Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 4 mei 2017 tot 5 mei 2017

Vrijheid (Marion Bloem)

 

Bij 5 mei

 

 2033672-f979892c5e4e1a041c52e3a75453315f.jpg
Bevrijdingsmonument in Bemmel, Gelderland

 

 

Vrijheid

Als vrij zijn is: hou jij je mond
want ik heb iets te zeggen

Als vrij zijn is: jij achter tralies, want
dan hoeven wij niet bang te zijn
voor al jouw anders zijn en doen en anders
laten

Als vrij zijn is: de dag van morgen
strak bepalen door de dag vandaag
iets minder dag te laten zijn

Als vrij zijn is: de deuren sluiten
en op het beeldscherm vrij bekijken
wat veilig uit de buurt moet zijn

Als vrij zijn is: steeds rustig slapen
omdat de anderen hun tong moedwillig
is ontnomen

Als vrij zijn is: eten wat en wanneer je wilt
maar de schillen laten vallen in de kranten
waar de honger wordt verzwegen

Als vrij zijn is: niet hoeven weten wat mij
heeft vrijgemaakt, mij vrij houdt, mij
in vrijheid elke dag gevangen neemt

Als vrijheid is: wachten tot de ander
mij bevrijdt van angsten waar ik
heilig op vertrouw

Als vrijheid mijn gedachten pleistert
Als vrijheid om mij heen overal rondom
en in mij waait,
maar voor jou niet is te vangen

Als vrijheid mij beschermt
tegen jouw ideeën die voor mij te
anders zijn

Als vrijheid voor mij vandaag zo
vanzelfsprekend lijkt, en jij niet
weet wat dat betekent

Dan is vrijheid munt voor mij
en kop eraf voor jou
Dan is vrijheid lucht en willekeurig

Maar staat het mij misschien wel vrij
om iets van mijn riante vrijheid – met
wederzijds goedvinden natuurlijk –
tijdelijk of voor langere duur
af te staan om jou
van mijn verstikkende vrijheid
te bevrijden.

 

 2033672-d8b4761c0b50914406a1c7e95e4bda89.jpg
Marion Bloem (Arnhem, 24 augustus 1952)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 5e mei ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 11:33 Reageer op dit bericht

Miklós Radnóti, Roni Margulies, Petra Else Jekel, Morton Rhue, Christopher Morley, George Albert Aurier, Henryk Sienkiewicz, Richard Watson Dixon, Catullus

De Hongaarse dichter en schrijver Miklós Radnóti werd geboren op 5 mei 1909 in Boedapest. Zie ook alle tags voor Miklós Radnóti op dit blog.

 

Before the storm

You sit upon the peak and on your knees asleep
that youthful woman ripened for your love; behind,
the bristly deeds of war; beware! hold dear and keep

your life, hold dear your world which you with hardened hands
have built around your life while all about you death
in circles hovered around and around above the lands –

behold, it has returned! the garden’s nests from the high
treetops come plunging down in terror stricken flight,
all things are about to break! and keep an eye on the sky

because already lightning shakes the firmament;
wind tussles, drags the cradles as the men-folk whimper
asleep as weakly as the helpless innocent;

the wind blows on their dreams, they grumble and turn around,
they wake with a start and stare at you who’s been awake
and sitting up amid the fleeting thunder, the sound

of roaring future battles being prepared; above,
the splendid wind speaks of the storm and so do the clouds;
it’s time to wrap your woman warmly in your love.

 

 

Fragment

I lived upon this earth in such an age
when man was so debased he sought to kill
for pleasure, not just to comply with orders,
his faith in falsehoods drove him to corruption,
his life was ruled by raving self-deceptions.

I lived upon this earth in such an age
that idolized the sly police informers,
whose heroes were the killers, spies, the thieves --
and the few who held their peace or only failed
to cheer were loathed like victims of the plague.

I lived upon this earth in such an age
when those who risked protest were wise to hide
and gnaw their fists in self-consuming shame --
the crazed folk grinned about their terrifying
doomed future, wild and drunk on blood and mire.

I lived upon this earth in such an age
when the mother of an infant was a curse,
when pregnant women were glad to abort,
the living envied the corpses in the graves
while on the table foamed their poisoned cup.

 

Vertaald door Thomas Ország-Land

 

 2033669-3360af490c52d2c182396e19eeaacc23.jpg
Miklós Radnóti (5 mei 1909 – 9 november 1944)

 

 

De Turkse schrijver, dichter, vertaler en journalist Roni Margulies werd geboren op 5 mei 1955 in Istanbul. Zie ook alle tags voor Roni Margulies op dit blog.

 

De meeuwen

De meeuwen van Istanbul zijn teleurgesteld in de zee.
Sommige hebben al jaren niet over het blauwe
water gevlogen, of vis gesmaakt.
Sommige hebben al tijden niet gezien
hoe een golf tegen de rotsen slaat en uiteenspat.

Beton is het thuis van de meeuwen in Istanbul.
Onder hun vleugels: rood stenen daken,
schoorstenen, schotelantennes, overdekte terrassen,
mensen op balkons of wandelend in de straten.
Etensresten, plastic zakken, vuilnisbakken.

Maar hun ergste teleurstelling vindt ’s nachts een stem,
alsof ze de zee willen bereiken, ver van hen vandaan.
Het verlangen verandert in woede en ruig geschreeuw.
Hun wanhopige kreten verscheuren de duisternis
en mengen zich met die van ongelukkige mensen.

 

 

De afgrond

Op een ochtend viel door een kier van het gordijn
op mijn bed een lange smalle streep licht.
Het ene eind raakte mijn ogen, ik ontwaakte.
Het andere eind lag op de wang van Elsa.

Doodstil bleef ik liggen kijken
naar die glinsterende brug
die van mijn kussen omlaag kroop
en op het laken een korte weg baande,

ook zij ontwaakte.
Zonder iets te zeggen draaide ze zich om,
legde haar hoofd op mijn schouder,
en viel weer in slaap.

Later op een dag liep ze weg
over die brug en verdween.

Nu ben ik elke zomerochtend,
als de zon mij wakker maakt,
bang om in die peilloze afgrond
naast mijn kussen te vallen.

 

Vertaald door Sytske Sötemann

 

 2033669-6e472a856b6f9f94d5b22dd47dec0dfb.jpg
Roni Margulies (Istanbul, 5 mei 1955)

 

 

De Nederlandse dichteres Petra Else Jekel werd in Arnhem geboren op 5 mei 1980. Zie ook alle tags voor Petra Else Jekel op dit blog.

 

ik ken een man

ik ken een man en als ik hem ’s nachts
bij me laat dan zuigt hij aan mijn topjes
waar geen kind is. waar geen melk is.

de tweede helft van mijn lichaam mist,
dat is gegeven. de inventaris: lijstjes
op gele plakmemo’s, een paperclip, papier
waarop met ingehouden handschrift
maskers pronken in huilend inkt zoals

de blanke madonna haar beschaafde rode
tranen, haar heilige vloed, waar geen haan
naar kraait omdat het overwonnen is.

 

 2033669-24345feebc25b9020c67111ccb6277d3.jpg
Petra Else Jekel (Arnhem, 5 mei 1980)

 

 

De Amerikaanse schrijver Morton Rhue (pseudoniem van Todd Strasser) werd geboren op 5 mei 1950 in New York. Zie ook alle tags voor Morton Rhue op dit blog.

Uit: Die Welle (Vertaald door Hans-Georg Noack)

„Laurie, kannst du nicht ein bisschen warten?“, fragte er.
„Ich muss mit dir reden. Es ist wirklich wichtig!“
Laurie ging langsamer und sah an ihm vorbei.
„Schon in Ordnung, es kommt niemand“, versicherte David.
Sie blieb stehen, und David bemerkte, dass sie schwer atmete und ihre Bücher krampfhaft festhielt.
„Weißt du, David“, sagte sie, „ich bin gar nicht mehr daran gewöhnt, dich allein zu sehen. Wo sind denn deine Truppen?“
David wusste, dass er ihre feindseligen Bemerkungen überhören und versuchen musste, vernünftig mit ihr zu reden.
„Hör zu, Laurie, willst du mir nicht einfach einmal eine Minute zuhören?“
Aber daran schien Laurie nicht interessiert zu sein. „David, wir haben uns kürzlich alles gesagt, was wir einander zu sagen hatten. Ich möchte das alles nicht noch einmal durchkauen. Lass mich bitte in Ruhe!“
Gegen seinen Willen spürte David Ärger in sich aufsteigen. Nicht einmal anhören wollte sie ihn! „Laurie, du musst aufhören, gegen die Welle zu schreiben. Du rufst damit nur alle möglichen Probleme hervor“.
„Die Probleme schafft die Welle, David!“
„Nein, das stimmt nicht!“, behauptete David. „Schau mal, Laurie, wir möchten dich gern auf unserer Seite haben, nicht gegen uns.“
Laurie schüttelte den Kopf. „Auf mich kannst du nicht rechnen. Ich habe dir gesagt, dass ich ausscheide. Das ist kein Spiel mehr. Es ist jemand zusammengeschlagen worden“.
Sie ging weiter, aber David blieb neben ihr. „Das war ein unglücklicher Zufall“, erklärte er ihr. „ Ein paar Burschen haben einfach die Welle als Vorwand dafür benutzt, diesen armen Kerl zusammenzuschlagen. Siehst du das nicht ein? Die Welle ist wirklich gut für alle. Warum begreifst du das denn nicht? Es könnte ein ganz neues System daraus entstehen, und wir werden es in Gang bringen.“

 

 2033669-b8bab586813e110091b9250a53e1b9a2.jpg
Morton Rhue / Todd Strasser (New York, 5 mei 1950)
Scene uit de Duitse remake van “The Wave” “(“Die Welle”) uit 1981 

 

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en journalist Christopher Morley werd geboren op 5 mei1890 in Haverford, Pennsylvania. Zie ook alle tags voor Christopher Morley op dit blog.

 

Song For A Little House

I'M glad our house is a little house,
Not too tall nor too wide:
I'm glad the hovering butterflies
Feel free to come inside.

Our little house is a friendly house.
It is not shy or vain;
It gossips with the talking trees,
And makes friends with the rain.

And quick leaves cast a shimmer of green
Against our whited walls,
And in the phlox, the dutious bees
Are paying duty calls.

 

 

To You, Remembering The Past

When we were parted, sweet, and darkness came,
I used to strike a match, and hold the flame
Before your picture and rould breathless mark
The answering glimmer of the tiny spark
That brought to life the magic of your eyes,
Their wistful tenderness, their glad surprise.

Holding that mimic torch before your shrine
I used to light your eyes and make them mine;
Watch them like stars set in a lonely sky,
Whisper my heart out, yearning for reply;
Summon your lips from far across the sea
Bidding them live a twilight hour with me.

Then, when the match was shriveller into gloom,
Lo-you were with me in the darkened room.

 

 2033669-6c4f7fc8819163ab1eca5f3f4f1f2dd5.jpg
Christopher Morley (5 mei 1890 – 28 maart 1957)
Haverford, Haverford Square

 

 

De Franse dichter, schilder en criticus George Albert Aurier werd geboren op 5 mei 1865 in Châteauroux (Indre Zie ook alle tags voor George Albert Aurier op dit blog.

Uit: Les Isolés, Vincent van Gogh 

« Telle, et non point exagérée, bien qu'on puisse penser, l'impression que laisse en la rétine le premier regarder des œuvres étranges, intensives et fiévreuses de Vincent Van Gogh, ce compatriote et non indigne descendant des Vieux maîtres de Hollande.
 Oh ! combien loin nous sommes — n'est-ce pas ? — du beau grand art ancien, très sain et très pondéré, des Pays-Bas ! Combien loin des Gérard Dow, dés Albert Cuyp, des Terburg, des Metzu, des Peter de Hooghe, des Van der Meer, des Van der Heyden et de leurs toiles charmeuses, un peu bourgeoises, tant patiemment soignées ; tant flegmatiquement léchées, tant scrupuleusement minutieuses ! Combien loin des beaux paysages, si sobres, si pondérés, si enveloppés toujours de douces, et grises, et indécises vapeurs, des Van der Heyden, des Berghem, des Van Ostade, des Potter, des Van Goyen, des Ruysdaël, des Hobbema ! Combien loin de l'un peu froide élégance, des Wouwersmans, de l'éternelle chandelle de Schalken, de la timide myopie, des fins pinceaux et de la loupe du bon Pierre Slingelandt ! Combien loin des délicates couleurs toujours un peu nuageuses et brumeuses des Pays du Nord et des inlassables pignochements de ces bien portants artistes, de là-bas et d'autrefois, qui peignaient « dans leur poêle » l'esprit très calme, les pieds chauds et la panse pleine de bière, et combien loin de cet art très honnête, très consciencieux, très scrupuleux, très protestant, très républicain, très génialement banal de ces incomparables vieux maîtres qui avaient le seul tort - si ce fut un tort pour eux - d'être tous pères de famille et bourgmestres !...
 Et pourtant, qu'on ne s'y trompe pas, Vincent Van Gogh n'est point tant en dehors de sa race. Il a subi les inéluctables lois ataviques. Il est bien et dûment Hollandais, de la sublime lignée de Franz Halz. »

 

 2033669-28454e884117847134b514e08ed6805e.jpg
George Albert Aurier (5 mei 1865 – 5 oktober 1892)
Vincent van Gogh, Roze perzikbomen ('Souvenir de Mauve'), 1888


 

 

De Poolse schrijver en journalist Henryk Sienkiewicz werd geboren in Wola Okrzejska op 5 mei 1846. Zie ook alle tags voor Henryk Sienkiewicz op dit blog.

Uit: Quo vadis? (Vertaald door Jeremiah Curtin)

“Ah, Heraklea! I knew at Heraklea a certain maiden from Colchis, for whom I would have given all the divorced women of this city, not excluding Poppæa. But these are old stories. Tell me now, rather, what is to be heard from the Parthian boundary. It is true that they weary me every Vologeses of them, and Tiridates and Tigranes,– those barbarians who, as young Arulenus insists, walk on all fours at home, and pretend to be human only when in our presence. But now people in Rome speak much of them, if only for the reason that it is dangerous to speak of aught else.”
“The war is going badly, and but for Corbulo might be turned to defeat.”
“Corbulo! by Bacchus! a real god of war, a genuine Mars, a great leader, at the same time quicktempered, honest, and dull. I love him, even for this,–that Nero is afraid of him.”
“Corbulo is not a dull man.”
“Perhaps thou art right, but for that matter it is all one. Dulness, as Pyrrho says, is in no way worse than wisdom, and differs from it in nothing.”
Vinicius began to talk of the war; but when Petronius closed his eyes again, the young man, seeing his uncle’s tired and somewhat emaciated face, changed the conversation, and inquired with a certain interest about his health.
Petronius opened his eyes again.Health! – No. He did not feel well. He had not gone so far yet, it is true, as young Sissena, who had lost sensation to such a degree that when he was brought to the bath in the morning he inquired, “Am I sitting?” But he was not well. Vinicius had just committed him to the care of Asklepios and Kypris. But he, Petronius, did not believe in Asklepios. It was not known even whose son that Asklepios was, the son of Arsinoe or Koronis; and if the mother was doubtful, what was to be said of the father? Who, in that time, could be sure who his own father was?
Hereupon Petronius began to laugh; then he continued,–“Two years ago, it is true, I sent to Epidaurus three dozen live blackbirds and a goblet of gold; but dost thou know why? I said to myself, ‘Whether this helps or not, it will do me no harm.’ Though people make offerings to the gods yet, I believe that all think as I do,–all, with the exception, perhaps, of mule-drivers hired at the Porta Capena by travellers.”

 2033669-947c61ae5f338ebaa367318c7d2f0218.jpg
Henryk Sienkiewicz (5 mei 1846 - 15 november 1916)
Paweł Deląg als Marcus Vinicius en Magdalena Mielcarz als Lygie Callina in de film “Quo vadis?” uit 2001

 

 

De Engelse dichter Richard Watson Dixon werd geboren in Islington op 5 mei 1833. Zie ook alle tags voor Richard Watson Dixon op dit blog.

 

The Wizard's Funeral

For me, for me, two horses wait,
Two horses stand before my gate:
Their vast black plumes on high are cast,
Their black manes swing in the midnight blast,
Red sparkles from their eyes fly fast.
But can they drag the hearse behind,
Whose black plumes mystify the wind?
What a thing for this heap of bones and hair!
Despair, despair!
Yet think of half the world's winged shapes
Which have come to thee wondering:
At thee the terrible idiot gapes,
At thee the running devil japes,
And angels stoop to thee and sing
From the soft midnight that enwraps
Their limbs, so gently, sadly fair;--
Thou seest the stars shine through their hair.
The blast again, ho, ho, the blast!
I go to a mansion that shall outlast;
And the stoled priest who steps before
Shall turn and welcome me at the door.

 

 2033669-9e25553c45a72df630169fe134d3b4ad.jpg
Richard Watson Dixon (5 mei 1833 - 23 januari 1900)
Cover

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

De Romeinse dichter Gaius Valerius Catullus werd geboren in 87 v. Chr, in Sirmione bij Verona Zie ook alle tags voor Catullus op dit blog.

 

Carmen III

Rouwt Lieflijkheden, rouwt Begeerlijkheden,
rouwt menschen van beschaving en gevoel!
Het sijsje van mijn meisje is gestorven,
het sijsje waar mijn meisje meer van hield,
meer zelfs misschien dan van haar eigen oogen.
Zoo snoezig was het, en het kende haar,
de vrouw, zoo goed als ieder kind zijn moeder.
Het was niet weg te lokken van haar schoot;
daar hippelde het aldoor heen en weer
en tjilpte maar om haar, zijn lieve vrouw.
Nu gaat het zieltje langs de duistre baan,
vanwaar men zegt dat geen terugkeer is.
Vervloekt, gij duisternissen van de hel,
die alles opslokt wat bekoorlijk is!
Zoo'n aardig sijsje hebt gij mij ontrukt.
O wandaad! O arm sijsje! 't Is om jou,
dat nu de oogjes van mijn zoetelief
rood en gezwollen van de traantjes zijn.

 

 

Carmen VI

Flavius, tenzij ze geen allure heeft,
zou je Catullus over je geliefde
spreken willen, en niet zwijgen kunnen!
Je bent vast op god weet wat voor hitsig ding
gevallen: je schaamt je dat op te biechten ...
Dat jij niet nacht aan nacht alleen ligt, daarvan
getuigt toch heus je bed, ook al praat het niet,
geurend van bloemenkransen en Syrisch parfum,
getuigt ook het kussen, aan beide zijden
platgedrukt, en dan het kraken en schokken
van het wrakke bed, van zijn plaats gereden ...
Het is zinloos hoogstandjes te verzwijgen,
want jij zag er niet zo afgetrokken uit,
als je niet een vrijage bij de hand had.
Kom, zeg me maar wat je hebt, of ze leuk is
of niet. Ik wil jou en dat liefje van je
met een flitsend vers de sterren indichten.

 

Vertaald door A. Rutgers van der Loeff.

 

 2033669-e35f2b5a3142fe3f9bd9dc2a9304111d.jpg
Catullus (87 v. Chr – 54 v. Chr.)
Catullus leest zijn vrienden voor door Stefan Bakałowicz, 1885

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e mei ook mijn blog van 5 mei 2013 deel 2.

Geschreven door Romenu om 11:33 Reageer op dit bericht

Stad (Willem van Toorn)

 

Bij 4 mei

 

 2033435-2f924a5d6d0c9cf1a6b3dd19bb84fc78.jpg
Oorlogsmonument in Rheden

 

 

Stad

Achter de stad die je ziet
elke dag, de zo kleurrijke, vrije,
zo klatergouden, ligt altijd de grijze
andere stad. In verglaasd zwartwit

beelden ervan op je netvlies
als je maar kijken wil:
schokkerig bewogen of stil,
verbleekte foto of film. Je weet
niet eens of ze uit jouw ziel,

ook genoemd herinnering, komen
of uit iedereens angstdromen,
vergaard in duizenden boeken,
in museumzalen vol pijn, in hoeken
van zolders die je liever mijdt

om hun geur van afwezige mensen,
van kou en van as. Maar altijd
zijn ze daar op de achtergrond,
de beelden van de stad die dit was,
dezelfde als nu en toch niet.

Zodat je soms middenin een lach
in een zacht plantsoen, een hoerig lied
op een gracht, ineens stilvallen moet
omdat er een donkere stoet
je gedachten binnen trekt, dwars
door je lustige leven heen-

en ontelbare stemmen even
hevig in je hoofd spreken
tegen het groot vergeten.

 

 

2033435-6868ca31ce30116225c72ae1ea906f55.jpg
Willem van Toorn (Amsterdam, 4 november 1935)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 4e mei ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 16:10 Reageer op dit bericht

Cola Debrot, Christiaan Weijts, Amos Oz, Monika van Paemel, Graham Swift, David Guterson, Jan Mulder, Werner Fritsch, Jacques Lanzmann

De Antilliaanse schrijver, dichter, arts, diplomaat, jurist, minister, filosoof en balletcriticus Cola Debrot werd geboren te Kralendijk (Bonaire) op 4 mei 1902. Zie ook alle tags voor Cola Debrot op dit blog.

 

Beauté mortelle

Marmeren glans, ik geef er niet meer om,
De wellust van Uw hals viel ik ten prooi.
Ik hield van amaryllen, half verstrooid,
Voor ik mij op Uw lippenrood bezon.

De hitte van de Castiliaansche zon
Wedijvert met Uw rossen harentooi.
De schoonste lelie voelt zich soms berooid,
Omdat Uw voorhoofd 't van haar blankheid won.

Maar voorhoofd, hals, lippen en haren blond,
Eeuwige oorsprong mijner vreugd bevonden,
Zij hooren aan Uw lijk toe, ijzig koud,

En 'k zit, mijn voorhoofd op Uw witte sponde,
Vertwijfeld, daar ik evenmin doorgrond
Uw starren blik, die naar den einder schouwt.

 

 

Uit: Kwatrijnen uit fort Amsterdam

 

De tuin

Vroeger bastion, werd het een luxe-tuin
met tegels van grijs zandsteen en arduin.
De troepiaal zingt van haar hef en leed.
Het uitzicht is nog steeds een stad in puin.

 

For a soldier's album

Soldiers do not die, they fade away,
Said a general in array or in disarray.
It could not be otherwise, you can be assured.
Also governors sometimes die and sometimes fade away.

 

 2033431-d2b6e226a6accb0779308942ae9bf13a.jpg
Cola Debrot (4 mei 1902 – 3 december 1981)

 

 

De Nederlandse schrijver Christiaan Weijts werd geboren in Leiden op 4 mei 1976. Zie ook alle tags voor Christiaan Weijts op dit blog.

Uit: Euforie

“Hoewel Vermeer net wel onweer hoorde rommelen verderop, brandt de zon nog vol op het dak. Hij is echter te zeer van slag om uit te zoeken waar de schakelaar van de airco zit, of die van Philip Glass, of wie ook het brein is achter dit opgefokte gepiel. Bovendien moet hij die agent scherp in de gaten houden. Voorbij het Westeinde Ziekenhuis, waar het een drukte van belang is, chauffeert die de Prinsegracht op, waar ze alsnog in een opstop­ping belanden en mogen aansluiten in een karavaan die stap­voets naar het Spui en de Grote Markt schuifelt. Alweer zo’n kaarsrechte weg. God had net een liniaal gekregen toen hij Den Haag schiep. Rechts staan opnieuw twee agenten, al kunnen het ook parkeerwachters zijn. Overheidstoezicht in uniform moet ons een gevoel van bescherming geven, en doet dat door­gaans ook vrij behoorlijk, maar vanaf een bepaalde omvang be­werkstelligt het juist het tegendeel. Het omslagpunt is lastig te bepalen. Anne, zijn dochter van zes, vroeg zich eens af wanneer een mandarijn een sinaasappel werd, en hoe klein een kleine si­naasappel moest zijn om tot het mandarijnendom toe te treden. Was er een glijdende schaal met een schemerig overgangsgebied, zoals zij meende, of was er – en dat was zijn standpunt – juist een substantieel verschil, zodat een flink uitgevallen mandarijn best groter kon zijn dan een pietepeuterig sinaasappeltje?
Hoe dichter hij het centrum nadert, hoe meer politie er op de been is. Eerst valt het niet op, en kan het nog voor toeval door­gaan. Maar al gauw staan ze op bijna elke straathoek, met z’n tweeën of drieën de chaos te dirigeren, in gele veiligheidshesjes en met donkere petjes. Wagens met zwaailichten staan aan de kant en vuren koude schijnsels en slagschaduwen af op de mu­ren.
‘Achteruit!’
Een jongen in een dik donkerblauw vest stuurt een kleine me­nigte terug een zijstraat in, die hij afsluit met een rood-wit lint.
‘Allemaal naar achteren!’
Vermeers eerste gedachten neigen naar bouwwerkzaamhe­den, al staan er geen graafmachines, pishokken, keten en al die andere troep die nodig is bij het stollen van architectendromen. Daarna houdt hij het even op het optuigen van een zomerfes­tival, met alle onvermijdelijke veiligheidsmaatregelen. Je kunt tegenwoordig nog geen braderie organiseren of je moet een pelo­ton me’ers paraat zetten.”

 

 2033431-d26ba9205fa24b65db67f9a16897c6c3.jpg
Christiaan Weijts (Leiden, 4 mei 1976)

 

 

De Israëlische schrijver Amos Oz, (eig. Amos Klausner) werd geboren in Jeruzalem op 4 mei 1939. Zie ook alle tags voor Amos Oz op dit blog.

Uit: A Tale of Love and Darkness

“Or perhaps such a Jerusalem, with its chandeliers and thés dansants, existed only in the dreams of the librarians, schoolteachers, clerks, and bookbinders who lived in Kerem Avraham. At any rate, it didn't exist where we were. Kerem Avraham, the area where we lived, belonged to Chekhov.
Years later, when I read Chekhov (in Hebrew translation), I was convinced he was one of us: Uncle Vanya lived right upstairs from us, Doctor Samoylenko bent over me and examined me with his broad, strong hands when I had a fever and once diphtheria, Laevsky with his perpetual migraine was my mother's second cousin, and we used to go and listen to Trigorin at Saturday matinees in the Beit Ha'am Auditorium.
We were surrounded by Russians of every sort. There were many Tolstoyans. Some of them even looked like Tolstoy. When I came across a brown photograph of Tolstoy on the back of a book, I was certain that I had seen him often in our neighborhood, strolling along Malachi Street or down Obadiah Street, bareheaded, his white beard ruffled by the breeze, as awesome as the Patriarch Abraham, his eyes flashing, using a branch as a walking stick, a Russian shirt worn outside the baggy trousers tied around his waist with a length of string.
Our neighborhood Tolstoyans (whom my parents referred to as Tolstoyshchiks) were without exception devout vegetarians, world reformers with strong feelings for nature, seekers after the moral life, lovers of humankind, lovers of every single living creature, with a perpetual yearning for the rural life, for simple agricultural labor among fields and orchards. But they were not successful even in cultivating their own potted plants: perhaps they killed them by overwatering, or perhaps they forgot to water them, or else it was the fault of the nasty British administration that put chlorine in our water.”

 2033431-09b1bed79ea702f9e46fab6bdf2786db.png
Amos Oz (Jeruzalem, 4 mei 1939)

 

 

De Engelse schrijver Graham Swift werd geboren op 4 mei 1949 in Londen. Zie ook alle tags voor Graham Swift op dit blog.

Uit:Wish You Were Here

“BSE, then foot-and-mouth. What would have been the odds? Those TV pictures had looked like scenes from hell. Flames leaping up into the night. Even so, cattle aren’t people. Just a few months later Jack had turned on the telly once again and called to Ellie to come and look, as people must have been calling out, all over the world, to whoever was in the next room, ‘Drop what you’re doing and come and look at this.’
More smoke. Not over familiar, remembered hills, and even on the far side of the world. Though Jack’s first thought—or perhaps his second—had been the somehow entirely necessary and appropriate one: Well, we should be all right here. Here at the bottom of the Isle of Wight. And while the TV had seemed to struggle with its own confusion and repeated again and again, as if they might not be true, the same astonishing sequences, he’d stepped outside to look down at the site, as if half expecting everything to have vanished.
Thirty-two white units. All still there. And among them, on the grass, a few idle and perhaps still-ignorant human sprinkles. But inside each caravan was a television, and some of them must be switched on. The word must be spreading. In the Ship, in the Sands Cafe, it must be spreading. It was early September—late season—but the middle of a beautiful, clear, Indian-summer day, the sea a smooth, smiling blue. Until now at least, they would all have been congratulating themselves on having picked a perfect week.
He’d felt a surge of helpless responsibility, of protec-tiveness. He was in charge. What should he do—go down and calm them? In case they were panicking. Tell them it was all right? Tell them it was all right just to carry on their holidays, that was what they’d come for and had paid for and they shouldn’t let this spoil things, they should carry on enjoying themselves.
But his next thought—though perhaps it had really been his first and he’d pushed it aside, and it was less a thought maybe than a cold, clammy premonition—was: What might this mean for Tom?”

 2033431-64280e2999a8bb007f3277c05ee6ff3f.jpg
Graham Swift (Londen, 4 mei 1949)

 

 

De Vlaamse schrijfster Monika van Paemel werd geboren op 4 mei 1945 in Poesele in Oost-Vlaanderen. Zie ook alle tags Monika van Paemel op dit blog.

Uit:  Een klomp met een zeiltje

“De Hollander is een verwilderde variant van de beschaafde Nederlander. Gelukkig heb je er in Nederland weinig last van, omdat hij - uiteraard - met horden tegelijk naar het buitenland afreist.
Lang voor de grote trek naar het zuiden jaarlijkse gewoonte werd begaf mijn grootmoeder zich tegen de stroom in naar het noorden. Naar Domburg, waar de glorie van het strandhotel familiaal bleef, het fatsoen met flinke lappen textiel werd bedekt, en toen nog overwegend Nederlands, en nauwelijks Duits werd gesproken. In tegenstelling met de wufte Belgische kust, waar koningen en demi-mondaines bij voorkeur in het Frans vreemdgingen.
In 1914 was mijn grootmoeder voor de aanstormende ulanen (die de gewoonte hadden vrouwenborsten af te snijden), naar Nederland gevlucht, en had daar geleerd het nuttige aan het aangename te paren. Het enige dat haar verdriette, was het ontbreken van mirakeloorden zodat ze geen kerkkitsj kon kopen. In plaats daarvan wierp ze zich op Delftse tegels en porseleinen molens, en ik kreeg een klomp met een zeiltje. Zo wordt mythe werkelijkheid. Les Hollandais ventes tout, même l'eau,’ schreef Montesquieu, die niet eens aardgas kon vermoeden.
Ik viel voor het water en de hemel die zich nergens zo weids in elkaar weerspiegelen, ik hield voorgoed van het schilderslicht over polders en rietkragen, en als ik op de radio een metalen jongensstem hoor zingen over: ‘...een klomp met een zeiltje, en hij de kapitein, dat jochie dat zo graag een zeeman wou zijn...’ dan heb ik, ja, heimwee naar Hollands glorie.
‘Doe maar gewoon, dan ben je al gek genoeg,’ zeggen de Nederlanders op hun hoede voor pathos, en zeer gevoelig voor gevoeligheden. Het leuke is dat dit hen nu net zo typisch anders maakt.”

 

 2033431-80e9bf621f522754df57432e14f3d232.jpg
Monika van Paemel (Poesele, 4 mei 1945)

 

 

De Amerikaanse schrijver David Guterson werd geboren op 4 mei 1956 in Seattle. Zie ook alle tags voor David Guterson op dit blog.

Uit: Snow Falling on Cedars

“For the life of him, after all these years, he couldn't read the expression on her face. If Hisao wasn't present, he told himself, he'd ask her flat out what she was trying to say by looking at him with such detached severity and saying nothing at all. What, after all, had he done to her? What had she to be angry about? The anger, he thought, ought to be his own; yet years ago now the anger about her had finished gradually bleeding out of him and had slowly dried up and blown away. Nothing had replaced it, either. He had not found anything to take its place. When he saw her, as he sometimes did, in the aisles of Petersen's Grocery or on the street in Amity Harbor, he turned away from seeing her with just a little less hurry than she turned away from seeing him; they avoided one another rigorously. It had come to him one day three years before how immersed she was in her own existence. She'd knelt in front of Fisk's Hardware Center tying her daughter's shoelaces in bows, her purse on the sidewalk beside her. She hadn't known he was watching. He'd seen her kneeling and working on her daughter's shoes, and it had come to him what her life was. She was a married woman with children. She slept in the same bed every night with Kabuo Miyamoto. He had taught himself to forget as best he could. The only thing left was a vague sense of waiting for Hatsue--a fantasy--to return to him. How, exactly, this might be achieved he could not begin to imagine, but he could not keep himself from feeling that he was waiting and that these years were only an interim between other years he had passed and would pass again with Hatsue.
She spoke now, from the backseat, having turned again to look out the window. "Your newspaper," she said. That was all.
"Yes," answered Ishmael. "I'm listening."
"The trial, Kabuo's trial, is unfair," said Hatsue. "You should talk about that in your newspaper."
"What's unfair?" asked Ishmael. "What exactly is unfair? I'll be happy to write about it if you'll tell me."
She was still staring out the window at the snow with strands of wet hair pasted against her cheek. "It's all unfair," she told him bitterly. "Kabuo didn't kill anyone. It isn't in his heart to kill anyone. They brought in that sergeant to say he's a killer--that was just prejudice.”

 

 2033431-079530f846b238bc9257c4d4b5043b7e.jpg
David Guterson (Seattle, 4 mei 1956)
Scene uit een opvoering van het gelijknamige toneelstuk in Mountain View, 2011

 

 

De Nederlandse columnist, schrijver, ex-voetballer, en televisiepersoonlijkheid Jan Mulder werd geboren in Bellingwolde op 4 mei 1945. Zie ook alle tags voor Jan Mulder op dit blog.

Uit: Strafschopgebieden & Reserves (Gevoel)

`Vooraleer we beginnen heb ik nog een aangename taak te vervullen. In het leven van de mensheid spelen cijfers en getallen soms een eigenaardige rol. Men spreekt van alle goeie dingen bestaan uit drie, het heilig getal zeven, en men heeft het in verschillende zin over het getal dertien. In de eerste plaats als ongeluksgetal, in het andere geval een geluksgetal. Voor ons, Metro, beschouw ik dertien als geluksgetal want wij hebben hier in ons midden twee personen die met dat getal zijn verbonden. De heer Kristiek is dertien jaar erevoorzitter van METRO-biljartclub. De heer Ceulemans is dertien maal wereldkampioen driebanden.' De voorzitter heeft gesproken en Ceulemans glimlacht onder het oorverdovend wordende applaus, neemt zijn geschenk, een atomium van biljartballen, in ontvangst en knipoogt naar Kobayashi, Komori en Dielis, drie andere biljartmatadoren, bijeengekomen te Gent in het café van oud-wereldkampioen Jos Vervest voor een paar demonstratiepartijen. Die knipoog vertelde twee dingen: de zoveelste ontvangst van een trofee ter gelegenheid van een sportavond zoals dat in België wordt genoemd en ten tweede het vaderlijke contact van de allerbeste biljarter ooit opgestaan, met zijn volgelingen. Raymond Ceulemans is vorige week in Oostende opnieuw wereldkampioen driebanden geworden in een fantastisch toernooi met het gemiddelde van 1.50o. Hij is een legende, door zijn ongelooflijke beheersing in een sport die ons allemaal een beetje in het bloed zit. Als in Stadskanaal de melkboer in zijn vrije uur een iets te gewaagde stoot probeert, wordt hem schamper 'hé Ceulemans' toegevoegd. In Wiesbaden en Cairo roepen ze woorden van gelijke strekking naar mensen die bezig zijn de drie magische ballen te laten caramboleren. Raymond zetelt in een imposant café aan de Grote Markt te Mechelen recht tegenover het etablissement van een andere sportman, de roemrijke `Torke' Lemberechts, ooit met Faas Wilkes in een FIFA-team uitverkoren. Wanneer ik zaterdag voor Pinksteren mijn auto in het centrum van Mechelen parkeer, knikken de beide cafés elkaar tevreden toe, want het is warm en de terrassen zijn vol. Achter in het café vertelt Ceulemans een bus Nederlanders nog iets van zijn geheimen en begint, eenmaal aan mijn tafeltje gezeten, met de opmerking 'Oei, dat is een mooie Jan'.

 

 2033431-1ac9acbc7df63072327107fd211ccf51.jpg
Jan Mulder (Bellingwolde, 4 mei 1945)
Cover

 

 

De Duitse schrijver Werner Fritsch werd op 4 mei 1960 in Waldsassen geboren. Zie ook alle tags voor Werner Fritsch op dit blog.

Uit: Die Alchemie der Utopie (Der Löwe ist los)

„Später las meine Mutter uns Kindern immer zum Einschlafen ein Grimm-Märchen vor, der Vater erzählte eine selbsterfundene Fuchs-und-Wolf-Geschichte, in die er alles hineinverwob, was sich an Mythen im engeren Umkreis des heimatlichen Einödhofes, der Mühle, des Sägewerks und im ferneren Umkreis des Dorfes und des Landstrichs längs der Grenze zu Böhmen, die zusammenfiel mit dem Ende der westlichen Welt, angesammelt hatte.
Ein weiterer Erzähler, der die magische Sicht der Welt mit mir, dem vier- oder fünfjährigen Kind, teilte, war der Knecht Wenzel, der, aufgrund von Kinderlähmung gehbehindert, statt Holz zu hacken, lieber auf dem Hackstock saß und Geschichten von der Welterschaffung bis zum Weltuntergang erzählte.
All dies, als Amalgam meines Kinderkopfes, diktierte ich anderntags meiner Großtante Johanna auf der Holzmühle unter dem irgendwie aufgeschnappten Titel Der Löwe ist los in die schwarze Erika-Naumann-Schreibmaschine, auf der ich später, weil sie, aus den Dreißigerjahren?, so wunderbar große Buchstaben hatte, immer die letzte Fassung meiner Texte schrieb und – dergestalt gestylt – zu Zeitschriften und Verlagen schickte.“

 

 2033431-091fd06cd44a94ec725f94b8f5200b12.jpg
Werner Fritsch (Waldsassen 4, mei 1960)
 

 

 

De Franse schrijver, journalist en tekstschrijver Jacques Lanzmann werd geboren op 4 mei 1927 in Bois-Colombes. Zie ook alle tags voor Jacques Lanzmann op dit blog.

 

Marcher

Marcher, c'est aller au bout de soi-même tout en allant au bout du monde.

C'est red
écouvrir l'homme qui prenait ses jambes à son cou lorsque le ciel lui tombait sur la tête.

C'est geler en m
ême temps que les pierres du chemin.

Griller au feu du soleil.


Partir
à l'aube en pleine forme pour revenir sur les genoux en pleine nuit.
Marcher, c'est rencontrer des cr
éatures qu'on ne verrait nulle part ailleurs.

Marcher, c'est aussi aller nulle part sans rencontrer personne.


C'est se mettre en vacances de l'existence.


C'est exister en dehors des vacances.
Marcher, c'est r
éussir à dépasser son ombre.

C'est pouvoir se doubler soi-m
ême en s'envoyant un gentil salut au passage.
Marcher, c'est caresser le sol, le flatter, l'amadouer.


Une mani
ère de se mettre la terre dans la poche avant qu'elle ne se referme à jamais.
Marcher, c'est
être dans le secret des dieux.

C'est
écouter à leurs oreilles et entendre avec eux des bruissements, des murmures qu'on croyait éteints.
Marcher, c'est se mêler à la conversation des arbres, aux commérages des oiseaux, aux persiflages des reptiles.

 C'est se fondre dans la nature, se couler au fond du moule.
Marcher, est-ce que cela ne serait pas, en d
éfinitive, tourner avec ses pieds, au pas à pas, page après page, le grand livre de la vie ?

 

 2033431-df5f44a1b5907f07eb8b607406391ac7.jpg
Jacques Lanzmann (4 mei 1927 – 21 juni 2006)
Cover

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e mei ook mijn blog van 4 mei 2014 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:09 Reageer op dit bericht

J.W.F. Werumeus Buning

De Nederlandse dichter en schrijver Johan Willem Frederik Werumeus Buning werd geboren in Velp op 4 mei 1891. Werumeus Buning studeerde voor notaris, maar brak die opleiding af om kunstredacteur te worden van De Telegraaf. Aangemoedigd door zijn vriend Adriaan Roland Holst ging hij gedichten schrijven. In 1921 verscheen zijn eerste dichtbundel “In memoriam”, over de dood van zijn geliefde. Daarop volgde “Hemel en Aarde” (1927) waarin Werumeus Buning de stijlvorm van de ballade uitprobeerde. In die vorm dichtte hij zijn grootste succes: “Mária Lécina” (1932), dat tijdens de Tweede Wereldoorlog door Kees Stip werd geparodieerd als Dieuwertje Diekema, gevolgd door “Drie balladen” (1935), waarvan de Ballade van den boer de bekendste is ("Maar de boer, hij ploegde voort..."). Werumeus Buning was ook een enthousiast en deskundig schrijver over culinaria, zie b.v. zijn '100 avonturen met een pollepel; (1937). In de oorlog trad Werumeus Buning toe tot de Kultuurkamer, wat hem na de oorlog een publicatieverbod van één jaar opleverde. Hij werd daardoor minder populair. Na de bevrijding was hij behalve dichter ook redacteur van Elseviers Weekblad en vertaler van onder anderen Shakespeare, Cervantes en Herman Melville.

 

In memoriam

I.
Zij zijn niet velen, Heer, die zoo te zamen
wisten te dragen vlam van hun aardsch lijf.
Zij zijn niet velen, Heer, herinner u de namen.

Zij wisten saam den weg tot uw beschenen hoven,
daar zeide hun de stem, die gij aan d'ingang stelt:
wee hun die niet beseffen dat de wijsheid welt
uit aardsche lust tot alle lust daarboven.


II.
Laat mij den weg niet eer betreden, Heer,
voordat wij samen mogen gaan in duisternis;
wij zijn vertrouwd, en in onze oogen is
eendere kracht van licht, eendere liefde, Heer.

De druk van onze handen kende elkaar,
wij sliepen saam in uw geheimen hof,
en onze lijven waren uwen lof,
die hebt gij nu verbannen van elkaar.

Laat, als het lijf en zijne eenzaamheid
gebleven is, den tocht weer samengaan
laat haar aan laagste grens van uwe scheemring staan,
en laat ons wederkeeren tot gemeenzaamheid.

 

III.
Ik zal den langen tijd in stilte beiden
en de beproevingen uit uwe hand
zullen mij zijn als eens uit hare hand;
zoodat ik U in haar dien, haar in U, en beiden

een onverdeelde glans zijn dien ik dien.
Door uwe hand heb ik om haar geleden
en wat ik diepste in haar heb beleden
was uwe glans, in hare smart gezien.

Heer, en ik vrees wel dat ik wankelen zal,
want ik heb ook gewankeld voor haar oogen;
want hare oogen waren sterk en zij bewogen
mijn diepsten wil tot machteloozen val.

 

 2041969-4a315dd15368af001d7fa97a311ec63b.jpg
J.W.F. Werumeus Buning (4 mei 1891 - 16 november 1958)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten