Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 19 oktober 2017 tot 20 oktober 2017

Hans Warren, Mustafa Stitou, Hans Maarten van den Brink, Ela Angerer, Arthur Rimbaud, Marnix Gijsen, Oskar Pastior, Elfriede Jelinek, Robert Pinsky

De Nederlandse dichter, schrijver en criticus Hans Warren werd op 20 oktober 1921 geboren in Borssele. Zie ook mijn blog van 20 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Hans Warren op dit blog.

Uit:Geheim dagboek 1963 – 1970 (Deel 8)

“30 november 1963 - Waarschijnlijk gaat de heilige Sebastiaan een gouden toekomst tegemoet. Hoe lang wordt hij al stiekem bewonderd door homosexuelen sinds hij in de zestiende en zeventiende eeuw gebruikt is door schilders om een naakt mannelijk lichaam in de verleidelijkste poses te vertonen? Die hadden al lang ontdekt dat een man het mooist is met opgeheven armen in een wat weerloze overgegeven houding. Er is ook menige voluptueuze Christus, maar gekruisigd is die te stijf, als lijk te schokkend. Sebastiaan, gemarteld of enkel bezwijmd, is opwindend, hij appelleert bovendien aan de sadistische gevoelens in de man, de verpleegstersneiging in de vrouw. Louis Réau (Iconographie de l'art chrétien, 1959) sprekend over de apollinische Sebastiaansuitbeelding door Il Sodoma schrijft: “il ne lui reste plus que le patronage compromettant et inavouable des sodomistes ou homosexuels."
Wat ik niet wist is dat in vroeger tijden ook de deugd der vrouwen gevaar liep. Ik dacht dat zij in het voetspoor van Irene en haar dienares enkel door moederlijke verzorgstersgevoelens beroerd zouden worden. De kerk wist het beter: zij liet heel wat Sebastiaan-schilderijen verdwijnen.
Volgens de oude berichten werd Sebastiaan, een centurion in het leger van Diocletianus, op de Campus Martius dermate doorschoten door boogschutters dat hij op een egel leek: qui cum sagittis plenus quaesi hericius staret. En op de middeleeuwse afbeeldingen is hij dat ook, een aandoenlijk bruin egeltje.”

 

 

Beeltenis

Ik teken je gelaat uit korenaren
Jij was de glimlach van het zomerland
Aan het gefluister van de velden waren
Je haren en je dromen nauw verwant.

Ik teken je gelaat tegen het duin
Achter je ogen flitsten blauwe golven
Waar vogeltjes als vlokken sneeuwwit schuim
Het zachte glooien van de kustlijn volgen.

Maanlicht was 's nachts je zilveren profiel
Schaduw op dieper schaduw in je ogen
Verloren weemoed van je ziltgewaaide mond

Jij was 't volmaakte landschap van mijn ziel
Met wind in graan en popels, en de hoge
Zingende regen over mijn geboortegrond.

 

 

Regen

Regen, stil tegen 't raam na deze pijn...
Buiten is 't lente en mijn huis wordt brozer
Mijn denken en mijn lichaam worden vozer
Minder bestand tegen het eenzaam zijn.

Nu 'k achter jou, o mijn vergeefs beminde
De deur sloot en mij neerleg in de nacht
Voel ik mij als een dier dat luistrend wacht
Om bij het zwakst gerucht de weg te vinden.

Dit ene vers dat in het donker staat
Van jaren, 't is voor jou en voor wie gingen
Als jij... ik kwam er telkens overheen

Straks is ook dit voorbij, ben 'k weer alleen,
En weer genees ik, spieglen andere dingen
Uit mijn verleden hopeloos zich in een nieuw gelaat.

 

 2084225-3bcb93077f6cbe946d396e52cfceb99d.jpg
Hans Warren (20 oktober 1921 – 19 december 2001)
         

 

De Marokkaans-Nederlandse dichter Mustafa Stitou werd geboren in Tétouan op 20 oktober 1974. Zie ook alle tags voor Moustafa Stitou op dit blog.

 

Anton

Links een tenger en goudblond godinnetje,
keurde me geen blik waardig.
Maar het deed me niets: sinds elf september
ligt een Arabier nu eenmaal slecht
in de markt. Rechts
een stelletje; zij reuzin, pokdalige kop,
paarsfluwelen avondjurk, ik vond het
wel wat hebben. Dus toen haar vriend even verdween
raakten we in gesprek; ze werkte, vertelde ze,
voor een castingbureau; die middag had ze,
voor een nieuwe Nederlandse dramaserie,
NSB'ers gecast.
Ach mijn Joodse verloofde en ik,
zienderogen worden we ouder en dikker samen,
scheppen steeds meer behagen in eten
en slapen. Toen haar vriend weer opdook
kuste hij haar blote schouder en keek mij
ondertussen strak aan. De slanke blondine
links van mij, zag ik nu, had op de achterkant van haar nek,
over de volle breedte, een tatoeage:
Anton
stond er,
in schoonschrift tussen,
twee hartjes in.

 

 2084225-318c8c0f06de9362e2246be3e9d4f037.jpg
Mustafa Stitou (Tétouan, 20 oktober 1974)

 

 

De Nederlandse schrijver en journalist Hans Maarten van den Brink werd geboren in Oegstgeest op 20 oktober 1956. Zie ook alle tags voor Hans Maarten van den Brink op dit blog.

Uit: Uitje

“In de eerste week van de nieuwe regering haalde De Wit zijn ouders op. Het was oktober en het regende. Het groen langs de singels en de lanen hing achter een grijze vitrage en het geluid van de motor vermengde zich met het gestage geruis van vallend water zodat nauwelijks viel te onderscheiden wat voorgrond en wat achtergrond was, mechanisch of natuurlijk, tijdelijk of voorgoed. Het klonk alsof het nooit meer op zou houden. In elk geval niet deze week. Dat zeiden ook de weerberichten en de buienradars. Er was meer waar dit vandaan kwam, nog veel meer.
Toen hij voor het huis de motor afzette en het portier opende ging het geruis over in klateren en spetteren, een helder geluid. Hij sommeerde de kinderen om uit te stappen en zich aan zijn ouders te presenteren. Het nieuwe kabinet had met zwarte paraplu's op de trappen van het paleis gestaan.
‘Fantástisch!’ zei zijn moeder toen ze in de deuropening verscheen.
En: ‘Gewéldig!’ toen ze de kinderen zag.
Het drietal had zich verdekt achter hem opgesteld in hun gevlekte trainingsbroeken en verwassen truien, met plastic jacks om de schouders en petten op het hoofd. Hun gymschoenen hadden lange veters in lichtgevende kleuren. In het algemeen had hij wel degelijk oog voor detail, maar de logistiek van kinderkleding, de manier waarop na wassen en drogen de juiste combinaties van kleur en materiaal, praktisch nut en toonbaarheid op één punt in ruimte en tijd samen moesten komen vergde een organisatiegraad die hij als gevolg van urgentere bezigheden nog steeds niet had bereikt. Hij werkte eraan. Maar het maakte hem onzeker, want hij wist niet of zijn inspanningen resultaat zouden hebben voor het al niet meer nodig was.
Nu stapten de kinderen een voor een naar voren en lieten zich gedwee tegen de benige gestalte van hun grootmoeder drukken. ‘Fantastisch’ en ‘geweldig’ sloeg niet zozeer op hun persoon, maar eigenlijk louter op hun aanwezigheid. Zoals ieder jaar waren ze beschikbaar: een week in oktober. Achter de voordeur stonden de tassen gepakt. En ook het eten voor vanavond, wist hij. Een gietijzeren pan die ze gedurende de reis tussen haar voeten zou zetten.
Uit het schemerduister maakte zich de gestalte van zijn vader los. Trui. Pijp in de mond. ‘Alles goed.’ Zonder vraagteken, zodat het klonk als een bevel. Nee, dat was niet waar. Zo had het vroeger geklonken.”

 

 2084225-f27bdee023faf5baaeeb65ed995649ea.png
Hans Maarten van den Brink (Oegstgeest, 20 oktober 1956)

 

 

De Oostenrijkse schrijfster Ela Angerer werd geboren op 20 oktober 1964 in Wenen. Zie ook alle tags voor Ela Angerer op dit blog.

Uit: Und die Nacht prahlt mit Kometen

“Du schaust dem Neger nach.“
Bojan stieg aufs Gas.
»Schaust du dem Neger nach?!«, schrie er.
Sie saß auf dem Beifahrersitz und sah aus dem Augenwinkel, dass er ihr sein Gesicht zuwandte. Die Finger ihrer rechten Hand krallten sich an den Türgriff, mit der linken Hand hielt sie sich an ihrem Knie fest.
Bojan wandte sich kurz ab, überfuhr eine Sperrlinie und ließ den Wagen auf der freien Gegenfahrbahn weiterziehen.
Die große Einkaufsstraße stimmte sich auf den beginnenden Abendverkehr ein; Autos schossen aus Seitengassen und versuchten sich in den nervösen Rhythmus einzufädeln. Auf den Gehsteigen liefen mit Taschen und Kindern bepackte Passanten um die Wette. Vor Rudis Jeans- Shop flatterten neonfarbene Schals auf Kleiderständern im Wind.
Zu Beginn der Fahrt hatte sie durch das Seitenfenster jedes einzelne dieser Bilder in sich aufgenommen. Jetzt raste der Wagen mit einer Geschwindigkeit dahin, die alles zu einer langgezogenen Fläche verwischte.
Bojan stieg weiter aufs Gas.
»Wie eine läufige Hündin!«, schrie er.
Sie spürte den ersten dumpfen Schlag.
Als ob ihr eines der großen Postpakete, die ihre Großmutter regelmäßig an sie verschickte, von weit oben, mindestens aber aus dem zweiten Stock (plus Mezzanin) auf den Kopf gefallen wäre. Dabei konnte der Schlag ja nur vom Fahrersitz gekommen sein, es war doch niemand anderer da außer ihnen beiden; und ja, jetzt hatte sie Bojans volle Aufmerksamkeit – obwohl sie gerade, sicherheitshalber, ihren Blick nur noch starr auf den roten Teppich unter ihren Schuhen gerichtet hatte. Vielleicht, so dachte sie, konnte sie den Sturm über den Wellen so noch zum Erliegen bringen.“

 

 2084225-543d869cb24274289c827a06b20bc554.jpg
Ela Angerer (Wenen, 20 oktober 1964)

 

 

De Franse dichter Arthur Rimbaud werd geboren op 20 oktober 1854 in Charleville. Zie ook mijn blog van 20 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Arthur Rimbaud op dit blog.

 

Âge d'or

Quelqu'une des voix
Toujours angélique
- Il s'agit de moi, -
Vertement s'explique :

Ces mille questions
Qui se ramifient
N'amènent, au fond,
Qu'ivresse et folie ;

Reconnais ce tour
Si gai, si facile :
Ce n'est qu'onde, flore,
Et c'est ta famille !

Puis elle chante. Ô
Si gai, si facile,
Et visible à l'oeil nu...
- Je chante avec elle, -

Reconnais ce tour
Si gai, si facile,
Ce n'est qu'onde, flore,
Et c'est ta famille !... etc...

Et puis une voix
- Est-elle angélique ! -
Il s'agit de moi,
Vertement s'explique ;

Et chante à l'instant
En soeur des haleines :
D'un ton Allemand,
Mais ardente et pleine :

Le monde est vicieux ;
Si cela t'étonne !
Vis et laisse au feu
L'obscure infortune.

Ô ! joli château !
Que ta vie est claire !
De quel Age es-tu,
Nature princière
De notre grand frère ! etc...

Je chante aussi, moi :
Multiples soeurs ! voix
Pas du tout publiques !
Environnez-moi
De gloire pudique... etc...

 2084225-66fa88410ad95aedfedd8e5647484228.jpg
Arthur Rimbaud (20 oktober 1854 – 10 november 1891)
Portret door de Franse illustrator Leaubellon, 2012

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Marnix Gijsen werd geboren op 20 oktober 1899 in Antwerpen. Zie ook mijn blog van 20 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Marnix Gijssen op dit blog.

Uit: De oudste zoon

“Toen ik veertien jaar was, zei Moeder mij dat ik geen gemakkelijk kind was. Later heeft ze me echter bekenddat er geen gemakkelijke kinderen bestaan, alleen kinderen. Ze maakte deze mistroostige opmerking omdat ik, tot haar ontstemming, de omgang met mijn ooms en tantes, neven en nichten vervelend vond. a hardnekkig bleek ik in de boosheid, dat ik, na een lange campagne, zelfs niet meer verplicht werd aanwezig te zijn op de doop- en eerstecommuniefeesten die onze familie voortdurend teisterden. Aan de begrafenissen kon ik mij echter niet onttrekken Ik bood ook geen weerstand, hetgeen mij volstrekt niet ten goede werd geduid. Integendeel, mijn moeder meende dat ik er behagen in schepte onze naaste familieleden te zien uitsterven. Zó ver gingen mijn bezwaren wel niet, maar die beschuldiging alleen was voldoende om bij mij deze idee aan te kweken en telkens als ik op het priesterkoor rond een katafalk stapte, meer geabsorbeerd door het druppelen der kaars op mijn vuist dan door de sombere plechtigheid, voelde ik me zo behaaglijk als een jong monster, wiens gevoelens - had de goegemeente ze kunnen raden - moord en doodslag tot gevolg zouden hebben gehad. Ik vond mijn ooms en tantes onbeduidend en overbodig. Toen ik dit hardop durfde te zeggen, bekeek Moeder me nadenkend en zei: `Je hebt geen enkele ijdelheid, maar een mateloze hoogmoed.' Zoals meer voorkwam, heb ik de wijsheid van haar woorden pas twintig jaar later begrepen. Er is een oorlog nodig geweest om mij het bestaan van twee totaal verdonkeremaande ooms, die mij wel belangrijk schenen, te openbaren. Vooreerst was daar Hugo Verbeeck, mijn volle naamgenoot. In huis had men nooit zijn naam genoemd en plotseling, op een avond, zat hij in onze keuken met een dikke overjas en een zware sjaal. In mijn ogen was hij een oud man. Hij hield een bord dikke erwtensoep op zijn schoot en lepelde energiek met gebogen hoofd. Hij rook naar iets dufs en iets pikants tegelijk: een reuk van ongewassen linnen en gedroogde urine en van peper en kaneel. Toen ik binnenkwam, had Moeder gezegd: Dit is oom Hugo,' en ze had vlug een bord op tafel voor mij geschoven en me ondervraagd over mijn schoolwerk, alsof ik de verschijning van deze vreemdeling doodgewoon moest vinden. Ik merkte al dadelijk dat er iets mis was, want oom Hugo kon toch op in minst aan tafel hebben plaatsgenomen. Nu zat hij met grote gulzige halen de hele soep op te slurpen. Het was snikheet in de ruime kamer; zijn overjas dampte van de vochtigheid. Toen hij klaar was, hield hij het lege bord op zijn schoot en zijn rechterarm met de lepel hing langs zijn stoel. Nu bekeek ik hem eerst goed. Zijn kruin was haast kaal en geelachtig, maar aan zijn slapen stond veel vuil grijs haar wijd uiteen.”

 

 2084225-76fe74578f09a387b9b3d99fa0ad58b3.jpg
Marnix Gijsen (20 oktober 1899 – 29 september 1984)
Cover

 

 

De Duits-Roemeense schrijver Oskar Pastior werd in 1927 in Hermannstadt (Transsylvanië, Roemenië) geboren. Zie ook mijn blog van 20 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Oskar Pastior op dit blog.

Uit: "...sage, du habest es rauschen gehört"

 

DREISSIG FLOCKEN SCHNEE PRO GRAMM
drei Promille wenig nobis
ora nubis cool pro kontra
deep geschehen laß geschehen
zu Berlin im Jahre niemand
aber alle achtundsechzig
so beflissen tout comprendre
eile aber Wind per chapter
Nike schwarz beim nullten Flug

 

 

LORENZ MEINER TREU UND SPOREN
sollte Strom sich nicht verdienen
munkelt man doch sind die Trichter
eher Wirbel und die teuren
Damaszener klingen grandig
wenn wir einsehn daß Schaluppen
hin und wieder Folgen haben
sagte einer und Kamtschatga
war noch überhaupt im Dunkeln
und dann gingen alle schlafen
und sie gingen alle schlafen

 

 2084225-22a09cb6f8d7b40b41d4dcea00fea684.jpg
Oskar Pastior (20 oktober 1927 – 4 oktober 2006)
In 1975

 

 

De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Elfriede Jelinek werd geboren op 20 oktober 1946 in Mürzzuschlag, een kleine stad in de deelstaat Stiermarken. Zie ook alle tags voor Elfriede Jelinek op dit blog ook mijn blog van 20 oktober 2010.

 

vogel herbst

durch das feld von
wilden zungen
rauscht
der schreiendsüße
herbstwind
gehn
die hüterinnen
durch das
flatternde zungen feld
schneidet
die ruten frau

der wind ist ein
achteckiger raum

nachtigallen zungen stumpf
geworden an
dem feder gitter
unsrer balkons

wem kann ich mich
anvertraun?

vogelköpfe getrieben
vom schwarzen
most herz
blutig aus weinigen
wimpern
singend

und das feld ist
eine sichel die
hüterinnen eine
tulpe
hindurch

 

 2084225-d055343330ad5e3f4f2f2ab0f6797088.jpg
Elfriede Jelinek (Mürzzuschlag, 20 oktober 1946)

 

 

De Amerikaanse dichter, vertaler en essayist Robert Pinsky werd geboren op 20 oktober 1940 in Long Branch, New Jersey. Zie ook alle tags voor Robert Pinsky op dit blog en ook mijn blog van 20 oktober 2010

 

Paschal

Easter was the old North
Goddess of the dawn.
She rises daily in the East
And yearly in spring for the great

Paschal candle of the sun.
Her name lingers like a spot
Of gravy in the figured vestment
Of the language of the Britains.

Her totem the randy bunny.
Our very Thursdays and Wednesdays
Are stained by syllables of thunder
And Woden's frenzy.

O my fellow-patriots loyal to this
Our modern world of high heels,
Vaccination, brain surgery—
May they pass over us, the old

Jovial raptors, Apollonian flayers,
Embodiments. Egg-hunt,
Crucifixion. Supper of encrypted
Dishes: bitter, unrisen, a platter

Compass of martyrdom,
Ground-up apples and walnuts
In sweet wine to embody mortar
Of affliction, babies for bricks.

Legible traces of the species
That devises the angel of death
Sailing over our doorpost
Smeared with sacrifice.

 

 2084225-8946d7cc2a9911cf73f0a0b138ec6cc6.jpg
Robert Pinsky (Long Branch, 20 oktober 1940)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e oktober ook mijn blog van 20 oktober 2013 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:11 Reageer op dit bericht

David Vann, Philip Pullman, Miguel Ángel Asturias, Fannie Hurst, Leigh Hunt, Nardo Aluman, Andrew Vachss, John le Carré, Adam Lindsay Gordon

De Amerikaanse schrijver David Vann werd geboren op 19 oktober 1966 op Adak Island, Alaska. Zie ook alle tags voor David Vann op dit blog.

Uit: Klare lucht zwart (Vertaald door Arjaan en Thijs van Nimwegen)

“Haar vader een gouden gelaat in duister. In fakkellicht verschenen boven het water en weer vervaagd. Gelaat van de zon, afstammeling van de zon. Verraad en woede. Vier pluimen langs zijn masker, uiteenspattend licht, als manen.
Zijn schild van vele huiden een uitgeholde duisternis. Essenhouten speer een dunne lijn en dan verdwenen. Het zeil boven hem opgebold als een ossenbuik, gezwollen als een god, hoeven geluidloos in het water beneden.
Niets zal hem weerhouden, zo weet Medea. Hij heeft te veel verloren. Ze kan hem alleen ophouden. Ze bukt zich om een stuk van haar broer te grijpen, een onderarm, sterk en nu vreemd zacht, al afkoelend, en werpt die in zee, bijna zonder geluid, gedempt door het plassen van de roeiriemen.
Ze heeft dit voor Jason gedaan, en ze zal meer doen, dat weet ze. Haar broer uiteengereten aan haar voeten. Zo begint de wereld.
Donker hout in donkerder water, een zee van inkt, een gevoelde maar ongeziene regelmaat, enkel glimpen van brekende golven. Dik hout onder hen, krakend touwwerk.
Dikke touwen van de roerstanders achter haar rug, kreunend onder de druk van de roeren. Ze stijgt en daalt en wentelt bij elke lichte golf, en een ogenblik later herhalen Jason en zijn mannen elke beweging. Allemaal als één samengesmeed, barbaren en haar Minyers. Elke scheepsromp een thuis.
Vlees dat zou moeten zinken maar niet zinkt, een onderarm te klein om op te vallen in fakkellicht in dat duister, maar niettemin gezien. Haar vader die beveelt het zeil te strijken, de riemen in te halen. De grote ossenbuik loopt leeg, houdt geen licht meer vast, verduistert en verschrompelt, de bovenra zakt. Riembladen in een rij hoog boven het water, vangen licht en wijken weer uit, het schip keert.
De romp donker, ongezien, en haar vader daarboven. Nu gebukt, reikend naar zijn zoon.”

 

 2083880-6797afa81422e924d9cabb5ea43b3cba.jpg
David Vann (Adak Island, 19 oktober 1966)

 

 

De Britse schrijver Philip Pullman werd geboren op 19 oktober 1946 in Norwich als zoon van een luchtmachtofficier. Zie ook mijn blog van 19 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Philip Pullman op dit blog.

Uit:The Book of Dust, La Belle Sauvage

“Malcolm let the canoe drift to a halt and then silently slipped in among the stiff stems and watched as a great crested grebe scrambled up onto the towpath, waddled ungracefully across, and then dropped into the little backwater on the other side.
The reeds were taller than Malcolm was as he sat in the canoe, and if he kept very still, he thought he probably couldn't be seen. He heard voices behind him, a man's and a woman's, and sat like a statue as they walked past, absorbed in each other. He'd passed them further back: two lovers strolling hand in hand, their dæmons, two small birds, flying ahead a little way, pausing to whisper together, and flying on again.
Malcolm's dæmon, Asta, was a kingfisher just then, perching on the gunwale of the canoe. When the lovers had passed, she flew up to his shoulder and whispered, "The man just along there — watch ..."
Malcolm hadn't seen him. A few yards ahead on the towpath, just visible through the reed stems, a man in a gray raincoat and trilby hat was standing under an oak tree. He looked as if he was sheltering from the rain, except that it wasn't raining. His coat and hat were almost exactly the color of the late afternoon: he was almost as hard to see as the grebes — harder, in fact, thought Malcolm, because he didn't have a crest of feathers.
"What's he doing?" whispered Malcolm.
Asta became a fly and flew as far as she could from Malcolm, stopping when it began to hurt, and settled at the very top of a bulrush so she could watch the man clearly. He was trying to remain inconspicuous, but being so awkward and unhappy about it that he might as well have been waving a flag.”

 

 2083880-f8c4556a80f32b47eb0aba440c91a9f3.jpg
Philip Pullman (Norwich, 19 oktober 1946)

 

 

De Guatemalteekse schrijver Miguel Ángel Asturias werd geboren op 19 oktober 1899 in Guatemala-Stad. Zie ook mijn blog van 19 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Miguel Ángel Asturias op dit blog.

Uit: Der Herr President (Vertaald door Jacob Bachmann)

„Pelele riss sogleich die Augen auf, wie einer, der träumt, er falle ins Leere; seine Pupillen öffneten sich weit; im Tiefsten verwundet, begannen seine Tränen zu fließen. Dann schlief er, von der Müdigkeit übermannt, wieder ein. Sein Körper war zusammengefallen, und ein Anflug von Ekel bewegte sein gebrochenes Bewusstsein. Doch kaum eingeschlafen, weckte ihn schon eine andere Stimme. »Mutter ...!«
Es war die Stimme Viudas, eines heruntergekommenen Mulatten, der mit dem verzerrten Gesicht einer Alten unter Lachen fortfuhr: »... Mutter des Erbarmens, unsere Hoffnung, Gott möge dich retten, zu dir flehen wir, wir, die Ausgestoßenen, die wir fallen ...«
Der Idiot erwachte lachend, es schien, auch ihn mache sein Leid, sein Hunger lachen, und dennoch stach ihn schmerzlich der Spott des Geläch-äch-ächters der Bettler, das die Luſt, die Luſt erfüllte, des Geläch-äch-ächters. Ein Dickbäuchiger mit einem Schnurrbart voller Straßenstaub schnappte nach Luſt; ein Einäugiger pisste sich an vor Lachen und schlug mit dem Kopf gegen die Mauer wie eine junge Ziege. Die Blinden wehrten sich, man könne nicht schlafen bei einem solchen Aufruhr, und Mosco, ein Blinder, dem beide Beine fehlten, rief, diese Art sich zu vergnügen sei weibisch.
Die Blinden hörte man, wie man das Geräusch eines Besens hört, Mosco aber hörte man überhaupt nicht. Wer würde schon auf sein Geplapper achten! »Ich, der die Kindheit in einer Artilleriekaserne verbrachte, wo mich die Hufschläge der Maultiere und die Schritte der Offiziere zum Manne machten, der etwas von Pferden versteht, was mir als junger Mann ermöglichte, meine Drehorgel durch die Straßen zu schleppen! Ich, der, ohne zu wissen wie, die Augen in einer Sauferei verlor, das rechte Bein in einer andern Sauferei, ohne zu wissen wann, und das linke Bein in einer dritten Sauferei, ohne zu wissen wo, bei enem Autounfall...!«
Über die Bettler wurde im ganzen Ort bekannt, dass Pelele beim Hören des Wortes Mutter beinahe den Verstand verlor.“

 

 2083880-614928e35ec8e88b28b10625b44d50b7.jpg
Miguel Ángel Asturias (19 oktober 1899 – 9 juni 1974)
Portret door Maugdo Vásquez, 2014

 

 

De Amerikaanse schrijfster Fannie Hurst werd geboren op 19 oktober 1889 in Hamilton, Ohio. Zie ook mijn blog van 19 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Fanny Hurst op dit blog.

Uit: The Sturdy Oak

“Genevieve Remington had been called beautiful. She was tall, with brown eyes and a fine spun mass of golden-brown hair. She had a gentle smile, that disclosed white, even teeth. Her voice was not unmusical. She was twenty-three years old and possessed a husband who, though only twenty-six, had already shown such strength of character and such aptitude at the criminal branch of the law that he was now a candidate for the post of district attorney on the regular Republican ticket.
The popular impression was that he would be elected hands down. His address on Alexander Hamilton at the Union League Club banquet at Hamilton City, twenty-five miles from Whitewater (with which smaller city we are concerned in this narrative), had been reprinted in full in the Hamilton City _Tribune_; and Mrs. Brewster-Smith reported that former Congressman Hancock had compared it, not unfavorably, with certain public utterances of the Honorable Elihu Root.
George Remington was an inch more than six feet tall, with sturdy shoulders, a chin that gave every indication of stubborn strength, a frank smile, and a warm, strong handclasp. He was connected by blood (as well as by marriage) with five of the eight best families in Whitewater. Mr. Martin Jaffry, George's uncle and sole inheritor of the great Jaffry estate (and a bachelor), was known to favor his candidacy; was supposed, indeed, to be a large contributor to the Remington campaign fund. In fact, George Remington was a lucky young man, a coming young man.
George and Genevieve had been married five weeks; this was their first day as master and mistress of the old Remington place on Sheridan Road."

 

 2083880-fc83d45ca2ef5e2fffb3b668d522ec93.jpg
Fannie Hurst (19 oktober 1889 – 23 februari 1968)
Hamilton, Ohio.

 

 

De Engelse dichter, schrijver en essayist James Leigh Hunt werd geboren op 19 oktober 1784 in Southgate, Middlesex. Zie ook mijn blog van 19 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Leigh Hunt op dit blog.

 

To A Child During Sickness

Sleep breathes at last from out thee,
My little patient boy;
And balmy rest about thee
Smooths off the day's annoy.
I sit me down, and think
Of all thy winning ways;
Yet almost wish, with sudden shrink,
That I had less to praise.

Thy sidelong pillowed meekness;
Thy thanks to all that aid;
Thy heart, in pain and weakness,
Of fancied faults afraid;
The little trembling hand
That wipes thy quiet tears,—
These, these are things that may demand
Dread memories for years.

Sorrows I 've had, severe ones,
I will not think of now;
And calmly, midst my dear ones,
Have wasted with dry brow;
But when thy fingers press
And pat my stooping head,
I cannot bear the gentleness,—
The tears are in their bed.

Ah, first-born of thy mother,
When life and hope were new;
Kind playmate of thy brother,
Thy sister, father too;
My light, where'er I go;
My bird, when prison-bound;
My hand-in-hand companion—No,
My prayers shall hold thee round.

To say, "He has departed"—
"His voice"—"his face"—is gone,
To feel impatient-hearted,
Yet feel we must bear on,—
Ah, I could not endure
To whisper of such woe,
Unless I felt this sleep insure
That it will not be so.

Yes, still he 's fixed, and sleeping!
This silence too the while,—
Its very hush and creeping
Seem whispering us a smile;
Something divine and dim
Seems going by one's ear,
Like parting wings of cherubim,
Who say, "We 've finished here."

 

 2083880-cccea3792f1451c43db4102e5aa4c358.jpg
Leigh Hunt (19 oktober 1784 – 28 augustus 1859)
Gravure door H. Meyer naar een tekening van J. Hayter, 1822

 

 

De Surinaamse schrijver Nardo Aluman (eig. Ronald Renardo Aloema) werd geboren in Christiaankondre op 19 oktober 1946. Zie ook alle tags voor Nardo Aluman op dit blog en eveneens mijn blog van 19 oktober 2010

Uit: Julawai / De strijd tussen goed en kwaad

“Elke keer als een zieke met succes was behandeld, was er een feestje in het dorp. Volgens de regels van de pyjai mag geen betaling voor verleende hulp aangenomen worden. In plaats daarvan werd er een dankfeest gehouden, waarbij gegeten en gedronken werd. Op zo'n feest werd tot de Allerhoogste, Tamusi, gebeden en dank uitgebracht voor het welzijn van de bevolking.
Op het moment dat zo'n feest zijn hoogtepunt bereikte, kwam Julawai met zijn gezin aanvaren. Al van ver hoorden ze dat de bevolking in een prettige stemming verkeerde.
Het liep tegen de avond toen ze hartelijk door de Byjai van het dorp werden ontvangen. Enkele vrouwen brachten direct zoet-zure kasiri (cassavedrank) voor de gasten. Hierna werden ze vergast op een heerlijke tuma-atjupo (vissoep).
Na deze welkome maaltijd had Julawai een uitgebreid gesprek met de Byjai, onder het genot van kasiri en een ulemari (sigaar uit boombast). De nacht was al ver gevorderd, toen Julawai zich realiseerde dat zijn vrouw en kinderen allang waren gaan rusten. Hij besloot toen ook zijn hangmat op te zoeken.
Julawai stond op. Hij was misschien wel de mooiste man van het gebied. Hij was licht van kleur, groot gebouwd en sterk. Vier stuks pingo (bosvarken) op zijn schouders was niets voor hem. Hiermee kon hij zonder moeite kilometers onafgebroken doorlopen. Iedereen had dan ook respect voor hem. En de mensen hielden van hem omdat hij nooit ruzie maakte.
Toen Julawai in zijn logeerkamp aankwam, was zijn gezin al in diepe rust. Hij voelde zich een beetje moe en dronken, maar besloot om toch een koud bad te nemen in de kreek. Natuurlijk moest hij dit eerst aan zijn vrouw zeggen. Ze vond het een goed idee, maar zei dat hij wel direct terug moest komen. Ook vond ze dat hij beter een olielampje mee kon nemen, maar Julawai antwoordde dat het maar een korte afstand was.”

 

 2083880-6c1b2570d0cd008ff9f82671c5ac8507.jpg
Nardo Aluman (Christiaankondre, 19 oktober 1946)

 

 

De Amerikaanse schrijver Andrew Vachss werd geboren op 19 oktober 1942 in New York. Zie ook alle tags voor Andrew Vachss op dit blog en eveneens mijn blog van 19 oktober 2010

Uit: Haiku

“The priests had taught us that each man has a personal haiku, a haiku that must emerge from within. A master of haiku might be commissioned to produce thousands in his lifetime. But only one could truly express his own spirit.
The priest who told me this later showed me his own haiku. When I attempted to show my respect for his achievement, he gently explained that the haiku was not finished. He would continue to refine it, forever seeking perfection.
"When will it be finished, master?" I asked.
"Perfection cannot be achieved by men," he told me. "Our highest calling is the pursuit of perfection.
My haiku will be finished when I die, but never will it be perfect."
When Chica died—no, when my departure from The Path forfeited her life—I shredded the haiku I had been composing for dozens of years.
Now I have begun another. One of truth. I have rewritten it endlessly since.
It is inadequate. I continue to struggle. Perhaps I will never be able to express what is in me. I cannot know how much time is left for me to do this. I know only that I must atone before I leave, or I shall enter the other plane carrying the haiku of a man without honor.
I understand that renunciation of worldly goods is not true atonement. Many do this, each for his own reasons. Mine is that I must return to the man I was, and so I must focus all my being on that task alone.
I have started my walk. May it become the walk of the warrior I had once imagined myself to be.
I must walk until my haiku reflects the spirit of a man who honors his mother's love, for only then may I call Chica "daughter" when I see her again.”

 

 2083880-f52ac532e80709998d3846cdb75c3598.jpg
Andrew Vachss (New York, 19 oktober 1942)

 

 

De Britse schrijver John le Carré werd geboren op 19 oktober 1931 in Poole, Dorset, Engeland. Zie ook alle tags voor John le Carré op dit blog en eveneens mijn blog van 19 oktober 2010

Uit:A Legacy of Spies

“What follows is a truthful account, as best I am able to provide it, of my role in the British deception operation, code-named Windfall, that was mounted against the East German Intelligence Service (Stasi) in the late 1950s and early '60s, and resulted in the death of the best British secret agent I ever worked with, and of the innocent woman for whom he gave his life.
A professional intelligence officer is no more immune to human feelings than the rest of mankind. What matters to him is the extent to which he is able to suppress them, whether in real time or, in my case, 50 years on. Until a couple of months ago, lying in bed at night in the remote farmstead in Brittany that is my home, listening to the honk of cattle and the bickering of hens, I resolutely fought off the accusing voices that from time to time attempted to disrupt my sleep. I was too young, I protested, I was too innocent, too naïve, too junior. If you’re looking for scalps, I told them, go to those grandmasters of deception, George Smiley and his master, Control. It was their refined cunning, I insisted, their devious, scholarly intellects, not mine, that delivered the triumph and the anguish that was Windfall. It is only now, having been held to account by the Service to which I devoted the best years of my life, that I am driven in age and bewilderment to set down, at whatever cost, the light and dark sides of my involvement in the affair.
How I came to be recruited to the Secret Intelligence Service in the first place — the “Circus” as we Young Turks called it in those supposedly halcyon days when we were quartered, not in a grotesque fortress beside the River Thames, but in a fustian Victorian pile of red brick, built on the curve of Cambridge Circus — remains as much of a mystery to me as do the circumstances of my birth; and the more so since the two events are inseparable.”

 

 2083880-6962e9d8411d119ba9f883835d2a7856.jpg
John le Carré (Poole, 19 oktober 1931)
Op de cover van Time in 1977

 

 

De Australische dichter Adam Lindsay Gordon werd geboren op 19 oktober 1833 op de Azoren. Zie ook alle tags voor Adam Lindsay Gordon op dit blog en eveneens mijn blog van 19 oktober 2010

 

An Exile's Farewell

The ocean heaves around us still
With long and measured swell,
The autumn gales our canvas fill,
Our ship rides smooth and well.
The broad Atlantic's bed of foam
Still breaks against our prow;
I shed no tears at quitting home,
Nor will I shed them now!

Against the bulwarks on the poop
I lean, and watch the sun
Behind the red horizon stoop —
His race is nearly run.
Those waves will never quench his light,
O'er which they seem to close,
To-morrow he will rise as bright
As he this morning rose.

How brightly gleams the orb of day
Across the trackless sea!
How lightly dance the waves that play
Like dolphins in our lee!
The restless waters seem to say,
In smothered tones to me,
How many thousand miles away
My native land must be!

Speak, Ocean! is my Home the same
Now all is new to me? —
The tropic sky's resplendent flame,
The vast expanse of sea?
Does all around her, yet unchanged,
The well-known aspect wear?
Oh! can the leagues that I have ranged
Have made no difference there?

How vivid Recollection's hand
Recalls the scene once more!
I see the same tall poplars stand
Beside the garden door;
I see the bird-cage hanging still;
And where my sister set
The flowers in the window-sill —
Can they be living yet?

Let woman's nature cherish grief,
I rarely heave a sigh
Before emotion takes relief
In listless apathy;
While from my pipe the vapours curl
Towards the evening sky,
And 'neath my feet the billows whirl
In dull monotony!

The sky still wears the crimson streak
Of Sol's departing ray,
Some briny drops are on my cheek,
'Tis but the salt sea spray!
Then let our barque the ocean roam,
Our keel the billows plough;
I shed no tears at quitting home,
Nor will I shed them now!

 

 2083880-64ff20c50d00e22b830e951af8759674.jpg
Adam Lindsay Gordon (19 oktober 1833 – 24 juni 1870)
Jakin Manser als Adam Lindsay Gordon in het docudrama “Rider and Writer” uit 2014

Geschreven door Romenu om 18:31 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten