Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 30 juli 2017 tot 31 juli 2017

Cees Nooteboom, Wouter Godijn, Grand Corps Malade, Joanne Rowling, Alain Nadaud, Daniel Bielenstein, Hans-Eckardt Wenzel, Ahmed Zitouni, Munshi Premchand

De Nederlandse dichter en schrijver Cees Nooteboom werd geboren in Den Haag op 31 juli 1933. Zie ook alle tags voor Cees Nooteboom op dit blog.

 

Bashio III

Nergens in dit helaal heb ik een vaste woonplaats
Schreef hij op zijn hoed van cypressen. De dood nam zijn hoed af,
Dat hoort zo. De zin is gebleven.
Alleen in zijn gedichten kon hij wonen.
Nog even en je ziet de kersenbloesem van Yoshino.
Zet je sandalen maar onder de boom, leg je penselen te rusten.
Berg je stok in je hoed, vervaardig het water in regels.
Het licht is van jou, de nacht ook.
Nog even, cypressehoed, en ook jij zult ze zien,
De sneeuw van Yoshino, de ijsmuts van Sado,
Het eiland dat scheepgaat naar Sorén over grafstenen golven.

 

 

En vannacht in de stenen stilte

En vannacht, in de stenen stilte
van mijn kamer, het huis op het eiland,
onder het web van sterren, de palmen roerloos,
kwamen die andere stemmen, Auden en Frost
en Elisabeth Bishop, Pound en Cummings
en Sylvia Plath, woorden op mijn schouders,
in mijn haren, tegen de ramen,
dichters, gedichten,
droombeeld, verhaal, getijden
van toen, ooit, nu,
naast me, achter me, op de maat
van de mot tegen het licht, zinnen,
ooit hardop gesproken in een andere ruimte,
nu bij mij binnengelopen
als de omarming van vrienden, de monden
van al deze doden in het middelste
nachtuur,
de adem waarvan ik leef,
en jij.

 

 

Latijn

In een duister woud, zeker,
en het midden al jaren voorbij,
hoefde ik geen volkstaal
meer uit te vinden.

Niets wat ik had te zeggen
kon daarin nog klinken,
mijn woorden waren weer
latijn geworden, onleesbaar, gesloten.

Dichter, klerk, geheime diaken
van de kleinste gemeente,
de afkerige sekte van verhulde beduiding,
gewend naar zichzelf,

een gnosis van gemaskerde zinnen
in een steeds onherkenbaarder schrift.

 

 2059886-41b9735ac75f5c12c8b7f9a499544de2.jpg
Cees Nooteboom (Den Haag, 31 juli 1933)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Wouter Godijn werd geboren in Amsterdam op 31 juli 1955. Zie ook alle tags voor Wouter Godijn op dit blog.

 

Er ontbreekt iets

Volle melk, hete aardappelen,
schroeiend vlees.
Meer! Erger! Waar is de slager?
Daar achter die bloedrode horizon.

Verlangend naar het theater van de slacht gingen we op
weg.

Maar het was te vermoeiend.
Geen van ons kwam aan.

en toen we stierven dachten we:
er ontbreekt iets. Dit
was niet wat we ons ervan hadden voorgesteld
en we zijn voor niets bang geweest.

Inmiddels waren we veranderd in bloemen:
hyacinten, madeliefjes, tulpen, seringen enzovoort,
enzovoort,
en we bloeiden
bokkig zwijgend en teleurgesteld.
Ja, we bloeiden genadeloos.

 

 

Onze rok

Rock-'n-roll is here to stay!
O jee, we veranderen

in reizigers. Met een zwak
voor luitmuziek: sssst!

wind in riet. We houden nu het meest
van zaken die je nauwelijks hoort of ziet.

Fragielpotig waden we – omdat het moet. Het water
troost. Ondiep. Onze rok.

hebben we hoog opgetrokken.

 

 2059886-f5da67a42c6293980b44a4b3f97bcac0.jpg
Wouter Godijn (Amsterdam, 31 juli 1955)

 

 

De Franse Poetry Slam kunstenaar Grand Corps Malade (eig. Fabien Marsaud) werd geboren op 31 juli 1977 in Le Blanc-Mesnil, Seine-Saint-Denis. Zie ook alle tags voor Grand Corps Malade op dit blog.

 

La Fleur

La fleur vénéneuse

Comment vais-je l’appeler
Cette belle fleur vénéneuse
Qui dans la chair s’est nichée
Trahissant mon amie malheureuse

Nous les incroyants
Avons sacrifié tous les saints
Du paradis des croyants
Pour sauver de mon amie son sein

Comment vais-je t’appeler
Fleur de sang
Blottie au cœur de mon aimé
Là où je dépose mes baisers gourmands

Est venue s’immiscer cette sauvage
Me faisant trembler de rage
Là où, ma bouche contre son cœur
Je réchauffais nos ardeurs

Chardon, tu me piques la langue
Quand tel un petit chat
Je lèche le mamelon qui tangue
Pour conjurer le sort à tout va

Comment vais-je t’appeler
Fleur piquante, envahissante
Qui grandit dans le chaud de mon aimé
L’envie de t’effeuiller est grande

Marguerite décapitée des pétales
Pas pour lire l’avenir de mon amour
Mais pour ton agonie étalée
Qui fleurira mes jours

Comment vais-je t’appeler
Quand sous le bombardement
Tu faneras épuisée
Des rayons tuants

Vais –je te faire sécher
Entre les pages noires
Aux bords endeuillés
Du testament de mes déboires

Tel un papillon tu quitteras
Le sein tendre de mon toujours
Tel un roi qui règnera
Je me coucherai sur mon amour

Comment vais-je t’appeler
Quand enfin l’imparfait
Dans notre vie sera utilisé
Pour fêter ta mort à jamais.

 

 2059886-3a6d322776c507ba70528196048829c4.jpg
Grand Corps Malade (Le Blanc-Mesnil, 31 juli 1977)

 

 

De Britse schrijfster Joanne Rowling werd geboren in Chipping Sodbury bij Bristol op 31 juli 1965. Zie ook alle tags voor Joanne Rowling op dit blog.

Uit:Harry Potter & The Goblet of Fire

„Then, just when things were looking very serious for Frank, the report on the Riddles' bodies came back and changed everything.
The police had never read an odder report.
A team of doctors had examined the bodies and had concluded that none of the Riddles had been poisoned, stabbed, shot, strangled, suffocated, or (as far as they could tell) harmed at all. In fact (the report continued, in a tone of unmistakable bewilderment), the Riddles all appeared to be in perfect health - apart from the fact that they were all dead. The doctors did note (as though determined to find something wrong with the bodies) that each of the Riddles had a look of terror upon his or her face - but as the frustrated police said, whoever heard of three people being frightened to death?
As there was no proof that the Riddles had been murdered at all, the police were forced to let Frank go.
The Riddles were buried in the Little Hangleton churchyard, and their graves remained objects of curiosity for a while. To everyone's surprise, and amid a cloud of suspicion, Frank Bryce returned to his cottage on the grounds of the Riddle House.
"'S far as I'm concerned, he killed them, and I don't care what the police say," said Dot in the Hanged Man. "And if he had any decency, he'd leave here, knowing as how we knows he did it."
But Frank did not leave. He stayed to tend the garden for the next family who lived in the Riddle House, and then the next for neither family stayed long. Perhaps it was partly because of Frank that the new owners said there was a nasty feeling about the place, which, in the absence of inhabitants, started to fall into disrepair...”

 

 2059886-35372ddc0c5661f043c518979980d655.jpg
Joanne Rowling (Chipping Sodbury, 31 juli 1965)
Scene uit de film uit 2005, met o.a. Daniel Radcliffe als Harry

 

 

De Franse schrijver Alain Nadaud werd geboren op 31 juli 1948 in Parijs. Zie ook alle tags voor Alain Nadaud op dit blog en ook mijn blog van 31 juli 2010

Uit: Journal du non-écrire

"Un matin, je me suis réveillé: j'avais cessé d'y croire. Un grand silence régnait dans la maison. Comme si la nature entière retenait son souffle. J'ouvris la fenêtre qui donnait sur la mer: le flux s'était retiré au loin pendant la nuit. Moi-même, je me retrouvais comme sur le sable. Quelque chose avait disparu de mon horizon mental, qui me laissait l'esprit vide et le coeur sec. Comme une histoire d'amour dont on revient soudain. Je n'eus pas même besoin d'aller jusqu'au placard: je savais qu'elle avait profité de mon sommeil pour s'éclipser. Ses chaussures à la main, elle était partie sans bruit, emmenant ses affaires et l'espoir où elle m'avait entretenu jusqu'ici. Qu'allais-je faire de moi à présent?”
(...)

“Il s'était aperçu qu'il avait vécu dans un état de véritable sujétion vis-à-vis de l'écriture. Comme un prêtre fanatique. Un zélote. Un idolâtre qui se sacrifie à son idole, non pas faite de boit, de pierre ou d'os, mais d'encre et de papier : dans son temple, dont la bibliothèque labyrinthique imaginée par J.-L. Borges est le modèle, s'entassait la totalité des livres écrits depuis les commencements des temps, et à écrire jusqu'à la fin des siècles.
En arrêtant d'écrire, il avait coupé court à cette fantasmagorie. Il avait entamé une cure de désintoxication douloureuse, pleine de doutes et d'austérités, à laquelle rien n'était susceptible d'échapper. Peut-être la disparition de ses certitudes en la toute-puissance de l'écriture, de l'abnégation que supposait cette pratique, de cette morale même qu'elle induisait le rendaient-elles mieux apte à démonter les mécanismes insidieux et pervers de la croyance, à aborder de front la question de l'absence radicale de Dieu.
Pour retrouver le chemin de l'écriture après une déception pareille, il lui aurait fallu un enjeu de taille : à l'image par exemple de la lutte de Jacob avec l'Ange. Ou de ce Maldoror qui ne craignait pas d'outrager la figure même de Dieu."

 

 2059886-248ae014f72edfaaabf0fe3247124239.jpg
Alain Nadaud (31 juli 1948 – 12 juni 2015)

 

 

De Duitse dichter, singer-songwriter en muzikant Hans-Eckardt Wenzel werd geboren op 31 juli 1955 in Kropstädt bij Wittenberg. Zie ook alle tags voor Hans-Eckardt Wenzel op dit blog enook mijn blog van 31 juli 2010

 

Das Abschmink-Lied

Still vom Klatschen und vom Schreien
Über meine derben Witze
Steh ich plötzlich vor den Reihen
Einsam, all der leeren Sitze.

Ausgetrocknet sind die Lippen,
Hals und Kopf sind leer gesungen,
Stechend ist in meiner Rippen
Käfig mir mein Herz gesprungen.

Stunden später, müd, beim Feste,
Einen scharfen Schnaps im Glase,
Stierte eine auf die Reste
Schminke über meiner Nase.

Aussatz ziert mich! Einen Narren
Hast du neben dir zu sitzen.
Hoffst, ich zög dir jeden Karren
Aus dem Dreck mit meinen Witzen.

Freilich kann ichs! Nur Sekunden,
Da die Augen sich noch drehen
In artistisch großen Runden
Um die Augen, die mich sehen.

Alles, was ich hab, verteil ich,
So erfinde ich mein Glück.
Meine Narrenfreiheit freilich
Ist ein lächerliches Stück.

 

 2059886-9051499e75997da3e970da9bc3df8b50.jpg
Hans-Eckardt Wenzel (Kropstädt, 31 juli 1955)

 

 

De Duitse schrijver Daniel Bielenstein werd geboren op 31 juli 1967 in Bonn. Zie ook alle tags voor Daniel Bielenstein op dit blog en ook mijn blog van 31 juli 2010

Uit: Die Frau fürs Leben

„Vielleicht haben Kerle wie er noch eine Chance, wenn sie Football spielen können oder genug artistische Begabung besitzen, um eine Karriere als Wrestler zu starten. Aber vermutlich sind bei beiden Sportarten die Regeln für Jack zu kompliziert. Trotzdem bleibt die Tatsache mit den kreischenden Bikini-Mädchen. Und der durchtrainierte Körper. Jack sieht so selbstbewusst in die Kamera, weil er sich dessen vollkommen bewusst ist. Es würde mich nicht wundern, wenn er gleich in die Kamera grinsen und sagen würde: »Klar, Gregor, du lachst über mich. Aber diese Mädchen da, die tun alles für mich, wenn ich nur mit dem Finger schnippe. Und weißt du auch, warum? Weil ich ein wirklich cooler Typ bin, der zwar nichts im Kopf hat, aber zu hundert Prozent aus Muskeln besteht.« Ganz tief in mir wird mein schlechtes Gewissen gekitzelt. Und das nur, weil ich diesem Primaten beim Hantieren mit einer Motorsäge zusehe. Mein letztes Workout liegt schon länger als eine Woche zurück. Wenn das so weitergeht, kein Zweifel, werde ich die restlichen Samstagnächte meines Lebens alleine im Bett liegen. Und immer fetter werden.
Das beste Mittel gegen meine Sekundendepression ist ein tiefer Schluck aus der Flasche. Das klappt immer. Außerdem sind Jack und seine Säge jetzt vom Bildschirm verschwunden. Dafür werden wir Zuschauer darüber aufgeklärt, dass die Sendung einen Sponsorpartner hat. Um genau zu sein, verdanken wir das sportliche Highlight einer Telefonnummer, die nun von einer Dolly-Buster-artigen Stimme melodisch vorgetragen wird: »Nullhundertneunzig und sechsmal die Sechs — die heiße Nummer mit den scharfen Girls. Komm, ruf an!"

 

 2059886-bab8ba0ad5a813efea6f36f1aa969707.jpg
Daniel Bielenstein (Bonn, 31 juli 1967)

 

 

Volgens de Franse Wikipedia is de Algerijnse, Franstalige schrijver Ahmed Zitouni geboren op 31 juli 1949 in Saïda, Algerije. Zie ook alle tags voor Ahmed Zitouni op dit blog en ook mijn blog van 31 juli 2010.

Uit: Amours sévices & Morgue

"Insiste.
M'appelle à la tâche.
Rien à prouver. Aucune vérité à exhumer. Comprendre. Seulement comprendre. Se leurrer à la commande. Qu'importe ! Je ne le ménagerai plus. Le traquerai à la trace. Le rédigerai à l'émotion. Le raturerai de toute géographie connue. En ferai un cocu de l'histoire, celle des analphabètes, et l'autre aussi. Me vengerai de lui. L'empêcherai de me repasser par la tête. Expierai en lui. Le réincarnerai au hasard d'une ressemblance, d'une fraternité avouée, reconnue. Le comprendre. Tutoyer sa morgue figée en lucidité définitive. M'y habituer. L'apprivoiser. Et à chaque incursion, dans ce que j'aurai échafaudé avoir été lui, ressortir une fois de plus épuisé, vidé, plus mort que jamais, ivre de douleur nue, assoiffé de vie.
C'est fou, le nombre de pistolets sommeillant dans des plumiers d'enfance ! Et qui, à la plus lointaine évocation, ne demandent qu'à partir. S'habiller de la grenaille des mots. S'éparpiller en vertige. Malik avait sûrement des yeux noirs. Des yeux de dégourdi, veloutés et brillants, toujours en mouvement. Des cheveux bouclés. Des mains de pianiste ou de voleur, faites pour récupérer et tuer.
J'avoue m'être souvent laissé tenter. Me fondant dans des images de passage. Transitant dans l'assassin du jour, quelque chose de lui en retour. Troquant une de mes folies de rien pour l'ombre de ses aumônes de lucidité. Me brûlant à un tournant de mémoire. Lui ouvrant des réhabilitations posthumes. Lui traçant une fin de course plus raisonnable, quelque scénario de sortie plus acceptable, une fin de partie plus ordinaire, plus humble et moins animale dans son déroulement. Quelque chose comme une scène de ménage, avec les éclats de voix d'une rupture consommée. une porte qui claque. Un sanglot. Le silence.“

 2059886-a66dedb8386f080d4c7ee75130d7ecb4.jpg
Ahmed Zitouni (Saïda, 31 juli 1949)
Saïda, Algerije, raadhuis.

 

 

De Indische (Hindi en Urdu) schrijver Munshi Premchand werd geboren in Lamhi op 31 juli 1880. Zie ook alle tags voor ook Munshi Premchand op dit blog en ook mijn blog van 31 juli 2010

Uit: Catastrophe

“In Banaras District there is a village called Bira in which an old, childless widow used to live. She was a Gond woman named Bhungi and she didn't own either a scrap of land or a house to live in. Her only source of livelihood was a parching oven. The village folk customarily have one meal a day of parched grains, so there was always a crowd around Bhungi's oven.
Whatever grain she was paid for parching she would grind or fry and eat it.
She slept in a corner of the same little shack that sheltered the oven. As soon as it was light she'd get up and go out to gather dry leaves from all around to make her fire. She would stack the leaves right next to the oven, and after twelve, light the fire. But on the days when she had to parch grain for Pandit Udaybhan Pandey, the owner of the village, she went to bed hungry. She was obliged to work without pay for Pandit Udaybhan Pandey She also had to fetch water for his house. And, for this reason, from time to time the oven was not lit. She lived in the Pandit's village, the refore he had full authority to make her do any sort of odd job. In his opinion if she received food for working from him, how could it be considered as work done without pay?
He was doing her a favour, in fact, by letting her live in the village at all.
It was spring, a day on which the fresh grain was fried and eaten and given as a gift. No fire was lit in the houses Bhungi's oven was being put to good use today. There was a crowd worthy of a village fair around her. She had scarcely opportunity to draw a breath. Because of the customer's impatience, squabbles kept breaking out. Then two servants arrived, each carrying a heaped basket of grain from Pandit Udaybhan with the order to parch it right away. When Bhungi saw the two baskets she was alarmed. It was already after twelve and even by sunset, she would not havetime to parch so much grain. Now she would have to stay at the oven parching until after dark for no payment. In despair she took the two baskets. One of the flunkeys said menacingly, 'Don't waste any time or you'll be sorry.'

 

 2059886-ee947d8e742032a1b5f7c5488209f4aa.jpg
Munshi Premchand (31 juli 1880 –8 oktober 1936)
Monument in Lamhi

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e juli ook mijn blog van 31 juli 2016 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:21 Reageer op dit bericht

Frans Budé, Patrick Modiano, Maja Lunde, Emily Brontë, Cherie Priest, Pauline van der Lans

 

Dolce far niente

 

 2059344-e6beb8035a33c80de618fd4b767f2fea.jpg
De brug over de Maas bij Wessem

 

 

Het oversteken van de Maas

Bij elke stap bezig met de overkant.
Vraag het de Maas onder mijn voeten, de meeuw,
onbevreesd dansend boven de stenen brug.

De overkant is een belofte, komt huizenhoog
me tegemoet, flonkert en lonkt, geeft zich halverwege over.

Wyck of Maastricht, beide badend in de roem van eeuwigheid,
keer ik terug of loop ik heen? Steeds dezelfde gedachte
van afscheid en aankomst, terwijl ik mij met kloppend hart
voorwaarts spoed, naamloos opga in de drukte.

Almaar dichter op de andere oever aan, vergezicht
dat eindeloos zich ontvouwt, stadsgrond wordt, waterloop.
Droom die ik bewaar, ik draag hem met mij mee.

 2059344-0a9a9c3748e1ab5198be4c141298f568.jpg
Frans Budé (Maastricht, 28 december 1945)
De Sint Servaasbrug in Maastricht

 

 

De Franse schrijver Patrick Modiano werd geboren in Boulogne-Billancourt op 30 juli 1945. Zie ook alle tags voor Patrick Mondiano op dit blog.

Uit: The Search Warrant (Vertaald door Joanna Kilmartin)

“Eight years ago, in an old copy of Paris Soir dated December 31 1941, a headline on page three caught my eye:
PARIS
Missing, a young girl, Dora Bruder, age 15, height 1.55m, oval-shaped face, grey-brown eyes, grey sports jacket, maroon pullover, navy-blue skirt and hat, brown gym shoes. Address all information to M and Mme Bruder, 41 Boulevard Ornano, Paris.
I had long been familar with the area around the Boulevard Ornano. As a child, I would accompany my mother to the Saint-Ouen flea markets. We would get off the bus either at the Porte de Clignancourt or, occasionally, outside the 18th arrondissement Town Hall. Always, it was a Saturday or Sunday afternoon.
I am writing these pages in November 1996. It seldom stops raining. Tomorrow we shall be in December, and 55 years will have passed since Dora ran away. It gets dark early, and it is just as well: night obliterates the greyness and monotony of these rainy days when one wonders if it really is daytime, or if we are not going through some intermediary stage, a sort of gloomy eclipse lasting til dusk. Then the street-lamps and shop windows and cafés light up, the evening air freshens, contours sharpen, there are traffic jams at the crossroads and hurrying crowds in the streets. And in the midst of all these lights, all this hubbub, I can hardly believe that this is the city where Dora lived with her parents, where my father lived when he was 20 years younger than I am now. I feel as if I am alone in making the link between Paris then and Paris now, alone in remembering all these details. There are moments when the link is stretched to breaking-point, and other evenings when the city of yesterday appears to me in fugitive gleams behind that of today.”

 

 2059344-40a67a1be6b875eab17a4b0069057087.jpg
Patrick Modiano (Boulogne-Billancourt, 30 juli 1945)

 

 

De Noorse schrijfster en scenariste Maja Lunde werd geboren in Oslo op 30 juli 1975. Zie ook alle tags voor Maja Lunde op dit blog. Zie ook alle tags voor Maja Lunde op dit blog.

Uit: Die Geschichte der Bienen (Vertaald door Ursel Allenstein)

„Heute war ich auf Feld 748 eingesetzt. Wie viele es insgesamt waren, wusste ich nicht, aber meine Gruppe war eine von hunderten. In unseren beigefarbenen Arbeitsanzügen glichen wir einander wie die Bäume und hingen bei der Arbeit so dicht beieinander wie deren Blüten. Niemals allein, immer zu einer Traube gedrängt, ob hier oben in den Bäumen oder unten entlang des Pfades, wenn wir von einem Feld zum nächsten zogen. Nur in unseren kleinen Wohnungen hatten wir einige wenige Stunden am Tag für uns. Das übrige Leben fand hier draußen statt.
Es war still. Während der Arbeit durften wir nicht miteinander reden. Nur unsere vorsichtigen Bewegungen in den Bäumen waren zu hören und hin und wieder ein leises Räuspern oder Gähnen oder das Reiben der Arbeitskleidung an den Stämmen. Manchmal gab es auch einen Laut, den wir hassen gelernt hatten – ein Ast, der knackte und schlimmstenfalls sogar brach. Davon abgesehen machte nur der Wind Geräusche, wenn er durch die Zweige fuhr und über die Blüten strich oder durch das Gras auf dem Boden raschelte.
Er wehte von Süden her, aus Richtung des Waldes. Im Gegensatz zu den weißblühenden Obstbäumen, die noch kein Laub trugen, wirkte der Wald dunkel und ungezähmt, und schon in wenigen Wochen würde er eine noch üppigere, grüne Mauer bilden. Wir gingen nie hinein, hatten dort nichts zu erledigen. Und neuerdings gab es Gerüchte, dass er gerodet werden sollte, um einer neuen Plantage Platz zu machen.
Jetzt summte aus Richtung des Waldes eine Fliege heran, ein seltener Anblick, so wie ich schon seit Tagen keine Vögel mehr gesehen hatte, auch sie waren weniger geworden. Sie machten Jagd auf die wenigen Insekten, die es noch gab, und hungerten ansonsten wie der Rest der Welt auch.
Ein Geräusch durchschnitt die Stille. Es war die Pfeife, die von der Baracke der Aufseher herüberdrang, das Signal zur zweiten und letzten Pause des Tages. Erst jetzt fiel mir auf, wie trocken meine Zunge war.
Wie eine zusammenhängende Masse glitten die anderen Arbeiterinnen und ich von den Bäumen hinab. Meine Kolleginnen unterhielten sich. Kaum war es erlaubt, setzte ihr wildes Plappern ein, als hätte man einen Schalter umgelegt."

 

 2059344-ef943bb5d4cc918f0006395a855cc748.jpg
Maja Lunde (Oslo, 30 juli 1975)

 

 

De Engelse dichteres en schrijfster Emily Brontë werd geboren in Thornton in Yorkshire op 30 juli 1818. Zie ook alle tags voor Emily Brontë op dit blog.

Uit: Wuthering Heights

‘What the devil is the matter?’ he asked, eyeing me in a manner that I could ill endure, after this inhospitable treatment.
‘What the devil, indeed!’ I muttered. ‘The herd of possessed swine could have had no worse spirits in them than those animals of yours, sir. You might as well leave a stranger with a brood of tigers!’
‘They won’t meddle with persons who touch nothing,’ he remarked, putting the bottle before me, and restoring the displaced table. ‘The dogs do right to be vigilant. Take a glass of wine?’
‘No, thank you.’
‘Not bitten, are you?’
‘If I had been, I would have set my signet on the biter.’ Heathcliff’s countenance relaxed into a grin.
‘Come, come,’ he said, ‘you are flurried, Mr. Lockwood. Here, take a little wine. Guests are so exceedingly rare in this house that I and my dogs, I am willing to own, hardly know how to receive them. Your health, sir?’
I bowed and returned the pledge; beginning to perceive that it would be foolish to sit sulking for the misbehaviour of a pack of curs; besides, I felt loth to yield the fellow further amusement at my expense; since his humour took that turn. He—probably swayed by prudential consideration of the folly of offending a good tenant—relaxed a little in the laconic style of chipping off his pronouns and auxiliary verbs, and introduced what he supposed would be a subject of interest to me—a discourse on the advantages and disadvantages of my present place of retirement. I found him very intelligent on the topics we touched; and before I went home, I was encouraged so far as to volunteer another visit tomorrow. He evidently wished no repetition of my intrusion. I shall go, notwithstanding. It is astonishing how sociable I feel myself compared with him."

 

 2059344-3c608e6da3db9cfee68b45a705d568fd.png
Emily Brontë (30 juli 1818 - 19 december 1848)
Anita Caprioli (Catherine) en Alessio Boni (Heathcliff) in een Italiaanse tv-film uit 2004.

 

 

De Amerikaanse schrijfster Cherie Priest werd geboren in Tampa op 30 juli 1975. Zie ook alle tags voor Cherie Priest op dit blog.

Uit: Chapelwood

“I escaped Chapelwood under the cover of daylight, not dark-ness. The darkness is too close, too friendly with the terrible folk who worship there. (The darkness would give me away, if I gave it half a chance.) So I left them an hour after dawn, when the reverend and his coterie lay sleeping in the hall beneath the sanctuary. When last I looked upon them, taking one final glance from the top of the stairs—down into the dim, foul-smelling quarter lit only with old candles that were covered in dust—I saw them tangled together, limb upon limb. I would say that they writhed like a pit of vipers, but that wasn't the case at all. They were immobile, static. It was a ghastly, damp tableau. Nothing even breathed.
I should have been down there with them; that's what the reverend would've said if he'd seen me. If he'd caught me, he would've lured me into that pallid pile of flesh that lives but is not alive. He would have reminded me of the nights I've spent in the midst of those arms and legs, tied together like nets, for yes, it is true: I have been there with them, among the men and women lying in a heap in the cellar. I have been a square in that quilt, a knot in that rug of humanity, skin on skin with the boneless, eye-less things that are not arms, and are not legs. (I dream of it now, even when I'm not asleep.) But never again. I have regained my senses—or come back to them, having almost fled them altogether. So what sets me apart from the rest of them, enthralled by the book and the man who wields it? I cannot say. I do not know. I wanted to be with them, to be like them. I wanted to join their ranks, for I believed in their community, in their goals. Or I thought I did. I am rethinking all the things I thought. I am fashioning new goals, goals that will serve mankind bet-ter than the distant, dark hell that the reverend and his congrega-tion seek to impose upon us all. They taught me too much, you see. They let me examine too many of their secrets too closely. and taste too much of the power they chase with their prayers and their formulas. When they chose me for an acolyte, they chose poorly. I take comfort in this, really, I do. It means that they can misjudge.”

 

 2059344-8480c3f75e08950a796884eb0bc59d64.jpg
Cherie Priest (Tampa, 30 juli 1975)
Cover

 

 

De Nederlandse schrijfster Pauline van der Lans werd geboren op 30 juli 1963 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Pauline van der Lans op dit blog.

Uit: Donkerblonde dochter

“Haar benen bungelden naast het ronddraaiende achterwiel. Met haar handen omklemde ze de onderkant van het zadel. Liever zou zij haar armen rond haar vaders middel slaan. Haar wang tegen de warme rug, waarvan de wervels scherp boven elkaar lagen gestapeld, licht gebogen onder zijn overhemd. Als zij haar vader vasthield, zou zij nooit vallen. Het sterke lijf zou haar op-vangen en beschermen. En als zij dan straks halt hielden, zou haar vader haar van de bagagedrager zwieren. Natuurlijk kon zij best zelf afstappen, maar haar vader wilde haar graag optillen, omdat hij haar zo lang niet gezien had. Zo lang niet had kunnen vastpakken. Niet had kunnen aanraken. En dan zou hij met zijn hand door haar haren raggen, de knokkels op haar schedel. 'Zo, meisje.' De schroeven onder het zadel waren verroest. Het was een oude fiets. Oom Aad en oom Jo brachten er nog niet zo lang geleden venetskrantjes mee rond, maar dat hoefde nu niet meer. Haar vaders voeten op de piepende pedalen. Door zijn zomer-broek heen schemerden magere benen. Knokig. Een laagje vet met daaronder botten. 'Had je me in Chunkai moeten zien: had hij gezegd toen haar moeder haar zorg uitsprak. 'Ik ben een gevulde kerstkalkoen vergeleken met toen.' In de gang fluisterden oom Daan en oom Jaap woorden als 'ontberingen', 'mensonterende omstandigheden', 'kassian', 'voor lijk achtergelaten', en 'wonderbaarlijk'. En zij schudden hun hoofden.
Zij keek naar beneden en zag haar schoenen met de kale neu-zen en daaronder het voorbijflitsende pad. De schoenen werden te klein. Nog even en ze gingen naar Mietsie van oom Jo.
De lammetjes die in het voorjaar nogklein en wollig waren, ston-den nu net zo bedaard in de wei te grazen als volwassen schapen. Hoe zij, een paar weken geleden nog maar, struikelden over hun pootjes van vilt, en opsprongen naar elkaar. Wat had zij daarom moeten lachen. Nadoen kon je het niet. Elke dag fietste zij met haar moeder na het avondeten door de weilanden bi) Monster. Hoe fris het rook in het voorjaar, naar avonturen en nieuw leven. En dan nu de verzadigde zomergeur, die loom maakte. Niet zelf fietsend maar achterop. Trosjes vliegen en muggen in de lucht, het opschietende mais, akkers vol korenbloemen en klaprozen in het bermgras, beloftevol als haar moeders zomerrok tijdens een dagje uit.”

 

 2059344-77b22dba66c1ff35b9ffeecf81a33e21.jpg
Pauline van der Lans (Den Haag, 30 juli 1963)
Cover

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e juli ook mijn blog van 30 juli 2016 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 08:30 Reageer op dit bericht

Aly Freije

De Nederlandse dichteres Aly Freije werd geboren in Veelerveen op 30 juli 1944. Freije groeide op in Oost-Groningen. Zij studeerde sociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zij werkte als docent en later als leerplanontwikkelaar en vakdidacticus in het tweedekansonderwijs. Daarna was zij een aantal jaren werkzaam bij een landelijk informatiecentrum voor schrijvers in Amsterdam (1993-2000). Voor “Schrijven Magazine” schreef ze artikelen over schrijfprocessen en schrijfdidactiek. Freije gaf jarenlang schrijfcursussen aan groepen van beginnende tot meer ervaren schrijvers en ontwikkelde, in samenwerking met beeldende kunstenaars, creatieve projecten en schrijfworkshops. Ze schrijft in het Nederlands en in het Gronings. Ze won de Freudenthal-prijs voor Nedersaksische literatuur 2008. Werk van haar verscheen ook in diverse bloemlezingen en verzamelbundels. Gedichten verschenen op internet tijdschriften als 'De Contrabas', ‘De Brakke Hond’, 'Tzum' , ‘Krakatau’ en Gierik & Nieuw Vlaams Tijdschrift. Freije werkt tegenwoordig als docente schrijven aan de Schrijversvakschool Groningen. In 2008 ontving zij de Duitse Freudenthal-prijs voor nieuwe Nedersaksische literatuur en in 2009 de Provinciale Literaire Prijs van Stichting 't Grunneger Bouk.

 

Hokkelingen

Een hoopje nattig bont leert te beginnen
op hoge poten, de vastberadenheid
om steeds weer struikelend op te krabbelen

ik kruip in het kalverhok tegen haar krullerig lijf
in vers stro, roestig bloed en moederkoek
van nageboorte, gespeend van melk en tepels
dromen we elkaars adem weg

straks dansen we de wankelbenen los
in klavervelden, reikhalzen aan de waterkant
al weten we van kuddegeest, wetten
van ruilverkaveling, prikkeldraad, we leggen ons
in de avond neer, herkauwen, leren bivakkeren in onszelf

en in alle weiden bij tegenwind, gesloten hekken
de plek die we verlaten hebben, de warmte
blijven voelen, waar de moeder lag.

 

 

Zij vervoegt de klei

Scheuren trekt ze in de klei, demonteert haar meisjesjaren
onderzoekt gedachtekieren, kneedt woorden, bergt
geheimen op, kan er zomaar tussen vallen

– diep zijn de sporen die de vader met rechte hand
haar jeugd in ploegt, hij wijst haar het eerste groen
van wintertarwe, bij God, over de dijk komen alle lijnen samen

hij legt haar languit in de voren, van dichtbij ziet ze
barsten, lieveheersbeestjes ontvouwen vleugeltjes
van glas, zij wil op blote voeten over stoppelvelden rennen
–

bij schemer is zij soms te zien met wilde eenden, ze glijden
samen door de klei, glippen sloten in, zoeken bodems af in kopstand

waar de boer onafgebroken zijn lijnen trekt, waggelt
ze achter hem aan, vindt koppig zijn grote hand terug
kneedt de klei in nieuwe vormen.

 

 2078740-b4d51e13af7e23165b8461e25b05cc71.jpg
Aly Freije (Veelerveen, 30 juli 1944)



Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten