Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 2 augustus 2017 tot 3 augustus 2017

Jan Campert, Rupert Brooke, Radek Knapp, P. D. James, Marica Bodrozic, Mirko Wenig

 

Dolce far niente

 

 2060573-ff919bbbd217c3f6d18692437fec0940.jpg
Amstel Hotel en Hoge Sluis, Amsterdam door Titus Meeuws, 2012

 

 

Het lied van Amsterdam

Verlaat ’t Centraal en zie de stad,
die zich voor de stad ontvouwt
gelijk een waaier, baan naast baan,
van parelgrijs en goud.
Het parelgrijs der morgenlucht,
die over de Amstel stijgt,
het goud van zon en herfstseizoen,
dat al ten einde neigt.

Welk oord gij ook om haar verliet,
zij komt u tegemoet
met kaden, Damrak en de bBeurs
en schepen onder ’t roet,
met torens rank breed en sterk van steen
en rank van makelij
en, als ge goede oren hebt,
met roepen over ’t Y.

Daar is geen stad als Amsterdam
zoo ruim en zoo vertrouwd;
als ik een huis te bouwen had,
ik had het hier gebouwd
met vensters waar al ’t licht door stroomt,
dat van den Amstel slaat,
wanneer de winter ’t water stremt
en ’t volk te schaatsen gaat.

Wie ’s avonds voor die vensters staat
hij ziet den warmen gloed,
die boven Leidsche en Rembrandtplein
de wolken walmen doet doet;
hij ziet, wanneer hij oogen heeft,
de onbewogen wacht
van Heerengracht en Keizersgracht
bij ’t ingaan van de nacht.

Die, trouwloos van aard als ik,
eens Amsterdam verried,
hij vindt geen rust aleer zijn schuld
gedelgd is met een lied
en waar hij zwerft en wat hij zoekt
vindt hij ter wereld niet,
voordat hij weer de duiven rond
den Westertoren ziet.

En niet aleer zijn voetstap weer
de oude stad hervindt,
de Wallen, ’t Kolkje, de Zeedijk,
of voordat hij de wind
bij Schreierstoren heeft gevoeld
te waaien door zijn haar,
niet eer houdt Amsterdam voor hem
haar liefste vreugde klaar.

Want die het diepste wordt bemind
zij toeft in Amsterdam,
zoo brandt, in edel goud gevat,
‘t juweel gelijk een vlam,
en waar het hart slaat van mijn land
slaat ook haar franke hart
rood is haar mond, o Amsterdam,
en zie haar haren zwart.

Nu dit beeld mij niet meer verlaat,
bij dag niet noch bij nacht
weet ik dat ieder sterveling
wel eens wordt thuisgebracht.
Hij neemt zijn staf, hij schoeit den voet
en keert vanwaar hij kwam;
hij delgt zijn schuld en dicht een lied
voor haar en Amsterdam.

 

 2060573-0c79b613daaa252a6f00cd18eef279a0.jpg
Jan Campert (15 augustus 1902 - 12 januari 1943)
Spijkenisse, Korenmolen Nooit Gedacht. Jan Campert werd geboren in Spijkenisse.

 

 

De Britse dichter Rupert Brooke werd geboren in Rugby, Engeland, op 3 augustus 1887. Zie ook mijn blog van 3 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Rupert Brooke op dit blog.

 

Mummia

As those of old drank mummia
To fire their limbs of lead,
Making dead kings from Africa
Stand pandar to their bed;

Drunk on the dead, and medicined
With spiced imperial dust,
In a short night they reeled to find
Ten centuries of lust.

So I, from paint, stone, tale, and rhyme,
Stuffed love's infinity,
And sucked all lovers of all time
To rarify ecstasy.

Helen's the hair shuts out from me
Verona's livid skies;
Gypsy the lips I press; and see
Two Antonys in your eyes.

The unheard invisible lovely dead
Lie with us in this place,
And ghostly hands above my head
Close face to straining face;

Their blood is wine along our limbs;
Their whispering voices wreathe
Savage forgotten drowsy hymns
Under the names we breathe;

Woven from their tomb, and one with it,
The night wherein we press;
Their thousand pitchy pyres have lit
Your flaming nakedness.

For the uttermost years have cried and clung
To kiss your mouth to mine;
And hair long dust was caught, was flung,
Hand shaken to hand divine,

And Life has fired, and Death not shaded,
All Time's uncounted bliss,
And the height o' the world has flamed and faded,
Love, that our love be this!

 

Wagner

Creeps in half wanton, half asleep,
One with a fat wide hairless face.
He likes love-music that is cheap;
Likes women in a crowded place;
And wants to hear the noise they're making.

His heavy eyelids droop half-over,
Great pouches swing beneath his eyes.
He listens, thinks himself the lover,
Heaves from his stomach wheezy sighs;
He likes to feel his heart's a-breaking.

The music swells. His gross legs quiver.
His little lips are bright with slime.
The music swells. The women shiver.
And all the while, in perfect time,
His pendulous stomach hangs a-shaking.

 

 2060573-e411cea18aae8322f99dd150621dbbde.jpg
Rupert Brooke (3 augustus 1887 – 23 april 1915)

 

 

De Pools-Oostenrijkse schrijver Radek Knapp werd geboren op 3 augustus 1964 in Warschau. Zie ook alle tags voor Radek Knapp op dit blog en ook mijn blog van 3 augustus 2010 

Uit: Der Mann, der Luft zum Frühstück aß

„Niemand wusste so richtig, was im Kopf meiner Mutter vorging. Leute, die sie kannten, behaupteten, dass dort eine entzückende Leere herrschte, andere wiederum konnten geradezu den Donner hören, den der eingeschlossene Geist beim Nachdenken erzeugte.
Tatsache war, dass sie manchmal zu erstaunlichen Kopfgeburten fähig war, deren volle Wucht als Erstes mich, ihren einzigen Sohn, traf.
Ihre erste Kopfgeburt war fast schon amüsant. Sie gab mir nicht den Namen Jan, wie es bereits ausgemacht war, sondern Walerian. So hieß das Beruhigungsmittel, das sie dazu brachte, meine Geburt zu verschlafen, und sie befand, dass ein derart gelungenes Präparat entsprechend verewigt werden müsste.
Dass sie mich dadurch für mein ganzes Leben zu einer Lachnummer abstempelte, war nicht so wichtig wie die Tatsache, dass sie von da an in meiner Gegenwart eine Entspannung verspürte, die andere Mütter beim Anblick ihrer Brut niemals empfanden. Trotzdem machte sie davon nicht oft Gebrauch, und als ich ein Jahr alt war, verzichtete sie aus unerfindlichen Gründen völlig darauf. Sie tauchte eines Tages mit mir auf dem Arm im Haus meiner Großeltern auf und bat sie, über das Wochenende auf mich aufzupassen. Sie kam erst nach elf Jahren wieder zurück und fragte, als ob nichts geschehen wäre, wo ich gerade sei. Auf die ironische Frage meiner Großmutter, ob die Uhr ihrer Tochter für elf Jahre stehengeblieben war, gab sie eine Antwort, die in ihrer Ehrlichkeit schon wieder bewundernswert war: Sie sei nicht nur Mutter, sondern auch eine Frau, deren Schwangerschaft unglücklicherweise mit ihrer Jugend zusammengefallen war. Sie sei dieser genauso viel schuldig wie mir, wenn nicht mehr, denn die Jugend ginge schnell vorbei; ich hingegen würde noch da sein, wenn sie schon alt und runzlig wäre. Ganz abgesehen von der allgemeinen Verachtung, die ihr dieses Geständnis einbrachte, galt sie von da an als unberechenbar wie eine nordkoreanische Atombombe. Tief gekränkt von dem Vergleich mit einer Massenvernichtungswaffe, entwickelte sie die nächste Idee, die meinem Leben eine Richtung gab, die niemand und am wenigsten ich mir erträumt hätte.“

 

 2060573-f3843ccc12ac5eab6c4608e9ceb2b9df.jpg
Radek Knapp (Warschau, 3 augustus 1964)

 

 

De Engelse schrijfster P. D. James (eig. Phyllis Dorothy James) werd geboren op 3 August 1920 in Oxford. Zie ook alle tags voor P. D. James op dit blog.

Uit:The Murder Room

“On Friday 25 October, exactly one week before the first body was discovered at the Dupayne Museum, Adam Dalgliesh visited the museum for the first time. The visit was fortuitous, the decision impulsive and he was later to look back on that afternoon as one of life's bizarre coincidences which, although occurring more frequently than reason would expect, never fail to surprise.
He had left the Home Office building in Queen Anne's Gate at two-thirty after a long morning meeting only briefly interrupted by the usual break for brought-in sandwiches and indifferent coffee, and was walking the short distance back to his New Scotland Yard office. He was alone; that too was fortuitous. The police representation at the meeting had been strong and Dalgliesh would normally have left with the Assistant Commissioner, but one of the Under Secretaries in the Criminal Policy Department had asked him to look in at his office to discuss a query unrelated to the morning's business, and he walked unaccompanied. The meeting had produced the expected imposition of paperwork and as he cut through St James's Park Underground station into Broadway he debated whether to return to his office and risk an afternoon of interruptions or to take the papers home to his Thames-side flat and work in peace.
There had been no smoking at the meeting but the room had seemed musty with spent breath and now he took pleasure in breathing fresh air, however briefly. It was a blustery day but unseasonably mild. The bunched clouds were tumbling across a sky of translucent blue and he could have imagined that this was spring except for the autumnal sea-tang of the river -- surely half imagined -- and the keenness of the buffeting wind as he came out of the station.
Seconds later he saw Conrad Ackroyd standing on the kerb at the corner of Dacre Street and glancing from left to right with that air of mingled anxiety and hope typical of a man waiting to hail a taxi.”

 

 2060573-0044d23363b714a3c1d952508b3854f5.jpg
P. D. James (3 augustus 1920 -27 November 2014)
Cover DVD

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Marica Bodrozić werd geboren op 3 augustus 1973 in Zadvarje in het toenmalige Joegoslavië. Zie ook mijn blog van 3 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Marica Bodrozić op dit blog.

Uit: Tito ist tot

„Im Dorf sprach man seit Tagen über nichts anderes mehr. Der Fernseher lief heiß, und Großvater begriff nicht, weshalb ein Mensch, der doch soeben gestorben war und den man bereits unter die Erde gelegt hatte, auf dem Bildschirm hin- und herlaufen konnte. Was in Großvaters Kopf vorging, ob er diese Erscheinung Titos in die Welt der Magie, der Engel und der Teufel verbannte oder ob er sie als ein Mysterium der modernen Welt wahrnahm, werde ich nie erfahren.
Ich weiß nur, daß ihn die flimmernden Bilder irritierten. Insbesondere jene berühmten Liebesszenen in amerikanischen Filmen, die ihn wie ein pythischer Wasserfall überrollten. Eine Kußszene auf dem Bildschirm fand für ihn tatsächlich statt, und er schimpfte über die Unverfrorenheit der Frauen, die sich nicht darum scherten, daß er ihnen beim Küssen zusah. Diese ver-teufelten Lippen, die sich nicht mehr voneinander zu lösen schienen, kamen in seinen Augen einer Entweihung gleich.
Mein anfängliches Glucksen über Großvaters Unwissenheit verstummte bald. Auf seine Frage, was denn die Bilder anderes als die Wahrheit selbst seien, fiel mir nichts ein. Konnte diese Kußszene denn etwas anderes bedeuten ? Gab sie wirklich nur vor, echt zu sein, und hielt sie denn das Versprechen nicht ?
An diesem Tag waren die amerikanischen Kußszenen vom Bildschirm verschwunden. Man ersetzte sie durch rote Nelken, durch Generäle und schwarz gekleidete Nachrichtensprecher, durch Kinder, die Gedichte für den Herrn Josip auswendig lernten und ihre niedlichen Köpfe vor Tausenden von Kameras reckten. Die stolzen Mütter weinten und putzten sich synchron die Nasen, die von der ständigen Reiberei wund geworden waren. Der Tod des Genossen hatte sie – hatte uns alle – in tiefe Trauer gehüllt.
Josip Broz-Tito war tot, der Mann, der mit seiner riesigen runden Brille in meinem Klassenraum hing und dessen Bild ich als Anstecker bei meiner Pionierseinweihung erhalten hatte, zusammen mit dem partisanenartigen Mützchen, dem roten Stern und dem roten Halstuch. Sein durchdringender Blick schmückte jedes Schusterlädchen, jeden noch so blutigen Metzgerladen, jedes verstaubte Lehrerzimmer eines weltvergessenen Bergdorfs, jedes Einkaufszentrum, jedes Amtszimmer und jedes Schulzimmer.“

 2060573-227555e6663c1cc357e895d2c080e74f.jpg
Marica Bodrozić (Zadvarje, 3 augustus 1973)

 

 

De Duitse dichter Mirko Wenig werd geboren op 3 augustus 1977 in Gera. Zie ook mijn blog van 3 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Mirko Wenig op dit blog.

 

Ökologischer Landbau Ostthüringen

doch ich habe da einen Verdacht:

der Himmel trägt
ein Dirndl
& das Feld ist
regenüberspült.

du: hingehockt unter der schüchternen Sonne
zurechtgekrümmt auf einem Plastikhocker
wartend auf das nächste große
Event (Revolution,
Platzregen, Mittagspause):

verstehst du die Syntax der Pflanzen?
Was kann das Wetter dafür.

& als die Hand
durch das Gras fährt
ein Stich & ein Schrei: aha,
hier weiß man sich zu wehren.

Mit Dornen am Stängel
& Hunden vor dem Haus,
mit Stacheldrahtzaun
gegen Apfelklaukinder

& mit Heimatradiofrequenzen
gegen Subventionsabbau,
gegen hohe Preise &
polnische Gastarbeiter & überhaupt
gegen den Lauf der Welt:

hier weiß man sogar ums Wetter.

Doch dort, dein Freund, der vierblättrige Klee:
er weiß um nichts
robbt sich am Boden entlang
ist Nutzpflanze & Futter für die Tiere
ist aufgepäppelt & hochgezüchtet
& resistent sogar gegen Schädlinge,
ist restlos modern.

 

 2060573-cffcbee8dd73dca41a2297f583ec9f8e.jpg
Mirko Wenig (Gera, 3 augustus 1977)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e augustus ook mijn blog van 3 augustus 2016 en mijn blog van 3 augustus 2015 en ook mijn blog van 3 augustus 2013 en mijn blog van 3 augustus 2012 en eveneens mijn blog van 3 augustus 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 11:59 Reageer op dit bericht

Jussi Adler-Olsen, James Baldwin, Isabel Allende, Kristine Bilkau, Philippe Soupault, Ernest Dowson, Zoltán Egressy, Caleb Carr, Félix Leclerc

De Deense schrijver Carl Henry Valdemar Jussi Adler-Olsen werd geboren op 2 augustus 1950 in Kopenhagen. Zie ook alle tags voor Jussi Adler-Olsen op dit blog.

Uit: Selfies (Vertaald door Kor de Vries)

“Zoals altijd droeg haar gezicht de sporen van de voorbije nacht. Haar huid was een beetje uitgedroogd en de donkere kraters onder haar ogen leken dieper dan toen ze naar bed ging.
Denise trok grimassen naar haar spiegelbeeld. Nu was ze een uur bezig geweest om de schades te herstellen en het werd nooit goed genoeg.
‘Je ziet eruit als een hoer en zo stink je ook,’ aapte ze haar moeders stem na terwijl ze haar ogen nog wat extra aanzette.
Op de zit-slaapkamers om haar heen kondigde het lawaai aan dat de andere huurders eindelijk wakker werden en dat het snel weer avond was. Het was een bekende deken van geluid: het gerinkel van flessen, het bij elkaar aankloppen om sigaretten te bietsen, een continu rennen naar het versleten ‘toilet met douche’, dat in het huurcontract ‘luxueus’ werd genoemd.
Nu was de minisamenleving van de onderklasse Denen in een van de donkerder straten van Frederiksstaden eindelijk op gang gekomen, op weg naar een volgende avond zonder uitgesproken doel.
Na een ogenblik keren en draaien stapte ze naar de spiegel toe en bekeek haar gezicht van dichterbij.
‘Spiegeltje spiegeltje aan de wand, wie is de mooiste van het land?’ zei ze met een verwaande glimlach terwijl ze haar spiegelbeeld met haar vingertoppen liefkoosde. Ze tuitte haar lippen, liet haar vingers langs haar heupen omhoog naar haar borsten glijden en verder langs haar nek door haar haar. Vervolgens plukte ze een paar pluisjes van haar angorablouse, bracht wat foundation aan op een paar plekjes die onvoldoende waren bedekt en stapte heel tevreden achteruit. Haar geëpileerde en omhoog gestreken wenkbrauwen hadden samen met de Neulash-versterkte wimpers haar ‘appearance’, zoals zij het noemde, verstevigd. Het had haar blik dieper en de gloed van haar iris intenser gemaakt en gaf haar met weinig middelen een extra snufje onbenaderbaarheid.
Kort gezegd was ze klaar om de wereld te betoveren.”

 

 2060438-e3bbee55b94f6a11c526fed640fa15b2.jpg
Jussi Adler-Olsen (Kopenhagen, 2 augustus 1950)

 

 

De Amerikaanse schrijver James Baldwin werd op 2 augustus 1924 in Harlem, New York, geboren. Zie ook mijn blog van 2 augustus 2010 en eveneens alle tags voor James Baldwin op dit blog.

Uit:The fire next time

“Dear James:
I have begun this letter five times and torn it up five times. I keep seeing your face, which is also the face of your father and my brother. Like him, you are tough, dark, vulnerable, moody — with a very definite tendency to sound truculent because you want no one to think you are soft. You may be like your grandfather in this, I don't know, but certainly both you and your father resemble him very much physically. Well, he is dead, he never saw you, and he had a terrible life; he was defeated long before he died because, at the bottom of his heart, he really believed what white people said about him. This is one of the reasons that he became so holy. I am sure that your father has told you something about all that. Neither you nor your father exhibit any tendency towards holiness: you really are of another era, part of what happened when the Negro left the land and came into what the late E. Franklin Frazier called "the cities of destruction." You can only be destroyed by believing that you really are what the white world calls a nigger. I tell you this because I love you, and please don't you ever forget it.
I have known both of you all your lives, have carried your Daddy in my arms and on my shoulders, kissed and spanked him and watched him learn to walk. I don't know if you've known anybody from that far back; if you've loved anybody that long, first as an infant, then as a child, then as a man, you gain a strange perspective on time and human pain and effort. Other people cannot see what I see whenever I look into your father's face, for behind your father's face as it is today are all those other faces which were his. Let him laugh and I see a cellar your father does not remember and a house he does not remember and I hear in his present laughter his laughter as a child. Let him curse and I remember him falling down the cellar steps, and howling, and I remember, with pain, his tears, which my hand or your grandmother's so easily wiped away“

 

2060438-d6706c878835d71bef5ee7ca8a6d441d.jpg
James Baldwin (2 augustus 1924 – 1 december 1987)

 

 

De Chileense schrijfster Isabel Allende werd geboren in Lima op 2 augustus 1942. Zie ook alle tags voor Isabel Allende op dit blog en ook mijn blog van 2 augustus 2010.

Uit:De Japanse minnaar (Vertaald door Henk van den Heuvel)

“Irina Bazili ging bij Lark House aan de slag in 2010, drieëntwintig jaar jong en zonder veel illusies, want al sinds haar vijftiende zwierf ze van stad tot stad als een meisje van twaalf ambachten en dertien ongelukken. Ze kon niet vermoeden dat ze in dit bejaardencentrum bij Berkeley haar ideale werkkring zou vinden en dat ze in de drie jaar die volgden even gelukkig zou worden als in haar kindertijd, voordat het noodlot haar toekomst had vergald. Lark House was rond 1950 gesticht om bejaarden met een schamel inkomen een menswaardig onderdak te bieden en had door onduidelijke oorzaken vanaf het begin progressieve intellectuelen, overtuigde esoterici en minder geslaagde kunstenaars aangetrokken. Met de jaren was het in een aantal opzichten veranderd, maar nog steeds liet het ieder van zijn bewoners naar draagkracht betalen om zo in theorie een vorm van maatschappelijke en raciale diversiteit na te streven. In de praktijk bleken het allemaal blanken uit de middenklasse, de diversiteit beperkte zich tot een mistig onderscheid tussen vrijdenkers, personen die het in het spirituele zochten, sociale actievoerders, milieuactivisten, nihilisten en een paar van de weinige hippies die er rond de Baai van San Francisco nog in leven waren.
Tijdens Irina’s eerste gesprek met Hans Voigt, de directeur van het centrum, liet deze haar weten dat ze nog te jong was voor zo’n verantwoordelijke functie. Maar omdat er dringend in een vacature op de afdeling administratie en begeleiding moest worden voorzien, mocht ze als invalkracht aan het werk zolang de juiste gegadigde niet was gevonden.”

 

 2060438-5d7482eba900999994b58cada8381427.jpg
Isabel Allende (Lima, 2 augustus 1942)

 

 

De Duitse schrijfster Kristine Bilkau werd geboren op 2 augustus 1974 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Kristine Bilkau op dit blog.

Uit: Die Glücklichen

„Auf dem Herd zischt die espressokanne, dazu hat Georg wieder Milch aufgesetzt. »Da ist Kaffee, wenn du möchtest«, sagt er, den Blick weiter auf die Zeitschrift ge­richtet. sie stellt die Gasflamme aus, »ich bin heut nicht müde«, sagt sie, kann jedoch ein Gähnen nicht unterdrücken. Georg blickt sie fragend an, sie hält sich die Hand vor den Mund und muss lachen. »ich brauch heut keinen Kaffee, ich bin konzentriert genug.« Die Milch gießt sie in einen Becher und rührt Honig hinein, Koffein kann Hände zittern lassen, warme Milch beruhigt die nerven.
Sie hat konzentriertgesagt, obwohl sie angespannt dachte. Doch sie will nicht Georgs neugier wecken, sie will nicht darüber reden. es wird von allein vergehen, wenn sie erst in ihren alten Rhythmus zurückgefunden hat. seit es Matti gibt, fallen ihr abends die Augen zu, nun muss sie um diese Zeit wieder hellwach sein. nach der Vorstellung geht es für manche Kollegen noch weiter, in den Nacht­club des Theaters, wo ihnen die Bühne gehört, wo sie das spielen dürfen, was sie wirklich wollen. Sie aber wird nach Hause eilen, nichts wie ins Bett gehen, sie wird auf den Schlaf warten und wissen, dass Matti sie bald rufen wird, selten schafft er mehr als drei oder vier stunden am Stück ohne aufzuwachen. Ihre nimmermüden Ohren werden seine Stimme oder sein Weinen erwarten. Die Leucht­ziffern des Weckers im Auge, wird sie an den kommenden Tag und den nächsten Abend denken. sie hat Sehnsucht nach den letzten Wochen der Schwangerschaft, nach der Langsamkeit und der Ruhe dieser Zeit. als sie zu Hause Musik machte, ohne Dirigent, ohne Kollegen, ohne Publikum.
Sie spielte für einen unsichtbaren Menschen. Ihre Musik und die Gegenwart des Kindes, das sich unter ihrer Bauchdecke regte. sie war allein und wusste doch: Jemand hört mich.“

 

 2060438-1715ea1a4b74b32b14a424af6c109643.jpg
Kristine Bilkau (Hamburg, 2 augustus 1974)

 

 

De Franse dichter en schrijver Philippe Soupault werd geboren op 2 augustus 1897 in Chaville bij Parijs. Zie ook alle tags voor Philippe Soupault op dit blog en ook mijn blog van 2 augustus 2010.

 

Rien que cette lumière

Rien que cette lumière que sèment tes mains
Rien que cette flamme et tes yeux
Ces champs cette moisson sur ta peau
Rien que cette chaleur de ta voix
Rien que cet incendie
Rien que toi

Car tu es l’eau qui rêve
Et qui persévère
L’eau qui creuse et qui éclaire
L’eau douce comme l’air
L’eau qui chante
Celle de tes larmes et de ta joie

Solitaire que les chansons poursuivent
Heureux du ciel et de la terre
Forte et secrète vivante
Ressuscitée
Voici enfin ton heur

 

 

Plus jamais

Je sais désormais que la vieillesse c’est déjà l’enfer
les remords les regrets les souvenirs
et les expériences l’expérience
ne plus être ce qu’on avait été
ne plus pouvoir aimer
et savoir que l’on pouvait aimer
Les témoignages du temps passé
Ne pouvoir oublier ce qu’on voulait oublier
et ces gloires que l’on sait posthumes
Ne pouvoir recommencer les commencements
Tendre les mains les bras les lèvres
et n’offrir que le néant
les mains vides les bras ouverts les lèvres ouvertes
et puis rien rien que rien
Pas la solitude mais l’absence

 

 2060438-1c46b0662c6b0585bac1cde317aa294f.jpg
Philippe Soupault (2 augustus 1897 – 12 maart 1990)
Soupault (links) met de Tsjechische dichter Vítězslav Nezval in 1927

 

 

De Engelse dichter Ernest Christopher Dowson werd geboren op 2 augustus 1867 in Lee, een wijk in het zuidoosten van Londen. Zie ook alle tags voor Ernest Dowson op dit blog.

 

Amor Profanus

Beyond the pale of memory,
In some mysterious dusky grove;
A place of shadows utterly,
Where never coos the turtle-dove,
A world forgotten of the sun:
I dreamed we met when day was done,
And marvelled at our ancient love.

Met there by chance, long kept apart,
We wandered through the darkling glades;
And that old language of the heart
We sought to speak: alas! poor shades!
Over our pallid lips had run
The waters of oblivion,
Which crown all loves of men or maids.

In vain we stammered: from afar
Our old desire shone cold and dead:
That time was distant as a star,
When eyes were bright and lips were red.
And still we went with downcast eye
And no delight in being nigh,
Poor shadows most uncomforted.

Ah, Lalage! while life is ours,
Hoard not thy beauty rose and white,
But pluck the pretty fleeing flowers
That deck our little path of light:
For all too soon we twain shall tread
The bitter pastures of the dead:
Estranged, sad spectres of the night.

 

 2060438-d8e1fbc865439d7468fae65919c2887d.jpg
Ernest Dowson (2 augustus 1867 – 23 februari 1900) 

 

 

De Hongaarse dichter en schrijver Zoltán Egressy werd geboren in Boedapest op 2 augustus 1967. Zie ook mijn blog van 2 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Zoltán Egressy op dit blog.

Uit: Sauerampfer und Bratkartoffeln oder Die Drei Idioten (Vertaald door Géza Révay)

“Schiedsrichter:
Egal. Dann mach ich’s allein. Egal. Ich schaffe Ordnung. Stille. Es gab ein Diósgyôr-Honvéd, irgendwann. Da gibt’s ein Publikum, das wisst ihr auch. Der Schiedsrichter hat, ich weiß nicht mehr, wer er war, hat für Honvéd in der letzten Minute einen Freistoß gepfiffen.
Sie haben das Tor gemacht und haben dadurch 1:0 gewonnen.
Aber hinterher musste man den Schiedsrichter in Polizeiuniform hinausschmuggeln. Die Fans haben noch um Mitternacht die Ausfallstraßen mit ihren Wagen verbarrikadiert und am Bahnhof jeden
Zug durchsucht. Der Schiedsrichter wurde in einem Polizeiauto aus der Stadt gebracht, dabei war der Freistoß berechtigt! Ich sag’s nur, weil auch ich immer das pfeife, was angesagt ist."

 

 2060438-a6b20001a599c052375a75fcbf1f4480.JPG
Zoltán Egressy (Boedapest, 2 augustus 1967)

 

 

De Amerikaanse schrijver en historicus Caleb Carr werd geboren op 2 augustus 1955 in New York. Zie ook alle tags voor Caleb Carr op dit blog en ook mijn blog van 2 augustus 2010

Uit: The Angel of Darkness

“June 19th, 1919
There's likely some polished way of starting a story like this, a clever bit of gaming that'd sucker people in surer than the best banco feeler in town. But the truth is that I haven't got the quick tongue or the slick wit for that kind of game. Words haven't figured much in my life, and though over the years I've met many of what the world counts to be the big thinkers and talkers of our times, I've stayed what most would call a plain man. And so a plain way of starting will suit me well.
The first thing to do, along these plain lines, is to say why I've closed the shop up and come into the back office on a night when there's still plenty of business that might be done. It's a fine evening, the kind what I used to live for: a night when you can take in all the affairs of the avenue with nothing more than your shirtsleeves for cover, blowing the smoke of a dozen good cigarettes up to the stars above the city and feeling, on balance, like maybe there's some point to living in this madhouse after all. The traffic--gasoline-powered automobiles and trucks these days, not just clattering old nags dragging carriages and carts--has slowed quite a bit with the passing of midnight, and soon the after-supper ladies and gents will be over from the Albemarle Hotel and the Hoffman House to pick up their fine-blended smokes. They'll wonder why I've dosed early, but they won't wonder long before heading for some other shop; and after they've gone, quiet will settle in around this grand Flatiron Building with a purpose. She still lords it over Madison Square, the Flatiron does, with her solitary, peculiar silhouette and her fussy stone face, all of which, at the time she was built, had architects and critics going at each other tooth and nail. The Metropolitan Life Tower across the park may be taller, but it doesn't have near the style or presence; and next to the Flatiron, buildings like Madison Square Garden, topped by its once-shocking statue of naked Diana, just seem like hangovers from another age, an age that, looking back, feels like it passed in the space of a night. It was a gay night, many folks'd say; but for some of us, it was a strange and dangerous time, when we learned things about human behavior that most sensible people would never want to know. Even the few that might've been curious got all the grimness they could stand from the Great War. What people want now's a good time, and they want it with a vengeance.”

 

 2060438-e2500a66c3eab69f2e2c7bb576bae695.jpg
Caleb Carr (New York, 2 augustus 1955)
Cover

 

 

De Frans-Canadese dichter, schrijver, acteur, zanger en politiek activist Félix Leclerc werd geboren op 2 augustus 1914 in La Tuque, Quebec, Canada. Zie ook alle tags voorFélix Leclerc op dit blogen ook mijn blog van 2 augustus 2010

 

L\'hymne au printemps

Les blés sont mûrs et la terre est mouillée
Les grands labours dorment sous la gelée
L'oiseau si beau, hier, s'est envolé
La porte est close sur le jardin fané...

Comme un vieux râteau oublié
Sous la neige je vais hiverner
Photos d'enfants qui courent dans les champs
Seront mes seules joies pour passer le temps

Mes cabanes d'oiseaux sont vidées
Le vent pleure dans ma cheminée
Mais dans mon cœur je m'en vais composer
L'hymne au printemps pour celle qui m'a quitté

Quand mon amie viendra par la rivière
Au mois de mai, après le dur hiver
Je sortirai, bras nus, dans la lumière
Et lui dirai le salut de la terre...

Vois, les fleurs ont recommencé
Dans l'étable crient les nouveau-nés
Viens voir la vieille barrière rouillée
Endimanchée de toiles d'araignée

Les bourgeons sortent de la mort
Papillons ont des manteaux d'or
Près du ruisseau sont alignées les fées
Et les crapauds chantent la liberté
Et les crapauds chantent la liberté...

  

 2060438-d9b293f36475a906207aa826e8abe9ab.jpg
Félix Leclerc (2 augustus 1914 – 8 augustus 1988)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e augustus ook mijn blog van 2 augustus 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:41 Reageer op dit bericht

Taha Adnan

De Belgisch-Marokkaanse dichter en schrijver Taha Adnan werd geboren op 2 augustus 1970 in Assfi, Marokko. Hij groeide op in Marrakesh en woont sinds 1996 in Brussel, waar hij werkt bij het Ministerie voor Franstalig Onderwijs. Hij publiceerde drie dichtbundels in het Arabisch en een in het Frans getiteld “Transparences” (2006). Hij organiseert een jaarlijks Arabisch literair festival, Al-Salon al-Adabi in Brussel. Adnan runt de Brusselse Arabische literaire salon. Zijn gedichten zijn vertaald in het Frans en het Spaans. Hij won de tweede prijs op het Internationaal Arabisch Festival van Monodrama in de Verenigde Arabische Emiraten 2011.

 

Exil du sable

Comme si du sable
Nous commencions ces lignes
Comme si du sable
Nous commencions ces pas
Comme si le chemin qui nous sépare
Et les steppes de la tranquillité
Ne sont que pièges
Tissés par les araignées
A travers nos chemins
Pour chasser les gelinottes
Comme si du sable
Nous commencions ces lignes
Comme si, aux ténèbres des déserts
Nous accompagnons la flamme de ce bois
Toi l’oiseau ignoré par les hauteurs
Tu ne t’es pas encore aperçu
Par quelle plaine
Le sable du désert change ses apparences
Pour dessiner l’architecture de l’égarement
Tu ne t’es pas encore aperçu
Quel papillon est papillon
Et quel papillon est allusion?
Et te voilà
Continuant à boire la route d’un trait
Jusqu’à ce que la neige de tes défaites
Devienne entre tes compassions répétées
Une flamme brûlante
Je t’ai déjà averti
(T’en souviens-tu maintenant?)
De ne pas abandonner tes souliers
Dans les chemins en friche
Dans les parcours qui,
Bien avant que tes pieds ne s’habillent de doigts,
Les pas de ceux qui t’ont précédé
L’ont déjà essayé
Et ont traversé ses déserts et ses steppes
- Oh mon cœur -
Dès l’aube de l’insouciance
Au crépuscule de la fatigue
Comme si du sable
Nous commencions ces lignes
Comme si vers l’exil du sable
Nous rampions
Nous rampions
Tout chemin
N’est pas un chemin
Voilà pourquoi c’est ici,
Dans la tourmente des vents errants,
Que tu as retrouvé
La mort
Et tu demeureras
Nostalgique d’un rêve lointain
Qui a tant désiré ton exaltation
Il a retiré de ton cœur sa lumière
Et il t’a jeté là où
Il n’y a point de lumière
Et te voilà maintenant
T’éteindre
Exil.

 

Vertaald door Monia Boulila

 

 2144786-c964179a3941a007695753968d7ab280.jpg
Taha Adnan (Assfi, 2 augustus 1970)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten