Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 19 april 2017 tot 20 april 2017

Martinus Nijhoff, Jan Cremer, Jean Pierre Rawie, Sebastian Faulks, Jozef Deleu, Steve Erickson, Arto Paasilinna, Michel Leiris

De Nederlandse dichter, toneelschrijver en essayist Martinus Nijhoff werd geboren in Den Haag op 20 april 1894. Zie ook alle tags voor Martinus Nijhoff op dit blog.

 

Het uur U (Fragment)

Want wat dood is is dood,
maar wat vermoord is leeft voort,
leeft voortaan minder gestoord
dan wat onbestorven leeft.
De daad die men naliet heeft
meer kwaad dan de daad gedaan.
Om gestorven dood te gaan
is genade, maar wee hem die
als in dubbele agonie
levens- en stervenspijn
tegelijk voelt: hij moet het ravijn
des doods over zonder brug.

Hij liep betrekkelijk vlug,
de man, maar niet vlug genoeg
of ieder raam besloeg
door de adem uit de mond
die zich sperde, maar woorden niet vond
al sperde hij zich nog zo wijd.
En tegelijkertijd
met dit onnoemlijk wee
bracht de muziek met zich mee,
- let wel, in een straat die liefst niet
rept, als het kan, van verdriet,
die, integendeel, opgewekt,
zich slechts het leed aantrekt
dat een ander ondergaat, -
let wel, in zulk een straat,
toen daar achter raam aan raam
de stamelingen tezaam
een infernale taal
aanhieven, - nog eenmaal,
geen kreet brak uit dan gesmoord, -

 

 

Twee reddeloozen

Zij gaat 's nachts vaak naar de haven
Waarheen ze vroeger met mij ging,
Aan de eeuwige zee, aan de sterren,
Vraagt ze waarom het voorbij ging -

En de wind en de lichten der schepen
Zeggen dat al wat voorbijgaat
Op een reis is zonder thuisreis
Naar een einde waar niemand ons bijstaat -

In mijn hooge verlichte venster
Tusschen schoorsteene' en torenklokken
Heb ik tegenover den hemel
Een eenzame voorpost betrokken.

In alles te kort geschoten,
Staar ik bij het raam op de stad
En vraag: was ik grooter geworden
Wanneer ik had liefgehad?

 

 2028995-2d7258ee39b242ef68abd0addf25eb7b.jpg
Martinus Nijhoff (20 april 1894 – 26 januari 1953)
Hier met Adriaan Roland Holst (links)

 

 

De Nederlandse schrijver en beeldend kunstenaar Jan Cremer werd geboren in Enschede op 20 april 1940. Zie ook alle tags voor Jan Cremer op dit blog.

Uit: Ik Jan Cremer

“Volgende week moet ik met ss `Constantine' op transport. Heen en terug naar Marseille. Bewakingsdienst doen. Ik kan altijd zien hoe dat afloopt. Ik verlang erg naar Holland. Ik weet wat ik riskeer, maar dat heb ik er voor over. Al zou ik mijn hele verdere leven Holland niet meer uitmogen. Dan ga ik een boek schrijven. Of weer schilderijen maken. En tentoonstellingen. Hoe zou het met mijn vrienden gaan, en met iedereen die ik ken. Ik zie mezelf alweer staan. Aan de tapkast: 'Twee pils Jopie!' We hebben nu weer wat nieuws. In de 'guerrilla' krijgen we messen, alleen maar messen. Messen om je kuiten gebonden, messen op je onderarm, bovenarm, borst en achter in de nek. Daarmee moet je 'de vijand' overvallen. Door moerassen sluipen of door zand, onder water zwemmen. De muskieten word ik ook gek van. In de barak hadden we wandluizen. We hebben allemaal onze ijzeren matrassen af moeten branden met benzine. Je mag er niet roken want de beddepoten staan in blikken petrolie.

 2028995-b6ea8d074626ceb06799ba81adeea86e.jpg
Jan Cremer: Tulipano Silvana I

 

Geef mij dan die muskieten maar, al krijg je er de zenuwen van. En het is zo muf en warm slapen in die klamboe. Duizenden zoemende muskieten als torpedobootjes om je vesting houden je wakker. Ze komen op bloed af. Ik heb gisteren mijn duim verwond met de pal van de 105-submachinegun. Het was een klein wondje maar erg venijnig. Ik geloof niet meer in die oorlogsfilms waar dappere zwaargewonde mannen als helden doorvechten. Zelfs als ze dodelijk verwond zijn. 'n Klein wondje kan een soldaat al tot overgave dwingen. In de praktijk. Ik loer naar een uitweg. Ik voel me niet thuis tussen het oorlogvoerend personeel. Tussen de woestijnsoldaten. Maar waar voel ik me dan wel thuis?”

 

 2028995-e49b945653c39e38a56a3ee6c65f0923.jpg
Jan Cremer (Enschede, 20 april 1940)
Hier met zijn hond Nozem en C.B. Vaandrager (links) in 1962

 

 

De Nederlandse dichter en vertaler Jean Pierre Rawie werd geboren op 20 april 1951 in Scheveningen. Zie ook alle tags voor Jean Pierre Rawie op dit blog.

 

Credo

Ik heb je terugkeer uit de tijd
met zoveel ongeduld verbeid,
met zoveel stelligheid bezworen,
dat als er voor dit rijk gemis
in wat ik schrijf geen plaats meer is
ook ik niet voortkan als tevoren.

Wanneer ik ons van het geloof
dat mij in leven houdt beroof,
kan niets je aan de dood ontwringen:
je bent een handvol woelig stof,
een schap bedorven aarde, - of
je bent de zin van alle dingen.

Alleen wat soms in een gedicht
bestaat aan wankel evenwicht
kan het behoud zijn van ons beiden,
kan maken dat van woord tot woord
ik jou, jij mij nog toebehoort,
tot onze parallellen snijden.

 

 

Adressen

In het verhaal van mijn twee steden
is het vooral in deze stad
dat mij meteen weer is ontgleden
wat ik het meest heb liefgehad.

Mijn Amsterdamse perioden
meet ik als vanzelfsprekend af
aan onvergetelijke doden
om wie ik onvergeeflijk gaf.

En altijd loop ik in den blinde
door de bekende buurten rond
om iets van vroeger te hervinden
wat ik ook vroeger nergens vond,

maar mij zal nimmermeer gebeuren,
aan deze gracht, in gene straat,
dat een van de vertrouwde deuren
als vroeger voor mij opengaat,

want achter deze gevels is er
in leven geen die op mij wacht;
De Houtmankade, Roemer Visscher,
Constantijn Huygens, Brouwersgracht.

 

 2028995-30a593a8b8f854a159c8d486c2ba8ef7.JPG
Jean Pierre Rawie (Scheveningen, 20 april 1951)

 

De Britse schrijver en journalist Sebastian Faulks werd geboren op 20 april 1953 in Newbury. Zie ook alle tags voor Sebastian Faulks op dit blog.

Uit: Devil May Care

“At one minute to nine, a white Sunbeam Alpine drew up with a squeak alongside him. The hood was down, and in the driving seat, in dark glasses and a distractingly short red linen dress, was Scarlett Papava.
“Hop in, James. You can push the seat back if you like.”
Before he had time to settle himself, she let in the clutch, and the little car sped off toward the Place de la Concorde.
Bond smiled. “Are we in a hurry?”
“I think so,” said Scarlett. “If we can manage to get you a game with Dr. Gorner, you’ll need to be at your best. I suggest you have a little warm-up first. He’s rather competitive.”
Scarlett swept onto the Champs-Élysées and sank her right foot. “You have to take these chaps on,” she said. “These French drivers, I mean. Play them at their own game. There’s no point in being a shrinking violet.”
“Why did you go for the Alpine, not the Tiger?” said Bond.
“My father found it for me. Secondhand. The Tiger’s bigger, isn’t it?”
“It has a V-8 engine,” said Bond, “but the Sunbeam chassis can’t really handle that much torque. Anyway, you don’t need it. Not the way you drive.”
At the Étoile, where a dozen streams of traffic merge and battle for survival, Scarlett gave no quarter, and a few terrifying seconds later, in a barrage of hooting, they were on their way down the Avenue de Neuilly. A small smile of triumph flickered round Scarlett’s lips as the wind blew back her dark hair.
The Club Sporting was hidden off a discreet, sandy avenue in the Bois. Bond and Scarlett walked across from the car park, through the hissing lawns where hidden sprinklers played, and up the steps into the enormous modern clubhouse.
“Wait here,” said Scarlett. “I’ll be back in a moment.”
Bond watched the slim legs, bare to mid-thigh, as she walked away, with a slight rolling dip of the hips, toward the secretary’s office. It was the walk of a confident girl, he thought, athletic and sure of herself.”

 

 2028995-abddac21644d036d9ac9221c5249344b.jpg
Sebastian Faulks (Newbury, 20 april 1953)
Cover

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Jozef Hugo Maria Deleu werd geboren in Roeselare op 20 april 1937. Zie ook alle tags voor Jozef Deleu op dit blog.

 

Nachtwerk

De oude zon krast in mijn hoofd
de kleine naampjes van de dood.
En van de vogel die nog rood
van vuur en warme dromen hoog
genesteld zat, resteert alleen
een bleke vlam, het boeiend
en vergeten hart dat klopt
en nog maar even wacht.
Straks val ik in de nacht.

Van de tortels in het gras
en van het kind dat ik ooit was
vergeet ik 't slaan en zelfs de lach.
Het vuur geraakt verteerd,
een droom kan men niet eten
als men in 't donker ligt te zweten
tussen dood en leven.

Ik kan zo denken aan de dag,
mijn vrouw proberen te begeren
en tasten in haar slapend vlees
naar de bronnen van het leven.
Maar ik denk mezelf niet vrij
van het krassen in mijn hoofd,
van de vlam die stil uitdooft
in de glorie van de dood.

 

 

Dochter
voor marjolein

hij hoort
haar kijken
door het raam

als hij verdwijnt
in de nacht
draagt zij

zijn hart

 

 2028995-54dce0e1e14717afe839b54c55ea592a.jpg
Jozef Deleu (Roeselare, 20 april 1937)

 

 

De Amerikaanse schrijver, essayist en criticus Steven Michael Erickson werd geboren op 20 april 1950 in Los Angeles. Zie ook alle tags voor Steven Erickson op dit blog.

Uit: Zeroville

“11.
The clerk says, "Hey, man, have you seen Easy Rider? I usually don't go to movies. I'm into the Music."
"What?"
"The Music." The clerk turns up the radio. There's a song playing about a train to Marrakesh: "All aboard the train," the singer sings. It's horrible; they've forgotten A Place in the Sun for this? Vikar also suspects there's something narcotics-related about the song.
"Montgomery Clift's ghost lives in this hotel," Vikar says.
"No," the clerk answers, "that's that D.W. guy."
"D.W.?"
"It's in the brochure. He died here or something, busted." He adds, "I don't mean busted like by the cops-I mean broke. His ghost rides up and down the elevators trying to figure out where to go."
"D.W. Griffith?"
"I think that's him," the clerk nods, impressed, "yeah, D. W. Griffin." He looks at the register. "Room 939 is available, that's in the other corner at the other end of the hall, so it's like Room 928 except backward."
"All right."
"By now," the clerk shrugs, "they may have changed around all the numbers anyway."
"The ninth floor is probably still the ninth floor," says Vikar.
The clerk seems slightly stunned by this. "Yeah," he allows, a sense of revelation sweeping over him, "the ninth floor is probably still the ninth floor." In the register Vikar signs Ike Jerome, which is not an alias. No one, including himself, calls him Vikar yet. He pays cash; the clerk gives him the key and Vikar heads to the elevator. "That was heavy, man," the clerk calls after him, "that thing about the ninth floor."

 

 2028995-8ef67a5084748d52b0d7479db0015223.jpg
Steve Erickson (Los Angeles, 20 april 1950)
Scene uit de gelijknamige film uit 2017 met o.a. James Franco als Vikar

 

 

De Finse schrijver Arto Paasilinna werd geboren op 20 april 1942 in Kittilä in Lapland. Zie ook alle tags voor Arto Paasilinna op dit blog.

Uit: Der wunderbare Massenselbstmord (Vertaald door Regine Pirschel)

„Onni Rellonen wanderte durch die dörfliche Landschaft. Vom Gesang der Vögel begleitet, schritt er über den kiesbestreuten Zufahrtsweg, überquerte das Nachbargrundstück, passierte Äcker, eine Scheune, einen Kuhstall und ein Bauerngehöft. Hinter einem kleinen Waldstreifen begann ein neues Feld. Onni erinnerte sich, dass am Waldrand eine alte, verfallene Scheune stand. Dort könnte er sich erschießen, es wäre ein stiller Ort und die richtige Umgebung, seine Tage zu beenden.
Hätte er einen Abschiedsbrief auf dem Tisch zurücklassen sollen? Um was zu schreiben? Adieu, liebe Kinder, versucht klarzukommen, euer Vater hat seinen Entschluss gefasst ...? Und an seine Frau gerichtet: Tadle mich nicht ...?
Onni Rellonen stellte sich die Reaktion seiner Frau vor, während sie die Worte las. Ihr Kommentar wäre vielleicht:
»Krmh.«
Das Feld roch nach saftigem Gras, der Bauer hatte am vergangenen Tag Grünfutter gemäht. Die Landleute arbeiten – ihr Vieh zwingt sie dazu – auch am Mittsommerabend. Die Hummeln summten, die Schwalben zwitscherten unter dem Dach der alten Scheune. Vom See klang das Kreischen der Möwen herüber. Mit Eiseskälte im Herzen schritt Onni Rellonen auf die Scheune zu, ein altes graues Gebäude, das zu nichts anderem mehr taugte, als sich darin das Leben zu nehmen. Das Gebäude näherte sich, stand viel zu plötzlich vor ihm, sein Leben endete schneller als gedacht.
Onni Rellonen brachte es nicht fertig, schnurstracks durch die klaffende Doppeltür zu treten, die wie der schwarze Höllenschlund auf ihn wartete. Er verlängerte unwillkürlich sein Leben, umrundete das Gebäude wie ein verwundetes Tier, das sich seinen letzten Ruheplatz sichert. Er spähte durch die Ritzen zwischen den morschen Balken ins Innere, und es graute ihn. Aber der Beschluss war gefasst, er musste die Runde vollenden und dann eintreten, musste dem Tod ins Auge sehen, die Waffe abfeuern. Eine kleine Bewegung am Abzug: die letzte Geschäftsoperation, und der Saldo stünde auf null, der allerletzte Saldo von Leben und Tod. Es schauderte ihn.“

 

 2028995-5cf1b9d61942c34aa2dab0423b8572ef.jpg
Arto Paasilinna (Kittilä, 20 april 1942)

 

 

De Franse dichter, schrijver en etholoog Michel Leiris werd geboren in Parijs op 20 april 1901. Zie ook alle tags voor Michel Leiris op dit blog.

Uit: L'âge d'homme

« Mon activité principale est la littérature, terme aujourd'hui bien décrié. Je n'hésite pas à l'employer cependant, car c'est une question de fait : on est littérateur comme on est botaniste, philosophe, astronome, physicien, médecin. A rien ne sert d'inventer d'autres termes, d'autres prétextes pour justifier ce goût qu'on a d'écrire : est littérateur quiconque aime penser une plume à la main. Le peu de livres que j'ai publiés ne m'a valu aucune notoriété. Je ne m'en plains pas, non plus que je ne m'en vante, ayant une même horreur du genre écrivain à succès que du genre poète méconnu.
Sans être à proprement parler un voyageur, j'ai vu un certain nombre de pays: très jeune, la Suisse, la Belgique, la Hollande, l'Angleterre; plus tard la Rhénanie, l’Égypte, la Grèce, l'Italie et l'Espagne; très récemment l'Afrique tropicale. Cependant je ne parle convenablement aucune langue étrangère et cela, joint à beaucoup d'antres choses, me donne une impression de déficience et d'isolement.
Bien qu'obligé de travailler (à une besogne d'ailleurs peu pénible, puisque mon métier d'ethnographe est assez conforme à mes goûts) je dispose d'un certain confort; je jouis d'une assez bonne santé; je ne manque pas d'une relative liberté et je dois, à bien des égards, me ranger parmi ceux qu'il est convenu d e nommer les « heureux de la vie ». Pourtant, il y a peu d'événements dans mon existence que je puisse me rappeler avec quelque satisfaction, j'éprouve dé plus en plus nettement la sensation de me débattre dans un piège et — sans aucune exagération littéraire — il me semble que je suisrongé.
Sexuellement je ne suis pas, je crois, un anormal — simplement un homme plutôt froid — mais j'ai depuis longtemps tendance à me tenir pour quasi impuissant. Il y a beau temps, en tout cas, que je ne considère plus l'acte amoureux comme une chose simple, mais comme un événement relativement exceptionnel, nécessitant certaines dispositions intérieures ou particulièrement tragiques ou particulièrement heureuses, très différentes, dans l'une comme dans l'autre alternative, de ce que je dois regarder comme mes dispositions moyennes."

 

 2028995-3847fbdae312aa964fcf7d2924c94383.jpg
Michel Leiris (20 april 1901 – 30 september 1990)
Cover
 

 

Zie voor nog meer schrijves van de 20e april ook mijn blog van 20 april 2014 deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 19:16 Reageer op dit bericht

Marieke Lucas Rijneveld

De Nederlandse dichteres en schrijfster Marieke Rijneveld  werd geboren in Nieuwendijk op 20 april 1991. Zie ook alle tags voor Marieke Rijneveld op dit blog.

 

Aanwezigheid

Zoals stemmen geheimen begonnen te fluisteren in het trappenhuis
het haalde de zomer uit ons en ik weet nog dat je lucht liet ontsnappen

dat ik even dacht aan de opblaasbare vluchtauto, dat ik je zou kunnen
opvouwen als je zo plat was geworden om in een strandtas te passen maar je
lichaam bleef zijn vormen houden, de traptreden kraakten, nee, het was iemands
lach die af en toe brak als een plastic koffielepeltje dat een wachtruimte beroert.

Een meisjesstem fluisterde in het Frans steeds opnieuw varkenskop, varkenskop
hoe ze ontdekt had dat geen enkel potlood die kleur goed kon nabootsen
net als mensenhuid, dat dit door de slager kwam, mooi roze zou beter verkopen.

Alsof iemand zijn vingers op haar adamsappel drukte, veranderde
het meisje in een oude dame die alleen nog maar in herinneringen kon leven
zoals er mensen zijn die zich eeuwig laten vastleggen op een ansichtkaart
met een wit strand op de achtergrond dat ooit vergeelt, de groetjes blijven doen.

Dat ze met de architect trouwde van de brug waar haar zus iedere ochtend
voordat het gras drooggeföhnd werd door de wind, langs de reling liep, probeerde
in te schatten hoe lef eruit zou zien, of het haar zou staan, haar armen klapwiekte

désolé: spijt is dat wat als water op de wegen in het vooruitzicht blijft liggen
steeds als we het willen inhalen, verschuift het zich, het zal er altijd blijven.

Er klinkt zenuwachtig gegiechel als de vrouw weer jonger wordt, kinderen leven
binnenstebuiten als truien met een waslabel waar alles te zien is wat ze nodig hebben
wat hen stuk maakt, na het twaalfde jaar keer je naar binnen, krijg je een dikkere huid
komt er nog maar weinig zonlicht in een lichaam.

Waar zou het ons brengen als we al onze geheimen op deze trap loslaten
zouden we plat worden en de vraag overblijven wie ons opbergt en met
warme adem een dagje strand of een verjaardag in zal blazen

of lachen we tot onze ribben in tentharingen veranderen, steken, daarna
godzijdank niet iedere keer meer onze jeugd erbij hoeven te halen als er in ons
het fluisteren klinkt: hoe spijt een lek gestoken vluchtauto is
hij brengt je niet verder maar ook niet meer terug.

 

 2043093-30e714dc3477516c53863de4eaabb774.jpeg
Marieke Rijneveld  (Nieuwendijk, 20 april 1991)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Martin Michael Driessen, Marjoleine de Vos, Manuel Bandeira, n. c. kaser, Veniamin Kaverin, Louis Amédée Achard, Pierre-Jean de Béranger, Gudrun Reinboth, Werner Rohner

De Nederlandse schrijver, vertaler en regisseur Martin Michael Driessen werd geboren op 19 april 1954 in Bloemendaal. Zie ook alle tags voor Martin Michael Driessen op dit blog.

Uit: Rivieren

“De kade stond onder water en er was maar nauwelijks genoeg ruimte om onder de eerste brug door te varen. Hij duwde af. Op deze zondagochtend was Sainte-Menehould even slaperig als hij. Er was niemand te bekennen. Hij stuurde de kano naar het midden van de stroom en bukte onder de middelste boog van de brug. Toen hij aan de andere kant het licht in voer en zich weer oprichtte, gingen er in een huis aan de linkeroever roestige vensterluiken open. Drie donkere, kroesharige kleine meisjes doken op en wuifden hem opgewonden toe. Hij zwaaide terug.
De kano stuurde goed, alleen stak de punt te veel omhoog, hoewel hij alle bagage voorin had gestouwd. Het was een lange aluminium Canadees, eigenlijk te groot voor een man alleen. Hij had hem aan zijn zoon cadeau gedaan op diens zestiende verjaardag. Ze waren er die zomer samen de Loire mee afgevaren, een groot stuk althans, langs Chambord en de andere beroemde kastelen. Dat was na de veelbelovende beginrepetities voor Don Carlos geweest. Later was hij zijn rol kwijtgeraakt omdat hij de regieassistente had geslagen. Waar hij tot op de dag van vandaag geen spijt van kon hebben. Wie geen respect heeft, begrijpt niets van theater. De rivier stroomde nu tussen overhangende bomen en struiken, zoals het nog tientallen kilometers zou doorgaan, althans volgens de vooroorlogse kanogids die hij de avond tevoren had geraadpleegd. ‘De Aisne,’ had hij gelezen, ‘is een gemoedelijke rivier, die zich in tallooze meanders door het lieflijke Noord-Fransche landschap slingert. Behalve incidenteele boomhindernissen zijn er tot aan de groote barrage van Autry generlei bijzondere problemen te verwachten.’ Des te beter, dacht hij, bijzondere problemen heb ik al genoeg aan boord.
Het was stil. De bomen met hun bollen van maretakken staken af tegen de parelgrijze morgenhemel. Bisamratten plonsden in het water en doken onder, als ze door het verschijnen van zijn kano verrast werden. Zwaluwen stortten zich uit hun nestgaten in de hoge, afgekalfde lemen oevers in de buitenbochten van de stroom en zochten een veilig heenkomen. La France Profonde, dacht hij terwijl hij met rustige peddelslagen koers hield, wat wil je meer.”

 

 2028667-45359de9b7f2ac5e057bc6132e89f008.jpg
Martin Michael Driessen (Bloemendaal, 19 april 1954)

 

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Marjoleine de Vos werd geboren in Oosterbeek op 19 april 1957. Zie ook alle tags voor Marjoleine de Vos op dit blog.

 

Kom op met uw boodschap

En daar is de engel! Juist zat ik te lezen
dit schitterend boek met handmatige plaatjes
die zeer mooi gelukt zijn, ik zie er mijzelf op.

Het gaat over vroeger maar dat is toch altijd
de waarheid van heden en ook voor de toekomst
die staat al geschreven met bloed in ons lijf.

't Is jammer nu dat het zo regent en vies is
de vuilnis daarbuiten de roestige fiets
maar spoedig verwacht ik weer vogels uit Ghana

ondergronds stroomt al het sap voor de bomen,
't is schijn slechts die winter ik weet wel
het echte is bezig maar wacht nog op later

opdat het vervuld wordt zoals het bedoeld is
er komt nog iets groots wonderbaarlijks
en daar ben ik klaar voor ik heb er zelfs zin in.

Kom op met uw boodschap ik popel te horen
hoe fijn en gezegend mijn lot is van vrouw
die zelf haar bijzondere baby gaat baren.

Toe engel vertel geen voorbije verhalen
en zeg mij de blijdschap die kom tin mijn heden
zolang al verwacht ik die knielend - haast eeuwig.

 

 

Mevrouw Despina ontmoet de rattenvanger

Stralende morgen met rijp op het weiland.
Klaar voor ervaring van inzicht en kalmte
loopt ze het licht in tot waar in de sloot
verzonken in graafwerk de rattenvanger zingt.
Vraagt ze schichtig naar dood en gevaren
lacht de man in het ijs, die luchtbellen wijst
van het wezen dat daar zich verschuilt.
In lieslaarzen komt hij de kant op, zegt
dat hij vrij is, geniet met zijn ogen de ruimte.

'Mooi is 't als je 't leven te zien krijgt, een rat
op de wal die zich wast, een vrouw die zich redt.'

 

 2028667-9f5cb34e2da5afd8028fb95c77d466a1.jpg
Marjoleine de Vos (Oosterbeek, 19 april 1957)

 

 

De Braziliaanse dichter, schrijver en vertaler Manuel Carneiro de Souza Bandeira Filho werd geboren op 19 april 1886 in Recife. Zie ook alle tags voor Manuel Bandeira op dit blog.

 

Mozart In Heaven

ON the 5th of December 1791 Wolfgang Amadeus Mozart entered heaven as a circus performer, turning marvelous pirouettes on a dazzling white horse.

The small astonished angels said: Who can that be ? Who in
         the world can that be ?
As never-before-heard melodies began to soar
Line after line above the staff.
For a moment the ineffable contemplation paused.
The Virgin kissed him on the forehead
And from then on Wolfgang Amadeus Mozart was the
         youngest of the angels.

 

 

The Woods

The woods toss and whirl and writhe and shake themselves
         from end to end!
Today the woods have something to tell.
And they howl and strain, root and branch, like an actress in
         a tragic play.

Every rebellious branch
Betrays the same frantic anxiety.
All feel the same secret fear.
Or if not, then they are all desperately begging the same
         urgent thing.

What do the woods know ? What are the woods beseeching ?
Are they begging water ?
But the water fell in floods only just now, whipping them,
beating them, shaking them without mercy.
Are they begging fire to cleanse themselves of the century-old
         dry rot ?
Or do they ask for nothing ? Do they merely wish to speak and cannot ?
Have they surprised the earth's secret through the delicate
         ears of their roots ?
The woods toss, whirl, strain and shake from end to end!
Today the woods are like a mob in collective delirium.

Only a single tuft of bamboos, standing somewhat apart,
Sways ever so lightly, so lightly, so very lighdy,
As if smiling at the general madness.

 

Vertaald door Dudley Poore.

 

 2028667-520ab4e9c48735af6e4c8cee2d00f44f.jpg
Manuel Bandeira (19 april 1886 – 13 oktober 1968)
Standbeeld in Rio de Janeiro

 

 

De Zuidtiroolse dichter norbert c. kaser werd geboren op 19 april 1947 in Brixen. Zie ook alle tags voor norbert c. kaser op dit blog en ook voor n.c. kaser.

 

der kannibale

er reitet auf dem gefesselten
dem nackten schiebt er das messer
in den hals

der sinkt um blut sprudelt er teilt ihn
die eingeweide fallen heraus
er saeubert sie
er zieht dicke haken
durch die sehnen
der haengt
der kopf faellt
ins gebiß wird ein stueck zitrone ge-
legt

& dabei stehen
buddhisten &
katholiken &
anglikaner &
mohammeds juenger &
essen seufzend davon

 

 2028667-1a2052b2c7cfafdcecd0027738a0a5a7.jpg
n. c. kaser (19 april 1947 – 21 augustus 1978)
Cover

 

 

De Russische schrijver Veniamin Kaverin werd geboren op 19 april 1902 in Pskov. Zie ook alle tags voor Veniamin Kaverin op dit blog.

Uit: Two captains (Vertaald door Bernard Isaacs)

“Even now I shudder at the memory of how Mother took on when she heard that Father had been arrested. She did not cry, but as soon as the ganger had gone, she sat down on the bed, and clenching her teeth, banged her head violently against the wall. My sister and I started howling, but she did not as much as glance at us. She kept beating her head against the wall, muttering something to herself. Then she got up, put on her shawl and went out.
Aunt Dasha managed the house for us all that day. We slept, or rather, my sister slept while I lay with open eyes, thinking, first about my father, how he had said goodbye to them all, then about the fat police-officer, then about his little boy in a sailor suit whom I had seen in the Governor's garden, then about the three-wheeler this boy had been riding (if only I had one like that!) and finally about nothing at all until mother came back. She looked dark and haggard, and Aunt Dasha ran up to her.
I don't know why, but it suddenly occurred to me that the policemen had hacked Father to pieces, and for several minutes I lay without stirring, beside myself with grief, hearing nothing. Then I realised that I was wrong: he was alive, but they wouldn't let Mother see him. Three times she repeated that they had arrested him for murder— the watchman had been killed in the night on the pontoon bridge-before I grasped that the night was last night, and the watchman was that very watchman, and the pontoon bridge was that very same bridge on which he had lain with outstretched arms. I jumped up, rushed to my mother and cried out. She took me in her arms. She must have thought I had taken fright. But I was already "speaking"... If only I had been able to speak then!
I wanted to tell her everything, absolutely everything— how I had stolen away to the Sands to catch crabs and how the dark man with the walking stick had appeared in the gap in the ramparts and how he had sworn and ground his teeth and then spat in the fire and gone off. No easy thing for a boy of eight who could barely utter two or three inarticulate words.” 

 

 2028667-1296197b0828d77a3fa7e1aab54c185f.jpg
Veniamin Kaverin (19 april 1902 – 4 mei 1989)
Monument voor “De twee kapiteins” in Pskov

 

 

De Franse schrijver Louis Amédée Achard werd geboren op 19 april 1814 in Marseille Zie ook alle tags voor Louis Amédée Achard op dit blog.

Uit: Belle-Rose

« Il n’était pas beau parleur, mais il agissait avec une hardiesse et une résolution extrêmes aussitôt qu’il croyait être dans son droit. Sa force le faisait redouter de tous les écoliers du faubourg et de la banlieue, comme sa droiture l’en faisait aimer. On le prenait volontiers pour juge dans toutes les querelles d’enfants ; Jacques rendait son arrêt, l’appuyait au besoin de quelques bons coups de poing, et tout le monde s’en retournait content. Quand il y avait une dispute et des batailles pour des cerises ou quelque toupie d’Allemagne, aussitôt qu’on voyait arriver Jacques, les plus tapageurs se taisaient et les plus faibles se redressaient ; Jacques écartait les combattants, se faisait rendre compte des causes du débat, distribuait un conseil aux uns, une taloche aux autres, adjugeait l’objet en litige et mettait chacun d’accord par une partie de quilles.
Il lui arrivait parfois de s’adresser à plus grand et plus fort que lui ; mais la crainte d’être battu ne l’arrêtait pas. Dix fois terrassé, il se relevait dix fois ; vaincu la veille, il recommençait le lendemain, et tel était l’empire de son courage appuyé sur le sentiment de la justice inné en lui, qu’il finissait toujours par l’emporter. Mais ce petit garçon déterminé, qui n’aurait pas reculé devant dix gendarmes du roi, se troublait et balbutiait devant une petite fille qui pouvait bien avoir quatre ans de moins que lui. Il suffisait de la présence de Mlle Suzanne de Malzonvilliers pour l’arrêter au beau milieu de ses exercices les plus violents. Aussitôt qu’il l’apercevait, il dégringolait du haut des peupliers où il dénichait les pies, lâchait le bras du méchant drôle qu’il était en train de corriger, ou laissait aller le taureau contre lequel il luttait. Il ne fallait à la demoiselle qu’un signe imperceptible de son doigt, rien qu’un regard, pour faire accourir à son côté Jacques, tout rouge et tout confus.
Le père de Mlle de Malzonvilliers était un riche traitant qui avait profité, pour faire fortune, du temps de la Fronde, où tant d’autres se ruinèrent. Il ne s’était pas toujours appelé du nom brillant de Malzonvilliers, qui était celui d’une terre où il avait mis le plus clair de son bien ; mais en homme avisé, il avait pensé qu’il pouvait, ainsi que d’autres bourgeois de sa connaissance, troquer le nom roturier de son père contre un nom qui fit honneur à ses écus."

 

 2028667-f56a338f2736367dc65c834ba2be3cfb.jpg
Louis Amédée Achard (19 april 1814 – 24 maart 1875)
Beeld op Père-Lachaise, Parijs

 

 

De Franse dichter en schrijver van liedteksten Pierre-Jean de Béranger werd geboren op 19 april 1780 in Parijs. Zie ook alle tags voor Pierre-Jean de Béranger op dit blog.

 

Mes cheveux

Mes bons amis, que je vous prêche à table,
Moi, l’apôtre de la gaîté.
Opposez tous au destin peu traitable
Le repos et la liberté ;
À la grandeur, à la richesse,
Préférez des loisirs heureux.
C’est mon avis, moi de qui la sagesse
A fait tomber tous les cheveux.

Mes bons amis, voulez-vous dans la joie
Passer quelques instants sereins,
Buvez un peu ; c’est dans le vin qu’on noie
L’ennui, l’humeur et les chagrins.
À longs flots puisez l’allégresse
Dans ces flacons d’un vin mousseux.
C’est mon avis, moi de qui la sagesse
A fait tomber tous les cheveux.

Mes bons amis, et bien boire et bien rire
N’est rien encor sans les amours.
Que la beauté vous charme et vous attire ;
Dans ses bras coulez tous vos jours.

Gloire, trésors, santé, jeunesse,
Sacrifiez tout à ses vœux.
C’est mon avis, moi de qui la sagesse
A fait tomber tous les cheveux.

Mes bons amis, du sort et de l’envie
On brave ainsi les traits cuisants.
En peu de jours usant toute la vie,
On en retranche les vieux ans.
Achetez la plus douce ivresse
Au prix d’un âge malheureux.
C’est mon avis, moi de qui la sagesse
A fait tomber tous les cheveux.

 

 2028667-e0bc2a1530315edcd00467dc19eba7da.jpg
Pierre-Jean de Béranger (19 april 1780 – 16 juli 1857)
Portret doorAry Scheffer, 1850

 

 

De Duitse schrijfster en dichteres Gudrun Reinboth werd geboren op 19 april 1943 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Gudrun Reinboth op dit blog.

 

nach dem sturm

offener himmel
über farnen und moos

geborstene kronen
zu füßen
klagt ins gewölk
stamm um stamm
selbst junge birken
biegsame tänzerinnen
widerstanden nicht

wir erdverbraucher
paradiese nicht schonend
an höllen nicht glaubend
wie werden wir
die vokabel erde
unseren kindeskindern
buchstabieren

 

 

Úit: Gnadengesuche

Warum habt ihr mir euren Gott wie einen Mühlstein umgehängt?-
Durch tausend Höllen bin ich gegangen,
durch Tod und Schrecken und Gottesfinsternisse,
bis er mich ergriffen hat,
jener Leuchtende und Unbegrenzte,
vor dem David tanzte und Salomo sang,
der Jesus hervorbrachte,
und der sich finden lässt in uns selbst,
ob unser Geist mit Gestirnen spielt,
oder sich spiegelt im Traumauge des Säuglings...
Nun hör ich den Gesang aller Sonnen
und wiege mich lachend im All.

 

 2028667-0d5c7c1d064ee0f18237e0100059bfc5.jpg
Gudrun Reinboth (Berlijn, 19 april 1943)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

De Zwitserse schrijver Werner Rohner werd in 1975 geboren in Zürich. Zie ook alle tags voor Werner Rohner op dit blog.

Uit: Das Ende der Schonzeit

“So steht es in einer Akte des Staats schutzes, die er mir, nachdem ich ihn vor ein paar Monaten zum ersten Mal überhaupt getroffen habe, kommentarlos zugesandt hat. Als ich noch ein Junge war, erzählte mir Mutter bloss, dieser David habe ihr die Welt so wunderbar erklären können, dass sie anfangs kaum mehr geschlafen habe. Zur Arbeit aber, schob sie schnell und etwas verlegen nach, sei sie trotzdem nie zu spät gekommen. Doch irgendwann hatte sie aufgehört, über ihn zu spre-chen, so wie sie, nachdem sie mir gesagt hatte, ihre ganze Wirbelsäule sei voll mit Metastasen, aufhörte, über den Krebs zu sprechen. Auch über den Tod und die Zukunft sprach sie nicht mehr und erst recht nicht darüber, dass ich versprochen hatte, ihr zu helfen. »Wenn es gar nicht mehr anders geht, Joris, dann musst du ...«, hier harte sie kurz gestockt, »wenn ich nur noch Schmerzen hab und dalieg, dann musst du mir helfen, ja?!« Dabei schaute sie mich an, schaute und schaute, bis ich nichts anderes mehr tun konnte als nicken. Das Schweigen aber hatte schon früher begonnen. Es war schleichend gekommen, wahrscheinlich sprachen wir im-mer weniger, bis es mir irgendwann auffiel, plötzlich, und nur dieser eine Satz übrig blieb: Wenn ich noch zehn Jahre weiterrauchen kann, bin ich zufrieden. Immer und immer wieder wiederholte sie ihn, als würde sie von Muratti dafür bezahlt. Manchmal hatte sie eine Art Trotz in der Stimme, manchmal lächelte sie verschmitzt dazu, als reiche das aus, um dem Tod ein Schnippchen zu schlagen; und nie änderte sie die Anzahl der Jahre. Wenn ich ihr im Spital die brennende Zigarette zwischen die spröden Lippen steckte, nuckelte sie mehr daran, als dass sie inhalierte; ich erzählte ihr irgendetwas und folgte dabei ihrem Blick aus dem Fenster. Manchmal aber schaute ich einfach nur sie an, wie sie mit der linken Hand ihren Weihnachtsbaum festhielt, so nannte sie den Ständer, an dem die Infusionsbeutel hingen, und mit der rechten Hand die Zigarette. Ihre Finger waren dürr geworden, und ihre Knöchel standen heraus wie eine verwachsene Wirbelsäule. Die Nägel waren grellrot, was mir unpassend erschien, auch wenn Rebekka sie ihr lackiert hatte.“

 

 2028667-2362b3b481189e7d365602b0a6101030.jpg
Werner Rohner (Zürich, 1975)
Cover

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e april ook mijn blog van 19 april 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:10 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten