Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 21 juni 2017 tot 22 juni 2017

Sommer (Ilse Kleberger), Nescio, Juliën Holtrigter, Jaap Robben

 

Dolce far niente

 

 2048999-ef6fe2df37d7ec336c510245729e4b6a.jpg
Phoenix Summer Heat door Joan Therien, 2010

 

 

Sommer

Weißt du, wie der Sommer riecht?
Nach Birnen und nach Nelken,
nach Äpfeln und Vergißmeinnicht,
die in der Sonne welken,
nach heißem Sand und kühler See
und nassen Badehosen,
nach Wasserball und Sonnenkrem,
nach Straßenstaub und Rosen.

Weißt du, wie der Sommer schmeckt?
Nach gelben Aprikosen
und Walderdbeeren, halb versteckt
zwischen Gras und Moosen,
nach Himbeereis, Vanilleeis
und Eis aus Schokolade,
nach Sauerklee vom Wiesenrand
und Brauselimonade.

Weißt du, wie der Sommer klingt?
Nach einer Flötenweise,
die durch die Mittagsstille dringt:
Ein Vogel zwitschert leise,
dumpf fällt ein Apfel in das Gras,
der Wind rauscht in den Bäumen.
Ein Kind lacht hell, dann schweigt es schnell
und möchte lieber träumen.

 

 2048999-010753d64701f3891604a1449f93d928.jpg
Ilse Kleberger (22 maart 1921 - 2 januari 2012)
Potsdam, Brandenburger Tor en Luisenplatz. Ilse Kleberger werd in Potsdam geboren.

 

 

De Nederlandse schrijver Nescio (pseudoniem van Jan Hendrik Frederik Grönloh) werd geboren in Amsterdam op 22 juni 1882. Zie ook alle tags voor Nescio op dit blog.

Uit: Mene Tekel

“Weer was de langste dag voorbij. De dagen kortten nog nauwelijks merkbaar, maar wij wisten ’t, ook deze zomer zou voorbijgaan. Weer ging de dag ten einde, weer verbleekte ’t felle rood boven de kim, ’t water in de verte hield nog maar nauwelijks kleur, duisternis kroop alweer op uit de aarde, nu was ’t kanaal in de verte verdwenen in de nacht. Wij waren zeer droevig om alle dingen die voorbijgegaan waren en om ons leven dat eindigen moest, als al deze dingen zouden doorgaan. Nog enkele malen zouden wij de dagen zien lengen en daarna zouden wij niet jong meer zijn. En nadat nog enkele malen de witte en de roode kastanjes gebloeid zouden hebben, zouden wij sterven, in de kracht van ons leven of als oue mannetjes wellicht, wat nog erger zou wezen. En weer zou de lucht rood wezen en het kanaal zou er allicht ook nog zijn, geel in de schemering, en ze zouden nergens van weten.
Toen zei Bavink: 'Ik word een beroemd man,' zooals een ander zou zeggen: 'Ze hebben me een dubbeltje te veel afgezet,' en we voelden ons bekocht, alle drie, Bavink en Bekker en ik. En Bavink vertelde, datti bezoek had gehad van een heer, dien-i niet kende, een klein, weldoorvoed mannetje, met een gekleed jasje. Z'n naam hatti onthouden, ik kende 't ventje wel, hij had met mij schoolgegaan, toen-i nog een eerzuchtig jongetje was. Hij kwam in opdracht, in opdracht van een tijdschrift, opgericht door een ander eerzuchtig heer, die er hoopen geld op toelei, die zich van allerlei menschen de opinies, spreekwijzen en originaliteiten had eigengemaakt en toch maar niet beroemd kon worden en er later dan ook maar mee opgehouden heeft. `Zoo,' zei ik, lwammi in "opdracht"?' En wij moesten alle drie erg lachen, maar Bekker bleef een beetje droevig, wanti droeg zelf soms een gekleede jas en had onlangs met hoogen hoed en witte das een klant helpen begraven en had op 't kerkhof bijna enkele woorden gesproken en was met een kou in z'n hoofd thuisgekomen. Wat 't mannetje eigenlijk was komen doen? 'Kennis maken.' En viel 't nogal mee?' Eerst wel,' zei Bavink, 'maar 'k geloof dat 't ventje niet erg uit me wijs kon worden.'

 

 2048999-412de09e477867589b441cbf974f1f7a.jpg
Nescio (22 juni 1882 – 25 juli 1961)
Cover

 

 

De Nederlandse dichter Juliën Holtrigter (pseudoniem van Henk van Loenen) werd geboren op 22 juni 1946 in Hilversum. Zie ook alle tags voor Juliën Holtrigter op dit blog.

 

Slept under the stars

Slept under the stars, looking long
in the time, in the delirious, screeching space.
The strange joy which creates that unthinkable.

I saw a picture someone took from a pit.
“View from a grave”, was written below it. You could see
a piece of sky and the thin crowns of trees.

I think of my father, far from home, not having
the power to return anymore.
And of my ex whom I suddenly met at the dentist
above my wide open mouth, more gorgeous and harder
than ever, with a snake in her hand to suck away
the grit and water. There I was.

I’d so much like to travel light, with in my backpack
no more than some clothes,
a flask, a pencil and paper.

 

 

Kleine pastorale

In D. heerst de rust van een nacht op het land.
De inwoners slapen. De schoorstenen stomen
hun zweetlucht naar buiten, het blaffen der honden
verstomt. De lijven draaien zich nog eens om,
hun kleine lusten steken de kop in dromen. 

In dit dorp, waar het kwaad niet kan komen,
rust zacht de hand, luiert de pols op de rand van
het bed, sluipt de weemoedige wesp langs
het laken omhoog, bevuilen de luizen
de eens zo blanke agenda. 

Lazarus lepelt de wacht zijn eieren uit,
totdat hij zich wakker zal braken.
Aan de muur een verouderde kaart van Europa. 

 

 2048999-fe2d98d06689c070077325be33173c68.JPG
Juliën Holtrigter (Hilversum, 22 juni 1946)

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver en theatermaker Jaap Robben werd geboren in Oosterhout op 22 juni 1984. Zie ook alle tags voor Jaap Robben op dit blog.

 

Schemerleven

Je bleef te kort
om te kunnen voelen
hoe warm wangen zijn.

Hoe verlangen soms
naar een glas water smaakt.

Wat er na winter komt.

Dat een afgeknipte tak
in een vaas blijft bloeien
alsof hij zijn boom niet mist.

Enkel de zon
geen schaduw heeft.

Hoe koeien doen.

Dat het leven was
wat door jouw wimpers
schemerde.

En hoe traag daarna
elk uur weer
de grote wijzer
tegen de kleine kruipt.

 

 

Tuinschilderij

Ik ben het midden.
Het midden van een
prachtig tuinschilderij.
De lijst om mij
is een hoge bomenrij.

Onze poes ligt op zijn buik
kijkt naar een vogel in de struik.
Mijn bal lijkt een snoepje
op het garagedak,
die grijze stip
is onze vuilnisbak.

Tussen twee witte lijntjes van was
hinkelt het tuinpad
door het gras.

En helemaal in het midden
van dit prachtige schilderij
daar heb je mij, zonder jas.

Bijna niemand kan dit zien,
alleen de vogels en de zon
en de mensen
in een luchtballon.

 

 2048999-321539a87f7cc9a79527f62588d86d84.jpg
Jaap Robben (Oosterhout, 22 juni 1984)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e juni ook mijn blog van 22 juni 2016 en eveneens mijn blog van 22 juni 2014 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:16 Reageer op dit bericht

Summer Solstice (Stacie Cassarino), Ed Leeflang, Thomas Blondeau, Adam Zagajewski

 

Dolce far niente

 

 2048741-71aec4fd64e4fe148abf7229b60218b6.jpg
Soleil couchant door Pierre Bonnard, 1913

 

 

Summer Solstice

I wanted to see where beauty comes from
without you in the world, hauling my heart
across sixty acres of northeast meadow,
my pockets filling with flowers.
Then I remembered,
it’s you I miss in the brightness
and body of every living name:
rattlebox, yarrow, wild vetch.
You are the green wonder of June,
root and quasar, the thirst for salt.
When I finally understand that people fail
at love, what is left but cinquefoil, thistle,
the paper wings of the dragonfly
aeroplaning the soul with a sudden blue hilarity?
If I get the story right, desire is continuous,
equatorial. There is still so much
I want to know: what you believe
can never be removed from us,
what you dreamed on Walnut Street
in the unanswerable dark of your childhood,
learning pleasure on your own.
Tell me our story: are we impetuous,
are we kind to each other, do we surrender
to what the mind cannot think past?
Where is the evidence I will learn
to be good at loving?
The black dog orbits the horseshoe pond
for treefrogs in their plangent emergencies.
There are violet hills,
there is the covenant of duskbirds.
The moon comes over the mountain
like a big peach, and I want to tell you
what I couldn’t say the night we rushed
North, how I love the seriousness of your fingers
and the way you go into yourself,
calling my half-name like a secret.
I stand between taproot and treespire.
Here is the compass rose
to help me live through this.
Here are twelve ways of knowing
what blooms even in the blindness
of such longing. Yellow oxeye,
viper’s bugloss with its set of pink arms
pleading do not forget me.
We hunger for eloquence.
We measure the isopleths.
I am visiting my life with reckless plenitude.
The air is fragrant with tiny strawberries.
Fireflies turn on their electric wills:
an effulgence. Let me come back
whole, let me remember how to touch you
before it is too late.

 

 2048741-acf9584a1ff5b5224b21c92e58a2bd93.jpg
Stacie Cassarino (Hartford, 15 februari 1975)
Hartford.

 

 

De Nederlandse dichter Ed Leeflang werd geboren op 21 juni 1929 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Ed Leeflang op dit blog.

 

Vroeg

Uit driftloos grijs bestaat
de morgen van het riet,
waaraan nog pluis van
schemer hecht, de resten
van verdriet in dunne
hersenschimmen.
Nevel van een ons
stijgt van het water op
om zich te voegen bij
geluid en bronst van
uitdijend ontwaken.
De eerste kraai forenst
van nacht naar licht
in de ternauwernood
onthouden plicht iets
van de doodsangst
ongedaan te maken.

 

 

De klas is kaal

De klas is kaal, de paar tekeningen
aan de wand zijn stuurs gekleurd
met een bevroren hand.
Een kluizenaar die wacht op een
verschijning, zo staart hij op uit
het correctiewerk.
Zij zijn de vogels die niet in
zijn landstreek horen - dwaalgasten
met geesten om de geest te
storen.
Het komt nooit goed,
hij zingt niet met ze
en de wereldkaart hangt scheef
tegen de bordwand
en in hun gemoed.

 

 

Plastiek van een tekenaar

Snel kneedde je dat portret,
kop die wel hersens hebben moet.
Het zwevend tekenen van de libel
beweegt onder die bronzen baskenpet.

De wenkbrauwen de zonneschermen,
een snor markies over de mond
om tegen inkijk te beschermen
wat een door drank verlamde tong
van de al sidderende wereld vond.

Geen lijf heeft dit gezicht
dan windgevoelig en langbenig.
Je vingers werkten in hun liefde
haast te lenig, maar hebben
zijn beschaamde blik, schuin dalend
in de grond, nog net op tijd naar
wat daar is en nog gebeuren moet
gericht.

 

 2048741-7bfed2661e4301d2ed4d077f28a1eee2.jpg
Ed Leeflang (21 juni 1929 – 17 maart 2008)

 

 

De Vlaamse dichter, schrijver en journalist Thomas Blondeau werd geboren in Poperinge op 21 juni 1978. Zie ook Zie ook alle tags voor Thomas Blondeau op dit blog.

Uit: eX

“Zoals mensen als maagd kunnen sterven, kunnen ze leven zonder ook maar één keer onderdeel te zijn geweest van iets meeslepends. Daar hoef je geen medelijden mee te hebben. Kijk maar naar kloosterlingen die hun mond niet kunnen over het genot van de berusting. Michel Quispel, de vader van David behoorde tot het slag mensen dat niet mist wat het niet kent. Na een mislukte rechtenstudie was hij een paar jaar handelsreiziger geweest in schoonmaakmiddelen. Het stoorde hem om zo’n weinig mannelijk product te slijten maar hij hield ervan onderweg te zijn. Om zijn aangeboren verlegenheid te overwinnen, begon hij bier te drinken. Zijn beroep gaf het volop gelegenheid om vaak in cafés te zijn. Wanneer hij een goede voormiddag had gehad, begon hij na twaalven met drinken.
Later begon hij ongeacht zijn voormiddag na twaalven te drinken. Na het overlijden van zijn vader verkocht hij diens kruidenierswinkel en begon een café dat hij De Vaderlander doopte. Vernoemd naar de zandzakjes die in de Eerste Wereldoorlog de wanden van de loopgraven tegen instorting beschermden. Hij was zo trots op deze vondst dat hij jarenlang nieuwe klanten vermoeide met zijn uitleg over het café als een wal tegen de wereld.
‘David, hebt ge tegen uw vriend al gezegd waarom uw vader zijn café zo genoemd heeft?’
‘Ja, pa.’
‘Ik bedoel niet waar het vandaan komt maar wat het symboliseert?’
‘Ja, pa!’
Eigenlijk zag David zijn vader alleen ’s ochtends bij het tandenpoetsen een glas water drinken. Zijn dictum was ‘’s Ochtends koffie om de dag goed in de ogen te kijken en ’s middags een pint omdat het gezicht van de dag u niet aanstaat.’ Hij was een gestaag drinker die nooit tot dronkenschap verviel. Hij leefde zogezegd op een respectabele afstand van de realiteit. Die afstand hield de middelmatige kwaliteit van zijn café, huwelijk en zijn relatie op een constant niveau. Geen uitzicht op verbetering maar ook geen kans op verslechtering. Zijn alcoholisme en omgang met klanten had hem een welwillende onverschilligheid gegeven. Een manier van omgang die bestond uit glimlachen en het minimum aan inspanning om een conversatie gaande te houden. En een manier van omgaan die hij ook op zijn leven en gezin toepaste.”

 

 2048741-ee502f6ec7e2d168b041251207422f7d.jpg
Thomas Blondeau (21 juni 1978 – 20 oktober 2013)

 

 

De Poolse dichter en essayist Adam Zagajewski werd geboren op 21 juni 1945 in Lwów, het huidige Lviv. Zie ook alle tags voor Adam Zagajewski op dit blog.

 

In schoonheid geschapen door vreemden

Alleen in schoonheid geschapen
door vreemden is troost, in muziek,
in gedichten geschreven door anderen.
Alleen bij anderen is redding te vinden,
ook al kan de eenzaamheid smaken als
opium. Niet de anderen zijn de hel,
als je hen ’s morgens ziet, wanneer
hun voorhoofd schoon is, gewassen
door dromen. Daarom denk ik lang na:
welk woord zal ik gebruiken, hij of jij. Elk hij
is het verraad van een ander jij, maar
trouw wacht op ons in een vreemd gedicht
de nuchtere dialoog.

 

Vertaald door Gerard Rasch

 

 

Morandi, Natureza Morta

Even at night, the objects kept vigil,
even as he slept, with African dreams;
a porcelain jug, two watering cans,
empty green wine bottles, a knife.
Even as he slept, deeply, as only creators
can sleep, dead-tired,
the objects were laughing, revolution was near.

The nosy watering can with its beak
feverishly incited the others;
blood pulsed wildly in the cup,
which had never known the thirst of a mouth,
only eyes, gazes, vision.

By day, they grew humble, and even took pride:
the whole coarse existence of the world
found refuge in them,
abandoning for a time the blossoming cherry,
the sorrowful hearts of the dying.

 

 2048741-be339dbb1b75788041156dd63150cb75.jpg
Adam Zagajewski (Lwów, 21 juni 1945)
Morandi-Natura-morta-1938-Vit.-231

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e juni ook mijn blog van 21 juni 2016 en eveneens mijn blog van 21 juni 2014 deel 1, deel 2 en deel 3.

Geschreven door Romenu om 17:59 Reageer op dit bericht

Stanley Moss

De Amerikaanse dichter, uitgever en kunsthandelaar Stanley Moss werd geboren in Woodhaven, New York op 21 juni 1925. Hij werd opgeleid aan het Trinity College en Yale University. Zijn eerste dichtbundel “The Wrong Angel” verscheen in 1966. Hij is de auteur van vijf andere dichtbundels: “The Skull of Adam” (1979), “The Intelligence of Clouds” (1989), “Asleep in the Garden” (1997), “A History of Color’ (2003), “New & Selected Poems 2006” en “God Breaketh Not All Men's Hearts Alike: New & Later Collected Poems” (2011). In 1977 richtte Moss Sheep Meadow Press op, een non-profit uitgeverij die poëzie en belles-lettres publiceert, met een speciale focus op internationale dichters in vertaling. Sheep Meadow Press heeft het werk van Yehuda Amichai, Peter Cole en vele andere beroemde dichters gepubliceerd. Moss verdient zijn brood als een privé-kunsthandelaar, grotendeels in Spaanse en Italiaanse oude meesters. Hij woont in Riverdale en Clinton Corners, New York.

 

Allegory of Evil in Italy

The Visconti put you on their flag: a snake
devouring a child, or are you throwing up a man
feet first? Some snakes hunt frogs, some freedom of will.
There’s good in you: a man can count years on your skin.
Generously, you mother and father a stolen boy,
to the chosen you offer your cake of figs.
A goiter on my neck, you lick my ear with lies,
yet I must listen, smile and kiss your cheek
or you may swallow the child completely. In Milan
there is a triptych, the throned Virgin in glory,
placed on the marble below, a dead naked man
and a giant dead frog of human scale on its back.
There’s hope! My eyes look into the top of my head
at the wreath of snakes that sometimes crowns me.

 

 

You and I

You are Jehovah, and I am a wanderer.
Who should have mercy on a wanderer
if not Jehovah? You create and I decay.
Who should have mercy on the decayed
if not the creator? You are the Judge
and I the guilty Who should have mercy
on the guilty if not the Judge? You are All
and I am a particle. Who should have mercy
on a particle if not the All?
You are the Living One and I am dead.
Who should have mercy on the dead if not
the Living One? You are the Painter and Potter
and I am clay. Who should have mercy on clay
if not the Painter and Potter? You are the Fire
and I am straw Who should have mercy on straw
if not the Fire? You are the Listener
and I am the reader. Who should have mercy
on the reader if not the Listener? You
are the Beginning and I am what follows.
Who should have mercy on what follows
if not the Beginning? You are the End and I am
what follows. Who should have mercy
on what follows if not the End?

 

 2140212-650d00a4ce42a9dea09f559a13f728f0.jpg
Stanley Moss (Woodhaven, 21 juni 1925)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten