Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 9 mei 2017 tot 10 mei 2017

J.C. Bloem, Herman Leenders, Didi de Paris, Ralf Rothmann, Jeremy Gable, Petra Hammesfahr, Roberto Cotroneo, Antonine Maillet, Johann Peter Hebel

De Nederlandse dichter J. C. Bloem werd geboren op 10 mei 1887 in Oudshoorn. Zie ook alle tags voor J. C. Bloem op dit blog en ook mijn blog van 10 mei 2013 en ook deze tags voor J. C. Bloem.

 

Aan een verloren vriend
Forlorn, the very word is like a bell.(Keats).

Gij zult me in 't vreemde land wel nooit gedenken,
Ook mij was schier ontgaan uw verre beeld.
Hoe komt dit nu uit jarenschemers wenken,
Zoo wazig als een droom een droom doorspeelt?

Toen 'k nog uw oogen zien, uw stemklank hooren
Vermocht, in 't stille stadje, ons beider woon,
Gingt gij mij reeds, hoe ik ook bad, verloren,
Want elk vond in dit leven ander schoon.

U joeg een wilde drang naar wereldsteden,
Waar 't leven krampt als in een snikkend hart,
En koortsdoorschroeid elk vliedt voor zijn verleden,
Maar in de strikken van het nu verward.

Mij liet het leven stil en peinzend achter
Voor altijd in gedroomde vlucht gestuit.
En 'k tuur, als op een berg een eenzaam wachter,
Over de dalen van 't verleden uit.

Wel kende ook ik dat einderwijd verlangen
Naar tochten over aardes breed gebied,
Als niet één dak onze onrust kan omvangen,
En iedre dageraad ons verder ziet.

Maar ik wist dit: slechts weingen is gegeven,
Weingen van ons, dien iedre schijn verleidt,
Het leven naar zijn schoonsten wil te leven:
De velen raken nooit tot zaligheid.

U beulden de onverzoenlijk-wreede vlagen
Van 's levens bitterheid en barren nood;
Toch zult ge nu zelfs niet uw keus beklagen:
Gij mocht niet anders, waar de droom gebood.

Maar mij zijt gij verloren. Lange stoeten
Van uren zijn sinds 't scheidingsuur vergaan.
En 'k wensch geen weerzien: als we elkaar ontmoetten
Zouden we, een vreemde naast een vreemde, staan. —

Hoe eindloos teer klinkt mij dit woord in de ooren,
Teer als aan middaglucht een ijle maan,
Die broze luiding van geluid: verloren.....
Is heel dit leven niet verloren gaan?

Weet dan, verslagene maar immer strevende,
Dat steeds mijn hart de erinnering bewaart:
Mijn vriendschap is U nog als voor een levende,
Mijn weemoed om U of ge een doode waart.

 

 

Feestavond

Roode lantarens hangen in het loover
Der boomenrijen langs de gracht en over
Het water liggen plekken rooden schijn,
Als uitgestorte, vurig-lichte wijn.

Onder de boomen gaan gearmde paren;
Zacht klinkt hun spreken als 't geruisch der blaren,
Zacht is hun lachen — de avond is zoo zwoel. —
Heel in de verte juicht kermisgejoel.

Ik loop alleen langs die geluk' ge menschen,
Verlangend, maar ik weet niet wat te wenschen...
Ach ja: óok lachend en gearmd te gaan
Door de avondstilte in deze luwe laan.

 

 2035339-d8b4761c0b50914406a1c7e95e4bda89.jpg
J.C. Bloem (10 mei 1887 – 10 augustus 1966)

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Herman Leenders werd geboren te Brugge op 10 mei 1960. Zie ook alle tags voor Herman Leenders op dit blog.

 

Ora pro nobis

Je kunt niet op twee oren
Tegelijk slapen
Er is geen dode zo stil
Dat ik niet wakker word
’s Nachts komt zij
Waken aan mijn bed
Als het geld verdiend is en geteld
Het kleine verdriet verteerd
De liefde slaapt, uitgeput
Het huis leeg en bekoeld Dan, oreert zij,
Is het beter te bidden
Dan te spreken tegen muren en leeg papier
Te wachten tot de krant valt
Te luisteren naar radiatoren, winterbanden
De ingewanden van de matras
Het is beter te bidden
Dan te bedwateren

 

 

De buitenwacht

Gelukkig de huizen
Waar de liefde woont
En de auto’s buiten slapen
Waar het naar hutsepot ruikt
Man en vrouw in de nacht
Vernesteld raken

’s Morgens krabt zij
Het ijs van zijn ruiten
Asemt een wak
Staat hem uit te wuiven
Op het trottoir, de bedkruiken
Wiegend onder haar kamerjas

 

 2035339-41b18286214230b99c26ff5f1b133262.jpg
Herman Leenders (Brugge, 10 mei 1960)

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Didi de Paris werd geboren op 10 mei 1957 in Leuven. Zie ook alle tags voor Didi de Paris op dit blog.

 

Ook wolkte ooit uit

Ook wolkte ooit uit
de percolator

in het kielzog
van de maandag

slierten
Popol Vuh

in het kielzog
van een Herzog

Ook wolkte
in het kielzog
van de percolator

geurende
Music for the funeral
of Queen Mary

in het kielzog
van haar maandag

Ook
Bach
en een hoop herrie
uit de prairie

wolkten
in de maandag

van het kielzog
uit de percolator

 

 2035339-ac532e8cb95e34f5fdcac26b248436bb.JPG
Didi de Paris (Leuven, 10 mei 1957)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Ralf Rothmann werd op 10 mei 1953 geboren in Schleswig. Zie ook alle tags voor Ralf Rothmann op dit blog.

Uit: Im Frühling sterben

„Das Schweigen, das tiefe Verschweigen, besonders wenn es Tote meint, ist letztlich ein Vakuum, das das Leben irgendwann von selbst mit Wahrheit füllt. —Sprach ich meinen Vater früher auf sein starkes Haar an, sagte er, das komme vom Krieg. Man habe sich täglich frischen Birkensaft in die Kopfhaut gerieben, es gebe nichts Besseres; er half zwar nicht gegen die Läu-se, roch aber gut. Und auch wenn Birkensaft und Krieg für ein Kind kaum zusammenzubringen sind — ich fragte nicht weiter nach, hätte wohl auch wie so oft, ging es um die Zeit, keine genauere Antwort bekom-men. Die stellte sich erst ein, als ich Jahrzehnte später Fotos von Soldatengräbern in der Hand hielt und sah, dass viele, wenn nicht die meisten Kreuze hinter der Front aus jungen Birkenstämmen gemacht waren. Mein Vater hatte selten einmal gelächelt, ohne deswegen unfreundlich zu wirken. Der Ausdruck in seinem blassen, von starken Wangenknochen und grünen Au-gen dominierten Gesicht war unterlegt von Melancho-lie und Müdigkeit. Das zurückgekämmte dunkelblon-de Haar, scharf ausrasiert im Nacken, wurde von Brisk in Form gehalten, das Kinn mit der leichten Einker-bung war immer glatt, und die vornehme Sinnlichkeit seiner Lippen schien nicht wenige Frauen beunruhigt zu haben; es gab da Geschichten. Seine etwas zu kurze Nase hatte einen kaum merklichen Stups, so dass er im Profil etwas jünger wirkte, und der Blick ließ in ent-spannten Momenten eine schalkhafte Menschlichkeit und eine kluge Empathie erkennen. Aber seine Schön-heit war ihm selbst kaum bewusst, und falls sie ihm denn einmal aufgefallen wäre, hätte er ihr vermutlich nicht geglaubt. Alle Nachbarn mochten ihn, den immer Hilfsbereiten, das Wort hochanständig fiel oft, wenn von ihm die Rede war; seine Kumpel in der Zeche nannten ihn anerken-nend Wühler, und kaum einer stritt je mit ihm. Er trug gewöhnlich Hosen aus Cord, deren samtiges Schim-mern sich schon nach der ersten Wäsche verlor, sowie Jacken von C&A. Doch die Farben waren stets ausgesucht, ließen ein kurzes Innehalten bei der Wahl erken-nen, eine Freude an der geschmackvollen Kombination, und niemals hätte er Sneakers oder ungeputzte Schu-he, Frotteesocken oder karierte Hemden angezogen.“

 

 2035339-7205186205b235d43089e19f417419fb.jpg
Ralf Rothmann (Schleswig, 10 mei 1953)

 

 

De Amerikaanse toneelschrijver Jeremy Gable werd geboren op 10 mei 1982 in Lakenheath, Suffolk, in Engeland. Zie ook alle tags voor Jeremy Gable op dit blog. 

Uit: American Way

“TIME: Autumn morning, present year.
PLACE: A near-empty cafe.
AT RISE: Two support columns stand on either side of the stage, holding up the roof of the cafe. In between the columns, a table sits C, with a steaming cup of tea, a tall glass of water, and four chairs. CRESCENT WONDER enters, holding a beer. He wears a mask with cut-out eyeholes, a cape, and a spandex suit with a crescent moon on his chest. He is a retired superhero. He raises his glass and shouts:
CRESCENT: I'd like to propose a.. (He stops and looks around Spotting no one, he sits in one of the chairs and sighs) Here's to retirement (He lifts his glass, clinks with an imaginary glass, and takes a swig. Pause. He stares into his beer and starts SINGING his theme song) When the day turns to night/Evildoers run in fright/ For they know that if they/Make the slightest blunder/By the power of the moon/He will be approaching soon/For he's the greatest!/He's the Crescent Wonder! (He raises his beer in triumph on the last part °Ate song. Pause. He looks at his beer and quietly repeats:) To retirement.
(As CRESCENT takes another drink FIREBANG bright orange tights, boots, thick rubber gloves, an undershirt. His entrance is frenzied and abrup imply.)
ENTERS, wearing a mask but with his name would imply.)”

 2035339-20190e9206cb8c2097303fc14196014e.jpg
Jeremy Gable (Lakenheath, 10 mei 1982)
Scene uit een opvoering in  Fullerton, California, 2006

 

 

De Duitse schrijfster Petra Hammesfahr werd geboren in Immerrath op 10 mei 1951. Zie ook alle tags voor Petra Hammesfahr op dit blog.

Uit: Die Mutter

„Anne und ihr Freund Patrick Urban diskutierten eifrig, ob es sich lohnte, für einen bestimmten Film nach Köln zu fahren, obwohl er garantiert in spätestens drei oder vier Wochen auch in «unserem» Kino gespielt wurde. Dann das Hufgetrappel in der Einfahrt. Jürgen öffnete die Augen, grinste und sagte: «Die Hunnen kommen.» Mutter griff eilig nach der Zuckerdose. Damit es nicht gar so auffällig war, nahm sie auch das Sahnekännchen mit in die Küche. Sie verschwand durch die Tür, gerade als Rena hoch zu Ross um die Hausecke bog.
«Dachte ich mir, dass ihr draußen sitzt. Ist noch ein Stück Torte da?» Ihre Augen schweiften über den Tisch, sie stieg ab und sprang mit zwei Sätzen zu uns herauf.
«Musst du das Tier nicht anbinden?», erkundigte sich Mutter durch die offene Küchentür. Das Pferd stand einfach da.
Es war eine Fuchsstute; ein schönes Tier, soweit ich das beurteilen kann. Ich habe nicht viel Ahnung von Pferden, für mich sind sie nur groß. Rena warf der Stute einen Blick über die Schulter zu.
«Schön stehen bleiben und nicht den Rasen anfressen. Wenn du brav bist, gibt’s was Feines.»
Sie stürmte in die Küche. Ich hörte Mutters Protest: «Aber doch nicht mit den Fingern.»
Jürgen grinste immer noch. Vater kam aus dem Garten zurück und tätschelte der Stute den Hals. «Du bist ein braves Mädchen, Tanita. Ja, du bist ein braves Mädchen.»
Rena erschien wieder auf der Terrasse, einen Sahneklecks am Kinn, in einer Hand ein angebissenes, zerbröselndes Tortenstück, in der anderen ein paar Zuckerwürfel. Sie hielt der Stute die offene Hand mit den Würfeln hin, stopfte sich den Rest der Torte in den Mund, wischte sich die Hände an der Hose ab, schwang sich kauend in den Sattel und verschwand, wie sie gekommen war. «Bis später, Leute.»
Es gibt Momente, die gaukeln einem vor, man sei unverwundbar. Der Sonntagnachmittag im Mai war so einer.“

 

 2035339-77ce2b38a2ac3aaa9618e1376b2036ea.jpg
Petra Hammesfahr (Immerrath, 10 mei 1951)
Cover

 

 

De Italiaanse schrijver Roberto Cotroneo werd op 10 mei 1961 geboren in Alessandria. Zie ook alle tags voor Roberto Cotroneo op dit blog.

Uit:Letters to my son on the love of books (Vertaald door N. S. Thompson)

“Jim is suddenly startled by the vice-like grip. It will frighten you, Francesco, as it frightened me. Then it becomes worse, because at Jim's refusal ("Sir ... upon my word I dare not”), Pew becomes terrifying and responds: "`Oh,’ he sneered, `that's it! Take me in straight, or I'll break your arm.'/And he gave it, as he spoke, a wrench that made me cry out./`Sir,' I said, `it is for yourself I mean. The captain is not what he used to be. He sits with a drawn cutlass. Another gentleman—'/ `Come, now, march,' interrupted he; and I never heard a voice so cruel and cold, and ugly as that blind man's."
Let's pause a moment here, Francesco. Pew is a terrifying pirate who lost his sight when taking a ship in a boarding, the very same in which Long John Silver lost a leg. They were sailing with Flint, a name which inspired fear even many years after the pirate's demise. Now Pew and his companions want to get the pirate's gold back and will go to any lengths to get it. Like Black Dog, the pirate with two fingers missing on his left hand, Pew has squandered everything he earned as a pirate and is now living as a beggar. Being a young boy, Jim has never encountered such shady characters as these. They are real pirates, Francesco, and not like Captain Hook. Boarding ships has left them mutilated, with deep scars often going deeper than the soul. Pew delivers the black spot as a kind of warning or ultimatum to the captain who turns pale when he sees it and collapses heavily to the floor, dead. He dies not only from rum, but from fear. From that moment on, the adventure begins. Jim has only one choice if he wishes to grow: he must go to the island of treasure, become acquainted with Long John Silver, learn what duplicity is, and return home again, with the sound of the sea surf in his ears; but first he must rummage through the captain's sea-chest, after shutting the bolt of the inn door. He has to undertake this with a fear that clutches you by the throat in order to understand that the fear of those shady characters was almost unjustified. Jim and his mother are counting out the money that the captain owed them until, "When we were half-way through, I suddenly put my hand upon her arm; for I had heard in the silent, frosty air a sound that brought my heart into my mouth—the tap-tapping of the blind man's stick upon the frozen road.“

 

 2035339-39ec5de872d291d1c237e6638facb880.jpg
Roberto Cotroneo (Alessandria, 10 mei 1961)

 

 

De Canadese schrijfster Antonine Maillet werd geboren op 10 mei1929 in Bouctouche, New Brunswick. Zie ook alle tags voor Antonine Maillet op dit blog.

Uit: Bearsaga (L’Oursiade, vertaald door david L. Koral)

“Raised at the edge of the woods, beyond the reach of the parish, a bastard child of an unknown father and an unworthy mother, he was orphaned at birth, and had grown up on the margins. Even beyond the four or five villages that dotted the River. He made his home (though such a word rang false in the ears of a homeless man) high up, near the headwaters, where the river is still called a stream–namely, River’s Stream. It was there that Simon had dug in the foundation beams of his cabin. It was there that he had grown up. At fifteen, he was six feet tall, his full size. He would grow no more. He’d achieved his autonomy and freedom as well. He broke out in a wide-faced, ear-to-ear grin whenever Ozite had told him so. His wild, independent streak took root during his days in diapers, practically. As for his freedom, well, he’d conquered that bit by bit, like a stretch of land. But Halfbreed’s land was the woods.
In the woods, freedom loses its meaning. Too many ties. Too much ivy, too much bramble, too many wild animals, great and small, the masters of the forest. He who enters their territory is the true savage. On their own terrain, in the middle of the forest, all animals are tame. He was young when he made this discovery, and he was so overwhelmed by the feeling that he could not keep it to himself. Yet neither the hunters from the coves and bays, nor those from the hills, could ever understand. Loup-Joseph simply laughed. With a rifle on his shoulder, a hunting cap over his forehead, and chewing tobacco in his cheek, a hunter who enters the woods knows how to distinguish the wild from the tame, and knows his rights. He knows that moose and deer keep their hooves sharp. Even a half-ton male bear? Well, let’s say five or six hundred pounds. Before his rifle was confiscated, Loup-Joseph had bagged one for himself. Then there was Full Gallop. Zéphire, too. What’s there to say? A hunter’s a hunter. Simon had nothing against that. He simply claimed that the bear was at home in his woods, just as Zéphire was at home on his own land, where the covered bridge reigned. That the hunt began the very moment either man or beast crossed into the other’s territory. Loup-Joseph laughed even louder. At the rate things were going, they’d soon be seeing the bear adjusting his rifle, taking aim at a four-legged Simon, with his tail in the air and his fur standing on end.“

 

 2035339-65260c00ed10947fdb50571823da65d3.jpg
Antonine Maillet (Bouctouche, 10 mei 1929)

 

 

De Duitse dichter,schrijver, pedagoog en theoloog  Johann Peter Hebel werd geboren op 10 mei 1760 in Basel. Zie ook alle tags voor Johann Peter Hebel op dit blog.

Uit: Kannitverstan

„Schon standen ganze Reihen von Kisten und Ballen auf- und nebeneinander am Lande. Noch immer wurden mehrere herausgewälzt und Fässer voll Zucker und Kaffee, voll Reis und Pfeffer und salveni Mausdreck darunter. Als er aber lange zugesehen hatte, fragte er endlich einen, der eben eine Kiste auf der Achsel heraustrug, wie der glückliche Mann heiße, dem das Meer alle diese Waren an das Land bringe. »Kannitverstan«, war die Antwort. Da dacht er: Haha, schaut's da heraus? Kein Wunder, wem das Meer solche Reichtümer an das Land schwemmt, der hat gut solche Häuser in die Welt stellen und solcherlei Tulipanen vor die Fenster in vergoldeten Scherben. Jetzt ging er wieder zurück und stellte eine recht traurige Betrachtung bei sich selbst an, was er für ein armer Teufel sei unter so viel reichen Leuten in der Welt. Aber als er eben dachte: Wenn ich's doch nur auch einmal so gut bekäme, wie dieser Herr Kannitverstan es hat, kam er um eine Ecke und erblickte einen großen Leichenzug. Vier schwarz vermummte Pferde zogen einen ebenfalls schwarz überzogenen Leichenwagen langsam und traurig, als ob sie wüßten, daß sie einen Toten in seine Ruhe führten. Ein langer Zug von Freunden und Bekannten des Verstorbenen folgte nach, Paar und Paar, verhüllt in schwarze Mäntel und stumm. In der Ferne läutete ein einsames Glöcklein. Jetzt ergriff unsern Fremdling ein wehmütiges Gefühl, das an keinem guten Menschen vorübergeht, wenn er eine Leiche sieht, und blieb mit dem Hut in den Händen andächtig stehen, bis alles vorüber war.“

 

 2035339-0422cedec2f8341d1a4be387d04fb1d5.jpg
Johann Peter Hebel (10 mei 1760 – 22 september 1826)
Postzegel bij zijn 225e geboortedag in 1985

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e mei ook mijn blog van 10 mei 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:31 Reageer op dit bericht

Pieter Boskma, Charles Simic, Jotie T'Hooft, Jan Drees, Leopold Andrian, Alan Bennett, Lucian Blaga, Richard Adams, James Barrie

De Nederlandse dichter en schrijver Pieter Boskma werd geboren in Leeuwarden op 9 mei 1956. Zie ook alle tags voor Pieter Boskma op dit blog.

 

Wenteling

Het jaar begon toen koud. Zelfs de duinen wit
van de tot kant gestolde mist. Het weer
van weinig mensen, die kropen binnen
op elkaar voor een geboortegolf.

In de politieke smidse was de waakvlam al gedoofd.
Het Kamerdebat over netelige kwesties lag huiverend
op straat. Daar warmde bij een vuurtje in een oliedrum
de allerlaatste motie zijn magere motief.

Zo groeide de kloof tussen de enthousiaste burger,
copulerend op het vloerkleed voor de open haard,
en het gezag dat buiten naar zijn eigen adem staart.

Het was gewoon te laat, zelfs het opgefokt klimaat krabde
zichzelf achter de wolken. Maar de dichters stonden klaar,
‘Barre Omstandigheden’ was hun geuzennaam,

het krassen van hun pen dreef het landsbestuur al in het nauw,
en zie: daar werd een van hen op de troon gehesen
waarna de koersen kelderden en vaak de stroom uitviel,

en dat met die bittere koude. Niks te vreten, nog geen dreumes
van de revolutie, zo die er al was. Er verrezen de partijen
die het vers hadden afgeschaft. Massamars, omwenteling,

en toch maar weer het geld.

 

 

De morgen

Het waren de dagen dat de poëzie zich schuilhield.
Voor het staaroog van de grijsaard als een eindeloze dageraad.
Voor het kinderbrein als een voorgoed geschrapt verouderen.
Voor het zwarte als een pirouette van primaire kleuren.

De wegstervende echo van het geïnspireerde woord
werd nog af en toe gehoord door wie de stekkers
uit elk toestel trok, maar de online geblevenen
viel het niet eens op dat ze nooit meer neurieden.

En niemand die nog pleitte voor afschaffing van het parlement,
die hol keffende achterhoede van de samenleving,
of voor het hangen van zes manen aan een stapelwolk
of het oplossen van de frontlijn in een pornografisch hologram.

Er waren geen woorden voor het lang verwachte andere.
Men sprak er op gelijke wijze niet eens schande van.
Men sprak algauw in het geheel nog slechts fragmenten.
En daar ging ook de klank als een ontsnapte heliumballon.

Weinigen bemerkten dat nieuwslezers hard vloekten
bij de aankondiging van elk uiterst schaars bericht.
Nondeju die klotesport en nondeju dat kutweer.
En elk meisje dat wel kussen wilde werd door tachtig man verkracht.

Het waren de dagen die wij heden morgen noemen
of de morgen dat wij reeds ach en heden zuchten.

 

 2035023-0ec5ce4e322b502d93f3b11fa9d4f06c.jpg
Pieter Boskma (Leeuwarden, 9 mei 1956)
Cover

 

 

De Amerikaanse dichter Charles Simic werd geboren in Belgrado op 9 mei 1938. Zie ook alle tags voor Charles Simic op dit blog.

 

To The One Upstairs

Boss of all bosses of the universe.
Mr. know-it-all, wheeler-dealer, wire-puller,
And whatever else you're good at.
Go ahead, shuffle your zeros tonight.
Dip in ink the comets' tails.
Staple the night with starlight.

You'd be better off reading coffee dregs,
Thumbing the pages of the Farmer's Almanac.
But no! You love to put on airs,
And cultivate your famous serenity
While you sit behind your big desk
With zilch in your in-tray, zilch
In your out-tray,
And all of eternity spread around you.

Doesn't it give you the creeps
To hear them begging you on their knees,
Sputtering endearments,
As if you were an inflatable, life-size doll?
Tell them to button up and go to bed.
Stop pretending you're too busy to take notice.

Your hands are empty and so are your eyes.
There's nothing to put your signature to,
Even if you knew your own name,
Or believed the ones I keep inventing,
As I scribble this note to you in the dark.

 

 

Late September

The mail truck goes down the coast
Carrying a single letter.
At the end of a long pier
The bored seagull lifts a leg now and then
And forgets to put it down.
There is a menace in the air
Of tragedies in the making.

Last night you thought you heard television
In the house next door.
You were sure it was some new
Horror they were reporting,
So you went out to find out.
Barefoot, wearing just shorts.
It was only the sea sounding weary
After so many lifetimes
Of pretending to be rushing off somewhere
And never getting anywhere.

This morning, it felt like Sunday.
The heavens did their part
By casting no shadow along the boardwalk
Or the row of vacant cottages,
Among them a small church
With a dozen gray tombstones huddled close
As if they, too, had the shivers.

 

 2035023-8fdb650e903dd1d099d2c81fc6336e7f.jpg
Charles Simic (Belgrado, 9 mei 1938)

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Jotie T'Hooft werd geboren in Oudenaarde op 9 mei 1956. Zie ook alle tags voor Jotie T’Hooft op dit blog.

 

Eenhoorn

Here, zonder naam en zonder gezicht
Zie vanuit den hoge
Op uw droeve eenhoorn neer
Die danig hunkert naar uw licht,

Die sierlijk door de wouden dwaalt
Maar bladeren geen voedsel vindt,
Die voor de poort der doden draalt,
Allen bladeren op uw wind.

Here, zonder handen zonder stem
Snij de lichtlans van zijn voorhoofd
En vang hem in uw stalen klem
Voor de wereld hem de glans ontrooft,

Lok hem langs de stapsteen sterven
Niet als anderen domweg gedoofd
Maar rein, vrij van bederven
Langs de kruisweg waar hij in gelooft.

 

 

Sweet/Sixteen

Ik heb een hoog voorhoofd
waarachter niet veel meer gebeurt.
Ik stel me schaamteloos tentoon.
Er is niemand die me opbeurt,
sweet sixteen

Van sommige namen herinner ik me de geur
en er zijn ogen die ik al meer gezien heb,
bijgezet in de galerijen van de sleur
Er is niets dat mij ontlast,
sweet sixteen

Ik ben bang om je aan te raken
en ik kan me al niet meer afkeren
zonder je pijn te doen. Luister,
dan hoor je mijn bevroren kraken,
sweet sixteen

 

 2035023-a528fc5fd371c9165dc75abc70aff256.jpg
Jotie T'Hooft (9 mei 1956 – 6 oktober 1977)
In 1977

 

 

De Duitse schrijver Jan Drees werd geboren op 9 mei 1979 in Haan. Zie ook alle tags voor Jan Drees op dit blog.

Uit: Eins

„Wir beobachteten irritiert glücklich sirrende Fledermäuse, die aus Tannenwaldgrotten flappten, unseren Hügel (über der schimmernden Stadt) umrundeten, die kleine Öllaterne, im Sommer: Gänsehautarme, Benjamin-Biolay-Chansons, und während schwüler Augustabende manchmal stilles Gewitterblitzen am fernen Horizont.
Später, um Viertel nach drei, duschten Nebil und ich Nachthitze aus unseren verliebt erwärmten Teeniekörpern, siriusgeleitet, während Sonnenwindfeuer, Elfen, Kobolde vor dem Bleiglas-Badfenster tanzten. Danach lagen wir perlschaumweinsüchtig erschöpft, verschwitzt, im moskitonetzgefälschten Himmelbett. Über uns funkelten angeklebte Plastiksterne mit Phosphorschimmer.
Inzwischen geht alles vorbei, im Junimond. Wenn Mond ist und keine Regenwolken durch die kühlkalten Nächte ziehen und unsere Sternenbilder verhängen, wenn Schauer schon morgens auf das Giebeldach schlagen und Wasser durch die Holzdecke in unsere Zimmer tropft, von Ziegeln gewaschenen Ruß über eilig aufgestellte Suppenterrinen, Putzeimer, Bonbonnieren spült.
Wir verleben (abschließend) Tage, die wie ein Schlüssellochbild an uns vorübernebeln. João Gilberto singt "The Girl from Ipanema".
Während sporadischer Off-Theater-Besuche wird deutlich, daß ein zeitgeistiges Bühnenkreischen eher Edvard-Munch-Pop sein will (im Gegensatz zu klassischen Pornographiefilmschreien). - Wenn wir uns streiten, werde ich Großstadt-Actrice und imitiere moderne René-Pollesch-Szenen.“

 

 2035023-352e3209b3aa7302aec198f2978ebaf3.jpg
Jan Drees (Haan, 9 mei 1979) 
In 2014 

 

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver en diplomaat Leopold Andrian werd op 9 mei 1875 in Berlijn geboren. Zie ook alle tags voor Leopold Andrian op dit blog.

 

Sahst Du im Spiegel des verträumten Wien
Der eigenen Seele nie gehauchte Klagen
Sahst Du den blassen Duft entfliehen,
Den Duft von unsern ersten Tagen.

Der ersten unerklärten Liebe Reiz
Die noch das Wort, die fast den Blick verschmähte
Mir ists als ob Dein müdes Angesicht
Todkrank um jene Stimmung flehte

So krank wie weißer Flieder, den
Das heiße Gas zu lang umwehte
Der rührend, rein und wunderschön
Schon trunken um Erlösung flehte

Da's ihn im Dunst der Freudennacht
Durchbebt, zu der sie ihn erkoren
Daß in der sinnentrunknen Pracht
Sein keuscher Duft auf immerdar verloren

 

 2035023-d9ea95d11b8cc3d83b1eeea506c67983.png
Leopold Andrian (9 mei 1875 – 19 november 1951)

 

 

De Britse schrijver en acteur Alan Bennett werd geboren op 9 mei 1934 in Armley in Leeds, Yorkshire. Zie ook alle tags voor Alan Bennett op dit blog.

Uit:The Uncommon Reader

'She's not a popular author, ma'am.'
'Why, I wonder? I made her a dame.'
Mr Hutchings refrained from saying that this wasn't necessarily the road to the public's heart.
The Queen looked at the photograph on the back of the jacket. 'Yes. I remember that hair, a roll like a pie-crust that went right round her head.' She smiled and Mr Hutchings knew that the visit was over. 'Goodbye.'
He inclined his head as they had told him at the library to do should this eventuality ever arise, and the Queen went off in the direction of the garden with the dogs madly barking again, while Norman, bearing his Cecil Beaton, skirted a chef lounging outside by the bins having a cigarette and went back to the kitchens.
Shutting up the van and driving away, Mr Hutchings reflected that a novel by Ivy Compton-Burnett would take some reading. He had never got very far with her himself and thought, rightly, that borrowing the book had just been a polite gesture. Still, it was one that he appreciated and as more than a courtesy. The council was always threatening to cut back on the library, and the patronage of so distinguished a borrower (or customer, as the council preferred to call it) would do him no harm.
'We have a travelling library,' the Queen said to her husband that evening. 'Comes every Wednesday.'
'Jolly good. Wonders never cease.'
'You remember Oklahoma!?'
'Yes. We saw it when we were engaged.' Extraordinary to think of it, the dashing blond boy he had been.
'Was that Cecil Beaton?'
'No idea. Never liked the fellow. Green shoes.'

 

 2035023-02fe31721e3f26cf184959d5f3fa8ac1.jpg
Alan Bennett (Armley, 9 mei 1934)

 

 

De Roemeense dichter, schrijver en filosoof Lucian Blaga werd geboren op 9 mei 1895 in Lancrăm, bij Alba Iulia. Zie ook alle tags voor Lucian Blaga op dit blog.

 

Lot (Fragment)

I have seen many and sin-breeding deeds
profaning the light and the wind,
and misunderstood customs, and fire games in the city.
Naked people have I seen in rusty-copper green lakes
kissing silvery swans.

I have seen, fear-stricken, in front of the gate,
girls dancing their whiteness off
for long nailed voivodes -
and I have seen priests in linen clothes intoxicating
the beggars with the wine the dead have been washed with.

I have seen women setting their seed on fire,
their mission cast between two eternities like an insult,
their breasts-ripe fruit with no milk, no milk within,
their breath killing bees and herbs.

I have seen transparent guests on the shore of blood:
children who will be delivered but are not desired
(if you stop your ears up
you can hear through spheres their bitter thirst,
their dumb murmur at the world's windows,
and their song of relief
when they find entrance in trees, dogs, and in birds).

 

Vertaald door Liliana Mihalachi

 

 

Die Quelle der Nacht

Du Schöne,
so schwarz sind deine Augen,daß mir abends,
wenn ich den Kopf in deinen Schoß gebettet hab,
so ist,
als seien deine tiefen Augen eine Quelle,
aus der die Nacht geheimnisvoll hervorquillt
und über Berge,Täler,Fluren strömt,
um in ein Meer von Finsternis
die Erde einzutauchen.
So schwarz sind deine Augen,du,
mein Licht.

Vertaald door Ruth Herrfurth

 

 2035023-b1594441d4a77572b94c1001c3d2b899.jpg
Lucian Blaga (9 mei 1895 – 6 mei 1961)
Cover

 

 

De Engelse schrijver Richard Adams werd geboren in Newbury op 9 mei 1920. Zie ook alle tags voor Richard Adams op dit blog.

Uit Watership Down

‘I don’t know what it is,’ answered Fiver wretchedly. ‘There isn’t any danger here, at this moment. But it’s coming – it’s coming. Oh, Hazel, look! The field! It’s covered with blood!’
‘Don’t be silly, it’s only the light of the sunset. Fiver, come on, don’t talk like this, you’re frightening me!’
Fiver sat trembling and crying among the nettles as Hazel tried to reassure him and to find out what it could be that had suddenly driven him beside himself. If he was terrified, why did he not run for safety, as any sensible rabbit would? But Fiver could not explain and only grew more and more distressed. At last Hazel said,
‘Fiver, you can’t sit crying here. Anyway, it’s getting dark. We’d better go back to the burrow.’
‘Back to the burrow?’ whimpered Fiver. ‘It’ll come there – don’t think it won’t! I tell you, the field’s full of blood –’
‘Now stop it,’ said Hazel firmly. ‘Just let me look after you for a bit. Whatever the trouble is, it’s time we got back.’
He ran down the field and over the brook to the cattle-wade. Here there was a delay, for Fiver – surrounded on all sides by the quiet summer evening – became helpless and almost paralysed with fear. When at last Hazel had got him back to the ditch, he refused at first to go underground and Hazel had almost to push him down the hole.
The sun set behind the opposite slope. The wind turned colder, with a scatter of rain, and in less than an hour it was dark. All colour had faded from the sky: and although the big board by the gate creaked slightly in the night wind (as though to insist that it had not disappeared in the darkness, but was still firmly where it had been put), there was no passer-by to read the sharp, hard letters that cut straight as black knives across its white surface. They said:
THIS IDEALLY SITUATED ESTATE, COMPRISING SIX ACRES OF EXCELLENT BUILDING LAND, IS TO BE DEVELOPED WITH HIGH CLASS MODERN RESIDENCES BY SUTCH AND MARTIN, LIMITED, OF NEWBURY BERKS."

 

 2035023-736d65c264f8c5c53c58bdbf2b9481de.jpg
Richard Adams (Newbury, 9 mei 1920)
Cover

 

 

De Schotse schrijver James Barrie werd op 9 mei 1860 in Kirriemuir nabij Dundee geborenZie ook alle tags voor James Barrie op dit blog.

Uit:The Adventures of Peter Pan

"She is dead," he said uncomfortably. "Perhaps she is frightened at being dead."
He thought of hopping off in a comic sort of way till he was out of sight of her, and then never going near the spot any more. They would all have been glad to follow if he had done this.
But there was the arrow. He took it from her heart and faced his band.
"Whose arrow?" he demanded sternly.
"Mine, Peter," said Tootles on his knees.
"Oh, dastard hand," Peter said, and he raised the arrow to use it as a dagger.
Tootles did not flinch. He bared his breast. "Strike, Peter," he said firmly, "strike true."
Twice did Peter raise the arrow, and twice did his hand fall. "I cannot strike," he said with awe, "there is something stays my hand."
All looked at him in wonder, save Nibs, who fortunately looked at Wendy.
"It is she," he cried, "the Wendy lady, see, her arm!"
Wonderful to relate [tell], Wendy had raised her arm. Nibs bent over her and listened reverently. "I think she said, 'Poor Tootles,'" he whispered.
"She lives," Peter said briefly.
Slightly cried instantly, "The Wendy lady lives."
Then Peter knelt beside her and found his button. You remember she had put it on a chain that she wore round her neck.
"See," he said, "the arrow struck against this. It is the kiss I gave her. It has saved her life."
"I remember kisses," Slightly interposed quickly, "let me see it. Ay, that's a kiss."
Peter did not hear him. He was begging Wendy to get better quickly, so that he could show her the mermaids. Of course she could not answer yet, being still in a frightful faint; but from overhead came a wailing note."

 

 2035023-5b665b312f5f279cf2dcc904dd0f0e94.jpg
James Barrie (9 mei 1860 – 19 juni 1937)
J.M. Barrie speelt kapitein Haak en Michael Llewelyn Davies speelt Peter Pan. (1906) Michael was het 4e zoontje van Arthur and Sylvia Llewelyn Davies, een bevriend echtpaar, en stond mede model voor Peter Pan.

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e mei ook mijn blog van 9 mei 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:16 Reageer op dit bericht

Libris Literatuur Prijs 2017 voor Alfred Birney

 

Libris Literatuur Prijs 2017 voor Alfred Birney

De Libris Literatuur Prijs 2017 is toegekend aan Alfred Birney voor zijn roman De tolk van Java. Maandagavond kreeg de Haagse schrijver de prijs van 50 duizend euro en een door Irma Boom ontworpen bronzen legpenning uitgereikt. Het boek gaat over de vader van de auteur die tegen wisselende vijanden vocht tijdens de onafhankelijkheidsoorlog in het voormalige Nederlands-Indië. Alfred Alexander Birney werd geboren in Den Haag op 20 augustus 1951. Zie ook alle tags voor Alfred Birney op dit blog.

Uit:De tolk van Java

“Als jongeman zag mijn vader in Soerabaja de ‘vliegende sigaren’ van de Japanse luchtmacht zijn ouderlijk huis aan puin bombarderen, hij zag Japanse soldaten burgers onthoofden, hij werd gemarteld wegens sabotage in dienst van het zogenoemde Vernielingskorps en in een ijzeren kist onder de brandende zon te smoren gelegd, hij zag Japanse soldaten Australische krijgsgevangenen in open bamboekisten aan de haaien voeren, hij zag Punjabisoldaten in Engelse dienst Japanse soldaten besluipen en ze de strot doorsnijden, hij hoorde over de dood van een neef aan de Birmaspoorlijn, hij hoorde hoe zijn lievelingsoom door Japanse soldaten was doodgemarteld op het landgoed van zijn vaders familie, hij verraadde de Japanse vriend van zijn zuster, die als animeermeisje aan de kost kwam, hij wees de geallieerden de weg in de hitte van de Javaanse Oosthoek, waar opstandige Indonesiërs ondersteboven hangend aan de enkels werden verhoord terwijl hij optrad als tolk en de schrijfmachine hanteerde, hij hielp de geallieerden met het platbranden van desa’s, hij zag brandende opstandige jongelingen schreeuwend van de pijn hun eenvoudige huisjes uit rennen en overhoopgeschoten worden, hij leerde schieten en doorzeefde op een treinstation een vrouw en zuigeling achter wie een Javaanse vrijheidsstrijder zich had verscholen, hij kreeg als hoofd van de afdeling Verhoor van Gevangenen in Djember de hardnekkigste zwijgers aan het praten, hij reed met een pantserwagen op een landmijn en stortte tachtig meter een ravijn in, hij kreeg het bevel van een Hollandse adjudant om het transport te begeleiden van honderd gevangenen van de stadsgevangenis van Djember naar het station Wonokromo en mocht aan het einde van de veertien uur durende rit zesenveertig lijken van gestikte mensen uit de goederentrein slepen, hij vond een Indo-vriend* terug die zichzelf voor de kop had geschoten nadat hij had ontdekt dat zijn meisje met een Hollandse soldaat het bed had gedeeld, hij maakte tijdens de Bersiap* jongens af met wie hij nog een appeltje te schillen had, maar het ergst van alles vond hij dat tijdens de Eerste Politionele Actie de hals van zijn gitaar brak.
Of ben je dat laatste vergeten, Pa, omdat je het misschien verzonnen had?
Het gebeurde tijdens het passeren van twee elkaar tegemoetkomende konvooien. Iemand hield de loop van zijn mitrailleur niet binnenboord en jij de hals van je gitaar niet. De mitrailleur was van onbekende makelij, je gitaar een originele Amerikaanse Gibson, de droom van elke Indo, een instrument waar alle grootheden op speelden, een juweel waarvoor je zelfs het mooiste meisje van de krokodillenstad zou inruilen.”

 

 2034882-4ca168fc8e41bdd0206a8a9e4b21833b.jpg
Alfred Birney (Den Haag, 20 augustus 1951)

Geschreven door Romenu om 09:06 Reageer op dit bericht

Jorie Graham

De Amerikaanse dichteres Jorie Graham werd geboren op 9 mei 1950 in New York geboren als dochter van Curtis Bill Pepper, een oorlogscorrespondent en het hoofd van het bureau Rome voor Newsweek en de beeldhouwester Beverly Stoll Pepper. Zij groeide op in Rome. Graham studeerde filosofie aan de Sorbonne, maar werd er weggestuurd omdat zij deelnam aan de studentenprotesten. Zij voltooide haar bacheloropleiding aan de Universiteit van New York en raakte in die tijd geïnteresseerd in poëzie. Nadat ze als secretaresse gewerkt had behaalde zij haar Master of Fine Arts in de beroemde Iowa Writers Workshop aan de Universiteit van Iowa. Graham werkte jarenlang bij de Iowa Writers Workshop en kreeg in 1999 een aanstelling aan Harvard University. Graham volgde Nobelprijswinnaar en dichter Seamus Heaney op als Boylston hoogleraar aan de afdeling Engels en Amerikaanse letterkunde en taal van Harvard. Zij was de eerste vrouw die deze positie veroverde. Graham is tweemaal gescheiden en trouwde in 2000 voor de derde keer, ditmaal met dichter en schilder Peter M. Sacks, een collega in Harvard. Jorie Graham publiceerde talrijke poëziebundels, waaronder “The End of Beauty”, “The Dream of the Unified Field: Selected Poems 1974-1994” en “PLAC E”. Zij heeft ook twee anthologieën, “Earth Took of Earth: 100 Great Poems of the English Language” (1996) en “The Best American Poetry” (1990) gepubliceerd. Graham ontving veel prijzen zoals de Whiting Award (1985), de John D. en Catherine T. MacArthur Fellowship, een Ingram Merrill Fellowship, en The Morton Dauwen Zabel Award van The American Academy and Institute of Arts and Letters. “The Dream of the Unified Field: Selected Poems 1974-1994” won de Pulitzerprijs voor Poëzie 1996. Voor haar bundel “P L A C E” ontving zij in 2012 Forward Poetry Prize. Zij was de eerste Amerikaanse vrouw die deze zeer prestigieuze Britse poëzieprijs won.

 

Prayer

Over a dock railing, I watch the minnows, thousands, swirl
themselves, each a minuscule muscle, but also, without the
way to create current, making of their unison (turning, re-
infolding,
entering and exiting their own unison in unison) making of themselves a
visual current, one that cannot freight or sway by
minutest fractions the water’s downdrafts and upswirls, the
dockside cycles of finally-arriving boat-wakes, there where
they hit deeper resistance, water that seems to burst into
itself (it has those layers), a real current though mostly
invisible sending into the visible (minnows) arrowing
motion that forces change—
this is freedom. This is the force of faith. Nobody gets
what they want. Never again are you the same. The longing
is to be pure. What you get is to be changed. More and more by
each glistening minute, through which infinity threads itself,
also oblivion, of course, the aftershocks of something
at sea. Here, hands full of sand, letting it sift through
in the wind, I look in and say take this, this is
what I have saved, take this, hurry. And if I listen
now? Listen, I was not saying anything. It was only
something I did. I could not choose words. I am free to go.
I cannot of course come back. Not to this. Never.
It is a ghost posed on my lips. Here: never.

 

 

Over and Over Stitch

Late in the season the world digs in, the fat blossoms
hold still for just a moment longer.
Nothing looks satisfied,
but there is no real reason to move on much further:
this isn’t a bad place;
why not pretend

we wished for it?
The bushes have learned to live with their haunches.
The hydrangea is resigned
to its pale and inconclusive utterances.
Towards the end of the season
it is not bad

to have the body. To have experienced joy
as the mere lifting of hunger
is not to have known it
less. The tobacco leaves
don’t mind being removed
to the long racks—all uses are astounding

to the used.
There are moments in our lives which, threaded, give us heaven—
noon, for instance, or all the single victories
of gravity, or the kudzu vine,
most delicate of manias,
which has pressed its luck

this far this season.
It shines a gloating green.
Its edges darken with impatience, a kind of wind.
Nothing again will ever be this easy, lives
being snatched up like dropped stitches, the dry stalks of daylilies
marking a stillness we can’t keep.

 2052184-e695dbe993c0405e85c0631212548c74.jpg
Jorie Graham (New York, 9 mei 1950)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Luuk Wojcik

De Nederlandse dichter Luuk Wojcik werd geboren in Roermond op 9 mei 1993. Zie ook alle tags voor Luuk Wojcik op dit blog.

 

Dit klinkt als muziek

In stoeltjes waar geen hoofd in past zitten we, luisteren we.
Niemand wilde hiernaartoe maar het meisje mocht kiezen.

De poortjes van onze huizen staan open alsof er nog iemand thuiskomt.
Iedereen hoort dit: hoe zacht een vlag wapperen kan.
De struiken bewegen niet, wind is een verre herinnering.
Deze straten hebben andere namen dan we gewend zijn.

Een orkest speelt,
iets van een moderne componist, laat van zich horen,
trompetten adagio, dan komen de klarinetten en basgitaren.
Pauken, hoorns zwellen aan, de dirigent dirigeert.

In onze huizen is er een vader wiens mopperen in de hart en nieren van iedere soldaat zit,
wiens mopperen de adem van de oorlog is, een conflict gaande houdt.
Een impasse in stand houdt.
Een moeder wiens zonen haar allang voorbij zijn, een moeder die haar nagellak deelt met
vriendinnetjes.

Als de hoorns en trombones en trompetten galmen, schateren,
laat de dirigent zijn stokje vallen. Zijn haar komt voor zijn ogen te hangen.

Als een laatste borrelnootje barst op rokerskiezen, met drop erachter, aan gruzelementen ligt op een
mentholtong,
buigt hij,door dacht dat het verder kon.

Ik klap tot ik mezelf als laatste hoor.

 

 2038003-4f369787dc8552e0ee2e7d61d82ad9f3.jpg
Luuk Wojcik (Roermond, 9 mei 1993)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten