Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 15 juni 2017 tot 16 juni 2017

Ronelda Kamfer

De Zuid-Afrikaanse dichteres Ronelda Kamfer werd op 16 juni 1981 in Blackheath, een voorstad van Kaapstad, geboren. Vanaf haar derde groeide ze op bij haar grootouders in Grabouw, een dorp 20 km buiten de stad, die daar op een fruitboerderij woonden en werkten. Op haar dertiende ging ze weer bij haar ouders wonen in Eersterivier, een township op de Kaapse Vlakte, waar zij ook de middelbare school doorliep. Ze heeft gewerkt als verpleegster en administratief medewerkster. In 2010 verwierf ze een beurs voor een honneursstudie aan de Universiteit van de Westkaap (Universiteit van Wes-Kaapland), waar ze o.a. les kreeg van Antjie Krog. Zij begon op tienjarige leeftijd met het schrijven van gedichten. Haar grootvader heeft een belangrijke rol gespeeld in haar ontwikkeling als dichter. Hij vertelde haar vele verhalen, vooral over zijn jeugd en de geschiedenis van de kleurlinggemeenschap waar hij toe behoorde. De gedichten in haar eerste bundel Noudat slapende honden (2008) handelen over het dagelijkse leven op de Kaapse Vlakte. In haar dichtbundel grond/Santekraam (2011) vertelt ze het verhaal van haar familie en de wereld waaruit deze met geweld verdreven werd. Een derde bundel verscheen in 2016 met de titel Hammie, waarin haar inmiddels overleden moeder een belangrijke rol speelt. Haar eerste gedichten werden gepubliceerd in Nuwe Stemme 3 (2005). Ook in de bundel My ousie is 'n blom (2006) zijn enkele gedichten van haar opgenomen. Samen met haar man, striptekenaar en illustrator Nathan Trantraal, werkt ze aan een graphic novel.In haar nieuwe dichtbundel Hammie gaat het om de complexe relatie tussen de dichteres en haar inmiddels overleden moeder. Kamfer heeft één dochtertje, Seymour.

 

Lage levens

er was een vrouw in mijn leven
die zo vaak was verraden
dat haar hart een cirkel was
ze wreef haar vernederingen
samen met haar badolie
in haar huid
ze was mijn moeder
en ze leerde mij
om niet van mezelf
te houden

 

 

Waar ik sta

Nu zit ik aan tafel
met de vijanden van mijn voorvaderen
Ik knik en groet beleefd
maar
ergens diep van binnen
weet ik waar ik sta.

Mijn hart en hoofd staan open
en zoals welopgevoede mensen
lachen en eten we samen
maar
ergens diep van binnen
weet ik waar ik sta.

 

Vertaald door Alfred Schaffer

 

2107663-ad8d3d71356a67de73d836a0f582224a.jpg
Ronelda Kamfer (Blackheath, 16 juni 1981)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Joël Dicker, August Willemsen, Joyce Carol Oates, Derek R. Audette, Theo Thijssen, Casper Fioole, Frank Norbert Rieter, Giovanni Boccaccio, Frans Roumen

De Zwitserse schrijver Joël Dicker werd geboren op 16 juni 1985 in Genève. Zie ook alle tags voor Joël Dicker op dit blog.

Uit: De waarheid over de zaak Harry Quebert (Vertaald doorManik Sarkar)

“In de herfst van 2007 was het een jaar geleden dat mijn eerste roman was verschenen en had ik nog geen regel van de opvolger geschreven. Toen er geen brieven meer op te bergen waren, toen ik in openbare gelegenheden niet meer werd herkend en de affiches met mijn beeltenis uit de grote boekhandels van Broadway waren verdwenen, besefte ik dat roem iets vluchtigs is. Het is een uitgehongerde Gorgo die je moet blijven voeden, anders zal ze je direct vervangen: de politicus van de dag, het sterretje uit de laatste realityshow en de band die pas was doorgebroken namen mijn deel van de aandacht in. Toch waren er nog maar een schamele twaalfmaanden verstreken sindsmijn boekwas verschenen: inmijn ogen een belachelijk korte tijd, maar op de schaal van de mensheid een eeuwigheid. In dat jaar waren er alleen al in Amerika een miljoen kinderen geboren en een miljoen mensen gestorven, ruim tienduizend mensen beschoten, een half miljoen aan de drugs geraakt, een miljoen miljonair geworden, zeventien miljoen van mobieltje veranderd en vijftigduizend omgekomen bij auto-ongelukken, waarbij ook nog eens twee miljoen al dan niet ernstig gewond waren geraakt. En ik had maar één enkel boek geschreven. 
Schmid & Hanson, de machtige New Yorkse uitgeverij die me een aardig sommetje geld voor mijn eerste roman had gegeven en die heel veel hoop op me had gevestigd, bestookte mijn agent, Douglas Claren, die op zijn beurt in mijn nek hijgde. Hij zei dat de tijd drong en dat ik absoluut met een nieuw manuscript moest komen en ik deed er alles aan om hem gerust te stellen, om zo mezelf gerust te stellen: ik bezwoer hem dat ik goed opschoot met mijn tweede roman en dat hij zich niet druk hoefde te maken. Maar ondanks alle uren dat ik me op kantoor opsloot, bleef het papier spierwit: de inspiratie was er zonder enige waarschuwing vandoor gegaan en ik had geen idee waar ik die moest terugvinden. En ’s avonds in bed, als ik niet kon slapen, bedacht ik dat de grote Marcus Goldman binnenkort, nog voor zijn dertigste, alweer zou ophouden te bestaan. Die gedachte boezemde me zo’n angst in dat ik besloot op vakantie te gaan om op andere gedachten te komen: ik deed mezelf een maand vakantie cadeau in een paleis in Miami, zogenaamd om nieuwe inspiratiebronnen aan te boren, in de heilige overtuiging dat ontspanning onder de palmbomen me in staat zou stellen om mijn creatieve geest weer op volle toeren te laten draaien. Maar natuurlijk was Florida gewoon een vluchtpoging, en tweeduizend jaar voor mij was de filosoof Seneca ook al eens in die penibele situatie beland: waarheen je ook vlucht, je problemen zoeken een plaatsje in je bagage en reizen overal mee naartoe. Het leek of er bij aankomst in Miami bij de uitgang van het vliegveld een vriendelijke Cubaanse kruier naar me toe kwam rennen die vroeg: ‘Bent u meneer Goldman?’ 

 

 2046942-146375b519b86b182165af0124517cb1.jpg
Joël Dicker (Genève,16 juni 1985)

 

 

De Nederlandse schrijver essayist en vertaler August Willemsen werd geboren in Amsterdam op 16 juni 1936. Zie ook alle tags voor August Willemsen op dit blog.

Uit: De zucht naar het Zuiden

“Opeens stond Marian naast me en haalde haar vingers door mijn haar. Ik was verrukt, maar meer nog verbaasd over het feit dat ze het bij mij deed en niet bij Jaap. Die was weliswaar met Mies, maar op hem werd iedereen altijd verliefd. Dat was een gegeven. Ik beschouwde mezelf als lelijk, en afgeschreven voor de liefde. Wel had ik altijd een ‘harem’: eerst de vriendinnen op school, en ook de diverse meisjes die ik in toneelstukken moest beminnen (enige tijd werd ik vergeleken met ‘Monsieur Ripois et ses femmes’, een film met Gérard Philippe), later de vriendinnen op het Conservatorium, Iet, Maya, Tirza, en vooral Freddie - maar er gebeurde nooit wat. Vandaar mijn verbazing over die vingers in mijn haar, en later die vingers in mijn vingers, terwijl Jaap binnen handbereik was.
In het licht van latere zeden en gewoonten is dit alles volkomen onbetekenend. Ook ik, die het zelf heb meegemaakt, kan nauwelijks begrijpen dat het in die jaren gebruik was dat volkomen normale, volwassen burgers tot aan het ochtendgloren aangekleed op matrassen lagen, pratend, wijn drinkend en luisterend naar muziek, en dat een feest noemden. Dan draaiden we, meestal bij Jaap op zolder, Franse chansons (Georges Brassens, nu volkomen vergeten zangeresje als Nicole Louvier, of de Canadese Aglaé), Spaanse flamenco, de cellosuites van Bach (Janos Starker), het dubbelconcert van Brahms (Casals/Thibault), de Tzigane van Ravel (de Menuhins), Ravi Shankar en nog veel meer. We luisterden devoot, tussen Jaaps landschappen en portretten aan de muren, maar ik voelde toch altijd de prikkel tot een zekere ontluistering van die plechtigheid, bijvoorbeeld door na Menuhins fabelachtige capriolen bemoedigend op te merken dat ik het ‘kranig’ vond. Sommigen (Ype, Johannes) moesten daar meer om lachen dan anderen.
Veertien dagen na de Galerie Robert was er zo'n avond bij Jaap. Na omzwervingen over alle beschikbare plaatsen was ik, diep in de nacht, links van Marian terechtgekomen.”

 

 2046942-f07cea230467efd5088064f100a4bd52.jpg
August Willemsen (16 juni 1936 – 29 november 2007)
Cover


 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Joyce Carol Oates werd geboren in Lockport, New York, op 16 juni 1939. Zie ook alle tags voor Joyce Carol Oates op dit blog.

 

Ancient Snapshots

In these ancient snapshots Sunday is always ablaze.
If it is Christmas, your father is hurrying to hide
the fir tree beneath the cellar stairs.
Grandfather's whiskers brush near, a steely wool.
Uncle is eating with his mouth moistly open, the teeth
too big. And there are whispers you can't hear.
Prayers for the dead not to be recorded.

(When we were children, you say. If we were children.)

In these documents it is your strategy to remember nothing.
Those slow-munching jaws, those balloon pupae.
"Life phenomena."
(The snapshots show you all curls and dimples and shy
shadowed eyes. It is always noon and a tide of light.
You are always smiling, blind.)

Look—there are creatures swimming as if idly
out of the room's dark corners. Rising from the mud.
There are avuncular whiskers, gruff jutting underlips,
pewter eyes that seem to wink,
although they do not.

A Swedish biochemist says it is his life's wish
to know life. As in "life phenomena."

In these ancient snapshots there are no explanations,
no captions. There is no speech.
Surprised in silence, and usually smiling,
the beloved dead.

When we were children.

 

 

Burning Oak, November

Yesterday, the sky in mute
horizontal swaths, air
almost too thick to breathe.
We found the stump of an old oak, man-

sized, burning without flame
at the edge of a clearing—splintered wood
raw, bulldozed roots exposed—
even the black ants fled

in the stink of old grief
made public and final, old hopes exposed—
past tense!—now headless leafless a stump
knocked half out of the earth

and the soul just blue smoke vague
and slow-spreading rising without grace
into an indifferent sky no one will paint,
or photograph, or see—
except us: yesterday.

 

 2046942-6ff942246d25965287baffd69c76ed82.jpg
Joyce Carol Oates (Lockport, 16 juni 1939)

 

 

De Canadese dichter, artiest en musicus Derek Raymond Joseph Audette werd geboren op 16 juni 1971 in Hull, Quebec. Zie ook alle tags voor Derek R. Audette op dit blog.

 

Harry Potter, What Up With You?

Harry Potter’s an enigma.
His forehead bears a peculiar stigma.
Yet there’s a question I’ve often pondered,
a complex query which no puzzle surpasses:
If he’s such a great and powerfull wizard,
then why in the hell does he need those glasses?

 

 

Message Of The Cardinal

A cardinal,
on this cold, yet bright
autumn morning
rests on a birch branch
outside of my window.
I pause from my work
to watch it and
breathe in
the magnificence
of its colour.
A smile overtakes me.
The cardinal
has brought for me a message
on this day.
He tells me,
in no uncertain terms,
that
life
is beautiful.

 

 2046942-6cc164508c9fd6e447872d66f99eb853.jpg
Derek R. Audette (Hull, 16 juni 1971)
Hull, Quebec

 

 

De Nederlandse schrijver en onderwijzer Theo Thijssen werd geboren in Amsterdam op 16 juni 1879. Zie ook alle tags voor Theo Thijssen op dit blog.

Uit:Kees de jongen

“Een andere stomme streek, die wist-ie zich nog duidelik te herinneren. Toen was-ie op de Kerstboom gevraagd bij neef Breman. Een hele deftige neef nogal, tenminste in die tijd. Ze hadden er een piano, en daar kregen de twee nichtjes les op van een aparte juffrouw. Tweede Kerstdag werd er een hele troep kinderen gevraagd. Ze speelden eerst spelletjes, zoals pandverbeuren, met al dat beroerde zoenen, maar het eind was een loterij. En toen had hij een doosje kleurkrijt gewonnen. En z'n neef Dolf, die nu op de H.B.S. was, sterke jongen, hoor, die won een zweeftol. En, hoe kon-ie toen zo eeuwig stom zijn, hij was ook erg klein, nog niet eens op 't grote school, - toen had-ie met Dolf geruild, en was met die dooie zweeftol thuis gekomen; waar natuurlik twee dagen later het hangertje van stuk ging; en toen was de tol door z'n gekke punt niet eens een fatsoenlike gewóne tol! Ezelachtig. Want het waren van die echte dikke pijpen kleurkrijt geweest, een doos van minstens zestig cent; wat had-ie daarmee geen fijne landschappen kunnen maken. Hij had gewoon uit schetsen kunnen gaan, naar de sla-tuintjes, waar dikwijls schilders ook zaten. Allicht had er een hem in de gaten gekregen; gezegd: Dat doe je daar heel aardig. Hier hei-je een beter stukkie papier; teken het nou es dáárop. Hij aan de gang. Het water met golfjes, met van die schaduwkantjes. De schilder riep er een ander bij. Waar heb je dat geleerd? Nergens. - Dat lieg je. - Nee, enkel gewoon op avondschool blokken en zo getekend, en één keer een kruik. - Maak dat je eigen wijs. - Maar natuurlik moesten ze hem eindelik wel geloven. Mocht-ie voor de aardigheid eens proberen met die ene z'n verf - wouen ze gewoon niet geloven, dat-ie nog nooit een penseel in z'n handen had gehad!
Zo mocht-ie dan bij schilders aan huis komen, en schoot-ie aardig op. Kwamen d'r thuis een paar schilderijtjes van hem te hangen, met z'n naam er onder; en wie weet, hoe het verder gelopen was.
Daar was nu geen kans op. Tekenen bleef tekenen, en een tekening werd nooit echt, want de kleur was het voornaamste, en kleuren had hij nooit gehad. Wat gaf het, of-ie later geld genoeg zou hebben voor kleuren? Dan was-ie eenmaal groot, en om goed beroemd te worden, moest je als jongen al beginnen, net zo als Rembrandt.
Ja, hoe zou die Rembrandt zo jong al aan al die penselen en die verf gekomen zijn? Had toch bepaald ook rijkere ouders gehad dan hij....”

 2046942-abd0301aa347d13e4a920f957b7a272c.jpg
Theo Thijssen (16 juni 1879 - 23 december 1943)
Scene uit de film met Ruud Feltkamp als Kees Bakels, 2003

 

 

De Nederlandse dichter Casper Fioole werd geboren op 16 juni 1975 in Utrecht. Zie ook alle tags voor Casper Fioole op dit blog.

 

Nu je langzaam in vloeistof overgaat

Nu je langzaam in vloeistof overgaat
je rustig uitstrekt, oprekt, afglijdt
van de graat. Ogen eerst, vingers volgen,
de grens aftast en steeds verlegt
tot waar jij reikt en voelbaar bent

Besef ik te laat
als om regen te vergeten
ik in plassen stamp en spring
dat jij juist in dit water
was opgeweld, mij nu doorweekt.
Sporen modder op tapijt.

Drink ik jou, zuig je op
in waterhoofd met drijfverstand
en als je mij dan hebt doortrokken
ik je eindelijk pissen kan
hoor ik toch weer
jouw gezeik.

Het land zompt en plonst
ik loop over water
zoals de zoon betaamt.

 

 2046942-7d6ee527985c908d7c3abce85107f3ab.jpg
Casper Fioole (Utrecht, 16 juni 1975)

 

 

De Nederlandse schrijver Frank Norbert Rieter werd geboren op 16 juni 1973 in Nijmegen. Zie ook alle tags voor Frank Norbert Rieter op dit blog.

Uit: Het lichte hart van de mastodont

“Er werd lang en nadrukkelijk aangebeld en Gordon kon zichzelf niet wijsmaken dat hij daar gewoon doorheen sliep, al vreesde hij dat opnieuw de buurman voor de deur zou staan. Met het openen van zijn ogen realiseerde hij zich echter dat die vrees geen grond meer had. De overspannen keffer van oma, die de buren van hun slaap had afgehouden, had hij immers na een nachtelijke schermutseling over het balkon gegooid. Vier hoog, weg ermee.
Hij zag zijn gehavende hand: de tanden van het ondier hadden minuscule gaatjes achtergelaten waar een eindeloze hoeveelheid bloed uit had gestroomd. Gordon had de wond met wodka uitgewassen en met een schone theedoek verbonden. De doek was in zijn slaap losgeraakt en hoewel de wond inmiddels dicht was, getuigden vele donkere vegen en vlekken op zijn slaapshirt ervan dat het bloeden maar langzaam was gestelpt.
Pas nadat hij zich had verbonden, was er tijd geweest voor schrik en wroeging.
Het restje wodka dat in de fles overschoot was net genoeg om zichzelf in slaap te grienen. Stom onnozel beest. Het had nadat oma naar het tehuis was verhuisd zijn zindelijkheid verloren en schier onophoudelijk gekeft. Het was de tragiek van een zinloos stukje leven, zeker omdat aan Gordon geen groot hondenfluisteraar verloren was gegaan. Op het balkon ermee en dagelijks water en brokken. Hij had zich afgevraagd wie zich hulpelozer voelde bij de situatie: het keffende beest of hijzelf. Maar dat was nu voorbij: exit Fifi.”

 2046942-ef3a041d18f830ce30d2f1955dc8f5db.jpg
Frank Norbert Rieter (Nijmegen, 16 juni 1973)

 

 

De Italiaanse dichter en schrijver Giovanni Boccaccio werd geboren in Florence of Certaldoi in juni of juli 1313. Zie ook alle tags voor Boccacio op dit blog.

Uit:Das Dekameron (Vertaald door Karl Witte)

„Giotto aber war in keinem Stücke besser beritten oder bekleidet als jener, und so setzten sie denn, wie es zwei bejahrten Leuten geziemt, langsamen Schrittes miteinander ihre Reise fort. Da geschah es, wie sich dies im Sommer oftmals zuträgt, daß ein plötzlicher Regen sie überfiel, so daß sie sich, so schnell sie vermochten, in das Haus eines Bauern flüchteten, der mit ihnen beiden bekannt und befreundet war. Inzwischen sah es aber nicht so aus, als ob der Regen nachlassen wollte, und da beide noch am selben Tag nach Florenz wollten, liehen sie sich von dem Bauern zwei alte Mäntel, wie man sie in der Romagna trägt, desgleichen, da keine besseren zu haben waren, auch noch zwei Hüte, die vor Alter ganz abgetragen waren, und mit diesen machten sie sich auf den Weg.
Nachdem sie eine Weile geritten waren, hatte der Regen sie völlig durchnäßt; auch waren durch das Gespritze der Pferdehufe bei dem nassen Wetter ihre Anzüge ganz beschmutzt, und beides trug nicht viel dazu bei, ihren Aufzug anständiger erscheinen zu lassen. Mittlerweile hatte aber das Wetter sich ein wenig aufgehellt, und sie begannen, nachdem sie lange Zeit schweigsam nebeneinander geritten waren, sich zu unterhalten.
Als nun Messer Forese des Weges ritt und dem Giotto zuhörte, der trefflich zu reden wußte, betrachtete er ihn von der Seite her vom Kopf bis zu den Füßen und um und um, und wie er ihn in allen Stücken so unscheinbar und häßlich fand, begann er, ohne zu bedenken, welche Figur er selbst machte, zu lachen und sagte: »Giotto, wenn jetzt ein Fremder, der dich nie gesehen hätte, uns hier entgegenkäme – kannst du dir denken, daß er dich als den ersten Maler der Welt, der du doch bist, erkennen würde?« Sofort antwortete Giotto: »Messer, ich glaube wohl, daß er mich als solchen erkennen würde, sobald er, nachdem er Euch besehen, glaubte, daß Ihr das Abc könntet.«
Messer Forese erkannte aus dieser Antwort sein Unrecht und sah sich mit einer Münze bezahlt, die der von ihm verkauften Ware völlig entsprach.“

 2046942-1f153c4239d21ad306e413a791c2772b.jpg
Giovanni Boccaccio ( juni of juli 1313 - 21 december 1375)
Decamerone door Franz Xaver Winterhalter, 1837

 

 

En als toegift bij een andere verjaardag:

 

Toen mij je schreden tot de dood ontroerden
Naar Franz Werfel

Toen mij je wezen tranenwaarts ontvoerde
En ik door jou ’t onmeetbare in zweefde,
Beleefden deze dag niet afgeleefden,
Miljoenen moeitevol de mond gesnoerden?

Toen mij je schreden tot de dood ontroerden,
Was arbeid om ons heen, de aarde beefde,
Waar leegte, goddeloos en koud, aan kleefde,
Er leefden en er stierven nooitvervoerden!

Ik was zo vol van jou, dat ik kon zweven,
Er waren velen die in mufheid stampten,
Aan tafels krompen en bij ketels dampten.

O hoestenden op straten, in kanalen!
Bestaat een evenwicht in wereld, leven,
Hoe moet ik deze schuld dan ooit betalen?

 

Frans Roumen, Uit: Herdichten voor Verzameld Werk,
Uitgeverij Berend Immink, Nijmegen 1986)

 

 2046942-5fb4116153da144800521991b7d14582.gif
Frans Roumen (Wessem, 16 juni 1957)
Franz Werfel

 

 

Zie ook alle tags voor Frans Roumen op dit blog.

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e juni ook mijn blog van 16 juni 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Von Christi Fronleichnam (Friedrich von Spee)

 

Bij Sacramentsdag

 
2046594-800476d945bdd5ff70b776e4b2566939.jpg
Fronleichnam door Paul Schad-Rossa, 1891

 

 

Von Christi Fronleichnam

Mein Zung erkling
Und fröhlich sing
Von Christi Leichnam zart,
Auch von dem Blut,
Das uns zu gut
Am Kreuz vergossen ward,
Das genommen
Und herkommen
Von jungfräulicher Art.

Ein Jungfrau schon
Uns Gottes Sohn
Zu Bethlehem gebar,
Der unbeschwert
Die Welt gelehrt,
Lebt drei und dreißig Jahr.
Bald gefangen,
Zum Tod gangen,
Wie prophezeiet war.

Vor seinem Tod
Und letzten Not
In diesem Jammertal,
Zu Tisch er saß,
Das Lämmlein aß,
In einem großen Saal,
Da er eben
Sich selbst geben,
Zur Speis im Abendmahl.

Das Worte sein
Aus Brot und Wein
Macht Fleisch und Blut behänd,
Er da handlet,
Kräftig wandlet,
Brot ward in Fleisch verwend,
Gleiche Krafte,
Aus Wein schaffte
Das Blut im Sakrament.

O Christ hab acht
Und wohl betracht,
Was Christus hie getan,
Durch Christi Wort,
An allem Ort,
Dasselb der Priester kann,
Wie befohlen,
Zu erholen,
Die Schrift zeigt klärlich an.

Lob, Preis und Ehr,
Je mehr und mehr,
Sei Christo weit und breit.
Ihn preis und preis
Um diese Speis,
O liebe Christenheit.
Diese Gaben,
Die wir haben,
Wohl brauch zur Seligkeit.
Amen.

 

 2046594-5769eb908a42489a6567a4fc925c9163.jpg
Friedrich von Spee (25 februari 1591 – 7 augustus 1635)
Kaiserswerth, promenade. Friedrich von Spee werd in Kaiserswerth geboren.

 

 

Zie voor de schrijvers van de 15 juni ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 09:38 Reageer op dit bericht

Maria Dermoût, Christian Bauman, Silke Scheuermann, Hugo Borst, Ramon Lopez Velarde

De Nederlands-Indische schrijfster Maria Dermoût (eigenlijk Helena Anthonia Maria Elisabeth Dermoût-Ingerman) werd geboren in Pekalongan, Java, op 15 juni 1888. Zie ook alle tags voor Maria Dermoût op dit blog.

Uit: Nog pas gisteren

“Dan kwamen zij bij de bergpas, eindelijk!
Daar hielden zij stil, de paarden werden uitgespannen, want nu kwamen er karbouwen voor de postwagen, gespannen aan een houten juk. Zij deden onrustig en wilden naar de paarden stoten en bliezen door hun neusgaten, maar de mannen hielden hen vast en spanden hen in voor de wagen met hun touwen. De karbouwen waren niet groot, maar breed en grauw en sterk, en liepen wat schuin naast elkaar onder het juk om hun grote hoorn. De linker van de een en de rechter van de ander staken over elkaar heen. De koetsier zat nog wel op de bok, maar hij hoefde geen teugels vast te houden, de mannen leidden de karbouwen, duwden telkens het juk recht, schreeuwen - rrt - rrrrrrt, klakten met de tongen, klapten met de zwepen. Het ging langzaam voetje voor voetje. Links was een ravijn. Paarse aardorchideeën groeiden er in het gras, er was een heg van wilde rozen om een hellend veldje heen. Een beek murmelde. Een straffe wind woei koud en schraal.
Boven werden de karbouwen weer uitgespannen, die waren alleen voor de steile bergpas en zij reden weer verder met de paardem. Maar al gauw hielden zij stil en stapten zij uit. Zij moesten een eind een zijweg inlopen, de mannen droegen de koffers, tot zij bij een klein wit huis kwamen in een tuin.
Voor het huis stond onder een oude scheefgegroeide boom een grijs stenen beeld van een zittende olifant, opzij was een laantje van moeibeibomen. Daar woonde de oude meneer op zijn landje.
'Een klungellandje!' zei papa, maar hij hield niet van de oude meneer.
Het huis was van bamboe en hout, en op palen - zoals een groot kamponghuis - , maar alles zat netjes in de verf. Er was ook niet meer dan één woonkamer, met een glazen wand om naar buiten te kunnen kijken, een paar slaapkamers, en de bijgebouwen achter het huis; overal kraakten de vloeren. De oude meneer had maar twee bedienden, alleen een oude kokkin, die ook het huis opruimde, en een jongen om de tuin te vegen. Voor de bloemen zorgde hij zelf; overal stonden bloemen, en om het hele huis heen groeide een brede strook heliotrope, waarvan de geur zwaar en zoet in de kamers hing.”

 

 2046589-386d25e601caf9e429b72190ff3372c6.jpg
Maria Dermoût (15 juni 1888 – 27 juni 1962)
Cover 

 

 

De Amerikaanse schrijver Christian Bauman werd geboren op 15 juni 1970 in Easton, Pennsylvania. Zie ook alle tags voor Christian Bauman op dit blog.

Uit: In Hoboken

“James was at Rutgers within a few months, but Thatcher and King Papas made Geoff’s apartment a religion. Thatcher ended up in the army, and Papas ended up in Boston, but there was a time they never missed a Tuesday night. In the four years Thatcher was in the army he never came back, even when he was on leave. He visited Geoff if he was home, and wrote often, but never came by on Tuesdays.
“So why don’t you come?” Geoff said again. “Bring both those songs.”
“Okay, maybe.”
“It’ not a death sentence. Do what you will.” Mason reached for the bottle on the floor, filled his glass and then filled Thatcher’s. Thatcher took a long drink of the wine.
“You know what it is?” Thatcher said. “I just — I just don’t have a connection with those people anymore.”
“What people? Which?”
“The people who come here. The New Yorkers.”
“You mean your friends?”
Thatcher rolled his eyes. “Some of them. My friends are in Jersey.”
“So why don’t you like New York writers? Because they only write about life as a New York writer?”
Thatcher rolled his eyes again.
“Yes, well.” Mason tapped the stem of his wineglass with his fingernail. “We’re not as elitist as you think, and you’re not as worldly and of-the-people as you imagine. Just come on Tuesday and sing your proletarian drivel.”

 

 2046589-421773c2c9e0262163ec2bccd0a4cd25.jpg
Christian Bauman (Easton, 15 juni 1970)
Easton, Pennsylvania. 

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Silke Scheuermann werd geboren op 15 juni 1973 in Karlsruhe. Zie ook alle tags voor Silke Scheuermann op dit blog.

Uit:Wovon wir lebten

“Glaubst du, das ist eine tote Nutte?« Ich drehe mich um. Ein Stück über mir an der Böschung steht ein Junge, den ich hier noch nie gesehen habe. Von seinem Geschrei sind die Blesshühner, Enten und Nilgänse aufgeschreckt worden, die sich am Ufer versteckt halten; sie flattern wild durcheinander. Es ist sehr früher Morgen, ich kann die Nacht noch in der Luft riechen; Nebelreste qualmen über dem Flusswasser. »Nein, ganz bestimmt nicht!•, gebe ich ärgerlich zurück. »Es könnte ja sein, Mann. Die liegt da so!• Er zuckt mit den Achseln. Seine blonden Haare glänzen in der Sonne, die direkt hin-ter ihm aufgegangen ist und ihn beleuchtet wie einen Film-helden. Gerade habe ich beschlossen, ihn einfach nicht mehr zu beachten, da fängt er an, zu mir herunterzusteigen. Das Gras ist nass vom Tau und rutschig; vielleicht fällt er hin. Aber nein. Knackend zerbricht Gehölz unter seinen Schrit-ten, und er steht neben mir. Er ist etwa so groß wie ich und sehr kräftig. Obwohl es noch ziemlich kühl ist, trägt er nur ein T-Shirt zu den Jeans. »Hast du sie angefasst? Atmet sie noch?• Um warm zu bleiben, tritt er auf der Stelle. Ich sehe die Gänsehaut auf sei-nen Armen. »Reg dich ab. Natürlich atmet sie noch. Wenn du mal die Klappe hältst, hörst du sogar, wie sie schnarcht. Das ist übri-gens meine Mutter. Und sie schläft nur.• »Echt? Oh, sorry.«
Es macht ihm absolut nichts aus, das sehe ich. Um Mutter genauer zu inspizieren, geht er in die Knie. Ihre Haut ist noch blass vom Winter, ihre Haare sind rot. Alle anderen in der Familie haben braune Haare. Vater sagt, sie will etwas Besonderes sein. Sie hat den Kopf auf die Arme gelegt und umgebogene Zweige als Kissen benutzt, schläft gemütlich weiter. Ein Spuckefaden läuft ihr am Kinn hinunter. •Das ist deine Mutter? Was macht sie hier?« Ich lasse mich nicht zu einer Antwort herab. Er hätte sie nie entdeckt, wenn ich nicht vor ihr gestanden hätte wie eine blöde Hinweistafel. Hier, wo der Fluss sich zu biegen beginnt und die Strömung schneller wird, stehen die Ufer voller Schilf, das alles verdeckt. Deshalb setzt Mutter sich abends mit ihrem Bier oder der Schnapsflasche gerne hier-hin. Ich würde es wahrscheinlich genauso machen, gerade jetzt, an den ersten schönen Tagen. Bisher hatten wir dieses Jahr nur schlechtes Wetter, sogar unser Erdkundelehrer, der unwitzigste Typ überhaupt, hat angefangen, über den Un-terschied von nasser Kälte und kalter Nässe zu scherzen.“

 

 2046589-21491b26010412dfbacb3b4dee170b4b.jpg
Silke Scheuermann (Karlsruhe, 15 juni 1973)

 

 

De Nederlandse schrijver, redacteur en radio- en televisiepresentator Hugo Borst werd geboren in Rotterdam op 15 juni 1962. Zie ook alle tags voor Hugo Borst op dit blog.

Uit: Ma

“Mijn vader had me gevraagd om vrijdagmorgen rond halfelf naar de Robert Kochplaats te komen. Daar stond de bruine boodschappentrolley waarvan ik voortaan gebruik zou gaan maken al klaar.
‘In het voorvakje zit een munt van 50 cent voor het winkelwagentje,’ legde mijn vader uit. ‘Die moet je er altijd in laten zitten.’
In zijn auto op weg naar de Plus zei hij: ‘Let goed op straks, want zo leer je de artikelen en merken van je moeder alvast kennen.’ Hij vond dat ik de auto de week erop moest laten staan. Ik kon dat stuk makkelijk lopen met mijn jonge benen. Dat had hij jarenlang ook gedaan met zijn rotheup.
Het was zomer, het regende licht. Toen hij uitstapte, werd hij vriendelijk begroet door een man. Toen hij een winkelkarretje pakte, zei een vrouw: ‘Dag meneer Borst.’ Dat ging de hele tijd zo door. ‘Dag meneer Borst.’ ‘Hoe maakt u het, meneer Borst?’
Andere mensen knikten of glimlachten naar mijn vader, als ze een hoed hadden gedragen, hadden ze de rand even aangetikt.
Mijn vader zei steeds allerhartelijkst gedag terug of hij maakte een joviaal gebaar.
Hoewel hij veel werd herkend vond ik het intiem om samen boodschappen te doen. Nu nog meer dan toen, denk ik.
Ik zie nog voor me hoe pa liep. Goh, dat twee centimeter beenlengteverschil zo’n enorme slag in zijn wiel kon slaan. Hij stond erop het winkelwagentje zelf te duwen. Ik begreep eerst niet waarom. Maar dat ding bood hem houvast. Hij liet het karretje alleen los om artikelen te pakken. Ik zag zweetdruppeltjes op zijn voorhoofd staan.
Pa werkte mij die vrijdag officieel in; het tillen was hem echt te zwaar geworden en bovendien stond hem een pittige chirurgische ingreep te wachten. Direct na de operatie zou boodschappen doen zeker niet lukken, dus mijn vrouw Karina en ik beloofden het voortaan op ons te nemen. Dat luchtte mijn vader op. Zijn dienstbaarheid aan mijn moeder was groot, zo niet onbegrensd.”

 

 2046589-cb5b828a5c5eaaf48513e66d18883382.png
Hugo Borst (Rotterdam, 15 juni 1962)

 

 

De Mexicaanse dichter Ramon Lopez Velarde werd geboren op 15 juni 1888 in Jerez. Zie ook alle tags voor Ramon Lopez Velarde op dit blog.

 

Newton's Disk

Omnichromy of a perfect evening...
The soul, a muted horn,
and he light, sublime,
and fortune, replete,
and Life, a fairy spirit
set free from her prison to love.

Leaden sky.
In the west, a curl
of saffron.
and angel's overturned inkwell.
The breee, a doleful
refrain.
On the golden rapture of the hill,
green vapor, like a dragon's
breath.
And the bewitched valley
strains toward a kiss filtering
through the transoms of the horizon
through the transoms of the horizon.

A time of secrets,
like those known to the thimbles
of despairing seamstresses
who entangle their mortal monologues
in the skein of empty hours.

As secret as you were
in yesterday's hand,
rosy lode,
canary grass,
and d'Orsay perfume.

Evening, like a rehearsal of
happiness amid May's petals;
evening, Newton's disk, a time when
spring was omnichromy
and Life a spirit
set free in passive love...

 

Vertaald doorMargaret Sayers Peden

 

 2046589-3f6cef60d7f4ab598fa43ffa23705e56.jpg
Ramon Lopez Velarde (15 juni 1888 – 19 juni 1921)

 

 

Zie voor nog meer schriijvers van de 15e juni ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 09:36 Reageer op dit bericht

Roland Dorgelès, François-Xavier Garneau, Trygve Gulbranssen, Emma Cline, Hannah van Wieringen

De Franse schrijver en journalist Roland Dorgelès (eig. Roland Lécavelé) werd geboren op 15 juni 1885 in Amiens. Zie ook alle tags voor Roland Dorgelès op dit blog.

Uit:Les Croix de bois

« Le nouveau s’était redressé, vexé, un pli barrant son petit front têtu. Mais, tout de suite décontenancé par l’attitude railleuse de l’ancien, il détourna la tête et rougit. Le rouquin se contenta de ce succès flatteur. Il descendit de son trône et, pour montrer qu’il ne songeait pas à s’acharner sur un copain irresponsable, il haussa ses critiques jusqu’à l’autorité militaire, dont tous les actes, suivant lui, étaient dictés par la sottise et le désir évident de molester le soldat.
— J’dis pas ça pour toi, tu sais pas encore. Mais les autres enfifrés qui vous font passer les gamellesà la pâte au sabre pour qu’elles reluisent mieux, tu crois qu’on devrait pas tous les fusiller… Ils trouvent qu’on ne se fait pas assez viser comme ça ?… Tu me refileras ta musette, tiens, j’te la noircirai au bouchon, et on passera vos bouteillons, vos galetouses et tout l’truc à la fumée de paille, y a pas meilleur.
Lemoine, qui ne quittait jamais Sulphart d’un pas, haussa lentement les épaules.
— Tu vas pas déjà abrutir ces mecs-là avec tes boniments à la graisse, lui reprocha-t-il de sa voix traînante. Laisse-les au moins débarquer.
Le nouveau à la musette blanche s’était assis sur une brouette. Il semblait épuisé. La sueur, en rigoles noires, avait tracé des accolades de ses tempes au bas de ses joues. Il déroula ses molletières, mais n’osa pas retirer ses chaussures, de beaux brodequins de chasse aux semelles débordantes.
— J’ai le talon tout écorché, me dit-il. Je dois avoir le pied en sang. Je suis tellement chargé.
Lemoine soupesa son sac. »

 

 2046586-2ddec2320665b3e4a804c289a9323a5f.jpg
Roland Dorgelès (15 juni 1885 – 18 maart 1973)
Gedenktplaat op Monmartre 

 

 

De Canadese dichter en schrijver François-Xavier Garneau werd geboren op 15 juni 1808 in Ville de Québec. Zie ook alle tags voor François-Xavier Garneau op dit blog.

 

Les exilés (Fragment)

II
« Heureux le barde, heureux celui qui sur la rive
Où le destin avait mis son berceau,
Peut au soir de ses jours où tranquille il arrive,
Dire aussi, là je trouve mon tombeau.

« Heureux celui qui voit à son heure dernière
Autour de lui ses vieux amis priant;
Leur présence adoucit la mort sur sa paupière
En lui voilant l'abîme du néant.

« Heureux il va dormir au milieu de ses pères
Près de l'église à l'ombre d'un côteau;
Ses enfants à genoux diront quelques prières
Avec ferveur le soir sur son tombeau.
« Heureux - mais nous, hélas! sans foyer, sans patrie,
Qui donc viendra pour nous fermer les yeux?
Jouets de la tempête, exilés qu'on oublie,
Peut-être on nous renîra pour aïeux.

« Mais j'insulte nos fils. Ah! le nom de leurs pères
Sera sacré pour eux et leurs enfants.
Car ils ont tout donné pour que des jours prospères
Dans l'avenir embellissent leurs ans.

« Ils ont osé naguère et sans chefs et sans armes
Jeter le gant au géant des combats:
Le colosse ébranlé, le coeur saisi d'alarmes
À Saint-Denis un jour lâcha le pas.

« Mais le nombre bientôt écrasa la vaillance;
Avec Chénier tombèrent nos héros.
Heureux, aux bords chéris, témoins de leur naissance,
Ils vont en paix dormir dans leurs tombeaux.

 

 2046586-7d38c2a147360464996c5ab9e3bc1bc1.jpg
François-Xavier Garneau (15 juni 1809 – 2 februari 1866)
Standbeeld in Québec

 

 

De Noorse schrijver Trygve Emanuel Gulbranssen werd geboren in Oslo op 15 juni 1894. Zie ook alle tags voor Trygve Gulbranssen op dit blog.

Uit: En Eeuwig zingen de Bosschen (Vertaald door Annie Posthumus)

“‘Dieren, vele - oneindig vele - hoorde hij aankomen van alle kanten, zwaar en licht van voetstap, achter elkander aan, achter elkander aan, uit oosten en zuiden en uit de groote bosschen in westen en noorden. Er was een gedruisch en gekraak van boomen die tegen den grond sloegen, en de aarde schudde en dreunde. Daar zag hij dieren komen, dicht achter elkander aan, zoodat zij de bosschen plat trapten, - zachtjes, als in een stroom voortwaarts glijdend, - maar met verpletterende zekerheid kwamen ze aan. Zware beren, sluipende wolven, gluipende vossen en oude elanden met geweien als heele boomen. Dichter- en dichterbij, honderden, duizenden, zachtjes, - een eindelooze rij, rug na rug. In de lucht werd het zwart van adelaars en haviken en allerlei vogels, die, stil op hun vleugels rustend, aan kwamen glijden - gereed om naar omlaag te schieten en den scherpen snavel in vleesch te hakken.
En beneden in de buurtschap, op de wegen, kwamen menschen aansluipen, vele - rondtrekkend volk en zwervers, menschen van het soort waarop in vroeger jaren klopjacht gehouden werd. Glurend keken zij om de hoeken van de huizen. Het wemelde ervan, overal, en steeds nader en nader kwamen ze. Ze praatten mompelend en dreigend, en achter hen aan, daarginds op de heuvels van Hamarrbo. en de stelle hellingen van den met bosch begroelden bergrug af, kwamen andere menschen aansluipen: - menschen uit de breede woonstreek der vlakte. Zij doken laf weg achter kreupelnout en struweel, maar hij zag ze allen. Een geknak van twijgen en een gekraak van boomen en een geraas en gedreun van duizenden op hem afkomende wilde dieren en lafaards.”

 

 2046586-40579df9aa7b330516dd6cdda05e3c7d.jpg
Trygve Gulbranssen (15 juni 1894 – 10 oktober 1962)
Cover

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Amerikaanse schrijfster Emma Cline werd geboren in 1989 in Sonoma in Californië. Zie ook alle tags voor Emma Cline op dit blog.

Uit: The Girls

“But that was all happening somewhere else, not in Petaluma with its low-hipped ranch houses, the covered wagon perpetually parked in front of the Hi-Ho Restaurant. The sun-scorched crosswalks. I was fourteen but looked much younger. People liked to say this to me. Connie swore I could pass for sixteen, but we told each other a lot of lies. We’d been friends all through junior high, Connie waiting for me outside classrooms as patient as a cow, all our energy subsumed into the theatrics of friendship. She was plump but didn’t dress like it, in cropped cotton shirts with Mexican embroidery, too-tight skirts that left an angry rim on her upper thighs. I’d always liked her in a way I never had to think about, like the fact of my own hands.
 Come September, I’d be sent off to the same boarding school my mother had gone to. They’d built a well-tended campus around an old convent in Monterey, the lawns smooth and sloped. Shreds of fog in the mornings, brief hits of the nearness of salt water. It was an all-girls school, and I’d have to wear a uniform—low-heeled shoes and no makeup, middy blouses threaded with navy ties. It was a holding place, really, enclosed by a stone wall and populated with bland, moon-faced daughters. Camp Fire Girls and Future Teachers shipped off to learn 160 words a minute, shorthand. To make dreamy, overheated promises to be one another’s bridesmaids at Royal Hawaiian weddings.
 
My impending departure forced a newly critical distance on my friendship with Connie. I’d started to notice certain things, almost against my will. How Connie said, “The best way to get over someone is to get under someone else,” as if we were shopgirls in London instead of inexperienced adolescents in the farm belt of Sonoma County. We licked batteries to feel a metallic jolt on the tongue, rumored to be one-eighteenth of an orgasm. It pained me to imagine how our twosome appeared to others, marked as the kind of girls who belonged to each other. Those sexless fixtures of high schools.”

 

 2046586-25dd0930ee0447ea685c593a0a9821d6.jpeg
Emma Cline (Sonoma, 1989)

 

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Hannah van Wieringen werd geboren in 1982 in Haarlem. Zie ook alle tags voor Hannah van Wieringen op dit blog.

 

hou moed

een apelazarus neergezegen papzak
plet zich een omgekeerde tent in het woud

dan traag een zwart pluizige arm
door ondoordringbaar bamboeriet

van tak naar mond en mond naar tak
op dood gemak een boeddha op een berg

op dood gemak één boeddha in een bos
zou de panda weten dat hij met tweeëndertighonderd is

en stel dat er een constante hoeveelheid eenzaamheid
te verdelen is over panda's draagt hij nu

traag de last van velen? ligt opgeslagen in zijn
dikke vel het onbehagen van zijn gesneuvelde kameraden

boeddha verraadt ze niet kauwt zonder oponthoud zijn
bamboeblaren
blaast en verruft de lucht naar eigen inzicht

wandelt achteruit een boomstronk op
sproeit geurtekens aan de overlevenden:

hou moed
verander in ademend woud
kauw jezelf halsstarrig richting verlichting

 

 2046586-e0fe3b1c7a8fd1d6f653211554dd765c.jpg
Hannah van Wieringen (Haarlem, 1982)

 

Geschreven door Romenu om 09:35 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten