Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 3 oktober 2017 tot 4 oktober 2017

Coen Peppelenbos, Oek de Jong, Cynthia Mc Leod, Matthieu Gosztola, Gabriel Loidolt, Koos Schuur, Roy Alton Blount Jr., Mary Elizabeth Braddon, André Salmon

De Nederlandse dichter en schrijver Coen Peppelenbos werd geboren in Raalte op 4 oktober 1964. Zie ook alle tags voor Coen Peppelenbos op dit blog.

Uit: De valkunstenaar

“Ik kan vliegen. Ik weet dat het een kwestie van definitie is, maar als je je zonder gebruik van mechanica kunt bewegen door de lucht, dan kun je vliegen. Ik weet elke seconde van mijn vlucht nog. Het uitzicht van het dak was feeëriek. Kun je dat zeggen? De zon was al bijna onder, maar je kon de akkers nog zien. In de tuin stonden tientallen kleine lampjes die het zonlicht dat ze die dag gevangen hadden teruggaven. Af en toe gloeide een sigaret op. Ik ging staan op de rand, draaide me om en wachtte op het fluitsignaal dat het teken was om me in beweging te zetten. Ik strekte mijn armen en toen, het leek minuten te duren, dan eindelijk het schelle gefluit klonk, kromde ik mijn rug, trok mijn armen terug voor mijn borst en liet me in een koprol achterover vallen. Daardoor kreeg ik vaart. Mijn schouders raakten de dakpannen het eerst en ik rolde door van de glooiende dakpannen over de knik naar het steile deel van het dak. Had ik bij de eerdere vlucht die avond nauwelijks respons gekregen, nu hoorde ik gekrijs, ik hoorde glazen op de tegels kletteren, ik hoorde de dakpannen in een trage lawine achter me aan schuiven, ik voelde aan mijn eigen lichaam dat ik me moest omdraaien zodat ik me kon afzetten onder aan het dak. Ik strekte me uit en vloog.
En vloog.
Ik vloog over de coniferen en zag de paniek in de gezichten onder mij; er gebeurde iets onverwachts en het leek of ik wel voor eeuwig door kon vliegen met dat lichaam van mij, dat lichaam dat voldeed aan al mijn eisen, dat lijf dat met ongeloof bekeken werd en ook wel met angst omdat er iets groots en donkers naar beneden kwam. En tussen de menigte zag ik een jongen die als enige voluit lachte en een meisje dat me met een brutale glimlach volgde.
En vloog.
Ik vloog en zag het zwembad onder me, in het midden dreef een strandbal en ik besloot dat ik me aan de wetten van de zwaartekracht zou overgeven, van de duizenden sprongen uit het verleden een ultieme duik zou maken en strekte mijn lichaam naar het water dat ik doorkliefde met slechts een kleine waterverplaatsing en terwijl het water boven me sloot en ik in de stilte van het water mijn vlucht afmaakte, eerst verder neerwaarts en daarna opwaarts, wist ik dat deze val perfect was en voor altijd zou bestaan in de hoofden van de toeschouwers die aanwezig waren geweest. En alleen daar.”

 

 2078791-71492cfc9255bf94151701505d77ef13.jpg
Coen Peppelenbos (Raalte, 4 oktober 1964)

 

 

De Nederlandse schrijver Oek de Jong werd geboren in Breda op 4 oktober 1952. Zie ook mijn blog van 4 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Oek de Jong op dit blog.

Uit:De zonneklep van Goethe

“De rondgang was op vernuftige wijze in overeenstemming gebracht met de gang van het leven zelf: ik eindigde in Goethe's slaapkamer, tevens sterfkamer. De inhoudsopgave van dit kamertje, te vinden in de katalogus, luidt als volgt: Slaapkamer. Tussen haakjes: sterfkamer. Deze bevat naast het eenvoudige bed van grenenhout en het tegen de koude beschermende groenwitte wandtapijt aan de Noord- en Oostwand, de leunstoel, een voetenbankje, twee kleine tafels, een smal tapijt, een schellekoord, een thermometer, drie barometers, alsmede enige geschreven tabellen zur Geologie und zur Tonlehre. Dus zelfs hier nog aantekeningen! In het middaguur van de 22ste Maart 1832 is Goethe, zittend in de stoel, in deze kamer gestorven.
Het kamertje was niet toegankelijk. In de deuropening boog ik mij over een rood fluwelen koord. Het hoofd naar rechts wendend zag ik het bed, het eenvoudige bed, waar ooit Goethe temidden van ijsblokken lag opgebaard. En boven het hoofdeinde van het bed hing Goethe's Augenschirm. Zijn zonneklep. Het voorwerp was van metaal, groen geschilderd en het frappeerde me.
Ik herinner me hoe ik mijn enthousiasme over deze zonneklep probeerde te delen met degene die naast me stond: de professor wiens wereldwijde faam gebaseerd is op een standaardwerk over De Stijl dat hij ooit geschreven zou hebben. Hij was die middag nog niet de mythische professor die hij nu voor mij geworden is. Hij stond zeer levend naast mij, kortademig en wel, en begreep niets van mijn opwinding over een zonneklep. Gedurende de tien minuten dat ik vervolgens naar het ding staarde, begreep ik zelf ook niet veel van mijn extase, van de ruimte die ik plotseling in mijn hoofd voelde. Een half uur later zag ik Goethe natuurlijk in zijn tuin, bij een rododendron, de zonneklep op het hoofd. Hij schoffelde. Naast hem stond vanzelfsprekend de heer Eckermann, in gespannen afwachting van de klassieke uitspraak over het schoffelen van tuinen. De professor sleepte mij mee naar het huis van Schiller. Zo'n dag was het. Een jaar later was de zonneklep een mytisch voorwerp geworden. De kleine Edo Mesch draagt, dankzij Goethe, een zonneklep van groen, doorzichtig plastic.”

 

 2078791-4ba12cbfa3c2fcdb86dab9794853d67a.jpg
Oek de Jong (Breda, 4 oktober 1952)
Goethes slaapkamer in Weimar 

 

 

De Surinaamse schrijfster Cynthia Henri McLeod werd geboren op 4 oktober 1936 in Paramaribo als Cynthia Ferrier. Zie ook mijn blog van 4 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Cynthia McLeod op dit blog.

Uit: Zenobia – slavin op het paleis

“Misi Graman kreeg heel veel bezoek; ze kwamen om het nieuwe gouverneurshuis van binnen te zien, trots leidde misi Graman ze rond in het huis, dat ze voortaan altijd ‘het paleis’ noemde. Ze moesten natuurlijk ook de nieuwe baby zien en misi Henriette werd bewonderd en aangehaald. ‘Wat lijkt ze op haar moeder,’ riep een vrouw en ‘wat lijkt ze op haar vader,’ riep een andere, maar zodra de dames gingen zitten kwam het gesprek op die nieuwe dominee. Iedereen had iets te zeggen over die dominee Kals en zijn vrouw Anna. Wat was dat toch een vreselijke man! Ze waren in oktober gekomen toen misi Graman nog op Berg en Dal was en vanaf het begin had eenieder kunnen horen wat een vreemde ideeën die man erop nahield. Hij had gelukkig maar één keer een preek mogen houden, maar wat was hij in zijn preek tekeergegaan tegen de kolonisten, die hij nog niet eens kende.
‘Alsof God hem als criticus van de kolonie heeft aangesteld,’ zei misi Drouillet.
En dat terwijl er zoveel over hem en zijn vrouw te zeggen was, want wist misi Graman wel hoe die man en zijn vrouw met elkaar leefden? Als kat en hond! Ze hadden zo vaak helse ruzie en dan scholden ze op elkaar ten overstaan van de hele buurt.
‘De dominee is in huis en de domineese loopt buiten op en neer. Als je de woorden hoort die uit de ongewassen mond van dat vrouwmens komen? De slechtste Amsterdamse sloerie is nog netjes daarbij vergeleken,’ meende misi Wriedt, die het zelf niet gezien kon hebben, want zij woonde dichtbij het paleis aan de overkant van het Plein.
‘Het Hof heeft al bepaald dat hij voorlopig nooit meer in de stad preekt, ze sturen hem naar de gemeente aan de Cottica Perica,’ zei misi Graman.
‘Dan zullen die arme lui daar het te verduren krijgen,’ zuchtte een andere vrouw, waarop misi Graman
lachend zei: ‘Ach, misschien duurt het niet lang, want je weet toch dat daar binnen korte tijd vier dominees achter elkaar zijn overleden.’
Misi Wriedt nam een hap van haar koekje en zei rustig: ‘Wel, misschien wordt hij de vijfde, dan kan hij zelf aan God gaan vertellen hoe slecht wij hier zijn,’ en alle vrouwen lachten hartelijk.”

 

 2078791-727144f763eb46966369574c02e6478d.png
Cynthia McLeod (Paramaribo, 4 oktober 1936)
Cover

 

 

De Franse dichter en schrijver Matthieu Gosztola werd geboren op 4 oktober 1981 in Le Mans (Sarthe). Zie ook mijn blog van 4 oktober 2010 en alle tags voor Matthieu Gosztola op dit blog.

Uit: Ton visage me tient ensemble

 

Je marche dans le noir
Même en plein jour
C'est là

Et pourtant je sais que tu es là
Et que tu me fermes les yeux
Pour que je ne voie pas
Que rien n'a changé

La lumière n'est toujours pas
Finie sur la terre

 

Je te regarde dans tes jeux
Avec ce qui t'occupe
Et qui me rend occupé de toi
Et de tes gestes

Je suis immobile et sans souffle
Pour être uniquement quelques-uns
De tes gestes sur les choses
Que tu transformes dans leur place
De choses pour en faire un
Jeu et une mélodie
De l'oubli de la douleur

Je te regarde pour voir soudain les
Mots très fort

 

Dans mes bras il y a toi
Que je cherche et que je trouve
Et qui es là sitôt que je te regarde

Sitôt que je regarde quelque chose
Que je veux regarder ou que je
Ne pense pas regarder
Et qui me rappelle aussitôt à
Chaque coup toi

Maintenant nous sommes un
Monde

 

 2078791-c8a9c5ea2aaf117cbf7fa7aecf5fbd5b.jpg
Matthieu Gosztola (Le Mans, 4 oktober 1981)

 

 

De Oostenrijkse schrijver Gabriel Loidolt werd geboren op 4 oktober 1953 in Eibiswald. Zie ook mijn blog van 4 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Gabriel Loidolt op dit blog.

Uit: Le phare (Vertaald door Colette Kowalski)

« Avant de placer le téléviseur dans le local de service, j'avais une étrange perception du temps. Jours et nuits se différenciaient à peine. Ils venaient et passaient, s'étiraient ou se raccourcissaient, se confondaient de sorte que, rétrospectivement, je n'ai plus l'impression que d'une longue nuit et d'un long jour. Malgré cela je croyais tout connaître dans l'île. Il n'y avait pas un sentier qui m'eût échappé, pas une colline que je n'eusse gravie. Je savais où les plaques de roche étaient friables, où les éboulis pouvaient glisser. Je connaissais les endroits plus ou moins chauds. Et pour le phare, il n'en était guère autrement. Je découvris même ce qui, à un certain moment, m'avait provoqué des nausées. C'étaient certains vents qui s'engouffraient dans les murs et produisaient des sons confus à peine audibles. Je savais déjouer les pièges de l'escalier à vis et la passerelle n'avait plus de secrets pour moi. Mais je n'allais pas tarder à découvrir qu'il y avait encore des choses dont je ne savais rien.»

 

 2078791-fc386f545fff09dc8649c393f78f3b8d.jpg
Gabriel Loidolt (Eibiswald, 4 oktober 1953)
Eibiswald

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver en vertaler Jacobus Gerardus (Koos) Schuur werd geboren in Veendam op 4 oktober1915. Zie ook alle tags voor Koos Schuur op dit blog.

 

Het woord

Wandelend door een boomgaarden wereld
vroeg ik een vogel een vederen woord
een zingend woord een zonlicht woord
smeekte ik een vogel een woord mij ten dienste
een vliegwoord een vangbal een boemerang

Maar toen ik droomde dat mijn wens zich vervulde
verschool ik mij om het te breken
om te zien wat er in zou zijn:
een nest jonge vogels
of schaduw en schimmel
een beest dat zou bijten
of mijzelf schreiend
of van de wereld het eerste en laatste
niets

 

 

September

Blond lief, de laatste gouden dagen
wuiven ten afscheid en wij achten 't niet,
de bomen en de struiken dragen
hun laatste tooi en in het riet
schuilen de vissen en hun trage
vinslag verraadt hen niet.

Het wordt nu tijd ons te bezinnen;
de bossen kleuren dieper bruin
en lila herfstasters beginnen
hun ijle bloeien in mijn tuin.

Het wordt nu tijd om te bedenken:
de zomer houdt niet eeuwig stand;
zij schonk ons al wat zij kon schenken -
de laatste gouden dagen wenken
en herfst komt reeds in feller kleuren drenken
de bloemen van dit dierbaar land.

 

 2078791-5423ccc826a771c96098b1b086b04d6b.jpg
Koos Schuur (4 oktober 1915 – 1 december 1995)

 

 

De Amerikaanse schrijver, journalist, musicus en acteur Roy Alton Blount Jr. werd geboren op 4 oktober 1941 in Indianapolis, Indiana. Zie ook alle tags voor Roy Alton Blount Jr. op dit blog en ook alle tags voor Roy Blount jr. en eveneens mijn blog van 4 oktober 2010.

Uit: Feet On The Street

“We knew this from Nash Roberts. Nash Roberts is a veteran New Orleans TV weatherman who is low-tech, at least by way of presentation, and always right. Nash was broadcasting from his own house, it looked like, tracing the hurricane with a grease pencil on a sheet of Plexiglas or a pad of paper, I forget which, while the other channels’ meteorologists were using all manner of laser pointers and rear-projected electronic schematic representations of the area. You couldn’t tell what in the world Nash was scribbling with the grease pencil, but as usual he was the first to make the call, this one’s going to miss us, and he was on the money.
So I felt I could venture outside and take a look at the river, and when I did, it was going backward. I’m pretty damn sure.
Ordinarily, at any rate, when you face the river from the French Quarter you’ll see the river flowing from your right to your left. As recently as the late sixties, early seventies, when Kermit Ruffins was a kid in New Orleans—he’s a fixture in the city now as a jazz musician—he’d catch crabs from the river, to eat. “Get some string, tie a chicken leg on it, and when that string get real tight, pull in real slow—scoop ’em up and put ’em in the bucket. End of the day we might have a hundred, hundred-fifty crabs.” You wouldn’t want to eat anything out of the river here now; it’s filthy with silt and petrochemicals. But it’s a robust presence. John Barry, author of Rising Tide, a terrific book about the horrific flood of 1927 (which the New Orleans elite managed to divert onto poorer folks’ lands) says the river is “perfect,” as opposed to the imperfect people who try to make it behave. It’s a little like the horse that the New Orleans “swamp blues” musician Coco Robichaux told me about, which kept walking into a post, over and over. “What are you doing trying to sell a blind horse?” somebody said. “He ain’t blind,” said the man who was trying to sell him. “He’s just tough. He don’t care."
The river is perfect because it doesn’t care. It would just as soon drown New Orleans, or any other place, as not. But people, being imperfect, want to believe that it cares. People call it “Old Man River,” “The Father of Waters.” Big dirty thruster barreling into town.”

 

 2078791-5bfe1585afa767c0944e5a5f95da78cc.jpg
Roy Alton Blount Jr. (Indianapolis, 4 oktober 1941)
Indianapolis

 

 

De Engelse schrijfster Mary Elizabeth Braddon werd geboren in Londen op 4 oktober 1837. Zie ook alle tags voor Mary Elizabeth Braddon op dit blog.

Uit: Lady Audley’s Secret

“The principal door was squeezed into a corner of a turret at one angle of the building, as if it were in hiding from dangerous visitors, and wished to keep itself a secret — a noble door for all that — old oak, and studded with great square-headed iron nails, and so thick that the sharp iron knocker struck upon it with a muffled sound, and the visitor rung a clanging bell that dangled in a corner among the ivy, lest the noise of the knocking should never penetrate the stronghold.
A glorious old place. A place that visitors fell in raptures with; feeling a yearning wish to have done with life, and to stay there forever, staring into the cool fish-ponds and counting the bubbles as the roach and carp rose to the surface of the water. A spot in which peace seemed to have taken up her abode, setting her soothing hand on every tree and flower, on the still ponds and quiet alleys, the shady corners of the old-fashioned rooms, the deep window-seats behind the painted glass, the low meadows and the stately avenues — ay, even upon the stagnant well, which, cool and sheltered as all else in the old place, hid itself away in a shrubbery behind the gardens, with an idle handle that was never turned and a lazy rope so rotten that the pail had broken away from it, and had fallen into the water.
A noble place; inside as well as out, a noble place — a house in which you incontinently lost yourself if ever you were so rash as to attempt to penetrate its mysteries alone; a house in which no one room had any sympathy with another, every chamber running off at a tangent into an inner chamber, and through that down some narrow staircase leading to a door which, in its turn, led back into that very part of the house from which you thought yourself the furthest; a house that could never have been planned by any mortal architect, but must have been the handiwork of that good old builder, Time, who, adding a room one year, and knocking down a room another year, toppling down a chimney coeval with the Plantagenets, and setting up one in the style of the Tudors; shaking down a bit of Saxon wall, allowing a Norman arch to stand here; throwing in a row of high narrow windows in the reign of Queen Anne, and joining on a dining-room after the fashion of the time of Hanoverian George I, to a refectory that had been standing since the Conquest, had contrived, in some eleven centuries, to run up such a mansion as was not elsewhere to be met with throughout the county of Essex.”

 

 2078791-f7a7a3630719dafcd9cf23ab6373177c.jpg
Mary Elizabeth Braddon (4 oktober 1837 – 4 februari 1915)

 

De Franse dichter en criticus André Salmon werd geboren op 4 oktober 1881 in Parijs. Zie ook alle tags voor André Salmon op dit blogen ook mijn blog van 4 oktober 2010

Uit:Moeurs de la famille Poivre

“Une rue très moderne. mais pas améri-caine. Non, italienne, plutôt. Une rue d'un faubourg de Milan; à cause de sa pouillerie piquée de faux luxe, de point en point. Le nombril flamboyant du tram jaune la-qué changeant en petites fontaines de tète les flaques d'eau entre les rails. A des coins de rue, le cabaret bas de la masure A un étage; le cabaret rouge qu'éclaire un seul bec indigent et qui, pourtant, dispute une clientèle au bar de feu et de nickel, de musiques et de liqueurs, de céramique et de gazettes sportives, de cuivres et d'aca• jou brillant plus que les cuivres; le bar rempli d'objets qui sont autant de miroirs et de glaces qu'inclinent les vapeurs, et de gens qui se meuvent au long du fer à cheval de marbre et d'acajou A la façon des viveurs dans un promenoir. Le sifflet du percolateur est une invitation marine. Il y a de la sciure sur les dalles pompé-iennes: une fille tourne, la tête abandonnée, avec la Salammbo de cire dressée au centre d'un parterre d'ampoules électriques. Les camelots, les marchands de presse. les bagotierss'entassent, en guenilles hum ides, tout au fond, la où dans cette orgie de lu-mière on fait l'économie d'une lampe. au-tour d'une table de Cézanne : des verres presque carrés, un litre au goulot exagéré. Imaginez une fête foraine culbutée, avec les quais du port occidental, par un paque-bot du Pacifique. Après il n'y a plus rien que de pauvres maisons construites par des écoliers de l'école talque. Quelques espiègles bien doués ont dessiné leurs parents à la fenêtre et plusieurs n'ont oublié ni le chien 'Prim, ni le serin Pill dans sa cage aux barreaux tracés à la règle. Et puis c'est le crime du bienfaiteur, du philanthrope juif : la citadelle de briques aux balcons presque en fer forgé ; des balcons offerts par M. de Rothschild. »

 

 2078791-f182f42eec8bbfbe13587cf021546ff1.jpg
André Salmon (4 oktober 1881 – 12 maart 1969)
Portret door Lepold Gottlieb, 1920

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e oktober ook mijn blog van 4 oktober 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:33 Reageer op dit bericht

Peter Terrin, Gore Vidal, Kira Wuck, James Herriot, Stijn Streuvels, Alain-Fournier, Sergej Jesenin, Bernard Cooper, Louis Aragon

De Vlaamse schrijver Peter Terrin werd geboren in Tielt op 3 oktober 1968. Zie ook alle tags voor Peter Terrin op dit blog.

Uit: Monte Carlo

“De prins glundert. De belangrijkste dag van het jaar verloopt helemaal volgens plan. Met het verplichte diner achter de rug, met de praatjes tot een bevredigend einde gebracht, zoekt hij de hand van zijn Amerikaanse vrouw. Ze is zo elegant als haar ouders met haar naam hebben voorspeld.
De sfeer is gemoedelijk, het gezelschap is inmiddels aan elkaar gewend. Door de grote glaspartijen van de ontvangstruimte stroomt het zonlicht naar binnen, in de verte weerkaatst door de azuurblauwe zee, een schittering die men bijna kan horen. Een vogel in zweefvlucht trekt zijn aandacht, hoog tegen de hemel maakt hij steeds opnieuw rondjes, glijdt hij met de luchtstroom mee en keert zich er weer tegenin, als naait hij met zijn scherpe snavel lus na lus een onzichtbare scheur in de luchtlagen. En de prins wordt die vogel, hij kijkt neer op dit lapje grond tegen de flank van een berg, als een adelaar, hij kijkt mee over Gods schouder naar de menselijke bedrijvigheid, deze concentratie van inspanning en energie en intellect, deze roemruchte opeenhoping van buitengewone welvaart en architectuur, het romantische rijm met de kleuren van het gesteente hogerop, het verblindende wit van de gerangschikte jachten in de haven eronder - een prinsdom, bedenkt hij ouder en wijzer, en nostalgisch door de wijn, als een voortdurende, nooit in te lossen belofte. Daar pal middenin, haarscherp afgetekend, het circuit voor de grand prix. Een grillige ring van geladen afwezigheid.
Hij neemt de trouwring van zijn vrouw tussen de vingers en spreekt in stilte de hoop uit dat er vandaag geen doden zullen vallen, niet zoals vorig jaar. Met zijn andere hand strijkt hij zijn snor. Daarna keert de prins zich om naar zijn genodigden, maar in gedachten is hij bij Deedee.
Jack Preston was dertien toen hij aan de tractor van boer Colin sleutelde. Het was een oude Massey Ferguson, uit de vroege jaren dertig. Hij stond tegen een van de monumentale loodsen die dwars op de weg waren gebouwd, sommige zonder muren om het hooi droog te houden, zes aan weerskanten van de straat, die daardoor toch de indruk wekte een privéweg te zijn door het landbouwbedrijf van boer Colin. Sinds twee jaar was Jack Preston een zwijgzame jongen geworden; hij stond naast zijn moeder toen een man van het leger, met zijn pet tegen de glimmende knopen van zijn uniform, over hun hoofden heen het huis in staarde en woordelijk herhaalde wat hem was opgedragen.”

 

 2078487-b5b435fe51577a53c84dbedf03a8d051.jpg
Peter Terrin (Tielt, 3 oktober 1968)

 

 

De Amerikaanse schrijver, dramaticus en essayist Gore Vidal werd geboren op 3 oktober 1925 in West Point, New York. Zie ook mijn blog van 3 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Gore Vidal op dit blog.

Uit: Caligula

« CALIGULA: I'm going to marry you.
DRUSILLA: You can't. We're not Egyptians.
CALIGULA: I know. We are much more beautiful.
DRUSILLA: Rome is not Egypt, and stop looking at yourself like that.
CALIGULA: Let's go to Egypt then.
DRUSILLA: You are a fool.
CALIGULA: Caesar cannot be a fool.
DRUSILLA: But he's trying very hard.
CALIGULA: Caesar cannot be a fool!
DRUSILLA: "Little Boots", they'll throw you in the Tiber if you attempt to move the government. So, you're going to marry a respectable Roman lady of the senatorial class.
CALIGULA: No, I'm not.
DRUSILLA: Yes, you are! You've got to have an heir.
CALIGULA: Who will kill me when he grows up!
(…)


CALIGULA: That will be my wife.
DRUSILLA: Oh no! Not Caesonia.
CALIGULA: You're impossible!
DRUSILLA: She's the most promiscuous woman in Rome.
CALIGULA: Perfect!
DRUSILLA: Caesonia's been divorced. She's extravagant, always in debt.
CALIGULA: I want her.
DRUSILLA: But not for a wife.
CALIGULA: Send her to me now.
DRUSILLA: No, "Little Boots". I won't let you do it. It wouldn't be wise.
CALIGULA: Yet such is the will of the senate and the people of Rome.“

 

 2078487-14d10ea3fde1d794a1f75ba5f52e32f7.jpg
Gore Vidal (3 oktober 1925 – 31 juli 2012)
Scene uit de remake van Gore Vidal’s Caligula, 2005

 

 

De Nederlandse dichteres Kira Wuck werd geboren in Amsterdam op 3 oktober 1978. Zie ook alle tags voor Kira Wuck op dit blog.

 

Als het regent op zondag
regent het bij ons anders dan bij anderen
de lucht is droger en de kat laat zich niet aaien

Vroeger hadden we een kijkgat in de schutting
daarachter gebeurde het

Vanuit de achtertuin zie je waar de vaat zich opstapelt
wat de afstand is tussen geliefden
als ze elkaar net niet raken

Intimiteit is erachter komen dat je met iemand
naar hetzelfde punt staart
zoals naar mijn ouders
die voor de zoveelste keer de muren witten

 

 2078487-2cd2adf60c78fc4c91cc34856718725d.jpg
Kira Wuck (Amsterdam, 3 oktober 1978)

 

 

De Engelse schrijver en dierenarts James Herriot (pseudoniem van James Alfred Wight) werd geboren op 3 oktober 1916 in Sunderland. Zie ook alle tags voor James Herriot op dit blog en ook mijn blog van 3 oktober 2010.

Uit: All Things Wise and Wonderful

« Maybe I could guide the conversation along more clinical lines. `Any more symptoms?' I asked. 'Any cough, constipation, diarrhoea? Does she ever cry out in pain?' The lady shook her head. 'No, nothing like that. She just moons around looking at us with such a pitiful expression and searching for Emmeline.' Oh dear, there it was again. I cleared my throat. 'She never vomits at all? Especially after a meal?' `Never. When she does eat a little she goes straight away to find Emmeline and takes her to her basket.' `Really? Well I can't see that that has anything to do with it. Are you sure she isn't lame at times?' The lady didn't seem to be listening 'And when she gets Emmeline into her basket she sort of circles around, scratching the blanket as though she was making a bed for the little thing.' I gritted my teeth. Would she never stop? Then a light flashed in the darkness. `Wait a minute,' I said. 'Did you say making a bed?' `Yes, she scratches around for ages then puts Emmeline down.' `Ah yes.' The next question would settle it. 'When was she last in season?' The lady tapped a finger against her cheek. 'Let me see. It was in the middle of May — that would be about nine weeks ago.' There wasn't a mystery any more. `Roll her over, please,' I said. With Lucy stretched on her back, her eyes regarding the surgery ceiling with deep emotion, I ran my fingers over the mammary glands. They were turgid and swollen. I gently squeezed one of the teats and a bead of milk appeared. `She's got false pregnancy,' I said. `What on earth is that?' The lady looked at me, round-eyed. `Oh, it's quite common in bitches. They get the idea they are going to have pups and around the end of the gestation period they start this business.”

 

 2078487-747ae53a2cf3c0e3b0ca3cf66cc2c274.jpg
James Herriot (3 oktober 1916 - 23 februari 1995)

 

 

De Vlaamse schrijver Stijn Streuvels, pseudoniem voor Frank Lateur werd geboren in Heule op 3 oktober 1871. Zie ook mijn blog van 3 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Stijn Streuvels op dit blog.

Uit:In oorlogstijd (Dagboeken)

“7 oktober 1917
De oorlog brengt ons altijd nieuwe stemmingen die als trilbeelden3 elkander in ons gemoed opvolgen. Er zijn er van algemene aard die bijblijven, - alzo4: de slechte hoedanigheid van het meel dat we uit het voedingscomiteit et eten krijgen; - de schaarsheid van kolen en het gebrek aan licht, - het gevoel van opgesloten te zijn als in krijgsgevangenschap... dat alles zijn dingen die bijblijven en die men gewaar wordt bij 't wakkerworden, 's morgens, en waarvan er de dag door gesproken wordt opdat we 't toch niet vergeten zouden; - Maar daarbij zijn nog de vluchtige stemmingen die als trilbeelden opkomen en weer vervliegen in rasse1 vlucht.
Zo heb ik het nu vandaag. Het is kermiszondag. Van de kermis blijft echter niets meer over tenzij de herinnering aan de vroegere feestelijkheden, de overkomst2 van familieleden en een geweldige smulpartij die verschillende dagen duurde. Nu niets van dat alles. De zondag gaat voorbij in de zwaarste eenzaamheid. In 't westen gaat het trommelvuur, omdat3 we eraan herinnerd zouden blijven dat het oorlog is. Gister kregen we duizend mannen troepen op 't dorp maar 't weer is zo slecht dat er op straat geen enkele van die duizend soldaten te zien is. Hier in huis hebben we een luitenant die de ganse dag te slapen ligt en twee ordonnancen4 die zitten te koekeloeren op hun bovenkamertje. In de keuken zijn de kinders aan 't spel en ik kan gerust en ongestoord mijn zondagslectuur voortzetten met Goethe.

10 oktober 1917
Mijn luitenant heeft ontdekt dat hij toevallig bij iemand is ingekwartierd die van zijn vak is en hij komt kennis maken. Hij is een student Dr. in de Germaanse philologie en vereerder van Gezelle5 ... en zo kunnen we wat praten over boeken en schriften.”

 

 2078487-c2a3898535578a54292e983110cd9fdb.jpg
Stijn Streuvels (3 oktober 1871 – 15 augustus 1969) 
Cover

 

 

De Franse schrijver Henri Alain--Fournier werd geboren op 3 oktober 1886 in Épineuil-le-Fleuriel (Cher). Zie ook mijn blog van 3 oktober 2010 en ook alle tags voor Alain-Fournier op dit blog.

Uit: Le Grand Meaulnes

« Désoeuvré, le promeneur erra un long moment sur la rive sablée comme un chemin de halage. Il examinait curieusement les grandes portes aux vitres poussiéreuses qui donnaient sur des pièces délabrées ou abandonnées, sur des débarras encombrés de brouettes, d’outils rouillés et de pots de fleurs brisés, lorsque soudain, à l’autre bout des bâtiments, il entendit des pas grincer sur le sable.
C’étaient deux femmes, l’une très vieille et courbée ; l’autre, une jeune fille, blonde, élancée, dont le charmant costume, après tous les déguisements de la veille, parut d’abord à Meaulnes extraordinaire.
Elles s’arrêtèrent un instant pour regarder le paysage, tandis que Meaulnes se disait, avec un étonnement qui lui parut plus tard bien grossier : « Voilà sans doute ce qu’on appelle une jeune fille excentrique – peut-être une actrice qu’on a mandée pour la fête. »
Cependant, les deux femmes passaient près de lui et Meaulnes, immobile, regarda la jeune fille.
Souvent, plus tard, lorsqu’il s’endormait après avoir désespérément essayé de se rappeler le beau visage effacé, il voyait en rêve passer des rangées de jeunes femmes qui ressemblaient à celle-ci. L’une avait un chapeau comme elle et l’autre son air un peu penché ; l’autre son regard si pur ; l’autre encore sa taille fine, et l’autre avait aussi ses yeux bleus ; mais aucune de ces femmes n’était jamais la grande jeune fille.
Meaulnes eut le temps d’apercevoir, sous une lourde chevelure blonde, un visage aux traits un peu courts, mais dessinés avec une finesse presque douloureuse. Et comme déjà elle était passée devant lui, il regarda sa toilette, qui était bien la plus simple et la plus sage des toilettes…
Perplexe, il se demandait s’il allait les accompagner, lorsque la jeune fille, se tournant imperceptiblement vers lui, dit à sa compagne : « Le bateau ne va pas tarder, maintenant, je pense ?… »
Et Meaulnes les suivit. La vieille dame, cassée, tremblante, ne cessait de causer gaiement et de rire. La jeune fille répondait doucement. Et lorsqu’elles descendirent sur l’embarcadère, elle eut ce même regard innocent et grave, qui semblait dire : « Qui êtes-vous ? Que faites-vous ici ? Je ne vous connais pas. Et pourtant il me semble que je vous connais."

 

 2078487-dee183ca955eddb06235b977d3860d91.jpg
Alain-Fournier (3 oktober 1886 - 22 september 1914)
Cover


 

 
De Russische dichter Sergej Aleksandrovitsj Jesenin werd geboren op 3 oktober 1878 in het dorpje Konstantinovo, bij Rjazan. Zie ook alle tags voor Sergej Jesenin op dit blog.

 

Zilveren weg, in sneeuw verzinkend

Zilveren weg, in sneeuw verzinkend,
waarheen roep je me, hoever?
Als een paaslicht, helder blinkend,
straalt er boven jou een ster.

Breng je vreugde, breng je lijden?
Voer je mij de waanzin in?
Zorg dat ik in lentetijden
nog jouw barse sneeuw bemin.

Reik mij avondrood als slede
berketwijg als leidsel aan.
Mogelijk zal ik daarmede
ooit Gods poorten binnengaan.

 

Vertaald door Margriet Berg en Marja Wiebes

 

 

Drasland en moerassen

Drasland en moerassen,
's Hemels linnen blauwt,
Met zijn goudnaald-jas aan
Rinkelde het woud.

In het krullend lover
Zingt een mees het uit.
Sparren dromen over
Hakkend bijlgeluid.

Een konvooi gaat krakend
Over 't weidepad -
Geur slaat van de spaken:
Halfdroog lindeblad.

Wilgenbomen horen
Briesje's fluiten aan...
Land van mij, verloren,
Land, mij toegedaan!

 

Vertaald door Kees Jiskoot

 

 2078487-b314c6587525081837f0c9f6c530f487.jpg
Sergej Jesenin (3 oktober 1878 - 28 december 1925)
Monument in Moskou

 

 

De Amerikaanse schrijver Bernard Cooper werd geboren op 3 oktober 1951 in Hollywood, California. Zie ook alle tags voor Bernard Cooper op dit blog en ook mijn blog van 3 oktober 2010.

Uit: A Clack of Tiny Sparks

„Teresa Sanchez sat behind me in ninth-grade algebra. When Mr. Hubbley faced the blackboard, I'd turn around to see what she was read-ing; each week a new book was wedged inside her copy of Today's Equations. The deception worked; from Mr. Hubbley's point of view, Theresa was engrossed in the value of X, but I knew otherwise. One week she perused The Wisdom of the Orient, and I could tell from Theresa's con-templative expression that the book contained exotic thoughts, guidelines handed down from high. Another week it was a paperback novel whose title, Let Me Live My Life, appeared in bold print atop every page, and whose cover, a gauzy photograph of a woman biting a strand of pearls, head thrown back in an attitude of ecstasy, con-firmed my suspicion that Theresa Sanchez was mature beyond her years. She was the tallest girl in school. Her bouffant hairdo, streaked with blond, was higher than the flaccid bouffants of other girls. Her smooth skin, plucked eyebrows, and painted finger-nails suggested hours of pampering, a worldly and sensual vanity that placed her within the domain of adults. Smiling dimly, steeped in daydreams, Theresa moved through the crowded halls with a languid, self-satisfied indif-ference to those around her. "You are merely children," her posture seemed to say. "I can't be bothered." The week Theresa hid 101 Ways to Cook Hamburger behind her algebra book, I could stand it no longer and, after the bell rang, ventured a question. "Because I'm having a dinner par-tl," said Theresa. "Just a couple of in-timate friends." No fourteen-year-old I knew had ever given a dinner party, let alone used the word "intimate" in conversa-tion. "Don't you have a mother?" I asked. Theresa sighed a weary sigh, suf-fered my strange inquiry. "Don't be so naive," she said. "Everyone has a mother." She waved her hand to indi-cate the brick school buildings outside the window. "A higher education should have taught you that." There-sa draped an angora sweater over her shoulders, scooped her books from the graffiti-covered desk, and just as she was about to walk away, she turned and asked me, "Are you a fag?" There wasn't the slightest hint of rancor or condescension in her voice. The tone was direct, casual.”

 2078487-4b0669a1f4773909b2a51868ae769484.png
Bernard Cooper (Hollywood, 3 oktober 1951)

 

 

De Franse dichter, schrijver en essayist Louis Aragon werd geboren in 1897 in Parijs. Zie ook alle tags voor Louis Aragon op dit blog en ook mijn blog van 3 oktober 2010

 

Bierstube Magie allemande (Fragment)

Bierstube Magie allemande
Et douces comme un lait d'amandes
Mina Linda lèvres gourmandes
Qui tant souhaitent d'être crues
A fredonner tout bas s'obstinent
L'air Ach du lieber Augustin
Qu'un passant siffle dans la rue

Sofienstrasse Ma mémoire
Retrouve la chambre et l'armoire
L'eau qui chante dans la bouilloire
Les phrases des coussins brodés
L'abat-jour de fausse opaline
Le Toteninsel de Boecklin
Et le peignoir de mousseline
Qui s'ouvre en donnant des idées

Au plaisir prise et toujours prête
Ô Gaense-Liesel des défaites
Tout à coup tu tournais la tête
Et tu m'offrais comme cela
La tentation de ta nuque
Demoiselle de Sarrebrück
Qui descendais faire le truc
Pour un morceau de chocolat

Et moi pour la juger que suis-je
Pauvres bonheurs pauvres vertiges
Il s'est tant perdu de prodiges
Que je ne m'y reconnais plus
Rencontres Partances hâtives
Est-ce ainsi que les hommes vivent
Et leurs baisers au loin les suivent
Comme des soleils révolus

Tout est affaire de décors
Changer de lit changer de corps
À quoi bon puisque c'est encore
Moi qui moi-même me trahis
Moi qui me traîne et m'éparpille
Et mon ombre se déshabille
Dans les bras semblables des filles
Où j'ai cru trouver un pays

 

 2078487-6c64d2c78e8a8e364646a7ed1a6502d8.jpg
Louis Aragon (3 oktober 1897 – 24 december 1982)
Cover van een biografie over zijn jeugd 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e oktober ook mijn blog van 3 oktober 2015 deel 2.

 

Geschreven door Romenu om 17:51 Reageer op dit bericht

Leïla Slimani

De Frans-Marokkaanse schrijfster en journaliste Leïla Slimani werd geboren op 3 oktober 1981 in Rabat. Slimani ging op 17-jarige leeftijd naar Parijs om politieke wetenschappen en media studies aan de Sciences Po te studeren. Na haar afstuderen overwoog ze even een carrière als actrice, maar zij begon te werken als journaliste voor het tijdschrift Jeune Afrique. In 2014 publiceerde ze haar eerste roman “Dans le jardin de l'ogre” ("In de Tuin van de Ogre") en kreeg ze de Marokkaanse literaire prijs La Mamounia, als eerste vrouwelijke auteur. Twee jaar later werd “Dans le Jardin de l'Ogre” gevolgd door de psychologische thriller “Chanson douce”. Laatstgenoemde werd snel tot een bestseller met meer dan 76.000 verkochte exemplaren binnen drie maanden, zelfs nog voordat aan het boek de Prix Goncourt 2016 werd toegekend. Slimani heeft zowel het Franse als het Marokkaanse staatsburgerschap.

Uit:Chanson douce

“Le bébé est mort. Il a suffi de quelques secondes. Le médecin a assuré qu’il n’avait pas souffert. On l’a couché dans une housse grise et on a fait glisser la fermeture éclair sur le corps désarticulé qui flottait au milieu des jouets. La petite, elle, était encore vivante quand les secours sont arrivés. Elle s’est battue comme un fauve. On a retrouvé des traces de lutte, des morceaux de peau sous ses ongles mous. Dans l’ambulance qui la transportait à l’hôpital, elle était agitée, secouée de convulsions. Les yeux exorbités, elle semblait chercher de l’air. Sa gorge s’était emplie de sang. Ses poumons étaient perforés et sa tête avait violemment heurté la commode bleue.
On a photographié la scène de crime. La police a relevé des empreintes et mesuré la superficie de la salle de bains et de la chambre d’enfants. Au sol, le tapis de princesse était imbibé de sang. La table à langer était à moitié renversée. Les jouets ont été emportés dans des sacs transparents et mis sous scellés. Même la commode bleue servira au procès.
La mère était en état de choc. C’est ce qu’ont dit les pompiers, ce qu’ont répété les policiers, ce qu’ont écrit les journalistes. En entrant dans la chambre où gisaient ses enfants, elle a poussé un cri, un cri des profondeurs, un hurlement de louve. Les murs en ont tremblé. La nuit s’est abattue sur cette journée de mai. Elle a vomi et la police l’a découverte ainsi, ses vêtements souillés, accroupie dans la chambre, hoquetant comme une forcenée. Elle a hurlé à s’en déchirer les poumons. L’ambulancier a fait un signe discret de la tête, ils l’ont relevée, malgré sa résistance, ses coups de pied. Ils l’ont soulevée lentement et la jeune interne du SAMU lui a administré un calmant. C’était son premier mois de stage.
L’autre aussi, il a fallu la sauver. Avec autant de professionnalisme, avec objectivité. Elle n’a pas su mourir. La mort, elle n’a su que la donner. Elle s’est sectionné les deux poignets et s’est planté le couteau dans la gorge. Elle a perdu connaissance, au pied du lit à barreaux. Ils l’ont redressée, ils ont pris son pouls et sa tension. Ils l’ont installée sur le brancard et la jeune stagiaire a tenu sa main appuyée sur son cou."

 2080787-86d9e42bf2bf33b8dbd098ba5ab14610.jpg
Leïla Slimani (Rabat, 3 oktober 1981)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten