Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 27 april 2017 tot 28 april 2017

Zia Haider Rahman, Wim Hazeu, Roberto Bolaño, Gerhard Henschel, Harper Lee, Joop Waasdorp, Karl Kraus, Ğabdulla Tuqay, Charles Cotton

De Britse schrijver Zia Haider Rahman werd in 1969 geboren op het platteland van Bangladesh in de regio Sylhet. Zie ook alle tags voor Zia Haider Rahman op dit blog.

Uit: In the Light of What We Know

“I had not heard the name of the twentieth-century Austrian-American mathematician Kurt Gödel since a July weekend in New York, in the early 1990s, when I was visiting from London for a month of induction at the head offices of an investment bank into which I had recently been recruited. In some part I owe my recruitment to the firm, of which I later became a partner, to Zafar, who was already a derivatives trader in the bank’s Wall Street offices and who had quickly established a reputation as a bright though erratic financial wizard.
Like Zafar, I was a student of mathematics at Oxford, but that, to put it imprecisely, was the beginning and the end of what we had in common. Mine was a privileged background. My father was born into a well-known landed family in Pakistan, where he met and married my mother. From there, the newly-weds went to Princeton, where they had me, making me an American citizen, and where my father obtained his doctorate before moving to Oxford so that he could take up a chair in physics. I am no genius and I know that without the best English schooling, I would not have been able to make as much as I have of the opportunities that came my way.
Zafar, however, arrived at Oxford in 1987 with a peculiar education, largely cobbled together by his own efforts, having been bored, when not bullied, out of one school after another. His family moved to Britain when he was no more than five years old, but then, at the age of twelve, or ten, by the new reckoning, he returned from Britain to rural Bangladesh for an interval of some years.
To him, Oxford must have seemed, as the expression goes, a long way to come. In our first term there, as we lounged in the Junior Common Room beside windows that gave out onto the garden quad, I observed that Zafar’s pronunciation of the names of various Continental mathematicians – Lebesgue, Gauss, Cauchy, Legendre, and Euler – was grotesquely inaccurate. Though my first reaction, I am a little ashamed to say, was to find this rather amusing, I soon grasped that Zafar’s errors marked his learning as his own, unlike mine, which carried the imprint of excellent schoolmasters. I must confess to a certain envy at the time."

 

 2031668-76ce98bc3536faa2187429f2dd0e8d33.jpg
Zia Haider Rahman (Sylhet, 1969)

 

 

De Nederlands schrijver, journalist, radio- en televisieprogrammamaker, uitgever, dichter en biograaf Wim Hazeu werd geboren in Delft op 28 april 1940. Zie ook alle tags voor Wim Hazeu op dit blog.

Uit: Hermans en Vestdijk

“In augustus 1946 werd W.F. Hermans redacteur van het algemeen cultureel maandblad Criterium, om het werk van de zittende redacteur Adriaan Morriën te verlichten. Morriën schreef op 5 augustus 1946 aan zijn vriend, de leraar-criticus-dichter Frits W. van Heerikhuizen: ‘Ik hoop dat het mij heel wat vervelend werk zal besparen en dat ik eindelijk eens tot behoorlijke lectuur en eigen werk kan komen.’ Van Heerikhuizen had zijn bedenkingen tegen Hermans, die op 20 november 1946 door Morriën werden weersproken: ‘Ik weet niet of Hermans over tien jaar straal vergeten is. Het is een hardwerkende jongen die zichzelf niet voor gemakkelijke resultaten plaatst. Ik kan mij voorstellen dat je zijn mentaliteit niet waardeert. Ook ik ben anders geaard, hoewel ik toch meer met hem deel dan jij. Jij en ik loopen nogal uiteen, is mij langzamerhand duidelijk geworden. Bij mij is veel meer twijfel, ook over andere dan literaire zaken, over de dingen van het leven zelf, die natuurlijk in de litteratuur hun weerspiegeling vinden. Er is bij mij, denk ik soms, veel meer fataliteit, onvrede, spot en onverschilligheid dan bij jou, en dat alles soms tot een levensovertuiging versmolten. Maar aan de andere kant ben ik toch weer veel naiever en blijmoediger dan de jonge Hermans.’
De ‘hardwerkende jongen’ Hermans merkte bij Criterium een tekort aan behoorlijke kopij op. Hij sprak met Morriën af dat hij een paar mensen zou benaderen voor een literaire bijdrage. Hij bezocht Bordewijk, die hem een reeks aanvullingen toezegde op zijn vooroorlogse boek De korenharp. In Groningen praatte hij bij Hendrik de Vries een aantal beschouwingen los over vertalingen uit het Spaans door Slauerhoff. De derde auteur die hij benaderde was Vestdijk. Vestdijk was al incidenteel medewerker geweest aan de eerste twee naoorlogse jaargangen van Criterium. Met Hermans werkte hij het idee uit om kronieken over met name de recente Engelse en Amerikaanse literatuur te schrijven, hoe moeilijk het ook was om zo kort na de oorlog aan buitenlandse boeken te komen. Vestdijk schreef Hermans op 5 oktober 1947: ‘Voorloopig heb ik het nu erg druk, maar ik vermoed in de loop van November wel een kroniek te kunnen leveren, hetzij over Huxley, hetzij over Faulkner. Het zal inderdaad moeilijk zijn om aan Faulkner's boeken te komen; ik vind echter een kroniek over hem, waarin niet eens met de publicaties na '40 rekening gehouden is, wel wat overbodig.’ Vestdijk publiceerde vervolgens inderdaad over Huxley en Faulkner, en ook over Graham Greene.”

 

 2031668-46543dc1f3144c0fe5d33b3fa748c147.jpg
Wim Hazeu (Delft, 28 april 1940)
Hazeu bij een beeld van Vestdijk 

 

 

De Chileense dichter en schrijver Roberto Bolaño werd geboren op 28 april 1953 in Santiago de Chile. Zie ook alle tags voor Roberto Bolaño op dit blog.

Uit: 2666 (Vertaald door Natasha Wimmer)

“He saw himself, as we've said, ascetic and hunched over his German dictionaries in the weak light of a single bulb, thin and dogged, as if he were pure will made flesh, bone, and muscle without an ounce of fat, fanatical and bent on success. A rather ordinary picture of a student in the capital, but it worked on him like a drug, a drug that brought him to tears, a drug that (as one sentimental Dutch poet of the nineteenth century had it) opened the floodgates of emotion, as well as the floodgates of something that at first blush resembled self-pity but wasn't (what was it, then? rage? very likely), and made him turn over and over in his mind, not in words but in painful images, the period of his youthful apprenticeship, and after a perhaps pointless long night he was forced to two conclusions: first, that his life as he had lived it so far was over; second, that a brilliant career was opening up before him, and that to maintain its glow he had to persist in his determination, in sole testament to that garret. This seemed easy enough.
* * *

Jean-Claude Pelletier was born in 1961 and by 1986 he was already a professor of German in Paris. Piero Morini was born in 1956, in a town near Naples, and although he read Benno von Archimboldi for the first time in 1976, or four years before Pelletier, it wasn't until 1988 that he translated his first novel by the German author, Bifurcaria Bifurcata, which came and went almost unnoticed in Italian bookstores.
Archimboldi's situation in Italy, it must be said, was very different from his situation in France. For one thing, Morini wasn't his first translator. As it happened, the first novel by Archimboldi to fall into Morini's hands was a translation of The Leather Mask done by someone called Colossimo for Einaudi in 1969. In Italy, The Leather Mask was followed by Rivers of Europe in 1971, Inheritance in 1973, and Railroad Perfection in 1975; earlier, in 1964, a publishing house in Rome had put out a collection of mostly war stories, titled The Berlin Underworld. So it could be said that Archimboldi wasn't a complete unknown in Italy, although one could hardly claim that he was successful, or somewhat successful, or even barely successful. In point of fact, he was an utter failure, an author whose books languished on the dustiest shelves in the stores or were remaindered or forgotten in publishers' warehouses before being pulped.“

 

 2031668-7305007db6f2d70dd5365f87cbf6f6a6.jpg
Roberto Bolaño (28 april 1953 – 15 juli 2003)

 

 

De Duitse schrijver en vertaler Gerhard Henschel werd geboren op 28 april 1962 in Hannover. Zie ook alle tags voor Gerhard Henschel op dit blog.

Uit: Kindheitsroman

„Doppelstockbett durfte Volker oben schlafen, weil er drei Jahre älter war als ich. Dafür war er drei Jahre jünger als Renate.
Zum Beten faltete Mama ihre Hände über meinen. Lieber Gott, mach mich fromm, daß ich in den Himmel komm.
»Und jetzt will ich keinen Mucks mehr hören!«
Meine Beine waren mit Bademantelgürteln an die Bettpfosten gebunden, eins links und eins rechts, damit ich die Decke nicht abstrampeln konnte.
Maikäfer, flieg!
Unten auf dem Hof machte Mama ein Foto von Volker und mir auf dem Dreirad. Volker fuhr, und ich stand hinten auf der Stange.
An den Sandkasten kam man nicht ran, der war immer besetzt.
Ein Kind hatte auch einen Ball.
Der Hof warvoller Rauhbeine, die den Mädchen hinten den Rock hochhoben: »Deckel hoch, der Kaffee kocht!«
Straßenwörter, die nicht in die Wohnung gehörten, waren Scheiße, Kacke, Arsch und Sau.
Einmal machte Renate mit ihren Freundinnen eine Puppenmuttiparade vom Hof bis zum Rheinufer, und die Puppen kriegten das Deutsche Eck gezeigt.
Ulrike Quasdorf hatte den schlechtesten Puppenwagen. Die Räder eierten und quietschten, und vorne fehlte eins.
Ihre neue Puppe Annemarie hieß so wie eine Frau aus der Tagesschau. Annemarie war b
esser als Renates alte Puppe Christine, die nur aufgemaltes Haar hatte. Annemarie hatte echtes und machte immer Bäh, wenn sie auf dem Kopf stand. Das Bäh kam aus einem Sieb am Rücken raus.
Bei der Parade wollte ich auch mal schieben, aber Renate ließ mich nicht.
Groß und Klein. Nach Groß mußte ich immer noch Mama rufen, damit sie mir den Po abwischte.
»Mama, fertig!«

 

 2031668-4a21212a2630b0c94682a7050f8d58ad.jpg
Gerhard Henschel (Hannover, 28 april 1962)

 

 

De Amerikaans schrijfster Nelle Harper Lee werd geboren in Monroeville op 28 april 1926. Zie ook alle tags voor Harper Lee op dit blog.

Uit:To Kill a Mockingbird

« The Radley Place jutted into a sharp curve beyond our house. Walking south, one faced its porch; the sidewalk turned and ran beside the lot. The house was low, was once white with a deep front porch and green shutters, but had long ago darkened to the color of the slate-gray yard around it. Rain-rotted shingles drooped over the eaves of the veranda; oak trees kept the sun away. The remains of a picket drunkenly guarded the front yard- a "swept" yard that was never swept-where johnson grass and rabbit-tobacco grew in abundance.
Inside the house lived a malevolent phantom. People said he existed, but Jem and I had never seen him. People said he went out at night when the moon was down, and peeped in windows. When people's azaleas froze in a cold snap, it was because he had breathed on them. Any stealthy small crimes committed in Maycomb were his work. Once the town was terrorized by a series of morbid nocturnal events: people's chickens and household pets were found mutilated; although the culprit was Crazy Addie, who eventually drowned himself in Barker's Eddy, people still looked at the Radley Place, unwilling to discard their initial suspicions. A Negro would not pass the Radley Place at night, he would cut across to the sidewalk opposite and whistle as he walked. The Maycomb school grounds adjoined the back of the Radley lot; from the Radley chickenyard tall pecan trees shook their fruit into the schoolyard, but the nuts lay untouched by the children: Radley pecans would kill you. A baseball hit into the Radley yard was a lost ball and no questions asked.
The misery of that house began many years before Jem and I were born. The Radleys, welcome anywhere in town, kept to themselves, a predilection unforgivable in Maycomb. They did not go to church, Maycomb's principal recreation, but worshiped at home; Mrs. Radley seldom if ever crossed the street for a mid-morning coffee break with her neighbors, and certainly never joined a missionary circle.”

 

 2031668-7a31cfd616a6429af2353653672236c4.jpg
Harper Lee (Monroeville, 28 april 1926)
DVD cover voor de film uit 1962

 

 

De Nederlandse schrijver en journalist Joop Waasdorp (pseudoniem: Frans Hals) werd geboren in Amsterdam op 28 april 1917. Zie ook alle tags voor Joop Waasdorp op dit blog.

Uit: Het naakte leven

“Ben op het water geweest en heb slakjes gezameld voor visaas. Een spierwitte man in een verwaaid overhemd viel op een eenzame plek compleet met fototoestel in zee. Voordat ik een held kon zijn had hij zich, zonder camera, weer op het droge gewerkt. Heb mij verder in en uit een halfdonkere grot laten drijven en ben toen bij opstekende wind naar het haventje teruggekeerd, waar enkele mooie vrouwen in niets anders dan een zakdoek bezig waren zich aan dit leven aan te passen. Vrouwen hebben daar veel minder moeite mee dan mannen. Als het mag en moet is een vrouw na een dag een tamelijk ongedwongen meermin. Wat al deze mensen denken, nu zij elkaar uit de pakken en korsetten kunnen zien? Ik weet het niet. Uit de verte kon ik het stalletje van Liliane zien. Veel was daar niet te koop. Het komt weleens voor dat zij mij roept om te bemiddelen tussen haar en buitenlandse klanten Liliane is het officiële fotomodel van het eiland. Dat wil zeggen: zij heeft zichzelf gekroond. Je komt hier een heel eind met een beetje brutaliteit en als je ook nog mooie borsten bezit hoef je geen honger te lijden. Voor vijfendertig gulden per halfuur laat zij zich poedelnaakt in bevallige maar altijd correcte houdingen op de rotsen fotograferen. Omdat ik nu de onderhandelingen zo'n beetje vertaal ben ik haar compagnon. Desgewenst waagt zo'n klant zich met haar en mij in mijn bootje waarna wij in de richting koersen van een verlaten rotspartij, zodat niet iedereen de zitting kan gadeslaan. Niet dat er iets raars gebeurt. Ik vraag mij af waarom die mannen zoveel geld geven voor enkele onschuldige foto's. Liliane en ik hebben deze overeenkomst gesloten bij een biertje in het hotel aan de haven. Zij keek mij vanonder haar gepenseelde wenkbrauwen aan, zei dat zij mij zo'n aardige jongen vond en legde haar hand op mijn dij. Zij adverteert haar beroep in bloedrode onbeholpen letters op een stuk karton. Achter, vóór en terzijde van dit ding paradeert zij met vooruitgestoken borsten. Vermoedt zij een klant, dan doet zij ook nog een opzichtige halsketting om. Maar de laatste dagen zit er lelijk de klad in en daarom zie ik boven de rand van het stalletje alleen het vogelkopje van Sylvaine, die de wacht houdt.”

 

 2031668-e102022241764b237e6b16d828c1267e.jpg
Joop Waasdorp (28 april 1917 - 3 september 1988)
Cover schrijversportret door Marion Molier

 

 

De Joods-Oostenrijkse dichter, schrijver en journalist Karl Kraus werd geboren in Jičin, Bohemen, Oostenrijk-Hongarije (thans Tsjechië) op 28 april 1874. Zie ook alle tags voorKarl Kraus op dit blog.

 

Sommernachtstraum

Ein wilder Zauber wob durch die Nacht:
das Unkraut wurde lebendig gemacht.
Man vergaß, daß man im Theater saß:
bis vorn an die Rampe wuchs echtes Gras.
Und nichts war von Pappe bis auf die Leute,
die nicht wußten, was ein Vers bedeute.
Man hat, wie Zauber die Sinne umflicht,
vor lauter Wald nicht gehört das Gedicht.
So war jahrhundertealtes Geisteserbe
gerettet durch Regie und Kunstgewerbe.

 

 

Aus jungen Tagen

Nie kann es anders sein.
Nun wirft mein Glaube keinen Schatten mehr.
Von deinem großen Lichte kam er her,
von des Geschlechtes rätselhaftem Schein.

Nun bin ich ganz im Licht,
das milde überglänzt mein armes Haupt.
Ich habe lange nicht an Gott geglaubt.
Nun weiß ich um sein letztes Angesicht.

Wie es den Zweifel bannt!
Wie wirst du Holde klar mir ohne Rest.
Wie halt' ich dich in deinem Himmel fest!
Wie hat die Erde deinen Werth verkannt.

Du gabst dich zum Geschenk
der Welt, ich hab es für dich aufbewahrt.
Ich habe Gott den größten Schmerz erspart.
Geliebte, bleibe deiner eingedenk!

Wie glänzt mir deine Pracht.
Dein Menschliches umarmt, der beten will.
Er heiligt es im Kuß. Wie ist sie still
von Sternen, deiner Nächte tiefste Nacht.

Nie soll es anders sein.
Ob alles Irdische zerbricht und stirbt,
nur dein Zerfall ein geistig Glück verdirbt.
Vergib dich an die Erde nicht, sei Dein!

 

 

Christentum

Seelsorger nennen sich die Pfaffen,
denn sie preisen die Presse und segnen die Waffen.
Jubilate!
Und schon dies mag auf Erden zum Trost euch
                                                           gereichen:
Giftgase tragen das Kreuzeszeichen,
und Textinserate.

 2031668-4a29d0c976245288b6860bafc19143ee.jpg
Karl Kraus (28 april 1874 - 12 juni 1936
Gedenkplaat aan zijn geboortehuis in Jičin, Bohemen

 

 

De Tataarse dichter Ğabdulla Tuqay werd geboren op 28 april 1886 in Qoşlawıç in Kazan, Rusland (tegenwoordig Tatarstan). Zie ook alle tags voor Ğabdulla Tuqay op dit blog.

 

Winter, Farewell 

Winter go away, we’re tired of the cold.
Welcome spring is here, her carriage is of gold.
Vanish, Santa Clause, keep safe your snowy beard,
Watch out for the flowers you hated and feared.
The spring does not need a rifle or a sword
Her suite of butterflies obeys her every word.

 

 

Epitaph 

I feel your heartbeat in my soul; you never died,
Your warmth and grace the two of us have tied,
And if you die, death is my only choice,
But while I breathe, I’ll hear your gentle voice.
You’re in my mind, yes, you are in my heart,
Not even death can break us two apart.
My love for you will never be surpassed,
And memories of it until my deathbed last.

 

 2031668-e07091c84dfb656ec6ac478f11acf277.jpg
Ğabdulla Tuqay (28 april 1886 – 15 april 1913)
Monument in Moskou

 

 

De Engelse dichter en vertaler Charles Cotton werd geboren op 28 april 1630 in Beresford in Staffordshire. Zie ook alle tags voor Charles Cotton op dit blog.

 

Sonnet

WHat have I left to doe but dye,
Since Hope, my old Companion,
That train'd me from my Infancy,
My Friend, my Comforter is gone?

Oh fawning, false, deceiving Friend!
Accursed be thy Flatteries,
Which treacherously did intend
I should be wretched to be wise:

And so I am; for being taught
To know thy guiles, have only wrought
My greater misery and pain:

My misery is yet so great,
That, though I have found out the Cheat,
I wish for thee again in vain.

 

 

The Tempest

I.
STanding upon the margent of the Main,
Whilst the high boiling Tide came tumbling in,
I felt my fluctuating thoughts maintain
As great an Ocean, and as rude, within;
As full of Waves, of Depths, and broken Grounds,
As that which daily laves her chalky bounds.

 2031668-22da54a9aa9c0e03f30e276aba6be937.jpg
Charles Cotton (28 april 1630 – 16 februari 1687)
Portret door Alfred Holst Tourrier

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e april ook mijn blog van 28 april 2015 en ook mijn blog van 28 april 2013 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:18 Reageer op dit bericht

Gerbrand Bakker

De Nederlandse schrijver Gerbrand Bakker werd geboren in Wieringerwaard op 28 april 1962. Bakker studeerde cultureel werk in Leeuwarden, Nederlandse taal- en letterkunde, specialisatie historische taalkunde, aan de Universiteit van Amsterdam, was van 1995 tot 2002 ondertitelvertaler en voltooide in juli 2006 in Alkmaar de opleiding tot vakbekwaam hovenier. Daarnaast is hij schaatsinstructeur en sinds september 2007 vaste columnist bij De Groene Amsterdammer. In de jaren 80 van de 20e eeuw leerde hij via Dolf Verroen, Nannie Kuiper en Paul Biegel de wereld van de kinder- en jeugdboekenschrijvers kennen. Hij besloot om zijn kennis op het gebied van historische taalkunde te gebruiken voor een verklarend jeugd-woordenboek: Het Etymologisch Woordenboek voor Beginners, deel 1 “Hoe het mannetje mannequin werd...” en deel 2 “Hoe het karretje carrière maakte...” In 2007 verscheen zijn eerste jeugdroman “Perenbomen bloeien wit”, die vooral in Duitsland een groot succes werd. In maart 2006 verscheen zijn literaire debuut “Boven is het stil”. Voor dit boek ontving hij het Gouden Ezelsoor, de Debutantenprijs en de Boekdelenprijs 2008. Het boek werd genomineerd voor de AKO Literatuurprijs, de Anton Wachterprijs, de Libris Literatuur Prijs en een aantal buitenlandse prijzen. In juni 2010 werd The Twin (vertaald door David Colmer) de International IMPAC Dublin Literary Award toegekend. “Boven is het stil” is in een flink aantal talen vertaald, waaronder Engels, Duits, Frans, Italiaans, Chinees, Fins, Ests, Deens, Noors en Grieks. Het boek is in het voorjaar van 2009 als toneelstuk te zien geweest bij Het Vervolg te Maastricht en is inmiddels verfilmd door de Nederlandse filmregisseuse Nanouk Leopold. In 2009 verscheen “Ezel, schaap en tureluur”, een bundeling dierenteksten van zijn website en columns uit De Groene Amsterdammer, dit in het kader van het thema van de Boekenweek. “Juni” is zijn derde roman, verschenen in mei 2009. In september 2010 verscheen De Omweg.

Uit: De omweg

“Van de tien dikke, witte ganzen die op het stuk land langs de oprijlaan liepen, waren er na een kleine maand nog zeven over. De andere drie vond ze terug als losse veren en één oranje poot. De overgebleven beesten stonden onaangedaan gras te vreten. Ze kon geen andere rover bedenken dan een vos, maar het zou haar helemaal niet verbaasd hebben als er wolven of grijze beren rondliepen. Ze had het gevoel dat het haar schuld was dat de ganzen opgevreten werden, dat zij verantwoordelijk was voor hun overleven.
    ‘Oprijlaan’ was een groot woord voor het kronkelende, onverharde pad van een kilometer of anderhalf, zo her en der halfverhard met een lading baksteengruis of kapotte dakpannen. Het land langs het oprijpad hoorde bij het huis – weide, moeras, bosjes – en nog steeds doorzag ze niet precies hoe de ligging was, vooral omdat het heuvelde. Het ganzenveld was keurig omheind met prikkeldraad, dat wel. Het redde de beesten niet. Ooit had iemand een drietal vijvertjes voor ze gegraven, elk iets lager gelegen dan het vorige, die gevoed werden door een onzichtbare bron. Ooit ook had er bij die vijvertjes een houten huisje gestaan, inmiddels niet veel meer dan een gekapseisd dak met een doorgezakt bankje ervoor.
    Het huis stond met de achterkant naar het oprijpad, met de voorkant naar de kring van stenen (onzichtbaar) en, een flink stuk verderop, de zee. Heel langzaam daalde het land en alle ramen gaven uitzicht naar omlaag. In de achterkant van het huis waren niet meer dan twee kleine ramen, één in de grote slaapkamer en één in de badkamer. Het beekje lag naast het huis, aan de keukenkant, en daalde vanzelfsprekend mee. In de woonkamer, waar vrijwel de hele dag licht brandde, stond een grote houtkachel. De trap was niet weggebouwd, stond open tegen een zijwand, recht tegenover de voordeur, waarvan de bovenste helft uit een dikke ruit bestond. Boven twee slaapkamers en een enorme badkamer, met daarin een oud bad op leeuwenpoten. In de oude varkensstal – waar nooit meer dan drie grote varkens hadden kunnen staan – een flinke voorraad hout en allerlei achtergelaten rommel. Onder die stal een ruime kelder, waarvan ze het nut niet inzag. Keurig netjes was het er, de wanden gladgestreken met een soort leem, een langwerpig, smal raam naast de betonnen trap gaf wat licht. De kelder kon afgesloten worden met een luik, dat zo te zien al lang niet neergelaten was. Beetje bij beetje vergrootte ze haar ruimte, de kring van stenen was niet veel verder weg dan een kilometer of twee.”

 

 2043625-ae1deb8fff0312a4019d646ae48d2109.jpg
Gerbrand Bakker (Wieringerwaard, 28 april 1962)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

De koning had geen zin (Annie M.G. Schmidt)

 

Bij Koningsdag

 

 2031253-553e923eeb521bb4b00119ec583f0ef3.JPG
Oranjefeest door Paul Nieuwendijk, z.j.

 

 

De koning had geen zin

Als de koning wakker wordt, dan gaat hij tandenpoetsen
en zijn handen wassen en dan gaat hij naar benee.
En dan denkt hij: Zou ik van de leuning durven roetsen?
Maar dan ziet hij iemand en dan denkt de koning: Nee…

En dan komt hij binnen met zijn kroon en op zijn sokken
en dan vraagt de koningin: Hoe vaart u, mijn gemaal?
En dan zegt de koning: Bah, ik lust geen havervlokken!
En dan zegt de koningin: Wat is dat nou voor taal!
En dan wordt de koning treurig, zo treurig, zo treurig…

Dan gaat hij regeren op zijn troon, om kwart voor negen
en het regent buiten en hij heeft totaal geen zin.
De ministers komen en die zeggen heel verlegen:
Kijk, hier is de schatkist en er zit geen cent meer in!
En ze laten het hem zien en doen de schatkist open…
en dan komt het keukenmeisje haastig aangerend
om te zeggen dat de gootsteen niet meer door wil lopen
en dan komt de koningin en vraagt om dertig cent…
en dan wordt de koning zo treurig, zo treurig, zo treurig…

En dan sluipt hij stiekem, heel voorzichtig op zijn tenen,
stiekem op zijn tenen weg en niemand die het ziet…
En om twaalf uur roept de kok: De koning is verdwenen!
Iedereen gaat zoeken, maar de koning is er niet…

Uren later komt de koning plotseling weer binnen
en dan vraagt de koningin: Waar zat je toch zonet?
En dan zegt de koning: O, ik moest mij wat Bezinnen…
Ik heb zitten Werken en het Land is weer Gered!
En dan zijn ze zo blij, zo blij, zo blij…
En alleen maar ik en jij, jij en ik, wij weten
waar de koning al die tijd zo stiekem heeft gezeten.

 

 

 2031253-fe7ecdc8d3229c1a4aca14af18e7ff55.jpg
Annie M.G. Schmidt (20 mei 1911 – 21 mei 1995)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 27e april ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:30 Reageer op dit bericht

Astrid Roemer, Robert Anker, André Schinkel, Didier Daeninckx, Hovhannes Shiraz, August Wilson, Edwin Morgan, Jules Lemaître, Cecil Day Lewis

De Surinaamse dichteres en schrijfster Astrid Roemer werd in Paramaribo geboren op 27 april 1947. Zie ook alle tags voor Astrid Roemer op dit blog.

Uit: Lola of het lied van de lente

“In de slaapkamer spreidt ze het dekbed met het lapjesdekenmotief-overtrek zorgvuldig over het bed - ze trekt de uiteinden strak. In de kast waarvoor ze staat hangen al de kledingstukken van de reis die ze naar het pantheon van goden heeft gemaakt om hun gunsten af te smeken voor een gepast neerleggen van het ambt. In de kringen van de bonu-sma had het voornemen nogal wat deining veroorzaakt - want, wie breekt er bij leven en welzijn met zo'n machtig medium van Moeder Aarde als de apuku-geest!
Vastbesloten had zij het ceremonieel voorbereid en ontdaan van uitbundig vertoon; en elk ritueel was afgemeten.
Zonder linten en strikken en krullen waren de robes waarin ze zeven dagen en zeven nachten lang te kijk heeft gestaan, gedanst gelachen, gezongen, gehuild - en heeft geschreeuwd.
En de meer dan honderd personen die op haar uitnodiging zijn ingegaan naar de Libanonweg te komen voor een ritueelfeest, hebben kunnen bijwonen hoe de oppergoden van Lucht & Water & Aarde háár tong hebben gebruikt om instemming te betuigen met haar besluit. Het was meer dan een lichaam van een tweeënzestigjarige vrouw die ruim tachtig kilogram weegt kan verwerken - maar volgens de aanwezigen is het geworden: het boeiendste en onvergetelijkste schouwspel sinds tijden.
Ze doet de kast open en ziet de kledingstukken hangen: historische kostuums voor het carnaval van haar achter-achter-achter-kleinkinderen, ergens in Nederland - ze huivert en grijpt naar de witte doek die ze om haar schouders hadden geslagen toen het medium zich eindelijk bekend wou maken. Eerst waren de geesten gepasseerd van overledenen die zij tijdens hun leven een dienst had bewezen en toen -.
Ze slaat de doek om en gaat op het bed zitten. Ze bekijkt haarzelf in de spiegeldeur van de klerenkast. Ze weet dat ze op haar begunstigster lijkt - dat hebben de broers, de zusters en de personen die de vrouw hebben gekend allen gezegd, maar dat zij uitgerekend haar navel tot ankerplaats heeft gekozen heeft haar later in een storm van tranen gedreven.
Na de uitputtingsslag van de uitweidingsceremonie heeft ze, meteen de volgende morgen de bus genomen naar Paramaribo. Eerst heeft ze het graf van haar echtgenoot bezocht - maar het marmer was nog dodelijker dan de herinnering aan zijn dood want: welke landmeter verdrinkt in een waterput die hij zelf in kaart gebracht heeft -. Haar ouders waren vanaf het begin finaal tegen de verhouding geweest: families die op de Libanonweg blijven wonen hebben een geschiedenis tot diep in het slavenverleden en dikwijls nog verder!”

 

 2031251-bf2abb0d288ff638f629ee983e8856d1.jpg
Astrid Roemer (Paramaribo, 27 april 1947)

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver en literatuurcriticus Robert Anker werd geboren in Oostwoud op 27 april 1946. Zie ook alle tags voor Robert Anker rop dit blog.

 

De auto ontdekt

De auto ontdekt,
in een korte boog de brug op.
Beneden op het dek
wuift de vrouw mij naar het midden
waar een stoet van schepen onderlangs mij gaat.

Open de ramen! Boordje los!
(close-up van rechtervoet en -pols)
‘All I hear is your gear’

Later kom ik bij mijzelf tot stand
aan een bosrand:
‘Zon, mist en stilte’, was toch mijn bestemming
‘en dan voor immermeer’?
Ik kom zo nergens aan en rijd terug.

Beton, daarop de banden, de volstrekte wind:
dit is niet voorbij te komen.

's Avonds thuis, weer ingescheept,
herken ik flarden van reclame op tv:
Citroen GS X2.

 

 

Seigneur?

Dit is het laat seizoen. Mijn boom
draagt van zijn bloei de vruchten,
maar geen plof in gras die ruimte
maakt, bereikt mij achter het glas.
Ik dacht toch wel dat ik het was.

Het is voorbij. De dagen zijn op orde.
Herinnering zwerft als ziekte door het huis
(witte zeilen, blauwe zee, jij!).
Bemost is het balkon, mijn oog
komt tot de rand, keert naar binnen.
Voortaan is het zondagmiddag.
De heer ziet onze tranen niet.
Luchtreclame ronkt af en aan
met een boodschap voor de buren
die de luiken trillen doet.
Ik ga de trap af. Met mijn voet
schuif ik de folders in een hoek.
Daar zit geen reis bij die ik zoek.

Het is donker in het souterrain.
Ik sleep mijn leunstoel naar het raam.
Water ruist in buizen om mij heen.
De tuin is groen. Zo was het vroeger.
Ik oefen dus voor oude man.
De bel staat af. Ik hef mijn glas.
Adieu, ik schrijf nog wel.

 

 2031251-31ea64ad0b164ee3df52ec6c172f0152.jpg
Robert Anker (27 april 1946 – 20 januari 2017)

 

 

De Duitse dichter, schrijver en archeoloog André Schinkel werd geboren op 27 april 1972 in Eilenburg. Zie ook alle tags voor André Schinkel op dit blog.

 

Weimar in Mai

Jenen Baum im Park an der Ilm werde ich nicht
Vergessen: wo wir so lange sorglos lagen,
Als wäre kein Gestern und Morgen, worin wir
Uns hätten längst verlaufen müssen; einer,
Denkt mir, des andern sich wählender Fels –
Und eingepasst in das Hetzen und Drängeln, das
Selbst dort, unter den Vorhängen der Bäume,
Noch rauschte – ein jambisches Rattern gegen
Die sanfte, gekalkte Idylle, wo der Meister
Sich einst von Hexametern nährte; die man das
Gartenhaus nannte, ein Ort der Erleuchtung,
Eine Pilgerstätte für Beseelte und Katzen; wo
Der zahlreich Bewunderte Daktylen und
Frauen beschlich. Und so auch wir: im handelnden
Duft eines frühen Sommers, verschwitzt und
Gefangen in uns und: unseren Versen, zu deren
Rettung wir so beredt und bedeutungsvoll
Schwiegen... – Es war der Ort, der Schweigen
Gebot und unsere Träume bestäubte, mit dem
Seltsamen Licht, das, so schien es, von den
Altern her, über das blinkende Flüßchen, blaß
Kam. Jenen Baum im Park an der Ilmwerde
Ich nicht vergessen: hier lagen wir, liegen,
Werden wir immer gelegen haben ... scharf geht
Der Wind in den Röcken einer Begehrten,
Heiß, von der Stadt her, in der das Staunen
Und Trappeln, so sagt man, das alte noch ist.
Bald rufen die Glocken das Volk in die
Museen und Grüfte, um Zeugnis zu geben vom
Drängen der Sorge ... Affchen waren wir, falb,
Lagen verstummt in den Halmen der Zeit,
Einen Moment im Einklang mit uns – bevor
Das wachsende Rauschen uns einzeln und trübe
Verschlang und der Anhauch unserer Liebe
Betäubt und unaufhaltsam ins Erinnern gerann.

 

 2031251-52e9bb6d5712d5c23af6566c6b833522.jpg
André Schinkel (Eilenburg, 27 april 1972)

 

 

De Franse schrijver Didier Daeninckx werd geboren in Saint-Denis op 27 april 1949. Zie ook alle tags voor Didier Daeninckx op dit blog.

Uit: Meurtres pour mémoire

« Roger Thiraud était fasciné, horrifié à la fois par ce qui se déroulait devant lui. Son attention restait accaparée par les corps inertes des manifestants. Un cadavre surtout, dont la tête éclatée, terrible, barrée d'une bouche d'ombre mortelle, laissait s'échapper des filets de sang pareils à des serpents liquides. En face, sur l'autre trottoir, les premiers invités du Théâtre du Gymnase se faufilaient en direction des portes vitrées que défendait une quinzaine de membres du personnel. Le directeur de la salle maudissait le sort qui entachait la soirée inaugurale de « ADIEU PRUDENCE » de Leslie Stevens adaptée par Barillet et Grédy. Jusqu'à maintenant on avait pu cacher à Sophie Desmarets les événements qui ensanglantaient la rue, afin de ménager ses nerfs, mais les « amis » qui réclamaient la loge de la comédienne ne manqueraient pas de réduire ces efforts à néant. — Ils l'ont bien cherché, lui dit un passant. Roger Thiraud le fixa. — Mais ils ont besoin d'être soignés, il faudrait les transporter à l'hôpital. Ils vont tous mourir !
— Si vous croyez qu'ils ont pitié des nôtres, là-bas. Et d'abord ce sont eux qui ont tiré les premiers. — Non, ne dites pas ça. Je suis ici depuis le début, je rentrais chez moi... Ils couraient comme des lapins, les mains nues, ils cherchaient à se cacher, se protéger quand la police a ouvert le feu. L'homme s'éloigna en l'insultant. Le directeur du théâtre descendit les marches du perron et interpella un gradé. — Venez vite, il y en a au moins cinquante qui sont entrés dans la partie technique et dans les coulisses. Notre première débute dans dix minutes, il faut que vous interveniez. L'officier constitua un détachement qu'il mit en position devant le portail du local des machinistes et, l'arme au poing, fit ouvrir les deux battants. Une vingtaine d'hommes apeurés, les mains sur la nuque sortirent à la lumière des lampadaires. Derrière eux, dans le couloir, on préparait les coupes pour fêter le succès prévisible de « ADIEU PRUDENCE ». Roger Thiraud fut à deux doigts d'intervenir mais il n'en trouva pas le courage. Il assista, impuissant, au tabassage en règle d'un automobiliste bloqué rue du Faubourg-Poissonnière qui portait secours à un blessé, essayant de le dissimuler à l'arrière de son véhicule. De l'autre côté, vers l'immeuble en rotonde des P.T.T., au coin de la rue Mazagran, on rassemblait les prisonniers. De nombreux autobus étaient arrivés et se chargeaient de centaines d'Algériens hagards qui tentaient, sans succès, d'éviter les coups de matraque distribués par les C.R.S. placés en file devant les plates-formes. Il avait suffi de quelques dizaines de minutes à la R.A.T.P. pour interrompre le service et affecter ses véhicules au regroupement des manifestants. »

 

 2031251-7a07e5633b3e3e353ed6a41a4789c5be.jpeg
Didier Daeninckx (Saint-Denis, 27 april 1949)

 

 

De Armeense dichter Hovhannes Shiraz werd geboren op 27 april 1915 in Alexandropol in het toenmalige Russische rijk (tegenwoordig Gyumri). Zie ook alle tags voor Hovhannes Shiraz op dit blog..

 

Oak and Eagle

I placed my heart inside an ancient oak;
The drooping oak greened again,
Towered high, stood against the wind,
And, restored to youth, rustled in contentment.

And my lovetorn heart, so eager to soar,
I put in the breast of a dying eagle;
The dying eagle spread wing and rose high,
To prey again as in the days of its youth.

 

 

Miracle Number 2

In my dreams this time I saw my Dad
Who was revealed to me just like my Mom.
With full of fear and also joy, I fell into his arms
While he came out of his grave and began to caress me.

We wept in bitterness and also sweetly;
My Dad looked around,
Smiled to Mount Aragats* tenderly
And then said, "My son is alive indeed!"

But when my elderly father looked at Mount Ararat*,
He looked at me in suspicion,
"In what way can you call yourself my son
When our home is now left to be half empty?"

My Dad once again died due to sorrow and misery
And said to me, "My son, if you want me
And my soul to rest in peace,
Don't let my home be half empty...!"

 

Vertaald door Daniel Janoyan

 

 2031251-3dd6045760a1c5afbe720b90ce38e11f.jpg
Hovhannes Shiraz (27 april 1915 – 14 maart 1984)
Monument in Jerevan

 

 

De Schotse dichter en vertaler Edwin Morgan werd geboren in Glasgow op 27 april 1920. Zie ook alle tags voor Edwin Morgan op dit blog.

 

Glasgow 5 March 1971

With a ragged diamond
of shattered plate-glass
a young man and his girl
are falling backwards into a shop-window.
The young man's face
is bristling with fragments of glass
and the girl's leg has caught
on the broken window
and spurts arterial blood
over her wet-look white coat.
Their arms are starfished out
braced for impact,
their faces show surprise, shock,
and the beginning of pain.
The two youths who have pushed them
are about to complete the operation
reaching into the window
to loot what they can smartly.
Their faces show no expression.
It is a sharp clear night
in Sauchiehall Street.
In the background two drivers
keep their eyes on the road.

 

 

Norwegian

I knew his name fine, but couldn't recall it.
He was Norway's answer to Robert Burns, a countryman
among the sophisticates, and their first Modernist.
Do you not know who I mean? I have no books here
to check it up, but gave a lecture on him once:
Non-Anglophone Modernist Writing.
Not Ane Gaborg, though he did translate the Odyssey
into Nynorsk, who was mainly a novelist. Was it Obstfelder
or Olaf Bull? It might have been him. Overlapped the Victorians.
You should know. I should know. No matter -

What was astonishing in the dream was
I could recite whole stanzas of his poetry off by heart.
Lines, images flew from my tongue. I remembered it all,
astonishing even myself as I slept.

 

 2031251-bc21617fe8b7439ada75d18ef582e369.jpg
Edwin Morgan (27 april 1920 - 19 augustus 2010)

 

 

De Amerikaanse toneelschrijver August Wilson (eig. Frederick August Kittel) werd geboren op 27 april 1945 in Pittsbugh. Zie ook alle tags voor August Wilson op dit blog.

Uit: Ma Rainey's Black Bottom

“Mr. DUTTON: (As Levee) Sometimes you find that way of singing in the church. They got blues in the church.
Ms. MERRITT: (As Ma Rainey) They say I started it, but I didn't. I just helped it out a little bit, that's all. But if they want to call me the Mother of the Blues, that's all right with me. It don't hurt none.
(Soundbite of laughter)
NEARY: That was actress Theresa Merritt as Ma Rainey, from the original Broadway cast recording of August Wilson's "Ma Rainey's Black Bottom." The playwright died of liver cancer yesterday in Seattle.
(Soundbite of music)
Ms. MA RAINEY: (Singing) Oh, yeah, ...(unintelligible) I want to see the dance you call the black bottom, I want to learn that dance. Want to see the...
NEARY: This is TALK OF THE NATION from NPR News. I'm Lynn Neary.
(Soundbite of music)
Ms. RAINEY: (Singing) I want to learn that dance. Now ...(unintelligible) big black bottom ...(unintelligible). Early last morning 'bout the break of day, Grandpa told my grandma, I heard him say, `Get up and show your old man your black bottom, I want to learn that dance.' Now I'm going to show y'all my black bottom. They stay to see that dance. Wait until you see me do my big black bottom, it'll put you in a trance. »

 2031251-b9627d29f471dc182e5334464f4d20e0.jpg
August Wilson (27 april 1945 – 2 oktober 2005)
Scene uit een opvoering in Sarasota, 2016

 

 

De Franse schrijver en dichter Jules Lemaître werd geboren op 27 april 1853 in Vennecy, Loiret. Zie ook alle tags voor Jules Lemaître op dit blog.

Uit: Stendhal

“L’excuse de Stendhal, c’est que, bien réellement, il n’écrivait son journal que pour lui et non point, comme ont fait tant d’autres, avec une arrière-pensée de publication. Et si, quelque bonne volonté qu’on apporte à cette lecture, les trois quarts de ces notes sont décidément dénuées d’intérêt, il ne faut pas oublier qu’il n’était qu’un enfant quand il commença à les écrire.
L’excuse des éditeurs, c’est que (pour parler comme M. Ferdinand Brunetière) toute cette « littérature personnelle », journaux, mémoires, souvenirs, impressions, est fort en faveur aujourd’hui. C’est, d’ailleurs, que Stendhal n’est pas seulement un des écrivains les plus originaux de ce siècle, mais qu’un certain nombre de lettrés, sincèrement ou par imitation, les uns pour paraître subtils et les autres parce qu’ils le sont en effet, considèrent Beyle comme un maître unique, comme le psychologue par excellence, et lui rendent un culte où il y a du mystère et un orgueil d’initiation. C’est qu’enfin de ces 480 pages, souvent insignifiantes et souvent ennuyeuses, on en pourrait extraire une centaine qui sont déjà d’un rare observateur, ou qui nous fournissent de précieuses lumières sur la formation du caractère et du talent de Stendhal. J’en sais d’autant plus de gré à MM. Stryienski et de Nion, que je n’ai jamais parfaitement compris, je l’avoue, cet homme singulier, et que j’ai beaucoup de peine, je ne dis pas à l’admirer, mais à me le définir à moi-même d’une façon un peu satisfaisante. Il m’a toujours paru qu’il y avait en lui « du je ne sais quoi », comme dit Retz de La Rochefoucauld.
Ce « je ne sais quoi », c’est peut-être ce que j’y sens de trop éloigné de mes goûts, de mon idéal de vie, des vertus que je préfère et que je souhaiterais le plus être capable de pratiquer, — ou tout simplement, si vous voulez, de mon tempérament. Se regarder vivre est bon ; mais, après qu’on s’est regardé, fixer sur le papier ce qu’on a vu, s’expliquer, se commenter (à moins d’y mettre l’adorable bonne grâce et le détachement de Montaigne) ; se mirer longuement chaque soir, commencer ce travail à dix-huit ans et le continuer toute sa vie… cela suppose une manie de constatation, si je puis dire, un manque de paresse, d’abandon et d’insouciance, un goût de la vie, une énergie de volonté et d’orgueil, qui me dépassent infiniment."

 

 2031251-264220b721d9630ec30b402fa9d6126a.jpg
Jules Lemaître (27 april 1853 – 5 augustus 1914)
 Gravure door Charles Giroux

 

 

De Brits-Ierse dichter Cecil Day Lewis werd geboren in Ballintogher, Ierland, op 27 april 1904. Zie ook alle tags voor Cecil Day Lewis op dit blog.

 

A Hard Frost

A frost came in the night and stole my world
And left this changeling for it - a precocious
Image of spring, too brilliant to be true:
White lilac on the window-pane, each grass-blade
Furred like a catkin, maydrift loading the hedge.
The elms behind the house are elms no longer
But blossomers in crystal, stems of the mist
That hangs yet in the valley below, amorphous
As the blind tissue whence creation formed.

The sun looks out and the fields blaze with diamonds
Mockery spring, to lend this bridal gear
For a few hours to a raw country maid,
Then leave her all disconsolate with old fairings
Of aconite and snowdrop! No, not here
Amid this flounce and filigree of death
Is the real transformation scene in progress,
But deep below where frost
Worrying the stiff clods unclenches their
Grip on the seed and lets
the future breathe.

 

 2031251-9af64a152816fa7580b9b945a4332f0a.jpg
Cecil Day Lewis (27 april 1904 – 22 mei 1972)
Foto door John Gay, 1948

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e april ook mijn blog van 27 april 2016 en ook mijn blog van 27 april 2013 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 12:29 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten