Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 16 mei 2017 tot 17 mei 2017

Lars Gustafsson, Peter Høeg, Gary Paulsen, Henri Barbusse, Virginie Loveling, Dennis Potter, Cor Bruijn, Dorothy Richardson, Mischa Andriessen

De Zweedse dichter en schrijver Lars Gustafsson werd geboren in Västeras, op 17 mei 1936. Zie ook alle tags voor Lars Gustafsson op dit blog.

 

(over alles wat nog zweeft)

Mijn graf valt nog nergens te bekennen.
En dus zweef ook ik:
rust ook ik, onwetend van mijzelf,
in een luchtzee.
Zwevend met de zwevenden,
levend met de levenden,
rustend met de rustenden,
en, wellicht ook, zonder het te weten,
dood met de doden.
Hiervoor bestaat geen woord:
het is een manier van zweven.
“In de luchtzee”zoals ballonvaarders van weleer,
en die luchtzee ben je zelf.

Een keer, in Texas, zes uur ’s morgens,
zwemmend in het kristalheldere water
van een heel diep zwembad
eigenlijk bestemd voor duikers,
werd het zwemmen voor mij plotseling zweven.
Door de venstertjes van mijn duikbril neerkijkend
op de zwarte en witte tegels van de schone bodem,
vanuit precies zo’n hoogte die men in een vrije val
niet overleeft, kon ik een ogenblik bevroeden:
steeds verder te vallen, al vallend
toch te zweven, door iets onzichtbaars gedragen.
Glimlachend doorzien wij de klassieke schilders
en hun kinderlijke toverkunst
om een paar vogels veraf in het beeld te plaatsen,
heel klein, zwevend als bewusteloze tekens
tussen aarde en lucht, tussen licht en donker,
tussen water en land, kortweg:
iets dat zich tussen de verschillen bevindt,
schemerachtige dingen, die de diepte verschaffen
die het centrale perspectief alleen ons niet biedt.
Zo zweeft al wat dodelijk is in het binnenste
van zijn eigen beeld, ergens in de schemering,
en voor dit zweven bestaat geen naam

Zo zweven ook tekens boven witte vellen papier,
de sleuven boven de sneeuw, het goede boven de slechte tijd.
Zo zweeft alles. Het staat, zoals de engelen staan,
in ongekende beweging.
En voor de gang van de wereld bestaat geen naam.

 

Vertaald door J. Bernlef

 

 2037426-d2ddaf7dcb68cabaad5d831552927751.jpg
Lars Gustafsson (17 mei 1936 - 3 april 2016)

 

 

De Deense schrijver Peter Høeg werd geboren in Kopenhagen op 17 mei 1957. Zie ook alle tags voor Peter Høeg op dit blog.

Uit:Borderliners (Vertaald door Barbara Haveland)

“She asked me to give it some thought.
"Is there any way of asking August," she said, "about what it's like for him, whether there is a plain, or what?"
When I was sitting on the floor facing the child and she asked me about tomorrow, I realised that she was still on the plain, but that she was on the point of stepping into the tunnels where time is to be found. I so much wanted to understand her, I tried to see whether time showed in her face. But there was nothing I could say to her; no answer I could give her. When I myself did not know where tomorrow was. "I don't know," I said. Then I saw that she did not need an answer, that it was not important. What was important was that I had sat on the floor and listened to her. She stayed where she was. I had the feeling that, whatever I said to her, it would never be that important, that she would never evaluate it or pay too much attention to it. That you could afford to be slow, or inaccurate or downright ignorant without being punished; that still she would stay for a moment, and not walk away.
I asked August how he remembered. This was one night, a week after I had last been in his room. They looked in on him a few times before lights out, it had taken me a week to work out their schedule. It had proved to be strictly regulated. Flakkedam and the new superintendent took it in turns; they came once every hour, around the hour. That was how I was able to steer clear of them — because they were so regular. I came just after he had been given his medicine at 21.00, which meant we had until 21.30 when Flakkedam did his round to put out the lights. He lay on his back looking at the ceiling. "They've increased the dosage to three Mogadon," he said; "if you've got something to say you'd better hurry." There was nothing I had to say. I just stood there, looking at him. His skin had a papery look. At the Christian Foundation there had been a reception centre for abandoned babies. They had had incubator babies there — tinier than all the others, but like old men. Very small and yet very old. That was how he looked. I had taped the two outer fingers together — it hurt least that way. I suppose my little finger should have been in a cast, but then they would have grown suspicious. “

 

 2037426-9e6eaf68b3241e6ecb1eb36b806216c9.jpg
Peter Høeg (Kopenhagen, 17 mei 1957)

 

 

De Amerikaanse schrijver Gary Paulsen werd geboren op 17 mei 1939 in Minneapolis, Minnesota. Zie ook alle tags voor Gary Paulsen op dit blog.

Uit:Brian's Return

“To his left rear he heard a beaver slap the water with its tail and dive—a warning at the intruder, at the strange smoking log holding the
person. Brian smiled. He had come to know beaver for what they truly were—engineers, family-oriented home builders. He'd read that most of the
cities in Europe were founded by beaver. That beaver had first felled the trees along the rivers and dammed them up. The rising water killed more
trees and when the food was gone and the beaver had no more bark to chew they left. The dams eventually broke apart, and the water drained and left
large clearings along the rivers where the beaver had cut down all the trees. Early man came along and started cities where the clearings lay.
Cities like London and Paris were founded and settled first by beaver.
In front and to the right he heard the heavier footsteps of a deer moving through the hazel brush. Probably a buck because he heard no smaller
footsteps of a fawn. A buck with its antlers in velvet, more than likely, moving away from the smell of smoke from the canoe.
A frog jumped from a lily pad six feet away and had barely entered the water when a northern pike took it with a slashing strike that tore the
surface of the lake and flipped lily pads over to show their pale undersides.”


2037426-4a63e74cad91db7c615ffb109f3549a7.jpg
Gary Paulsen (Minneapolis, 17 mei 1939)
Cover 

 

 

De Franse dichter en schrijver Henri Barbusse werd geboren op 17 mei 1873 in Asnières-sur-Seine. Zie ook alle tags voor Henri Barbusse op dit blog.

Uit:Le Feu

« Tout à l'heure, Paradis a dû vaincre une certaine timidité pour s'approcher d'un groupe de gâteaux luxueusement logés, les toucher et en manger; et on est obligé à chaque instant de stationner au milieu du trottoir pour attendre Blaire, attiré et retenu par les étalages où sont exposés des vareuses et des képis de fantaisie, des cravates de coutil bleu tendre, des brodequins rouges et brillants comme de l'acajou. Blaire a atteint le point culminant de sa transformation. Lui qui détenait le record de la négligence et de la noirceur, il est certainement le plus soigné de nous tous, surtout depuis la complication de son râtelier cassé dans l'attaque et refait. Il affecte une allure dégagée.
(...)

A côté des deux personnages gît un fusil emprunté à quelque panoplie d'une boutique de jouets. Un écriteau indique le titre de la composition animée. "Kamarad !"
— Ah ! ben zut, alors !...
Devant cette construction puérile, la seule chose rappelant ici l'immense guerre qui sévit quelque part sous le ciel, nous haussons les épaules, nous commençons à rire jaune, offusqués et blessés à vif dans nos souvenirs frais; Tirette se recueille et se prépare à lancer quelque insultant sarcasme; mais cette protestation tarde à éclore dans son esprit à cause de notre transplantation totale, et de l'étonnement d'être ailleurs.
Or, une dame très élégante, qui froufroute, rayonne de soie violette et noire, et est enveloppée de parfums, avise notre groupe et, avançant sa petite main gantée, elle touche la manche de Volpatte puis l'épaule de Blaire. Ceux-ci s'immobilisent instantanément, médusés par le contact direct de cette fée."

 

 2037426-dccd689c4bcdf1a75a38a2b4092a712d.jpg
Henri Barbusse (17 mei 1873 –30 augustus 1936)
Cover

 

 

De Vlaamse dichteres en schrijfster Virginie Loveling werd geboren in Nevele op 17 mei 1836. Zie ook alle tags voor Virginie Loveling op dit blog.

Uit:Oorlogsdagboeken

“Maandag 2 Augustus.
Mijn buren zijn voor eenige dagen uit de stad. De hond is alleen thuis, buiten aan zijn kot geketend. Een werkvrouw brengt hem eten. Die hond, een schapershond, anderhalf jaar oud, aan gezelligheid gewend en van een ras, dat geen afzondering verdraagt, jankt luid zijn klachten uit.
Zoo iets is treurig, het is vervelend om hooren gewis, zoolang de klaarte duurt; maar 's avonds, wanneer de duisternis is ingetreden, die eerste duisternis na lange dagen, bij somber weer of na heeten zomerzonneschijn, die altijd melancolisch aandoet, werkt nu in oorlogsnood nog dieper in.
Dat huilen, dat akelig huilen van dien hond! De nacht is zwart, de maan treedt heden haar laatste kwartier in en is nog niet opgestaan. Elk gerucht is uitgestorven, enkel dat jammerjanken gaat voort, ophoudend en na een korte poos opnieuw en luider inzettend, verscheurt de doodsche stilte.
Voor 't geprikkeld zenuwstelsel en de ontredderde verbeelding wordt het een symbool: zijn dat niet de schrijnende kreten der gewonden, der gevallenen? Is dat weegehuil niet de samenvatting van al het geleden lijden in dezen naren tijd? Zijn het de dooden niet, de jeugdig weggemaaiden, die uit hun graven opstaan om wraak te roepen over de beschikkers van hun akelig lot?
Ze liggen hier en daar en overal in België en elders begraven. Is dat enkel materie, zijn dat niets dan vergane dingen? Komen+ hun schimmen op het uur der spoken nooit eens te voorschijn, daar ter streke, waar ze in de aarde zijn neergelegd en toegedekt?...
De geest dommelt in, de beelden der fantazij schuiven over elkander, vallen uiteen, de gedachten verwarren en de sluimering omhult u zachtweldadig geheel in gevoelloosheid van bestaan.
Maar de hond, die een wijle gezwegen, misschien zelf geslapen heeft, barst los in nieuw noodgeschrei, voorgoed, voor heel den nacht, als met een zweep van onmeedoogendheid alle verdere rust verdrijvend.”

 

 2037426-b581b6bd0b1c99215db7ac6790f98b88.jpg
Virginie Loveling (17 mei 1836 – 1 december 1923)
Cover

 

 

De Britse schrijver Dennis Potter werd geboren op 17 mei 1935 in Forest of Dean, Gloucestershire. Zie ook alle tags voor Dennis Potter op dit blog.

Uit: Vote, vote, vote for Nigel Barton

« JACK: (to camera) My office! (indicates mess) I'm sorry about all this, but we in the Labour Party link drabness with idealism, see. I'm a paid agent of the party, but whenever I need to know anything I have to ring up Conservative Central Office. It's a very plush place, that - carpets plucking at your bleeding ankles. You see, they link drabness with idealism, too.
NIGEL: I don't regard clever as a dirty word.
JACK: Rule one, it's never clever to appear to be clever. Long words actually hurt people, you know that? Rule two, speak slowly and clearly as though to a group of malignant kids. Rule three, keep it short. Very short. Half-truths take less time than whole ones, old mate. Oh and I see you've let your locks sprout a bit. Get 'em cut, there's a good chap. Rolling stones gather no votes.
JACK: You'll have to compromise, smile, concern yourself with your public image, measure your words as carefully as possible... and turn yourself into a dutiful party hack! [chuckles] Never mind, NIGEL: never mind.
JACK: A potential Cabinet Minister if ever I saw one. Dishonest in a way which seems embarrassingly frank. Upright when creeping. And dignified when at his most stupid.
NIGEL: Why the cheap jokes?
JACK: Cheap? When I was a kid, we were made to stay away from school on Empire Days so we wouldn't have to wave one of those little Union Jacks. We were the richest country in the world then, or so I'm told, and my old man bow-legged from malnutrition. Us kids nearly died laughing.
NIGEL: And?
JACK: Well, I've been laughing ever since, haven't I? Put a few smiles between yourself and the world, Nigel. You don't bruise so easy that way.”

 

 2037426-b4cb375da337e6e2e16823a053870b6c.jpg
Dennis Potter (17 mei 1935 – 7 juni 1994)
Cover DVD

 

 

De Nederlandse schrijver Cor Bruijn werd geboren in Wormerveer op 17 mei 1883. Zie ook alle tags voor Cor Bruijn op dit blog.

Uit:Sil de strandjutter

“Ik heb wel eens gedacht: het komt door de zee, door de ruimte, die we hebben. Maar dan denk ik ook weer, het zit hem er misschien wel niet in, dat we eilanders zijn, maar daarin dat we Nederlanders zijn. Honderden jaren geleden hebben we de lui op hun huid gezeten, die ons te na wilden komen. De vrijheid zit ons in het bloed, Sil van Peit, ons en onze kinderen. Slaan we onze hors. Sil? We zouden ons diep schamen! Vloeken en schelden we tegen onze hors! Man, we spreken er immers schande van, als er eens een enkele is, die het doet! Nee, we zeggen: Kom Grauw! Vort Grauw! En we klakken eens met de toch en we hebben nooit moeite. Zijn je kinderen minder dan je hors, Sil? Je moet eens wat meer met je toch proberen te klakken. Ik denk zo wel eens: God heeft ons in het leven de kennis gegeven van de goede weg en van de kwade weg, dit is vooruit en dit is achteruit, maar Hij laat ons zelf lopen. Hij houdt ons niet aan een touwtje. Ik dacht zo, zulke grote kinderen als je nu hebt, Sil, dat moest je zo ook doen. Laat ze zien: dit is vooruit, dit is achteruit, maar sta er niet met de zweep bij, want dan beginnen ze te trappen. Hoe groter een kind wordt, hoe meer moet je het loslaten! Anders krijg je geen vrije mensen, maar slaven. En alleen een vrij mens kan God dienen, naar de geest en in waarheid. Jij en ik, Sil, en wij allemaal hier, we zouden toch immers liever dood willen gaan dan onze vrijheid verliezen. Buk jij, Sil? Buk ik soms? De Heere beware ons voor die schande! Er is er maar En, Sil, voor Wien we ons buigen, en Die dwingt ons daar niet toe. Ane zwijgt. Hij kijkt Sil gespannen aan. Zijn mond tussen zijn dunne, krachtige lippen is tot een smalle spleet getrokken, die van ontroering in de hoeken licht trilt. Sil echter ontwijkt zijn ogen. De strijd van zijn gevoelens tekent zich op zijn gelaat af. Er is een vreemde stilte tussen hen beiden. In de vochtige warmte van de stal zuchten zwaar een paar koeien. Dan wendt Sil met een ruk het hoofd naar Ane en ziet hem met stekende ogen aan. - Een beul is er niks bij! bijt hij hem hees toe. - Een zweep, een zweep? Een slavendrijver, bedoel je dat soms? En anders, zo waar als ik hier sta, ik zal de zweep nemen! Hij wendt zich boos af en verwijdert zich driftig.”

 

 2037426-68c0d0f638c8b9ff27b121630dfb0f61.jpg
Cor Bruijn (17 mei 1883 - 6 november 1978)
Scene uit de televisieserie “Sil de strandjutter” uit 1976

 

 

De Engelse schrijfster Dorothy Miller Richardson werd geboren op 17 mei 1873 in Abington, Oxfordshire. Zie ook alle tags voor Dorothy Richardson op dit

Uit: Pointed Roofs

“She stirred the fire. The windows were quite dark. The flames shot up and shadows darted.
That summer, which still seemed near to her, was going to fade and desert her, leaving nothing behind. To-morrow it would belong to a world which would go on without her, taking no heed. There would still be blissful days. But she would not be in them.
There would be no more silent sunny mornings with all the day ahead and nothing to do and no end anywhere to anything; no more sitting at the open window in the dining-room, reading Lecky and Darwin and bound "Contemporary Reviews" with roses waiting in the garden to be worn in the afternoon, and Eve and Harriett somewhere about, washing blouses or copying waltzes from the library packet. . . no more Harriett looking in at the end of the morning, rushing her off to the new grand piano to play the "Mikado" and the "Holy Family" duets. The tennis-club would go on, but she would not be there. It would begin in May. Again there would be a white twinkling figure coming quickly along the pathway between the rows of holly-hocks every Saturday afternoon.
Why had he come to tea every Sunday--never missing a single Sunday--all the winter? Why did he say, "Play 'Abide with me,'" "Play 'Abide with me'" yesterday, if he didn't care? What was the good of being so quiet and saying nothing? Why didn't he say "Don't go" or "When are you coming back?" Eve said he looked perfectly miserable.
There was nothing to look forward to now but governessing and old age. Perhaps Miss Gilkes was right. . . . Get rid of men and muddles and have things just ordinary and be happy. "Make up your mind to be happy. You can be _perfectly_ happy without anyone to think about. . . ." Wearing that large cameo brooch--long, white, flat-fingered hands and that quiet little laugh. . . . The piano-organ had reached its last tune. In the midst of the final flourish of notes the door flew open. Miriam got quickly to her feet and felt for matches.“

 

 2037426-bb1757864b0234b9bea22a67d2e3592b.jpg
Dorothy Richardson (17 mei 1873 - 17 juni 1957) 
Cover 

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

De Nederlandse dichter Mischa Andriessen werd geboren in Apeldoorn in 1970. Zie ook alle tags voor Mischa Andriessen op dit blog.

 

De vogelkoning

Het zijn normaal jonge jongens.
In de lente verlaten ze hun huizen
halsoverkop, alsof iemand hen riep.
Wie overleeft, herinnert zich niet
wat het was – het zachte wieken
van wijd uitgestrekte vleugels
een stille roep, zoals stenen zingen
in de hoofden van krankzinnigen.
Van sommigen zijn de vaders
eerder gegaan, er is geen kaart
een richting, geen route; soms
komt er een aan, keert terug
naar waar hij eens vertrok
vertelt het na, vervormd, gehavend
kleren tot op de draad kapot
de blik spreekt louter waanzin:
Een arendsnest op de rotsen
weggedraaide ogen, paarse lippen
heel het gastpad afgedwaald
om weer hier te zijn.
De mare wil dat ze luisteren.

 

 2037426-876dd29202235c701ddecfa4258c5bae.jpg
Mischa Andriessen (Apeldoorn, 1970)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e mei ook mijn blog van 17 mei 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:15 Reageer op dit bericht

Adrienne Rich, Paul Gellings, Friedrich Rückert, Jakob van Hoddis, Juan Rulfo, Olga Berggolts, Lothar Baier, Rens van der Knoop, Naomi Rebekka Boekwijt, Olaf J. de Landell

De Nederlandse dichter en vertaler Paul Johann Gellings werd geboren in Amsterdam op 16 mei 1953. Zie ook alle tags voor Paul Gellings op dit blog.

 

Prinsenhof

Septembermiddag, weet het nu zeker: tijd
bestaat niet, nee, ieder moment kan zich
achter ruitjes een ganzeveer vertonen.

Hoog in de toren tintelt stil kristal
van brons zijn kil moment;
dan wordt het koel.

Resten licht nog op de zonnewijzer en
van de hagen valt de schaduw langer
als een bladzij uit een andere eeuw.

Weet het nu zeker, mijn pen
krast over perkament.

 

 

In een herfstig hotel

Voor Joost

In een herfstig hotel ben ik mijn ziel
op het spoor gekomen
een gestorven blad onder mijn bed
in een kamer aan een marktpleintje
zonder bomen

en zonder markt – achteraffer kon het niet
toch verdwenen
juist hier de scheuren
in mijn voering
verdampte het verdriet

nooit geweten dat het er zo uitzag
wat ik hier zou vinden
een blaadje van een verre boomtak
losgeraakt tussen
twee oktobervlagen

zomaar dus onder mijn bed
het beeld gezien
van wat men ziel noemt
het kwam van nergens
en ging nergens heen

om de wereld door te geven
haar boeken en haar bouwsels
ons onbegrijpelijke leven
in een herfstig hotel waar
ik maar één nacht ben gebleven

 

 2037154-b6f981cff1f55c940e81d6860785d16d.jpg
Paul Gellings (Amsterdam, 16 mei 1953)

 

 

De Amerikaanse dichteres Adrienne Rich werd 16 mei 1929 geboren te Baltimore. Zie ook alle tags voor Adrienne Rich op dit blog.

 

Dream Wood

In the old, scratched, cheap wood of the typing stand
there is a landscape, veined, which only a child can see
or the child's older self, a poet,
a woman dreaming when she should be typing
the last report of the day. If this were a map,
she thinks, a map laid down to memorize
because she might be walking it, it shows
ridge upon ridge fading into hazed desert
here and there a sign of aquifers
and one possible watering-hole. If this were a map
it would be the map of the last age of her life,
not a map of choices but a map of variations
on the one great choice. It would be the map by which
she could see the end of touristic choices,
of distances blued and purpled by romance,
by which she would recognize that poetry
isn't revolution but a way of knowing
why it must come. If this cheap, mass-produced
wooden stand from the Brooklyn Union Gas Co.,
mass-produced yet durable, being here now,
is what it is yet a dream-map
so obdurate, so plain,
she thinks, the material and the dream can join
and that is the poem and that is the late report.

 

 

What Kind of Times Are These

There's a place between two stands of trees where the grass grows uphill
and the old revolutionary road breaks off into shadows
near a meeting-house abandoned by the persecuted
who disappeared into those shadows.

I've walked there picking mushrooms at the edge of dread, but don't be fooled
this isn't a Russian poem, this is not somewhere else but here,
our country moving closer to its own truth and dread,
its own ways of making people disappear.

I won't tell you where the place is, the dark mesh of the woods
meeting the unmarked strip of light—
ghost-ridden crossroads, leafmold paradise:
I know already who wants to buy it, sell it, make it disappear.

And I won't tell you where it is, so why do I tell you
anything? Because you still listen, because in times like these
to have you listen at all, it's necessary
to talk about trees.

 

 2037154-3f7ed7e043cbb0697680e544da7e7f34.jpg
Adrienne Rich (16 mei 1929 – 27 maart 2012)

 

 

De Duitse dichter Johann Michael Friedrich Rückert werd geboren in Schweinfurt op 16 mei 1788. Zie ook alle tags voor Friedrich Rückert op dit blog.

Uit: Kindertotenlieder

 

In meine häuslichen Lieder

In meine häuslichen Lieder,
Das Tagebuch meiner Lust,
Schrieb ich mit Freuden bewußt
Nur Freudengewinnste nieder,
Nie schrieb ich einen Verlust
In meine häuslichen Lieder.

In meine häuslichen Lieder
Schreib' ich nun euern Verlust.
So hat sich schließen gemußt
Die Rechnung! und wohl nicht wieder
Schreib' ich sobald eine Lust
In meine häuslichen Lieder

 

 

Was an dir des Tods Unbilden

Was an dir des Tods Unbilden
Frevelten, hat mit dem milden
Zauberstab gerochen
Poesie, die soviel Leben
Dir bemüht ist zuzugeben,
Als das Schicksal dir hat abgebrochen.

Armer Stab! ihm, der so wichtig
Sich geberdend, ist so nichtig,
Sei der Stab gebrochen!
Frommen dir die Zauberweisen,
Die dich in den Himmel preisen,
Da der Tod dich hat ins Grab gesprochen?

Doch sie sollen dir nicht frommen,
Sondern uns zu Gute kommen,
Übers Grab gesprochen;
Dir nicht sollen sie dein Leben,
Sondern uns zurück es geben,
Denn nur uns, nicht dir wards abgebrochen.

 

 2037154-3f3b54b63ce72ad4d6a702500da8a015.jpg
Friedrich Rückert (16 mei 1788 - 31 januari 1866)
Cover

 

 

De Duitse dichter Jakob van Hoddis (pseudoniem van Hans Davidsohn) werd geboren in Berlijn op 16 mei 1887. Zie ook alle tags voor Jakob von Hoddis op dit blog.

 

Varieté

I
Loge

Ein Walzer rumpelt; geile Geigen kreischen;
Die Luft ist weiss vom Dunst der Zigaretten;
Es riecht nach Moschus, Schminke, Wein, nach fetten
Indianern und entblössten Weiberfleischen.

Ah! Schwimmen in der dicken Luft die vielen
Dämlichen Köpfe, die ins Helle glotzen?
Drei Weiber lässt man auf der Bühne spielen,
Die süsslich mit gemeinen Gesten protzen.


II
Der Athlet

Und der Athlet tritt auf und staunen kannst de,
Wie er ein Brett mit seiner Faust zerhaut.
Er geht einher mit ungeheurem Wanste
Und feistem Arm und Nacken, schweissbetaut.

Und kurze Hosen schlottern um die Beinchen,
Die sind zu dünnen Stöckchen deformiert.
Prunkende Seide seine Füsschen ziert.
Ach! sind die niedlich! Wie zwei rosa Schweinchen.

 

 2037154-b932c50cb6f7013faea6ec618d30f4ea.jpg
Jakob van Hoddis (16 mei 1887 – mei/juni ? 1942)
Cover van een tentoonstellingscatalogus

 

 

De Mexicaanse schrijver Juan Rulfo werd geboren op 16 mei 1917 in Sayula. Zie ook alle tags voor Juan Rulfo op dit blog.

 

Uit: Pedro Páramo (Vertaald door Dagmar Ploetz)

““Ich war bei Los Encuentros auf ihn gestoßen. Dort, wo sich mehrere Wege kreuzen, hatte ich gewartet, bis endlich dieser Mann auftauchte.
»Wohin gehen Sie?« fragte ich ihn.
»Dort hinunter, Señor.«
»Kennen Sie einen Ort namens Comala?«
»Genau da will ich hin.«
Und ich folgte ihm. Ich ging hinter ihm her, versuchte ihn einzuholen, bis er anscheinend merkte, dass ich ihm folgte, und er seinen Schritt verlangsamte. Dann gingen
wir so nah nebeneinander, dass sich fast unsere Schultern berührten.
»Auch ich bin ein Sohn von Pedro Páramo«, sagte er.
Eine Schar Raben kam vorbeigeflogen, kreuzte den leeren Himmel und machte kra, kra, kra.
Nachdem wir die Berge hinabgestiegen waren, ging es immer weiter hinunter. Wir hatten den heißen Wind dort oben gelassen und tauchten nun in die reine Hitze, ohne Wind. Es war so, als warteten alle Dinge auf irgend etwas.
»Es ist heiß hier«, sagte ich.
»Ja, und das ist noch gar nichts«, antwortete mir der andere. »Warten Sie nur ab. Sie werden die Hitze noch stärker spüren, wenn wir nach Comala kommen. Das liegt auf glühender Erde, geradewegs am Eingang zur Hölle. Wenn ich Ihnen sage, dass von denen, die dort sterben, viele aus der Hölle noch mal zurückkehren, um sich eine Decke zu holen.«

 

 2037154-b4e264cdd102601f8969397ebc6d1aa4.jpg
Juan Rulfo (16 mei 1917 - 8 januari 1986)

 

 

De Russische dichteres en schrijfster Olga Fyodorovna Berggolts werd geboren op 16 mei 1910 in Sint Petersburg. Zie ook alle tags voor Olga Berggolts op dit blog.

 

Not till the silver...

Not till the silver nor the golden wed
I will proceed to live with you, my friend.
But we have had the iron one before -
It'd gone through flames of the ferocious war.
This love I hold all golden weds above:
Like in the iron, I am still in love.

 

 

Don't even try

Don't even try your looking back
At this gloom dark, at this gloom ice;
There someone waits on your feet's track,
You can't stop answering his eyes.
Today I looked back and… at once
I see: he looks at me, my friend,
With his alive eyes from the ice -
My single one until my end.
And I'd not known that ‘tis thus.
I'd thought another is my light.
But, oh, my plight, dream, paradise,
I live only when I'm your sight!
Only your look makes right my life,
I'm faithful only to your glance:
For all who lives - I am his wife,
Your widow - for both of us.

 

 2037154-cf378efbacb02824f0945a51bf015c58.jpg
Olga Berggolts (16 mei 1910 – 13 november 1975)
Cover

 

 

De Duitse schrijver, vertaler en essayist Lothar Baier werd geboren in Karlsruhe op 16 mei 1942. Zie ook alle tags voor Lothar Baier op dit blog.

Uit: Eine Art schattenloser Existenz

„Was denkst du jetzt? Was soll ich schon denken, sagte Jörn, ich versuche so etwas wie ein Netz zu knüpfen, aber immer hängen ein paar Enden ins Leere hinein".
Wenn der pensionierte Westdeutsche Jörn mit Einheimischen seines Alters wie dem respektvoll porträtierten märkischen Schmied und Gastwirt Demuth spricht, fällt ihm zwar die Fremdheit auf, die Jahrzehnte nach Westen und Osten getrennter Erfahrungen hinterließen, doch wenn die Versuchung sich regt, die Fremdheit durch reporterhaftes Ausfragen des Ostdeutschen zu überwinden, fürchtet er gleich das unwillkürliche Einmischen eines Zwischentons, "der nach Mitleid, Vorhaltungen, besserem Wissen klingt", und lässt es bleiben. Verständigung wird jedoch möglich, wenn Erinnerungen an Pimpfenzeit und kalte Kriegswinter, an Drahtfunknachrichten und ans Wachspapier alter Militärkarten ausgetauscht werden, und bei diesem Austauschen beginnt der Westdeutsche sich zu fragen, was ihn denn zum Westdeutschen hatte werden lassen, der der "Ostzone" früh den Rücken kehrte und jahrzehntelang nicht hatte wissen wollen, was jenseits der Grenze vor sich ging. Eine politische Entscheidung, für Demokratie nach westlichem Muster? Nein, das war es wahrscheinlich nicht, gibt Jörn zu verstehen, es hatte viel mehr mit der in Westdeutschland gebotenen Möglichkeit zu tun, eine Art schattenloser Existenz zu führen, die vor der Behelligung durch die eigene, dazu geographisch nach Osten gerückte Vergangenheit schützte. "Mit dem Rücken zum Gestern dachte er viele Jahre lang, die Jahre der Kindheit und des Krieges verlassen zu haben wie ein Land, in das man nicht mehr zurückkehrt, nicht einmal in der Erinnerung, und mit Heimweh schon gar nicht."

 

 2037154-b8805fe5dcf748b825132e0f9c05dcd7.jpg
Lothar Baier (16 mei 1942 – 11 juli 2004)
Cover

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse dichter Rens van der Knoop werd geboren in Engeland in 1987. Zie ook alle tags voor Rens van der Knoop op dit blog.

 

Het is stil tussen de wandkleden en het tapijt

fijn geweven gezichten vinden hun blik
op steeds dezelfde plek

in diepe banken zit een aantal mensen weggezakt
te drinken van hun mokken thee
de handen eromheen gevouwen
alsof het een kind is dat ze beschermen willen
of een deel van henzelf
een rest liefde
die dreigt te vervluchtigen

een vrouw met een beige regenjas kijkt op
verbaasd, omdat er nergens een klok tikt

 

 2037154-3c360af36524c7ffd4931e0eb9aa041e.png
Rens van der Knoop (Engeland, 1987)

 

 

De Nederlandse schrijfster Naomi Rebekka Boekwijt werd geboren in 1990. Zie ook alle tags voor Naomi Rebekka Boekwijt op dit blog.

Uit:Hoogvlakte

`Meenemen of hier opeten?' grapte Wyss. Wat moet ik daarmee?' vroeg ik. 'Die krijg ik er nooit onder.' Jawel.' Hij verzette een voet, iets verder van de kop weg. 'Het zal alleen werken zijn.' De boeg en de voorpoten waren indrukwekkend breed. Daaronder klompen van hoeven. Een kleur had het beest niet echt. Het woord dat in me opkwam was 'grauw'. Heel even kreeg ik voor ogen waar dit type een eeuw geleden voor gefokt was: voor het zwoegen op de akker, in tuig, in vol ornaat. `Het heeft maar één ijzer,' merkte ik op. `Verder is de hoefsmid nog niet gekomen.' `Dat belooft veel goeds.' `Ik zou het proberen,' kwam Agnes ertussen. Ze keek mij aan. Naar Wyss keek zij niet. Hij was voor haar bestaan verantwoordelijk, meer niet. `Heeft Moser hierom gevraagd?' vroeg ik. `Hij wou een werkpaard,' zei Wyss. 'Net zo één als vroeger, zoiets zei-ie. Nou, dat kan-ie natuurlijk krijgen ook.' Dit is toch nauwelijks een paard te noemen.' `Bekijk dat beest eens goed. Wat zit er aan die poot? Juist, één teen.' Geërgerd griste ik het touw uit de dikke hand. Het beest zette zich in beweging. Wyss lachte, smerig, luid. Hij lachte uit leedvermaak, ook al was het mijn zaak niet. Het was iets tussen Moser en hem. Naast mij kwam een zwaar been naar voren, het ijzer klonk op het beton. Ik leidde het paard naar de veldweg. Na een paar meter keek ik achterom. Wyss stond breed, de armen van het lijf, handen op de heupen. Wyss werd niet geplaagd door een geweten. Hij was een tevreden man. Hij wist dat hij het beest misschien terug moest nemen, maar voorlopig was hij ervanaf. Iets verder stond Agnes. Zij hief kort haar hand bij wijze van groet.”

 

 2037154-8126b5fd1ca2a53371756760dd4c55f6.jpg
Naomi Rebekka Boekwijt (Nederland, 1990)

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 16 mei 2016.

De Nederlandse schrijver Olaf J. de Landell werd geboren in Cirebon op Java in Nederlands-Indië op 16 mei 1911. Zie ook alle tags voor Olaf J. de Landell op dit blog.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten