Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 16 april 2017 tot 17 april 2017

Pasen (Gabriël Smit)

 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Vrolijk Pasen! 

 

 2027973-3c4f193db76e661f1324585d2ee6c81f.jpg
Noli me Tangere door Abrham Janssens (figuren) en Jan Wildens (landschap), ca. 1620

 

 

Pasen

Alles aan U doet nog pijn.
Drie dagen slapen is niet genoeg,
U bent wel opgestaan, maar te vroeg,
zelfs U kunt nog niet beter zijn.

U bent Uzelf nog niet, U bent
nog de tuinman, een man van
groen dat nog uitbotten kan,
nog niet klaar, niet herkend.

De zon gaat wel op, maar is
nog niet opgegaan, er hangt
nevel die naar U verlangt,
even bedeesd als Uzelf nog is.

U wijkt uit: ‘Raak mij niet aan!’
Uw wonden trekken, wij hebben U
zo verschrikkelijk pijn gedaan.
Straks misschien kan het, niet nu.

Maar dat straks is genoeg. Het moet
zeggen: U bent er al, maar
U komt. Haal diep adem, sta klaar.
Je hebt Mij altijd tegoed.

 

 

 2027973-2dd4e25fc0c27b707e5de2aa8b3dcbaa.jpg
Gabriël Smit (25 februari 1910 – 23 mei 1981)
Utrecht, de Dom. Gabriël Smit werd geboren in Utrecht.

 

 

Zie voor de schrijvers van de 17e april ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 11:25 Reageer op dit bericht

Antoon Coolen, Ida Boy-Ed, Nick Hornby, Vincent Corjanus, Thornton Wilder, Karen Blixen, David Wagner, R.J. Pineiro

De Nederlandse schrijver Antoon Coolen werd geboren in Wijlre in Zuid-Limburg op 17 april 1897. Zie ook alle tags voor Antoon Coolen op dit blog.

Uit:De goede moordenaar

“In diejen tijd was de kluizenaar zijn huis aan het bouwen. Fons van Willemiene ging ten laatste alle dag naar de herberg van Jan het Man, Jan, die de suikerziekte heeft. Marjanneke den Schilder woonde in het ouderwetsche huis neven Nol Bonk, in haar huis was een tweede woning, daar woonde Pietje Pinksteren in. Nol Bonk was toentertijd voerman, hij had een bedrijf, hij voer meestentijds den klot uit de peel naar het dorp. Voor de menschen deed hij dat, voor zóóveel de kar. Hij trok, groot en zwaar naast den kop van het paard, door de dorpsstraten en door d'akker en langs de wegen in de peelvlakte. Zijn treden gingen in het geluid der bellen van den paardenhaam, in het gedokker, het gestoot van de wielen. Daar stond de regen over. De regen of de zon. En de groote wind.
Pietje Pinksteren was eenen zeventigjarigen weduwman. Pietje zijn vrouw was jaren geleden gestorven, hij had haar vroeg af moeten geven, hij was altijd nog al goed gemutst, het oude ventje, hij leefde vroolijk in zijn eentje. In die dagen is naderhand de horlogemaker Havé uit den Haag mee zijn jongeren broer en zijn dochter Celine in het dorp gekomen. Ze zijn later weer vertrokken. Er is toen nog veel praat over geweest, dat de zoon van slachter van Leunen op trouwen had gestaan met Celine. Die Celine was een aardige een, de menschen mochten achteraf maar blij zijn, dat die heele Haagsche familie weer weg deed.
Intussen waren er van allerlei dingen gebeurd, Pietje Pinksteren en Nol Bonk en later den kluizenaar, het is een heel geschiedenis geweest. En mee Fons van Willemiene is het leelijk afgeloopen.
Eenen molen op het dorp. De kerk mee den hoogen toren boven de lindeboomen uit, de boomen bij de paar uitspanningen aan het klein marktveld. Wij leefden hier zoo met zijn allen te samen, God en de duivel waren ook hier onder ons menschen. Het hemelrijk en het aardrijk, daar ligt een afstand tusschen, een breuk in de zielen. De menschen doen goed en kwaad, er zijn er die hebben een duistere vreemdigheid alsof ze van den duivel bezeten zijn. In vroeger eeuwen hebben onze schepenen een onschuldigen mensch, dien ze ten onrechte van moord beschuldigden, opgehangen buiten het dorp.”

 

 2027972-f31d7366434a5b48e2356ddbc90aeeb0.jpg
Antoon Coolen (17 april 1897 – 9 november 1961)

 

 

De Duitse schrijfster Ida Boy-Ed werd geboren op 17 april 1852 in Bergedorf (Hamburg). Zie ook alle tags voor Ida Boy-Ed op dit blog.

Uit: Thomas Mann: Königliche Hoheit

„Der Milliardär Spoelman, der vor Reichtum kranke, weltscheue, nierenleidende Mann, ist mit deutlichster Lebendigkeit hingestellt. Ihm imponiert kein Prinz, lange muß Klaus Heinrich um ein bißchen Wohlwollen werben, und in einer wahrhaft drolligen Szene faßt er eines Tages die Hoffnung, es erworben zu haben: er fühlt nämlich einen steifen Nacken, und der kleine kranke Mann stiefelt eiligst davon, sein Lager am Teetisch verlassend, zum unruhigen Erstaunen aller; schon folgt sein Leibarzt ihm nach, als Samuel Spoelman mit einem zerknitterten Stückchen Guttaperchapapier zurückkommt und Klaus Heinrich anweist, wie er sich mit dessen Hilfe nasse Umschläge machen solle. Aber trotz dieses Wohlwollens ist ihm der Prinz, als er sein Schwiegersohn werden will, doch nur »der junge Mensch, der nichts gelernt hat als sich hochleben lassen«.
Mit großem Bedacht hat der Dichter dem Verständnis für Spoelmans der großherzoglichen Familie eine vorbereitende Stufe gegeben; er läßt den Gemahl der Prinzessin Dietlinde, Klaus Heinrichs und des Großherzogs Schwester, den Fürsten Ried-Hohen-Ried sich als modernen Industriellen mit Glück versuchen.
Entzückend ist es, von schmunzelndem Humor, wie der »Eilbote«, das offiziöse Organ von Hof und Gesellschaft, durch den ganzen Roman hindurch mit seinen Berichterstattungen und Notizen die Handlung begleitet. Als Imma Spoelman erkrankt, woran die ganze Bevölkerung leidenschaftlich teilnimmt, heißt es: »Man hatte den Berichterstatter des ›Eilboten‹ per Droschke nach Delfinenort jagen sehen, woselbst er in der Vorhalle mit dem Mosaikfußboden von dem Spoelmanschen Butler abgefertigt worden war und englisch mit ihm gesprochen hatte, obgleich es ihm nicht leicht wurde.«
Einen sehr nachdenklich abgewogenen Gebrauch macht Mann vom Fremdwort, wo immer man einem begegnet, es könnte gerade da nie durch ein deutsches Wort ersetzt werden von der gleich schillernden Färbung oder dem gleichen umfassenden Wert. Er sagt einmal von einem höchsten Hofbeamten, während dieser sich vor dem Leser inmitten eifriger höfischer Anordnungen aufbläht, daß er ein Mann von ungemeiner Akribie sei. Hier würde das deutsche Wort »Genauigkeit« nicht von fern all die mit hineinspielenden Nebenvorstellungen von kleinlicher Wichtigkeit und lächerlichen Rangfragen auslösen.“

 

 2027972-ac5e8ff4836aad8a30ff2a3aa708a433.jpg
Ida Boy-Ed (17 april 1852 – 13 mei 1928)
Scene uit de film „Königliche Hoheit“ uit 1953

 

 

De Engelse schrijver Nick Hornby werd geboren op 17 april 1957 in Redhill. Zie ook alle tags voor Nick Hornby op dit blog.

Uit: A Long Way Down

‘Tell them what you want,’ I said. ‘Tell them Daddy was sad, but then he cheered up again.’
‘Brilliant. If we had a pair of two-year-olds, that would be perfect.’
‘I don’t know, Cindy. I mean, if I can’t see them, then it’s not really my problem, is it? It’s something you’ve got to deal with.’
‘You bastard.’
And that was the end of the first phone call. Pointing out that her refusal to let me participate in my daughters’ upbringing left me out in the cold struck me as a restatement of the bleeding obvious, but never mind. It got her off the phone.
I don’t know what I owe my daughters any more. I gave up smoking, years ago, because I knew then that I owed them that much. But when you make the sort of mess I’ve made, smoking seems like the least of your worries – which is why I started again. Now there’s a journey: from giving up smoking – giving up smoking because you want to protect your kids from loss for as long as possible – to arguing with their mother about the best way to tell them of your attempted suicide. They never said anything about that conversation in antenatal classes. It’s the distance that does it, of course. I got further and further away, and the girls got smaller and smaller until they were just tiny dots, and I could no longer see them, literally or metaphorically. You can’t make out their faces, can you, when they’re just tiny dots, so you don’t need to worry about whether they’re happy or sad. It’s why we can kill ants. And so after a while, suicide becomes imaginable, in a way that wouldn’t be possible if they looked into your eyes every day.
Penny was still crying when I called her.
‘At least that makes more sense,’ she said after a while.
‘What?’
‘You leaving the party to go up there. And then coming back with those people. I couldn’t work out what they had to do with anything.’

 

 2027972-a8186adbb16c7a2c2390707b8fb47f8c.jpg
Nick Hornby (Redhill, 17 april 1957) 
Cover

 

 

De Nederlandse dichter Vincent Daniel Corjanus werd geboren op 17 april 1995 in Zwolle. Zie ook alle tags voor Vincent Corjanus op dit blog.

 

Een dag aan het strand

Het was voorbij het eind.
De laatste reis voltooid.
De schepen liggen in de haven
te wachten op de nacht.
De zeelui zijn vertrokken
naar hoeren en drank.
Hier aan de kade
gooide hij een fles in zee.
Hij hoopte op Nieuw-Zeeland
of Latijns-Amerika.
Liever zag hij haar ogen
die zijn woorden ontcijferen.
Hij was niet zomaar een droom,
dit was zoveel meer.
Alles is terug.
De herinneringen aan een kinderlach
op het strand.
Een dorp overspoeld door zee.
En mama zegt dat je uit de zon moet.
Bescherm mij.
Koester mij.
Stop mij onder
en vertel mij het verhaal
over de schepen in de haven,
het gedicht in het zand
en de jongen die zijn hart
aan het meisje
gaf.
Het was op die dag,
de dag voorbij het eind.

 

 2027972-08fb769afb5c23708d900c01aafc7087.png
Vincent Corjanus (Zwolle, 17 april 1995)

 

 

De Amerikaanse schrijver Thornton Niven Wilder werd geboren op 17 april 1897 in Madison, Wisconsin. Zie ook alle tags voor Thornton Wilder op dit blog

Uit: The Eighth Day

“In the early summer of 1902 John Barrington Ashley of Coaltown, a small mining center in southern Illinois, was fried for the murder of Breckenridge Lansing, also of Coaltown. He was found guilty and sentenced to death. Five days later, at one in the morning of Tuesday, July 22, he escaped from his guards on the train that was carrying him to his execution. That was the "Ashley Case" that aroused considerable interest, indignation, and derision throughout the Middle West. No one doubted that Ashley shot Lansing, willfully or accidentally; but the trial was felt to have been bungled by a senile judge, an inept defense, and a prejudiced jury—the "Coalhole Case," the "Coalbin Case." When, to top it all, the convicted murderer escaped from a guard of five men and vanished into thin air—handcuffed, in prison garb, and with shaved head—the very State of Illinois was held up to ridicule. About five years later, the State's Attorney's office in Springfield announced that fresh evidence had been uncovered fully establishing Ashley's innocence. So: there had been a miscarriage of justice in an unimportant case in a small Middlewestern town. Ashley shot Lansing in the back of the head while the two men were engaged in their customary Sunday afternoon rifle practice on the lawn behind the Lansing house. Even the defense did not claim that the tragedy was the result of a mechanical accident. The rifle was repeatedly fired for the benefit of the jurors and was found to be in excellent condition. Ashley was known to have been a superior marksman. The victim was five yards to the front and left of Ashley. It was a little surprising that the bullet entered Lansing's skull above his left ear, but it was assumed that he had turned his head to catch the sounds issuing from a young people's picnic in the Memorial Park across the hedge. Ashley never wavered in his assurance that he was innocent in both intention and deed, laughable though the assertion was. The only witnesses were the wives of the accused and the victim.”

 

 2027972-4a6c9b2341a203731c168cf7d7391160.jpg
Thornton Wilder (17 april 1897 – 7 december 1975)
Hier met  Alfred Hitchock (links)

 

 

De Deense schrijfster Karen Blixen (eig. barones von Blixen-Finecke) werd geboren op 17 april 1885 te Rungsted. Zie ook alle tags voor Karen Blixen op dit blog.

Uit: Jenseits von Afrika (Vertaald door Gisela Perlet)

„Das wichtigste Element dieser Landschaft und des Lebens hier war die Luft. Blickt man auf einen mehrjährigen Aufenthalt im afrikanischen Hochland zurück, dann überkommt einen über-raschend das Gefühl, als hätte man lange Zeit in der Luft gelebt. Der I Iimmel war niemals tief-blau, sondern zumeist sehr blass und so hell, dass man kaum zu ihm aufschauen konnte, mit einem Reichtum an riesigen, schwerelosen, wechselnden Wolken, die sich am Horizont auftürmten und über ihn hinwegsegelten. Doch eine blaue Kraft-quelle lag darin verborgen und verlieh dem Höhenzug ganz in der Nähe eine tiefe, frische, himmelblaue Farbe. In der Mittagshitze wurde die Luft über der Ebene lebendig wie eine bren-nende Flamme, sie funkelte, wogte und strömte wie Wasser und formte große Phantasmagorien. In dieser hohen Luft fiel das Atmen leicht, und man atmete eine wilde Hoffnung ein, die Flügeln glich. Wenn man im Hochland morgens erwach-te, dachte man: Jetzt bin ich da, wo mein Platz ist.
Das Ngong-Gebirge zog sich als langer Höhen-zug von Norden nach Süden und wurde von vier edlen Gipfeln gekrönt, die wie erstarrte Wellen aus dunklerem Blau zum Himmel aufragten. Sein höchster Punkt lag zweitausendsiebenhun-dert Meter über dem Meeresspiegel, und seine Ostseite erhob sich siebenhundert Meter über das angrenzende Land. Doch nach Westen fiel es viel schroffer und steiler ab, die Hänge stürzten sich fast senkrecht in das riesige Tal Rift Valley. Im Hochland wehte der Wind ständig von Nordnordost. Es war der gleiche Wmd, den man an den Küsten Afrikas und Arabiens als Monsun bezeichnet, der Ostwind, das Lieblingspferd Kö-nig Salomosi. In dieser Höhe empfand man ihn als den leichten Widerstand des Äthers, wenn sich die Erde dem Raum entgegenwarf. Der Wind wanderte direkt auf die Ngong-Berge zu, deren Hänge ein idealer Startplatz für ein Segelflugzeug gewesen wären - die Luftströmung hätte es vom Fuß des Gebirges bis über den Kamm getragen. Die Wolken, die mit dem Wind reisten, stießen gegen die Berge und blieben hängen, oder sie wurden von den Gipfeln aufgespießt und ent-luden sich in Regenschauern, während jene, die eine größere Höhe erreichten, die Klippe um-schifften und unmittelbar westlich davon über den glühenden Wüsten von Rift Valley verdampf-ten. Oft habe ich von meinem Haus den Flug der Wolken übers Gebirge verfolgt und mit Staunen beobachtet, wie sich die stolzen Massen, sowie sie über den Kamm gelangten, in Luft auflösten und verschwanden.“

 

 2027972-29eb4b1288bbe174d54094fa79652aea.jpg
Karen Blixen (17 april 1885 – 7 september 1962)
Scene uit de film “Out of Africa” uit 1985 met Robert Redford en Meryl Streep

 

 

De Duitse schrijver David Wagner werd geboren op 17 april 1971 in Andernach. Zie ook alle tags voor David Wagner op dit blog.

Uit: Drüben und drüben (Samen met Jochen Schmidt)

„Manchmal schoss ich durch das offene Fenster hinunter auf den Rasen, Richtung Spatzen. Ich stand mit dem Dolch in der Hand auf dem Bett und wippte, die Klinge pikste mich auf Nabelhöhe durch den Stoff meines roten Cord-Hemds, ein Winterhemd, es war Februar. Ich war zehn, fast elf Jahre alt und wollte es wissen, wollte mich in den Dolch stürzen, den unsere Nachbarin mir aus Marokko mitgebracht hatte, wollte wissen, was es mit diesem Leben auf sich hatte. Müsste sich, dachte ich, doch herausfinden lassen.
Die Lustigen Taschenbücher neben meinem Bett gehörten fast alle meiner ältesten Schwester. Manchmal kam sie in mein Zimmer und forderte sie zurück. «Die sind aber schon so lange bei mir» sagte ich dann. «Das sind jetzt meine.» Wovon sie sich nicht beeindrucken ließ. Andere hatte ich von meinen Cousinen geliehen und bisher nicht zurück-gegeben - es würde wohl auch nicht mehr passieren. Die o restlichen stammten vom Flohmarkt, oder sie waren Freun-den abeoekauft. Innen hatten sie abwechselnd eine kolorierte und eine schwarz-weiße Doppelseite, also war nur jede zweite Dop-pelseite farbig. Musste der Ehapa-Verlag Farbe sparen? Oder sollte ich diese Seiten ausmalen? Sobald ich in die Geschichte versunken war, fiel mir das gar nicht mehr aut, vielleicht mochte ich die schwarz-weißen Seiten sogar lie-ber. Gute Geschichten brauchten ja keine Farbe. Lustige Taschenbücher waren teuer und wurden immer teurer. In Bahnhofsbuchhandlungen klebten nicht selten neue Preisaufkleber über den aufgedruckten Preisen. Ach, das war diese sogenannte Inflation! Das Gerede kannte ich ja Alles wird immer teurer! Nur zu besonderen Anlässen bekam ich ein neues, vor einer langen Bahnfahrt vielleicht - so lautete auch der Slo-gan der Reklame: Nicht nur auf langen Bahnfahrten. Den Preis eines Lustigen Taschenbuchs rechnete ich schon bald in Lesezeit um, die reine Lesezeit war bei einem neu gekauf-ten teuer. Ich brauchte ja nie lange, um es durchzulesen. Eine Stunde? Zwei? Es lagen auch Asterix-Hefte neben dem Bett. Asterix bei den Schweizern - wer sein Brotstückchen zum dritten Mal im Käsefondue verliert, wird mit Gewichten im See versenkt Asterix bei den Goten fand ich nicht so lustig, ich hatte bereits verstanden, dass die Witze darin auf unsere, auf deutsche Kosten gingen.“

 

 2027972-52bd75ef36d94f0a1f81af5be0ffc346.jpg
David Wagner (Andernach, 17 april 1971)

 

 

De Amerikaanse schrijver R.J. Pineiro werd geboren op 17 april 1961 in Havana. Zie ook alle tags voor R. J. Pineiro op dit blog.

Uit: Cyberterror

“Terrorists have awakened to this fact, as measured by the sight below: the Alamo City, or what's left of it, where my new boss, FBI Special Agent Karen Frost, and I are about to land.
Yeah. You heard me right. Spooks and Feds have been working together for months now by presidential order to prevent cyberterrorism in the United States along the same vein as when we cooperated at the beginning of the decade.
We're all one big happy family in the CCTF--that's the Counter Cyberterrorism Task Force, which I joined just two days ago, after the shit hit the fan in San Antonio and CCTF leaders started running for cover. Remember that the CCTF's charter is to prevent cyberterrorism in America, which means that what went down here can reasonably be categorized as a paramount fuck-up on their part.
So I got drafted, plucked from my Agency and my pals in counterterrorism with little fanfare and shipped off to the brilliant CCTF.
Well, okay, maybe not as brilliant as the hackers who barbequed this city via the Internet. Four days after the event, the CCTF, which has already deployed an armyof agents, analysts, and other so-called experts to this place once defended to the death by Colonel William Travis, still has no leads, no clues, and no working theories. They--or I should say we, since I'm now one of the gang--have no leads.
Or as we used to say back when I was in the NYPD, we're still just holding nothing but our dicks.
I look over at my CCTF superior and realize she doesn't possess that appendage--at least that I know of--and I suddenly wonder what else she could be holding in those fine hands of hers.
"Tom? Why are you looking at me that way?"

 

 2027972-f86defa250d9d5d75809eda406ac4549.jpg
R.J. Pineiro (Havana, 17 april 1961)
Cover

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e april ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 11:24 Reageer op dit bericht

Anton Wildgans, Rolf Schneider, Cynthia Ozick, Helen Meier, Rolf Kalmuczak, Karl Henckell, Henry Vaughan, John Ford

De Oostenrijkse dichter en schrijver Anton Wildgans werd geboren op 17 april 1881 in Wenen. Zie ook alle tags voor Anton Wildgans op dit blog.

 

An den Schlaf

O, sanfter Schlaf, der du auf zarten Sohlen
Durchs Dunkel herkommst, keinem Wesen fehlend,
Und alles Erdenweh und Menschenelend
Begütigest mit freundlichen Idolen,

Dort, wo die Liebste, sichrer Hut befohlen,
Entschlummert ruht, den kühlen Pfühl beseelend,
Mal’ du in ihren Traum ein friedenstehlend,
Ein schrecklich Bild mit allen Leids Symbolen.

Und so mir ähnlich mögest du’s vollenden,
Und solche Blässe künde meine Pein,
Daß sie erwachend muß Erbarmen spenden.

Und ließest du mir Dieses angedeihn,
Will ich dir schweigend und aus leisen Händen
Zwei neue Kränze frischen Mohnes weihn.

 

 

An ein Buch

Ich lese dich, und deine Zeichen weben
Schleier auf Schleier um den wunden Sinn,
Abdämpfend rings das allzu laute Leben,
Von dem ich, tausendfältig hingegeben,
Kaum mehr als Spiegelbild und Echo bin.

Und wie sich die Gewirke dichter bauschen,
Wird's immer stiller, und es steht die Zeit,
Vergess' ich dich und hebe an zu lauschen
Auf meines Blutes heilig Stromesrauschen
In mir von Ewigkeit zu Ewigkeit.

Nun öffnet sich von geisterhaftem Wehen
Der Schleier luftig zauberhaft Gezelt,
Und vor mir liegt in ruhigem Bestehen,
Zum erstenmal geschaffen und gesehen
Vom eignen Aug', die Welt.

 

 2027969-7a357926f47c4ecc6404a24bc1fc9ebe.jpg
Anton Wildgans (17 april 1881 – 3 mei 1932)
Portret door Rudolf Hirschenhauser, 1927

 

 

De Duitse schrijver Rolf Schneider werd geboren op 17 april 1932 in Chemnitz. Zie ook alle tags voor Rolf Schneider op dit blog.

Uit: Das Mittelalter

„Der dortige Machthaber war ein halber Germane, was auch sein germanischer Name Odoaker bezeugt. Sein militärischer Widerstand gegen das Heer des Ostgotenkönigs war langan-haltend und zäh. Die Auseinandersetzungen mündeten in ein Kampfgeschehen, das den Namen Rabenschlacht erhielt: Es ging um den Besitz der oberitalienischen Stadt Ravenna, deren altdeutscher Name Raben lautete Theoderich kam nicht voran, Odoaker gab nicht auf. Schließ-lich einigte man sich auf eine aufwendig inszenierte Versöhnung der beiden Fürsten samt einem anschließenden Gelage, in des-sen Verlauf Theoderich seinen Widersacher umbrachte. Wo Mi-litärmacht nichts auszurichten vermochte, obsiegten List und Heimtücke. Der Ostgotenkönig hatte den kaiserlichen Auftrag damit erfüllt. Er nutzte die Gelegenheit, um in Norditalien eine Ostgotenherrschaft zu errichten. Wie es heißt, holte Theoderich insgesamt 20000 seiner Leute ins Land und siedelte sie an, doch solchen Zahlenangaben in den zeitgenössischen Chroniken ist zu misstrauen: Gewöhnlich neigen sie zu Übertreibung. Wie auch immer: Norditalien wurde zu einem erfolgreichen und einigermaßen stabilen Ostgoten-reich. Der König verfügte über ausreichende Kenntnisse der Region und seiner politischen Eliten, um eine funktionierende Admi-nistration aufzubauen. Er schloss entsprechende Vereinbarun-gen mit Angehörigen der ursprünglichen 1 ferrschaftsschicht, die er damit einband; umgekehrt profitierten er und die Seinen von deren zivilisatorischer Erfahrung. Theodia-ich beschäftigte zahl-reiche Römer in seiner Verwaltung. Er verabschiedete ein eige-nes Gesetzeswerk, das Elemente des römischen Rechtes enthielt. Er gab Bauten in Auftrag und ging militärisch gegen die in Süd-italien sitzenden Westgoten vor. Den Gelehrten Bcfethius be-rief er zunächst an die Spitze seiner Regierung, später ließ er ihn hinrichten. Zuletzt erstrebte er ein politisches Bündnis mehrerer germani-scher Stämme diesseits und jenseits der Alpen, doch darin blieb er erfolglos. Theoderich, dem die Geschichtsschreibung den Bei-namen «der Große» gab, war schlau, weitschauend, durchset-zungsstark und grausam. Darin glich er anderen Herrschern des Mittelalters. Er starb 526. Unter den Königen, die auf ihn folgten, begann die Ostgotenherrschaft zu zerfallen.“

 

 2027969-4a0b093ea9706c7a4c69cc18de65eb90.jpg
Rolf Schneider (Chemnitz, 17 april 1932)
Cover 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Cynthia Ozick werd geboren op 17 april 1928 in New York. Zie ook alle tags voor Cynthia Ozick op dit blog.

Uit: Quarrel & Quandary

"But you are engagé," the famous and energetic man who four years ago directed my play remarked the other day. I say "my play," and not "a play of mine," which may suggest more than one, because it is the only work for the theater I have ever written; I feel certain I will never write another. I had not seen the director since the play closed, and his comment -- that once-faddish, Sartre-sounding word -- startled me. My one play had, in fact, been political, even polemical; it was about Holocaust denial. And though I had always longed to try my hand at drama, I had supposed it would find its shape, if the time ever came, in something literary or satiric, or both; my secret mnemonic model was Simon Gray's frivolously melancholic The Common Pursuit, which had, decades ago, enthralled me. So I was surprised when a congeries of circumstances, not all of my own manufacture, resulted in a play that was indisputably "engagé." I had been driven to it like a wheel the spokes of which were being nailed into place, even while it ran, by mechanics in unfamiliar uniform.
I mean by all this that I resist the political, and am reluctant to take on its spots and stripes: the focus and deliberateness of political engagement, its judgments and its zeal, are so much the opposite of loafing and inviting one's soul. This collection, for instance, includes an essay on essays, wherein the form of the essay is defined, and defended, as follows: "If there is information in an essay, it is by-the-by, and if there is an opinion in it, you need not trust it for the long run.
A genuine essay has no educational, polemical, or sociopolitical use." This was only the latest in a string of similar formulations -- or call them wardings-off; what was being warded off was any tincture of the topical or the tendentious. In 1983, in a foreword to my first non-fiction collection, I wrote, comparing essays to stories, "Sometimes even an essay can invent, burn, guess, try out, hurtle forward, succumb to that flood of sign and nuance that adds up to intuition, disclosure, discovery. The only non-fiction worth writing -- at least for me -- lacks the summarizing gift, is heir to nothing, and sets out with empty pockets from scratch." In a 1988 preface, this time dubbed a "forewarning," I continued along the same line, or tightrope: "Nearly every essay, like every story, is an experiment, not a credo. »

 

 2027969-0976099a2704fd58412dafbcf0bcc2a3.jpg
Cynthia Ozick (New York, 17 april 1928)

 

 

De Zwitserse schrijfster Helen Meier werd geboren op 17 april 1929 in Mels, Kanton St. Gallen. Zie ook alle tags voor Helen Meier op dit blog.

Uit: Die Agonie des Schmetterlings

„Als sie auf der Brücke war, begannen ihre Beine zu zittern. Sie klopfte mit den Bergschuhen auf den Asphalt des schmalen Gehsteigs – sie hätte nur den Arm auszustrecken brauchen, um das Geländer zu berühren. Sie durfte nichts anderes tun, als fest mit den Schuhen vorwärtszugehen und auf die Leitplanke zu starren. Sie hörte die Geräusche der rasenden Autopneus neben ihr wie durch Wachs, sie wagte den Kopf nicht zu drehen. Ihre ganze Kraft musste auf das Aufklopfen der Schuhe, auf stetes Einhalten der geraden Marschrichtung gezwungen werden. Wenn sie zu rennen anfing – dumpf wusste sie es, wusste es ihr kleines Bewusstsein, zusammengedrängt, umlagert von einem riesigen bedrohlichen Etwas –, geschah Schreckliches. Sie stürzte sich in die Schlucht hinunter, wunderbar musste es sein hinabzufallen, durch den schmalen Spalt auf den Grund, an das äusserste Ende, mit einem Schrei – ein Orgasmus musste es sein, intensiver als je, ein einziger Zusammenstoss aller Wünsche, die Stillung, der Durchbruch durch die Wand des Schweigens, die Erlösung, die Ausbreitung in der Glückseligkeit. Sie stürzte auf die Strasse hinaus, unter die Räder, ausgewalzt zu werden, nach dem blitzartigen Einschlag des Gesuchten fixiert zu werden im Lächeln des Wissens, aus den Königsgräbern die goldgeschnittenen Gesichter. Sie zitterte. Nass und kalt sammelte sich der Schweiss in der Rinne der Wirbel. Vergessene Gebetsfetzen aus der Kinderzeit, ein Vater im Himmel, dessen Reich komme, wirbelten ihr ins Gehirn, ihr wiederholtes Murmeln beruhigte sie ein wenig, es gelang ihr, nicht aus dem Marschtakt zu fallen, die Stechschritte gleichmässig fortzusetzen, nicht anzuhalten, vor allem nicht anzuhalten. Wenn sie aufhörte zu marschieren, konnte es hereinbrechen. Die gleichmässige Fortbewegung der Beine, das Starren auf das Asphaltband war das Seil entlang der schwarzen Wand. In der Ferne sah sie die Kurve der Strasse, die das Ende der Brücke war, dort musste sie hin, das war ihre einzige Aufgabe, nichts anderes hatte sie zu tun. Plötzlich war sie erstaunt, die Geräusche der Autos nicht mehr zu hören, sie wagte einen kleinen Seitenblick und erschrak. Sie war nun ganz allein auf der Brücke, alle Menschen waren verschwunden, sie war die Letzte auf der Welt, mit Mühe unterdrückte sie einen Schrei.“

 

 2027969-c316190d4349b8da7ce4f303e562f467.jpg
Helen Meier (Mels, 17 april 1929)

 

 

De Duitse schrijver Rolf Kalmuczak werd geboren in Nordhausen op 17 april 1938. Zie ook alle tags voor Rolf Kalmuczak op dit blog.

Uit:Die Jagd nach den Millionendieben

„Er möchte wohl eine Extraeinladung? In drei Minuten, mein Lieber, bist du im Bett. Klar?«
»Ich war noch so staubig hinter den Ohren«, sagte Tarzan, »deshalb hat’s länger gedauert.«
Aber Rembrandt hörte nicht hin. Er war schon draußen,um seine Runde durch den zweiten Stock fortzusetzen.
Hier schliefen die 12- bis 14-Jährigen. Für sie war um halb neun Zapfenstreich. So verlangte es die Hausordnung des Internats.
Drei Minuten!, dachte Tarzan.Was der sich einbildet! Ist ja erst Viertel nach acht. Seine Uhr geht wohl vor?
Peter Carsten, der mit Spitznamen Tarzan hieß, war 13 und ziemlich groß für sein Alter. Außerdem war er der beste 100-Meter-Läufer und ein so guter Volleyball-Spieler, dass er demnächst in der Schulmannschaft mitmachen sollte.
Seinen Spitznamen hatte er weg, weil er mit affenartiger Geschwindigkeit am Kletterseil hochturnen konnte. Außerdem vielleicht, weil er dunkle Locken hatte. Und weil sogar im Winter seine Haut die sommerliche Bräune behielt. Er war ein blauäugiger Tarzan, schlank, muskulös und durch und durch sportlich.
Alle Schlafräume im zweiten Stock hatten Spitznamen. Das ADLERNEST, wo Tarzan wohnte, war ein winziger Raum, gerade groß genug für zwei Betten, zwei Schränke und Klößchens Fressvorräte.
Auch jetzt, nach dem Zähneputzen, saß Klößchen auf seinem Kopfkissen und kaute. Schokolade, natürlich. Ohne Schokolade konnte er nicht leben; und je mehr er davon aß, um
so dicker wurde er.
»Hast du deine Kniebeugen gemacht?«, fragte Tarzan.“

 

 2027969-46c9a9970e3faa1833dc038967c2d9d6.jpg
Rolf Kalmuczak (17 april 1938 - 10 maart 2007)
Nordhausen

 

 

De Duitse dichter en schrijver Karl Friedrich Henckell werd geboren op 17 april 1864 in Hannover. Zie ook alle tags voor Karl Henckell op dit blog.

 

Aus der Tiefe

O lass mir nicht, wie auch die Schlünde klaffen,
Die das Vollbringen scheiden von dem Plan,
Geringe Macht von ungeheurem Wahn,
O lass mir nicht den schönen Mut erschlaffen!

Was du auch seist, woraus mein Sinn erschaffen,
Der großer Sehnsucht Weihe früh empfah’n,
Beharren lass mich auf der hohen Bahn
Und stets empor zu neuem Flug mich raffen!

Der dieses Lebens freie Linie zog
Und nicht gegeizt mit sicher-kühnem Schwunge,
Mir Feuer goss ins Herz und auf die Zunge,

Der nicht mein Pfund mit Krämerwage wog —
O lass mich aus der Lust, den Leiden allen
Nicht feig hervorgehn und in Kleinheit fallen!

 

 

Weihe

Ein starker Cherub stand an meiner Wiege,
Der sprach: „Ich lege dir ein Schwert zur Hand.
Es geht dein Weg durch hartes Menschenland.
Dein Sinn ist weich. Dies Schwert tut not zum Siege.

Und einen Schild vor deine Brust ich biege,
Des’ Mitte krönt ein Sternendiamant,
Als Hort der Ewigkeit dort festgebannt,
Dass, fällst du einst, dein Herz beschirmet liege.“

Sank ich den Widersachern nicht zum Raube,
Die mich mit Waffen aller Art bedräut,
Dir dank’ ich’s, dessen Stahl sich stet erneut,

Schwert meines Geistes, der auf sich beharrt
Im wilden Wirbelsturm der Gegenwart —
Mein Schild bist du, allmächtiger Liebesglaube!

 

 2027969-f4836aac55997adc0fb8a7b8f93ac236.jpg
Karl Henckell (17 april 1864 – 30 juli 1929)
Hannover 

 

 

De Welshe dichter en arts Henry Vaughan werd geboren in Newton (Breconshire) op 17 april 1622. Zie ook alle tags voor Henry Vaughan op dit blog.

 

The Incarnation, And Passion

LORD, when Thou didst Thyself undress,
Laying by Thy robes of glory,
To make us more, Thou wouldst be less,
And becam'st a woful story.

To put on clouds instead of light,
And clothe the morning-star with dust,
Was a translation of such height
As, but in Thee, was ne'er express'd.

Brave worms and earth ! that thus could have
A God enclos'd within your cell,
Your Maker pent up in a grave,
Life lock'd in death, heav'n in a shell !

Ah, my dear Lord ! what couldst thou spy
In this impure, rebellious clay,
That made Thee thus resolve to die
For those that kill Thee every day ?

O what strange wonders could Thee move
To slight Thy precious blood, and breath ?
Sure it was love, my Lord ! for love
Is only stronger far than death !

 

 2027969-77ad4889f27cd9ce6d414a993f34b027.jpg
Henry Vaughan (17 april 1622 – 28 april 1695)
Cover 

 

 

De Engelse dichter en toneelschrijver John Ford werd geboren in Ilsington, Devon, op 17 april 1586. Zie ook alle tags voor John Ford op dit blog. 

Uit:'Tis pity she's a whore

“FRY. Yes, you may love, faire sonne.
GIO. Must I not praise so
That beauty which, if fram'd a new, the gods
Would make a god of, if they had it there,
And kneele to it, as I doe kneele to them ?
FRY, Why, foolish madman,—
GiIO Shall a peevish sound,
A customary forme, from man to man,
Of brother and of sister, be a barre
Twixt my perpetual! happinesse and met?
Say that we had one father, say one womhe —
Curse to my joyes —gave both us life and birth ;
Are wee not therefore each to other bound
So much the more by nature, by the links
Of blood, of reason, — nay, if you will hav't,—
Even of religion, to be ever one,
One soule, one flesh, one love, one heart, one all?
FRY Have done, unhappy youth, for thou art lost.
GIO. Shall, then, for that I am her brother borne,
My joyes be ever banisht from her bed!
No, father ; in your eyes I see the change
Of pitty and compassion; from your age,
As from a sacred oracle, distills
The life of counsell : tell mee, holy man,
What cure shall give me ease in these extreames.
FRY Repentance, sonne, and sorrow for this sine
For thou hast mov'd a Majesty above
With thy un-raunged almost blasphemy.“

 

 2027969-4391d95a349425ba48d734a898e4581a.jpg
John Ford (17 april 1586 – 1639 of 1640)
Affiche voor een uitvoering in Londen, 2014

Geschreven door Romenu om 11:22 Reageer op dit bericht

Osterwind (Hilde Domin)

 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Vrolijk Pasen! 

 

 2027691-eb9ca418c2ae00a5ddff1cc26993368a.jpg
De verrijzenis van Christus door Nicolas Bertin, ca. 1730

 

 

Osterwind

Wir haben es den Blumen und Bäumen voraus:
Unsere Jahreszeiten
sind schneller.

Der Tod
steigt im Stengel unseres Traumes
alle Blüten werden dunkel
und fallen.
Kaum ein Herbst.
Der Winter kommt
in einer Stunde.

Doch da ist keine Wartezeit,
sicheres Warten
für kahle Zweige.

So wie der Vogel
innehält und sich wendet im Flug,
so jäh, so ohne Grund
dreht sich das Klima des Herzens.
Weisse Flügelsignale im Blau,
Auferstehung
all unserer toten

Blumen
im Osterwind
eines Lächelns.

 

 

 2027691-61b93aaade6273f1ba307f7e057c3e53.jpg
Hilde Domin (27 juli 1909 - 22 februari 2006)
Keulen, Grote St. Martin en Dom. Hilde Domin werd in Keulen geboren.

 

 

Zie voor de schrijvers van de 16e april ook mijn twee vorige blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 11:22 Reageer op dit bericht

Sarah Kirsch, Thomas Olde Heuvelt, Kingsley Amis, Patricia De Martelaere, Tristan Tzara, Ewald Vanvugt, Sibylle Lewitscharoff

De Duitse schrijfster en dichteres Sarah Kirsch (eig. Ingrid Hella Irmelinde Kirsch) werd geboren op 16 april 1935 in Limlingerode. Zie ook alle tags voor Sarah Kirsch op dit blog.

 

Hirtenlied

Ich sitz über Deutschlands weißem Schnee
Der Himmel ist aufgeschlitzt
Wintersamen
Kommt auf mich wenn nichts Schlimmres
Haar wird zum Helm
Die Flöte splittert am Mund

Der Wald steht schwarz es kriecht
Draht übern Felsen es riecht
Nach Brand da hüte ich
Die vier Elemente am Rand des Lands

Meine Federn am Kleid
Mein ängstlicher Schuh
Seid ruhig ruhig tragt
Mich nicht fort

Ich knote an Bäume mich lieg unter Steinen
Streu Eis mir ins Hemd ich schneide
Das Lid vom Aug da bleibe ich wach:
Meine tückische Herde
Die sich v
ereinzelt die sich vermengt
Meine dienstbare tückische Herde
Wird Wolke sonst: winters noch
Ist sie zerkracht

 

 

Das grüne Meer mit den Muschelkämmen

Das grüne Meer mit den Muschelkämmen
Dampft in der Winternacht
Sanften Auges der Leuchtturmwärter
Setzt Laternen ein, hau ruck
Einfach so, vor dem Neuen Jahr
Ging seine Frau übers Wasser
Keine Fische wollte sie schuppen
Nicht unterm Nebelhorn schlafen
Ach, die Laternen des Leuchtturmwärters
Finden nur Muschelkämme.

 

 2027684-8b6d022c162b6f9436ae0c3c45443a15.jpg
Sarah Kirsch (16 april 1935 – 5 mei 2013)

 

 

De Nederlandse schrijver Thomas Baudelet Olde Heuvelt werd geboren in Nijmegen op 16 april 1983. Zie ook alle tags voor Thomas Olde Heuvelt op dit blog.

Uit: HEX

“De visboer was door de muziek uit zijn kraam gelokt en keek met de andere toeschouwers achterdochtig naar het draaiorgel. Stefan liep eromheen terwijl hij met zijn arm het voorhoofd droog streek. Toen hij zag dat de fraai gelakte zijwand werd gevormd door een openstaande klapdeur, onderdrukte hij zijn glimlach niet langer. Het orgel was vanbinnen tot de wielas compleet hol. Katharina stond roerloos in het donker, tot Loes de deur sloot en haar aan het zicht onttrok. Nu was het orgel weer een orgel. En spelen, dat deed het. 'Zo; zei hij, nog uithijgend en met zijn handen hoog in de zij, 'heeft de A1VD de kas weer gespekt?' Marlijn kwam op hem toegelopen en grijnsde. 'Dat dacht je. Weet Je wel hoe duur die krengen zijn? En geloof me, die knakkers heb-ben de geldkraan zo goed als dicht staan: Hij knikte naar het draaiorgel. 'Dit is puur schijn. Goed hè? Het is gewoon een oude aanhangwagen: Stefan was onder de indruk. Nu hij beter keek viel het inderdaad op dat de facade slechts een samenraapsel was van oubollige porse-leinen beeldjes en slordig opgeplakte tierelantijnen - en nog slecht geschilderd ook. De orgelpijpen waren niet eens van chroom, maar van goudgelakte pvc-buis. Zelfs de Radetzkyman klonk vlak, als een illusie, zonder het sfeervolle zuchten van de ventielen of het klappen van het orgelboek zoals je zou verwachten bij een instru-ment van weleer. Martijn las zijn gedachten en zei: Ten iPod en een flinke speaker. Als je de verkeerde playlist aanzet, komt er heavy metal uit' 'Dat klinkt als een idee van Grim; lachte Stefan. 'Uhuh: 'Ik dacht dat het hele idee was om de aandacht juist van haar af te leiden, in plaats van op haar te vestigen?' Marlijn haalde zijn schouders op. 'Je kent de stijl van de meester: 'Het is voor openbare gelegenheden: legde Loes uit. 'Voor op de braderie, of tijdens het festival als er veel mensen van buiten zijn: Nou, succes: grijnsde Stefan, terwijl hij aanstalten maakte om weer verder te gaan. 'Het ziet ernaar uit dat jullie geld kunnen gaan inzamelen.' Hij liep de laatste anderhalve kilometer naar huis rustig uit en zodra hij buiten gehoorsafstand was, dacht hij al niet meer aan de vrouw die in het donker stond, de vrouw in de buik van het draaiorgel, hoewel de Radetzkymars door zijn hoofd bleef spelen in het ritme van zijn passen.”

 

 2027684-d8aa789aefcc9de734855b42a36c200d.jpg
Thomas Olde Heuvelt (Nijmegen, 16 april 1983)

 

 

De Engelse schrijver Kingsley Amis werd geboren op 16 april 1922 in Londen. Zie ook alle tags voor Kingsley Amis op dit blog.

 

Instead of an Epilogue
To H.

I.
In 1932 when I was ten
In my grandmother's garden in Camberwell
I saw a Camberwell Beauty butterfly
Sitting on a clump of Michaelmas daisies.
I recognised it because I'd seen a picture
Showing its brownish wings with creamy edges
In a boy's paper or on a cigarette-card
Earlier that week.  And I remember thinking,
What else would you expect?  Everyone knows
Camberwell Beauties come from Camberwell;
That's why they're called that.  Yes, I was ten.

II.
In 1940 when I was eighteen
In Marlborough, going out one winter's morning
To walk to school, I saw that every twig,
Every leaf in the vicar's privet hedge
And every stalk and stem was covered in
A thin layer of ice as clear as glass
Because the rain had frozen as it landed.
The sun shone and the trees and shrubs shone back
Like pale flames with orange and green sparkles.
Freak weather conditions, people said,
And one was always hearing about them.

III.
In '46 when I was twenty-four
I met someone harmless, someone defenceless,
But till then whole, unadapted within;
Awkward, gentle, healthy, straight-backed,
Who spoke to say something, laughed when amused;
If things went wrong, feared she might be at fault,
Whose eye I could have met for ever then,
Oh yes, and who was also beautiful.
Well, that was much as women were meant to be,
I thought, and set about looking further.
How can we tell, with nothing to compare?

 

 2027684-dd1923cc66a9c65798025926631b77c5.jpg
Kingsley Amis (16 april 1922 – 22 oktober 1995)

 

 

De Vlaamse dichteres, schrijfster, filosofe, hoogleraar en essayiste Patricia De Martelaere werd geboren in Zottegem op 16 april 1957. Zie ook alle tags voor Patricia de Martelaere op dit blog.

Uit: Een verlangen naar ontroostbaarheid

“En er is het type schrijver als Agatha Christie of P.G. Wodehouse, dat de grootste lol beleeft aan de creatie van fictieve werelden, en dat dan ook in een handomdraai hele boekenplanken vol kan schrijven. Het schrijverstype dat ik op het oog heb wordt gekenmerkt door een soort passionele ambiguïteit tegenover het eigen schrijverschap. Talloos zijn de schrijvers die, rechtstreeks of onrechtstreeks, aforistisch of epistolair, getuigenis afleggen van deze ambiguïteit - die er intussen evenwel niet veel beter op begrepen is geworden. ‘Ik heb een hekel aan schrijven,’ zei de science fiction-schrijver Frederick Brown, ‘maar ik vind het heerlijk om geschreven te hebben.’ Een uitspraak waar heel wat schrijvers geld voor zouden geven om die zelf te hebben bedacht. Te verklaren, bij dit soort schrijvers, is het merkwaardige samengaan van volgende, tegenstrijdige elementen: de absolute innerlijke dwang tot schrijven, die zich uit in gevoelens van onrust, ontevredenheid en schuld bij langdurig niet-schrijven; het ontbreken, vervolgens, van nochtans elk plezier bij het schrijven zelf, de grote weerstand die bij elke zin, door sommigen bij elk woord moet worden overwonnen, en de vaak onoverkomelijke moeilijkheid om een begonnen werk ook af te maken; maar dan, ten slotte, de euforische vreugde, het dolzinnige geluk wanneer uiteindelijk tóch een werk is afgeraakt, het gevoel van bevrijding en eeuwige gelukzaligheid, van nooit meer te moeten schrijven en dat wellicht ook nooit meer te zullen willen. Dit is het trieste ras van nagelbijters, dat zich niet goed voelt wanneer het niet schrijft, dat zich geen haar beter voelt wanneer het wél schrijft, en dat dus alleen dat korte moment voor ogen heeft van extatisch welbevinden bij het beëindigen van een werk. Weliswaar komt daar na verloop van tijd de bescheiden voldoening bij van een publikatie, het zielverheffende gevoel te worden gelezen en goed te worden gevonden, en de onnoemelijke ijdelheid zelf, in recensies en interviews, tot literair personage te worden gepromoveerd. En naarmate schrijvers moeizaam vorderen in hun schrijverschap leren ze ook, mét de knepen van hun vak, hoe ze zichzelf moeten knijpen om wat minder moeizaam aan de gang te kunnen blijven. Maar dat neemt niet weg dat de meeste schrijvers het, mét Brown, een ongelukkige omstandigheid blijven vinden dat men nu eenmaal moet schrijven om te kunnen ‘geschreven hebben’.

 

 2027684-d2d6fa06a40c20ea6b087412e2c1109d.jpg
Patricia De Martelaere (16 april 1957 – 4 maart 2009)
Cover 

 

 

De Franse dichter, dadaïst en surrealist Tristan Tzara werd op 16 april 1896 in de Roemeense plaats Moinesti geboren als Samuel Rosenstock. Zie ook alle tags voor Tristan Tzara op dit blog.

 

Chanson dada

I

la chanson d'un dadaïste
qui avait dada au coeur
fatiguait trop son moteur
qui avait dada au coeur

l'ascenseur portait un roi
lourd fragile autonome
il coupa son grand bras droit
l'envoya au pape à rome

c'est pourquoi
l'ascenseur
n'avait plus dada au coeur

mangez du chocolat
lavez votre cerveau
dada
dada
buvez de l'eau

 

 2027684-b671ed9f4e4fe2378f9e0e709801196d.jpg
Tristan Tzara (16 april 1896 – 24 december 1963)
“La mélancolie de Tristan Tzara” door Niklas Nenzén

  

 

De Nederlandse schrijver Ewald Vanvugt werd geboren op 16 april 1943 in 's-Hertogenbosch. Zie ook alle tags voor Ewald Vanvugt op dit blog.

Uit:Roofgoed

“De vraag of de landen van Europa een gemeenschap vormen en een gezamenlijke identiteit bezitten, wordt hier overtuigend positief beantwoord: alle vooraanstaande Europese musea konden overzee gestolen cultuurgoed bijdragen. Speciaal de voormalige koloniale machten bewaren nog veel schatten van overzee, maar kruisridders en andere buitzoekers verspreidden al in de middeleeuwen exotische kostbaarheden door het hele continent. Gewoonlijk wordt bij de uitstalling van deze stukken weinig of niets gezegd over hun `herkomstgeschiedenis’. Het geeft een wonderlijk bevrijdend gevoel dat het Europees Museum glashelder vertelt hoe de juwelen van Azteken en Inca’s en andere uitheemse kunstwerken in Europese handen zijn gekomen. Want het is juist de gemeenschappelijke `verwervingsgeschiedenis’ die deze opmerkelijke collectie bijeen heeft gebracht. Zonder overzeese roof geen rijk Europa!
De uitstalling van de honderden dingen laat onverhuld zien dat de Europese landen elk afzonderlijk en als gemeenschap hun samenlevingen ontwikkelden met uit andere werelddelen geplunderde rijkdom. Het Europees Museum is een theater van het geheugen: de buitgoederen zijn geheugensteunen van de wereldgeschiedenis. De presentatie van de unieke voorwerpen wordt nog verlevendigd met schaalmodellen van de standbeelden van de dieven en veroveraars, die verspreid over heel Europa in parken en pleinen ook vandaag hun oude werk doen: de koloniale onderneming een respectabel aanzien geven.”

 

 2027684-be87c83a57367c78686b9bc7ee85e35a.jpg
Ewald Vanvugt (’s-Hertogenbosch, 16 april 1943)
’s-Hertogenbosch, markt 

 

 

De Duitse schrijfster Sibylle Lewitscharoff werd geboren op 16 april 1954 in Stuttgart als dochter van een Bulgaarse vader en een Duitse moeder. Zie ook alle tags voor Sibylle Lewitscharoff op dit blog.

Uit: Das Pfingstwunder

„Nein. In meinen Kindertagen ja, seither nein. Dieses Nein will betont sein, denn es bedeutet etwas, es bedeutet sogar viel. In meinen Kindertagen war ich fromm, faltete die Händ-chen beim Zubettgehen, wie meine Mutter es von mir wollte, und hängte die Kleider ordentlich über die Stuhllehne, weil Jesus nachts kam und schaute, ob alles in schöner Ordnung am rechten Platz lag. Dann, in der Pubertät, setzte der große Kritikschub ein, und mit der Frömmigkeit war's mit einem Mal vorbei. Ist es etwa gerecht, daß an so vielen Orten der Welt die Menschen auf übelste Weise verrecken, daß sie verhungern, vergast, erschossen, erschlagen, aufgeschlitzt oder gefoltert werden bis zum Wahnsinn, daß sie ohne ärztliche Hilfe den schlimmsten Krankheiten ausgeliefert sind? Und Gott schaut einfach zu? Von Seinem Eingreifen ist jedenfalls nichts be-kannt. Und eine mehr als vage Hoffnung auf ein Paradies, in dem alle Schmerzen abgetan sind und die gereinigten See-len sich des ewigen Lebens erfreuen — kann ein erwachsener Mensch, der seine Tassen im Schrank hat, das wirklich ernst nehmen? Einen derart verzweifelt naiven Trostwunsch? Meine Kinderseele war immer gerecht gewesen, und das Gerechtigkeitsgefühl, der Zorn über die katastrophalen Zu-stände in den armen Ländern der Welt, hat mich nie verlas-sen. Allerdings ist in meinem späteren Envachsenenleben der Zorn einer schlappen Mutlosigkeit gewichen. Der Schnarch-sack da oben senkt auch bloß die Lider. Nein, ich ändere die Welt nicht, wie ich in einer grandiosen Aufwallung der Selbst-überschätzung geglaubt hatte. Als edlen, uneigennützigen Kommunisten sah ich mich, als einen Superhelden der Armen und Geschlagenen, der ihnen durchaus nicht nur mit Geld und guten Worten zur Seite stand, sondern mit der Ka-Iaschnikow im Arm, die ihre Peiniger Mores lehrte. Überflüs-sig zu erwähnen, daß ich von meinen häuslichen Brot- und Fleischmessern abgesehen nie Waffen in der Hand hatte, und mit diesen Messern habe ich bloß friedliche Brotschei-ben abgeschnitten und Fettstücke vom Steak getrennt, sonst nichts. Friedlich nach außen, im Inneren sieht's kriegerisch aus, selbstzerfleischend. Obwohl ich inzwischen zweiundsechzig Jahre alt bin und eigentlich ziemlich abgebrüht sein müßte. Was vor wenigen Tagen in Rom geschah, hat jedoch alles über den Haufen geworfen. Ich kenne mich selbst nicht mehr. Als hätte eine fremde Person meine Körperhülle gekapert und in ihr Platz genommen.“

 

 2027684-85ff8208d28ea41a4c061c5a7512dd18.jpg
Sibylle Lewitscharoff (Stuttgart, 16 april 1954)
Cover 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e april ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 11:21 Reageer op dit bericht

Jan Luyken, Rolf-Dieter Brinkmann, Anatole France, Eberhard Panitz, Spike Milligan, John Millington Synge, Konstantin Vaginov

De Nederlandse dichter en etser Jan Luyken werd geboren in Amsterdam op 16 april 1649. Zie ook alle tags voor Jan Luyken op dit blog.

 

De Morgenstond

ô Welkom, schone Dageraad,
Die uit een gulden kamer gaat,
Met glans van held're stralen;
'k Ontsluit mijn venster voor uw licht,
Om met een vrolijk aangezicht
U minnelijk in te halen.
Gij wacht niet als ik open doe,
Maar dringt teneerste mild'lijk toe;
Ja, eer ik kom t'ontsluiten,
En nog in 't nare duister zij,
Zo staat en wacht gij al na mij,
Voor toegeloken ruiten.
Zo ook de Meester, die u riep
En tot een licht der wereld schiep,
Die grote Zon der Zonnen,
Schijnt met een glans van eeuwig goed
Voor 't venster van het toe gemoed,
Met opdoen was 't gewonnen.
Stofwormpje onder 't dak van stro,
In 't leeme huis, hoe zijt gij zo?
Het is een Heer der Heren,
Die voor uw arme hutje staat
En uwe kleinheid niet versmaadt,
Om zich tot u te keren.
Laat in, laat in de waarde Gast,
Opdat uw heil voorspoedig wast,
Hij komt met grote zegen,
En brengt een blijde boodschap mee,
Een eeuwig wel, voor eeuwig wee,
Daar leit u aan gelegen.

 

 2027676-b76445a47b59ddf485b7add9dab02e45.gif
Jan Luyken (16 april 1649 – 5 april 1712)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Rolf-Dieter Brinkmann werd geboren op 16 april 1940 in Vechta. Zie ook alle tags voor Rolf-Dieter Brinkmann op dit blog.

 

Eiswasser an der Guadelupe Str.

warme Dunkelheit mit
Neonlichtern, Baumschatten
hinter den Häusern, ver
schiedene Stimmen, das

ist Frühling. Auf dem
gelben sandigen Weg morgens
die Spatzen, ein zerfallenes
Holzgitter, einige schwarze

Ölflecken auf dem Weg, die
Kulisse der Vorstadt, die kei
nen Unterschied macht zu der
Innenstadt: verschiedene Wege,

die nirgendwoher kommen,
direkt aus der Mitte. Ich
vermisse nur die Hühner,
sagte die Lady mit

den rotgeschminkten Lippen.
Ist das ein Anfang? In den
Büros bewegt sich der auto
matische Dollar, riesige

Summen über der Tasse
Kaffee, die ein Pappbecher
ist. Eine gelbe Abenddämmerung,
sie bleibt stehen, das Licht

neben dem Bücherturm, aus
dem dünnen Schiebefenster
gesehen. Der Tag endet in
den Baumgestrüppen, warm

und dunkel, jenseits der
zerfallenen Holzgitter und der
zerfallenen Häuser, langsam
und ohne Hast, mit Anmut.

 

 2027676-152c0fb6af3f3a13789672bf43c1c5a2.jpg
Rolf-Dieter Brinkmann (16 april 1940 – 23 april 1975)
Cover

 

 

De Franse dichter en schrijver Anatole France werd geboren in Parijs op 16 april 1844. Zie ook alle tags voor Anatole France op dit blog.

 

Sonnet

Elle a des yeux d’acier ; ses cheveux noirs et lourds
Ont le lustre azuré des plumes d’hirondelle ;
Blanche à force de nuit amassée autour d’elle,
Elle erre sur les monts et dans les carrefours.

Et nocturne, elle emporte à travers les cieux sourds,
Dans le champ sépulcral où fleurit l’asphodèle,
La pâle jeune fille idéale, et fidèle
À quelque rêve altier d’impossibles amours.

Vierge, elle aime le sang des vierges ; et, farouche,
Elle entr’ouvre la fleur funèbre de sa bouche
Et d’un sourire froid éclaire ses pâleurs,

Lorsque, prête à subir une peine inconnue,
La victime aux cheveux de miel chargés de fleurs,
Mourante et les yeux blancs, offre sa gorge nue.

 

 

Denys, tyran de Syracuse (Fragment)

LE TYRAN

Je suis roi, fils de Zeus, car Zeus ayant reçu
Dans sa couche d’airain la Nuit aux sombres voiles,
En son flanc mit mon germe. Ainsi je fus conçu
Avant que dans les cieux veillassent les étoiles.

LE CHŒUR

Fils auguste de Zeus et de la sombre Nuit,
Ne pleure point des cieux l’obscurité première :
Nos yeux sont si bien clos que le soleil qui luit,
N’y pourrait pas glisser un trait de sa lumière.

LE TYRAN

Sachez-le bien : je suis entre vous et les cieux,
Et je viens parmi vous, esclaves aux fronts pâles,
Afin que vous n’ayez que ma bouche et mes yeux ;
Et moi j’enfanterai seul entre tous vos mâles.

LE CHŒUR

Et tu nous vois aussi, troupeau morne et tremblant,
Au poids de ton cothurne accoutumer nos nuques.
La belle Liberté nous a tendu son flanc,
Et nous avons connu que nous étions eunuques.

 

 2027676-958088646f97fd7e95750b28cf0acd37.jpg
Anatole France (16 april 1844 – 12 oktober 1924)

 

 

De Duitse schrijver Eberhard Panitz werd geboren op 16 april 1932 in Dresden. Zie ook alle tags voor Eberhard Panitz op dit blog.

Uit:Meines Vaters Straßenbahn

„An der leeren Straßenbahn, die dahinraste und doch ♦ kaum vom Fleck kam, quietschend hielt und dann wie über Steine rumpelnd weiterfuhr, winkte Vater unwirsch ab, als ich ihn an diese Zeit erinnerte. »Sie haben mich bald wieder aus der Partei geworfen«, sagte er, »weil ich ein Versager war.« Er hatte bei den Versammlungen nur dagesessen, staunend zugehört und seinen Parteibeitrag nicht bezahlt, weil Mutter darauf bestand, daß wir Kinder zuerst einmal Schuhe erhielten. »Vielleicht hätte ich ehrlich sagen sollen, daß wir in Schwierigkeiten waren. Ich hab mich damals sogar an meiner Kasse vergriffen, damit Mutter ihr Manko zurückzahlen konnte«, gestand er und zuckte mit den Schultern, als begreife er immer noch nicht, wie er sich dazu gegen alle seine Prinzipien hatte hin-reißen lassen. »Einmal hat mich euer Lehrer wegen deiner Schreiberei zu sich geholt«, erzählte er, und es fielen ihm Sätze aus meiner Geschichte von der Ger-mania ein, die ich selber vergessen hatte. Danach war die steinerne Dame mit der Laterne in der Hand vor unserem Fenster erschienen, um mit mir nach einer guten, glücklichen Zukunft zu suchen. »Dein Lehrer hat mir Vorwürfe gemacht, daß ich solche Phantaste-reien dulde, ich, ein Genosse«, sagte er und gab zu, verwundert und entsetzt gewesen zu sein, was für Dinge ich schrieb. Aber damals hatte er mir keinerlei Vorhaltungen gemacht, mich nur gefragt, wie ich darauf käme und mir so etwas ausdenken könne. »Woher hast du das nur, Junge?« Ein wenig schien er stolz auf meine Schreibereien zu sein, manchem auch zuzustimmen, obwohl er den Kopf schüttelte oder ver-legen lächelte, wenn er einen meiner Schulzeitungsar-tikel las. »Es macht mir zu schaffen«, gestand er mir nun, »daß ich mich selber nicht richtig ausdrücken kann, meist keine Worte finde, auch gar nicht weiß, was überhaupt zu sagen wäre.« Es kamen neue Lehrer an unsere Schule: Dr. Wilson, der Mathematiker, Herr Völz, ein Schauspieler und Rezitator, der Deutsch und Geschichte unterrichtete, Oberstudienrat Götze, ein Biologe und Chemiker, in dessen Haus am Oberwachwitzer Berg wir oft eingela-den waren.“

 

 2027676-bc064873f808889803ebfed67134cb71.jpg
Eberhard Panitz (Dresden, 16 april 1932)

 

 

De Ierse dichter, musicus en komiek Spike Milligan werd geboren op 16 april 1918 in Ahmednagar in Indië. Zie ook alle tags voor Spike Milligan op dit blog.

 

Emptiness

only alchemized. Many times
it's become a paragraph or a page.
But usually I've hidden it,
not knowing until too late
how enormous it grows in its dark.
Or how obvious it gets
when I've donned, say, my good
cordovans and my fine tweed vest
and walked into a room with a smile.
I might as well have been a man
with a fez and a faux silver cane.
Better, I know now, to dress it plain,
to say out loud
to some right person
in some right place
that there's something not there
in me, something I can't name.
That some right person
has just lit a fire under the kettle.
She hasn't said a word.
Beneath her blue shawl
she, too, conceals a world.
But she's been amazed
how much I seem to need my emptiness,
amazed I won't let it go.

 

Pussy-Cat

Pussy-cat
What are vices?
Catching rats
And eating mices!

 

 2027676-accc34d20dd28a686672970acf82527d.jpg
Spike Milligan (16 april 1918 – 27 februari 2002)
Portret door  Daphne Todd, 1996

 

 

De Ierse (toneel)schrijver en dichter John Millington Synge werd geboren op 16 april 1871 in Rathfarnham. Zie ook alle tags voor John Millington Synge op dit blog.

 

Beg-Innish

Bring Kateen-beug and Maurya Jude
To dance in Beg-Innish,
And when the lads (they're in Dunquin)
Have sold their crabs and fish,
Wave fawny shawls and call them in,
And call the little girls who spin,
And seven weavers from Dunquin,
To dance in Beg-Innish.

I'll play you jigs, and Maurice Kean,
Where nets are laid to dry,
I've silken strings would draw a dance
From girls are lame or shy;
Four strings I've brought from Spain and France
To make your long men skip and prance,
Till stars look out to see the dance
Where nets are laid to dry.

We'll have no priest or peeler in
To dance in Beg-Innish;
But we'll have drink from M'riarty Jim
Rowed round while gannets fish,
A keg with porter to the brim,
That every lad may have his whim,
Till we up sails with M'riarty Jim
And sail from Ben-Innish.

 

 2027676-ea1ff8b47fe6ed64434679773167edd5.jpg
John Millington Synge (16 april 1871 – 24 maart 1909)
Portret door  John Butler Yeats, rond 1905

 

 

De Russische dichter en schrijver Konstantin Vaginov werd geboren op 16 april 1899 in Sint Petersburg. Zie ook alle tags voor Konstantin Vaginov op dit blog.

Uit: Satyr Chorus(Vertaald door Chris Lovett)

“Like many of her compatriots, she loved to talk about her former wealth, about the lacquered carriage upholstered in quilted blue satin: how it would wait for her at the doorway while she descended the red-carpet staircase, how the passers-by would give way as she entered the carriage.
“Young boys would gawk at me,” she’d intone. “Men in winter coats with sealskin collars eyed me from head to toe. My husband, an elderly colonel, slept in the carriage, while the valet stood on the footboard in his cockade hat. We’d all be on our way to the Imperial Theater.”
At the word “Imperial,” Teptyolkin would come to life, as if roused by something poetical. He’d see Averescu in a uniform fringed with gold traveling to meet Mussolini. He’d see them conferring about how to gobble up the Yugoslav state and how to resurrect the Roman Empire: Mussolini is marching on Paris. Mussolini conquers Gaul. Spain and Portugal join Rome of their own free will. The Academy in Rome is called into session to find a dialect to serve as a common tongue for the newly created empire. Among these academicians we find–Teptyolkin.
Meanwhile, the landlady would go on jabbering on the edge of his bed until she remembered it was time for her to go to the Political Education Institute. Inserting her broad feet into her Tartar shoes, she’d shuffle off towards the door. Her name was Yevdokia Sladkopevtseva. She was the widow of a bandmaster.
Raising his greying, dried-up head, Teptyolkin would follow her spitefully with his eyes.
“Lacks noble breeding,” he’d say to himself. “Sticks to me like a pimple and gets in the way of my work.”

 

 2027676-746cfa6d9fd1404cdd6847ecd632b2c0.jpg
Konstantin Vaginov (16 april 1899 – 26 april 1934)
Cover

Geschreven door Romenu om 11:20 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten