Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 5 april 2017 tot 6 april 2017

Kazim Ali, Annejet van der Zijl, John Pepper Clark, Jakob Ejersbo, Günter Herburger, Uljana Wolf, Brigitte Schwaiger, Julien Torma, Nicolas Chamfort

De Amerikaanse dichter, schrijver en essayist Kazim Ali werd geboren op 6 april 1971 in Croydon, Engeland. Zie ook alle tags voor Kazim Ali op dit blog.

 

Speech

How struck I was by that face, years ago, in the church mural:
Eve, being led by Christ through the broken gates of Hell.

She’s been nominated for the position of Featured Saint
on the Icon of Belief, up against the dark horse candidate—

me: fever-ridden and delirious, a child in Vellore, unfolding
the packet around my neck that I was ordered not to open.

Inside, a folk cure, painted delicately in saffron.
Letters that I could not read.

Why I feel qualified for the position
based on letters I could not read amounts to this:

Neither you nor I can pronounce the difference
between the broken gates and the forbidden letters.

So what reason do we need to believe in icons or saints?
How might we otherwise remember—

without an image to fasten in that lonely place—
the rock on which a Prophet flung himself into fever?

Without an icon or church, spell “gates of Hell.”
Spell “those years ago unfolding.”

Recite to me please all the letters you are not able to read.
Spell “fling yourself skyward.”

Spell “fever.”

 

 

Bright Felon Dvd Extra/Alternate Ending

In the convicted evening I am a victor struck loose and restless,
creeping for the unlocked window.
The family inside at the dinner table is mine.
Listening to the escape story on the radio, my mother's hand freezes
in the air halfway to her mouth.
She realizes it's me they're talking about.
Lightning by lightning the minute before thunder.
Streets as empty as a beach before rain.
My hand on the cold glass.
Car alarm, tornado warning, catastrophe.
Who remembers the criminal son, free of the labyrinth and still
unsought, unthought of.
Oh when will the streetlamps blink out so my father can appear furtive
at the door and beckon me furiously in.

 

 2024721-a7a405ff1d2ba411a73dfc69f7a9cb72.jpg
Kazim Ali (Croydon, 6 april 1971)

 

 

De Nederlands schrijfster en historica Annejet van der Zijl werd geboren in Leeuwarden op 6 april 1962. Zie ook alle tags voor Annejet van der Zijl op dit blog.

Uit: Sonny Boy

“Nog geen twee weken later, op woensdag 8 februari, was het zover. Tot de vele honderden mensen die die ochtend in de klaarstaande goederenwagons werden geladen, behoorden behalve Dobbe, Herman en de andere joodse onderduikers van de Pijnboomstraat ook Betty Springer, die in Westerbork was herenigd met een jonger broertje. De treinen waren overvol, er was geen verwarming en de faciliteiten beperkten zich tot twee grote tonnen per wagon — één die fungeerde als toilet, één met drinkwater. Op II februari arriveerde het transport op het station van de Poolse stad Auschwitz. Het vroor, en in de koude lucht hing een merkwaardige geur die niemand echt thuis kon brengen. Toen Dobbe uit de wagon was gesprongen, vroeg een medepassagiere haar een klein kind aan te pakken dat nog in de trein zat. Met de peuter in haar armen liep Dobbe richting kamp, tot het punt waar een ss-officier de nieuwkomers monsterde en met een handbeweging in twee rijen verdeelde. Eén blik op Dobbe en zijn hand wees naar rechts — de kant van de ouderen, de zieken, de moeders, de kinderen en ook Betty Springer, het meisje dat zo mooi kon dichten. Instinctief zette Dobbe haar last neer, liep naar de selectieofficier en legde in haar beste schoolduits uit dat zij er niet de moeder van was. Gut, gebaarde de ss'er, dan alleen het kind naar rechts en zijzelf naar links. En pas toen, op die plek en op dat moment, begon het tot Dobbe door te dringen dat Herman en zij al die tijd voor iets op de vlucht waren geweest dat veel erger was dan vrijheidsberoving of dwangarbeid, dat haar vader en diens collega's bij de Joodse Raad veel naïever waren geweest dan ze in haar zwartste dromen had kunnen denken en dat ze met haar impulsieve actie van daarnet haar leven had gered. Dat hier iets gebeurde wat onvoorstelbaar en ongeëvenaard was in de beschaafde, westerse wereld, namelijk de industriële vernietiging van menselijke wezens. Zo bloedserieus als Hitler was geweest in zijn voornemen om met het Duitse volk de wereldheerschappij te veroveren, zo'n ernst bleek het hem met zijn nog veel krankzinniger plannen om de wereld te verlossen van het internationale jodendom. Hier ging het leven niet meer door, hier hield het leven op.”

 

 2024721-adc4b4ed41da262f5eaccdd4431afb21.jpg
Annejet van der Zijl (Leeuwarden, 6 april 1962)
Cover 

 

 

De Nigeriaanse dichter en schrijver John Pepper Clark werd geboren op 6 april 1935 in Kiagbodo, Nigeria. Zie ook alle tags John Pepper Clark op dit blog.

 

Streamside exchange

CHILD
River bird, river bird.
Sitting all day long
On hook over grass,
River bird, river bird.
Sing to me a song
Of all that pass
And say,
Will mother come back today?

BIRD
You cannot know
And should not bother;
Tide and market come and go
And so shall your mother.

 

2024721-990b9e82c09183af809dece6ba86dff0.jpg 
John Pepper Clark (Kiagbodo, 6 april 1935)

 

 

De Deense schrijver en journalist Jakob Ejersbo werd geboren in Rødovre op 6 april 1968. Zie ook alle tags voor Jakob Ejersbo op dit blog.

Uit: Exile (Vertaald doorMette Petersen)

“The surface of the water is like a sheet of vibrant blue silver a metre and a half above me, and I am kicking my way along the sandy bottom with my flippers. I turn onto my back and look through my goggles at the shiny underside of the little waves. The tiny fish flee towards the corals at the bottom as I approach. It is over. The summer holiday is over. We are driving my big sister Alison to Kilimanjaro Airport — she is flying back to England. In a few days I am going back to boarding school, without Alison Flipping my feet, I surface and gulp down air. The world is one big noise. I take off my goggles and blink with my eyes in the water. Salt water — that way no-one can see I've been crying. I head up the slope. Baobab Hotel is quiet — the main building with its reception and restaurant areas, the bungalows spread among the baobab trees. We don't have a lot of guests. Inside the house Alison is packing. She is going to live with my dad's sister and study hotel management for six months at a school in Manchester, and after that she is going to work as a trainee at a hotel. I lean against the door to her room. "Are you going to leave me here alone with the folks?" I say. "Yes," Alison says. "They'll be the end of me," I say. "I have to get a qualification some time," Alison says. Dad passes in the hall. I turn my head to watch him as he goes. "I haven't been to England for three years. We've lived here for twelve — I'll end up a Tanzanian," I say loudly. He continues down the hall. "You'll get to England soon enough," he says without turning. "I bloody well need to," I say. Dad stops, looks at me. "That's enough from you," he says. "I've told you not to swear at home. You can go and visit Alison next year."

 

 2024721-f03c47833fd0b2d43907c4744c56dac1.jpg
Jakob Ejersbo (6 april 1968 - 10 juli 2008)

 

 

De Duitse schrijver en dichter Günter Herburger werd geboren op 6 april 1932 in Isny im Allgäu. Zie ook alle tags Günther Herburger op dit blog.

Uit: Wildnis, singend

„Der Mann umfing und presste sie, wobei er sie im Kreis schwang und wieder auf die Füße stellte.
»Ihr braucht Wasser«, sagte er. »Am Eingang zum Haus steht eine Schüssel für Hundefutter und ein Wassernapf.« Und weg war er.
Schluchzend kniete sie sich nochmals nieder, aß ein wenig Erde, auch einen Wurm, der nicht aus Neugierde nach blindem Licht, eher als Nachricht für Gebenedeiung neben einer Salbeiwurzel, seinem Heim, herausgekrochen war.
Sie betete und pries still die Götter in der Fremde um sich, sehnte sich nach einer Opferung, doch fand nichts dafür.
Zwei Segelflugzeuge stürzten steil herunter, so dass ihre Flügel wie ein Papierorchester surrten, zogen wieder hoch, legten sich auf den Rücken und entschwanden zwischen Gebirgskegeln, am blauen Himmel weiße Streifen hinterlassend.
Sie ging hinein in das Haus, ohne aus der Schüssel zu essen, dem Napf zu trinken, torkelte ein wenig.
In einem großen Raum stapelten sich Umzugskartons, nur teilweise geöffnet. Vor kleinen Fenstern stand ein großer Tisch mit zwei Bänken, auch zwei Ohrensessel, von einem Kachelofen hingen Schafsfelle, und auf einem Regal waren Telefon- und Computerzeug angebracht sowie ein nach vorn gekippter Fernseher.“

 

 2024721-ba3c587dac3a9d95f5f075560338d85a.jpg
Günter Herburger (Isny im Allgäu, 6 april 1932)
Cover

 

 

De Duitse dichteres Uljana Wolf werd geboren op 6 april 1979 in Berlijn. Zie ook alle tags Uljana Wolf op dit blog.

 

schliefen die öfen [I / berlin]

als wir aufwachten mit nestern
im haar die wir nacht nannten

schlugen die genesenden väter
schaufelhändig alle klappen zu

schliefen die öfen ohne uns
in ihr vergessen zu nehmen

 

 

schliefen die öfen [II / glauchau]

glauchau

als wir krank waren von ruß
und schüttgut aus archiven

zogen wir mit den großvätern
ins geschlossne stellwerk ein

sahn die alten gleisbewacher
ihre hände an die hebel legen

durch die tote weichenleitung
ging ein zittern wie auf reisen

 

 2024721-9231c477b01266868e45558f7b7a8abe.jpg
Uljana Wolf (Berlijn, 6 april 1979) 

 

 

De Oostenrijkse schrijfster Brigitte Schwaiger werd geboren op 6 april 1949 in Freistadt. Zie ook alle tags voor Brigitte Schwaiger op dit blog.

Uit: Fallen Lassen

„Man kann eine Stimme ganz innen im Kopf wahrnehmen. Wie hat sich DER FREMDE MANN eingeschlichen, DER DA IN MIR REDET? Man kann die Stimme im Hals haben, auch im Halbschlaf, da zum Bei-spiel will etwas heraus zwischen den Stimmbändern, es ist, als stoße man oder jemand einen GRUNZLAUT aus in einem drin, und wenn ich nicht sehr an mich halte, wird dieser GRUNZLAUT aus mir HERAUSKOMMEN, die Stimmbänder verbiegen sich schon, mühsam halte ich die Stimme zurück. Da sitzt jemand in mir, oder mehrere, die haben sich eingeschlichen. Nun redet mir jemand in meine Gedanken hinein.
Oder die Stimme außen, viele Meter hinter mir, wenn ich auf der Straße gehe, ruft sie mir etwas zu. "Tu das nicht!!", höre ich, sehr laut. Ich bin auf dem Weg zum Postamt.
"Tu das nicht!!" Soll ich das "nicht tun", diesen Brief nicht aufgeben, weitergehen? Soll ich auf die Stimme hören, ich bin doch nicht verrückt, nein, ich höre nicht auf fremde Stimmen, doch nur auf meine eigene. - Ein ganzes Konzert war es einmal. Seit ich trotz Medikamenten in meinen psychotischen Zuständen nichts Größeres, Zusammenhängendes mehr schreiben kann, es Wiederholungen gibt, ermüdende, man sich nicht auskennt, einfach die Qualität nachlässt, und zwar so, dass ein Verlagslektor allein dann (oder mehrere Lektoren) Texte "zusammenstoppeln" müssen, habe ich nicht mehr das Gefühl, eine Schriftstellerin zu sein. Aber wenn ich voll Verzweiflung in die Tasten haue (nur eine mechanische Schreibmaschine eignet sich da-zu), kann ich hoffentlich für zehn, elf Seiten beim Thema bleiben.“

 

 2024721-f0e661c3fa499619b244baf40fa60b6b.jpg
Brigitte Schwaiger (6 april 1949 – 26 juli 2010)
Cover

 

 

De Franse schrijver, dramaturg en dichter Julien Torma werd geboren in Cambrai op 6 april 1902. Zie ook alle tags voor Julien Torma op dit blog.

Uit: Euphorismes

« On a tort de ne point prendre garde à certains ravages de la pensée. Je tiens pour assuré qu'un événement heureux ne se produit qu'au moment où l'on y pense le moins et parce qu'on y pense le moins. La pensée tue l'événement et de l'événement mort-né sordent des émanations mortelles. L'action c'est-à-dire la création constitue exactement l'Inverse de la pensée consciente. En cette seconde, je tue en moi quelque chose qui valait mille fois ma pensée. Ne pensons plus, dépensons. «

« L'oubli est ce qu'il y a de plus vivant dans la vie. Secret du renouveau magique et de la virtù. Apaise-ment aussi et seule solution la solution de conti-nuité.
Dans la maladie, c'est la mémoire qui usurpe et envahit l'être : Je corps est marqué et ne peut plus, au moins pour un temps, effacer la trace d'un affreux passé. La mort est la déroute déroutante de tout oubli. Comme la cohésion ne se maintenait que par la poussée en avant, la fixation totale est en même temps la décomposition. Et le cadavre, qui devient passé, revient à son propre passé, c'est-à-dire au début du cycle, aux éléments originels. Dans la con-science du mourant cela se traduit par cette hyper-mnésie bien connue sous laquelle il s'effondre.
L'oubli est donc encore la panacée, remède par absence de remède : véritable or potable de la science alchymlque. Et je vécus étincelle d'or de la lumière nature. L'oubli est jaune comme Van Gogh l'a vu. D'où la mélancolie du souvenir et le genre mora-liste-croque-mort que prennent tous ceux qui vivent au passé."

 

 2024721-78521bf3e21deb80478b95a1d2837634.jpg
Julien Torma (6 april 1902 - 17 februari 1933)
Borstbeeld door David Arnould, 2007 

 

 

De Franse schrijver en aforist Nicolas Chamfort, pseudoniem van Sébastien Roch Nicolas, werd geboren op 6 april 1740 in Clermont - Ferrand. Zie ook alle tags voor Nicolas Chamfort op dit blog.

Uit: Des femmes, de l'amour, du mariage et de la galanterie (Maximes et Pensées)

« CCCLVIII
Ôtez l’amour-propre de l’amour, il en reste trop peu de chose. Une fois purgé de vanité, c’est un convalescent affaibli, qui peut à peine se traîner.

CCCLIX
L’amour, tel qu’il existe dans la Société, n’est que l’échange de deux fantaisies et le contact de deux épidermes.

CCCLX
On vous dit quelquefois, pour vous engager à aller chez telle ou telle femme, elle est très aimable : mais si je ne veux pas l’aimer ! Il vaudrait mieux dire, elle est très aimante, parce qu’il y a plus de gens qui veulent être aimés, que de gens qui veulent aimer eux-mêmes.

CCCLXI
Si l’on veut se faire une idée de l’amour-propre des femmes, dans leur jeunesse, qu’on en juge par celui qui leur reste, après qu’elles ont passé l’âge de plaire.

CCCLXII
Il me semble, disait M. de…, à propos des faveurs des femmes, qu’à la vérité, cela se dispute au concours, mais que cela ne se donne ni au sentiment, ni au mérite."

 

 2024721-dd85190462a5887031e6bd60007d5417.jpg
Nicolas Chamfort (6 april 1740 – 13 april 1784)
Cover

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e april ook mijn blog van 6 april 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 20:03 1 reactie Reageer op dit bericht

Hugo Claus, Martin Reints, Vítězslav Hálek, Algernon Swinburne, Bora Ćosić, Werner J. Egli, Mieke van Zonneveld, Michael Georg Conrad, Marente de Moor

De Vlaamse schrijver Hugo Claus werd in Brugge geboren op 5 april 1929. Zie ook alle tags voor Hugo Claus op dit blog.

Uit:Het verdriet van België

‘‘Staan er fouten in?’
‘Met de beste wil van de wereld… nee, geen fout te ontwaren.’
‘Maar moet de datum van uw voordracht er…’
‘Godverdomme, natuurlijk, dedju, dat hadden wij bijna… dedju!...’
Hij ging aan tafel zitten, het kleed had overal brandgaatjes, hij hijgde alsof hij de 500 meter had gelopen. Maurice zei nooit wat, dus nu ook niet, maar hij was wel onder de indruk.
‘Zet u, zet u.’
‘Derangeren wij u niet?’
‘Jongeman, ik heb de hele nacht gewrocht, een zekere verpozing is me zeker toegestaan. Alhoewel… verpozen… als dat zou kunnen… is de grondtoon van de mens niet het irrequietum?’ Gelukkig wachtte hij niet op een antwoord, hij blies felle rookwalmen in Maurice’s snufferd.
‘Ik zou u met genoegen enkele passages voorlezen uit het derde bedrijf van het stuk dat mij thans bezighoudt, een nogal nauwkeurige evocatie van Zannekin. Dokter Leevaert die een eminent kenner is van de veertiende eeuw verzekert mij dat ik de historische waarheid geen geweld aan doe, maar, jongens, ik ben óp. Alhoewel ik me realiseer dat gij, de jeugd van Vlaanderen, er alle belang bij zoudt hebben kennis te nemen van mijn kijk op ons verleden. Gij leest toch boeken, ik bedoel, naast uw verplichte schoollectuur?’
Zij knikten beiden gedwee. Maurice zat ongemakkelijk te draaien op zijn stoel, moest waarschijnlijk plassen. Van de weeromstuit moest Louis ook ineens zeer dringend.
‘Help me onthouden dat ik u straks mijn Psalmen en Palinodieën moet meegeven, ge zult sommige hexameters beslist amusant vinden. En het is spijtig dat de uitgeverij de Kogge me deerlijk in de steek heeft gelaten, vanwege zogezegde papierschaarste, anders had ik u als primeur mijn Dood van Descartes kunnen overhandigen, vijf bedrijven, waarin ik, vanuit de Germaanse gedachte definitief afreken met het Latijnse quasi-geredeneer dat ons volk, via de Franse overheersing, zo lamentabel heeft verschraald, om niet te zeggen verdord.’

 

 2024479-5c7cc3a795d99ef2c0c259bd3945493f.jpg
Hugo Claus (5 april 1929 – 19 maart 2008)

 

 

De Nederlandse dichter en essayist Martin Reints werd geboren op 5 april 1950 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Martin Reints op dit blog.

 

Benevelde brieven

Het geblaf van honden
weerklinkt tussen houten huizen
in het gebergte

brieven slingeren in zwaarbeladen vrachtwagens
over de wegen

in de bittere geur van het lange lijden
groeide je schoonheid

we verwachten je vroeg in de middag

de stilte in de nacht
is een voortzetting van de dagelijkse muziek.

 

 

Wandeling

Het kan zijn
dat ik deze wandeling vannacht
ook al heb gemaakt

het kan zijn dat deze omgeving al vaker
in mijn geheugen is geweest

kortstondig of langdurig

maar het spoor dat mijn voeten maken
lijkt niet op het spoor dat mijn voeten volgen

de vogels in de lucht
zijn donken van gistende bessen.

 

 2024479-2750a810581b3d4078fbc6627478f9a2.jpg
Martin Reints (Amsterdam, 5 april 1950)

 

 

De Tsjechische dichter, schrijver en journalist Vítězslav Hálek werd geboren op 5 april 1835 in Dolínek Mělníka. Zie ook alle tags voor Vítězslav Hálek op dit blog.

 

Eveningsongs

IV
Though all the world has gone to sleep,
The heart wakes in the bodj%
And God himself knows that the heart
Ne'er sleeps for anybody.

The whole God's world is silence-bound,
The heart still goes, well rated,
And God himself knows that the heart
Gets never fatigated.

Sleep is the conqueror of thought,
Night is day's alternation —
But in the breast the heart e'er wakes
And guards its love's sweet passion.

 

V
Stars by the hundreds dot the sky
With sister Moon at leisure,
And God and angels view the world
From heaven's height with pleasure.

A smiling angel's coming down
To earth as heaven's vision —
Fair as the fragrant breath of spring,
And love is his sweet mission.

Wherever he just passes by
All's stricken with sweet passion,
And nightingales and fair white doves
All sing with animation.

And he whom his white wing does touch
Is transformed all over.
And something sweet enters his breast
That human words can't cover.

 

Vertaald door Joseph Stybr

 

 2024479-6a20a59f7b723dcdfa67fd186193c61d.jpg
Vítězslav Hálek (5 april 1835 - 8 oktober 1874)

 

 

De Engelse schrijver en dichter Algernon Charles Swinburne werd geboren op 5 april 1837 in Londen. Zie ook alle tags voor Algernon Swinburne op dit blog.

 

A Ballad Of Death (Fragment)

Even she whose handmaiden was Love--to whom
At kissing times across her stateliest bed
Kings bowed themselves and shed
Pale wine, and honey with the honeycomb,
And spikenard bruised for a burnt-offering;
Even she between whose lips the kiss became
As fire and frankincense;
Whose hair was as gold raiment on a king,
Whose eyes were as the morning purged with flame,
Whose eyelids as sweet savour issuing thence.

Then I beheld, and lo on the other side
My lady's likeness crowned and robed and dead.
Sweet still, but now not red,
Was the shut mouth whereby men lived and died.
And sweet, but emptied of the blood's blue shade,
The great curled eyelids that withheld her eyes.
And sweet, but like spoilt gold,
The weight of colour in her tresses weighed.
And sweet, but as a vesture with new dyes,
The body that was clothed with love of old.

Ah! that my tears filled all her woven hair
And all the hollow bosom of her gown--
Ah! that my tears ran down
Even to the place where many kisses were,
Even where her parted breast-flowers have place,
Even where they are cloven apart--who knows not this?
Ah! the flowers cleave apart
And their sweet fills the tender interspace;
Ah! the leaves grown thereof were things to kiss
Ere their fine gold was tarnished at the heart.

Ah! in the days when God did good to me,
Each part about her was a righteous thing;
Her mouth an almsgiving,
The glory of her garments charity,
The beauty of her bosom a good deed,
In the good days when God kept sight of us;
Love lay upon her eyes,
And on that hair whereof the world takes heed;
And all her body was more virtuous
Than souls of women fashioned otherwise.

Now, ballad, gather poppies in thine hands
And sheaves of brier and many rusted sheaves
Rain-rotten in rank lands,
Waste marigold and late unhappy leaves
And grass that fades ere any of it be mown;
And when thy bosom is filled full thereof
Seek out Death's face ere the light altereth,
And say "My master that was thrall to Love
Is become thrall to Death."
Bow down before him, ballad, sigh and groan.
But make no sojourn in thy outgoing;
For haply it may be
That when thy feet return at evening
Death shall come in with thee.

 

 2024479-f28335531719682e35af45b4d8e5eb41.jpg
Algernon Swinburne (5 april 1837 – 10 april 1909)
Cover bloemlezing

 

 

De Servische dichter en schrijver Bora Ćosić werd geboren op 5 april 1932 in Zagreb. Zie ook alle tags voor Bora Ćosić op dit blog.

Uit: My unrelenting vice

“Out of all of these, I must admit that as a child I was most drawn to a cardboard book, which actually only consisted of book covers; there was no content because the covers alone were sufficient to advertise a chocolate factory. There were the little papers that were rolled around medicine bottles, that one stuck into boxes of sweets – this all was great fun to me at an age when I did not yet understand the meaning of individual words. And so this old Egyptian tradition – as applied to the production of modern medicines and confections – had a belated impact on a child's consciousness by teaching him that books are not only found in books but many other places.
This idea was revisited by the Pop Art artists and even our avant-garde artists of the Slovenian group OHO. What a motley collection of poetic messages they packaged into bigger and smaller boxes, believing that this would allow them to participate in the production of reading. Once I bought an iron book, which told the history of many iron objects, but its cover was actually made of tin. A magazine published in former Yugoslavia had a plastic binding, made from the same material used to produce raincoats. I read my fill at various times, not only of printed texts, I was also a careful reader of book covers, bindings, and what is printed on the dust jacket. I would say that one finds an entire culture of the written word in abbreviated form, if one only looks at the narrow column printed on the inner flap of the book jacket, where there is a description as succinct as a dictionary entry telling what the book is about. If all the books in the world were to disappear, (as in "Fahrenheit 451") and only the book covers remained, perhaps one could reconstruct human thought in this way.
Thus early on I learned that the greatest driving force behind mankind's culture of the written word unremittingly leads to the exceptional, irregular and astonishing – from which Dadaism and all of Surrealist literature has sprung. Where the reading of apparently incomprehensible texts originates, as early on in Mannerism, then in the crazy dialogues of Lewis Carroll, Edward Lear and Ionesco. Those wonderful fantasies before death in "Krapp's Last Tape" by Samuel Beckett. As if people might be able to near their end in a surreal manner that nevertheless seems normal. When the eye doctor bids me to read aloud a single letter on the wall of his office, do I stand before the end of all reading?”

 

 2024479-928a14af0ba85486d6f0529d09b7dbbe.jpg
Bora Ćosić (Zagreb, 5 april 1932)

 

 

De Zwitserse schrijver Werner J. Egli werd geboren in Luzern op 5 april 1943. Zie ook alle tags voor Werner J. Egli op dit blog.

Uit:Der Pfad zum Sonnenaufgang

„Der Junge merkte, dass er Delgado aufgeweckt hatte. Er kauerte sich hin. „Ich wollte dich nicht aufwecken“, sagte er. „Aber ich hatte einen bösen Traum. Böse Mächte aus dem Schattenreich haben mich in eine Falle gelockt.“ Der Junge lachte leise. „Ich bin tot, Bruder.“
„Du hast unruhig geschlafen“, bemerkte Delgado. Er kannte den Jungen gut. Er war ein Sohn von Pa-kah-te und hieß Antero. Er zählte fünfzehn Winter und er hatte schon drei Pima getötet. Sein Vater, seine Mutter und zwei von seinen Schwestern waren von Pima und von weißen Skalpjägern ermordet worden. Der Junge hatte noch eine kleine Schwester und einen kleinen Bruder. Er musste für sie sorgen.
Delgado setzte sich auf, rieb seine Arme und sah sich um. „Unsere Welt ist eine schöne Welt“, sagte er. „Schau nur, Antero, dafür kämpfen wir. Dass uns diese Welt erhalten bleibt.“
„So zu leben wie wir es wollen“, sagte Antero, während er sich ebenfalls umsah. „Von dem, was die Weißaugen besitzen, wollen wir nichts haben.“
„Das stimmt. Sie besitzen nichts, wenn sie geboren werden und sie besitzen nichts, wenn sie gestorben sind, aber in der Zeit dazwischen sind sie verrückt genug um zu glauben, dass sie uns unsere Freiheit nehmen könnten.“
Es war still im Canyon. Kein Wind. Keine Tiere. Die Stille konnte jene benommen machen, die in ihr nichts hörten. Nicht die Stimmen der Vorfahren. Nicht den Atem der Geister. Nicht das Flüstern der Toten. Pajaro Pinto, der Delgado empfahl, standfest zu bleiben und bis zum letzten Blutstropfen zu kämpfen. Siki, das Mädchen, das er zu seiner Gefährtin fürs Leben machen wollte. Die Warnung seines Vaters Mangas Coloradas, der von den Weißaugen hinterrücks ermordet wurde, als er ihnen traute und zu einer Friedensverhandlung gegangen war.“

 2024479-87b2aaab59faaf898cf9c5fa494cf90a.jpg
Werner J. Egli (Luzern, 5 april 1943)
Cover

 

 

De Nederlandse dichteres en critica Mieke van Zonneveld werd op 5 april 1989 geboren in Hilversum. Zie ook alle tags voor Mieke van Zonneveld op dit blog.

 

Wil

Hij vraagt wat wil je dan, drijft me op
een kale kansel om een helder antwoord.

Als een plakbandrol zonder begin sta ik
te zwijgen in zijn gezicht. Tegen de tijd

dat ik antwoorden knutsel, heeft hij
zijn hielen gelicht. Hij tikt spaties

in mijn script, maakt soms hele aktes wit
en vraagt dan om de blauwdruk van mijn wil.

Mag het ook een negatief zijn, lieverd?
De glimlach die ik oefen in de spiegel?

Ik mis je achter nevelen van wit en ben zo
blij dat jij mijn sluier mooi vindt. Wat

win ik dan als ik hem voor je oplicht?

 

 2024479-10ec75e1d7ac295ab5cd05fb1e7657bc.jpg
Mieke van Zonneveld (Hilversum, 5 april 1989)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Michael Georg Conrad werd geboren op 5 april 1846 in Gnodstadt. Zie ook alle tags voor Michael Georg Conrad op dit blog.

 Uit: Majestät

“Der König hatte sich seit Tagen nicht mehr vom Bett erhoben. Er war krank von der Reise heimgekommen.
Wer sein Wesen kannte, wußte, daß es ein Schlimmes sein mußte, das ihn danieder hielt. Ganz fein empfindende Zuschauer, mit sicherer Witterung in tiefen Seelengründen – gewöhnlich gibt's die nicht unter den Hofleuten – hätten deutliche Zeichen gehabt, daß seit langem nur noch Lebensschein vorhanden, Nachglanz eines verflackerten Lichts.
Nun lag der König wirklich im Sterben. Selbst die stumpfesten Oberflächenmenschen begannen es zu merken, daß es wie Sensenschwingen unheimlich über dem Bette des Königs leuchte.
Eigentlich hatte es nichts von einem Kampf, nichts von heroischem Ringen um den letzten Rest eines Königslebens. Auf keiner Seite stand ein Held. Der herrische Tod hatte es nicht auf ein großes Kampfspiel mit diesem schlichten, geduldigen König angelegt. Ein geringer Leib, ohne heftige Lebensinstinkte, ohne starke Säfte und Triebe – ein verarmtes Blut.
Eine tückisch schleichende Krankheit, die schon früh eingesetzt, diskret, mit einer gewissen höfischen Verbindlichkeit in der Verschleierung der mörderischen Absicht. Das waren die Partner.
Die Seele des Königs wußte wenig dreinzureden. Sie war von je zur Friedfertigkeit gestimmt und nicht auf Gewaltsamkeiten eingeübt. Sie war allerwege für konstitutionelle Ordnung und gestattete sich keine persönlichen Übergriffe.
Was sie in diesem Falle auch gesagt hätte, es wäre für den Ausgang so belanglos gewesen, wie die Praktiken der Heilkünstler und die wortreichen, schön gesetzten Wundergebete der Priester. Ein mittlerer Wille, der nie auf hohe Lebenspolitik im Heldenmaß lossteuerte, eine verschüchterte Daseinskraft lag von der Krankheit hingestreckt und atmete sich aus in kurzen, zaghaften Zügen. Was dem Vorgange des Ablebens seinen besonderen Stempel gab, war die Auffassung, daß der Sterbende einen König darstellte, einen verfassungsmäßigen Monarchen über ein kleines altes Reich, das in gewohnter Treue zu seinem Fürstenhause hielt und diesem König vor allen seine Sympathien widmete als einem braven, rechtlichen Manne, der nie die bürgerliche Sitte gekränkt, nie der untertänigen Gesinnung eine schwere Stunde bereitet.“

 

 2024479-a569e55035feaf320785a93ec414ab7c.jpg
Michael Georg Conrad (5 april 1846 – 20 december 1927)
Cover

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse schrijfster en columniste Marente de Moor werd geboren in Den Haag in 1972. Zie ook alle tags voor Marente de Moor op dit blog.

Uit: Gezellige verhalen

“Iemand belt aan, maar de zuivel is al afgeleverd. Wie wil er nu nog iets van mij? Ik probeer me zo geruisloos mogelijk om te draaien naar het raam achter mijn hoofdeinde en kijk neer op de nietsvermoedende kruin van Ronnie, het hulpje uit Maastricht. 'Stagiair', verbetert hij ons dan. Een jongen nog, kijk hem nou eens staan met zijn kruintje in de wind, het komt niet in hem op om omhoog te kijken. Ik tik op de ruit. Wonderlijke blauwe kijkers heeft hij, met wijd uitlopende oogleden, als van een pop. Ik schud mijn hoofd. Hij heft zijn handen op. Wat nou. Die is met de fieftig van kwart over vijf gekomen, dat erreme kakjonges. Ik duw het raam op een kier, de vrieskou vlucht naar binnen. We gaan dicht, jong.' `Hoezo? Vandaag?' `Voorgoed. We gaan nooit meer open.' Hij kijkt om zich heen, schopt met de ene voet tegen de andere. `Geen deeg?' `Nee.' 'De melk staat op de stoep. De eieren. En boter, slagroom...' `Lekker laten staan.' `Laat me er toch even in, ja? Het is graftyfuskoud buiten.' Ik pak de sleutelbos van het hoofdeinde en gooi hem in zijn opgeheven handen. `Bedien jezelf, laat mij met rust. Ik ben ziek.' Als ik weer ga liggen kraakt dat woord langs de lattenbodem, van het hoofdeinde naar mijn kruis. Ziek. De dokter zei dat ik moet leren het langer op te houden, maar naast het bed staat de po. Dezelfde po die in 1970 werd leeggegoten boven het hoofd van Sjefke Kleikers, de jongste van acht maar niet helemaal normaal. Niet helemaal gelukt in zijn moeders buik, zeiden ze op school. Zijn ogen zaten aan de zijkant van zijn hoofd en hij had zwemvliezen tussen zijn vingers. Een levensgrote foetus. Jules beval dat ik moest pissen, daarna droeg hij de volle po weg zoals een misdienaar de kelk. De gebroeders Quadackers hielden Sjefke vast. Ik kreeg spijt toen ik zag dat mijn pis nog nadampte op zijn kruin, maar kon niets uitbrengen — hij wel, stom, hij zou niets geproefd hebben als hij niet zo brulde. Het was overigens geen aardig jongetje. Een kleine driftkop was het, die terugloerde naar de wereld die van hem schrok, 36o graden in de rondte met die embryoblik. Dieren kwelde hij ook. Toch denk ik nog vaak aan hem als ik plas, dan zie ik hem in zijn rood aangelopen, druipende vernedering voor dat hek staan, en mijn broer en de twee van Quadackers erachter in het weiland. Zij vluchtten maar ik bleef staan, aan de grond genageld met mijn medeplichtige lege blaas. We moesten toch greumelkesvlaai maken voor de heemkundevereniging?' Ik schiet overeind. Hij heeft gelijk, het kakjonges. Kruimelvlaaien voor de vrienden van pa, die hebben dit niet verdiend, die hoeven niet zonder te zitten omdat Jules is losgeslagen. Ik vind mijn bril en zie op de kerkklok dat we het nog kunnen halen. Had ik de vanillevla niet al klaar?”

 

 2024479-b28e7ff6a4e9250a15f3933184e2a3a7.jpg
Marente de Moor (Den Haag, 1972)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e april ook mijn blog van 5 april 2016.

Geschreven door Romenu om 18:57 1 reactie Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten