Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 9 oktober 2017 tot 10 oktober 2017

Menno Wigman, Jonathan Littell, Ferdinand Bordewijk, Mercè Rodoreda, Harold Pinter, Boeli van Leeuwen, R. K. Narayan, Eugen Egner, Claude Simon

De Nederlandse dichter en vertaler Menno Wigman werd geboren in Beverwijk op 10 oktober 1966. Zie ook mijn blog van 10 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Menno Wigman op dit blog

 

Oneindig wakker
                    Rühmen, das ists! – Rilke

Mooie dingen, allemaal mooie dingen:
je hand die voor het eerst een kattenvacht streelt,
je moeder die bezorgd je knie verbindt,
zes moegedraafde paarden in de zon,
het onweer waar augustus mee begon,
Diana’s hand die naar je broek afgleed,
haar lichaam waar je blind de weg in vond,
de kleur van een kwatrijn van J.C. Bloem,
Nick Cave die dwars door Paradiso zong,
een woord als moerbei, huisraad, ravelijn,
de vondst van een nog net niet schurftig rijm:—
mooie dingen, allemaal mooie dingen
zoals de treinen waarop ik gezoend heb,
het zachte golven van een dranklokaal,
een meisjeskamer die naar adel geurt,
het wonder dat geen dag zich ooit herhaalt,
o mooie dingen en mijn mond benoemt het
voor ik me met het domme zwart verzoend heb.

 

 

Binnenbrand

Beelden, beelden, zo helder en geheim
dat ik op slag verstijfde - elke boom,
het hele bos keek mee. Ik schrok niet eens,
ik viel meteen twee dijen in toen ik
het vond. Pas later kreeg het een verhaal.

Zoals vandaag. Wie graaft mijn glimlach op?
Wie engelt me het bed in? De meisjes
onder mijn matras, die zijn zo snel,
die bliksemen op mijn bevel hun kleren uit,
die heten niet, die leven niet, die zijn

zo weggelegd. Maar 's avonds zie ik soms
dat bos waar ik mijn eerste boekje vond:
een stronk met dijen, schaamgras, lillend licht,
mijn ogen smeulen en de hemel kleurt.
Die middag als een open wond.

 

 

Tot besluit

Ik ken de droefenis van copyrettes,
van holle mannen met vergeelde kranten,
bebrilde moeders met verhuisberichten,

de geur van briefpapieren, bankafschriften,
belastingformulieren, huurcontracten,
die inkt van niks die zegt dat we bestaan.

En ik zag Vinexwijken, pril en doods,
waar mensen roemloos mensen willen lijken,
de straat haast vlekkeloos een straat nabootst.

Wie kopiëren ze? Wie kopieer
ik zelf? Vader, moeder, wereld, DNA,
daar sta je met je stralend eigen naam,

je hoofd vol snugger afgekeken hoop
op rust, promotie, kroost en bankbiljetten.
En ik, die keffend in mijn canto's woon,

had ik maar iets nieuws, iets nieuws te zeggen.
Licht. Hemel. Liefde. Ziekte. Dood.
Ik ken de droefenis van copyrettes.

 

 2080604-5200af4b9084769594b21d078f8d68d1.jpg
Menno Wigman (Beverwijk, 10 oktober 1966)

 

 

De Amerikaanse schrijver Jonathan Littell werd geboren in New York op 10 oktober 1967. Zie ook mijn blog van 10 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Jonathan Littell op dit blog.

Uit:Syrian Notebooks (Vertaald door Charlotte Mandell)

“Just as we only woke up to the threat of Ebola when the first cases hit Texas and Madrid, shrugging helplessly and even indifferently as long as it was only killing Africans, so did we only finally react to the horror engulfing Syria and then Iraq when images of Western journalists and aid workers, kneeling in orange jumpsuits to have their heads sawed off by some masked British psychopath, were forcefully shoved down our throats, in all the perfection of their sickening mise-en- scène. A year earlier, on August 21, 2013, the Syrian government had shelled rebel Ghouta suburbs of Damascus using sarin, a lethal nerve agent, killing hundreds, perhaps even more than a thousand civilians and blatantly violating every single “red line” set by Western democracies. France (who to its credit always seems to have had a more lucid vision than its partners regarding the perils of an extension of the conflict), was prepared to join an international coalition and engage in punitive airstrikes against key regime bases and facilities, but was forced to stand down when first the UK and then the US, for mostly internal political reasons, backed off and brokered a vague chemical disarmament deal with Russia, granting the regime a new lease of life as the only power in the region technically capable of carrying out such a disarmament, and in the process permitting it to continue mass-murdering its civilians using more conventional weaponry, such as Scud rockets, artillery, and barrels crammed with explosives. Meanwhile, more and more voices were rising, in the West and elsewhere, to suggest that the real peril was not al-Assad and his oppressive regime, but the growing Islamist threat, most violently incarnated by the self-proclaimed “Islamic State in Iraq and Syria,” Da‘esh in its Arabic acronym.
Mani and myself happened to be in Homs, and were able to document what seems to have been the first deliberate sectarian massacre of the conflict, the murder with guns and knives of an entire Sunni family in the Nasihin neighborhood on the afternoon of January 26, 2012. Many more would follow, first of other families, then of entire Sunni communities in the village belt surrounding Homs to the West, in the foothills of the Jabal an-Nusayriyah, the so-called “Alawite mountain” from which the regime continues to draw its main support.”

 

 2080604-b034605d605fc1503a5977c26cc5ba39.jpg
Jonathan Littell (New York, 10 oktober 1967)

 

 

De Nederlandse schrijver Ferdinand Bordewijk werd geboren op 10 oktober 1884 in Den Haag. Zie ook mijn blog van 10 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Ferdinand Bordewijk op dit blog.

Uit: Knorrende beesten

“Dit was de dag van de beesten, de edelste kweek van den mensch. De gehoorzame beesten, de sterke, de betrouwbare, zachte, de bevallige en geweldige, de schoone beesten van hun geboorte. Zij zouden rennen tegen elkaar over de parade. Het was geen wereldwedren, geen officieele renbaan, er werden geen records gereden, er werd geen classificatie beoogd, er was niet de rompslomp der officials. Het was een locaal tijdverdrijf voor de gasten, een prikkel tot vluchtigen roem voor wie onder henzelf uitkwam. Het was een aanleiding tot ander kansspel dan in de speelzalen. De parade was een vlakke weg zonder buiging van benoorden Rigel tot bij de haven. Zij werd van elf uur af voor alle verkeer gesloten. De gebakende mijl lag bij Regulus, omtrent het midden. De administratie der rennen werd daar gevoerd.
De dag ving onschoon aan, de hitte was weergekeerd, de hemel wit van stoom. De zee schuimde vadsig, de wind liefkoosde hatelijk de aarde. Te twaalf uur dreigde een zware bank zeenevel het spel te verijdelen. De nevel was uiterst koud. De warmtemeter zonk snel. Het werd duister en men zocht in huis beschutting, waar licht werd ontstoken.
Te dertien uur was de bank overgetrokken. Het spel ging door. De wagens waren in groepen gerangschikt, naar het aantal van hun cylinders en naar den aard der carrosserie. Er waren geen eigenlijke renwagens bij en er was geen enkele beroepsrenner. De voorzichtigen voorzagen ongeval. Bij Bobsien begon de dag als gewoonlijk. De kleine wagens waren het eerst gekomen, en de autobussen, en ook vrachtwagens vol volk. Zij hadden lomp getierd over de wegen, naar hun grove natuur, en de voetgangers verschrikt. De pier, van waar men slecht zag, was te negen uur een baan van rumoer. Er kwam reuk van vele lijven, maar men rook het niet. Men was van goeden wil. Men trok de automaten met suikerwerk, met voetbalwedstrijden in klein formaat, met allerlei afleiding. De kruisnetten waren aldoor in trek. Eén ving een visch, handgroot, onder enorme belangstelling. Hij wist niet wat te doen, hij wierp de visch in zee.
Te elf uur mocht niemand meer de pier verlaten. Men lachte om de gevangenschap. Het was hier frisscher dan aan land. Bij het eindcafé overheerschte de geur van bier en koffie de menschenlucht.
De nevelbank bracht overmatige frischheid, maar de stemming bleef. Men had nieuwe grappen in den mist. Vrouwen gilden, al werden ze niet geknepen. Straks was het voorbij. De blijmoedige profetie kwam uit, maar men zag er de rennen slecht.”

 

 2080604-d1620528c12e50842c3b2147441a0fe1.jpg
Ferdinand Bordewijk (10 oktober 1884 – 28 april 1965)
Cover 

 

 

De Catalaanse schrijfster Mercè Rodoreda werd geboren op 10 oktober 1908 in Barcelona. Zie ook alle tags voor Mercè Rodoreda op dit blog en ook mijn blog van 10 oktober 2010 en ook mijn blog van 10 oktober 2009.

Uit: The Salamander (Vertaald door Martha Tennent)

“After a while, when they saw me coming they would rush inside their houses and lock the doors.  Everywhere I heard a word that began to haunt me, as if it were born from light and darkness or the wind were whistling it.  Witch, witch, witch.  The doors would close and I walked through the streets of a dead village.  When I glimpsed eyes through parted curtains, they were always icy.  One morning I found it difficult to open the front door, a door of old wood split by the sun.  In the center of it, they had hung an ox head with two tender branches wedged in the eyes.  I took it down – it was heavy – and, not knowing what to do with it, left it on the ground.  The twigs began to dry, and as they dried, the head rotted; and where the neck had been severed, it swarmed with milk-colored maggots.
(...)

I woke when it was still dark. Someone beside me was weeping. The smell of night and wind reached me. He had returned. I felt the suffering, and it calmed me. He wept with his face close to my back; the smell of wind and night were in his hair. Against my skin I could feel his burning breath broken by sobs. Another breathing, within my belly, burned me. Every drop of blood gathered together to create flesh. I lay very still, observing the shadows in the corners of the room. Dawn would devour them. I held a monster within me, a footless, handless monster. I thought my belly moved, that hands were forming as I watched, determined to emerge. A bitter, sour taste coursed into my mouth. He wept, and I fell asleep."

 

 2080604-b9e8b06995cb72519ccd3d5f7bb66eb4.jpg
Mercè Rodoreda (10 oktober 1908 – 13 april 1983)

 

 

De Britse schrijver Harold Pinter werd geboren op 10 oktober 1930 in Londen. Zie ook mijn blog van 10 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Harold Pinter op dit blog.

Uit: The Homecoming

“ACT ONE
Evening. LENNY is sitting on the sofa with a newspaper, a pencil in his hand. He wears a dark suit. He makes occasional marks on the back page. MAX comes in, from the direction of the kitchen. He goes to sideboard, opens top drawer, rummages in it, closes it. He wears an old cardigan and a cap, and carries a stick. He walks downstage, stands, looks about the room.
MAX. What have you done with the scissors?
Pause.
I said I'm looking for the scissors. What have you done with them?
Pause.
Did you hear me? I want to cut something out of the paper.
LENNY. I'm reading the paper.
MAX. Not that paper. I haven't even read that paper. I'm talking about last Sunday's paper. I was just having a look at it in the kitchen.
Pause.
Do you hear what I'm saying? I'm talking to you! Where's the scissors?
LENNY (looking up, quietly). Why don't you shut up, you daft prat?
MAX lifts his stick and points it at him.
MAX. Don't you talk to me like that. I'm warning you. He sits in large armchair. There's an advertisement in the paper about flannel vests. Cut price. Navy surplus. I could do with a few of them. Pause. I think I'll have a fag. Give me a fag.
Pause.
I just asked you to give me a cigarette.
Pause.
Look what I'm lumbered with.
He takes a crumpled cigarette from his pocket.
I'm getting old, my word of honour.
He lights it.
You think I wasn't a tearaway? I could have taken care of you, twice over. I'm still strong. You ask your Uncle Sam what I was. But at the same time I always had a kind heart. Always.”

 

 2080604-0e4e4e93ee49e3e8dc4956889ae2d2eb.JPG
Harold Pinter (10 oktober 1930 – 24 december 2008)
Scene uit een opvoering in Londen, 2012

 

 

De Antilliaanse (Curaçaose) schrijver Willem Cornelis Jacobus (Boeli) van Leeuwen werd geboren op 10 oktober 1922 op Curaçao. Zie ook mijn blog van 10 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Boeli van Leeuwen op dit blog.

Uit: A Stranger on Earth (Vertaald door Olga E. Roger en Joesph O. Aimone)

« Now the roles reversed: Maria-Teresa became sexually aggressive, whereas Janchi pulled back. Often he went to sleep in the hammock outside and fended off her advances with complaints of a headache or back pain. Roused by immense sexual need, she attacked him violently when he avoided her: merciless with the foul language she had learned from her drunken father, she spat at him until he, in despair, slammed the door shut behind him and would not return that night.
Soon after the birth of Kai she became pregnant again: this time, however, she blossomed during her pregnancy into a beauty she would never again equal. Her skin grew smooth and fresh and her body resembled an urn, round and full and graceful. Her hair got an electric shine, above the drab forehead, and, when she walked by, many a man stopped to look at her beautiful brown eyes.
Her second child was born in a delivery so difficult that the nuns went to pray in the chapel for the safety of mother and child, and the physician reached for his whiskey bottle, cursing. The child lived only a few hours and died at her breast.
She looked, without tears, at the wrinkled face in which the light-blue eyelids ended in a fringe of black eyelashes, and at the purple mouth with tiny air bubbles in the corners of the lips, and she could find no despair in her heart, and no prayer. This son had been received by her in love, and she had named him after her father.
After the childbirth she appeared physically extinguished: it was as if her insides had been burnt and torn. In just a few weeks she became unrecognizable: her neck turned sinewy, and the light in her eyes dulled. Janchi was shocked when she returned home: he realized that life with her would be very difficult from now on. He felt ashamed and guilty, though he didn't know exactly why. The child Kai grew into a rambunctious boy, wild and mobile, who might yet suddenly stare into the distance for long periods of time. As the only child in an inharmonius marriage he was often lonely and at times was either spoiled or unnecessarily severely punished. He was an attractive boy with a somewhat broad little nose, beautiful grey eyes with a delicate eye fold above the long eyelashes and a captivating smile. Dark-blond, straight hair fell along both sides of his forehead, and already as a child he would push the hair back through his fingers in a gesture of habit.“

 

 2080604-0d45133c46823691fcd8895d7dbf5d8d.jpg
Boeli van Leeuwen (10 oktober 1922 – 28 november 2007)
Cover Nederlandse uitgave

 

 

De Indiase schrijver Rasipuran Krishnaswami Narayan werd geboren op 10 oktober 1906 in Madras. Zie ook mijn blog van 10 oktober 2009 en ook mijn blog van 10 oktober 2010 en eveneens alle tags voor R. K. Narayan op dit blog.

Uit:Swami and Friends

“ACT ONE
Evening. LENNY is sitting on the sofa with a newspaper, a pencil in his hand. He wears a dark suit. He makes occasional marks on the back page. MAX comes in, from the direction of the kitchen. He goes to sideboard, opens top drawer, rummages in it, closes it. He wears an old cardigan and a cap, and carries a stick. He walks downstage, stands, looks about the room.
MAX. What have you done with the scissors?
Pause.
I said I'm looking for the scissors. What have you done with them?
Pause.
Did you hear me? I want to cut something out of the paper.
LENNY. I'm reading the paper.
MAX. Not that paper. I haven't even read that paper. I'm talking about last Sunday's paper. I was just having a look at it in the kitchen.
Pause.
Do you hear what I'm saying? I'm talking to you! Where's the scissors?
LENNY (looking up, quietly). Why don't you shut up, you daft prat?
MAX lifts his stick and points it at him.
MAX. Don't you talk to me like that. I'm warning you. He sits in large armchair. There's an advertisement in the paper about flannel vests. Cut price. Navy surplus. I could do with a few of them. Pause. I think I'll have a fag. Give me a fag.
Pause.
I just asked you to give me a cigarette.
Pause.
Look what I'm lumbered with.
He takes a crumpled cigarette from his pocket.
I'm getting old, my word of honour.
He lights it.
You think I wasn't a tearaway? I could have taken care of you, twice over. I'm still strong. You ask your Uncle Sam what I was. But at the same time I always had a kind heart. Always.”

 

 2080604-83cfb5b32612c2b08c2c47e8f7600817.jpg
R. K. Narayan (10 oktober 1906 – 13 mei 2001)
Scene uit een toneelbewerking in Chennai, 2009

 

 

De Duitse schrijver, tekenaar en musicus Eugen Egner werd geboren op 10 oktober 1951 in Ingelfingen. Zie ook alle tags voor Eugen Egner op dit blog en ook mijn blog van 10 oktober 2010 en ook mijn blog van 10 oktober 2009.

Uit: Château Schlass

„Ich hatte ziemlich viel Geld mit einer Erfindung verdient (zwei große Pappendeckel, die gegen die morgendliche Sonneneinstrahlung vors Fenster gehängt wurden), so daß ich mir zum ersten Mal in meinem Leben eine Urlaubsreise leisten konnte. Weil ich Woche für Woche Unmengen leerer Weinflaschen zum Altglas-Container schleppte, stand für mich fest, daß ich in eine Weingegend fahren würde, und zwar in eine französische. Aber in welche? Ich entschied mich für eine aleatorische Methode, um dieses Problem zu lösen. Als wieder ein Dutzend leerer Flaschen zusammengekommen war, griff ich ohne hinzuschauen einfach eine heraus. Welches Weingut das Etikett auch nennen mochte – dort würde ich meinen Urlaub verbringen. Château Schlass las ich mit Mühe, das
Etikett war über und über mit Kugelschreiber vollgekritzelt. An diese Flasche konnte ich mich überhaupt nicht erinnern, doch das wollte nicht viel heißen. Der Winzer hieß, so weit ich entziffern konnte, Phreno Schlinger, der Ort Saveteville. Ebenda fand ich mich dann nach einer Rolle rückwärts mit sauberen Füßen ein. Mir war schwindlig, und daran sollte sich auch nichts mehr ändern. Direkt auf dem Weingut konnte ich nicht logieren, da Monsieur Schlinger keine Fremdenzimmer vermietete. Im Ort war derzeit nichts frei, doch einen Kilometer außerhalb, auf halbem Wege zum Château Schlass, fand sich etwas in einem Haus, das man nicht allzu schnell betreten durfte, weil man sonst auf der anderen Seite gleich wieder im Freien stand. Jeden Tag ging ich zu Fuß nach Saveteville, um in der Dorfkneipe zu essen und zu trinken. Links vom Weg ins Dorf erstreckte sich, so weit man blicken konnte, das Weingelege. Der Wein wuchs ebenerdig bis an den Straßenrand. Es gab auch einen Baum, der einen baumlangen Schatten warf. Gleich da, wo dieser aufhörte, saß oder lag etwas in den Furchen des Weingeleges, etwas mit langen Ohren. Ich wußte nicht, ob man damit vernünftig reden konnte, aber ich beherrschte sowieso kein Wort Französisch. Deshalb sprachen im Wirtshaus auch alle deutsch. Es wurden im wesentlichen immer dieselben Sätze wiederholt: »Der teure Wein in der affigen Flasche ist dünn«, »Wir haben das Etikett mit unseren Kugelschreibern vollgekritzelt« und »Die ganze Welt fällt runter« – aber allein diese höfliche Geste einem Deutschen gegenüber war doch bemerkenswert. Ganz besonders beliebt bei den Insassen des Etablissements war etwas, das mir ein Fabulierspiel zu sein schien. Es wurde immer wieder gerufen: »Ein Eichhörnchen muß eine Glühbirne auswechseln und dabei ...“

 

 2080604-ed024cac29cf1d9cfa54af6b564908cd.jpg
Eugen Egner (Ingelfingen, 10 oktober 1951)

 

 

De Franse schrijver Claude Simon werd geboren op 10 oktober 1913 te Tananarive (Madagaskar) als zoon van een Franse legerofficier. Zie ook alle tags voor Clauder Simon op dit blog en ook mijn blog van 10 oktober 2010 en ook mijn blog van 10 oktober 2009.

Uit: Histoire

“l’une d'elles touchait presque la maison et l'été quand je travaillais tard dans la nuit assis devant la fenêtre ouverte je pouvais la voir ou du moins ses derniers rameaux éclairés par la lampe avec leurs feuilles semblables à des plumes palpitant faiblement sur le fond de ténèbres, les folioles ovales teintées d'un vert cru irréel par la lumière électrique remuant par moments comme des aigrettes comme animées soudain d'un mouvement propre (et derrière on pouvait percevoir se communiquant de proche en proche une mystérieuse et délicate rumeur invisible se propageant dans l'obscur fouillis des branches), comme si l'arbre tout entier se réveillait s'ébrouait se secouait, puis tout s'apaisait et elles reprenaient leur immobilité, les premières que frappaient directement les rayons de l'ampoule se détachant avec précision en avant des rameaux plus lointains de plus en plus faiblement éclairés de moins en moins distincts entrevus puis seulement devinés puis complètement invisibles quoiqu'on pût les sentir nombreux s'entrecroisant se succédant se superposant dans les épaisseurs d'obscurité d'où parvenaient de faibles froissements de faibles cris d'oiseaux endormis tressaillant s'agitant gémissant dans leur sommeil comme si elles se tenaient toujours là, mystérieuses et geignardes, quelque part dans la vaste maison délabrée, avec ses pièces maintenant à demi vides où flottaient non plus les senteurs des eaux de toilette des vieilles dames en visite mais cette violente odeur de moisi de cave ou plutôt de caveau comme si quelque cadavre de quelque bête morte quelque rat coincé sous une lame de parquet ou derrière une plinthe n'en finissait plus de pourrir exhalant ces âcres relents de plâtre effrité de tristesse et de chair momifiée. »

 

 2080604-f261bd767f9ed092759433314b570cb5.jpg
Claude Simon (10 oktober 1913 – 6 juli 2005)
In 1985

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e oktober ook mijn blog van 10 oktober 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:30 Reageer op dit bericht

Deutscher Buchpreis 2017 voor Robert Menasse

Deutscher Buchpreis 2017 voor Robert Menasse

De Oostenrijkse schrijver Robert Menasse ontvangt de Duitse Boekprijs 2017 voor de roman "Die Hauptstadt". Dit werd op maandagavond in Frankfurt door de Börsenverein der Deutschen Buchhandels bij de opening van de Frankfurter Buchmesse bekendgemaakt. In de roman staat een hoge EU-ambtenaar voor de taak om het imago van de Commissie te verbeteren. Het feit dat dit uitstekend in Auschwitz moet gebeuren, is een van de vele curieuze wendingen in deze roman, waarin de Brusselse bureaucratie op de korrel wordt genomen. Robert Menasse werd geboren op 21 juni 1954 in Wenen. Zie ook alle tags voor Robert Menasse op dit blog.

Uit: Die Hauptstadt

„Da läuft ein Schwein! David de Vriend sah es, als er ein Fenster des Wohnzimmers öffnete, um noch ein letztes Mal den Blick über den Platz schweifen zu lassen, bevor er dieseWohnung für immer verließ. Er war kein sentimentaler Mensch. Er hatte sechzig Jahre hier gewohnt, sechzig Jahre lang auf diesen Platz geschaut, und jetzt schloss er damit ab. Das war alles. Das war sein Lieblingssatz – wann immer er etwas erzählen, berichten, bezeugen sollte, sagte er zwei oder drei Sätze und dann: »Das war alles.« Dieser Satz war für ihn die einzig legitime Zusammenfassung von jedem Moment oder Abschnitt seines Lebens. Die Umzugsfirma hatte die paar Habseligkeiten abgeholt, die er an die neue Adresse mitnahm.
Habseligkeiten – ein merkwürdiges Wort, das aber keine Wirkung auf ihn hatte. Dann sind die Männer von der Entrümpelungsfirma gekommen, um alles Übrige wegzuschaffen, nicht nur was nicht niet- und nagelfest war, sondern auch die Nieten und Nägel, sie rissen heraus, zerlegten, transportierten ab, bis die Wohnung »besenrein« war, wie man das nannte. De Vriend hatte sich einen Kaffee gemacht, solange der Herd noch da war und seine Espressomaschine da stand, den Männern zugeschaut, darauf achtend, ihnen nicht imWeg zu stehen, noch lange hatte er die leere Kaffeetasse in der Hand gehalten, sie schließlich in einen Müllsack fallen lassen. Dann waren die Männer fort, die Wohnung leer. Besenrein. Das war alles. Noch ein letzter Blick aus dem Fenster. Es gab da unten nichts, was er nicht kannte, und nun musste er ausziehen, weil eine andere Zeit gekommen war – und jetzt sah er … tatsächlich: Da unten war ein Schwein! Mitten in Brüssel, in Sainte-Catherine. Es musste von der Rue de la Braie gekommen sein, lief den Bauzaun vor dem Haus entlang, de Vriend beugte sich aus dem Fenster und sah, wie das Schwein nun rechts an der Ecke zur Rue du VieuxMarché aux Grains, einigen Passanten ausweichend, beinahe vor ein Taxi lief.
Kai-Uwe Frigge, von der Notbremsung nach vorn geworfen, fiel in den Sitz zurück. Er verzog das Gesicht. Er kamzu spät. Er war genervt.Was war jetzt wieder los? Er war nicht wirklich zu spät, es war nur so, dass er bei einem Treffen immer Wert darauf legte, zehn Minuten vor der vereinbarten Zeit da zu sein, vor allem an Regentagen, um sich auf der Toilette noch schnell wieder in Ordnung zu bringen, das regennasse Haar, die beschlagene Brille, bevor die Person kam, mit der er verabredet war –„

 

 2080428-215e7bc26ddfd4ceed06fc584ae3215f.jpg
Robert Menasse (Wenen, 21 juni 1954)

Geschreven door Romenu om 08:47 Reageer op dit bericht

Liliana Corobca

De Roemeense schrijfster Liliana Corobca werd geboren op 10 oktober 1975, in het dorp Săseni, raion Călărași, Sovjet Socialistische Republiek Moldavië. Zij studeerde in de periode 1992 – 1997 letteren aan de Staatsuniversiteit in Chișinău en promoveerde in 2001 aan de Universiteit van Boekarest tot doctor in de letteren. Zij was wetenschappelijk onderzoekster aan het Instituut voor Geschiedenis en Literaire Theorie "G. Calinescu" in Boekarest (2002-2011). Corobca debuteerde met de roman “Negrissimo” in 2003, die werd bekroond met de Literara Prometheus-prijs voor literaire debuten in Roemenië en met een prijs van de Moldavische Schrijversunie. Haar proefschrift “The Character in de Romanian Inter War Novel” werd in 2003 gepubliceerd door de Universiteit van Boekarest. Haar roman “Un an în Paradis” (“Een jaar in het paradijs”) uit 2005 is vertaald in het Italiaans en het Duits. Haar roman “Kinderland” uit 2013 werd vertaald in het Duits en het Sloveens en was een bestseller op de Bookfest Book Fair 2013 en werd eveneens met prijzen bekroond.. Zij schreef een theatrale monoloog in drie akten: “Censorship for Beginners” (2014) en publiceerde wetenschappelijke publicaties over censuur tijdens de communistische periode. In 2014 vertegenwoordigde zij Roemenië op het Internationaal Literair Festival van Slovenië, het Internationaal Literatuurfestival in Leukerbad en de Frankfurter Buchmesse. In 2015 verscheen de roman “Imperiul fetelor batrine” (“Het rijk van oude meisjes”)

Uit: The Empire of Old Maids (Vertaald door Alistair Ian Blyth)

“There are countless ways of winning yourself a man. Mariana liked Sergiu and kept turning up in his room, cooking for him, letting her hair ripple, strategically unfastening the top two buttons of her dressing gown (the usual attire in our student halls of residence), on the off chance that a glimpse of breast might arouse him. It would be because she needed a deeper basin : we haven’t bought one yet, or : would you happen to have a long handled broom ? And I saw a big frying pan—is that yours or did you borrow it ? I only need it for half an hour. We’ve got a brand new iron : if you need it, I’ll lend you it. Mariana suspected that our neighbour had a girlfriend. She kept a close watch on him and one day, just as Serge, dressed to the nines, was going out of the front door of the hall of residence, Mariana filled a plastic bag with water, to which she had added some chopped dill, and from the window she dropped it on top of his head. The poor lad had to walk ten paces beside the wall of the building. You had to be very skilled to hit a moving target like that. But after a few rehearsals, Mariana had become an expert.
The method was in widespread use as a token of revenge or to prevent somebody reaching their destination. One of the few lads who possessed a suit refused to lend it to anybody, and so his friends lay in wait for him, with plastic bags and basins, to give him a soaking : that would teach him not to be so selfish ! Underhand enemies poured dishwater, but that happened only rarely ; it was more complicated. Soakings were common in the first few months of the university year, when the newly arrived students had not yet learned to avoid the dangerous ten metre stretch. Looking up above, seldom did you see the perpetrator’s face. Once, one lad glimpsed his trusty roommate, went back upstairs and beat him black and blue. It is said that he was joined by some female victims, who had been soaked on various occasions and now had an opportunity to slake their thirst for revenge. It was a real spectacle, according to the girls. The room was narrow and only a few of them were able to get inside. They were meticulously pulling his hair, while the others yelled at him indignantly in the doorway. One of them ripped his shirt : You ruined my dress, you piece of dirt ! You couldn’t just pour water on me like everybody else : you had to pour dishwater with dill and cooking oil ! It was true, water dried, but in their cruelty, the enemies went so far as to ruin your clothes, irreparably. The country was in the middle of an unprecedented economic crisis, people didn’t receive their wages for months on end, and for some it was very hard to cope.”

 

 2140692-0a526004312e935773fdff0b94316993.jpg
Liliana Corobca (Săseni, 10 oktober 1975)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Arne Rautenberg

De Duitse schrijver en kunstenaar Arne Rautenberg werd geboren op 10 oktober 1967 in Kiel. Na zijn studie kunstgeschiedenis, Nieuwere Duitse literatuur en folklore aan de Universiteit van Kiel werkt Rautenberg sinds 2000 als schrijver en kunstenaar in zijn geboorteplaats. Hij schrijft poëzie, essays, korte verhalen, romans en levert bijdragen aan diverse tijdschriften; zijn voornaamste literaire werkterrein is de poëzie. Gedichten zijn verschenen in meerdere bundels als ook in tal van bloemlezingen (Reclams boek van de Duitse poëzie, Jaarboek van de Poëzie) en tijdschriften (FAZ, Die Zeit, Akzente). Daarnaast zijn veel van zijn gedichten zijn opgenomen in schoolboeken. Rautenberg werkt op het gebied van de beeldende kunst met collages en groot-lettertype installaties in ruimtes, die zijn getoond op verschillende tentoonstellingen in binnen- en buitenland. Sinds 2006 is hij docent aan de Muthesius Kunsthochschule in Kiel.

 

die klarheit verrückter sprechpuppen

verrückte sprechpuppe die beim anschalten sagt
du musst mich anschalten
und die beim ausschalten sagt
du musst mich anschalten

ich bewundere die falter die nachts
zu hunderten trotz des harten gewitterregens
um die straßenlaterne flattern

verrückte sprechpuppe die beim anschalten sagt
du musst mich ausschalten
und die beim ausschalten sagt
du musst mich ausschalten

ich verachte die falter die nachts
zu hunderten trotz des harten gewitterregens
um die straßenlaterne flattern

 

wenn zwei riesen renngiraffen

wenn zwei
riesen renngiraffen
gerne mal
nach hinten gaffen
während sie
durch steppen rennen
dabei manchmal
auch noch pennen
wenn sie dann
von beiden seiten
sich auch noch
entgegenreiten
denkt man nur
was wäre wenn
jetzt die langen
hälse - - denn
nah und näher
komm´n sie sich
gleich wird´s rappeln
fürchterlich!
niemand ruft:
halt! stop! verboten!
um gottes willen!!
das gibt nen knoten!!!

 

 2088660-da4e2d865a2afaa23727056a6ee7a464.jpg
Arne Rautenberg (Kiel, 10 oktober 1967)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Herman Brusselmans, Tadeusz Różewicz, Mário de Andrade, Colin Clark, Victor Klemperer, Marína Tsvetájeva, Elaine Goodale Eastman, Léopold Senghor, Holger Drachmann

De Vlaamse schrijver Herman Brusselmans werd geboren in Hamme op 9 oktober 1957. Zie ook mijn blog van 9 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Herman Brusselmans op dit blog.

Uit: Poppy en Eddie en Manon en Roy Harper

“M’n bril is de mooiste van Gent.  Hij staat op m’n gezicht alsof hij nooit eerder ergens anders gestaan heeft. Hij past zodanig goed bij de kleur van m’n haar dat vrouwen  in zwijm vallen. Soms vallen ze al in zwijm nog voor ze m’n schoenen  gekust hebben. Een van die vrouwen, een bloemenverkoopstertje met het achtereind van een varken, kwam na het in zwijm vallen niet meer bij, hoezeer ik ook water in haar gezicht plensde, en daarna limonade, en vervolgens koffie, thee en urine, die ik betrok uit een aanpalend restaurant.
Nee, die vrouw bleef simpelweg in zwijm. Ik vroeg aan m’n bodyguard, Jerry Nüttbaum, een joodse wereldkampioen in de Japanse vechtsport Bukota, om de ambulance te bellen. Bij Bukota mag je je tegenstander niet raken, behalve met een gifslang. Ik hoorde Jerry zeggen: ‘Een vrouw, in zwijm, en snel wat. Ter hoogte van Graslei nummer twaalf. Of nee, dertien. Ik zat er eentje naast. Of ze nog ademt? Dat zul je haar straks zelf moeten vragen, ik houd me met dat soort dingen niet bezig.’
Ondertussen stond ik een beetje te praten met een man die me had aangesproken en die me vroeg wat ik van de huidige politieke situatie vond. ‘Een situatie zou ik het niet noemen,’ zei ik, ‘en daar houdt het niet bij op. Dus dat komt niet goed. Het anti protestantse fascisme rukt op. Als je een antiprotestant als buur hebt, sla hem dan maar meteen dood, voor het te laat is.’ De man luisterde ademloos naar mij, wat ik gewend ben. Na het bellen van de ambulance stond Jerry z’n haar te kammen. Daarvoor had hij m’n toestemming, ik ben niet het type dat een jood verbiedt om z’n haar te kammen. ‘Baas,’ zei hij tegen mij, ‘ben ik kaal aan het worden?’ ‘Ja,’ zei ik. Jerry pinkte een traantje weg. Hij is gevoelig. De man die met me had gepraat kreeg een inzinking en ging heen. Daar had je de ambulance. Ik wachtte z’n definitieve komst niet af, en samen met Jerry zette ik m’n weg voort naar café De Intrinsiek, ongeveer ter hoogte van de winkel waar je pruimensap kunt bestellen, en dat sap wordt dan twee dagen later per internet aan huis geleverd, als het al geleverd wordt.
In De Intrinsiek zou ik een interview hebben over m’n oeuvre, met de journalist Tanguy De Roovere, van het nieuwe roddelblad Rochel. Er was mij gezegd dat het een van de laatste interviews van De Roovere zou worden, vanwege z’n hersentumor zo groot als een discobol. Naar het schijnt kon je, als je in De Rooveres neusgaten keek, die tumor zien zitten. Ik was niet van plan om in De Rooveres neusgaten te kijken, en ik zou nog liever in de anus van een paard kijken om te zien of zich daar veel bindweefsel bevindt. Als ik het had gewild, ik had dierenarts kunnen worden voor je tot drie kunt tellen. De gaven en talenten die ik heb, die kun je niet in een ruimte krijgen met de afmetingen van Oceanië. Dierenarts werd ik niet, en ook niet econoom, loodgieter, filosoof, trambestuurder, veehandelaar, drummer, piloot, luitenant-generaal, pooier, ontwikkelaar of mathematicus, omdat ik tenslotte al snel de beste schrijver van Vlaanderen wenste te worden, en daarin slaagde voordat bij wijze van spreken de wind ging liggen en vervolgens opnieuw begon te waaien.”

 

 2080233-0855fc8ab4e0c3db156ee593a38253a5.jpg
Herman Brusselmans (Hamme, 9 oktober 1957)

 

 

De Poolse dichter en schrijver Tadeusz Różewicz werd geboren in Radomsko op 9 oktober 1921. Zie ook mijn blog van 9 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Tadeusz Różewicz op dit blog.

 

The Gate

Lasciate ogni speranza
Voi ch'entrate

abandon all hope
ye who enter here

the inscription at the entrance to the inferno
of Dante's Divine Comedy

courage!

behind that gate
there is no hell

hell has been dismantled
by theologians
and deep psychologists

converted into allegory
for humanitarian and educational
reasons

courage!
behind that gate
the same thing begins again

two drunken grave-diggers
sit at the edge of a hole

they're drinking non-alcoholic beer
and munching on sausage
winking at us
under the cross
they play soccer
with Adam's skull

the hole awaits
tomorrow's corpse
the "stiff" is on its way

courage!

here we will await
the final judgment

water gathers in the hole
cigarette butts are floating in it

courage!

behind that gate
there will neither be history
nor goodness nor poetry

and what will there be
dear stranger?

there will be stones

stone
upon stone
stone upon stone
and on that stone
one more
stone

 

 2080233-8ac46bfc3340c6ba923c0e665713757b.jpg
Tadeusz Różewicz (9 oktober 1921 – 24 april 2014)

 

 

De Braziliaanse dichter en schrijver Mário de Andrade werd op 9 oktober 1893 in São Paulo in Brazilië geboren. Zie ook mijn blog van 9 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Mário de Andrade op dit blog.

 

XXXIV

I’ll go to england
and tell all the ladies in england
that I don’t need them
because i have you.

I’ll go to italy
and i’ll tell all the women in italy
that I don’t need them
because I have you.

I’ll go to estados-unidos
and tell every lady on the estados-unidos
that I have nothing to do with them
because i have you.

then I’ll go to spain
and I’ll tell all the niñas in spain
that I ain’t got nothing to do with them
because I have you.

(etc.)

when I return to brazil
I’ll show you the sister of your hairs,
my triumphant constancy
It will be beautiful to see the sisters hugging on the street!

and I’ll still have to go to a land I know…
but it won’t be to scream my wild happiness..
it will be on a moving silent pilgrimage
of love, of recognition.

 

Vertaald door Ana Paula

 

 2080233-f157923f440437f001b96ce70fa61e42.jpg
Mário de Andrade (9 oktober 1893 – 25 februari 1945)
Cover

 

 

De Britse schrijver en filmmaker Colin Clark werd geboren op 9 oktober 1932 in Londen. Zie ook alle tags voor Colin Clark op dit blog.

Uit: My Week With Marilyn

“MONDAY 17 SEPTEMBER
(...)
“Colin! What are you doing here? It’s the middle of the night.’
‘I’m so sorry to disturb you. Everyone was worried that you might need a doctor and they said they’d heard you call my name…’
‘I am fine, Colin, especially when I am with you. I don’t want to see a doctor. They’re always telling me to explore my past.’
I leaned across her. ‘I don’t believe in exploring the past. I believe in exploring the future.’
There was a long pause.
‘What is going to happen next?’
‘You mean between us?’
‘Oh, no,’ I leaned back quickly. ‘I didn’t mean…’
‘Do you love me, Colin?’
How is it that beautiful women can throw me completely off balance just when I think I am in control? Every time Marilyn looked at me I seemed to lose my grip on reality. I was certainly at her mercy, but was it love."


2080233-0c2740e4da1eee292b3750e8a6d5b6af.jpg

Colin Clark (9 oktober 1932-17 december 2002)
Michelle Williams en Eddie Redmayne als Marilyn en Colin Clark
in de film My Week With Marilyn uit 2011

 

 

De Joods-Duitse filoloog en schrijver Victor Klemperer werd geboren in Landsberg an der Warthe (tegenwoordig Gorzów Wielkopolski) op 9 oktober 1881. Zie ook alle tags voor Victor Klemperer op dit blog en ook mijn blog van 9 oktober 2010

Uit: Warum soll man nicht auf bessere Zeiten hoffen  

„Victor Klemperer an Margarethe Riesenfeld
Dresden A 27 — Dolzschen, Am Kirschberg 19 17. Xi. 36 und 24. Xi
L. Grete —vielen herzlichen Dank für Deine Zeilen. Dass ich in Ma-schinenschrift antworte, nimmst Du wohl nicht übel; mcinc Handschrift ist allmählich ganz unleserlich geworden, und seit Jahr und Tag habe ich mich ffir alles längere Schreiben ganz motorisiert. Auch meine Arbeit skizziere ich nur noch mit der Hand und arbeite sie dann auf der Maschine aus. Was Du von Deinem Gesundheitszustand schreibst, ist we-nig erfreulich; aber ich erhoffe von Deiner so oft bewährten Vitalität zuversichtlich, dass Du Dich wieder aufrappeln, bes-sere Zeiten erleben und in ihnen frischer sein wirst. Von uns ist natürlich nicht viel Gutes 711 melden. Wir leben absolut isoliert, von allen gemieden und alle meidend. Eva ar-beitet nach Möglichkeit viel im Garten; das Gehen fallt ihr schwer, und so war sie lange ganz an das Haus gebunden. Im vorigen Winter fasste ich dann einen grossen Entschluss, lernte auf meine alten Tage — cs fiel mir greulich schwer, und in der Prüfung tthlte ich mich unbehaglicher als im Deetorexanten —, lernte aber dochAuto-fahren, kaufte ein altes, ziemlich gebrech-liches und tückisches Sechs-Cylinder-Ding, das wir seiner Eigenschaften halber den Bock nennen, und erwarb uns so eine gewisse Bewegungsfreiheit und Ablenkung. Wir haben im Sommer manche schöne, auch längere Fahrt gemacht, ich fahre jetzt schon recht passabel, leidenschaftlich gern und unermüd-lich — ich kann acht, neun Stunden am Steuer sitzen, oder könnte es noch, wenn das Geld dazu langte. Wir haben uns, pensioniert, wie wir sind, und vertragsgebrochen, wie man uns hat (kein Verleger darf mehr etwas von mir veröffentlichen), in allem sehr enschränken müssen. Frau Lehmann, die Wi rtschaf-reri n, is faded and Bone, dito das Telephon und manche andere C.ommodität. Um die Erhaltung des Bockes kämpfen wir ei-nen schweren Kampf, dessen Ausgang von Monat zu Monat in Frage gestellt ist.“

 2080233-3488f550c1a3be776cc00ac04e796930.jpg
Victor Klemperer (9 oktober 1881 - 11 februari 1960)
Cover

 

 

De Russische dichteres en schrijfster Marina Tsvetájeva werd geboren op 9 oktober 1892 in Moskou. Zie ook alle tags voor Marína Tsvetájeva op dit blog en ook mijn blog van 9 oktober 2010

Uit:Briefwisseling. Marina Tsvetajeva & Rainer Maria Rilke, 1926 (Vertaald door Ronald Bos)

“Het eerste, wat me in uw brief op de hoogste vreugdetoren wierp (niet - tilde, niet - zette) was het woord ‘May’4., dat u met de y van de oude adel schreef. Mei met de i - zo iets als de eerste Mei, niet het feest van de arbeid, dat ooit nog zo mooi wordt (worden kan) - de matte mei van de bourgeoisie van verloofden en (niet zo erg) verliefden.
Enkele biografische (alleen de noodzakelijkste) aantekeningen: uit de Russische revolutie (niet het revolutionaire Rusland, de revolutie is een land met zijn eigen - en eeuwige - wetten!) vertrok ik - via Berlijn - naar Praag, met uw boeken. In Praag las ik voor het eerst de ‘Frühen Gedichte’. Zo kreeg ik Praag lief - op de eerste dag - door uw studententijd.
In Praag bleef ik van 1922-1925, drie jaren, in november 1925 vertrok ik naar Parijs. Was u daar toen nog?
In het geval u daar was:
Waarom ik niet naar u toe kwam? Omdat u mijn liefste bent - van de hele wereld. Heel simpel. En - omdat u mij niet kent. Uit lijdende trots, uit respect voor het toeval (of lot, dat kan ook). Uit - lafheid, misschien, om niet uw vreemde blik te moeten doorstaan - op de drempel van uw kamer. (Terwijl u niet vreemd was, kon u me toch niet aankijken! En hoe dan ook - die blik gold immers iedereen, omdat u mij niet kende! - dat betekent toch vreemd!)
Nog een: u zou mij altijd als Russin ervaren, ik - U - als een zuiver menselijke (goddelijke verschijning). Dat is het probleem van onze te individuele nationaliteit - dat alles wat ons ik is bij de Europeanen - Rus heet.
(Hetzelfde geval, bij ons met de Chinezen, Japanners, negers - erg verre of zeer wilde).
Rainer Maria, er is niets verloren, in het volgende jaar (1927) komt Boris en we zullen u bezoeken - waar u ook moge zijn. Boris ken ik niet goed en ik hou van hem zoals men alleen van de nooit-geziene (al geweest zijnd of nog komend: na-komend) of de er nooit geweest zijnde houdt. Hij is niet zo jong - 33, geloof ik, en toch jongensachtig. Hij lijkt in geen enkel opzicht op zijn vader (het beste wat een zoon kan doen). Ik geloof alleen in moederszonen. U bent ook een moederskind. Een man in de vrouwelijke lijn - en daarom zo rijk (tweeslachtigheid).
Hij is de eerste Russische dichter. Dat weet ik - en nog een paar, de anderen wachten tot hij dood is.”

 

 2080233-5be6c55afd9e4ee88345c28bcde4906e.jpg
Marína Tsvetájeva (9 oktober 1892 – 31 augustus 1941)
Marína Tsvetájeva en Rainer Maria Rilke: linosnedes door Natalia Moroz, 2004

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Elaine Goodale Eastman werd geboren op 9 oktober 1863 in Mount Washington, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Elaine Goodale Eastman op dit blog.

 

Goldenrod

When the wayside tangles blaze
In the low September sun,
When the flowers of Summer days
Droop and wither, one by one,
Reaching up through bush and brier,
Sumptuous brow and heart of fire,
Flaunting high its wind-rocked plume,
Brave with wealth of native bloom, -
Goldenrod!

When the meadow, lately shorn,
Parched and languid, swoons with pain,
When her life-blood, night and morn,
Shrinks in every throbbing vein,
Round her fallen, tarnished urn
Leaping watch-fires brighter burn;
Royal arch o'er Autumn's gate,
Bending low with lustrous weight, -
Goldenrod!

In the pasture's rude embrace,
All o'errun with tangled vines,
Where the thistle claims its place,
And the straggling hedge confines,
Bearing still the sweet impress
Of unfettered loveliness,
In the field and by the wall,
Binding, clasping, crowning all, -
Goldenrod!

Nature lies disheveled pale,
With her feverish lips apart, -
Day by day the pulses fail,
Nearer to her bounding heart;
Yet that slackened grasp doth hold
Store of pure and genuine gold;
Quick thou comest, strong and free,
Type of all the wealth to be, -
Goldenrod!

 

 2080233-856467cfeedcffa6387f82c3da4851e5.jpg
Elaine Goodale Eastman (9 oktober 1863 – 24 december 1954)
Cover biografie

 

 

De Senegalese schrijver Léopold Senghor werd geboren op 9 oktober 1906 in het plaatsje Joal aan de Atlantische kust, zo'n 70 kilometer van de Senegalese hoofdstad Dakar. Zie ook mijn blog van 9 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Léopold Senghor op dit blog.

 

Midnight Elegy (Fragment)

I jump out of my bed, a leopard on my back, a swift simoon
silting up my throat.
—Oh if only I could collapse into blood and dung, into nothing!
I turn around among my books which watch me from the corner
of their eyes Six thousand lamps which burn 24 hours a day.
I'm standing, clear-headed, strangely clear-headed
And I'm handsome as a too-meter runner. As a rutting stallion of
Mauritania.
In my blood I carry a river of seeds to fertilize all the plains of
Byzantium
And the hills, the austere hills.
I'm the Lover and the locomotive with the well-oiled piston.

Sweetness of its strawberry lips, thickness of its stone body, sweet-
ness of its peach-secret
Its deep earth body open to the dark sower.
The spirit germinates under the groin in the womb of desire
Sex is an aerial in the midst of the Multiple where flashing mes-
sages are exchanged.
The music of love, the poem's sacred rhythm can no longer pacify
me.
Lord, I must summon all my strength against despair
—Sweetness of the dagger in the heart, up to the hilt
Like a remorse. I'm not sure of dying.

 

 2080233-689247e078f640abf83e2d5c30a068de.JPG
Léopold Sédar Senghor (9 oktober 1906 - 20 december 2001)
Portret in het Field Museum in Chicago

 

 

De Deense dichter en schrijver Holger Drachmann werd geboren op 9 oktober 1846 in Kopenhagen. Zie ook alle tags voor Holger Drachmann op dit blog en ook mijn blog van 9 oktober 2010

Uit: Er starb und wurde begraben (Vertaald door Otto Hauser)

„Lene – Ivars Frau – bekam ihn endlich dazu, daß er sich legte. Es war schwer genug, ihn dahin zu bringen. Denn er war ein Schufter, ein wortkarger, trockener, unermüdlicher Arbeiter. Er besaß das Boot, Lene besaß die Gerätschaften, als sie heirateten. Was Andreas betraf, so hatte er keinen Anteil; er arbeitete für Lohn – Prozente konnte man's nennen; er war ein hübscher Kerl mit einem blühenden Gesicht, der Mund nur ein Strich, der nie zu einer ganzen Öffnung wurde; er redete noch weniger als Ivar, deshalb kamen die beiden vielleicht so gut aus. Er hatte nur eine einzige Leidenschaft: er tanzte – aber um des Tanzes selbst willen. Keine Liebelei, kein Herumstreichen zur Abendzeit. Wenn im Krug Winterball war, begann er mit dem ersten Mädchen bei der Tür, ob sie alt oder jung war, groß oder klein, und hörte mit der letzten auf. Dann war seine Joppe triefnaß, er ging sofort heim, legte sich in seinem Schweiß nieder, schlief ohne Träume und stand auf ohne Kopfweh.
Er hatte einmal mit Lene getanzt – drei Touren in einem Zug. Da er sie los ließ und sie sich setzte, sah sie ihn an, lächelte und sagte: »Du bist warm!«
Er sah auf den Boden und antwortete: »Es war gut, das!«
Diese Nacht konnte er gegen die Gewohnheit nicht einschlafen. Dann stand er auf und wechselte – nach einer plötzlichen Eingebung – sein Wollhemd. Es war zum ersten Mal. Und es half.
Sie tanzten nicht öfter miteinander, denn nun begann das lange Krankenlager. Ivars Rücken war »bös«; es mußte im Boote für zwei gearbeitet, für den Doktor, für die Fuhre zum Doktor, für die Medizin verdient werden; man mußte Wache halten, und doch sollte alles im Hause seinen Gang gehn. Lene und Andreas teilten sich in die Arbeit – immer ohne zu reden. Das schwere Krankenlager machte das Haus noch stiller; nur Ivars Wimmern und einmal dazwischen sein Schrei in den qualvollen Nächten unterbrach die Stille; und nach diesen Äußerungen, die den schwindenden Kräften abgerungen wurden, lastete das Schweigen und der Druck noch stärker auf dem kleinen Hausstand.
Der lange, niedrige Flügel war von etwa einem Dutzend Familien bewohnt. Die Ivar Asmussens wohnte im westlichen Giebel – zwei kleine Bodenzimmer mit einer Bretterwand mit gewürfeltem Tapetenpapier dazwischen. Die Küche war unten. Von da führte eine Stiege hinauf zu der schweren Bodentür mit dem abgenutzten Eisenring daran. Seit damals, da Lenes einziges Kind, die kleine Matte Marie, rücklings durch die Luke hinuntergefallen war, wurde diese Tür beständig geschlossen gehalten.“

 

 2080233-8e1a581b4123f72233957b39e121ca5e.jpg
Holger Drachmann (9 oktober 1846 – 14 januari 1908)
Portret door P. S. Krøyer, 1903-1907

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e oktober ook mijn blog van 9 oktober 2016 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:07 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten