Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 20 juni 2017 tot 21 juni 2017

Summer Solstice (Stacie Cassarino), Ed Leeflang, Thomas Blondeau, Adam Zagajewski

 

Dolce far niente

 

 2048741-71aec4fd64e4fe148abf7229b60218b6.jpg
Soleil couchant door Pierre Bonnard, 1913

 

 

Summer Solstice

I wanted to see where beauty comes from
without you in the world, hauling my heart
across sixty acres of northeast meadow,
my pockets filling with flowers.
Then I remembered,
it’s you I miss in the brightness
and body of every living name:
rattlebox, yarrow, wild vetch.
You are the green wonder of June,
root and quasar, the thirst for salt.
When I finally understand that people fail
at love, what is left but cinquefoil, thistle,
the paper wings of the dragonfly
aeroplaning the soul with a sudden blue hilarity?
If I get the story right, desire is continuous,
equatorial. There is still so much
I want to know: what you believe
can never be removed from us,
what you dreamed on Walnut Street
in the unanswerable dark of your childhood,
learning pleasure on your own.
Tell me our story: are we impetuous,
are we kind to each other, do we surrender
to what the mind cannot think past?
Where is the evidence I will learn
to be good at loving?
The black dog orbits the horseshoe pond
for treefrogs in their plangent emergencies.
There are violet hills,
there is the covenant of duskbirds.
The moon comes over the mountain
like a big peach, and I want to tell you
what I couldn’t say the night we rushed
North, how I love the seriousness of your fingers
and the way you go into yourself,
calling my half-name like a secret.
I stand between taproot and treespire.
Here is the compass rose
to help me live through this.
Here are twelve ways of knowing
what blooms even in the blindness
of such longing. Yellow oxeye,
viper’s bugloss with its set of pink arms
pleading do not forget me.
We hunger for eloquence.
We measure the isopleths.
I am visiting my life with reckless plenitude.
The air is fragrant with tiny strawberries.
Fireflies turn on their electric wills:
an effulgence. Let me come back
whole, let me remember how to touch you
before it is too late.

 

 2048741-acf9584a1ff5b5224b21c92e58a2bd93.jpg
Stacie Cassarino (Hartford, 15 februari 1975)
Hartford.

 

 

De Nederlandse dichter Ed Leeflang werd geboren op 21 juni 1929 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Ed Leeflang op dit blog.

 

Vroeg

Uit driftloos grijs bestaat
de morgen van het riet,
waaraan nog pluis van
schemer hecht, de resten
van verdriet in dunne
hersenschimmen.
Nevel van een ons
stijgt van het water op
om zich te voegen bij
geluid en bronst van
uitdijend ontwaken.
De eerste kraai forenst
van nacht naar licht
in de ternauwernood
onthouden plicht iets
van de doodsangst
ongedaan te maken.

 

 

De klas is kaal

De klas is kaal, de paar tekeningen
aan de wand zijn stuurs gekleurd
met een bevroren hand.
Een kluizenaar die wacht op een
verschijning, zo staart hij op uit
het correctiewerk.
Zij zijn de vogels die niet in
zijn landstreek horen - dwaalgasten
met geesten om de geest te
storen.
Het komt nooit goed,
hij zingt niet met ze
en de wereldkaart hangt scheef
tegen de bordwand
en in hun gemoed.

 

 

Plastiek van een tekenaar

Snel kneedde je dat portret,
kop die wel hersens hebben moet.
Het zwevend tekenen van de libel
beweegt onder die bronzen baskenpet.

De wenkbrauwen de zonneschermen,
een snor markies over de mond
om tegen inkijk te beschermen
wat een door drank verlamde tong
van de al sidderende wereld vond.

Geen lijf heeft dit gezicht
dan windgevoelig en langbenig.
Je vingers werkten in hun liefde
haast te lenig, maar hebben
zijn beschaamde blik, schuin dalend
in de grond, nog net op tijd naar
wat daar is en nog gebeuren moet
gericht.

 

 2048741-7bfed2661e4301d2ed4d077f28a1eee2.jpg
Ed Leeflang (21 juni 1929 – 17 maart 2008)

 

 

De Vlaamse dichter, schrijver en journalist Thomas Blondeau werd geboren in Poperinge op 21 juni 1978. Zie ook Zie ook alle tags voor Thomas Blondeau op dit blog.

Uit: eX

“Zoals mensen als maagd kunnen sterven, kunnen ze leven zonder ook maar één keer onderdeel te zijn geweest van iets meeslepends. Daar hoef je geen medelijden mee te hebben. Kijk maar naar kloosterlingen die hun mond niet kunnen over het genot van de berusting. Michel Quispel, de vader van David behoorde tot het slag mensen dat niet mist wat het niet kent. Na een mislukte rechtenstudie was hij een paar jaar handelsreiziger geweest in schoonmaakmiddelen. Het stoorde hem om zo’n weinig mannelijk product te slijten maar hij hield ervan onderweg te zijn. Om zijn aangeboren verlegenheid te overwinnen, begon hij bier te drinken. Zijn beroep gaf het volop gelegenheid om vaak in cafés te zijn. Wanneer hij een goede voormiddag had gehad, begon hij na twaalven met drinken.
Later begon hij ongeacht zijn voormiddag na twaalven te drinken. Na het overlijden van zijn vader verkocht hij diens kruidenierswinkel en begon een café dat hij De Vaderlander doopte. Vernoemd naar de zandzakjes die in de Eerste Wereldoorlog de wanden van de loopgraven tegen instorting beschermden. Hij was zo trots op deze vondst dat hij jarenlang nieuwe klanten vermoeide met zijn uitleg over het café als een wal tegen de wereld.
‘David, hebt ge tegen uw vriend al gezegd waarom uw vader zijn café zo genoemd heeft?’
‘Ja, pa.’
‘Ik bedoel niet waar het vandaan komt maar wat het symboliseert?’
‘Ja, pa!’
Eigenlijk zag David zijn vader alleen ’s ochtends bij het tandenpoetsen een glas water drinken. Zijn dictum was ‘’s Ochtends koffie om de dag goed in de ogen te kijken en ’s middags een pint omdat het gezicht van de dag u niet aanstaat.’ Hij was een gestaag drinker die nooit tot dronkenschap verviel. Hij leefde zogezegd op een respectabele afstand van de realiteit. Die afstand hield de middelmatige kwaliteit van zijn café, huwelijk en zijn relatie op een constant niveau. Geen uitzicht op verbetering maar ook geen kans op verslechtering. Zijn alcoholisme en omgang met klanten had hem een welwillende onverschilligheid gegeven. Een manier van omgang die bestond uit glimlachen en het minimum aan inspanning om een conversatie gaande te houden. En een manier van omgaan die hij ook op zijn leven en gezin toepaste.”

 

 2048741-ee502f6ec7e2d168b041251207422f7d.jpg
Thomas Blondeau (21 juni 1978 – 20 oktober 2013)

 

 

De Poolse dichter en essayist Adam Zagajewski werd geboren op 21 juni 1945 in Lwów, het huidige Lviv. Zie ook alle tags voor Adam Zagajewski op dit blog.

 

In schoonheid geschapen door vreemden

Alleen in schoonheid geschapen
door vreemden is troost, in muziek,
in gedichten geschreven door anderen.
Alleen bij anderen is redding te vinden,
ook al kan de eenzaamheid smaken als
opium. Niet de anderen zijn de hel,
als je hen ’s morgens ziet, wanneer
hun voorhoofd schoon is, gewassen
door dromen. Daarom denk ik lang na:
welk woord zal ik gebruiken, hij of jij. Elk hij
is het verraad van een ander jij, maar
trouw wacht op ons in een vreemd gedicht
de nuchtere dialoog.

 

Vertaald door Gerard Rasch

 

 

Morandi, Natureza Morta

Even at night, the objects kept vigil,
even as he slept, with African dreams;
a porcelain jug, two watering cans,
empty green wine bottles, a knife.
Even as he slept, deeply, as only creators
can sleep, dead-tired,
the objects were laughing, revolution was near.

The nosy watering can with its beak
feverishly incited the others;
blood pulsed wildly in the cup,
which had never known the thirst of a mouth,
only eyes, gazes, vision.

By day, they grew humble, and even took pride:
the whole coarse existence of the world
found refuge in them,
abandoning for a time the blossoming cherry,
the sorrowful hearts of the dying.

 

 2048741-be339dbb1b75788041156dd63150cb75.jpg
Adam Zagajewski (Lwów, 21 juni 1945)
Morandi-Natura-morta-1938-Vit.-231

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e juni ook mijn blog van 21 juni 2016 en eveneens mijn blog van 21 juni 2014 deel 1, deel 2 en deel 3.

Geschreven door Romenu om 17:59 Reageer op dit bericht

Stanley Moss

De Amerikaanse dichter, uitgever en kunsthandelaar Stanley Moss werd geboren in Woodhaven, New York op 21 juni 1925. Hij werd opgeleid aan het Trinity College en Yale University. Zijn eerste dichtbundel “The Wrong Angel” verscheen in 1966. Hij is de auteur van vijf andere dichtbundels: “The Skull of Adam” (1979), “The Intelligence of Clouds” (1989), “Asleep in the Garden” (1997), “A History of Color’ (2003), “New & Selected Poems 2006” en “God Breaketh Not All Men's Hearts Alike: New & Later Collected Poems” (2011). In 1977 richtte Moss Sheep Meadow Press op, een non-profit uitgeverij die poëzie en belles-lettres publiceert, met een speciale focus op internationale dichters in vertaling. Sheep Meadow Press heeft het werk van Yehuda Amichai, Peter Cole en vele andere beroemde dichters gepubliceerd. Moss verdient zijn brood als een privé-kunsthandelaar, grotendeels in Spaanse en Italiaanse oude meesters. Hij woont in Riverdale en Clinton Corners, New York.

 

Allegory of Evil in Italy

The Visconti put you on their flag: a snake
devouring a child, or are you throwing up a man
feet first? Some snakes hunt frogs, some freedom of will.
There’s good in you: a man can count years on your skin.
Generously, you mother and father a stolen boy,
to the chosen you offer your cake of figs.
A goiter on my neck, you lick my ear with lies,
yet I must listen, smile and kiss your cheek
or you may swallow the child completely. In Milan
there is a triptych, the throned Virgin in glory,
placed on the marble below, a dead naked man
and a giant dead frog of human scale on its back.
There’s hope! My eyes look into the top of my head
at the wreath of snakes that sometimes crowns me.

 

 

You and I

You are Jehovah, and I am a wanderer.
Who should have mercy on a wanderer
if not Jehovah? You create and I decay.
Who should have mercy on the decayed
if not the creator? You are the Judge
and I the guilty Who should have mercy
on the guilty if not the Judge? You are All
and I am a particle. Who should have mercy
on a particle if not the All?
You are the Living One and I am dead.
Who should have mercy on the dead if not
the Living One? You are the Painter and Potter
and I am clay. Who should have mercy on clay
if not the Painter and Potter? You are the Fire
and I am straw Who should have mercy on straw
if not the Fire? You are the Listener
and I am the reader. Who should have mercy
on the reader if not the Listener? You
are the Beginning and I am what follows.
Who should have mercy on what follows
if not the Beginning? You are the End and I am
what follows. Who should have mercy
on what follows if not the End?

 

 2140212-650d00a4ce42a9dea09f559a13f728f0.jpg
Stanley Moss (Woodhaven, 21 juni 1925)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Detlev von Liliencron, Vikram Seth, Paul Muldoon

 

Dolce far niente

 

 2048461-ed83b638955d174fd6cddd8600b28411.jpg
Sommerliche Flusslandschaft door Hans-Richard von Volkmann, 1897

 

 

Sommer

Zwischen Roggenfeld und Hecken
Führt ein schmaler Gang;
Süßes, seliges Verstecken
Einen Sommer lang.

Wenn wir uns von ferne sehen,
Zögert sie den Schritt,
Rupft ein Hälmchen sich im Gehen,
Nimmt ein Blättchen mit.

Hat mit Ähren sich das Mieder
Unschuldig geschmückt,
Sich den Hut verlegen nieder
In die Stirn gedrückt.

Finster kommt sie langsam näher,
Färbt sich rot wie Mohn;
Doch ich bin ein feiner Späher,
Kenn die Schelmin schon.

Noch ein Blick in Weg und Weite,
Ruhig liegt die Welt,
Und es hat an ihre Seite
Mich der Sturm gestellt.

Zwischen Roggenfeld und Hecken
Führt ein schmaler Gang;
Süßes, seliges Verstecken
Einen Sommer lang.

 

 2048461-d422acfcf15a2cef1db7aa3dbe3fd68f.jpg
Detlev von Liliencron (3 juni 1875 – 22 juli 1909)
Kiel, Bootshafen. Detlev von Liliencron werd in Kiel geboren.

 

 

De Indische schrijver Vikram Seth werd geboren op 20 juni 1952 in Kolkata. Zie ook alle tags voor Vikram Seth op dit blog.

 

The Golden Gate - I (A Novel In Verse, fragment)

1.1.
To make a start more swift and weighty,
Hail Muse. Dear Reader, once upon
A time, say, circa 1980,
There lived a man. His name was John.
Successful in his field though only
Twenty-six, respected, lonely,
One evening as he walked across
Golden Gate Park, the ill-judged toss
Of a red frisbee almost brained him.
He thought, "Who'd gloat? Who would be glad?
Would anybody? " As it pained him,
He turned from this dispiriting theme
To ruminations less extreme.

1.2.
He tuned his thoughts to electronic
Circuitry. This soothed his mind.
He left irregular (moronic)
Sentimentality behind.
He thought of or-gates and of and-gates,
Of ROMs, of nor-gates, and of nand-gates,
Of nanoseconds, megabytes,
And bits and nibbles… but as flights
Of silhouetted birds move cawing
Across the pine-serrated sky,
Dragged from his cove, not knowing why,
He feels an urgent riptide drawing
Him far out, where, caught in the kelp
Of loneliness, he cries for help.

1.3.
John's looks are good. His dress is formal.
His voice is low. His mind is sound.
His appetite for work's abnormal.
A plastic name tag hangs around
His collar like a votive necklace.
Though well-paid, he is far from reckless,
Pays his rent promptly, jogs, does not
Smoke cigarettes, and rarely pot,
Eschews both church and heavy drinking,
Enjoys his garden, like to read
Eclectically from Mann to Bede.
(A surrogate, some say, for thinking.)
friends claim he's grown aloof and prim.
(His boss, though, is well-pleased with him.)

 

 2048461-ee38baca1cd215334391553999ba9389.jpg
Vikram Seth (Kolkata, 20 juni 1952)

 

 

De Ierse dichter en schrijver Paul Muldoon werd geboren in Portadown, County Armagh, in Noord-Ierland op 20 juni 1951, Zie ook alle tags voor Paul Muldoon op dit blog.

 

The Old Country (Fragment)

I
Where every town was a tidy town
and every garden a hanging garden.
A half could be had for half a crown.
Every major artery would harden

since every meal was a square meal.
Every clothesline showed a line of undies
yet no house was in dishabille.
Every Sunday took a month of Sundays

till everyone got it off by heart
every start was a bad start
since all conclusions were foregone.

Every wood had its twist of woodbine.
Every cliff its herd of fatalistic swine.
Every runnel was a Rubicon.


II

Every runnel was a Rubicon
and every annual a hardy annual
applying itself like linen to a lawn.
Every glove compartment held a manual

and a map of the roads, major and minor.
Every major road had major roadworks.
Every wishy-washy water diviner
had stood like a bulwark

against something worth standing against.
The smell of incense left us incensed
at the firing of the fort.

Every heron was a presager
of some disaster after which, we’d wager,
every resort was a last resort.


III

Every resort was a last resort
with a harbor that harbored an old grudge.
Every sale was a selling short.
There were those who simply wouldn’t budge

from the Dandy to the Rover.
That shouting was the shouting
but for which it was all over—
the weekend, I mean, we set off on an outing

with the weekday train timetable.
Every tower was a tower of Babel
that graced each corner of a bawn

where every lookout was a poor lookout.
Every rill had its unflashy trout.
Every runnel was a Rubicon.

 

2048461-551ada35903351b2075ff0b5cf386bcd.jpg
Paul Muldoon (Portadown, 20 juni 1951)

 

 

Zie voor meer schrijvers van de 20e juni ook mijn blog van 20 hjuni 2016 en eveneens mijn blog van 20 juni 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:14 Reageer op dit bericht

Georg-Büchner-Preis 2017 voor Jan Wagner

 

Georg-Büchner-Preis 2017 voor Jan Wagner

Aan de duitse dichter, schrijver en vertaler Jan Wagner is de Georg-Büchner-Preis 2017 toegekend, de belangrijkste literaire prijs in Duitsland. Jan Wagner werd geboren op 18 oktober 1971 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Jan Wagner op dit blog.

 

champignons

wir trafen sie im wald auf einer lichtung:
zwei expeditionen durch die dämmerung
die sich stumm betrachteten. zwischen uns nervös
das telegraphensummen des stechmückenschwarms.

meine großmutter war berühmt für ihr rezept
der champignons farcis. sie schloß es in
ihr grab. alles was gut ist, sagte sie,
füllt man mit wenig mehr als mit sich selbst.

später in der küche hielten wir
die pilze ans ohr und drehten an den stielen -
wartend auf das leise knacken im innern,
suchend nach der richtigen kombination.

 

 

botanischer garten

dabei, die worte an dich abzuwägen -
die paare schweigend auf geharkten wegen,
die beete laubbedeckt, die bäume kahl,
der zäune blüten schmiedeeisern kühl,
das licht aristokratisch fahl wie wachs -
sah ich am hügel gläsern das gewächs-
haus, seine weißen rippen, fin de siècle,
und dachte prompt an jene walskelette,
für die man sich als kind den hals verdrehte
in den museen, an unsichtbaren drähten,
daß sie zu schweben schienen, aufgehängt,
an jene ungetüme, zugeschwemmt
aus urzeittiefen einem küstenstrich,
erstickt an ihrem eigenen gewicht.

 

 

gaststuben in der provinz

hinter dem tresen gegenüber der tür
das eingerahmte foto der fußballmannschaft:
lächelnde helden, die sich die rostenden nägel
im rücken ihrer trikots nicht anmerken lassen.

 

 2048757-52bd75ef36d94f0a1f81af5be0ffc346.jpg
Jan Wagner (Hamburg, 18 oktober 1971)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten