Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 9 augustus 2017 tot 10 augustus 2017

Kees van Kooten, Alfred Döblin, Moses Isegawa, Mark Doty, Jerzy Pilch, Elvis Peeters, Michail Zostsjenko, Piet Bakker, René Crevel

De Nederlandse schrijver en cabaretier Kees van Kooten werd geboren op 10 augustus 1941 in Den Haag. Zie ook mijn blog van 10 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Kees van Kooten op dit blog.

Uit: Leve het welwezen

“De volgende dag vertrok onze familie, want in Nederland gingen de scholen alweer bijna beginnen. Mijn vrouw en ik zouden nog een dag of tien hier blijven. Daar blijven, bedoel ik. Ik zwom iedere dag mijn vaste kwartiertje, maar begon al na een paar schoolslagen van die rare zware armen en schouders te krijgen. Dus gestopt met zwemmen, maar de borstpijn bleef zeuren. En nog iets nieuws: lopend van het huis naar de schuur en weer terug moest ik regelmatig halt houden om op adem te komen. Thuis natuurlijk niks zeggen. Sterke aandrang om een paar maal per dag in het geniep te gaan liggen slapen. Dit nog niet eerder meegemaakt.
Ik belde onze huisarts in Amsterdam en vroeg of hij op maandag 25 augustus even vijf minuten naar mij zou willen luisteren. Afgesproken. Tien uur ’s ochtends. Wij vingen onze terugtocht aan op de vrijdagmiddag hieraan voorafgaand.
Het autorijden viel mee: in zittende positie had ik nauwelijks pijn. En we reden om beurten. Twee keer overnacht. Maar toen ik ’s avonds voor het hotel onze twee weekendtassen uit de auto tilde moest ik ze onderweg naar de kamer vier à vijf keer neerzetten.
Zondagavond rond middernacht weer thuis in Amsterdam. Tot een uur of drie als een bezetene gegraven in de opgehoopte kubieke meter post, kranten en bladen. Ik lag tien nummers van het Amerikaanse weekblad The New Yorker achter. Ik ben (was) abonnee sinds 1972. Hier kom ik nog op terug.
Tegen drieën naar bed. Wekker op zeven uur gezet, want ik wilde mijn twee kleinkinderen verrassen. Na deze nerveuze hazenslaap schoot ik haastig dezelfde kleren aan die ik vier uur terug had uitgetrokken, zette ondersteboven een gekke zonnebril op, trok de loze shoebag uit mijn reistas als een kaboutermuts over mijn hoofd en stak met een literpot Franse pindakaas, waar broer (10) en zus (6) zo gek op zijn, de nog slapende straat over. Zij wonen namelijk, handig, tweehonderdvijftig meter bij ons vandaan.
Gedurende dit kippeneindje moest ik vijf keer stoppen en al mijn kracht en adem bij elkaar schrapen om verder te kunnen lopen.
Maar ik hield de omgekeerde bril en de kaboutermuts dapper op, ondanks de verbaasd gapende passagiers van de passerende tramlijn 16, en tikte ten slotte met de pot pindakaas op het raam van de benedenwoning.”

 

 2062714-18e269c22955e5c99adbe91e7d052a99.png
Kees van Kooten (Den Haag, 10 augustus 1941)
Cover

 

 

De Duitse schrijver Alfred Döblin werd op 10 augustus 1878 geboren in Stettin. Zie ook alle tags voor Alfred Döblin op dit blog en ook mijn blog van 10 augustus 2010

Uit: Berlin Alexanderplatz

„In eine Stube führte er ihn, wo ein Eisenofen brannte, setzte ihn auf das Sofa: «Nun, da seid Ihr. Setzt Euch nur ruhig hin. Könnt den Hut aufbehalten oder hinlegen, wie Ihr wollt. Ich will nur jemand holen, der Euch gefallen wird. Ich wohne nämlich selbst nicht hier.
Bin nur Gast hier wie Ihr. Nun, wie es ist, ein Gast bringt den andern, wenn die Stube nur warm ist.»
Der Entlassene saß allein. Es braust ein Ruf wie Donnerhall, wie Schwertgeklirr und Wogenprall. Er fuhr mit der Elektrischen, blickte seitlich hinaus, die roten Mauern waren sichtbar zwischen den Bäumen, es regnete buntes Laub. Die Mauern standen vor seinen Augen, sie betrachtete er auf dem Sofa, betrachtete sie unentwegt.
Es ist ein großes Glück, in diesen Mauern zu wohnen, man weiß , wie der Tag anfängt und wie er weiter geht. (Franz, du möchtest dich doch nicht verstecken, du hast dich schon die vier Jahre versteckt, habe Mut, blick um dich, einmal hat das Verstecken doch ein Ende.) Alles Singen, Pfeifen, Lärmen ist verboten. Die Gefangenen müssen sich des Morgens auf das Zeichen zum Aufstehen sofort erheben, das Lager ordnen, sich waschen, kämmen, die Kleider reinigen und sich ankleiden. Seife ist in ausreichender Menge zu verabreichen.
Bum, ein Glockenschlag, Aufstehen, bum fünf Uhr dreißig, bum sechs Uhr dreißig, Aufschluß, bum bum, es geht raus, Morgenkostempfang, Arbeitszeit, Freistunde, bum bum bum Mittag,
Junge, nicht das Maul schief ziehen, gemästet wirst du hier nicht, die Sänger haben sich zu melden, Antreten der Sänger fünf Uhr vierzig, ich melde mir heiser, sechs Uhr Einschluß, guten Abend, wir habens geschafft. Ein großes Glück, in diesen Mauern zu wohnen, mir haben sie in den Dreck gefahren, ich hab schon fast gemordet, war aber bloß Totschlag, Körperverletzung mit tödlichem Ausgang, war nicht so schlimm, ein großer Schuft war ich geworden, ein Schubiack, fehlt nicht viel zum Penner.“

 

 2062714-072b40c26957f91c73213355574bb4a8.jpg
Alfred Döblin (10 augustus 1878 – 26 juni 1957)
Barbara Sukowa (Mieze) en Günter Lamprecht (Franz Biberkopf) in de tv-serie van Rainer Werner Fassbinder uit 1980

 

 

De Oegandese schrijver Moses Isegawa (pseudoniem van Sey Wava) werd geboren op 10 augustus 1963 in Kawempe in Oeganda. Zie ook alle tags voor MosesIsegawa op dit blog en ook mijn blog van 10 augustus 2010.

Uit: Snakepit

“Thank you, General.”
The Avenger took off precariously, like a creature off balance. It veered to one side, then the other, making the shrill noise of a tormented beast. Bat looked out and saw the city fading under him, reduced to a patchwork of coloured roofs, cut by the road network, dotted with treetops. A church steeple loomed in the distance, menacing like a spear sharpened to impale condemned sinners. For a moment he thought about the astrologer’s Learjet and he wondered whether the man had also been interviewed in the air. From what he had heard about the sensational spread of astrology in the country, and the evidence of it he had seen in the newspapers, he concluded that if astrologers built churches the skyline would be crowded with their spires. His mind wandered and he remembered stories about British tycoons who held business meetings in private jets, aboard yachts or from inside golden coffins. It struck him that the General might be playing at that kind of eccentricity in a bid to impress or intimidate.
“The most beautiful city in the world,” the General said emphatically as if anticipating stiff opposition.
Bat did not agree, but said nothing. He looked out the window as if to confirm his views.
“Do you know why? It is because I own a fifth of it. I own a fifth of everything in this country. That comes down to about four million people, ten million fishes, two thousand crocodiles, twenty islands and much more. You can imagine the feeling. There is nothing like it, I can assure you,” he said, looking outside for a long moment, as if to make sure the city was still there, a smug smile on his face.
On any other day, Bat might have panicked, but today he was determined to succeed and was not going to let anybody stand in his way. A man who openly boasted about owning a fifth of the country could be managed. All it took was studying his ways, finding his weaknesses, and going around him.
“Right now I am looking for somebody who is hungry and dedicated.
Loyalty is paramount and disloyalty a cardinal sin. This government hates half-measures, I can assure you. You have it all or you lose the whole lot. You are either in, or out in the cold. It has taken me twenty years to get where I am and I like it. If you are ready to work hard, I guarantee you the fulfilment of your dreams,” he said sombrely”.

 

2062714-890d3be56458b53906876ae79308a083.jpg
Moses Isegawa (Kawempe, 10 augustus 1963)
Cover luisterboek 

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Mark Doty werd geboren op 10 augustus 1953 in Maryville, Tennessee. Zie ook alle tags voor Mark Doty op dit blog en ook mijn blog van 10 augustus 2010.

 

A Display Of Mackerel

They lie in parallel rows,
on ice, head to tail,
each a foot of luminosity
barred with black bands,
which divide the scales'
radiant sections

like seams of lead
in a Tiffany window.
Iridescent, watery

prismatics: think abalone,
the wildly rainbowed
mirror of a soap-bubble sphere,

think sun on gasoline.
Splendor, and splendor,
and not a one in any way

distinguished from the other
- nothing about them
of individuality. Instead

they're all exact expressions
of the one soul,
each a perfect fulfillment

of heaven's template,
mackerel essence. As if,
after a lifetime arriving

at this enameling, the jeweler's
made uncountable examples
each as intricate

in its oily fabulation
as the one before;
a cosmos of champleve.

Suppose we could iridesce,
like these, and lose ourselves
entirely in the universe

of shimmer- would you want
to be yourself only,
unduplicatable, doomed

to be lost? They'd prefer,
plainly, to be flashing participants,
multitudinous. Even on ice

they seem to be bolting
forward, heedless of stasis.
They don't care they're dead

and nearly frozen,
just as, presumably,
they didn't care that they were living:

all, all for all,
the rainbowed school
and its acres of brilliant classrooms,

in which no verb is singular,
or every one is. How happy they seem,
even on ice, to be together, selfless,

which is the price of gleaming.

 

 2062714-af2fc26c1d3849c63ce5894ef245abe6.jpg
Mark Doty (Maryville, 10 augustus 1953)

 

 

De Poolse schrijver Jerzy Pilch werd geboren op 10 augustus 1952 in Wisla. Zie ook alle tags voor Jerzy Pilch op dit blog en ook mijn blog van 10 augustus 2010.

Uit: A Thousand Peaceful Cities (Vertaald door David Frick)

“We followed him up the wooden stairs. Then with all our might we squeezed ropes fatter than our arms. The sweltering noon slowly began to smolder.
“Let the littlest bell sing,” cried Sexton Messerschmidt at the top of his voice, and he looked ironically upon our pathetic efforts. With seeming negligence he grasped the rope we had been straining at so ineffectually. “You gentlemen lack not only artistic talent but also physical strength. You are an absolutely worthless generation. When you grow up you will bring not only the Lutheran Church but also People’s Poland to ruin—which, after all, who knows, maybe would be for the better.
“This is how it’s done. With your entire being, not just with your hands. We are in a holy place, therefore you gentlemen will magnanimously forgive me if I don’t suggest just what you can do for yourselves with nothing but your hands. In the profession—in the vocation—of the bell-ringer the hand is not an upper extremity but the extension of the soul. Let the littlest bell sing,” cried Sexton Messerschmidt, and at his call the littlest bell moved. “Tym’s bell-foundry in Warsaw,” Messerschmidt outshouted the first heartbeats, “Tym’s bell-foundry in Warsaw, bronze practically in statu crudi, bronze without alloy, which is why it has a pure sound, even if it doesn’t carry. As the story goes, this bell was cast by order of the enlightened protector of the Reformation, Mikołaj Radziwiłł the Black. It was hung by our Calvinist brethren in the church tower in Kiejdany. It served them faithfully, and with its pure voice it sustained them in the faith, which, although perfect, is after all also the correct one. Henryk Sienkiewicz mentions the church in Kiejdany in his Trilogy. Unfortunately, Sienkiewicz’s pen did not describe the sound of our bell, and it’s a pity, a pity. You, gentlemen, of course, haven’t yet read the Trilogy.”
“I’ve read it, I’ve already read With Fire and Sword, and The Deluge, and Pan Wołodyjowski. I’ve read it,” I wanted to call out, but I restrained myself and bit my tongue. My psychological instinct, not yet perfected, but already existing, whispered to me that it wasn’t a good thing to demonstrate any sort of abilities in the presence of Sexton Messerschmidt."

 

 2062714-238256d19ee724d744a0923c3c780107.jpg
Jerzy Pilch (Wisla, 10 augustus 1952)

 

 

De Vlaamse schrijver en musicus Elvis Peeters werd geboren op 10 augustus 1957 in Grimbergen. Zie ook alle tags voor Elvis Peeters op dit blog.

Uit: Jacht

“Het wolkenpak is voor de maan geschoven, Erik spiedt door de nachtkijker. Hij voorvoelt dat het gaat gebeuren, zijn adem is één met de flauwe bries die langs de helling blaast. Eerst hoort hij het, dan pas ziet hij de schaduw die zich losmaakt van een boomtop en naar beneden suist tussen de stammen, boven de struiken, met brede vleugels. Een oehoe. De uil strijkt neer op een laaghangende tak een eind verder de glooiing af. Erik herkent zijn prachtige, kenmerkende contouren met de opstaande veertjes als hoorntjes op zijn kop. Enkel om te oefenen neemt Erik hem in het vizier. Hij mikt op het silhouet. Zijn ogen zijn nu voldoende gewend aan het duister zonder nachtkijker. Aan een silhouet heeft hij genoeg. Maar hij gaat aan de oehoe geen kogel verspillen, hij laat het geweer zakken. Over de uil maakt hij zich geen zorgen. Erik zit gecamoufleerd achter een struik, zijn pet steekt er niet bovenuit, er zit een loergat in de struik, ongezien bestrijkt hij de hele helling. Hij heeft deze plek overdag in gereedheid gebracht met een schoffel en een snoeischaar, weken geleden. Er is genoeg tijd overheen gegaan opdat niemand het verband kan leggen tussen wat hij toen overdag deed en wat hij nu ’s nachts uitvoert. Hij weet niet welke informatie de dagdieren met de nachtbeesten uitwisselen. Hier in het bos op de helling leven de soorten wellicht meer naast elkaar dan in de stad, zeker als sommige elkaar naar het leven staan. In de steengroeve waar hij werkt, leven de lastdieren en de mensen ook elk hun eigen bestaan, hoe intelligent ze ook mogen zijn. Ieder kent zijn taak, dat volstaat.”

 

2062714-376e8bfb94443ec4c0a6ce4b7ce53c08.jpg
Elvis Peeters (Grimbergen, 10 augustus 1957)

 

 

De Russische schrijver Michail Michailovitsj Zostsjenko werd geboren in Sint-Petersburg op 10 augustus 1895. Zie ook alle tags voor Michail Zostsjenko op dit blogen ook mijn blog van 29 juli 2010

Uit: Nervous People (Vertaald door Charles Rougle)

„So Ivan Stepanich shows up and says:
"I work," he says, "like an elephant for thirty two rubles and change in a co-op. "I smile," he says, "at the customers and weigh out their sausage for them, and "and out of that," he says, "for my hard-earned kopecks I buy myself bottle brushes, and no way am I going to permit unauthorized outside personnel to use these brushes."
Here it gets noisy again, and a discussion gets going over the brush. All the tenants, of course, come barging and bustling their way into the kitchen. Gavrilych the invalid shows up too.
"All this noise," he says, "but no fighting?"
Right after this remark a fight was in fact corroborated. Away they went.
The thing is, our little kitchen's narrow. Unsuitable for fighting. A tight squeeze. Pots and primus stoves everywhere. No place to turn around. And twelve people all packed in there. Try to smack one in the kisser and you clobber three. And of course you keep stumbling over everything and falling down. A man with three legs couldn't keep his balance on that floor, let alone a one-legged invalid.
But in spite of that, our invalid, the ornery buzzard, comes barreling right into the thick of it. Ivan Stepanych, whose brush it is, shouts at him:
"Stay out of it, Gavrilych. Watch out or you'll get your one and only leg ripped off."
Gavrilych says: "Big deal," he goes, "so I lose my leg!" "Only," he says, " I can't leave now. They've busted my whole counternance bloody."
And as a matter of fact just then someone smacks him across the kisser. Well, so he doesn't leave and goes on the attack. And right there someone up and bonks him on the noodle with a saucepan.“

 

 2062714-128a39e5947f51be87a0272aea71eb78.jpg
Michail Zostsjenko (10 augustus 1895 – 22 juli 1958)
Standbeeld in Sint Petersburg

 

 

De Nederlandse journalist en schrijver Piet Bakker werd geboren in Rotterdam op 10 augustus 1897. Zie ook alle tags voor Piet Bakker op dit blog.

Uit: Ciske de Rat

“De Rat keek niet naar de wal. Wat had hij er te zoeken? Hij slenterde droevig naar Dorus toe. Er donkerde weer iets van de vroegere geslotenheid op zijn gezicht, maar toen ik hem een vertrouwelijk knipoogje gaf, glimlachte hij toch monter. Ineens zag ik die glimlach verstarren. De dunne mond bleef openstaan in opperste verwondering de wijde ogen staarden naar de steiger en hij verroerde zich even niet. Met een ruk schoot hij naar voren, duwde Wanda ruw op zij, zwaaide met zijn armen en er kwam een kreet van intense blijdschap uit zijn hijgende keel. De anderen keken hem verrast aan en Wanda vergat om snibbig tegen hem te doen. “Vader! Vader!” niets bestond er meer voor hem, geen klas, geen Dorus, geen meester.”

 

 2062714-ae1deb8fff0312a4019d646ae48d2109.jpg
Piet Bakker (10 augustus 1897 - 1 april 1960)
Affiche voor de musiacal met Danny de Munk (Cis) en Matheu Hinzen (Ciske), 2016

 

 

De Franse dichter en schrijver René Crevel werd geboren op 10 augustus 1900 in Parijs. Zie ook alle tags voor René Crevel op dit blogen ook mijn blog van 10 augustus 2010

 

Nuit

Doucement pour dormir à l’ombre de l’oubli
ce soir
je tuerai les rôdeurs
silencieux danseurs
de la nuit
et dont les pieds de velours noir
sont un supplice à ma chair nue
un supplice doux comme l’aile des chauves-souris
et subtil à porter l’effroi
dans les coins où la peau se fait craintive, émue
pour mieux aimer, pour avoir peur
d’un autre corps et du froid.
Mais quel fleuve pour fuir ce soir ô ma raison ?
C’est l’heure des mauvais garçons
l’heure des mauvais voyous.
Deux grands yeux d’ombre dans la nuit
seraient pour moi si doux, si doux.
Prisonnier des tristes saisons
je suis seul, un beau crime a lui

là-bas, là-bas à l’horizon
quelque serpent peut-être et glacé de n’aimer point.
Mais où coule, où coule au loin
le fleuve dont a besoin
pour fuir ce soir ma raison ?
Sur les berges vont les filles
leurs yeux sont las, leurs cheveux brillent,
Je ne sais rien dire à ces filles
dont ils sont
les mauvais garçons
dont ils sont
les fiers maquignons.
Je suis seul, un beau crime a lui,
Deux grands yeux d’ombre dans la nuit
seraient pour mot si doux, si doux.
C’est l’heure des mauvais voyous.

 

 2062714-629741dcb86920c624a9d8f356e5ecc7.jpg
René Crevel (10 augustus 1900 – 18 juni 1935)
Portret door Jacques-Emile Blanche, 1928

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e augustus ook mijn blog van 10 augustus 2014 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 19:09 Reageer op dit bericht

Luuk Gruwez, Philip Larkin, Gerrit Kouwenaar, Henk Romijn Meijer, Linn Ullmann, P. L. Travers, Pierre Klossowski, Daniel Keyes, Leonid Andreyev

De Vlaamse dichter, prozaïst en essayist Luuk Gruwez werd geboren op 9 augustus 1953 te Kortrijk. Zie ook alle tags voor Luuk Gruwez op dit blog.

 

De monniken van Sénanque

Zij stierven er snel en stil
en zonder overtollige reutel spoedden zij zich heen
van sterfplaats naar sterfplaats,
jaren ouder van jaren verlangen.

Als zonderlinge geliefden woonden zij in het landschap,
aan alle wensen der weelde ontwend,
zachtmoedig als wat niet meer wordt gevreesd.
Zij kenden geen verhuizen meer.

En wij, gekomen uit de oorden
van het roekeloos woekerend woord,
wisten tussen stof en steen en stilte
de ampere galm van hun stappen nog bewaard,

en zwegen, als voorgoed ontheemd,
in de leerzaamheid van zeldzame minnaars.
En van jaren verlangen
werden wij jaren en jaren ouder.

 

 

Album

Een klas met veel te hoge ramen.
De aarde hangt er zomaar aan de wand.
En tweeëndertig stijve meisjesrompen
zijn rij aan rij, in melkwit licht,
aan banken vastgeklonken.

De toekomst in hun ogen moet voorbij.
Men geeuwt er al verleden uit.
Maar één van hen, de mooiste, jij,
nog niet verlegen met haar leven,
is met de aarde iets van plan.

Ik wil haar schooljaar overdoen:
haar smoezen, fratsen, onvoldoendes,
haar appelflauwtes om een niets,
de droesem in een oude droom.
Wat onder ede werd verzwegen,
daar luistert nu geen mens meer naar.

 

 

Pronkstuk

's Nachts mompelen juwelen in hun slaap.
Zij fonkelen tot in hun dromen,
proberen zo vermaard te glanzen
als de tranen van een dame.

Dat komt, zij zijn soms zeer alleen,
gekluisterd in hun kist van nacht.
Zij willen jubelen in zilver,
in goud, briljant of diamant,

maar pralen slechts met wat zij missen:
een hals, een pols, een simpele pink.
O, ziek van heimwee naar knap vlees.
De nacht is lang. Wordt het ooit dag?

 

 2062376-4df2c50e86a235d9586d1d9612621892.jpeg
Luuk Gruwez (Kortrijk, 9 augustus 1953)

 

 

De Engelse dichter Philip Larkin werd op 9 augustus 1922 geboren in Coventry. Zie ook mijn blog van 9 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Philip Larkin op dit blog

 

Afrernoons

Summer is fading:
The leaves fall in ones and twos
From trees bordering
The new recreation ground.
In the hollows of afternoons
Young mothers assemble
At swing and sandpit
Setting free their children.

Behind them, at intervals,
Stand husbands in skilled trades,
An estateful of washing,
And the albums, lettered
Our Wedding, lying
Near the television:
Before them, the wind
Is ruining their courting-places

That are still courting-places
(But the lovers are all in school),
And their children, so intent on
Finding more unripe acorns,
Expect to be taken home.
Their beauty has thickened.
Something is pushing them
To the side of their own lives.

 

 

MCMXIV

Those long uneven lines
Standing as patiently
As if they were stretched outside
The Oval or Villa Park,
The crowns of hats, the sun
On moustached archaic faces
Grinning as if it were all
An August Bank Holiday lark;

And the shut shops, the bleached
Established names on the sunblinds,
The farthings and sovereigns,
And dark-clothed children at play
Called after kings and queens,
The tin advertisements
For cocoa and twist, and the pubs
Wide open all day;

And the countryside not caring:
The place-names all hazed over
With flowering grasses, and fields
Shadowing Domesday lines
Under wheat’s restless silence;
The differently-dressed servants
With tiny rooms in huge houses,
The dust behind limousines;

Never such innocence,
Never before or since,
As changed itself to past
Without a word – the men
Leaving the gardens tidy,
The thousands of marriages,
Lasting a little while longer:
Never such innocence again.

 

 2062376-0d0d93aee79f988862399b6824a242a3.jpg
Philip Larkin (9 augustus 1922 – 2 december 1985)
Portret door  Nick Cudworth, z.j.

 

 

De Nederlandse dichter Gerrit Kouwenaar werd op 9 augustus 1923 in Amsterdam geboren. Hij is vandaag dus 85 jaar geworden. Zie ook mijn blog van 9 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Gerrit Kouwenaar op dit blog.

 

Van eiland naar land

Varend van eiland naar land: een eenvoudig
tafereel van roestig wit ijzer, splijtend
beslagen groen water waar ik naar kijk

kijkend zeer goed bewust ben ik mij
van mijzelf
in dit hier en dit nu, beide
niet eeuwig maar toch duuzamer
dan bijvoorbeeld een woord: ik denk omdat
de dood onmerkbaar nabij is

en terwijl het strijkje valencia inzet
zie ik eensklaps loodrecht onder mij
een dood wit paard drijven
op zijn zijde

een dood wit paard
wij varen er voorbij
met ongelooflijke snelheid—

 

 

Een zonnige ochtend

De zon die hem wakker sloeg

volstaan zou te schrijven:
de hamer neerkomend op de domme
of achteloze vinger
ontketent een wereldoorlog

of beter: de eerste blinde schermutselingen
in het omstreden grensland: in het jonge zonlicht
gaat het oude weerlicht nog even
volledig verloren

de rest is pakpapier, houtwol
journalistiek, psychologie, voort-
planting, het uitstellen van zelfmoord
de romankunst, heldendom, lafheid, liefdes
als lieveheersbeestjes bijtend, als vliegen
wegvliegend naar ander aas

de rest is wat wij verdedigen
wat vernield wordt
de republiek of het koninkrijk
het dagelijks brood of althans
het gat in de maag
dit gedicht

 

 2062376-3147f3e3656a9708318f566aad96618e.jpg
Gerrit Kouwenaar (9 augustus 1923 - 4 september 2014)

 

 

De Nederlandse schrijver en taalkundige Henk Romijn Meijer werd geboren in Zwolle op 9 augustus 1929. Zie ook alle tags voor Henk Romijn Meijer op dit blog.

Uit:Gezelligheid kent geen tijd

“Hij vroeg me om vuur en terwijl ik naar lucifers zocht, zei hij, dat het land kapot ging. Hij riep het de lege straat in, bezield langs mij heenkijkend, een profeet zonder gehoor Hij boog zich over de brandende lucifer, hij bolde zijn handen er omheen, alsof er een sterke wind stond, en zoog lawaaierig aan de slordig gemaakte sigaret. Hoewel het gloeiend heet was, droeg hij een zwarte hoed, de uitgezakte resten van een net pak waarvan de kleur niet meer te herkennen viel, en daaroverheen een lange donkere soldatenjas, waaraan geen enkele knoop meer zat en die bij een uniform dat ik alleen kende uit filmjournalen van de Eerste Wereldoorlog gehoord moest hebben. Zodra de half doorweekte sigaret brandde, ging ik iets achteruit om zijn stank te vermijden. Ik knikte, het land ging naar de bliksem. Hij bedoelde dat het aan de emigranten ten onder ging. Ik had het hem meer horen verkondigen, tegen voorbijgangers, wandelaars en automobilisten die niet wilden stoppen om te luisteren. Hij was vrijwel onverstaanbaar, hij zei nooit meer dan één woord tegelijk, stotend en zwaaiend met zijn armen, maar hoewel zijn gezicht door de alcohol was weggevreten, stond hij altijd vast op zijn benen. ‘Ze sturen een zootje gajus uit Italië om hier de boel kaal te vreten,’ zei ik. Hij keek me doordringend aan. Ik zag dat hij hevig zweette, zijn gezicht glansde alsof het met vet was ingesmeerd. Ik dacht dat hij instemmend zou gaan schreeuwen, maar hij had me niet gevolgd en dacht blijkbaar allang weer aan iets anders. Ik hoorde hem iets over de wereldoorlog zeggen, maar kon hem niet verstaan. Zijn onderlip schoot plotseling uit, zijn gespleten voorhoofd trilde even van het denken, hij kneep zijn ogen dicht en zijn hand vond een platte fles in de binnenzak van de soldatenjas. Hij bood mij een teug van het theeachtig vocht. Ik schudde nee, dat het te vroeg was, en stak een sigaret achter zijn oor, wat hij ontspannen toeliet, als een patiënt die de dokter zonder angst laat begaan. Ik zag de kleine schaduwstreepjes die zijn baardharen op zijn kin wierpen. Ik wilde met een handdruk afscheid nemen, maar hij begreep me niet en riep me na. ‘Hey! Hey! Hey!’ Vanuit de kamer zag ik dat hij het park inliep. Een groepje kinderen kreeg hem in de gaten, ze dansten om hem heen en wuifden naar hem. Hij bleef staan, nam zijn hoed af en keek om zich heen, draaide een hele slag om, alsof hij niet kon geloven dat er nog ergens een plek vrij van kinderen was.”

 

 2062376-83e57c4352815c1ccc3f45690a9ad137.jpg
Henk Romijn Meijer (9 augustus 1929 – 23 februari 2008)
Begin jaren 1980


 

 

De Noorse schrijfster Linn Karin Beate Ullmann werd geboren op 9 augustus 1966 in Oslo. Zie ook alle tags voor Linn Ullmann op dit blog.

Uit: De rustelozen (Vertaald door Lucy Pijttersen)

“Zien, herinneren, begrijpen. Alles hangt af van de plaats waar je staat. De eerste keer dat ik naar Hammars ging, was ik net een jaar oud en had geen idee van de grote, overweldigende liefde die me daar had gebracht.
Eigenlijk waren het drie liefdes.
Als er een telescoop bestond waarmee je in het verleden kon kijken, had ik kunnen zeggen: kijk, dat zijn wij, zo is het gebeurd. En elke keer dat we ons afvroegen of wat ik me herinnerde, of wat jij je herinnerde, wel klopte, of dat wat er gebeurde inderdaad was gebeurd, en of wij eigenlijk wel bestonden, hadden we samen kunnen kijken.
Ik tel, rangschik en catalogiseer. Ik zeg: Het waren drie liefdes. Nu ben ik even oud als mijn vader was toen ik werd geboren. Achtenveertig jaar. Mijn moeder was zevenentwintig, ze zag er toen veel ouder maar ook veel jonger uit dan haar leeftijd.
Ik weet niet welke van die drie liefdes er het eerst was. Maar ik begin met de liefde die in 1965 tussen mijn vader en mijn moeder opbloeide en die eindigde voordat ik oud genoeg was om me er iets van te kunnen herinneren.
Ik heb foto’s gezien, brieven gelezen en hen horen vertellen over de tijd dat ze bij elkaar waren, ik heb er anderen over horen vertellen, maar eerlijk gezegd is het onmogelijk veel van andermans leven te weten, vooral niet als het om dat van je ouders gaat en al helemaal niet als je ouders hun best hebben gedaan hun leven te veranderen in verhalen die ze vervolgens vertellen met een opmerkelijk talent zich niets van de waarheid aan te trekken.
De tweede liefde ligt in het verlengde van de eerste en gaat over de twee geliefden die ouders werden en het meisje dat hun dochter was. Ik hield onvoorwaardelijk van mijn vader en moeder, voor mij waren ze een vanzelfsprekendheid, zoals je de seizoenen een poosje als vanzelfsprekend beschouwt, of de dag, of de uren, de een was nacht en de ander dag, de een hield op waar de ander begon, ik was haar kind en ik was zijn kind, maar af en toe viel dat niet mee, omdat zíj namelijk ook kind wilden zijn.”
       

 2062376-f482d5c75eeb396bfaa0bbcdec755e74.jpg
Linn Ullmann (Oslo, 9 augustus 1966)

 

 

De Australische schrijfster Pamela Lyndon Travers werd als Helen Lyndon Goff op 9 augustus 1899 geboren in Maryborough in Australië. Zie ook alle tags voor P. L. Travers op dit blog en ook mijn blog van 9 augustus 2010

Uit: Mary Poppins

"Michael, don't be naughty," said his Mother. Mary Poppins continued to regard the four children searchingly. Then, with a long, loud sniff that seemed to indicate that she had made up her mind, she said: "I'll take the position." "For all the world," as Mrs. Banks said to her husband later, "as though she were doing us a signal honour." "Perhaps she is," said Mr. Banks, putting his nose round the corner of the newspaper for a moment and then withdrawing it very quickly. When their Mother had gone, Jane and Michael edged towards Mary Poppins, who stood, still as a post, with her hands folded in front of her. "How did you come?" Jane asked. "It looked just as if the wind blew you here." "It did," said Mary Poppins briefly. And she proceeded to unwind her muffler from her neck and to take off her hat, which she hung on one of the bedposts.
As it did not seem as though Mary Poppins were going to say any more — though she sniffed a great deal — Jane, too, remained silent. But when she bent down to undo her bag, Michael could not restrain himself. "What a funny bag!" he said, pinching it with his fin-gers. "Carpet," said Mary Poppins, putting her key in the lock. "To carry carpets in, you mean?" "No. Made of." "Oh," said Michael. "I see." But he didn't — quite. By this time the bag was open, and Jane and Michael were more than surprised to find it was completely empty. "Why," said Jane, "there's nothing in it!" "What do you mean — nothing?" demanded Mary Poppins, drawing herself up and looking as though she had been insulted. "Nothing in it, did you say?" And with that she took out from the empty bag a starched white apron and tied it round her waist. Next she unpacked a large cake of Sunlight Soap, a toothbrush, a packet of hairpins, a bottle of scent, a small folding arm-chair and a box of throat lozenges. Jane and Michael stared. "But I saw," whispered Michael. "It was empty." "Hush!" said Jane, as Mary Poppins took out a large bottle labelled "One Tea-Spoon to be Taken at Bed-Time." A spoon wa“s attached to the neck of the bottle, and into this Mary Poppins poured a dark crimson fluid."

 

 2062376-ecc56ef89b813c1f8d71b6986357f2a6.jpg
P. L. Travers (9 augustus 1899 – 23 april 1996)
Scene uit de film uit 1964 met o.a. Dick Van Dyke en Julie Andrews

 

 

De Franse schrijver, vertaler en schilder Pierre Klossowski werd geboren op 9 augustus 1905 in Parijs. Zie ook alle tags voor Pierre Klossowski op dit blog en ook mijn blog van 9 augustus 2010

Uit:Nietzsche et le cercle vicieux

“Pour mieux comprendre ce que Nietzsche entend par son phantasme vaticinant des « Maîtres de la Terre », on aimerait savoir quels seront les « esclaves » de pareils maîtres.
La réponse à la seconde question, Nietzsche la semble donner lui-même lorsqu'il demande à son tour : « Où sont les maîtres pour lesquels travaillent tous ces esclaves ? » Ce qui veut dire que la société industrielle ne se conçoit pas sans une généralisation du caractère « fonctionnel », c'est-à-dire « productif »et, par conséquent, mercantile qu'elle exige de toutes les activités.
De cette façon, l'on peut circonscrire avec plus ou moins de précision le caractère de « maître ». Que ce caractère coïncide avec celui de l'adepte de la doctrine du Retour, n'est qu'un aspect de cette représentation de Nietzsche.
De prime abord, ce terme, emprunté à une quelconque hiérarchie, n'exprimerait, dans sa pensée, qu'une attitude de refus à l'égard d'une société fondée sur le travail et l'argent et enfin sur la production à outrance. Si l'on restait là, il s'agirait d'une protestation purement onirique, en rien différente des réactions du même ordre d'un Baudelaire, d'un Poe, d'un Flaubert et de beaucoup d'autres, - ces « décadents ».
Or, ce n'est nullement en tant qu'un rêveur révolté contre l'ordre existant de nos sociétés industrielles que Nietzsche mène son combat vaticinant [qui tient d'un délire prophétique NdIL]. Ses projets prennent leur point de départ dans le fait que l'économie moderne repose sur la science et ne peut se maintenir que par le science : donc il n'y a pas que les « puissances d'argent », les entreprises, et aujourd'hui leurs armées d'ingénieurs et de main-d'oeuvre, qualifiée ou non ; ces puissances ne développent leurs propres techniques au niveau de la production, qu'à partir des connaissances que requiert la manipulation des objets qu'elles produisent, des lois qui régissent les échanges de la consommation de ces produits."

 2062376-426578a1d29eec704c06969ed7dc9c50.jpg
Pierre Klossowski (9 augustus 1905 – 12 augustus 2001)
 

 

De Amerikaanse schrijver Daniel Keyes werd geboren in Brooklyn, New York op 9 augustus 1927. Zie ook alle tasgs voor Daniel Keyes op dit blog en ook mijn blog van 9 augustus 2010.

Uit: Flowers for Algernon

„April 8 – What a dope I am! I didn't even understand what she was talking about. I read the grammar book last night and it explains the whole thing. Then I saw it was the same way as Miss Kinnian was trying to tell me, but I didn't get it. I got up in the middle of the night and the whole thing straightened out in my mind. Miss Kinnian said that the TV working, just before I fell asleep and during the night, helped out. She said I reached a plateau. That's like the flat top of a hill. After I figured out how punctuation worked, I read over all my old progress reports from the beginning. Boy, did I have crazy spelling and punctuation! I told Miss Kinnian I ought to go over the pages and fix all the mistakes, but she said, 'No, Charlie, Professor Nemur wants them just as they are. That's why he lets you keep them alter they're photostated – to see your own progress. You're coming along fast, Charlie.' That made me feel good. After the Tesson I went down and played with Algernon. We don't race any more. April 10 – I feel sick. Not like for a doctor, but inside my chest it feels empty, like getting punched and a heartburn at the same time. I wasn't going to write about it, but I guess I got to, because it's important. Today was the first day I ever stayed home from work on purpose. Last night Joe Carp and Frank Reilly invited me to a party. There were lots of girls and Gimpy was there and Ernie too. I remembered how sick I got last time I drank too much, so I told Joe I didn't want to drink anything. He gave me a plain coke instead. It tasted funny, but I thought it was just a bad taste in my mouth. We had a lot of fun for a while. `Dance with Ellen,' Joe said. `She'll teach you the steps.' Then he winked at her like he had something in his eye. She said, `Why don't you leave him alone?' He slapped me on the back. 'This is Charlie Gordon, my buddy, my pal. He's no ordinary guy – he's been promoted to working on the dough-mixing machine. Ail I did was ask you to dance with him and give him a good time. What' s wrong with that?'

 

 2062376-612b232035679aa255e153e215c3039b.jpg
Daniel Keyes (9 augustus 1927 – 15 juni 2014)
Scene uit een toneelopvoering in Topeka, Kansas, 2012

 

 

De Russische schrijver Leonid Andreyev werd geboren op 9 augustus 1871 in Orjol. Zie ook alle tags voor Leonid Andreyev op dit blog en eveneens mijn blog van 9 augustus 2010.

Uit: The Little Angel (Vertaald door W. H. Lowe)

“At times Sashka wished to give up what is called living: to cease to wash every morning in cold water, on which thin sheets of ice floated about; to go no more to the grammar school, and there to have to listen to every one scolding him; no more to experience the pain in the small of his back and indeed over his whole body when his mother made him kneel in the corner all the evening. But, since he was only thirteen years of age, and did not know all the means by which people abandon life at will, he continued to go to the grammar school and to kneel in the corner, and it seemed to him as if life would never end.
A year would go by, and another, and yet another, and still he would be going to school, and be made to kneel in the corner. And since Sashka possessed an indomitable and bold spirit, he could not supinely tolerate evil, and so found means to avenge himself on life. With this object in view he would thrash his companions, be rude to the Head, impertinent to the masters, and tell lies all day long to his teachers and to his mother--but to his father only he never lied. If in a fight he got his nose broken, he would purposely make the damage worse, and howl, without shedding a single tear, but so loudly that all who heard him were fain to stop their ears to keep out the disagreeable sound.
When he had howled as long as thought advisable, he would suddenly cease, and, putting out his tongue, draw in his copy-book a caricature of himself howling at an usher who pressed his fingers to his ears, while the victor stood trembling with fear. The whole copy-book was filled with caricatures, the one which most frequently occurred being that of a short stout woman beating a boy as thin as a lucifer-match with a rolling pin. Below in a large scrawling hand would be written the legend: "Beg my pardon, puppy!" and the reply, "Won't! blow'd if In do!"
Before Christmas Sashka was expelled from school, and when his mother attempted to thrash him, he bit her finger. This action gave him his bliberty. He left off washing in the morning, ran about all day bullying the other boys, and had but one fear, and that was hunger, for his mother entirely left off providing for him, so that he came to depend upon the pieces of bread and potatoes which his father secreted for him. On these conditions Sashka found existence tolerable."

 

 2062376-4d986ac082c418bf85dccf49b308fe5d.jpg
Leonid Andreyev (9 augustus 1871 – 12 september 1919)
Portret door Valentin Serov, 1907

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e augustus ook mijn blog van 9 augustus 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:18 Reageer op dit bericht

Jan van Aken

De Nederlandse schrijver Jan van Aken werd geboren in Herwen-en-Aerdt op 9 augustus 1961. Hij) werkte eerst in de cultuursector en de automatisering en is tegenwoordig docent aan de Schrijversvakschool te Amsterdam. Hij debuteerde in 2000 met zijn historische roman “Het oog van de Basilisk”. Een jaar later verscheen “De valse dageraad”, waarvan meer dan 50.000 exemplaren over de toonbank gingen en dat ook vertaald werd naar het Duits en Oekraïens. Met zijn roman “De afvallige” (2013), werd Van Aken genomineerd voor de Libris Literatuurprijs en de AKO Literatuurprijs.

Uit: Het oog van de Basilisk

“Gegroet, kyprianos, mijn oudste vriend,
Hij had iets weg van een landloper, de man die haveloos en hinkend het slingerpad naar mijn huis beklom. Ik sloeg een tijdje zijn vorderingen gade en zette toen de wijnbeker neer, om mijn vrouw ervan te weerhouden de honden op hem af te sturen. Zij is nogal voortvarend in het beschermen van mijn rust.
Twee slaven, aldus bevolen, renden heuvelafwaarts om de bezoeker te helpen die zich bekendmaakte als vertegenwoordiger van de Imperiale Postdienst. Zijn gezicht was een masker van modder, bloed en builen; zijn kleren hingen in rafels om hem heen. Men had hem paard en laarzen ontstolen en een flinke aframmeling gegeven, maar de brief die hij onder zijn mantel verborgen hield, was onbeschadigd.
Ik droeg mijn dienaren op de boodschapper te wassen en van voedsel en een schone tuniek te voorzien. Ik verzekerde hem dat ik een patrouille zou uitsturen om de daders te straffen, hoewel patrouille en roversbende waarschijnlijk één waren. Dat laatste vertelde ik hem natuurlijk niet.
Daarna zette ik mij neer in de schaduw van mijn geliefde olijfboom, met de brief, een papyrusrol die mij zwaar in de hand woog, en liet ik mijn beker bijvullen.
Een brief te ontvangen in deze tijden! Groot was mijn vreugde toen ik zag van wie hij kwam. Groter nog was mijn verbazing dat een brief, welke brief dan ook, zijn doel bereikt vandaag de dag. Als jij je niet vergist hebt in de datum, is hij drie maanden onderweg geweest. Maar vergeleken met de halve eeuw of meer dat wij elkaar niet hebben gezien, is dat natuurlijk niets.
Het is goed dat wij na vele jaren weer contact hebben, al word ik een beetje moe van je geklaag over die vulkaan. Heb jij je woonstede niet zelf uitgekozen? Als dat gerommel en die rookpluimen je zoveel angst aanjagen, dan moet je verhuizen, maar in jouw plaats zou ik me geen zorgen maken; Neapolis is geen Pompeï.
Je schrijft dat je een vrouw hebt, en kinderen; ik ben blij te horen dat zij het goed maken, misschien zal ik hen ooit ontmoeten. Ik zal met plezier een goed woordje doen voor je oudste zoon, al is mijn invloed in Rome, niet in de laatste plaats door de verslechterde verbindingen, tanende. Daarnaast ben ik mij na mijn zeventigste jaar geleidelijk gaan onttrekken aan mijn bestuurlijke verantwoordelijkheden. Maar jouw zoon een passende betrekking bezorgen, dat moet mij nog wel lukken.”

 2125030-3d313e9ae71874cd759bf3de1a6cc8d5.jpg
Jan van Aken (Herwen-en-Aerdt, 9 augustus 1961)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten