belandt,
Dankzij een goede fee hermaagd teruggekeerd.

Je leest alsof je weer de stem der Muze hoort,
Voorheen welluidend, door de wrede tijd verweerd:
Wij worden door haar klaarheid andermaal bekoord

 

Vertaald door Martin Hulseboom

 

 

VOOR ARTHUR RIMBAUD

Mens, engel, duivel OOK is Rimbaud onbetwist;
De ereplaats in dit mijn boek staat voor jou open,
Al moest een zottefrikje afdoen als verlopen
Sujet, baardeloos monster, dronken lyceïst.

Opkringelende wierook, rijke luitakkoorden
Groeten jou in de tempel der gedachtenis,
Je naam zingt luisterrijk van wat jouw glorie is,
Omdat jij mij hebt liefgehad zoals het hoorde.

De vrouwen zien je als een jonge sterke vent
Van boerse schoonheid, boerenslim ook op zijn tijd,
Begeerlijk en daarbij gevaarlijk indolent!

Je overwon de dood, is al van jou geschreven,
En dat je mateloos maar puur genoot van ‘t leven,
Je blanke voeten rustend op de kop van Nijd!

 

Vertaald door Peter Verstegen

 

 2022570-77613e79a47558b8fedf1a211bbd7b40.jpg
Paul Verlaine (30 maart 1844 - 8 januari 1896) 
David Thewlis (Paul Verlaine) en Leonardo DiCaprio (Arthur Rimbaud) in de film “Total Eclipse” uit 1995

 

 

De Canadese dichter Milton James Rhode Acorn werd geboren op 30 maart 1923 in Charlottetown, Prince Edward Island.Zie ook alle tags voor Milton Acorn op dit blog.

 

I've Tasted My Blood

If this brain’s over-tempered
consider that the fire was want
and the hammers were fists.
I’ve tasted my blood too much
to love what I was born to.

But my mother’s look
was a field of brown oats, soft-bearded;
her voice rain and air rich with lilacs:
and I loved her too much to like
how she dragged her days like a sled over gravel.

Playmates? I remember where their skulls roll!
One died hungry, gnawing grey perch-planks;
one fell, and landed so hard he splashed;
and many and many
come up atom by atom
in the worm-casts of Europe.

My deep prayer a curse.
My deep prayer the promise that this won’t be.
My deep prayer my cunning,
my love, my anger,
and often even my forgiveness
that this won’t be and be.
I’ve tasted my blood too much
to abide what I was born to.

 

 2022570-d83f4fe1d011f1f233b9c158e84d8abc.jpg
Milton Acorn (30 maart 1923 – 20 augustus 1986)
Hier rechts bij een optreden in Allan Gardens, Toronto, 1962

 

 

De Oostenrijkse schrijfster en dichteres Erika Mitterer werd geboren op 30 maart 1906 in Wenen. Zie ook alle tags voor Eika Mitterer en voor E. Mitterer op dit blog.

Uit:Der Fürst der Welt

“In diesem Augenblick bereute Bärbel ihren Besuch Dennoch beschloß sie, nicht unverrichteterdinge heim-zukehren. — Du hast ganz recht! rief sie eifrig, ob man je-manden gern hat, hängt gar nicht damit zusammen, daß man ihn oft sieht. Es ist viel besser, wenn du selten ins Kloster gehst... Theres horchte auf. Weshalb soll ich nicht ins Kloster gehen? widersprach sie; ich war krank, aber jetzt werde ich Hiltrud wieder oft besuchen! Theres, bat Bärbel und nahm die kühlen Hände der Freundin zwischen ihre warmen Finger, tu das nicht! Deine Hiltrud gibt es nicht mehr. Maria Michaela ist eine Fremde, mit der du nichts zu tun haben darfst! Eine unbestimmte Angst quoll in Theres hoch und er-stickte ihr fast die Stimme. — Warum? fragte sie wieder und erklärte plötzlich, noch heute werde sie die Priorin besuchen. Bärbel begann zu zittern. -Nicht heute! flehte sie, geh morgen hin! Du siehst, es wird schon dunkel. Was sollen die Leute denken? Wenn ich meine Schwester besuche? Wenn du dich allein auf der Straße herumtreibst Laß mich offen sein, Theres: dein Ruf ist schon einmal gefährdet gewesen! Mehr als wir alle mußt du aufpassen, nicht in der Leute Mund zu kommen! Als wenn das nützte! sagte Theres bitter; wenn sie klat-schen wollen, finden sie immer etwas. Dann geh wenigstens morgen! rief Bärbel außer sich und war nahe daran, in Tränen auszubrechen. Du hattest es heute doch gar nicht vor, soll ich noch schuld daran sein?
Als wenn das nützte! sagte Theres bitter; wenn sie klat-schen wollen, finden sie immer etwas. Dann geh wenigstens morgen! rief Bärbel außer sich und war nahe daran, in Tränen auszubrechen« Du hattest es heute doch gar nicht vor, soll ich noch schuld daran sein? Theres zauderte einen Augenblick. Dann legte sie Bär-bel den Arm auf die Schulter. — Du hast vollkommen recht, sagte sie. Ich werde nicht hingehea Heute ist ja Donnerstag. Ich werde sie Samstag besuchen oder Sonntag, nach dem Hochamt...
Und nun wartet sie hinter der Türe und hält ihr Herz fest und nimmt sich vor, Schwester Notburgas Knie zu umschlingen, damit sie ihr alles erzähle und ihr helfe, Hiltrud zu retten. Fünf Männer treten ein mit dröhnenden Schritten; es liegt nicht in ihrer Absicht, den Schlaf eines Säuglings zu schonen.“

 2022570-fa0ad9a0ce52640fcca89d4a64aaee9d.jpg
Erika Mitterer (30 maart 1906 – 14 oktober 2001)
Cover

 

 

De Duitse schrijver Uwe Timm werd geboren op 30 maart 1940 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Uwe Timm op dit blog.

Uit: Heißer Sommer

„Während sie die Schnalle schloß, starrte sie sich einen Moment auf den Bauch.
Einen Augenblick stand sie unschlüssig im Zimmer, dann strich sie sich entschlossen das Haar hinter die Ohren und sah zu ihm herüber. Ullrich ließ sich zurückfallen, knautschte das Kissen zusammen, schob es sich unter den Kopf und starrte wieder zur Decke.
Bitte, sagte sie.
Lothar verspielte sich schon wieder.
Hörst du, sagte sie.
Er versuchte, sie möglichst gleichgültig anzusehen.
Sie drehte sich um, ging zur Tür, schloß auf, das Gefiedel wurde lauter, sie zog die Tür von außen ins Schloß.
Die Tür sprang wieder auf.
Diese Misttür, dachte er und hörte Ingeborg mit schnellen Schritten über den Gang gehen.
Er dachte, daß er sie jetzt zurückrufen müßte, aber er blieb liegen. Die Wohnungstür schlug zu. Im selben Augenblick brach auch Lothars Gefiedel ab.
Ullrich stand auf und ging zum Fenster.
Draußen war es noch hell. Die Föhnzirren wurden orange von der untergehenden Sonne angestrahlt. Nackt stand er am Fenster und sah über die Dächer. Plötzlich glaubte er, etwas wie Erleichterung zu spüren.
Doch dann hörte er unten das Picken ihrer Absätze, gleichmäßig und energisch. Er beugte sich aus dem Fenster, obwohl er wußte, daß er über den Dachansatz hinweg nicht sehen konnte, wie sie unten am Haus entlang ging.
In der Dachrinne gurrten die Tauben.
Schön, sagte Ullrich.
Ein leichter warmer Wind ging. Er hatte plötzlich keine Kopfschmerzen mehr. Er zog seinen Bademantel an, warf die Bettdecke über den Sessel und sammelte die Papiertaschentücher vom Boden auf.
Als er sich wieder aufrichtete, war ihm, als würde die schräge Mansardenwand auf ihn stürzen.“

 

 2022570-dbbb46fbef1ec904d65345f5c6f01d75.png
Uwe Timm (Hamburg, 30 maart 1940)

 

 

De Engelse schrijver Tom Sharpe werd geboren op 30 maart 1928 in Londen. Zie ook alle tags voor Tom Sharpe op dit blog.

Uit: Wilt On High

“Fifty miles away, Lord Lynchknowle’s dinner had been interrupted by the arrival of a police car and the news of his daughter’s death. The fact that it had come between the mackerel pâté and the game pie, and on the wine side, an excellent Montrachet and a Château Lafite 1962, several bottles of which he’d opened to impress the Home Secretary and two old friends from the Foreign Office, particularly annoyed him. Not that he intended to let the news spoil his meal by announcing it before he’d finished, but he could foresee an ugly episode with his wife afterwards for no better reason than that he had come back to the table with the rather unfortunate remark that it was nothing important. Of course, he could always excuse himself on the grounds that hospitality came first, and old Freddie was the Home Secretary after all, and he wasn’t going to let that Lafite ’62 go to waste, but somehow he knew Hilary was going to kick up the devil of a fuss about it afterwards.”

 

 2022570-650644db39b8b52089632bf7259ba252.png
Tom Sharpe (30 maart 1928 – 6 juni 2013)
Cover

 

 

De Duitse dichter, schrijver en (radio)journalist Gert Heidenreich werd geboren op 30 maart 1944 in Eberswald. Zie ook alle tags voor Gert Heidenreich op dit blog.

Uit: Der Fall

“Vom Rand der Klippen schwingen sich die Möwen ins Licht und begrüßen mit ihren Schreien den Tag.
Noch liegt der Strand von Les Petites Dalles im Schatten der Kalkfelsen. In ihren Rissen und Schrunden hängen die schwarzen Reste der Nacht.
Am Fuß der Steilwände stakst und stolpert Swoboda über die runden Steine, die dreibeinige Staffelei links geschultert, rechts die Malkartonmappe am langen Riemen, in der Hand den Tubenkoffer mit Ölfarben, Paletten und Pinseln. Er flucht vor sich hin, weil seine Lederschuhe von den buckligen Kieseln abgleiten und jeder Schritt ihm die Füße verbiegt. Sein Gewicht macht ihm zu schaffen. Der Standpunkt, an dem er heute das erste Sonnenlicht auf dem Strand malen will, ist gut zweihundert Meter entfernt.
Ein falscher Schrei.
Der Maler bleibt stehen und sieht auf. Über der Kante der Kreideküste wachsen im dunstigen Himmel erste Inseln von normannischem Blau. Die Vögel sind verstummt.
Sie geben ihre Kreise auf, kippen in den Wind und lassen sich hinaustragen über die See.
Swoboda weiß, dass er einen Menschenschrei gehört hat.
Er weiß es und will es nicht wissen. Redet sich ein, er habe sich getäuscht. Die Silbermöwen, die in den weißen Felsen der Cote d’Albatre nisten, können kreischen wie Katzen und Babys und Frauen in Not.
Er entschließt sich, weiterzulaufen, blickt auf seine Schuhspitzen und versucht, zwischen den grauen Steinkugeln Halt zu finden. Er könnte es sich leicht machen und hinunter zur Dünung laufen, wo jetzt, mit fortschreitender Ebbe, ein nassbrauner Streifen Sand sichtbar wird. Doch Swoboda ist starrsinnig. Er folgt der Richtung, die er sich vorgenommen hat und die ihn zu dem hellen Fleck führt, wo das Sonnenlicht durch einen tiefen Einschnitt in den Kalkwänden eine halbe Stunde früher auf den Strand fällt.
Der Klippenrand ist jetzt eine glühende, gezackte Linie,unter der die gestaffelten Falaises über Les Grandes Dalles und Fécamp bis zum fernen Yport noch immer im Morgenschatten stehen.“

 

 2022570-17312a43ec35341bf9dcb2dc11b1188f.jpg
Gert Heidenreich (Eberswald, 30 maart 1944)

 

 

De Duitse schrijver en dichter Theo Breuer werd geboren op 30 maart 1956 in Zülpich. Zie ook alle tags voor Theo Breuer op dit blog.

 

brinkmann, blick
(poème trouvé)

das fenster des treppenhauses
das letzte (das oberste
eines schmalen schachts

im haus gegenüber)
in dem ich manchmal
licht brennen sehe

das ein eisernes treppengeländer
aus einem schwärzlichgrauen
dunkel heraushebt

ein karges bild
ohne andere bedeutung als
so von dir gesehen zu werden

 

 

leute

halten auch in düren
heute und in letzten tagen
morsche türen leere fenster

sehr geschlossen
noch wird · nicht einmal ·
mit pfeffer · geschossen

jedenfalls nicht hier
draußen im revier
[wespen bleischwer hinter borken]

bei schneefall treiben wir
zwischen eggen forken walzen
liegt ein hase mit der nase

fett im dreck
wir – – –
nichts wie · weg

 

 2022570-5defc37ae7e0a19e5260d0cc88454b1a.jpg
Theo Breuer (Zülpich, 30 maart 1956)
Zülpich

 

 

De Duitse dichteres Luise Hensel werd geboren op 30 maart 1798 in Linum nabij Fehrbellin (Brandenburg). Zie ook alle tags voor Luise Hensel op dit blog.

 

In einer Dorfkirche

Immer muß ich sein gedenken,
Immer seiner Huld mich freun,
Immer her die Schritte lenken
Zu dem Kirchlein arm und klein.

O du Wunder aller Gnade,
Das der kleine Schrein umschließt!
Ja, in dieser armen Lade
Wohnt er, dem das All entfließt.

O des Glückes, das der Glaube
Seiner Gegenwart mich lehrt!
O der Wonne, die im Staube
Meine Seele schon erfährt!

Seele, und du schaust noch trübe
Auf die Dinge niederwärts?
Gibt’s für dich noch andre Liebe?
Erdenfreude? Erdenschmerz?

Sieh’ in dieser Silberschale
Ruht dein Gott, dein einzig Gut!
Und du darbst beim reichsten Mahle?
Und du frierst bei höchster Glut?

Auch der kleinen Ampel Schimmer
Mahnt dich, ganz für ihn zu glühn,
Herz, o säumst du denn noch immer,
Ganz in Flammen zu versprühn?

 

 2022570-bd979e46e34a7de7d4f83a4404aa566e.jpg
Luise Hensel (30 maart 1798 – 18 december 1878)
De dorpskerk van Linum

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e maart ook mijn blog van 30 maart 2014 deel 2 en eveneens deel 3.



Geschreven door Romenu om 18:16 Reageer op dit bericht

Geert van Istendael, Wim Brands, Eric Walz, Georg Klein, Ernst Jünger, Yvan Goll, R. S. Thomas, Jacques Brault, Denton Welch

De Vlaamse schrijver, dichter en essayist Geert van Istendael werd geboren in Ukkel op 29 maart 1947. Zie ook alle tags voor Geert van Istendael op dit blog.

 

Klokje boven de keukendeur

Je halswervels draaien, een fractie van een seconde
zoeken, je ogen vinden de wijzerplaat,
rond en wit, blauw de cijfers, de rand. Het is toch een wonder,
dat email, geërfd, afgesopt, al negentig jaar,
en heel die tijd heeft geen enkele kras het geschonden.

Hoeveel keer per dag kijk ik op, keek een voormoeder op
naar de zwarte wijzers daarboven? Aardappels koken,
gebraad in de oven. Wij hebben exactheid geroken.

 

 

Dit is het sprookje van de beuk

Dit is het sprookje van de beuk,
de kathedralenbouwer, de vertrouwde,
dit is het sprookje van een oeroud woud,
van kolenbranders, stropers
en jachtstoeten en hoorns.
Koopman van stères en aristocraat,
zij beiden schiepen schoonheid,
zij richtten zuilen op die wolken torsen,
wijnrood de toppen, schouders onder lucht,
zij dwongen zonnestralen
in schuine, fonkelende banen naar
de zure grond,
Verlichting,
rationaliteit uit een ver Oostenrijk
aan bijziend Brabant klaarziend opgedrongen.
Beuk, collectieve reus,
vermenigvuldiging van verticalen,
beuk, heer van Zoniën,
tweehonderd jaar nu al,
grijs, ongeschubd, sacraal,
vervallen edelman,
aftandse kardinaal,
één storm,
het halve bos ligt kaal.

 

 

Rode bloempot

Wat eerst was. Klei, brein, water. Wiel, hand, brand.
Wat, steeds herhaald, gestapeld wacht in hokken.
Een conisch lijf, rond bodemgat, de rand.
Wat steeds verschilt. Mosgroen, kalkwit, de korsten,
geëtst door anonieme meesterhand.

Hij draagt de schunnigste, de reinste planten,
hij wordt met eigen grondstof volgestort,
hij is wat duldt. Wat breekt maar nooit verdort.

 

 2022238-81eb89d54f1b82ecacdae49e70d6c722.jpg
Geert van Istendael (Ukkel, 29 maart 1947)

 

 

De Nederlandse dichter, journalist en presentator Wim Brands werd geboren in Brummen op 29 maart 1959. Zie ook alle tags voor Wim Brands op dit blog.

 

Ansichtkaart

Terug van vakantie vlooi ik door de post.
Er is een ansichtkaart van mijn moeder.
Sinds de dood van mijn vader

gaat ze elke zomer naar het buitenland.
De Jura, dit jaar. Dat ligt tegen
de Spaanse grens,

had ze gezegd. Ik beaamde dat.
Ik spreek haar niet meer
tegen.

Ik bekijk de kaart. Op de voorkant
een dorp in de bergen.
Op de achterkant

mijn adres en een plakkertje waarop ze
een paar woorden heeft getikt
al voor ze vertrok.

Ik zie haar aan de keukentafel zitten,
achter de oude typemachine.
Een beetje bevreesd:

het buitenland blijft het buitenland.

 

 

Je kon toen

Je kon toen nog wel eens de telefoon
opnemen en in een gesprek van
anderen vallen:

- je bent zenuwachtig,
- dat ben ik altijd als ik net geland ben.
- waarom?
- het gevoel dat je in de lucht was,
- zoveel lange uren.
- en wat dan nog?
- dat je denkt dat je uit het
- land van de doden komt.

En dat het gesprek dan wegviel
en je het ruisen hoorde van
engelenvleugels.

 

 2022238-a5e4d20cc0f43b5d86795e58fefce702.jpg
Wim Brands (29 maart 1959 – 4 april 2016)

 

 

De Duitse schrijver Ernst Jünger werd geboren in Heidelberg op 29 maart 1895. Zie ook alle tags voor Ernst Jünger op dit blog.

Uit: Kriegstagebuch 1914-1918

„9.I.15. - 12.I.15.
Gewehrreinigen und Unterricht, Appelle und etwas Exercieren.
Ich schlief gut und aß mächtig. Am 12. um ½ 6 rückten|wir wieder in den Graben. Es war zum ersten Mal schönes, sternen klares Wetter, und die Laune war daher besser wie gewöhnlich. Zwei Mann wurden abgeschickt, die zwei Handbomben in den Graben der Franzmänner werfen mußten. Sie kamen unversehrt zurück.

13.I.15.
Am Tage lagen wir hinten in der alten Hauptstellung. Priepke und ich hatten 2 Stunden Schlaf|Nachts auch wieder Wache bis auf 2 Stunden. Diese beiden Nächte waren wenigstens trocken.14.

14.I.15.
2 Stunden höchstens geschlafen. Unsere Artillerie bewarf die Franzosen mit Granaten mit Zeitzünder, daß die Splitter bis in unsere Gräben flogen. Es sah recht kriegerisch aus wie so 4 - 6 Granaten auf einmal über den franz. Stellungen platzten. Des Nachts |gingen wir zurück bis zu den Winterhütten des Regiments und aßen Erbsen. Oh köstliche Erbsen, Oh köstliche 4 Portionen, Oh Qualender Sättigung! Dann schantzten wir bis ½ 6 Uhr morgens, und schliefen dann bis ½ 12. Also: Eine Nacht Wache, 2 Stunden Schlaf, ein Tag Wache, 2 Stunden Schlaf, eine Nacht Wache, 2 Stunden Schlaf, ein Tag Wache, 2 Stunden Schlaf und dann eine Nacht durchgearbeitet, um dann 6 Stunden zu schlafen!

15.1.15
Um ½ 12 aufgestanden, dann von 1 - 4 geschantzt. Dann sollte jeder 12 Steine von der Faisanderie bis zu den Regimentshütten tragen. Ich trug 6 und hatte auch genug getan. Endlich einmal eine Nacht zum Schlafen!“

 

 2022238-57eb483efb69bdd56d7e52ef8c537cad.jpg
Ernst Jünger (29 maart 1895 - 17 februari 1998)
In 1918

 

 

De Duitse schrijver Eric Walz werd geboren op 29 maart 1966 in Königstein im Taunus. Zie ook alle tags voor Eric Walz op dit blog.

Uit: Schwule Schurken (Heinrich III. Von Frankreich: Der Schlächter)

„An die Stelle dieser einen, großen Freundschaft tritt von da an eine Vielzahl neuer Freundschaften. Henri verteilt seine Gunst auf eine Reihe von jungen, zumeist sehr schönen Männern aus dem niederen Adel, die sich nach und nach zu einer Clique vereinen. Durch die Protektion und die Winkelzüge seiner Mutter in die höchsten Ämter aufgestiegen, kann er nun seinerseits die erwählten Gefährten nach Kräften fördern. Als Leiter des Kronrats und Generalstatthalter von Frankreich — Letzteres ist eine Art Superministerium — bringt er die Favoriten in herausragende Positionen des Staates. Henri feiert mit ihnen rauschende Feste, die Meisten werden seine Liebhaber, wenige andere bleiben stille Teilhaber. Manche aber liebt er besonders intensiv, wie jenen Jacques de Levis, dessen Blut Henri angeblich benutzt, um die Liebesbriefe an ihn zu unterzeichnen. Auf den ersten Blick wirken diese entzückenden Gestalten, die als die «Mignons», die Liebchen, in die Geschichte eingehen werden, äußerst harmlos. Die Gesichter gepudert, die Lippen geschminkt, mit allerlei Flitter behängt und mit Ohrringen geschmückt stolzieren die Liebchen des Kronprinzen effeminiert durch Paris. Doch wer sie wegen dieser Äußerlichkeiten unterschätzt oder sich gar über sie lustig macht, bereut es bitter. Nur vordergründig weichlich, sind sie in Wahrheit äußerst wehrhaft. Sie wissen ebenso mit Degen und Dolch wie auch mit der Muskete umzugehen, aber was sie wirklich gefährlich macht, ist ihre absolute Gewissenlosigkeit und ihr starker Hang zur Gewalt. Bevor Henri König wird, müssen sie sich noch ein wenig zurückhalten. In dem Maße jedoch, in dem die Macht ihres Gönners steigt, werden sie immer dreister. Ein falsches Wort, eine Andeutung von Widerstand, und die Mignons töten. Ein Duell jagt das nächste. Tabus, Gesetze, Angst — davon wissen sie nichts. Sie leben jeden Tag, als wäre es der letzte, und tatsächlich werden die meisten von ihnen sehr jung und eines gewaltsamen Todes sterben. Im Laufe ihres rasch verglühenden Daseins häufen sie jedoch Ämter und raffen sie Besitztümer zusammen, die Krösus erblassen ließen. Die Geschichte weiß von keiner zweiten Clique wie dieser. Die Verbindung von tuntigem Auftreten, offen gelebter Homoerotik, hemmungsloser Verausgabung, exzessiver Gewalt und wilder Rücksichtslosigkeit ist einzigartig. Es ist, als wären die Mignons Spiegelbilder Henris, denn auch unter seinem Tuff und Tüll, unter seiner Verwöhnung und Verweichlichung verbirgt sich die Neigung zum Mord und Terror, wie sich schon bald zeigen wird.
Im Sommer 1572 ist die Situation für Frankreich und die Valois völlig verfahren. Die Heirat von König Charles mit einer Katholikin soll die katholische Liga, und die der Prinzessin Marguerite mitdem protestantischen König von Navarra die Hugenotten beruhigen.“

 2022238-d8bb48a15e242a8db9559c5d3c41b656.jpg
Eric Walz (Königstein im Taunus, 29 maart 1966)
Hendrik III van Frankrijk. Portret door François Clouet, 1570

 

 

De Duitse schrijver Georg Klein werd geboren op 29 maart 1953 in Augsburg. Zie ook alle tags voor Georg Klein op dit blog.

Uit:Die Sonne scheint uns

„Zwei von uns haben nun doch in ein Gespräch gefunden; kein Wunder, dass es vor dem riesigen Kühlschrank geschehen ist. Mit seinem Brummen hat das betagte Gerät bereits unserem Schweigen einen vermittelnden Grundton gegeben. In größeren Abständen wird der mannshohe Kasten von einem epileptischen Rütteln befallen, als ob Kompressor und Pumpe gleich zur Ruhe kommen wollten. Aber dann setzt, nach einem leisen, zarten, fast lüsternen Schlürfen, das normale Betriebsgeräusch wieder ein. An der Kühlschranktür hängt ein Flaschenöffner, ein vernutztes, den Kronenkorken schlecht greifendes Ding. Der Ärger darüber hat den beiden die Zunge gelöst. Ich habe meinen Stuhl ein klein wenig gedreht, um sie beobachten zu können, ich lausche ihrem Gespräch mit verhohlener Neugier. Und den zwei mit mir am Fenster verbliebenen Kollegen ergeht es gewiß nicht anders.
Der, der sich am Kühlschrank zuletzt mit dem Flaschenöffner abgemüht hat, trinkt nun ein alkoholarmes Bier. In gleichmäßig knappen Intervallen kippt ihm das schlanke Fläschchen vor dem Mund in die Höhe, als sei sein Trinken einem diktatorischen Zeitplan unterworfen. Er ist groß und auf eine feste, aber nicht muskulös wirkende Art fleischig. Er muß vor nicht allzu langer Zeit noch jung gewesen sein, zumindest schwingt etwas Jünglingshaftes in seinen Gesten nach. Wenn er spricht, bewegt er die rechte Faust mit hervorzuckendem Zeigefinger vor der Brust. Manchmal bricht ihm die Hand nach oben aus, und er schwenkt den abgespreizten Finger dicht vor seiner imposanten, in ihrem vorderen Stück merkwürdig asymmetrisch verdickten Nase.“

 

 2022238-b38b86904a87e8027f5082fd01bd3ad3.jpg
Georg Klein (Augsburg, 29 maart 1953)

 

 

De Duits-Franse dichter en schrijver Yvan Goll (eig. Isaac Lang) werd geboren in Saint-Dié-des-Vosges op 29 maart 1891. Zie ook alle tags voor Yvan Goll op dit blog.

 

Unser Glück

Die dreissigtausendjährigen Veilchen
Von dir an Anmut überboten,
Verwelken in den Büschen.
Die Teerosen werden immer gelber
Aus Eifersucht
Und üben Selbstmord.
Die Gazellen sind traurig,
Weil sie trotz aller Grazie
Dein Lächeln nicht haben.
Die Frauen aber, die Frauen
Hat Neid weiss geschminkt:
Sie können unser Glück nicht fassen.

 

 

Requiem For The Dead Of Europe

Let me lament the exodus of so many men from their time;
Let me lament the women whose warbling hearts now scream;
Every lament let me note and add to the list,
When young widows sit by lamplight mourning for husbands lost;
I hear the blonde-voiced children crying for God their father at bedtime;
On every mantelpiece stand photographs wreathed with ivy, smiling, true to the past;
At every window stand lonely girls whose burning eyes are bright with tears;
In every garden lilies are growing, as though there’s a grave to prepare;
In every street the cars are moving more slowly, as though to a funeral;
In every city of every land you can hear the passing-bell;
In every heart there’s a single plaint,
I hear it more clearly every day.

 

 2022238-408fcb1361133b9e801d4a27ee6a1ec2.jpg
Yvan Goll (29 maart 1891 – 27 februari 1950)
In Italië in 1924

 

 

De Welshe dichter Ronald Stuart Thomas werd geboren op 29 maart 1913 in Cardiff. Zie ook alle tags voor R. S. Thomas op dit blog.

 

Chapel Deacon

Who put that crease in your soul,
Davies, ready this fine morning
For the staid chapel, where the Book's frown
Sobers the sunlight? Who taught you to pray
And scheme at once, your eyes turning
Skyward, while your swift mind weighs
Your heifer's chances in the next town's
Fair on Thursday? Are your heart's coals
Kindled for God, or is the burning
Of your lean cheeks because you sit
Too near that girl's smouldering gaze?
Tell me, Davies, for the faint breeze
From heaven freshens and I roll in it,
Who taught you your deft poise?

 

 

Good

The old man comes out on the hill
and looks down to recall earlier days
in the valley. He sees the stream shine,
the church stand, hears the litter of
children's voices. A chill in the flesh
tells him that death is not far off
now: it is the shadow under the great boughs
of life. His garden has herbs growing.
The kestrel goes by with fresh prey
in its claws. The wind scatters the scent
of wild beans. The tractor operates
on the earth's body. His grandson is there
ploughing; his young wife fetches him
cakes and tea and a dark smile. It is well.

 

 2022238-bc8cecb1036d9c156668058f560b0b8d.jpg
R. S. Thomas (29 maart 1913 – 25 september 2000)
Cover biografie

 

 

De Canadese dichter, schrijver en vertaler Jacques Brault werd geboren op 29 maart 1933 in Montreal. Zie ook alle tags voor Jacques Brault op dit blog.

Uit: Chemins perdus, chemins trouvés

« On se dit que l’ancêtre français ne devait plus savoir où aller, s’enfonçant au cœur du continent américain et s’échouant sur une île couverte d’arbres et d’Iroquois où l’attendait un destin de sueur et de sang, et qu’ainsi des siècles plus tard on a vu le jour pénombré dans une cabane aux toit, murs, portes et fenêtres amassés par l’ironie de l’histoire, qu’on a tout de même grandi et jeunessé dans cette ville à la mémoire malade comme le pays qui la porte, qu’on a couru les rues entre la rivière des Prairies et le fleuve Saint-Laurent, menant la guerre des boutons aux petits Anglais, pêchant les écrevisses là où s’élève maintenant un quartier aussi huppé qu’un moineau, humant l’air lourd des soirs d’été où musiquait au kiosque du parc Jarry la fanfare des vétérans avec force flonflons qui donnaient aux filles l’envie de danser, mais c’était interdit, alors vogue la galère, on s’inventait avec les copains un monde à l’image de cette ville secrète, invisible aux yeux de qui n’a pas la faculté de voir l’âme de Montréal s’épandre partout, comme brouillard par les terrains vagues hérissés de passeroses à demi sauvages, petites toundras urbaines qu’ont recouvertes des édifices de verre et d’acier, puis le temps presse le pas, il se précipite à la gare Jean-Talon peuplée de fantômes, aux quais déserts sous le pont Jacques-Cartier, à l’aéroport quasi campagnard de Dorval, il appelle aux départs et aux retours, on s’agite dans l’existence, la ville cependant bouge sur ses assises, se déverse dans des banlieues mornes, se hausse du col et gratte les ciels bas au bleu de violette, on ne se reconnaît plus l’une l’autre et un jour de poisse on quitte l’aimée qui ne vous aime plus,…"

 

 2022238-d8d079a2db1644cc4018cb1fcbd6432d.jpg
Jacques Brault (Montreal, 29 maart 1933)
Montreal

 

 

De Engelse schrijver Maurice Denton Welch werd geboren op 29 maart 1915 in Sjanghai. Zie ook alle tags voor Denton Welch op dit blog.

Uit: Good Night, Beloved Comrade: The Letters of Denton Welch to Eric Oliver

“Thursday 30/11/43

My dear Eric,

I was so delighted this morning to get the book and your letter. It was very good of you to think of me and do what you said you'd do so punctually. As you can see, I wrote to you on Tuesday, but didn't post it at once. I also have found another letter I wrote to you after your second visit here. I don't know whether I shall send it now or not; I'll see. I also have the letter about Christmas day here. I put it in my pocket. It seems I have annoyed you by its coldness and dullness, so perhaps I won't send it back to you either. Dear Eric, do believe me when I say that I never intend to be cold or dull to you. You are the last person in the world I want to be that to. It is just training that makes me matter-of-fact and bald in letters. I also don't care of the idea of other eyes than the ones intended seeing them, and I know you have a naughty habit of leaving your letters about or showing them.3 Even the most boring letter of mine I don't care to have exhibited in this way. This is just my particular fad. There is also such a great deal that cannot be said in a letter; it is too difficult.
Your letter to me I liked so much, but I could have wished that it had been much longer. I think in some ways it must be a good thing that we met and became friends. We both ought to be able to help each other somehow; but just at the moment I feel so cut off, far apart from you, as if you were someone a long way off at the end of a long, long telescope. It makes me sad that we are such different people and so cannot share my interests; and yet what I suppose I like in you and admire are the qualities I lack myself. Perhaps one day, if neither of us goes and dies suddenly! We shall gradually gain common experiences which we can share. Perhaps not; perhaps we drift quite apart. I hope not. But whatever happens, know that I will always be your true friend, and that a part of me loves you and thinks about you as if you had been my brother. This letter is not supposed to be either dismal or sentimental. I only want to say what is in my mind. I shall love reading the book. Write to me again, saying anything you like. Your letter's privacy will be respected.
My love, D.”

 

 2022238-a52aff2c236d9d49f59c7b641ed67b2d.jpg
Denton Welch (29 maart 1915 – 30 december 1948)
Cover

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e maart ook mijn blog van 29 maart 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:21 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten