Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 25 oktober 2017 tot 26 oktober 2017

Jan Wolkers, Marja Pruis, Andrew Motion, Maartje Wortel, Stephen L. Carter, Harry M.P. van de Vijfeijke, Karin Boye, Trevor Joyce, Pat Conroy

De Nederlandse dichter, schrijver en beeldend kunstenaar Jan Wolkers werd geboren in Oegstgeest op 26 oktober 1925. Zie ook mijn blog van 26 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Jan Wolkers op dit blog.

Uit: De perzik van de onsterfelijkheid

“De vogels schreeuwden hem wakker. Met zijn ogen dicht bleef hij liggen luisteren naar het gekrijs, hels en genadeloos, alsof ze de zon boven de horizon uit wilden vloeken. Erdoorheen hoorde hij een vreemd klapperen, als van een zonnescherm in de wind Die zak van boven heeft de vlag weer vergeten binnen te halen. Verleden jaar had bijna de hele trap er ruzie over. Stelletje melkmuilen en trutten. Belediging van de vlag. Je gelooft je oren niet. Alsof de mensen nooit boven het niveau van padvinders uitkomen. 0, wat is m'n rood, wit en blauw vernederd. Die vlag hangt nog halfstok ook. Dan is het ook nog een belediging voor de doden. De doden. Het is een instituut geworden. Die gruwelijk vermoorden schijnen zich om te draaien in hun massagraf als er zo hier en daar een vlaggetje onder de sterrenhemel blijft wapperen. Primitief bijgeloof. Puur animisme Alsof dat dundoek door de vleermuizen van het kwaad bezwadderd zou kunnen worden, alsof de vijand hem zou kunnen bezeiken in het nachtelijk duister. Als jullie willen zien hoe de vlag en de doden beledigd worden hadden jullie gisteravond op de Dam moeten gaan kijken. Ze spatten bijna van woede uit elkaar. Als een stel piranha's zouden ze zich op je gebeente willen storten om het laatste beetje merg eruit te vreten. Zo te horen staat er een behoorlijke bries. Niet eruit geweest vannacht. Nee toch? Even goed nadenken. Te veel valium geslikt. Snoep verstandig. Dat ruisen in mijn hart of daaromtrent. Het is of er zandkorrels je aderen in gespoeld worden. Sterk vertakte rivier. Het slibt dicht. Een treurwilg van geronnen bloed. Je bloedsomloop als een foto van de bliksem. Aderen van witheet metaal. Alsof je van binnen uit in een keurslijf wordt gegoten. Een skelet van nikkel. De grote verstijving. Door de stank van de asbak met peuken heen rook hij de dranklucht. Hij zag zijn vrouw weer, onderuit gezakt voor de televisie, naar de dodenherdenking zitten kijken. Die zinloze dennen tegen de oranje avondlucht. Verleden jaar nog in zwart-wit. In kleur is het nog treuriger. Je hoort de laatste zanglijster. Je staat daar en je zakt weg. Die salvo's uit het verleden. Je dacht er steeds aan. Dat je eenzaam zou vergaan. Ze zat maar te mompelen. Moest natuurlijk weer aan Henk denken. Zelf ook. Het kan niet anders. Dat dat je voorgoed bijblijft. De fakkels die opdoemen alsof de doden een geest hebben. Die reusachtige bronzen klok dreunt op den duur in je kop mee. Zo'n stel van die jongens van vroeger in overall met een sten voor hun borst. Onherroepelijk weg en voorbij. Voor wie voeren ze die maskerade eigenlijk op. Te goed doervoed.”

 

 2086184-2b6e63eda67c7e5d530071667ab4ef1e.jpg
Jan Wolkers (26 oktober 1925 – 19 oktober 2007)
Cover

 

 

De Nederlandse schrijfster en journaliste Marja Pruis werd geboren in Amsterdam op 26 oktober 1959. Zie ook alle tags voor Marja Pruis op dit blog.

Uit: Zachte riten

“Het idee dat Abraham de Winter op me zit te wachten prikkelt me, ik zal dat nooit aan Leon kunnen uitleggen. Misschien moet je daar vrouw voor zijn, altijd denken dat de verlossing van buitenaf moet komen. Want natuurlijk zal Abraham de Winter me een aanbod doen, is het niet dat hij me over een flipperkast heen wil buigen – ach Ellie – dan wel dat hij me wil peilen voor een of andere functie, een prestigieus project, een bijdrage aan een boek, een samenwerking, iets Europees, iets met geld, waarvoor verder niemand wordt gevraagd. Iets waardoor ik zomaar over een paar weken voor onbepaalde tijd naar Leuven kan verhuizen, waar ik me iedere ochtend over de kasseien naar mijn werk spoed in de schaduw van de machtige kathedraal, alles en iedereen op mijn weg begroetend, want Leuven blijkt best klein.
Het restaurant waar we op zijn verzoek hebben afgesproken is gevestigd in een oude verffabriek, of het was ooit een drukkerij, dat kan ook. De serveerster begeleidt me naar een podium dat zich uitstrekt over de hele lengte, pal onder lange smalle ramen waardoor nooit een sprankje zon naar binnen zal zijn gevallen. De zaak ligt in een steegje, pal tegenover een nog hoger pand waarin net een krantenredactie onderdak heeft gevonden nadat het jarenlang de ruigste danstent van de stad herbergde. Ik wring me in een bocht om door het raam omhoog te kijken terwijl ik me afvraag hoe het zou zijn om een date met Abraham de Winter te hebben. Of de man met de perfecte papieren – het hoogleraarschap, de internationale carrière, de juiste bezigheden – niet een kikker op het droge zou blijken, een grijnzende amfibie in zijn beste jasje-dasje, dat zich bij voorkeur achter in een restaurant opstelde zodat hij de deur in de gaten kon houden. Als hem niet beviel wat daar binnen kwam zeilen op de in het vooruitzicht gestelde hoge hakken, zou hij ook zomaar, páts, verschwunden kunnen zijn.
‘Heeft ze grote tieten?’ vroeg hij Ellie over een journaliste die hem wilde interviewen voor het universiteitsblad.”

 

 2086184-b17e2bf7570f9f55d3e42f03272c083a.jpg
Marja Pruis (Amsterdam, 26 oktober 1959)

 

 

De Engelse dichter, schrijver en biograaf Andrew Motion werd geboren op 26 oktober 1952 in Braintree in Essex. Zie ook alle tags voor Andrew Motion op dit blog en ook mijn blog van 26 oktober 2010

 

Anne Frank Huis

Even now, after twice her lifetime of grief
and anger in the very place, whoever comes
to climb these narrow stairs, discovers how
the bookcase slides aside, then walks through
shadow into sunlit room, can never help

but break her secrecy again. Just listening
is a kind of guilt: the Westerkirk repeats
itself outside, as if all time worked round
towards her fear, and made each stroke
die down on guarded streets. Imagine it—

four years of whispering, and loneliness,
and plotting, day by day, the Allied line
in Europe with a yellow chalk. What hope
she had for ordinary love and interest
survives her here, displayed above the bed

as pictures of her family; some actors;
fashions chosen by Princess Elizabeth.
And those who stoop to see them find
not only patience missing its reward,
but one enduring wish for chances

like my own: to leave as simply
as I do, and walk at ease
up dusty tree-lined avenues, or watch
a silent barge come clear of bridges
settling their reflections in the blue canal.

 

 2086184-e34967a85157ea58d87b393f22b1cf88.jpg
Andrew Motion (Braintree, 26 oktober 1952)

 

 

De Nederlandse schrijfster Maartje Wortel werd geboren in Eemnes op 26 oktober 1982. Zie ook alle tags voor Maartje Wortel op dit blog.

Uit: Er moet iets gebeuren

“Je hebt je eigen kamer. Je bent met je vader en moeder naar een winkel gegaan en hebt een bureau gekocht om aan te studeren. In het bureau zitten drie lades. In het begin blijven de onderste twee lades leeg. Tot je steeds meer rotzooi verzameld hebt. Sleutelhangers, pasfoto’s, bonnetjes en paracetamol. Als je verhuist, verhuist de rotzooi mee. Onder een paar schriften en postelastieken ligt een briefje van een geliefde. Jullie zien elkaar niet meer.
Je mist iemand die in een ander land is gaan wonen. Soms sta je er zelfs mee op. Je bent moe van de ruimte tussen jullie lichamen. De aanwezigheid van een afwezigheid. Dat was altijd al zo, maar eerder was de ruimte kleiner, overzichtelijker. Je overbrugde de afstand lopend of op de fiets. Nu denk je aan het gat tussen jezelf en de dood, waarvan je hoopt dat die eindeloos is. Als het aan jou ligt is het een landschap zoals een woestijn.
Je hebt vroeger hele zomervakanties doorgebracht met het luisteren naar tapes van Bert & Ernie. Je zat in een houten schommelstoel en hoorde Bert & Ernie zingen:
Het is een troep, troep, vreselijke troep; we hebben al een tijd niets meer opgeruimd. Troep, troep, alles is zoek, we hebben al een tijd niets meer opgeruimd. La-la-la-la-la, la-la-la-la-la!Er zijn mensen die voortdurend alles opruimen. Ze stoppen hun spullen achter deurtjes. Als iedereen alles uitstalt, zingt niemand meer.
Je zit in een werkruimte met grote ramen. Er is een bed dat iemand heeft neergezet. Iemand die gelooft in het belang van nietsdoen. Iemand die denkt dat kijken beter is dan leven. Iemand die zegt: De werkelijkheid is wat je aankan. Je gaat op je rug op het bed liggen en kijkt naar de lucht. Er vliegen twaalf zwanen langs het raam en je denkt aan de tocht van duizenden kilometers die ze door de lucht afleggen en dat als een van de zwanen ziek wordt, er altijd een andere zwaan is die met hem of haar mee naar beneden gaat. Op de grond wachten ze samen tot de zieke zwaan sterk genoeg is om de tocht te hervatten. Je hebt in het Stedelijk Museum een werk gezien van Marlene Dumas dat je niet meer loslaat, het heet
Don’t Talk to Strangers (1977). Het is een collage op canvas met tape en stukken uit brieven van vrienden en geliefden die de kunstenares heeft verzameld. Ze heeft alleen de aanhef en het afscheid, de groet, uit de brieven overgelaten. Je denkt dat het een groot doek is, misschien van anderhalve meter breed, je bent nooit goed geweest in het schatten van maten. Aan de uiterste linkerkant van het doek hangen onder elkaar, in verschillende handschriften, de aanheffen van de brieven. Aan de uiterste rechterkant hangen alle afscheidsgroeten. Eén iemand sluit zijn brief af met een wolkje van krassen. Of misschien is het eerder een kluitje krassen. Het is iemand die zich tijdens het schrijven van zijn groet bedacht heeft. Toch beter van niet. Na de krassen sluit de briefschrijver zijn brief af met: Zzzzz. Tussen de tweede en de derde z is later nog een z toegevoegd. Nu staat er dus eigenlijk Zzzzzz, waardoor de complete inhoud verandert, waardoor je je mening moet bijstellen. Waardoor je tegen diegene aan zou willen liggen. Waardoor je dit nooit meer vergeet.”

 

 2086184-f386d01c2ba13655fb42886c64cc1299.jpg
Maartje Wortel (Eemnes, 26 oktober 1982)

 

 

De Amerikaanse schrijver Stephen L. Carter werd geboren op 26 oktober 1954 in Washington, D.C. Zie ook alle tags voor Stephen L. Carter op dit en ook mijn blog van 26 oktober 2010

Uit: The Church Builder (Onder pseudoniem A. L. Shields)

“Annabelle Seaver saw the inside of five different churches on the rainy March day the car ran her down, and people said later that she must have been very pious or in a great deal of pain, and her family insisted that she was both. To be sure, none of her relatives had heard from her in months, but as they admitted to the police, this was not unusual. Although Annabelle had been a quiet, reflective child, she had grown into a decisively flighty adult, loosely tethered to the world of convention, and prone to vanish for weeks or more. And, no, nobody had any idea what she was doing in Washington,
D.C. The family had sort of lost track. The police quickly dug up the business about rehab, and of course, a couple of years back, the ninety days in a suburban Chicago jail for possession. Friends said her family had disowned her at that point, although her sister Polly insisted that Annabelle had disowned herself. But Polly, from the same painful beginnings, had made something of herself, whereas Annabelle manifestly had not.
The car came streaking toward the alley behind U Street Christian Church, after the Wednesday night Bible study group had barred the back door to keep Annabelle from sneaking back in. Not that they knew her name.They had asked, of course, but she hadn’t answered. She had barged into the meeting, noisily and showily, just as Brother Everson was discoursing on what his boyhood pastor down in Tennessee had said was the right understanding of the phrase “armor of God” in Ephesians 6, and although some of the members admitted to police later that they had been suspicious from the moment of her arrival, they were under a general injunction to welcome the stranger. Sister Murray took one look at the wild eyes and scuffed jeans and the way she clutched at her battered knapsack and made sure that this particular stranger knew where the coffee was.
What happened next was unclear. The press accounts, copied from the police reports, simply referred to the stranger as “disruptive.” At some point the disruption became intolerable, and they put her forcibly out. Later on, when the bombings began in earnest, it would turn out to matter a great deal what Annabelle had been shouting as they assisted her into the alley, but the good people of U Street Christian could be pardoned for thinking that they were listening to the ravings of a madwoman."

 2086184-752c9eb4c6cd00f45844e033c35d9ed7.jpg
Stephen L. Carter (Washington, 26 oktober 1954)

 

 

De Nederlandse dichter Harry M.P. van de Vijfeijke werd geboren op 26 oktober 1946 in Waalre. Zie ook alle tags voor Harry M.P. van de Vijfeijke op dit blog.

 

Ik ruik mijn doden een voor een

Gedrukte regels op de vensterbank
en achter mij
de klank van stuwende violen.

Mijn lezend luisteren is aan het raam.
Ik zie ook, en ik bezin mij op het vele,
de roodgele vlinder staan.

Ik snoeide hem een dag of wat voorheen,
en of hij leeft.
Mijn zinnen zingen in een grenzeloze herfst.

Horen en zien vergaat mij eens.
Ik ruik mijn doden een voor een.

 

 2086184-ce2b574030f52f4461ea042622e42363.jpg
Harry M.P. van de Vijfeijke (Waalre, 26 oktober 1946)

 

 

De Zweedse dichteres en schrijfster Karin Maria Boye werd geboren op 26 oktober 1900 in Göteborg. Zie ook alle tags voor Karin Boye op dit en ook mijn blog van 26 oktober 2010.

 

The Nightjar

Half awake the summer night broods
quietly on dreams that no one knows.
The tarns' glistening floods
reflect a twilight sky's
infinity, pale, morose,
Whiter grow the stars on high.
Afar, afar
the nightjar
sings alone her toneless, comfortless melody.

Never boldly, towards the heights she swings,
because of her lowness hovers low.
Downy twilight wings
seem bound to the earth,
by dust and soil weighed down below.
Woe to him whose wings in pair
cannot rise,
only linger,
helplessly drawn to the mud, whose colours they bear.

But the whitest of white among swans,
that travel in morning's bright space
their royal lanes,
never cherished a yearning
such as the nightjar has.
None has a longing so true
for the distant and far
as the nightjar
for the ever beckoning, ever yielding blue.

 

 2086184-5983f0b5e9a0b9efad41feb4005e6082.JPG
Karin Boye (26 oktober 1900 – 24 april 1941)
Standbeeld in Göteborg

 

 

De Ierse dichter Trevor Joyce werd geboren op 26 oktober 1947 in Dublin. Zie ook alle tags voor Trevor Joyce  op dit blog en ook mijn blog van 26 oktober 2010

 

VERSES WITH A REFRAIN FROM A SOLICITOR’S LETTER (Fragment)
for George Hitching

What’s more, my bell is mute.
The inscribed slip that made its tongue
chime in the wind, flew off. It’s not my day.
Far from putting up barbed wire fences,
I’d prefer, right now, to see one of those bright Byzantine
Christs come striding across from the opposite hills

and in this regard time shall be made of the essence

fresh from baptizing Adam, vast and very masterful,
lugging a patriarch along with each arm no doubt
from some new-harrowed hell
and scattering from his feet a fine debris
of locks, bolts, spancels, cuffs, gyves, fetters, stocks,
and other miscellaneous hindrances

and in this regard time shall be made of the essence

And what would our Neighbourhood Watch do then?
Put the polis on his tail, stay home, and watch that hooligan
as he’d come, breaking contracts, flattening fences
and leaving gates and prisons open behind him.
Yes, he’s the man would soon break down
the calculus that stopped my flow

and in this regard time shall be made of the essence

And not like a thief in the night,
but openly I’d have him
eliminate all limitations,
peel walls and roofs away like rind
and with his knife of stars
reveal what soft exotic fruit grew ripe within

and in this regard time shall be made of the essence

 2086184-48e749341fa0cdc8d7c188ba66e10549.jpg
Trevor Joyce (Dublin, 26 oktober 1947)

 

 

De Amerikaanse schrijver Pat Conroy werd geboren op 26 oktober 1945 in Atlanta, Georgia. Zie ook alle tags voor Pat Conroy op dit blog en ook mijn blog van 26 oktober 2010

Uit: My Reading Life

“Though a failed bridge maker, I showed more skill in the task of the tomahawk and I felled Kathleen with a wild toss that deflected off her shoulder blade. My mother handled the whipping that night, so further discipline by my father proved unnecessary. For the rest of my life, I would read books on Native Americans and I once coached an Indian baseball team on the Near North Side of Omaha, Nebraska, after my freshman year at The Citadel. Pretty Kathleen McCadden never spoke to me again, and her father always looked as if he wanted to beat me. I was seven years old.
Yet an intellectual life often forms in the strangest, most infertile of conditions. The deep forests of those isolated bases became the kingdom that I took ownership of as a child. I followed the minnow-laced streams as they made their cutting way toward the Trent River. Each time in the woods, I brought my nature-obsessed mother a series of captured animals, from snapping turtles to copperheads.
Mom would study their scales or fur or plumage as I brought home everything from baby herons to squirrels for her patient inspection. After she looked over the day's catch, she would shower me with praise, then send me back into the woods to return my captives where I'd discovered them. She told me she thought I could become a world-class naturalist, or even the director of the San Diego Zoo.
At the library she began to check out books that gave me a working knowledge of those creatures that my inquisitive, overprotective dog and I had found while wandering the woods. When Chippie jumped between me and an eastern diamondback rattler and took a strike on the muzzle before she broke the snake's back, my mother decided that I'd do my most important work in the game preserves of Africa with the scent of lions inflaming Chippie's extraordinary sense of smell. By the time I had finished fifth grade, I knew the name of almost every mammal in Africa.”

 

 2086184-b12ed6286ba495259de0e337a35f9f3b.jpg
Pat Conroy (26 oktober 1945 – 4 maart 2016)
Cover 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e oktober ook mijn blog van 26 oktober 2014 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:47 Reageer op dit bericht

Willem Wilmink, Christine D'haen, Anne Tyler, Elif Shafak, Daniel Mark Epstein, Peter Rühmkorf, Jakob Hein, Hélène Swarth, François Pauwels

De Nederlandse dichter, schrijver en zanger Willem Andries Wilmink werd geboren in Enschede op 25 oktober 1936. Zie ook mijn blog van 25 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Willem Wilmink op dit blog.

 

Ben Ali Libi

Op een lijst van artiesten, in de oorlog vermoord,
staat een naam waarvan ik nog nooit had gehoord,
dus keek ik er met verwondering naar:
Ben Ali Libi. Goochelaar.

Met een lach en een smoes en een goocheldoos
en een alibi dat-ie zorgvuldig koos,
scharrelde hij de kost bij elkaar:
Ben Ali Libi, de goochelaar.

Toen vonden de vrienden van de Weduwe Rost
dat Nederland nodig moest worden verlost
van het wereldwijd joods-bosjewistisch gevaar.
Ze bedoelden natuurlijk die goochelaar.

Wie zo dikwijls een duif of een bloem had verstopt,
kon zichzelf niet verstoppen, toen er hard werd geklopt.
Er stond al een overvalwagen klaar
voor Ben Ali Libi, de goochelaar.

In 't concentratiekamp heeft hij misschien
zijn aardigste trucs nog wel eens laten zien
met een lach en een smoes, een misleidend gebaar,
Ben Ali Libi, de goochelaar.

En altijd als ik een schreeuwer zie
met een alternatief voor de democratie,
denk ik: jouw paradijs, hoeveel ruimte is daar
voor Ben Ali Libi, de goochelaar.

Voor Ben Ali Libi, de kleine schlemiel,
hij ruste in vrede, God hebbe zijn ziel.

 

 

Het menselijk geluk

De huur betaald. De stoep geschuurd.
Een goeie visboer in de buurt.
Een meid die als ze naast je gaat,
loopt te zingen over straat.

 

 

Oktober

ik kreeg van daag
een vreemde brief:

'ik mag je graag,
heus,
ik vind je best lief.

maar houden van,
dat gaat niet.
maar echte liefde
gaat niet'

ik kreeg vandaag
zo'n rare brief.
zo'n brief.

 

 2085877-b2f3c1e34e465d828b6a40c7391926ed.jpg
Willem Wilmink (25 oktober 1936 – 2 augustus 2003)

 

 

De Vlaamse dichteres en prozaschrijfster Christine D'Haen werd geboren in Sint-Amandsberg op 25 oktober 1923. Zie ook alle tags voor Christine D’Haen op dit blog en ook mijn blog van 25 oktober 2009 en ook mijn blog van 25 oktober 2010

 

De nacht

Weer zwelt uw uier, heilige moedernacht
en 't duister van uw lijf spreidt vrees en vrede.
Gedachten en gebeden
in 't huis der schemering worden volbracht.

Weer groeit het duister, weegt de duistre vracht.
Mijn geest is droef; de oermoeder die mij baarde,
mij voedde en bewaarde
weer dreigt en graast mij, slorpt mij op, o nacht.

Dan adem ik, mijn vriend, in u nog nauw
mijn angstige ademing, en hoor uw zuchten
naar mij en de geruchten
van 't haastig hart naar uw geruste vrouw.

Dan geeft de nacht ons samen melk, een stroom
in donkre gulpen smeltend mild, wij drinken
en danken haar en zinken
diep in haar vacht en drinken nog in droom.

 

 

Harmonie

I
Psychè

Toen gij ontwaakt waart uit mijn moeders slaap,
sliept gij opnieuw en moest opnieuw ontwaken,
en duizendmaal werdt gij uit dezen schoot
door 't licht gebroken, en geleverd naakt
uit de bescherming van het lauwe laken
aan de bedreiging van het morgenrood.

Gij sliept in mij, mijn ziel, en slaapt nog even
en wilt u niet uit u laten verstoren,
maar ligt en ademhaalt, uw ogen dicht;
en wordt bijwijlen aan de borst geheven,
maar sluimert voort en wordt opnieuw geboren
met dromenvliezen om uw klaar gezicht.

Zo slapend ligt ge in u, en in uzelf
richt gij uw zachte ogen vol rein licht;
gij vraagt in u naar u; want zuchtend ziet
gij u inwaarts verdiepen, elk gewelf
verder zich welven; open en gans dicht
reikt gij naar u en raakt uzelve niet.

 

 2085877-f49e7acce92e4b69a2f57451549d54eb.jpg
Christine D'haen (25 oktober 1923 – 3 september 2009)
Cover luisterboek

 

 

De Amerikaanse schrijfster Anne Tyler werd geboren op 25 oktober 1941 in Minneapolis, Minnesota. Zie ook mijn blog van 25 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Anne Tyler op dit blog.

Uit: De blauwe draad (Vertaald door Barbara de Lange)

“Laat op de avond van een julidag in 1994 kregen Red en Abby Whitshank een telefoontje van hun zoon Denny. Ze waren net bezig naar bed te gaan. Abby stond in haar slipje voor de schrijftafel en trok de haarspelden één voor één uit de warrige, lichtblonde knot op haar kruin. Red, een donkere, magere man in een gestreepte pyjamabroek en een wit T-shirt, was net op de rand van het bed gaan zitten om zijn sokken uit te trekken; dus toen de telefoon op het nachtkastje naast hem ging, was hij degene die opnam. `Whitshank,' zei hij.
En toen: 'Hé, hallo.'
Abby wendde zich van de spiegel af, met beide armen nog omhoog naar haar hoofd.
`Hoe bedoel je,' zei hij zonder vraagteken.
`Wát?' vroeg hij. Wat krijgen we nou, Denny!'
Abby liet haar armen zakken
`Hallo?' zei hij. Wacht. Hallo? Hallo?'
Hij zweeg even en legde de hoorn neer.
Wat is er?' vroeg Abby.
`Hij zegt dat hij homo is.'
`Wát?' `
Hij zei dat hij iets moest vertellen: hij is homo.'
`En dan hang jij zomaar op!'
`Nee, Abby. Hij hing op. Ik zei alleen: "Wat krijgen we nou," en toen hing hij op. Klik! Gewoon, zomaar.'
`0, Red, hoe kón je?' jammerde Abby. Ze draaide zich met een ruk om en pakte haar badjas — van kleurloos chenille dat ooit roze was geweest. Ze sloeg hem om zich heen en trok de ceintuur strak aan. 'Hoe kwam je erbij om dat te zeggen?' vroeg ze. `Ik bedoelde er niets mee! Als je wordt overvallen zeg je toch "Wat krijgen we nou?"'
Abby pakte een lok haar die over haar voorhoofd krulde.
`Ik bedoelde alleen maar,' zei Red, "'Wat krijgen we nóu weer, Denny? Wat verzin je straks weer om ons ongerust te maken?" Hij wist best dat ik dat bedoelde. Echt, dat wist hij best. Maar nou kan hij doen of het door mij komt, omdat ik zo bekrompen ben, of zo'n ouwe sok of hoe hij het ook wil noemen. Hij was juist blij dat ik dat zei. Dat bleek wel omdat hij zo snel ophing; hij hoopte de hele tijd al dat ik iets fouts zou zeggen.'
`Goed, goed,' zei Abby en ze ging praktisch verder: 'Waar belde hij vandaan?'

 2085877-9af5be3e8f1dd02f14cd9d72cefbc377.jpg
Anne Tyler (Minneapolis, 25 oktober 1941)

 

 

De Turkse schrijfster Elif Shafak (eigenlijk Elif Şafak) werd geboren in Straatsburg op 25 oktober 1971. Zie ook alle tags voor Elif Shafak op dit blog.

Uit: Drie dochters van Eva (Vertaald door Frouke Arns en Manon Smits)

“Istanbul, 2016
Op een doodgewone lentedag in Istanbul, zo'n lange, lome middag, kwam ze met een schok tot het besef dat ze in staat was om iemand te doden. Ze had altijd al het idee dat zelfs de kalmste, liefste vrouwen een uitbarsting van agressie konden krijgen wanneer ze in het nauw werden gedreven. Aangezien ze zichzelf als kalm noch lief beschouwde, ging ze ervan uit dat haar eigen capaciteit om door het lint te gaan nog eens beduidend groter was. Maar 'capaciteit' was een lastig woord. Een tijd geleden zei iedereen dat Turkije veel capaciteiten had — en moest je nu eens zien waar dat op uitgelopen was. Dus troostte ze zichzelf met de gedachte dat het met haar duistere kant uiteindelijk ook wel zou loslopen.
En gelukkig had het lot — die goed bewaard gebleven kleitablet waarin alles gegraveerd stond wat al was gebeurd en wat nog zou gebeuren — haar grotendeels behoed voor misstappen. Ze had al die jaren een fatsoenlijk leven geleid. Ze had haar medemensen nooit leed berokkend, althans niet opzettelijk, althans niet recentelijk, afgezien van een incidenteel roddelen of zwartmaken waaraan ze zich schuldig maakte, maar dat telde eigenlijk niet. Dat deed iedereen immers weleens — en als dat wel een enorme zonde zou blijken te zijn, zou de hel tot aan de nok toe gevuld zijn. Als ze al iemand pijn had gedaan, dan was het God, en God was weliswaar snel ontstemd en vermaard om zijn grilligheid, maar je kon hem niet kwetsen. Kwetsen en gekwetst worden was een menselijke eigenschap.
In de ogen van familie en vrienden was Nazperi Nalbantoglu — of Peri, zoals iedereen haar kende — een góéd mens. Ze steunde liefdadigheidsbijeenkomsten, zette zich in voor meer kennis over alzheimer en meer geld voor arme gezinnen; ze werkte als vrijwilligster in bejaardenhuizen waar ze deelnam aan backgammontoernooitjes die ze opzettelijk verloor; had altijd brokjes in haar handtas zitten voor de talrijke zwerfkatten van Istanbul, die ze zo nu en dan op eigen kosten liet steriliseren; hield de schoolvorderingen van haar kinderen nauwlettend in de gaten; trad op als gastvrouw bij chique dinertjes voor de chef en collega's van haar man; vastte gedurende de eerste en de laatste dagen van de ramadan, al had ze de neiging de tussenliggende dagen over te slaan; en offerde een met henna geverfd schaap tijdens het Offerfeest.”

 

 2085877-861c39d1ba927da1be839c61963efbba.jpg
Elif Shafak (Straatsburg, 25 oktober 1971)

 

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en biograaf Daniel Mark Epstein werd geboren op 25 October 1948 in Washington, D.C. Zie ook mijn blog van 25 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Daniel Mark Epstein op dit blog.

Uit: The Loyal Son

“September 22, 1761
The crowd that gathered that morning in the square mile of streets, yards, and parks surrounding Westminster Abbey was the largest that had ever been seen in Europe. A million Britons had come from all over the kingdom to witness the crowning of King George III and his bride, Princess Charlotte of Mecldenburgh.
Every house, inn, and tavern was jammed. People couldn't sleep for the shouting and singing, the ringing of church bells, and the hammering of scaffolds. From St. James's Park to the banks of the Thames, nobles and peasants, merchants and plowmen, flower girls, jugglers, and pitmen filled the streets in hopes of a glimpse of the royal procession. Such is the power of the British monarchy that a famous American scientist of the day might have likened the choir of the Abbey—with its ancient chair of Saint Edward in which the king would be crowned—to a magnetic pole enforcing order on the field of humanity surrounding it.
The hopes of a quarrelsome empire waited upon the young king.
Even the elements of nature were moved. It had drizzled rain upon the city since Sunday. Yet on Tuesday morning the sun dispersed the clouds and fog and shone throughout the day of the pageant, an omen inspiring the London Chronicle's bard to write:

Since then, great Prince, it looks like heaven's decree
Ev'n to our sunshine we should owe to thee
Let this day represent thyfuture reign
Clear after clouds, and after storms serene.. .

For the nobles, gentlemen and ladies, bishops and choristers com-manded to walk in the procession ahead of the king, and for those with engraved tickets that reserved places in Westminster Hall where the procession formed, there was a great deal to see. The splendor of the spectacle would exceed the expectations that had been building since the death of King George H nearly a year before. Westminster Hall, cavernous beneath its hammer-beam oaken roof, had been emptied of all but the floor and steps of the king's law court that convened here.”

 

 2085877-f97774d632a05fc4ef1730af8e4fa9a3.jpg
Daniel Mark Epstein (Washington, 25 oktober 1948)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Peter Rühmkorf werd geboren op 25 oktober 1929 in Dortmund. Zie ook mijn blog van 25 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Peter Rühmkorf op dit blog.

 

Auf was nur einmal ist
(Für Heinrich Maria Ledig-Rowohlt)

Manchmal fragt man sich: Ist das das Leben?
Manchmal weiß man nicht: Ist dies das Wesen?
Wenn du aufwachst, ist die Klappe zu.
Nichts eratmet, alles angelesen,
siehe, das bist du.

Und du denkst vielleicht: ich gehe unter,
bodenlos und fürchterlich -:
Einer aus dem großen Graupelhaufen,
nur um einen kleinen Flicken bunter,
siehe, das bin ich.

Aber dann, aufeinmalso, beim Schlendern,
lockert sich die Dichtung, bricht die Schale,
fliegen Funken zwischen Hut und Schuh:
Dieser ganz bestimmte Schlenker aus der Richtung,
dieser Stich ins Unnormale,
was nur einmal ist und auch nicht umzuändern:
siehe, das bist du.

 

 

Das Himmelschluck-Lied

Mein Herz beschert mir groben Spaß,
die Lunge kommt mir auch zupaß,
ich preise mein Gewicht.
Zeigt ernst die Nas nach Norden hin,
daß ich aus Lust geworden bin,
vergeß, vergeß ich nicht.

Die Bäume stehen sich durchs Jahr,
das Herz ist wunder- und wandelbar,
ich setz auf Wasnichtbleibt;
so Blüten, Laub und Schöpferklein
und leg dir Feuer ans Gebein,
bis daß es Funken treibt.

Schau, die katangaschwarze Nacht
hat die Machete mitgebracht
und säbelt in den Wind.
Da sind die Sterne aufgereiht,
Schnittmuster für die Ewigkeit,
der wir verloren sind.

Oh schönes Sein, oh großes Nuscht,
zwei Wolken, in die Luft getuscht,
die ich wohl fangen möcht.
Es fällt die Nacht, es steigt die Früh,
im Spiegel bleckt mein Kontervieh
sein heimliches Geschlecht.

Doch Ketzers Kopf voll Fröhlichkeit,
die Liebe bringt ihn um die Zeit,
und ist für gut verjuxt.
Dann aber kommt der Tag des Herrn
mit Donnerschlag und Mandelkern,
wo du den Himmel schluckst.

 

 2085877-5074f29f5fac2d270cabc7735ed184b1.jpg
Peter Rühmkorf (25 oktober 1929 – 8 juni 2008)

 

 

De Duitse schrijver en arts Jakob Hein werd geboren op 25 oktober 1971 in Leipzig. Zie ook alle tags voor Jakob Hein op dit blog en ook mijn blog van 25 oktober 2010

Uit: Gebrauchsanweisung für Berlin

“Kommse rin, könnse rauskiekn!
Schon bevor Sie das Stadtgebiet Berlins mit eigenen Füßen betreten, könnten Sie fast alles über diese Stadt wissen. Besonders wenn Sie mit dem Flugzeug kom-men, landen Sie mittendrin in allem, was Berlin aus-macht. Denn normalerweise hätten Sie auf dem neuen Zentralflughafen Berlin-Brandenburg International landen müssen. Seit 1991 läuft das Planungsverfahren für einen neuen, größeren Berliner Flughafen, der die drei bis-herigen Flughäfen Tegel, Tempelhof und Schönefeld ablösen sollte. Vernünftig wäre es gewesen, diesen Flug-hafen auf dem weiten Brandenburger Land, etliche Meilen außerhalb des Stadtgebiets, zu bauen, so wie das alle anderen Großstädte tun. Aber wie der berühmte Berliner Schwabe Brecht gesagt hat: »Kein Vormarsch ist so schwer wie der zurück zur Vernunft.«
Als Zugeständnis an die Taxiunternehmer und aufgrund von lokalen Befindlichkeiten (ein Berliner Flug-hafen muss auf Berliner Grund und Boden stehen, was, wenn die Russen wiederkommen?) setzte der CDU-Senat unter dem Bürgermeister Diepgen die Planung für Schönefeld durch — bis zur Eröffnung war es ja noch viele Wahlperioden hin. Und tatsächlich fielen erst Diepgens Nachfolger Wowereit die Probleme auf die Füße, die sich aus dem Bau eines Flughafens mitten in einem städtischen Ballungsraum ergeben. Vermeintlich war das Flughafendesaster sogar ein wesentlicher Grund für dessen Rücktritt. Es scheint fast kein Detail zu geben, das bei der Flughafenplanung glatt gelaufen wäre. Es stellte sich sogar heraus, dass der vorgesehene internationale Flughafencode BBI, mit dem man jahrelang Werbung gemacht hatte, schon seit Jahrzehnten an einen Provinzflughafen im Osten Indiens vergeben ist. Der absolute Tiefpunkt war schließlich im Juni 2012 erreicht. Nach sechsjährigen Bauarbeiten sollte der Flugbetrieb am Abend des 2. Juni in Tegel und dem alten Schönefelder Flughafen eingestellt und der neue Flughafen am Morgen des 3. Juni 2012 eröffnet werden. Zu diesem Zweck waren 3000 LKWs angemietet und eine fünfstündige Sperrung der Stadtautobahn beantragt worden. Das alles hinderte die Stadt natür-lich nicht daran, für den 3. Juni außerdem eine große Fahrradsternfahrt zu genehmigen, für die der Autover-kehr in der Innenstadt zu weiten Teilen lahmgelegt werden musste.“

 

 2085877-970f5d2fa3c8db8b69d2d824727dae3b.jpg
Jakob Hein (Leipzig, 25 oktober 1971)

 

 

De Nederlandse dichteres Hélène Swarth werd geboren op 25 oktober 1859 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 25 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Hélène Swarth op dit blog.

 

December

Nu mist het woud zijn purpren najaarspracht.
Een ritslend kleed van rosse blaadren dekt
De weke wegen, waar 't geplet fluweel
Van plekken mos, smaragdgroen, zichtbaar bleef.
De hoge bomen, zwart en bladerloos,
Wie grijsgroen mos de ruige stammen dekt,
Herdenken, droef, de zoete zomertijd,
En schudden zacht de wijze kale kruin.
In de oude toppen klaagt de winterwind.
Door 't huivrend schaarhout vaart een lange zucht
En trillend klapwiekt, als een bruine vlinder,
't Verdorde blad, dat trouw bleef aan zijn twijg.

 

 

Vriesdag

Staalblauw de hemel boven 't marmerwit
Der straten, blank van d'eerste vlokkenval.
En zonverguld, in fel-licht luchtkristal,
De starre bomen, hard en zwart als git.

In doodgevrozen rozen heb ik al
Mijn zomerdromen zacht een graf gespit,
Waarbij ik trouw de handen vouw en bid
Voor de arme zieltjes, die God redden zal.

O dromendoder Leven, steen en staal!
In 't koude goudlicht van uw winterzon,
Klinkt trots mijn tred nu, wijs en flink mijn taal.

Maar 't ruisgeluid van boom en lentebron
En de oude sprook van roze en nachtegaal,
'k Zou sterker zijn zo 'k die vergeten kon.

 

 2085877-1c60239169a51302eb686d05061c10fe.jpg
Hélène Swarth (25 oktober 1859 - 20 juni 1941)
Portret door H.J. Haverman, 1896

 

 

De Nederlandse schrijver en dichter François Désiré Pauwels werd geboren in Amsterdam op 25 oktober 1888. Zie ook alle tags voor François Pauwels op dit blog.

 

De Fontein

Van uit den spiegel van het donker nat
heb ik mijn klaterenden straal geheven,
ik hunker naar de kleuren die het leven
in 't wisselspel van mijn kristallen spat,

mijn voeten zijn van wier en dras omgeven,
van schuif'lend kruipsel, aal en waterpad,
maar waar mijn kruin den blauwen hemel vat
zie 'k bruisend uit op zon-vergulde dreven.

Toch stort ik weder gorg'lend naar den vloed,
duik onder, rijs weer op in licht en gloed
en, tuim'lend, blijf ik aan den top behooren,

tot eindelijk, de moe-geleefde dag
mijn zilvren pijl knot met zijn wreed gezag
en 'k in den stillen vijver ben verloren....

 

 

De Toren

Waar eeuwen stierven bleef de toren recht
met zijn omspoelden buik en kartel-tinnen,
hij is een drinkebroer wiens heete zinnen
zich vieren in krakeel en zwaardgevecht,

en hoe 't gemeene volk den kost moet winnen
deert noch den ridder, noch zijn wapenknecht,
een overschuimde kruik, een blonde vlecht
en schaam'le spelers die een lied beginnen....

Nu glanst een zwarte vleugel in den toren,
de doode wachters, blank-geharnast, hooren
't verliefde spel der jonge, blonde vrouw,

zij luistren, roerloos, met gebogen hoofden
en wat de droomen van hun jeugd beloofden
herleeft, als bloemen in den morgendauw....

 2085877-06e6a9d7d7db9a2d928d2806ca56cdd2.gif
François Pauwels (25 oktober 1888 – 8 januari 1966)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e oktober ook mijn blog van 25 oktober 2016 en eveneens mijn blog van 25 oktober 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:35 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten