Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 6 september 2017 tot 7 september 2017

Merijn de Boer, Anton Haakman, Edith Sitwell, Willem Bilderdijk, Michael Guttenbrunner, Jenny Aloni, Margaret Landon, Henry Morton Robinson

De Nederlandse schrijver Merijn de Boer werd geboren in Heemstede op 7 september 1982. Zie ook alle tags voor Merijn de Boer op dit blog.

Uit:'t Jagthuys

“Binnert stond achter het gordijn terwijl ik kennismaakte met zijn moeder. Ze wist niet dat hij daar stond en ik had het aanvankelijk ook niet door.
`Hoelang doe je dit werk al?' vroeg ze.
Door de bizarre situatie duurde het even voordat ik een antwoord kon formuleren.
`Twee jaar,' antwoordde ik afwezig, terwijl ik niet naar haar maar naar het gordijn keek. De zoom kwam tot zijn kuiten: hij droeg een gele broek, rode sokken en bruinrode brogues. Waardoor het leek alsof het gordijn voeten had. Want ook het velours was geel, okerachtig, met een patroon erop van rode bloemen en sierlijke groene bladeren.
Hij had zich zo opgesteld, precies achter de grote, lichtpaarse fauteuil waarin zijn moeder zat, dat ik hem wel kon zien en zij niet.
Ze keek me belangstellend aan en vroeg: 'Mag ik vragen waarom je dit werk doet?'
`Uit idealisme,' antwoordde ik. En uit cynisme, maar dat zei ik er niet bij. Idealisme en cynisme waren een verbond met elkaar aangegaan.
`Ja, het is bijzonder dat zoiets bestaat,' zei de WOUW. Ik had er nog nooit van gehoord. Tot er op het journaal aandacht aan werd besteed. En ik dacht: dat is misschien wel iets voor mijn Binnert.'
Achter het gordijn werd een keel geschraapt maar ze hoorde het niet.
`Kan ik jou nog wat thee inschenken, Vera?' Zonder dat ik iets had geantwoord, stond ze al op.
Ondanks de warmte in de kamer droeg ze een wijde wollen jurk, die de contouren van haar lichaam haast volledig verborg. Ze had grote zware borsten, dat zag ik wel, maar waar haar heupen zich precies bevonden en of er een dikke buik onder die borsten hing, dat kon ik niet uitmaken. Waarschijnlijk wel, want anders droeg je natuurlijk niet zo'n soepjurk.
Ze duwde haar paarse bril tegen haar voorhoofd en kwam, een beetje log, met in haar hand een vergeelde theepot naar me toe. Snel hield ik mijn halfvolle kopje thee omhoog, zodat ze me makkelijker kon bijschenken. 'Ik vrees dat ik een beetje verslaafd ben aan zoethoutthee,' vertelde ze. 'Mijn dokter zegt dat het slecht is voor mijn bloeddruk maar ik drink al decennia meerdere koppen per dag en ik heb nergens last van. Heb ik nou op je mouw gemorst?"

 

 2070779-ca1192eefb0d675b94fb61e5bb1ff64a.jpg
Merijn de Boer (Heemstede, 7 september 1982)

 

 

De Nederlandse schrijver Anton Haakman werd geboren op 7 september 1933 in Bussum. Zie ook mijn blog van 7 september 2010 en eveneens alle tags voor Anton Haakman op dit blog.

Uit: Voor de spiegel

“Voor een zelfportret moet je jezelf zien. Van aangezicht tot aangezicht.
Ik zie mijzelf alleen bij het scheren. Geleidelijk kom ik in de spiegel te voorschijn van achter mijn witte baard van schuim. Zonder bril.
Zo meen ik voor mijzelf mijn uiterlijk te onthullen. Mijn innerlijk - daar gaat het hier niet om, daar zijn andere geschriften voor, waar ik telkens in een andere vermomming optreed.
Maar ook dat geleidelijk in de spiegel te voorschijn komende uiterlijk kan me aan het twijfelen brengen.
Ik heb mijn tent opgeslagen op een grote camping waar ik de wasgelegenheid aantrof in een gebouw met rijen wastafels in lange, evenwijdige gangen. Boven die wastafels bevinden zich kleine spiegels in lijstjes, net groot genoeg om een gelaat te omvatten.
's Morgens heb ik me royaal ingezeept en mijn scheerapparaatje ter hand genomen. Voorzichtig ben ik begonnen mijn gezicht te onthullen. Ik zag hoe het krabbertje haal na haal een gelaat aan het licht bracht dat roder en boller was dan ik verwachtte. Ik keek verbaasd en het gelaat keek verbaasd terug. Daarna verdween het plotseling, en terwijl ik bleef kijken, zag ik binnen de omlijsting niets meer, helemaal niets behalve de vaalwitte planken waaruit het toiletgebouw was opgetrokken.
Totdat er een ander gelaat binnen het lijstje verscheen, van een ongeschoren man die mij aankeek, zich realiseerde dat hij een reeds ingezeept gelaat zag, en eveneens verdween, mij achterlatend in het niets.
Wie was ik ook alweer? Ik verplaatste mijn gereedschap naar de wasbak ernaast en zag in net zo'n omlijsting de man zonder bril die ik gewend ben bij het scheren aan te kijken.”

 

 2070779-65ac660ffb3c2f1e30676e78371aa86a.jpg
Anton Haakman (Bussum, 7 september 1933)
The Mirror door Philip Gladstone, z.j.

 

 

De Engelse dichteres en schrijfster Edith Sitwell werd geboren op 7 september 1887 in Scarborough. Zie ook mijn blog van 7 september 2010 en eveneens alle tags voor Edith Sitwell op dit blog.

 

Interlude

Mid this hot green glowing gloom
A word falls with a raindrop's boom...

Like baskets of ripe fruit in air
The bird-songs seem, suspended where

Those goldfinches--the ripe warm lights
Peck slyly at them--take quick flights.

My feet are feathered like a bird
Among the shadows scarcely heard;

I bring you branches green with dew
And fruits that you may crown anew

Your whirring waspish-gilded hair
Amid this cornucopia--

Until your warm lips bear the stains
And bird-blood leap within your veins.

 

 

Poetry

Enobles the heart and the eyes,
and unveils the meaning of all things
upon which the heart and the eyes dwell.
It discovers the secret rays of the universe,
and restores to us forgotten paradises.

 

 

Bells Of Gray Crystal

Bells of gray crystal
Break on each bough—
The swans' breath will mist all
The cold airs now.
Like tall pagodas
Two people go,
Trail their long codas
Of talk through the snow.
Lonely are these
And lonely and I….
The clouds, gray Chinese geese
Sleek through the sky.

 

 2070779-f887a41166aadae24b5ef7a6639493cf.jpg
Edith Sitwell (7 september 1887 - 9 december 1964)
Portret door Stella Bowen, 1929

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Willem Bilderdijk werd geboren op 7 september 1756 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 7 september 2010 en eveneens alle tags voor Willem Bilderdijk op dit blog.

 

De liefde is vrij

Dwang is een last; last baart verdriet;
Verdriet bestaat met Liefde niet.
De lieve Liefde is vrij; zij haat de strenge banden,
Waaraan belang of pligt, door gierigheid of magt,
Het hart te kluist'ren tragt;
Zij eischt niet anders, dan vrijwillige offerhanden.
't Gareel, waarin haar' zagte hand
Twee teed're harten spant,
Is slegts van bloemen t'zaam geweeven.
Vrij, vrolijk, vergenoegt te leeven,
Den wederzijdschen gloed bestendig voedsel geeven,

Geen' kwellende argwaan voên, eendragtig zijn van zin:
Zie daar de wetten van de Min.
De Liefde ontvlugt, zoo draa men d'invloed deezer wetten
Door wreev'le norsheid wil beletten;
Zoo draa zij merkt, dat dwang haar dreigt.
En ééns ontvloden, kan geen magt haar weêr doen keeren,
Zelfs geen berouw maakt haar op nieuws geneigt:
Men moet alsdan de Liefde altoos ontbeeren.

Dus als men zig aan 't voorwerp, dat men mint,
Met onverbreekb're banden bind,
Staat veeltijds 't lastig lot te wagten,
Dat men slegts om een paar vermaakelijke nagten,
Al d'overigen Leevenstijd
In onrust en verveeling slijt.

 

 

Sneedig antwoord

Een jonge knaap zag een boerinnetje, zoo frisch
Als melk en roozen, op haar' bloote beenen loopen:
‘Meid’, (sprak hij,) ‘'k zal u een paar and're koussen koopen,
Zoo draa het paar, dat gij nu draagt, versleeten is.’
‘Is 't zeeker waar, mijn beste maatje?’
(Hernam de fluksche tas,) ‘dan dient geen tijd verspilt;
Gaat dan maar vrij te markt: want, als je 't weeten wilt,
Van boven hebben ze al een gaatje.’

 

 2070779-fe74292f18acbdf84d466a323a1a0cc4.jpg
Willem Bilderdijk (7 september 1756 – 18 december 1831) 
Portret door Charles Howard Hodges, 1810

 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Michael Guttenbrunner werd geboren op 7 september 1919 in Altenhofen. Zie ook mijn blog van 7 september 2010 en eveneens alle tags voor Michael Guttenbrunner op dit blog.

 

Georg Trakl

Ein Haufen schwerverwundeter Soldaten,
und keine Hilfe, und die lange Nacht,
und dann, im Morgengrauen, auf dem Dorfplatz
die Leichen hingerichteter Ruthenen,
und dann, im Garnisonsspital, die Aussicht,
selbst vor das Standgericht gestellt zu werden:
das sind die letzten Dinge dieses Dichters,
die Briefe, die er mitgenommen hat.

 

 

Schluss

Nicht ewig sinnlos wie des Meeres Brandung,
die sich gebiert zu immer neuer Strandung,
geschehen Lust und Schmerz in unsrer Brust.
Von nun an rein und heilig wie die Firne
stehn über uns die leuchtenden Gestirne
der Wiederliebe und der Aberlust

 

 2070779-e4b95a0404ffbd7aec0160b6e38946c0.png
Michael Guttenbrunner (7 september 1919 – 12 mei 2004)

 

 

De Duits – Israëlische dichteres en schrijfster Jenny Aloni (eig. Jenny Rosenbaum werd geboren op 7 september 1917 in Paderborn. Zie ook mijn blog van 7 september 2010 en eveneens alle tags voor Jenny Aloni op dit blog.

Uit: Jenny Aloni – Heinrich Böll. Briefwechsel

„Gane Jehuda/Doar Jahud Israel
26.9.1960.
(…)
Wenn ich Zeit finde, werde ich es vielleicht einmal fertig schreiben. Ich bat Frl. Zander gestern Ihnen ein Exemplar von „Hagar“ zu senden. Leider habe ich seit einigen Wochen nichts von ihr gehört und hoffe nur, dass sie nicht krank ist. Was „Hagar“ betrifft, so denke ich daran, noch ein Kapitel über die Bekanntschaft zwischen Hagar und Elisabeth in Deutschland hinzuzufügen. Ob das Buch etwas taugt,
kann ich selbst nicht beurteilen. Es würde mich sehr interessieren was Sie und Ihre Frau darüber denken. „Hagar“ ist vom Rowohlt Verlag, der Deutschen Verlagsanstalt und dem Nymphenburger
Verlag München abgelehnt worden. Esliegt noch bei Dr. Macher, welcher inzwischen für den Eckha
rtverlag arbeitet. „Das Budenspiel“ ist von dem westdeutschen Fernsehen, Köln abgelehnt worden. Einige Sachen haben vor Jahren einmal dem Fischerverlag vorgelegen. „Die Brandstiftung“ hat, so glaube ich, einmal der deutschen Rundschau vorgelegen. Das ist, soweit ich mich erinnere
alles, es sei denn dass Frl. Zander noch jemandem etwas gezeigt hat, aber ich denke nicht. – Was Sie über die Du-Form in „Jenseits der Wüste“ schreiben, sagte Esra auch und ich verbesserte es sogar
schon in einem Exemplar. Haben Sie die kleine Erzählung (oder wie Sie es sonst nennen wollen) „Begegnung“ in der FAZ gelesen.
Ich sende sie Ihnen zu sowie noch einige andere Sachen, von denen ich annehme, dass ich Sie Ihnen nicht gab. Ich hoffe, Ihr Wunsch ist in Erfüllung gegangen und Sie können sich ganz Ihrer Arbeit
widmen, und auch hoffe ich, dass ich Sie nicht allzu sehr mit meinen Angelegenheiten störe. Einen
herzlichen Gruss an Sie,“

 

 2070779-6a2f2808bcd6f5fbf0c7d02239c333e6.jpg
Jenny Aloni (7 september 1917 – 30 september 1993)

 

 

De Amerikaanse schrijfster Margaret Landon werd geboren op 7 september 1903 in Somers, Wisconsin. Zie ook mijn blog van 7 september 2010 en eveneens alle tags voor Margaret Landon op dit blog.

Uit: Anna and the King of Siam

“In the early afternoon the Chow Phya began its slow and careful passage up the winding river. Tables were set on deck and the passengers ate and talked. The reddish-brown water curved between banks of lush green. Monkeys swung from bough to bough. Birds flashed and piped among the thickets. After half an hour the ship anchored again at a squalid little town where the captain went ashore to report to the governor and the customs officials. The passengers occupied themselves with watching the life of the village. In the open shed of the Custom House interpreters, inspectors, and tidewaiters lounged on mats, chewing betel and tobacco, extorting money, goods, or provisions from the owners of the various craft anchored at the wharf. Under the flimsy houses of bamboo, pigs and dogs and dirty babies played together in the mud. Across from the town on a small island was the delicate spire of a marble temple. It shone like a jewel on the breast of the river and was duplicated in the quivering shadows of the waters below. A fitful breeze stirred. When the Chow Phya resumed its journey up the river, the Englishwoman and her son were standing against the rail. The nearer they came to the city the more frequent were the houses, thatched with atap palm, the pyramids and spires and turrets of the larger buildings. The sun was already setting when they caught sight of a roof of English pattern. Presently a white chapel with green shutters appeared beside two houses standing among shade trees, evidently the compound of the American missionaries. The swaying of the trees over the chapel, the peaceful and homelike quality of the scene, stole into the heart of the Englishwoman. Ahead was the glamour of the approaching night, the darkness and mystery of the land to which she had come. The thought filled her suddenly with indefinable dread. She wished for a brief instant that she had listened to her friends in Singapore. Then she put fear away resolutely. For another half hour the ship moved on into the darkness, dropping anchor near several rotting hulks of Siamese men-of-war. A little farther up the river Anna could discern a long white wall over which towered dimly, tier on tier, the roofs of the Royal Palace.”

 

 2070779-efb02db6b9a756d48da659dfc14d1938.jpg
Margaret Landon (7 september 1903 – 4 december 1993)
Scene uit een opvoering in Chicago, 2016, met Sam Simahk (Lun Tha) en Kate Baldwin (Anna)

 

 

De Amerikaanse schrijver Henry Morton Robinson werd op 7 September 1898 in Boston, Massachusetts. Zie ook mijn blog van 7 september 2010 en eveneens alle tags voor Henry Morton Robinson op dit blog

Uit: The Cardinal 

“Merry del Val smiled at the commotion. “There is no need to test Monsignor Fermoyle’s knowledge of Horace. I propose a divertissement more original. Suppose,” he appealed engagingly to Stephen, “we cap the poet’s verses in a language native to neither of us. What do you say to trying it in French?”
Squeals of delight rose from the ladies. Latin was beyond them; French they might understand. A space was cleared between the contestants; at one end of the gauntlet sat Merry del Val enjoying the hubbub; at the other, Stephen faced him standing.
“Shall we go on with the Integer vitae?” asked Merry del Val.
“It’s one of the few I happen to know, Your Eminence.”
While the Cardinal delicately moistened his lips for the first line, Princess Lontana gathered her linguistic skirts about her for the hurdles ahead. Her attention at the moment was divided between Lord Chatscombe and Baron Rumboldt; for better or worse, these two gentlemen were about to hear in their native language a catch-as-catch-can translation of a Roman lyric poet tripping off the tongue of a Steubenville, Ohio, American.
Merry del Val began:
“L’homme honnête, tout pur, sans crime . . .”
Princess Lontana whispered simultaneously from both sides of her fan. “Der Mann des reinen Sinnes . . . the honest, pure-souled man . . .”
The poetic passage at arms was interrupted by the arrival of new guests who, sensing the unusual nature of the performance, found places along the line of fire. The Cardinal waited serenely for the late-comers to settle down, and during this interval of silence Stephen let his eyes range along the aisle of listeners. He had almost completed the circuit of faces, gowns, and coiffures when he saw quite close to him—so close that she might have touched him with her outstretched fan—the unforgettable face and figure of Ghislana Falerni.“

 

 2070779-61a76abf322e5abdf57ea67efd6e4ece.png
Henry Morton Robinson (7 september 1898 – 13 januari 1961)
Tom Tryon (Stephen Fermoyle) en Romy Schneider (Annemarie von Hartmann) in de gelijknamige film uit 1963

Geschreven door Romenu om 18:23 Reageer op dit bericht

Christopher Brookmyre, Jennifer Egan, Aart G. Broek, Amelie Fried, Jessica Durlacher, Alice Sebold, Julien Green, Willem Brandt, Carmen Laforet

De Schotse schrijver Christopher Brookmyre werd geboren op 6 september 1968 in Glasgow. Zie ook mijn blog van 6 september 2010 en eveneens alle tags voor Christopher Brookmyre op dit blog.

Uit: Be My Enemy

“`Bin Laden? A fucking charlatan.' 'Be serious for a minute,' Williams told him. 'I am being serious. That's my point. Everybody's so reverent about this guy. Strip away all the mythologising and hocus-pocus and what have you got? Patty Hearst with a beard. Bored rich kid playing at soldiers. He's in the huff with his family, for Christ's sake — the psychology's pitifully mundane. If he'd been born into a semi in Surbiton he'd have painted his bedroom black, got himself a Nine Inch Nails T-shirt and hung around swingparks drinking cider from plastic bottles.' Fotheringham's rant was attracting admonitory glances, more in disapproval of the growing volume and vehemence than the content, which wouldn't have been clearly discernible above the whipping wind. Raised voices were not decorous at a funeral; they suggested that your thoughts were not respectfully concentrated upon the memory of the departed, even if, in Williams's case, that was not strictly true. Nothing was more prominent in his mind than the man they had just buried or the consequences of his loss, not least the fact that Williams now had his job. Fotheringham gestured apologetic acknowledgement and Williams led him in the opposite direction to the dispersing mourners. `Bin Laden's about a lot more than thrill kills and power trips,' Williams chided, measuring his condescension precisely. 'And there's three thousand dead people in New York of the opinion that you should be taking him more seriously.' 'I'm taking him entirely seriously, sir. I just don't think it will help us if we buy into the hype and start thinking of him as some kind of formidable genius. Look at the Black Spirit, if you need a primer. Remember what a bogeyman he was? Turned out to be a fucking oil-biz wage slave from Aberdeen.' `Quite. Something, I should remind you, that we only learned after the fact. Didn't make him any easier to catch, did it? And besides, I don't think there's much ground for comparison. For all his theatrics, the Black Spirit was essentially just a mercenary, prepared to do horrific things on other people's behalf if they paid him enough. Bin Laden represents the possibility of ten thousand Black Spirits, all of them prepared to do horrific things merely because it's Allah's bidding. We've never had to face this kind of fanaticism before: there's no fifth column to cultivate, no disaffected factions to encourage, no waverers, not even anyone we can bribe and corrupt. Just total, unquestioning, homicidal, suicidal commitment to the cause.' `With respect, sir, that's what I mean by believing the hype. For one thing, there is no cause. Bin Laden's too smart to marry himself to anything as cumbersome as a coherent or even consistent political ideology, because such a thing could be debated, held up to scrutiny, and, worst of all, alienate potential followers. "The cause of Islam" is expediently nebulous.”

 

 2070490-2a53693f7e2b8ccd51abef6c45c82c2e.jpg
Christopher Brookmyre (Glasgow, 6 september 1968)

 

 

De Amerikaanse schrijfster Jennifer Egan werd geboren in Chicago op 6 september 1962. Zie ook mijn blog van 6 september 2010 en eveneens alle tags voor Jennifer Egan op dit blog.

Uit:A Visit from the Goon Squad

“Stephanie and Bennie had lived in Crandale a year before they were invited to a party. It wasn’t a place that warmed easily to strangers. They’d known that going in and hadn’t cared – they had their own friends. But it wore on Stephanie more than she’d expected, dropping off Chris for kindergarten, waving and smiling at some blonde mother releasing blonde progeny from her SUV or Hummer, and getting back a pinched quizzical smile whose translation seemed to be: Who are you again? How could she not know, after months of daily mutual sightings? They were snobs or idiots or both, Stephanie told herself, yet she was inexplicably crushed by their coldness.
During that first winter in town, the sister of one of Bennie’s artists sponsored them for membership to the Crandale Country Club. After a process only slightly more arduous than applying for citizenship, they were admitted to the Crandale Country Club in late June. They arrived at the club on their first day carrying bathing suits and towels, not realizing that the CCC (as it was known) provided its own monochromatic towels to reduce the cacophony of poolside colour. In the ladies’ locker room, Stephanie passed one of the blondes whose children went to Chris’s school, and for the first time she got an actual ‘Hello’, her own appearance in two separate locations having apparently fulfilled some triangulation Kathy required as proof of personhood. That was her name: Kathy. Stephanie had known it from the beginning.
Kathy was carrying a tennis racket. She wore a tiny white dress beneath which white tennis shorts, hardly more than underpants, were just visible. Her prodigious childbearing had left no mark on her narrow waist and welltanned biceps. Her shining hair was in a tight ponytail, stray wisps secured with gold bobby pins“.

 

 2070490-36e17bb5cff92638732c11a01b3d9bdc.jpg
Jennifer Egan (Chicago, 6 september 1962)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Aart G. Broek werd op 6 september 1954 geboren in Maasland. Zie ook alle tags voor Aart G. Broek op dit blog.

Uit:Het prozadebuut van Boeli van Leeuwen: De Mensenzoon

“In de in eigen beheer uitgegeven De Mensenzoon (1947) treedt Van Leeuwen in discussie met vigerende opvattingen over - wat hij zelf in het voorwoord tot het eigenlijke verhaal noemt - ‘het kernpunt en tegelijkertijd de grootste vraag in het Nieuwe Testament (...): Waarom moest Judas Christus verloochenen?’. Op zich is deze preoccupatie met een andere tekst geen uitzonderlijke handelwijze. In feite vormen alle Caraïbische literaire teksten tesamen een meer of minder felle, onderlinge woordenwisseling, maar ook een pennestrijd met scribenten van niet-literaire teksten en met auteurs en hun geschriften van buiten de regio.
Condé geeft in haar nawoord onomwonden te kennen met haar roman de gerechtelijke scribenten uit de 17e eeuw en de talrijke historici daarna terecht te wijzen, geeft te kennen dat Anne Petry's invulling van Tituba's levensloop alles behalve de hare is en plaatst met name kanttekeningen bij de literaire aandacht voor de processen rond de ‘heksen van Salem’ in Arthur Millers The Witches of Salem, waarin het lot van de blanke heksen centraal staat.
Van Leeuwens concentratie op een Bijbelverhaal en de interpretatie daarvan is evenmin als zodanig uitzonderlijk voor de Caraïbische literatuur. Verschillende auteurs uit de Caraïbische regio hebben één of meerdere personages uit de Bijbel en hun wederwaardigheden als uitgangspunt genomen voor een nieuwe interpretatie van en een verhelderende visie op die Bijbelse figuren en hun handelen, èn als structurend element voor hun eigen roman. Brother Man (1954) van de Jamaicaanse auteur Roger Mais en Ti Jean L'Horizon van Simone Schwarz-Bart zijn dergelijke romans die ook buiten de regio grote bekendheid genieten.5 De vijf romans van Van Leeuwen zijn verder evidente voorbeelden van de be- en verwerking van Bijbelse motieven in de Caraïbische literatuur. De Mensenzoon wijkt echter belangrijk af van deze specifieke vorm van ‘intertextualiteit’: een Bijbelse figuur of gebeurtenis speelt niet een meer of minder belangrijke rol op de achtergrond van het feitelijke verhaal dat de roman vormt, maar een reeks van belangrijke Bijbelse gebeurtenissen wordt herschreven
In de vooroorlogse Antilliaanse literatuur, i.c. die tussen circa 1918-1938, werd in de Papiamentstalige literatuur de Afro-Curaçaose bevolkingsgroep een centrale rol toebedeeld. In het werk van Willem Kroon, Manuel Fray, Minguel Suriel, Emilio Davelaar, José Kleinmoedig en anderen krijgt deze grote, overwegend rooms-katholieke groep positief waarderende aandacht waar het haar potentiële mogelijkheden om sociale veranderingen in het licht van het Katholicisme betreft, te bewerkstelligen.6 De blanke élite speelt in deze literatuur een uiterst marginale rol.”

 

 2070490-a13f1aa77a2f33d84ba128883bb75df1.jpg
Aart G. Broek (Maasland, 6 september 1954)

 

 

De Duitse schrijfster Amelie Fried werd geboren op 6 september 1958 in Ulm. Zie ook alle tags voor Amelie Fried op dit blog en ook mijn blog van 6 september 2010.

Uit: Ich fühle was, was du nicht fühlst

„Dass mit meiner Familie etwas nicht stimmte, hatte ich schon länger vermutet. Spätestens, als mein Bruder religiös wurde, mein Vater uns ein schreckliches Geheimnis verriet und meine Mutter schließlich verschwand, wurde es zur Gewissheit. Aber bis dahin würden noch vierhundertneunzehn Tage vergehen, von dem Tag an gerechnet, an dem die Geschichte begann.
An diesem Tag war ich zur Frau geworden, jedenfalls hatte meine Mutter es so genannt, mich begeistert geküsst und mir eine rote Rose aus Seidenpapier und einen knallroten Lippenstift aus ihrer Sammlung geschenkt.
Für mich war es der Tag, an dem ich nach der Englischstunde aufgestanden war und hinter mir die hämische Stimme einer Mitschülerin gehört hatte.
»Da schau, die Verrückte hat in die Hose gemacht!«
Ich fuhr herum, zwei grinsende Teenager glotzten mir auf den Hintern. Ich sah an mir hinunter, bemerkte zwischen den Beinen dunkle Flecken auf dem blauen Stoff, tastete entsetzt mit den Fingern danach, fühlte etwas Feuchtes.
Ich wusste natürlich, was passiert war, meine Eltern hatten mich aufgeklärt. Und zwar so früh und umfassend, dass ich im Alter von vier Jahren meiner Kindergärtnerin erklärt hatte, die beiden Hunde im Hof würden nicht raufen, sondern rammeln. »Und dann kriegen sie viele kleine Hundekinder«, hatte ich zufrieden festgestellt. Meine Mutter war daraufhin zur Leiterin einbestellt worden.
Mir war also klar, dass ich meine Periode bekommen hatte.
Und mir war auch klar, dass dieser Umstand auf Wochen hinaus Anlass zu Spott und Gemeinheiten seitens meiner Mitschülerinnen sein würde. Ich spürte, wie mir Tränen in die Augen stiegen, und senkte den Kopf.
Du heulst nicht!, befahl ich mir selbst. Wer Schwäche zeigt, fordert den Jagdinstinkt seiner Verfolger heraus. Ich blähte die Nüstern, richtete mich auf und nahm Anlauf, um mich auf eine meiner Peinigerinnen zu stürzen.
Da spürte ich, wie mir jemand eine Strickjacke um die Hüften schlang, und sah überrascht zu, wie die Ärmel über meinem Bauch verknotet wurden."

 

 2070490-1c55147f03be197964680e87a83e5751.jpg
Amelie Fried (Ulm, 6 september 1958)

 

 

De Nederlandse schrijfster Jessica Durlacher werd geboren in Amsterdam op 6 september 1961. Zie ook mijn blog van 6 september 2010 en eveneens alle tags voor Jessica Durlacher op dit blog.

Uit: Arthuro d’Alberti

“Papa is de baas van de muziek. Als hij met zijn hoofd wiegt, wiegen wij inwendig ook. Als de piano vrolijk is en niet kan stoppen met praten en vertellen, worden wij steeds wilder. Soms krijgen we er zelfs de slappe lach van en gillen van plezier om de dolle verhalen die het geweld uit papa’s boxen bij ons oproept. Dan begint papa, die eerst nog vrolijk keek, langzaam aan te fronsen om ons lawaai, en houdt, ineens afwezig, zijn hoofd stil, zijn bijna zwarte ogen rond en aandachtig om iets anders, zijn wijsvinger geheven. We worden allemaal even stil als hij en luisteren mee naar de sprong die de muziek onder zijn leiding maakt. Soms voelen we ons dan even een klein beetje alleen – alsof papa luistert naar iets wat alleen hij kan horen, en wij niet. Sssst, zegt hij, en iets zegt ons dat wij dat niet te licht mogen opvatten.
Muziek. Altijd is er muziek. Er zijn de lieflijke vioolconcerten, de snarentrio’s en de kwartetten met hun verstandige, en toch zo verleidelijke kamermuziek. We laten ons overspoelen door de eindeloze, onbegrijpelijke pianoconcerten, en de symfonieën met hun bulderende orkesten waarbij je niet meer kan denken. Het ene moment stroom je vol onbekend woest verdriet, in het volgende word je meegesleurd in de idiote opgewondenheid van de strijkers en de slaginstrumenten. De lange, saaie stukken daarna zijn lessen in beheersing en ernst. We ondergaan ze geduldig, maar soms worden we gek van het om en om draaien en steeds verder verwateren van de thema’s die zoëven nog mooi en krachtig waren. Nu weten we het wel, denken we moe, nu is het toch wel klaar, suf zijn we, van de emoties.
In de auto zit nog geen radio. Wij zingen. We kennen liedjes van school, en ik zit sinds kort op een koortje waar ik nieuwe liedjes leer. Daar heeft hij het gezegd, papa, in de auto, met een waardering die uit een andere wereld komt, een wereld waar men verstand van die dingen heeft: ze heeft een goede stem. Dat is iets groots, een goede stem, daar zitten beloftes in die verder reiken dan ik nu kan overzien.”

 

 2070490-9afa08839cb1e6c6d61dab1f42e78859.jpg
Jessica Durlacher (Amsterdam, 6 september 1961)
Cover

 

 

De Amerikaanse schrijfster Alice Sebold op 6 september 1962 in Madison, Wisconsin. Zie ook mijn blog van 6 september 2010 en eveneens alle tags voor Alice Seebold op dit blog.

Uit: The Lovely Bones

“He did this to my little sister, Lindsey, thank God. At least I was spared that indignity. But he liked to tell a story about how, once Lindsey was born, I was so jealous that one day while he was on the phone in the other room, I moved down the couch-he could see me from where he stood-and tried to pee on top of Lindsey in her carrier. This story humiliated me every time he told it, to the pastor of our church, to our neighbor Mrs. Stead, who was a therapist and whose take on it he wanted to hear, and to everyone who ever said "Susie has a lot of spunk!"
"Spunk!" my father would say. "Let me tell you about spunk," and he would launch immediately into his Susie-peed-on-Lindsey story.
But as it turned out, my father had not mentioned us to Mr. Harvey or told him the Susie-peed-on-Lindsey story. Mr. Harvey would later say these words to my mother when he ran into her on the street: "I heard about the horrible, horrible tragedy. What was your daughter's name, again?"
"Susie," my mother said, bracing up under the weight of it, a weight that she naively hoped might lighten someday, not knowing that it would only go on to hurt in new and varied ways for the rest of her life.
Mr. Harvey told her the usual: "I hope they get the bastard. I'm sorry for your loss." I was in my heaven by that time, fitting my limbs together, and couldn't believe his audacity. "The man has no shame," I said to Franny, my intake counselor. "Exactly," she said, and made her point as simply as that. There wasn't a lot of bullshit in my heaven.
Mr. Harvey said it would only take a minute, so I followed him a little farther into the cornfield, where fewer stalks were broken off because no one used it as a shortcut to the junior high. My mom had told my baby brother, Buckley, that the corn in the field was inedible when he asked why no one from the neighborhood ate it. "The corn is for horses, not humans," she said. "Not dogs?" Buckley asked. "No," my mother answered. "Not dinosaurs'" Buckley asked. And it went like that.”

 

 2070490-305e7c5e5c12d318189b2f59c529d994.jpg
Alice Sebold (Madison, 6 september 1962)
Cover 

 

 

De Frans – Amerikaanse schrijver Julien Green werd geboren op 6 september 1900 in Parijs. Zie ook ook mijn blog van 6 september 2010 en eveneens alle tags voor Julien Green op dit blog.

Uit: Erinnerungen an glückliche Tage (Vertaald door Elisabeth Edl)

„Als ich älter wurde, vertrieb ich mir eher mit literarischen Dingen die Zeit, ich sagte mir gern, daß ich eines Tages ein großer Schauspieler sein würde, so wie der Mann, der bei
In achtzig Tagen um die Weltdie Rolle des Mr. Fogg spielte.
Mit dieser Idee im Kopf begann ich Dialoge aus berühmten Stücken auswendig zu lernen, um bereit zu sein für den Tag, da man mich auf die Bühne rufen würde. Daß ich von allem, was ich da aufsagte, die Hälfte nicht verstand, war nicht so wichtig. Was ich wollte, war, in meinem Zimmer mit dem Fuß aufstampfen, hochtönende Worte sprechen und mir einbilden, daß ich nicht ich selbst war, sondern irgendein wichtiger und scharfsinniger Mensch wie Augustus oder Cyrano de Bergerac.
Ungeduldig wartete ich auf den Donnerstag, denn an diesem Tag hatten wir frei, und außerdem kam unsere Näherin, Mademoiselle Félicité Goudeau, frühmorgens ins Haus und blieb bis abends nach dem Essen. Sie war mein Publikum. Ihre Rolle war ziemlich leicht, denn sie bestand einfach darin, wie gewöhnlich ihre Arbeit zu verrichten, während ich für sie deklamierte. Zuweilen geschah es, daß ich mit der Faust vor ihrem Gesicht herumfuchtelte oder einen Dolch über ihrem Kopf schwang, aber selbstverständlich wußte sie, daß alles
Theater war, und nahm die Sache gelassen.
Sie war ein schüchternes kleines Geschöpf mit grauen Locken und trippelte so geschwind von einem Zimmer ins andere, daß man unvermeidlich an eine Maus denken mußte oder an irgendein anderes verhuschtes Tier. Meistens trug sie eine schwarze Schürze und lief mit Stecknadeln zwischen den Zähnen umher. Das störte mich ein bißchen; mir wäre lieber gewesen, sie hätte dagesessen und sich nicht gerührt. Eines Tages sagte ich das auch, und daraus entspann sich eine lange Diskussion, an deren Ende meine Mutter als Schiedsrichterin hereingerufen wurde. Natürlich befahl sie mir, den Raum auf der Stelle zu verlassen, doch wenig später kehrte ich zurück und »schnaubte noch mit Drohen und Morden«, im reinsten Stil der Comédie-Française.”

 

 2070490-052c9566b02e2a970778a6fe3df2840c.jpg
Julien Green (6 september 1900 - 13 augustus 1998)

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver, journalist en vrijmetselaar Willem Brandt (pseudoniem van Willem Simon Brand Klooster) werd geboren in Groningen op 6 september 1905. Zie ook alle tags voor Willem Brandt op dit blog.

 

Berg-kampong

Bemoste daken als oeroude dieren
te-rusten in de flanken van een dal,
onder de blauw doorweven hemelval
waaruit de hete moessonwinden gieren.

Het eenzaam volk hurkt zwijgend om het vuur,
de dagen komen, sterven en verdwijnen,
men legt zich neer op het getelde uur
wanneer de vlammen aan de wanden schijnen.

Maar soms neemt iemand in de dageraad
zijn bundel en verlaat zijns vaders schuren.
Niemand die naar hem vraagt, over hem praat,
men schikt zich dichter om de hoge vuren.

Als hij na jaren weerkeert, even arm,
bedekt met wonden uit de grote steden,
vindt hij de vuren even rood en warm
en vrouwen die zijn zieke lichaam kneden.

Iemand wijst hem de helling aan waar hij
zijn rijst zal planten in de vroege uren.
De revoluties komen, gaan voorbij,
men zwijgt en rust rondom de rosse vuren.

 

 2070490-355d406efe295d9585689d93d2e2a7e8.jpg
Willem Brandt (6 september 1905 – 29 april 1981)

 

 

De Spaanse schrijfster Carmen Laforet werd geboren op 6 september 1921 in Barcelona. Zie ook alle tags voor Carmen Laforet op dit blog en ook mijn blog van 6 september 2010.

Uit:Nada (Vertaald door Susanne Lange)

„Gewiß sah ich seltsam aus mit meiner fröhlichen Miene, meinem alten Mantel, den mir der Seewind um die Beine schlug, wie ich mißtrauisch meinen Koffer vor den dienstfertigen Trägern, den camàlics, verteidigte.
Nach wenigen Minuten stand ich allein auf dem breiten Gehweg, während die anderen zu den wenigen Taxis rannten oder sich in Trauben in die Straßenbahn drängten.
Eine der alten Droschken, die man nach dem Krieg wieder öfter sah, hielt vor mir an, ich zögerte nicht und stieg ein, zum Verdruß eines Herrn, der verzweifelt den Hut schwenkend hinterherstürzte.
Das klapprige Gefährt fuhr mich in dieser Nacht durch breite, leere Straßen, durchquerte das Herz der Stadt, auch jetzt noch voller Lichter, wie ich es erhofft hatte, und die Fahrt erschien mir kurz und belebt von Schönheit.
Der Wagen bog in die Plaza de la Universidad, und ich weiß noch, wie bewegt ich war, als mir das prächtige Universitätsgebäude einen feierlichen Willkommensgruß bot.
Wir schwenkten in die Calle de Aribau ein, wo meine Verwandten wohnten, und dort strotzten die Platanen im Oktober noch von Blättern, und das lebendige Schweigen unzähliger Seelen atmete hinter den dunklen Balkonfenstern. Die Wagenräder hinterließen eine Kielspur von Lärm, der in meinem Kopf widerhallte. Auf einmal knarrte und schwankte der Klapperkarren. Dann blieb er stehen.
»Da wären wir«, sagte der Kutscher.
Ich sah hinauf zu dem Haus, vor dem wir standen. Eine Balkonreihe glich der anderen, wie sie mit ihren dunklen Eisengittern über das Geheimnis der Wohnungen wachten. Ich konnte nicht erraten, von welcher aus ich in Zukunft hinabschauen würde. Mit leicht zitternder Hand gab ich dem Nachtwächter ein paar Münzen, und nachdem er die Eingangstür mit mächtig erbebendem Glas und Eisen hinter mir ins Schloß geworfen hatte, schleppte ich mich mit dem Koffer Stufe für Stufe die Treppe hinauf.“

 2070490-c3c536df2722d7077a86d8949bd53126.jpg
Carmen Laforet (6 september 1921 – 28 februari 2004)
DVD-cover voor de gelijknamige film uit 1947

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e september ook mijn blog van 6 september 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:10 Reageer op dit bericht

Haro Kraak

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse schrijver en journalist Haro Kraak werd geboren in Amsterdam in 1986. Kraak studeerde sociologie en journalistiek in Amsterdam. Kraak schreef voor o.a. hard//hoofd, Folia Magazine, Joop.nl en zat in de redactie van Spunk. Daarnaast is hij maandelijks gastheer tijdens het Literair Café bij 16CC. Hij werkt nu als verslaggever en recensent bij de Volkskrant. Hij schrijft onder andere over literatuur, populaire cultuur en media. Hij debuteerde in 2016 met de roman “Lekhoofd”.

Uit: Lekhoofd

“Mijn vader knoopte de choker zorgvuldig om zijn nek, niet te strak, want dan was het net alsof hij een halsband droeg, maar ook niet te losjes, anders kon de warmte of de waarheid hem zomaar ontsnappen. En dat moest hij niet hebben, zeker vandaag niet. Nadat hij zijn adamsappel had bedekt, stak hij zijn hoofd in het trapgat en riep: ‘Komen jullie?’
Ik stond al klaar, wachtend op zijn startsein. Hij had zijn lichtgroene broek aan en trok baantjes door de gang, het hoofd gebogen. Op de trap klonk gestommel en gezucht: de vrouwen kwamen eraan, met iets meer haast dan ze zouden willen. Bij de deur bleef mijn vader staan en gebaarde naar
buiten. Een voor een liepen we de voordeur door, mijn moeder, mijn zusje en ik. Op het grind bleven we wachten.
‘Een momentje,’ zei mijn vader en hij liep de gang weer in.
Het was een zaterdag en Boelie was al twee dagen kwijt.
Ik had hem voor het laatst gezien voordat ik naar voetbaltraining ging op donderdagavond. Toen ik thuiskwam was hij nergens te vinden. Ik keek in de plastic mand tussen de schone was, waar hij graag op ging zitten als die warm uit de droger kwam, maar daar was hij niet en er zaten ook geen haren op
de kleren. Mijn vader zei dat Boelie wel terug zou komen, heus, zo ging dat toch altijd met katten, en anders zouden we in het weekend gaan zoeken. Hij rook naar vers zweet en zei dat alles goed zou komen. Ik weet niet of het aan de vertrouwde geur lag, maar ik geloofde hem. Na mijn wedstrijd, we hadden met 3-1 van Hilversum d1 gewonnen, was het zover: we gingen de buurt in.
Met de verrekijker om zijn nek kwam hij na een paar minuten naar buiten en deed de voordeur op slot. ‘Komt misschien van pas,’ zei hij. En daarna tikte hij opgewekt tegen de papieren in mijn hand. ‘Kom, we gaan die krengen ophangen.’
Mijn zusje droeg de grote nietmachine met twee handen. Ze was goed ingepakt tegen de kou: muts, sjaal, wanten, winterjas. Als een pinguïn waggelde ze over het grind, ze zocht beschutting onder de lammycoat van mijn moeder en leunde tegen haar been. Die schudde Nina van zich af en zei: ‘Over
een uurtje zijn we weer thuis.’

 

 2129004-5bc3b22f1c4494850a1e52d8e3039cb7.jpg
Haro Kraak (Amsterdam, 1986)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten