Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 10 mei 2017 tot 11 mei 2017

J. H. Leopold, Ida Gerhardt, Eugen O. Chirovici, Andre Rudolph, Rubem Fonseca, Henning Boëtius, Camilo José Cela, Rachel Billington, Carl Hauptmann

De Nederlandse dichter en classicus Jan Hendrik Leopold werd geboren in ’s-Hertogenbosch op 11 mei 1865. Zie ook alle tags voor J. H. Leopold op dit blog.

 

O dood vlies van de torengracht

O dood vlies van de torengracht
en wreed gewekte kreet der zwanen,
de angst vloeit klam toe door de lanen
en stolt rondom de pijlerschacht.

O krimpend hart, dat uit de sprong
der wurgende belagers hoog naar boven
omhoog zich worstelde sloven
aamechtig sinds het zich ontwrong,

walmende lamp, die opgetild
met floersen roet het smeulend gele
verduisterde en wuft het ele
leven des luchters had omhuld.

 

 

Idylle

En is het daarbuiten ook donker en koud
En droevige wintertijd,
Mijn lief, 't is lente om mij heen,
Nu ge in mijne armen zijt.

En schijnt ook geen ster door de grauwe mist
En huilt ook de storm door de nacht -
Ik schuif de armstoel bij het vuur,
De zetel van 't voorgeslacht.

Blond meisje met uw rozenmond,
Kom, zet u op mijn knie,
Vertel mij van al de liefde, zo zoet,
Die ik in uwe ogen zie.

Stil, stil, dat ons de wind niet hoort
En met onze woorden spot,
Gij buigt u over tot mijn gezicht,
En ik beef van stil genot.

Ik voel uw zoete adem gaan
En uw boezem zo warm en zacht,
En langs mijne wangen dartelt stout
Uwe blonde lokkenpracht.

Schoon kind, gij zijt mij als de zon
In de klare, blauwe lucht,
En het is mij of ik de leeuwerik waar
Die juichend tot u ontvlucht.

Ja, ik wil zingen te uwer eer,
O, gouden zon van mijn ziel,
Van vreugde dronken over uw licht,
Dat er in mijn harte viel.

En is het daarbuiten ook donker en koud
En droevige wintertijd,
Mijn lief, 't is lente om mij heen,
Nu ge in mijn armen zijt.

 

 2035681-56c233220ca77bca52d3ff1f5b8d62f1.jpg
J. H. Leopold (11 mei 1865 - 21 juni 1925)
Portret door Martin van Andringa, 1886

 

 

De Nederlandse dichteres Ida Gerhardt werd geboren in Gorinchem op 11 mei 1905. Zie ook alle tags voor Ida Gerhardt op dit blog.

 

Vergeef mij dat de schoonste nachten...

Vergeef mij dat de schoonste nachten
niet immer van ons beiden zijn.
Mijn vriend, het zijn zo groten machten
waardoor wij soms gescheiden zijn.

Wanneer ik in de hof mag dwalen
waar s hemels roos mij open gaat,
dan ducht ik zelfs Uw ademhalen,
Uw hart dat in het donker slaat.

Laat mij in eenzaamheid de uren
dat ik mijn diepste wet aanvaard.
Hun pracht die onverwelkt zal duren,
zij wordt alleen voor U vergaard.

 

 

ANNO DOMINI 1972

Er is te Heiligerlee een klok gegoten
en het was in de inzet van zijn stem:
of aarde en hemel samen vrede sloten;
hij zong - de wil des makers wekte hem.
En met de macht van zijn metalen mond
riep hij mij aan met name waar ik stond.
En stemmeloos heb ik het uitgestoten:
'Géén, Holland, heeft als gìj mijn hart doorwond.'

 

 

Schlüszli

Het dorp ligt wit
-wàt een sneeuw! -
Ik klim naar boven met twee
verse broden onder mijn arm.
Ze luiden, het is acht uur.
Het begint weer, witte
vlokken en witte
woorden, het daalt zò maar.
O zie, het is woord geworden! -
op mijn donkere mouw
het kristal.

 

 2035681-7bb524f6f278f1bbc1d7e05eaba6d41b.jpg
Ida Gerhardt (11 mei 1905 – 15 augustus 1997)

 

 

De Roemeense schrijver Eugen O. Chirovici werd op 11 mei 1964 geboren in Făgăraș, Transsylvanië. Zie ook alle tags voor Eugen O. Chirovici op dit blog.

Uit: The Book of Mirrors

“For the first time in many years I fell asleep without taking a pill first, and the next day, after telling the people at the agency that I’d be off sick for the next two weeks, I continued to write.
The details of those months in ’87 came back to my mind with such force and clarity that they quickly became more vivid and powerful than anything else in my present life. It was as if I’d woken up from a deep sleep, during which my mind had silently been preparing itself for the moment when I’d begin to write about the events whose protagonists were Laura Baines, Professor Joseph Wieder and me.
Of course, given its tragic outcome, the story found its way into the newspapers at the time, at least in part.
I myself got harassed by police detectives and reporters for quite a while. That was one of the reasons that led me to leave Princeton and finish my MA at Cornell, living for two long and dusty years in Ithaca. But nobody ever found out the truth about the whole story, which changed my live forever.
As I said, I chanced upon the truth three months ago, and I realised that I had to share it with others, even though the anger and frustration that I felt, and still feel, were overwhelming.
But sometimes hatred and pain can be a fuel just as strong as love. The result of that intention is the manuscript I recently completed, after an effort that left me physically and mentally exhausted. I attach a sample, in accordance with the instructions I found on your website. The manuscript is complete and ready for submission. If you’d be interested in reading the whole thing, I’ll send it to you immediately. The working title I’ve chosen is The Book of Mirrors.
I’ll stop here, because on the screen of my laptop I can see that I’ve already exceeded the 500-word limit for a query. Anyhow, there’s not much else to say about me. I was born and raised in Brooklyn, I’ve never been married, nor had children, partly, I believe, because I’ve never truly forgotten Laura. I have a brother, Eddie, who lives in Philadelphia and whom I see very rarely. My career in advertising has been uneventful, with neither outstanding achievements nor unpleasant incident – a dazzling grey life, hidden among the shadows of Babel. Today, as I gradually reach the end of my working life, I’m a senior copywriter at a middling agency based in Manhattan, quite close to Chelsea, where I’ve lived for more than two decades. I don’t drive a Porsche and I don’t book five-star hotels, but nor do I have to worry about what the next day will bring, at least not when it comes to money.
Thank you for your time and please let me know whether you’d like to read the full manuscript. You’ll find my address and phone number below.
Yours sincerely,
Richard Flynn”

 

 2035681-46925bcd72065ad53d126c08a35f97ce.jpg
Eugen O. Chirovici (Făgăraș, 11 mei 1964)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Andre Rudolph werd geboren in Warschau op 11 mei 1975 en groeide op in Leipzig. Zie ook alle tags voor Andre Rudolph op dit blog.

 

nocturne für jesse thoor

ich hatte kontakt zu einem heiligen
in hohen, fettglänzenden
schuhn

er ließ sich von seinen füßen tragen
in würde, er entleerte sich
in der früh in würde

so war er.

die toten amseln fielen von seinen
schultern, wenn er
sich zuckte

er rieb seinen schwanz an den mauern
der häuser, wenn es
ihn juckte

und roch nach frischem sperma
und rosmarin, wie
ein könig

so war er.

die zahmen häuser peitschten
seinen scheitel auf, bis
er lachte

die schenkel der triangeln glühten,
wenn er es ihnen
machte

so war er.

rasend schnell, und schlaflos, und
expressiv, als er mich
im vorübereilen

segnete und sagte: „iss deine
pizza, herzchen
und stirb!“

 

 2035681-c9e10348bec3796a92493568e9ded60a.jpg
Andre Rudolph (Warschau, 11 mei 1975)
 

 

 

De Braziliaanse schrijver José Rubem Fonseca werd geboren op 11 mei 1925 in Juiz de Fora. Zie ook alle tags voor Rubem Fonseca op dit blog.

Uit:Vast Emotions and Imperfect Thoughts (Vertaald door Clifford E.Landers)

`What now what?'
`Now.'
`Now what?'
`Now.'
We were standing on the sidewalk.
`Good night,' I said.
She held me by the arm. `I have a rubber; you don't have to be afraid.'
`It's not that. I'm tired.'
When I got home I sat in an armchair and stared at the ceiling. Ruth's diary was still on the floor. The disorder of things seemed to have increased.
I went back to working on the script. I had to decide what to reply to Dietrich; he'd only given me a week.
I rewrote the scene, starting with the moment Dolguchov is found by Liutov and Grishchuck lying against a tree. His legs are spread and extended, his boots dirty and torn; his belly is ripped open and his guts are visible, as well as his beating heart. Dolguchov asks Liutov to kill him: `The Poles are coming back to do their dirty work. Here are my papers. You'll write and tell my mother how it happened.' But Liutov doesn't have the courage to kill him and, spurring his horse, rides off. Dolguchov stretches out, after first examining the bluish palm of his hand. `All right then, run away, you pig.' Then Afonka arrives and asks what's going on.
My text went like this: Afonka comes up to Dolguchov. He dismounts. The two men talk, the one on foot, covered with dust, radiating strength, and the dying man lying on the ground. Liutov, watching from a distance, can't hear what they're saying. Dolguchov gives Afonka his papers. Afonka puts them in his bag. He goes at once to his horse and withdraws the rifle from the saddlebow. Then, with slow but firm steps, he returns to Dolguchov, the light of the setting sun behind him. Dolguchov, supporting himself on his elbows, raises his head slightly and looks at Afonka. Afonka places the rifle barrel in Dolguchov's acquiescent mouth and shoots."

 

 2035681-b2a1b6a13bf97e87d89441517ef52a4d.jpg
Rubem Fonseca (Juiz de Fora, 11 mei 1925)
Juiz de Fora

 

 

De Duitse schrijver Henning Boëtius werd geboren op 11 mei 1939 in Langen, Hessen. Zie ook alle tags voor Henning Boëtius op dit blog.

Uit: Phönix aus der Asche

"Dann scheidet für dich wahrscheinlich auch die vierte Theorie aus: Funkenflug und Feuer durch unvorsichtiges Verhalten, zum Beispiel Rauchen eines Passagiers oder eines Besatzungsmitgliedes ."
"Ja. Sie macht keinen Sinn."
"Bleibt die Sabotagetheorie. Da gibt es zwei Möglichkeiten: ein Schuss von außen oder eine Höllenmaschine im Inneren. Wir haben die erste Alternative untersucht. Es gibt keinerlei Anzeichen, dass auf das Schiff geschossen wurde."
"Es hätten wie gesagt auch schon Phosphorgeschosse sein müssen. Und Alternative zwei hat es ebenfalls schwer. Die Sicherheitskontrollen waren diesmal extrem. Keiner der Passagiere kommt in Frage, auch dieser dubiose Artist nicht, den du verdächtigst. Außerdem gibt es kein Bekennerschreiben. Für die Mannschaft lege ich meine Hand ins Feuer. Kein Luftschiffer würde je seine Kameraden in den Tod schicken, egal zu welcher politischen Couleur er gehört. Nein, das scheidet völlig aus. Du weißt vielleicht nicht, was das deutsche Wort Kameradschaft für einen schwergewichtigen Inhalt hat!"
"Und was bleibt dann noch als Ursache übrig? Welche sechste Theorie?"
Eckener füllte sein Glas erneut, nippte daran und sagte: "Very strange. Very strange."

 

 2035681-3888ad8b98fcd11e7d9601d0bea79317.jpg
Henning Boëtius (Langen, 11 mei 1939)

 

 

De Spaanse schrijver Camilo José Cela werd geboren op 11 mei 1916 in Iria Flavia. Zie ook alle tags voor Camilo José Cela op dit blog.

Uit:The Family of Pascual Duarte (Vertaald door Anthony Kerrigan)

“No one in Almendralejo knew or cared that I had been fishing, that at that moment I was watching the lights in their houses come on, that I was guessing what they said and imagining in my mind the subjects of their conversations. The inhabitants of cities live with their backs to the truth, and oftentimes they are not even aware that only a couple of leagues away, in the middle of the plain, a country man may be think­ing about them while he packs up his gear, folds his fishing rod and picks up his little wicker basket with its six or seven eels inside.
Still and all I never thought fishing much of an oc­cupation for men, and I always preferred to devote my spare time to hunting. I had a certain fame in the vil­lage for being not altogether a bad hand at it, and, modesty apart, I must say in all sincerity that the man who started the rumor was not mistaken. I had a setter bitch called Chispa, half mongrel and half wild; the two of us got along well together. I used to go with her often of a morning to the pond, a league and a half from the village, toward the Portuguese border. We never came home empty-handed. On the way back, the bitch used to run on ahead and wait for me at the crossroads, There was a round flat rock at that spot, like a low seat, and I remember it as fondly as I remember any person, or really, more fondly than many persons I have known. It was broad and hollowed out, and when I sat down there I could fit my arse (begging your pardon) nicely into the groove, and I felt so comfortable that I hated to leave. I would sit there at the crossroads for a long time, whistling to myself, my gun between my knees, looking at whatever there was to look at and smoking cigarettes. The bitch would sit in front of me, back on her haunches, and gaze at me with her head to one side, from a pair of wide-awake brown eyes. I would talk to her, and she would prick up her ears, as if she were trying to get the full meaning of every word. When I fell silent, she took ad­vantage of the lull to run around chasing grasshoppers, or maybe she would just shift her position a bit. When it was time to leave and I had to start off, for some reason I would always glance back over my shoulder at the stone, as if to bid it goodbye.”

 

 2035681-4259d54c7092fd11465de0d1cd5a968c.jpeg
Camilo José Cela (11 mei 1916 – 17 januari 2002)

 

 

De Britse schrijfster Rachel Billington werd geboren op 11 mei 1942 in Londen. Zie ook alle tags voor Rachel Billington op dit blog.

Uit: The Missing Boy

“His backpack was beginning to feel heavy so he unhitched the strap from each shoulder and let it fall to the ground. In a moment of glee, he thought there was no one to tell him where to put it or ask him what was inside it. In fact, he could hardly remember what he'd put into it. His leaving had been so sudden and had so disturbed him that his exit from the flat had been carried out in an emotional haze, noises too, strange vibrations in his head as he dashed about the house grabbing whatever seemed like a good idea. He did remember throwing in a large jar of Marmite because he'd heard explorers in the Himalayas took it for its vitamins. Once again, the boy advanced on the car. He had to trample down an army of nettles, which he did with some relish, before he could reach the door handle, which had a kind of push-in button. He pressed it without much hope of anything happening but, to his surprise, it swung slowly open, creakily, and only halfway, but still enough for him to peer in. Not too bad. It smelt of damp, and a shiny trail of some animal or other, slug or snail, he supposed, criss-crossed the seat. It would clean up. He put his head in further and was beginning to form a plan when there was suddenly an enormous bellowing, which gave him such a fright that he came out too quickly, cracking himself painfully on the head. He stood upright, rubbing the place. He'd also been stung on his hand, a cluster of red bumps. The noise wasn't repeated but he wasn't crazy enough to have imagined it. He moved cautiously round the car and saw, on the other side of a hedge, a whole gang of cows or bullocks. Anyway, the sort of animal that could moo in a bellowing sort of way. So this wasn't such a forgotten corner after all. Someone must look after them. Of course, nowhere in southern England was remote, he knew that, but the abandoned car and the derelict shed beyond had given the impression that no one ever came to this little bit of the world.“

 

 2035681-64bc6d117b0b9667b46322c7d3d14c01.jpg
Rachel Billington (Londen, 11 mei 1942)
Cover audio-cd

 

 

De Duitse dichter en schrijver Carl Ferdinand Max Hauptmann werd geboren op 11 mei 1858 in Obersalzbrunn. Zie ook alle tags voor Carl Hauptmann op dit blog.

 

März

Braune Scholle am Märzentag,
Kahles Gehügel und dürrer Hag.

Raget im blassen Sonnenschein
Einsam ein Pflug am Ackerrain.

Fern am Berge leuchtet die Stadt.
Wasser rauschen noch trüb und matt – –

Huschet leise, fast nicht zu sehn,
Rosiger Schimmer, duftiges Wehn.

Und im zerwühlten Ackergrund
Dränget Geheimnis in weiter Rund,

Strecket verstohlen Finger ans Licht,
Tastet und tastet zum Sonnenlicht.

Will aus der frischen Erde blühn,
Will mit Blüten die Welt durchziehn,

Frühling will werden mit Sang und Tanz,
Seelen und Bäume umblühet der Kranz,

Jubel und Jauchzen durchhallet den Hain,
Klinget und knospet in buntem Gedeihn –

Sauge den Odem, fühle es wehn,
Lausche, wie heimlichem Liebesgetön – –

Sitz auf dem Pfluge am Ackerrain,
Träume und träume vom Frühlingsein.

 

 2035681-2c4f74bba6ac5ed128a9256ca08f102f.jpg
Carl Hauptmann (11 mei 1858 – 4 februari 1921)
Borstbeeld door Thomas Reimann, 2001

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e mei ook mijn blog van 11 mei 2015 deel 2.



Geschreven door Romenu om 19:01 Reageer op dit bericht

Eva Menasse

De Oostenrijkse schrijfster Eva Menasse werd geboren op 11 mei 1970 in Wenen. Zij is de halfzus van schrijver Robert Menasse en dochter van voetballer Hans Menasse. Na haar studie germanistiek en geschiedenis werkte ze als redacteur, o.a. voor het Weense tijdschrift Profil en later voor het feuilleton van de Frankfurter Allgemeine Zeitung. Haar eerste boekpublicatie “Der Holocaust vor Gericht” verscheen in 2000. De band bevatte verslagen over het proces van de holocaust-ontkenner David Irving, dat in april 2000 in Londen werd afgesloten. In 2005 verscheen Menasse's eerste roman “Vienna”. In tal van anekdotes vertelt zij het fictieve verhaal van haar deel katholieke, deel Joodse familie. De destijds in de Frankfurter Allgemeine Zeitung voorgepubliceerde roman werd in de Duitse media overwegend positief beoordeeld, in de Oostenrijkse daarentegen nogal kritisch. In de herfst van 2005 stond hij op de bestseller lijsten in Duitsland en Oostenrijk. Menasse ontving de Rolf-Heyne debuutprijs voor “Vienna”, die al in het Nederlands, Engels, Italiaans, Hebreeuws, Sloveens en Tsjechisch is verschenen. In 2009 verscheen haar verhalenbundel “Lässliche Todsünden”, in 2013 de roman “Quasikristalle”

Uit:Quasikristalle

“Sommerferien. Seit Wochen hatte Judith das Grundstück ihrer Eltern kaum verlassen, den verwilderten Garten, das riesige, baufällige Haus, das ihre kleine Schwester in einer Mischung aus Dreistigkeit und Unschuld unsere Villa nannte. Als Mädchen hatte Judiths Mutter von einem Schlösschen geträumt, und Judiths Vater, der sich gerade mit Verve von seinen Eltern losgesagt hatte, weil sie Nazis gewesen waren und es dennoch wagten, seine junge Frau abzulehnen, war so verliebt und kopflos gewesen, mit geliehenem Geld diese Ruine zu kaufen. Weil sie theoretisch Jugendstil war. Aber seither, seit über vierzehn Jahren, wuchs ihm die Renovierung in hinterhältigen Schritten über den Kopf, als wüsste das Haus genau, dass er sich niemals geschlagen geben würde, und verurteilte ihn, den autodidaktischen Bauarbeiter, daher zu lebenslang.
Die Gewissheit, dass es jemals Schule gegeben hatte, löste sich in der Hitze auf. Die hektischen Überlebenskämpfe kurz vor dem Zeugnis nahmen sich von hier, in der Tiefe des Zeitgrabs, genauso schemenhaft aus wie die Aussicht auf den unvermeidlichen Wiederbeginn im Herbst, für dessen kleine Änderungen (Altgriechisch als neues Fach, die schwangere Mathelehrerin und vielleicht als Sensation ein neuer, gewiss wieder verhaltensgestörter Schüler) Judith nur mühsam Interesse hätte heucheln können. Aber es war ohnehin keiner da.
Xane war, anders als sonst, gleich nach Schulschluss nach Frankreich geschickt worden. Und Claudia verbrachte wie jedes Jahr fast die ganzen Ferien bei ihren Großeltern in einem fernen, westlichen Dorf. Judith und Xane wussten genau, dass ihre Briefe über Langeweile und Sehnsucht verschämte Lügen waren, denn Claudia war die geborene Bäuerin, das sah man schon an ihrem Gesicht. Bei jeder längeren Trennung steigerten sich Judith und Xane in eine Claudia-Verachtung hinein, die es eine Weile unmöglich erscheinen ließ, zu Schulbeginn wieder in die alten Gewohnheiten zu schlüpfen, das heißt, Claudia zum anhaltenden Erstaunen von Lehrern und Mitschülern als gutmütigen, dienstbaren Satelliten mit sich herumzuschleppen. Xane und Judith waren ein Amazonenduo, das sich zu blasiert für den Umgang mit dem Fußvolk gab. Keiner wagte es, sich mit ihnen anzulegen. Was Claudia erwarten würde, wenn sie sie fallen ließen, war nicht ganz klar. Aber vermutlich nichts Angenehmes.
Ein guter Kerl, hatte Xanes Mutter einmal über Claudia gesagt, und seither begannen Xane und Judith ihre kurzen, vergifteten Duette oft mit der Frage: Wie es wohl unserem guten Kerl geht?
Heute war ich mit der Oma in den Schwammerln, würde zum Beispiel die andere piepsig antworten, eine Ansichtskarte von Claudia aus Volksschulzeiten zitierend. Aber da sie älter und boshafter wurden, sagte inzwischen die Erste, wahrscheinlich mistet sie den Stall aus, und die Zweite spann weiter, und wäscht sich nachher die Haare mit Kernseife, woraufhin die eine ergänzte, du meinst, die Schamhaare, und die andere, schon unter gepresstem Gelächter, antwortete, hoffentlich wäscht sie nicht ihrem Opa die Schamhaare mit Kernseife, denn die beiden hatten vor Kurzem, nur auf Basis eines Fotos, befunden, Claudias Großvater sehe aus wie ein Kinderschänder.“

 

 2084136-215e7bc26ddfd4ceed06fc584ae3215f.jpg
Eva Menasse (Wenen, 11 mei 1970)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

J.C. Bloem, Herman Leenders, Didi de Paris, Ralf Rothmann, Jeremy Gable, Petra Hammesfahr, Roberto Cotroneo, Antonine Maillet, Johann Peter Hebel

De Nederlandse dichter J. C. Bloem werd geboren op 10 mei 1887 in Oudshoorn. Zie ook alle tags voor J. C. Bloem op dit blog en ook mijn blog van 10 mei 2013 en ook deze tags voor J. C. Bloem.

 

Aan een verloren vriend
Forlorn, the very word is like a bell.(Keats).

Gij zult me in 't vreemde land wel nooit gedenken,
Ook mij was schier ontgaan uw verre beeld.
Hoe komt dit nu uit jarenschemers wenken,
Zoo wazig als een droom een droom doorspeelt?

Toen 'k nog uw oogen zien, uw stemklank hooren
Vermocht, in 't stille stadje, ons beider woon,
Gingt gij mij reeds, hoe ik ook bad, verloren,
Want elk vond in dit leven ander schoon.

U joeg een wilde drang naar wereldsteden,
Waar 't leven krampt als in een snikkend hart,
En koortsdoorschroeid elk vliedt voor zijn verleden,
Maar in de strikken van het nu verward.

Mij liet het leven stil en peinzend achter
Voor altijd in gedroomde vlucht gestuit.
En 'k tuur, als op een berg een eenzaam wachter,
Over de dalen van 't verleden uit.

Wel kende ook ik dat einderwijd verlangen
Naar tochten over aardes breed gebied,
Als niet één dak onze onrust kan omvangen,
En iedre dageraad ons verder ziet.

Maar ik wist dit: slechts weingen is gegeven,
Weingen van ons, dien iedre schijn verleidt,
Het leven naar zijn schoonsten wil te leven:
De velen raken nooit tot zaligheid.

U beulden de onverzoenlijk-wreede vlagen
Van 's levens bitterheid en barren nood;
Toch zult ge nu zelfs niet uw keus beklagen:
Gij mocht niet anders, waar de droom gebood.

Maar mij zijt gij verloren. Lange stoeten
Van uren zijn sinds 't scheidingsuur vergaan.
En 'k wensch geen weerzien: als we elkaar ontmoetten
Zouden we, een vreemde naast een vreemde, staan. —

Hoe eindloos teer klinkt mij dit woord in de ooren,
Teer als aan middaglucht een ijle maan,
Die broze luiding van geluid: verloren.....
Is heel dit leven niet verloren gaan?

Weet dan, verslagene maar immer strevende,
Dat steeds mijn hart de erinnering bewaart:
Mijn vriendschap is U nog als voor een levende,
Mijn weemoed om U of ge een doode waart.

 

 

Feestavond

Roode lantarens hangen in het loover
Der boomenrijen langs de gracht en over
Het water liggen plekken rooden schijn,
Als uitgestorte, vurig-lichte wijn.

Onder de boomen gaan gearmde paren;
Zacht klinkt hun spreken als 't geruisch der blaren,
Zacht is hun lachen — de avond is zoo zwoel. —
Heel in de verte juicht kermisgejoel.

Ik loop alleen langs die geluk' ge menschen,
Verlangend, maar ik weet niet wat te wenschen...
Ach ja: óok lachend en gearmd te gaan
Door de avondstilte in deze luwe laan.

 

 2035339-d8b4761c0b50914406a1c7e95e4bda89.jpg
J.C. Bloem (10 mei 1887 – 10 augustus 1966)

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Herman Leenders werd geboren te Brugge op 10 mei 1960. Zie ook alle tags voor Herman Leenders op dit blog.

 

Ora pro nobis

Je kunt niet op twee oren
Tegelijk slapen
Er is geen dode zo stil
Dat ik niet wakker word
’s Nachts komt zij
Waken aan mijn bed
Als het geld verdiend is en geteld
Het kleine verdriet verteerd
De liefde slaapt, uitgeput
Het huis leeg en bekoeld Dan, oreert zij,
Is het beter te bidden
Dan te spreken tegen muren en leeg papier
Te wachten tot de krant valt
Te luisteren naar radiatoren, winterbanden
De ingewanden van de matras
Het is beter te bidden
Dan te bedwateren

 

 

De buitenwacht

Gelukkig de huizen
Waar de liefde woont
En de auto’s buiten slapen
Waar het naar hutsepot ruikt
Man en vrouw in de nacht
Vernesteld raken

’s Morgens krabt zij
Het ijs van zijn ruiten
Asemt een wak
Staat hem uit te wuiven
Op het trottoir, de bedkruiken
Wiegend onder haar kamerjas

 

 2035339-41b18286214230b99c26ff5f1b133262.jpg
Herman Leenders (Brugge, 10 mei 1960)

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Didi de Paris werd geboren op 10 mei 1957 in Leuven. Zie ook alle tags voor Didi de Paris op dit blog.

 

Ook wolkte ooit uit

Ook wolkte ooit uit
de percolator

in het kielzog
van de maandag

slierten
Popol Vuh

in het kielzog
van een Herzog

Ook wolkte
in het kielzog
van de percolator

geurende
Music for the funeral
of Queen Mary

in het kielzog
van haar maandag

Ook
Bach
en een hoop herrie
uit de prairie

wolkten
in de maandag

van het kielzog
uit de percolator

 

 2035339-ac532e8cb95e34f5fdcac26b248436bb.JPG
Didi de Paris (Leuven, 10 mei 1957)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Ralf Rothmann werd op 10 mei 1953 geboren in Schleswig. Zie ook alle tags voor Ralf Rothmann op dit blog.

Uit: Im Frühling sterben

„Das Schweigen, das tiefe Verschweigen, besonders wenn es Tote meint, ist letztlich ein Vakuum, das das Leben irgendwann von selbst mit Wahrheit füllt. —Sprach ich meinen Vater früher auf sein starkes Haar an, sagte er, das komme vom Krieg. Man habe sich täglich frischen Birkensaft in die Kopfhaut gerieben, es gebe nichts Besseres; er half zwar nicht gegen die Läu-se, roch aber gut. Und auch wenn Birkensaft und Krieg für ein Kind kaum zusammenzubringen sind — ich fragte nicht weiter nach, hätte wohl auch wie so oft, ging es um die Zeit, keine genauere Antwort bekom-men. Die stellte sich erst ein, als ich Jahrzehnte später Fotos von Soldatengräbern in der Hand hielt und sah, dass viele, wenn nicht die meisten Kreuze hinter der Front aus jungen Birkenstämmen gemacht waren. Mein Vater hatte selten einmal gelächelt, ohne deswegen unfreundlich zu wirken. Der Ausdruck in seinem blassen, von starken Wangenknochen und grünen Au-gen dominierten Gesicht war unterlegt von Melancho-lie und Müdigkeit. Das zurückgekämmte dunkelblon-de Haar, scharf ausrasiert im Nacken, wurde von Brisk in Form gehalten, das Kinn mit der leichten Einker-bung war immer glatt, und die vornehme Sinnlichkeit seiner Lippen schien nicht wenige Frauen beunruhigt zu haben; es gab da Geschichten. Seine etwas zu kurze Nase hatte einen kaum merklichen Stups, so dass er im Profil etwas jünger wirkte, und der Blick ließ in ent-spannten Momenten eine schalkhafte Menschlichkeit und eine kluge Empathie erkennen. Aber seine Schön-heit war ihm selbst kaum bewusst, und falls sie ihm denn einmal aufgefallen wäre, hätte er ihr vermutlich nicht geglaubt. Alle Nachbarn mochten ihn, den immer Hilfsbereiten, das Wort hochanständig fiel oft, wenn von ihm die Rede war; seine Kumpel in der Zeche nannten ihn anerken-nend Wühler, und kaum einer stritt je mit ihm. Er trug gewöhnlich Hosen aus Cord, deren samtiges Schim-mern sich schon nach der ersten Wäsche verlor, sowie Jacken von C&A. Doch die Farben waren stets ausgesucht, ließen ein kurzes Innehalten bei der Wahl erken-nen, eine Freude an der geschmackvollen Kombination, und niemals hätte er Sneakers oder ungeputzte Schu-he, Frotteesocken oder karierte Hemden angezogen.“

 

 2035339-7205186205b235d43089e19f417419fb.jpg
Ralf Rothmann (Schleswig, 10 mei 1953)

 

 

De Amerikaanse toneelschrijver Jeremy Gable werd geboren op 10 mei 1982 in Lakenheath, Suffolk, in Engeland. Zie ook alle tags voor Jeremy Gable op dit blog. 

Uit: American Way

“TIME: Autumn morning, present year.
PLACE: A near-empty cafe.
AT RISE: Two support columns stand on either side of the stage, holding up the roof of the cafe. In between the columns, a table sits C, with a steaming cup of tea, a tall glass of water, and four chairs. CRESCENT WONDER enters, holding a beer. He wears a mask with cut-out eyeholes, a cape, and a spandex suit with a crescent moon on his chest. He is a retired superhero. He raises his glass and shouts:
CRESCENT: I'd like to propose a.. (He stops and looks around Spotting no one, he sits in one of the chairs and sighs) Here's to retirement (He lifts his glass, clinks with an imaginary glass, and takes a swig. Pause. He stares into his beer and starts SINGING his theme song) When the day turns to night/Evildoers run in fright/ For they know that if they/Make the slightest blunder/By the power of the moon/He will be approaching soon/For he's the greatest!/He's the Crescent Wonder! (He raises his beer in triumph on the last part °Ate song. Pause. He looks at his beer and quietly repeats:) To retirement.
(As CRESCENT takes another drink FIREBANG bright orange tights, boots, thick rubber gloves, an undershirt. His entrance is frenzied and abrup imply.)
ENTERS, wearing a mask but with his name would imply.)”

 2035339-20190e9206cb8c2097303fc14196014e.jpg
Jeremy Gable (Lakenheath, 10 mei 1982)
Scene uit een opvoering in  Fullerton, California, 2006

 

 

De Duitse schrijfster Petra Hammesfahr werd geboren in Immerrath op 10 mei 1951. Zie ook alle tags voor Petra Hammesfahr op dit blog.

Uit: Die Mutter

„Anne und ihr Freund Patrick Urban diskutierten eifrig, ob es sich lohnte, für einen bestimmten Film nach Köln zu fahren, obwohl er garantiert in spätestens drei oder vier Wochen auch in «unserem» Kino gespielt wurde. Dann das Hufgetrappel in der Einfahrt. Jürgen öffnete die Augen, grinste und sagte: «Die Hunnen kommen.» Mutter griff eilig nach der Zuckerdose. Damit es nicht gar so auffällig war, nahm sie auch das Sahnekännchen mit in die Küche. Sie verschwand durch die Tür, gerade als Rena hoch zu Ross um die Hausecke bog.
«Dachte ich mir, dass ihr draußen sitzt. Ist noch ein Stück Torte da?» Ihre Augen schweiften über den Tisch, sie stieg ab und sprang mit zwei Sätzen zu uns herauf.
«Musst du das Tier nicht anbinden?», erkundigte sich Mutter durch die offene Küchentür. Das Pferd stand einfach da.
Es war eine Fuchsstute; ein schönes Tier, soweit ich das beurteilen kann. Ich habe nicht viel Ahnung von Pferden, für mich sind sie nur groß. Rena warf der Stute einen Blick über die Schulter zu.
«Schön stehen bleiben und nicht den Rasen anfressen. Wenn du brav bist, gibt’s was Feines.»
Sie stürmte in die Küche. Ich hörte Mutters Protest: «Aber doch nicht mit den Fingern.»
Jürgen grinste immer noch. Vater kam aus dem Garten zurück und tätschelte der Stute den Hals. «Du bist ein braves Mädchen, Tanita. Ja, du bist ein braves Mädchen.»
Rena erschien wieder auf der Terrasse, einen Sahneklecks am Kinn, in einer Hand ein angebissenes, zerbröselndes Tortenstück, in der anderen ein paar Zuckerwürfel. Sie hielt der Stute die offene Hand mit den Würfeln hin, stopfte sich den Rest der Torte in den Mund, wischte sich die Hände an der Hose ab, schwang sich kauend in den Sattel und verschwand, wie sie gekommen war. «Bis später, Leute.»
Es gibt Momente, die gaukeln einem vor, man sei unverwundbar. Der Sonntagnachmittag im Mai war so einer.“

 

 2035339-77ce2b38a2ac3aaa9618e1376b2036ea.jpg
Petra Hammesfahr (Immerrath, 10 mei 1951)
Cover

 

 

De Italiaanse schrijver Roberto Cotroneo werd op 10 mei 1961 geboren in Alessandria. Zie ook alle tags voor Roberto Cotroneo op dit blog.

Uit:Letters to my son on the love of books (Vertaald door N. S. Thompson)

“Jim is suddenly startled by the vice-like grip. It will frighten you, Francesco, as it frightened me. Then it becomes worse, because at Jim's refusal ("Sir ... upon my word I dare not”), Pew becomes terrifying and responds: "`Oh,’ he sneered, `that's it! Take me in straight, or I'll break your arm.'/And he gave it, as he spoke, a wrench that made me cry out./`Sir,' I said, `it is for yourself I mean. The captain is not what he used to be. He sits with a drawn cutlass. Another gentleman—'/ `Come, now, march,' interrupted he; and I never heard a voice so cruel and cold, and ugly as that blind man's."
Let's pause a moment here, Francesco. Pew is a terrifying pirate who lost his sight when taking a ship in a boarding, the very same in which Long John Silver lost a leg. They were sailing with Flint, a name which inspired fear even many years after the pirate's demise. Now Pew and his companions want to get the pirate's gold back and will go to any lengths to get it. Like Black Dog, the pirate with two fingers missing on his left hand, Pew has squandered everything he earned as a pirate and is now living as a beggar. Being a young boy, Jim has never encountered such shady characters as these. They are real pirates, Francesco, and not like Captain Hook. Boarding ships has left them mutilated, with deep scars often going deeper than the soul. Pew delivers the black spot as a kind of warning or ultimatum to the captain who turns pale when he sees it and collapses heavily to the floor, dead. He dies not only from rum, but from fear. From that moment on, the adventure begins. Jim has only one choice if he wishes to grow: he must go to the island of treasure, become acquainted with Long John Silver, learn what duplicity is, and return home again, with the sound of the sea surf in his ears; but first he must rummage through the captain's sea-chest, after shutting the bolt of the inn door. He has to undertake this with a fear that clutches you by the throat in order to understand that the fear of those shady characters was almost unjustified. Jim and his mother are counting out the money that the captain owed them until, "When we were half-way through, I suddenly put my hand upon her arm; for I had heard in the silent, frosty air a sound that brought my heart into my mouth—the tap-tapping of the blind man's stick upon the frozen road.“

 

 2035339-39ec5de872d291d1c237e6638facb880.jpg
Roberto Cotroneo (Alessandria, 10 mei 1961)

 

 

De Canadese schrijfster Antonine Maillet werd geboren op 10 mei1929 in Bouctouche, New Brunswick. Zie ook alle tags voor Antonine Maillet op dit blog.

Uit: Bearsaga (L’Oursiade, vertaald door david L. Koral)

“Raised at the edge of the woods, beyond the reach of the parish, a bastard child of an unknown father and an unworthy mother, he was orphaned at birth, and had grown up on the margins. Even beyond the four or five villages that dotted the River. He made his home (though such a word rang false in the ears of a homeless man) high up, near the headwaters, where the river is still called a stream–namely, River’s Stream. It was there that Simon had dug in the foundation beams of his cabin. It was there that he had grown up. At fifteen, he was six feet tall, his full size. He would grow no more. He’d achieved his autonomy and freedom as well. He broke out in a wide-faced, ear-to-ear grin whenever Ozite had told him so. His wild, independent streak took root during his days in diapers, practically. As for his freedom, well, he’d conquered that bit by bit, like a stretch of land. But Halfbreed’s land was the woods.
In the woods, freedom loses its meaning. Too many ties. Too much ivy, too much bramble, too many wild animals, great and small, the masters of the forest. He who enters their territory is the true savage. On their own terrain, in the middle of the forest, all animals are tame. He was young when he made this discovery, and he was so overwhelmed by the feeling that he could not keep it to himself. Yet neither the hunters from the coves and bays, nor those from the hills, could ever understand. Loup-Joseph simply laughed. With a rifle on his shoulder, a hunting cap over his forehead, and chewing tobacco in his cheek, a hunter who enters the woods knows how to distinguish the wild from the tame, and knows his rights. He knows that moose and deer keep their hooves sharp. Even a half-ton male bear? Well, let’s say five or six hundred pounds. Before his rifle was confiscated, Loup-Joseph had bagged one for himself. Then there was Full Gallop. Zéphire, too. What’s there to say? A hunter’s a hunter. Simon had nothing against that. He simply claimed that the bear was at home in his woods, just as Zéphire was at home on his own land, where the covered bridge reigned. That the hunt began the very moment either man or beast crossed into the other’s territory. Loup-Joseph laughed even louder. At the rate things were going, they’d soon be seeing the bear adjusting his rifle, taking aim at a four-legged Simon, with his tail in the air and his fur standing on end.“

 

 2035339-65260c00ed10947fdb50571823da65d3.jpg
Antonine Maillet (Bouctouche, 10 mei 1929)

 

 

De Duitse dichter,schrijver, pedagoog en theoloog  Johann Peter Hebel werd geboren op 10 mei 1760 in Basel. Zie ook alle tags voor Johann Peter Hebel op dit blog.

Uit: Kannitverstan

„Schon standen ganze Reihen von Kisten und Ballen auf- und nebeneinander am Lande. Noch immer wurden mehrere herausgewälzt und Fässer voll Zucker und Kaffee, voll Reis und Pfeffer und salveni Mausdreck darunter. Als er aber lange zugesehen hatte, fragte er endlich einen, der eben eine Kiste auf der Achsel heraustrug, wie der glückliche Mann heiße, dem das Meer alle diese Waren an das Land bringe. »Kannitverstan«, war die Antwort. Da dacht er: Haha, schaut's da heraus? Kein Wunder, wem das Meer solche Reichtümer an das Land schwemmt, der hat gut solche Häuser in die Welt stellen und solcherlei Tulipanen vor die Fenster in vergoldeten Scherben. Jetzt ging er wieder zurück und stellte eine recht traurige Betrachtung bei sich selbst an, was er für ein armer Teufel sei unter so viel reichen Leuten in der Welt. Aber als er eben dachte: Wenn ich's doch nur auch einmal so gut bekäme, wie dieser Herr Kannitverstan es hat, kam er um eine Ecke und erblickte einen großen Leichenzug. Vier schwarz vermummte Pferde zogen einen ebenfalls schwarz überzogenen Leichenwagen langsam und traurig, als ob sie wüßten, daß sie einen Toten in seine Ruhe führten. Ein langer Zug von Freunden und Bekannten des Verstorbenen folgte nach, Paar und Paar, verhüllt in schwarze Mäntel und stumm. In der Ferne läutete ein einsames Glöcklein. Jetzt ergriff unsern Fremdling ein wehmütiges Gefühl, das an keinem guten Menschen vorübergeht, wenn er eine Leiche sieht, und blieb mit dem Hut in den Händen andächtig stehen, bis alles vorüber war.“

 

 2035339-0422cedec2f8341d1a4be387d04fb1d5.jpg
Johann Peter Hebel (10 mei 1760 – 22 september 1826)
Postzegel bij zijn 225e geboortedag in 1985

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e mei ook mijn blog van 10 mei 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:31 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten