Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 22 januari 2018 tot 23 januari 2018

P. F. Thomése, Wouter van Heiningen, Stendhal, Derek Walcott, Françoise Dorin, Gerald Jatzek, João Ubaldo Ribeiro, Michel Droit, Fatma Aydemir

De Nederlandse schrijver Pieter Frans Thomése werd geboren in Doetinchem op 23 januari 1958. Zie ook alle tags voor P. F. Thomése op dit blog.

Uit: Grillroom Jeruzalem

“Het zijn de donkere dagen voor Kerst, en we zullen overnachten in Bethlehem. Dat is in het Palestijnse gebied. Aan de andere kant van de grens.
Die grens blijkt, als we arriveren, een muur te zijn van negen meter hoog. Van de ene op de andere straat is-ie er ineens. Baf. Midden in de bebouwde kom. Grijze betonnen platen, bekend uit de gevangenisarchitectuur. Wie zoiets neerzet, wil datgene wat daarachter is nooit meer terug hoeven zien. De utilitaire vormgeving detoneert nogal in het Bijbelse landschap. Wie hier wil dromen van het kindeke Jezus en de os en de ezel en de wijzen uit het Oosten, moet danig zijn fantasie aanspreken. Ons hotel heet overigens gewoon, alsof er niets aan de hand is, het Bethlehem Star Hotel, en de desbetreffende ster straalt ons in haar vuile neon zwakjes tegemoet.
Hier lagen ze dus, de herdertjes, hier lagen zij bij nacht bij het vuur. En daar hoorden zij engelen zingen. Ik probeer me een beetje te oriënteren, maar erg goed lukt dat nog niet.
Onze reisleidster, de Palestijnse Ghada uit Gouda, zegt dat het al laat is en dat we maar beter meteen kunnen gaan slapen.
Op mijn kamer, met de vertrouwde lekkende kraan en het leeslampje dat alleen aangaat als je het draadje op een bepaalde manier vasthoudt, lig ik op bed en probeer ik me thuis te voelen in dit beloofde land waar zovelen zoveel eeuwen naar gehunkerd hebben, waar zovelen met onbegrijpelijke graagte hun bloed voor hebben gegeven (en al hunkerend nog steeds willen geven). Kijkend naar het plafond luister ik naar mijn van thuis meegebrachte muziek: Bar Kochba, de ‘radicale joodse jazz’ van de New Yorker John Zorn, en Old Testaments & New Revelations, melancholisch absurdisme van ‘de eerste joodse countryster’ Kinky Friedman and his Texas Jewboys (‘They ain’t making Jews like Jesus anymore’). Maar ik geloof nog steeds niet helemaal dat ik hier ben. In het Heilige Land, sprookjesland der gelovigen. Het is allemaal zo… gewoon. Het zou net zo goed een hotelkamer kunnen zijn in Emmen of Terneuzen waar ik na mijn lezing uit eigen werk door de liefhebbende organisatie ben ondergebracht.
Om wat meer in de stemming te komen ga ik verder in Edgar Hilsenraths magnum opus Nacht, schitterende schelmenroman uit de sjoah, die ik elke keer moeilijk weg kan leggen, zo verslavend is deze beklemmende overlevingsgeschiedenis. Het verhaal speelt zich af in een ten dode opgeschreven joods getto aan de Dnjestr, ergens in de duistere krochten van oostelijk Europa, waar de grenzen met iedere oorlog veranderden tot niemand meer wist wie in welk land thuishoorde.”

 

 2113739-7988c5f61ba1e2ed41fff8bc763da472.jpg
P. F. Thomése (Doetinchem, 23 januari 1958)

 

 

De Nederlandse dichter Wouter van Heiningen werd geboren op 23 januari 1963 in Leidschendam. Zie ook alle tags voor Wouter van Heiningen op dit blog.

 

Kus

Met je lippen open je een verleden
dat ik had weggestopt in mijn
dagelijkse agenda

Proef de vergleden momenten
als zout in mijn brave pap
kruidt mijn honger
met je eeuwig voedsel

Ik leef.
Ik leef, ik voel het
je ademt een oostenwind
in mijn verkleumde lijf

ik zweef met jou maar
heel alleen de nacht in
je hebt me gemaakt

met je kus

 

 

In de tussentijd

Ik liep een extra rondje
langs paden, onbestaand
de tijd voorbij, naar huis

de gesprekken, onbelangrijk
maar zo terzake, de wereld
die stopte bij het draaien van je hoofd

families in achtertuinen,
nog zonder scheidingswanden
was vriendschap zo eenvoudig

en altijd was mijn plek
onder de zon gevuld,
mijn vrijheid nog geen leegte

steeds verder af van zorgeloosheid,
intens zintuiglijk ervaren,
beleef ik het nu als nooit

maar de wetenschap dat alles
wederkeert, dat jeugd
en ouderdom de cirkel ronden

laat mij hier in tussentijd
het verlangen vergroten
en terugbrengen tot wat het is

 

 2113739-65864258d136381e92c883a1344a09d9.jpg
Wouter van Heiningen (Leidschendam, 23 januari 1963)

 

 

De Franse schrijver Stendhal werd op 23 januari 1783 in Grenoble geboren als Henri Beyle. Zie ook alle tags voor Stendhal op dit blog.

Uit: Promenades dans Rome

« Les personnes avec qui je vais à Rome disent qu’il faut voir Saint-Pétersbourg au mois de janvier et l’Italie en été. L’hiver est partout comme la vieillesse. Elle peut abonder en précautions et ressources contre le mal, mais c’est toujours un mal et qui n’aura vu qu’en hiver le pays de la volupté en aura toujours une idée bien imparfaite.
De Paris, en traversant le plus vilain pays du monde que les nigauds appellent la belle France, nous sommes venus à Bâle, de Bâle au Simplon. Nous avons désiré cent fois que les habitants de la Suisse parlassent arabe. Leur amour exclusif pour les écus neufs et pour le service de France, où l’on est bien payé, nous gâtait leur pays. Que dire du lac Majeur, des îles Borromées, du lac de Como, sinon plaindre les gens qui n’en sont pas fous ?
Nous avons traversé rapidement Milan, Parme, Bologne en six heures on peut apercevoir les beautés de ces villes. Là ont commencé mes fonctions de cicerone.
Deux matinées ont suffi pour Florence, trois heures pour le lac de Trasimène, sur lequel nous nous sommes embarqués, et enfin nous voici à huit lieues de Rome, vingt-deux jours après avoir quitté Paris nous eussions pu faire ce trajet en douze ou quinze. La poste italienne nous a fort bien servis nous avons voyagé commodément avec un landau léger et une calèche, sept maîtres et un domestique. Deux autres domestiques viennent par la diligence de Milan à Rome.
Le projet des dames avec lesquelles je voyage est de passer une année à Rome ce sera comme notre quartier général."

 

2113739-2d47e0cee4ab383acbdef236550ffb5f.jpg 
Stendhal (23 januari 1783 – 23 maart 1842)
Cover

 

 

De Westindische dichter en schrijver Derek Walcott werd geboren op 23 januari 1930 op St. Lucia, een van de kleine Bovenwindse Eilanden. Zie ook alle tags voor Derek Walcott op dit blog.

 

The Star-Apple Kingdom (Fragment)

He looked out from the Great House windows on
clouds that still held the fragrance of fire,
he saw the Botanical Gardens officially drown
in a formal dusk, where governors had strolled
and black gardeners had smiled over glinting shears
at the lilies of parasols on the floating lawns,
the flame trees obeyed his will and lowered their wicks,
the flowers tightened their fists in the name of thrift,
the porcelain lamps of ripe cocoa, the magnolia's jet
dimmed on the one circuit with the ginger lilies
and left a lonely bulb on the verandah,
and, had his mandate extended to that ceiling
of star-apple candelabra, he would have ordered
the sky to sleep, saying, I'm tired,
save the starlight for victories, we can't afford it,
leave the moon on for one more hour,and that's it.
But though his power, the given mandate, extended
from tangerine daybreaks to star-apple dusks,
his hand could not dam that ceaseless torrent of dust
that carried the shacks of the poor, to their root-rock music,
down the gullies of Yallahs and August Town,
to lodge them on thorns of maca, with their rags
crucified by cactus, tins, old tires, cartons;
from the black Warieka Hills the sky glowed fierce as
the dials of a million radios,
a throbbing sunset that glowed like a grid
where the dread beat rose from the jukebox of Kingston.
He saw the fountains dried of quadrilles, the water-music
of the country dancers, the fiddlers like fifes
put aside. He had to heal
this malarial island in its bath of bay leaves,
its forests tossing with fever, the dry cattle
groaning like winches, the grass that kept shaking
its head to remember its name. No vowels left
in the mill wheel, the river. Rock stone. Rock stone.

 

2113739-32c942bdb1607227d3bff10c4cce79be.jpg
Derek Walcott (St. Lucia, 23 januari 1930) 
St. Lucia, uitzicht vanaf de top van Pigeon Island richting het oosten op Reduit Beach.

 

 

De Franse schrijfster en actrice Françoise Dorin werd geboren op 23 januari 1928 in Parijs. Françoise Dorin overleed op 12 januari van dit jaar op 89-jarige leeftijd. Zie ook alle tags voor Françoise Dorin op dit blog.

Uit: Les jupes-culottes

“Bonjour ! Entrez ! Je vous en prie, entrez dans ma vie ! Je m'appelle Philippe Larcher. Oui, je sais que nous ne nous connaissons pas, mais entrez quand même ! Je suis seul et j'ai envie de parler. J'ai besoin de parler. Je ne suis pas très gai depuis quelque temps. Exactement depuis que…
Ah ! je suis désolé ! Je croyais être capable de vous vider mon sac, comme ça, de but en blanc ; mais j' t'en fiche ! je suis encore coincé par ma satanée pudeur ! Heureusement, j'ai l'habitude. Il y a moyen de s'arranger. Je vais prendre un chemin détourné : celui qui passe par mon divorce. Je vous résume l'histoire en quelques mots :
Ce que ma femme a toujours le mieux aimé en moi, c'est mon appartement.
Elle m'a quitté.
Elle l'a gardé.
Il y a quatre ans de cela.
Voilà !
J'y pense encore souvent. À l'appartement. Pas à ma femme. Oh non ! Elle et moi, on s'était oubliés bien avant de se séparer, bien avant que nos deux enfants, en volant précocement de leurs propres ailes, aient permis à leur mère de retenir enfin sous les siennes un faisan argenté qu'elle couvait depuis longtemps.
Je ne me rappelle rien d'elle. Sinon ses yeux : verts. Genre panthère, comme ceux de Diane et de Grégoire.
En revanche, l'appartement, je m'en souviens dans les moindres détails… jusqu'aux tracés des rainures dans les vieilles poutres du plafond ; jusqu'à l'ébréchure dans le coin gauche de la fenêtre par où je regardais la Seine ; jusqu'à la forme des chenets dans la haute cheminée du salon.
Je n'imagine pas que je pourrai un jour m'attacher à d'autres murs qu'à ceux du quai d'Anjou.
Mais j'imagine très bien que j'aimerai un jour une autre femme que celle qui fut la mienne. Je suis même étonné de ne pas être encore retombé amoureux.
Mais qu'est-ce que je raconte ? C'est insensé ! J'ai décidé de vous parler pour me défouler, pour me gratter toutes les scories du cœur et voilà qu'au bout de deux minutes je vous mens à vous, des inconnus, comme si vous étiez des familiers, comme à des gens dont je craindrais l'opinion. Excusez-moi. Je reprends :
C'est vrai que je ne suis pas retombé amoureux depuis mon divorce mais c'est faux que je m'en étonne. Enfin, disons que c'est euphémique."

 

 2113739-7aea4f85abd9c1325ddd86bc0b582f5f.jpg
Françoise Dorin (23 januari 1928 - 12 januari 2018)

 

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver en musicus Gerald Jatzek werd geboren op 23 januari 1956 in Wenen. Zie ook alle tags voor Gerald Jatzek op dit blog.

Uit:Eine Geschichte für Europa - Welche Kinder- und Jugendliteratur braucht Europa?

“Hey diddle diddle: Zur Modernität der Kinderlyrik

1.
Am Anfang war das Wort und es wurde gesprochen. Mit der Erfindung der Schrift kam es in Verruf. Die schreiben konnten sahen auf jene hinab, die weiterhin nur sprachen, und schufen die Begriffe, die dieses Verhältnis verfestigten: Schriftsprache und Mundart, Hochsprache und Dialekt.
2.
In drei Bereichen der Literatur sind orale Traditionen noch immer lebendig: in der Kinderlyrik, im Chanson und im Volkstheater.
Alle drei sind den Lordsiegelbewahrern der Literatur mit Misstrauen suspekt. Sie gelten als überholt und künstlerisch zweitrangig. Daran konnten auch Lewis Carroll, Bob Dylan und Dario Fo nichts ändern.
Die Kritik, stets um ein wenig mehr an akademischer Reputation bemüht, übernimmt dieses Urteil. Volks- und Wanderbühnen sind ein Thema für die Chronik, Chansons werden vom Popredakteur flapsig abgefertigt. Und die seltenen Besprechungen von Kindergedichten befassen sich zumeist mit didaktischen und pädagogischen Anliegen.
3.
Worum man sich nicht kümmert, das verkümmert. Dementsprechend erscheinen massenhaft Bilderbücher, die linksbündigen Flattersatz als Gedichte ausgeben, nur weil an den Zeilenenden paarweise ähnliche Silben auftauchen. Neben und unter oft aufwendigen Illustrationen stolpern Texte voll von Bildbrüchen und missglückten Metaphern dahin. Die Bände werden dank der grafischen Gestaltung verkauft und ziehen die nächsten lyrischen Grausamkeiten nach sich.“

 

 2113739-ffc810b2730701e3aa6974479b03c0cc.jpg
Gerald Jatzek (Wenen, 23 januari 1956)
Affiche voor een optreden 

 

 

De Braziliaanse schrijver João Ubaldo Osório Pimental Ribeiro werd geboren op 23 januari 1941 in Itaparica, Bahia. Zie ook alle tags voor João Ubaldo Ribeiro op dit blog.

Uit: Brasilien, Brasilien (Vertaald door Curt Meyer-Clason en Jacob Deutsch)

„Hort des Glanzes, des Glücks und des Überflusses. Allerwärts wurden neue Helden geweiht, einer an jedem Tag in jedem Dorf, manchmal zwei oder drei, manchmal Dutzende, und die Nachricht von ihren Heldentaten flog so rasch wie die Schwalben, die den Sommer auf der Insel verbringen. So geschah es, als die berühmte Kor-vette Regenereio bedeutende Helden, die wegen Meuterei im Kastell Säo Jorge in der tyrannischen Hauptstadt gefangengesetzt und mittlerweile amnestiert waren, nach Bahias Hafen zurückbrachte. Vom Dunst der Legende umhüllt, trugen diese Männer des Schicksals alsbald in alle Landstriche den Ruf ihres unvergleichlichen Mutes, die Schönheit jeder ihrer Gesten, die treffsichere Kraft eines jeden ihrer Aussprüche, ihre durch menschliche Schwäche nie gebrochene Charakterfestigkeit. Und Josi Franciscos Herz konnte nur schneller schlagen, sein Kinn bebte, und es drehte sich ihm der Kopf, als der große Krieger Leutnant Joäo das Rotas, Fahrgast der Regenerapio, bei Sonnenuntergang—und es war, als umschwirrten Trommelwirbel seinen scharlachrot gesäumten Umhang — von Bord stieg, um die Insel heimlich zu besuchen, und mit einigen Männern sprach, die der Apotheker auf dem Walfischkap versammelt hatte. Von ihm vernahm er wütende Anklagen gegen die brasilianischen Abgeordneten, die sich in Lissabon der Amnestie widersetzt hauen.
Kaum imstande weiterzuatmen, hörte er, daß Brasilien die Freiheit bedeutete, den Wohlstand, die Gerechtigkeit und die Schönheit, die jene Portugiesen, die alles von uns forderten und nichts als Entgelt gaben, bislang unbilligerweise verwehrt hatten.“

 

 2113739-663d8f7c863de76f5d68513aa8d3e08d.jpg
João Ubaldo Ribeiro (Itaparica, 23 januari 1941)

 

 

De Franse schrijver en journalist Michel Droit werd geboren op 23 januari 1923 in Vincennes. Zie ook alle tags voor Michel Droit op dit blog.

Uit:La Rivière de la guerre

« Les dernières pluies avaient cessé trois semaines plus tôt. Dans le lit des rivières, l'eau baissait régulièrement. On pourrait bientôt circuler, en camion, d'un bout à l'autre du territoire, pour achever de rouvrir les pistes et rebâtir les camps. A travers les longues plaines dont certaines étaient restées plusieurs mois noyées par la crue, les hautes herbes gardaient encore toute leur vigueur, même si la brûlure du soleil commençait de roussir le sommet de leurs tiges, avant de descendre lentement vers les racines encore humides. Çà et là, pourtant, d'étroits layons trahissaient à nouveau le passage d'un lion à la recherche de sa proie. Et la pesante marche des grands troupeaux de buffles, survolés de hérons blancs, laissait déjà derrière elle de large, couloirs aux pailles écrasées. Par endroits, l'argile noirâtre des poto-potos, durcie comme au sortir d'un four, s'apprêtait à conserver, jusqu'à la prochaine saison des averses, l'empreinte inaltérable du pied des éléphants, qui avaient pataugé là tout à leur guise, au temps des inondations_ Et quand arrivaient les suffocantes chaleurs de la fin de matinée, des vents secs et brûlants faisaient parfois frémir le ciel d'un poudroiement de cendres montant des incendies de brousse dont on voyait s'élever, à l'horizon, les nuages de fumée tournoyante Ainsi, la nature passait-elle, presque sans transition, du règne de l'eau à celui du feu. Pour l'instant, l'aube s'annonçait à peine. C'était l'heure émou-vante où le petit jour s'apprête à succéder, comme le début d'une trêve, à la nuit mystérieuse et meurtrière de l'Afrique fauve; l'heure incertaine où, dans les vapeurs grises flottant encore sur le paysage, vont bientôt se renouer les premiers ballets d'antilopes ; l'heure délicate où tous les parfums des plateaux et de la plaine, légers ou capiteux, commencent à monter de la terre et de la végétation pour se confondre à nouveau dans l'air qu'ils embaume-ront bientôt ; l'heure de liberté où chacun peut faire dire aux chants des oiseaux qui s'appellent et se répondent tous les mots et même toutes les courtes phrases que son imagination ou son rêve se plaisent à leur prêter. Bref, c'était peut-être l'un des rares moments de la journée où l'on éprouve, en brousse, la fugitive et trompeuse impression de n'être entouré que de subtiles et innocentes promesses. A six cents mètres d'altitude, et comme toujours à cette époque de l'année, la nuit avait été fraîche. Des silhouettes africaines, encore engourdies par le sommeil, émergeaient lentement des nattes posées sur les lits de feuillages où les hommes avaient dormi serrés auprès d'un feu. Et leurs ombres composaient comme une danse immobile autour des braises qui s'éteignaient une à une. »

 

 2113739-0185749071054c0f03ffc18da7d7fdf0.jpg
Michel Droit (23 januari 1923 – 22 juni 2000)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Turks-Duitse schrijfster en journaliste Fatma Aydemir werd geboren in 1986 in Karlsruhe. Zie ook alle tags voor Fatma Aydemir op dit blog.

Uit:Ellenbogen

„Danach ging ich wieder zurück zum Supermarkt und ließ den Lippenstift unauffällig in meiner Hosentasche verschwinden. Ich kann nicht sagen, was ich mit ihm vorhatte, ich glaube, es ging nur darum, ihn zu besitzen, ab und zu daran zu riechen. Denn auftragen konnte ich ihn auf keinen Fall, Mama hätte mir dafür direkt eine Schelle verpasst.
Als ich an der traurigen Kassiererin mit dem Damenbart vorbeischlich, senkte ich meinen Blick und konzentrierte mich auf die Fliesenrillen. Draußen rannte ich die dreihundert Meter nach Hause, als müsste ich dringend aufs Klo, schloss mit dem Schlüssel, der an einem dunkelblauen Faden um meinen Hals hing, die Tür auf, sprang die Treppenstufen in den ersten Stock hoch, schloss die Wohnungstür auf, lief direkt in unser Kinderzimmer und hielt den Lippenstift Onur stolz vor die Nase. Onur schenkte mir nur einen fragenden Blick und spielte weiter mit seinen beschissenen Legosteinen. Spasti.
Dann stand Mama in der Tür. Sie starrte auf die glitzernde Packung in meiner Hand und fragte, was das sei. Ich sagte: »Ein Lippenstift.« Sie wollte wissen, wo ich ihn herhatte.
»Tante Semra hat mir fünf Euro geschenkt, morgens, als ich sie vor der Bäckerei getroffen habe«, log ich. Mama glaubte mir natürlich kein Wort. Niemals hätte Tante Semra mir einfach so fünf Euro geschenkt, wieso auch. Es war weder mein Geburtstag noch irgendein Bayram. Keiner schenkt einem einfach so fünf Euro auf der Straße, zwei vielleicht, ja, eine Zweieuromünze kann man mal hergeben. Aber einen Schein? Niemals.
Als Mama schon den gelben Telefonhörer abnahm, um Tante Semra anzurufen, legte ich meine kleine Hand auf die schwarze Auflegetaste und sagte es ihr. »Ich habe ihn geklaut.
« Ich sagte es so schnell, dass ich kurz selbst darüber erschrak. Dann kamen mir die Tränen. Einfach so. Mama knallte den Hörer hin und flippte völlig aus. Sie hasst es, wenn ich weine, das ist heute noch so. Sie sagt, ich weine immer nur, wenn ich schuldig bin. Sie nennt das Krokodilstränen. Ein komisches deutsches Wort, das sie aufgeschnappt hat und übertrieben gerne benutzt.“

 

 2113739-49d4acddb4604fd881a00461d9e4c70b.jpg
Fatma Aydemir (Karlsruhe, 1986)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e januari ook mijn blog van 23 januari 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 23 januari 2007 en ook mijn blog van 23 januari 2008 en eveneens mijn blog van 23 januari 2009.

Geschreven door Romenu om 18:13 Reageer op dit bericht

Delphine Lecompte Wilhelm Genazino, Rainer Stolz, Ingrid Puganigg, Krzysztof Kamil Baczyński, Rainer Brambach, Lord Byron, August Strindberg, Gotthold Ephraim Lessing

De Vlaamse dichteres en schrijfster Delphine Lecompte werd geboren op 22 januari 1978 in Gent. Zie ook alle tags voor Delphine Lecompte op dit blog.

 

Karbonade in Poperinge

We rijden door het dorpje waar jij een gekweld kind bent geweest
vertederd spreek je over alle kikkers die je opblies
alle konijnen die je stroopte
nadat je vader de achterlijke konijnenkopjes had verbrijzeld
met dezelfde spade waarmee je moeder werd getemd.

We eten kalfskarbonade in het dorpje waar jij je onschuld verloor
twee keer onder en ontelbare keren op een ongedoopte bakkersdochter
ze rook nooit naar versgebakken brood
maar altijd naar bleekwater en naar oudere jongens.

We rijden terug naar de stad waar we voorwaardelijke geliefden zijn
in de auto word ik ziek
de teleurstellende karbonade spat op de voorruit
waar het de vorm aanneemt van een zieltogend kalf.

 

 

Bijten in het Frans

Ik was eens op taalkamp
Ik hoorde het werkwoord bijten in het Frans
En ik dacht dat het sterven betekende
Ik mocht mijn hand in de muil van een kalf steken
En ik voorvoelde dat seks minder intiem zou zijn; minder gezellig ook.

Ik werd verliefd op iemand van hetzelfde geslacht
Ze mocht vroeger naar huis omdat haar vader een poolreiziger was
Een kortharige monitrice zei: ‘Tu as une voix forte!’
Ze haatte mij, het was een klein beetje wederzijds
Elke dag dacht ik aan de kerk van mijn geboortedorp.

Ik werd betrapt toen ik shampoo trachtte te stelen
Van het minst blozende en meest blonde kamplid
Ik kreeg een postkaart van mijn moeder
Het was een paardenrace van Degas
Ze schreef: ‘Parijs is mooi. Wilfried heeft een Afrikaans masker voor mij gekocht.’

Ik was eens op taalkamp
Ik leerde dat bijten en sterven niet dezelfde woorden waren
Na de verijdelde shampoodiefstal werd ik geminacht
Elke ochtend sprak ik met God
Ik vond hem even getalenteerd als Degas, en mooier nog dan paardenbenen.

Zo prettig was het taalkamp niet
Het kalf en de postkaart waren de hoogtepunten
Terug thuis mocht ik mijn mening geven over het Afrikaanse masker; ik had er geen.

 

 2113468-082a9e9207c0342bff6c9f6cf13f86c8.jpg
Delphine Lecompte (Gent, 22 januari 1978)

 

 

De Duitse schrijver Wilhelm Genazino werd geboren op 22 januari 1943 in Mannheim. Zie ook alle tags voor Wilhelm Genazino op dit blog.

Uit: Bei Regen im Saal

„Ich wollte schnell zum Buffet, ein Glas Wein verlangen und mich dann in eine stille Ecke des Foyers verdrücken.
Sogar hier, im Theater, fühlte ich meine Unruhe. Mein derzeit größter Wunsch war: Ich wollte einmal einen einfältigen Tag durchleben. Am liebsten wollte ich damit sofort beginnen. Der Wein kostete fünf Euro, ich reichte der Frau das Geld passend über die Theke. Ich stand in der Nähe einer hohen Glaswand und schaute auf die Straße hinunter. Obwohl ich mir die Hände gewaschen hatte, roch ich an meinen Fingern immer noch den Gummigeruch der Rolltreppenhandläufe. Der Geruch störte mich, aber ich wollte nicht noch einmal in die Toilette. Ich wollte über nichts nachdenken, machte mir aber trotzdem Gedanken, warum mir Gelassenheit manchmal gelang und manchmal nicht. Auf der Straße war kaum Verkehr. Ich war nicht sicher, ob ich nach dem Theater gleich nach Hause gehen würde. Das Theaterstück handelte von einer jungen Frau, die sich einbildete, sie sei eine Antilope geworden und werde demnächst als Antilope in einem Wald leben. Jetzt wollte die Frau ihre Freundin überreden, ebenfalls Antilope zu werden. Dann sollte die Freundin mit ihr in den Wald übersiedeln. Obwohl das Stück anregend und unterhaltsam war, empfand ich ein kleines Unbehagen. Es kam mir so vor, als hätte ich das Stück schon vor Jahren gesehen, was nicht der Fall war. Wahrscheinlich war ich mit vielen solcher Traumstücke vertraut, in denen verzweifelte Menschen das Unmögliche suchen und es nicht finden. Ich schaute immer noch auf die leere Straße hinunter und sagte mir: Man muss dort suchen, wo nichts geschieht.
Nicht weit von mir wandelte eine blonde Frau mit einem Sektglas in der Hand. Ich kannte die Frau ein wenig und wunderte mich, sie im Theater anzutreffen. Sie arbeitete in der Bankfiliale, in der ich mein Konto hatte. Die Frau behandelte mich zuvorkommend und freundlich, obgleich sie mir stets unruhig und gehetzt erschien. Wahrscheinlich ähnelte sie mir, und es war mir unangenehm, die Ähnlichkeit zu bemerken. Offenbar war auch sie im Theater, weil sie hier ungestört ihre Zeit verbringen konnte.“

 

 2113468-876b7cec992cf967b5503867d03aa087.jpg
Wilhelm Genazino (Mannheim, 22 januari 1943)
Cover

 

 

De Duitse dichter en schrijver Rainer Stolz werd geboren in Hamburg op 22 januari 1966. Hij woont nu in Berlijn. Zie ook alle tags voor Rainer Stolz op dit blog.

 

schwingende lasten

"schwingende lasten, ganz schwierig"
sagt mein nachbar, leergut balancierend
an seinen fahrradlenkern, unterm arm
flugblätter ("wir bleiben hier!"), wieder
stoße ich mich an dem lesereflex: "geh weg!-
schäden", erlebe live, wie sie raum greift
die sanierung in mir, der ich den absprung
zum alkpunk verpasst habe - oder
gehts auch mit malzbier? rumzuhängen hier
zwischen den wertzeichen, unterwegs zu sein
mit dem flausensegel, am erkenntern
des urlaubs im detail einer ausweichspur
des leihverkehrs der luft und der lektüren
die aufgehen am rand der flucht, dem erfolg
einen tag zu stehlen und noch einen, so
dass aus restposten nistkästen werden
und aus schwankungen flügelschläge?

 

 

Haiku-Vogelporträts

Am Feinkost-Laden
zerfressene Buchstaben.
Bettelndes Tschilpen.

*

Die Flügel schlagen
die Luft, in der er verharrt -
bis sich was bewegt.

 

 2113468-e46bfbd70ddcd010f7693b3ea2a4ec78.jpg
Rainer Stolz (Hamburg, 22 januari 1966)

 

 

De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Ingrid Puganigg werd op 22 januari 1947 geboren in Gassen bij Afritz am See, Kärnten. Zie ook alle tags voor Ingrid Puganigg op dit blog.

Uit: Zwei Frauen warten auf eine Gelegenheit.(Samen met Monika Helfer)

„2 M, Wien, Am Graben. – Ich war noch nie in Südengland.
Offensichtlich liegen da die Romananfänge nur so herum.
Wie hat sich das Mädchen mit Nikotin vergiftet? Hat sie Wurzeln der Tabakpflanze oder irgendwelcher Nachtschattengewächse ausgekocht, oder hat sie sich zum Suizid geraucht – geht das überhaupt?
Bei einem Gutenachtkuss fiel mir aus der Blusentasche eine Zigarette in die Wiege meines Babys. Es hatte, als ich vor dem Zubettgehen noch einmal hineinschaute, Tabak um die Mundwinkel, und ich, in meiner Panik, fuhr, wie ich war, ins Krankenhaus. Ich schwor mir, nie mehr eine Zigarette anzurühren.
Das Baby wurde untersucht und war gesund. Mit seinen Patschhändchen versuchte es, sich aufzurichten. Es war so süß, ihm dabei zuzusehen. Erst jetzt wurde mir bewusst, dass ich in einem Herrenpyjama, zwei Nummern zu groß für mich, dastand. Kaum im Auto, das Baby in der Wiege auf dem Rücksitz, steckte ich mir eine Zigarette an. Ich war so erleichtert!
Jeans, Hemd, Schuh, Rucksack warten im Moor auf Dich, damit Du endlich mit Deiner Geschichte beginnen kannst. Ein einzelner Schuh? Pack die Dinge in Deinen ersten Satz. Warte dann, bis sich der Einsager hinter Dir aufgebaut hat, dann musst Du nur mehr schreiben, was er Dir flüstert.

3 I, Hannover, Ernst-August-Platz. – Wir müssen aufbrechen.
Immer musst Du aufbrechen, immer muss ich mir die Haare glattstreichen. Du bringst meine Wohnung durcheinander. Lüftest und lüftest. Mitten im Winter reißt Du die Balkontür auf. Ich friere!
Aber das kümmert Dich nicht. Solange Du es warm hast. Los! Mach jetzt. Zieh Deinen albernen Mantel an.“

 

 2113468-c7f05003d805bce7e49c9fe45c5425f1.png
Ingrid Puganigg (Gassen, 22 januari 1947)
Cover 

 

 

De Poolse dichter Krzysztof Kamil Baczyński werd op 22 januari 1921 in Warschau geboren. Zie ook alle tags voor Krzysztof Kamil Baczyński op dit blog en ook alle tags voor Baczyński.

 

A Melody

Who'll give me back my musings
and the shadow that left after you?
Ah, these days like animals' murmur,
like plants are they - ever younger.

And before long - such little ones,
on a nutshell standing,
we'll sail against the seasons
as if to spite water rings.

The red of blood will be dreamt childishly
as puffed-out cheeks of a cherry.

The metal of storms will be discovered again
through a foamy blow-ball's head.

While the thunder of tears like an avalanche of stones
into little green beetles will change,
thus bending down to the water by turns
we'll incautiously sail to oblivion;
left behind by us on earth
only our shadows shall cry.

 

Vertaald door Alex Kurczaba

 

 2113468-672b530123f96291339ffd1ff5946854.jpg
Krzysztof Kamil Baczyński (22 januari 1921 – 4 augustus 1944) 

 

 

De Zwitserse dichter en schrijver Rainer Brambach werd geboren op 22 januari 1917 in Basel. Zie ook alle tags voor Rainer Brambach op dit blog.

 

Meine Wohnung, das Gewächshaus

Unter Palmzweigen sitzend, was sähe ich
draußen? — Gefrorenen Kompost, das leere
Gerüst der Kastanienallee, nichts Lebendiges
außer einigen Krähen.

Die zerbeulte Gießkanne, der ausgefranste Strohhut
und ein Paar schiefgetretene Stiefel
erinnern mich freundlich
an ferne tiefblaue Sommertage.

Die Heizröhre summt, Schnee fällt aufs Glasdach.
Ich bin ein glücklicher Mieter, umgeben von
meinen Freunden mit den lateinischen Namen.
Am innigsten zugetan aber bin ich den Kakteen.

 

 2113468-f2bb9040d8e922362d3b5ba133e72bfd.jpg
Rainer Brambach (22 januari 1917 - 14 augustus 1983)

 

 

De Engelse dichter en schrijver George Gordon Byron (beter bekend als Lord Byron) werd geboren op 22 januari 1788 in Londen. Zie ook alle tags voor Lord Byron op dit blog.

 

To My Son

Those flaxen locks, those eyes of blue
Bright as thy mother's in their hue;
Those rosy lips, whose dimples play
And smile to steal the heart away,
Recall a scene of former joy,
And touch thy fathers heart, my Boy!

And thou canst lisp a father's name--
Ah, William, were thine own the same,­
No self‑reproach--but, let me cease--
My care for thee shall purchase peace;
Thy mother's shade shall smile in joy,
And pardon all the past, my Boy!

Her lowly grave the turf has prest,
And thou hast known a stranger's breast;
Derision sneers upon thy birth,
And yields thee scarce a name on earth;
Yet shall not these one hops destroy,--
A Father's heart is throe, my Boy!

Why, let the world unfeeling frown,
Must I fond Nature's claim disown?
Ah, no--though moralists reprove,
I hail thee, dearest child of love,
Fair cherub, pledge of youth and joy­
A Father guards thy birth, my Boy!

Oh, 'twill be sweet in thee to trace,
Ere age has wrinkled o'er my face,
Ere half my glass of life is run,
At once a brother and a son;
And all my wane of years employ
In justice done to thee, my Boy!

Although so young thy heedless sire,
Youth will not damp parental fire;
And, wert thou still less dear to me,
While Helen's form revives in thee,
The breast which beat to former joy,
Will ne'er desert its pledge, my Boy!

 

 2113468-f8136f8db32aa9d3e4ad0a1c553c253d.jpg
Lord Byron (22 januari 1788 – 19 april 1824)
Hugh Grant als Lord Byron in de film “Rowing with the Wind” uit 1988

 

 

De Zweedse schrijver Johan August Strindberg werd op 22 januari 1849 in Stockholm geboren. Zie ook alle tags voor August Strinberg op dit blog.

Uit: Am Offenen Meer (Vertaald door Mathilde Mann)

“Draußen auf dem Gåsstensfjord lag an einem Maiabend eins von den Segelbooten des Zollwesens und kreuzte. Die entferntest gelegenen Schären begannen zu blauen, und an dem klaren Himmel bildeten sich jetzt, wo die Sonne sank, allmählich Wolken; an den Landzungen spürte man bereits ein unruhiges Plätschern, und ein unangenehmes Rucken am Rahsegel verkündete, daß der Landwind bald auf neue Luftströmungen von oben, von außen und von hinten stoßen werde.
Am Ruder saß der Zollkontrolleur von Österskär, ein Hüne mit langem, schwarzem Vollbart, und schien hin und wieder einen Blick mit den beiden Zollbeamten auszutauschen, die im Vorsteven saßen und von denen der eine die Klostange bediente, die das große Rahsegel im Winde hielt.
Von Zeit zu Zeit warf der Mann am Ruder einen forschenden Blick auf den kleinen Herrn, der, scheinbar ängstlich und fröstelnd, am Mast saß und hin und wieder das Plaid strammer um Magen und Unterleib zog. Der Kontrolleur mußte etwas Komisches in seinem Aussehen gefunden haben, denn er wandte sich oft zur Seite, gleichsam als wolle er zugleich mit dem Priemsaft ein aufdringliches Lachen ausspucken.
Der kleine Herr trug einen biberfarbenen Sommerüberzieher, aus dem ein Paar weite Beinkleider aus moosfarbenem Trikot hervorguckten und sich unten über ein Paar Krokodillederstiefel mit schwarzen Knöpfen und Schäften aus braunem Tuch ausbreiteten. Von der untern Bekleidung sah man fast nichts; aber um den Hals hatte er ein cremefarbenes Seidentuch geschlungen, und seine Hände schützten ein Paar lachsfarbene, dreiknöpfige Glacéhandschuhe, von denen der rechte am Handgelenk von einem dicken, ziselierten Goldreif in Form einer Schlange, die sich in den Schwanz beißt, umschlossen wurde. An den Fingern der Handschuhe sah man Erhöhungen wie von Ringen. Das Gesicht – soviel man davon sehen konnte – war mager und leichenblaß, und ein kleiner, dünner Schnurrbart mit in die Höhe gewichsten Spitzen verlieh ihm einen etwas exotischen Ausdruck. Der Hut war zurückgeschoben und ließ das schwarze, geradegeschnittene Stirnhaar wie ein Stück von einem Käppchen blicken.
Was den Bootsführer am meisten zu fesseln schien, war das Armband, der Schnurrbart und das Stirnhaar.“

 

 2113468-de89624ad1519c04b5bffc6566b1c991.jpg
August Strindberg (22 januari 1849 – 14 mei 1912)
Strandparti door August Strindberg, 1873

 

 

De Duitse dichter en schrijver Gotthold Ephraim Lessing werd geboren op 22 januari 1729 in Braunschweig. Zie ook alle tags voor Gotthold Ephraim Lessing.

Uit: Der Freigeist

“THEOPHAN. Werden Sie es übelnehmen, Adrast, wenn ich mich endlich über den stolzen Kaltsinn beklage, den Sie nicht aufhören, gegen mich zu äußern? Schon seit Monaten sind wir in einem Hause, und warten auf einerlei Glück. Zwei liebenswürdige Schwestern sollen es uns machen. Bedenken Sie doch, Adrast! können wir noch dringender eingeladen werden, uns zu lieben, und eine Freundschaft unter uns zu stiften, wie sie unter Brüdern sein sollte? Wie oft bin ich nicht darauf bestanden? – –
ADRAST. Ebenso oft haben Sie gesehen, daß ich mich nicht einlassen will. Freundschaft? Freundschaft unter uns? – – Wissen Sie, muß ich fragen, was Freundschaft ist?
THEOPHAN. Ob ich es weiß?
ADRAST. Alle Fragen bestürzen, deren wir nicht gewärtig sind. Gut, Sie wissen es. Aber meine Art zu denken, und die Ihrige, diese kennen Sie doch auch?
THEOPHAN. Ich verstehe Sie. Also sollen wir wohl Feinde sein?
ADRAST. Sie haben mich schön verstanden! Feinde? Ist denn kein Mittel? Muß denn der Mensch eines von beiden, hassen, oder lieben? Gleichgültig wollen wir einander bleiben. Und ich weiß, eigentlich wünschen Sie dieses selbst. Lernen Sie wenigstens nur die Aufrichtigkeit von mir.
THEOPHAN. Ich bin bereit. Werden Sie mich aber diese Tugend in aller ihrer Lauterkeit lehren?
ADRAST. Erst fragen Sie sich selbst, ob sie Ihnen in aller ihrer Lauterkeit gefallen würde?
THEOPHAN. Gewiß. Und Ihnen zu zeigen, ob Ihr künftiger Schüler einige Fähigkeit dazu hat, wollen Sie mich wohl einen Versuch machen lassen?
ADRAST. Recht gern.
THEOPHAN. Wo nur mein Versuch nicht ein Meisterstück wird. Hören Sie also, Adrast – – Aber erlauben Sie mir, daß ich mit einer Schmeichelei gegen mich selbst anfange. Ich habe von jeher einigen Wert auf meine Freundschaft gelegt; ich bin vorsichtig, ich bin karg damit gewesen. Sie sind der erste, dem ich sie angeboten habe; und Sie sind der einzige, dem ich sie aufdringen will. – – Umsonst sagt mir Ihr verächtlicher Blick, daß es mir nicht gelingen solle. Gewiß, es soll mir gelingen. Ihr eigen Herz ist mir Bürge; Ihr eigen Herz, Adrast, welches unendlich besser ist, als es Ihr Witz, der sich in gewisse groß scheinende Meinungen verliebt hat, vielleicht wünschet
ADRAST. Ich hasse die Lobsprüche, Theophan, und besonders die, welche meinem Herzen auf Unkosten meines Verstandes gegeben werden. Ich weiß eigentlich nicht, was das für Schwachheiten sein müssen (Schwachheiten aber müssen es sein), derentwegen Ihnen mein Herz so wohlgefällt; das aber weiß ich, daß ich nicht eher ruhen werde, als bis ich sie, durch Hülfe meines Verstandes, daraus verdrungen habe.“

 

 2113468-f139d1871e74d131aebd7620e69c7f25.jpg
Gotthold Ephraim Lessing (22 januari 1729 - 15 februari 1781)
Lessing en Johann Caspar Lavater te gast bij Moses Mendelssohn door Moritz Daniel Oppenheim, 1856

 

 

Zie voor nog meer schrijvers ook mijn blog van 22 januari 2017 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 23 januari 2007 en ook mijn blog van 23 januari 2008 en eveneens mijn blog van 22 januari 2009.

Geschreven door Romenu om 18:21 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten