Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 25 juli 2017 tot 26 juli 2017

Arthur Japin, Gregoire Delacourt, Anne Provoost, Yves Petry, Aldous Huxley, Nicholas Evans, Chairil Anwar, George Bernard Shaw, Hanya Yanagihara

De Nederlandse schrijver Arthur Japin werd geboren in Haarlem op 26 juli 1956. Zie ook alle tags voor Arthur Japin op dit blog.

Uit:Vaslav

“En ik heb mevrouw nog zo gewaarschuwd. Maanden geleden al, begin oktober, meteen toen ik het aan zag komen. Kan best zijn dat ik toen te voorzichtig ben geweest, niet hard genoeg, gewoon omdat ik niet goed durfde. Het was ook een ijzingwekkende boodschap, verschrikkelijk! Haar zoiets te moeten zeggen over de man op wie ze haar hele ziel heeft ingezet, voor wie ze haar lijf heeft afgebeuld tot haar spieren ervan scheurden en het bloed in haar schoenen stond. Het ijzer in die wil! Ze heeft voor hem gestreden als een straatmeid en hem veroverd als een strateeg.
En nou dit.
Hoe kun je iemand die liefheeft voor zoiets de ogen openen?
Natuurlijk, het hoort niet dat een man als ik over zoiets begint, maar iemand moest het toch zeker doen? Ik heb het zo rustig mogelijk gebracht. Zakelijk bijna, zoals ik meld dat het bad klaarstaat of dat er aanmaakhout moet komen. Het laatste wat ik wilde was haar aan het schrikken maken, maar mij doet het evengoed pijn het te moeten aanzien. Ons allemaal hier in huis, maar mij misschien nog net iets meer. Ik, die dag in dag uit zoveel uren met hem optrek, had ik het dan zomaar stilletjes moeten laten gebeuren, terwijl ik zie wat er gaat komen? Ik weet als geen ander wat ons vandaag te wachten staat. Ik verzin het niet, ik heb het allemaal al eens eerder zien gebeuren, vroeger in Sils Maria. Niet nog een keer, dacht ik, niet nog een keer!
Ik heb het haar gezegd, maar ze wilde het niet horen. Wat had ik dan moeten doen, zwijgen? Ik herkende het gevaar. Ik zag het toch in zijn ogen. Het was mijn plicht daarop te wijzen. Dat is me niet in dank afgenomen. Marie en Lise vielen me nog bij, maar er was er maar één de kwaaie pier, dat voelde je. Die kilte. En later heeft ze dat gezegd ook, dat ik mijn plaats moest weten en dat als ik die niet kende, zij mij weg zou sturen. En desondanks ben ik er nog een keer op teruggekomen – ik moest toch wel!
Nog geen maand later, zodra het vrede was, begon ze brieven te schrijven. Twee, drie keer op een dag stuurde ze me naar de post. Geadresseerd aan theaters in Parijs, Londen en Monte Carlo, aan impresario’s en intendanten. Ook zag ik de namen van al die mensen over wie ze het altijd heeft, allemaal kunstenaars, sommigen zo beroemd dat wíj er in dit dal zelfs van gehoord hebben, zogenaamde oude vrienden, al heb ik ze hier nog nooit een voet zien zetten, op wie ze al haar hoop heeft gezet.”

 

 2058656-bf3023ee4b6a9e07730c1b8e788bc0e5.jpg
Arthur Japin (Haarlem, 26 juli 1956)
Maarten Heijmans (Vaslav) en Noortje Herlaar (Romola) in de toneelbewerking, Amsterdam, 2014

 

 

De Franse schrijver, journalist, regisseur en scenarist Gregoire Delacourt werd geboren op 26 juli 1960 in Valenciennes, Zie ook alle tags voor Gregoire Delacourt op dit blog.

Uit: Danser au bord de l'abîme

« Il y a de très nombreuses routes des vins.
Nous avons choisi l'une de celles de Provence - non pas parce qu'elle est la plus ancienne, parce que y craquettent les cigales, y embaume la lavande, y poussent les chênes verts, les oliviers, les genévriers, non pas parce que y coulent des torrents d'eau claire, y serpentent parfois des larmes de puisatière, y résonnent des colères de boulanger trompé, ou parce que les jours de mistral, on peut y entendre Marius, Mirèio ou Bobi, mais parce qu'il y fait beau dès les premiers jours du printemps, parce que Olivier voulait, une fois encore, sentir le soleil sur sa peau, une fois encore cette chaleur-là, qui fleure le monoï ou la vanille des huiles, une fois encore ressentir le vent tiède, légèrement salé, sur son visage, une fois encore voir la mer qui se fond dans le ciel, à l'approche du soir, et dessine un tableau sur lequel toutes les histoires peuvent s'écrire, une fois encore connaître l'heure magique où le soleil brunit les peaux, étire les ombres, et semble mettre le feu à la cime des pins, comme des torches de fête, une dernière fois prendre un petit déjeuner sous un platane au tronc pelé, une table de fer forgé, bancale, nappe blanche amidonnée, argenterie lourde et fatiguée, café clair, brûlant, jus d'oranges pressées, le bonheur simple d'une gorgée fraîche, presque glacée. »

 

 2058656-cf8c3579c0a030caa5329260551bb454.jpg
Gregoire Delacourt (Valenciennes, 26 juli 1960)

 

 

De Vlaamse schrijver Yves Petry werd op 26 juli 1967 geboren in Tongeren. Zie ook alle tags voor Yves Petry op dit blog.

Uit: De maagd Marino

“De deur gaat open, en het is voor Marino geen verrassing dat de man die op het toneel verschijnt alleen maar een onderbroek aanheeft. Dat hebben ze zo afgesproken. Verrassender is de uitdrukking op het gezicht van de man. De half gesloten ogen wijzen op een zekere staat van verdoving. Zijn passen zijn ietwat onzeker. Maar de strak gespannen kaakspieren drukken een intense vastberadenheid uit.
De kin is lichtjes geheven, de lippen steken uitdagend naar voren. Hij lijkt op een kruising van een zombie en een martelaar, op een slaapwandelaar glinsterend van strijdlust.
Hoogstwaarschijnlijk is dat een effect van de drugs die hij heeft ingenomen.
De gordijnen in de woonkamer zijn zorgvuldig gesloten.
Er is geen glimp van buiten meer op te vangen. In een hoek van de kamer verspreidt een staande lamp onder een bleke, grofkatoenen kap een niet al te helder licht. Het zou bijna gezellig kunnen zijn, als de ruimte verder niet leeg was, op een eettafel met twee stoelen en een sofa na.
Op een van die stoelen zit Marino. Waar hij vooraf al bang voor was, overvalt hem ineens als een vaststaand feit: het moment is niet goed gekozen. Niet omdat het nog te vroeg is, niet omdat het reeds te laat is, niet omdat een ander tijdstip beter zou zijn geweest, maar omdat het verkeerd is zelf een tijdstip te kiezen.
Nu kan hij niet meer terug. Hij staat op en volgt de man die zwijgend met zijn rug tegen een muur gaat staan. Links en rechts van hem, op een armlengte afstand, bevinden zich de twee metalen ringen die daar enkele dagen geleden zijn aangebracht. Met de twee stukken touw die op de tafel klaarlagen, knoopt Marino de polsen van de man vast aan de ringen.
Ook wat hem verder te doen staat, hebben ze vooraf besproken.
Over het gezicht van de man ligt een nogal dromerige uitdrukking, om zijn lippen hangt zelfs iets wat zweemt naar spot, alsof hij Marino’s verlegenheid grappig vindt. Marino haalt een reep stof die hij uit een oude jurk heeft geknipt uit zijn broekzak en blinddoekt er de man mee, die dat zonder het minste verzet ondergaat.”

 

 2058656-a96b66bba457bea003f3e7d744cdf753.jpg
Yves Petry (Tongeren, 26 juli 1967)

 

 

De Vlaamse schrijfster Anne Provoost werd geboren in Poperinge op 26 juli 1964. Zie ook mijn blog van 26 juli 2009 en ook mijn blog van 26 juli 2010.

Uit: Looking into the sun (Vertaald door John Nieuwenhuizen)

“I won’t be allowed into the house, even though my legs are bleeding. I realize this even before I get to the boardwalk after cutting across the stubble field. I’ve pulled my socks up as high as I can, but they’re only thin cotton, and very soon my shins are covered in scratches. I don’t stop to inspect them. All my attention is on the house, on the motionless shapes on the veranda.
Locusts float ahead of me when I leave the track on my way to the boardwalk. The grass on the edges of the field is almost taller than me. My feet get caught in the blackberry bushes and the thorns rear at my legs. Without slowing my pace, I hit out at the prickles as if they’re insects. Something tells me that scratches don’t matter now, that the important thing is to get inside the house.
But I can’t go in, I can tell by the attitude of the men on the veranda. There are four of them. They’re wearing caps with earflaps turned up, and lace-up rubber boots. They are leaning against the wall and the screen door. Each has one leg pulled up and his arms crossed. Bags hang off their belts. They don’t speak. Like cattle in a thunderstorm, they all look in the same direction: to the silos in the distance, just past the bend in the asphalt track.
Not that I’m not used to them being there. The men quite often stand about on the veranda. No sooner is the threshing of the grain done, when they come round to show off their horses, to talk about cartridges and bullets, to choose the right time to start the hunt. But the fact that they are still here at this hour of the day is surprising. By this time, they’re usually in a hurry to go and hang the day’s catch in their cellars, pluck the birds from the previous hunt, which have lost their stiffness, light the fires and put fat in the pot. Today, they haven’t even unsaddled their horses, just loosened the nosebands; the animals stand uncomfortably on the dirt track, snorting.”

 

 2058656-e36c3831a6edda6ba57355d685b5a788.jpg
Anne Provoost (Poperinge, 26 juli 1964)

 

 

De Engelse schrijver en criticus Aldous Huxley werd geboren op 26 juli 1894 in Godalming, Surrey. Zie ook mijn blog van 26 juli 2010 en eveneens alle tags voor Aldous Huxley op dit blog.

Uit: Brave new World

“These may think it a great thing to have everything, as they suppose, their own way–to depend on no one–to have to think of nothing out of sight, to be without the irksomeness of continual acknowledgment, continual prayer, continual reference of what they do to the will of another. But as time goes on, they, as all men, will find that independence was not made for man–that it is an unnatural state–will do for a while, but will not carry us on safely to the end …'" Mustapha Mond paused, put down the first book and, picking up the other, turned over the pages. "Take this, for example," he said, and in his deep voice once more began to read: "'A man grows old; he feels in himself that radical sense of weakness, of listlessness, of discomfort, which accompanies the advance of age; and, feeling thus, imagines himself merely sick, lulling his fears with the notion that this distressing condition is due to some particular cause, from which, as from an illness, he hopes to recover. Vain imaginings! That sickness is old age; and a horrible disease it is. They say that it is the fear of death and of what comes after death that makes men turn to religion as they advance in years. But my own experience has given me the conviction that, quite apart from any such terrors or imaginings, the religious sentiment tends to develop as we grow older; to develop because, as the passions grow calm, as the fancy and sensibilities are less excited and less excitable, our reason becomes less troubled in its working, less obscured by the images, desires and distractions, in which it used to be absorbed; whereupon God emerges as from behind a cloud; our soul feels, sees, turns towards the source of all light; turns naturally and inevitably; for now that all that gave to the world of sensations its life and charms has begun to leak away from us, now that phenomenal existence is no more bolstered up by impressions from within or from without, we feel the need to lean on something that abides, something that will never play us false–a reality, an absolute and everlasting truth. Yes, we inevitably turn to God; for this religious sentiment is of its nature so pure, so delightful to the soul that experiences it, that it makes up to us for all our other losses."

 

 2058656-10e1962711e5502aa488b8e576039ba5.jpg
Aldous Huxley (26 juli 1894 – 22 november 1963)
Cover biografie

 

 

De Engelse schrijver Nicholas Evans werd geboren op 26 juli 1950 in Bromsgrove. Zie ook alle tags voor Nicholas Evans op dit blog en ook mijn blog van 26 juli 2010.

Uit: The Brave

“They found the tracks at dawn in the damp sand beside the river about a mile downstream from where the wagons had circled for the night. Flint got off his horse, the odd-looking one that was black at the front and white at the back, as if someone had started spraying him with paint then had second thoughts. Flint knelt down to have a closer look at the tracks. Bill Hawks stayed on his horse watching him and every so often glancing nervously up at the scrubby slope that rose steeply behind them. He clearly thought the Indians who had kidnapped the little girl might be watching. He pulled out his gun, checked it was loaded, then holstered it again.
“What do you reckon?”
Flint didn’t answer. To anyone else, including Bill Hawks, the tracks just looked like holes in the mud. But to Flint McCullough they told a whole story.
“Must have ridden downstream in the water so as not to leave tracks around camp,” Bill said. “You can see this is where they came out.”
Flint still didn’t look at him.
“Uh-huh. At least, that’s what they want us to think.”
He swung himself back into the saddle and steered his horse into the water.
“What do you mean?”
Again Flint didn’t reply. He rode across the shallows to the opposite bank, then followed it downstream another thirty yards or so, his eyes scanning every rock and clump of grass. Then he found what he was looking for.
“Flint? Mind telling me what’s going on?”
“Come see for yourself.”
Bill rode across to join him. Flint had dismounted again and was squatting on the bank, peering at the ground.
“Darn it, Flint, will you tell me what you’re up to? What are we waiting for? Let’s get after them.”
“See here, among the rocks? More hoof marks. Deeper ones. The tracks on the other side are kinda shallow. No riders. It’s an old Shoshone trick. They turn some horses loose then double up to send you off on the wrong trail. This here’s the way they went.”

 

 2058656-f94f1821c2996ca5d12b577649f0f7ab.jpg
 Nicholas Evans (Bromsgrove, 26 juli 1950)

 

 

De Indonesische dichter Chairil Anwar werd geboren op 26 juli 1922 in Medan. Zie ook alle tags voor Chairil Anwar op dit blog en ook mijn blog van 26 juli 2010.

 

Pines in the Distance

Pines scatter in the distance,
as day becomes night,
branches slap weakly at the window,
pushed by a sultry wind.

I'm now a person who can survive,
so long ago I left childhood behind,
though once there was something,
that now counts for nothing at all.

Life is but postponement of defeat,
a growing estrangement from youth's unfettered love
a knowing there's always something left unsaid,
before we finally acquiesce.

 

 

Announcement

To dictate is not my intent,
Fate is separate loneliness-es.
I choose you from among the rest, but
in a moment we are snared by loneliness once more.
There was a time I truly wanted you,
to be as children in crowning darkness,
and we kissed and fondled, not tiring.
I did not want to ever let you go.
Do not unite your life with mine,
for I cannot be with anyone for very long
I write now on a ship, in some nameless sea.

 

 2058656-a18e4cf65811b40cb69a50e77f2f0c15.jpg
Chairil Anwar (26 juli 1922 – 28 april 1949)
Portret door Toto Haryanto

 

 

De Ierse toneelschrijver, socialist en theatercriticus George Bernard Shaw werd geboren in Dublin op 26 juli 1856. Zie ook mijn blog van 26 juli 2010 en eveneens alle tags voor George Bernard Shaw op dit blog.

Uit: Love Among the Artists

“One fine afternoon during the Easter holidays, Kensington Gardens were in their freshest spring green, and the steps of the Albert Memorial dotted with country visitors, who alternately conned their guidebooks and stared up at the golden gentleman under the shrine, trying to reconcile the reality with the description, whilst their Cockney friends, indifferent to shrine and statue, gazed idly at the fashionable drive below. One group in particular was composed of an old gentleman intent upon the Memorial, a young lady intent upon her guide-book, and a young gentleman intent upon the young lady. She looked a woman of force and intelligence; and her boldly curved nose and chin, elastic step, upright carriage, resolute bearing, and thick black hair, secured at the base of the neck by a broad crimson ribbon, made those whom her appearance pleased think her strikingly handsome. The rest thought her strikingly ugly; but she would perhaps have forgiven them for the sake of the implied admission that she was at least not commonplace ; for her costume, consisting of an ample black cloak lined with white fur, and a broad hat with red feather and underbrim of sea green silk, was of the sort affected by women who strenuously cultivate themselves, and insist upon their individuality. She was not at all like her father, the grey-haired gentleman who, scanning the Memorial with eager watery eyes, was uttering occasional ejaculations of wonder at the sum it must have cost. The younger man, who might have been thirty or thereabout, was slight and of moderate stature. His fine hair, of a pale golden color, already turning to a silvery brown, curled delicately over his temples, where it was beginning to wear away. A short beard set off his features, which were those of a man of exceptional sensitiveness and refinement. He was the Londoner of the party; and he waited with devoted patience whilst his companions satisfied their curiosity. It was pleasant to watch them, for he was not gloating over her, nor she too conscious that she was making the sunshine brighter for him; and yet they were quite evidently young lovers, and as happy as people at their age know how to be.
At last the old gentleman's appetite for the Memorial yielded to the fatigue of standing on the stone steps and looking upwards. He proposed that they should find a seat and examine the edifice from a little distance."

 

 2058656-8da097f64141e3565fe2ba9f7bfae966.jpg
George Bernard Shaw (26 juli 1856 – 2 november 1950)
Cover

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Amerikaanse schrijfster Hanya Yanagihara werd geboren in 1975 in Los Angeles. Zie ook alle tags voor Hanya Yanagihara op dit blog.

Uit: Een klein leven (Vertaald door Josephine Ruitenberg en Kitty Pouwels)

‘Wie wil er nou sowieso op de hoek van 25th en 2nd wonen?’ vroeg JB. Ze zaten bij Pho Viet Huong in Chinatown, waar ze elke twee weken met elkaar aten. Het eten was er niet fantastisch – de pho smaakte verdacht naar suiker, het limoensap naar zeep, en naderhand werd er altijd wel íémand ziek – maar toch bleven ze er komen, uit gewoonte maar ook uit noodzaak.
Bij Pho Viet Huong kreeg je voor vijf dollar een kom soep of een broodje, of je nam een van de hoofdgerechten, die acht à tien dollar kostten maar veel groter waren, zodat je de helft kon bewaren voor de volgende dag of als snack voor ’s avonds laat. Alleen Malcolm at zijn maaltijd nooit helemaal op en bewaarde het restant ook niet; als hij genoeg had schoof hij zijn bord naar het midden van de tafel, zodat Willem en JB, die altijd honger hadden, de rest konden opeten.
‘Het is geen kwestie van willen, JB,’ zei Willem geduldig, ‘maar we hebben niet echt een keus. We hebben geen geld, weet je nog?’ ‘Ik snap niet waarom jullie niet gewoon blijven waar jullie zitten,’ zei Malcolm, die zijn paddestoelen en tofu heen en weer schoof over zijn bord – hij bestelde altijd hetzelfde: oesterzwammen en gesmoorde tofu in een stroperige bruine saus – terwijl Willem en JB er verlekkerd naar keken.
‘Dat kan ik niet,’ zei Willem. ‘Dat weet je toch?’ Hij had het in de afgelopen drie maanden al zeker tien keer aan Malcolm uitgelegd. ‘Merritts vriend trekt bij hem in, dus ik moet verhuizen.’
‘Maar waarom moet jij verhuizen?’

 2058656-523c65a059147814f68b94d3e8425d35.jpg
Hanya Yanagihara (Los Angeles, 1975)

 

 

 Zie voor nog meer schrijvers van de 26e juli ook mijn blog van 26 juli 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:29 Reageer op dit bericht

Lieke Marsman, Sytze van der Zee, Elias Canetti, Max Dauthendey, Jovica Tasevski – Eternijan, Annette Pehnt, Ottokar Kernstock, Albert Knapp, Louise Boege

De Nederlandse dichteres Lieke Marsman werd op 25 juli 1990 geboren te Den Bosch. Zie ook alle tags voor Lieke Marsman op dit blog.

Uit:Het tegenovergestelde van een mens

„Als kind hield ik ervan om te fantaseren dat ik een komkommer was. ’s Avonds lag ik met mijn armen langs mijn lichaam onder mijn dinosaurussendekbed, soms kaarsrecht, soms met mijn benen licht kromgetrokken, en probeerde voor heel even de gestalte van mijn lievelingsgroente aan te nemen. Ben een komkommer, ben een komkommer, ben een komkommer, fluisterde ik tegen mijn achtjarige zelf, totdat ik bedacht dat komkommers niet kunnen fluisteren. Vervolgens zei ik mijn mantra op in mijn hoofd, totdat me te binnen schoot dat komkommers ook niet in zichzelf kunnen praten. Maar doorgaans was ik tegen die tijd al in een zoete, diepe slaap gevallen. Nota bene: dit was in de tijd dat mindfulness nog niet bestond en ook meditatie nog iets zo exotisch was dat de meeste mensen er alleen maar van in paniek raakten.
Ik woonde met mijn ouders en mijn broer Carl in een Vinexwijk aan de rand van een middelgrote provinciestad. De huizen in onze straat waren gemaakt van witte bakstenen met lichtgrijs cement ertussen. De meeste bewoners hadden hun kozijnen blauw, rood of geel geverfd: primaire kleuren die fel afstaken bij het wit van de stenen. Er woonden veel kinderen in de wijk en daarom mochten de auto’s niet harder dan 30 kilometer per uur. Als logge beesten bewogen de gezinswagens zich voort naar school en werk, grazende bizons op een steppe van rechte stoepranden en basketbalpleintjes. Alleen ’s avonds laat hoorde je wel eens een auto snel optrekken. Zo nu en dan zelfs een scooter.
Van hun vakantiegeld kochten de mensen uit de straat een nieuwe parasol of een nieuwe hogedrukspuit. Of een vakantie natuurlijk. De meeste buren gingen net als wij op vakantie in eigen land, naar een bungalowpark op de Veluwe of een camping aan de Noordzeekust, maar zo nu en dan reed er eind augustus een zongebruinde familie de straat in die met caravan en partytent drie weken lang op een Spaans grasveldje had gestaan. Zij zouden op de buurtbarbecue die ieder jaar in het eerste weekend van september gehouden werd hoge ogen gooien.”

 

 2058407-1391decd42c0cb3389a2bf59a24fcdac.jpg
Lieke Marsman (Den Bosch, 25 juli 1990)

 

 

De Nederlandse journalist en schrijver Sytze van der Zee werd geboren op 25 juli 1939 in Hilversum. Zie ook alle tags voor Sytze van der Zee op dit blog en ook mijn blog van 25 juli 2010

Uit: Vogelvrij

‘Ik had liever gehad dat ze me tegen de muur hadden gezet, dan was me veel bespaard gebleven.’ Hebt u er nooit met iemand over gesproken?‘In de eerste plaats: met wie? En in de tweede plaats was het geen mooi verhaal. Dat je in de gevangenis hebt gezeten.’ Voor een dochter of een zoon is het een verschrikkelijk verhaal: een vader die als V-man voor de SD en de Gestapo heeft gewerkt.‘Dat laatste heeft men mij toen ten laste gelegd. Maar u kunt me geloven of niet, ik heb in die tijd ook moeilijkheden gehad, in de HJot en bij Barbie, omdat ik geen ariër was. Toch geloofde ik in Hitler en ik had me vast voorgenomen mijn vaderland te dienen. Bij het leger kon ik niet terecht, dus ging ik naar de SD.’ Bent u nog wel eens in Nederland terug geweest?‘Nee, nooit.’ Zegt u de naam Rebecca Ensel iets? Zwijgend schudt hij het hoofd. Dezelfde reactie krijg ik als ik de namen van Nelly Liebermann en Metha Tailleur noem (alle drie vrouwen zou hij hebben verraden).Maar met Metha Tailleur bent u nog verloofd geweest.‘Ik heb nooit een verloofde gehad.’ Hebt u uw eerste of tweede vrouw dan niets over uw verleden verteld? ‘Dat heb ik niet. Na mijn vrijlating ben ik naar Frankfurt gegaan om een nieuw leven op te bouwen. Maar nu is alles kapot. Laten we een einde aan dit gesprek maken.’

 

 2058407-6d61b3eb78608213d12d4b6dc9975e9d.jpg
Sytze van der Zee (Hilversum, 25 juli 1939)
Cover 

 

 

De Duitstalige schrijver Elias Canetti werd geboren op 25 juli 1905 in Russe in Bulgarije. Zie ook mijn blog van 25 juli 2010 en eveneens alle tags voor Elias Canetti op dit blog.

Uit:Het boek tegen de dood (Vertaald door Ria van Hengel)

“Je eigen jaren als aflossing voor de anderen. Iemand geeft mensen die hij waardevol acht enkele van zijn eigen jaren, om hun leven te verlengen. Hem is een lang bestaan voorspeld; hij weet dat hij zijn honderdste verjaardag zou bereiken. Dan besluit hij om er met behulp van reizen en grondig onderzoek achter te komen wie zijn jaren nodig heeft. Hij deelt ze heel weloverwogen uit, nooit te veel, nooit te weinig; het is een vermoeiend beroep. In de tijd die hij voor zijn eigen leven overhoudt, moet hij zorgen dat er optimaal van zijn offer gebruik wordt gemaakt.
De mare van zijn wonderlijke handel verspreidt zich al snel. Hij valt in handen van speculanten die aan zijn jaren willen verdienen. Ze moeten hem overtuigen van de levenswaarde, de algemene betekenis, het nut van hun cliënten, maar in werkelijkheid zijn dat stokoude belachelijke vrouwtjes, met veel geld en nog meer verlangen naar nog een paar belachelijke jaartjes erbij. De speculanten
produceren dus waardevolle mensen, want die weldoener, een zuiver mens, gaat het helemaal niet om geld. Het beperkte aantal jaren van zijn leven maakt die jaren steeds kostbaarder; hoe minder er overblijven, des te meer mensen dringen op om ervan te genieten. Er ontstaan een soort heimelijke aandelen die van hand tot hand gaan en waanzinnige koersen bereiken. Degenen die al jaren hadden ontvangen voordat het speculeren begon, worden opgespoord en op allerlei manieren aangezet hun rechten van de hand te doen. Jaren worden versnipperd tot maanden en tot weken. Zij die hun rechten door koop hebben verkregen, vormen een vennootschap met een bestuur en verkiezingen. Die moet voornamelijk het moment in de gaten houden dat de weldoener het allang vastgestelde eindpunt van zijn leven bereikt. Vanaf dat moment is het van hen.
(...)

[In de nacht na 14 Sha’abaan (de achtste maand van het islamitisch jaar) worden in alle moskeeën speciale diensten gehouden. De traditionele reden is dat ‘in die nacht de lotusboom in het paradijs, die de namen van alle levende mensen op zijn bladeren heeft staan, wordt geschud, en het blad van de sterveling van wie bepaald is dat hij het volgende jaar zal sterven, valt verdorrend op de grond’.]

Hij heeft de neiging alles op het meest verkeerde moment te doen; een troosteloze wanorde in de tijd, alsof hij niet kan accepteren dat de tijd onomkeerbaar is. Als hij de dingen in hun juiste volgorde doet, is hij bang dat hij de dood, waar al die volgordes naartoe leiden, erkent.”

 

 2058407-8529d98fb761f543eb1713f6ccc6d9be.jpg
Elias Canetti (25 juli 1905 - 14 augustus 1994)
Cover

 

 

De Duitse dichter en schilder Max Dauthendey werd geboren op 25 juli 1867 in Würzburg. Zie ook alle tags voor Max Dathendey op dit blog.

Uit:Der Geist meines Vaters

“Heute war ich am Grabe meines Vaters.

Unsere Familiengruft, in welcher mein Vater und meine Mutter begraben liegen, suche ich manchmal auf, um mich zu überzeugen, daß der Gärtner, dem das Grab in Obhut gegeben ist, seine Pflicht tut. Ich kaufe dann in der Gärtnerei, die neben dem Kirchhof liegt, ein paar blühende Blumenstöcke und lasse sie von einem Gärtnerburschen an das Grab tragen. Wenn der Gärtner am Grabstein die Blumentöpfe niedergestellt und sich wieder entfernt hat, lese ich gern die Jahreszahlen der Geburts- und Sterbetage auf der schwarzen Marmortafel.
1819 wurde mein Vater geboren, 1896 starb er. Also liegt nahezu ein Jahrhundert mit ihm hier unter dem Efeu begraben. Dieser kleine Erdenfleck hat Herz, Augen und Gedanken in sich aufgenommen, die einmal, so wie ich jetzt, durch Millionen Meilen hindurch im Weltraum die ferne Sonne fühlen und durch Millionen Meilen hindurch nachts die Sterne betrachten konnten.
Mein eigenes Herz aber und meine Augen und Gedanken können, wenn sie vor diesem Grabe stehen, die Gestalten der Toten nicht unter diese paar Fuß Erde zwingen. Meine Toten gehen mit mir hin zum Grabe und gehen mit mir vom Grabe fort. Nur wenn ich auf die Nebengräber sehe, die in langer Reihe den Weg säumen, an dem unsere Gruft liegt, nur dort in den anderen Gräbern sehe ich im Geist tote Menschen liegen. Aber wenn ein Trauernder in der Ferne auf den Friedhofwegen daherkommt, an einem Grabe stehenbleibt und, so wie ich, seine Verstorbenen besuchen will, dann fühle ich; auch die anderen, wenn sie an ihre Gräber treten, können keine Angehörigen sich ins Grab hineindenken. Die Toten sind auferstanden aus jedem Grab, sobald an dasselbe ein Trauernder ehrfurchtsvoll hintritt.
Ach, aus diesen kleinen Erdenzellen, die da in langen Reihen, in unzähligen Straßen durch den Kirchhof nebeneinander eingegraben sind, strömen aus jeder Zelle Welten von Erinnerungen. Die kleinen eingezäunten Blumenäckerlein enthalten oft Königreiche und Weltteile voll lebender Erinnerungen.“

 

 2058407-2ee02ed78e15d1ba85feb9f3074ccb8b.jpg
Max Dauthendey (25 juli 1867 – 29 augustus 1918)
Cover

 

 

De Macedonische dichter Jovica Tasevski – Eternijan werd geboren op 25 juli 1976 in Skopje. Zie ook alle tags voor Jovica Tasevski – Eternijan op dit blog en ook mijn blog van 25 juli 2010

 

Engram

When dark ice
fell on the cotton fields
of Adonai

Engram

Cherubim threaded
through the needles of the Black Dough
The light wings don't erode

Engram

Clear magma strikes
from the Mild Pupils
The Stony face cannot be eroded

Engram

The herds of heaven will pass over her shell
with their heavy hoofs
Will the dark axis swing

Engram

 

Vertaald door Marija Girevska

 

 2058407-150c855d3f7486bb4141d6b94d0272d0.jpg
Jovica Tasevski – Eternijan (Skopje, 25 juli 1976)

 

 

De Duitse schrijfster Annette Pehnt werd geboren op 25 juli 1967 in Keulen. Zie ook alle tags voor Annette Pehnt op dit blog en ook mijn blog van 25 juli 2010

Uit: Hier kommt Michelle

„Hier kommt Michelle eine reizende junge Abi-turientin mit einem schmalen, flinken Körper, einer ra-schen Auffassungsgabe und einer ausgeprägten Schwä-che für Katzen. Im Moment kann sie aber keine halten, denn sie weiß nicht, wo sie die nächsten Jahre verbrin-gen wird, und Katzen brauchen Sicherheit. Michelle dagegen ist bereit, einiges auszuprobieren, schließlich hat sie sich in den letzten Jahren sehr am Riemen geris-sen, und gelohnt hat es sich, das sagt jeder, und sie selbst sagt es sich voller Stolz. Ein gutes, nein ein sehr gutes, ein überdurchschnittliches Abitur, und Michelle ist das nicht in den Schoß gefallen, sie hat fleißig gelernt, zum Glück kann sie sich die Dinge leicht merken, solange sie nicht allzu kompliziert sind, und ihre Eltern haben sie sehr unterstützt, und auch ihr Freund hat sie sehr unter-stützt, das allerdings ist ein trauriges Kapitel, denn der Freund hat sich aus dem Staub gemacht, mit einer ande-ren ist er über alle Berge, nach Australien sogar, weiter geht es ja gar nicht, aber Michelle ist das ganz recht, so muss sie wenigstens nicht befürchten, ihn ständig im Supermarkt oder im Kino zu treffen, und wenn sie ein-sam ist, hat sie ja genug Freundinnen, die ihr beistehen, und bald wird sie sowieso haben, und auch nicht für Katzen, weil sie ihr Stu-dium beginnen wird. Sie wird über dem Studium nicht die Eltern vernachlässigen, und die Freundinnen nach Möglichkeit auch nicht, und den schmalen flinken Kör-per nicht, den sie im Fitnessstudio trainiert, aber das kann sie ja auch als Studentin tun, die Zeit wird sie sich eben nehmen.
Hier ist die Erzählerin. Sie reibt sich die Hände, weil sie dieses harmlose Mädchen mit groben Strichen entwor-fen hat und sich jetzt schon, wo die Erfindung doch gerade erst zu leben begonnen hat, darauf freut, ihr Knüppel zwischen die Beine zu werfen. Vom morali-schen Standpunkt her ist diese Erzählerin also höchst zweifelhaft und zugleich simpel. Warum macht sie es sich so leicht? Warum verspottet sie ihr Geschöpf, bevor es überhaupt richtig losgeht? Warum wagt sie sich nicht an eine komplexere Figur? Das hat sie doch bisher auch ganz gut gekonnt. Die Figuren der letzten Romane: zutiefst gebrochen, vielleicht gar gescheitert, Suchende, für die keine Lösungen mehr zur Verfügung stehen, Reisende, die nicht ankommen werden, poeti-sche Existenzen, phantasievolle, abgründige Charak-tere. Die übrigens auch interessante Namen trugen. Und jetzt: diese Michelle.“

 

 2058407-8cc65d0b04009d18d1b4c1cde016086f.jpg
Annette Pehnt (Keulen, 25 juli 1967)
Keulen

 

 

De Oostenrijkse dichter, priester en Augustijner Koorheer Ottokar Kernstock werd geboren op 25 juli 1848 in Marburg an der Drau. Zie ook alle tags voor Ottckar Kernstock op dit blog en ook mijn blog van 25 juli 2010

 

Der Hexenwald

"Bleib, Friedel!" fleht’ Wildmeisters Gret’,
"Im Wald haust eine Hex’.
Was im Geäst sich blicken läßt,
Versteinert oder wurzelt fest
Im Grund wie ein Waldgewächs."

"Komm’ mit, komm’ mit und fürcht’ dich nit!"
Sprach kosend der Garzun, .
"Im Wald, lieb Kind, da ruht sich’s lind.
Zwei’n, die in Treu’n verbunden sind,
Kann keine Hexe was tun."

"O Schau und glaub’! Schon grinst durchs Laub
Das Hirschgespenst aus Stein.
Und das Gerank’, wie Birken blank,
Die Körper sind es, weiß und schlank,
Verwunschener Waldfräulein.

Den Weidmann und den Stöberhund,
Gebannt in Strunk und Strauch,
Des Ritters Leib dort in der Eib’
Verhext hat Sie das Zauberweib.
Fort! Sonst verhext sie uns auch.

"Der Knab’ umschlang das Mägdlein bang -
Da kam die Zauberei:
Es standen stumm, die Welt ringsum
Vergessend, im Waldheiligtum
Wie angewurzelt die zwei.

 

 2058407-b327d411399bf71fd8925240b9ac83c4.jpg
Ottokar Kernstock (25 juli 1848 – 5 november 1928)
In 1914

 

 

De Duitse dominee en dichter Albert Knapp werd geboren op 25 juli 1798 in Tübingen. Zie ook alle tags voor Albert Knapp op dit blog en ook mijn blog van 25 juli 2010

 

Der Quell der Freude

Möchtest du dich freuen? —
Außer Ihm, dem Treuen,
Gibt es keine Lust!
Christus nur hat Freude!
Ist nach langem Leide
Dir noch nicht bewußt,
Daß dein Herz
In sich nur Schmerz,
Und allein in Seiner Gabe
Keinen Frieden habe?

Sieh' die Wolken jagen,
Hoch vom Sturm getragen,
Durch den Himmel fern;
Aber droben schimmert
Ewig unzertrümmert
Gottes Morgenstern.
Kennst ihn du? —
In stiller Ruh

Siehet er aus seinen Höhen
Nachtgewölk verwehen.
Bist du losgekettet,
Von dir selbst errettet,
Und dem Retter treu:
Dann nur magst du sagen,
Daß in deinen Tagen
Edle Freude sey. —
Sichrer Mluth,
Der Sünde thut,
Hüpft auf einer morschen Schwelle
Ueber'm Schlund der Hölle.

O daß du entbrenntest,
Und im Geist erkenntest
Jesu Freundlichkeit, —
Und, wenn du Ihn liebest,
Ihm zur Seite bliebest!
Dann, am Ziel der seit,
Sprächest du
Mit süßer Ruh:
"Herr, mein Hirt!
Quell aller Freuden,
Niemand soll uns scheiden!"

 

 2058407-cbf795498055cf91e11cf84d2086f03b.JPG
Albert Knapp (25 juli 1798 – 18 juni 1864)
Knapps geboortehuis in Tübingen (met de de rode luiken)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

De Duitse dichteres en schrijfster Louise Boege werd geboren in 1985 in Würzburg. Zie ook alle tags voor Louise Boege op dit blog en ook mijn blog van 25 juli 2010

Uit: Kaspers Freundin

„Hinten hängt dem Herrn das Hemd aus der Hose, und das Hemd ist grün und ungefähr viertausendmal gewaschen. Es ist mit kleinen Elefanten bedruckt. Auf der Tweedhose des Herrn sind einige mikroskopisch kleine braune, vielleicht rote, vielleicht von Obst, Flecken. Ein sehr breiter Gürtel hält diese schöne Kleidung um einen sehr dürren Körper zusammen.
Der Herr spielt. Die Läufe gelingen ihm gut. Alles klingt ganz gut, um nicht zu sagen: schön. Beinah hat Kasper eine Gänsehaut, beinah macht sich eine feierliche Stimmung breit, wunderschön, und Kasper denkt:
Aber er hat ja Recht, diese komische Lampe macht doch tatsächlich ein ganz angenehmes Licht.“

 

 2058407-882a8c0ee873ad46289970301013c043.jpg
Louise Boege (Würzburg, 1985)

 

Geschreven door Romenu om 18:32 Reageer op dit bericht

Robyn Carr

De Amerikaanse schrijfster Robyn Carr werd geboren op 25 juli 1951 in Minnesota. Carr was nooit van plan schrijver te worden. Zij studeerde verpleegkunde op de universiteit. Ze trouwde alop de middelbare school vlak voordat haar man naar de US Air Force vertrok als helikopterpiloot tijdens de Vietnam-oorlog. Carr volgde haar man van basis naar basis, en omdat ze niet lang op één plaats verbleven, was ze niet in staat om haar carrière als verpleegster voort te zetten. Toen ze door een moeilijke zwangerschap in bed moest blijven begon zij romans te lezen om zichzelf af te leiden. Ze besloot al snel om haar eigen romans te schrijven. Carr debuteerde in 1978, maar het zou dertig jaar duren voor ze de eerste plek zou bemachtigen in de New York Times Bestsellerlijst. Dat gebeurde in 2007 met het eerste deel uit haar wereldberoemde Virgin River-serie. Sindsdien publiceert Carr een paar boeken per jaar, in totaal verschenen er inmiddels twintig romans die zich afspelen in het kleine stadje Virgin River. Bovendien startte Carr een nieuwe reeks, “Thunder Point”, die net zo populair lijkt te worden. Hoewel haar verhalen echte goodreads zijn, staan er altijd sterke vrouwelijke karakters centraal en gaat ze onderwerpen als huiselijk geweld en gezondheidsproblemen niet uit de weg.

Uit:What We Find

“Maggie had no idea how long Sully had been up when she finally rolled out of bed at seven-thirty….on about four hours of sleep. She stumbled to the bathroom and purposely didn’t look in the mirror, a little afraid she’d she Cal’s brand on her. She started the shower and got in while it was still cold.
Holy mother of pearl, what a night that was. He was an amazing lover. But also, he was such a sweet, smart, funny man. Of course he had to be some strange duck who was taking six months off to do odd jobs and camp. He couldn’t be some ordinary, stable, reliable person, like a truck driver or forest ranger. But then, what type of man did she think she could have a comfortable fit with? Sergei, the Ukrainian artist, had been a disaster. Andrew, the doctor, should’ve worked — they had so many things in common — and it had been a worse disaster.
Even running her own hands over her body as she sudsed up in the shower brought delicious tinglings from the night before, little shudders of aftershocks.
When she was out of the shower she braved it, looked in the mirror. Her cheeks were either flushed or chafed from his beard. Her lips were rosy from hours of kissing, sometimes so wildly she could hardly catch her breath. She lost control more times than she could count and she was pretty sure she bit him once. His fault, really. He could drive her so far into ecstasy she lost her bearings and became nothing more than a writhing body responding to a powerful body and lost all sense. She wondered if she just rocked and wailed in that little pop-up all the damn night. For all she knew the other campers brought their folding chairs and fires over to Cal’s site and created an audience. At least it had been Sunday night, the weekend warriors gone, population down.
She put lotion on her face and some lip gloss, blew out her hair and got dressed. She was going to have to think of what to say to Sully. She’d never faced that before — worry over explaining to her father. She’d had a fling or six at the crossing, and there was Andrew — she’d never explained him. She had just said they were seeing each other and they’d be staying in one of the cabins. Something about this was different. It was probably because he’d had a heart attack, she thought. Or it could be because she hardly knew Calvin, the handsome, good natured bum and princess molester. Better go easy on Sully.”

 

 2110031-e2500a66c3eab69f2e2c7bb576bae695.jpg
Robyn Carr (Minnesota, 25 juli 1951)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten