Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 8 juni 2017 tot 9 juni 2017

Maarten Doorman, Paul Beatty, Xander Michiel Beute, Anton Roothaert, Jian Ghomeshi, Mirko Bonné, Curzio Malaparte, Charles Webb, Rudolf Borchardt

De Nederlandse dichter, schrijver, criticus en filosoof Maarten Doorman werd geboren op 9 juni 1957 in Medina Sidonia (Spanje). Zie ook alle tags voor Maarten Doorman op dit blog.

 

Het landschap denkt ons

Alles ligt klaar voor de wandelaar
De beek langs de weg, het seinhuis
het te smalle trottoir als gedachten
die je ontmoet en dan de jouwe
noemt, ook zonder kaart liggen ze daar
en wie de deur uitgaat ziet ze haast
voor ze ons omhelzen en wij denken
dat wij het doen terwijl de bomen minzaam
zwaaien. En wij doen het soms
maar meestal denkt het landschap ons
en daar ga je

 

 

Hoekwachters

Ze wachten op minstens 2 trams tegelijk
de hakkenlichters
die tussen twee wallen
hun zwaargeestige momenten staan te kauwen,
op minstens 2 trams die in vereiste richting
met de bel mee gaan.
Ze wachten als doodgetrapte ballonnen
deze pikstekige vrouwspersonen
en de mannen aan toonder,
even onbedaarlijk als schaamteloos staan ze daar
in de beklemming van hun natte jas
weg te raken. In portieken gedrukt
tegen de regen vraagt hun ongeduld
toch verhuld om uitstel van bestemming:
met lege tas willen de hoekwachters liever
de tram niet in.
Wat doe ik ik hun plastic zak?
- een föhn die kastanjegeur blaast
een brilmontuur van konijnebout
een schubje zeemeermin
en een nieuw papiertje voor maart (de weekends
uitgezonderd), een spijker een mes en een touwtje
een vies vloekblaadje een stukje
zuidelijk halfrond en een eigen houtje
voor het bijten. Een 45-
strippenkaart voor lijn 1 t/m 100.

 

 2044970-fb1a2ae561543e15b0092d02d5e46aa7.jpg
Maarten Doorman (Medina Sidonia, 9 juni 1957)

 

 

De Amerikaanse schrijver Paul Beatty werd geboren op 9 juni 1962 in Los Angeles. Zie ook alle tags voor Paul Beatty op dit blog.

Uit:De verrader (Vertaald door Gerda Baardman en Bart Gravendaal)

“De drie basiswetten van de gettofysica zijn: een nigger die je lastigvalt, blijft je meestal lastigvallen; ongeacht waar de zon aan de hemel staat, het is altijd ‘kwart over je apenreet en tien voor je kloten’; en nummer drie: als er iemand wordt neergeschoten van wie je houdt, ben je steevast net thuis voor de kerstvakantie, halverwege je eerste studiejaar, en ben je die middag te paard op weg naar een afspraak met je vader voor een vergadering van de Intellectuelen van de Dum Dum Donut, de plaatselijke denktank, waar hij en de andere buurtgeleerden je overvoeren met cider, kaneelbroodjes en homotherapie. (Niet dat je vader denkt dat je gay bent, maar hij maakt zich zorgen omdat je altijd om elf uur thuis bent en de uitdrukking ‘lekkere bitch’ niet in je vocabulaire lijkt voor te komen.) Het is een koude avond. Je bemoeit je met je eigen zaken en neemt net genietend de laatste slokjes van je vanillemilkshake als je op een troep rechercheurs stuit die om het lijk heen staan. Je stijgt af. Je doet een stap dichterbij en herkent een schoen, of een overhemdsmouw of een sieraad. Mijn vader lag op zijn buik op de kruising. Ik herkende hem aan zijn vuist, stevig toegeknepen, de aderen op de rug van zijn hand nog steeds opgezwollen en vol. Ik compromitteerde de plaats delict door wat pluis uit zijn verklitte afro te plukken, de gekreukte kraag van zijn Oxford-overhemd glad te strijken, het grind van zijn wang te vegen en wat volgens het politierapport nog het ergste was, mijn hand in de plas bloed rond zijn lichaam te leggen, die tot mijn verrassing koud was. Niet heet, niet kolkend van de zwarte woede en de levenslange frustratie van een fatsoenlijke, zij het enigszins gestoorde man die nooit was geworden wie hij vond dat hij was.
‘U bent zijn zoon?’
De rechercheur nam me van top tot teen op. Hij fronste zijn wenkbrauwen en zijn ogen schoten heen en weer van herkenningspunt naar herkenningspunt. Achter zijn minachtend zelfgenoegzame glimlach zag ik zijn hersenen bijna speuren naar verwijzingen in mijn littekens, lengte en bouw naar een bestand met gezochte misdadigers in zijn hoofd.
‘Inderdaad.’
‘Ben je iets bijzonders?’
‘Huh?’
‘Volgens de agenten schreeuwde hij bij zijn aanhouding, en ik citeer: “Ik waarschuw jullie, stelletje anale, autoritaire archetypes, jullie weten niet wie mijn zoon is!” Dus, ben je een bijzonder iemand?’
Wie ben ik? En hoe kan ik die persoon worden?
‘Nee, ik ben niets bijzonders.’

 

 2044970-ede31f0ebe865bf5e522b66326800a85.jpg
Paul Beatty (Los Angeles, 9 juni 1962)

 

 

De Nederlandse schrijver Xander Michiel Beute werd geboren op 9 juni 1975 te Gouda. Zie ook alle tags voor Xander Michiel Beute op dit blog.

Uit: Nachtvoorstelling

“Dit is gebeurd, geen weg terug. Kut, hoe kom ik thuis’? Ademhalen Maarten, blijven ademhalen. De lucht diep in je longen zuigen, daar goed op letten. Dan krachtig uitblazen door de mond, de wangen moeten bol staan. Eerst rustig worden, beginnen met de ademhaling dan volgt het hart vanzelf. Het lijkt te werken, De man houdt me nog steeds zorgvuldig overeind. Zijn handen omklemmen mijn schouders stevig. Omvallen zal ik niet meer. Ik moet steeds aan mijn knie denken, het doet al minder pijn, misschien valt het nog wel mee. De man kijkt me recht in de ogen. Hij heeft donkere ogen, serieus. Ken ik hem ergens van? Hij beangstigt me een beetje. Verlegen kijk ik langs hem heen, mijn ogen zoeken een bekend gezicht. Er staat een kring van mensen om ons heen, allemaal jongens. Ik herken niemand. Ze lachen. Wat valt er nou te lachen? Ik sta nog op mijn benen! Achter de kring van jongens zie ik nu vaag nog veel meer gezichten. Ze staan een eind van ons vandaan. Een haag van mensen. Toeschouwers. De man verstevigt zijn grip om mijn schouders. Viel ik weer bijna om, hield hij me daarom zo stevig vast? Het lijkt alsof ik zijn vingers in mijn vlees voel. Zijn gezicht komt dichterbij. Ik kijk verlegen naar mijn schoenen. ’Zo, nou heb je ineens geen grote bek meer! ’ Hij houdt zijn hand in de lucht, zijn vuist is gebald. ’Wat?’ Op het moment dat ik nog meer wil zeggen, wordt ik verblind door de slaande vuist in mijn gezicht. Mijn hoofd trilt, ik schud met mijn hoofd, doe mijn ogen open, alles begint te bonzen. Bloed. Ik kijk de man recht in zijn ogen aan. Rode vlekken bewegen voor mijn ogen. Hij spuugt me in het gezicht. ’Een vuile klootzak ben je! ’ Ik verroer geen vin. Ik ben een standbeeld, vastgenageld. Vragend blijf ik de man in het gezicht kijken. Het maakt hem nog kwader. Zijn voorhoofd glimt van het zweet. Ik voel mijn hand weer trillen, Mijn hoofd knalt uit mekaar, ziedend van woede weet ik helemaal niets. Een klap voor zijn smoel kan ie krijgen. Ik heb niets gedaan, helemaal niets. Ik kan niets doen. Zijn speeksel druipt langs mijn wangen, het blijft op mijn lippen plakken. Mijn mond is droog. Het gebeurt allemaal niet echt, het is niet zo... een vuist slaat me hard in het gezicht.”

 

 2044970-7456d6293c1867b8a545ebbcae00f98a.jpg
Xander Michiel Beute (Gouda, 9 juni 1975)

 

 

De Nederlands schrijver en jurist Antonius Martinus Henricus (Anton) Roothaert werd geboren in Tilburg op 9 juni 1896. Zoe ook alle tags voor Anton Roothaert op dit blog.

Uit: Doctor Vlimmen

“En bij deze onplezierige ontmoeting zit Vlimmen in zijn wagen, beweegt zich niet en tuurt in het spiegeltje of daar zijn leven van afhangt. Zijn huid voelt aan als het pantser van een schildpad; alleen is het jammer, dat hij niet zijn hoofd eronder kan wegstoppen, een hoofd, waarvan hij met ergernis voelt, dat het steeds roder wordt... Daar staat Treeborg al naast zijn wagen!... Wie moet nu het eerst groeten? Zal hij...? Maar stel je voor, dat de vent hem negeert, of een hautain knikje teruggeeft!...
Juist als hij op het punt staat met een verschrikt gebaar zijn zakboekje te trekken om gauw iets na te kijken:
‘Bonjour, de Vlim! Hoe gààt het nog, zeg?’
Vlimmen is komiek in zijn slecht-gespeelde verrassing en hij weet het... Maar hoor toch 'ns, wat 'n jovialiteit! ‘De Vlim’ is zijn studentennaam en het klinkt hem tegenwoordig in de oren, als werd hij bij zijn voornaam genoemd...
‘Hallo - uh - Treeborg! Hoe is 't?’ Hij spant zich vergeefs in om gewoon te doen. Maar de ander let meer op zichzelf, trekt een geleerd gezicht en komt ter zake.
‘Zeg!’ roept hij en het zweemt al een beetje naar zag. ‘Beginnen ze bij jullie ook al te zaniken over verlaging van tarieven in verband met de malaise?’
Het is einde 1929 en de crisis begint eerst. Iedereen zegt dat alles ‘omlaag’ moet en dat het zo geen jaar moet duren, want dan gaan we allemaal over de kop.
‘Ik heb er nog niets van gehoord,’ zegt Vlimmen, de ogen strak op het asbakje van zijn auto... Moet hij nu aanstonds, als de bomen opgaan ‘die feut’ vragen om mee te rijden...? ‘Maar ik ben zelf al begonnen met verlagen,’ zegt hij dan met de bedoeling om eens zeer grappig voor den dag te komen.
‘O - uh?’ De gedachtengang van den jongen arts wordt er hinderlijk door onderbroken. Hij is juist bezig een belangrijk verhaal ineen te dichten over grootmachten van de Maatschappij voor Geneeskunde, professoren en dat soort lui, die hij gewoon bij de naam zal noemen als Jantje Kouwer en Pietje Lameris, die hem persoonlijk hebben geraadpleegd, wien hij dit en dat eens heel flink heeft gezegd, waarop ze moesten toegeven, dat...
‘Ja, ik heb zo juist nog m'n tarieven verlaagd voor olifanten, tijgers en zeboe's!’ Vlimmen trekt er een zeer ernstig gezicht bij.”

 

 2044970-7be3624f0fbbd6b7fe76ca37dc958f3f.jpg
Anton Roothaert (9 juni 1896 – 29 maart 1967)
Scene uit de film  “Dokter Vlimmen” met Peter Faber (Vlimmen) en Roger Van Hool (Dacha), 1977

 

 

De Canadese schrijver, muzikant en tv-en radiopresentatorpresentator Jian Ghomeshi werd geboren op 9 juni 1967 in Londen en groeide op in Thornhill, Ontario. Zie ook alle tags voor Jian Ghomeshi op dit blog.

Uit: 1982

“Thad always wanted to be a rock singer. I'd done pretty well with the Wing nuts and our big gig at the Wood-land Junior High gymnasium in Grade 8.
I'd certainly deduced that girls fan-cied rock singers. And so I imagined that if I became a good rock singer, I would probably get Wendy's attention and af-fection. The good news was that a few months before I summoned up the courage to ask Wendy to the Police Pic-nic, I began to receive some notice for my vocal abilities. The less than good news was that this modest vocal triumph did not really come from singing. It was about speaking. In the middle of Grade 9, I started doing the morning announcements at Thornlea Secondary School. It was a job for a nerd. I was that nerd. Actually, no, I was more. I was an aspiring Persian-Canadian New Wave singer with newly acquired hair gel ... and also a public-speaking nerd. This was the first time I became identified for my voice. The morning announcements were roughly five minutes in length and in-volved holding a microphone close to a cassette deck that was playing the na-tional anthem and then telling everyone that classes were to begin. We didn't have digital music players in the early '8os. We had clunky porta-ble cassette decks left over from the 'dos.
They would make loud whirring sounds cassette-player speaker for the audio to when they were rewinding. And we be heard over the school PA system. would hold a microphone close to the If you're a teenager reading this now, you probably think the whole exercise sounds prehistoric. That's because it was. Sometimes, describing the way we lived in the early 198os is akin to telling the story of being a pioneer: "Yes ... we survived with these large-knobbed cassette players, children. And we used shiny tapes in plastic cases that moved quickly in circles and often broke. And also, we learned how to mash up peanuts and butter in order to make peanut butter for food." OK, maybe I have no idea how you make peanut butter. We never did that. But the point is, clunky Thornlea tape-deck technology was the only op-tion at the time. It was all very anti-quated. The morning announcements were a thankless endeavour but a big step into prominence by my standards. And I'm still not really sure how I got this odd morning gig. Somehow, I took the place of our vice-principal and his moustache.”

 

 2044970-2a0ea7e30344e4940c46b1811b2d2821.jpg
Jian Ghomeshi (Londen, 9 juni 1967)

 

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Mirko Bonné werd op 9 Juni 1965 in Tegernsee / Oberbayern. Zie ook alle tags voor Mirko Bonné op dit blog.

Uit: Nie mehr Nacht

„Ira reiste durch Israel, um Hebräisch zu lernen, und wurde schwanger. In Hamburg heiratete ich meine Nachbarin. In kam aus Netanja zurück und brachte einen Sohn zur Welt. Ich ließ mich scheiden. Aber meine frühere Frau blieb in der Nähe, Saskia und ich blieben Freunde. Aus Angst umeinan-der wurden wir wieder zu Nachbarn. Rückblickend schien mir außerdem, dass im Gegensatz zu mir meine Schwester sehr wohl versucht hatte, sich gegen ihre Angst zu wappnen. Oder waren ihre Reisen eine Flucht gewesen? Wovor? Vor wem? Was uns peinigte, schienen wir entweder in uns zu tragen oder waren es selbst. Beide nah-men wir es überallhin mit, ihm entkommen, das wusste wir, konnten weder sie noch ich. Irgendwann wohnte sie in einem eigenen Haus. Es war kein schönes Haus, nichts daran war besonders, außer dass es in den letzten Jahren vor ihrem Tod der Mittelpunkt ihrer Welt war. In ihrem Haus, sagte In, stehe zu jeder Sekunde alles auf dem Spiel, bei Tag und auch auch in der Nacht. Allein mit dem Kind, fühlte sie sich in dem Haus einge-mauert. Bei Wind und Wetter — immer! — kamen um kurz nach halb zwei die Nachbarskinder aus der Schule und fuh-ren mit Fahrrädern durch die Siedlung, so wie sie selber vor zwanzig Jahren keine zehn Kilometer entfernt durch Schnei-sen gefahren war Moos überwucherte den Garten, und schon im März kamen die Mücken. Ab Mitte Juni bellte der kleine Hund von nebenan gegen die Terrassenmarkise an, sobald sie heraus-gekurbelt wurde. Im Hochsommer schob sie den Buggy mit dem Jungen auf trostlose Spielplätze. Im Herbst stand sie an der Terrassentür und starrte durch das Gitter des Regens auf eine bemooste Pergola und lauter Thujen. Zwei Fledermäuse gaukelten durch die Dämmerung. Manchmal bekam sie Lust, den Rasen umzugraben, die schwarze Erde ans Licht zu holen, aber tat es nicht. Es wurde kalt, und in seinem Kel-lertank tropfte das Heizöl, im Kinderzimmer, im Vorgarten, in der Garage, wo immer man stand und horchte, überall war es zu hören. Einmal hatte sie mich gebeten, ihr Haus zu zeichnen. An einem Wintertag standen wir im Garten, und sie zeigte mir, wie sie sich das Bild vorstellte: Das Haus sollte wegfliegen.“

 

 2044970-8ada8ff43b7de8560f064e9797ca5056.jpg
Mirko Bonné (Tegernsee, 9 juni 1965)

 

 

De Italiaanse schrijver van Duitse afkomst Curzio Malaparte (pseudoniem van Kurt Erich Suckert) werd geboren in Prato Toscane, 9 juni 1898. Zie ook alle tags voor Curzio Malaparte op dit blog.

Uit: Kaputt (Vertaald door Hellmut Ludwig)

„Als Dietl den Arm hob und »Heil Hitler!« rief, stand der Mann auf, und jetzt erkannte ich ihn. Es war der Mann aus dem Aufzug, es war Himmler. Er stand uns gegenüber, auf seinen Plattfüßen, deren große Zehen seltsam nach aufwärts gebogen waren, die kurzen Arme hingen ihm seitlich herab. Ein Schweißbach rann wie aus einer Wasserleitung von seinen Fingerspitzen; selbst von seinem Penis strömte ein Wasserstrahl, so daß Himmler aussah wie die Figur des Mannekenpis in Brüssel. Um die schlaffen Brüste sprossen zwei kleine Haarkronen, zwei Mondhöfe lichtblonder Haare; von den Brustwarzen spritzte der Schweiß wie Milch.
Er machte eine Bewegung, sich an der Wand zu stützen, um nicht auf dem feuchten und glitschigen Bodenbelag auszugleiten, und bot uns so den Anblick seiner zwei runden, stark ausgebildeten Hinterbacken, die wie eine Tätowierung den Abdruck der Bankbretter zeigten. Schließlich gelang es ihm, das Gleichgewicht wiederzufinden, er wandte sich um, hob den Arm und öffnete den Mund, doch der Schweiß, der von seinem Gesicht herabströmte, lief ihm in den Mund und hinderte ihn, »Heil Hitler« zu sagen. Bei dieser Bewegung, welche die Anwesenden als das Signal zur Geißelung auffaßten, hoben die anderen nackten Männer ihre Birkenruten und begannen zunächst sich gegenseitig zu peitschen, dann, wie auf Verabredung, schlugen sie mit den Reisern auf Himmler ein, auf Schultern, Rücken und Gesäß, sich zu immer größerer Heftigkeit steigernd.“

 

 2044970-f56fbf12802789fcb26e2092a14bc46e.jpg
Curzio Malaparte (9 juni 1898 – 19 juli 1957)
Cover biografie

 

 

De Amerikaanse schrijver Charles Webb werd geboren op 9 juni 1939 in San Francisco. Zie ook alle tags voor Charles Webb op dit blog.

Uit:The Graduate

"Ben."
"I'm grotesque. This house is grotesque. It's just this feeling I have all of a sudden. And I don't know why!"
"Ben, it's because you're all tied up in knots."
Benjamin shook his head.
"Now I want you to relax."
"I can't seem to."
"Ben, you've just had four of the most strenuous years of your life back there."
"They were nothing," Benjamin said.
"What?"
"The whole four years," he said, looking up at his father. "They were nothing. All the things I did are nothing. All the distinctions. The things I learned. All of a sudden none of it seems to be worth anything to me."
His father was frowning. "Why do you say that."
"I don't know," Benjamin said. He walked across the room to the door. "But I've got to be alone. I've got to think until I know what's been happening to me."
"Ben?"
"Dad, I've got to figure this thing out before I go crazy," he said, unlocking the door. "I'm not just joking around either." He stepped back out into the hall.“

 

 2044970-41dd3b8263e472c711eb12d9fbb2ec07.jpg
Charles Webb (San Francisco, 9 juni 1939)
Jerry Hall en Tim Dashwood in een toneeluitvoering van The Graduate in Sydney, 2015

 

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Rudolf Borchardt werd geboren op 9 juni 1877 in Königsberg. Zie ook alle tags voor Rudolf Borchert op dit blog.

 

Knaben Schwermut

O Wolken, warum nahmt ihr was ich litt
Und was ich war, was ihr mir brachtet, mit?
Schon neue steigen an den Hügelrändern
Und bringen mir den Schmerz, mich zu verändern.

Ich sehne mich nach einem ewigen Nun;
Nicht immer, aber heute möcht ich ruhn;
Ich sehne mich danach, daß dieser Strich
Nicht morgen fleht: „mach mich veränderlich".

Nun muß ich wachsen, wie Gefild und Tier;
Auch ist im Winde Eigenschaft von mir;
Mein Eigen ist der bittere Gewinn,
In mir zu wissen, was ich nicht mehr bin.

Zum Wachsen ist es die bewußte Pein,
Die mich zu werden zwingt, und neu zu sein —
Kein Zeiger mißt und keine Spitze schreibt
Und keine Hand stellt ruhig, was mich treibt.

Um unsere Stirnen wandelt wunderbar
Mit Sturm und leichter Luft das mächtige Jahr —
Von jedem Wandel, dran es sich erhält,
Fällt Wandel über uns und auf die Welt:

Du wußtest, Altertum, was du gedichtet:
Augen der Götter sind auf uns gerichtet,
Wie das Gestirn am Bogen weiter rückend,
Taglang und Nachtlang, quälend und entzückend.

Von ihnen fließt es: aber meine Hände,
Wann halten sie, was ihnen widerstände?
Bin ich auf ewig dem Geheiß verpflichtet,
Weil michs beseligt, daß es mich vernichtet?

Ich wollte ohn euch sein, wenn Ihr mir ließt,
Was Ihr mir gabt, und sagen: „Andern fließt!"
Ihr seid die Feuersbrunst, Ihr seid die Habe:
Wir sind gemein, und nennen beides Gabe.

 

 2044970-3666b3158dc1c6b29a5a9a74de8662ee.jpg
Rudolf Borchardt (9 juni 1877 – 10 januari 1945)
Portret door Gerhard Richter, 1971/72

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e juni ook mijn blog van 9 juni 2015 en ook mijn blog van 9 juni 2014 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:32 Reageer op dit bericht

Marguerite Yourcenar, Lutz Seiler, Ulf Stolterfoht, Péter Gárdos, Gwen Harwood, H. J. Friedericy, Gerald Bisinger, Udo Kawasser, Michael Basse

De Belgisch-Amerikaanse, Franstalige schrijfster Marguerite Yourcenar werd geboren in Brussel op 8 juni 1903. Zie ook alle tags voor Marguerite Yourcenar op dit blog.

Uit:Memoirs of Hadrian (Vertaald door Grace Frick, in samenwerking met de schrijfster)

“When I consider my life, I am appalled to find it a shapeless mass. A hero’s existence, such as is described to us, is simple; it goes straight to the mark, like an arrow. Most men like to reduce their lives to a formula, whether in boast or lament, but almost always in recrimination; their memories oblingingly construct for them a clear and comprehensible past. My life has contours less firm. As is commonly the case, it is what I have not been which defines me, perhaps, most aptly: a good soldier, but not a great warrior; a lover of art, but not the artist which Nero thought himself to be at his death; capable of crime, but not laden with it. I have come to think that great men are characterized precisely by the extreme position which they take, and that their heroism consists in holding to that extremity throughout their lives. They are our poles, or our antipodes. I have occupied each of the extremes in turn, but have not kept to any one of them; life has always drawn me away. And nevertheless neither can I boast, like some plowman or worthy carter, of a middle-of-the-road existence.
The landscape of my days appears to be composed, like mountainous regions, of varied materials heaped up pell-mell. There I see my nature, itself composite, made up of equal parts of instinct and training. Here and there protrude the granite peaks of the inevitable, but all about is rubble from the landslips of chance. I strive to retrace my life to find in it some plan, following a vein of lead, or of gold, or the course of some subterranean stream, but such devices are only tricks of perspective in the memory. From time to time, in an encounter or an omen, or in a particular series of happenings, I think that I recognize the working of fate, but too many paths lead nowhere at all, and too many sums add up to nothing. To be sure, I perceive in this diversity and disorder the presence of a person; but his form seems nearly always to be shaped by the pressure of circumstances; his features are blurred, like a face reflected in water. I am not of those who say that their actions bear no resemblance to them. Indeed, actions must do so, since they alone give my measure, and are the sole means of engraving me upon the memory of men, or even upon my own memory (and since perhaps the very possibility of continuing to express and modify oneself by action may constitute the real difference between the state of the living and of the dead). But there is between me and these acts which compose me an indefinable hiatus, and the proof of this separation is that I feel constantly the necessity of weighing and explaining what I do, and of giving account of it to myself. In such an evaluation certain works of short duration are surely negligible; yet occupations which have extended over a whole lifetime signify just as little. For example, it seems to me as I write this hardly important to have been emperor.”

 

 2044641-cee9d1aaccb11f34e728827cbba2541e.JPG
Marguerite Yourcenar (8 juni 1903 – 17 december 1987)
Hadrianus en Antinous, sculptuur van Malcolm Lidbury voor het LGBT History & Art Project Cornwall UK, 2016

 

 

De Duitse dichter en schrijver Lutz Seiler werd geboren op 8 juni 1963 in Gera. Zie ook alle tags voor Lutz Seiler op dit blog.

Uit: Turksib

„Trotz der hundert Rubel hatte ich nicht wirklich an sein Funktionieren geglaubt, und offensichtlich war, daß er auch nicht so funktionierte, wie er sollte, denn deutlich spürte ich, wie sein Verhalten in mich drang. Gern hätte ich mich ausgestreckt, flach auf dem Boden – ich war gebannt von einem außerordentlich wichtigen, tröstlichen Bild, welches das wispernde Kästchen mir in seiner wundersamen Melodie entgegenhob: Etwas, das ich nicht ganz erfassen konnte, ein Gesicht vielleicht, das noch schemenhaft blieb, eine Maske, unter der beharrlich oder auch nur abwartend geschwiegen wurde.
Ich selbst hatte in den Wochen vor meiner Abreise neben den bereits vorbestimmten Stationen Pawlodar und Karaganda jenen dritten Ort, nämlich Semey, Semey am Irtysch, ins Spiel gebracht. Der Konsul hatte länger als üblich nicht geantwortet. Nur von der Frau des Konsuls war eine kleine Liste eingetroffen, ein paar Dinge, die sie für sich und ihre Familie erbat: einen Adventskranz, Dominosteine und ein Medikament namens Uralyt. Schließlich hatte der Konsul meinem Vorschlag, wenn auch zurückhaltend, zugestimmt. In Semey, schrieb er, solle es dann aber unbedingt das Dostojewskihaus sein – ein idealer Ort für unser Thema; Städte im Nichts – der Titel war eine Idee der Übersetzerin gewesen.
Zu den Überraschungen des Konsuls gehörte, daß meine Auftritte von einem kasachischen Dombraspieler und seiner dreizehnjährigen Tochter begleitet wurden.
Die Sängerin, die aufgrund ihrer puppenhaften Erscheinung von der Übersetzerin bald unsere kleine, glänzende Mumie getauft wurde, zog die Töne von weit her und dehnte sie dann nach innen. Für diese umgekehrte, tief in den Rachen gedrehte Form des Gesangs stand sie wie angewurzelt, nur ihre Hände gingen durch die Luft, als striche sie vorsichtig über etwas, das sich unmittelbar vor ihr befinden mußte. Vollkommen unangebracht schien es mir, die betäubende Stille nach dem Lied mit meiner eigenen Stimme zu durchbrechen: Brasilia, Nairobi, und dann zum Wesentlichen hin, dem Wunder Astana, der „Hauptstadt der Steppe“.

 

 2044641-88dcbdf128db3aa2eac45a9ba28ccdd5.jpg
Lutz Seiler (Gera, 8 juni 1963)

 

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Ulf Stolterfoht werd geboren op 8 juni 1963 in Stuttgart. Zie ook alle tags voor Ulf Stolterfoht op dit blog.

 

engelstrompete

engelstrompete: schon nach dem ersten zug setzt dumpfes brüten
ein, die arme hängen rechts und links herab, vor dem mund bunter
schaum. atmung beschleunigt, schenkel unschön verdreht. abwech-
selnd lauscht der berauschte oder geifert herzzerreißend. stöhnt,
ächzt und fällt in tiefen schlaf. nach dem erwachen erzählt er von
längeren reisen und seinen gesprächen mit bense. das klang nach

belang, doch gleichzeitig reichlich gefährlich. ecke witthoh-staffel /
wannenstraße hatte es eine grünanlage gegeben, mit truthahnge-
hege – und die hähne fraßen das zeug. gerieten völlig außer sich.
das hat uns schließlich bewogen. und nie, wirklich nie, hat uns die
pflanze um bilder betrogen. informationsästhetische bilder, bilder
der entropie, geschaute edv usw. wir haben dort eine kybernetische

hütte errichtet, von der aus flogen wir ab. keine ahnung, ob bense
das wußte. vielleicht hat ihm etwas geschwant. wie auch immer.
geraucht hatte sich die wirkung dann doch ein wenig verbraucht.
so wurde gekaut, schließlich gespritzt, und etwas seltsames ge-
schah: es genügten jetzt immer geringere mengen. die depots wa-
ren voll, quollen über, die nennung des namens ersetzte den stoff.

wir formten die klitsche zum sprachlabor um, setzten die kopf-
hörer auf und hauchten uns „engelstrompete“ ins ohr. beachtlicher
flash. manche begannen, im zustand zu dichten. vielleicht unsre
besten. mit echten karrieren. kurz vor dem olymp verleugnung der
wurzeln. die immer gleiche geschichte: bense – wer ist das? und:
die beste droge ist ein weißes blatt. ihr werk verwese ungelesen.

 

 2044641-83b48cc1dec32623a218be29fcf203f0.jpg
Ulf Stolterfoht (Stuttgart, 8 juni 1963)

 

 

De Hongaarse schrijver en film- en theaterregisseur Péter Gárdos werd geboren op 8 juni 1948 in Boedapest. Zie ook alle tags voor Péter Gárdos op dit blog.

Uit: Fever at Dawn (Vertaald doorElizabeth Szász)

“Pressed against the X-ray machine, Miklós had done his best not to move. Dr Lindholm shouted at him from the other room. The doctor was a gangling figure, at least six foot six tall, and he spoke a funny sort of Hungarian. All his long vowels sounded the same, as if he were blowing up a balloon. He had run the Lärbro hospital—now temporarily enlarged to accommodate the intake of camp survivors—for the last dozen years. His wife, Márta, a tiny woman whom Miklós reckoned couldn’t be more than four foot six, was a nurse and worked in the hospital too; she was Hungarian, which explained why the doctor tackled the language with such bravado.
‘You hold breath! No frisking!’ he bellowed.
A click and a hum—the X-ray was ready. Miklós relaxed his shoulders.
Dr Lindholm walked over and stood beside him, gazing with compassion at a point slightly above his head. Miklós was slumped, his sunken chest naked against the machine, as if he never wanted to get dressed again. His glasses had steamed up.
‘What you say you occupied with, Miklós?’ the doctor asked. ‘I was a journalist. And poet.’
‘Ah! Engineer of the soul. Very good.’
Miklós shifted from one foot to the other. He was cold.
‘Dress. Why you stand around?’
Miklós shuffled over to the corner of the room and pulled on his pyjama jacket. ‘Is there a problem?’ he asked the doctor.
Lindholm still didn’t look at him. He started walking towards his office, waving at Miklós to follow him. He was muttering, almost to himself, ‘Is a problem.’
Miklós sat in a leather armchair. Opposite him, on the other side of the desk, sat Dr Lindholm. He was flicking anxiously through Miklós’s medical reports.
‘How much you weigh now, Miklós?’
‘Forty-seven kilos.’
‘You see. It works like a clock.’

 2044641-92f529b3854febda841b3c8e4df0ef40.jpg
Péter Gárdos (Boedapest, 8 juni 1948)

 

 

De Australische dichteres en librettiste Gwen Harwood werd geboren op 8 juni 1920 in Taringa, Queensland. Zie ook alle tags voor Gwen Harwood op dit blog.

 

The Wound

The tenth day, and they give
my mirror back. Who knows
how to drink pain, and live?
I look, and the glass shows
the truth, fine as a hair,
of the scalpel's wounding care.

A round reproach to all
that's warped, uncertain, clouded,
the sun climbs. On the wall,
by the racked body shrouded
in pain, is a shadow thrown;
simple, unchanged, my own.

Body, on whom the claims
of spirit fall to inspire
and terrify, there flames
at your least breath a fire
of anguish, not for this pain,
but that scars will remain.

You will be loved no less.
Spirit can build, make shift
with what there is, and press
pain to its mould; will lift
from your crucible of night
a form dripping with light.

Felix culpa. The sun
lights in my flesh the great
wound of the world. What's done
is done. In man's estate
let my flawed wholeness prove
the art and scope of love.

 

 2044641-4a1e3a0477a41509831621c6d4cab925.jpg
Gwen Harwood (8 juni 1920 - 5 december 1995)
Cover brievenboek

 

 

De Nederlandse schrijver Herman Jan (Han) Friedericy werd op 8 juni 1900 geboren in Stadskanaal in de gemeente Onstwedde. Zie ook alle tags voor H. J. Friedericy op dit blog.

Uit: Bendeleider (Onder het pseudoniem H. J. Merlijn)

“Deze renden op de Chinezen af en staken de ene timmerman dadelijk dood. Hij heeft niet geweten wie hem vermoord hebben, want hij stond met zijn rug naar de weg te timmeren en had geen tijd om zich om te draaien. De andere timmerman probeerde weg te komen, maar de drie mannen kregen ook hem te pakken. Zij doorstaken hem met hun krissen en lieten hem voor dood achter. Later bleek hij nog te leven, maar ook hij zou wel dood gaan.
Daarna trokken de drie mannen schreeuwend verder het dorp in. Bij het grote huis van Aroe Peneki bleven zij staan en onder aan de trap riep een van hen, de aanvoerder, of iemand thuis was. De schrijver van de Aroe had, boven aan de trap, geantwoord, dat de Aroe naar een vergadering was met andere hoofden, in Sengkang. De aanvoerder, een grote kerel, had toen gezegd, dat hij een afgezant was van de koning van Bone en dat hij met alle eerbied ontvangen wenste te worden. De bevende schrijver had hem toen buigend binnen genodigd en de drie mannen waren statig de trap op gelopen en breeduit gaan zitten in het grote voorvertrek. Zij hadden zich laten bedienen, thee gedronken en gebak gegeten.
Inmiddels had de schrijver, die wel bang, maar niet dom was, een bediende op de fiets de Aroe tegemoet gestuurd met een jachtgeweer. Na een benauwd uur stapte de Aroe onder aan de trap van zijn fiets en met het jachtgeweer in de aanslag riep hij naar boven, wie er binnen waren. De drie mannen stonden op en toen zij boven aan de trap kwamen en de Aroe met het geweer zagen, trokken zij hun bebloede krissen weer en wilden zij de trap afstormen. De Aroe wachtte niet. Een schot klonk donderend onder de overkapping van de trap en de aanvoerder rolde dood van de treden tot voor de voeten van de Aroe. De twee anderen wierpen hun krissen weg en werden gebonden.”

 

 2044641-2ae849c7b80d7cf29b758c9dcc5d8907.jpg
H. J. Friedericy (8 juni 1900 – 23 november 1962)

 

 

De Oostenrijkse dichter en vertaler Gerald Bisinger werd geboren op 8 juni 1936 in Wenen. Zie ook alle tags voor Gerald Bisinger op dit blog.

 

Die Welt ist struppig

I
Das Wirtshaus ist die Mitte der Welt.
(Wirtshaus gehört grammatikalisch zu den Sammel-
namen; es sind das Wörter, deren Singular mehrere
Wesen oder Dinge umfaßt, sie in sich sammelt. Eine
Vielheit wird sprachlich durch eine Einheit ausgedrückt.
Die Mitte der Welt ist analog zu den Sammelnamen
ein Sammelbegriff).
Das Wirtshaus ist die Mitte der Welt.


II
«Diese Welt die ist ja wirklich sehr groß die
ist immer noch größer ein wenig immer ein we-
nig noch größer als diese und jene Wortwelt
und nicht mal De Gaulle war la France und die Wort-
welt ist anders und größer und ... »


III
Ich fahre jetzt jeden Tag mit der S-Bahn von Berlin-
Friedennu zum Wannsee. Dabei sehe ich ein schönes
Stück Welt. Häuser, manchmal weitet sich das Bahnge-
lände, Kohlenlager, Bäume, kahle Bäume und Kiefern,
ein Stück vom zugefrorenen Schlachtensee, Schnee liegt,
und es schneit.
So vermittelt sich mir jeden Tag ein Bild von der
Welt.
Im Frühjahr werden die Bäume wieder blühn wie im
Wiener Prater.

 

 2044641-fa085c501e971672b1faf52a2d067f99.JPG
Gerald Bisinger (8 juni 1936 – 22 februari 1999)
Wenen. Hoofgebouw van de universiteit aan de Ringstraße

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

De Oostenrijkse dichter, vertaler, danser en choreograaf Udo Kawasser werd geboren in 1965 in Vorarlberg. Zie ook alle tags voor Udo Kawasser op dit blog.

Uit: Einbruch der Landschaft

„hatte nicht glauben wollen, dass es wirklich Probleme geben könnte. wen geht es schon an, wen ich mit aufs Zimmer nehme. sie wolle keine Scherereien mit der Polizei haben, ¡imagínate tú! stell dir vor, es sei verboten und schließlich geschehe es auch zu meinem eigenen Schutz. hatte Vida nicht geglaubt, als sie mich davor warnte, mit ihr zusammen hoch zu gehen, tatsächlich war es schon vorher ein Fehler gewesen, ihre Hand zu nehmen, als wir von der Rampa Richtung Vedado gingen. hatte der Abend dadurch nicht sehr bald etwas Mechanisches, allzu Vorhersehbares bekommen? selbst als ich mich bemühte, den Weg zu meinem Zimmer zu verlängern, nach der BANCO POPULAR Vida auf eine der Bänke im Halbdunkel des anschließenden kleinen Parks zog? da saß dann einer, der wollte Gefühle, wollte überwältigt werden von der Anwesenheit des anderen, es war der Augen Untergang, die Hand der Frau in seiner begann zu wiegen, lag ihm wie ein lebloses Ding zwischen den Fingern, das Du floh aus den Berührungen, sickerte in die Schatten, die sie unter dem Ficus umgaben, mit immer forscheren Zärtlichkeiten haschte er nach den fliehenden Empfindungen, hielt ihr Fleisch unter dem Lycrahemd umfangen und sah über ihre Schulter hinweg in das gelbe Licht der Straßenlaterne. die 23. Straße lag ermattet in der Nacht und gähnte, ließ den Schweiß aus ihren Schenkelfalten verdunsten, sehe den dunklen, bizarr ausfransenden Umriss zweier mächtiger Gestalten aufragen, eine Schindmähre, die sich in zuckendem Irrsinn aufbäumt, auf ihrem Rücken die ausgezehrte Gestalt des Hidalgos mit spitzem Bart, der um sein Gleichgewicht kämpft und wie die Mambizes das Schwert schwingt gegen einen eingebildeten Feind. auf ihren Hinterläufen steigt Rocinante in den Nachthimmel Havannas, habe mich wieder auf das Bett gelegt, in den kühlenden Propellerstrom, wie können einen von einem Tag auf den anderen so die Lebensgeister fliehen, wie ist es möglich, dass mich in den letzten beiden Tagen das Herabsteigen von diesem Dachzimmer in Centro Habana so erschöpft und das alles nur um ein paar Malangas oder einen dieser aufgeschäumten weißen Brotwecken zu bekommen, die nicht schwerer wiegen als das Geld, das man für sie bezahlt.“

 

 2044641-cb9399f4a276476647445d32bdb8a3ae.jpg
Udo Kawasser (Vorarlberg, 1965)

 

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Michael Basse werd geboren in 1957 in Bad-Salzuflen / Nordrhein-Westfalen. Zie ook alle tags voor Michael Basse op dit blog.

 

Prachtmenschen
nach victor hugo

Verschärft gesichtet in diesen tagen
aliens von nebenan
wunschlose wiedergänger
transitgeschöpfe die nicht begehren
& so herrlich benommen sind
von den blaustufen des himmels
von den graustufen darunter
(falter käfer stahlgewitter)
von lymphatischen krümmungen
einer kleinen wirbelsäule
(formen alles nur formen)

seht nur der aldebaran geht auf
seht die wunderbare rosette
die eine scheibe tannenholz
unterm mikroskop offenbart
vergleicht mir das mit mechelner spitzen!

geduldige osmotiker
ohne ausdrückliches ego
kühle betrachter des schmerzes
die der enthauptung zusehn
und einen lichteffekt dabei suchen
agenten unverdächtiger pracht
die nero nicht bemerken
despektierliches wimmern kratzen
in der zelle nebenan
wünschelgänger des augenblicks
gebieter flüchtigen staunens
die sich die lider reiben
wenn der dornbusch in flammen steht
die sich gegenseitig erkennen
am zeichen auf ihrer stirn

wahrscheinlich muß es sie geben
wahrscheinlich wird es sie immer geben
götterlieblinge sternenmenschen
auf dem gipfel
im zenit

 

 2044641-863425c02b542b656872fb7145dcc933.jpg
Michael Basse (Bad-Salzuflen, 1957)

Geschreven door Romenu om 16:22 Reageer op dit bericht

Nino Haratischwili

De Georgische schrijfster en regisseuse Nino Haratischwili werd geboren op 8 juni 1983 in Tbilisi.
Als tiener richtte Nino Haratischwili het "Seringen Theater" op, een Duits-Georgische theatergroep waarvoor zij in de periode 1998-2003 regelmatig toneelstukken schreef en regisseerde. Na de studie filmregie aan de school voor film en theater in Tbilisi studeerde Haratischwili van 2000 tot 2007 theaterregie aan de Toneelacademie in Hamburg. Als regisseuse is Nino Haratischwili verantwoordelijk voor talloze wereldpremières, o.a. in het Duitse theater Göttingen, Kampnagel Hamburg en in het Thalia Theater. Haar dramatische teksten hebben verschillende prijzen gewonnen. In 2008 ontving ze een van de auteursprijzen van de Heidelberger Stückemarkt. In 2010 ontving zij de Adelbert von Chamisso-prijs. Met haar debuutroman “Juja” (2010) was Haratischwili op de lange lijst van de Duitse Buchpreis en was zij genomineerd voor de ZDF-aspekte-Literaturpreis en won zij in 2011 de debuutprijs van Buddenbrookhaus Lübeck. Haar tweede roman “ Mein sanfter Zwilling” verscheen ook in 2011. In 2014 werd Haratischwilis derde roman gepubliceerd: “Das achte Leben (Für Brilka)”, waarvoor zijvan de Robert Bosch Stiftung een beurs kreeg voot onderzoek in Rusland en Georgië.

Uit Juja

„Warum man sie Olga genannt hatte, hatte sie vergessen. Bis zu dem Tag, an dem Olgas Leben sich katastrophal ändern sollte, war nichts Gravierendes passiert.
Olga hatte ihre Vorlesungen besucht und war dann mit ihrem Hund spazieren gegangen, einem goldenen Spaniel, Lydia. Olga war 23 Jahre alt und ein nettes Mädchen, hatte russische Vorfahren, konnte aber kein Wort Russisch und hieß auch nicht Olga, hatte einen noch durchschnittlicheren Namen, einen westeuropäischen, doch das ist jetzt egal.
Sie war früh aufgestanden, hatte schlecht geschlafen und war zur Uni geradelt, wie immer. Hatte auch ihre Bekannten – richtige Freunde hatte sie kaum, wenn man von einer Freundin absah – nicht sehen können (sie besuchten andere Kurse) und war eher etwas gelangweilt mit Lydia spazieren gegangen. Dann hatte sie in ihrem Lieblingsimbiss gegessen, das hatte sie sich gegönnt, da ja sonst nichts Schönes geschehen war, und war ein bisschen durch die Straßen geschlendert. So kam es, dass sie das Buch fand.
Es war ein netter Nachmittag, und es gab nichts Besseres zu tun. Der Antiquar hatte neu eröffnet und sie ging aus purer Langeweile in seinen Laden hinein.
Zwei ältere Damen standen in der Ecke und plauderten miteinander; vor den Regalen stand ein junger Mann, vertieft in ein Buch. Er sah ganz gut aus und Olga ging instinktiv in seine Richtung, doch als sie sich neben ihn stellte und so tat, als suche sie etwas, legte er das Buch aus der Hand und rannte wie verrückt aus dem Laden.
An der Kasse saß keiner, und niemand schien sein abruptes Verschwinden bemerkt zu haben, niemand außer Olga. Aus irgendeinem Grund versetzte seine Handlung sie in großen Aufruhr, am liebsten wäre sie ihm nachgelaufen, doch fehlte ihr die Portion Mut, die sie dazu gebraucht hätte. So ergriff sie das Buch, das er so erschrocken zurückgestellt hatte, und begann darin zu blättern.
Klar, es hätte sein können, dass er nur zu einer Verabredung musste und deshalb so schnell aus dem Laden gestürmt war, doch Olga wollte an Abenteuer glauben. Noch lieber wollte sie sich eine unglückliche Liebesgeschichte zusammenreimen. Es hätte ja sein können, dass er unglücklich verliebt war, und nun hatte er das Buch aufgeschlagen und ihre Initialen darin entdeckt. Und so war er zu ihr gerannt, um ihr alles zu beichten, sein Leid, seine Liebe.
Olga nahm das Buch in die Hand. Die alten Damen schienen nichts bemerkt zu haben. Olga schlug das dünne, alte Buch auf und begutachtete die ersten Seiten, doch sie entdeckte keine Initialen. Absolut nichts. Keine getrockneten Rosenblätter, keine handschriftlichen Anmerkungen.“

 

 2131486-95a91a53d5cfd9a826029b36ab07b6a1.jpg
Nino Haratischwili (Tbilisi, 8 juni 1983)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten