Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 13 augustus 2017 tot 14 augustus 2017

Kees Fens, Wolf Wondratschek, Danielle Steel, Erwin Strittmatter, Sir Walter Scott, Thusnelda Kühl

 

Dolce far niente

 

 2064353-d8a5f567d4d3b3c9439d7d0630cf1012.jpg
De Baarsjesweg in Amsterdam

 

 

Uit: Slatuinenweg

'Slatuinen' - het is al halflandelijk. Ik meen dat heel lang geleden de hele buurt eromheen de 'Slatuintjes' heette. Er moeten tuinders hebben gewoond; die werden bij de uitbreiding van Amsterdam naar het westen steeds verder weggeschoven. Het is minder dan een halve eeuw geleden dat niet ver voorbij het onlangs helemaal gerestaureerde Mercatorplein, waarvan de curieuze poortgebouwen verbeeld zijn in Hermans' novelle Dokter Klondyke, de tuinderijen begonnen. Een lappendeken van kleine veldjes, doorsneden met slootjes. En die wereld, die zich alleen soms op de schaats liet verkennen, liep door tot het dorp Sloten.Met kleine bootjes, roeiboten vaak, kwamen de tuinders over hun slootjes en de Kostverlorenvaart naar de Centrale Markt-hallen, een lange en zware tocht voor weinig winst. Voor mij was het een groot buitengebied waar het altijd koud was en alleen boerenkool, die er verstijfd bijstond, werd verbouwd. De kerk van Sloten had als patroon Sint Pancratius, en dat is een van de ijsheiligen. (Het dorp Sint-Pancras, in Noord-Holland, leek mij ook een heel koude plek).De Slatuinenweg loopt van de Admiraal de Ruyterweg naar de Baarsjesweg, die aan het water ligt. Rechts van de toegang lag het einde van een huizenblok. Op de begane grond van die hoek was een café-restaurant gevestigd, dat op mij als jongen een zeer wereldse en vooral ook dure indruk maakte. Aan de linkerzijde lag het geheimzinnigste gebouw uit mijn buurt. 'Dirk Schnabel' stond erop. Je zag er nooit iemand, maar uit alle ramen kwamen vreemde geuren, die mij zeer bekoorden: ik bleef er wel staan om te snuiven. Schnabel was, wist ik later, een clichéfabriek. Tussen die twee daalde je af in de Slatuinenweg (sommigen zeiden 'Slatuinenpad', maar ik hield die naam voor een piepklein steegje dat het straatje ook nog kende). Ik was nog nooit in een dorp geweest - Sloterdijk uitgezonderd - maar zo stelde ik mij een dorpsstraat voor. Je kon er recht doorheen kijken, en dat is zeer bekoorlijk. Links en rechts heel kleine huisjes, een benedenverdieping en een zolderachtige bovenverdieping. Er leken mij alleen maar achtergeblevenen te wonen, de laatste tuinders, zonder tuin.”

 

 2064353-df9aa4d0b9af8f0e9eab37e55a2edec8.jpg
Kees Fens (18 oktober 1929 - 14 juni 2008)
De Chassékerk en de Chasséstraat in Amsterdam. Kees Fens groeide op in deze straat.

 

 

De Duitse dichter en schrijver Wolf Wondratschek werd geboren op 14 augustus 1943 in Rudolstadt. Zie ook alle tags voor Wolf Wondratscheck op dit blog en ook mijn blog van 14 augustus 2010.

 

So wahr mir Gott helfe

Als ich mich in dich verliebte,
wußte mein Körper früher als ich,
was los war, und fing an zu schreien,
irgendetwas in Richtung Bauch,
was sofort meine Beine in Mitleidenschaft zog,
denn sie waren unbrauchbar, als ich aufstand
und mich entschuldigte. Auf diese Art Neuigkeiten
war ich nicht gefaßt gewesen (und ich haßte Romane,
in denen sowas an der Tagesordnung war).
Meinem Körper allerdings war alles egal.
Er schrie zwar nicht mehr, aber sein Flüstern,
das dann einsetzte, war noch lauter.
Ich schloß die Augen.
Mein Kopf war eine Rennstrecke vieler Gedanken,
die alle den Weg nach Hause vergessen hatten und nun
die Toilette nicht mehr verlassen wollten.
Ich hatte Mühe, mich dir wieder gegenüberzusetzen.
Wir unterhielten uns, nehme ich an, wobei mir auffiel,
daß du viel lieber mit meiner Nase sprachst,
mit meinen Fingern, meinen Schultern.
Natürlich nahmst du zu Recht an,
daß die dich besser verstehen als ich.
Auch mein Bauch mischte sich wieder ein,
abgrundtief begeistert von dir.
Dann, ich war unfähig, es zu verhindern,
hast du auf meiner Haut eine Zigarette entzündet.

 

 

Liebst du mich?

Ob ich dich liebe? Ich weiß es nicht
und wage nicht, es zu wissen. Ich fürchte
alle Nachteile dieser Gewißheit und will
auch mit den Vorteilen nicht leben müssen.
Ich halte schon die Frage für gelogen
und fühlte mich um all meine Zweifel betrogen,
wüßte ich eine Antwort. Ich schweige nicht,
mir sind nur, Geliebte, die Sinne benommen.
Ich kann nie genug bekommen von meiner
Unvollkommenheit, vom Licht, wenn es verlöscht,
und von den Rätseln der Ruhe in deinen Augen.
Wie wenig dann Worte taugen!

Was an mir sterblich ist, nimm es dir.
Es gehört keinem, nicht einmal mir.

 

 2064353-7674dcc956406e7d953abc8f6f923325.jpg
Wolf Wondratschek (Rudolstadt, 14 augustus 1943)

 

 

De Amerikaanse schrijfster Danielle Steel werd geboren in New York op 14 augustus 1947. Zie ook alle tags voor Danielle Steel op dit blog en ook mijn blog van 14 augustus 2010.

Uit: To Love Again

“San Gregorio–sacred words to sacred women, and Isabella and Amadeo the most sacred words of all. He in all his golden, green-eyed Florentine magnificence, inheriting the house at thirty-one; she the granddaughter of Jacques Louis-Parel, the king of Paris couture since 1910.
Isabella’s father had been Italian but had always taken pleasure in telling her he was quite sure that her blood was entirely French. She had French feelings and French ideas, French style, and her grandfather’s unerring taste. At seventeen she had known more about high fashion than most men in the business at forty-five. It was in her veins, her heart, her spirit. She had an uncanny gift for design, a brilliance with color, and a knowledge of what worked and what didn’t that came from studying her grandfather’s collections year after year. When at last in his eighties he had sold Parel to an American corporation, Isabella had sworn that she would never forgive him.
She had, of course. Still if he had only waited, if he had known, if…but then she would have had a life in Paris and never met Amadeo as she had when she set up her own tiny design studio in Rome at twenty-two. It had taken six months for their paths to cross, six weeks for their hearts to determine what the future would be, and only three months after that before Isabella became Amadeo’s wife and the brightest light in the heavens of the House of San Gregorio. Within a year she became his chief designer, a seat for which any designer would have died.
It was easy to envy Isabella. She had it all: elegance, beauty, a crown of success that she wore with the casual ease of a Borsalino hat, and the kind of style that would still make an entire room stop to stare at her in her ninetieth year. Isabella di San Gregorio was every inch a queen, and yet there was more. The quick laughter; the sudden flash of diamonds set in the rich onyx eyes; her way of understanding what was behind what people said, who they were, why they were, what they were and weren’t and dreamed of being. Isabella was a magical woman in a marvelous world.”

 

 2064353-327040c417e62109595c9b5bc4162184.jpg
Danielle Steel (New York, 14 augustus 1947)

 

 

De Duitse schrijver Erwin Strittmatter werd geboren op 14 augustus 1912 in Spremberg. Zie ook alle tags voor Erwin Strittmatter op dit blog en ook mijn blog van 14 augustus 2010.

Uit: Die Tabakpfeife

„Einmal waren wir in der Heuernte, und der Kalender hatte gut Wetter vorausgesagt, doch als wir das Heu schon fast trocken hatten, brach ein Gewitter los und verdarb es. Großvater zog den Tischkasten auf, packte den Kalender und warf ihn aus dem Fenster hinaus in den Regen: »Was fällt dir ein? Da überführ dir, du Lügensack!«
Großmutter holte den Kalender herein. Er hatte achtzig Pfennig gekostet. Sie entschuldigte den Kalender: »Es kann doch vorkommen, daß eins mal die Unwahrheit sagt.«
»Du vielleicht, ich nicht«, sagte Großvater.
Die Kalendergeschichten las Großvater jahrsüber mehrmals, und manche Partien der Geschichten konnte er auswendig, besonders, wenn sie sich auf Personen aus der Geschichte der von ihm gehaßten Preußen bezogen oder auf Personen, die einem Mord zum Opfer gefallen waren, oder auf andere, die sich selber umgebracht hatten.
Als sich im Dorf ein heimatloser Fleischergeselle erhängte, zitierte Großvater aus einer Kalendergeschichte: »Er sah kein Land mehr, nur böse Menschenzungen, und er ließ sich von ihnen treiben und suchte die Handwärme seiner Mutter, und die war nicht mehr, und da legte er sich ein Seil aus Hanf um seinen Nacken und schied...«
Im Kalender standen auch Inserate, zwielichtige Bücher wurden angeboten: FREIE LIEBE oder EHE IN NOT
Und WlE LERNE ICH MICH JAPANISCH SELBSTVERTEIDIGEN, auch HERREN RAUCHEN BREMER KEULEN.“

 2064353-f54df35a3f14000b60a69562bda724dd.jpg
Erwin Strittmatter (14 augustus 1912 – 31 januari 1994)

 

 

De Schotse dichter en schrijver Sir Walter Scott werd geboren in Edinburgh op 14 augustus 1771. Zie ook alle tags voor Sir Walter Scott op dit blog en ook mijn blog van 14 augustus 2010.

Uit: Quentin Durward

“The latter part of the fifteenth century prepared a train of future events that ended by raising France to that state of formidable power which has ever since been from time to time the principal object of
jealousy to the other European nations. Before that period she had to struggle for her very existence with the English already possessed of her fairest provinces while the utmost exertions of her King, and the gallantry of her people, could scarcely protect the remainder from a foreign yoke. Nor was this her sole danger. The princes who possessed the grand fiefs of the crown, and, in particular, the Dukes of Burgundy and Bretagne, had come to wear their feudal bonds so lightly that they had no scruple in lifting the standard against their liege and sovereign lord, the King of France, on the slightest pretence. When at peace, they reigned as absolute princes in their own provinces; and the House of Burgundy, possessed of the district so called, together with the fairest and richest part of Flanders, was itself so wealthy, and so powerful, as to yield nothing to the crown, either in splendour or in strength.
In imitation of the grand feudatories, each inferior vassal of the crown assumed as much independence as his distance from the sovereign power, the extent of his fief, or the strength of his chateau enabled him to maintain; and these petty tyrants, no longer amenable to the exercise of the law, perpetrated with impunity the wildest excesses of fantastic oppression and cruelty. In Auvergne alone, a report was made of more than three hundred of these independent nobles, to whom incest, murder, and rapine were the most ordinary and familiar actions.
Besides these evils, another, springing out of the long continued wars betwixt the French and English, added no small misery to this distracted kingdom. Numerous bodies of soldiers, collected into bands, under officers chosen by themselves, from among the bravest and most successful adventurers, had been formed in various parts of France out of the refuse of all other countries. These hireling combatants sold their swords for a time to the best bidder; and, when such service was not to be had, they made war on their own account, seizing castles and towers, which they used as the places of their retreat, making prisoners, and ransoming them, exacting tribute from the open villages and the country around them--and acquiring, by every species of rapine, the appropriate epithets of Tondeurs and Ecorcheurs, that is, Clippers and Flayers.“

 

 2064353-abbcf0d9810ad167f2ffdbcf38ffcf49.jpg
Sir Walter Scott (14 augustus 1771 - 21 september 1832)
Scene uit de gelijknamige film uit 1955 met o.a. Robert Taylor als Quentin (hier in de badkuip)

 

 

De Duitse schrijfster Thusnelda Kühl werd geboren op 14 augustus 1872 in Kollmar. Zie ook alle tags voor Thusnelda Kühl op dit blog.

Uit: Das Haus im Grunde.

„Es war im Jahre 1700. Im Oktobersturm sausten die Wipfel der uralten Eschen, die wie trotzige Riesen Reimer Floris alten Bauernhof zu schützen schienen. Sie hatten ihn geschützt durch Jahrhunderte hin, so lange die stolze Werft, auf der er stand, den Namen »Flors Warf« geführt. Nun aber war ihre Macht dennoch gebrochen worden, und darum geschah es, daß sie nun im Sturm klagend und heulend ihre alten Häupter wiegten.
In der Küche schwelte eine Tranlampe und beleuchtete sorgenvolle Gesichter. Und so oft von dem großen Wohngemach ein Ton lauter Lustbarkeit herüberdrang, schlug Sievert Nickels, der alte Knecht, mit der Faust auf den Tisch und rief: »Und ich bleib' dabei, eine Sünde und Schande ist es und niemals im Lande Eiderstedt Sitte gewesen, so lange ich denken kann.«
»Und nicht einmal für den Nispuk ein Schüsselchen übrig zu lassen« – klagte die Magd Telse. »Das geht nicht gut, ist mir bange, und mit Reimer Floris Glück ist's vorbei. Die arme kleine Deern, die Martje!«
Ein gellender Ton schnitt die Rede der beiden ab. Sievert Nickels stand auf, zündete aber erst die kurze Kalkpfeife wieder an, bevor er auf seinen Holzschuhen schwerfällig und langsam über den großen, dunklen Fliesenflur schritt.
Gerade wollte er die Haustür öffnen, da fiel noch einmal der Drücker auf die Messingplatte, lauter als das vorige Mal, wie in sichtlicher Ungeduld geschleudert.
»Lat ji man Tid,« brummte Sievert. Da stand die mittelhohe schlanke Gestalt eines Mannes vor ihm in der Uniform der Offiziere Karls XII. von Schweden.
»Ist das die gerühmte Eiderstedter Gastfreundschaft?« fragte General Steenbock schneidend.
»Ob Eiderstedter Gastfreundschaft je gerühmt worden ist, weiß ich nicht,« versetzte Sievert trocken, den Mann vor ihm entweder nicht erkennend oder nicht erkennen wollend – »vielleicht ist's ja aber mit der gerühmten Eiderstedter Gastfreundschaft besser bestellt als mit der gerühmten schwedischen Mannszucht."

 

 2064353-2470257fbc407e4323b9b9d270650de2.jpg
Thusnelda Kühl (14 augustus 1872 - 24 juli 1935)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e augustus ook mijn blog van 14 augustus 2016 deel 1 en ook deel 2.

 

Geschreven door Romenu om 17:54 Reageer op dit bericht

Taije Silverman

De Amerikaanse dichteres, vertaalster en hoogleraar Taije Silverman werd geboren in San Francisco op 13 augustus 1974 als dochter van een projectontwikkelaar en architect en een docente kunstgeschiedenis. Ze is in 1996 afgestudeerd aan Vassar College. Zij debuteerde in 2009 met “Houses Are Fields”. In het boek reageerde zij op de dood van haar moeder. Gedichten van Silverman zijn gepubliceerd in tijdschriften als Poetry, The Harvard Review, Plowshares, Massachusetts Review, The Antioch Review en AGNI. Silverman's gedichten werden ook opgenomen in de bloemlezing van de hedendaagse Amerikaanse poëzie, “The Best American Poetry” (2016). Als vertaalster is ze vooral bekend om haar vertalingen van Giovanni Pascoli, die zijn verschenen in The Nation, New England Review, Agni, Pleiades en Modern Poetry in Translation. Zij wordt beschouwd als een van de meest vernieuwende hedendaagse Engelse vertalers van Italiaanse poëzie. Silverman vertaalde ook de dialectpoëzie van Pier Paolo Pasolini en verschillende werken van Paolo Valesio. Ze heeft lesgegeven aan de universiteit van Bologna in Italië onder een Fulbright-fellowship, Ursinus College en Emory University, waar ze ook creatief-schrijven doceerde. Silverman was ook docent aan de Universiteit van Maryland en de Universiteit van Houston en werkte ze als lerares poëzie op openbare scholen via het programma Writers-in-the-Schools.

 

The Winter Before

My mother knocked on the bathroom door
to read me a poem. Her happiness was shining.
Even now, she read from her place on the page,
the Beloved is tending himself inside of you.
When I didn’t smile she asked, Isn’t it beautiful?
God is inside of us. Yes. A thousand times yes.
For no reason I remembered my dream
from the night before, how I had no money
in a strange city and each male friend I asked
for a place to stay wanted sex in exchange.
No reason. I smiled. I let her happiness
be my happiness, which is easy sometimes,
but when she turned to walk back
to her bedroom, I wanted to call to her:
Wait. All my dreams had returned.
Dreams of being alone in strange cities,
a man following or being followed—death
as the lover we greet indifferently, on the stairs.
Wait. I wanted to ask her, Will we be all right?
My father was already sleeping in the bed
she would climb into and the skin on their bodies
was the most precious thing I would ever know.
I would lose it. Will we be all right? The door
closed click, shut. Ghosts cluttered the hallway.
Inside me somewhere buried and lightless
I was sobbing and would not stop, but in the mirror
my eyes were dry. I asked to forget and be forgiven
though I asked no one, and nothing.

 

 

Philtrum

I.
Paper boat, rift
in the water.
Deft bluff
of a thumb.
Misplaced teardrop,
left to dry.
Cool cleft
of the river bed.


II.
Before we are born, the angel of God comes to the womb
and teaches us everything. How the lung books in scorpions
let them breathe, the nature of a galaxy's greed.
Whole memories and the words for each piece of the world.
Then birth. And the angel returns as our mothers
begin to suffer, silences cells as our mothers beg.
Push, someone urges, and almost, while inside
the angel traces a finger from the nose to the top lip, so when
we enter our lives, all we were taught is forgotten.

 

 2088600-160d744dc3a15faf6a162a7a17dc22ca.jpg
Taije Silverman (San Francisco, 13 augustus 1974)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Adriaan Roland Holst, antoine de kom, Atte Jongstra, Amélie Nothomb, Nikolaus Lenau, Tom Perrotta

 

Dolce far niente

 2064282-de0c8da6a41f097339a22e6b69b01e18.jpg
Het voormalige huis van A. Roland Holst aan de Nesdijk in Bergen

 

Wereld en droom

Dwazen, die duur van aardsch geluk bedongen,
dat zingend op geen sterven zich bezint:
Waar het nu ritselt, daar werd eens bemind -
Waar nu de raaf krast werd eenmaal gezongen.

Wij bouwen tot het woord ons wordt ontwrongen:
De steden staan op graven in den wind -
En als vergeefschheid zich bevestigd vindt
moet nog de dood ons worden opgedrongen.

Maar wat dan van den droom? duizenden zwerven
voorbij de wegen naar de bronzen poorten
van gindschen steilen, nooit ontsloten tempel -

Maar daar ook waait de wind en heerscht het sterven,
en harten, eenmaal ruischend van geboorten,
ritselen schuw daar over duistren drempel.

 

 2064282-b96926f57f11ab157c28d4bb9c2ee81d.jpg
Adriaan Roland Holst (23 mei 1888 - 5 augustus 1976)
Interieur van het huis van A. Roland Holst aan de Nesdijk in Bergen

 

 

De Nederlandse schrijver en dichter antoine de kom werd geboren in Den Haag op 13 augustus 1956. Zie ook alle tags voor antoine de kom op dit blog.

 

Ogier de Gombaud
aan Lodewijk xviii van Frankrijk, 24 april 1815

1
Sire, mijn lot: dat ik ben, noch denk, leef
Zo leeg als een schedel, gerot en verdoemd
Door de onmin van Bonaparte - woedend
Was de Eerste Consul; ons plan bleek

Mank, al bekend, en ik, nooit een strateeg,
Liep in de val die voor hem was bedoeld.
Mijn lot. Dat ik denk, dus ben, leef
Leeg als 'n schedel. Verrot. Gedoemd

Zoals zo vaak gebeurt, ellendige
Herhaling van historie: per schoener
Cybèle naar Cayenne. In naam van zijn roem
Telt een simpele grenadier niet meer.
Mijn lot, O Sire, Majesteit, zo ledig.
Over dit hoofdstuk/artikel


2
Vrij, gelijk en broederlijk? Beroerd. Slik,
Hitte en muskieten zijn mijn deel, dat wat
Napoleon met harde hand Continentaal
Verklaarde - het werd mij ontzegd. Ach, ik

Was van geen belang; hij heeft beschikt
Zich tóch vergist: niet hij bedacht
Mijn straf - heb ik mijzelf dan niet verbannen?
Vrij ben ik, gelijk en broederlijk, ik zit

Ga, sta, volg eigen wet. Beschik
Over mijn eigen onderdanen: echt bestaande
Vogels in plat vlak gevangen, stram, betrapt
Met prooi en al, vrij naar de natuur geschilderde
Verzinsels op velijn, staande in 't slik, zo ik.

 

 2064282-b7c2de3ec02d4dd40abb0eb0809ba6ed.jpg
antoine de kom (Den Haag, 13 augustus 1956)

 

 

De Nederlandse schrijver en essayist Atte Jongstra werd geboren in Terwispel op 13 augustus 1956. Zie ook alle tags voor Atte Jongstra op dit blog.

Uit:Aan open zee

“Er was de zee beneden, daarboven een zwerk van lood. Axel Borg stond met twee benen stevig op Bornholms graniet en liet de blik weiden over zijn reisroute. Hoe lang zou het duren voor de wateren zouden samenvloeien? Aan de einder was het silhouet van Christiansø zichtbaar, een minimale horizonverdikking in een smalle streep licht. Hij had een overtocht geboekt naar deze in de komende maanden schaars bevolkte, geologische ruïne, waar hij zich terug zou trekken voor het Werk.
De Ostrogoth lag klaar, maar alles in hem verzette zich tegen de reis. De dieseldampen aan boord van de veerboot, het zeewater dat zich straks in snotgroene walmen, algachtig aan hem zou meedelen, het dreigend grijs, een eilandgemeenschap waar hij zich in zou moeten vechten, de eenzaamheid van de komende maanden die hem toegrijnsde. En meer nog: het Werk.
Weinig volk op de kade. De wind was opgestoken en maakte van het haventje van het lieflijke Gudhjem een tochtgat. Huiverend liep hij terug naar het hotel om zijn rolkoffer te halen, laptoptas, een doos.
Ziet er niet goed uit met het weer...’ zei Axel.
De hotelhouder haalde de schouders op. ‘Och, de zee is geduldig. U gaat eh...?’
‘Naar Christiansø.’
‘Dan had u beter een paar maanden eerder kunnen komen. Daar valt nu niks te beleven.’
‘Daar ga ik juist voor.’

 

 2064282-231e20ca8a3852057649374e4dbf79e4.jpg
Atte Jongstra (Terwispel, 13 augustus 1956)

 

 

De Franstalige Belgische schrijfster Amélie Nothomb werd geboren in Kobe in Japan op 13 augustus 1967. Zie ook mijn blog van 13 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Amélie Nothomb op dit blog.

Uit: Riquet à la houppe

«Sur l’autre rive de la Seine, un jeune couple nouvellement établi non loin de la gare d’Austerlitz mit au monde une petite fille. Le père s’appelait Lierre, la mère s’appelait Rose. Ils nommèrent le bébé Trémière.
– Vous êtes sûrs de ce prénom ? interrogea l’infirmière.
– Oui, dit l’accouchée. Mon mari porte un nom de plante grimpante et moi celui d’une rose. Une rose qui grimpe, c’est une rose trémière.
Découragée face à une telle détermination, l’infirmière inscrivit Trémière sur le bracelet. Au moment de le nouer autour du poignet, elle regarda le visage de la petite et ne put retenir un cri:
-Que tu es belle !
Trémière n’avait pas la figure rouge et chiffonnée des nouveau-nés : sa tête était lisse et blanche comme une fleur de coton, aucune convulsion ne secouait ses traits de poupée de porcelaine.
Les gens qui vinrent effectuer leur visite de politesse à la maternité furent aussitôt sous le charme.
– Vous l’avez bien réussie ! dirent-ils aux parents, émerveillés d’un succès si facile.
Il y eut quelques fâcheux pour déplorer le prénom, mais ils concluaient toujours ainsi :
– Bah ! Elle est si belle que n’importe quel prénom lui irait.
Lierre inventait des jeux vidéo, Rose dirigeait une galerie d’art dans le nouveau quartier branché de Chevaleret. Ils avaient vingt-cinq ans, ils n’avaient pas de temps à accorder à leur bébé. Un mois après l’accouchement, la jeune mère reprit son travail et confia la petite à sa mère, qui habitait une ruine somptueuse à Fontainebleau.
– Tu es sûre que c’est une bonne idée ? lui demanda Lierre.
– C’est là que j’ai grandi, élevée par ma mère, répondit Rose.
– La maison et la mère s’effondraient moins à l’époque.
– Je souhaite à ma fille une enfance aussi féerique que la mienne.
La mère de Rose s’appelait Passerose, autre nom de la rose trémière. Elle s’éprit de sa petite-fille au premier regard :
– Je ne pensais pas qu’il était possible d’être encore plus belle que Rose, dit-elle à l’enfançonne.»

 

 2064282-8d2e6523468b94952fa4f475087aa1a7.jpg
Amélie Nothomb (Kobe, 13 augustus 1967)

 

 

De Oostenrijkse dichter Nikolaus Lenau werd geboren op 13 augustus 1802 in Csatád (in het Hongaarse deel van Oostenrijk-Hongarije). Zie ook alle tags voor Nikolaus Lenau op dit blog en ook mijn blog van 13 augustus 2010.

 

An meine Rose

Frohlocke, schöne junge Rose,
Dein Bild wird nicht verschwinden,
Wenn auch die Glut, die dauerlose,
Verweht in Abendwinden.

So süßer Duft, so helle Flamme
Kann nicht für irdisch gelten,
Du prangst am stolzen Rosenstamme,
Verpflanzt aus andern Welten.

Aus Büschen, wo die Götter gerne
Sich in die Schatten senken,
Wenn sie in heilig stiller Ferne
Der Menschen Glück bedenken.

Darum mich ein Hinübersehnen
Stets inniger umschmieget,
Je länger sich in meinen Thränen
Dein holdes Antlitz wieget.

O weilten wir in jenen Lüften,
Wo keine Schranke wehrte,
Daß ich mit deinen Zauberdüften
Die Ewigkeiten nährte!

 


Einem Knaben

Was trauerst du, mein schöner Junge?
Du Armer, sprich, was weinst du so?
Daß treulos dir im raschen Schwünge
Dein liebes Vögelein entfloh?

Du blickest bald in deiner Trauer
Hinüber dort nach jenem Baum,
Bald wieder nach dem leeren Bauer
Blickst du in deinem Kindestraum.

Du legst so schlaff die kleinen Hände
An deines Lieblings ödes Haus,
Und prüfest rings die Sprossenwände
Und fragst: „wie kam er nur hinaus?"

An jenem Baume hörst du singen
Den Fernen, den dein Herz verlor,
Und unaufhaltsam eilig dringen
Die heißen Thränen dir hervor.

Gib acht, gib acht, o lieber Knabe,
Daß du nicht dastehst trauernd einst.
Und um die beste, schönste Habe
Des Menschenlebens bitter weinst!

Daß du die Hand, die sturmerprobte,
Nicht legst, ein Mann, an deine Brust,
Darin so mancher Schmerz dir tobte,
Dir säuselte so manche Lust;

Daß du die Hand mit wildem Krampfe
Nicht drückest deinem Busen ein,
Aus dem die Unschuld dir im Kampfe
Entfloh'n, das scheue Vögelein.

Dann hörst du flüstern ihre leisen
Gesänge aus der Ferne her;
Neigst hin dich nach den süßen Weisen:
Das Vöglein aber kehrt nicht mehr!

 

 2064282-a7180c31fb4674e2df07cc6f4a2df924.png
Nikolaus Lenau  (13 augustus 1802 - 22 augustus 1850) 
Momument in Wenen 

 

 

De Amerikaanse schrijver Tom Perrotta werd geboren op 13 augustus 1961 in Garwood. Zie ook alle tags voor Tom Perrotta op dit blog en ook mijn blog van 13 augustus 2010.

Uit: Little Children

“Still, as skeptical as she was of fanatical punctuality in general, Sarah had to admit that the kids seemed to find it reassuring. None of them complained about waiting or being hungry, and they never asked what time it was. They just went about the business of their morning play, confident that they'd be notified when the proper moment arrived. Lucy seemed especially grateful for this small gift of predictability in her life. Sarah could see the pleasure in her eyes when she came running over to the picnic table with the others, part of the pack for the first time all day.
"Mommy, Mommy!" she cried. "Snack time!"
Of course, no system is foolproof , Sarah thought, rummaging through the diaper bag for the rice cakes she could have sworn she'd packed before they left the house. But maybe that was yesterday? It wasn't that easy to tell one weekday from the next anymore; they all just melted together like a bag of crayons left out in the sun.
"Mommy?" An anxious note seeped into Lucy's voice. All the other kids had opened Ziploc bags and single-serving Tupperware containers, and were busy shoveling handfuls of Cheerios and Goldfish crackers into their mouths. "Where my snack?"
"I'm sure it's in here somewhere," Sarah told her.
Long after she had come to the conclusion that the rice cakes weren't there, Sarah kept digging through the diaper bag, pretending to search for them. It was a lot easier to keep staring into that dark jumble of objects than to look up and tell Lucy the truth. In the background she heard someone slurping the dregs of a juice box.
"Where it went?" the hard little voice demanded. "Where my snack?"
It took an act of will for Sarah to look up and meet her daughter's eyes.
"Im sorry, honey." She let out a long, defeated sigh. "Mommy can't find it."

 

 2064282-2bce0c7462fb2beb8452912bc5c7e67c.JPG
Tom Perrotta (Garwood, 13 augustus 1961)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 13e augustus ook mijn blog van 13 augustus 2016 en ook mijn blog van 13 augustus 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten