Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 20 november 2017 tot 21 november 2017

Margriet de Moor, Gerard Koolschijn, Isaac Bashevis Singer, Wouter Steyaert, Marilyn French, Freya North, Carl-Henning Wijkmark, Voltaire, Garth Risk Hallberg

De Nederlandse schrijfster Margriet de Moor werd als Margaretha Maria Antonetta Neefjes op 21 november 1941 in Noordwijk geboren. Zie ook alle tags voor Margriet de Moor op dit blog.

Uit:Van vogels en mensen

“Op een vroege juni-ochtend komt hij thuis. Hij rijdt de straat in. Vredige stilte, zij het bedrieglijk. De auto’s staan nog allemaal onder de meidoorns langs de stoepranden geparkeerd. De jonge bomen bloeien. Witroze bloemetjes.
Het is even na zessen. In deze straat, de Mozartstraat te Schalkwijk, zal het dagelijks leven op zijn vroegst pas over een half uur beginnen. Schalkwijk is een tussen weilanden en water gelegen dorp, het heeft een middeleeuws verleden maar hoort tegenwoordig tot de gemeente Haarlem.
Als hij uitstapt valt het uitzinnige kabaal van de vogels in de meidoorns hem niet speciaal op. Dit gejubel is hem vertrouwd. Rinus Caspers, van huis uit hovenier, werkt als vogelverjager op de luchthaven, zo’n kilometer of tien verderop. Een onverstoorbare, vriendelijke man. Gewend solitair te werken en nooit te beroerd om een nachtdienst van een collega over te nemen. Alleen-zijn, ’s nachts onder de sterrenhemel of onder een pak regenwolken, hij zou niet weten wat daar voor eenzaams aan is.
Hij steekt de straat over naar de nieuwbouwwoning, een tussenhuis van vier-onder-een-kap, waar hij met zijn vrouw en zoon woont. Zodoende vallen de in neutrale kleding gestoken man en vrouw op de voorbank van een Volkswagen hem net zomin op als het vogelgetsjilp. De twee hebben dienst. Straks zullen ze zo netjes mogelijk een arrestatie verrichten, op zichzelf niets bijzonders, alleen is het dit keer een vrouw. Ook niet echt ongehoord in hun vak.
Hij duwt de voordeur achter zich dicht. De hond, een bordercollie, staat dan al intens zijn laarzen en broek te besnuffelen. Het dier dat deze keer niet mee mocht naar de vliegtuigen wil zich op de hoogte stellen. De opgaande zon schijnt door het zijraam van de erker via de huiskamer het halletje in. Rinus hangt zijn jekker tussen de jassen en sjaals van Marie Lina, zijn vrouw, en zijn zoon Olivier. Hij gaat ervan uit dat de twee nog een lekker uurtje mogen blijven liggen, warm in hun slaapgeur, van niets wetend.
‘Naar je mand,’ beveelt hij zachtjes de collie.
Hij trekt zijn laarzen uit en brengt ze via de keuken naar de achterplaats om ze later op de dag met de tuinslang schoon te spuiten.”

 

 2094275-0b3cb5514fe20d98bcfee4625f4a1919.jpg
Margriet de Moor (Noordwijk, 21 november 1941)

 

 

De Nederlandse schrijver en vertaler Gerard Koolschijn werd op 21 november 1945 in Den Haag geboren. Zie ook alle tags voor Gerard Koolschijn op dit blog.

Uit: Geen sterveling weet

“Waarom? Een kindervraag. De wereldwijzen vragen hóé. Ik heb een hekel aan hoe.
Bij gebrek aan beter zoek je het antwoord bij je ouders. Zelf na-der je de dood, maar nog steeds graafje met groeiend onbegrip rond in je jeugd. Ergens in een la liggen twee pakketten met geslachtslijsten. De eeuwen schieten voorbij. Schippers, zadelmakers, geesteszieken. Katwijk, Zwartsluis, Memmelshofen. Ga vijftien moeders terug en het is Tachtigjarige Oorlog. Tienduizenden mannen en vrouwen hebben sindsdien, gretig, onverschillig, krampachtig, aan je totstandkoming bijgedragen. De laatste twee zijn dichtbij, maar dat maakt ze nog niet begrijpelijker.
Toen mijn vader zo oud was geworden dat trots, of schaamte, hem niet langer belette de waarheid te spreken - toen hij murw was en zijn behoefte aan vertrouwelijkheid bewees dat hij het leven voelde verdwijnen - ontviel hem dat hij een fout had gemaakt, die ene keer, in de oorlog, voor haar deur op de Conradkade, waar zij hem smeekte haar niet in de steek te laten.
Wie weet geen plein of straat waar hij anders had moeten beslissen?
Bij het bladeren door de familiealbums groeit behalve het onbegrip ook hor medelijden.
Daar poseert het meisje dat in handen van mijn vader zou vallen nog in een matrozenpakje met haar moeder en twee broertjes in de stammenwirwar van een ontwortelde voorwereldlijke boom op Sumatra. Boven het gezin staat wijdbeens haar vader, met een ge-weer over de schouder waarmee hij eigenhandig tijgers schoot, stoer groetend met zijn tropenhelm. In de smetteloos witte gezelschappen voor watervallen, naast triomfbogen of bij het treintje dat de oogst door de plantage reed staan haar vader en moeder zelden naast elkaar. Zij hadden elkaar aan boord getroffen. Hij keerde terug van een vergeefse zoektocht naar een Hollandse bruid. Zij was op weg naar een koloniaal verpleegstersleven. Op zijn tweede aanzoek was zij ingegaan, op voorwaarde dat ze nooit zou hoeven koken. Wat stond haar allemaal te wachten, dat meisje met een strik in het haar aan de hoge lessenaar in de kamer, in een schoolklasje van drie, met de voetjes op een taboeret, dat stipje op het weidse, glooi-ende veld rond het hooggelegen plantershuis!”

 

 2094275-9c3fcd23a2f0d761f3b8e3a323d53f81.jpg
Gerard Koolschijn (Den Haag, 21 november 1945)
Den Haag, Uitzicht vanaf de toren van de Grote Kerk 

 

 

De Amerikaans-Poolse schrijver Isaac Bashevis Singer werd geboren op 21 november 1904 als Isaac Hertz Singer in Radzymin, Polen. Zie ook alle tags voor Isaac Bashevis Singer op dit blog.

Uit: He Wants Forgiveness From Her

“The door opened and into the room came a fashionable, beardless young man wearing a stovepipe hat and a short jacket. He seemed to be in his late thirties. His appearance and manner of dress, indeed his entire bearing, radiated importance—that of a doctor, a lawyer, or, at the very least, an accountant. Especially authoritative were his pince-nez, which sat low down on his nose and were fastened to the buttonhole in his lapel by a thin black cord. "Well, what's the good word?" my father said. The young man spoke half shyly and hesitantly. He began with these words: "Rabbi, you're going to laugh ..." It turned out that some twelve years before, the young man had been the fiance of a respectable Warsaw girl. Then he met another girl and married her. People warned him that when someone breaks off an engagement, a letter of forgiveness is required from the other party. But he was in love with his new wife and was ashamed to return to the first one to request the letter. He was especially ashamed before his in-laws. In short, he went off to live with the second girl, moved to another city, and hoped that time would smooth everything over. So a match dissolves, big deal! However, bad luck tagged after the young man. He opened a shop, but it failed. He established a factory: that, too, did not succeed. His wife had one child, a second child, a third child, but all of them died. The young man was not religious; still, these misfortunes reminded him of the wrong that he had done to his first fiancée. He began to ponder this, and started dreaming about it at night. Before long he became obsessed with the thought that he would have no respite until he got a pardon from his former fiancee, who he heard had married. The news prompted him to leave his business and come to Warsaw, where he discovered that his former fiancee lived in our—that is my father's—district. That is why he had come to ask my father's assistance in getting a letter of forgiveness.
Father heard him out before saying, "Yes, it's true. When a person is wronged, repentance is of no avail. One must request forgiveness."
Father then sent me to bring the man's former fiancée to the courtroom.
Since she lived on Khlodna Street, the young man gave me money for the round trip on the droshky. It was weird sitting in a droshky without packages. The boys outside gaped in wonder. The shopkeepers, men and women, laughed and wagged a warning forefinger at me. I leaned my head against the side of the droshky and felt the springs swaying under me. I was so light I was afraid I might fall out. Nevertheless, I felt comfortable riding in the droshky.“

 

 2094275-9905f0703930270e1a51bf64e9c8400a.jpg
Isaac Bashevis Singer (21 november 1904 – 24 juli 1991)

 


De Amerikaanse schrijfster en literatuurwetenschapster Marilyn French werd geboren op 21 november 1929 in New York. Zie ook alle tags voor Marilyn French op dit blog.

Uit: A Season in Hell: A Memoir

“As we discussed his treatment, I thought about my friend Sibyl Claiborne. I had flown up to New York in February to appear on a PEN panel on Taboos in Literature, which she chaired. Sibyl had seen her oncologist that same day and, in quiet distress, told me she had been diagnosed with cancer of the lung. The doctors at NYU Hospital told her it was tiny, smaller than a quarter, and that she had a good prognosis. As she recounted this, a pang of dread struck me, hard, like a gong in my chest. I began to say that I, too, had cancer, but I stopped myself in time. I didn't have cancer. Why did I feel that I did? Since the fall of 1991, I had had an intermittent consciousness of—or had been inventing—a deep-seated malaise in my body. In November I had had a flu that hung on for months, then turned into a cold, which as late as March had not yet gone away. I told myself my dread at hearing Sibyl's news was just empathy.
Maybe I wanted to share her grief, since I was so fond of her and regretted the sorrow she bore—her husband had died a couple of years earlier and her only child, a son, had died of AIDS the year before. She had no family left; she had only her close friend Grace Paley.
Maybe what was driving me was guilt at the fact that I was still smoking. I had been smoking since I was fifteen, since the night of the junior prom in the Café Rouge of the old Hotel Pennsylvania. I was an instant addict, moving swiftly up to a pack a day forty-six years ago. For years, doctors and friends urged me to quit, but I rationalized.
There was no cancer on either side of my family, and beyond that, I couldn't believe that an activity I enjoyed so much could harm me. My brilliant uncle Henry (who also smoked and drank) regularly told me stories of relatives of his (always men) who had smoked two packs of cigarettes and drunk a fifth of bourbon every day until they died at ninety-four. I counted on being like them.”

 

 2094275-419601e8f8c5c11ae924a176dca36733.jpg
Marilyn French (21 november 1929 – 2 mei 2009)
Cover

 

 

De Britse schrijfster Freya North werd geboren op 21 november 1967 in Londen. Zie ook alle tags voor Freya North op dit blog en ook mijn blog van 21 november 2010.

Uit: The Way Back Home

„To Oriana, it seemed so small. So ridiculously and unnervingly small that she felt compelled to rub her eyes. It had to be an illusion — the truer, more sensible, more realistic proportions would surely be reinstated after a good blink. But there it was still, nestled in a fold of land which looked soft enough to be made of fabric. Like biscuit crumbs in a scrunched napkin, there was the small town outside which she'd grown up. She pulled the hire car in to the verge. She didn't want to get out, she wanted to avoid familiar smells that might make it seem real. She didn't want to hear anything that might say well! welcome back, duck. She wanted to believe that she had no history with this mini place and no need of it. It looked silly, being so small. Not worth a detour. Certainly not worth a visit. Not worthy, even, of a drive right through. This wasn't Lilliput. This wasn't romantic. This was Nowhere.
Nowhere, also known as Blenthrop, Derbyshire. The worst thing about this bastard place striking Oriana as being so small was that it made the rest of the world feel so vast. And suddenly she felt isolated, acutely alone and terrifyingly far away from the place she'd called home for so many years, the place she'd left only the previous day. God Bless America, she said under her breath though she knew she'd never go back.
Driving to her mother's house was easier because she'd never lived there. There was little to recognize, nothing to flinch at; she was unknown and that was preferable to intrusive welcomes and waves, however warm and well meaning Blenthrop folk might be. The further she drove from her childhood home, the longer the space she could finally create between her ears and her shoulders. As she relaxed a little, the car seat felt more comfortable and her headache lifted. Really, jet lag had nothing to do with the tension and now that the anxiety had dissipated, Oriana let the genuine tiredness billow over her the way her mother used to waft her duvet when she was a little girl, giggling in bed waiting for it to land."

 

 2094275-5b4de2ae1a769bfc74b38b3b8b44a842.jpg
Freya North (Londen, 21 november 1967)

 

 

De Vlaamse dichter Wouter Steyaert werd geboren in Gent op 21 november 1982. Zie ook alle tags voor Wouter Steyaert op dit blog.

 

Jeuk

Mijn meisje heeft schurft, maar
dat geeft niet. Neen, ik denk niet

dat het geeft, want het belet me
niet haar graag te zien. Haar zo
graag te zien dat ik haar bijna kus

met een befdoekje. Ik sta op
en ga slapen met een borstel
in de hand – je zou ervan schrikken

hoe weinig ik daarmee inzit.

Mijn meisje pelt af, maar dat geeft
niet. Neen. Dat geeft in de verste
verte niet.

Soms zie ik haar krabben en denk
‘Jij moet jeuk hebben meisje’, ik
probeer haar dan te troosten.

 

 2094275-f6bb2ade4bc71ce73361c74ee7b82e20.jpg
Wouter Steyaert (Gent, 21 november 1982)
Gent

 

 

De Zweedse schrijver Carl-Henning Wijkmark werd geboren op 21 november 1934 in Stockholm. Zie ook alle tags voor Carl-Henning Wijkmark op dit blog.

Uit: Nahende Nacht (Vertaald door Paul Berf)

„Wegen eines unbedachten Worts irgendeiner Schwester bildeten wir uns ein, er käme aus Mittelamerika - fälschlicherweise, wie sich herausstellen sollte - und nannten ihn deshalb Montezuma, schon bald abgekürzt zu Monte. Seine Verborgenheit und noch mehr sein Schweigen beschäftigten uns sehr - er stöhnte und schnarchte nicht und wir konnten ihn nicht essen hören, da er am Tropf hing. In den Nächten wurde dieses Schweigen im Verborgenen so mächtig, dass es die Dunkelheit erfüllte, und wir fragten uns, ob er noch lebte.
Das Eigenartige an Monte war, dass er solch eine starke Präsenz hatte, obwohl wir ihn weder sehen noch hören konnten. Aber vielleicht war das auch gar nicht so eigenartig. In unserem todgeweihten Zustand waren wir besonders empfänglich dafür, was sich auf der anderen Seite des Vorhangs verbarg, und die Autorität seines Schweigens wurde durch unsere Furcht vor dem endgültigen Schweigen verstärkt. Es entstand ein Spannungsfeld um die abgeschirmte Ecke, und Monte bekam unausgesprochen die Rolle einer verborgenen, einer abgewandten Gottheit. Es lag in der Luft; ich merkte zudem, dass die Sache für keinen von uns nur ein Spiel war. Vor allem Börje war tief berührt. Der diskrete Kult bekam darüber hinaus eine Art Vermittler oder Propheten, als sich zweimal ein Besucher - offenbar ein Landsmann - einstellte. Es war ein hagerer, recht großer, junger Mann, der in unseren Augen indianisch aussah. Er hatte einen großen Rucksack aus braunem Leder dabei, dem er etwas entnahm, was mir kleine Holzfiguren zu sein schienen. Er verschwand mit ihnen hinter dem Vorhang, kehrte jedoch augenblicklich wieder zurück, trat rückwärts heraus, als wollte er dem Kranken nicht den Rücken zukehren, und seine Hände waren leer.“

 

 2094275-280092620ce4ab4051d2b57084b0f16d.jpg
Carl-Henning Wijkmark (Stockholm, 21 november 1934)

 

 

De Franse schrijver Voltaire, (pseudoniem van François-Marie Arouet)werd werd op 21 november 1694 geboren in Parijs. Zie ook alle tags voor Voltaire op dit blog.

 

Sonnet

Il n'est mortel qui ne forme des voeux :
L'un de Voisin convoite la puissance ;
L'autre voudrait engloutir la finance
Qu'accumula le beau-père d'Évreux.

Vers les quinze ans, un mignon de couchette
Demande à Dieu ce visage imposteur,
Minois friand, cuisse ronde et douillette
Du beau de Gesvre, ami du promoteur.

Roy versifie, et veut suivre Pindare ;
Du Bousset chante, et veut passer Lambert.
En de tels voeux mon esprit ne s'égare :

Je ne demande au grand dieu Jupiter
Que l'estomac du marquis de La Fare,
Et les c...ons de monsieur d'Aremberg.

 

 

A Mademoiselle de Guise

Vous possédez fort inutilement
Esprit, beauté, grâce, vertu, franchise ;
Qu'y manque-t-il ? quelqu'un qui vous le dise
Et quelque ami dont on en dise autant.

 

 

Épigramme sur Gresset

Certain cafard, jadis jésuite,
Plat écrivain, depuis deux jours
Ose gloser sur ma conduite,
Sur mes vers, et sur mes amours :

En bon chrétien je lui fais grâce,
Chaque pédant peut critiquer mes vers ;
Mais sur l'amour jamais un fils d'Ignace
Ne glosera que de travers.

 

 2094275-cb4f945b890f8f829a55ee2bad2cb08f.PNG
Voltaire (21 november 1694 – 30 mei 1778)
Die Tafelrunde in Sanssouci door Adolph von Menzel, 1850. Derde van links, in de paarse jas, zit Voltaire; naast hem in het rode uniform Christoph Ludwig von Stille, dan Frederik de Grote. De andere gasten zijn Giacomo Casanova, Jean-Baptiste Boyer d'Argens, La Mettrie, James Francis Edward & George Keith, Friedrich Rudolf von Rothenburg en Francesco Algarotti.

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Amerikaanse schrijver Garth Risk Hallberg werd geboren in Louisiana in november 1978 en groeide op in Noord-Carolina. Zie ook alle tags voor Garth Risk Hallberg op dit blog.

Uit: City on Fire

“Was it the cardigan he was allergic to? Its lurid flamestitch pattern seemed to fill the room. And right then, in that moment of weak-ness, was when the doctor pounced. "Charlie, what do you remember about your father?" All of Charlie's beautiful rope-a-dope had deserted him. "You make it sound like he died thirty years ago." "This is what we call an evasion, Charlie." "'What if I just said fuck you? Would that be an evasion?" "It makes you angry when I ask about your father?" "Is our fifty minutes up?" "We've got another half-hour." Charlie resolved to sit there silently with his arms crossed for the remainder of the session, but after a couple of minutes, Dr. Altschul offered to pro-rate. He seemed to feel a little had, but probably this, too, was a ploy. They obviously trained them not to have feelings. As Charlie rose to open the door, the doctor told him that his "home-work" this week was to think about it. A red-haired lady out on the waiting-room couch looked up, curious; Think about what? He had an urge to grab the magazine from her hands and rip it in two. Instead, he said something a girl at school had said to him once: "Take a picture, it'll last longer." And fled through the narrow basement door, grazing his head on the overhang.
It was midday now, the air hotter and stiller than it had been when he went in. The lime-green pelt of pollen on the cars boxing in Mom's wagon let you know they hadn't been driven in a while.
Nor had the street been swept; rotten mulberries from the trees littered the asphalt like dog shit. Charlie kept walking. As the blocks piled up between him and the grief counselor's office, his indignation ripened into something almost like pleasure. Messiness, death, righteous anger: this was Charlie's world. It pleased him that the berries were spoiling and the brownstones were falling apart and the plastic window of a convertible he passed was slashed, wires spilling from its dashboard where the radio had been. It was Dr. Altschul who was the freak, hunkered in his anal little cave, trying to sell Charlie on a world that made sense. It was Dr. Bruce Altschul who was in denial.
On Bleecker Street, a speaker out front of a record store blasted Jamaican music. He saw two leather-jacketed boys, one black, one white, loitering inside between deep bins of LPs. Charlie's normal move would have been to hurry past, but the bright, clear flame of defiance was still lit; woe betide anyone who tried to fuck with him now Not that the boys even saw him come in. They were not so much loitering, actually, as pretending to loiter, while a person he hadn't noticed snapped pictures from across the store.”

 

 2094275-c2de0d8cdfd1764e3ebe1e5a667a7741.jpg
Garth Risk Hallberg (Louisiana, november 1978)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e november ook mijn blog van 21 november 2015 deel 2.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 21 november 2008, mijn blog van 21 november 2007 en ook mijn blog van 21 november 2006.

Geschreven door Romenu om 18:06 Reageer op dit bericht

P. A. de Génestet

De Nederlandse dichter en theoloog Petrus Augustus de Génestet werd geboren in Amsterdam op 21 november 1829. De Génestet verloor zijn ouders op jeugdige leeftijd, waarna hij werd opgenomen in het gezin van zijn oom en voogd, de schilder Jan Adam Kruseman. Aan het Amsterdamse Atheneum en het Seminarium der Remonstrantse Broederschap vormde hij zich tot predikant. In maart 1852 werd hij dominee te Moordrecht en in december van datzelfde jaar in Delft, de stad waar ook nu nog de, naar hem vernoemde, Genestetkerk staat. In hetzelfde jaar trad hij in Bloemendaal in het huwelijk met Henriette Bienfait. Ze kregen samen vier kinderen. In 1859 stierven zijn vrouw en een kind, beiden aan tbc, en moest hij wegens zijn zwakke gezondheid ontslag nemen als predikant. Hij vestigde zich toen in Amsterdam, maar hij bracht de zomers grotendeels door in Bloemendaal. Reeds twee jaar later, in 1861, overleed ook hij in Rozendaal aan de gevolgen van tbc. De Génestet was populair, wat vooral te danken was aan zijn humoristische en ontroerende gedichten die toegankelijk zijn voor een breed publiek. Maar ook godsdienst was een belangrijk thema in zijn gedichten. De Génestet was vrijzinnig-protestant, maar hij neemt even scherp stelling tegen de oppervlakkige vrijzinnigheid als tegen de steile onverdraagzaamheid. Samen met Nicolaas Beets wordt hij gezien als een deel van de Nederlandse navolging van het Byronisme. In zijn korte leven - De Génestet werd slechts 31 - heeft hij slechts een beperkt aantal gedichten kunnen schrijven. Deze werden na zijn dood gebundeld uitgeven onder de titel "Dichtwerken".

 

Liefde

Die ik het meest heb lief gehad, -
't Was niet de slanke Bruid, met wie 'k in 't zoeter leven,
Mocht dwalen op het duin en droomen in de dreven,
Wier hand my leidde op 't rozenpad;

't Was niet de jonge en teedre vrouw,
Die, goede genius, mijn hart, mijn huis bewaakte,
Die my het leven, ach, zoo licht en lieflyk maakte,
Met al den rijkdom harer trouw!

"Zoo was 't de moeder van uw kroost,
Die u, gelukkige, voor 't offer veler smarte,
Deed smaken, onvermengd, het reinst geluk van 't harte,
Des levens liefelyksten troost?"

Neen! - die ik 't meest heb lief gehad,
Dat was mijn kranke; 't was de moede, de uitgeteerde,
Van wie ik leven beide en hopend sterven leerde,
Toen 'k weenend aan haar sponde zat.

 

 

In de bibliotheek van een liefhebber

Geleerdheid grijnst van alle kanten
Hier door een stemmig donker heen:
Ach! met de eerwaarde folianten
In perkament, als achtbre tanten,
Ben ik, zo jong, niet graag alleen.

Hu! ijzegrimmige kwartijnen,
Gij staart mij zo verschriklijk aan,
Als waar' hij erger dan profaan,
Die aan uw saaien schuifgordijnen
Zijn wufte handschoen durfde slaan.

't Is boek van onderen tot boven!
Hier groeien boeken uit de grond;
Ai help! Ik voel mij zo bestoven,
Als relden al die filosofen
Gelijk uit hun papieren mond!

Hij, die dees achtbre rijen schikte,
Bouwde eens aan Babels toren mee;
Hier hebt gij de oudheid, stof op snee!
En - hoe ik van die titlen schrikte -
Verwarring is hier 't groot idee.

Ik zou vergeefs mijn vrienden zoeken,
Ik heb geen moed en geen pleizier;
Het is of gij uit alle hoeken:
Mij toebromt, o pedante boeken:
'Gij zijt geen boek, wat doet gij hier?'

Hoor! De oude grenen kasten kraken,
De meester komt... het vunze stof
Dampt naar de zoldring duf en dof!
Ik mag mij uit de voeten maken,
Ik voel een bitse schouderklop,
Ik zie twee opgesperde kaken...
De boekeneter eet mij op!

 

 2191864-2cc4ed370611b17a0ce591f2c07a69fa.jpg
P. A. de Génestet (21 november 1829 – 2 juli 1861)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Don DeLillo, Viktoria Tokareva, Sheema Kalbasi, Nadine Gordimer, Thomas Chatterton, Zinaida Hippius, Selma Lagerlöf, Ursula Ziebarth, Ferdinand von Schirach

De Amerikaanse schrijver Don DeLillo werd op 20 november 1936 geboren in New York City als zoon van Italiaanse immigranten. Zie ook alle tags voor Don DeLillo op dit blog en ook mijn blog van 20 november 2010.

Uit:White Noise

“We drove 22 miles into the country around Farmington. There were meadows and apple orchards. White fences trailed through the rolling fields. Soon the sign started appearing. THE MOST PHOTOGRAPHED BARN IN AMERICA. We counted five signs before we reached the site. There were 40 cars and a tour bus in the makeshift lot. We walked along a cowpath to the slightly elevated spot set aside for viewing and photographing. All the people had cameras; some had tripods, telephoto lenses, filter kits. A man in a booth sold postcards and slides -- pictures of the barn taken from the elevated spot. We stood near a grove of trees and watched the photographers. Murray maintained a prolonged silence, occasionally scrawling some notes in a little book.
"No one sees the barn," he said finally.
A long silence followed.
"Once you've seen the signs about the barn, it becomes impossible to see the barn."
He fell silent once more. People with cameras left the elevated site, replaced by others.
We're not here to capture an image, we're here to maintain one. Every photograph reinforces the aura. Can you feel it, Jack? An accumulation of nameless energies."
There was an extended silence. The man in the booth sold postcards and slides.
"Being here is a kind of spiritual surrender. We see only what the others see. The thousands who were here in the past, those who will come in the future. We've agreed to be part of a collective perception. It literally colors our vision. A religious experience in a way, like all tourism."
Another silence ensued.
"They are taking pictures oftaking pictures," he said.
He did not speak for a while. We listened to the incessant clicking of shutter release buttons, the rustling crank of levers that advanced the film. "What was the barn like before it was photographed?' he said. "What did it look like, how was it different from the other barns, how was it similar to other barns?"

 

 2093815-d91c3367a92d62ee53d24c2a4339b0fc.jpg
Don DeLillo (New York City, 20 november 1936)

 

 

De Russische schrijfster en scenariste Viktoria Tokareva werd geboren op 20 november 1937 in Leningrad (Sint Petersburg). Zie ook alle tags voor Viktoria Tokareva op dit blog.

Uit:Eine von vielen (Vertaald door Angelika Schneider)

“Ihr Name 'Angela‘ kam von Engel. Und wie ein Engel sah sie auch aus: helle, zarte Haut, blaue Augen, noch dazu sang sie gern. Und das sogar gut. Sie konnte das hohe C singen, und ihre Stimme war dabei noch fest und hatte einen silberhellen Klang. Es war nicht wie bei diesen Sternchen aus den Talent-fabriken: Sie hauchten so bemüht erotisch ins Mikro-phon, dass es geradezu peinlich war hinzuschauen. Als ob sie sich nicht öffentlich zur Schau stellten, sondern vor dir ganz allein. Das Nest, in dem Angela wohnte, hieß Many-nowlu. In früheren Zeiten war es einmal ein Kosa-kendorf gewesen: weiße Hütten, Obstbäume und Gänse, die über den Weg liefen. Angelas Mutter, sie hieß Natascha, hütete die Kühe. Früher war sie einmal Lehrerin gewesen, dann aber dem Alkohol verfallen. Man hatte sie von der Schule gejagt, Kinder konnte man ihr nicht mehr anver-trauen. Aber Kühe schon. Den Kühen war es egal, ob sie ab und zu ... Sie mochten sogar Nataschas Geruch, der ein bisschen an Medizin erinnerte. Natascha zog mit den Kühen weit in die Weiden hinein, sie ging gern barfuß durch die Wiesen. Die
Sonne verbrannte ihr Gesicht bis aufs Fleisch. Auf ihren Wangenknochen war immer ein runder rosi-ger Fleck zu sehen, da, wo die Haut sich gerade er-neuerte. Angeln Vater Wassili wohnte am Ende des Dor-fes in einem heruntergekommenen Haus mit einem Dach aus Lehmziegeln. Wassili trank von morgens bis abends Wodka und konnte direkt vom Haus aus nach draußen pinkeln. Er hatte eine Zementröhre genommen, sie quer durchgefräst und durch die Wand gesteckt, so dass sie auf die Straße eine. Das war seine Toilette. So machte man das schon im fünfzehnten Jahrhundert. Wassili wusste davon allerdings nichts. Er war von allein auf dieselbe Lösung gekommen, die man schon vor über fünfhundert Jahren gefunden hatte. In sein Haus ließ Wassili niemanden herein.“

 

 2093815-3a97b464772e14627fe12db023957e12.jpg
Viktoria Tokareva (Leningrad, 20 november 1937)

 

 

De Iraanse dichteres, vertaalster en mensenrechten-advocate Sheema Kalbasi werd geboren op 20 november 1972 in Teheran. Zie ook alle tags voor Sheema Kalbasi op dit blog.

 

God speaks Hebrew (Fragment)

Before the crystal sea,
I stand with my imprisoned heart,
My nights of empty stories

I cannot find
Dreamy swans of my desire
My appearance of lingering kisses

I want to hear,
Bass murmurs of manly voices,
No more

To think of God?
His colors,
Crystal-green-blue,
Can he be red, green-white, and true?

As I think it over,
Shiny pink waves,
In the valley of God
Walk me through

He is tall and fair
With lots of hair

God is my goodnight kisses,
At the age of 4,
My first designer dresses

The address of a homeless guy,
Or a tiny little beggar's silver coin

He is the dream of a 14-year-old girl,
Sitting across the table,
Discussing in the Technical words,
Countries of the 3rd world

Dreams of being able,
To change the whole wild, wide, world

 

 2093815-3137954a16039ac21af6206e66aa2ca9.JPG
Sheema Kalbasi (Teheran, 20 november 1972)
Hier links op de voorgrond

 

 

De Zuidafrikaanse schrijfster Nadine Gordimer werd geboren op 20 november 1923 in Springs. Zie ook alle tags voor Nadine Gordimer op dit blog.

Uit:July’s People

“You like to have some cup of tea?—
July bent at the doorway and began that day for them as his kind has always done for their kind.
The knock on the door. Seven o’clock. In governors’ residences, commercial hotel rooms, shift bosses’ company bungalows, master bedrooms en suite—the tea-tray in black hands smelling of Lifebuoy soap.
The knock on the door
no door, an aperture in thick mud walls, and the sack that hung over it looped back for air, sometime during the short night. Bam, I’m stifling; her voice raising him from the dead, he staggering up from his exhausted sleep.
No knock; but July, their servant, their host, bringing two pink glass cups of tea and a small tin of condensed milk, jaggedly-opened, specially for them, with a spoon in it.
—No milk for me.—
—Or me, thanks.—
The black man looked over to the three sleeping children bedded-down on seats taken from the vehicle. He smiled confirmation: —They all right.—
—Yes, all right.— As he dipped out under the doorway: —Thank you, July, thank you very much.—
She had slept in round mud huts roofed in thatch like this before. In the Kruger Park, a child of the shift boss and his family on leave, an enamel basin and ewer among their supplies of orange squash and biscuits on the table coming clear as this morning light came. Rondavels adapted by Bam’s ancestors on his Boer side from the huts of the blacks. They were a rusticism true to the continent; before air-conditioning, everyone praised the natural insulation of thatch against heat. Rondavels had concrete floors, thickly shined with red polish, veined with trails of coarse ants; in Botswana with Bam and his guns and hunter’s supply of red wine. This one was the prototype from which all the others had come and to which all returned: below her, beneath the iron bed on whose rusty springs they had spread the vehicle’s tarpaulin, a stamped mud and dung floor, above her, cobwebs stringy with dirt dangling from the rough wattle steeple that supported the frayed grey thatch. Stalks of light poked through. A rim of shady light where the mud walls did not meet the eaves; nests glued there, of a brighter-coloured mud—wasps, or bats. A thick lip of light round the doorway; a bald fowl entered with chicks cheeping, the faintest sound in the world. Its gentleness, ordinariness produced sudden, total disbelief. Maureen and Bam Smales. Bamford Smales, Smales, Caprano & Partners, Architects. Maureen Hetherington from Western Areas Gold Mines.“

 

 2093815-ce180834e6df138bce1a64f098b4b2c8.jpg
Nadine Gordimer (20 november 1923 – 13 juli 2014)
Hier met Desmond Tutu bij de uitreiking van de  Golden Plate Award in 2009

 

 

De Engelse dichter en schrijver Thomas Chatterton werd geboren op 20 november 1752 in Bristol als zoon van een koster. Zie ook alle tags voor Thomas Chatterton op dit blog.

 

The Advice (Fragment)

Revolving in their destin'd sphere,
The hours begin another year
As rapidly to fly;
Ah! think, Maria, (e'er in grey
Those auburn tresses fade away
So youth and beauty die.
Tho' now the captivating throng
Adore with flattery and song,
And all before you bow;
Whilst unattentive to the strain,
You hear the humble muse complain,
Or wreathe your frowning brow.

Tho' poor Pitholeon's feeble line,
In opposition to the nine,
Still violates your name;
Tho' tales of passion meanly told,
As dull as Cumberland, as cold,
Strive to confess a flame.

Yet, when that bloom and dancing fire,
In silver'd rev'rence shall expire,
Aged, wrinkled, and defaced;
To keep one lover's flame alive,
Requires the genius of a Clive,
With Walpole's mental taste.

 

 2093815-54007cff95f9dedf48b94e3c3ec8fd1b.jpg
Thomas Chatterton (20 november 1752 - 5 augustus 1770)
‘The Death of Chatterton’ sculptuur, Kedleston Hall, Derbyshire

 

 

De Russische dichteres en schrijfster Zinaida Nikolaevna Hippius werd als kind van uit Duitse familie geboren op 20 november in Beljov bij Tula. Zie ook alle tags voor Zinaida Hippius en Zinaida Gippius op dit blog.

 

So It Is

If light is felled – I am able to see nothing,
If a man is a beast – I hate him and scorn,
If he’s worse than beasts – I kill him, laughing,
If my Russia is over – I die and I mourn.

 

 

"Say Something Good"
To V.Zlobin

I roar -- a dying lion...
D’ you see all this, my God!
Between machine’s teeth iron,
My flesh is being deformed.

I’ll bear pains my own…
But would I – all, I feel?
All that in systems goes on,
Between the clogs of wheels?

 

Vertaald door Yevgeny Bonver

 

 2093815-cd8337b1d7dd75ddb18dad40641bc1fc.jpg
Zinaida Hippius (20 november 1869 - 9 september 1945)
Hier met de criticus Akim Volynsky

 

 

De Zweedse schrijfster Selma Lagerlöf werd geboren op 20 november 1858 in Östra Emterwik in Zweden. Zie ook alle tags voor Selma Lagerlöf op dit blog.

Uit: Niels Holgersson's wonderbare reis (Vertaald door Margaretha Meijboom)

“Maar op hetzelfde oogenblik, dat de jongen dat deed, kreeg hij zoo’n vreeselijke oorvijg, dat hij meende, dat zijn hoofd in stukken zou springen.
Hij vloog eerst tegen den eenen wand, en toen tegen den anderen, en eindelijk viel hij op den grond, en bleef daar bewusteloos liggen.
Toen hij weer bijkwam, was hij alleen in de kamer. Hij zag geen spoor meer van den kabouter . De deksel van de kist was gesloten, en het net hing weer op zijn gewone plaats in het venster. Als hij niet gevoeld had, hoe zijn rechterwang gloeide van de oorvijg, zou hij in de verzoeking gekomen zijn te gelooven, dat alles maar een droom geweest was.
‘Vader en Moeder zullen in elk geval wel beweren, dat het niet anders geweest is,’ dacht hij. ‘Zij zullen wel niets van de preek willen aftrekken om den kabouter.
Het is het beste, dat ik maar gauw ga zitten lezen.’
Maar toen hij nu naar de tafel ging, merkte hij wat wonderlijks op. De kamer kon toch niet gegroeid zijn! Maar hoe kwam het dan, dat hij zooveel meer stappen moest doen dan gewoonlijk om bij de tafel te komen?
En wat bezielde den stoel? Die zag er niet grooter uit dan zoo pas. Maar hij moest eerst op de sporten
Tusschen de pooten klimmen en dan verder klauteren om op de zitting te komen.
En 't ging al net zoo met de tafel. Hij kon niet over het blad van de tafel heenkijken, zonder op de leuning van den stoel te klimmen.
‘Wat in de wereld is dat toch!’ zei de jongen.
‘Ik geloof, dat de kabouter den leuningstoel en de tafel en de heele kamer betooverd heeft.’
’t Preekenboek lag op de tafel, en schijnbaar was het precies als anders, maar daar moest toch ook iets aan mankeeren, want hij kon er geen woord in lezen, zonder gewoonweg op het boek te gaan staan.”

 

 2093815-02800c0a0493d0950852a0e35fd19920.jpg
Selma Lagerlöf (20 november 1858 – 16 maart 1940)
Cover

 

 

De Duitse schrijfster Ursula Ziebarth werd geboren op 20 november 1921 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Ursula Ziebarth op dit blog.

Uit: Ein Kinderspiel

„Kinder habe ich mit Sätzen gesucht, und gezeigt in der Unbetretbarkeit von Worten, »die noch des leeren Saales Verschwender« und »wenn es dämmert, wie Wälder weit«. Es wird geschehen, was Sie nicht sogleich erwarten, wenn Sie das Buch aufschlagen: Sie werden sich selber sehen, denn Spiegeln wohnt wirklich Zauber inne, Sie werden es bemerken, mir ist es ebenso ergangen, unversehens erschien auch ich in den Rahmen, wo ich Kinder Islands und Anatoliens erwartete und von zeitrückwärts her Kinder, von denen man seit Jahrhunderten, Jahrtausenden vom Hörensagen, vom Lesen weiß - denn auch selbstwärts reicht die Magie des Geschriebenen, man sieht sich wieder, klein, in der Schule, mit Masern im Bett, auf dem Rummelplatz. Auch Sie, ich kenne Sie nicht, aber ich weiß, Sie werden sich auffinden zwischen den Seiten hier, Sie werden sich erinnern und den Kindern dieser Spiegel das Kind hinzufügen, das Sie gewesen sind. Sie werden sich erkennen. Die Kinderbildnisse dieses Buches, werden sich vermehren um die Bilder der Leser und Betrachter deren Zahl mir unbekannt bleiben wird. Die nicht sichtbaren Bilder, die Sie zwischen den Seiten und zwischen den Zeilen von sich auffinden, werden einen geheimen Reichtum des Buches ausmachen. Sich erinnern an das Kind, das man gewesen, ist der schmale schwankende Brückensteg auf dem man hingelangt zu allen Kindern dieser Welt. Die Sätze dieses Buches stehen zugunsten von Wehrlosen. Kinder sind wehrlos. Sie sind angewiesen auf uns.”

 

 2093815-ef8d07820c9d1c4a51c2b391bb30fcc8.jpg
Ursula Ziebarth (Berlijn, 20 november 1921)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Duitse schrijver en advocaat Ferdinand von Schirach werd geboren in 1964 in München. Zie ook alle tags voor Ferdinand von Schirach op dit blog.

Uit: Schuld

“Volksfest Der erste August war selbst für diese Jahreszeit zu heiß. Die Kleinstadt feierte ihr sechshundertjähriges Bestehen, es roch nach gebrannten Mandeln und Zuckerwatte, und der Bratdunst von fettigem Fleisch setzte sich in den Haaren fest. Es gab alle Stände, die es immer auf Jahrmärkten gibt: Es war ein Karussell aufgestellt worden, man konnte Autoscooter fahren und mit Luftgewehren schießen. Die Älteren sprachen von "Kaiserwetter" und "Hundstagen", sie trugen helle Hosen und offene Hemden. Es waren ordentliche Männer mit ordentlichen Berufen: Versicherungsvertreter, Autohausbesitzer, Handwerker. Es gab nichts an ihnen auszusetzen. setzen. Fast alle waren verheiratet, sie hatten Kinder, bezahlten ihre Steuern und Kredite und sahen abends die Tagesschau. Es waren ganz normale Männer, und niemand hätte geglaubt, dass so etwas passieren würde. Sie spielten in einer Blaskapelle. Nichts Aufregendes, keine großen Sachen, Weinkönigin, Schützenverein, Feuerwehr. Einmal waren sie beim Bundespräsidenten gewesen, sie hatten im Garten gespielt, danach hatte es kaltes Bier und Würstchen gegeben. Das Foto hing jetzt im Vereinshaus, das Staatsoberhaupt selbst war nicht zu sehen, aber jemand hatte den Zeitungsartikel danebengeklebt, der alles bewies. Sie saßen auf der Bühne mit ihren Perücken und angeklebten Bärten. Ihre Frauen hatten sie mit weißem Puder und Rouge geschminkt. Es sollte heute würdevoll aussehen, "zur Ehre der Stadt", hatte der Bürgermeister gesagt. Aber es sah nicht würdevoll aus. Sie schwitzten vor dem schwarzen Vorhang und hatten zu viel getrunken. Die Hemden klebten ihnen am Körper, es roch nach Schweiß und Alkohol, leere Gläser standen zwischen ihren Füßen. Sie spielten trotzdem. Und wenn sie falsch spielten, machte das nichts, weil das Publikum auch zu viel getrunken hatte. Zwischen den Stücken gab es Applaus und frisches Bier. Wenn sie Pause machten, legte ein Radiomoderator Platten auf. Die Holzbretter vor der Bühne staubten, weil die Menschen trotz der Hitze tanzten. Die Musiker gingen dann hinter den Vorhang, um zu trinken. Das Mädchen war siebzehn und musste sich noch zu Hause abmelden, wenn sie bei ihrem Freund übernachten wollte. In einem Jahr Abitur, dann Medizin in Berlin oder München, sie freute sich darauf.

 

 2093815-6e137a0f66df851169c675ede4ddf351.jpg
Ferdinand von Schirach (München, 1964)

 

 

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 20 november 2008, mijn blog van 20 november 2007 en ook mijn blog van 20 november 2006.

Geschreven door Romenu om 17:19 Reageer op dit bericht

Jordi Lammers

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse dichter en schrijver Jordi Lammers werd geboren in 1996 in Venray. Hij studeert Nederlands in Nijmegen. In zijn vrije tijd schrijft hij verhalen en gedichten, die onder andere op zijn weblog te lezen zijn. Voor het boek “Het alternatief voor de zorg” (2015) schreef hij het gedicht Mensenhanden. In het collegejaar 2015-2016 was hij de campusdichter van de Radboud Universiteit. In dit zelfde jaar behaalde hij de finale van de landelijke schrijfwedstrijd Write Now. In november 2016 maakte bibliotheek Gelderland Zuid bekend dat Lammers een prijs krijgt vanwege zijn bijdrage aan de taalcultuur in de regio Nijmegen.

 

zo bloot

dit blijft er over
als je steeds verder doorloopt
een stille stad, duizend lichtjes in de verte

lagen we ooit zo bloot op de bergtop?

misschien ligt het aan je navel
aan mijn oor op je buik
maar ik hoor kleine

eenzame geheimen
in je rondzwemmen
vissen die nog niet ontdekt zijn

ik sluit mijn ogen, duik naar de bodem
van je lichaam, naar een diepzee
in een vissenkom

we hadden het bed
nooit naar boven hoeven dragen

 

 2093813-c9a4b4ea84d2726f5497157c012e74f0.jpg
Jordi Lammers (Venray, 1996)

Geschreven door Romenu om 17:18 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten