Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 19 juli 2017 tot 20 juli 2017

Hans Lodeizen, Henk Hofland, Arie Storm, Uwe Johnson, Simin Behbahāni, Francesco Petrarca, Maurice Gilliams, Erik Axel Karlfeldt, Cormac McCarthy

De Nederlandse dichter Hans Lodeizen werd geboren op 20 juli 1924 in Naarden. Zie ook mijn blog van 20 juli 2010 en eveneens alle tags voor Hans Lodeizen op dit blog.

 

Weet je nog...


Weet je nog...? - Toen de wind, de bomen
Tergde en hen de mantels, van het lichaam trok,
Dat wij samen - de regen kletterde bij stromen -
Schuilden onder 't loof, en jij zó schrok

Toen ik je zei dat dit het eind was, en voorgoed
Onze wegen voortaan zouden scheiden.
'Mijn arme kind 't is droevig maar het moet;
Beter is het heen te gaan' Ik zweeg en jij schreide.

Weet je nog? Toen mijn hand de jouwe
Zachtkens drukte, omdat jij spoedig zou zien
Dat ik niet de beste was. 'zo zijn vrouwen!'
En dat jij door je tranen lachte, en zei; 'Misschien...!"

Nu is het herfst opnieuw en regen, maar alleen
Schuil ik onder 't lover, denk aan jou - en ween...

 

 

In de bedding van je heupen

In de bedding
van je heupen wil ik slapen
door de hemel van je
ogen bedekt

je voeten zijn ver
en toch behoren ze bij je als een
vlieger zijn ze opgelaten
in een zomerdag

ik woon
in een ander huis; soms
komen we elkander tegen
ik slaap altijd zonder jou
en wij zijn altijd samen

 

 

spinnenwebben van moeheid

spinnenwebben van
moeheid dragen over
grandioze zeeën zijn
ellendig hart. en toch
zal alles zo blijven

 

 2056866-ca0e44b51198b658d7e0534d4e9e5ad9.jpg
Hans Lodeizen (20 juli 1924 - 26 juli 1950)

 

 

De Nederlandse schrijver, journalist, commentator, essayist en columnist Henk Hofland werd geboren in Rotterdam op 20 juli 1927. Zie ook alle tags voor Henk Hofland op dit blog.

Uit: Het Barend Servet effect

“De hoes van de LP Waar moet dat heen? vertoont geen opgewekte gezelschappen. Op de kleurenfoto aan de voorkant zien we Fred Haché woedend op de lekke achterband van een meer dan tien jaar oude Saab wijzen, terwijl Barend Servet wanhopig op zijn hoofd krabt en de Dames RiMiCo met een mengsel van onkunde, wanbegrip, twijfel en ontsteltenis het verdere verloop der gebeurtenissen afwachten. Vooral dank zij de aanwezigheid van Servet (die, zoals we later zullen zien, een buitenbeentje is) kan men bij dit tafereel nog wel aan iets komisch denken, maar uit de verschijning van de Dames valt al iets heel anders op te maken.
De volledige waarheid zien we pas als we de hoes omdraaien. Daar staan alle belangrijke medewerkers aan de shows op het toneel gegroepeerd. Het is een wat schèmerige zwart-wit foto, waarop we van links naar rechts onderscheiden een vermagerde, ziekelijke man die met een somber gezicht in de coulissen staart; de geestelijke met zwarte pij, glimmend gezicht en ingevallen mond; Gerrit Dekzeil, de zanger, die boven een das met vrolijk patroon neerslachtig naar de grond kijkt; Fred Haché, streng, tevens verongelijkt en met de handen waardig voor de onderbuik gekruist; Servet, opnieuw de enige die duidelijk optimisme uitstraalt, maar daarbij betrekkelijk stom kijkt; dan de koningin met de halfbegrijpende blik der ouden van dagen, het toch gezellig vindend; de Dames RiMiCo in dameskleding, één zelfs in broekpak, en allen reeds flink beproefd door de tand des tijds; tenslotte Sjefke van Oekel die met een breed arm gebaar, trots glimlachend, dit treurige gezelschap aan het publiek vertoont. Hij heeft er zijn beste pak voor aangetrokken, zijn schoenen glanzen, het haar is met zorg achterover geplakt en hij straalt: het is kennelijk een hoogtepunt in zijn leven. Een feestdag.
De shows van Haché, Servet en Van Oekel zijn rijker aan interpretatieve mogelijkheden dan alles wat er ooit in Nederland aan amusement op de televisie te zien is geweest. Eén van de interpretaties voert naar de vreselijke treurigheid waarvan ik hierboven, in de beschrijving van de foto's op de hoes, een voorbeeld heb gegeven.”

 

 2056866-552faa5d9fcdad4f1390e03e133a7c2e.jpg
Henk Hofland (20 juli 1927 – 21 juni 2016)
Barend Servet en Sjef van Oekel

 

 

De Nederlandse schrijver en literatuurcriticus Arie Storm werd geboren in Den Haag op 20 juli 1963. Zie ook alle tags voor Arie Storm op dit blog.

Uit: Genot en huiver: de grote sprookjes van Maarten 't Hart

“Er zijn schrijvers die je bijna je hele leven met je meedraagt, vanaf het moment dat je literatuur gaat lezen tot aan de man van middelbare leeftijd die je later wordt, en vermoedelijk nog wel langer, en die alleen al wanneer je hun naam ergens leest of hoort meteen iets in je wakker maken. Ik schreef in de vorige zin ‘je’, ongeveer zoals een voetballer praat die een strafschop heeft gemist en daar in de je-vorm over vertelt alsof het een heel andere persoon betreft, maar ik bedoel natuurlijk ik. Mijn eerste grote liefde, dat is Maarten 't Hart, en ik ga het daar nu heel eerlijk over hebben. Dat moet op een persoonlijke manier, want 't Hart is een schrijver die je persoonlijk aanspreekt, die een vriend van je wordt terwijl je hem leest, die je niet op een afstand houdt, maar je juist in zijn armen sluit. Er is voor mij geen andere wijze dan een persoonlijke als ik het iets uitgebreider over hem heb, over hem en zijn boeken, vooral over zijn boeken, die toevoeging lijkt overbodig maar is het niet, want dat betekent Maarten 't Hart voor mij in de eerste plaats: een liefde voor lezen en een liefde voor boeken; niet alleen zijn boeken, maar boeken in het algemeen, literatuur.
Er is een tijd geweest dat ik me er een beetje voor schaamde, voor mijn liefde voor Maarten 't Hart, en dat lag niet aan Maarten en niet aan mij maar aan de anderen, anderen die die liefde probeerden te frustreren; eerst mijn vader, die zelf niet las maar die de door mij bewonderde auteur op tv had gezien en allerlei flauwe dingen over hem zei, later las ik nare dingen over de stijl van 't Hart, dat hij slordig zou schrijven, en dat hij niet meer dan een ordinaire verteller zou zijn, of dat er te veel natuur in zijn werk voorkwam.”

 

 2056866-90cd629cc66d6b593d8d2542b823d558.jpg
Arie Storm (Den Haag, 20 juli 1963)

 

 

De Duitse schrijver Uwe Johnson werd geboren op 20 juli 1934 in Cammin (tegenwoordig Kamień Pomorski, Polen). Zie ook alle tags voor Uwe Johnson op dit blog.

Uit: Mutmaßungen über Jakob

„Achtundsechzig Jahre alt, Kunsttischler, wohnhaft Jerichow Ziegeleistrasse. Ich konnte und konnte mir nicht denken was das Referat Militärische Spionageabwehr mit dem gewinnen wollte. Diese Berichte von der Dienststelle Jerichow, quengelig, meistens private Anzeigen: hat dies gesagt, hat das zu verstehen gegeben. Hat öffentlich im Krug von Jerichow (glaube nicht dass da im Krug "öffentlich" bedeutet, die kennen sich doch alle, na ja: öffentlich im Krug) das Lied gesungen von dem Hund, der in die Küche kam, der schiss dort auf ein Ei, da nahm der Koch den Löffel, und schlug den Hund zu Brei, da kamen die Hunde zusammen, und lobten sehr den Koch, und schrieben auf den Grabstein, geschissen hat er doch, dann kam der Hund wieder in die Küche und das hab ich jetzt vergessen und jaja ich verstehe schon. Das schreiben die nun auf. Geben wir ernstlich zu bedenken. Die scheinen zu meinen, die Agenten hätten Vereinslieder, nächstens wollen sie vielleicht amtliche Abzeichen einführen. Hundefänger. Darüber ärgern die sich, darüber ärgern sich noch ganz andere Leute, die lassen Cresspahl lieber den gemütlichen Lebensabend. Bis ich sah er hatte eine Tochter, geboren 1933, Oberschule in Jerichow, Studium der Anglistik in Leipzig, Dolmetscherschule Frankfurt am Main, am Main, und seit Anfang des Jahres (aber das hatten nicht die in Jerichow gemerkt, denn Cresspahl wird es ihnen nicht erzählt haben:) the N.A.T.O. Headquarters. Ich blätterte noch die anderen Vorschläge durch, konnte mit keinem so recht warmwerden, alle so schnurgerade Röntgenarbeit, kurzgesagt stur, und gegen Mittag fuhr ich zurück zur M.S.A. und liess mich melden bei Lagin und legte ihm die Mappe hin, wenn schon, dann will ich was davon haben.“

 

 2056866-4e1519020b927d88fc91ff18a2a42ce8.jpg
Uwe Johnson (20 juli 1934 – 24 februari 1984)
Borstbeeld voor het John-Brinckman-gymnasium in Güstrow

 

 

De Iraanse dichteres en schrijfster Simin Behbahāni werd geboren in Teheran op 20 juli 1927. Zie ook alle tags voor Simin Behbahāni op dit blog.

 

Tu veux que je n’existe pas

Tu veux que je n’existe pas
Mais j’existerai quand même
Je ne quitterai pas le pays
Tant que le combat durera
Je résisterai
Je ne l’abandonnerai pas

Je porte en moi une plaine
De mots de poèmes
Mon être respire l’air du pays
Je suis la gazelle vive du ghazal
Tu ne me chasseras pas facilement

Je suis en vie
Ma voix est ardeur et révolte
Je n’évite ni la pierre ni le roc
Tu ne pourras harnacher mon torrent

Pourquoi voiler ma chevelure
Pourquoi me travestir pour te combattre
Je suis femme et jamais ne prendrai par ruse
La voie de l’effacement

Que tu protestes ou que tu cries
J’ai dit ce que j’avais à dire
“Seule la voix reste
Mais moi je ne serai pas toujours là
Malgré la vieillesse la maladie
Je veux chevaucher
Même si je ne peux plus monter à cheval

 

Vertaald door Farideh Rahnema en Élaine Audet

 

 2056866-1ff616e24bde39d64eb96b2ac1228bff.png
Simin Behbahāni (20 juli 1927 – 19 augustus 2014)

 

 

De Italiaanse dichter en schrijver Francesco Petrarca werd geboren in Arezzo op 20 juli 1304. Zie ook alle tags voor Francesco Petrarca op dit blog.

Uit: DieBesteigung des Mont Ventoux (Vertaald door Kurt Steinmann)

„Den höchsten Berg dieser Gegend, den man nicht unverdientermaßen Ventosus, den Windigen, nennt, habe ich am heutigen Tage bestiegen. Dabei trieb mich einzig die Begierde, die ungewöhnliche Höhe dieses Flecks Erde durch Augenschein kennenzulernen. Viele Jahre lang hatte dieses Unternehmen mir im Sinne gelegen; habe ich doch in der hiesigen Gegend, wie du weißt, seit meiner Kindheit geweilt, wie eben das Schicksal die menschlichen Dinge fügt. Dieser Berg aber, der von allen Seiten weithin sichtbar ist, steht mir fast immer vor Augen.
Nun aber faßte ich den Entschluß, endlich einmal auszuführen, was ich täglich hatte ausführen wollen, besonders nachdem mir tags zuvor, als ich römische Geschichte beim Livius nachlas, zufällig jene Stelle vor Augen gekommen war, wo Philipp, der Mazedonierkönig, den Berg Hämus in Thessalien besteigt.
Mir schien für einen Jüngling ohne Anteil am Staatsleben entschuldbar zu sein, was man ja an einem greisen König nicht tadelt. Als ich aber wegen eines Begleiters mit mir zu Rate ging, erschien mir, so merkwürdig es klingt, kaum einer meiner Freunde dazu geeignet: so selten ist selbst unter treuen Freunden jener vollkommenste Zusammenklang aller Wünsche und Gewohnheiten. Was glaubst du wohl? Schließlich wende ich mich um Beistand an den, der mir zunächst steht, und eröffne die Sache meinem jüngeren, meinem einzigen Bruder, den du ja gut kennst. Frohere Botschaft hätte er nicht hören können, und er dankte mir freudig, daß er bei mir gleichzeitig die Stelle eines Freundes und eines Bruders hätte.“

 

 2056866-40cb3b45231236015b54c2f4d8d36b38.jpg
Francesco Petrarca (20 juli 1304 – 19 juli 1374)
Mont Ventoux

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Maurice Gilliams werd geboren in Antwerpen op 20 juli 1900. Zie ook alle tags voor Maurice Gilliams op dit blog.

 

Aan het venster

Achter het huis ademt het bosch;
en de nacht, waar ik zóó van houd
met ver gebliksem, verkleumt mij
met waaiende lentekou.

Hier, waar mijn linker hand de rechter voelt
tast ik naar niets beters meer;
waar ik van hebben wou is weggebloed
en mijne liefde bloeit niet weer.

Boven mij jagen de wolken voort;
beneden slaapt de wilde grond;
en als een zwaar kasteel van droom
sta ik in mijn eigen schaûw vermomd.

En mijne liefde bloeit niet weer.
Op de orkaan tuimelt een struik voorbij;
zijn donkre rozen draagt hij eens
misschien vér van mij.

 

 

Droomballade

Alleen een stem bleef achter bij mij,
in de hut op de heuvelkam;
rondom lagen de herders wijd
in het veld, bij een rosse vlam.

Ik vroeg: wie heeft mij lief,
in dees armzalig nachtverblijf?
ik sloot de oogen en er daalde zeer diep
een ijskoud kristal in mij.

Het licht van mijn bloed viel er door
en ik zag binnen mijn eigen lijf
de schoone landen van de dood
en de bergen van 't paradijs.

Het heeft niet lang geduurd,
en dan kreeg ik weer pijn;
maar toen ik buiten zag naar het vuur
waren de herders reeds voorbij.

 

 2056866-97cd8442c75b0c05ef7e2f7d80107989.jpg
Maurice Gilliams (20 juli 1900 – 18 oktober 1982)

 

 

De Zweedse dichter Erik Axel Karlfeldt werd geboren op 20 juli 1864 in Folkärna. Zie ook alle tags voor Erik Axel Karlfeldt op dit blog.

 

Sehnsucht heißt es, mein Erbeteil

Sehnsucht heißt es, mein Erbeteil,
Schloss in sich sehnenden Tälern.
Sachte ein seltsames Saitenspiel
freudlos ertönt in den Sälen.

Sag, warum sprudelst du, klagender Strom
tief aus den düstern Gemächern?
Du, der am Tage mich singt in den Traum,
lässt mich des Nachts auch erwachen?

Wer ist die Seel´, die mit seufzendem Ton,
atmet aus heimlichen Saiten?
Lieblich die Düfte aus Grashummels Bau,
über das Herbstland sich breiten.

Sommer verblassen und Sonnen verglühn,
zäher die Stunden verrinnen,
welkenden Ros´gärten Düfte entfliehn,
Rückblicke wispern und singen.

Klinge, du klagendes Saitenspiel,
Freund mir in träumenden Sälen!
Sehnsucht heißt es, mein Erbeteil,
Schloss, in sich sehnenden Tälern.

 

Vertaald door Willi Grigor en Bertram Kottmann

 

 2056866-8b6d51b75fdaf45aa11e6700fe16ffc1.jpg
Erik Axel Karlfeldt (20 juli 1864 – 8 april 1931)
Portret door Anders Zorn, 1906

 

 

De Amerikaanse schrijver Cormac McCarthy werd geboren op 20 juli 1933 in Providence, Rhode Island. Zie ook alle tags voor Cormac McCarthy op dit blog.

Uit: No Country for Old Men

“Somewhere out there is a true and living prophet of destruction and I don't want to confront him. I know he's real. I have seen his work. I walked in front of those eyes once. I wont do it again. I wont push my chips forward and stand up and go out to meet him. It ain't just bein' older. I wish that it was. I cant say that it's even what you are willin' to do. Because I always knew that you had to be willin' to die to even do this job. That was always true. Not to sound glorious about it or nothin' but you do. If you ain't they'll know it. They'll see it in a heartbeat. I think it is more like what you are willin' to become. And I think a man would have to put his soul at hazard. And I wont do that. I think now that maybe I never would.
The deputy left Chigurh standing in the corner of the office with his hands cuffed behind him while he sat in the swivel chair and took off his hat and put his feet up and called Lamar on the mobile.
Just walked in the door. Sheriff he had some sort of thing on him like one of them oxygen tanks for emphysema or whatever. Then he had a hose that run down the inside of his sleeve and went to one of them stun guns like they use at the slaughterhouse. Yessir. Well that's what it looks like. You can see it when you get in. Yessir. I got it covered. Yessir.
When he stood up out of the chair he swung the keys off his belt and opened the locked desk drawer to get the keys to the jail. He was slightly bent over when Chigurh squatted and scooted his manacled hands beneath him to the back of his knees. In the same motion he sat and rocked backward and passed the chain under his feet and then stood instantly and effortlessly. If it looked like a thing he'd practiced many times - it was. He dropped his cuffed hands over the deputy's head and leaped into the air and slammed both knees against the back of the deputy's neck and hauled back on the chain.
They went to the floor. The deputy was trying to get his hands inside the chain but he could not. Chigurh lay there pulling back on the bracelets with his knees between his arms and his face averted. The deputy was flailing wildly and he'd begun to walk sideways over the floor in a circle, kicking over the wastebasket, kicking the chair across the room. He kicked shut the door and he wrapped the throw rug in a wad about them. He was gurgling and bleeding from the mouth. He was strangling on his own blood. Chigurh only hauled the harder. The nickel plated cuffs bit to the bone.”

 

 2056866-b0e25466e7661528d2f76da15a5187b1.jpg
Cormac McCarthy (Providence, 20 juli 1933)
Cover

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e juli ook mijn blog van 20 juli 2013 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:26 Reageer op dit bericht

Paul Violi

De Amerikaanse dichter Paul Randolph Violi werd geboren op 20 juli 1944 in Brooklyn, New York. Violi was in de periode 1972-1974 redacteur van The Architectural Forum, werkte als freelancer bij Universal Limited Art Editions en als voorzitter van de Associate Council Poetry Committee organiseerde hij van 1974 tot 1983 een reeks lezingen in het Museum of Modern Art. Hij was ook mede-oprichter van de Swollen Magpie Press, die poëziebundels, anthologieën en een tijdschrift genaamd New York Times uitgaf en werkte samen met Dale Devereux Barker aan kunstboeken, zoals “Envoy; Life is Completely Interesting” en “Selected Accidents, Pointless Anecdotes, a collection of non-fiction prose”. Violi kreeg ook twee poëziebeurzen van het National Endowment for the Arts en ontving de John Ciardi Lifetime Achievement Award in Poetry, de the American Academy of Arts and Letters Morton Dauwen Zabel Award, en subsidies van The Foundation for Contemporary Arts Poetry, The Fund for Poetry, The New York Foundation for the Arts, The Ingram Merrill Foundation,en de New York Creative Artists Public Service Fund. Hij publiceerde elf poëziebundels, waaronder “Splurge” (1982), “Likewise” (1988), “The Curious Builder” (1993), “Fracas” (1998), en “Overnight” (2007).

 

Appeal to the Grammarians

We, the naturally hopeful,
Need a simple sign
For the myriad ways we’re capsized.
We who love precise language
Need a finer way to convey
Disappointment and perplexity.
For speechlessness and all its inflections,
For up-ended expectations,
For every time we’re ambushed
By trivial or stupefying irony,
For pure incredulity, we need
The inverted exclamation point.
For the dropped smile, the limp handshake,
For whoever has just unwrapped a dumb gift
Or taken the first sip of a flat beer,
Or felt love or pond ice
Give way underfoot, we deserve it.
We need it for the air pocket, the scratch shot,
The child whose ball doesn’t bounce back,
The flat tire at journey’s outset,
The odyssey that ends up in Weehawken.
But mainly because I need it—here and now
As I sit outside the Caffe Reggio
Staring at my espresso and cannoli
After this middle-aged couple
Came strolling by and he suddenly
Veered and sneezed all over my table
And she said to him, “See, that’s why
I don’t like to eat outside.

 

 

Midnight Shift

I listen to the crickets and hear
the machinery at the bottom of the night.

They are all made in Hong Kong
out of interchangeable parts.

They all rise and fall on the same wave,
the creaking, changeless sea
they made out of sound and the night air.

                I don't surprise myself anymore:
a sense of motion but no advance, no shore
in sight other than sleep; and the usual
lines scribbled on the way, the notes
an alchemist hears adrift in the ordinary
with no symbol for the element of surprise.

 -- But then to feel your hand instead, palm up
on the bed like a little boat in the dark,

with everything calm for an instant
before out of nowhere all of you lands
on me with a great laugh, a splash of hair.

 

 2071761-66e4b5beb16e4d0fae02793691aad393.jpg
Paul Violi (20 juli 1944 - 2 april 2011)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Otto Julius Bierbaum, Anna Enquist, Gottfried Keller, Lucas Malan, Miltos Sachtouris, Jean-Pierre Faye

 

Dolce far niente

 

 2056646-6d57d8362cbeb4a124dc40759257aa62.jpg
Champ de coquelicots door Claude Monet, 1885

 

 

Roter Mohn

Wenn im Sommer der rote Mohn
wieder glüht im gelben Korn,
wenn des Finken süßer Ton
wieder lockt im Hagedorn,
wenn es wieder weit und breit
feierklar und fruchtstill ist,
dann erfüllt sich uns die Zeit,
die mit vollen Massen misst.

Dann verebbt, was uns bedroht,
dann verweht, was uns bedrückt,
über dem Schlangenkopf der Not
ist das Sonnenschwert gezückt.
Glaube nur, es wird geschehn!
Wende nicht den Blick zurück!
Wenn die Sommerwinde wehn,
werden wir in Rosen gehn,
und die Sonne lacht uns Glück!

 

 2056646-2819800b0505e9d166f0b037e652f4b6.jpg
Otto Julius Bierbaum (28 juni 1865 – 1 februari 1910)
Raadhuis in Grünberg (Nu: Zielona Góra), de geboorteplaats van Otto Bierbaum

 

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Anna Enquist werd geboren op 19 juli 1945 in Amsterdam als Christa Boer. Zie ook mijn blog van 19 juli 2010 en eveneens alle tags voor Anna Enquist op dit blog.

 

Foto

Geef het maar toe. Wat je schrijft
heeft geen zin. Gevoelig gezwatel,
een meisje dat zingt. Hou toch op,

stomp jezelf in je rug. Wees oprecht
tegen lezers. Liever dan dikke woorden
een kille inspectie. Kijk, deze foto:

leeg strand bij avond. Jonge vrouw,
achterkant. Haar hemd heeft de kleur
van de zee. Zand op haar schouders,

zout haar in een knot op haar kruin,
bleek licht rond haar lichaam. Stil.
Zij heeft nog een week.

 

 

Terugkeer van de jager

De middag was een lichtgeworden paradijs. Het hoge
sneeuwland nam hem op. Er was geen tijd, geen
honger en het dal waar zijn moe huis moest staan
bestond niet meer. Geen schuld, geen spijt.

Wanneer de zon hem onverbiddelijk verlaat hervindt
de jager zich verstijfd en kwaad. Als voor een kind
wordt hem de tijd tot plaats, tot afstand die hij
wegtrapt. Om zijn schouders vlijt zich zwaar,

als de ontkende jaren, het gedode dier. Wurgend.
Zo opent zich het asgrauw dal waar mensen
die hij kent zwoegen met vuur en hout. Hij hoort
het stil gekras van schaatsen op de vijver. Haat

het huis waarin hij woont en veilig is. Vernederd
buigt hij voor seizoen en uur. De jager smijt
de schatten die hij meebracht in de gore sneeuw:
een zak vol dood, bevroren bloed, koud vuur.

 

 

De tuinen van wanrode

Laat in de middag bereikten wij het landgoed
Wanrode, dansten we de tango door de lange
kastanjelaan, speelden het spel van alles, alles,
wel vier maal. Tegen de avond begonnen de rozen
te geuren als water maar sterker, sterker, oh.

Vanaf het balkon donderde Brahms' Requiem,
honderdkoppig: dat alle vlees als gras was. Daar
keken wij van op, lichaam als we waren. Er was
een misverstand op het kadaster, dat hier twee
huizen stonden, eigenlijk zag je hun contouren
steeds heviger schemeren door het gazon. Als je keek.

Van schrik ging ik nog luidkeels schelden bij de dansmeester,
die ook maar een handbreed aan dagen, ineens
een mond met tanden had. Stap na stap verliet ik
de tuinen, waar het meer dan herfst was. Loof
lag op de grond, geluid ging sneller over het land.

 

 2056646-c8b7091b6bb3cd6bbed1f5abd069fb8b.jpg
Anna Enquist (Amsterdam, 19 juli 1945)

 

 

De Zwitserse schrijver Gottfried Keller werd geboren in Zürich op 19 juli 1819. Zie ook alle tags voor Gottfried Keller op dit blog.

 

Gewitterabend

Es dämmert und dämmert den See herab,
Die Wasser sind gar so dunkel;
Doch wenn ob den Bergen der Blitzstrahl zuckt,
Was ist das für ein Gefunkel?

Dann tun dem Schiffer die Augen weh,
Er sputet sich ängstlich zu Lande,
Wo gaffend der Feierabend steht
Am grell erleuchteten Strande.

Die Leute freuen und fürchten sich
Und wünschen ein gutes Ende
Und dass der Herr kein Hagelgericht
In ihren Krautgarten sende.

Jetzt zischt der Strahl in die laue Flut,
Rings spannen sich feurige Ketten;
Der blöde Haufen ergreift die Flucht,
Sie verkriechen sich in die Betten.

Wenn Gott einen guten Gedanken hat,
Dann raunt man: es wetterleuchtet!
Pass’ auf, Gesindel, dass nicht einmal
Er in die Wirtschaft dir leuchtet!

 

 

Sommernacht

Es wallt das Korn weit in die Runde
Und wie ein Meer dehnt es sich aus;
Doch liegt auf seinem stillen Grunde
Nicht Seegewürm noch andrer Graus;
Da träumen Blumen nur von Kränzen
Und trinken der Gestirne Schein,
O goldnes Meer, dein friedlich Glänzen
Saugt meine Seele gierig ein!

In meiner Heimat grünen Talen,
Da herrscht ein alter schöner Brauch:
Wann hell die Sommersterne strahlen,
Der Glühwurm schimmert durch den Strauch,
Dann geht ein Flüstern und ein Winken,
Das sich dem Ährenfelde naht,
Da geht ein nächtlich Silberblinken
Von Sicheln durch die goldne Saat.

Das sind die Bursche jung und wacker,
Die sammeln sich im Feld zuhauf
Und suchen den gereiften Acker
Der Witwe oder Waise auf,
Die keines Vaters, keiner Brüder
Und keines Knechtes Hilfe weiss -
Ihr schneiden sie den Segen nieder,
Die reinste Lust ziert ihren Fleiss.

Schon sind die Garben festgebunden
Und rasch in einen Ring gebracht;
Wie lieblich flohn die kurzen Stunden,
Es war ein Spiel in kühler Nacht!
Nun wird geschwärmt und hell gesungen
Im Garbenkreis, bis Morgenluft
Die nimmermüden braunen Jungen
Zur eignen schweren Arbeit ruft.

 

 2056646-db786a80d10c4488bb58ae31766aeaa3.jpg
Gottfried Keller (19 juli 1819 – 15 juli 1890)
Farm boy and horse ream loading hay door Victor Anderson, 1882

 

 

De Zuidafrikaanse dichter Lucas Cornelis Malan werd geboren in Nylstroom op 19 juli 1946. Zie ook alle tags voor Lucas Malan op dit blog.

 

Night Shift

Gradually, as the sun goes down,
the night staff clock in for duty.
Punctually the sister too, formally attired
in her uniform, wearing red epaulettes –
emblem of her authority – signs herself in
for the night shift. She smiles;
it’s what’s expected of senior personnel.

Peeks into the private ward. All going well?
she asks, endearingly unconcerned. I’m sorry,
but the nightcap will have to wait for now,
we’re detoxing you. Ticks off an item.

Shortly thereafter, pushing a trolley,
she brings medication, records the status
of the drip, maternally gesturing: Swallow it
now, you oaf; down the passage there are eight
or so more awaiting my ministrations –

and so on the night sea her patients drift away,
each in turn chemically anaesthetized
and intravenously cleansed of – snugly
taken care of for six hours at least.

Until the outside morning light licks at
the dawn’s grey membrane,
waking those asleep to feel once more
the throbbing of their wounds and be aware

of the most dreadful of horrors
waiting out there.

 

Vertaald door Charl J.F. Cilliers en Lucas Malan

 

 2056646-6f49f4d344e9466ff128c60f888056f8.jpg
Lucas Malan (19 juli 1946 - 15 april 2010)

 

 

De Griekse dichter Miltos Sachtouris of Miltos Sahtouris werd geboren in Athene op 19 juli 1919. Zie ook alle tags voor Miltos Sachtouris op dit blog.

 

The saint

He stared deep
deep
into the well
its depth
had no end
in this life

the flesh peeled off
and fell bit by bit
soon nothing would remain
but his skeleton

I’ve decided - he said -
I’ve finally decided
I’ll live among the drowned
and among the lepers

 

Vertaald door David Connoly

 

 

The Difficult Sunday

Since morning I've gazed up at a better bird
since morning I've enjoyed the snake coiled at my neck

Broken cups on the carpets
crimson flowers the fortune-teller's cheeks
when she lifts the skirts of fate
something will sprout from this joy
a new blossomless tree
a pure new eyelid
or a worshipped word
that won't have kissed forgetting on the mouth

Outside the bells clang
outside unimaginable friends are waiting for me
they've hoisted a dawn high and wave it around
such fatigue such fatigue
a yellow dress - an embroidered eagle –
a green parrot - I close my eyes - caws
always always always
the band plays false melodies
such passionate eyes such women
such loves such cries such loves
friend love blood friend
give me your hand how cold

It was freezing
I no longer know what time they all died
leaving me with a dismembered friend
and a bloody branch for company

 

Vertaald door Karen Emmerich

 

 2056646-af4426bf2cbe627957d6dc3d34cf6810.jpg
Miltos Sachtouris (19 juli 1919 – 29 maart 2005)

 

 

De Franse schrijver en filosoof Jean-Pierre Faye werd geboren in Parijs op 19 juli 1925. Zie ook alle tags voor Jean-Pierre Faye op dit blog.

 

Couleurs Pliées

I
La voie de la ligne horizontale prend naissance ici évidemment dans le gris qui est un sans mélange car ici vide et plein s'y emmêlent
pourtant tirée vers la verticale la ligne aussi dès ici descend suivant le poids qui nombre et la range le signe qui la scelle et décèle
amincissant au pied la colonne amenuisant en bas ce qui tombe noircissant en vidant la couleur
foulant au fond ce qui claque et sonne sans modeler de hanche ou de lombes écartant du geste la chaleur


II
Le bousier noir est bouffé vivant un pan arraché par-dessus l'aile tout un côté vivant et mangé
de poux étoiles et de fourmis à gauche courbé sur le dedans
le noir gonflé strié étincelle
l'aile pliée couverte et rangée
l'élytre ronde sous le vernis
le sombre assemble et le rond se courbe
cerné en blanc l'ovale du noir
le creux fait bloc sa frontière est vide la bête fouille où elle s'embourbe
amassant tout au-dessus le soir
bougeant là l'antenne bifide

 

 2056646-effd80590cba1410b94f669c63eec841.jpg
Jean-Pierre Faye (Parijs, 19 July 1925)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e juli ook mijn blog van 19 juli 2015 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:14 Reageer op dit bericht

Ghayath Almadhoun

De Zweeds - Palestijnse dichter, toneelschrijver, journalist en literair criticus Ghayath Almadhoun werd geboren op 19 juli 1979 in het Palestijnse vluchtelingenkamp Yarmouk in Damascus als zoon van een Palestijnse vader en een Syrische moeder. Hij studeerde Arabische literatuur aan de Universiteit van Damascus en werkte als cultureel journalist. Hij woont nu in Stockholm. Hij richtte Bayt al-Qasid op, het Huis van de Poëzie, een ruimte voor vrije expressie in Damascus, samen met de Syrische dichter Lukman Derky. Hij publiceerde 3 dichtbundels, de laatste werd gepubliceerd in Beiroet in 2014. Hij publiceerde twee bundels in het Zweeds, “Asylansökan”, 2010 en "Till Damaskus" wat hij samen schreef met de Zweedse dichter Marie Silkeberg. Het boek was op de literaire kritieklijst van Dagens Nyheters voor de beste nieuwe boeken en werd ook bewerkt tot hoorspel op de Zweedse nationale radio. Met Marie Silkeberg heeft hij ook verschillende poëziefilms gemaakt. Zijn werk is vertaald in het Zweeds, Duits, Nederlands, Grieks, Sloveens, Italiaans, Engels, Frans, Deens en Chinees. De Nederlandse vertaling van zijn gedichten "Weg van Damascus" was een van de tien meest verkochte poëzieboeken in België gedurende enkele weken in 2015.

 

We

We, who are strewn about in fragments, whose flesh flies through the air like raindrops, offer our profound apologies to everyone in this civilised world, men, women and children, because we have unintentionally appeared in their peaceful homes without asking permission. We apologise for stamping our severed body parts into their snow-white memory, because we have violated the image of the normal, whole human being in their eyes, because we have had the impertinence to leap suddenly on to news bulletins and the pages of the internet and the press, naked except for our blood and charred remains.
We apologise to all those who did not have the courage to look directly at our injuries for fear they would be too horrified, and to those unable to finish their evening meals after they had unexpectedly seen fresh images of us on television.
We apologise for the suffering we caused to all who saw us like that, unembellished, with no attempt having been made to put us back together or reassemble our remains before we appeared on their screens. We also apologise to the Israeli soldiers who took the trouble to press the buttons in their aircraft and tanks to blow us to pieces, and we are sorry for how hideous we looked after they aimed their shells and bombs straight at our soft heads, and for the hours they are now going to spend in psychiatrists' clinics, trying to become human again, like they were before our transformation into repulsive body parts that pursue them whenever they try to sleep.

We are the things you have seen on your screens and in the press, and if you made an effort to fit the pieces together, like a jigsaw, you would get a clear picture of us, so clear that you would be unable to do a thing.

 

Vertaald door Catherine Cobham

 

 2127136-86ef63c643d498f6fd9482d13774766c.jpg
Ghayath Almadhoun (Damascus, 19 juli 1979)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten