Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 22 mei 2017 tot 23 mei 2017

Adriaan Roland Holst, Maarten Biesheuvel, Lydia Rood, Jane Kenyon, Susan Cooper, Michaël Vandebril, Jack McCarthy, Mitchell Albom, Pär Fabian Lagerkvist

De Nederlandse dichter Adriaan Roland Holst werd geboren op 23 mei 1888 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Adriaan Roland Holst op dit blog.

 

Uit een oud dorp

Een vreemdelinge – niemand kende haar –
is op haar doortocht in dit dorp gestorven:
voor kort kwam zij alleen naar hier gezworven,
op weg waarheen – geen wist het, noch vanwaar.

De winter liep ten einde; zacht al riep
– donker en zacht – het voorjaar door de tijden
van het vallen der avonden; men zeide
van haar, dat haar leven ten einde liep.

Doch zij had lang al kunnen gaan, zij was
enkel nog hier daar zij een ander wachtte;
zij wist zich hem te redden nu bij machte,
nu haar verlangen tot den dood genas.

Maar hij kwam niet; zij ging niet langer uit,
zij was te moe geworden om te lopen;
maar altijd liet zij haar klein venster open;
daar riep een vogel hem met blij geluid.

Maar hij kwam niet. Toen kwam haar einde: groot
scheen de maan in waar zij lag te zieltogen.
Er was niets meer buiten haar open ogen
dan het raam, open op dien lichten dood.

Zij zag ernaar, zij prevelde de naam
van den verlorene; met lange halen
en juublend uitslaan zongen nachtegalen
den dood naar binnen door het open raam.

Toen kwam, groots geheimzinnig en van ver,
de wind aan door den nacht; het lied verstomde –
In den morgen, toen de mensen haar vonden,
regende het. Zij was al eeuwen her.

 

 

Dit Eiland

Hoe zijn wij hier geland,
waartoe... vanwaar...?
ligt ergens aan het strand
dat vreemde schip nog klaar?
en als het anker is gelicht,
naar waar... naar waar...?

 

 2039501-c1f36dd24c7206775cd1e3d473eab086.jpg
Adriaan Roland Holst (23 mei 1888 - 5 augustus 1976)
Het huis van A. Roland Holst aan de Nesdijk in Bergen

 

 

De Nederlandse schrijver Maarten Biesheuvel werd geboren in Schiedam op 23 mei 1939. Zie ook alle tags voor Maarten Biesheuvel op dit blog.

Uit: Slechte mensen

“Op een mooie zomeravond wandelden Eva en ik door het centrum van Den Haag. Het was ongeveer op dat kruispunt van winkelstraten waar geen automobielen mogen komen, in de buurt van de Passage meen ik, dat wij een aardig klein jongetje tegenkwamen. Het was werkelijk het allerzoetste jongetje dat we ooit hadden ontmoet. Het liep een minuut of vijf met ons mee en babbelde en babbelde maar, het kind kende in het geheel geen mensenvrees, het was nog maar klein, ik schatte het op een jaar of vijf, zes, als het onder de voet dreigde te worden gelopen mompelde het jongetje met een vriendelijke trek, een glimlachje op zijn gezicht: ‘Neemt U me niet kwalijk’. Op een gegeven moment verontschuldigde hij zich tegenover ons en ging zijns weegs. Omdat wij schik hadden in het geval volgden we het jongetje. Het stond stil voor een statig herenhuis, belde er aan en tikte tegen de ruiten. Het ging met zijn rechterhandje aan zijn voorhoofd in een peinshouding staan, toen er maar niet werd opengedaan. Wij stonden op een meter of acht afstand en konden het daarom heel duidelijk horen toen het jongetje wat zei: ‘Hee, nu zijn ze er nog niet, waar blijven ze toch?’. Eva liep op het jongetje af en vroeg: ‘Zijn je Pappie en Mammie niet thuis?’. ‘Nee mevrouw’, antwoordde het jongetje heel beleefd, ‘die zijn nu al weken en weken weg, ik kan maar niet begrijpen wat er aan de hand kan zijn’. ‘Wat zullen we nu krijgen’, zei Eva hoogst verontwaardigd en ze belde bij de buren aan. De buren hadden al giechelend en wijzend achter de gordijnen gestaan en dat was Eva opgevallen. Wat was er donders toch met dat jongetje aan de hand? De deur van het huis van de buren werd op een kier geopend. Eva stond minstens vijf minuten te praten toen de deur eindelijk verder openging en ze even binnen mocht komen. Ik denk dat ik ongeveer 15 minuten buiten met het jongetje heb staan praten toen Eva weer naar buiten kwam. En wat deed ze me daar een drommels raar verhaal! Wat hadden de buren namelijk verteld? Dat de ouders van het jongetje hun zoontje zó ontzettend lief, oppassend en aardig hadden gevonden dat ze het niet meer hadden kunnen bolwerken. Het kind leek wel een Cherubijntje en dat leek helemaal niet op de harde werkelijkheid van het leven die de man en de vrouw iedere dag meemaakten. Ze gingen er allebei op een gegeven moment haast onderdoor. Toen hebben ze het besluit genomen om het jongetje in de steek te laten. Op een nacht, toen het lieve kereltje sliep en de alleraardigste droompjes had zijn ze met een taxi, vergezeld van slechts vier koffers terwijl ze toch zo'n geweldig huisraad hadden, richting Schiphol vertrokken. Sindsdien zijn ze niet teruggekeerd. Volgens de buren zouden ze in nog geen jaren terugkeren daar die twee arme mensen kotsmisselijk waren van het jongetje”.

 

 2039501-c2fbe459cb8cdb2cdbddbeeca8e6ec49.jpg
Maarten Biesheuvel (Schiedam, 23 mei 1939)
Maarten and Eva Biesheuvel door Lia Laimbock, 1994

 

 

De Nederlandse schrijfster en columniste Lydia Rood werd geboren op 23 mei 1957 in Velp. Zie ook alle tags voor Lydia Rood op dit blog.

Uit: Sprong in de leegte

“Ten oosten van Eden. Sal zei: Schrijf het op, schrijf alles op. Ik zei: Waarom? Hij zat in zijn stinkende stoel, die met de bekleding waarvan de bloemen in het midden zijn afgesleten, en ik stond voor hem op mijn laarzen met hoge hakken en in mijn korte leren broekje en met mijn navelpiercing en het diamantje in mijn neus. Hij is oud en ik ben jong, op een leeftijd waarop ik nog alles kan bewijzen, en dat wilde ik hem laten voelen. Hij lachte alleen maar zo'n beetje. Zijn tanden zijn bruin van de teer en sommige zwart en verrot. Ik vroeg nog eens: Waarom? — Dat zul je wel zien, zei hij. —En anders? vroeg ik. — Anders... Hij knikte. Hij zocht naar een erge bedreiging. Anders... dat zul je ook wel zien. — Niet goed genoeg, zei ik. Ik maakte me nog een stukje langer, strekte mijn rug, zoals ik dat in het circus had geleerd, en op balletles vroeger. Lange nek, schouders laag, billen in, borst naar voren, kin vooruit. — Wat anders, Sal? — Anders moet je het zelf maar weten, zei hij. Het was de ergste bedreiging die hij kennelijk kon bedenken. Maar als Sal zoiets zegt, dan betekent het écht iets. Daarom doe ik het. En dat wist hij heel goed. Ik schrijf alles op.
Ten oosten van Eden ligt het land Nod. Dat komt uit de Bijbel. Daar ben ik zelf achter gekomen natuurlijk, Sal vertelde het er expres niet bij. Als er iemand is die weet hoe hij mij moet manipuleren, dan is hij het. Sal is trouwens ook de enige die de moeite heeft genomen. Behalve dan Rachid en Clemens Cameo, maar die hadden er belang bij, dus die tellen niet. Maar behalve dat ene zinnetje uit Genesis: Toen ging Kaïn weg van het aangezicht des Heren, en ging wonen in het land Nod, ten oosten van Eden weet ik nou nog niks. Wat moet ik daarmee? Waarom is dat zo belangrijk, zoals Sal schijnt te vinden? — Schrijf maar, zei Sal, dan kom je er wel achter. Hij is soms zo irritant dat ik hem die rotte tanden uit zijn bek wil slaan. Maar dat doe ik niet. Zo ben ik niet opgevoed. En hij verdient het ook niet.
Sal lachte niet meer. — Begin maar gewoon, zei hij.”

 

 2039501-4e6e5e79a5c906ee1d20bf2955e240e2.jpg
Lydia Rood (Velp, 23 mei 1957)

 

 

De Amerikaanse dichteres en vertaalster Jane Kenyon werd geboren op 23 mei 1947 in Ann Arbor, Michigan. Zie ook alle tags voor Jane Kenyon op dit blog.

 

Having It Out With Melancholy

2. BOTTLES

Elavil, Ludiomil, Doxepin,
Norpramin, Prozac, Lithium, Xanax,
Wellbutrin, Parnate, Nardil, Zoloft.
The coated ones smell sweet or have
no smell; the powdery ones smell
like the chemistry lab at school
that made me hold my breath.



3. SUGGESTION FROM A FRIEND

You wouldn't be so depressed
if you really believed in God.



4. OFTEN

Often I go to bed as soon after dinner
as seems adult
(I mean I try to wait for dark)
in order to push away
from the massive pain in sleep's
frail wicker coracle.

 

 2039501-ace814bf9092cfe74a4107f41c158f46.png
Jane Kenyon (23 mei 1947 – 22 april 1995)

 

 

De Britse schrijfster Susan Cooper werd op 23 mei 1935 geboren in Buckinghamshire. Zie ook alle tags voor Susan Cooper op dit blog.

Uit:The Dark Is Rising

“The grip tightened again at once. 'Oh no you don't, boy. I know your tricks. You're the one all right, I know now, you're an Old One, but I don't trust your kind any more than I trust the Dark. You're new awake, you are, and let me tell you something you don't know — while you're new awake, you can't do nothing to anyone unless you can see him with your eyes. So you aren't going to see me, that I know.' Will said: 'I don't want to do anything to you. There really are some people who can be trusted, you know: `Precious few,' the Walker said bitterly. `I could shut my eyes, if you'd let me go: 'Pah!' the old man said. Will said, 'You carry the second Sign. Give it to me.' There was a silence. He felt the man's hands fall away from his own arms, but he stood where he was and did not turn round. 'I have the first Sign already, Walker,' he said. 'You know I do. Look, I'm undoing my jacket, and I'll pull it back, and you can see the first circle on my belt.' He pulled aside his coat, still without moving his head, and was aware of the Walker's hunched form slipping round at his side. The man's breath hissed out through his teeth in a long sigh as he looked, and he turned his head up to Will without caution. In the yellow light from the steadily-burning branch Will saw a face contorted with hauling emotions: hope and fear and relief wound tightly together by anguished uncertainty. When the man spoke, his voice was broken and simple as that of a small sad child. `It's so heavy,' he said plaintively. 'And I've been carrying it for so long. I don't even remember why. Always frightened, always having to run away. If only I could get rid of it, if only I could rest. Oh, if only it was gone. But I daren't risk giving it to the wrong one, I daren't. The things that would happen to me if I did, they're too terrible, they can't be put into words. The Old Ones can be cruel, cruel ... I think you're the right one, boy, I've been looking for you a long time, a long time, to give the Sign to you. But how can I be really sure? How can I be sure you aren't a trick of the Dark?' He's been frightened so long, Will thought, that he's forgotten how to stop. How awful, to be so absolutely lonely. He doesn't know how to trust me; it's so long since he trusted anyone, he's forgotten how ... look: he said gently. 'You must know I'm not part of the Dark.”

 

 2039501-485556119ee2de60a1479021ca75cf86.jpg
Susan Cooper (Buckinghamshire, 23 mei 1935)
Cover 

 

 

De Vlaamse dichter Michaël Vandebril werd geboren op 23 mei 1972 in Turnhout. Vandebril studeerde rechten. Zie ook alle tags voor Michaël Vandebril op dit blog.

 

Refrein voor een stad

in een stad die dichters zuigt
tot zachte geraamtes glijd ik

met de snelheid van een luipaard
langs warme natte tuinen waarin stenen

pauwen en paden zich als draden
gedragen van een cocon

langzaam opgegeten door struiken
en kruinen en het tergend trage

zwellen van schelpen in het vijverwater
slechts een voorbode

van grotere tuinen waarin stenen
pauwen en paden zich als stralen

gedragen van een zon
langzaam opgezogen door struiken

en kruinen en het tergend trage
zwellen van schelpen in het vijverwater

slechts een zucht
van andere tuinen waarin stenen

pauwen en paden zich als deining
gedragen van een bron

langzaam opgedronken door struiken
en kruinen en het tergend trage

zwellen van schelpen in het vijverwater
slechts een zweem de stad kleedt

dichters in doorzichtig vel
ik leef hoog boven de tuinen

met de gratie van een zwaluw
en zie straten van geluk

 

 2039501-8353137d8cac8425fd410c479e6abaf3.jpg
Michaël Vandebril (Turnhout, 23 mei 1972)

 

 

De Amerikaanse schrijver en slam poet Jack McCarthy werd geboren op 23 mei 1939 in Massachusetts. Zie ook alle tags voor Jack McCarthy op dit blog.

 

Riding Waves

II. Picking the Wave

There are some waves you cannot ride.
If they are very big, and breaking very close
to shore, you cannot ride them.
What will happen, if you try,
is that the wave, having sucked outward
all the old water before it,
will slam you to the naked sand
in unpredictable position,
then land on you with all its force.
At the very least, you’ll have your wind knocked out.
In big surf, this is dangerous.
It happened to me once, at Nauset:
I thought my back was broken,
tried to crawl ashore.
My eyes cleared just in time to let me know
that I was crawling the wrong way,
just in time to curl up in a ball
to make it harder for the sea to break my bones,
before the next wave hit me.
Those waves, you do not try to ride.
They are serious waves. they are at war.

Let us get it clearly said right here:
there will be fear.
There will be instants when the body’s voice
cries, “This is a mistake!”
Sometimes the body is right.
listen to it, it knows its frailty.
It is not necessary, always,
to ride the biggest waves.

 

 2039501-2a0681b68947aeb83ed2feeb0221a4fe.jpg
Jack McCarthy (Massachusetts, 23 mei 1939)

 

 

De Amerikaanse schrijver, journalist en radiopresentator  Mitchell David Albom werd geboren op 23 mei 1958 in Passaic, New Jersey. Zie ook alle tags voor Mitch Allborn op dit blog.

Uit: The Time Keeper

“This is a story about the meaning of time and it begins long ago, at the dawn of man’s history, with a barefoot boy running up a hillside. Ahead of him is a barefoot girl. He is trying to catch her. This is often the way it is between girls and boys.
For these two, it is the way it will always be.
The boy’s name is Dor. The girl is Alli.
At this age, they are nearly the same size, with high-pitched voices and thick, dark hair, their faces splashed with mud.
As Alli runs, she looks back at Dor and grins. What she feels are the first stirrings of love. She scoops a small rock and tosses it high in his direction.
“Dor!” she yells.
Dor, as he runs, is counting his breaths.
He is the first person on Earth to attempt this—counting, making numbers. He began by matching one finger to another, giving each pairing a sound and a value. Soon he was counting anything he could.
Dor is gentle, an obedient child, but his mind goes deeper than those around him. He is different.
And on this early page of man’s story, one different child can change the world.
Which is why God is watching him.
“Dor!” Alli yells.
He looks up and smiles—he always smiles at Alli—and the stone falls at his feet. He cocks his head and forms a thought.”

 

 2039501-20f826b2c5eb28d889afe5f73b4718f3.jpg
Mitchell Albom (Passaic, 23 mei 1958)

 

 

De Zweedse schrijver Pär Fabian Lagerkvist werd geboren in Växjö op 23 mei 1891 in Stockholm. Zie ook alle tags voor Pär Lagerkvist op dit blog.

Uit:Le Boureau (Vertaald door Marguerite Gay en Gerd de Mautort)

"Si, je suis le bourreau !" dit-il.
Et il se leva, grand et terrifiant dans son costume couleur de sang. Tous les regards se dirigèrent vers lui; un tel silence s'établit dans la salle, hurlante et retentissante quelques secondes auparavant, qu'on put percevoir le souffle de cet homme.
"Depuis l'aube des temps je fais mon métier et il ne me semble pas que je sois près d'en finir. Des millions d'années s'écoulent, des hommes se lèvent et disparaissent dans la nuit, mais moi je reste et, couvert de sang, je les vois passer, moi le seul qui ne vieillisse point. Je suis fidèlement la route des hommes, et il n'y a pas de sentier ayant été foulé par des pieds humains, si secret soit-il, où je n'aie élevé un bûcher et humecté le sol de sang...Je vous ai suivis dès l'origine et je vous suivrai jusqu'à la fin des temps. Quand, pour la première fois, vous avez levé les yeux vers le ciel, devinant Dieu, j'ai découpé un de vos frères et l'ai offert en sacrifice. Il m'en souvient encore: les arbres étaient secoués par le vent et la lueur du feu dansait sur vos visages. J'arrachai mon coeur et le jetai dans les flammes.Depuis ce moment, nombreux sont ceux que j'ai sacrifiés aux dieux et aux diables, au ciel et à l'abîme, des coupables et des innocents en légions incalculables. J'ai exterminé de la terre des peuples entiers, j'ai saccagé et dévasté des royaumes. Tout ce que vous m'avez demandé, je l'ai fait.J'ai accompagné les siècles au tombeau et, appuyé sur mon épée ruisselante, je me suis arrêté un instant, attendant que des générations nouvelles m'appellent de leur voix jeune et impatiente. J'ai flagellé jusqu'au sang des flots d'hommes, clamant pour l'éternité leur mugissement inquiet. J'ai dressé des bûchers pour des prophètes et des messies. J'ai plongé la vie humaine dans les ombres de la nuit. J'ai tout fait pour vous. On m'appelle encore et j'arrive. Je jette un regard sur la terre - elle gît, fiévreuse et brûlante, et dans l'espace retentissent des cris d'oiseaux malades. c'est pour le mal l'époque du rut ! C'est l'heure du bourreau !"

 

 2039501-f6b96c633b138430198b6946151fb3d8.jpg
Pär Lagerkvist (23 mei 1891 – 11 juli 1974)
Cover

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e mei ook mijn blog van 23 mei 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 15:48 Reageer op dit bericht

Erik Spinoy, Arthur Conan Doyle, Ahmed Fouad Negm, Anne de Vries, Johannes R. Becher, Kees Winkler, Gérard de Nerval, Robert Neumann, Catulle Mendès

De Vlaamse dichter en schrijver Erik Spinoy werd geboren op 22 mei 1960 in Sint-Niklaas. Zie ook alle tags voor Erik Spinoy op dit blog.

 

Adolf groet ’s morgens de dingen

Het spant erom, nu komt het erop aan, het is dus
nu of nooit.

Een klap in het gezicht van de goede smaak?
Een klap in het gezicht maar

nu is al te laat.

         Zoologischer Garten : brandbommen en kanisters fosfor
         wisten er wel raad mee.

         Apen zwierven door de stad, exotische vogels kozen
         schreeuwend het luchtruim. Leeuwen stikten
         en verkoolden in hun kooien.

         Krokodillenstaarten smaakten haast als kippenvlees.
         Berenham en berenworst: het bleken lekkernijen.

In de kamer die geen witte kamer is machinekamer is
valt lemmerhard het zomerlicht

valt op een stijf smetvrij katoenen hemd dat
vloekt bij vlekken rimpels kerven in
genadeloos blote nieuw

gebruinde huid.

 

Mowgli

Starend in de kleurige ogen
van de slang

die koud en glibberig
acht of negen maal zich
om zijn tengere lichaam
draait.

Zijn waarheid is verdampt
of smelt zoals cacaoboter
in de tropenzon

en buiten zich, verdwaasd
lacht hij ook nog daarbij

Geluk doorstroomt
zijn schaamte dat
hij is

 

2039298-d1e89c3da3d71022dd473098c37f13d2.jpg
Erik Spinoy (Sint-Niklaas, 22 mei 1960)

 

 

De Britse schrijver Sir Arthur Conan Doyle werd geboren in Edinburgh op 22 mei 1859. Zie ook alle tags voor Arthur Conan Doyle op dit blog.

Uit:The Return of Sherlock Holmes

"Well, I have fairly steady nerves, as you know, Mr. Holmes, but I give you my word, that I got a shake when I put my head into that little house. It was droning like a harmonium with the flies and bluebottles, and the floor and walls were like a slaughter-house. He had called it a cabin, and a cabin it was, sure enough, for you would have thought that you were in a ship. There was a bunk at one end, a sea-chest, maps and charts, a picture of the SEA UNICORN, a line of logbooks on a shelf, all exactly as one would expect to find it in a captain's room. And there, in the middle of it, was the man himself — his face twisted like a lost soul in torment, and his great brindled beard stuck upward in his agony. Right through his broad breast a steel harpoon had been driven, and it had sunk deep into the wood of the wall behind him. He was pinned like a beetle on a card. Of course, he was quite dead, and had been so from the instant that he had uttered that last yell of agony. "I know your methods, sir, and I applied them. Before I permitted anything to be moved, I examined most carefully the ground outside, and also the floor of the room. There were no footmarks." "Meaning that you saw none?" "I assure you, sir, that there were none." "My good Hopkins, I have investigated many crimes, but I have never yet seen one which was committed by a flying creature. As long as the criminal remains upon two legs so long must there be some indentation, some abrasion, some trifling displacement which can be detected by the scientific searcher. It is incredible that this blood-bespattered room contained no trace which could have aided us. I understand, however, from the inquest that there were some objects which you failed to overlook?" The young inspector winced at my companion's ironical comments. "I was a fool not to call you in at the time Mr. Holmes. However, that's past praying for now. Yes, there were several objects in the room which called for special attention. One was the harpoon with which the deed was committed. It had been snatched down from a rack on the wall. Two others remained there, and there was a vacant place for the third. On the stock was engraved `SS. SEA UNICORN, Dundee.' This seemed to establish that the crime had been done in a moment of fury, and that the murderer had seized the first weapon which came in his way. The fact that the crime was committed at two in the morning, and yet Peter Carey was fully dressed, suggested that he had an appointment with the murderer, which is borne out by the fact that a bottle of rum and two dirty glasses stood upon the table." "Yes," said Holmes; "I think that both inferences are permissible. Was there any other spirit but rum in the room?"

 

 2039298-fe374130e04b3282a402cabb8f3798c3.jpg
Arthur Conan Doyle (22 mei 1850 – 7 juli 1930)
Cover DVD

 

 

De Egyptische dichter Ahmed Fouad Negm werd op 22 mei 1929 in Ash Sharqiyah geboren. Zie ook alle tags voor Ahmed Fouad Negm op dit blog.

 

If The Sun Drowns

If the sun drowns in a sea of clouds
And extends a wave of darkness onto the world
And vision dies in the eyes of the vigilant
And the road is lost in lines and circles
O shrewd traveler in straight lines and in circles,
You have no guide but the eyes of speech

 

Contraband

Forbidden from travel
Forbidden from singing
Forbidden from speaking
Forbidden from longing
Forbidden from discontent
Forbidden from smiling

And every day with your love
That which is forbidden increases
And every day I love you
More than the before

My love, as if a vessel
Longing and imprisoned
With an informant in each corner
A police in every port
They forbid me if I
Feel some jealousy for you
Or if I fly to your embrace
Or if I sleep in your lap
And your heart like the spring
I return like an infant
Weeping from weaning

My love, as if city
Dressed up and unhappy
In every road a difficulty
And in every palace decoration
Forbidden from waking up
With your love, or sleeping with it
Forbidden from debate
Forbidden from silence
And every day with your love
That which is forbidden increases
And every day I love you
More than the before

 

 2039298-4a0ae0a287387f76520e71147ba34065.jpg
Ahmed Fouad Negm (22 mei 1929 – 3 december 2013)

 

 

De Nederlandse schrijver en onderwijzer Anne de Vries werd geboren op 22 mei 1904 in Assen. Zie ook alle tags voor Anne de Vries op dit blog.

Uit:Bartje

“Vader steekt zijn blote, zwarte voeten door de gordijntjes, zit een poosje geeuwend op de plank en ploft op de vloer. Steunend en wankelend rekt hij zich. Dan komen zijn vuisten haast tot de zolderbalken.
Bartje zegt niets. Hij kauwt en hij kijkt maar. 's Morgens moet je een beetje oppassen met vader. Dan slaapt hij nog half, dan is hij bokkig. Maar als hij een pijp gerookt heeft, wordt het beter.
De pijp ligt gestopt op de schoorsteenmantel en lucifers zijn daar ook. Vader steekt op. Zwaar dampend en steunend brengt hij zijn onderkleren in orde en zit dan in een wolk zijn kousen aan te trekken. Dat is niet gek, dat hoort zo bij een vader.
Vader heeft haar op zijn benen, lange, zwarte. En als hij kwaad wordt, vloekt hij. En hij kan een wieg timmeren. Er zijn nòg een heleboel dingen, waarom je wel eerbied voor je vader moet hebben, maar deze drie behoren toch wel tot de voornaamste.
Bartje heeft geen haar op zijn benen en hij vloekt ook nooit. Vloeken mag niet, zegt moeder. En de juffrouw van de Zondagsschool zei het ook. Dan wordt de Lieve Heer kwaad op je, zei ze. En daarom doet Bartje het niet. Hij is veel te bang, dat de Lieve Heer kwaad op hem zal worden.
Vader geeft daar zo niet om, maar die is ook zo groot en zo sterk, die zal wel haast kunnen doen, wat hij wil. Grote mensen zijn niet zo erg bang voor den Lieven Heer.
Vloeken is op één na het vreselijkste, wat er is. Het vreselijkste is, als je je vader en moeder slaat. Dan groeit je handje boven je grafje uit, als je doodgaat en dan zwerft je zieltje 's nachts als een wit vlammetje over de hei. Bij het moerasje, waar Bartje een keer geweest is met Arie en Gert, om naar eendeeieren te zoeken, is het er vol van: blanke, wiegende pluimpjes op een dun groen stengeltje. 's Nachts zijn het dwaallichtjes, allemaal zieltjes van gestorven kindertjes. Maar de gestorven Bartje is er niet bij. Want Bartje is wel eens bij zijn grafje geweest: daar stond een half-verrot paaltje op, met een roestig ijzeren plaatje er aan en daar groeiden gras en paddestoelen. Er was geen handje. Die Bartje is zeker ook een oppassende en gehoorzame jongen geweest, net als hij. Die zal ook wel niet gevloekt hebben. Daarom praat moeder zeker nog zo vaak over hem. ‘Zo en zo oud was hij nou al geweest,’ zegt moeder dan, ‘een hele kerel was hij al geweest."

 

 2039298-ebf6be69d78bcb94958b7a59f81f7d28.jpg
Anne de Vries (22 mei 1904 – 29 november 1964)
Jan Krol, Arend Kuik, and Jantje Weurding in Bartje (1972)

 

 

De Duitse dichter en politicus Johannes Robert Becher werd geboren in München op 22 mei 1891. Zie ook alle tags voor Johannes R. Becher op dit blog en ook alle tags voor J. R. Becher.

 

Windflüchter
Bäume im Darß (Ahrenshoop)

Sie haben einen Grund noch, einen festen,
Und dennoch hält der Grund sie allzu fest.
Sie flüchten vor dem Wind mit allen Ästen
Und halten fest, hinauf bis zum Geäst.

Die Aste splittern in den Windgewittern,
Und aus der Tiefe schöpft der Wind das Meer.
Er schleudert Wogenberge, grau und schwer,
Daß auch die Stämme in den Wurzeln zittern.

Gestalten mit verkrüppelten Gelenken,
Nur in den Wurzeln regt sich noch ein Wille.
Das Meer, der Wind, die Wolken – eine Wucht,

Die Bäume scheinen sich noch zu verrenken,
Wenn Meer und Himmel atmen wieder Stille.
Sie sind noch in der Stille auf der Flucht.

 

 

Kinderschuhe aus Lublin (Fragment)

Ein Paar aus Samt, ein Paar aus Seiden,
und eines war bestickt sogar
mit Blumen, wie sie ziehn, die beiden,
sind sie ein schmuckes Hochzeitspaar.

Mit Bändchen, Schnallen und mit Spangen,
zwerghafte Wesen, federleicht -
und viel sind viel zu lang gegangen
und sind vom Regen durchgeweicht.

Man sieht die Mutter, auf den Armen
das Kind, vor einem Laden stehn:
"Die Schuhchen, die, die weichen, warmen,
ach Mutter, sind die Schuhchen schön!"

"Wie soll ich nur die Schuhchen zahlen.
Wo nehm das Geld ich dafür her...."
Es naht ein Paar von Holzsandalen,
es ist schon müd und schleppt sich schwer.


2039298-72eef5ea5b42e11824774f7bf7fa6e6f.jpg
Johannes R. Becher (22 mei 1891 - 11 oktober 1958) 
Standbeeld in Berlijn

 

 

De Nederlandse dichter Kees Winkler werd op 22 mei 1927 in Hoorn geboren. Zie ook alle tags voor Kees Winkler op dit blog.

 

Poes Eefje weg

's Morgens heel vroeg liet ik hem uit
hij wandelde zijn gewone weggetje
door de tuin naar het hekje
ik heb hem nog nagekeken

Sindsdien is hij spoorloos
net of je kind vermist is
en toch verwacht je steeds
dat hij aan de achterdeur klauwt

Hij was gelukkig bij ons en wij met hem
de brokjes, het hart en de tuin
maakten zijn leven uit en ook
spinnend bij Judy op schoot

Misschien is hij wel dood

 

 2039298-2d2f2594fb1472c86f8f06272afac413.jpg
Kees Winkler (22 mei 1927 – 1 april 2004)
 

 

De Franse schrijver Gérard de Nerval (pseudoniem van Gérard Labrunie) werd geboren in Parijs op 22 mei 1808. Zie ook alle tags voor Gérard de Nerval op dit blog.

Uit: Het treurige beroep van een schrijver (Vertaald door Edu Borger)

“Na een groot aantal edicten uitgevaardigd en menigmaal een beroep op de trouw van de goede stad Parijs gedaan te hebben verbaasden de beide gevangenen er zich ten slotte over dat zij geen enkele beroering onder het volk zagen gloren en altijd weer in dezelfde situatie ontwaakten. Spifame schreef dit geringe succes toe aan het scherpe toezicht van de ministers en Vignet aan de niet-aflatende haat van Mellin en du Bellay. De drukkerij werd voor een paar dagen gesloten, er werd over serieuzere oplossingen gepeinsd en er werden staatsgrepen overwogen. Die twee mannen, die er nooit over hadden gedacht om te vluchten om vrij te zijn, beraamden ten slotte het plan voor een ontsnapping die tot doel had de Parijzenaars de ogen te openen en hun minachting voor de Sophonisbe van Saint-Gelais en La Franciade van Ronsard op te wekken. Zij begonnen de tralies van onderen langzaam los te wrikken, waarbij ze al vorderend de sporen van hun arbeid lieten verdwijnen, en dat was des te gemakkelijker omdat zij als rustig, lankmoedig en tevreden met hun lot bekendstonden. Toen zij gereed waren met de voorbereidselen, werd de drukkerij wederom geopend. De vierregelige pamfletten, de opruiende proclamaties en de uitverkoren gedichten werden bij hun bagage gevoegd en nadat Spifame tegen middernacht een korte maar krachtige toespraak tot zijn vertrouweling had gehouden, knoopte deze laatste de lakens van de vorst aan een intact gebleven tralie vast, gleed er als eerste langs naar beneden en hielp kort hierna Spifame overeind, die zich op twee derde van de afdaling in het dichte gras had laten vallen, niet zonder een paar blauwe plekken op te lopen. Vignet vond in het donker al spoedig de oude muur waarachter zich het platteland uitstrekte; omdat hij behendiger was dan Spifame, slaagde hij erin op de muurkap te klimmen en stak vandaar zijn been uit naar zijn genadige heer, die zich er stevig aan optrok, waarbij hij met zijn voet steun vond op de restanten van de uit de muur losgewrikte stenen. Een moment later was de Rubicon overgestoken. Het was om en nabij drie uur in de ochtend toen onze twee in vrijheid verkerende helden een dichtbegroeide plek in een bos bereikten, waar zij zich lang voor speurders schuil konden houden; maar zij dachten er niet over heel nauwgezette voorzorgsmaatregelen te nemen, aangezien zij meenden dat ze alleen maar vrij hoefden te zijn om herkend te worden, de een door zijn onderdanen en de ander door zijn bewonderaars. Ze moesten natuurlijk wel wachten tot de poorten van Parijs geopend zouden worden, hetgeen niet vóór vijf uur 's ochtends gebeurde. De weg was al vol met boeren die hun voorraden naar de markt brachten.”

 

 2039298-abe83cfa564946441e10dec5c2ac0505.jpg
Gérard de Nerval (22 mei 1806 – 26 januari 1855) 
Monument in Othis

 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Robert Neumann werd geboren op 22 mei 1897 in Wenen. Zie ook alle tags voor Robert Neumann op dit blog.

 

Mutteranruf
nach Hugo von Hofmannsthal

Und Kinder wachsen auf mit großen Augen
Und wissen schon von ihrem tiefsten Walten
Und wollen es schon daumenhaft besaugen.

Und Mütter gehn, und immer wieder halten
Und heben sie die drohbereite Geste
Und stehn erstarrt und drohn noch im Erkalten.

Und Dichter sind, und ihre Anapäpste
Sind wie die Neige tiefgesenkter Krüge
Und schmecken schal wie trübe Hefereste.

Und wiegen sich in ihrer samtnen Lüge
Und lieben Prunk, ein wenig überplundert,
Und spreizen sich in gestriger Genüge.

Und stehen bleich im lärmenden Jahrhundert
Und nehmen dankbar jegliche Beschau an.
Betroffen steht die Zeit: es bellt verwundert

Ein Bologneserhündchen einen Pfau an.

 

 2039298-5162e9b13afe1c176889bcbd2fd4d629.jpg
Robert Neumann (22 mei 1897 – 3 januari 1975)

  

 

De Franse dichter en schrijver Catulle Mendès werd geboren op 22 mei 1841 in Bordeaux. Zie ook alle tags voor Catulle Mendès op dit blog.

 

Le marché de la Madeleine

Debout ! le soleil caresse nos draps.
Que ne suis-je né près de Mytilène !
Allons respirer l'odeur des cédrats
Au marché qu'on tient à la Madeleine.

J'ai rêvé d'un grand château dans la plaine.
Nous étions (hélas ! tu me comprendras !)
Moi, l'hôte d'un soir, vous, la châtelaine.
Debout ! le soleil caresse nos draps.

Nous voyagerons lorsque tu voudras !
Nous irons en Grèce, au pays d'Hélène
Dont les bras étaient moins beaux que tes bras.
Que ne suis-je né près de Mytilène !

En Chine où les tours sont de porcelaine,
Dans l'Inde où la noire a sous le madras
Des cheveux crépus comme de la laine,
Allons respirer l'odeur des cédrats.

Mais ce n'est qu'un rêve et tu t'en riras !
Allons acheter de la marjolaine,
De la marjolaine et des gobéas
Au marché qu'on tient à la Madeleine !

 

 2039298-173caf403fff90c4fc07604f7d04ef96.png
Catulle Mendès (22 mei 1841 – 7 februari 1909)

Geschreven door Romenu om 19:06 Reageer op dit bericht

Takis Würger

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Duitse schrijver en journalist Takis Würger werd geboren in 1985 in Hohenhameln. Na zijn eindexamen gymnasium werkte hij als vrijwilliger in een ontwikkelingsproject in Peru. Hij werkte als vrijwilliger bij de Münchner Abendzeitung en bezocht de Henri Nannen School. Vervolgens ging hij naar het tijdschrift Der Spiegel, waar hij werkt op de afdeling samenleving. In 2014 studeerde hij een jaar aan het St. John's College, Cambridge Human, Social and Political Science. Würger maakte reportages voor Der Spiegel onder andere uit Afghanistan, Libië, Mexico en de Oekraïne. In 2012 werkte hij als Arthur F. Burns Fellow drie maanden bij de Amerikaanse krant The Austin Chronicle in Texas. Wùrger geeft een seminar reportages aan de Academie van de Beierse Pers. Wùrger heeft verschillende journalistieke prijzen gewonnen, waaronder de Duitse reporter prijs, de CNN Journalist Award en European Journalism Prize Writing for CEE. In 2010 werd hij bekroond door Medium Magazin als een van de "Top 30 Journalisten" (onder de 30); In 2017 werd hij onderscheiden met de Silberschweinpreis, de prijs voor deburanten van lit.Cologne voor zijn roman “Der Club”.

Uit: Der Club

„Im südlichen Niedersachsen liegt ein Wald, der Deister, darin stand ein Haus aus Sandstein, in dem früher der Förster gewohnt hatte und das durch eine Reihe von Zufällen und den Kredit einer Bank in den Besitz eines Ehepaares kam, das dort einzog, damit die Frau in Ruhe sterben konnte.
Sie hatte Krebs, Dutzende kleine Karzinome, die in ihrer Lunge saßen, als hätte jemand mit einer Schrotflinte hineingeschossen. Der Krebs war inoperabel, und die Ärzte sagten, sie wüssten nicht, wie viel Zeit der Frau bliebe, deshalb quittierte der Mann seine Arbeit als Architekt und blieb bei ihr. Als die Frau schwanger wurde, riet der Onkologe zur Abtreibung. Der Gynäkologe sagte, auch eine Frau mit Lungenkrebs könne gebären. Sie gebar einen kleinen, dünnen Säugling mit zarten Gliedern und vollem schwarzen Haar. Der Mann und die Frau pflanzten einen Kirschbaum hinter das Haus und nannten ihren Sohn Hans. Das war ich.
In meiner frühsten Erinnerung läuft meine Mutter mit nackten Füßen durch den Garten auf mich zu. Sie trägt ein gelbes Kleid aus Leinen und um den Hals eine Kette aus rotem Gold. Wenn ich an diese ersten Jahre meines Lebens zurueckdenke, ist immer später Sommer, und es kommt mir vor, als hätten meine Eltern viele Feste gefeiert, auf denen sie Bier aus braunen Flaschen tranken und wir Kinder Limonade, die Schwip Schwap hieß. An solchen Abenden schaute ich den anderen Kindern zu, wie sie Fangen spielten, ich fühlte mich beinahe wie ein normaler Junge, und es war, als sei der Schatten vom Gesicht meiner Mutter verschwunden, was vielleicht auch am Licht des Lagerfeuers lag.
Meistens beobachtete ich die anderen aus einer hinteren Ecke des Gartens, wo unser Pferd graste. Ich wollte es beschützen, weil ich wusste, dass es Angst vor Fremden hatte und nicht gestreichelt werden mochte. Es war ein Englisches Vollblut, das einmal ein Rennpferd gewesen war und das meine Mutter einem Pferdeschlachter abgekauft hatte. Wenn es einen Sattel sah, buckelte es. Als ich ein Kleinkind war, setzte meine Mutter mich auf den Rücken des Pferdes, später ritt ich mit ihm durch den Wald, ich hielt mich mit dem Druck meiner Schenkel fest. Nachts, wenn ich aus meinem Zimmer in den Garten schaute, hörte ich, wie meine Mutter mit dem Pferd sprach.
Meine Mutter kannte jedes Kraut im Wald. Wenn ich Halsschmerzen hatte, kochte sie mir einen Sirup aus Honig, Thymian und Zwiebeln, und die Schmerzen verschwanden. Einmal sagte ich ihr, dass ich mich vor der Dunkelheit fürchtete, sie nahm mich bei der Hand und wir gingen durch die Nacht in den Wald. Sie sagte, sie könne nicht leben, wenn sie daran dachte, dass ich mich fürchtete, was mich ein wenig be- unruhigte, da ich häufig Angst hatte. Oben auf dem Kammweg sprangen die Leuchtkäfer aus den Zweigen und setzten sich meiner Mutter auf die Arme.“

 

 2039291-5b0cc755c9904a5d054e01ce7b83b899.png
Takis Würger (Hohenhameln, 1985)

Geschreven door Romenu om 19:03 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten