Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 23 oktober 2017 tot 24 oktober 2017

Onno Kosters, Kester Freriks, Aristide von Bienefeldt, August Graf von Platen, Ernest Claes, Zsuzsa Bánk, Denise Levertov, Norman Rush, Robert Greacen

De Nederlandse dichter Onno Kosters werd geboren op 24 oktober 1962 in Baarn. Zie ook mijn blog van 24 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Onno Kosters op dit blog.

 

Naar Tilburg

In de hete trein die dag
is hij de enige die niet belt.
(Hij heeft hier geen bereik
en er zijn geen nieuwe berichten.)

(Hoofdmenu - echoput. Ringtones.)
(Krijgen die kids toch nog een
stukje klassieke muziek mee.)

Nooit meer stil is het in de coupé.
Hij trekt zijn kop in, schildpad
mag ik oversteken.

Het meisje tegenover hem
lijkt vijftien maar leest
tussen gesprekken en sms'jes door
Inleiding Nederlands Recht
en haar buikje piept, lief
ballonnetje, onder haar truitje uit.
Sereen is het woord niet
voor de blik op haar gezicht.
Allesoverziend in retrospectief.
Haar vreemdheid is hem vertrouwd,
haar huid. (Hij heeft hier geen bereik
en er zijn geen nieuwe berichten.)

Zijn ontvankelijkheid is echter,
kristalhelderder dan pas gewassen glas.
Waarin regenbogen strijken, zebra
mag ik oversteken. Waarop druppels
stáán. Daar onder dat dekschild
dat de buitenwereld tegen hem
in bescherming neemt. Tegen hem
inneemt. Onder dekking van de nacht:
een recce van zichzelf. Under cover.
Gespannen: zijn huid zit hem als gegoten,
als naar binnen gegoten: als lood.
(Hij heeft hier geen bereik
en er zijn geen nieuwe berichten.)

Hij moet er kortom nodig
eens even helemaal uit.

Maar de intercity hobbelt
met twintig kilometer per uur
achter een goederentrein aan.

 

 2085531-499612577484bb3fb9876b53de745fe6.jpg
Onno Kosters (Baarn, 24 oktober 1962)

 

 

De Nederlandse schrijver (Cornelis Christophel Maria) Kester Freriks werd geboren in Djakarta, Indonesië, op 24 oktober 1954. Zie ook alle tags voor Kester Freriks op dit blog.

Uit:Echo's van Indië

“‘Elke keer verbaast me de zwarte belichting van de Indonesische vrijheidsstrijd, de zwarte spiegel die de Nederlandse geschiedschrijving ons voorhoudt,’ zegt Soedibyo, een van mijn gastheren in Jakarta. We zijn onderweg naar de plaats waar Soekarno en Hatta op 17 augustus 1945 de Indonesische onafhankelijkheid uitriepen, de Proklamasi.
Dat was een vrijdagochtend om tien uur. Het moment staat Soedibyo nog levendig voor de geest. De korte ceremonie verliep beheerst en kalm, bijna sereen. Soekarno sprak de onafhankelijkheidswoorden nauwkeurig uit, niet opruiend, eerder ingetogen en beheerst. Hij was zich bewust van het belang van zijn woorden voor het Indonesische volk, maar ook was hij beducht voor de gevolgen ervan.
Aan de tijd van de Japanse bezetting was twee dagen eerder, op 15 augustus, na de val van atoombommen op de steden Hiroshima en Nagasaki, een einde gekomen. Lang niet iedereen in de uitgestrekte Indonesische archipel was meteen op de hoogte van de capitulatie van Japan na ruim drie jaar oorlog en ontbering.
De woorden van Soekarno over vrijheid en onafhankelijkheid voor Indonesië konden van het Nederlandse oppergezag rekenen op wraak, in elk geval een vergeldingsmaatregel. Mochten twee mannen het gehele eilandenrijk, nadat de macht van Japan was gebroken, zomaar tot zelfstandig, onafhankelijk gebied verklaren?
Er was zeker gevaar te duchten, juist van Nederlandse zijde. Soekarno en Hatta waren al eerder wegens landverraad, opruiing en haatzaaien jegens de heersende blanke elite tot ballingschap en gevangenschap veroordeeld. Zij heetten staatsgevaarlijk te zijn. Nu de Tweede Wereldoorlog met de capitulatie van Japan in Azië voorbij was en er aan de Japanse bezetting een einde kwam, wenste Nederland het vooroorlogse koloniale regime te herstellen en te bestendigen, liefst net zoals het altijd geweest was.
Toegegeven, er waren in Den Haag pogingen ondernomen om de verhoudingen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de overzeese koloniën te hervormen. De regering zocht naar zo gunstig mogelijke voorwaarden die de overgang naar onafhankelijkheid zouden regelen. Na de oorlog was er bijvoorbeeld geen ministerie van Koloniën meer. In haar beroemde rede van 6 december 1942 voor Radio Oranje wenste koningin Wilhelmina tegemoet te komen aan de levende wens van grotere zelfstandigheid in Nederlands-Indië en de andere overzeese rijksdelen.”

 

 2085531-610f9564e877421c46956400482adee0.jpg
Kester Freriks (Djakarta, 24 oktober 1954)

 

 

De Nederlandse schrijver Aristide von Bienefeldt (pseudoniem van Rijk de Jong) werd geboren op 24 oktober 1964 in Rozenburg bij Rotterdam. Zie ook alle tags voor Aristide von Bienefeldt op dit blog.

Uit:Confessions of a Son and Heir (Vertaald door Liz Waters)

“I am back in Holland. My stay is of a temporary nature: in six weeks at the most I'll have to return to Paris to replenish my stocks of Eropax brand antidepressants, prescribed me by my French physician -for one thing because in his opinion they drive away the fog that clouds my head and for another because my Dutch doctor refuses to supply me with them. Simon, who has travelled here with me, uses the same medecine. I keep telling myself that his situation is more serious than mine, but isn't it a tendancy all sick people suffer from? I can well imagine that a person afflicted with stomach cancer will laugh up his sleeve if he hears that his neighbour had been laid low by lung cancer. That is what is known as a short time advantage: it does not mean anything, maybe the neighbour will turn out to be one of the few who recover and the malignant cells that are rotting his own stomach will get a grip on his lower intestines and, why not, his oesophagus too. As far as the longer turn goes I better hold my tongue: these days there is not one individual left who is not aware that we are all going to slip through the cracks one fine day.
I do not have a permanent abode. I am like a wandering balladeer from a previous century. I alternate between staying in Paris - in a studio belonging to Simon's gadabout sister Emmanuelle or in my Dutch friend Erika's apartment - in south-western France where a fifty-seven-year-old gentleman puts a freestanding worker's house with terrace and pleasant garden at my disposal, with my friends Sylvain and Franck (who live like hermits in a basement flat in South London), or at a farm in the vicinity of Werkmansgat where my forefathers used to occupy themselves with agricultural work, churchgoing, and an inordinate urge to copulate that rendered up a future farmer or a farmer's wife once a year.“

 

 2085531-52d04ba59c491861d74929511ca189c4.png
Aristide von Bienefeldt (24 oktober 1964 - 20 januari 2016)

 

 

De Duitse dichter Karl August Georg Maximilian Graf von Platen-Hallermünde werd geboren op 24 oktober 1796 in Ansbach. Zie ook mijn blog van 24 oktober 2010 en eveneens alle tags voor August Graf von Platen op dit blog.

 

Nach langer Arbeit Glücklichem Vollbringen

Nach langer Arbeit Glücklichem Vollbringen
Mit süßem Nichts die Tage zu verträumen,
Bei jedem flüchtigen Genuß zu säumen,
Am Großen sich ergötzend und Geringen:

Aus edlen Dichtern einen Vers zu singen,
Gestreckt ins Gras, wo laute Quellen schäumen,
An Rosenhecken, unter Lindenbäumen
Das Leben unbesorgt dahin zu bringen.

Im Mai die Stirn mit jungem Laub zu krönen,
Die lauen Nächte, bis es wieder taget,
Durch Weingenuß und Liebe zu verschönen:

Dies ist, und wenn mich auch darob verklaget
Ein Sittenrichter, der es will verpönen,
Das Einzige, was meinem Sinn behaget.

 

 

Wer in der Brust ein wachsendes Verlangen

Wer in der Brust ein wachsendes Verlangen
Nach schönen Augen fühlt und schönen Haaren,
Den mahn ich ab, der nur zu viel erfahren
Von Schmerz und Qual durch eitles Unterfangen.

Dem jähen Abgrund nur mit Not entgangen,
Was blieb mir aus unendlichen Gefahren?
Im Aug die Spur von hingeweinten Jahren,
Und in der Brust ein ungeheures Bangen.
Naht nicht der jähen Tiefe, junge Herzen!
Des Ufers Liljen Glühn von falschem Feuer,
Denn ach, sie locken in das Meer der Schmerzen!

Nur Jenen ist das Leben schön und teuer,
Die frank und ungefesselt mit ihm scherzen,
Und ihnen ruft ein Gott: Die Welt ist euer.

 

Hab ich doch Verlust in Allem...

Hab ich doch Verlust in Allem, was ich je gewann, ertragen;
Aber Glaubet mir, das Leben läßt sich dann und wann ertragen!
Zwar des Leidens ganze Bürde riß mich oft schon halb zu Boden,
Doch ich hab es immer wieder, wenn ich mich besann, ertragen:
Mir geziemt der volle Becher, mir der volle Klang der Lauten,
Denn den vollen Schmerz des Lebens hab ich als ein Mann ertragen!
Doch nun fühl ich, wie beflügelt, bis zum Himmel mich gehoben,
Denn es lehrte mich das Leben, daß man Alles kann ertragen!
Und es öffnet gegen Alle sich das Herz in reiner Liebe,
Und ich will so gern mit Allen dieses Lebens Bann ertragen:
Schließt den Kreis und leert die Flaschen, diese Sommernächte feiernd,
Schlimmre Zeiten werden kommen, die wir auch sodann ertragen.

 

 2085531-aaac69ecaf838a5129b465b289b42ca7.png
August Graf von Platen (24 oktober 1796 - 5 december 1835)
Portret door Moritz Rugendas, ca. 1830

 

 

De Vlaamse auteur Ernest Claes werd geboren op 24 oktober 1885 te Zichem. Zie ook mijn blog van 24 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Ernest Claes op dit blog.

Uit: De moeder en de drie soldaten

“De Moeder waarover ik nu vertel had vijf zonen en vier dochters. Toen de oorlog kwam waren er nog drie ongetrouwd bij haar thuis, het meisje Mone, Bastiaan, en de jongste, Helm, ‘het Jungske’ zooals ze hem noemden. De Moeder was 'n eenvoudig mensch, nog van den ouden tijd. Ze kon lezen noch schrijven. In haar kinderjaren bestond er in de parochie geen school. Haar gebeden had ze geleerd van haar moeder. Bastiaan en Helm waren soldaat geweest. Toen ze opgeroepen werden voor den oorlog deed ze met Mone zoo goed als 't kon het werk voort. Maar 't was hard wroeten met twee melkkoeien, en zij en Mone daar alleen voorstaan. Voor 't zware werk kwam haar oudste zoon, Polidoor, helpen. Van Duitsche soldaten hadden ze geen last in 't dorp. In den laten Bamistijd van '17, toen ze bezig waren de beeten binnen te voeren, kwam Korneel, de veldwachter, op het land bij haar staan. Korneel zei: ‘De burgemeester heeft me gezonden. Daar komen bij u drie Duitsche soldaten op logement, zieken, zegt de burgemeester.’ De Moeder stond naast den kruiwagen, ze keek den veldwachter een poosje zwijgend en hard in de oogen, en zei dan: ‘Dat kan niet.’ - ‘En waarom kan dat niet?’ - ‘Bij een weduwe die met een jong meisje alleen zit, - dat mogen ze niet.... en in een huis dat zoo alleen ligt.’ Hare gedachten waren onmiddellijk naar Mone gegaan. Ook de veldwachter dacht aan Mone. - ‘Ge moet dat dan maar aan den burgemeester gaan zeggen,’ zei hij, en ging weg. De Moeder ging dien avond naar den burgemeester. Ze vernam dat de Duitsche officier, die tweemaal in de maand op het gemeentehuis kwam, haar huis had aangeduid, en nog twee andere boerderijen die aan den anderen kant van 't dorp lagen. Daar was niets aan te doen. De burgemeester klopte haar op den schouder. En ze moest het ook niet onmiddellijk zoo erg opnemen. Die soldaten sliepen maar ieverans in de schuur of op de schelft, er waren daar ook brave menschen onder. En 't was oorlog. De Moeder keek ook den burgemeester hard in de oogen. - ‘Het past niet,’ antwoordde ze kort, en ging. Ze had een zwaar hart. 's Avonds na 't eten zei ze tegen Mone: ‘Daar komen hier drie Duitschers.’ - ‘Ik weet het,’ knikte Mone. Dan viel er een stilte tusschen hen twee. Ze hoorden de klok tikken en den hond bassen tegen iemand die over den steenweg voorbijging.”

 

 2085531-72dd889bfeb8cf282f646201e8150a49.JPG
Ernest Claes (24 oktober 1885 - 2 september 1968)
Borstbeeld in museum Huize Ernest Claes in Zichem

 

 

De Duitse schrijfster Zsuzsa Bánk werd geboren op 24 oktober 1965 in Frankfurt am Main. Zie ook alle tags voor Zsuzsa Bánk op dit blogen ook mijn blog van 24 oktober 2010.

Uit:Schlafen werden wir später

“27. März 2009–17:43
Liebste Johanna,
heute Morgen hat Simon beim ersten frühen, viel zu frühen Kaffee gesagt, wäre er zehn Jahre jünger und hätte drei Kinder weniger, hätte er mich schon verlassen. Eine Drossel hatte sich ans nachtbeschlagene Fenster gesetzt und mit ihrem Schnabel angeklopft, als wolle sie uns warnen und bremsen, uns belauschen, um es an diesem Frühlingsmorgen schnell in ihre Vogelwelt zu tragen, von Ast zu Ast, von Zweig zu Zweig, Drosseln und Finken zu verkünden, die nach dieser Nachricht schnappen würden wie nach einem Wurm, hört, hört, Neues aus der Körberstraße zwölf, hört, hört.
Simon sagte es in einem Ton, als sei es ohne Bedeutung, als sei es etwas wie: Das Wetter schwenkt um, ich nehme lieber den Zug und nicht den Wagen, und vielleicht habe ich deshalb nichts erwidert, Johanna, vielleicht habe ich deshalb Tassen und Teller aus der Spülmaschine in den Schrank geräumt, wie jeden Morgen, weiter Messer zu Messern, Löffel zu Löffeln gelegt und getan, als hätte ich nichts gehört und müsste deshalb auch nichts erwidern. Obwohl Simons Satz den ganzen still verregneten, langen, viel zu langen Tag in mir hämmert, mich aufscheucht und rastlos, ruhelos wie eine Gefangene in ihrer Zelle umherschickt, die Finger knetend, auf und ab, die Ringe drehend, besonders den einen, besonders diesen einen Ring. Wirrgrelle Lichtgirlanden wie die farbigen Pfeile einer Feuerwerksrakete schießen seine Worte durch meinen müden Kopf, seit sie am Morgen gefallen sind, in dieser schmalen Zeitschleuse, als die Kinder noch schliefen und es still in unserer Küche war, still genug, um eine Drossel mit nassen Federn zu hören, die ihren spitzen Schnabel an unser Fenster schlug.
Soeben ist Lori gegangen und hat ihren Loriduft zurückgelassen, etwas L’air du printemps, Blumen im Korb, Märzregen in der Jacke, der die plötzlich heißen Tage wegwäscht, die Lorimischung aus abgestreiftem Winter und scheuem, verzagtem Frühling. Sie war mit einer Kiste gekommen, voller Goldflieder und Tulpenmagnolien aus ihrem Garten, deren Blüten an den ersten warmen Tagen heftig schwärmerisch und, wie ich gerade finde, unnütz bunt aus den Zweigen geschossen sind. Ich saß neben dem schlafenden, in seine hellblaue Babydecke gewickelten winzigen Henri auf der Küchenbank, zupfte simonvergessen an Spreißeln und schaute Lori zu, als sie mit ihrer Zitterhand die Stiele mit dem einzigen scharfen Küchenmesser schnitt und die Zweige nach und nach in die Vase steckte.“

 

 2085531-b0af807b8d79c6a60702c899dd7a603b.jpg
Zsuzsa Bánk (Frankfurt am Main, 24 oktober 1965)

 

 

De Engels - Amerikaanse dichteres Denise Levertov werd geboren op 24 oktober 1923 in Ilford, Essex. Zie ook alle tags voor Denise Levertov op dit blog en ook mijn blog van 24 oktober 2010.

 

Hypocrite Women

Hypocrite women, how seldom we speak
of our own doubts, while dubiously
we mother man in his doubt!

And if at Mill Valley perched in the trees
the sweet rain drifting through western air
a white sweating bull of a poet told us

our cunts are ugly—why didn't we
admit we have thought so too? (And
what shame? They are not for the eye!)

No, they are dark and wrinkled and hairy,
caves of the Moon ... And when a
dark humming fills us, a

coldness towards life,
we are too much women to
own to such unwomanliness.

Whorishly with the psychopomp
we play and plead—and say
nothing of this later. And our dreams,

with what frivolity we have pared them
like toenails, clipped them like ends of
split hair.

 

 

The Well

At sixteen I believed the moonlight
could change me if it would.
I moved my head
on the pillow, even moved my bed
as the moon slowly
crossed the open lattice.

I wanted beauty, a dangerous
gleam of steel, my body thinner,
my pale face paler.
I moonbathed
diligently, as others sunbathe.
But the moon's unsmiling stare
kept me awake. Mornings,
I was flushed and cross.

It was on dark nights of deep sleep
that I dreamed the most, sunk in the well,
and woke rested, and if not beautiful,
filled with some other power.

 

 2085531-adf91ec4573861298a78cd0b77d14e28.jpg
Denise Levertov (24 oktober 1923 – 20 december 1997)
Cover

 

 

De Amerikaanse schrijver Norman Rush werd geboren op 24 oktober 1933 in San Francisco. Zie ook alle tags voor Norman Rush op dit blog en ook mijn blog van 24 oktober 2010

Uit:Mating

„I stopped in my tracks. There was elation and desperation. Where was my companion? I had no companion, et cetera. I had no life companion, but why was that? What had I done that had made that the case, leaving me in danger? Each time I thought the word “companion” I felt pain collecting in my chest. I suddenly realized how precipitous the place I had chosen to sit and commune from was. The pain was like hot liquid, and I remember feeling hopeless because I knew it was something not amenable to vomiting. I wanted to expel it. Vomiting is my least favorite inevitable recurrent experience, but I would have been willing to drop to all fours and vomit for hours if that would access this burning material. It was no use saying mate or compadre instead of companion: the pain was the same. Also, that I genuinely deserved a companion was something included. I wish I knew how long this went on. It was under ten minutes, I think.
Who can I tell this to, was the thought that seemed to end it. I may have been into the diminuendo already, because I had gotten back from the ledge, back even from the path and into the undergrowth. It all lifted. I sat in the brush, clutching myself. I had an optical feeling that the falls were receding. Then it was really over.
I hauled myself back to the hotel feeling like a hysteric, except for the sense that I had gotten something germane, whatever it was, out of my brush with chaos.“

 

 2085531-f7b63efb3a2309de2956de1a0f42bed3.jpg
Norman Rush (San Francisco, 24 oktober 1933)

 

 

De Ierse dichter en essayist Robert Greacen werd geboren op 24 oktober 1920 in Derry (Londonderry). Zie ook alle tags voor Robert Greacen op dit blog en ook mijn blog van 24 oktober 2010

 

Knowledge Is Power

Intelligence and espionage, Fox knows the score.
But where he acquired his expertise
Must be labelled strictly confidential.
He talks of MI5 and CIA, of Interpol and KGB,
Truth drugs, interrogation, planted information,
Cryptonyms, code names, double and triple agents.

He talks of `Kingfish' Angleton's 'lunatic projects',
Computer analysis of trade journals, newspapers,
Systematic filing of gossipy taped conversations,
Scrutiny of the contents of wastepaper baskets,
In-depth study of photos and simple artefacts,
The 'gaming theory' based on Method acting,
Designed to show how politicos react
To everyday and crisis situations.

`Knowledge is power,' says Fox.
A splendid cliché old MacDougall taught me
Nearly forty years ago.'

An alpha plus to that good dominie.

 

 

Last Post

Now the fact seems diamond hard,
This time the Captain's really dead.
Two German doctors signed the death certificate,
Press, radio, T.V. have not disputed it.
The Times has sent Fox off in style; 1/4,
A favourable obit and two appreciations.
The world's press echoed them.
Yet still an air of mystery surrounds
The Captain's death in Freiburg.

A memorial service has been arranged:
At Margaret's, Westminster, in London's heart.
It's said the PM will be there 3/4
Also a dashing Royal Duke
Will hear the Last Post sounded.

Now Fox's friends must patiently collect
Each piece of the mosaic of a life
That still has baffling gaps.
Already the Yale-men are hard at work
Forging a scholar's key to Fox's door.
One day a monolith of Yankee print
Will tell us all 3/4 or not a bloody thing.

 

 2085531-38759be9037a37a51dff5176d863409c.jpg
Robert Greacen (24 oktober 1920 – 13 april 2008)
Londonderry

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e oktober ook mijn blog van 24 oktober 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:46 Reageer op dit bericht

Michel van der Plas, Masiela Lusha, Augusten Burroughs, Robert Bridges, Adalbert Stifter, Nick Tosches, Rodja Weigand, Gjergj Fishta, Restif de la Bretonne

De Nederlandse dichter en schrijver Michel van der Plas werd geboren op 23 oktober 1927 in Den Haag. Zie ook mijn blog van 23 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Michel van der Plas op dit blog.

 

Bezoekje

Al is het wel wat lang geleden
dat 'k op een doordeweekse dag
hier neergeknield heb en gebeden,
toch weet ik, Heer, gij zijt tevreden
met mijn doorgaans gevolgd gedrag.

Ik heb geen kwaad op mijn geweten,
want 'k bleef mijn man in kuisheid trouw;
en had ik Vrijdags vlees gegeten
of de collecte weer vergeten,
dan had ik steeds oprecht berouw.

Ik ben niet als dat mens van Poole,
dat weet u: ik deed Kees en Jeanne
op goede katholieke scholen
en van jongsaf heb 'k ze bevolen
om Zondags naar de mis te gaan.

Ik mag u rustig alles vragen;
dat heeft de kapelaan gezegd,
toen 't na de Quatertemperdagen
de derde roep was van Jan Hagen
met dat mooi nummer van Van Echt.

Ik bid u, Heer, voor Zuid-Korea,
dat het niet overslaat naar hier,
en dan, voor Zondag als 'k met Thea,
de zuster van mijn man, naar zee ga
om prachtig weer en veel plezier.

Verhoed toch dat u ook de Russen
de atoombom produceren laat,
en u moet ook dat kind eens sussen
van de overkant, dat 's nachts steeds tussen
half drie en drie zo schreeuwen gaat.

Berisp ook eindelijk eens mijn zwager,
die fout was, om zijn grote mond,
en help me onthouden dat 'k de slager
straks nog moet bellen om een mager
kalfslapje van een hallef pond.

Ik bid u voor de negerkindren,
die nog niet weten wie gij zijt,
maar als ze ooit de Shell gaan hindren
moet gij hun aantal maar vermindren,
O Heer, in uw voorzienigheid.

Bescherm ons kleine, dappre landje,
vooral de Roomse minderheid,
en geef Verheul, dat protestantje,
nu eindlijk eens een ernstig standje
als hij mijn man zijn zaak vermijdt.

En houd, wanneer de Russen komen,
vooral toch Hoogstraat 6 in 't oog,
want gij zijt altijd met de vromen
die vredig van de hemel dromen
en naarstig streven naar omhoog.

En laat Kees slagen voor 't examen,
en geef Jeanne's jongen beter werk,
en houd ons allemaal lang samen,
tot later in de hemel, amen.

Wat doet die Dijkstra in de kerk?

 

 2085212-6d57fbab993a72842b13ce595ceb3178.jpg
Michel van der Plas (23 oktober 1927 -21 juli 2013)
Hier links in gesprek met Godfried Bomans in 1969

 

 

De Albanees-Amerikaanse schrijfster en actrice Masiela Lusha werd geboren op 23 oktober 1985 in Tirana. Zie ook mijn blog van 23 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Masiela Lusha op dit blog.

 

Eternity

A carved stone can reign like a mountain,
Only to be meat in natures jaw.
But no wind or snow can tumble
Into the steel minds of humanity and memory-
Of books and history.

 

Fire

Near. So near that you can kiss me.
I can see the gods dancing
Inside your belly,
And they break away star by star
From the tips of your curling
Fingers pointing up to their bed of waiting
Companions.

You release them, and you send them away.
And I watch, your color tied to me
Like a glowing sigh. And the illusion
Of a kiss. You don't need to touch me
For us to dance to the songs of my heart;
You are a belly dancer who never leaves
Your stage of broken nature.
But others will leave their silly stage of comfort
For you. And your price? Their lives.

You seduce the wind, and you seduce my cleverness,
And like the wind, my airy thoughts
Tumble and curve to you,
Hidden and lost to the dark bends of your nature.

And I drift, like a plucked leaf, to your imploding swells of heat-
Drawing me near, so near that you can kiss me.

 

 2085212-b6686fe0d99a7e2a890e3d18b40dcd66.jpg
Masiela Lusha (Tirana, 23 oktober 1985)

 

 

De Amerikaanse schrijver Augusten Xon Burroughs werd geboren op 23 oktober 1965 in Pittsburgh, Pennsylvania. Zie ook mijn blog van 23 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Augusten Burroughs op dit blog.

Uit: A Wolf at the Table. A Memoir of My Father

“I am wet-faced and shrieking. I am alone in the awake-pit with the terrible bright above my head. I need: my mother, my silky yellow blanket, to be lifted, to be placed back in my box. I am crying but my mother doesn’t come to pick me up and this makes me mad and afraid and mad again, so I cry harder.
On the other side of the door, he is laughing. He is my brother. He’s like me but he’s not me. We’re linked somehow and he’s home but he’s not home, like my mother and her voice.
Opposite this door against the wall, there is a dresser with drawers that my mother can open but I cannot, no matter how hard I pull. The scent of baby powder and Desitin stains the air near the dresser. These smells make me want to pee. I don’t want to be wet so I stand far away from the dresser.
This is my first whole memory --- locked alone in my room with my brother on the other side of the door, laughing.
There is another memory, later. I am in the basement sitting on a mountain of clothing. The washer and dryer are living pets; friendly with rumbling bellies. My mother feeds them clothing. She is lifting away pieces of my mountain, placing them into the mouth of the washer. Gradually, my mountain becomes smaller until I can feel the cool of the cellar floor beneath me.
A form on the wooden stairs. The steps themselves smell sweet and I like to lick them but they are coarse and salty; they don’t taste as they smell and this always puzzles me and I lick again, to make sure. The thing on the stairs has no face, no voice. It descends, passes before me. I am silent, curious. I don’t know what it is but it lives here, too. It is like a shadow, but thick, somehow important. Sometimes it makes a loud noise and I cover my ears. And sometimes it goes away.
“Did my father live with us at the farmhouse in Hadley?”
I was in my twenties when I called my mother and asked this question. The farmhouse --- white clapboard with black shutters and a slate roof --- sat in a brief grassy pasture at the foot of a low mountain range. I could remember looking at it from the car, reaching my fingers out the window to pluck it from the field because it appeared so tiny. I didn’t understand why I couldn’t grab it, because it was just right there.“

 

 2085212-23ed86d085f3eee3da59e079a705d2f4.png
Augusten Burroughs (Pittsburgh, 23 oktober 1965)

 

 

De Engelse dichter, toneel- en prozaschrijver Robert Seymour Bridges werd geboren in Walmer, Kent, op 23 oktober 1844. Zie ook alle tags voor Robert Bridges op dit blog en ook mijn blog van 23 oktober 2009 en ook mijn blog van 23 oktober 2010

 

I Have Loved Flowers That Fade

I have loved flowers that fade,
Within whose magic tents
Rich hues have marriage made
With sweet unmemoried scents:
A honeymoon delight-
A joy of love at sight,
That ages in an hour-
My song be like a flower!

I have loved airs that die
Before their charm is writ
Along a liquid sky
Trembling to welcome it.
Notes, that with pulse of fire
Proclaim the spirit's desire,
Then die, and are nowhere-
My song be like an air!

Die, song, die like a breath,
And wither as a bloom;
Fear not a flowery death,
Dread not an airy tomb!
Fly with delight, fly hence!
'Twas thine love's tender sense
To feast; now on thy bier
Beauty shall shed a tear.

 

 

The evening darkens over

The evening darkens over
After a day so bright
The windcapt waves discover
That wild will be the night.
There’s sound of distant thunder.

The latest sea-birds hover
Along the cliff’s sheer height;
As in the memory wander
Last flutterings of delight,
White wings lost on the white.

There’s not a ship in sight;
And as the sun goes under
Thick clouds conspire to cover
The moon that should rise yonder.
Thou art alone, fond lover.

 

 2085212-645dcf22b4dfb89228733481361dd4f7.jpg
Robert Bridges (23 oktober 1844 - 21 april 1930)
Portret door Charles Furse, 1894

 

 

De Oostenrijkse schrijver Adalbert Stifter werd geboren in Oberplan op 23 oktober 1805. Zie ook mijn blog van 23 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Adalbert Stifter dit blog.

Uit: Der Nachsommer

„Der Vater hatte auch einen Kasten, in welchem Münzen waren, von denen er uns zuweilen einige zeigte. Da befanden sich vorzüglich schöne Taler, auf welchen geharnischte Männer standen oder die Angesichter mit unendlich vielen Locken zeigten, dann waren einige aus sehr alten Zeiten mit wunderschönen Köpfen von Jünglingen oder Frauen, und eine mit einem Manne, der Flügel an den Füßen hatte. Er besaß auch Steine, in welche Dinge geschnitten waren. Er hielt diese Steine sehr hoch und sagte, sie stammen aus dem kunstgeübtesten Volke alter Zeiten, nehmlich aus dem alten Griechenlande her. Manchmal zeigte er sie Freunden; diese standen lange an dem Kästchen derselben, hielten den einen oder den andern in ihren Händen und sprachen darüber.
Zuweilen kamen Menschen zu uns, aber nicht oft. Manches Mal wurden Kinder zu uns eingeladen, mit denen wir spielen durften, und öfter gingen wir auch mit den Eltern zu Leuten, welche Kinder hatten, und uns Spiele veranstalteten. Den Unterricht erhielten wir in dem Hause von Lehrern, und dieser Unterricht und die sogenannten Arbeitsstunden, in denen von uns Kindern das verrichtet werden mußte, was uns als Geschäft aufgetragen war, bildeten den regelmäßigen Verlauf der Zeit, von welchem nicht abgewichen werden durfte.
Die Mutter war eine freundliche Frau, die uns Kinder ungemein liebte, und die weit eher ein Abweichen von dem angegebenen Zeitenlaufe zugunsten einer Lust gestattet hätte, wenn sie nicht von der Furcht vor dem Vater davon abgehalten worden wäre. Sie ging in dem Hause emsig herum, besorgte alles, ordnete alles, ließ aus der obgenannten Furcht keine Ausnahme zu und war uns ein ebenso ehrwürdiges Bildnis des Guten wie der Vater, von welchem Bildnisse gar nichts abgeändert werden konnte. Zu Hause hatte sie gewöhnlich sehr einfache Kleider an. Nur zuweilen, wenn sie mit dem Vater irgend wohin gehen mußte, tat sie ihre stattlichen seidenen Kleider an und nahm ihren Schmuck, daß wir meinten, sie sei wie eine Fee, welche in unsern Bilderbüchern abgebildet war. Dabei fiel uns auf, daß sie immer ganz einfache, obwohl sehr glänzende Steine hatte, und daß ihr der Vater nie die geschnittenen umhing, von denen er doch sagte, daß sie so schöne Gestalten in sich hätten.
Da wir Kinder noch sehr jung waren, brachte die Mutter den Sommer immer mit uns auf dem Lande zu. Der Vater konnte uns nicht Gesellschaft leisten, weil ihn seine Geschäfte in der Stadt festhielten; aber an jedem Sonntage und an jedem Festtage kam er, blieb den ganzen Tag bei uns und ließ sich von uns beherbergen. Im Laufe der Woche besuchten wir ihn einmal, bisweilen auch zweimal in der Stadt, in welchem Falle er uns dann bewirtete und beherbergte.“

 

 2085212-a87e79e5593970a970886f910a479b35.jpg
Adalbert Stifter (23 oktober 1805 - 28 januari 1868)
In 1820. Portret in zijn geboortehuis in Horní Planá (Oberplan)

 

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en journalist Nick Tosches werd geboren op 23 oktober 1949 in Newark, New Jersey. Zie ook alle tags voor Nick Tosches op dit blog en ook mijn blog van 23 oktober 2009 en ook mijn blog van 23 oktober 2010

Uit: Dino: Living High in the Dirty Business of Dreams

“His schoolmates had never really known him. Even his loving familiy could not tell for sure what lay within this kid who moseyed around among them with a hat on, singing. There was a pin-tumbler sidebar lock on his guts that no one could pick. That was just the way he was, and it was just the way he always would be.
Unlettered and rough-cut, Dino possessed both wiles and wisdom beyond his years – anyone trying to fuck with his mind or his body or his soul found this out forthwith. But the wisdom served by those wiles was an annihilating wisdom. It was the wisdom of the old ways, a wisdom through which the seductions of reason and love and truth and all such frail and flimsy lepidoptera would in their seasons emerge and thrive, wither and die. The sum of Dino’s instincts had to do with the old ways, those ways that were like a wall, ways that kept the world lontano, as the mafiosi would say: distant, safely and wisely at bay. That was how he liked it: lontano, like the flickering images on the theater screen that gave him pleasure as he sat alone, apart from them and unknown to them, in the dark.
Those close to him could sense it: He was there, but he was not really there; a part of them, but apart from them as well. The glint in his eye was disarming, so captivating and so chilling at once, like lantern-light gleaming on nighttime sea: the tiny soft twinkling so gaily inviting, belying for an instant, then illuminating, a vast unseen cold blackness beneath and beyond. The secret in its depth seemed to be the most horrible secret of all: that there was no secret, no mystery other than that which resides, not as a puzzle to be solved or a revelation to be discovered, but as blank immanence, in emptiness itself.“

 2085212-9d2b010eef1bc80e67b5b8482a16c3b2.jpg
Nick Tosches (Newark, 23 oktober 1949)
Dean Martin in 1964

 

 

De Duitse dichter, schrijver en uitgever Rodja Weigand werd geboren op 23 oktober 1945 in München. Zie ook alle tags voor Rodja Weigand op dit blog en ook mijn blog van 23 oktober 2010

 

das lied des victor jara

netze werfen sie
über die schwingen
des condors und
binden ihn fest
mit eisenschellen
am andenfels.

lautlos klingt
das lied victor jaras
unter dem orkan in
abgehackten kadenzen
sanft
wie die stimme
der frau.

 

 2085212-64a58dd73a6c5321f4443cc047826ab1.png
Rodja Weigand (München, 23 oktober 1945)

 

 

De Albanese dichter, vertaler en pater Franciscaan Gjergj Fishta werd geboren op 23 oktober 1871 in Fishta të Zadrimes. Zie ook alle tags voor Gjergj Fishta op dit blog en ook mijn blog van 23 oktober 2008.

 

THE HIGHLAND LUTE(fragment)

When the Turk had read the message
He was filled with rage and anger.
How he set upon the land to
Eat them up alive, those tribesmen.
But the Albanians were resolved
He'd not devour or invade them.
They had come to a decision,
For their land they'd muster courage,
If attacked by king or sultan.
Thus the Turk and the Albanian
Seized each others' throats and strangled,
Smashed each others' skulls to pieces,
Crushed them like so many pumpkins!
Fire broke out then in the Balkans.
The shkja, in anguish that Albania,
Freed now of the sultan's power,
Might not fall into his clutches
As he had foreseen the matter,
Set upon the Turk like lightning,
Like the wild boar with the jackal.
They did haggle and did grapple,
Scuffled, wrestled, bit and murdered,
Rifles volleyed, cannons battered,
Blood in torrents swashed the clearings,
Over fields and through the thickets,
'Til at last, midst din and clamour,
Of the Turkish yoke released,
As she'd wanted, was Albania,
Free at last, as God had promised,
But no, brothers, do believe me,
Not as Turk or shkja would have it.
That the Turk begrudged our freedom
I can understand, but don't know
What got into Prince Nikolla,
Forcing to submit Albanians,
Crush them under heel, enslave them,
And to seize that land where once
In ancient times Gjergj Castriota
Brandished in a flash his sabre.

 

 2085212-88750e5475d30553b48e2b5801959a42.jpg
Gjergj Fishta ( 23 oktober 1871 – 30 december 1940)
Monument in Lezhë

 

 

De Franse schrijver Nicolas Edmonde Restif de La Bretonne werd geboren op 23 oktober 1734 in Sacy bij Auxerre. Zie ook alle tags voor Réstif de la Bretonne op mijn blog en ook mijn blog van 23 oktober 2008.

Uit: La vie de mon père

« Je ne veux peindre le vénérable Berthier que par ses actions : je les ai déja consi-gnées dans l'école des pères, ouvrage que j'ai rédigé de plénitude de cœur; oit j'ai rapportai ce que j'ai vu, & ce que j'ai en-tendu : Voici le passage; il est la suite d'un autre qu'on doit trouver à la fin de cet ouvrage, & qui offre de même le portrait du vénérable Curé. C'est mon Père qui parle.
—Notre Maître d'école ébauchait l'ou-vrage du Pasteur, & l'achevait. Je m'explique. Il commençait â donner les premiers élémens aux Enfans , & faisait aux grands Garsons & aux grandes Filles des leçons familières sur la conduite ordinaire de la vie , entre Mari & Femme, Frères & Soeurs, &c. Comme il était marié, & père d'une nombreuse Famille, ses conseils ne paraissaient que le fruit de son expérience : cependant on a su depuis , que tout était prémédité avec le Pasteur. Deux fois l'an, on avait des vacances, pour la récolte des grains, & pour les vendanges: il ne rentrait même que peu d'Écoliers après les moissons; le grand nombre attendaient la fin des gros ouvrages. Les jours fixés étaient le dernier juin pour la clôture, & le 20 octobre pour la rentrée : il n'y avait point de leçons ces deux jours-la le bon Vieillard consacrait le temps de la classe â des discours, que je ne puis me rappeler fans attendrissement.
Celui de juin roulait sur les torts qu'on pouvait faire au Prochain dans la campagne, durant les récoltes, & sur l'emploi des heures de relâche que les travaux pouvaient laisser."

 

 2085212-4d61a9d29173e0821aa0e2f91f2b43f1.jpg
Réstif de la Bretonne (23 oktober 1734 – 3 februari 1806)
Cover

Geschreven door Romenu om 18:36 Reageer op dit bericht

Antjie Krog

De Zuid-Afrikaanse dichteres en schrijfster Antjie Krog werd geboren in Kroonstad op 23 oktober 1952. Krog debuteerde in 1970 op 17-jarige leeftijd met de dichtbundel Dogter van Jefta. Haar tweede publicatie januari-suite (1972) werd onderscheiden met de Eugène Maraisprys. Andere werken van Krog zijn de bundels Otters in bronslaai, Jerusalemgangers en Kleur kom nie alleen nie. In Nederland is Antjie Krog onder meer bekend door haar optreden bij Poetry International, de Nacht van de Poëzie en het festival Winternachten. In 1999 verscheen bij uitgeverij Atlas een bloemlezing uit haar werk onder de titel Om te kan asemhaal. Daarna zijn haar dichtbundels bij Uitgeverij Podium verschenen. Zij schreef ook proza, bijvoorbeeld Country of my Skull - in het Nederlands: De kleur van je hart (1998/2000), toneelstukken en non-fictie, bekroond met onder meer de Pringle Award, de Foreign Correspondent Award en de Alan Paton Award. Krog is getrouwd, moeder van vier kinderen en woont in Kaapstad. Ze is hoogleraar aan de Universiteit van de Westkaap.

 

Land van genade en verdriet -1

tussen jou en mij
hoe verschrikkelijk
hoe wanhopig
hoe vernietigend breekt het tussen jou en mij

zoveel verwonding in ruil voor waarheid
zoveel verwoesting
zo weinig is overgebleven om voor te overleven

waar gaan we heen van hier?

je stem slingert
woedend
langs de kil snerpende zweep van mijn verleden

hoe lang duurt het?
hoe lang voor een stem
de ander bereikt

in dit land dat zo bloedend tussen ons ligt.


Vertaald door Robert Dorsman en Jan van der Haar

 

 

Nadat haar man begraven was

nadat haar man begraven was
liet overgrootmoeder Betjie van Middenspruit
hem opgraven
en trok hem een ander zondags pak aan

‘ineens begrijp ik het’ zegt mijn moeder
‘ik zou niets liever willen dan
daar bij die hoop grond te gaan graven
net zolang totdat ik bij je vader ben

tot bij waar hij is en hem
aan zijn schouders optil
die onontkoombare daarheid van ’m’

 

 

Dichter wordende

op een ochtend word je wakker midden in klank
met vocaal en klinker en diftong als voelspriet
met aarzelende zorg stem je de geringste beroering
van licht en verlies in klank af

onmiddellijk zie je jezelf geknield
aan de hoorbaar kloppende wand
van een woord – zoekend naar het precieze
moment waarop een versregel volloopt in klank

wanneer de betekenis van een woord zwicht,
begint te verschuiven en zich ten slotte overlevert aan geluid
vanaf dat moment smacht het bloed naar de betovering
van taal – de enige waarheid krijgt een huid van klank

de dichter dicht met haar tong
zij haalt adem – ja, diep uit haar oor

 

 2111195-4d84e4cc0218b825a8b7eb61c4469bf8.jpg
Antjie Krog (Kroonstad, 23 oktober 1952)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten