Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 16 november 2017 tot 17 november 2017

Joost van den Vondel, Guido van Heulendonk, Pierre Véry, Auberon Waugh, Dahlia Ravikovitch, Rebecca Walker, Christopher Paolini, Archibald Lampman, Max Barthel

De Nederlandse dichter en schrijver Joost van den Vondel werd geboren op 17 november 1587 in Keulen. Zie ook Zie ook alle tags voor Joost van den Vondel op dit blog.

 

Aan de beurs van Amsterdam

Doorluchtig koopslot, meesterstuk
Van KEIZER, die ons Koopgeluk
Aan uw gerief zo dier verplichte,
Wat geest heeft uwe naam bedocht?
Spruit die van ’t veld, dat Dido kocht,
Toen zij haar hof en Koopstad stichtte?

Of heeft de Beurs die naam Gebaard,
De Beurs, die ’t geld met zorg bewaart?
Zo blijf de Zedigheid bevolen:
Want schepen brieven, geld en goed,
En Beursgeloof is eb en vloed.
De Beurs wordt om haar geld bestolen:

En wat ’s een geldeloze Beurs?
Een koopmans gasthuis vol getreurs.
De Beurs heeft ook haar Martelaren.
De winst verandert met de wind.
D’een mist het geen een ander vindt.
‘T is kunst te winnen en bewaren.

Uw wissel draaft vast op en neer.
Dat postpaard maakt wel knecht van heer,
En Reinout kan het schaars berijden.
Het slaat dan voor dan achter uit,
En van ter zijde; en wordt gestuit
Met smert; dies pas zijn hoef te mijden.

Verzekert gij het zeegevaar;
Wat borg zal uw verzekeraar
Verzeekren van uw scha te boeten,
Daar ’t grimmelt van onzekerheên?
De terling geeft u zes, of een …
Wie weet wat kans u zal gemoeten?

Daar nu de zuil ’t gewelfsel stut,
Dook eertijds, in zijn rieten hut
De visser, die met list van fuiken
De gauwste Amstelvis bedroog
Daar Koopliên, onder uwe boog,
Nu zon, nu regenbui ontduiken.

Mistrouw dan vrij uw Koopfortuin.
Carthago leit bestulpt met puin,
En waar is Tyrus? waar de muren
Van Sidon, en zijn koopmansstraat?
Het Beursgeluk dat komt, en gaat.
‘T geluk kan zelden steen verduren.

 

 

Laat zestig winters
P.C. Hooft begroet zijn vriend Vos(sius) door woorden van Vondel te citeren:

'laat zestig winters vrij dat Vossenhoofd besneeuwen,
nog grijzer is het brein, dan 't grijze haar op 't hoofd,
dat brein draagt heugnis van meer dan vijftig eeuwen,
en al haar de wetenschap, in boeken afgesloofd,
Sandrart, beschans hem niet met boeken of met blaêren,
al wat in boeken steekt, is in dat hoofd gevaren.'

 

 

 2093066-3db8cd2e8148d723daa3e9c376447ecf.jpg
Joost van den Vondel (17 november 1587 – 5 februari 1679)
Borstbeeld in Apeldoorn

 

 

De Vlaamse schrijver Guido van Heulendonk (pseudoniem van Guido Beelaert) werd geboren in Eeklo op 17 november 1951. Zie ook alle tags voor Guido van Heulendonk op dit blog.

Uit: Niemand uit België

“Dat is in orde
'Dat is in orde, meneer Blancke, u heeft dat zeer goed begrepen.'
Blancke zei dank u, kwam overeind uit het formicastoeltje en verliet het bureau van professor Koornhert.
In de gang snelde Zeger Boon, de eerste van het rijtje studenten dat op hun beurt zat te wachten, hem tegemoet.
'En?'
'Hastings,' zei Blancke.
'Jezus,' zei Boon.
Het klonk als een rijmpje — spontaan bedacht, en net ernaast, zoals vaker in zijn liedjes. Goed/roes. Hou van jou/heb het koud.
'Hastings, Jezus.' Het coupletje nog een keer herhalend keerde Boon zich naar de deur, zijn blik op de zoemer gevestigd waarmee Koornhert hem naar binnen zou sommeren, en trok zijn stropdas wat strakker aan. De vleugel van een min of meer witte hemdsboord floepte omhoog, als een vlagje waarmee hij alvast om een staakt-het-vuren vroeg. Blancke duwde alles weer in de juiste
plooi.
'Geen paniek,' zei hij, 'hij vraagt nooit tweemaal hetzelfde.'
'Ik panikeer niet,' zei Boon, zweet parelend op zijn bovenlip.
Hij leek een andere persoon, totaal niet te vereenzelvigen met de rebel die Blancke tijdens het jaar aan het werk had gezien.
De zoemer ging, als een nijdige hommel, en joeg de laatste kleur uit Boons wangen. 'Hastings,' zei hij nog eens. Blancke gaf hem een bemoedigende tik tegen de schouder, opende de deur voor hem en toen ze weer dichtklapte, bleef hij achter in een mengeling van shag- en zweetaroma's.”

 

 2093066-2c0d51398056a80b15b4163b71a21945.jpg
Guido van Heulendonk (Eeklo, 17 november 1951)

 

 

De Franse schrijver Pierre Véry werd op 17 november 1900 in Bellon geboren. Zie ook alle tags voor Pierre Véry op dit blog enook mijn blog van 17 november 2009.

Uit: Les Disparus de Saint-Agil

« — Et voilà! déclara le voyageur. — Voilà, quoi? — Voilà! J'ai exécuté le programme. J'ai fait tout ça! — A propos! s'exclama Lepicq. Nous diras-tu pourquoi tu t'es enfui de Saint-Agit sans me prévenir, en m'y lais-sant seul? Tu n'avais pas l'excuse de t'être vu enlevé et séquestré, toi... — Well! C'est tout simple. Je croyais que notre ami le romancier avait réellement gagné les Etats. Je me suis dit: « Il n'a envoyé qu'une carte postale. Well! moi aussi, je ferai! Je prendrai ma revenge. » Et j'ai fait! J'ai expédié le câble! Aussi laconique, mais encore plus américain! Ainsi, cher vieux Lepicq, toutes tes déductions sur ma dis-parition étaient fausses. Et dis-moi, à présent: qu'as-tu fait depuis? — Suivi ma voie, moi aussi! Je suis avocat et détective. L'aventure de Martin squelette aura été ma première affaire! — Détective! Wonderful! L'Agence Pinkerton... Le Jules Huret... vous vous rappelez? Un damné vieux farceur, ce Jules Huret. Et comment va le business? — Heu!... fit Lepicq. Par ces temps de crise... — Une question, dit le romancier. — Je t'en prie. — D'où diable t'est venue l'idée de déterrer, la semaine dernière, la classe que nous avions enterrée en 1914? — Justement... commença Lepicq avec vivacité. Mais il n'acheva pas sa phrase. — Le culte du souvenir? — Pas précisément... Un peu embarrassé, l'avocat hésitait. Il se décida:
— Je voulais retrouver les noms des anciens condisci-ples, que j'avais à peu près tous oubliés — à l'exception des vôtres, naturellement. Après ce tourbillon de la guerre qui avait séparé tant d'êtres... Je ne savais même pas si tu étais encore vivant, vieux romancier! Mon intention était de me livrer à des recherches concernant certains de nos camarades de jadis. Quelques-uns pouvaient avoir fait brillamment leur chemin et être en état de me confier une affaire, par exemple… — Je comprends! Mais pourquoi ne pas aller deman-der directement ces renseignements à l'actuel directeur de Saint-Agit? Tu sais que c'est Mirambeau. Enfin... celui que j'appelle Mirambeau dans mon roman. L'OEuf, quoi! L'ani-mal a fait toute la guerre sans une égratignure. Et tu l'aimais bien... — Précisément... Je l'ai vu, d'ailleurs, et c'est lui qui m'a dit que je te trouverais ici... Seulement... je ne l'ai vu qu'après avoir déterré la classe... Avant, cela m'aurait gêné.. »

 

 2093066-b6894b179d44cbba6c74cb03b8bbbdff.jpg
Pierre Véry (17 november 1900 -  12 oktober 1960)

 

 

De Britse schrijver journalist en polemist Auberon Alexander Waugh werd geboren op 17 november 1939 in Dulverton, Somerset. Zie alle tags voor Auberon Waugh op dit blog.

Uit: Will This Do? An Autobiography

"She hoped that publication of the fuller version, in book form, might undo some of the damage, but never lived to see it. She was not convinced by my arguments, that the diaries were thoroughly en­joyable and interesting and worth publishing. Like many of the upper class, she had a hatred for publicity, but also a passion for selling things. Any crooked timber merchant who came to the door could persuade her to sell him an avenue of mature oak trees at £15 a tree. On this occasion - offered a large sum for her hus­band’s Diaries - it got the better of her once again, but she was protected from severe criticism by meeting only her family, most of whom were quite pleased by it all. It was the only controversial thing she ever did, apart from marrying Evelyn Waugh thirty-six years earlier.
Her politics, in so far as she concerned herself with politics, were those of the populist right. She mistrusted do-goodism, while being profoundly convinced that the working classes were justi­fied in any demands they cared to make. As a woman who had lived all her life in large country mansions, she felt a distinct sym­pathy for the rumbles of the indigenous urban proletariat against Commonwealth immigration. 'All I mind about these people,’ she explained once, looking out of the window at her acres of park­land, 'is that they come over here and take our jobs.’ She, who had never had a job in her life, felt instinctive sympathy for those who wanted one, perhaps.
This may seem a slightly sour picture but I am not sure that her life - in the twenty years of her youth, the twenty-nine years of her marriage, or the seven years of her widowhood - was a particu­larly happy one. When she decided she was poor, she took to an indescribably nasty sherry-type beverage from Cyprus. Only she and one of her sisters were able to drink it. I think it may have con­tained some toxic substance as it destroyed her sense of balance, while Gabriel, her sister, was similarly affected. During Lent, when she restricted herself to one glass a day, she found a re­ceptacle which others might have identified as an exceptionally large flower vase. But it saw her through."

 

 2093066-04ce82eed5ae3d34dc307ea9a4e14f75.jpg
Auberon Waugh (17 november 1939 -16 januari 2001)
Cover

 

 

De Israëlische dichteres en schrijfster Dahlia Ravikovitch werd geboren op 17 november 1936 in een voorstad van Tel Aviv. Zie ook alle tags voor Dahlia Ravikovitch op dit blog.

 

Finally I’m Talking

Yona, shalom,
this time I’m the one who’s talking
and you won’t interrupt anymore.
Now, God help us, you’re in the ranks of the holy and pure.
Who would’ve believed you’d come to this,
that you’d finally calm down.
And what a riot you stirred up when you took your leave,
each man suddenly at his brother’s throat. Hitting, spitting,
and instead of you, they hung on the wall
two drawings, that’s all,
to help us recall.
And they called you holy and their faces grew pale,
and they called you defiled and oh how they sighed,
and they cried Holy Holy, whore whore,
and lots...

 

Vertaald door Chana Bloch en Ariel Bloch

 

 

An Unsatisfactory Answer to The Question

What do you think of the murder of the Prime Minister?
Yes, what do you think of the murder
of the Prime Minister?
And what do you feel?
Are you in shock
or depressed?
A question was asked.
And do you stutter
or are you unsure of what will happen,
or do you speak with such bewilderment
because of the future or the present—
A question was asked.
And perhaps you feel stupid
or without a point of view?
Answer.
And I reply:
All that you say is right
and you are a dear person.
And I want to add one more thing:
The Prime minister died a happy man.
Peace to the dust of the Prime Minister
Husband and father and something more:
the son of Red Rosa.

 

Vertaald door Karen Alkalay-Gut

 

 2093066-367d7aa64d32a4f359a750a949d380d7.jpg
Dahlia Ravikovitch (17 november 1936 – 21 augustus 2005)
Cover 

 

 

De Amerikaanse schrijfster, uitgeefster en politiek activiste Rebecca Walker werd geboren op 17 november 1969 in Jackson, Mississippi. Zie ook alle tags voor Rebecca Walker op dit blog.

Uit: Becoming the Third Wave

“The backlash against U.S. women is real. As the misconception of equality between the sexes becomes more ubiquitous, so does the attempt to restrict the boundaries of women’s personal and political power. Thomas’ confirmation, the ultimate rally of support for the male paradigm of harassment, sends a clear message to women: “Shut up! Even if you speak, we will not listen.”
I will not be silenced.
I acknowledge the fact that we live under siege. I intend to fight back. I have uncovered and unleashed more repressed anger than I thought possible. For the umpteenth time in my 22 years, I have been radicalized, politicized, shaker) awake. I have come to voice again, and this time my voice is not conciliatory.
The night after Thomas’s confirmation I ask the man I am intimate with what he thinks of the whole mess. His concern is primarily with Thomas’ propensity to demolish civil rights and opportunities for people of color. I launch into a tirade. “When will progressive black men prioritize my rights and well-being? When will they stop talking so damn much about ‘the race’ as if it revolved exclusively around them?” He tells me I wear my emotions on my sleeve. I scream “I need to know, are you with me or are you going to help them try to destroy me?”
A week later I am on a train to New York. A beautiful mother and daughter, both wearing green outfits, sit across the aisle from me. The little girl has tightly plaited braids. Her brown skin is glowing and smooth, her eyes bright as she chatters happily while looking out the window. Two men get on the train and sit directly behind me, shaking my seat as they thud into place. I bury myself in The Sound and the Fu7y. Loudly they begin to talk about women.
“Man, I fucked that bitch all night and then I never called her again.” “Man, there’s lots of girlies over there, you know that ho, live over there by Tyrone’, Well, I snatched that shit up.”
The mother moves closer to her now quiet daughter. Looking at her small back I can see that she is listening to the men. I am thinking of how I can transform the situation, of all the people in the car whose silence makes us complicit.”

 

 2093066-5b79d2b44f0e0fe0c512a01de14f79ab.JPG
Rebecca Walker (Jackson, 17 november 1969)

 

 

De Amerikaanse schrijver Christopher Paolini werd geboren in Los Angeles County, California, op 17 november 1983. Zie ook alle tags voor Christopher Paolini op dit blog.

Uit: Erfenis (Vertaald door J. Meerman, F. Cnossen, E. van Rijsewijk en G. Beelen)

“In den beginne waren er draken: trots, fel en onafhankelijk. Hun schubben leken op edelstenen, en iedereen die ernaar keek, werd door wanhoop gegrepen, want hun schoonheid was groot en angstaanjagend. En ongetelde eeuwen lang bewoonden ze als enigen het land Alagaësia. Toen schiep de god Helzvog de stoere en geharde dwergen uit het steen van de Hadaracwoestijn. En deze twee volkeren vochten menige oorlog. Daarna zeilden de elfen over de zilveren zee naar Alagaësia. Ook zij streden tegen de draken. Maar de elfen waren sterker dan de dwergen en zouden de draken hebben uitgeroeid, zoals ook de draken de elfen hadden kunnen uitroeien. Daarom kwam tussen de draken en de elfen een wapenstilstand en verdrag tot stand. In het kader van dit bondgenootschap schiepen ze de Drakenrijders, die in Alagaësia duizenden jaren lang de vrede handhaafden. Ook de mensen voeren naar Alagaësia. Evenals de gehoornde Urgals. En de Ra'zac, die de jagers van het donker en de eters van mensenvlees zijn. En de mensen sloten zich bij het pact met de draken aan. Toen stond de jonge Drakenrijder Galbatorix tegen zijn eigen soort op. Hij maakte de zwarte draak Shruikan tot slaaf en haalde dertien andere Rijders over om hem te volgen. Die dertien heetten de Meinedigen. Galbatorix en de Meinedigen roeiden de Rijders uit, legden hun stad op het eiland Vroengard in de as en doodden elke draak die niet de hunne was. Er waren toen nog drie eieren over: het ene rood, het andere blauw en het derde groen. En uit elke draak bij wie dat kon, haalden ze het hart van harten — het eldunarf — dat de macht en de geest van een draak bevat, los van hun lichaam.”

 

 2093066-f059f83d11810644be5ed977e46998e8.jpg
Christopher Paolini (Los Angeles County, 17 november 1983)
Cover

 

 

De Canadese dichter Archibald Lampman werd geboren op 17 november 1861 in Morpeth, Ontario. Zie ook alle tags voor Archibald Lampman op dit blog.

 

A Thunderstorm

A moment the wild swallows like a flight
Of withered gust-caught leaves, serenely high,
Toss in the windrack up the muttering sky.
The leaves hang still. Above the weird twilight,
The hurrying centres of the storm unite
And spreading with huge trunk and rolling fringe,
Each wheeled upon its own tremendous hinge,
Tower darkening on. And now from heaven's height,
With the long roar of elm-trees swept and swayed,
And pelted waters, on the vanished plain
Plunges the blast. Behind the wild white flash
That splits abroad the pealing thunder-crash,
Over bleared fields and gardens disarrayed,
Column on column comes the drenching rain.

 

 

Winter-Thought

The wind-swayed daisies, that on every side
Throng the wide fields in whispering companies,
Serene and gently smiling like the eyes
Of tender children long beatified,
The delicate thought-wrapped buttercups that glide
Like sparks of fire above the wavering grass,
And swing and toss with all the airs that pass,
Yet seem so peaceful, so preoccupied;

These are the emblems of pure pleasures flown,
I scarce can think of pleasure without these.
Even to dream of them is to disown
The cold forlorn midwinter reveries,
Lulled with the perfume of old hopes new-blown,
No longer dreams, but dear realities.

 

 2093066-9843b76147326aafa011135ba20bc567.png
Archibald Lampman (17 november 1861 – 10 februari 1899)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Max Barthel werd geboren in Dresden-Loschwitz op 17 november 1893. Zie ook alle tags voor Max Barthel op dit blog en ook mijn blog van 17 november 2010.

Uit:Aufstieg der Begabten

“Der Himmel scheint in einer kleinen Stadt der Erde viel näher zu sein als in Berlin, und wenn diese kleine Stadt in der Nähe des Bodensees liegt, kommt der Himmel an den schönen Sommertagen bis auf die Erde und berührt die Wälder, Hügel und Wiesen, glüht in den Blumen und leuchtet im nahen See und in den fernen, wildgezackten Bergen der Schweiz. Das Leben geht seinen gelassenen Gang, und auch der Briefträger Hull in jener kleinen Stadt ging seinen gelassenen Gang. Jeden Tag wanderte er durch die Straßen, ein Bote des Schicksals, und verteilte Licht und Schatten, Freude und Leid. Hull war ein stolzer Mann, er kannte die Welt und hatte viele Freunde, aber sein größter Stolz war seine Tochter Marianne. Sie war schön und in ihrer strahlenden Gesundheit wie eine kleine Madonna anzusehen.
Hull war ein stolzer Träumer. Seine Frau war gestorben, aber sie schien in ewiger Jugend in ihrer Tochter auferstanden zu sein. In seinen früheren Jahren hatte Hull als Matrose die Meere befahren und viele Andenken von seinen Reisen mitgebracht. Und wenn der Vater von den fremden Ländern erzählte, da war es, als ob die Stube gläserne Wände hätte. Die Lackarbeiten, die Holzschnitzereien und Matten belebten sich und waren mehr als Kulisse schöner Berichte. Die schwäbische Sommersonne erfüllte das Zimmer und rückte Amerika, Australien und Asien in ihre Glut. Und wenn der Vater als Bote des Schicksals seine Post verteilte, stand Marianne bei den fremden Gegenständen und hörte die Stimmen fremder Länder und Meere. Ihre Kinderseele war aufrührerisch, ihre kleinen Gedanken jagten in die Welt und suchten das Abenteuer. Vor allen schönen Dingen liebte sie einen kleinen chinesischen Gott, sie nannte ihn: Herr Du. Der Vater, der die Liebe des Kindes sah, schenkte ihr den steinernen Götzen. Damals war sie dreizehn Jahre alt. Die Puppen liebte sie nicht mehr, sie trieb sich mit den Jungens im nahen Wald und manchmal auch am See herum, sie konnte schwimmen, laufen und klettern wie ein Junge. Ihre blonden Haare flogen um das erhitzte Gesicht wie eine Flamme.“

 

 2093066-e152c85ab4bc8b2178dda56b1e1b9066.jpg
Max Barthel (17 november 1893 – 28 juni 1975)
Cover

 

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 17 november 2008, mijn blog van 17 november 2007 en ook mijn blog van 17 november 2006.

Geschreven door Romenu om 18:15 Reageer op dit bericht

Jelko Arts

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse dichter en schrijver Jelko Arts werd geboren in Den Bosch in 1991. Hij studeerde Nederlandse Taal en Cultuur en Letterkunde in Nijmegen, en behaalde een masters in Literair bedrijf. Zijn teksten verschenen onder andere in De Titaan, Trouw en De Gelderlander. Hij stond als performer op festivals als de Zwarte Cross, Opiums Torenkamerfestival, Onbederf’lijk Vers en de Vierdaagse feesten. Hij is oprichter en programmamaker bij Boek op de Bank en geeft les en workshops. Hij is onder agentschap bij de fijne mensen van De Nieuwe Oost (voorheen Literair Productiehuis Wintertuin). In de zomer van 2016 vertrok Jelko met deBuren naar Parijs, om daar twee weken te wonen en te werken. In 2016/2017 was hij onderdeel van het Slow Writing Lab, het talentprogramma van het Nederlands Letterenfonds. Arts is de eerste helft van schrijversduo Arts & Lentes.

Uit: Opstijgen

“Ik krijg mijn Boeing 757 niet voorbij de zoldertrap,’ zeg ik. Het is zondagochtend, ik sta op straat, bij de voordeur van de buurman, die in zijn ogen wrijft.
‘Sorry?’ zegt hij.
‘Ik woon hiernaast, ik zit verlegen om een beetje hulp, mijn Boeing is te zwaar om in mijn eentje door het trapgat te dragen,’ zeg ik. De buurman krabt aan zijn stoppels. 
‘Het is zondagochtend,’ zegt hij. ‘Dat maakt op zich niet uit, maar is het dringend?’              
‘Ja, nogal,’ zeg ik. ‘Ik vertrek zo naar een clubdag voor vliegtuigfanaten en ik wil mijn Boeing vanmiddag graag tentoonstellen.’
‘Een Boeing? Je bedoelt het vliegtuig?’ vraagt hij.
‘Ja, een model. Hij staat op zolder en nu moet hij naar mijn auto worden getild. Normaal gesproken zou ik mijn zus bellen, maar zij gaat op zondagochtend altijd naar onze ouders. En de kans dat ze wil komen helpen is trouwens minimaal: ik ben nogal tegen haar uitgevallen na een ongelukje met een Concorde.’
‘Wauw,’ zegt de buurman lachend. Hij trekt heel kort een wenkbrauw op. Hij is een jaar of veertig denk ik, hij heeft een gezin en een BMW. We knikken vaak, als hij ’s avonds thuiskomt en ik toevallig net de gordijnen dicht trek. Ik sta er nu pas bij stil dat we elkaar misschien niet goed genoeg kennen. Ik sta hier nogal plompverloren. De buurman gaapt.
‘Sorry,’ zeg ik daarom. ‘Ik wil je natuurlijk niet lastig vallen, misschien lukt het me wel alleen.’
‘Nee joh,’ zegt hij, ‘Ik ga even met mijn vrouw overleggen.’ 
Hij verdwijnt de woonkamer in. Ik blijf achter en ik probeer vooral niet teveel naar binnen te kijken. Gestoord worden op je rustige zondagochtend is al genoeg inbreuk op je privacy, dus kijk ik gewoon maar even naar de lucht. Als de buurman terugkomt heeft hij een colbertje over zijn pyjamashirt aangetrokken. Hij zegt: ‘Ze willen straks nog wel naar oma, maar ik kan best even komen helpen.’

 

 2093063-700cbc284175833bdea758ca04e91d76.jpg
Jelko Arts (Den Bosch, 1991)

Geschreven door Romenu om 18:13 Reageer op dit bericht

Anton Koolhaas, Chinua Achebe, José Saramago, Renate Rubinstein, Craig Arnold, Danny Wallace, Frits van der Meer, Jónas Hallgrímsson, Hugo Dittberner

De Nederlandse schrijver Anton Koolhaas werd op 16 november 1912 in Utrecht geboren. Zie ook alle tags voor Anton Koolhaas op dit blog.

Uit: De liefde schuilt in een doublet van hazen

‘Ik ben dan ook altijd op de vlucht, ook!’ riep de haas Leendert ineens uit. Waar hij nu weer voor weggelopen was, wist hij niet eens meer. Hij draafde maar. Hij had dat weglopen al van zijn eerste jeugd af gehad. In het begin was het natuurlijk speelsheid geweest, want toen vond hij iedere gelegenheid om het op een hollen te zetten, schitterend. Maar zo speels was hij nu niet meer en af en toe schemerde hem wel iets, dat hij wel wat veel wegliep voor een haas die het leven aan kan; althans aan zou moeten kunnen. Hij had echter niemand om mee van gedachten te wisselen over al die dingen, want ook van andere hazen was hij altijd weggevlucht.
Als je wegloopt, dacht Leendert, kom je ergens anders. Maar voor mij maakt het niets uit, of ik hier ben of ergens anders. Leendert keek om zich heen en overwoog of dit nu bijvoorbeeld een plaats was, om steeds naar terug te keren. Hij zat midden in een weiland en het regende. Een mistroostige en langdurige najaarsplensbui. Het gras lag plat en het was zo doornat, dat iedereen er wel verdrietig van moest worden. Nu viel er een druppel midden in een oog van Leendert en dat bracht hem opnieuw in draf. Hij rende zonder op te kijken het hele weiland door en kwam tot stilstand voor een vrij brede vaart. Hij was er al eens eerder geweest en wist wat hem wachtte. De regen maakte belletjes in het water. Hij had er al twee keer naar gekeken en het was een van de weinige dingen waar hij niet voor wegliep. Sterker: hij kon er niet vandaan komen!
Eerst keek hij er alleen een tijd lang naar en vervolgens begon hij te luisteren naar het geluid. Aanvankelijk ruiste al dat water alleen maar en kreeg men de indruk van een onbeschrijfelijke natheid; maar als men er zich in verdiepte, ging het rinkelen. Van heel laag tot heel hoog en Leendert kreeg daar rillingen van. Niet van de vochtigheid of van de kou, maar in het bijzonder van dat rinkelen. Die rillingen begonnen langs zijn rug, liepen dan door zijn achterpoten, sprongen vandaar in de voorpoten en kwamen uiteindelijk in zijn borst terecht, rondom het hart en dan moest Leendert ineens naar adem snakken. Vervolgens ontspande alles zich weer iets, tot de rillingen opnieuw optraden in zijn rug en wederom hun kringloop maakten. Leendert dacht af en toe: ik zou wel willen, dat het iets anders en iets meer werd dan rillen, maar dat werd het nooit. Wanneer de belletjes kleiner werden en de regen ophield, verviel hij tot besluiteloosheid.
Hij keek voorzichtig om en kroop langzaam van de rand van het water weer omhoog naar de wei. En dan ging hij weg, maar niet zoals anders met grote vluchtsprongen, maar juist vreemd traag. Zo traag, dat het wel leek of hij met het optillen van een poot wachtte tot de vorige secuur op de aarde stond, omdat hij daar anders wel eens naast zou kunnen stappen. Op die manier kroop hij heel bekommerd voort, maar het was wel een manier van lopen, die uitdrukking gaf aan de stemming die bellen in het water wekten.”

 

 2092828-7a7bd56043f7fd23e7c37ba15a157fe2.jpg
Anton Koolhaas (16 november 1912 – 16 december 1992)

 

 

De Nigeriaanse dichter en schrijver Chinua Achebe werd geboren op 16 november 1930 in Ogidi. Zie ook alle tags voor Chinua Achebe op dit blog.

 

A Wake for Okigbo

For whom are we searching?
For whom are we searching?
For Okigbo we are searching!
                                                            Nzomalizo!

Has he gone for firewood, let him return.
Has he gone to fetch water, let him return.
Has he gone to the marketplace, let him return.
For Okigbo we are searching!
                                                            Nzomalizo!

For whom are we searching?
For whom are we searching?
For Okigbo we are searching!
                                                            Nzomalizo!

Has he gone for firewood, may Ugboko not take him.
Has he gone to the stream, may Iyi not swallow him!
Has he gone to the market, then keep from him you
           Tumult of the marketplace!
Has he gone to battle,
           Please Ogbonuke step aside for him!
For Okigbo we are searching!
                                                            Nzomalizo!

They bring home a dance, who is to dance it for us?
They bring home a war, who will fight it for us?
The one we call repeatedly,
           there’s something he alone can do
It is Okigbo we are calling!
                                                            Nzomalizo!

Witness the dance, how it arrives
The war, how it has broken out
But the caller of the dance is nowhere to be found
The brave one in battle is nowhere in sight!
Do you not see now that whom we call again
And again, there is something he alone can do?
It is Okigbo we are calling!
                                                            Nzomalizo!

The dance ends abruptly
The spirit dancers fold their dance and depart in midday
Rain soaks the stalwart, soaks the two-sided drum!
The flute is broken that elevates the spirit
The music pot shattered that accompanies the leg in
           its measure
Brave one of my blood!
Brave one of Igbo land!
Brave one in the middle of so much blood!
Owner of riches in the dwelling place of spirit
Okigbo is the one I am calling!
                                                            Nzomalizo!

 

 2092828-8c8bdc79755079e87f2fb97d380af469.jpg
Chinua Achebe (Ogidi, 16 november 1930)

 

 

De Portugese schrijver José Saramago werd geboren op 16 november 1922 in het dorpje Azinhaga in de provincie Ribatejo. Zie ook alle tags voor José Saramago op dit blog.

Uit: Der Doppelgänger (Vertaald doorMarianne Gareis)

„Für den Berichterstatter oder den Erzähler, denn höchstwahrscheinlich bevorzugt man eine Figur mit akademischen Siegel, wäre es an diesem Punkt ein Leichtes zu schreiben, auf dem Heimweg des Geschichtenerzählers durch die Stadt, bis hin zu seiner Wohnung, ereignete sich nichts. Als wären sie eine Art Zeitmaschine, werden diese vier Worte, es ereignete sich nichts, überwiegend in Situationen eingesetzt, in denen professionelle Skrupel es nicht zu lassen, eine Rauferei auf der Straße oder einen Verkehrsunfall zu erfinden, deren einziger Zweck es wäre, Lücken in der Handlung zu füllen, wo doch die Dringlichkeit besteht, zur nächsten Episode zu gelangen, oder vielleicht ungewiss ist, was mit den Gedanken, welche die Figur selbst hervorbringt, zu machen sei, vor allem dann, wenn diese nichts mit den Lebensumständen zu tun haben, in denen sie entscheiden und handeln soll. Genau in einer solchen Lage befand sich unser Lehrer und frischgebackener Videoliebhaber Tertuliano Maximo Afonso, als er im Auto nach Hause fuhr. Es ist wahr, dass er nachdachte, viel sogar und intensiv, doch seine Gedanken waren so weit entfernt von all dem, was er in den letzten vierundzwanzig Stunden durchlebt hatte, dass die Geschichte, die zu erzählen wir uns vorgenommen haben, unweigerlich eine andere würde, wollten wir seine Gedanken in unsere Erzählung aufnehmen. Dies könnte sich natürlich lohnen, oder besser gesagt, es würde sich wahrscheinlich lohnen, denn schließlich wissen wir alles über Tertuliano Maximo Afonsos Gedanken, doch das hieße, alle bisher unternommenen Anstrengungen, diese fünfzig kompakten, mühsam erarbeiteten Seiten, für null und nichtig zu erklären und an den Anfang zurückzukehren, zur ironischen, trotzigen ersten Seite, und eine bereits geleistete anständige Arbeit eines riskanten Abenteuers wegen, das nicht nur neu und anders, sondern auch höchst gefährlich wäre, auf Spiel zu setzen, denn dazu würden uns die Gedanken Tertuliano Maximo Afonsos ohne Zweifel bringen. Begnügen wir uns also mit dem Spatz in der Hand und verzichten wir auf die Taube auf dem Dach. Für mehr bleibt auch keine Zeit. Tertuliano Maximo Afonso hat soeben sein Auto eingeparkt, legt die kurze Entfernung bis zu seinem Haus zurück, in der einen Hand die Aktentasche, in der anderen die Plastiktüte, was geht ihm wohl durch den Kopf, natürlich rechnet er sich aus, wie viele Videos er bis zum Schlafengehen sichten kann, ein heikles Wort, das hat man nun davon, wenn man sich für Nebendarsteller interessiert, wäre der Typ ein Star, erschiene er gleich auf den ersten Bildern.“

 

 2092828-3d53001fbd9210f1d2875110e83b8049.jpg
 José Saramago (16 november 1922 - 18 juni 2010)
Standbeeld in Conil de la Frontera

 

 

De Nederlandse schrijfster en journaliste Renate Rubinstein werd geboren op 16 november 1929 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Renate Rubinstein op dit blog.

Uit: Mijn betere ik

“In 1977 kwam de ziekte die ik onder de leden had tot een diagnose: multiple sclerose. Terug uit het ziekenhuis bleek ik in zoverre hulpbehoevend dat ik iemand nodig had om de boodschappen voor mij te doen. Aan een bouwvakker die ik kende, vroeg ik of hij iemand wist die dat zou kunnen doen (pas later zou ik de meer geijkte wegen leren kennen) en die stuurde iemand die tamelijk aangeschoten bij mij op de stoep verscheen. Hij zei dat hij 'Simon' kende. Ik dacht dat hij de winkel van Simon de Wit bedoelde, maar hij bedoelde Simon Carmiggelt, die hij trouwens helemaal niet kende maar alleen noemde omdat hij wilde aangeven dat hij in de literaire wereld thuis was. Stof voor een stukje. Ik schreef het op 10 december 1977. Het heette `Simon' en ik nam het later op in de bundel Ieder woelt hier om verandering. Onopzettelijk, maar toch, heb ik hem met dat stukje naar mij toe geschreven. Want hij belde mij op en vroeg: 'Maar wat heb je eigenlijk?' Ik zal daar wel iets sombers over gezegd hebben, in elk geval zei hij: 'Ik kom zaterdagmiddag bij je langs.' En dat deed hij en we praatten in de grote achterkamer van mijn huis op de Oudezijds Voorburgwal. Ik zat op het bed dat daar stond — in al mijn kamers hebben altijd bedden gestaan want een bank vond ik in die tijd nog 'burgerlijk', ik had er trouwens geen geld voor — en hij zat op een stoel tegenover mij. Tegen het eind van zijn bezoek, ik moest al een taxi voor hem bellen, kwam hij naast me zitten. Ik schoof een eindje op, uit beleefdheid, maar dat was niet de bedoeling want hij begon aan een lange zoen. (Kus, zei hij.) Ik was in eerste instantie stomverbaasd.
(...)

Peter Vos woonde in die tijd op de onderste verdieping van mijn huis op de Oudezijds Voorburgwal. Hij probeerde op te houden met drinken en had het daar erg moeilijk mee. 'Als we nou eens Simon Carmiggelt hier vragen, die is ook opgehouden met drinken, die weet er misschien iets op,' stelde ik voor. Peter, die een even kinderlijke vereerder van de schrijver was als ik, verwachtte daar veel van, ik belde dus op en Simon kwam. We ontvingen hem met thee en toast met zalm. We waren alle drie verheugd, maar toen het Grote Advies moest komen zei Simon: `Ja jochie, als je op wilt houden met drinken, zit er niets anders op dan niet meer drinken.'

 

 2092828-4735ab0d73222a4b6b8bc79769ab70d6.jpg
Renate Rubinstein (16 november 1929 – 23 november 1990)

 

 

De Amerikaanse dichter Craig Arnold werd geboren op 16 november 1967 in Temple, Californië. Zie ook alle tags voor Craig Arnold op dit blog.

 

Incubus (Fragment)

Younger and given to daydreams, she imagined
trading bodies with someone, a best friend,
the boy she had a crush on. But the fact
was more fantastic, a fairy-tale adventure
where the wolf wins, and hides in the girl's red hood.
How it happens she doesn't really remember,
drifting off with a vague sense of being
drawn out through a single point of her skin,
like a bedsheet threaded through a needle's eye,
and bundled into a body that must be his.

Sometimes she startles, as on the verge of sleep
you can feel yourself fall backward over a brink,
and snaps her eyelids open, to catch herself
slipping out of the bed, her legs swinging
over the edge, and feels the sudden sick
split-screen impression of being for a second
both she and her.
What he does with her
while she's asleep, she never really knows,
flickers, only, conducted back in dreams:
Walking in neighborhoods she doesn't know
and wouldn't go to, overpasses, ragweed,
cars dry-docked on cinderblocks, wolf-whistles,
wanting to run away and yet her steps
planted sure and defiant. Performing tasks
too odd to recognize and too mundane
to have made up, like fixing a green salad
with the sunflower seeds and peppers that she hates,
pouring on twice the oil and vinegar
that she would like, and being unable to stop.

Her hands feel but are somehow not her own,
running over the racks of stacked fabric
in a clothing store, stroking the slick silk,
teased cotton and polar fleece, as if her fingers
each were a tongue tasting the knits and weaves.
Harmless enough.

 

 2092828-bc1419e93444f784d633e741320fd05a.jpg
Craig Arnold (16 november 1967 – 27 april 2009)

 

 

De Schotse schrijver, humorist, radio-en televisie presentator Daniel Frederick Wallace werd geboren op 16 november 1976 in Dundee. Zie ook alle tags voor Daniel Wallace op dit blog.

Uit: I Can’t Believe You Just Said That“In 2015, after 27-year-old Omar Hussain left his job at a Morrisons supermarket in Buckinghamshire and fled the United Kingdom to join the radical terrorist jihadist group ISIS, he was extraordinarily disappointed to find out how rude they all were.
We all get annoyed at our colleagues from time to time, but for Omar Hussain the everyday rudeness displayed by those simultane­ously plotting to bring down the very tenets of Western civilisation was a step too far.
In a blog he wrote in his first few months in the desert, he complained in no uncertain terms about the ‘bad manners’ of his fellow radicalised death-cult militants.
Under a series of numbered headings on Tumblr, the bearded and bespectacled Hussain launched a blistering attack on Arab administrative skills.
‘There is no queue in any of their offices,’ wrote the furious Briton. ‘You could be waiting in line for half an hour and then another Arab would come and push in the queue and go straight in.’
When serving his peers dinner after a long day of terrorist training in the desert, Omar was shocked to be ‘pounced upon by everyone in the room. I therefore refused to give anyone food until every single one of them was sitting down in their seats. Unfortu­nately, I had to treat them like primary school students.’
Poor Omar just hadn’t known what he was letting himself in for. In subsequent blogs and tweets, you can tell he was becoming withdrawn. He talks of loneliness; he has trouble peeling potatoes; he spends his free time trying to find chocolates or feeding a local cat called Lucy.
What Omar perceived as the rudeness of others really affected him: this kind of behaviour was not what he signed up to ISIS for, and it was wearing him down.
It only got worse.
‘In the West, it is common knowledge to walk out of a room wearing the same pair of shoes that you wore while entering the room. Nay, it is common sense!’ he wrote at one point, and you know someone’s annoyed when they use words like nay. ‘However, here in Sham, our Syrian brothers [. . .] believe that everyone can wear each other’s footwear. Sometimes you would enter a building and when leaving, you would see the person with your shoes walking 100 yards ahead of you and it can be quite irritating.’


2092828-4a054440107b590fe29e6debb6b0572f.jpg
Danny Wallace (Dundee, 16 november 1976)

 

 

De Nederlandse literator, kunsthistoricus, archeoloog en katholiek priester Frederik Gerben Louis (Frits) van der Meer werd geboren in Bolsward op 16 november 1904. Zie ook alle tags voor Frits van der Meer op dit blog.

Uit: Jan van Eyck

“Plinius de Oudere verhaalt de volgende anekdote over de beide meest befaamde schilders uit de Griekse Oudheid, Parrhasius en Zeuxis. De twee gingen een wedstrijd aan. Zeuxis gaf een tros druiven zo bedriegelijk juist weer dat de vogels er gretig op af kwamen. Parrhasius kwam aan met een leeg doek, dat evenwel niet echt was, maar geschilderd; Zeuxis, overmoedig geworden door de vergissing van de vogels, vroeg hem, toch eindelijk dat doek eens op te lichten en zijn schilderij te laten zien. Toen hij zijn blunder had bemerkt, gaf hij zich ruiterlijk gewonnen: hij had vogels beetgehad, maar Parrhasius hem, de kunstenaar (Nat. hist. xxxv 3).
Plinius' eeuwenlang herhaalde anekdote herinnert er ons aan, dat de bewondering van de gewone man zich altijd het eerste richt op de bedrieglijk echte nabootsing. Dat geldt voor u en voor mij; dat gold ondanks alles ook voor de onverbeterlijk heroïserende en naar ideale normen stylerende mensen van de Renaissance; dat gold blijkbaar zelfs voor die aartsslimmerikken, de oude Atheners: dat hun Plato die kant van de kunst minachtte, ontging de gewone man ten enen male.
Weinigen hebben oog voor een majestueuze, sterke compositie; iedereen heeft oog voor verbluffend knappe details; vooral als het er veel zijn, en prachtige: ‘je kijkt je ogen uit’, en het is ‘net echt’. In dat opzicht zijn wij allen kleine kinderen; ook de snobs staan even naïef naar het Altaar van het Lam te kijken als de Vlaamse dorpsmensen die na de Gentse Floralia het altaar van de Van Eycks met open monden en verrukte ogen, soms voor de zoveelste maal, aanstaren. Dat schouderophalen over ouderwetse virtuositeit, en die voorkeur voor brutale stilering (tot kubistische misvorming of tot het bijna-niets toe), als het geen mode is, dan raakt het in de richting van een soort schizoïde, koppige aanstellerij.”

 

 2092828-c3bfa88358f1f2b06bd489fe09a3e453.jpg
Frits van der Meer (16 november 1904 – 19 juli 1994)
Het Lam Gods door Jan van Eyck, 1432

 

 

De IJslandse dichter en natuurwetenschapper Jónas Hallgrímsson werd geboren op 16 november 1807 in Öxnadalur. Zie ook alle tags voor Jónas Hallgrímsson op dit blog en ook mijn blog van 16 november 2010.

 

A Ship Comes In

Can the bard descry a schooner
scudding landward, sails expanded?
Hear what's said beside the cod-stacks?
See the merchants strut like peacocks?
'Shorebound breezes shove the weary
ship along! The boys are thronging!
Packs of people crowd the sidewalks!
Perky shop-clerks stop and goggle!'

 

 

Quatrains

Ah, who mourns an Icelander,
all alone and dying?
Earth will clasp his corpse to her
and kiss it where it's lying.

Such is my lot, my lonely doom.
Life would have brimmed with pleasure
had I known her better whom
I hunger for and treasure.

May your mornings all be gay!
May your nights bring gladness!
Here, this dark December day,
I dwell in exile sadness.

Look! the sun is circling north,
soon it will shine above you!
Would that I once more might set forth,
with one more chance to love you!

 

 2092828-fcee303dc957621f58dda040aad5763b.jpg
Jónas Hallgrímsson (16 november 1807 – 26 mei 1845)
Standbeeld in Reykjavík

 

 

De Duitse schrijver, dichter en essayist Hugo Dittberner werd geboren op 16 november 1944 in Gieboldehausen. Zie ook alle tags voor Hugo Dittberner op dit blog en ook mijn blog van 16 november 2010.

 

Der Ältere

Am Fenster die Nacht, die ich nicht fortblasen kann.
Mein Rücken atmet; irgendwo im Norden, achtzig Kilometer
von hier, schläft der Bruder, von Geburt an der ältere.
In seinem dritten Haus ist er dicker geworden.
In seinem Garten blüht der schönste Oleander.
Einmal sah ich ihn schlafen wie ein sattes Baby.
Er lag auf einer Pritsche neben mir, dem Studenten;
hatte die erste Frau und ihr Haus verlassen.

 

 

Der Zauber

Schneeluft. Die roten Dächer leuchten
von der gelben Sonne; am Himmel stehn
die grauen Wolken in dem stillen Blau.
Was sich an Farbe sammelt, strahlt hervor
und tönt mit einem Sägekreischen überland.
Der Rauch aus jedem Schornstein steigt
schnurgerade hoch, und höher; wenn er an
graue Wolken stößt, wird's wieder schneien.

 

 

Nach dem Sommer

Im Windschatten der Westwand standen wir.
Sie war braun in ihrem schwarzen Blumenkleid.
Erklärte mir sehr lange einen kurzen Brief.
Es kamen ihre Freunde, meine Freunde.
Ein Dampfzug stampfte durch die weite Kurve.
Hinter der Schranke wartete ein fremder Herr mit Hund
und sah auf uns wie wir auf ihn.
Als er verschwunden war, streichelte ich ihre Haut.

 

 2092828-10647e79c818885c636bea67a297ad6c.png
Hugo Dittberner (Gieboldehausen, 16 november 1944)
Gieboldehausen

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e november ook mijn blog van 16 november 2014 deel 2.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 16 november 2008, mijn blog van 16 november 2007 en ook mijn blog van 16 november 2006.

Geschreven door Romenu om 18:34 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten