Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 14 augustus 2017 tot 15 augustus 2017

Dolce far niente, Nescio, Guillaume van der Graft, Mary Jo Salter, Leonie Ossowski, Daan Zonderland, Jan Campert

 

Dolce far niente

 

 2064592-c3afa5a23b83a919a8edda3cbf6ec5e8.jpg
Gezicht op het IJ voor Amsterdam, met de overkapping van het Centraal Station door Hobbe Smith, 1913.

 

Uit: Boven het dal

“We zaten in den avond op ’t terras van ’t Tolhuis en keken over ’t IJ naar de stad. De electrische lampen aan de spoorbaan brandden lila in de hoogte tegen een donkerblauwe lucht. ’t Weerlichtte wat boven de drie spitse torens van de kerk aan de Haarlemmerstraat, onder de kap van ’t Centraalstation hijgde een locomotief, de tram reed brommend over de De Ruyterkade, ’t water golfde verlaten koudblauw met nerveuze, korte en onnoozele golfjes, maakte een zwak geluidje tegen den steenen rand van ’t terras en riekte zwakjes naar dood water. Dicht bij lag, heel stil, het scheepje van visschers, de mast, zonder zeil, stak schraaltjes naar boven tegen de donkere stad, met de punt in een licht stuk licht. ‘k Zag dat ’t scheepje van voren hoog was en van achteren laag en vond ’t aardig, er zoo naar te kijken.
’t Was stillig, er waren weinig menschen. Er was wat geluid van glazen en kopjes, nu en dan, de stad aan den overkant ademde zwakjes en onschuldig en weerkaatste zijn lila engele lichten, die zigzagden in ’t IJ.”

 

 2064592-412de09e477867589b441cbf974f1f7a.jpg
Nescio (22 juni 1882 – 25 juli 1961)
Reguliersbreestraat vanaf Rembrandtplein door Henk Alleman. Nescio werd geboren in de Reguliersbreestraat.

 

 

De Nederlandse dichter Guillaume van der Graft (eig. Willem Barnard) werd op 15 augustus 1920 geboren in Rotterdam. Zie ook alle tags voor Guillaume van der Graft op dit blog en ook mijn blog van 15 augustus 2010.

 

De badgast

Zij heeft gezegd: ik moest niet wanhopig wezen,
het leven zou wel ergens goed voor zijn -
en nu zit ik doortrokken van mijn wezen
de halve tafelronde van de zee
te presideren in het zetelduin.

Boven mij plafondengeltjes van wolken
en boven mij de luchter van de dag,
voor mij als penhouders of dolken
masten die krassen op het tafelblad:
schepen en dat zij heeft gelijk gehad.

Talloze stemmen rollen in de schelpen
van mijn hoofdhelften en de uitspraak luidt:
dubbel en dwars staat zij in het gelijk.
Het zijn alleen meeuwen die blanco stemmen.
De zee spreekt zich schuimbekkend voor haar uit.

 

 

Een mummie van woorden

Geen god vertoonde
ooit zijn gezicht

en geen gedicht
spreekt onomwonden,

verzegeld verzegeld,
egyptisch graf,

zo wacht ik af
in al deze regels

of ik zal worden
gevonden, verstaan,

een mummie van woorden
onder het puin vandaan.

 

 

Ja en nee

Op iedere boom schrijf ik ja
maar nee op de blaren

in iedere steen schrijf ik nee
maar ja over de stad

nee schrijf ik op mijn hart
ik schrijf ja over jaren
maar nee midden op de dag

nee middaglicht het vale
ik schrijf nee op haar haren
ik schrijf nee op haar handen
maar ja op haar levensloop

 

 2064592-8821e3536e2da7578fe982e2a32f3ced.jpg
Guillaume van der Graft (15 augustus 1920 – 21 november 2010)
Van der Graft ontvangt het eredoctoraat van de Universiteit Utrecht in 1966

           

 

De Amerikaanse dichteres Mary Jo Salter werd geboren op 15 augustus 1954 in Grand Rapids, Michigan. Zie ook alle tags voor Mary Jo Salter op dit blog en ook mijn blog van 15 augustus 2010.

 

Home Movies: A Sort of Ode

Because it hadn't seemed enough,
after a while, to catalogue
more Christmases, the three-layer cakes
ablaze with birthday candles, the blizzard
Billy took a shovel to,
Phil's lawnmower tour of the yard,
the tree forts, the shoot-'em-ups
between the boys in new string ties
and cowboy hats and holsters,
or Mother sticking a bow as big
as Mouseketeer ears in my hair,

my father sometimes turned the gaze
of his camera to subjects more
artistic or universal:
long closeups of a rose's face;
a real-time sunset (nearly an hour):
what surely were some brilliant autumn
leaves before their colors faded
to dry beige on the aging film;
a great deal of pacing, at the zoo,
by polar bears and tigers caged,
he seemed to say, like him.

What happened between him and her
is another story. And just as well
we have no movie of it, only
some unforgiving scowls she gave
through terrifying, ticking silence
when he must have asked her (no
sound track) for a smile.
Still, what I keep yearning for
isn't those generic cherry
blossoms at their peak, or the brave
daffodil after a snowfall,

it's the re-run surprise
of the unshuttered, prefab blanks
of windows at the back of the house,
and how the lines of aluminum
siding are scribbled on with meaning
only for us who lived there;
it's the pair of elephant bookends
I'd forgotten, with the upraised trunks
like handles, and the books they meant
to carry in one block to a future
that scattered all of us.

And look: it's the stoneware mixing bowl
figured with hand-holding dancers
handed down so many years
ago to my own kitchen, still
valueless, unbroken. Here
she's happy, teaching us to dye
the Easter eggs in it, a Grecian
urn of sorts near which—a foster
child of silence and slow time
myself—I smile because she does
and patiently await my turn.

 

 2064592-0bf2ac9174e67f1d54312a6479fe7a5b.jpg
Mary Jo Salter (Grand Rapids, 15 augustus 1954)
Salter ontvangt het eredoctoraat in de letteren van Amherst College in 2010

 

 

De Duitse schrijfster Leonie Ossowski werd als Jolanthe von Brandenstein geboren op 15 augustus 1925 in Röhrsdorf. Zie ook alle tags voor Leonie Ossowski op dit blog en ook mijn blog van 15 augustus 2010.

Uit: Stern ohne Himmel

„Die Treckwagen wirkten beunruhigend. Schon vor Wochen waren die ersten Kolonnen vorbeigezo-gen, aber damals waren sie noch in großen Abständen herangerollt. Man hatte sie bestaunt, denn in der Aufmachung glichen sie eher Zigeunertrupps. Aber mit der Zeit war die Angst gewachsen. Tag und Nacht rumpelten die Räder rechts und links an dem großen Alumnatsgebäude vorbei über den Marktplatz. Das monotone Anrufen der Pferde, das Knarren der Räder, das Heulen fremder Hunde scheuchte die Bürger nachts in den Betten hoch. Jeden Tag schien sich die Hoffnung zu verringern, dass die Flucht nur anderen bestimmt sei. Gerüchte wanderten von Tür zu Tür. Man erzählte, man übertrieb, man schürte die Angst. In den Hinterhöfen, in den Kellern, vor den Nachbarn verborgen, wurden Handwagen und Fahrräder be-packt, denn es war verboten, sich ohne Befehl davonzumachen. Frau Nagold starrte durch die Fenster ihrer Wohnung im obersten Stock des Alumnatsgebäudes. Bis jetzt hatte sie versucht, ihre Fluchtgedanken zu bezähmen. Sie hatte ihre Pflicht als Lehrersfrau im Alumnat erfüllt, sie hatte die Jungen versorgt, sie war in der Küche eingesprungen, als die Kö-chin eines Morgens mit Sack und Pack verschwunden war. Sie hatte sich bemüht, den optimisti-schen Reden des Direktors Jähde Glauben zu schenken, dass Adolf Hitler im richtigen Moment die richtige Waffe einsetzen würde. Aber wo blieb diese, wenn die Treckwagen schon jetzt aus einem Ort kamen, der kaum hundert Kilometer entfernt war? Frau Nagold schloss die Augen. Ganz langsam nahm das Grauen auch von ihr Besitz.“

 

 2064592-fe0294e964967ef4d4adb0a6bb30b024.jpg
Leonie Ossowski (Röhrsdorf, 15 augustus 1925)
Scene uit de gelijknamige film uit 1980

 

 

De Nederlandse dichter Daan Zonderland (pseudoniem van Dr. Daniel Gerhard (Daan) van der Vat) werd geboren in Groningen op 15 augustus 1909. Zie ook alle tags voor Daan Zonderland op dit blog en ook mijn blog van 15 augustus 2010.

 

Interieurtje

‘Wat is een paddenlevens doel?’
Peinst vader pad op zijn paddenstoel.
‘Wat is een paddenleven droef,’
Denkt moeder pad op haar paddepouffe.
Maar babypad schraapt zijn paddenstrotje
En roept luidkeels om zijn paddepotje.

 

 

Er staat een boom

Er staat een boom in Nederland
Dichtbij het plaatsje Duiven.
Daar groeien rode neuzen aan
En al die neuzen snuiven.

Zodra het echter winter wordt
En het begint te vriezen,
Dan worden al die neuzen paars
En al die neuzen niezen.

 

 2064592-fb1351e3b19a9ef4d75c9fd2c07aba80.jpg
Daan Zonderland (15 augustus 1909 – 5 augustus 1977)
Cover

 

 

De Nederlandse schrijver, dichter en journalist Jan Campert werd geboren op 15 augustus 1902 in Spijkenisse. Zie ook alle tags voor Jan Campert op dit blog en ook mijn blog van 15 augustus 2010.

 

Herfst-avond

Valer de dagen, die scheem'rend zich bezinnen
op wat een sterke zomer brandde aan hun wet,
toen d'uren, groeiend tot een rijp en schoon beginnen,
den luiden zegen hunner tochten hebben ingezet.

Waar alle nachten als een donker-vreemd gebed
stegen tot waar de sterre-steenen winnen
hun heimlijk vuur... en aard's gespreide bed
verstilt onder d'extaze van een ademloos beminnen...

Valer de dagen... zie, hoe een siddrend ongeduld
schrijnender bloeit onder den raadsel-schoonen schijn
van droefenis, die àl geluk en leed verhult;

en door de tijden, die geweldloos sterven achter 't avondland,
rest enkel nog de steun van hart's vertraagd refrein,
dat d'eindloosheid der heem'len over onze oogen spant.

 

 

Zwervers-liefde

Gij waart mij immer vreemd en nooit-genegen,
enkel het hooren Uwer tred was een solaes
voor mij, armzalig hert, dat hunkerend en dwaas,
zijn liefden spilt langs nachtelijke wegen.

Zoovele steden zwierf ik - achter het waas,
waarmee zij uit de koele kimmen stegen,
wist ik de schat der pleinen, strak-gelegen
onder de zon, midden der dagen luid geraas.

O stad, gij duistre, die heim'lijke weelden
tot relequieën in heur schrijnen werft;
voor mij, die zooveel wrange vreugden deelde,
wiens wreede hart in menig leven kerft,
waart ge een tijdlijk schoon, dat alreê sterft:

balseme kort voor wond, die nimmer heelde.

 

 2064592-0c79b613daaa252a6f00cd18eef279a0.jpg
Jan Campert (15 augustus 1902 - 12 januari 1943)
Spijkenisse: De beeldengroep 'Mannetjes op de Krom'

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e augustus ook mijn blog van 15 augustus 2016 en eveneens mijn blog van 15 augustus 2015 deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Kees Fens, Wolf Wondratschek, Danielle Steel, Erwin Strittmatter, Sir Walter Scott, Thusnelda Kühl

 

Dolce far niente

 

 2064353-d8a5f567d4d3b3c9439d7d0630cf1012.jpg
De Baarsjesweg in Amsterdam

 

 

Uit: Slatuinenweg

'Slatuinen' - het is al halflandelijk. Ik meen dat heel lang geleden de hele buurt eromheen de 'Slatuintjes' heette. Er moeten tuinders hebben gewoond; die werden bij de uitbreiding van Amsterdam naar het westen steeds verder weggeschoven. Het is minder dan een halve eeuw geleden dat niet ver voorbij het onlangs helemaal gerestaureerde Mercatorplein, waarvan de curieuze poortgebouwen verbeeld zijn in Hermans' novelle Dokter Klondyke, de tuinderijen begonnen. Een lappendeken van kleine veldjes, doorsneden met slootjes. En die wereld, die zich alleen soms op de schaats liet verkennen, liep door tot het dorp Sloten.Met kleine bootjes, roeiboten vaak, kwamen de tuinders over hun slootjes en de Kostverlorenvaart naar de Centrale Markt-hallen, een lange en zware tocht voor weinig winst. Voor mij was het een groot buitengebied waar het altijd koud was en alleen boerenkool, die er verstijfd bijstond, werd verbouwd. De kerk van Sloten had als patroon Sint Pancratius, en dat is een van de ijsheiligen. (Het dorp Sint-Pancras, in Noord-Holland, leek mij ook een heel koude plek).De Slatuinenweg loopt van de Admiraal de Ruyterweg naar de Baarsjesweg, die aan het water ligt. Rechts van de toegang lag het einde van een huizenblok. Op de begane grond van die hoek was een café-restaurant gevestigd, dat op mij als jongen een zeer wereldse en vooral ook dure indruk maakte. Aan de linkerzijde lag het geheimzinnigste gebouw uit mijn buurt. 'Dirk Schnabel' stond erop. Je zag er nooit iemand, maar uit alle ramen kwamen vreemde geuren, die mij zeer bekoorden: ik bleef er wel staan om te snuiven. Schnabel was, wist ik later, een clichéfabriek. Tussen die twee daalde je af in de Slatuinenweg (sommigen zeiden 'Slatuinenpad', maar ik hield die naam voor een piepklein steegje dat het straatje ook nog kende). Ik was nog nooit in een dorp geweest - Sloterdijk uitgezonderd - maar zo stelde ik mij een dorpsstraat voor. Je kon er recht doorheen kijken, en dat is zeer bekoorlijk. Links en rechts heel kleine huisjes, een benedenverdieping en een zolderachtige bovenverdieping. Er leken mij alleen maar achtergeblevenen te wonen, de laatste tuinders, zonder tuin.”

 

 2064353-df9aa4d0b9af8f0e9eab37e55a2edec8.jpg
Kees Fens (18 oktober 1929 - 14 juni 2008)
De Chassékerk en de Chasséstraat in Amsterdam. Kees Fens groeide op in deze straat.

 

 

De Duitse dichter en schrijver Wolf Wondratschek werd geboren op 14 augustus 1943 in Rudolstadt. Zie ook alle tags voor Wolf Wondratscheck op dit blog en ook mijn blog van 14 augustus 2010.

 

So wahr mir Gott helfe

Als ich mich in dich verliebte,
wußte mein Körper früher als ich,
was los war, und fing an zu schreien,
irgendetwas in Richtung Bauch,
was sofort meine Beine in Mitleidenschaft zog,
denn sie waren unbrauchbar, als ich aufstand
und mich entschuldigte. Auf diese Art Neuigkeiten
war ich nicht gefaßt gewesen (und ich haßte Romane,
in denen sowas an der Tagesordnung war).
Meinem Körper allerdings war alles egal.
Er schrie zwar nicht mehr, aber sein Flüstern,
das dann einsetzte, war noch lauter.
Ich schloß die Augen.
Mein Kopf war eine Rennstrecke vieler Gedanken,
die alle den Weg nach Hause vergessen hatten und nun
die Toilette nicht mehr verlassen wollten.
Ich hatte Mühe, mich dir wieder gegenüberzusetzen.
Wir unterhielten uns, nehme ich an, wobei mir auffiel,
daß du viel lieber mit meiner Nase sprachst,
mit meinen Fingern, meinen Schultern.
Natürlich nahmst du zu Recht an,
daß die dich besser verstehen als ich.
Auch mein Bauch mischte sich wieder ein,
abgrundtief begeistert von dir.
Dann, ich war unfähig, es zu verhindern,
hast du auf meiner Haut eine Zigarette entzündet.

 

 

Liebst du mich?

Ob ich dich liebe? Ich weiß es nicht
und wage nicht, es zu wissen. Ich fürchte
alle Nachteile dieser Gewißheit und will
auch mit den Vorteilen nicht leben müssen.
Ich halte schon die Frage für gelogen
und fühlte mich um all meine Zweifel betrogen,
wüßte ich eine Antwort. Ich schweige nicht,
mir sind nur, Geliebte, die Sinne benommen.
Ich kann nie genug bekommen von meiner
Unvollkommenheit, vom Licht, wenn es verlöscht,
und von den Rätseln der Ruhe in deinen Augen.
Wie wenig dann Worte taugen!

Was an mir sterblich ist, nimm es dir.
Es gehört keinem, nicht einmal mir.

 

 2064353-7674dcc956406e7d953abc8f6f923325.jpg
Wolf Wondratschek (Rudolstadt, 14 augustus 1943)

 

 

De Amerikaanse schrijfster Danielle Steel werd geboren in New York op 14 augustus 1947. Zie ook alle tags voor Danielle Steel op dit blog en ook mijn blog van 14 augustus 2010.

Uit: To Love Again

“San Gregorio–sacred words to sacred women, and Isabella and Amadeo the most sacred words of all. He in all his golden, green-eyed Florentine magnificence, inheriting the house at thirty-one; she the granddaughter of Jacques Louis-Parel, the king of Paris couture since 1910.
Isabella’s father had been Italian but had always taken pleasure in telling her he was quite sure that her blood was entirely French. She had French feelings and French ideas, French style, and her grandfather’s unerring taste. At seventeen she had known more about high fashion than most men in the business at forty-five. It was in her veins, her heart, her spirit. She had an uncanny gift for design, a brilliance with color, and a knowledge of what worked and what didn’t that came from studying her grandfather’s collections year after year. When at last in his eighties he had sold Parel to an American corporation, Isabella had sworn that she would never forgive him.
She had, of course. Still if he had only waited, if he had known, if…but then she would have had a life in Paris and never met Amadeo as she had when she set up her own tiny design studio in Rome at twenty-two. It had taken six months for their paths to cross, six weeks for their hearts to determine what the future would be, and only three months after that before Isabella became Amadeo’s wife and the brightest light in the heavens of the House of San Gregorio. Within a year she became his chief designer, a seat for which any designer would have died.
It was easy to envy Isabella. She had it all: elegance, beauty, a crown of success that she wore with the casual ease of a Borsalino hat, and the kind of style that would still make an entire room stop to stare at her in her ninetieth year. Isabella di San Gregorio was every inch a queen, and yet there was more. The quick laughter; the sudden flash of diamonds set in the rich onyx eyes; her way of understanding what was behind what people said, who they were, why they were, what they were and weren’t and dreamed of being. Isabella was a magical woman in a marvelous world.”

 

 2064353-327040c417e62109595c9b5bc4162184.jpg
Danielle Steel (New York, 14 augustus 1947)

 

 

De Duitse schrijver Erwin Strittmatter werd geboren op 14 augustus 1912 in Spremberg. Zie ook alle tags voor Erwin Strittmatter op dit blog en ook mijn blog van 14 augustus 2010.

Uit: Die Tabakpfeife

„Einmal waren wir in der Heuernte, und der Kalender hatte gut Wetter vorausgesagt, doch als wir das Heu schon fast trocken hatten, brach ein Gewitter los und verdarb es. Großvater zog den Tischkasten auf, packte den Kalender und warf ihn aus dem Fenster hinaus in den Regen: »Was fällt dir ein? Da überführ dir, du Lügensack!«
Großmutter holte den Kalender herein. Er hatte achtzig Pfennig gekostet. Sie entschuldigte den Kalender: »Es kann doch vorkommen, daß eins mal die Unwahrheit sagt.«
»Du vielleicht, ich nicht«, sagte Großvater.
Die Kalendergeschichten las Großvater jahrsüber mehrmals, und manche Partien der Geschichten konnte er auswendig, besonders, wenn sie sich auf Personen aus der Geschichte der von ihm gehaßten Preußen bezogen oder auf Personen, die einem Mord zum Opfer gefallen waren, oder auf andere, die sich selber umgebracht hatten.
Als sich im Dorf ein heimatloser Fleischergeselle erhängte, zitierte Großvater aus einer Kalendergeschichte: »Er sah kein Land mehr, nur böse Menschenzungen, und er ließ sich von ihnen treiben und suchte die Handwärme seiner Mutter, und die war nicht mehr, und da legte er sich ein Seil aus Hanf um seinen Nacken und schied...«
Im Kalender standen auch Inserate, zwielichtige Bücher wurden angeboten: FREIE LIEBE oder EHE IN NOT
Und WlE LERNE ICH MICH JAPANISCH SELBSTVERTEIDIGEN, auch HERREN RAUCHEN BREMER KEULEN.“

 2064353-f54df35a3f14000b60a69562bda724dd.jpg
Erwin Strittmatter (14 augustus 1912 – 31 januari 1994)

 

 

De Schotse dichter en schrijver Sir Walter Scott werd geboren in Edinburgh op 14 augustus 1771. Zie ook alle tags voor Sir Walter Scott op dit blog en ook mijn blog van 14 augustus 2010.

Uit: Quentin Durward

“The latter part of the fifteenth century prepared a train of future events that ended by raising France to that state of formidable power which has ever since been from time to time the principal object of
jealousy to the other European nations. Before that period she had to struggle for her very existence with the English already possessed of her fairest provinces while the utmost exertions of her King, and the gallantry of her people, could scarcely protect the remainder from a foreign yoke. Nor was this her sole danger. The princes who possessed the grand fiefs of the crown, and, in particular, the Dukes of Burgundy and Bretagne, had come to wear their feudal bonds so lightly that they had no scruple in lifting the standard against their liege and sovereign lord, the King of France, on the slightest pretence. When at peace, they reigned as absolute princes in their own provinces; and the House of Burgundy, possessed of the district so called, together with the fairest and richest part of Flanders, was itself so wealthy, and so powerful, as to yield nothing to the crown, either in splendour or in strength.
In imitation of the grand feudatories, each inferior vassal of the crown assumed as much independence as his distance from the sovereign power, the extent of his fief, or the strength of his chateau enabled him to maintain; and these petty tyrants, no longer amenable to the exercise of the law, perpetrated with impunity the wildest excesses of fantastic oppression and cruelty. In Auvergne alone, a report was made of more than three hundred of these independent nobles, to whom incest, murder, and rapine were the most ordinary and familiar actions.
Besides these evils, another, springing out of the long continued wars betwixt the French and English, added no small misery to this distracted kingdom. Numerous bodies of soldiers, collected into bands, under officers chosen by themselves, from among the bravest and most successful adventurers, had been formed in various parts of France out of the refuse of all other countries. These hireling combatants sold their swords for a time to the best bidder; and, when such service was not to be had, they made war on their own account, seizing castles and towers, which they used as the places of their retreat, making prisoners, and ransoming them, exacting tribute from the open villages and the country around them--and acquiring, by every species of rapine, the appropriate epithets of Tondeurs and Ecorcheurs, that is, Clippers and Flayers.“

 

 2064353-abbcf0d9810ad167f2ffdbcf38ffcf49.jpg
Sir Walter Scott (14 augustus 1771 - 21 september 1832)
Scene uit de gelijknamige film uit 1955 met o.a. Robert Taylor als Quentin (hier in de badkuip)

 

 

De Duitse schrijfster Thusnelda Kühl werd geboren op 14 augustus 1872 in Kollmar. Zie ook alle tags voor Thusnelda Kühl op dit blog.

Uit: Das Haus im Grunde.

„Es war im Jahre 1700. Im Oktobersturm sausten die Wipfel der uralten Eschen, die wie trotzige Riesen Reimer Floris alten Bauernhof zu schützen schienen. Sie hatten ihn geschützt durch Jahrhunderte hin, so lange die stolze Werft, auf der er stand, den Namen »Flors Warf« geführt. Nun aber war ihre Macht dennoch gebrochen worden, und darum geschah es, daß sie nun im Sturm klagend und heulend ihre alten Häupter wiegten.
In der Küche schwelte eine Tranlampe und beleuchtete sorgenvolle Gesichter. Und so oft von dem großen Wohngemach ein Ton lauter Lustbarkeit herüberdrang, schlug Sievert Nickels, der alte Knecht, mit der Faust auf den Tisch und rief: »Und ich bleib' dabei, eine Sünde und Schande ist es und niemals im Lande Eiderstedt Sitte gewesen, so lange ich denken kann.«
»Und nicht einmal für den Nispuk ein Schüsselchen übrig zu lassen« – klagte die Magd Telse. »Das geht nicht gut, ist mir bange, und mit Reimer Floris Glück ist's vorbei. Die arme kleine Deern, die Martje!«
Ein gellender Ton schnitt die Rede der beiden ab. Sievert Nickels stand auf, zündete aber erst die kurze Kalkpfeife wieder an, bevor er auf seinen Holzschuhen schwerfällig und langsam über den großen, dunklen Fliesenflur schritt.
Gerade wollte er die Haustür öffnen, da fiel noch einmal der Drücker auf die Messingplatte, lauter als das vorige Mal, wie in sichtlicher Ungeduld geschleudert.
»Lat ji man Tid,« brummte Sievert. Da stand die mittelhohe schlanke Gestalt eines Mannes vor ihm in der Uniform der Offiziere Karls XII. von Schweden.
»Ist das die gerühmte Eiderstedter Gastfreundschaft?« fragte General Steenbock schneidend.
»Ob Eiderstedter Gastfreundschaft je gerühmt worden ist, weiß ich nicht,« versetzte Sievert trocken, den Mann vor ihm entweder nicht erkennend oder nicht erkennen wollend – »vielleicht ist's ja aber mit der gerühmten Eiderstedter Gastfreundschaft besser bestellt als mit der gerühmten schwedischen Mannszucht."

 

 2064353-2470257fbc407e4323b9b9d270650de2.jpg
Thusnelda Kühl (14 augustus 1872 - 24 juli 1935)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e augustus ook mijn blog van 14 augustus 2016 deel 1 en ook deel 2.

 

Geschreven door Romenu om 17:54 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten