Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 12 augustus 2017 tot 13 augustus 2017

Taije Silverman

De Amerikaanse dichteres, vertaalster en hoogleraar Taije Silverman werd geboren in San Francisco op 13 augustus 1974 als dochter van een projectontwikkelaar en architect en een docente kunstgeschiedenis. Ze is in 1996 afgestudeerd aan Vassar College. Zij debuteerde in 2009 met “Houses Are Fields”. In het boek reageerde zij op de dood van haar moeder. Gedichten van Silverman zijn gepubliceerd in tijdschriften als Poetry, The Harvard Review, Plowshares, Massachusetts Review, The Antioch Review en AGNI. Silverman's gedichten werden ook opgenomen in de bloemlezing van de hedendaagse Amerikaanse poëzie, “The Best American Poetry” (2016). Als vertaalster is ze vooral bekend om haar vertalingen van Giovanni Pascoli, die zijn verschenen in The Nation, New England Review, Agni, Pleiades en Modern Poetry in Translation. Zij wordt beschouwd als een van de meest vernieuwende hedendaagse Engelse vertalers van Italiaanse poëzie. Silverman vertaalde ook de dialectpoëzie van Pier Paolo Pasolini en verschillende werken van Paolo Valesio. Ze heeft lesgegeven aan de universiteit van Bologna in Italië onder een Fulbright-fellowship, Ursinus College en Emory University, waar ze ook creatief-schrijven doceerde. Silverman was ook docent aan de Universiteit van Maryland en de Universiteit van Houston en werkte ze als lerares poëzie op openbare scholen via het programma Writers-in-the-Schools.

 

The Winter Before

My mother knocked on the bathroom door
to read me a poem. Her happiness was shining.
Even now, she read from her place on the page,
the Beloved is tending himself inside of you.
When I didn’t smile she asked, Isn’t it beautiful?
God is inside of us. Yes. A thousand times yes.
For no reason I remembered my dream
from the night before, how I had no money
in a strange city and each male friend I asked
for a place to stay wanted sex in exchange.
No reason. I smiled. I let her happiness
be my happiness, which is easy sometimes,
but when she turned to walk back
to her bedroom, I wanted to call to her:
Wait. All my dreams had returned.
Dreams of being alone in strange cities,
a man following or being followed—death
as the lover we greet indifferently, on the stairs.
Wait. I wanted to ask her, Will we be all right?
My father was already sleeping in the bed
she would climb into and the skin on their bodies
was the most precious thing I would ever know.
I would lose it. Will we be all right? The door
closed click, shut. Ghosts cluttered the hallway.
Inside me somewhere buried and lightless
I was sobbing and would not stop, but in the mirror
my eyes were dry. I asked to forget and be forgiven
though I asked no one, and nothing.

 

 

Philtrum

I.
Paper boat, rift
in the water.
Deft bluff
of a thumb.
Misplaced teardrop,
left to dry.
Cool cleft
of the river bed.


II.
Before we are born, the angel of God comes to the womb
and teaches us everything. How the lung books in scorpions
let them breathe, the nature of a galaxy's greed.
Whole memories and the words for each piece of the world.
Then birth. And the angel returns as our mothers
begin to suffer, silences cells as our mothers beg.
Push, someone urges, and almost, while inside
the angel traces a finger from the nose to the top lip, so when
we enter our lives, all we were taught is forgotten.

 

 2088600-160d744dc3a15faf6a162a7a17dc22ca.jpg
Taije Silverman (San Francisco, 13 augustus 1974)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Adriaan Roland Holst, antoine de kom, Atte Jongstra, Amélie Nothomb, Nikolaus Lenau, Tom Perrotta

 

Dolce far niente

 2064282-de0c8da6a41f097339a22e6b69b01e18.jpg
Het voormalige huis van A. Roland Holst aan de Nesdijk in Bergen

 

Wereld en droom

Dwazen, die duur van aardsch geluk bedongen,
dat zingend op geen sterven zich bezint:
Waar het nu ritselt, daar werd eens bemind -
Waar nu de raaf krast werd eenmaal gezongen.

Wij bouwen tot het woord ons wordt ontwrongen:
De steden staan op graven in den wind -
En als vergeefschheid zich bevestigd vindt
moet nog de dood ons worden opgedrongen.

Maar wat dan van den droom? duizenden zwerven
voorbij de wegen naar de bronzen poorten
van gindschen steilen, nooit ontsloten tempel -

Maar daar ook waait de wind en heerscht het sterven,
en harten, eenmaal ruischend van geboorten,
ritselen schuw daar over duistren drempel.

 

 2064282-b96926f57f11ab157c28d4bb9c2ee81d.jpg
Adriaan Roland Holst (23 mei 1888 - 5 augustus 1976)
Interieur van het huis van A. Roland Holst aan de Nesdijk in Bergen

 

 

De Nederlandse schrijver en dichter antoine de kom werd geboren in Den Haag op 13 augustus 1956. Zie ook alle tags voor antoine de kom op dit blog.

 

Ogier de Gombaud
aan Lodewijk xviii van Frankrijk, 24 april 1815

1
Sire, mijn lot: dat ik ben, noch denk, leef
Zo leeg als een schedel, gerot en verdoemd
Door de onmin van Bonaparte - woedend
Was de Eerste Consul; ons plan bleek

Mank, al bekend, en ik, nooit een strateeg,
Liep in de val die voor hem was bedoeld.
Mijn lot. Dat ik denk, dus ben, leef
Leeg als 'n schedel. Verrot. Gedoemd

Zoals zo vaak gebeurt, ellendige
Herhaling van historie: per schoener
Cybèle naar Cayenne. In naam van zijn roem
Telt een simpele grenadier niet meer.
Mijn lot, O Sire, Majesteit, zo ledig.
Over dit hoofdstuk/artikel


2
Vrij, gelijk en broederlijk? Beroerd. Slik,
Hitte en muskieten zijn mijn deel, dat wat
Napoleon met harde hand Continentaal
Verklaarde - het werd mij ontzegd. Ach, ik

Was van geen belang; hij heeft beschikt
Zich tóch vergist: niet hij bedacht
Mijn straf - heb ik mijzelf dan niet verbannen?
Vrij ben ik, gelijk en broederlijk, ik zit

Ga, sta, volg eigen wet. Beschik
Over mijn eigen onderdanen: echt bestaande
Vogels in plat vlak gevangen, stram, betrapt
Met prooi en al, vrij naar de natuur geschilderde
Verzinsels op velijn, staande in 't slik, zo ik.

 

 2064282-b7c2de3ec02d4dd40abb0eb0809ba6ed.jpg
antoine de kom (Den Haag, 13 augustus 1956)

 

 

De Nederlandse schrijver en essayist Atte Jongstra werd geboren in Terwispel op 13 augustus 1956. Zie ook alle tags voor Atte Jongstra op dit blog.

Uit:Aan open zee

“Er was de zee beneden, daarboven een zwerk van lood. Axel Borg stond met twee benen stevig op Bornholms graniet en liet de blik weiden over zijn reisroute. Hoe lang zou het duren voor de wateren zouden samenvloeien? Aan de einder was het silhouet van Christiansø zichtbaar, een minimale horizonverdikking in een smalle streep licht. Hij had een overtocht geboekt naar deze in de komende maanden schaars bevolkte, geologische ruïne, waar hij zich terug zou trekken voor het Werk.
De Ostrogoth lag klaar, maar alles in hem verzette zich tegen de reis. De dieseldampen aan boord van de veerboot, het zeewater dat zich straks in snotgroene walmen, algachtig aan hem zou meedelen, het dreigend grijs, een eilandgemeenschap waar hij zich in zou moeten vechten, de eenzaamheid van de komende maanden die hem toegrijnsde. En meer nog: het Werk.
Weinig volk op de kade. De wind was opgestoken en maakte van het haventje van het lieflijke Gudhjem een tochtgat. Huiverend liep hij terug naar het hotel om zijn rolkoffer te halen, laptoptas, een doos.
Ziet er niet goed uit met het weer...’ zei Axel.
De hotelhouder haalde de schouders op. ‘Och, de zee is geduldig. U gaat eh...?’
‘Naar Christiansø.’
‘Dan had u beter een paar maanden eerder kunnen komen. Daar valt nu niks te beleven.’
‘Daar ga ik juist voor.’

 

 2064282-231e20ca8a3852057649374e4dbf79e4.jpg
Atte Jongstra (Terwispel, 13 augustus 1956)

 

 

De Franstalige Belgische schrijfster Amélie Nothomb werd geboren in Kobe in Japan op 13 augustus 1967. Zie ook mijn blog van 13 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Amélie Nothomb op dit blog.

Uit: Riquet à la houppe

«Sur l’autre rive de la Seine, un jeune couple nouvellement établi non loin de la gare d’Austerlitz mit au monde une petite fille. Le père s’appelait Lierre, la mère s’appelait Rose. Ils nommèrent le bébé Trémière.
– Vous êtes sûrs de ce prénom ? interrogea l’infirmière.
– Oui, dit l’accouchée. Mon mari porte un nom de plante grimpante et moi celui d’une rose. Une rose qui grimpe, c’est une rose trémière.
Découragée face à une telle détermination, l’infirmière inscrivit Trémière sur le bracelet. Au moment de le nouer autour du poignet, elle regarda le visage de la petite et ne put retenir un cri:
-Que tu es belle !
Trémière n’avait pas la figure rouge et chiffonnée des nouveau-nés : sa tête était lisse et blanche comme une fleur de coton, aucune convulsion ne secouait ses traits de poupée de porcelaine.
Les gens qui vinrent effectuer leur visite de politesse à la maternité furent aussitôt sous le charme.
– Vous l’avez bien réussie ! dirent-ils aux parents, émerveillés d’un succès si facile.
Il y eut quelques fâcheux pour déplorer le prénom, mais ils concluaient toujours ainsi :
– Bah ! Elle est si belle que n’importe quel prénom lui irait.
Lierre inventait des jeux vidéo, Rose dirigeait une galerie d’art dans le nouveau quartier branché de Chevaleret. Ils avaient vingt-cinq ans, ils n’avaient pas de temps à accorder à leur bébé. Un mois après l’accouchement, la jeune mère reprit son travail et confia la petite à sa mère, qui habitait une ruine somptueuse à Fontainebleau.
– Tu es sûre que c’est une bonne idée ? lui demanda Lierre.
– C’est là que j’ai grandi, élevée par ma mère, répondit Rose.
– La maison et la mère s’effondraient moins à l’époque.
– Je souhaite à ma fille une enfance aussi féerique que la mienne.
La mère de Rose s’appelait Passerose, autre nom de la rose trémière. Elle s’éprit de sa petite-fille au premier regard :
– Je ne pensais pas qu’il était possible d’être encore plus belle que Rose, dit-elle à l’enfançonne.»

 

 2064282-8d2e6523468b94952fa4f475087aa1a7.jpg
Amélie Nothomb (Kobe, 13 augustus 1967)

 

 

De Oostenrijkse dichter Nikolaus Lenau werd geboren op 13 augustus 1802 in Csatád (in het Hongaarse deel van Oostenrijk-Hongarije). Zie ook alle tags voor Nikolaus Lenau op dit blog en ook mijn blog van 13 augustus 2010.

 

An meine Rose

Frohlocke, schöne junge Rose,
Dein Bild wird nicht verschwinden,
Wenn auch die Glut, die dauerlose,
Verweht in Abendwinden.

So süßer Duft, so helle Flamme
Kann nicht für irdisch gelten,
Du prangst am stolzen Rosenstamme,
Verpflanzt aus andern Welten.

Aus Büschen, wo die Götter gerne
Sich in die Schatten senken,
Wenn sie in heilig stiller Ferne
Der Menschen Glück bedenken.

Darum mich ein Hinübersehnen
Stets inniger umschmieget,
Je länger sich in meinen Thränen
Dein holdes Antlitz wieget.

O weilten wir in jenen Lüften,
Wo keine Schranke wehrte,
Daß ich mit deinen Zauberdüften
Die Ewigkeiten nährte!

 


Einem Knaben

Was trauerst du, mein schöner Junge?
Du Armer, sprich, was weinst du so?
Daß treulos dir im raschen Schwünge
Dein liebes Vögelein entfloh?

Du blickest bald in deiner Trauer
Hinüber dort nach jenem Baum,
Bald wieder nach dem leeren Bauer
Blickst du in deinem Kindestraum.

Du legst so schlaff die kleinen Hände
An deines Lieblings ödes Haus,
Und prüfest rings die Sprossenwände
Und fragst: „wie kam er nur hinaus?"

An jenem Baume hörst du singen
Den Fernen, den dein Herz verlor,
Und unaufhaltsam eilig dringen
Die heißen Thränen dir hervor.

Gib acht, gib acht, o lieber Knabe,
Daß du nicht dastehst trauernd einst.
Und um die beste, schönste Habe
Des Menschenlebens bitter weinst!

Daß du die Hand, die sturmerprobte,
Nicht legst, ein Mann, an deine Brust,
Darin so mancher Schmerz dir tobte,
Dir säuselte so manche Lust;

Daß du die Hand mit wildem Krampfe
Nicht drückest deinem Busen ein,
Aus dem die Unschuld dir im Kampfe
Entfloh'n, das scheue Vögelein.

Dann hörst du flüstern ihre leisen
Gesänge aus der Ferne her;
Neigst hin dich nach den süßen Weisen:
Das Vöglein aber kehrt nicht mehr!

 

 2064282-a7180c31fb4674e2df07cc6f4a2df924.png
Nikolaus Lenau  (13 augustus 1802 - 22 augustus 1850) 
Momument in Wenen 

 

 

De Amerikaanse schrijver Tom Perrotta werd geboren op 13 augustus 1961 in Garwood. Zie ook alle tags voor Tom Perrotta op dit blog en ook mijn blog van 13 augustus 2010.

Uit: Little Children

“Still, as skeptical as she was of fanatical punctuality in general, Sarah had to admit that the kids seemed to find it reassuring. None of them complained about waiting or being hungry, and they never asked what time it was. They just went about the business of their morning play, confident that they'd be notified when the proper moment arrived. Lucy seemed especially grateful for this small gift of predictability in her life. Sarah could see the pleasure in her eyes when she came running over to the picnic table with the others, part of the pack for the first time all day.
"Mommy, Mommy!" she cried. "Snack time!"
Of course, no system is foolproof , Sarah thought, rummaging through the diaper bag for the rice cakes she could have sworn she'd packed before they left the house. But maybe that was yesterday? It wasn't that easy to tell one weekday from the next anymore; they all just melted together like a bag of crayons left out in the sun.
"Mommy?" An anxious note seeped into Lucy's voice. All the other kids had opened Ziploc bags and single-serving Tupperware containers, and were busy shoveling handfuls of Cheerios and Goldfish crackers into their mouths. "Where my snack?"
"I'm sure it's in here somewhere," Sarah told her.
Long after she had come to the conclusion that the rice cakes weren't there, Sarah kept digging through the diaper bag, pretending to search for them. It was a lot easier to keep staring into that dark jumble of objects than to look up and tell Lucy the truth. In the background she heard someone slurping the dregs of a juice box.
"Where it went?" the hard little voice demanded. "Where my snack?"
It took an act of will for Sarah to look up and meet her daughter's eyes.
"Im sorry, honey." She let out a long, defeated sigh. "Mommy can't find it."

 

 2064282-2bce0c7462fb2beb8452912bc5c7e67c.JPG
Tom Perrotta (Garwood, 13 augustus 1961)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 13e augustus ook mijn blog van 13 augustus 2016 en ook mijn blog van 13 augustus 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Justus van Maurik, Thomas Mann, Hans-Ulrich Treichel, Stefano Benni, Marcellus Emants, Naoki Higashida

 

Dolce far niente

 

 2063165-b3674a2d78bb6f5463cc2d4e0be935b3.jpg
Amsterdam, Gemeentearchief vanaf Weesperzijde

 

Uit: Amsterdam bij dag en nacht

“Evenals 't licht zich 't allereerst aan den uitersten rand van den gezichteinder vertoont, zóó ontwaakt ook ‘het leven’, de bedrijvigheid het eerst aan den zoom der stad.'t Is nog donker op den Sloter- en Amstelveenschen weg en de Weesper- en Utrechtsche zijden dommelen in grauw en nevelig duister. Op Y en Amstel glinstert 't maanlicht nog over 't ijs of spiegelt in de wakken, maar van alle kanten komen reeds ‘de boeren’ naar Amsterdam; zij brengen voedsel naar de slapende stad; voor hen is 't reeds dag en werktijd.
Ziet! daar naderen ze van Sloten, uit de polders, van Ouwerkerk en van Amstelveen. Met wagens en karren komen ze aangereden, - de groenteboeren het eerst; zij brengen kool, wortelen, rapen en meer andere wintergroenten voor de groenmarkt en lokken de negotianten uit het warme bed, naar de Prinsengracht. Dáár komen de kinderen Israëls hun te gemoet; zij hebben den naam van ‘vroeg op te staan’ - maar ze doen 't ook in werkelijkheid. Als er wat te verdienen is zijn zij, met loffelijken ijver, bij de hand, vóór anderen; zij duwen hun handkar voort en - moeder de vrouw zit er in! Waarom zou ze niet rijden? 't Kost niets meer en straks zal ze nog genoeg moeten loopen, als ze haar groenten gaat uitventen, want ‘moeder’ loopt even hard met de savooie kool of rapen, als ‘vader’ met Hoornsche wortelen en uien.
Na de groenten, de melk.
De melkboeren komen iets later naar stad, maar toch zijn ze van vijf uur af al op weg, omdat tusschen vijf en zes uur de ‘tollen’ open zijn. Achter en naast elkander rijden ze voort tot aan het ‘Stuivertje,’ op den hoek van de Vondel- en Stadhouderskade; dáár wordt 's morgens vroeg en ook tegen den avond, de melkmarkt gehouden. Alles en iedereen is daar druk in de weer; vóór de klok zes uur heeft geslagen wordt in ‘het Stuivertje’ reeds geloofd en geboden, gebitterd en gegeten, gekibbeld en weer vrede gemaakt.
De opkoopers wachten in die herberg de boeren af en voorzien zich van de noodige hoeveelheid melk die zij, op hunne beurt weer, aan de ‘slijters’ over doen. Veel buiten-boeren gaan zelf met hun wagens de stad in en enkelen onder hen bedienen zelfs particulieren, die liever niet van de Amsterdamsche melk-inrichtingen koopen, omdat ‘hun boer’ geen duinwater in zijn melk doet. - Gelukkig dat de kikkersloten niet klappen!”

 

2063165-c7046f828a0ffd6087047ff4f95b2d12.jpg 
Justus van Maurik (16 augustus 1846 - 18 november 1904)
Amsterdam, Overtoom. Vanaf de Stadhouderskade tot ongeveer bij de Anna Vondelstraat werd de Overtoom tot oktober 1901 de Vondelkade genoemd. Justus van Maurik werd geboren in Amsterdam.

 

 

Op 12 augustus 1955 overleed de Duitse schrijver Thomas Mann. Zie ook mijn blog van 12 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Thomas Mann op dit blog.

Uit: Tagebücher

„St. Moritz, Donnerstag, den 20. VII 1950
Gut geschlafen wie auch K.. Bad und Theefrühstück. Ausbleiben von Post, scheinbares Versagen des Dolder-Concierge. Brief an Direktor Kraehenbühl. Unabhängig hiervon die Frage ob Franzl antworten wird. Das Waldhaus, wohin sein Brief gehen würde, schickt getreu. Er wird wohl nicht wissen anzufangen und in seinen Schriftzügen werden ja nicht seine Augen sein, la forza de suo bel viso. – Michelangelos Gedichte beschäftigen mich nachhaltig. Ich möchte darüber schreiben. Diese sinnlich-übersinnliche Liebeskrankheit, diese phantastische Aufgewühltheit, die immer das Verfallensein an das Schöne als Liebe zu Gott und dem Geistigen deutet, diese Kraßheit der Schilderung der eigenen Häßlichkeit, des eigenen Lebenselends halten mich gewaltig fest.

 2063165-c52a8e7f44b6a602f795fe231ebf91ce.jpg
Het landhuis in Bad Tölz, van 1909 tot 1917 in het bezit van de familie Mann

 

Das erotisch aushaltende Alter, das unbezähmbare Verfallensein an schöne Augen. – Das Wetter bedeckt und kühl. Kleine Heiz-Sonne im Zimmer – Schrieb etwas am Kapitel weiter. (Besteigung des Felsens). – Schöne Spaziergänge vormittags und gegen Abend mit K. .- Die Mäntel kamen gute englische Ware. – Sah Michelangelos Bekenntnisse weiter an in Gedanken an einen Aufsatz. – Geschichte der Päpste. – Ein paar Postkarten. Ausbleiben von Post, fast ganz, im Allgemeinen und im Besonderen. Wüsste der Junge in der weißen Jacke, wie ungeduldig ich bin, ein paar Worte von ihm in Händen zu haben, er würde sich etwas mehr beeilen! – Die Küche hier ist vorzüglich. – K. rief Frau Ninon Hesse an abends.“

 

 2063165-29f965ecaffa7f6763c78ce380f11ce8.jpg
Thomas Mann (6 juni 1875 - 12 augustus 1955)
Hier in zijn werkkamer in Californië

 

 

De Duitse dichter en schrijver en germanist Hans-Ulrich Treichel werd geboren op 12 augustus 1952 in Versmold. Zie ook alle tags voor Hans-Ulrich Treichel op dit blog en ook mijn blog van 12 augustus 2010.

Uit: Anatolin

„Abfahrt Berlin Hauptbahnhof 12.37 Uhr. Ankunft Kutno 17.07 Uhr. Der Berlin-Warszawa-Expreß war reservierungspflichtig. Ich hatte einen Platz an der Abteiltür reserviert, da ich sowohl im Flugzeug als auch in der Bahn zu Beklemmungen neige, wenn ich nicht am Gang beziehungsweise an der Abteiltür sitze. Neben mir war zudem frei, so daß ich mich auf eine entspannte Reise freuen konnte. Mir gegenüber saß eine ältere, ganz in Schwarz gekleidete Dame und daneben ein junges, unübersehbar verliebtes Pärchen. Der junge Mann mit seinem strohig-blonden Haar, den vollen Lippen und melancholischen Augen gefiel mir. Und das Mädchen, das eine sehr tief sitzende Jeans, eine viel zu kurze Bluse und eine Perle im Bauchnabel trug, ebenfalls. Die beiden redeten unentwegt miteinander, allerdings auf polnisch, was ich schade fand, ich hätte sie gern ein wenig belauscht. Und wenn sie nicht redeten, dann küßten sie sich, was weder die ältere Dame noch mich störte. Im Gegenteil. Wäre ich der junge Mann gewesen, dann hätte ich das Mädchen auch geküßt. Ich fand es sehr anziehend, zumal sie mich beim Küssen einige Male durch den Vorhang ihrer brünetten Haare unverhohlen anschaute und anscheinend nichts dagegen hatte, daß ich den beiden bei ihren Zärtlichkeiten zusah.
Ich bemühte mich trotzdem, mich auf meine eigenen Angelegenheiten zu konzentrieren, und blätterte zuerst im Fahrplanheft, holte dann meine Lektüre aus der Tasche und breitete sie auf dem Sitz neben mir aus. Der Zug fuhr laut Plan über Frankfurt/Oder, Rzepin, Poznan und Konin nach Kutno. Konin kannte ich aus den Papieren meiner Eltern. Hier hatten sie im anuar 1945 ihr erstes Kind Günter auf der Flucht vor den Russen zurücklassen müssen, waren danach in einen Wald geflüchtet und schließlich für ein Jahr in einem polnischen Arbeitslager interniert worden.“

 

 2063165-970aada9cd774b651deacac433e4d556.jpg
Hans-Ulrich Treichel (Versmold, 12 augustus 1952)

 

 

De Italiaanse schrijver, satiricus en journalist Stefano Benni werd geboren op 12 augustus 1947 in Bologna. Zie ook alle tags voor Stefano Benni op dit blogen ook mijn blog van 12 augustus 2010.

Uit:The Story of First-Aid and Beauty Case (Vertaald door Chad Davidson Marella Morris)

"You do know how to drive a motorcycle, don't you?"
At that, First gave a real story-worthy smile, blasted a cloud of gasoline vapors and took off zigzagging down the wrong side of the road. Those who saw him that day said he was doing at least one-hundred and seventy-five an hour. The power of love! They heard the noise of that tornado that came through, but saw nothing more than the light from a shooting star. First took curves so tightly that instead of getting gnats in the face, he had to be careful of earthworms. And Beauty wasn't the slightest bit scared. On the contrary, she cried out in joy. It was then that First understood she was the love of his life.
When they arrived in front of Beauty's house, First reared up the motorcycle and Beauty flew off through the window, right into the living room armchair. Her mom saw her sitting there and said:
"Where were you? I didn’t even hear you come in!"
In that same moment, they heard First coming to a stop against the roll-up door of a filling station. He got up: the motorcycle had lost one wheel and the gastank. No big deal. He filled up his mouth with gas and left for home on one wheel spitting mouthfuls of gas every now and then into the carburator.
He stretched out on his bed and declared to four cockroaches: "I'm in love."
"And who with?" they asked.
"With Beauty Case."
"Hot chick," said the cockroaches in chorus (around those parts cockroaches spoke colorfully).
The next night, First and Beauty Case went out again together. After thirty seconds First asked if he could kiss her. Beauty Case gulped down her ice cream.
They began kissing at nine fifteen and according to various witnesses the first to take a breath was First at two in the morning”.

 

 2063165-40628ce0b4ef2e489518004aadffa7b9.jpg
Stefano Benni (Bologna,12 augustus 1947)

 

 

De Nederlandse schrijver Marcellus Emants werd op 12 augustus 1848 in Voorburg geboren. Zie ook alle tags voor Marcellus Emants op dit blog en ook mijn blog van 12 augustus 2010.

Uit: Inwijding.

“Nog nooit had Theodoor zo intens de gewaarwording gehad van heel, heel gelukkig te zijn. Een opwindende blijheid lag over zijn denken als kleurophelderend vernis over de verven van een schilderij en die blijheid doorzong zijn vertederd gevoelen als verre muziek het zachte suizen van een woud.
Het winnen van Tonia's liefde was een triomf voor hem geweest en zo machtig heerste in zijn gemoed het zaligend besef van dit triomferen, dat het al wat hij deed en ondervond doordrong. In de melancholicus wordt elke ervaring tot een leed, omdat hij zich er niet tegen opgewassen voelt; in Theodoor werden nu al de dingen van zijn leven tot genietingen, omdat hij zich steeds voelde zegevieren. In zijn dorste werkzaamheden had hij plezier; onder de hinderlikste wrijvingen van moeder en zuster kon hij blijmoedig blijven; opgeruimd voorkomend en zelfs deelnemend bewoog hij zich onder tijdgenoten op de soos of in deftiger gezelschap op viezietes, vergaderingen, dienees. Altoos en overal was 't hem, of hij een kostbaar kleinood met zich omdroeg, een kleinood, dat hij, onbespied en onvermoed door jaloers afkeurende blikken, in zich borg, een talisman, die hem onkwetsbaar zou maken voor de grievendste teleurstellingen van het leven en die elk maatschappelik sukses zou verhogen tot een dubbele zege.
En dit gevoel van gelukkig te zijn maakte hem gezond en krachtig tevens. Hij verbeeldde zich nu pas rustig aan zijn carrière te kunnen gaan arbeiden, wijl hij zich nu eerst niet anger hoefde te bekreunen om kwellende behoeften van lichaam en gemoed. Soms vroeg hij zich af, hoe 't mogelik was, dat hij zulk een heerlikheid had gevonden: een vrouw, die van hem hield, die zo gans en al naar zijn smaak was, die in geen enkel opzicht zijn vrijheid belemmerde, die hem nooit in opspraak zou brengen, die naar geen verandering haakte. En als hij zich dan bekennen moest, dat het toeval hem gediend had en hij met recht een geluksvogel mocht heten, dacht hij toch ook altijd weer met pedanterie aan zijn takt; want zonder die takt - daar twijfelde hij geen sekonde aan - zou zij nooit zo smoor verliefd op hem zijn geworden.”

 

 2063165-c68dbb5ef301d6f3d677879752ea175c.jpg
Marcellus Emants (12 augustus 1848 – 14 oktober 1923)
Cover

 

 

De Japanse dichter, romancier en essayist Naoki Higashida werd geboren op 12 augustus 1992 in Kimitsu. Zie ook alle tags voor Naoki Higashida op dit blog.

Uit:The Reason I Jump (Vertaald door David Mitchell)

“When you look at something, what do you see first?
So how do people with autism see the world, exactly? Us, and only us, can ever know the answer to that one! Sometimes I actually pity you for not being able to see the beauty of the world in the same way we do. Really, our vision of the world can be incredible, just incredible...You might reply, "But the eyes we all use to look at things work the same way, right?" Fair enough, you may be looking at the exact same things as us, but how we perceive them appears to be different. When you see an object, it seems that you see it as an entire thing first, and only afterwards do its details follow on. But for autistic people, the details jump straight out at us first of all, and then only gradually, detail by detail, does the whole image sort of float up into focus.
What part of the whole image captures our eyes first depends on a number of things. When a colour is vivid or a shape is eye-catching, then that's the detail that claims our attention, and then my heart kind of drowns in it, and we can't concentrate on anything else. Every single thing has its own unique beauty. People with autism get to cherish this beauty, as if it's a kind of blessing given to us. Wherever we go, whatever we do, we can never be completely lonely. We may look like we're not with anyone, but we're always in the company of friends”.

 

 2063165-5ac379c5f80b62a1c783ade92fa05f61.jpg
Naoki Higashida (Kimitsu, 12 augustus 1992)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 12e augustus ook mijn blog van 12 augustus 2015 en ook mijn blog van 12 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 10:55 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten