Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 12 mei 2017 tot 13 mei 2017

Jan Lauwereyns, Reinout Verbeke, Bruce Chatwin, Daphne du Maurier, Kathleen Jamie, Armistead Maupin, Alphonse Daudet, Kōji Suzuki

De Vlaamse dichter Jan Lauwereyns werd geboren op 13 mei 1969 in Antwerpen. Zie ook alle tags voor Jan Lauwereyns op dit blog.

 

Lectori salutem

Je fronst je lippen bij het lezen van de achterflap.
Je tandenknarst en spreidt je neusvleugels -
de onderlip kon wat meer nadruk hebben.
Het haar helt over je wenkbrauwen, valt dan
in pieken naar beneden.

Zo gaat het in een handomdraai pijpen-
stelen regenen op hardhorige tortelduiven
en zachtjes fluisterende pantervrouwen,
en alles wat in spiegelschrift geschreven
wordt, verdrinkt dan in de plas.

 

 

Zeer persoonlijke muggen en hun tijd

Het gieren van golven,
de versterkte luchtstroom.

‘Iets coronaals, dat je net hebt gehoord
als je het hoorde.’

Ze verscheen als een kleine zwarte stip
die zich traag maar zeker over de
zonneschijf voortbewoog.

De gedachte liet zich weer denken
dat automorfe functies toch wel
noodzakelijk waren.

‘Het kan zijn dat er iemand is.’
Aldus het nagelaten bloed.

Hebben we bewijs van spijt?

(Rommelige ingewikkelde grafieken.)
(Niets nieuws vergeleken bij vorig jaar.)

 

 

Fragmenten galopperen

Het labyrint, aandacht,
is niets dan een weg om het lichaam
van dit woord naar het volgende te voeren.

Hoe de hiel zich licht!
Hoe de enkel scharniert!

Das Fragment an sich, da capo con malinconia.

Askleurig stromend
laat de rivier dwars door goud
de tijger drinken.

Muze, vernietig ons integraal.
Handen, krabbelen maar.

The flight to Seoul [uitgesproken als ziel]
is now ready for boarding.

Lippen, doe jullie ding.

 

 2036096-98d8ebda93498890038744af7e472509.jpg
Jan Lauwereyns (Antwerpen, 13 mei 1969)

 

 

De Vlaamse dichter Reinout Verbeke werd geboren op 13 mei 1981 in Roeselare. Zie ook alle tags voor Reinout Verbeke op dit blog.

 

Vader Staat

Geland in het Land van de makke cadans
van bakken vallend glas in vuilniswagens,
intussen het blussen van mailboxen, het aanblazen
van smeulende vrienden. Hier tikt de beige chauffage
waarnaast we op woensdagen
vrijend tot stilstand komen

Dit is het dan, ontheemd wonen in Hem
die het systeem vader bedacht
de draaideur, het rattenrad
waarin de verleden vaders
zich voorzichtig
leerden vermenigvuldigen
tot de vaders van vandaag

Dit is het Vaderland, dat na de daad
de drift van teen tot hals begraaft, aanstampt,
en het hoofd voor de vorm
de vluchtwegen uitstippelt

Dit zondagse gedicht dat Hij
voorzag

 

 

Vlek

Ergens bij de lidwoorden zit een lek in de taal
waarlangs een blauwe, hete stof
op mijn schedel drupt
tot mijn kop smelt en een en al
het blauwe spul wordt
en smeltend
overloopt in nek en schouders
in borstkas en buik
in lies
in knie
in voet
in een vlek

Er is op verzoek geen beter beeld
dan dat waarin ik verdwijnend
jou nooit genoeg zal zijn

 

 2036096-65926132574da43fbcd7a852608d8ccd.jpg
Reinout Verbeke (Roeselare, 13 mei 1981)

 

 

De Engelse schrijver Bruce Chatwin werd op 13 mei 1940 in Sheffield geboren. Zie ook alle tags voor Bruce Chatwin op dit blog.

Uit: De gezongen aarde (Vertaald door Peter van Oers)

"Tijdens zijn werk als onderwijzer hoorde Arkady over het labyrint van onzichtbare paden die zich door heel Australië slingeren en door Eu-ropeanen `Droomwegen' of 'Zangsporen' worden genoemd en door de Aboriginals <de voetstappen van de voorouders' of `de weg van de wet'. De scheppingsmythen van de Aboriginals verhalen van legendarische totemische wezens die in de Droomtijd over het continent hadden ge-zworven, terwijl deze de naam zongen van alles wat ze op hun weg von-den — vogels, dieren, planten, rotsen, waterplaatsen — en zo de wereld tot leven zongen."
(...)

"... De eerste reizigers meldden dat de Aboriginals geen verband legden tussen seks en voortplanting: een bewijs, als dat al nodig was, van hun hopeloos 'primitieve' manier van denken. Dit was natuurlijk onzin. Ie-mand wist best wie zijn vader was. Maar daarnaast was er nog een soort parallelvaderschap dat zijn ziel verbond met een bepaald punt in het landschap. Elke voorouder zou, terwijl hij zich een weg door het land zong, een spoor van levenscellen' of 'geesteskinderen' hebben uitgezaaid langs de baan van zijn voetstappen. `Een soort muzikaal sperma', zei Arkady, waar iedereen om moest la-chen, zelfs Flynn ditmaal. Het idee was dat het lied zich over de grond uitstrekte in een ononder-broken aaneenschakeling van coupletten: een couplet per paar voetaf-drukken van de voorouder, bestaande uit de namen die hij onder het lopen 'uitzaaide'. `Een naam naar rechts en een naam naar links?' `Ja,' zei Flynn. Zo moet je je een zwangere vrouw voorstellen die rondscharrelde op haar dagelijkse fouragetocht. Opeens stapt ze op een couplet, het 'gees-teskind' springt op, via haar teennagel naar haar vagina of in een eelt-kloof in haar voet, zoekt zijn weg naar haar baarmoeder en bevrucht de foetus met gezang. `De eerste schop van de baby,' zei hij, 'valt samen met de "geestesbevruchting".

 

 2036096-d7f9a79a5e38f766cb732a56759e2d9b.jpg
Bruce Chatwin (13 mei 1940 – 18 januari 1989)
Cover

 

 

De Britse schrijfster Daphne du Maurier werd geboren in Londen op 13 mei 1907. Zie ook alle tags voor Daphne du Maurier op dit blog.

Uit: Jamaica Inn

“This was a lashing, pitiless rain that stung the windows of the coach, and it soaked into a hard and barren soil. No trees here, save one or two that stretched bare branches to the four winds, bent and twisted from centuries of storm, and so blackened were they by time and tempest that, even if spring did breathe on such a place, no buds would dare to come to leaf for fear that the late frost should kill them. It was a scrubby land, without hedgerow or meadow; a country of stones, black heather, and stunted broom.
There would never be a gentle season here, thought Mary; either grim winter as it was today, or else the dry and parching heat of midsummer, with never a valley to give shade or shelter, but grass that turned yellow-brown before May was passed. The country had gone grey with the weather. Even the people on the road and in the villages changed in harmony with their background. At Helston, where she had taken the first coach, she had trodden familiar ground. So many childish memories clung about Helston. The weekly drive to market with her father in the vanished days, and, when he was taken from them, the fortitude with which her mother held his place, driving backwards and forwards, winter and summer, as he had done, with her hens and her eggs and her butter at the back of the cart, while Mary sat at her side, clutching a basket as big as herself, her small chin resting on the handle. Folk were friendly in Helston; the name of Yellan was known and respected in the town, for the widow had had a hard fight against life when her husband died, and there were not many women who would have lived alone as she did with one child and a farm to tend, with never a thought of taking another man. There was a farmer at Manaccan who would have asked her had he dared, and another up the river at Gweek, but they could tell from her eyes she would have neither of them, but belonged in body and mind to the man who had gone. It was the hard work of the farm that told upon her in the end, for she would not spare herself, and, though she had driven and flogged her energy for the seventeen years of her widowhood, she could not stand up to the strain when the last test came, and her heart went from her.”

 

 2036096-b0f4c4aecb90cd8ab977c285eb8ab789.jpg
Daphne du Maurier (13 mei 1907 – 19 april 1989)
Cover 

 

 

De Schotse dichteres Kathleen Jamie werd geboren op 13 mei 1962 in Currie, Edinburgh. Zie ook alle tags voor Kathleen Jamie op dit blog.

 

Before The Wind

If I'm to happen upon the hill
where cherries grow wild
it better be soon, or the yellow-
eyed birds will come squabbling

claiming the fruit for their own.
Wild means stones barely
clothed in flesh, but that's rich
coming from me. A mouth

contains a cherry, a cherry
a stone, a stone
the flowering branch
I must find before the wind

scatters all trace of its blossom,
and the fruit comes, and yellow-eyed birds.

 

 

The Dipper

It was winter, near freezing,
I'd walked through a forest of firs
when I saw issue out of the waterfall
a solitary bird.

It lit on a damp rock,
and, as water swept stupidly on,
wrung from its own throat
supple, undammable song.

It isn't mine to give.
I can't coax this bird to my hand
that knows the depth of the river
yet sings of it on land.

 

 2036096-fe434f01d77c7af4f738469e9df36604.jpg
Kathleen Jamie (Currie, 13 mei 1962)

 

 

De Amerikaanse schrijver Armistead Jones Maupin Jr. werd geboren op 13 mei 1944 in Washington. Zie ook alle tags voor Armistead Maupin op dit blog.

Uit: Mary Ann in Autumn

“As soon as she caught sight of the lych-gate at Number 28, a flock of wild parrots swooped low over the lane, cackling like crones. Those birds—or ones just like them—had been here when she was here, long before they became global celebrities in a popular documentary. She remembered how proud she had felt when she saw that film in Darien, and how utterly irrational that feeling had been, as if she were claiming intimacy with someone she had known slightly in high school who had grown up to be famous.
Those birds did not belong to her anymore.
The lych-gate was the same, only new. The redwood shingles on its roof had been crumbly with dry rot when she moved to the East Coast in the late eighties. Now they were made of slate—or a good imitation thereof. The gate itself, once creaky but welcoming, had been fitted with a lock and a buzzer and something under the eaves that looked like a security camera. So much for a quick snoop around the garden.
She peered through a hole in the lattice at what she could see of the house. The shingle siding had been replaced, and fairly recently. The trim around the windows was painted a hard, glossy black. There were now French doors opening onto the courtyard in roughly the spot where Mrs. Madrigal’s front door had been. (Had anyone even thought to save that door with its wonderful stained-glass panels?) Most of the outside stairways, she noticed with a shiver, had been removed or modified to serve the transformation of an apartment house into—what was the official term?—a Single-Family Dwelling.
We had been a family, she thought. Even in our separate dwellings.
From this angle, of course, she couldn’t see the little house on the roof, the funky matchbox studio Mrs. Madrigal’s tenants had referred to as “the pentshack.” Her guess was it no longer existed, given the extensive nature of this remodeling. It had probably been replaced by a deck—or another floor entirely—and she wasn’t sure how to feel about that. Her memories of the place held both dread and delight.”

 

 2036096-59050f45252f16e7cad7f3cd006b012b.jpg
Armistead Maupin ( Washington, 13 mei 1944) 

 

 

De Franse dichter en schrijver Alphonse Daudet werd geboren in Nîmes op 13 mei 1840. Zie ook alle tags voor Alphonse Daudet op dit blog.

 

Trois jours de vendanges

Je l’ai rencontrée un jour de vendange,
La jupe troussée et le pied mignon ;
Point de guimpe jaune et point de chignon :
L’air d’une bacchante et les yeux d’un ange.

Suspendue au bras d’un doux compagnon,
Je l’ai rencontrée aux champs d’Avignon,
Un jour de vendange.

* * *

Je l’ai rencontrée un jour de vendange.
La plaine était morne et le ciel brûlant ;
Elle marchait seule et d’un pas tremblant,
Son regard brillait d’une flamme étrange.

Je frisonne encore en me rappelant
Comme je te vis, cher fantôme blanc,
Un jour de vendange.

* * *

Je l’ai rencontrée un jour de vendange,
Et j’en rêve encore presque tous les jours.
Le cercueil était couvert en velours,
Le drap noir avait une double frange.

Les sœurs d’Avignon pleuraient tout autour…
La vigne avait trop de raisins ; l’amour
A fait la vendange.

 

 2036096-6061d758fe329583c1f8eff0dcb4a9ac.jpg
Alphonse Daudet (13 mei 1840 - 17 december 1897)
Alphonse Daudet dans son cabinet de travail avec son épouse (détail) door Louis Montegut, ca. 1880

 

 

De Japanse schrijver Koji Suzuki werd geboren op 13 mei 1957 in Hamamatsu.Zie ook alle tags voor Kōji Suzuki op dit blog.

Uit:Ring (Vertaald door Robert B. Rohmer en Glynne Walley)

“She looked at the clock. Almost eleven. She thought of watching the day's baseball wrap-up on TV. Maybe she'd catch a glimpse of her parents in the infield seats. But Tomoko, who wanted in the worst way to get into college, was worried about the test. All she had to do was get into college. It didn't matter where, as long as it was a college. Even then, what an unfulfilling summer vacation it had been! The foul weather had kept her from having any real fun, while the oppressive humidity had kept her from getting any work done.
Man, it was my last summer in high school. I wanted to go out with a bang and now it's all over. The end.
Her mind strayed to a meatier target than the weather to vent her bad mood on.
And what's with Mom and Dad anyway? Leaving their daughter all alone studying like this, covered in sweat, while they go gallivanting out to a ball game. Why don't they think about my feelings for a change?
Someone at work had unexpectedly given her father a pair of tickets to the Giants game, and so her parents had gone to Tokyo Dome. By now it was almost time for them to be getting home, unless they'd gone out somewhere after the game. For the moment Tomoko was home alone in their brand-new house.
It was strangely humid, considering that it hadn't rained in several days. In addition to the perspiration that oozed from her body, a dampness seemed to hang in the air. Tomoko unconsciously slapped at her thigh. But when she moved her hand away she could find no trace of the mosquito. An itch began to develop just above her knee, but maybe it was just her imagination. She heard a buzzing sound. Tomoko waved her hands over her head. A fly. It flew suddenly upwards to escape the draft from the fan and disappeared from view. How had a fly gotten into the room? The door was closed. Tomoko checked the window screens, but nowhere could she find a hole big enough to admit a fly. She suddenly realized she was thirsty. She also needed to pee.”

 

 2036096-95e2f66af6bb3a961f0c4d95243cfbc3.jpg
Kōji Suzuki (Hamamatsu, 13 mei 1957)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13 mei ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 10:47 Reageer op dit bericht

Gregor von Rezzori, Theo van Baaren, Reinhold Schneider, Jacob Haafner, Adolf Muschg, Roch Carrier, Franz Michael Felder

De Oostenrijkse schrijver en acteur Gregor von Rezzori werd geboren op 13 mei 1914 in Czernowitz. Zie ook alle tags voor Gregor von Rezzori op dit blog.

Uit: Mir auf der Spur

„Es war einmal ein Tag, da wollte ich einen Blick in die Zukunft tun. Einen winzigen nur, allerdings. Nach einigen vorangegangenen Einblicken in das, was doch demnächst Vergangenheit sein sollte, bin ich nicht mehr neugierig auf morgen. Das Kommende kommt, habe ich gelernt. Das Geschehende geschieht. Es geschieht mit mir über mich hinweg. Es läßt mir kaum Entscheidung über den nächsten Augenblick. Ich weiß: Dieser nächste Augenblick – jedernächste Augenblick - birst vor Fatalität. Was immer ich nach Gutdünken wähle, wird Folgen haben, deren Wendungen ich nicht voraussehe. Sie werden mitbestimmt von der Zeit. Sie verlaufen darin, wie alles sich in der Zeit verläuft. Daß es gewesen ist, davon zeugt allein, was sich davon erzählen läßt. Die Welt ist ein ungeheuerlicher Speicher von erzähltem Wiedererzählbarem. Alles Gewesene ist gewesen wie die Saurier. Es war einmal.
An jenem fernen Tag war ich bedrängt von einem Wunsch und mußte wissen, ob er in Erfüllung gehen würde. Es war der Wunsch, einen Schritt aus Deutschland hinauszutun. Nach Deutschland war ich geraten wie in eine Falle. Das Zeitgeschehen hatte mich hingeschwemmt. Gestrandet war ich in Hamburg an der Elbe. Dort gehörte ich nicht hin. Ich war's nicht, der dort unter meinem Namen, mit meiner Nase, meinem blauen Blick, meinen besonderen unvermerkten Merkmalen und in meinen Kleidern herumlief; und war doch erst recht auf mich festgelegt. Mir war nicht wohl in meiner Haut. Ich verspürte das Bedürfnis, aus mir heraus zu mir zurückzufinden. Es lag aber nicht in meiner Macht, anderswohin zu gehen und wieder in meine alte Haut zu schlüpfen. Sie war mir abhanden gekommen. Später habe ich versucht, mir einige ihr ähnliche umzulegen. Es waren Verkleidungen. Das Kostüm paßte nicht zur Epoche. Damals erst recht nicht.“

 

 2036091-b381a34ed62583122cebe1ccb02787b4.jpg
Gregor von Rezzori (13 mei 1914 – 23 april 1998)

 

 

De Nederlandse dichter, vertaler en godsdiensthistoricus Theo van  Baaren werd op 13 mei 1912 geboren in Utrecht. Zie ook alle tags voor Theo van Baaren op dit blog.

 

God, werp mij niet...

God, werp mij niet als een verrotte vrucht
bij mest en slijk in Uw verbolgenheid,
aanhoor nog eenmaal, wat ik biddend zucht:
Ik wil, maar kan niet! ach, Uw heiligheid
is veel te groot voor mij, Uw kleinste zoon,
en wat ik doe, spreekt, wat ik wilde, hoon.
Ik kan niet zelf. Wijkt Gij geheel van mij,
spoel 'k dra aan land met winden en getij.

 

 

In duizend dingen..

In duizend dingen zag ik U verschijnen,
om duizend hoeken Uwe schim verdwijnen,
in duizend nachten hoorde ik Uw stem,
maar nu ik eenzaam door de branding zwem
van 't hete leven tussen scherpe klippen
voel ik mij alle zekerheid ontglippen
en weet mij ver van Uw Jerusalem.

 

 2036091-84319a33f4d14a62700a2fd9dc0812f3.JPG
Theo van  Baaren (13 mei 1912  -  4 mei 1989)
Cover

 

 

De Duitse dichter Reinhold Schneider werd op 13 mei 1903 geboren in Baden-Baden. Zie ook alle tags voor Reinhold Schneider op dit blog.

Nun baut der Wahn die tönernen Paläste

Nun baut der Wahn die tönernen Paläste
Und läßt sein Zeichen in die Straßen rammen;
Er treibt das blindverirrte Volk zusammen
Von Lärm zum Lärm und vom Fest zum Feste.

Schon reißt der höllische Schwarm verruchter Gäste
Die letzten mit, die bessrer Art entstammen,
Und tanzend in des Hasses grellen Flammen,
Entweihn sie noch der Toten arme Reste.

Jetzt ist die Zeit das Kreuz des Herrn zu lieben
Und auszufüllen jeden unsrer Tage
Mit Opfer und Verzicht und heißen Bitten.

Es wird das Wahnreich über Nacht zerstieben
Und furchtbar treffen uns des Richters Frage,
Ob Stund um Stunde wir Sein Reich erstritten.

 

 

Den Technikern

Ihr fasst die Dinge nüchtern in die Augen,
So wie sie sind, nicht größer, nicht geringer.
Ihr seid des Lebens rechnende Bezwinger
Und habt das Recht, es völlig auszulaugen!

Wie alle Dinge euren Zwecken taugen
Und jedem Druck sich fügen eure Finger!
Wie sie im Dienst der Heil- und Segenbringer
Sich finden, formen, hämmern, wählen, saugen!

Phantasien, die ihr seid! In euch entsprang
Die karge Welt, die ihr bestätigt findet!
Fort rollt von Untergang zu Untergang

Das Rad, und keiner greift ihm in die Felgen!
Ihr träumt die Nüchternheit! Ihr träumt und schwindet. –
Ich lieb’s, im Reich der Wirklichkeit zu schwelgen

 

 2036091-4a0b093ea9706c7a4c69cc18de65eb90.jpg
Reinhold Schneider (13 mei 1903 – 6 april 1958)
Cover

 

De Duits-Nederlandse schrijver Jacob Gottfried Haafner werd geboren op 13 mei (volgens anderen op 13 maart) 1754 in Halle an der Saale. Zie ook alle tags voor Jacob Haafner op dit blog. 

Uit: Lotgevallen op eene reize van Madras over Tranquebaar naar het eiland Ceilon

“Eindelijk na verbazend sukkelen kwamen wij op de Nagapatnamsche reede. Het volgende geval was oorzaak, dat ik 'er aan den wal werd bescheiden.
Onze kapitein, (Koelbier was de naam van dezen tijger,) had, geduurende onze reize, het scheepsvolk, en zelfs verscheidene onder- en opper- Officieren, op eene schandelijke en allerbeestachtigste manier behandeld. Dit was zijne gewoonte, zoo had hij altijd geleefd op alle de schepen die hij kommandeerde.
Onder andere mishandelingen, liet hij, om eene geringe oorzaak, twee Lascars, zoo vreezelijk met touwen, anders gezegd endjes, slaan, dat zij het beide, nog dien zelfden dag, bestierven.
Ik had heimelijk eene verklaaring opgemaakt, waarin dit afschuwelijk feit op eene krachtige en aandoenelijke wijze was voorgesteld; zij was door mij, den Dominé of Ziekentrooster, den tweeden Derdewaak, (die hij beide in den kuil had geschopt), den Schieman, den Konstapel, en eenige andere onder- Offiçieren, en sommige van het scheepsvolk, onderderteekend, en met deze voorzien, ging de Serang(*) der Lascars aan land, om den kapitein van den moord aan zijn volk gepleegd, te beschuldigen, en aanteklaagen.
Eenige dagen daarna kwam een Peon(†), van den Fiskaal aan boord; ik moest met de andere nog onverhoorde getuigen terstond aan den wal en op het Stadhuis komen, waar de Raad van Justitie reeds vergaderd was.
Wij wierden ondervraagd, onze getuigenissen opgeschreeven of aangeteekend; toen dit alles gedaan was, wilde men weeten wie de opstelder der verklaaring was.
Mijne medegetuigen weezen op mij. Het was jammer, zeide toen de Sekretaris, dat ik op een schip bleef; ik had eene goede hand, eenen redelijken stijl, 'er was van mij wel iets te maaken; zoo ik genegenheid had om aan den wal te blijven, wilde hij mij op zijn kantoor plaatsen.”

 

 2036091-dde2acee4171107d8be26ff6a4d89b76.jpg
Jacob Haafner (13 mei 1754 – 4 september 1809)
Cover

 

 

De Zwitserse schrijver en literatuurwetenschapper Adolf Muschg werd geboren op 13 mei 1934 in Zollikon, kanton Zürich. Zie ook alle tags voor Adolf Muschg op dit blog.

Uit:Im Erlebensfall

“Rainer Maria Rilke sucht in Grimms Wörterbuch nach einem bündigen Ausdruck für «das Innere der Hand». Er wird nicht fündig – «Handfläche» oder «Handteller» (er war ein Dichter und haßte das Ungefähre) treffen es nicht. Ich habe es ihm über dreißig Spalten des großen Wörterbuchs nachgetan, mit gleichem Mißerfolg. Das Deutsche hat kein Äquivalent zu «palma», es vermag die Hand nicht als strahlenförmiges Gebilde, als Palmblatt zu sehen. Wir haben Schulterblätter – Handblätter kennen wir nicht.
Aber wie man Rilke kennt, ging es ihm hier nicht um eine passende Metapher, sondern – in Umkehrung der üblichen Semantik – um das im Wort verborgene Ding. Was er «Dinggedichte» nennt, sind durchweg kunstvolle Offenbarungen jenes besonderen Anteils, den Dinge an dem haben, was er später «Weltinnenraum» nennen wird und wozu e in der Neunten Duineser Elegie eine hermetische Kosmologie entwirft – mit einem Erlösungsauftrag an den Dichter.
Sind wir vielleicht hier, um zu sagen: Haus, / Brücke, Brunnen, Tor, Krug, Obstbaum, Fenster, – / Höchstens: Säule, Turm ... aber zu sagen, verstehs, / oh zu sagen, wie selber die Dinge niemals / innig meinten zu sein.
Wie aber wären die Dinge «innig» zu bezeichnen? Die Antwort darauf, am Schluß der Elegie, ist eine rhetorische Frage, hymnisch getönt: Erde, ist es nicht dies, was du willst: unsichtbar / in uns erstehn? – Ist es dein Traum nicht, / einmal unsichtbar zu sein? – Erde! Unsichtbar!
Hier singt ein Orpheus der Verführung, der das offenbare Geheimnis der Welt in ihrem Beruf zur Verwandlung erblickt. In der Alchemie der Dichtung erscheint sie in ihrer innigsten Metamorphose, derjenigen des Gesangs, gewissermaßen aufgelöst zu sich selbst. Novalis: Dann fliegt vor einem geheimen Wort / Das ganze verkehrte Wesen fort.
Das verkehrte Wesen, die verkehrte Welt ist, ohne den frommen Hintergrund des Barock, die Materie der Existenz, welche die Kunst, sie allein, «ins Offene» wenden kann, in jene Richtung also, in welche die Kreatur «mit allen Augen» blickt.“

 2036091-5aeba6905a8b35f0792aeb6bfdbc712f.jpg
Adolf Muschg (Zollikon, 13 mei 1934)

 

 

De Canadese schrijver Roch Carrier werd geboren op 13 mei 1937 in Sainte-Justine, Quebec. Zie ook alle tags voor Roch Carrier op dit blog.

Uit: The Hockey Sweater

“My mother did not like the order forms included in the catalogue. They were written in English and she did not understand a single word of it. To order my hockey sweater, she did what she always did. She took out her writing pad and wrote in her fine schoolteacher's hand, "Dear Monsieur Eaton, Would you be so kind as to send me a Canadiens' hockey sweater for my son Roch who is ten years old and a little bit Please send me the change if there is any. I hope your packing will be better than it was last time."
Monsieur Eaton answered my mother's letter promptly. Two weeks later, we received the sweater.
That day I had one of the greatest disappointments of my life! Instead of the red, white, and blue Montréal Canadiens sweater, Monsieur Eaton had sent the blue-and-white sweater of the Toronto Maple Leafs. I had always worn the red, white, and blue sweater of the Montréal Canadiens. All my friends wore the red, white, and blue sweater. Never had anyone in my village worn the Toronto sweater. Besides, the Toronto team was always being beaten by the Canadiens.
With tears in my eyes, I found the strength to say: "I'll never wear that uniform."
"My boy," said my mother. "first you're going to try it on! If you make up your mind about something before you try it, you won't go very far in this life."
My mother had pulled the blue and white Toronto Maple Leafs sweater over my head and put my arms into the sleeves. She pulled the sweater down and carefully smoothed the maple leaf right in the middle of my chest.
I was crying: "I can't wear that."
"Why not? This sweater is a perfect fit."
"Maurice Richard would never wear it."
"You're not Maurice Richard! Besides, it's not what you put on your back that matters. It's what you put inside your head."
tall for his age? Docteur Robitaille thinks he is a little too thin. I'm sending you three dollars.

 

 2036091-3b977f34596a6c860ae49993bd3f3aff.jpg
Roch Carrier (Sainte-Justine, 13 mei 1937)

 

 

De Oostenrijkse schrijver Franz Michael Felder werd geboren op 13 mei 1839 in Schoppernau. Zie ook alle tags voor Franz Michael Felder op dit blog.

Uit: Reich und arm

„Weiter draußen, dort, wo die äußersten Tannenwipfel des Waldes ins rötlichblaue Licht hineinragten, trugen goldige Engelchen mit Feuerflügeln der scheidenden Sonne den Strahlenmantel[27] nach und winkten dabei mit weiß und rötlich schimmernden Händen ihre letzten Grüße zurück ins Tal. »Viel schöner doch und so, daß man dabei auch etwas empfindet, ist die Art, wie die Natur ihr Auferstehungsfest feiert«, begannen jetzt auf einmal mehrere. Gleich fielen auch andere ein: »Das Osterlied der Vögel im weihrauchduftenden Walde draußen – hört, hört! Und droben in den Bergen das Wiedergeben der angeschwollenen, tosenden Ach – oh, das geht einem durch Leib und Seele, ganz, ganz anders noch als das lateinische Osterlied, welches der Kaplan bis von Innsbruck heraus hat kommen lassen.«
Ganze Minuten lang schlug man jetzt überall Feuer, doch der Zunder wollte gar nicht recht »empfangen«. Die krummrohrigen Tiroler Pfeifen blieben kalt, wie gewöhnlich vor der glücklichen Zeit der Zündhölzchen, wenn es einmal etwas zu sehen und auszukopfen gab.
Noch hatten viele nicht eingeheizt, als das Mathisle, ein ärmlich gekleidetes Bäuerlein, welches den Wolkengestalten nicht nachblicken mochte, bis es sich die scharfen grauen Augen verdarb, auf einmal ausrief: »Sehet dort! Jetzt kommt der Bot' und geht ins Kronenwirtshaus. Was er wohl alles drin hat in der großen Tasche, daß er gar so eilt?«
»Nun, der bringt ja jeden Samstag Zeitungen für die Wirtin oder die, welche vornehm und reich genug sind, ins Herrenstüble.«
»Es wäre doch nun ganz in der Ordnung«, begann das Mathisle nach einer Weile wieder, »wenn endlich Hansjörg, der Soldat, ein Briefchen schickte. Ist's doch schon mehr als ein halbes Jahr seit dem letzten, und es wäre die einzige Freude, die er mir machen könnte. Nun, eine Frag' ist wohl jedem erlaubt«, fügte er, das Kopfschütteln der Umstehenden bemerkend, bei und eilte dem Wirtshause zu.“

 

 2036091-f8c5166fa43b378905a575cca5522ad7.JPG
Franz Michael Felder (13 mei 1839 – 26 april 1869)
Gedenkplaat aan zijn geboortehuis

Geschreven door Romenu om 10:36 Reageer op dit bericht

Hagar Peeters, Bertus Aafjes, August Vermeylen, Andrej Voznesensky, Sabine Imhof, Dante Gabriel Rossetti, Nicolaas Anslijn, Eva Demski, Farley Mowat

De Nederlandse dichteres en schrijfster Hagar Peeters werd geboren in Amsterdam op 12 mei 1972. Zie ook alle tags voor Hagar Peeters op dit blog.

Uit: Malva

“Halverwege zijn langdurige reis naar het dodenrijk besloot ik mijn stroefstramme vader te begeleiden. Ik pakte de hand waarmee hij al zowat zijn hele leven had geschreven, en zo zweefden wij een eindje samen op boven de daken van een smeulend Santiago. Het presidentiële paleis, het park, het stadion, de krottenwijken met de arbeiders en de rivier de Mapocho waren alle ver beneden ons. Mijn vader zag niet alleen hoe zijn vrienden werden doodgemarteld maar ook hoe in de diepte beneden hem de begrafenisstoet voortging die hem naar zijn stenen rustplaats begeleidde en die nu als een levende menselijke aftakking van de Mapocho door de straten vloeide terwijl in de rivier zelf talloze lijken dreven.
Van heel ver hoorden we vanuit die richting strijdkreten, de Internationale, de yell van de communistische jeugd en half verwaaid maar nog net te onderscheiden: ‘¡Camarada Pablo Neruda! ¡Presente! ¡Ahora y siempre!’
En overal zagen we schimmen uit de gebouwen en het stadion en vanaf de velden en de haven opstijgen, die zoals wij het lege luchtruim kozen.
Ik geloof trouwens niet dat mijn vader mij aan zijn zijde heeft opgemerkt, hoewel ik al die tijd zijn hand vasthield.
Hij bleef strak omlaag kijken als probeerde hij zich de menselijke tragedie in te prenten die daar in al haar bedrijven werd opgevoerd. Nu en altijd. De wind, gesteldheid van zijn koortsdroom, leek hem meer in zijn greep te hebben dan mij; hij bewoog zich sneller omhoog. Toen heb ik hem maar losgelaten, hem nog een tijdje nastarend tot hij uit mijn blikveld was verdwenen.
Nergens zag ik Federico, noch Salvador, Miguel of Víctor.
Niemand van de uitbundige, almaar aanzwellende, nooit uitdunnende, allengs hele werelddelen omvattende, ja, ten slotte zelfs de hele aarde omspannende coterie die hem altijd en overal had omgeven, zelfs niet één van zijn meest toegedane lezers was postuum komen opdagen om mijn vaders overgang tot het hiernamaals bij te wonen. Ik vroeg mij aldoor af waarom juist ik van alle doden die hem hadden gekend, hem uitgeleide mocht doen.”

 

 2035945-376e8bfb94443ec4c0a6ce4b7ce53c08.jpg
Hagar Peeters (Amsterdam, 12 mei 1972)

 

 

De Nederlandse schrijver en dichter Bertus Aafjes (pseudoniem Jan Oranje) werd geboren in Amsterdam op 12 mei 1914. Zie ook alle tags voor Bertus Aafjes op dit blog.

 

Franciscus

Eerst krabben, want de vlooien in habijt,
Een lendekoord om 't middel, zijn ontelbaar;
Zij springen niet, zij spranklen in de vacht,
De warme moedervacht der Moederkerk.
Eerst schuren aan het rotsblok der vertwijfling
En met de poot achter het oor, het kniesoor,
De jeuk, de boze droom, de doem verdrijven.

O poverello, pover is de waarheid
En moedernaakt verscheurd onder de doornen,
Een lelie niet, maar luizig als een hond.
De waarheid is een dorre wintertak
Die langs een dorre wintertak gestreken,
O dulce mio, eerst miauwt en - lach dan,
Lach dan pagliaccio want het volk betaalt.
Twee kale wintertakken! Laat ons lachen!
Twee naakte leugens arm in arm de waarheid?
Het naakte Niet gered tot een geloof?

Silentio! Hij speelt, de barrevoeter,
De bedelaar, de bard, de luizenbroeder:
Twee dode houten die hij flitsend kruist;
Het kruis het wordt een eeuwige beweging
De duif in de laurierboom zwijgt betoverd;
De mus verslikt zich in een scherf geluid.
Het rotsblok ook begint verrukt te wenen:
Hij die de stroom belet bezield te stromen,
Slikt tranen weg achter zijn stenen masker;
Doofste onder de doven, hij verstaat.
De waarheid hoort hij, in een helder Hooglied,
De waarheid hoort hij is een groot geloof.

En op de barre rotsgrond staat Franciscus,
Het muizenhoofd gebogen over stokjes,
Het spitse oor gericht naar de muziekjes,
Die stijgen uit de afgrond van het hout;
Hij rilt niet op de top van zijn vervoering.
De zephir sloeg een mantel rond zijn schaamte,
- Want hij is naakt, naakt als de waarheid zelve -
Rond zijn verkleurde tepels, witte rozen,
Rond het gewei der beide schouderbladen,
Rond stengelbleke armen, bleke benen:
Uitlopers aan een ingeteerd karkas.

En nu: muziek! Om de muziek te smoren!
Kerkorgels, koren. Méér kerkorgels, koren.
De marmren grafzerk van een basiliek.
Lach dan pagliaccio voor 't betaald publiek.

 

 2035945-8e5c4e3f73a9135a0d0e81cf79c8bcbb.jpg
Bertus Aafjes (12 mei 1914 - 22 april 1993)

 

 

De Vlaamse schrijver, dichter, kunsthistoricus en politicus August Vermeylen werd geboren in Brussel, op 12 mei 1872. Zie ook alle tags voor August Vermeylen op dit blog.

 

De Zucht naar Onwetendheid

III
Wij wilden weten! - het geheim der dingen
in 't net der cijfers en der wetten dwingen,
en 't kernewezen vatten, - als een God!

De laatste Goden sleurden we uit de luchten,
- en spuwden naar hun raadsel onzen spot,
omdat we lang vóór hunne grootheid duchtten.

Wij wilden doden in den dood dier Goôn
het bang Oneindige dat wij ontvloôn...
Maar achter alles, achter 't ijl gewemel

van ons gebaren, in der hersens scheem,
en door de ruimte van dien lêgen hemel,
bleef schriklijk leven 't eeuwig Oer-Probleem.

 

IV
‘De Mens alleen is God. - O Adam, kantel
die outers om, en scheur u enen mantel
in 't purperkleed van dien verwurgden God!

Beklim zijn troon, en ruk van zijne slapen
de kroon af, - nu, ge, trots het hoog verbod,
wat schrale en wrange kennis kondet rapen!’

Hij heeft nu kroon en troon en mantel. Maar
dien koningssleep, belachlijk lang en zwaar,
tracht hij met moede schouders voort te sjouwen.

De nare duisternis rond zijnen troon
wordt nog verdiept door 't laaien der flambouwen,
en op zijn voorhoofd bloedt de Doornenkroon.

 

 2035945-887e8d7657a2d8631109a0efd318100c.jpg
August Vermeylen (12 mei 1872 – 10 januari 1945)
Borstbeeld in Sint-Pieters-Woluwe

 

 

De Russische dichter Andrej Andreyevich Voznesensky werd geboren in Moskou op 12 mei 1933. Zie ook alle tags voor Andrej Voznesensky op dit blog.

 

Hunting A Hare (Fragment)
to Yuri Kazakov

Then, suddenly, it got up,
Stood upright: suddenly,
Over the forest, over the dark river,
The air was shivered
By a human cry,

Pure, ultrasonic, wild
Like the cry of a child.
I knew that hares moan, but not like this:
This was the note of life, the wail
Of a woman in travail,

The cry of leafless copses
And bushes hitherto dumb,
The unearthly cry of a life
Which death was about to succumb,

Nature is all wonder, all silence:
Forest and lake and field and hill
Are permitted to listen and feel,
But denied utterance.

Alpha and Omega, the first and the last
Word of Life as it ebbs away fast,
As, escaping the snare, it flies
Up to the skies.

For a second only, but while
It lasted we were turned to stone
Like actors in a movie-still.

The boot of the running cab-driver hung in mid-air,
And four black pellets halted, it seemed,
Just short of their target:
Above the horizontal muscles,
The blood-clotted fur of the neck,
A face flashed out.

With slanting eyes set wide apart, a face
As in frescoes of Dionysus,
Staring at us in astonishment and anger,
It hovered there, made one with its cry,
Suspended in space,
The contorted transfigured face
Of an angel or a singer.

Like a long-legged archangel a golden mist
Swam through the forest.
“Shit!” spat the cabdriver, “The little faking freak!”
A tear rolled down on the boy’s cheek.

Late at night we returned,
The wind scouring our faces: they burned
Like traffic lights as, without remark,
We hurtled through the dark.

 

 2035945-56db015abad119f1b5cd5952636a2e78.jpg
Andrej Voznesensky (12 mei 1933 – 1 juni 2010)
Hier met Ronald Reagan (links)

 

 

De Zwitserse dichteres Sabine Imhof werd geboren in Brig in 1976. Zie ook alle tags voor Sabine Imhof op dit blog.

 

straße ohne namen

der kleine lebte für das geräusch
abfahrender züge
im tunnel eines frisch gewaschenen
lieblingspullovers
hielt er sich beweise an die wange
trug fahrpläne vor sich her
von der verbotenen tür bis zu den stimmen
der gezählten erbsen
mutter pflückt sie aus dem grünen schoß
und für jeden erträumten fehlgriff
schob man die haut unter die fingernägel
seltsames kind, und ließ es
an den wänden tanzen, nachts.

 

 2035945-3e50aedbeb5c822e764a90c70c6a2eb6.jpg
Sabine Imhof (Brig, 12 mei 1976)  

 

 

De Engelse schilder en dichter Dante Gabriel Rossetti werd op 12 mei 1828 inLonden geboren. Zie ook alle tags voor Dante Gabriel Rossetti op dit blog.

 

Autumn Song

Know'st thou not at the fall of the leaf
How the heart feels a languid grief
Laid on it for a covering,
And how sleep seems a goodly thing
In Autumn at the fall of the leaf?

And how the swift beat of the brain
Falters because it is in vain,
In Autumn at the fall of the leaf
Knowest thou not? and how the chief
Of joys seems—not to suffer pain?

Know'st thou not at the fall of the leaf
How the soul feels like a dried sheaf
Bound up at length for harvesting,
And how death seems a comely thing
In Autumn at the fall of the leaf?

 

 

Aspecta Medusa (for a Drawing)

Andromeda, by Perseus sav'd and wed,
Hanker'd each day to see the Gorgon's head:
Till o'er a fount he held it, bade her lean,
And mirror'd in the wave was safely seen
That death she liv'd by.

                               Let not thine eyes know
Any forbidden thing itself, although
It once should save as well as kill: but be
Its shadow upon life enough for thee.

 

 2035945-3b045a09b6a5d128da9ff24ef74dabfd.jpg
Dante Gabriel Rossetti (12 mei 1828 - 9 april 1882)
Aspecta Medusa door Dante Gabriel Rossetti, 1867

 

 

De Nederlandse schrijver Nicolaas Anslijn werd op 12 mei 1777 geboren in Leiden. Zie ook alle tags voor Nicolaas Anslijn op dit blog.

Uit: De brave Hendrik

“Des avonds zit Hendrik met zijne broertjes en met zijn zusje bij zijne ouders. De vader vertelt hun dan veel goeds, en leert hun, hoe zij handelen moeten om brave menschen te worden.
De kinderen zitten dan met open mond te luisteren, want zij willen gaarne braaf worden.
De vader spreekt dan dikwijls van God. Hij zegt zijnen kinderen, hoe goed God is, en hoe veel wij Hem te danken hebben.
Eer Hendrik naar bed gaat, dankt hij altijd God voor zijne goedheid, en bidt, dat Hij hem ook des nachts wil bewaren.
Somtijds zingt de vader met zijne kinderen een avondlied. Dan denken zij allen aan God, en verheugen zich, omdat Hij zoo goed is.
O! zingend aan God te denken, maakt ons regt verheugd.

Avond-lied

De dag verdwijnt,
De nacht verschijnt,
'k Zie 't uur van rust genaken.
Ik leg mij neer:
Wil, Hemelheer!
Mij in deez' nacht bewaken.

Laat na deez' nacht,
Met nieuwe kracht,
Mij vrolijk weer ontwaken.
'k Vertrouw mijn lot
Aan U, o God!
Die alles wel zal maken.”

 

 2035945-9f092fb6767df04990a18887f57fd43c.jpg
Nicolaas Anslijn (12 mei 1777 — 18 september 1838)
Nicolaas Anslijnstraat, Amsterdam

 

 

De Duitse schrijfster Eva Demski werd geboren op 12 mei 1944 in Regensburg. Zie ook alle tags voor Eva Demski op dit blog.

Uit: Gartengeschichten

“Nicht einmal die Trauer über alles Verlorene konnte ihr Erstaunen über das, was in jedem Frühjahr aus unscheinbaren Samenkörnchen wurde, mindern. Sie hatte sich in ihrem letzten Winter schon Jiffy-Pots und vielversprechende Tütchen für den März zurechtgelegt.
Der Garten meiner Eltern war ein Sechzigerjahregarten auf zwei Ebenen, mit Pool in der oberen, am Haus. Das Grundstück war, als sie es kauften, eine bezaubernde Wildnis aus Flieder- und Brombeerbüschen, alten Obstbäumen und jeder Menge Kanadischer Goldruten gewesen, der Lieblingsplatz aller Kinder der Umgebung. Die haßten jetzt meine Eltern, die Käufer.
Reihenweise verschwanden damals die Kinderwildnisse – Brachen, Trümmergrundstücke, anarchische Traum- und Sündenorte, wunderbares, erwachsenenfreies Land, wo man rauchen und sich in der Liebe versuchen konnte. Die Erwachsenen holten es sich zurück und machten Besitz daraus. Ich fühlte mit den Vertriebenen, denn mir war es wenige Jahre zuvor genauso gegangen. Auf meinem Kinderkontinent am Frankfurter Alleenring wurden die Erweiterungsbauten des Hessischen Rundfunks errichtet. Kurz danach war ich dann erwachsen. So ging es den erbitterten Kindern aus unserer neuen Nachbarschaft auch, und später kamen sie zu uns zum Schwimmen.
Während der obere Teil des Gartens nach und nach völlig in elterliche Gewalt – gelegentlich auch in ihre widerstreitende Macht – geriet, hielt sich im unteren Teil immer ein wenig von der vergangenen glücklichen Wildnis. Die alten Obstbäume hatten alle stehenbleiben dürfen und standen auch noch, als die drei Trauerweiden, auf die mein Vater beim Einzug bestanden hatte, ihr ungestümes Gastspiel längst hatten beenden müssen. Der Wunsch, im Wasser badende Weidenzweige betrachten zu können, war mit drei derart besitzergreifenden Monstern im Garten offenbar zu teuer bezahlt.
Weiden gehören an Bäche und Tannen in den Wald, wer es anders haben will, wird das bereuen. In kurzer Zeit hatten die Trauerweiden vom oberen Gartenteil Besitz ergriffen, unter ihnen war Wüste, neben ihnen kein Leben, und so wurden sie abgeholzt. Ein breiter Baumstumpf blieb übrig.
Meine Mutter stellte einen Korb Geranien drauf. Manchmal streckte der Stumpf ein paar Zweige aus, nur mal so, um zu probieren, ob man es vielleicht wieder mit dem Wachsen wagen könnte? Aber die Gartenbesitzer waren gewarnt und paßten auf.”

 2035945-2baa1abac2fa3556ee45ef6098c4d637.jpg
Eva Demski (Regensburg, 12 mei 1944)

 

 

De Canadese schrijver Farley Mowat werd geboren in Belleville, Ontario, op 12 mei 1921. Zie ook alle tags voor Farley Mowat op dit blog.

Uit: Lost in the Barrens

“Jamie was nine when his parents died, and Angus Macnair had become his guardian, for he was the boy’s only close relative. It was Angus who had picked the boarding school in Toronto, and it was a good one too, for Angus wanted only the best for his nephew. For seven years Angus had run his trap line with furious energy in order to meet the cost of the school. But in the past two years the fur market had dropped almost out of sight, and the money was nearly at an end.
Angus had explained it in his letter.
“And so you see, Jamie,” he wrote. “I can no longer keep you at the school. You could maybe stay on in Toronto and get a job, but you’re too young for that, and anyhow I hoped you’d rather come with me. It’s long past time we got to know each other. So I took the chance you’d want it this way. Your ticket is in the envelope along with enough money for the trip. And I’ll be waiting, lad, and hoping that you’ll come.”
Angus need have had no doubts. For years past Jamie had loved to read about the north and for years Angus Macnair had been his idol.
In the last week of June, Jamie found himself bundled aboard the Trans-Canada train with the farewells of his school friends still ringing in his ears. For two days the train rolled westward, then it turned abruptly north through the province of Manitoba. The dark jack-pine forests began to swallow up the prairie farmlands and the train rolled on, more slowly now, over the rough roadbed leading to the frontier country.
Five hundred miles and two days north from Winnipeg, the train drew up by a rough wooden platform. Jamie climbed uncertainly down to stand staring at the rough shanties and the nearby forests that threatened to sweep in and engulf the little settlement of The Pas.”

 2035945-d8d7bf64eebf84fc27cc0c1a35b63b0e.jpg
Farley Mowat (Belleville, 12 mei 1921)
Cover

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e mei ook mijn blog van 12 mei 2013 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

 

Geschreven door Romenu om 18:43 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten